You are on page 1of 8

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Student(e)
Marit van der Heijden
Klas
PEH15VB
Stageschool Toermalijn
Plaats
Bladel
Vak- vormingsgebied: KO muziek: zingen, gericht luisteren.
Speelwerkthema / onderwerp: dierengeluiden op de boerderij

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Annemieke Cijffers
14-03-2016
1/2 c
30 lln

Persoonlijk leerdoel:
- Tijdens deze les wil ik ervoor zorgen dat ik tijd goed bewaak. Dit ga ik doen door een reële tijdsplanning te maken in de lesvoorbereiding en door tijdens de
les regelmatig op de klok te kijken.
- In deze les pas ik in de grote groep effectieve leraar communicatie toe, met name grote gebaren, stem, mimiek, lichaamshouding, oogcontact, positie in de
groep.
Lesdoel(en):
- De leerlingen kunnen aan het eind van de les het lied ‘Wat hoor ik
toch?’ van buiten zingen op de juiste toonhoogte.
- De leerlingen kunnen aan het eind van de les gericht naar een
liedje luisteren en daar vragen over beantwoorden.
- De leerlingen leren zelfredzaam te zijn door zelfstandig een
dierengeluid te bedenken en te maken.

Evaluatie van lesdoelen:
- Aan het einde van les wordt nagegaan of het lied correct van buiten kan worden
gezongen.
- Tijdens de les kijk ik of de kinderen de vragen over het lied kunnen beantwoorden
door gericht te hebben geluisterd.
- Ik observeer tijdens de les of de leerlingen met een zwakkere rol in de groep,
zichzelf kunnen redden in deze situatie.

Beginsituatie:
Didactisch:
Voorkennis en –kunde/bekendheid instrumentarium:
De leerlingen zingen regelmatig en zijn gewend dat het lied verbonden is aan een thema. Ze leren een lied aan door te luisteren naar de juf en dan stil aan mee te
zingen. De kinderen kennen een aantal dieren van de boerderij en weten welke geluiden deze dieren maken. De kinderen hebben nog niet eerder een muziekles met
mij gedaan. De leerlingen werken in andere vak-vormingsgebieden soms ook met kaartjes.
Te verwachten betrokkenheid:
Ik verwacht dat de betrokkenheid bij deze les hoog zal zijn, omdat de kinderen het erg leuk vinden om te zingen.
Relevante actualiteit:
Het liedje “wat hoor ik toch?” en de boerderijdierengeluiden sluiten aan bij het thema waar de klas nu mee bezig is (boerderij) en bij de belevingswereld van de
leerlingen.
Pedagogisch:
De klas is erg druk en bestaat uit individuen. Dit uit zich in onrust tijdens de les. De leerlingen kletsen met elkaar en blijven niet van elkaar af. Om deze les toch op een
goede manier te laten verlopen, heb ik besloten om de afspraken goed te bespreken en om consequent te zijn. Ook weten de kinderen vaak niet goed hoe ze zich in
een bepaalde situatie moeten gedragen. Door de afspraken probeer de kinderen te sturen hoe ze zich moeten gedragen.
Lesverloop
Tijd
5 min

Leerinhoud Didactische handelingen
Leeractiviteit
Leraar 
 leergedrag leerling(en)
Introductie
- Ik vertel dat ik een leuk liedje heb
- De leerlingen zijn stil en luisteren naar de uitleg.
gevonden wat we gaan leren. Het liedje
- De leerlingen geven antwoord op de vragen door
gaat over dierengeluiden op de
hun vinger op te steken.
boerderij. Ik stel de vragen: wie kan er
- De leerlingen luisteren naar het liedje.
een dier opnoemen die op de boerderij
woont? En welk geluid maakt dat dier?
- We gaan een keer luisteren naar het
lied.

Materialen / Organisatie
De leerlingen zitten in de
kring. De cd van Eigenwijs.

20-25 min

Kern

-

-

-

2 min

Slot

-

Als we hebben geluisterd naar het
liedje, zing ik het liedje een paar keer
voor. Daarna gaan we opdrachten bij
het liedje doen: Als je het woordje
‘beest’ hoort klap je in je handen.
Hoeveel keer zeggen ze ra ra ra?
Als ik merk dat de kinderen het liedje
kunnen meezingen, doen we dat een
paar keer. Hierna roep ik een kind naar
voren die een kaartje met een dier erop
krijgt. Ik leg uit: als het liedje is
afgelopen maak jij dat dierengeluid. De
rest moet raden welk dierengeluid het
was.
Wanneer de kaartjes op zijn, kunnen we
nog een rondje doen waarbij de
kinderen zelf een dierengeluid mogen
verzinnen.
We evalueren de doelen door het liedje
een laatste keer te zingen.

-

De leerlingen luisteren naar het liedje.
De leerlingen voeren de opdrachten uit.

De leerlingen zitten in de
kring.

-

De leerlingen zingen het liedje mee.
Een leerling komt naar voren en maakt het
dierengeluid van het dier dat op het kaartje staat
wanneer het liedje is afgelopen.

De leerlingen zitten in de
kring. Kaartjes van dieren
van de boerderij.

-

De leerling die ik aanwijs maakt na het liedje een
dierengeluid.

De leerlingen zitten in de
kring.

-

De leerlingen zingen het liedje een laatste keer
mee.

De leerlingen zitten in de
kring.

Persoonlijke reflectie
Wat wilde ik leren?
- Tijdens deze les wil ik ervoor zorgen dat ik tijd goed bewaak. Dit ga ik doen door een reële tijdsplanning te maken in de lesvoorbereiding
en door tijdens de les regelmatig op de klok te kijken.
- In deze les pas ik in de grote groep effectieve leraar communicatie toe, met name grote gebaren, stem, mimiek, lichaamshouding,
oogcontact, positie in de groep.
Wat deed ik?
In deze les heb ik vooral tijdens de instructie geprobeerd om in de grote groep effectieve leraar communicatie toe te passen. Ik vond het
heel belangrijk om gebruik te maken van gebaren, stem, mimiek, lichaamshouding, oogcontact en positie in de groep. Ik vind dat het mij
goed gelukt is deze les. Tijdens het verhaal heb ik gespeeld met mijn stem, door bijvoorbeeld de fluisteren en hard te praten. Ik heb
geprobeerd om toonhoogte te houden en de kinderen te enthousiasmeren voor het liedje.

Welke betekenis heeft het voorgaande voor mij?
Ik denk dat deze ervaring een positieve invloed uitoefent op het proces van persoonlijk leerdoel. Ik ben erg blij dat het me lukte om tijdens
de les te denken aan mijn persoonlijk doel. Voorheen had ik moeite om naast de inhoudelijk les, ook bezig te zijn met mijn persoonlijk
leerdoel.
Waar sta ik nu met betrekking tot:
Ik ben op de goede weg om mijn doelen te behalen. Ik denk dat ik het doel effectieve leraar communicatie bijna bereikt heb. Dit gevoel heb
ik zelf en dit krijg ik ook terug van mijn werkplekbegeleider.
Hoe nu verder?
Ik denk dat ik het doel “tijd bewaken” nog meer eigen kan maken door een aantal lessen meer te geven met dit persoonlijk leerdoel in de
hoofdrol. Hiermee hoop ik dit leerdoel te kunnen automatiseren, zodat ik hier niet bewust meer mee bezig hoef te zijn. Het doel “effectieve
leraar communicatie” wil ik even naar de achtergrond schuiven, omdat dit goed gaat. Hierdoor kan ik meer aandacht geven aan nieuwe
doelen.

Verantwoording
Welke keuze(s) heb je in dit opzicht gemaakt?
B1. Leerdoelen stellen

o

3.4 passend leerinhouden
vanuit leerlijnen

o

De leerlingen kunnen aan het eind van de les
het lied ‘Wat hoor ik toch?’ van buiten zingen
op de juiste toonhoogte.
De leerlingen kunnen aan het eind van de les

Waarom heb je deze keuze(s) gemaakt?
Ik heb gekozen voor deze leerdoelen omdat deze
aansluiten bij het kerndoel en de leerlijn van muziek:
kerndoel 54 (tule.slo)

3.11 Leerprocessen
observeren en registreren

o

gericht naar een liedje luisteren en daar
vragen over beantwoorden.
De leerlingen leren zelfredzaam te zijn door
zelfstandig een dierengeluid te bedenken en
te maken.

De leerlingen leren beelden, muziek, taal, spel en beweging
te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te
drukken en om er mee te communiceren.
Leerlijnen: eenstemmige, korte en ritmisch eenvoudige
liedjes, verbonden met het thema of onderwerp, liedjes in
het toongebied d' - b', eenvoudige structuren met veel
herhalingen in de tekst en de melodie.
o De leerlingen kunnen aan het eind van de les het
lied ‘Wat hoor ik toch?’ van buiten zingen op de
juiste toonhoogte. (productdoel)
Daarnaast heb ik een doel geformuleerd, die ervoor zorgt
dat de leerlingen kritisch naar een lied leren luisteren.
o De leerlingen kunnen aan het eind van de les
gericht naar een liedje luisteren en daar vragen
over beantwoorden. (productdoel)
Het laatste doel is een procesdoel en hier heb ik voor
gekozen omdat ik de zelfredzaamheid van de leerlingen wil
stimuleren (uitgebreider zie in deze toelichting B3).
o De leerlingen leren zelfredzaam te zijn door
zelfstandig een dierengeluid te bedenken en te
maken. (procesdoel)

B3. Leeractiviteiten
begeleiden
2.6 Samenwerking,
zelfredzaamheid

In deze les heb ik de zelfredzaamheid van de leerlingen
gestimuleerd. De leerlingen moesten zelfstandig, als ze
aan de beurt waren, een dierengeluid bedenken en
maken voor de hele groep.

A3. Leiding geven aan het
groepsproces

In deze les heb ik de leerlingen niet verdeeld in groepjes,
maar ik heb wel geprobeerd goed te letten op effectieve
leerkrachtcommunicatie, in het speciaal: stemgebruik en
mimiek.

1.1 zicht op groepjes

Ik wilde in deze les de zelfredzaamheid stimuleren, omdat
een aantal leerlingen hier moeite mee hebben. Dit komt
ook terug in mijn overdenking bij “rollen”. De leerlingen die
de rollen volger en appellant hebben, heb ik een
dierengeluid laten maken voor de groep, om de
zelfredzaamheid te stimuleren.
Ik heb ervoor gekozen om geen coöperatieve werkvorm te
gebruiken, omdat ik een klassikale vorm beter bij het
lesontwerp vond passen. Ik heb gekozen voor een kring,
waarbij ik de leiding neem, maar veel interactie met de

leerlingen
1.3 effectieve
leerkrachtcommunicatie

A4. Interactie aangaan met
de groep
3.13 feedback aan leerlingen

B2 Leeractiviteiten
ontwerpen

kinderen heb en de kinderen met elkaar.

Feedback zingen: toen we het liedje een aantal keer
hadden gezongen, begonnen sommige kinderen meer te
schreeuwen dan te zingen. Hierop zei ik: “Kom op
jongens, jullie kunnen veel mooier zingen”.

Effectieve leerkrachtcommunicatie
Stemgebruik: “Met de toon, volume en melodie van je stem
kun je veel warmte, rust en aandacht toevoegen. Ook kun
je bij veel hectiek of emotie het tempo van het gesprek
verlagen door zelf met toon en tempo omlaag te gaan”
(Gemert, van; 2016).
Mimiek: In jouw mimiek is van alles af te lezen. Ook als je
eigenlijk haast hebt of al drie stappen vooruit aan het
denken bent. Blijf tijdens het gesprek in het hier-en-nu en
blijf met je ogen en gezichtsuitdrukking dicht bij het (verhaal
van het) kind (Gemert, van; 2016).
Ik heb ervoor gekozen om op deze manier feedback te
geven aan de leerlingen, omdat de leerlingen uitgedaagd
worden door mijn feedback. Door te zeggen dat ze veel
mooier kunnen zingen, krijgen de leerlingen een fijn gevoel
en denken ze: ja dit kunnen wij! Je geeft op deze manier de
leerlingen het gevoel van competentie (ik kan het), volgens
Stevens. Dit heb ik gelezen in een artikel van: van Blijswijk
(2012).

Feedback maken dierengeluiden: wanneer een leerling
een diergeluid maakte, wat niet verstaanbaar of duidelijk
was, hielp ik daarbij. Ik vroeg eerst of hij/zij het geluid nog
eens wilde maken en als het dan nog niet duidelijk was
voor de andere leerlingen, maakte ik het geluid samen
met de leerling.

Ook de feedback op de dierengeluiden, heb ik op een
positieve manier gebracht. De leerlingen krijgen niet het
gevoel dat ze het fout doen, maar weten wel dat ze iets
harder of duidelijker moeten spreken. Door ze hier bij te
helpen hebben de leerlingen een goed gevoel over hun
gemaakte geluid.

Voor deze les heb ik niet gekozen voor een coöperatieve
werkvorm. Deze les heb ik gegeven in de kring.

Ik heb ervoor gekozen om geen coöperatieve werkvorm te
gebruiken, omdat ik een klassikale vorm beter bij het

lesontwerp vond passen. In de kring werd iedereen erbij
betrokken en ik vond de groep te druk en te groot om een
coöperatieve werkvorm te gebruiken. Juist bij muziek zijn
de leerlingen erg enthousiast en daarom wilde ik het in de
kring doen.

3.6 werkvormen en
groeperingsvormen
4.5 leeromgeving inrichten
In deze les heb ik het KVB MODEL toegepast 

De leeromgeving inrichten: ik had de materialen klaar
staan voor aanvang van de les.

A1 Bespreken van en
omgaan met regels
2.1 fysiek en sociaalemotioneel veilige

Afspraken: De kinderen weten dat ze een stille vinger
moeten opsteken als ze iets willen zeggen. De kinderen
weten dat ze niet door mij of elkaar heen mogen praten.

KVB-model

Klank: De leerlingen hebben gezongen op de juiste
toonhoogte.
Vorm: De leerlingen hebben het liedje een aantal keer
herhaald. De leerlingen maakte hun eigen variatie, door een
ander dierengeluid te maken na het liedje.
Betekenis: Het liedje sluit goed aan bij het thema boerderij.
De leerlingen mochten alleen boerderijdierengeluiden
maken.
Ik heb er voor gekozen om de materialen van te voren klaar
te zetten, omdat dit voor mij rust geeft wanneer ik begin aan
de les. Ook is het erg handig, omdat je op het moment van
de les de kinderen niet alleen hoeft te laten om materialen
te gaan pakken.
Ik heb gekozen voor deze afspraken, omdat ik wil dat de
kinderen begrijpen wat wel en niet kan tijdens het
kringgesprek en welk gedrag dan juist is. Dit doel staat ook
in mijn overdenking. Doel overdenking: De klas gaat in

leeromgeving

periode 3 leren hoe je je in bepaalde situaties moet
gedragen en hoe je omgaat met andere kinderen in de klas.
De regels heb ik al een aantal lessen herhaald en het gaat
steeds beter. Wanneer de regels niet worden nageleefd,
geef ik de betreffende kinderen geen beurt en benoem
waarom ik dat doe.

Literatuurlijst
-

Verkregen op 15 april 2016, via: http://tule.slo.nl/OrientatieOpJezelfEnWereld/F-KDOrientatieJezelfEnWereld.html .
Haverkort, F., & Lei, R. van der & Noordam, L. (2015). Muziek Meester. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff.
Gemert, M. van (2016). Betrokkenheid tonen: hoe dan wél?. Verkregen op 14 april, 2016, via
http://www.academiepratenmetkinderen.nl/betrokkenheid-tonen/ .
Blijswijk, R. van (2012). O
ver het werk van Luc Stevens: ‘de behoefte aan relatie, competentie en autonomie’. Verkregen op 14 april, 2016, via
http://hetkind.org/2012/11/25/over-het-werk-van-luc-stevens-de-behoefte-aan-relatie-competentie-en-autonomie/ .