You are on page 1of 9

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Student(e)
Sara van Duren
Klas
PEH15VA
Stageschool De Mijlpaal
Plaats
Nuenen
Vak- vormingsgebied: Geschiedenis
Speelwerkthema / onderwerp: kleding door de tijd

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Anne
1-3-2016
Groep 1/2
29

Persoonlijk leerdoel:
 Ik wil orde houden tijdens de geschiedenisles, dit wil ik doen door de regels en afspraken voor de les op te stellen. En hier telkens op terugkomen
wanneer de leerlingen zich hier niet aan houden.
 Ik wil de leerlingen duidelijkheid geven in de les. Door duidelijke inleiding, kern en slot te hebben in de les.
 Ik wil de tijd goed in de gaten houden door vaker op de klok te kijken.
Lesdoel(en):
Deze les sluit aan op kerndoel 51: De leerlingen leren gebruik te
maken van eenvoudige historische bronnen en ze leren aanduidingen
van tijd en tijdsindeling te hanteren.
Echter sluit deze les meer aan op groep 3-4.
 De leerlingen leren de chronologische volgorde van kleding
door de jaren heen.
 Ze leren tijdsbesef met behulp van kleren uit verschillende
tijden.
 De leerlingen leren samen te overleggen, naar elkaar te
luisteren en te redeneren.

Evaluatie van lesdoelen:
 Ik geef de leerlingen eerst de tijd om samen te overleggen wat het goede
antwoord is.
 Ik vraag aan de leerlingen of ze willen staan wanneer ze denken dat ze het
goede antwoord weten.

Beginsituatie:
Actuele beginsituatie
Er zitten 29 leerlingen in de groep. 9 meisjes en 20 jongens, dit zorgt ervoor dat de klas voornamelijk druk is.
Voorkennis
De leerlingen hebben het thema kleren. Ze hebben al vaak kleren moeten maken/tekenen met kunstzinnige oriëntatie dus ze hebben een goed beeld bij het woord
kleren.
Werkvormen
De leerlingen hebben vaker in groepjes samen vrijgespeeld. In groepjes van 2,3 of 4. Ik kies voor afbeeldingen zodat het de leerlingen inhoud geeft aan het begrip
‘verandering’. (Kooij, et al., 2013) Aan het eind van de les stel ik vragen welke kleding ze het mooist vinden. Dit laat ze nadenken over hun eigen identiteit.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen
Leeractiviteit
Leraar 
 leergedrag leerling(en)
10 minuten Inleiding
 Ik bespreek wat we gaan behandelen in
 De leerlingen zitten ten eerste stil op hun plaats en
deze les. Ten eerste stel ik de regels en
luisteren naar de afspraken.
afspraken af met de leerlingen.
 Daarna kijken ze in stilte naar het filmpje. Ze
1. Stil zijn als de juf praat.
onthouden de begrippen die in het filmpje worden
2. Vinger opsteken wanneer je iets wilt
genoemd.
zeggen.
3. We blijven op onze plek zitten.
 Hierna gaan we een inleidend filmpje
bekijken.
 Ik vraag aan de leerlingen wat ze
allemaal hebben gezien.
10-15 min Kern
 Hierna splits ik de groep in 4
 De leerlingen gaan in hun groepjes zitten.
groepjes(dit doe ik aan de hand van het
 De leerlingen kijken naar de afbeeldingen op het
sociogram en mijn overdenking).
bord en bespreken samen de mogelijkheden.
 Ik laat afbeeldingen zien van
verschillende kledingstukken door de
jaren heen(cultureel erfgoed).
 Ik vraag per groepje wat hun antwoord
is, daarna vertel ik het goede antwoord.

Materialen / Organisatie
Makkelijk filmpje over
kleren.


Dr. Digi
Afbeeldingen van
kleren(heel oud,
beetje oud, nog
niet zo oud, nu,
toekomst)
Blad met deze
woorden erop
waar ze het goede
antwoord
onderstrepen.

5 minuten

Slot


Ik vraag aan de leerlingen welke kleren
ze het mooist vinden.
En waarom zijn er zoveel verschillende
kleren gemaakt?

De leerlingen halen hun kennis terug die we net
hebben behandeld met behulp van plaatjes op hun
blad. Ze kiezen een kledingstuk uit(identiteit).
Ze denken na over hoeveel kleren er bestaan en
waarom dat zo is.

Persoonlijke reflectie
Wat wilde ik?
Ik wil orde houden tijdens de geschiedenisles, dit wil ik doen door de regels en afspraken voor de les op te stellen. En hier telkens op terugkomen
wanneer de leerlingen zich hier niet aan houden. Ik wil de leerlingen duidelijkheid geven in de les. Door duidelijke inleiding, kern en slot te hebben in de
les. Ik wil de tijd goed in de gaten houden door vaker op de klok te kijken.

Wat deed ik?
Ik begon met een gedicht om het thema in te leiden. Ik merkte dat de leerlingen redelijk druk waren maar had het nog onder controle. Ik verdeelde de
klas in 4 groepjes. Dit ging wat rumoerig. Nadat iedereen bij hun groepje zat deelde ik de werkbladen uit. Ik moest de leerlingen eerst tot stilte brengen
voordat ik kon beginnen. Ik merkte dat de leerlingen het moeilijk vonden om ‘echt’ met het groepje te overleggen. De eerste 2 plaatjes ging dit
moeizaam. Ik stimuleerde het samenwerken door vragen te stellen als: “Heb je met de hele groep het besproken?”, “Is iedereen het met elkaar eens?”.
Ik merkte een duidelijke verbetering in de samenwerking van de groepjes. Maar na het 4e plaatje kon ik de leerlingen onmogelijk stil houden dus staakte
ik mijn les. Het was erg jammer aangezien ze zo goed op dreef waren. De leerlingen werden stiller toen ik de werkbladen plotseling kwam ophalen maar
ik besloot mijn les alsnog te staken ook aangezien de tijd.

Wat kon beter?
Ik kon als leerkracht beter ordehouden. Ik ben van mening dat de leerlingen druk waren aangezien ze net weekend hebben gehad. Echter had ik als
leerkracht niet genoeg consequenties voor de leerlingen wanneer ze door bleven gaan.
2e dag
De volgende dag deed ik de les nog een keer. Ik vroeg aan de leerlingen wat we de vorige les hadden gedaan. Ik liet de leerlingen zelf de begrippen
nog eens benoemen. Hierna liet ik ze weer in de groepjes zitten, dit keer ging het veel sneller. Ik sprak met ze af dat ze dit keer niet zoveel door mij
heen moeten praten anders stop ik er weer mee. Ze gingen dit keer goed aan de slag en de leerlingen werkten dit keer direct beter samen.
Ik kon beter orde houden door soms alvast naar het volgende plaatje te gaan waardoor ze stil werden. Ik vroeg aan het einde welke kleren ze het leukst
vonden en de leerlingen gaven verschillende antwoordden. Ze staken hun hand op en ik gaf er 5 de beurt om het te vertellen zodat er een grens was.

Feedback mentor (inclusief handtekening)
Datum:

OGP3
Format voor toelichting lesontwerp
Domein: Taal – Rekenen/ wiskunde – OJW– BVO*
*omcirkel wat van toepassing is

-

Voor een meer uitgebreide beschrijving van de standaarden en criteria, zie bladzijde 2 van de OGP3-opdracht. Of via
https://www.fontys.nl/pabo/denbosch/competentieprofiel/Propedeusefase/index.html

-

Sta bewust stil bij jouw doelen voor de groep, zoals geformuleerd in de “overdenking van de groep”
Sta in je antwoorden aan terugkoppeling naar zowel (vakspecifieke) theorie als praktijk

B1. Leerdoelen stellen
3.4 passend leerinhouden
vanuit leerlijnen
3.11 Leerprocessen
observeren en registreren

Welke keuze(s) heb je in dit
opzicht gemaakt?
Wat ging goed?

Waarom heb je deze keuze(s)
gemaakt?
Wat mag beter?

Deze les sluit aan op kerndoel 51:
De leerlingen leren gebruik te
maken van eenvoudige historische
bronnen en ze leren aanduidingen
van tijd en tijdsindeling te
hanteren.
Echter sluit deze les meer aan op
groep 3-4.

De leerlingen hebben het thema
kleding in de klas dus verzon ik
een quiz met het thema kleding
erin terug. Ik had feedback
gevraagd aan mijn
domeinexpert van geschiedenis
wat hij van de les vond. Hij vond
het een goed idee aangezien ik

B3. Leeractiviteiten
begeleiden
2.6 Samenwerking,
zelfredzaamheid

A3. Leiding geven aan het

De leerlingen leren de
chronologische volgorde
van kleding door de jaren
heen.
 Ze leren tijdsbesef met
behulp van kleren uit
verschillende tijden.
De leerlingen leren samen te
overleggen, naar elkaar te
luisteren en te redeneren.

cultuur en identiteit er goed in
verwerkte.

De leerlingen hadden het thema
‘Kleding’ waardoor ik op het idee
kwam om een quiz te doen over
kleding van vroeger. De leerlingen
hebben al veel met kleding
gewerkt en vinden het interessant
om te weten hoe de kleding
vroeger was.
Ik had de klas in groepjes van 6
verdeeld. Ik besprak klassikaal het
volgende plaatje(wat zien jullie
hier?). Hierna liet ik de leerlingen
samen in hun groepje het
antwoord bespreken. Hierna ging
ik elk antwoord af en mochten de
leerlingen hun vinger opsteken
wanneer ze die hadden gekozen.
Ik gaf de leerlingen tijd om samen
te overleggen. Ze konden met z’n
zessen samen bespreken welk
antwoord ze wilden kiezen.
Ondertussen riep ik af en toe of ze
het allemaal eens waren waarbij ik
zag dat ze weer opnieuw in
gesprek raakten.
Ik stond centraal voor de klas.

Ik mag me beter oriënteren in
de leerlijnen van geschiedenis.
De les die ik had uitgekozen
was meer bedoeld voor groep
3-4.

Via de sociogram maakte ik 4
groepjes van 6 kinderen. Door
populaire en minder populaire
kinderen bij elkaar te doen
probeerde ik de banden van de
kinderen te versterken. Ze
moesten hun koppen bij elkaar
doen en samenwerken om tot
een antwoord te komen.
Het terugpakken op de groep
was soms een lastige taak. Ik
moest duidelijkere afspraken
maken over wat de leerlingen
konden doen wanneer ze hun
antwoordt klaar hadden.
Ik had een centrale plek zodat

groepsproces
1.1 zicht op groepjes
leerlingen
1.3 effectieve
leerkrachtcommunicatie

A4. Interactie aangaan met
de groep
3.13 feedback aan leerlingen

Wanneer de leerlingen mochten
overleggen motiveerde ik ze door
te vragen of iedereen het ermee
eens was.

ik goed overzicht had op de
groepjes. Wanneer ik de vraag
stelde of iedereen het eens was
zag ik kinderen daarna nog een
keer overleggen met de hele
groep. In plaats van in
tweetallen.

Ik had een goede centrale plek in
de klas. Ik stond vooraan voor de
groep zodat ik alle 4 de groepjes
in zicht had.

Wat beter kon was de orde over
de groepjes. Wanneer ik
leerlingen zag praten probeerde
ik ze erop aan te spreken door
er naar toe te lopen echter
praatten er hierdoor andere
groepjes waar ik geen zicht
meer op had.
Ik had geen tijd om in de eerste
les te evalueren. Ik kwam er in
het begin van de tweede les op
terug omdat het nog vers in het
geheugen van de leerlingen zat.
We bespraken wat er fout ging
zodat ik direct de oplossing kon
bedenken met de leerlingen.

Ik heb de les in tweeën gesplitst.
De eerste keer moest ik de les
abrupt beëindigen doordat ik de
leerlingen niet stil kreeg. De
tweede dag kwam ik terug op het
gedrag van de leerlingen. Hierna
vroeg ik hoe we deze les beter
kunnen doen.
De eerste keer dat ik les gaf, gaf ik
goed aan dat de leerlingen goed
moesten samenwerken. Maar
aangezien het te chaotisch werd
moest ik de les stoppen en de
leerlingen naar buiten begeleiden.
Gelukkig kon ik de volgende dag
verder met mijn les. Ik begon met
het evalueren van de vorige dag.
De leerlingen wisten zelf ook
waarom ik de les stopte. Zelf had
ik door dat ik te langdradig lesgaf

Wat beter kon was dat ik de
eerste keer eerder in de gaten
moest hebben dat het niet goed
ging. Zo kon ik de les stil zetten
en die les al evalueren met de
leerlingen waarom ze niet mee
wilden doen of waarom ze niet
stopten met praten.

B2 Leeractiviteiten
ontwerpen
3.6 werkvormen en
groeperingsvormen
4.5 leeromgeving inrichten

de vorige keer doordat de
leerlingen afhaakte. Hierdoor ging
ik de tweede keer sneller door
waardoor ik de aandacht behield
van de leerlingen.
Ik heb ze in groepjes van 6 laten
samenwerken. Ze mochten aan
tafels zitten en samen hun koppen
bij elkaar steken om tot het
antwoord te komen. Het aanbod
komt van mijn domeinexpert van
geschiedenis. Ik heb cultuur en
identiteit verwerkt. De kleding was
de cultuur en de identiteit waren
de vragen op het einde welke
kleren ze het mooist vonden.

Het was slim om er een quiz van
te maken want de leerlingen
waren erg enthousiast. Aangezien
het een grote groep was, was het
slim om het in vieren te delen
zodat ik ook via mijn sociogram de
populaire en minder populaire kon
verdelen over de groep.

Omdat de klas uit 29 leerlingen
bestaat vond ik het slimmer om
de groep in grote groepen te
verdelen. Ik koos voor
afbeeldingen als beeldvorming
en liet ze nadenken over
kleding van vroeger en van nu.
Het aanbod komt van
domeinexpert geschiedenis
want we hebben samen
besproken of het een goede
lesontwerp is. Foto’s die de
historische werkelijkheid
weergeven, zijn namelijk van
groot belang om inhoud te
geven aan het begrip
‘verandering’ voor de leerlingen.
(Kooij, et al., 2013)
Aangezien het de kleuters zijn
is het voor hen nog lastig om
samen te werken. En 4 groepen
van 6 is dan misschien te groot
voor hen. Hierdoor werd de les
erg chaotisch.

Bibliografie
Kooij, Cees van der en Groot-Reuvekamp, Marjan de. 2013. Geschiedenis & Samenleving. Groningen/Houten : Noordhoff Uitgevers,
2013. p. 272. 978-90-01-81530-1.