You are on page 1of 7

OGP3

Format voor sterkte-zwakte-analyse bij lesontwerp
Domein: Taal – Rekenen/ wiskunde – OJW– BVO*
*omcirkel wat van toepassing is

-

Voor een meer uitgebreide beschrijving van de standaarden en criteria, zie
bladzijde 2 van de OGP3-opdracht. Of via
https://www.fontys.nl/pabo/denbosch/competentieprofiel/Propedeusefase/index.html

-

Sta bewust stil bij jouw doelen voor de groep, zoals geformuleerd in de
“overdenking van de groep”
Denk in je antwoorden aan de terugkoppeling naar zowel (vakspecifieke) theorie
als praktijk
Wat ging goed?

B1. Leerdoelen stellen
De student kiest in zijn lesontwerp
voor passende leerdoelen (proces- en
product) die aansluiten bij leerlijnen en
het bestaande onderwijsprogramma
van de stagegroep.

Productdoelen:
- De kinderen kunnen
met veel vrijheid in de
materialen een opdracht
maken.
- De kinderen kunnen
aan het einde van de
les door inspiratie zelf
een idee krijgen en dit
uitvoeren
- De kinderen kunnen
aan het einde van de
les een taak uitvoeren
die ze opgelegd krijgen
(opruimen)
- Nevendoel: De kinderen
leren zelf een oplossing
te bedenken om dingen
vast te maken
Procesdoelen:
- De kinderen oefenen
met tweetallen
samenwerken
- De kinderen oefenen
om te brainstormen
- De kinderen kunnen
zonder een duidelijke
opdracht, toch aan de
slag en er toch het
gewenste resultaat eruit

Wat mag beter?

-

Ik kreeg van
mijn mentor te
horen dat ik
vaak erg laat
was met het
opsturen van
mijn planningen.
Dit heb ik dus
als leerdoel
opgesteld zodat
ik hier meer
aandacht aan
kan geven.

komt.
Kerndoel 54: De leerlingen
leren Beelden, muziek, taal,
spel en beweging te gebruiken
om gevoelens en ervaringen
mee uit te drukken en om er
mee te communiceren.
Leerlijnen:
Betekenisvolle
onderwerpen en
thema’s
- betekenisvolle
onderwerpen voor
beeldende werkstukken
uit de directe
belevingssfeer van de
kinderen.
Bijvoorbeeld: mensen,
dieren, figuren uit
verhalen, thuis, de
natuur, feest,
seizoenen, kleding,
speelgoed, gebouwen,
voertuigen, eten,
gebruiksvoorwerpen,
maskers
-

het verbeelden van
de gerichte waarneming

-

decoraties en versieren
van details

-

-

-

Beeldaspecten
Ruimte: omsloten ruimte
(potjes, tenten, huizen,
kastelen)
Ruimtesuggestie op het
vlak: grondlijn
Vorm: vormsoorten
(kubus, cilinder,
piramide, kegel, enz.),
lichaamsvormen van
mensen en dieren
ruimtelijk weergegeven

-

-

Materiaal/techniek
Schilderen:
beschilderen en
versieren van
werkstukken
Collages maken:
collages van
verschillende soorten
papier, waaronder ook
bedrukt papier

Ruimtelijk construeren:
constructie- en
verbindingstechnieken met
papier en kosteloos materiaal
(lijmen met gebruik van
plakranden, inknippen en
inschuiven,
splitpennen en tape gebruiken)
De student laat zien dat hij
een reëel beeld heeft van de
wijze waarop hij in zijn
lesontwerp
kiest
voor
passende leerdoelen (procesen product) die aansluiten bij
leerlijnen én aansluiten het
bestaande
onderwijsprogramma van de
stagegroep
-

Ik heb de lesdoelen
opgesteld aan de hand
van het kerndoel en het
aanbod wat we hebben
gekregen in de lessen.
Alle lesdoelen heb ik
ook behaald tijdens mijn
les.

-

De persoonlijke
leerdoelen die ik heb
gesteld waren volgens
mijn mentor al behaald.
Ze vond dat ik hier niet
zo veel aandacht meer
aan hoef te besteden en
beter een leerdoel kan
pakken waar ik wel nog

moeite mee heb.
-

B3. Leeractiviteiten begeleiden
De student toont aan dat hij in staat is
om in de lesuitvoering coöperatieve
werkvormen te hanteren. De student
toont aan dat hij leerlingen hulp biedt
bij het leerproces, rekening houdend
met de kenmerken van de groep. Hij
bevordert de samenwerking tussen
leerlingen en de redzaamheid van
individuele leerlingen.

Een persoonlijk lesdoel
wat ik blijf houden is de
duidelijkheid en
structuur geven aan de
kinderen. In mijn
typering en overdenking
staat ook dat dit erg
belangrijk is voor de
kinderen. Dit is iets
waar ik dus altijd
aandacht aan wil
besteden zodat de les
soepel verloopt.

De student laat zien dat hij
een reëel beeld heeft van de
wijze waarop hij hulp biedt bij
het leerproces en rekening
houdt met de kenmerken van
de groep.
- Ik laat eerst de kinderen
zelf nadenken over het
onderwerp. Vervolgens
laat ik zelf ook
voorbeelden zien van
verschillende talenten.
De kinderen die hun
talenten al weten
kunnen dit tijdens het
brainstormen al
opschrijven. De
kinderen die nog geen
inspiratie hebben
kunnen dit krijgen door
hun tweetal, tijdens het
klassikaal bespreken
van de brainstrom en de
ideeën die ik nog geef.
- Ook laat ik verschillende
afbeeldingen zien en
voorbeelden die de
kinderen ook op
inspiratie kunnen
brengen.
De student laat zien dat hij
een reëel beeld heeft van de
wijze waarop hij de
samenwerking tussen
leerlingen bevordert* en de
redzaamheid van individuele

-

Naar mijn
mening verliep
de les op dit
vlak goed.

leerlingen bevordert.

A3. Leiding geven aan het
groepsproces
De student toont dat hij samenwerking
leren tijdens de onderwijsactiviteiten
bevordert en laat expliciet zien dat hij
kinderen aanspreekt op gedrag, hen
positief stimuleert en zicht houdt op
alle groepjesleerlingen.

-

De kinderen gaan met
zijn tweeën aan de slag
met het brainstormen.
Vervolgens vertellen de
kinderen de
bevindingen aan een
ander tweetal. Daarna
vertellen de kinderen de
bevindingen klassikaal
(coöperatieve
werkvorm: van-tweenaar-meer en
woordenweb) (Dalton,
2006)
Hier zijn de kinderen
vooral bezig met
samenwerken.

-

De kinderen gaan
tijdens het zelfstandig
werken zelf aan de slag.
Ik heb van tevoren
inspiratie gegeven, nu
moeten de kinderen zelf
dingen bedenken. Ik
help de kinderen
wanneer zij hier zelf om
vragen maar geef geen
voorbeelden of
inspiratie meer. Hier zijn
de kinderen vooral
bezig met
zelfredzaamheid.

De student laat zien dat hij
een reëel beeld heeft van de
wijze waarop hij kinderen
aanspreekt op gedrag, hen
positief stimuleert en zicht
houdt op alle groepjes
leerlingen.
- Wanneer ik het
vervelend vind wat een
kind doet spreek ik hem
of haar hierop aan. Dit
doe ik in de ik-vorm. Dit
was ook een persoonlijk
leerdoel wat erg goed
gaat. Deze mening deelt
mijn mentor.

-

Naar mijn
mening verliep
de les op dit
vlak goed.

De student laat zien dat hij
een reëel beeld heeft van de
wijze waarop hij
samenwerkend/coöperatief
leren tijdens de
onderwijsactiviteiten
bevordert*
- De kinderen gaan met
zijn tweeën aan de slag
met het brainstormen.
Vervolgens vertellen de
kinderen de
bevindingen aan een
ander tweetal. Daarna
vertellen de kinderen de
bevindingen klassikaal
(coöperatieve
werkvorm: van-tweenaar-meer en
woordenweb) (Dalton,
2006)
-

A4. Interactie aangaan met de groep
De student toont aan dat hij vanuit een
onderzoekende houding gesprekken
voert met de leerlingen door actief te
luisteren. De student evalueert de
onderwijsactiviteiten met kinderen en
hij geeft feedback aan leerlingen op
het samenwerkingsproces en/of op de
gestelde doelen.

De kinderen gaan
tijdens het zelfstandig
werken zelf aan de slag.
Ik heb van tevoren
inspiratie gegeven, nu
moeten de kinderen zelf
dingen bedenken. Ik
help de kinderen
wanneer zij hier zelf om
vragen maar geef geen
voorbeelden of
inspiratie meer. Hier zijn
de kinderen vooral
bezig met
zelfredzaamheid

De student laat zien dat hij
een reëel beeld heeft van de
wijze waarop hij evalueert de
onderwijsactiviteiten met
kinderen en geeft feedback
aan leerlingen op het
samenwerkingsproces en/of
op de gestelde leerdoelen
(proces-en product).
- Ik bekijk of ik mijn
lesdoelen heb behaald
aan de hand van de
gemaakte werkjes en
door middel van
observaties tijdens het
zelfstandig werken.

-

Het was de
bedoeling dat
de ik samen met
de kinderen de
werkjes nog ga
evalueren. Hier
is geen tijd meer
voor geweest
aangezien de
kinderen de
werkjes niet in
een les af
hadden en er
daarna geen tijd
meer was om

B2 Leeractiviteiten ontwerpen
De student toont in het ontwerp aan
dat hij coöperatieve werkvormen
hanteert.
De student maakt zichtbaar dat hij
voor aanvang van de lesactiviteiten
benodigde materialen en leermiddelen
klaar zet.

De student maakt zichtbaar
dat hij voor aanvang van de
lesactiviteiten benodigde
materialen en leermiddelen
klaarzet.
- Vooraf heb ik een Prezi
gemaakt met daarin
voorbeelden van
talenten en inspiratie
materiaal.
- Ook heb ik vooraf een
voorbeeld gemaakt van
het gewenste resultaat.

-

een extra
herhalingsles
handvaardighei
d in te plannen.
Ik was vrij laat
met het maken
van het
voorbeeld. Ik
was in de
middagpauze
nog bezig met
het maken van
het voorbeeld.
De volgende
keer moet ik dit
voor dat de
lesdag begint af
hebben.