You are on page 1of 8

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Student(e)
Kim van Gompel
Klas
PEH15VB
Stageschool Franciscusschool
Plaats
Bladel
Vak- vormingsgebied: handvaardigheid
Speelwerkthema / onderwerp: Pasen

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Judy Knook
18-3-16
3
17

Persoonlijk leerdoel:
- Ik kan tijdens de les gestructureerd en duidelijk over komen zodat de kinderen weten waar ze aan toe zijn.
- Ik kan tijdens mijn les de kinderen op een duidelijke en rustige manier vertellen wanneer ze iets doen wat ik niet fijn vind. Dit vertel ik in de ik-vorm.
- Ik kan aan het einde van de periode mijn planning volgen zodat ik alles op tijd stuur.

Lesdoel(en):
Productdoelen:
- De kinderen kunnen met veel vrijheid in de materialen een opdracht
maken.
- De kinderen kunnen aan het einde van de les door inspiratie zelf
een idee krijgen en dit uitvoeren
- De kinderen kunnen aan het einde van de les een taak uitvoeren
die ze opgelegd krijgen (opruimen)
- Nevendoel: De kinderen leren zelf een oplossing te bedenken om
dingen vast te maken
Procesdoelen:
- De kinderen oefenen met tweetallen samenwerken
- De kinderen oefenen om te brainstormen
- De kinderen kunnen zonder een duidelijke opdracht, toch aan de
slag en er toch het gewenste resultaat eruit komt.
Kerndoel 54: De leerlingen leren Beelden, muziek, taal, spel en beweging
te gebruiken om gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee
te communiceren.
Leerlijnen:
Betekenisvolle onderwerpen en thema’s
- betekenisvolle onderwerpen voor beeldende werkstukken uit de
directe belevingssfeer van de kinderen.
Bijvoorbeeld: mensen, dieren, figuren uit verhalen, thuis, de natuur,
feest, seizoenen, kleding, speelgoed, gebouwen, voertuigen, eten,
gebruiksvoorwerpen, maskers
- het verbeelden van de gerichte waarneming
- decoraties en versieren van details

-

-

Beeldaspecten
Ruimte: omsloten ruimte
(potjes, tenten, huizen, kastelen)
Ruimtesuggestie op het vlak: grondlijn
Vorm: vormsoorten (kubus, cilinder, piramide, kegel, enz.),
lichaamsvormen van mensen en dieren ruimtelijk weergegeven
Materiaal/techniek
Schilderen: beschilderen en versieren van werkstukken

Evaluatie van lesdoelen:
De lesdoelen heb ik allemaal behaald. De kinderen vonden het een hele leuke opdracht
en het resultaat is ook erg leuk!
In mijn beginsituatie beschreef ik dat ik dacht dat de kinderen veel moeite zouden hebben
met de vrijheid. Ik dacht dat de kinderen het erg moeilijk vonden om vanuit het niet een
opdracht te maken. Dit was uiteindelijk totaal niet het geval. De kinderen konden gelijk
aan de slag en hadden veel inspiratie. Wat ik terugzie in de werkjes is dat de kinderen
niets gekopieerd hebben. Overal hebben zij een eigen draai aan gegeven.
Zelf een oplossing bedenken om dingen vast te maken vonden de kinderen nog best wel
lastig. Hier heb ik nog verschillende voorbeelden van laten zien zodat ze ook hier van een
idee kregen hoe ze dit vast kunnen maken. Uiteindelijk is dit ook gelukt en hebben
sommige kinderen ook hier een eigen draai aan gegeven.
Ook het samenwerken en brainstormen ging erg goed. Toen de opdracht van het
brainstormen eenmaal duidelijk was zijn hier veel ideeën uit gekomen waar veel kinderen
hun inspiratie uit gehaald hebben.

Beginsituatie:
Voorkennis en –kunde:
- Het is een vrij lastige opdracht omdat hij erg vrij is. De kinderen kiezen zelf hun onderwerp en bedenken hierbij een idee. Ik zal de kinderen sturen maar zorg
ervoor dat de kinderen zelf met de ideeën komen
Het onderwerp is talenten. Hier hebben de kinderen in deze periode al veel mee gewerkt.
- De kinderen vinden het vaak nog moeilijk om te bedenken welk talent bij hun past. Hier begeleid ik de kinderen zo veel mogelijk in.
Actualiteit en betrokkenheid:
- De opdracht is gekoppeld aan de open avond, dit is bijna
De kinderen zullen waarschijnlijk druk zijn dan anders omdat dit mijn eerste les handvaardigheid is. Handvaardigheid is in een ander lokaal waardoor de
kinderen mij kunnen uit proberen.
- De kinderen zijn vaak heel enthousiast wanneer ik een les geef. Dit verhoogt de betrokkenheid.
Bekendheid van de in te zetten didactische instrumenten:
- Wanneer het stil moet zijn steek ik mijn hand omhoog. Dit gebaar is bekend bij de kinderen en zij zullen dit ook overnemen zodat het zo snel mogelijk stil is.
- De kinderen hebben alle materialen al vaker gebruikt. Omdat de kinderen veel verschillende materialen mogen gebruiken vertel ik de kinderen dat zij dit,
wanneer zij dit niet meer nodig hebben, terug moeten zetten zodat andere kinderen deze spullen ook kunnen gebruiken.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen
Leraar 

Leeractiviteit
 leergedrag leerling(en)

Materialen / Organisatie

10 min

introductie

-

-

-

-

In de klas heb ik het met de kinderen
over talenten
Ik vraag de kinderen welke talenten je
allemaal hebt, dit is alvast ter inspiratie
voor de kijkdoos.
In tweetallen maken de kinderen een
woordspin waar zij allerlei verschillende
talenten opschrijven. (coöperatief)
Vervolgens bespreken de kinderen dit
met een ander tweetal. (coöperatieve
werkvorm: van-twee-naar-meer en
woordenweb)
Na een aantal minuten bespreek ik met
de kinderen welke talenten er allemaal
opgeschreven zijn. Ik laat in mijn
prowise (misschien) nog een aantal
andere talenten zien waar de kinderen
niet aan hebben gedacht.
Ik laat de kinderen een aantal
afbeeldingen zien van kijkdozen. Dit
geeft de kinderen inspiratie voor hun
eigen kijkdoos.
Ook laat ik een voorbeeld van een
zelfgemaakte kijkdoos zien.

-

De kinderen gaan brainstormen over het onderwerp
talenten
De kinderen werken in tweetallen aan een mindmap
De kinderen vertellen welke talenten zij hebben
bedacht
De kinderen steken de vinger op wanneer zij iets
willen vragen.
De kinderen doen inspiratie op voor hun eigen
kijkdoos

-

A4 voor de
mindmap
Digibord

45 min

Zelfstandig
werken

-

5 min

opruimen

-

5 min

Evaluatie

-

-

De kinderen gaan nu aan de slag.
De kinderen mogen alle materialen
gebruiken die ze maar willen.
Ik loop rond en help de kinderen
wanneer er iets niet lukt. Ik geef de
kinderen geen ideeën om iets te
maken, dit moeten ze zelf bedenken.
Alleen wanneer een bepaalde
handeling uitvoeren niet lukt help ik de
kinderen. De ideeën komen van de
kinderen zelf.

-

De kinderen gaan aan de slag met de kijkdozen
De kinderen gaan zorgvuldig met de materialen om

-

10 minuten voor tijd stop ik met de
handvaardigheid les.
De kijkdozen zijn nog niet klaar
waardoor ik deze nog niet kan
evalueren met de kinderen.
Ik geef de kinderen taken, zodat alles in
goede banen verloopt.
Ik kijk, maar ruim amper op zodat ik het
overzicht kan houden.

-

De kinderen doen welke taak ik hen opleg
De kinderen ruimen op

-

Ik ga samen met de kinderen kijken
naar de resultaten. Wat vinden de
kinderen ervan? Wat zijn de verschillen
tussen de werken? Wat is er mooi en
wat is er grappig?
Ik ga samen met de kinderen kijken
naar de lesdoelen. Zijn deze behaald?
Hoe kunnen we het de volgende keer
beter doen? Wat doen we de volgende
keer hetzelfde?

-

De kinderen evalueren over de werkjes.
De kinderen gaan nadenken over wat er goed en
slecht ging tijdens de les. Ze gaan bedenken wat de
volgende keer beter kan, en hoe, en wat de
volgende keer hetzelfde moet gaan.

-

Verschillende
materialen als
papier, karton,
rietjes, wc-rolletjes
etc. maar ook verf
stiften potloden
etc.

Persoonlijke reflectie
Wat wilde ik?
- Ik kan tijdens de les gestructureerd en duidelijk over komen zodat de kinderen weten waar ze aan toe zijn.
- Ik kan tijdens mijn les de kinderen op een duidelijke en rustige manier vertellen wanneer ze iets doen wat ik niet fijn vind. Dit vertel ik in de ik-vorm.
- Ik kan aan het einde van de periode mijn planning volgen zodat ik alles op tijd stuur.
Wat deed ik?
- Om mijn eerste doel te bereiken heb ik veel structuur in mijn lessen gebracht. Ik heb mijn lesvoorbereiding zo duidelijk mogelijk gemaakt zodat het voor mijzelf
en voor de kinderen zo duidelijk mogelijk is. Ook probeer ik de feedback van mijn mentor toe te passen in mijn volgende lessen. Dit leerdoel gaat al een stuk
beter daarom focus ik me vooral op mijn laatste leerdoel.
- Mijn tweede doel sluit aan op mijn eerste doel. Ik heb gemerkt dat wanneer ik druk in mijn hoofd word de kinderen dit ook worden en ik volledig dicht sla. Ik
probeer in mijn lessen zo rustig mogelijk te blijven zodat de kinderen in ieder geval niet drukker door mij worden. Wanneer ik merk dat het in mijn hoofd erg
onrustig wordt probeer ik mijn rust weer te nemen en mij hiervan bewust te worden. Als dit lukt kan ik de rust weer terugpakken en verloopt mijn les zoals ik het
wil. Structuur is voor mij en de kinderen dus erg belangrijk zodat ik enig houvast heb wanneer het druk wordt.
- Om mijn laatste doel te bereiken heb ik veel gesprekken met mijn mentor. Mijn mentor en ik maken duidelijke afspraken waar ik me aan probeer te houden
zodat ik mijn lessen tijdig inlever. Dit zodat mijn mentor mij nog feedforward kan geven op mijn lesvoorbereiding zodat ik mijn twee doelen hierboven beter kan
bereiken.
Welke betekenis heeft het voorgaande voor mij?
Doel 1:
1. Positieve ervaringen: Ik vertelde de kinderen aan het begin van de les wat we gingen doen en wat ik van de kinderen verwachtte en wat we gingen doen. Ik
had een duidelijke instructie waardoor de kinderen tijdens het zelfstandig werken snel aan de slag konden. Ook het opruimen verliep gestructureerd. De
kinderen deden de taken die ik ze gaf waardoor het opruimen erg snel verliep.
2. Wat anders ging: tijdens het brainstormen had ik niet goed uitgelegd waar de kinderen over moesten brainstormen. Ze wisten dat het over talenten ging maar
begrepen niet dat dit niet perse over de eigen talenten moest gaan maar gewoon over het algemeen. Ik kreeg hier tijdens de les veel vragen over. Ik heb toen
het brainstormen stil gelegd en het nog een keer uitgelegd. Toen was het wel duidelijk.
Doel 2:
1. Positieve ervaringen: Ik heb tijdens deze les de kinderen niet hoeven aan te spreken op hun gedrag. Ik heb hier dus geen duidelijk voorbeeld van. Dit
persoonlijk leerdoel gaat al erg goed. Dit krijg ik ook te horen van mijn mentor.
2. Wat anders ging: Ik heb tijdens deze les de kinderen niet hoeven aan te spreken op hun gedrag. Ik heb hier dus geen duidelijk voorbeeld van. Dit persoonlijk
leerdoel gaat al erg goed. Dit krijg ik ook te horen van mijn mentor.
Doel 3:
1. Positieve ervaringen: ik merk wanneer ik mijn lesvoorbereidingen op tijd stuur dit meer rust voor mij geeft. Ook is het fijn om met mijn mentor dingen te kunnen
bespreken over mijn les waar ik nog niet aan had gedacht.
2. Wat anders ging: door de toets-stage week was het erg kort dag om mijn lesvoorbereiding te maken. Hierdoor kon mijn mentor de lesvoorbereiding pas
diezelfde dag zien waardoor ze dan pas feedback kon geven. Als ik mijn lesvoorbereiding eerder kon sturen had mijn mentor meer mee kunnen denken over
mijn les. Bijvoorbeeld over het mee denken van de vorm. Wordt het een kijk doos of een inkijkdoos?

Feedback mentor (inclusief handtekening): Judy Knook
Datum:18-03-16
Vooraf:
- Worden het echt kijkdozen of gaat de deksel eraf? Dan moet je een andere term bedenken
- Je zou zelf een vb kunnen maken over jezelf: heb je die en hoe zet je die in om de opdracht wat concreter te maken?
- Doe je stap 1 tm 5 in de klas of in het handvaardigheidslokaal?
- Probeer de dozen zo ver mogelijk (toch af te hebben (qua tijdsplanning wenselijk)
- Wat doen de kinderen die klaar zijn?
Tijdens:
- Je gaat zeer snel over de eerste twee stappen heen, de kinderen moesten nu wel heel blanco aan de woordspin beginnen
- Verder goed gedaan

Het resultaat