You are on page 1of 19

Algemeen

Wij als expertgroep 21st century skills hebben ervoor gekozen om ons te
beperken tot een onderdeel van 21st century skills aangezien 21st century skills
een te breed en algemeen begrip is om hier gericht onderzoek naar te kunnen
doen. Wij hebben gekozen voor het onderdeel: samenwerken.
Onze hoofdvraag hierbij is: Wat wordt er bedoeld met samenwerken binnen 21st
century skills?
Hierbij hebben wij deelvragen geformuleerd om tot een conclusie te kunnen
komen voor onze hoofdvraag. Onze deelvragen zijn het volgende:
Deelvraag 1: Wat is het verschil m.b.t. samenwerken tussen de jaren 90 en nu
(2016)?
Deelvraag 2: Wat is de rol van de leerkracht tijdens het samenwerken?
Deelvraag 3: Welke cooperatieve werkvormen kan je inzetten tijdens het
samenwerken?
Deelvraag 4: Wat is de creatiespiraal en hoe kan je deze inzetten bij het
samenwerken?
Deelvraag 5: Welke vaardigheden zijn belangrijk bij samenwerken en hoe oefen
je deze?

Deelvraag 1
Wat is het verschil tussen samenwerken in de jaren ‘90 en nu (2016)
Het samenwerkend leren is sinds begin jaren ’90 bekend in Nederland. In Canada
en de VS werd deze activerende didactiek al eerder gebruikt.
Tegenwoordig wordt de instructiestrategie samenwerkend leren steeds meer
toegepast. De docenten gebruiken dan activerende werkvormen.
Samenwerkend leren stimuleert het bewerken van kennis, wat zorgt voor
effectief leren. Ook sociale en communicatieve vaardigheden spelen een
belangrijke rol. Ze leren niet alleen van de leerkracht maar ook van elkaar.
(Samenwerkend leren)
(Kerpel, 2014)

Deelvraag 2
Deskundigheid van docenten
Om kinderen goed te laten samenwerken zijn er verschillende docentenvaardigheden nodig.
De leerkracht moet goed kunnen coachen en coachende vragen kunnen stellen. In de
piramide van ‘denkenkunjeleren’ staan verschillende coachende vragen die je voorafgaand,
tijdens en na de les kunt stellen, waarbij samenwerken van belang is. Voorbeelden hiervan
zijn: ‘Vertel eens wat je precies wilt doen?, ‘Kom je verder op deze manier?’ en ‘Vind je dat
het plan van aanpak aangepast moet worden?’ Hij moet ook goed om kunnen gaan met de
bestaande omgangsvormen van de leerlingen. Dit zie je ook veel terug bij projectonderwijs.
Het samenwerken vergt een goede organisatie. (Nieuwenhuis, 2013)

 Leerkrachten OBS De Peppel vragen naar hun rol tijdens het samenwerken
Leerkrachten geven aan dat ze het belangrijk vinden dat kinderen leren samenwerken
en dat ze dit ook doen in de lessen. Mijn mentor geeft aan dat leerlingen bij haar
eigenlijk altijd samen mogen werken en naar het leerplein mogen gaan.
Hun rol hierbij is het begeleiden en kijken of het goed gaat. De leerkrachten lopen af en
toe een rondje langs de leerlingen en vragen dan ook hoe het gaat.

Conclusie
Wat is de rol van de leerkracht tijdens het samenwerken?
De leerkracht heeft tijdens het samenwerken een begeleidende en coachende rol. Als
leerkracht loop je rond en kies je niet één vaste plek. Om de kinderen te motiveren en te
stimuleren kun je coachende vragen stellen zoals: Je bent dus coach en begeleider.
(Tumult)

Deelvraag 3
Coöperatieve werkvormen in het basisonderwijs:
1. Denken – Delen – Uitwisselen
Leerkracht deel opdracht uit, leerlingen bedenken het antwoord (overleg in
tweetallen), antwoorden worden klassikaal uitgewisseld. De
samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen zijn: luisteren en informatie
uitwisselen.
2. Flitsen
Flitskaarten over de tafels. Heeft het kind het antwoord op de som goed dan
krijgt hij/zij het kaartje. Als hij/zij alle kaartjes heeft wisselen van rol (vragen
stellen/antwoorden geven). De samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen
zijn: hulp geven/vragen en wachten op elkaar.
3. Om-de-beurt
Leerkracht stelt een vraag, kinderen krijgen om de beurt de kans om een
antwoord te geven (vragen stellen waarbij meerdere antwoorden mogelijk zijn).
De samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen zijn: luisteren, evenredig
deelnemen.
4. Dobbelen
Dobbelen van de dobbelstenen, met de woorden op de dobbelstenen bedenk je
een vraag die groepsgenoten moeten beantwoorden. Klassikale nabespreking.
De samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen zijn: luisteren, op elkaar
wachten.
5. Duo’s
Leerkracht maakt duo’s. Ene leerling maakt een som, andere observeert (en
geeft hulp als dat nodig is). Klassikaal bespreken. De
samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen zijn: overleggen, aanmoedigen,
hulp geven/vragen en op elkaar wachten.
6. Imiteer
Leerkracht maakt groepjes van 4 leerlingen. In tweetallen tegenover elkaar, met
een wand ertussen. Tweetal maakt een ontwerp, de anderen mogen alleen
vragen stellen en maken ook een ontwerp. Zijn ze klaar vergelijken ze het
resultaat. De samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen zijn: luisteren en
aanwijzingen geven.

7. Interviews
Leerkracht maakt tweetallen en vertelt het onderwerp. Leerlingen interviewen
elkaar, daarna klassikale nabespreking. De samenwerkingsvaardigheden die aan
bod komen, zijn: vragen stellen, luisteren en samenvatten wat de ander heeft
verteld.
8. Woordenweb
Leerlingen maken in groepjes een woordweb over een onderwerp, De
samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen, zijn: luisteren, overleggen en
besluiten nemen. De tijdsduur is ongeveer vijftien minuten.
9. Brainstorm
Opdracht aan groepjes, verzinnen in snel tempo ideeën. Ze borduren voort op
elkaar ideeën.
De brainstorm is bruikbaar als oriëntatie of om de voorkennis te activeren. Deze
werkvorm is geschikt voor groep 3 tot en met 8. De samenwerkingsvaardigheden
die aan bod komen, zijn: luisteren en elkaar de kans geven om inbreng te
hebben.
10. Genummerde hoofden
Iedereen krijgt een nummer. Leerkracht geeft een opdracht, iedereen moet hier
antwoord op vinden. Vertellen om de beurt het antwoord aan de anderen,
overleggen wat het juiste antwoord is. De samenwerkingsvaardigheden die aan
bod komen, zijn: overleggen en overeenstemming bereiken.
11. Legpuzzel
Stof wordt verdeeld in groepen (stamgroepen), leekracht vertelt wat de uitkomst
is van het groepwerk. Ieder groepsnummer krijgt een nummer, nummers 1, 2
ect. gaan bij elkaar zitten (expertgroepjes). Zij verdiepen zich in de tekst, aan de
stamgroepen vertellen ze wat ze gevonden hebben. De
samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen, zijn: overleggen, luisteren en
uitleg geven.
12. Placemat
Ieder groepje krijgt een vel papier met een rechthoek erin, vanuit de hoeken
trekken ze lijnen naar de hoeken (ontstaan 4 vakken). Leerkracht geeft een
opdracht, iedere leerling schrijft in een vak zijn/haar ideeën en antwoorden.
Groep overlegd tot een gezamenlijk antwoord.
De samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen, zijn: luisteren, overleggen
en overeenstemming bereiken.

13. Puzzels
Ieder groepje krijgt een envelop met kaartjes met daarop tekst of plaatjes.
Leerlingen omschrijven wat er te lezen/zien is, de leerlingen moeten aan het eind
het verhaal kunnen vertellen. De samenwerkingsvaardigheden die aan bod
komen, zijn: luisteren en hulp geven/vragen.
14. Rotonde
Klas wordt verdeeld in groepjes, iedereen krijgt een opdracht. Ieder geeft hier
antwoord op, leerkracht vraagt aan het eind naar de groepsresultaten. De
samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen, zijn: luisteren en evenredig
deelnemen.
15. Binnencirkel – buitencirkel
De leerlingen vormen twee cirkels. Leerkracht stelt een vraag, binnencirkel geeft
antwoord en de buitencirkel luistert. Bij de nieuwe vraag geeft de buitencirkel
antwoord en luistert de binnencirkel enz. De samenwerkingsvaardigheden die
aan bod komen, zijn: luisteren en evenredig deelnemen.
16. Hoeken
In iedere hoek hangen stellingen, de leerlingen lopen naar de stelling waar ze het
mee eens zijn. Ze overleggen waarom ze daarvoor gekozen hebben. Daarna
gaan ze naar een hoek waar ze het niet mee eens zijn, ze beargumenteren dit.
Tot slotte gaat iedereen terug naar zijn/haar eerste hoek. Tijdens de klassikale
nabespreking vertelt ieder kind welke hoek hij/zij gekozen heeft en waarom. De
samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen, zijn: luisteren en samenvatten.
17. Wandel – Wissel uit
Iedereen loopt door het lokaal tot de leerkracht zegt: ‘Sta stil!’, dan stopt
iedereen.
Elke leerling vormt een duo met degene die het dichtst bij staat. De leerkracht
stelt een vraag, de duo’s wisselen hun antwoorden uit De
samenwerkingsvaardigheden die aan bod komen, zijn: luisteren en informatie
uitwisselen.

Conclusie
Coöperatieve werkvormen zijn werkvormen die worden ingezet bij het
coöperatief leren en werken. Er zijn in totaal zeventien werkvormen. Deze
werkvormen stimuleren het samenwerken en verbeteren sociale vaardigheden
zoals luisteren, hulp geven, overleggen en aanmoedigen.
De werkvormen kunnen op verschillende momenten van de les ingezet worden,
bijvoorbeeld om voorkennis te activeren, als verwerkingsactiviteit of als
reflectieopdracht.
Sommige werkvormen zijn alleen geschikt voor bepaalde leeftijdsgroepen,
andere werkvormen kunnen van groep 1 tot en met groep 8 ingezet worden.
(Nieuwenhuis, 2013)
(wij-leren.nl, http://wij-leren.nl/cooperatieve-werkvormen-artikel.php)
(wij-leren.nl, http://wij-leren.nl/cooperatieve-werkvormen.php)
(sterkebegeleiding.nl)

Deelvraag 4

Marinus Knoope

Wat houdt de creatiespiraal in?
In de creatiespiraal zitten 12 stappen verwerkt waarbij leerling mee aan de slag
kunnen, dit kunnen leerlingen gebruiken bij een project. Mensen beschikken over
kwaliteiten die ze nodig hebben om hun eigen wensen en verlangens te kunnen
realiseren. Hierbij kunnen ze gebruik maken van de twaalf stappen.
- Wensen
Je hebt een wens nodig, een eigen wens of een gedeelde wens. Een wens is positief
geformuleerd en je wordt er enthousiast van.
- Verbeelden
Je gaat visualiseren hoe het eindresultaat van jouw wens eruit ziet. Dit beeld
schetsen doe je in je hoofd op teken je. Belangrijk hierbij is om aandacht bij een
zichtbaar eindresultaat te houden, de weg er naar toe hoef je nog niet te
visualiseren.
- Geloven
Voordat je verder gaat met je wens is het belangrijk dat je erin gaat geloven. Als je er
zelf of in het groepje niet in gelooft dan moet je goed kijken waarom je of jullie
twijfelen. Besef dat je gebruik kan maken van elkaar kwaliteiten.
- Uiten
Zet je enthousiasme en geloof in dat je de wens gaat vervullen, en uit je wens. Hoe
enthousiaster je bent, hoe sterker de boodschap is. Mensen die enthousiast zijn over
de wens kun je erbij betrekken.
- Netwerken
De kunst is om gebruik te maken van elkaars kwaliteiten. Omring jezelf met mensen
die je kunnen helpen. De kunst is om niet alles zelf te kunnen maar hulp zoeken en
gebruik maken van elkaar kwaliteiten.

- Plannen
Plannen speelt zich af precies op de grens tussen fantasie en realiteit. Je plant hoe
jullie werkstuk gerealiseerd kun worden. Maak een planning!
- Beslissen
Dit is de belangrijkste stap, als jij beslist om het te realiseren dan kun je niet meer
terug. Door de vorige stappen heb je genoeg aandacht besteed naar de uitvoering
dan groei je naar deze stap toe.
- Handelen
Nu is het echte werk begonnen. Je handelt, je zet alles in. Je ontdekt, gebruikt en
ontwikkelt samen met je partners je eigen talenten
- Volharden
Je hebt je heel god voorbereid maar toch blijken er in de praktijk onverwachte
problemen te overwinnen. Het duurt langer dat je gedacht had. Vallen en weer
opstaan. Tijdens het volharden is het de stap waarin je geloof op de proef wordt
gesteld.
- Ontvangen
Dit is voor velen de moeilijkste stap in het hele scheppingsproces. Geniet van jullie
succes. Ontvang de complimenten en geef ze door.
- Waarderen
In deze stap kijk je ook naar de punten die zijn blijven liggen. Dit is een evaluatie op
jullie proces: hebben jullie nu gekregen wat je werkelijk wenste? Hoe ging de
samenwerking?
- Ontspannen
Een tijd tot ontspanning maakt ruimte voor nieuwe wensen. Het hele creatieproces
begint weer van voren af aan. De cyclus is rond.
(Knoop, 2016)

Gesprek Berdien v/d Werf
Ik heb een gesprek gehad met Berdien v/d Werf. Zij is schoolopleider van
basisschool de Widerode te wierden. Op de Widerode maken ze gebruik van
projectgroepen, in deze projectgroepen werken ze met de creatiespiraal. In een
projectgroep zitten leerlingen die meer uitdaging zoeken buiten de klas. Zij moeten
wel gewoon het werk in de klas afhebben, ze hebben daarnaast extra uitdaging. Ik
heb Berdien een aantal vragen gesteld wat van toepassing is voor ons onderzoek.
- Is dit model toepasbaar voor het samenwerken?
Dit model is zeker van toepassing tijdens het samenwerken. Wel moet je kijken naar
het doel/ de wens omdat je wel samen 1 wens moet delen. Je kunt samen een wens
in gedachten hebben die bestaat uit een werkstuk maar je kunt ook als wens
aannemen ‘ik wil graag leren samenwerken met persoon 1’. Daarnaast maak je ook
gebruik van andere personen tijdens het individuele proces want je kunt niet alles
zelf doen. Dit stukje is voor veel leerlingen uit de projectgroep erg lastig. Ze vinden
het lastig om dingen uit handen te geven, wat juist heel belangrijk is in de
creatiespiraal. Gebruik maken van elkaar talenten!
- Wat is jouw rol als leerkracht?
Je rol als leerkracht is coachen. Leerlingen moeten het ultieme plaatje schetsen over
hun wens en hierbij help jij hun door het stellen van gerichte vragen. Wat het beeld in
hun hoofd moet ook werkelijk kunnen worden. Op school hebben we niet alle
materialen dus niet alles is mogelijk.
Voorbeeld: Sommige leerlingen willen een boek maken, net zoals een écht boek met
een kaft en de bladzijden gelijmd aan de rug. Dit is niet mogelijk op school en dit
moet je heel duidelijk communiceren want anders klopt het plaatje in hun hoofd niet.
Kan je wens niet werkelijkheid worden. Leerlingen hebben een groot onderwerp in
hun gedachten, dit moet je trechteren zodat je tot 1 gerichte wens komt. Jij als coach
bepaald niet wat zij gaan maken.
- Komen er bijzondere werkstukken uit?
Nee, het gaat erom dat leerlingen trots op zichzelf kunnen zijn. Het doel van de
projectgroep is dat leerlingen hun wens kunnen realiseren, niet dat ze de meest
bijzondere werkstukken maken.
- Wat is de meerwaarde van de creatiespiraal?
Je kunt het overal voor gebruiken: voor een werkstuk, wensen om vriendjes te
maken, kinderen uitnodigen, spreekbeurt geven. Je lokt leerlingen uit de tent om
inzicht en antwoorden te geven.
De grootste meerwaarde is inzicht krijgen in het eigen handelen en eigenaar te
maken van je eigen of gezamenlijke leerproces. Elk kind kan met zijn eigen
vermogen een wens maken en realiseren.
- Wat is de koppeling met de 21th century skills?
Bijna alle vaardigheden zitten erin: communiceren, vragen stellen, reflecteren,
verbindingen leggen, plannen, onderzoeken en eigen verantwoordelijkheid.
(Werf, 2016)

Conclusie
Een creatiespiraal is ontworpen door Marius Knoop. Het is bedoelt om leerlingen te
laten nadenken over een leerproces. In de creatiespiraal zitten 12 stappen verwerkt
waarmee ze aan de slag kunnen. Ze moeten elke stap nauwkeurig volgen,
uitwerking zie ‘Wat houdt de creatiespiraal in?’
Je kunt de creatiespiraal inzetten voor uiteenlopende ‘wensen’. Dit kunnen ook
gezamenlijke wensen zijn of het kan een wens zijn om te leren samenwerken. De rol
van de leerkracht is coachend.
De creatiespiraal is een onderdeel van 21th century skills. Bij de creatiespiraal
worden de volgende vaardigheden hanteert: communiceren, vragen stellen,
reflecteren, verbindingen leggen, plannen, onderzoeken en eigen
verantwoordelijkheid.
Koppeling tekenles:
Je kunt de creatiespiraal inzetten om een goed product te ontwikkelen. De leerlingen
hebben hun eigen of gezamenlijke tekenwens in gedachte en realiseren dit d.m.v. de
creatiespiraal

Deelvraag 5
21st century skills in het onderwijs
Bij deze vaardigheid wordt uitgegaan van leerarrangementen waarin leerlingen
samenwerken. Hierbij kan worden gedacht aan samenwerking tussen
medeleerlingen, maar ook met medeleerlingen en/of volwassenen buiten het
klaslokaal of de school. De nadruk bij deze vaardigheid ligt met name op de
kwaliteit van samenwerking. Hoge niveaus van samenwerking worden bereikt
wanneer leerlingen gedeelde verantwoordelijkheid voor het werk hebben.
Leerlingen leren hierdoor belangrijke samenwerkingsvaardigheden als
onderhandelen, taken verdelen, luisteren naar ideeën en kennis van anderen, en
integratie van kennis in een samenhangend geheel. Leerlingen hebben elkaar
nodig om tot een product te komen. Samenwerken kan plaatsvinden door middel
van face-to-face interactie of met behulp van technologie voor het delen van
ideeën of middelen. (Oetelaar, 2012)

21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend
onderwijs
Bij samenwerken gaat het om het gezamenlijk realiseren van een doel en
anderen daarbij kunnen aanvullen en ondersteunen. Meer specifiek gaat het om:
• verschillende rollen bij jezelf en anderen (h)erkennen ;
• hulp kunnen vragen, geven en ontvangen;
• een positieve en open houding ten aanzien van andere ideeën;
• respect voor culturele verschillen;
• kunnen onderhandelen en afspraken maken met anderen in een team;
• kunnen functioneren in heterogene groepen;
• effectief kunnen communiceren.
(Thijs, 2014)

Conclusie
De deelvraag die ik d.m.v. dit onderzoek heb beantwoord is:
Welke vaardigheden zijn belangrijk bij samenwerken en hoe oefen je
deze?
Zoals te zien in de theorie hierboven zijn de volgende vaardigheden belangrijk:
- Verschillende rollen bij jezelf en anderen (h)erkennen
- Hulp kunnen vragen, geven en ontvangen
- Een positieve en open houding ten aanzien van andere ideeën hebben
- Respect voor culturele verschillen hebben
- Kunnen onderhandelen en afspraken maken met anderen in een team
- Kunnen functioneren in heterogene groepen
- Effectief kunnen communiceren
Deze vaardigheden worden bevorderd door leerlingen gedeelde
verantwoordelijkheid te geven. Hierbij ligt het accent op kwaliteit en niet op
kwantiteit.

Conclusie
Na het onderzoeken van de vijf deelvragen kunnen wij onze hoofdvraag nu
beantwoorden.
Wat wordt er bedoeld met samenwerken binnen 21st century skills?
Vroeger werd er in vergelijking met nu veel minder aandacht besteed aan
samenwerken, in landen zoals Canada al wel. Doordat er in de afgelopen twintig
jaar een technologische revolutie is geweest zijn er veel mogelijkheden bij
gekomen om te communiceren, oftwel een communicatie revolutie. Door deze
revolutie is het belang van goede samenwerking van groot belang aangezien er
tegenwoordig meer gecommuniceerd wordt dan ooit te voren.
Om samenwerking tussen leerlingen te bevorderen kan de leerkracht
verschillende werkvormen inzetten, bijvoorbeeld coöperatieve werkvormen. Dit
vraagt niet alleen een andere manier van werken van de leerlingen, maar ook
van de leerkrachten. De leerkrachten zal meer in een coachende rol zitten en
minder in de overdracht van informatie. De leerkracht kan bijvoordbeeld de
creatiespiraal inzetten.
Deze manier van lesgeven vraagt heel wat anders van leerkrachten dan eerst,
daarom is het belangrijk dat de leerkrachten met cursussen of studiedagen
worden bijgeschoold. De leerkracht zal andere vaardigheden bij de leerlingen
moeten ontwikkelen dan voorheen, bijvoorbeeld:
- Verschillende rollen bij jezelf en anderen (h)erkennen
- Hulp kunnen vragen, geven en ontvangen
- Een positieve en open houding ten aanzien van andere ideeën hebben
- Respect voor culturele verschillen hebben
- Kunnen onderhandelen en afspraken maken met anderen in een team
- Kunnen functioneren in heterogene groepen
- Effectief kunnen communiceren

Onderzoek middelbare scholen
Naar veel middelbare scholen hebben wij een mail gestuurd met daarin de vraag
of zij een enquete willen invullen over de inzet van de 21st century skills. Helaas
hebben wij slechts enkele reacties gehad op deze mail. Deze reacties waren niet
responsief voor ons onderzoek.
Hieronder de mail die wij verzonden hebben:

Bibliografie
Kerpel, A. (2014). coöperatief leren. Opgeroepen op 03 2016, van wij-leren.nl:
http://wij-leren.nl/cooperatief-leren-artikel.php
Knoop, M. (2016, januari 1). +theorie. Opgeroepen op maart 16, 2016, van
creatiespiraal: http://www.decreatiespiraal.nl/theorie/
Nieuwenhuis, M. (2013, mei 23). Opgeroepen op februari 2016, van Tumult:
https://www.tumult.nl/21st-century-skill-samenwerken/
Oetelaar, F. v. (2012, augustus).
http://www.21stcenturyskills.nl/download/Whitepaper_21st_Century_Skills_
in_het_onderwijs.pdf. Opgeroepen op februari 23, 2016, van
http://www.21stcenturyskills.nl/download/Whitepaper_21st_Century_Skills_
in_het_onderwijs.pdf:
http://www.21stcenturyskills.nl/download/Whitepaper_21st_Century_Skills_
in_het_onderwijs.pdf
Samenwerkend leren. (sd). Opgeroepen op 03 2016, van samenwerkend leren:
https://samenwerkend-leren.wikispaces.com/samenwerkend+leren
sterkebegeleiding.nl. (sd).
http://sterkebegeleiding.nl/diensten/teambegeleiding/cooperatievewerkvormen/. Opgeroepen op 2016, van
http://sterkebegeleiding.nl/diensten/teambegeleiding/cooperatievewerkvormen/:
http://sterkebegeleiding.nl/diensten/teambegeleiding/cooperatievewerkvormen/
Thijs, A. F. (2014). 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het
funderend onderwijs. Enschede: SLO.
Tumult. (sd). https://www.tumult.nl/21st-century-skill-samenwerken/. Opgeroepen
op 2016, van https://www.tumult.nl/21st-century-skill-samenwerken/:
https://www.tumult.nl/21st-century-skill-samenwerken/
Werf, B. v. (2016, februari 26). Creatiespiraal. (I. Siebum, Interviewer)
wij-leren.nl. (sd). http://wij-leren.nl/cooperatieve-werkvormen.php. Opgeroepen
op 2016, van http://wij-leren.nl/cooperatieve-werkvormen.php: http://wijleren.nl/cooperatieve-werkvormen.php
wij-leren.nl. (sd). http://wij-leren.nl/cooperatieve-werkvormen-artikel.php.
Opgeroepen op 2016, van http://wij-leren.nl/cooperatieve-werkvormenartikel.php: http://wij-leren.nl/cooperatieve-werkvormen-artikel.php