You are on page 1of 10

Stap 1 invullen reflectie.

Reflectie over mijn werkplekleren tijdens het afgelopen semester
Naam en klas
student:
Robin Jansen
PEH15VA
Stagegroep:
6

Naam SLB:
Ton van Erp.

Naam
Werkplekbegeleider:
Wilma Jonkers.

Datum:
07-04-2016

Werkplek (naam
school):
De korenaarElegaststraat.
Met deze kleur heb ik aangegeven hoe het in de stage gaat.
(lichtblauw)
Met deze kleur heb ik aangeven hoe het op de Pabo gaat.
(donkerblauw)

Schrijf hieronder je reflectie met behulp van onderstaande vragen.
 Wat wilde ik leren?
Aan welke persoonlijke leerdoelen wilde ik werken?

Aanspreken op gedragaan het eind van dit kwartaal wil ik de kinderen
aan kunnen spreken, wanneer ze niet luisteren, op hun gedrag, wanneer
ze zelfstandig werken en in de kring zitten.
Inzicht krijgen op coöperatieve werkvormen Ik vind het belangrijk
dat ik voor deze stageklas inzicht krijg ik welke coöperatieve werkvormen
goed toe te passen in de praktijk. Hierdoor hoop ik dat de leerlingen op
een andere manier op mij reageren.
De doelen die ik deze periode wilde bereiken:

- A.1 Bespreken van en omgaan met regels
2.1 fysiek en sociaal-emotioneel veilige leeromgeving
De student maakt zichtbaar welke regels er in de groep gelden en toont aan dat
hij de regels kan hanteren ten behoeve van het realiseren van een fysiek en
sociaal-emotionele veilige leeromgeving.
A.3 Leiding geven aan het groepsproces
1.1 Zicht op groepjes leerlingen
1.3 effectieve leerkrachtcommunicatie
De student toont aan dat hij samenwerkend/coöperatief leren tijdens de
onderwijsactiviteiten bevordert en laat expliciet zien dat hij kinderen aanspreekt
op gedrag, hen positief stimuleert en zicht houdt op alle groepjes leerlingen.
A.4 Interactie aangaan met de groep
3.12 feedback aan leerlingen
De student toont aan dat hij vanuit een onderzoekende houding gesprekken voert
met de leerlingen door actief te luisteren. De student evalueert de
onderwijsactiviteiten met kinderen en hij geeft feedback aan leerlingen op het
samenwerkingsproces en/of op de gestelde leerdoelen (proces-en product).
B.1 Leerdoelen stellen
3.4 passende leerinhouden vanuit leerlijnen
3.11 leerprocessen observeren en registreren
De student kiest in zijn lesontwerp voor passende leerdoelen (proces-en product)
die aansluiten bij leerlijnen en het bestaande onderwijsprogramma van de

stagegroep. Voor elk, aan dit OGP deelnemend, vak wordt tenminste één les
ontworpen én uitgevoerd.
B.2 Leeractiviteiten ontwerpen
3.6 werkvormen en groeperingsvormen
4.5 leeromgeving inrichten
De student toont in het ontwerp aan dat hij coöperatieve werkvormen hanteert.
De student maakt zichtbaar dat hij voor aanvang van de lesactiviteiten
benodigde materialen en leermiddelen klaar zet.
B.3 Leeractiviteiten begeleiden
2.6 samenwerking, zelfredzaamheid
De student toont aan dat hij in staat is om in de lesuitvoering coöperatieve
werkvormen te hanteren. De student toont aan dat hij leerlingen hulp biedt bij
het leerproces, rekening houdend met de kenmerken van de groep. Hij bevordert
de samenwerking tussen leerlingen en de redzaamheid van individuele
leerlingen.

Wat deed ik?
o Wat heb ik gedaan om aan mijn persoonlijke leerdoelen te
werken?

met een blik naar hun kijken, waardoor ze weten dat ze het
niet goed doen. +
Zelf weten wanneer ik moet ingrijpen. -/+
Niet teveel in één keer willen. -/+
Doelen stellen voor mezelf. +
Inzicht krijgen in problemen.
Theorie gebruiken, waardoor ik inzicht krijg op welke
coöperatieve werkvormen er zijn. (pop)
o Hoe heb ik de doelen van deze periode bereikt?

- A.1 Bespreken van en omgaan met regels
Zoals ik al in elke lesvoorbereiding duidelijk naar voren laat komen,
is het heel belangrijk om de regels voor de leerlingen duidelijk naar
voren te laten komen. Voordat ik aan een les begin, laat ik de
leerlingen duidelijk horen welke regels er zijn en dat we ons aan
deze regels houden. Wanneer ik de leerlingen vertel welke regels er
zijn, kan ik gelijk ingrijpen tijdens de les, wanneer de leerlingen hun
aandacht verliezen. Hierdoor kan ik de leerlingen gelijk vragen wat
we voor de les hadden afgesproken en wat de gevolgen waren als
de leerlingen zich er niet aan hielden. Ik merk dat wanneer ik dit
doe, de leerlingen veel meer structuur in hun les hebben en dus ook
veel beter hun aandacht erbij houden. Ik vind het dus belangrijk om
dit voort te zetten.
A.3 Leiding geven aan het groepsproces
Samenwerkend leren en coöperatief leren staat deze periode erg
centraal voor OGP 3. Hierdoor heb ik er veel tijd aan besteed. Ik heb
bij de lessen: taal, geschiedenis, n&t, rekenen en beeldende

vorming deze samenwerking kunnen toepassen. Ik merkte dat
wanneer ik dit deed, dat de leerlingen een stuk positiever de les aan
het maken waren. De leerlingen vonden het leuk om op een andere
manier les te krijgen, omdat ze eigenlijk alles vanuit de methode
krijgen. Ze lezen een tekst en moeten daarop de vragen
beantwoorden. Ik kan begrijpen dat dit niet super leuk is voor de
leerlingen. Hierdoor vind ik het leuk om een les op een andere
manier te geven, dan de leerkracht standaard doet. Ik heb in mijn
lesvoorbereidingen duidelijk laten zien dat ik de samenwerking goed
bevorder tijdens de les.

A.4 Interactie aangaan met de groep
Tijdens deze periode heb ik ervoor gezorgd dat de leerlingen aan het
einde van de les feedback van mij kregen. Zo heb ik het natuurlijk
niet genoemd, maar ik heb met ze stil gestaan bij het feit hoe het
ging om samen te werken met anderen. Hier gaven de leerlingen
ook eerlijk antwoord op. Hierdoor kreeg ik een goed beeld hoe de
leerlingen de lessen ervaarden. Hier leerde ik zelf ook veel van, ik
wist weer kritische punten die ik mee kon nemen naar de volgende
les. Soms gaf een leerling duidelijk aan dat hij/zij niet met iemand
overweg kon. Hier hield ik rekening mee, zodat ik ze de volgende
keer niet bij elkaar ging zetten.
Ook herhaal ik de leerdoelen van de les. Hierbij kan ik een controle
uitvoeren of ik mijn doelen van deze les heb ik bereikt. Ik krijg
hierdoor een duidelijk beeld van hoe ik mijn les had gegeven.
B.1 Leerdoelen stellen
Voor de les overleg ik met mijn mentor wat het doel is van de les.
Hierbij krijg ik gelijk het niveau van de leerlingen te weten. Ik weet
daarom welke doelen ik moet stellen voor de leerlingen, zodat deze
haalbaar zijn. Doordat ik overleg van te voren, is het makkelijker om
de juiste doelen te formuleren. Ik weet op die manier op welk niveau
de leerlingen zitten en wat ik belangrijk vind dat de leerlingen
kunnen.
B.2 Leeractiviteiten ontwerpen
Voor deze klas, is het belangrijk dat ik alles van te voren klaar heb
liggen. Wanneer ik en goede lesvoorbereiding maak, kom ik er
achter wat ik allemaal nodig heb. De leerlingen kunnen hierdoor niet
onrustig worden. Bij mijn toelichtingen laat ik duidelijk naar voren
komen, dat ik dit elke les doe. Ik merk dat wanneer mijn mentor nog
de klas uit moet lopen, om spullen te pakken, de concentratie
volledig weg is bij mijn leerlingen. Wanneer je dus een
lesvoorbereiding compleet voorbereid, kom je aandachtspunten
tegen, waar je aandacht aan moet besteden. Een lesvoorbereiding is
dus handig, om bij bepaalde doelen stil te kunnen staan.
B.3 Leeractiviteiten begeleiden
Ik vind het belangrijk dat leerlingen in groepjes werken. Ik heb het
idee dat de leerlingen hierdoor sneller de stof oppakken. De
leerlingen leren met bepaalde situaties omgaan, die ze tijdens een

‘normale’ les niet hebben. Zo bevordert het de samenwerking
tussen de leerlingen. Dit is heel belangrijk voor de stageklas, omdat
dit bijna niet zichtbaar is. Er wordt naast mij eigenlijk geen aandacht
besteed aan coöperatieve werkvormen. De leerlingen mogen soms
wel samenwerken, maar daar wordt de focus totaal niet opgelegd.
Daardoor vind ik het leuk maar ook heel belangrijk om de leerlingen
op andere manieren te laten werken. Ik merk dat de leerlingen
hierdoor veel meer gemotiveerd worden.
Aan welke theorie heb ik iets gehad en hoe laat ik deze
theorie terugkomen in de praktijk?
Tijdens de lessen op de pabo, stonden we veel stil bij het feit hoe je
een goede les kan geven, voor OGP 3. Hierdoor leerde je al snel hoe
je een goede les kon geven in praktijk en hoe je de lessen
daadwerkelijk moest geven. We leerden voor deze lessen vooral de
theorie die geschikt was voor de lessen die we moesten geven. De
stof die we moeten kennen voor de fasekennistoets is niet veel aan
bod gekomen, dit heb ik duidelijk aangegeven, omdat ik vond dat de
leerkrachten hier kansen lieten liggen.
De theorie die ik vooral heb kunnen gebruiken, is de theorie voor de
beste lessen. We kregen dus veel theorie over wat er allemaal in de
lessen kon komen. Dit heb ik dan ook duidelijk laten terugkomen in
de lessen.
o Wat heb ik gedaan om mijn spin van de ‘ideale leerkracht’
te verrijken?
Tijdens deze OGP hebben we minder tijd besteed aan de ideale
leerkracht. Mijn doelen die ik al had, voor de woordspin zijn
hetzelfde gebleven tijdens deze periode. Dit komt omdat ik vind
dat je een woordspin maakt, kan je dit nooit binnen een half jaar
bereiken. Ik vind het namelijk zinvoller om alle aandachtspunten
opnieuw aan te scherpen, dan dat je weer hele andere doelen
maakt. We hebben namelijk voor de woordspin heel wat doelen op
moeten stellen. Wel kan je aan het einde van mijn kritische
reflectie zien, hoe ik vooruit ben gegaan met de criteria.
o

Op school krijgen we steeds meer informatie over wat een
ideale leerkracht zou zijn en welke handelingen belangrijk
zijn om toe te passen. Hierbij ga je steeds meer nadenken
over wat er belangrijk is om als leerkracht toe te passen.
Hierdoor ga je nadenken over wat je kan toepassen in de
praktijk. Je krijgt bepaalde gegeven mee waar je zeker wat
mee kan. Zo leer je bijvoorbeeld bij PPO, dat het belangrijk
is om een goed pedagogisch klimaat te creëren. Nu nog de
vraag, hoe gaan we dit aanpakken. Hier hebben we veel
informatie over gekregen, omdat we het belangrijk vinden
dat dit pedagogisch klimaat goed word ingezet in de
stageklassen. Ook hebben we stil gestaan bij effectieve
leraar communicatie. Dit heeft natuurlijk ook erg te maken
met de ideale leerkracht.

Welke betekenis heeft het voorgaande voor mij?
o In hoeverre is het mij gelukt om een koppeling te leggen
tussen theorie en praktijk (geef voorbeelden)?
PPO hierbij heb ik de volgende situaties toegepast in de praktijk:

o

-effectieve leerkracht communicatie: de manier hoe je ze
aanspreekt en wanneer je dit doet. Dit is heel belangrijk in mijn
groep. De leerlingen weten niet vaak wat hun grenzen zijn.
Daarom heb ik veel aan de theorie van effectieve leerkracht
communicatie.
-flow-chanel: ik merk dat de leerlingen in mijn klas precies in de
flow-chanel moeten zitten. In mijn stageklas wordt dit eigenlijk
alleen bij het vak rekenen toegepast. Hierbij zitten de leerlingen in
bepaalde niveaus en rekenen op die manier ook op bepaalde
niveaus. Eigenlijk zie ik dit ergens anders in de praktijk niet terug.
Ik vind belangrijk dat dit wel gebeurd. Ik heb er veel over
nagedacht en denk dat het één van de redenen kan zijn waarom
de leerlingen zo onrustig zijn en niet graag opletten. Voor
sommigen zal de stof te makkelijk zijn, terwijl het voor anderen
juist te makkelijk is. Ik vind het belangrijk dat de leerkracht hier
rekening mee houdt. Ik probeer dit tijdens mijn lessen, maar het is
nog wel een moeilijke taak.
Pedagogisch klimaat: de leerlingen moeten in een goed
georganiseerd pedagogisch klimaat zitten. De leerlingen moeten
weten wat de regels zijn en hoe ze hier om moeten gaan. Het is
belangrijk dat de leerlingen in het juiste klimaat zitten, omdat het
veel voordelen levert, voor het effectieve leren. De leerkracht
moet een goed beeld hebben over hoe de leerlingen in elkaar
zitten en hoe hij/zij deze leerlingen moet benaderen. Wanneer een
leerkracht dit niet goed weet, zullen de leerlingen op een
verkeerde manier benaderd worden. Hierdoor kan er geen fijne
sfeer komen in de klas. Ik vind dit persoonlijk heel belangrijk.
Op welke praktijksituatie ben ik het meest trots met
betrekking tot mijn handelen?
Zoals ik waarschijnlijk al vaker heb gezegd, is het een moeilijke
stageklas. Elke dag loop ik wel tegen een hoop problemen aan. De
leerlingen weten niet goed welke houding ze aan moeten nemen.
Ik vind het belangrijk dat dit wel gebeurd. Afgelopen keer was er
een redelijk heftige situatie. Een leerling begon tegen me te
schreeuwen dat ik geen leerkracht was en dat ze hoopte dat nooit
meer iemand naar me zou luisteren omdat ik het niet kon. Ik wist
eerste instantie niet goed hoe ik moest reageren, want ik vond het
moeilijk. Ik schrok eerste instantie heel erg van wat ze had
gezegd, ik heb haar geheel apart gezet en tijdelijk geen aandacht
aan haar besteed. Voordat ik haar op een andere plek zette, heb ik
haar vertelt dat haar gedrag me niet beviel en dat ze daarom
maar op een andere plek moest gaan zitten en nadenken over wat
ze fout heeft gedaan. Een paar uur later kwam ze uit zichzelf naar
me toe om haar excuses aan te bieden. Ik vond het best goed van
mezelf, dat het me gelukt was om haar op haar plek neer te zetten
en op de manier zoals ik gereageerd had, ze doorhad dat ze op de
verkeerde manier handelde.
In praktijk ben ik het meest trots op dat ik tot nu toe alles in één
keer gehaald heb. Het geeft mij een fijn gevoel, omdat ik op die
manier bevestigd wordt, dat ik het kan. Hierdoor sta ik positief in
de opleiding en heb ik er zin in om het af te maken.

o

Wat vond ik het moeilijkste dit kwartaal?

Soms weet ik niet hoe ik moet handelen in mijn stage. Ik vind het
moeilijk om in te schatten welke handelingen ik toe moet passen
in de praktijk. Ik weet niet hoe ik duidelijk mijn grenzen aan moet
geven, omdat de leerlingen soms een beetje onhandelbaar zijn. De
leerlingen zeggen vaak ‘nee’ als ik hen vraag iets te doen. Dit is
een kwestie van leren en hier ligt mijn aandacht dan ook geheel
op. Ik vind het belangrijk dat ik in periode vier met sprongen
vooruit ga, op het gebied van les geven en de omgang met de
leerlingen. Ik weet dat de klas een moeilijke klas is en daardoor de
fout niet bij mij ligt.
Op de pabo vind ik het persoonlijk nog heel moeilijk om stress te
voorkomen. Elke periode heb ik alles eigenlijk drie weken te vroeg
af, maar toch ben ik heel de periode lang aan het stressen of ik
het wel ga halen en of ik het wel op tijd af heb. Ik wil proberen om
de stress steeds minder te laten worden. Dit kost namelijk veel
energie en ik heb veel dingen om me zorgen om te maken.
Aangezien ik alles haal en de leerkrachten ook tevreden zijn, is de
stress eigenlijk nergens voor nodig.
o

Wat vonden anderen van mijn handelen (medestudenten,
SLB-er, werkplekbegeleider, kinderen)?
de kinderen de leerlingen zijn mij nog heel erg aan het
uitproberen. Wel merk ik tijdens een les dat ze het super leuk
vinden om les van me te krijgen, als dit op een andere manier
gebeurd dan de methode. Als ik mijn spullen al aan het klaarzetten
ben, willen de leerlingen gelijk weten wat we vandaag gaan doen.
Hieruit kan ik concluderen dat de leerlingen het leuk vinden om
van mij les te krijgen.
Mentor  de mentor is tevreden over mij. Het enige probleem is
dat hij niet heel
zegt en daardoor geen duidelijk beeld krijg. Ik merk wel in mijn
feedback van de lessen dat hij een goede lerares in de lessen
terug ziet. Hij zegt ook soms na een les, dat hij na die les een hele
goede toekomst in mij zag. Dit vind ik fijn om te horen omdat ik
dan weer bevestigd wordt dat ik het kan.
SLB-er  wanneer mijn SLB-er op stage komt, heeft hij eigenlijk
alleen maar positieve punten omdat hij weet dat ik de opleiding
super goed doe en er ook echt voor ga. Hij ziet op de manier van
schrijven, dat ik een goede student ben.

Waar sta ik nu met betrekking tot:
o De kritische handelingen van de betreffende fase?
1. Subjectief concept openen.
Hieronder zie je mijn woordspin. Hier heb ik het subjectief geopend
en aangepast.
2. invloed van ervaringen met kinderen.
Op deze stage word ik vaak in het diepe gegooid. Ik kom voor
problemen te staan, die ik soms niet meteen weet op te lossen.
Hierdoor word ik wel gestimuleerd om de uitdaging aan te gaan. Ik
weet soms niet hoe ik moet handelen, maar probeer zo goed
mogelijk te handelen. Soms weet ik namelijk niet eens hoe ik
bepaalde handelingen van leerlingen moet reageren. Hierdoor

word ik dus in het diepe gegooid. Soms gaat het fout, maar dat
vind ik eerlijk gezegd wel fijn, want ik vind persoonlijk dat ik daar
het meeste van leer.
Rene van Heugten zegt namelijk ook dat hij het knap vind hoe ik in
deze moeilijke stage blijf. Soms is het namelijk heel heftig en kom
ik niet met een fijn gevoel terug op school woensdag. Maar toch
blijf ik doorgaan, daar staat hij erg van te kijken.
3. samenwerking met collega’s.
De samenwerking met andere collega’s gaat over het algemeen
goed. Doordat we met z’n drieën voor de klas staan, komen
sommige collega’s ook naar mij toe, om te vragen of ik iets voor
hen kan doen. Hieruit kan ik wel concluderen dat zij op mij terug
kunnen vallen. Dit geeft mij een goed gevoel. Zij durven namelijk
iets aan mij over te laten, wat ze eigenlijk zelf moeten doen.
Hierdoor durven ze de verantwoordelijkheid bij mij neer te leggen.
Ook ga ik vaak nog in gesprek met mijn oude mentor, over hoe het
gaat met mijn stage. Zij weet ook dat het een hele moeilijke klas
is. Wanneer ik tegen problemen aan loop is zij bereid om mij te
helpen.

Hoe nu verder?
o In termen van willen (wat wil ik?) met betrekking tot mijn
aanvankelijke persoonlijke leerdoel(en).
De doelen die ik heb gemaakt, voor deze stageperiode, neem ik
zeker mee naar het volgende kwartaal. Ik heb deze doelen
namelijk nog niet in één periode gehaald. Ik wil deze aan het einde
van het jaar zeker halen, vandaar dat ik ze meeneem naar de
volgende periode, zodat ik dan kan aantonen op welke manier ik
ze heb aangepakt en wat ik heb gedaan om deze doelen te
bereiken.
Zoals je hierboven kan zien, heb ik laten zien hoe ik de
standaarden heb laten terugkomen in de praktijk. Voor mijn CE1,
zal ik deze met materialen moeten aantonen. Ik vind het daarom
belangrijk dat ik weet welke standaarden er waren en hoe ik er zelf
over praat, hoe ik deze terug laat komen in de praktijk. In CE1 zal
duidelijk worden hoe ik deze doelen daadwerkelijk in de praktijk
heb laten terugkomen.
o

Aan welke leerdoelen ga ik het komende kwartaal werken?
Zoals ik hierboven al heb gezegd, neem ik deze doelen de
volgende periode weer mee. Ik wil namelijk aan het einde van het
jaar kunnen zeggen dat ik het gehaald heb. Ik houd er niet van om
dingen niet volledig af te sluiten, vandaar dat ik er twee periodes
aan besteed, zodat ik zeker weet dat ik aan het einde van dit half
jaar kan zeggen, dat ik de doelen heb bereikt.

Mijn ideale leerkracht.

Omgeving:
 Warme sfeer +
 Tussendoortjes + Mooie tekeningen in de klas +
 Thema’s in de klas +
 Speelplaats +
 Veilige leeromgeving +
Gedrag:
 Extra uitleg als je het niet snapt +
 Opkomen voor de leerlingen +
 Aanspreken op gedrag - +
 Orde houden +/ Interesse tonen +
 Zicht op wat kind nodig heeft +
 Leergierig +
 Vindingrijk +
 Plezier +
 Veilige leeromgeving +
 Aandacht geven +
 Respect +
 Geduldig +
Vaardigheden:
 Aandacht verdelen +
 Goed voorbereid +
 Vragen beatwoorden +
 Ziet het als iemand ergens mee zit +/ Grenzen stellen +/ Kennis over media +
 Differentiëren +
 Plannen ++
 Creatief +
 Kent iedereen persoonlijk +/ Flexibel +
 Samenwerking ++
Overtuigingen:
 Kent de leerlingen persoonlijk +/ Klas staat op nummer 1 ++
 Respect voor iedereen +
Identiteit:
 Goed luisteren +







Spontaan +
Vrolijk +
Zorgzaam +
Veel geduld +
Kennis +/Rustig +
Humor +

Feedback van Ton van Erp.
Dag Robin,
Dank voor je uitgebreide kritische reflectie op de OGP 3 doelen. In je
reflectieverslag wordt duidelijk dat je aandacht hebt gehad voor de
inhouden van het kwartaalthema. Je beschrijft hoe jij aan opleidingsdoelen
hebt gewerkt. In je reflectie belicht je hoe opleidingsleren en oefening op
de werkplek jou verder hebben gebracht in je ontwikkeling. Je maakt
goede stappen naar het niveau van hoofdfase bekwaam.

Je beschrijft welke betekenis opleidingsleren, theoriestudie en oefening in
de praktijk voor jou hebben gehad. Bij uiteenlopende onderwerpen worden
al duidelijke relaties gelegd.
Besteed zorg aan taal. Denk hierbij aan spelling, het plaatsen van leestekens,
goede zinsbouw en zo meer.

Succes met de afronding van OGP3.
Hartelijke groet, Ton

Wat heb ik ermee gedaan?
Ik heb gezorgd dat ik nog een spellingcheck heb uitgevoerd. Ik heb samen met
Senna naar de tekst heb gekeken omdat ik vaak over fouten heen lees. Hierdoor
hebben we het een en ander anders geformuleerd.