You are on page 1of 8

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Student(e)
Marit van der Heijden
Klas
PEH15VB
Stageschool Toermalijn
Plaats
Bladel
Vak- vormingsgebied: Natuur en techniek
Speelwerkthema / onderwerp: zaaien (moestuintjes)

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Annemieke Cijffers
14-03-2016
1/2 c
30 lln

Persoonlijk leerdoel:
- Ik kan tijdens de les de tijd bewaken, zodat de les goed volgens schema loopt. Dit doe ik door regelmatig op de klok te kijken en door niet te lang over een
onderwerp door te praten.
- Ik pas in de grote groep effectieve leraar communicatie toe, met name grote gebaren, stem, mimiek, lichaamshouding, oogcontact, positie in de groep.
Lesdoel(en):
- De leerlingen kennen aan het einde van de les de onderdelen van
een plant: bloem, stengel, blad en wortel
- De leerlingen zien na een/twee weken de zaadjes ontkiemen. Aan
het eind van deze les kunnen de kinderen vertellen wat ontkiemen
is.
- De leerlingen leren het woord akkerbouw en kunnen aan het eind
van de les dit begrip uitleggen.
- De leerlingen weten aan het einde van de les dat plantjes voeding
nodig hebben: water, voedingstoffen in potgrond.
- De leerlingen leren in de komende weken dat ze de plantjes
moeten verzorgen.

Evaluatie van lesdoelen:
- Na het zaaien kijken we nog een keer terug naar de onderdelen van de plant en
vraag ik de leerlingen of ze het nog kunnen benoemen.
- Na het zaaien vraag ik of iemand nog weet wat ontkiemen is.
- Na het zaaien: wat is akkerbouw ook al weer?
- Na het zaaien vraag ik of de plantjes nu alle voeding hebben. En als dat niet zo
is, wat moeten ze dan nog hebben?
- We bespreken elke week kort hoe het verzorgen van de plantjes is gegaan.

Beginsituatie:
Didactisch:
Voorkennis en –kunde/bekendheid instrumentarium:
De leerlingen in groep twee hebben wel al eens gezaaid. De leerlingen uit groep 0 en 1 op school niet. Misschien hebben ze thuis al wel een keer met hun ouders
gezaaid. De meeste leerlingen zullen wel enkele onderdelen van de plant kennen, maar niet allemaal. Ze weten niet wat ontkiemen en akkerbouw is. Er zullen ook
leerlingen zijn, die niet weten hoe je zaadjes moet zaaien en hoe je een plantje moet verzorgen.
Te verwachten betrokkenheid:
Ik verwacht dat de leerlingen erg betrokken zullen zijn bij deze les, omdat ze in deze les allemaal hun eigen plantje kunnen zaaien en mee naar huis mogen nemen. Ik
denk wel dat de leerlingen misschien zo enthousiast zullen zijn, dat het druk wordt en ik ervoor moet zorgen dat ik de klas onder controle heb.
Relevante actualiteit:
De activiteit sluit het aan bij de belevingswereld, omdat ze in de ochtend naar de boerderij zijn geweest en ik daar op door kan gaan met mijn les. Ook is het thema in
de klas op dit moment “boerderij”.
Pedagogisch:
De klas is erg druk en bestaat uit individuen. Dit uit zich in onrust tijdens de les. De leerlingen kletsen met elkaar en blijven niet van elkaar af. Om deze les toch op een
goede manier te laten verlopen, heb ik besloten om de afspraken goed te bespreken en om consequent te zijn. Ook weten de kinderen vaak niet goed hoe ze zich in
een bepaalde situatie moeten gedragen. Door de afspraken probeer de kinderen te sturen hoe ze zich moeten gedragen.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen
Leraar 

Leeractiviteit
 leergedrag leerling(en)

Materialen / Organisatie

5-10 min

Introductiefa
se

-

-

-

15 min per
groepje (3
x 15 min)

Kern

-

-

Ik open de les met een gesprek:
Vanochtend hebben we een boer
gezien met dieren. Welke dieren
hebben we gezien? Maar boeren
kunnen ook plantjes hebben, groente
en fruit. Wie weet wat een boer kan
hebben aan groente en fruit. Dit
noemen we akkerbouw. Ik pak een
plaatje van een akker erbij en ik leg uit
wat het is. Wij gaan vandaag ook
zaaien, maar dan niet op een akker
maar in een potje.
Ik de zak met potgrond in het midden
van de kring samen met de zaadjes in
potjes. Wie wil er even voelen?
Ondertussen laat ik de zaadjes rond
gaan in de kring. We praten over de
verschillen tussen de zaadjes.
Nu wordt de opdracht uitgelegd. Zo
meteen gaan we zaaien in groepjes van
10 in de aula. Maar we gaan eerst even
kijken naar een hoe een plantje in
elkaar zit. (Plaatje onderdelen plant) En
het begrip ontkiemen wordt uitgelegd.
(Plaatje cyclus.) En daarna welke
voeding een plantje nodig heeft.
Ik ga in de aula zaaien met 10
leerlingen tegelijk. Moestuintjes liggen
klaar. Ik hou een tuintje omhoog en ik
zeg welke het is. Wie wil …? Ik geef
instructie tijdens het zaaien.
Na het zaaien: hebben de plantjes alle
voeding? Nee, ze hebben nog water
nodig.
Jullie mogen je eigen bakje mee naar
huis nemen.

-

-

De leerlingen reageren op mijn vragen door een
stille vinger op te steken.
De leerlingen komen met een paar tegelijk, voelen
in de zak met potgrond. Ze kloppen hun handen
boven de zak af, of wassen eventueel hun handen.
De leerlingen gaan weer terug op hun plek zitten.
De leerlingen kijken mee naar de plaatjes op het
bord en beantwoorden/stellen vragen.

-

De leerlingen gaan in groepjes van 8 zaaien in de
aula.
De leerlingen kiezen een moestuintje.
De leerlingen voeren tegelijk met mij de stappen uit.
(beetje potgrond, zaadjes, weer een beetje
potgrond).
De leerlingen beantwoorden die vraag over de
voeding.

-

-

-

De leerlingen
zitten in de kring
Een zak potgrond
Zaadjes in bakjes
Presentatie gynzy
met plaatjes

De leerlingen
komen in groepjes
van 10 naar de
aula
Potgrond
Zaadjes
Bakjes
Gieters
Water

15 min

Slot

-

-

Wat hebben wij allemaal geleerd over
het zaaien? Ik bespreek nog een keer
de onderdelen van de plant, akkerbouw
en ontkiemen. Wie gaan de plantjes in
de klas verzorgen? De bofkleuters?
Twee dagen in de week water geven.
Dinsdag en donderdag.
Ik vertel al laatste dat ik ook wil
bijhouden hoe hard de plantjes groeien.
Ik vraag aan de kinderen of ze daar een
idee voor hebben.

-

De leerlingen beantwoorden opnieuw de vragen
over onderdelen van een plant, akkerbouw en
ontkiemen.
De leerlingen luisteren hoe de plantjes verzorgt
moeten worden.
De leerlingen komen met ideeën om de groei van de
plantjes bij te houden.

-

De leerlingen
zitten in de kring
Presentatie gynzy

Persoonlijke reflectie
Wat wilde ik leren?
Persoonlijke doelen: In deze les pas ik in de grote groep effectieve leraar communicatie toe, met name grote gebaren, stem, mimiek,
lichaamshouding, oogcontact, positie in de groep. Ik kan tijdens de les de tijd bewaken, zodat de les goed volgens schema loopt. Dit doe ik
door regelmatig op de klok te kijken en door niet te lang over een onderwerp door te praten.
Wat deed ik?
In deze les heb ik vooral tijdens de instructie geprobeerd om in de grote groep effectieve leraar communicatie toe te passen. De introductie
was nl. met een terugkoppeling naar de boerderij en daarbij vond ik het heel belangrijk om gebruik te maken van gebaren, stem, mimiek,
lichaamshouding, oogcontact en positie in de groep. Ook was interactie met de groep heel belangrijk, dit was goed gegaan. De kinderen
waren betrokken, gaven antwoorden en vertelde verhalen. Ik vind ook dat het mij deze les goed gelukt is, om de tijd te bewaken. Tijdens
mijn les heb ik de klok in de gaten gehouden.
Welke betekenis heeft het voorgaande voor mij?
Ik denk dat deze ervaring een positieve invloed uitoefent op het proces van persoonlijk leerdoel. Ik ben erg blij dat het me lukte om tijdens
de les te denken aan mijn persoonlijk doel. Voorheen had ik moeite om naast de inhoudelijk les, ook bezig te zijn met mijn persoonlijk
leerdoel. Het is ook fijn dat mijn werkplekbegeleider aangeeft, dat ze hier verbetering in ziet. Hier put ik positieve kracht uit.
Waar sta ik nu met betrekking tot:

Ik denk dat ik in deze groep op een goede manier effectieve leraar communicatie kan toepassen. Dit ervaar ik zelf, maar ook mijn
werkplekbegeleider geeft dit aan. De tijd bewaken gaat ook steeds beter, maar hier valt nog wat te behalen.
Hoe nu verder?
Ik denk dat ik het doel “tijd bewaken” nog meer eigen kan maken door een aantal lessen meer te geven met dit persoonlijk leerdoel in de
hoofdrol. Hiermee hoop ik dit leerdoel te kunnen automatiseren, zodat ik hier niet bewust meer mee bezig hoef te zijn. Het doel “effectieve
leraar communicatie” hoop ik hiermee af te ronden, zodat ik aan andere doelen kan werken. Mocht ik merken dat deze vaardigheid
wegzakt, zal ik hier opnieuw aandacht aan geven.

Verantwoording
Welke keuze(s) heb je in dit opzicht gemaakt?
B1. Leerdoelen stellen

o

3.4 passend leerinhouden
vanuit leerlijnen

o

3.11 Leerprocessen
observeren en registreren
o
o

De leerlingen kennen aan het einde van de
les de onderdelen van een plant: bloem,
stengel, blad en wortel
De leerlingen zien na een/twee weken de
zaadjes ontkiemen. Aan het eind van deze
les kunnen de kinderen vertellen wat
ontkiemen is.
De leerlingen leren het woord akkerbouw en
kunnen aan het eind van de les dit begrip
uitleggen.
De leerlingen weten aan het einde van de les

Waarom heb je deze keuze(s) gemaakt?
Ik heb gekozen voor deze leerdoelen omdat deze
aansluiten bij het kerndoel en de leerlijn van natuur:
kerndoel 40 (tule.slo)
De leerlingen leren in de eigen omgeving veel
voorkomende planten en dieren onderscheiden en
benoemen en leren hoe ze functioneren in hun
leefomgeving.
kerndoel 41 (tule.slo)
De leerlingen leren over de bouw van planten, dieren en

B3. Leeractiviteiten
begeleiden
2.6 Samenwerking,
zelfredzaamheid

dat plantjes voeding nodig hebben: water,
voedingstoffen in potgrond.
o De leerlingen leren in de komende weken dat
ze de plantjes moeten verzorgen.
In deze les heb ik gekozen voor deze coöperatieve
werkvormen, die vooral gericht zijn op de samenwerking,
maar vooral de zelfredzaamheid.
Werkvorm 1: Kringgesprek
Werkvorm 2: Zaaien in groepjes

A3. Leiding geven aan het
groepsproces

Voor het zaaien heb ik vooraf groepen gemaakt.

1.1 zicht op groepjes
leerlingen
1.3 effectieve
leerkrachtcommunicatie
A4. Interactie aangaan met
de groep

mensen en over de vorm en functie van hun onderdelen.

Deze werkvormen heb ik ingezet om de samenwerking en
de zelfredzaamheid van de kinderen te stimuleren. Ik heb
ook als doel in mijn overdenking staan, dat ik wil werken
aan het samenwerken en het samenwerken met andere
kinderen. Bij de tweede werkvorm komen deze aspecten
voor. De kinderen zaaien met mij in de aula in groepjes van
10 kinderen. Hierbij zaait elk kind zijn eigen zaadje  dit
zorgt ervoor dat het kind zelf moeten opletten en luisteren
naar mijn instructie, zodat hij/zij daarna zelfstandig kan
zaaien.
Deze groepen zijn gebaseerd op de resultaten van de
sociogram en op de karakters van de kinderen. Ik heb
ervoor gezorgd dat de kinderen bij iemand in de groep
zitten, waarvan ze hebben aangegeven daar goed mee te
kunnen samenwerken. Daarnaast heb ik gekeken dat de
groep verschillende karakters bevat, zodat het voor mij
makkelijker was om het te begeleiden.

In deze les ben ik begonnen met een actief kringgesprek
met de kinderen, waarbij ze informatie op verschillende
manieren ervaren. Kijken, luisteren, voelen, verwoorden.

Ik heb gekozen voor een actief kringgesprek als introductie,
omdat dit goed past bij stap 1 en 2 het 5-stappenplan van
natuur en techniek.
Stap 1: er komt iets binnen  ik pak terug op het bezoek
aan de boerderij, dit heb ik ondersteund met plaatjes.
Stap 2: vrije exploratie  de kinderen mogen in groepjes
voelen in de aarde en ondertussen gaan bekers met
verschillende zaadjes rond in de klas.
(Vaan, de en Marell, 2012)

Aan het eind van de les het ik de doelen met de kinderen
geëvalueerd door weer in de kring te gaan zitten. We
hebben toen de informatie van de inleiding herhaald en
gecheckt.

Ik heb er voor gekozen om op deze manier te evalueren,
omdat ik op dezelfde manier de les ben gestart. Met
dezelfde informatie en afbeeldingen. Op deze manier hoop
ik dat de kinderen de informatie gemakkelijk kunnen
terughalen en in eigen woorden kunnen vertellen. Een

3.13 feedback aan leerlingen

B2 Leeractiviteiten
ontwerpen
3.6 werkvormen en
groeperingsvormen

In deze les heb ik twee verschillende werkvormen
gehanteerd en heb ik de les opgebouwd zoals het 5stappenplan beschrijft. De werkvormen heb ik bij kritische
handeling B3 al besproken.

meisje heeft bijvoorbeeld de cyclus van een plant helemaal
zelf aan de klas uitgelegd in haar eigen woorden.
Volgens van de Steeg (2012), is de laatste trede van de
piramide van Bales de beste manier om te leren  het
vertellen/uitleggen aan een ander.
Ik heb er voor gekozen om het 5-stappenplan te hanteren in
deze les, omdat wij dit vanuit de natuurlessen aangereikt
hebben gekregen en omdat ik vind dat ik hiermee mezelf
een goede structuur voor een natuurles kan aanleren.
5-stappenplan

4.5 leeromgeving inrichten

De leeromgeving inrichten: ik had de materialen klaar
staan voor aanvang van de les.

A1 Bespreken van en
omgaan met regels
2.1 fysiek en sociaalemotioneel veilige
leeromgeving

Afspraken: De kinderen weten dat ze een stille vinger
moeten opsteken als ze iets willen zeggen. De kinderen
weten dat ze niet door mij of elkaar heen mogen praten.

Stap 1: er komt iets binnen  ik pak terug op het bezoek
aan de boerderij, dit heb ik ondersteund met plaatjes.
Stap 2: vrije exploratie  de kinderen mogen in groepjes
voelen in de aarde en ondertussen gaan bekers met
verschillende zaadjes rond in de klas.
Stap 3: gericht ontdekken  de kinderen zaaien hun eigen
zaadjes.
Stap 4: vertel het aan elkaar  de kinderen vertellen aan
elkaar in de kring wat ze nog weten van de introductie.
Stap 5: aanvulling leerkracht  ik vertel de kinderen hoe ze
de plantjes de komende weken gaan verzorgen.
(Vaan, de en Marell, 2012)
Ik heb er voor gekozen om de materialen van te voren klaar
te zetten, omdat dit voor mij rust geeft wanneer ik begin aan
de les. Ook is het erg handig, omdat je op het moment van
de les de kinderen niet alleen hoeft te laten om materialen
te gaan pakken.
Ik heb gekozen voor deze afspraken, omdat ik wil dat de
kinderen begrijpen wat wel en niet kan tijdens het
kringgesprek en welk gedrag dan juist is. Dit doel staat ook
in mijn overdenking. Doel overdenking: De klas gaat in
periode 3 leren hoe je je in bepaalde situaties moet
gedragen en hoe je omgaat met andere kinderen in de klas.

De regels heb ik al een aantal lessen herhaal en het gaat
steeds beter. Wanneer de regels niet worden nageleefd,
geef ik de betreffende kinderen geen beurt en benoem
waarom ik dat doe.

Literatuurlijst
-

Vaan, de E. en Marell, J. (2012). Praktische didactiek voor natuuronderwijs. Bussum: Coutinho.
Steeg e.v. Witteman, van de P. (2012). Waarom moeilijk doen als het samen kan? Masterscriptie. Fontys
Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Verkregen op 13 april 2016, via: http://tule.slo.nl/OrientatieOpJezelfEnWereld/F-KDOrientatieJezelfEnWereld.html