You are on page 1of 3

Sterkte-zwakte analyse

Naam: Mieke Maas
Klas: PEH15VB
Domein: Muziek
Datum uitvoering les: 18 maart 2016
In mijn sterkte-zwakte analyse beschrijf ik wat er goed ging en minder goed. Verdere uitwerking
omrent de doelen vind je in mijn toelichting van deze les.

A1. Bespreken van en omgaan
met regels
De student maakt zichtbaar welke
regels er in de groep gelden en
toont aan dat hij de regels kan
hanteren ten behoeve van het
realiseren van een fysiek en
sociaal-emotionele veilige
leeromgeving.

Wat ging goed?

Wat mag beter?

De leerlingen hebben allemaal leuk
meegedaan. Niemand heeft de ander
uitgelachen of raar aangekeken tijdens
het zingen. De leerlingen hebben
respect voor elkaar, waardoor ze werken
en leren in een fysiek en sociaalemotionele veilige leeromgeving.

Ik kan niets bedenken wat beter kan
voor deze les. Ik heb de klassenregels
goed gehanteerd en daardoor mede
gezorgd voor een veilige leeromgeving.
-

Je houdt je aan de normen en
waarden  de leerlingen
hebben de regels die hieronder
staan goed gehanteerd (dit zijn
hun normen en waarden).

-

Vinger opsteken als je de juf
nodig hebt  er zijn maar twee
leerlingen die een vraag hebben
gesteld, zij hebben netjes hun
vinger op gestoken.

-

Je mag naar de wc, alleen niet
tijdens de instructie of meteen
na een pauze  er is niemand
naar de wc geweest.

-

Respect hebben voor elkaar 
de leerlingen hebben respectvol
met elkaar gezongen, niemand
werd raar aangekeken of
uitgelachen.

-

Luisteren naar elkaar  de
kinderen hebben geluisterd naar
de vragen die gesteld zijn (van
de twee kinderen).

-

Niet pesten of uitlachen  ze
hebben respectvol gezongen,
niemand werd raar aangekeken

of uitgelachen.
-

A3. Leiding geven aan het
groepsproces
De student toont aan dat hij
samenwerkend leren tijdens de
onderwijsactiviteiten bevordert en
laat expliciet zien dat hij kinderen
aanspreekt op gedrag, hen positief
stimuleert en zicht houdt op alle
groepjes leerlingen.

De leerlingen hebben in principe met de
gehele klas samengewerkt: samen
gezongen. Ik heb S. één keer
aangesproken op zijn gedrag. Hij is een
enthousiaste jongen en vindt het soms
moeilijk om zijn energieke lichaam te
beheersen. Hij zat zo in het lied dat hij
een kip na ging doen. Ik sprak hem hier
op aan, waarop hij antwoordde: ‘Ik
probeer het ook alleen maar goed te
doen…’. Ik wilde zijn enthousiasme niet
afnemen, maar wel iets minderen dus
zei ik: ‘Je doet het ook hartstikke goed,
je kent het lied al op het goede tempo,
knap! Maar blijf wel op je stoel zitten
anders lijdt het te veel af voor de
anderen.’ Hij snapte wat ik zei en ging
weer vrolijk door met zingen. In deze
situatie heb ik S. op zijn gedrag
aangesproken en vervolgens positief
gestimuleerd om door te gaan met
zingen.

A4. Interactie aangaan met de
groep
De student toont aan dat hij vanuit
een onderzoekende houding
gesprekken voert met de leerlingen
door actief te luisteren. De student
evalueert de onderwijsactiviteiten
met kinderen en hij geeft feedback
aan leerlingen op het
samenwerkingsproces en/of op de
gestelde doelen.

Ik heb de leerlingen tijdens het zingen
feedback gegeven. Aan het eind van de
les heb ik de volgende vragen gesteld:
- Hoe vonden jullie de les?
- Wat vond je van het lied?
Ik heb de onderwijsactiviteit dus
geëvalueerd met de kinderen.

Dat je mag zijn wie je bent 
iedereen heeft op zijn eigen
manier gezongen. S. is een
drukke jongen en deed
uitbundig mee. Hij werd hier
door zijn klasgenoten niet op
aangekeken, maar lieten hem
gewoon doen omdat ze weten
dat hij zo uitbundig is.

In mijn voorbereiding had ik beschreven
dat ik de leerlingen ook in groepen
wilden laten zingen. Helaas is door
tekort aan tijd dit idee niet doorgegaan.

Ik had het boek er niet bij moeten
houden, dan had ik nog meer interactie
met de klas aan kunnen gaan.
Mijn mentor had me als feedback
meegegeven om de leerlingen pas na
het zingen complimentjes te geven. Ik
werd enthousiast van de leerlingen als
ze een regel goed zongen. Ik gaf hen
dan meteen een compliment. Hierdoor
wisten de leerlingen niet of ze door

moesten zingen. Doordat ik feedback
gaf aan de leerlingen midden in een lied,
raakten de kinderen verward.
B1. Leerdoelen stellen
De student kiest in zijn lesontwerp
voor passende leerdoelen (procesen product) die aansluiten bij
leerlijnen en het bestaande
onderwijsprogramma van de
stagegroep.

Ik vind het goed dat ik in mijn les varieer
met product- en procesdoelen, die
aansluiten bij de leerlijnen.

Ik heb niet in de muziekmethode van de
school gekeken. Om ook aan te sluiten
bij de doelen van de methode had ik dit
nog kunnen doen.

B2 Leeractiviteiten ontwerpen
De student toont in het ontwerp
aan dat hij coöperatieve
werkvormen hanteert.
De student maakt zichtbaar dat hij
voor aanvang van de lesactiviteiten
benodigde materialen en
leermiddelen klaar zet.

Ik heb geen werkvormen gehanteerd.

Ik heb geen verbeterpunten voor deze
les op dit doel. Om te variëren in mijn
muzieklessen kan ik de volgende keer
wel gebruik maken van coöperatieve
werkvormen.

B3. Leeractiviteiten begeleiden
De student toont aan dat hij in staat
is om in de lesuitvoering
coöperatieve werkvormen te
hanteren. De student toont aan dat
hij leerlingen hulp biedt bij het
leerproces, rekening houdend met
de kenmerken van de groep. Hij
bevordert de samenwerking tussen
leerlingen en de redzaamheid van
individuele leerlingen.

Ik heb op tijd de materialen voor deze
les klaargezet.

Ik ben zelf geen ster in zingen, maar ik
kan wel horen of dat leerlingen op de
goede toonhoogte zitten of niet en of ze
de melodie op goed tempo en de maat
van de muziek kunnen zingen. Wanneer
ik hoorde dat de leerlingen niet op de
goede maat zaten, zowel qua zang als
gebruik van instrumenten, heb ik
nogmaals voorgezongen zodat de
leerlingen hoorden hoe het moest. Op
deze manier heb ik de leerlingen hulp
geboden bij het leerproces.

In principe hebben de leerlingen niet
echt samengewerkt of hun
zelfredzaamheid gestimuleerd. In mijn
toelichting beschreef ik wel dat de
leerlingen met zijn allen samenwerken
omdat ze met z’n allen het lied zingen.
Maar dit is niet echt een goede
onderbouwing, al zeg ik het zelf. In mijn
toelichting schreef ik daarnaast dat de
zelfredzaamheid bevorderd werd
doordat ze zelf moesten zingen. Dit is
natuurlijk ook zo, maar als het over
zelfredzaamheid gaat, gaat het toch een
stukje verder dan wat ik beschreef.