You are on page 1of 4

Brianne Juliana

PEHVB15
14/4/16
Basisschool de Springplank
Groep 6

Overdenking van de
groep - bijgestelde versie

Inhoud
Inleiding
Conclusies
Doelen
Werkvormen

Inleiding
In dit document ga ik conclusies trekken naar aanleiding van mijn groepstypering. Bij mijn
groepstypering heb ik zoveel mogelijk instrumenten gebruikt om mijn groep zo goed mogelijk
in kaart te brengen. Aan de hand van deze conclusies stel ik doelen die ik wil behalen met
deze groep en zal ik benoemen welke werkvormen mij geschikt lijken voor de groep en
waarom.
Conclusies
Wat mij vooral is opgevallen aan de groep, is dat de groep erg betrokken is. Zij willen graag
aan het woord. ‘Mag ik het volgende stuk voorlezen?’ Die vraag wordt erg vaak gesteld
terwijl mijn werkplekbegeleider nog bezig is met het vorige te bespreken. De klas wil graag
meedoen en vindt het leuk nieuwe dingen te leren. De klas is een positief samenwerkende
groep. In een positief samenwerkende groep is de hiërarchie niet berust op macht maar op
samenwerking. De kinderen komen met plezier naar school. (Luitjes, 2014).
Op cognitief niveau zijn vooral bij taal en rekenen verschillen te merken. Bij deze vakken
wordt ook gewerkt met verschillende niveaugroepen. Bij andere vakken wordt hier niet
specifiek rekening mee gehouden. Bij rekenen en lezen zijn er speciale plekken zodat de
niveaugroepen bij elkaar zitten. Zo zitten de kinderen die verlengde instructie nodig hebben
voorin en de sterkere lezers en rekenaars zitten dan achterin.
Uit de klimaatschaal en uit de sociogram kwam naar voren dat één leerling duidelijk buiten
de groep staat. Bij het verwerken van de gegevens van de klimaatschaal was er slechts één
leerling die negatief scoorde. Hij gaf aan zich niet thuis te voelen in de klas. Dit kwam ook
terug uit het sociogram; hij werd het meest negatief gekozen. Uit het sociogram kwam er bij
drie jongens een negatieve keuze. Deze drie jongens werden door de klasgenoten als
‘vervelend’ of ‘weet het altijd beter’ benoemt.
Behalve die drie leerlingen werden de rest van de kinderen voor het grootste deel alleen
positief gekozen. De klas scoorde gemiddeld ook erg positief voor het klassenklimaat. Er
heerst een positieve sfeer in de klas.
Doelen
De doelen die ik stel voor mezelf en deze klas heb ik gebaseerd op mijn eigen leerdoelen en
de conclusies met betrekking tot de typering van de groep.

1. Aan het einde van deze periode wil ik dat de hele klas een positieve score haalt bij
het invullen van de vragenlijst van de klimaatschaal. Dit wil ik bereiken door
activiteiten te ondernemen met betrekking tot de sfeer in de groep. Deze activiteiten
wil ik zelf ontwerpen en uitvoeren in de klas.
2. Aan het einde van deze periode wil ik in staat zijn om een vrije les te geven in deze
betrokken groep. Dit lijkt mij lastig omdat de klas heel erg graag ‘mee wil doen’. Ik wil
dit bereiken door te werken aan mijn eigen leerdoel waarbij ik werk aan het
consequent reageren op gedrag van leerlingen. Het goede verloop van deze vrije les
hangt namelijk erg af van mijn handelen in de klas.

Deze doelen vind ik persoonlijk erg belangrijk. Mijn eerste doel vind ik belangrijk omdat ik wil
dat alle kinderen in de klas het fijn hebben op school. Volgens Stevens hebben kinderen drie
psychologische basisbehoeften. De behoefte aan relatie is er hier een van, dit houdt in dat
leerlingen zich veilig voelen binnen de sociale omgeving. (Luitjes, 2014). Het is dus
essentieel dat alle leerlingen zich fijn voelen in de klas.

Het belang van vrije lessen met coöperatieve werkvormen haal ik uit de theorie. Het
welbevinden van leerlingen neemt toe als de leraar coöperatief lesgeeft. (Luitjes, 2014).
Werkvormen
Nadat ik conclusies getrokken had aan de hand van mijn typering van deze groep heb ik
besloten de dat ik volgende werkvormen wil gebruiken.
Bordwerk
Bij bordwerk wordt er eerst met kleine groepjes overlegd. Hierna wordt er één afgevaardigde
uitgekozen, die hier zelf nog niet van op de hoogte is, om deze informatie op het bord met de
rest van de klas te delen.
Waarom?
Zo zijn alle kinderen alert over het feit dat zij misschien uit gekozen worden. Als ik deze
werkvorm toepas dan zorg ik dat kinderen van hetzelfde cognitieve niveau bij elkaar in de
groep belanden. Zo kan het net zijn dat één leerling die er alles van weet de antwoorden
voorzegt en de rest dit klakkeloos overneemt.
Werk-in-tweetallen
In tweetallen werken is handig in te zetten bij bijna alle vakgebieden. Zo kunnen leerlingen
elkaar helpen en ondersteunen.
Waarom dit?
Als ik merk dat de leerlingen erg kletserig worden dan gebruik ik deze werkvorm ook. Zo
kunnen de leerlingen toch praten, maar zijn zij bezig met de opdrachten. Vaak willen de
leerlingen ook samenwerken.
Woordenweb
Het maken van een woordenweb met de klas samen is erg leuk. Eerst maken de leerlingen
ieder voor zich een eigen woordweb. Daarna vullen ze de klassikale woordweb aan.
Waarom?
Zo kunnen alle leerlingen hun ideeën delen en kunnen zij ook leren van de ideeën van
anderen. Het eerst zelf laten maken van de woordweb is wel noodzakelijk, de leerlingen
moeten eerst zelf nadenken over het onderwerp.
Rotonde
Bij de werkvorm van de rotonde wordt er om beurten van de leerlingen een bijdrage
gevraagd. Het is van belang dat alle leerlingen een bijdrage leveren. Anders kunnen zij niet
meedoen aan de activiteit.
Waarom?
Bij deze werkvorm moet er echt goed naar elkaar geluisterd worden. Alle leerlingen komen
zo aan het woord en ook alle leerlingen worden gehoord. Het is voor leerlingen erg belangrijk
om ook gehoord te worden. Bij deze werkvorm is het ook fijn om in een kring te zitten.
Puzzels

Bij het oplossen van puzzels wordt een bepaald denkvermogen verwacht. De kinderen
moeten hierbij samen nadenken. Dit kan gebruikt worden voor het aanleren van nieuwe
informatie of voor het herhalen voor al reeds behandelde informatie.
Waarom?
Deze werkvorm wil ik gebruiken, omdat het spelenderwijs herhalen van al behandelde stof
een goede manier is om dit weer op te frissen in het geheugen. Zo kunnen de leerlingen
door middel van een spelelement, extrinsiek gemotiveerd worden om mee te doen met de
les.
998 woorden

Literatuurlijst
Internet:
Choinowski, N. (2001), Saxion Hogeschool IJselland Deventer. Verkregen op 20/3/2016.
https://connect.fontys.nl/instituten/fhke/Opleidingen/Pabo/Propedeuse/LAGroep/LocatieEHV/
_layouts/15/WopiFrame.aspx?sourcedoc=%2Finstituten%2Ffhke%2FOpleidingen%2FPabo
%2FPropedeuse%2FLAGroep%2FLocatieEHV%2FDocuments%2FDomein%20PPO
%2FLeertaak%20cooperatief%20leren
%2FWerkvormen_Cooperatief_Leren.pdf&action=view
Boeken:
Luitjes, M. (2014). ontwikkeling in de groep (3e ed.). Bussum, Nederland: Coutinho.