You are on page 1of 5

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Student
Mieke Maas
Klas
PEH15VB
Stageschool
Sint Jacobusschool
Plaats
Eersel
Vak- vormingsgebied: Muziek
Speelwerkthema / onderwerp: Pasen

Mentor
Datum
Groep
Aantal leerlingen

Mariël van de Huijgevoort
17 maart 2016
5
24

Persoonlijk leerdoel
Ik heb het KVB-model op de juiste manier toegepast in mijn les.
Ik kan het lied op een leuke manier aanleren aan de leerlingen.
Lesdoel(en)
Evaluatie van lesdoelen
De leerlingen kunnen aan het eind van de les het lied: ‘Ei, ei’ zingen op maat De leerlingen konden het lied niet zonder tekst zingen. Met de tekst erbij, lukte dit wel. De
en tempo (productdoel, kerndoel 54).
leerlingen hebben het lied op maat en tempo gezongen, het ging gelijk.
De leerlingen kunnen op de maat het muziekinstrument bespelen
(procesdoel, kerndoel 54).

Dit vonden de leerlingen nog lastig. Sommige kinderen hadden vrij snel de maat onder de
knie, anderen kregen het niet voor elkaar. Dit leerdoel is niet bereikt.

De leerlingen vertellen wat Pasen is en hoe wij Pasen vieren (productdoel).

Het derde leerdoel sluit aan op de levensbeschouwing les. De leerlingen konden dit
vertellen: doel behaald.

De leerlingen zingen in groepen, zodat de leerlingen die zacht zingen de
kans krijgen om zich te laten horen (procesdoel).
In mijn toelichting verantwoord ik mijn keuzes van deze lesvoorbereiding.

Ik ben helaas niet toegekomen aan het zingen in groepen wegens de tijd.

Beginsituatie
Didactisch
Voorkennis- en kunde
De leerlingen hebben al vaker liedjes aangeleerd via de papegaaimethode en op instrumenten gespeeld. Er is een aantal leerlingen die niet hard durven te zingen.
Actualiteit
De leerlingen weten, onder andere door de levensbeschouwing les, dat het over Pasen gaat en dat het bijna Pasen is. De les sluit aan op de actualiteit.
Didactische instrumentarium
De leerlingen hebben al vaker op instrumenten gespeeld en gezongen met een meezing cd.
Pedagogisch
Gedrag en betrokkenheid
De leerlingen zijn erg betrokken bij een muziekles. Er is een leerling met de diagnose PDD-NOS. Hij heeft moeite met opstarten van een les en/of verwerking. Eén
leerling heeft een forse leerachterstand. Er zijn drie leerlingen met een korte spanningsboog. Ze vinden het moeilijk om naar een lange instructie te luisteren. S. vindt
het lastig om rustig te blijven in wat vrijere situaties.
Groepsverhoudingen
De groep bestaat uit 24 leerlingen, waarvan 8 jongens en 16 meisjes. De leeftijden verschillen van 8 t/m 10 jaar.
Groepsdynamiek
De groepsvorming is goed in deze groep. Er is een aantal leerlingen dat niet hard durft te zingen. Wanneer zij een vraag stellen in de klas, zijn ze moeilijk te verstaan.
Met zingen is dit hetzelfde.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud

Didactische handelingen

Leeractiviteit

Inleiding
± 1 min.

De leerlingen vertellen wat
Pasen is en hoe wij Pasen
vieren.

Ik vraag aan de leerlingen:
De leerlingen vertellen wat Pasen is en hoe
- Wat is Pasen?
wij Pasen vieren.
- Hoe vieren wij Pasen?
Ik evalueer hier of het lesdoel behaald is. Dit
is namelijk een herhaling van de
levensbeschouwing les die ik voorgaande
deze les heb gegeven.

Materialen / Organisatie
De leerlingen zitten op hun
eigen plek in het lokaal.
Geen materialen nodig.

Instructie
± 2 min.

Verwerking
± 15 min.

Slot
± 5 min.

De leerlingen luisteren naar
het lied en mijn instructie. De
hulpjes delen de tekst uit.

De leerlingen zingen het lied:
‘Ei, ei’ en spelen op
instrumenten.

De leerlingen evalueren de
les en reageren op mijn
vragen.

Ik laat het lied aan de kinderen horen op de
CD van ‘Eigenwijs’. Ik vraag wie het lied al
kent. Ik zing het lied nu zelf voor en leg uit
hoe de instrumenten bespeeld moeten
worden. Ik vraag of de hulpjes de tekst uit
willen delen, ondertussen geef ik aan vier
leerlingen een instrument.

De leerlingen luisteren naar het lied.

Ik ga het lied in de volgende stappen
aanleren:
- Ik zing de eerste regel voor, de
leerlingen zingen na. (Dit doe ik bij
het eerste couplet en herhaal ik een
aantal keer).
- Ik zing de eerste regel en de
leerlingen de tweede regel.
(Ondertussen begeleid in de
leerlingen die een instrument
hebben, door met mijn voeten mee
te stampen op de goede maat).
- Ik laat een aantal woorden weg en
de leerlingen vullen aan.
- De kinderen zingen het lied zelf.

De leerlingen leren het lied: ‘Ei, ei’.

Door te luisteren naar het gezang van de
leerlingen kan ik de eerste twee lesdoelen
evalueren.
Ik vraag de leerlingen het volgende:
- Hoe vonden jullie de les?
- Wat vond je van het lied?
- Hoe vonden jullie het zingen in
groepen gaan?

De leerlingen zitten op hun
eigen plek in het lokaal.

De hulpjes delen de tekst uit.
Materialen
- Boek ‘Eigenwijs’
- CD ‘Eigenwijs’
- Tekst op papier

De leerlingen kunnen op de maat het
muziekinstrument bespelen.

De kinderen evalueren over de les.

De leerlingen zitten op hun
eigen plek in het lokaal.
Materialen:
- Boek ‘Eigenwijs’
- CD ‘Eigenwijs’
- Twee handtrommels
- Twee woodblocks
- Tekst op papier

De leerlingen zitten op hun
eigen plek in het lokaal.
Geen materialen nodig.

Persoonlijke reflectie
Wat wilde ik?
Ik wilde het KVB-model goed toepassen in mijn les en het lied op een leuke manier aanleren aan de leerlingen.
Wat deed ik?
Ik heb van tevoren theorie gezocht over het KVB-model. Ik vind het een lastig model, omdat ik zelf nooit theoretische muziekles op mijn voorgaande scholen heb
gehad. Van begrippen als A – B – A in de muziekvorm had ik nog nooit gehoord. Onder de reflectie heb ik uitgewerkt hoe het KVB-model terugkomt in mijn les.
Ik wilde het lied aanleren in de stappen die ik in de verwerking had gezet. Tijdens het aanleren, heb ik vooral voorgezongen en de leerlingen nagezongen. Aan de
andere manieren heb ik niet gedacht. Hierdoor heb ik het lied nog niet op een leuke manier aan kunnen leren, omdat ze alleen voor en na aan het zingen waren.
Welke betekenis heeft het voorgaande voor mij?
Positieve ervaringen
Het gaf me een goed gevoel dat ik het KVB-model goed heb toegepast in mijn les.
Wat anders ging
Ik wilde het lied op een leuke manier aanleren aan de kinderen. Ik had in mijn lesvoorbereiding de stappen uitgewerkt, maar niet toegepast in de les. Ik denk dat dit
kwam omdat ik de hele dag les mocht geven. Hierdoor moest ik veel lessen voorbereiden en ben ik door de drukte in mijn hoofd gewoon wat stappen vergeten. Ik
baalde er achteraf wel van. Irma heeft dit ook aangegeven aan me en tips gegeven hoe ik een lied leuk aan kan leren. Hier had ik zelf ook op kunnen komen, maar heb
er niet meer aan gedacht. De tips van Irma ga ik zeker wel meenemen. Dit waren de tips:
- Maak er een spelletje van;
- Bied een couplet in zijn geheel aan, niet in stukjes;
- Laat woorden weg en laat de leerlingen die invullen;
- Vraag hoe vaak het woord kip of boer in het lied voorkomt.
Wat anderen vinden
Ik heb de feedback van Irma hieronder uitgewerkt.
Essentiële zaken
Het is belangrijk om een les goed voor te bereiden en de drukte die je in je hoofd hebt uit kunt zetten tijdens een les. Ik was niet genoeg gefocust en dat is wel heel
belangrijk om een les goed uit te kunnen voeren.
Hoe nu verder?
Ik ga de volgende keer me nog beter voorbereiden. Misschien moet ik me even afzonderen in de pauze als ik een hele drukke dag heb, zodat ik alle lessen nog even
op kan frissen.

Feedback mentor (inclusief handtekening)
Datum: 17-03-2016
- Eerst meezingen, daarna pas de instrumenten uitdelen.
- Geef pas complimenten na het zingen, dit geeft anders verwarring voor de kinderen.
- Iedereen zonder instrument laten klappen ofzo.
- Zorg dat je zelf het lied kent, dan hoef je niet met je boek te staan en kun je je aandacht beter over de groep verdelen.
- Leuk lied!

KVB-model
Binnen kring:
Klank: De kinderen zingen bij het stuk: ‘Hoi, riep de boer, riep de boer…’ de ‘Hoi’ een stuk harder. Na iedere zin komt er een korte pauze. De leerlingen
hebben met instrumenten in die rust de maat aangegeven.
Betekenis: Vrolijk, want Pasen is leuk. Met Pasen zoek je veel chocolade eieren. Het verhaal wat voor de les is verteld is de betekenis van dit lied.
Buiten kring:
Zingen: De kinderen zingen het lied: ‘Ei, ei’.
Luisteren: De leerlingen luisteren eerst naar de meezing CD en naar mij, voordat ze zelf gaan zingen.
Muziek maken: De leerlingen maken geluid op verschillende instrumenten (handtrommels en de woodblocks).
Muziek lezen en noteren: De leerlingen lezen de tekst mee op het blad.