You are on page 1of 7

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Student(e)
Marit van der Heijden
Klas
PEH15VB
Stageschool Toermalijn
Plaats
Bladel
Vak- vormingsgebied: geschiedenis/ cultureel erfgoed
Speelwerkthema / onderwerp: boerderijen

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Annemieke Cijffers
14-03-2016
2c
30 lln

Persoonlijk leerdoel:
- Ik kan tijdens de les de tijd bewaken, zodat de les goed volgens schema loopt. Dit doe ik door regelmatig op de klok te kijken en door niet te lang over een
onderwerp door te praten.
- Ik pas in de grote groep effectieve leraar communicatie toe, met name grote gebaren, stem, mimiek, lichaamshouding, oogcontact, positie in de groep.
Lesdoel(en):
- De leerlingen kunnen onderlinge relaties leggen tussen en
volgordes in tijdsbegrippen: heel lang geleden, iets minder lang
geleden, nu.
- De leerlingen leren om samen te werken.

Evaluatie van lesdoelen:
- De volgordes worden gecontroleerd wanneer de groepjes klaar zijn.
- Aan de hand van de praatplaat worden enkele aspecten nog een keer extra
gecontroleerd. (met de hand melken, tractor)

Beginsituatie:
Didactisch:
Voorkennis en –kunde/bekendheid instrumentarium:
De leerlingen hebben geen methode voor geschiedenis. Ze werken wel aan tijdsbesef: elke dag bespreken ze de dagen van de week, de datum en het weer met
pompom. Dit is een algemene kleutermethode, die wordt ingezet bij bijvoorbeeld: fruit eten, opruimen en tijdsbesef (dagen). Een paar maanden geleden zijn ze ook
naar het Eicha museum in Bergeijk geweest. Dit met betrekking tot cultureel erfgoed.
Te verwachten betrokkenheid:
Ik verwacht dat de leerlingen erg betrokken zullen zijn bij deze les, omdat ze in groepjes mogen werken. Dit vonden ze eerder bij een rekenles ook heel leuk om te
doen. Vorige keer was het wel erg druk in de groepjes, dus ik moet ervoor zorgen dat het deze keer iets rustiger verloopt.
Relevante actualiteit:
De activiteit sluit het aan bij de belevingswereld, omdat ze in de ochtend naar de boerderij zijn geweest en ik daar op door kan gaan met mijn les. Ook is het thema in
de klas op dit moment “boerderij”.
Pedagogisch:
De klas is erg druk en bestaat uit individuen. Dit uit zich in onrust tijdens de les. De leerlingen kletsen met elkaar en blijven niet van elkaar af. Om deze les toch op een
goede manier te laten verlopen, heb ik besloten om de afspraken goed te bespreken en om consequent te zijn. Ook weten de kinderen vaak niet goed hoe ze zich in
een bepaalde situatie moeten gedragen. Door de afspraken probeer de kinderen te sturen hoe ze zich moeten gedragen.
Lesverloop
Tijd
10 min

Leerinhoud Didactische handelingen
Leeractiviteit
Leraar 
 leergedrag leerling(en)
Introductie
- Ik zet de praatplaat van de boerderij
- De leerlingen beantwoorden de vragen door een
praatplaat
klaar. We praten over de boerderij van
stille vinger op te steken.
hendrik. Wat hebben we vandaag bij
hendrik gezien wat ook op de praatplaat
staat? Daarna stel ik vragen: hoeveel
koeien zie je? Wat heeft de boer aan?
Wat zou er in de emmers van de boer
zitten? In hoeveel vakjes is de tuin
verdeeld? Waar zie je een tractor? Wat
kun je daarmee doen?

Materialen / Organisatie
-

Praatplaat
boerderij
De leerlingen
zitten in de kring

15 min

Kern

-

-

5 min

slot

-

-

De leerlingen worden verdeeld in
groepjes van 3. Ik leg uit dat we
plaatjes in de goede volgorde gaan
leggen. Ik bespreek alle plaatjes eerst.
Wat is er op te zien? Daarna krijgt elk
groepje 3 kaarten die ze op de goede
volgorde moeten leggen. Van heel lang
geleden naar nu. Onderwerpen kaarten:
koeien melken, gebouw boerderij,
kleren boeren, gereedschap land
bewerken.
Als je klaar bent met je groepje steekt
het hele groepje en stille vinger op en
dan kom ik het controleren. We
wisselen door totdat elk groepje alle
kaarten heeft gehad.
(als het te moeilijk is om in de groepjes
te doen, gaan we klassikaal verder)
We kijken weer terug naar de
praatplaat. We hadden gezegd dat de
boer melk in de emmers bij had? Hoort
dat bij heel lang geleden of bij nu?
Hoort de tractor bij heel lang geleden of
bij nu?
Hoe is het samenwerken gegaan?

-

-

De leerlingen zitten in de kring en gaan daarna in
een groepje van 3 zitten.
De leerlingen leggen samen de goede volgorde.
De leerlingen steken een stille vinger op als ze klaar
zijn.

-

Kaarten boerderij
De leerlingen
zitten in groepjes
in de kring.

De leerlingen beantwoorden de vragen door een
stille vinger op te steken.

-

Praatplaat
boerderij
De leerlingen
zitten in de kring

-

Persoonlijke reflectie
Wat wilde ik leren?
Ik kan tijdens de les de tijd bewaken, zodat de les goed volgens schema loopt. Dit doe ik door regelmatig op de klok te kijken en door niet
te lang over een onderwerp door te praten.
Ik pas in de grote groep effectieve leraar communicatie toe, met name grote gebaren, stem, mimiek, lichaamshouding, oogcontact, positie
in de groep.
Wat deed ik?

In deze les heb ik een aantal keren op de klok gekeken om ervoor te zorgen dat de activiteit niet te lang duurde. We moesten na mijn les
naar de boerderij, dus dit was een goede oefening voor mij. Daarnaast heb ik in de grote groep effectieve leraar communicatie toegepast.
Tijdens de praatplaat heb ik gelet op mijn stem, mimiek, lichaamshouding en oogcontact. Toen de leerlingen in groepjes aan het werken
waren heb ik gelet op mijn positie in de groep. Ik liep rond en hielp groepjes waar dat nodig was.
Welke betekenis heeft het voorgaande voor mij?
Ik denk dat dit een positief effect heeft op mijn leerproces. Omdat ik merk dat ik steeds beter wordt in het bewaken van de tijd, maar ook het
toepassen van effectieve leraar communicatie, krijg ik meer zelfvertrouwen en gaat het nog beter.
Waar sta ik nu met betrekking tot:
Ik ben op de goede weg om mijn doelen te behalen. Ik denk dat ik het doel effectieve leraar communicatie bijna bereikt heb. Dit gevoel heb
ik zelf en dit krijg ik ook terug van mijn werkplekbegeleider. Het bewaken van de tijd gaat ook steeds beter, maar dit kan nog verbeterd
worden.
Hoe nu verder?
Ik wil dat ik de tijd kan bewaken, zonder dat ik mezelf stoor door steeds op de klok te kijken. Ik wil een van te voren beter kunnen
inschatten hoe lang een activiteit duurt. Dit ga ik in de volgende lessen overleggen met mijn werkplekbegeleider.

Verantwoording
Welke keuze(s) heb je in dit opzicht gemaakt?
B1. Leerdoelen stellen
3.4 passend leerinhouden

o

De leerlingen kunnen onderlinge relaties
leggen tussen en volgordes in tijdsbegrippen:
heel lang geleden, iets minder lang geleden,

Waarom heb je deze keuze(s) gemaakt?
Ik heb voor dit lesdoelen gekozen, omdat deze goed
aansluit bij het kerndoel en leerlijn.

vanuit leerlijnen
3.11 Leerprocessen
observeren en registreren

o

nu.
De leerlingen leren om samen te werken.

 kerndoel 51
De leerlingen leren gebruik te maken van eenvoudige
historische bronnen en ze leren aanduidingen van tijd en
tijdsindeling te hanteren.
Leerlijn: onderlinge relaties tussen en volgordes in
tijdsbegrippen.
o De leerlingen kunnen onderlinge relaties leggen
tussen en volgordes in tijdsbegrippen: heel lang
geleden, iets minder lang geleden, nu.
(productdoel)
Het procesdoel sluit aan bij een doel van mijn overdenking:
o De leerlingen leren om samen te werken.De
klas gaat in periode 3 leren om met andere
kinderen samen te werken dan je vriendjes.

B3. Leeractiviteiten
begeleiden
2.6 Samenwerking,
zelfredzaamheid

In deze les heb ik gekozen voor deze coöperatieve
werkvorm die vooral is gericht op samenwerking.
Werkvorm: groepjes van drie.

A3. Leiding geven aan het
groepsproces

Voor het werken in groepjes van vier, heb ik vooraf
groepen gemaakt.

1.1 zicht op groepjes
leerlingen
1.3 effectieve
leerkrachtcommunicatie
A4. Interactie aangaan met
de groep
3.13 feedback aan leerlingen

Aan het eind van de les het ik de doelen met de kinderen
geëvalueerd door weer in de kring te gaan zitten. We
hebben toen de informatie van de inleiding herhaald en
gecheckt.

Ik heb ervoor gekozen om de leerlingen samen te laten
werken in groepjes van 3, omdat dit de
samenwerkingsvaardigheid bevordert en omdat deze
activiteit te moeilijk was om individueel te doen. Het was
ook de eerste keer dat ze op deze manier
geschiedenisonderwijs kregen. Door groepjes hebben ze
meer houvast bij elkaar.
Deze groepen zijn gebaseerd op de resultaten van de
sociogram en op de karakters van de kinderen. Ik heb
ervoor gezorgd dat de kinderen bij iemand in de groep
zitten, waarvan ze hebben aangegeven daar goed mee te
kunnen samenwerken. Ik heb er ook voor gekozen om de
leerlingen bij anderen in te delen en niet alleen maar bij
vriendjes.
Ik heb er voor gekozen om op deze manier te evalueren,
omdat ik op dezelfde manier de les ben gestart. Met
dezelfde praatplaat. Op deze manier hoop ik dat de
kinderen de informatie die ze uit de volgordes hebben
gehaald, toe kunnen passen op de praatplaat. Daarnaast

B2 Leeractiviteiten
ontwerpen
3.6 werkvormen en
groeperingsvormen

Deze les gaat over de geschiedenis van de boerderij. Op
de school waar ik stage loop, krijgen de kleuters alleen
tijdsbesef. Ik ben geïnspireerd door Egan en heb daarom
deze les ontworpen.

4.5 leeromgeving inrichten

De werkvorm sluit aan bij de leeractiviteit.

heb ik de kinderen laten vertellen hoe ze de samenwerking
vonden gaan. Ik heb ook verteld dat ik het goed vond gaan.
De Amerikaanse onderwijsdeskundige Egan zegt dat het
niet belangrijk is wat je de kinderen wilt leren, maar de
manier waarop. Die vormgeving moet zo zijn, dat het kind
toegang kan krijgen tot de werkelijk. Met de afbeeldingen
van de boerderij heb ik geprobeerd aan te sluiten op de
belevingswereld van de kinderen (thema: boerderij).
Hiermee wil ik aantonen dat je kleuters niet alleen tijdsbesef
kunt leren, maar ook historische gebeurtenissen.
Ook heeft Egan een aantal fases ontwikkeld. Volgens Egan
zitten de kinderen uit mijn stageklas in de mythische fase.
De mythische fase kenmerkt zich door zwart-witdenken,
fantasie en verpersoonlijking van de werkelijkheid (Kooij,
2013).
De leerlingen werken samen in groepjes van drie. Er zijn 3
kaartjes met dingen van de boerderij per volgorde. De
leerlingen hebben dus allemaal een kaartje om samen te
overleggen hoe ze goed liggen. In deze cooperatieve
werkvorm is er sprake van het GIPS-model (Muijen, 2004).
- Gelijke deelname  elk kind heeft een kaartje.
- Individuele aansprakelijkheid  elk kind heeft
verantwoordelijkheid voor de juiste volgorde.
- Positieve wederzijdse afhankelijkheid  elk teamlid moet
een bijdrage leveren voor het resultaat.
- Simultane interactie  alle kinderen zijn tegelijk bezig met
de lesstof.

De leeromgeving inrichten: ik had de materialen klaar
staan voor aanvang van de les.

A1 Bespreken van en
omgaan met regels

Afspraken: De kinderen weten dat ze een stille vinger
moeten opsteken als ze iets willen zeggen. De kinderen

Ik heb er voor gekozen om de materialen van te voren klaar
te zetten, omdat dit voor mij rust geeft wanneer ik begin aan
de les. Ook is het erg handig, omdat je op het moment van
de les de kinderen niet alleen hoeft te laten om materialen
te gaan pakken.
Ik heb gekozen voor deze afspraken, omdat ik wil dat de
kinderen begrijpen wat wel en niet kan tijdens het

2.1 fysiek en sociaalemotioneel veilige
leeromgeving

weten dat ze niet door mij of elkaar heen mogen praten.

kringgesprek en welk gedrag dan juist is. Dit doel staat ook
in mijn overdenking. Doel overdenking: De klas gaat in
periode 3 leren hoe je je in bepaalde situaties moet
gedragen en hoe je omgaat met andere kinderen in de klas.
De regels heb ik al een aantal lessen herhaal en het gaat
steeds beter. Wanneer de regels niet worden nageleefd,
geef ik de betreffende kinderen geen beurt en benoem
waarom ik dat doe.

Literatuurlijst
-

Kooij, C. van der, & Groot-Reuvekamp, M. de. (2013). Geschiedenis & samenleving. Groningen: Noordhoff Uitgevers.
Muijen, G. van, (2004). Ervaringen met coöperatief leren. Verkregen op 17 april 2016, via:
file:///C:/Users/marit03/Downloads/Cooperatief_leren_Bijlage5_ervaring_met_cooperatief_leren.pdf
Verkregen op 17 april 2016, via: http://tule.slo.nl/OrientatieOpJezelfEnWereld/F-KDOrientatieJezelfEnWereld.html