You are on page 1of 10

Kim Wouters | PEH15VA | 14-04-2016

Kritische reflectie
OGP 3 GROEP

Inleiding
In dit document ga ik een kritische reflectie schrijven over mezelf, uitgaande van de
doelen van de periode. Ik sta stil bij de vraag hoe de activiteiten die ik in deze
periode heb uitgevoerd bijdragen aan mijn groei naar goed leraarschap.
Deze doelen zijn als volgt:
A.1 Bespreken van en omgaan met regels
2.1 fysiek en sociaal-emotioneel veilige leeromgeving
De student maakt zichtbaar welke regels er in de groep gelden en toont aan dat hij de regels kan hanteren ten
behoeve van het realiseren van een fysiek en sociaal-emotionele veilige leeromgeving.

A.3 Leiding geven aan het groepsproces
1.1 Zicht op groepjes leerlingen
1.3 effectieve leerkrachtcommunicatie
De student toont aan dat hij samenwerkend/coöperatief leren tijdens de onderwijsactiviteiten bevordert en laat
expliciet zien dat hij kinderen aanspreekt op gedrag, hen positief stimuleert en zicht houdt op alle groepjes leerlingen.

A.4 Interactie aangaan met de groep
3.12 feedback aan leerlingen
De student toont aan dat hij vanuit een onderzoekende houding gesprekken voert met de leerlingen door actief te
luisteren.
De student evalueert de onderwijsactiviteiten met kinderen en hij geeft feedback aan leerlingen op het
samenwerkingsproces en/of op de gestelde leerdoelen (proces-en product).

B.1 Leerdoelen stellen
3.4 passende leerinhouden vanuit leerlijnen
3.11 leerprocessen observeren en registreren
De student kiest in zijn lesontwerp voor passende leerdoelen (proces-en product) die aansluiten bij leerlijnen en het
bestaande onderwijsprogramma van de stagegroep.
Voor elk, aan dit OGP deelnemend, vak wordt tenminste één les ontworpen én uitgevoerd.

B.2 Leeractiviteiten ontwerpen
3.6 werkvormen en groeperingsvormen
4.5 leeromgeving inrichten
De student toont in het ontwerp aan dat hij coöperatieve werkvormen hanteert.
De student maakt zichtbaar dat hij voor aanvang van de lesactiviteiten benodigde materialen en leermiddelen klaar
zet.

B.3 Leeractiviteiten begeleiden
2.6 samenwerking, zelfredzaamheid
De student toont aan dat hij in staat is om in de lesuitvoering coöperatieve werkvormen te hanteren.
De student toont aan dat hij leerlingen hulp biedt bij het leerproces, rekening houdend met de kenmerken van de
groep. Hij bevordert de samenwerking tussen leerlingen en de redzaamheid van individuele leerlingen.

PAGINA 1

Naam en klas student:

Naam SLB:

Kim Wouters PEH15VA

Hans van Doremalen

Naam
Werkplekbegeleider:
Joreen Smits

Stagegroep:

Datum:

Werkplek (naam school):

6

13-04-2016

Atalanta

Wat wilde ik leren?
Deze periode wilde ik me gaan focussen op de doelen van OGP 3, zoals die op de
vorige pagina zijn beschreven.
Verder ben ik bezig geweest met het ontwikkelen van een persoonlijk leerdoel. Na
een paar weken is mij duidelijk geworden welk doel dat zou gaan worden en dat ben
ik gaan uitwerken in een POP.
Mijn hoofdvraag van dit POP is: Op welke manier kan ik de aandacht van leerlingen
trekken tijdens een rumoerig momentje in de klas (leswisseling, vrije opdracht)
zonder dat ik geforceerd een harde stem hoef op te zetten.

Wat deed ik?
Ik ga per kritische handeling bespreken hoe ik hieraan heb gewerkt.
A.1 Bespreken van en omgaan met regels
2.1 fysiek en sociaal-emotioneel veilige leeromgeving

Het bespreken van en omgaan met regels heb ik toegepast tijdens en buiten mijn
lessen. Mijn mentor heeft hier ook feedback op gegeven bij het invullen van bijlage 3,
feedback op lesuitvoering.
Tijdens mijn lessen heb ik ervoor gezorgd dat de leerlingen wisten wat er van hen
verwacht werd. Voordat de leerlingen aan de slag gingen benoemde ik het doel van
de les en legde ik de opdracht uit.
In die uitleg vertelde ik welke werkhouding ik van de leerlingen verwachtte, dus
bijvoorbeeld rustig zelfstandig werken of fluisterend met elkaar overleggen.
Soms kwam ik er te laat achter om aan te geven welk geluidsniveau ik van hen
verwachte. Dit vertelde ik dan nog tijdens de les.
Tijdens de les zet ik meestal ook een timer aan, dit betekent voor de leerlingen dat zij
hun taak binnen die tijd afgerond moeten hebben, dat vertel ik hen nog een keer
voordat ik de timer aanzet.
De leerlingen weten zelf hoe zij met elkaar moeten omgaan binnen de groep, hier
zijn ook regels over gemaakt. De regels die deze groep met elkaar heeft gemaakt
hanteer ik ook. Wanneer deze regels niet door de leerlingen worden nageleefd
bespreek ik dat met hen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: ‘je mag niet over elkaar
roddelen.’ Als dit toch gebeurt herinner ik de leerlingen aan de regel door te vragen
of zij op dit moment goed/ juist bezig zijn.

PAGINA 2

Een van de groepsregels is ook: ‘luister naar elkaar wanneer iemand aan het woord
is.’ Soms is dit voor de leerlingen nog wat lastig omdat graag hun eigen verhaal kwijt
willen. Op die momenten herinner ik hen aan de regel door te zeggen: ‘luister ook
even naar wat … te zeggen heeft, ik kan hem/ haar bijna niet verstaan en dat is niet
netjes.’ Dit werkt over het algemeen goed.
A.3 Leiding geven aan het groepsproces
1.1 Zicht op groepjes leerlingen
1.3 effectieve leerkrachtcommunicatie

1.1. Deze kritische handeling heb ik erg goed kunnen oefenen in mijn nieuwe stage
klas. In mijn vorige stage klas werkte ik zelf met kleine groepjes leerlingen maar ik
heb de leerlingen nooit zelf laten samenwerken.
Deze periode heb ik verschillende lessen gegeven waarin kinderen coöperatief en
samenwerkend aan de slag gingen. Het positief stimuleren van de groepjes was erg
van belang tijdens mijn lessen. Ik heb namelijk verschillende keren gemixte groepjes
(jongens/ meisjes) gemaakt om de samenwerking te verbeteren. Dit was ook mijn
doel uit de overdenking van de groep.
Ik heb de literatuur geraadpleegd om meer over samenwerkende groepen te weten
te komen. In het boek Ontwikkeling in de groep (2015) stond een casus van een
fragment uit het boek meester Jaap. Na die casus wordt er verteld dat wanneer je
ervoor zorgt dat kinderen een groepsdoel krijgen voor een bepaald moment of een
bepaalde les, ze de onderlinge vijandigheid vergeten. Als je kinderen samen
verantwoordelijk maakt voor een groepsdoel, zullen zij zich coöperatief gaan
gedragen.
In een paar van mijn lessen heb ik de groepjes leerlingen ook een bepaald
groepsdoel gegeven. In het begin vonden zij het lastig om hier mee om te gaan.
Luitjes & de Zeeuw-Jans (2014) vertellen ook dat wanneer ieder groepslid een eigen
taak heeft binnen de groep, de samenwerking nog beter kan functioneren.
Dit heb ik aan leerlingen meegegeven tijdens samenwerkingsopdrachten. Bij mijn
rekenles zaten A.(meisje) en E.(jongen) bij elkaar in het groepje. Toen ze aan de slag
mochten gaan gebeurde er weinig en zaten ze meer geërgerd te zuchten dan samen
te werken. Ik liep naar ze toe en vroeg wat het probleem was. A. riep gelijk: ‘ik wil niet
met hem samenwerken!’ Ik zei: ‘ik heb een idee, de opdracht is om samen een brug
te bouwen, wat heb je daar allemaal voor nodig volgens je werkboek?’ E.: 18 lange
strookjes en 2 korte strookjes. Dat bevestigde ik en zei: ‘als A. nou 10 strookjes meet
en knipt, en E. 10 strookjes meet en knipt, dan kan E. ze vouwen en A. ze aan elkaar
plakken en heeft ieder zijn eigen taak.’ A. en E. knikte en gingen aan het werk. Toen
ik even later weer langs liep was ieder met zijn/ haar taak bezig en waren ze ook nog
eens gezellig aan het kletsen over de vakantie. Dit voelde erg goed.
Dit was een voorbeeld van een les waarin leerlingen moesten samenwerken, zo heb
ik nog enkele andere samenwerkingslessen gegeven waarbij de leerlingen
stimuleerde om samen te werken door ze een gezamenlijk doel te geven en hen zelf
de onderlinge taken te laten verdelen.
1.3. Effectieve leraren communicatie heb ik toegepast door gebruik te maken van
duidelijke startseinen als ik mijn les wil beginnen. Dit is ook onderdeel van mijn POP.

PAGINA 3

Ik heb verschillende manieren uitgeprobeerd, namelijk: het leefstijl teken met de
hand in de lucht, met mijn armen over elkaar staan en met oogcontact vragen om
stilte, een keer luid kuchen, en de methode 3, 2, 1, en kijken. Deze manieren heb ik
aangereikt gekregen door mijn mentor en SLB-er.
Ik heb ook geoefend met verschillende tempo’s in mijn lessen. In het begin deed ik
alles binnen de tijdsplanning die ik wilde aanhouden, ik wilde alles stap voor stap
doorlopen en ieder onderdeel met zorg en tijd behandelen. Mijn mentor vertelde dat
het niet zo precies hoeft en dat mijn tempo wel wat omhoog mocht. Dit heb ik bij een
aantal lessen gedaan en ik merkte dat ik de betrokkenheid langer vasthield. Een les
daarna vertelde mijn mentor dat mijn tempo weer wat was gezakt, dat is dus een
puntje wat ik mee moet nemen naar de volgende periode.
Deze periode heb ik nog niet hoeven straffen, ik heb wel een aantal keren duidelijk
moeten laten merken dat ik het gedrag van de leerlingen niet fijn vind. Dit was tijdens
een les waarbij mijn mentor met de ene helft van de klas ergens anders heen ging
en ik met de andere helft ging estafette lezen. De leerlingen waren erg giechelig, ze
zaten veel te kletsen en luisterde niet naar elkaar. Ik heb toen gebruik gemaakt van
de ‘ik-boodschap’ van Thomas Gordon. In het boek Ontwikkeling in de groep (2014)
wordt beschreven uit welke delen deze boodschap bestaat. 1. Beschrijving van het
gedrag (zonder veroordeling), 2. Het effect dat het gedrag op mij heeft (gevolg), 3.
Het gevoel dat ik erbij heb. Een van mijn uitspraken was bijvoorbeeld: ‘jullie praten er
de hele tijd doorheen als E. wil gaan voorlezen, hierdoor kan ik haar niet verstaan en
dat vind ik erg vervelend.’

A.4 Interactie aangaan met de groep
3.12 feedback aan leerlingen

Interactie aangaan met de groep vind ik heel vanzelfsprekend. Wanneer de
leerlingen aan het werk gaan loop ik door de klas en beantwoord ik hun vragen. Bij
sommige activiteiten/ lessen daag ik de leerlingen uit om een stapje verder te
denken. Bijvoorbeeld bij mijn les beeldende vorming. De leerlingen moesten eerst
een woordweb maken over zichzelf, sommige kwamen niet verder dan hun sport,
hobby en lievelingseten. Ik stelde verschillende vragen zoals, wat vind jij belangrijk in
jou leven? Dan kwamen er antwoorden zoals: familie, school, vrienden en gezond
leven.
Actief luisteren beschouw ik ook als een belangrijk onderdeel van interactie aangaan
met de groep. Luitjes & de Zeeuw-Jans (2015) beschrijven de theorie van Thomas
Gordon over actief luisteren. Als je met een groep werkt is het belangrijk dat je de
leerlingen laat merken dat je hen begrijpt en dat je de gevoelens van de leerlingen
achterhaald zonder te oordelen maar ze eigenlijk een spiegel voorhoud. Een
voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld: tijdens mijn les beeldende vorming was er een
jongen de hele tijd door de klas aan het lopen en hij was niet bezig met zijn werk. Ik
liep naar hem toe en zei: ‘ik zie dat je veel aan het lopen bent door de klas i.p.v. dat
je aan het werk bent, waarom doe je dat? De leerling vertelde dat hij niet goed wist
hoe hij verder moest met zijn collage. Ik liep samen met hem naar zijn plek en vroeg
wat hij in zijn woordweb had geschreven. Er stonden een paar dingen op. Ik vroeg
aan hem wat hij graag in de vakantie doet, hij antwoorde met: voetballen en
buitenspelen, samen zochten we naar afbeeldingen die daarbij paste en hij ging weer
aan het werk. Zo heb ik dus een ‘probleem’ kunnen oplossen door actief te luisteren
zonder te oordelen en ik heb het kind verder kunnen helpen met zijn werk.

PAGINA 4

Feedback geven aan de leerlingen heb ik tijdens en na mijn lessen gedaan. Aan het
begin van de les vertelde ik wat we deze les gingen doen (het doel) en aan het einde
bespraken we dat. Luitjes & de Zeeuw-Jans (2015) stellen: ‘kinderen in de
basisschoolleeftijd zijn niet in staat om goed om te gaan met negatieve feedback;
hun brein is hier nog niet klaar voor.’ Daarom heb ik in de feedback vooral benoemt
wat er goed ging.
Bijvoorbeeld bij een rekenles, een gemixt groepje (jongens en meisjes) ging erg goed
aan het werk, ze verdeelde de taken en er was echt sprake van samenwerking. Dit
heb ik ook op deze manier tegen de leerlingen gezegd, ik heb de positieve aspecten
van hun samenwerking benoemd.
Aan het einde van mijn les beeldende vorming heb ik samen met de leerlingen
verschillende collages uit de klas besproken. Dit heb ik gedaan zonder te oordelen.
Ik heb de leerlingen zelf laten kijken wat de verschillen en overeenkomsten waren
tussen verschillende werken. Ik heb positieve feedback gegeven op de leerlingen die
voldeden aan de eisen van het product, vul heel het vel, kies afbeeldingen die bij jou
passen, werk netjes. Ik heb de leerlingen ook feedback aan elkaar laten geven door
ze te laten benoemen welke werken zij goed vonden en waarom, zo wisten de
leerlingen van zichzelf of ze daar ook aan voldeden of niet.
Bij mijn les over Anne Frank moesten de leerlingen in groepjes een woordweb maken
over Anne Frank, ik benoemde wanner de samenwerking (proces) goed was en
wanneer zij doelgericht met de opdracht (product) bezig waren.
B.1 Leerdoelen stellen
3.4 passende leerinhouden vanuit leerlijnen
3.11 leerprocessen observeren en registreren

Om passende leerinhouden voor een les te selecteren ben ik begonnen met een idee
in mijn hoofd. Ik heb inspiratie opgedaan tijdens lessen op de pabo en eigen ideeën
bedacht die aansloten bij de opdracht van OGP 3. Vervolgens had ik idee globaal
voorgelegd bij mijn mentor, zij gaf nog wat tips en extra input voor de les zodat hij
zou aansluiten bij de groep. Daarna ben ik gaan kijken op tule.slo naar de leerlijnen
en kerndoelen en ben ik de les echt op papier gaan ontwerpen.
Voor het bepalen van de procesdoelen heb ik vooral rekening gehouden met het doel
van mijn overdenking: de samenwerking tussen jongens en meisjes verbeteren.
Door deze 3 bronnen te gebruiken ben ik uiteindelijk tot mijn lesvoorbereidingen
gekomen.
De leerprocessen heb ik geobserveerd d.m.v. verschillende evaluaties. Aan het einde
van mijn geschiedenis les heb ik bijvoorbeeld een kennisquiz gedaan waarbij ik 10
leerlingen naar voren heb gevraagd om het juiste antwoord aan te klikken, daarna
besprak ik kort waarom dat antwoord juist of onjuist was.
Bij mijn taalles heb ik het dictee klassikaal besproken door de juiste woorden op het
digibord te projecteren en aan te geven welke moeilijkheden er in de woorden zaten.
De leerlingen noteerde hun fouten per categorie
B.2 Leeractiviteiten ontwerpen
3.6 werkvormen en groeperingsvormen
4.6 leeromgeving inrichten

PAGINA 5

Dit kwartaal stond het onderwerp ‘de groep’ centraal. Op de pabo hebben we
verschillende theorie behandeld over coöperatieve werkvormen, samenwerken,
groepsverbanden en groepsrollen.
Ik heb een sociogram en klimaatschaal enquête afgenomen in de klas daar kwamen
erg interessante resultaten uit.
Vanuit de resultaten van de sociogram heb een doel geformuleerd voor de
overdenking van mijn groep. Mijn doel was om de samenwerking tussen jongens en
meisjes te verbeteren en de kloof te verkleinen.
Daar heb ik aan gewerkt door verschillende lessen het geven waarbij leerlingen
moesten samenwerken.
In mijn les geschiedenis heb ik de leerlingen in viertallen aan het werk gezet met de
coöperatieve werkvorm ‘woordweb’.
In mijn les natuur heb ik de leerlingen in groepjes laten werken aan verschillende
practicum waarbij zij samenwerkend leerde door de taken te verdelen.
In mijn les taal gingen de leerlingen in teamverband aan de slag met een
dicteewedstrijd.
In mijn rekenles moesten de leerlingen in groepsverband een brug gaan bouwen en
zelf alles opmeten, vouwen, knippen en plakken.
Voor de lessen die ik heb gegeven was wel wat voorbereiding nodig. Ik moest
bijvoorbeeld werkbladen maken, materialen kopen en verzamelen, diapresentaties
maken en veel dingen printen.
Iedere dinsdagochtend voordat de school begon heb ik mijn werkboekjes en
werkbladen uitgeprint. De diapresentaties heb ik thuis gemaakt, afwisselend met
Gynzy en PowerPoint. Voor mijn natuurles heb ik 2 doosjes eieren gekocht en wat
zout en glazen uit de koffiekamer gepakt. Meestal gaf mijn mentor ’s ochtends les, dit
gaf mij de gelegenheid om alle spullen voor ’s middags al vast achter in de klas klaar
te zetten.
Als ik die middag dan les ging geven legde ik de spullen even voor in de klas zodat ik
er makkelijk en snel bij kon wanneer ik met de les ging beginnen.
B.3 Leeractiviteiten begeleiden
2.7 samenwerking, zelfredzaamheid

Uit het sociogram die ik heb afgenomen in het begin van het kwartaal, is gebleken
dat jongens en meiden niet graag samenwerken. Dit werd bevestigd door mijn
observaties en mijn mentor. Daar heb ik mijn doel voor de overdenking van de groep
op gebaseerd. Om de samenwerking te verbeteren heb ik diverse lessen ontworpen
waarbij ik de ene keer ervoor heb gekozen om jongens en meisjes te mixen en de
andere keer ervoor heb gekozen om de leerlingen zelf groepjes te laten maken.
Ik heb gekozen voor deze afwisseling omdat dat voor de leerlingen prettiger was. Ik
vind dat je ook met een groepje vrienden mag samenwerken en dat af en toe een
mix beter is dan alleen maar gemixt.
Voordat de les begon heb ik de opdrachten uitgelegd en de leerlingen verteld welke
rollen zij kunnen aannemen binnen de groep.
Bij sommige lessen heb ik ervoor gekozen om er geen samenwerkingselement in te
verwerken. Dat heb ik gedaan omdat samenwerken niet paste binnen die bepaalde
lessen. In deze lessen heb ik de zelfredzaamheid van de leerlingen bevordert door
hen eerst zelf te laten nadenken als ze een vraag hebben en zoveel mogelijk zelf een
oplossing laten bedenken. Als ze er dan niet uitkwamen gaf ik ze handvaten
waardoor ze alsnog zelf met een oplossing of uitkomst kwamen.

PAGINA 6

Uit de typering van mijn groep blijkt dat de ene leerling meer steun/ hulp nodig heeft
dan de andere. Bij de ene leerling leg je iets één keer uit en bij de andere leerling
moet je het bij wijze van spreken 10 keer uitleggen. Bij deze laatste leerlingen komt
ook een stukje onzekerheid kijken, ze vragen veel om bevestiging. Als zij ergens zelf
niet uitkomen laat ik ze stap voor stap hun denkstappen benoemen en meestal
denken ze al in de goede richting. Luitjes & de Zeeuw-Jans (2015, p.207) stellen:
‘wanneer faalangstige jongeren voldoende erkenning krijgen en leren hun eigen
innerlijke maatstaf te ontwikkelen, zou het kunnen dat er een omslag plaatsvindt.
Geef het kind het gevoel dat hij het succes in eigen hand heeften dat hij er zelf veel
invloed op kan uitoefenen.”
Deze aanpak heb ik ook geprobeerd om de zelfredzaamheid van individuele
leerlingen te bevorderen.
Deze periode ben ik ook bezig geweest met het ontwikkelen van een persoonlijke
blog/ website. Hierop staan al de lesvoorbereidingen die ik voor de OGP heb
gegeven. Ik heb hier feedback op ontvangen van medestudenten (p-fase en
hoofdfase). Ik zelf ook feedback gegeven aan verschillende medestudenten.
Welke betekenis heeft het voorgaande voor mij?
Koppeling theorie en praktijk
Deze periode is het me goed gelukt om een koppeling te leggen tussen theorie en
praktijk. Vooral de theorie vanuit de lessen PPO en uit het boek Ontwikkeling in de
groep was erg zinvol. Hieruit heb ik geleerd hoe groepen in elkaar zitten, welke fase
een groep doorloopt, welke rollen er zijn binnen een groep en hoe je een groep kan
laten samenwerken.
Dat laatste heb ik ook toegepast in mijn lessen. Ik heb gebruik gemaakt van de
coöperatieve werkvorm ‘het woordweb’ en ik heb lessen gegeven waarin de
leerlingen moesten samenwerken en samenwerkend leren.
Wat vond ik moeilijk
Ik vond het best moeilijk om de aandacht van de leerlingen te trekken tijdens een
leswisseling of rumoerig momentje in de klas. Hier heb ik ook mijn POP over
gemaakt, die ik nu verder aan het ontwikkelen ben.
Waar ben ik trots op
Ik ben trots op mijn overgang naar een andere stage school. Afgelopen semester liep
ik stage op basisschool de Korenaar Elegaststraat. Dit was een pittige periode
waarin in leuke en minder leuke momenten heb beleefd. Toen ik hoorde dat ik dat ik
naar een andere stageschool moest gaan was ik eerder opgelucht dan teleurgesteld.
Op mijn nieuwe stageschool de Atalanta voel ik me erg op mijn plek, ik vond het erg
spannend weer opnieuw de omgeving te leren kennen maar het bevalt me zeer
goed.
Ik ben er trots op dat ik een omschakeling heb weten te maken om vanuit
onzekerheid over mijn andere stage, hier weer opnieuw te beginnen.
Het gaat nu ook gewoon echt goed.

PAGINA 7

Daarnaast ben ik trots op mijn overgang van onderbouw (kleuters) naar de
bovenbouw. In het begin vond ik het best spannend om naar de bovenbouw te gaan,
maar ik vind het heel erg leuk en ik heb ook het gevoel dat dit misschien beter bij mij
past dan kleuters. Ik vind het namelijk heel leuk om voor de klas te staan en ‘echt les
te geven’, i.p.v. spelenderwijs onderwijs begeleiden bij de kleuters.
Ik ben er trots op dat ik lessen met kwaliteit heb kunnen ontwikkelen en dat ik die
lessen ook met kwaliteit heb kunnen uitvoeren. De feedback van mijn mentor was
overwegend positief, waar ik heel blij mee ben.
Ik ben ook trots dat ik als een leider voor de groep kan staan. Ik kan leerlingen
aanpreken op ongewenst gedrag en gewenst gedrag belonen.
Ik ben ook trots op mijn blog die we deze periode moesten maken, het koste veel tijd
maar ik heb er erg mijn best op gedaan.

Wat vonden andere van mij
Mijn mentor was overwegend positief over de lessen die ik heb gegeven. Er zaten
natuurlijk ook punten van verbetering bij die ik mee moet nemen in het vervolg, zoals
bijvoorbeeld mijn tempo.
Ik heb ook aan een aantal leerlingen gevraagd wat ze van mijn geschiedenis les
vonden. Ik vond dat namelijk zelf een hele leuke les, en ik was benieuwd naar hun
mening. Ik kreeg hele leuke reacties terug van de leerlingen. D. zei dat hij het erg
interessant en informatief vond. B. zei: ‘ik vind geschiedenis nooit leuk maar deze les
was echt leuk en interessant.’ En E. zei: ‘van mij zou je een 9,5 hebben gekregen.
De feedback van medestudenten op mijn lesvoorbereidingen was over het algemeen
ook erg positief. Ze hebben mij nog wat tips gegeven hoe het nog beter kon.
Mijn SLB-er is twee keer in bij een les wezen kijken. Hij heeft mij feedback en extra
tips gegeven. Ik citeer Hans: ‘Je doet het niet slecht voor een broekie.’

Waar sta ik nu met betrekking tot de kritische handelingen?
De doelen/ kritische handelingen heb ik hierboven uitgebreid benoemd.
Hoe nu verder?
Volgend kwartaal wil ik verder gaan werken aan mijn POP ‘stemgebruik/ aandacht
vragen van de leerlingen.’
Dit kwartaal heb ik verschillende manieren geobserveerd van mijn mentor en andere
leerkrachten. Die manieren heb ik vervolgens zelf toegepast en uitgeprobeerd.
Het volgende kwartaal wil ik dieper de theorie in gaan duiken en ga ik deelnemen
aan logopedie lessen. Studenten van de opleiding logopedie komen ons
verschillende lessen geven over goed stemgebruik. Dit kan ik erg goed gebruiken
voor mijn POP en ik ga het ook verwerken in mijn output.
Verder ga ik komend kwartaal werken aan de kritische handeling die van belang zijn
tijdens het performance assessment. Mijn SLB-er komt ook een keer kijken in de klas
en dan houden we een proef-PA. Hier hoop ik dingen van op te steken die ik mee
kan nemen in de voorbereiding voor het echte PA.

PAGINA 8

Literatuur
Luitjes, M., & de Zeeuw-Jans, I. (2015). Ontwikkeling in de groep. Bussum: Coutinho

PAGINA 9