You are on page 1of 13

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model van Gelder


Student(e)
Jainey den Exter Blokand
Mentor
Juf Maartje van Hofwegen
Klas
15C
Datum
14-3-16
Stageschool t Slingertouw
Groep
8
Plaats
Eindhoven
Aantal lln 29
Vak- vormingsgebied: Taal/ Levensbeschouwing
Speelwerkthema / onderwerp: Stellen/ Levensbeschouwelijk gesprek
Persoonlijk leerdoel:
- Ik wil duidelijke instructies kunnen geven aan de bovenbouw, door een heldere opbouw in mijn les te maken en concrete voorbeelden te geven.
Onder een duidelijke instructie versta ik dat elk kind uit de klas weet wat hij/zij moet gaan doen en waarom.
- Orde kunnen houden in de klas, door zelf rust uit te stralen en de regels voor tijdens de les te herhalen.

Lesdoel(en):

Evaluatie van lesdoelen:

Kerndoel 8
De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het
schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij
besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een
leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en
kleur

Aan het einde van de les hebben alle leerlingen een stuk (met zo min mogelijk
spelfouten) geschreven over wat geluk betekend voor hen en over hun
geluksmoment(je).

Kerndoel 37
De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen
aanvaarde waarden en normen.
-

De kinderen ordenen hun gedachten over het onderwerp, door na


te denken over wat zij van het onderwerp vinden. Vervolgens
kiezen de kinderen een geluksmoment van zichzelf uit en zij
schrijven hier een kort verhaaltje over m.b.v. de vier vakken die ik
de kinderen n voor n laat invullen.

Coperatieve werkvorm: geen


De kinderen werken deze les zelfstandig.
Wel bespreken we een aantal verhalen klassikaal door aan het einde van
de les.

Beginsituatie:
De groep:
De groep waarvoor deze les is bestaat uit 29 leerlingen. Hiervan zijn er 2 autistisch en heeft een leerling PDGNOS. Deze leerlingen zijn hun aandacht snel kwijt en
zullen dus wat meer aandacht van mij vragen. Twee weken geleden heeft de groep voor mij een klimaatschaal ingevuld waaruit ik voor een deel kan zien welke kinderen
op hun gemak zijn in de klas en welke kinderen zich minder goed voelen in de klas. Het leek mij dan ook een goed idee kinderen die zich op hun gemak voelen te mixen
met kinderen die zich minder op hun gemak voelen in de klas. Dit zorgt waarschijnlijk voor wat gevarieerde groepjes en zo leren de kinderen met verschillende kinderen
samen te werken.
Actuele beginsituatie/voorkennis:
Deze groep kan goed in stilte zelfstandig werken en deze rust vasthouden. Vandaag gaan we voor mijn les LV/taal het huiswerk bespreken. Dit mag ik met de kinderen
bespreken voor dat ik mijn les mag geven. De kinderen zijn, doordat ze al samen met mijn het huiswerk hadden besproken, waarschijnlijk al gewend aan mijn manier
van lesgeven. Dit zal zorgen voor een rustige beginsituatie.
Werkvormen:
De leerlingen werken deze les zelfstandig. Dit zijn de kinderen gewend met de lessen op de tablet. De opbouw van mijn les hebben de kinderen nog nooit eerder gehad.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen


Leraar
5 minuten
- Ik lees een stukje inspirerende tekst
voor over geluk. (zie bijlage 1)
- Na het voorlezen stel in de klas een
aantal vragen om ze aan het denken te
zetten over wat voor hen geluk
betekend.

Leeractiviteit
Materialen / Organisatie
leergedrag leerling(en)
- De kinderen luisteren dit stukje.
- Verhaal
- De kinderen denken na over de vragen die ik stel en
- https://www.heinpra
proberen hier antwoorden op te bedenken.
gt.com/wijsheden/ve
rhalen.php

15 minuten
-

20 minuten

De kinderen krijgen van mij allemaal


een blaadje dat ze met potloodlijnen
moeten verdelen in vier stukken (voor
en achterkant)
Vervolgens vraag ik ze in het eerst vak
5 dingen op te schrijven waar zij
gelukkig van worden in steekwoorden
Daarna vraag ik ze in vak 2 een van die
5 dingen te kiezen en de plek te
schetsen
In vak 3 maken de kinderen de
volgende zinnen af:
1. Ik was ( bijvoorbeeld op mijn
kamer)
2. Ik zag.. (mijn kast)
3. Ik hoorde.. (mijn wekker)
4. Ik voelde (mijn ogen)
5. Ik dacht aan. (school)
6. Ik deed/ging.. (opstaan)
7. Er was . (mijn moeder)
In vak 4 vraag ik de kinderen een
woordspin te maken van geluk en deze
uit te wisselen met hun
buurman/buurvrouw
Ik vraag de kinderen een verhaaltje te
schrijven over hun geluksmoment en
daarin te laten zien wat hun gelukkig
maakt

De kinderen verdelen het blaadje in vier stukken


De kinderen schrijven 5 momenten op waarvan zij
heel gelukkig worden (vak 1)
De kinderen kiezen een van die 5 momenten en
schetsen de plek daarvan (vak 2)
De kinderen schrijven in 7 regels op wat er op dat
moment gebeurde (vak 3)
In vak 4 maken de kinderen een woordspin van
geluk en vervolgens delen ze deze met hun
buuurman/buurvrouw.

.De kinderen schrijven max. een kantje over hun


geluksmoment en wat hun gelukkig maakt in het leven.

Persoonlijke reflectie
Wat ging er goed?
-

Het toespreken van de klas bij het vragen om stilte, hiervoor gebruikte is het stilte teken of vroeg ik de klas even goed te luisteren.
Ik heb deze les de tijd goed in de gaten gehouden, door af en toe op de klok te kijken en opdrachten af te ronde na een bepaalde
tijd.
Ik heb L v/d M aan het schrijven gekregen. Zijn concentratie is niet erg lang en ook vind hij het lastig zelf iets te verzinnen. Lucas
vind het meestal fijn een duidelijk omschreven taak te krijgen. Het vrij schrijven vond hij dan ook moeilijk in het begin, maar na hem
tips te hebben gegeven en hem vragen te stellen over zijn geluksmoment begon ook L v/d M met schrijven.
Ik heb de les goed kunnen afsluiten, door met de kinderen te evalueren wat ze van de les vonden en hoe de les door mij werd
gegeven. Hier werd positief op gereageerd.

Wat ging er minder goed?


-

Tijdens het invullen van alle vakken waren sommige kinderen sneller klaar dan andere. Ik had de kinderen geen taak gegeven voor
als ze klaar waren met het invullen van een bepaald vakje, hierdoor ontstond er in de eerste instantie drukte achter in de klas.
Gelukkig had ik dit tijdens het rondlopen door en gaf deze kinderen een taak voor als ze klaar waren.
Verder had ik de eisen die ik stelde aan de kinderen over het verhaal wat ze schreven duidelijker moeten laten weten. Ik had deze
bijvoorbeeld op het bord kunnen schrijven of ik had een beloning aan het verhaal kunnen verbinden.

Wat ga ik de volgende les anders doen?


-

De volgende les zorg ik er voor dat de kinderen een taak hebben voor als ze klaar zijn met de opdracht.
De volgende les zorg ik ervoor dat de eisen die ik stel aan de opdracht duidelijk zijn en ook serieus worden genomen, door deze op
het bord te schrijven en aan de opdracht een beoordeling te plakken.

Feedback mentor (inclusief handtekening)


Datum:
Alle materialen lagen goed klaar. Geen verrassingen, goed aan de slag.
Leerlingen waren ontzettend betrokken aan het werk (en dat terwijl de les in de middag was). Het was ook een hele leuke en positieve
opdracht. Tijdens je verhaal werd er geboeid geluisterd. Je opdracht was helder en alle kinderen konden aan de slag. Dat was bij ieder
onderdeel zo.
Knap dat je je tijd ook goed in de gaten houdt (kinderen wilde doortekenen, maar jij stelde duidelijke grenzen maar gaf ook een alternatief:
later verder te kunnen tekenen.
Ook L. sprak je met een korte en duidelijke boodschap aan, wat hij meteen begreep en aan de slag ging. Ook tijdens de opdracht heb je
goed gekeken naar hoe het ging en hem echt kunnen helpen. Super Jainey!
Je les had een goede opbouw (inleiding, kern, slot) Goed dat je afsluit met wat de kinderen van de les vonden. Bijzonder dat jej je zo
kwetsbaar opstelt en aan de kinderen vraagt wat je beter kunt doen. Wat heb je het geweldig gedaan!
Tips:
- Als S.C gaat praten is het redzaam even bij hem te controleren of hij de opdracht heeft begrepen.
- Tijdens de verwerking zou je nog wat meer rond kunnen lopen en de kinderen laten zien dat je hen ziet.
- Zet een opdracht op het bord voor als de kinderen klaar zijn
- Je mag nog best wat meer eisen stellen (bijvoorbeeld op het bord). Er waren veel verschillen in resultaat (sommige maakten zich er
makkelijk van af.)
- Zou al het werk van de kinderen ophalen en hen daar geen keuze in geven (eventueel ook een beoordeling schrijven)

OGP3
Format voor toelichting lesontwerp
Domein: Taal Rekenen/ wiskunde OJW BVO- Levensbeschouwing
*omcirkel wat van toepassing is

Voor een meer uitgebreide beschrijving van de standaarden en criteria, zie bladzijde 2 van de OGP3-opdracht. Of via
https://www.fontys.nl/pabo/denbosch/competentieprofiel/Propedeusefase/index.html

Sta bewust stil bij jouw doelen voor de groep, zoals geformuleerd in de overdenking van de groep
Sta in je antwoorden aan terugkoppeling naar zowel (vakspecifieke) theorie als praktijk
Welke keuze(s) heb je in dit
opzicht gemaakt?

Waarom heb je deze keuze(s)


gemaakt?

B1. Leerdoelen stellen

Taal:

3.4 passend leerinhouden


vanuit leerlijnen

Kerndoel 8
De leerlingen leren informatie
en meningen te ordenen bij het
schrijven van een brief, een
verslag, een formulier of een
werkstuk. Zij besteden daarbij
aandacht aan zinsbouw,
correcte spelling, een leesbaar
handschrift, bladspiegel,
eventueel beeldende elementen
en kleur

Ik heb voor deze kerndoelen


gekozen, omdat deze
kerndoelen aansluiten bij de
opdracht voor OGP zowel bij
het vak levensbeschouwing als
het vak taal (stellen).
Daarnaast zijn de leerinhouden
passend bij de leerlijnen van
taal en levensbeschouwing.

3.11 Leerprocessen
observeren en registreren

Levensbeschouwing:

Kerndoel 37
De leerlingen leren zich te
gedragen vanuit respect voor
algemeen aanvaarde waarden
en normen.
-

De kinderen ordenen hun


gedachten over het
onderwerp, door na te
denken over wat zei van
het onderwerp vinden.

B3. Leeractiviteiten
begeleiden
2.6 Samenwerking,
zelfredzaamheid

Tijdens deze les werken de


kinderen zelfstandig en
tussendoor bespreken we telkens
wat de kinderen hebben bedacht.
Daarnaast werken de kinderen
telkens 5 minuten zelfstandig. In
deze tijd loop ik rond in de klas en
begeleid ik de kinderen door
voorbeelden van situaties te geven
of de kinderen vragen te stellen
over hun priv levens. Denk hierbij
aan voetbalwedstrijden, vakanties
of momenten tijdens het
afspreken.

A3. Leiding geven aan het


groepsproces

Deze les geef ik leiding aan het


groepsproces door duidelijk mijn
grenzen aan te geven. De

Ik zorg er deze les bewust voor


dat de kinderen veel zelfstandig
werken. Hiervoor heb ik
gekozen, omdat ik vind dat
deze opdracht ook erg
persoonlijk is. Bepaalde
geluksmomenten hoeven niet
gedeeld te worden met de klas.
Verder vind ik het deze les een
uitdaging de kinderen hun
aandacht telkens weer terug te
krijgen en te zorgen voor rust
tijdens het bespreken van de
verhalen. Orde houden is dan
ook een van mijn persoonlijke
leerdoelen. Hier wil ik deze les
nadrukkelijk mee aan de slag.
Onder orde houden versta ik
rust in de klas, de kinderen
weten welke regels er gelden
en iedereen doet wat er van
hem/haar verwacht wordt.
Ik vind het belangrijk bij elk kind
een keer langs te gaan deze
les, zodat ik een beeld krijg van

1.1 zicht op groepjes


leerlingen
1.3 effectieve
leerkrachtcommunicatie

kinderen werken het grootste deel


van de les zelfstandig, tijdens die
momenten wil ik langs gaan bij de
kinderen en zeker even bij L v/d M
en S.C. Tijdens het klassikaal
bespreken (tussendoor en aan het
einde van mijn les) vraag ik de
kinderen vingers op te steken als
ze vragen hebben of hun verhaal
willen vertellen.

A4. Interactie aangaan met


de groep

Ik ga tijdens de introductie van


mijn les de interactie met de klas
aan, tussen de lesdelen door en
aan het einde van mijn les.
Dit zijn ook momenten om de
kinderen aan te spreken op hun
gedrag of om de klas een
compliment te geven.
Aan het einde van de les vraag ik
de kinderen wat zij van de les
vonden.

3.13 feedback aan leerlingen

B2 Leeractiviteiten
ontwerpen
3.6 werkvormen en

Ik er deze les voor gekozen


klassikaal te beginnen en de
kinderen vervolgens zelfstandig te
laten werken. Tijdens het

de werkwijze van elk kind en


zodat ik kan zien welke
kinderen de opdracht serieus of
minder serieus nemen. Op niet
serieus gedrag, zal ik de
kinderen aanspreken.
Ik wil aan het einde van de les
verhalen van een aantal
kinderen bespreken, zodat het
resultaat zichtbaar wordt voor
mij en de rest van de klas.
Daarnaast is het natuurlijk leuk
om de geluksmomenten van
een ander te horen. Dit schept
een band.
Ik probeer voor, tijdens en aan
het einde van mijn les interactie
aan te gaan met de klas. Door
interactie houd ik de aandacht
vast en blijven de kinderen
betrokken. Ook kan ik de
kinderen op deze momenten
complimenteren of aanspreken.
Aan het einde van de les ben ik
benieuwd wat de kinderen van
de werkvorm vonden en wat ze
vonden van mijn opbouw van
de les. Zo krijg ik van de
kinderen direct te horen of deze
manier van werken zorgt voor
een beter startpositie voor het
schrijven van een verhaal.
Ik wil dat de kinderen allemaal
even luisteren tijdens mijn
introductie. Ik lees dan een
verhaaltje voor over geluk en

groeperingsvormen
4.5 leeromgeving inrichten

zelfstandig werken vraag ik per


onderdeel op het blaadje
(bijvoorbeeld het maken van de
woordspin) even de aandacht
terug naar mij en leg ik de
volgende opdracht uit.
De kinderen werken zelfstandig op
hun eigen plaats in de klas.
Aan het einde van de les bespreek
ik klassikaal de les door.

hier wil ik samen met de


kinderen over praten, zodat ze
zelf een beeld vormen over wat
voor hun geluk betekend. Dit
kan de kinderen helpen bij het
volgende onderdeel van mijn
les. Daarna moeten de kinderen
zelfstandig werken, zodat ze
geconcentreerd blijven op hun
eigen werk en ook kunnen
opschrijven wat ze willen
zonder dat een ander kind dit
hoeft te lezen.
Ik vind het belangrijk om mijn
les aan het einde te evalueren,
zodat ik eventuele tips mee kan
nemen naar een volgende les.

Bijlage 1

Wat is geluk?
Een boer woont in een arm dorpje. Hij wordt door iedereen beschouwd als rijk, want hij heeft een paard dat hij gebruikt om mee
te ploegen. Op een dag gaat het paard ervandoor. Zijn buurman vindt het vreselijk, maar de boer zegt alleen maar: "Wat is pech,
en wat is geluk."
Wat is geluk Een paar dagen later komt het paard terug. Het brengt ook nog een wild paard mee. Zijn buurman vindt dat de boer
veel geluk heeft gehad, maar de boer zegt alleen: "Wat is geluk, en wat is pech."
De volgende dag probeert de zoon van de boer op het wilde paard te rijden. Het paard werpt hem af en de zoon breekt een
been. De buurman toont zijn medeleven, maar de boer zegt opnieuw: "Wat is pech, en wat is geluk." Een week later komen
militairen naar het dorp om jonge mannen te verzamelen voor de verplichte dienst. De zoon van de boer willen ze niet hebben
vanwege zijn gebroken been. De buurman laat weten dat hij toch wel geluk heeft gehad, maar de boer zegt weer: "Wat is geluk,
en wat is pech."
De moraal van het verhaal:
Geluk is niet afhankelijk van externe omstandigheden maar hoe je er zelf mee omgaat.