You are on page 1of 5

Kritische reflectie kwartaal 3

Janou Valkenburg
PEH 15vc
april 2016
Leanne Polman
Ralf Hompes
Groep 8

Wat wilde ik?
Aan de start van dit kwartaal wilde ik graag de orde in de klas houden en
terugbrengen, zonder onzeker over te komen. Dit was in de eerste twee kwartalen
mijn grootste leerpunt en ik wilde dit verder ontwikkelen in groep 8.
Daarnaast zijn er in mijn lessen verschillende persoonlijke leerdoelen naar voren
gekomen. Het leerdoel dat ik ervoor wilde zorgen om de lesdoelen te bespreken en
te evalueren is vaak teruggekomen. Daarnaast is het leerdoel dat ik ervoor wilde
zorgen dat ik rekening zou houden met de verschillen op cognitief niveau ook
belangrijk geweest in dit kwartaal.
Wat werd van mij verwacht en wat deed ik hieraan?
Aan de hand van de beoordelingscriteria, die gelden voor deze periode, wil ik
bespreken wat ik gedaan heb in deze periode om mijn lesdoelen te bereiken en om
me beter te ontwikkelen.
A.1 Bespreken van en omgaan met regels
2.1 fysiek en sociaal-emotioneel veilige leeromgeving
De student maakt zichtbaar welke regels er in de groep gelden en toont aan dat hij de regels kan
hanteren ten behoeve van het realiseren van een fysiek en sociaal-emotionele veilige leeromgeving.

In deze klas weten de leerlingen de regels die gelden in de klas. Bijvoorbeeld dat ze
moeten luisteren naar elkaar als ze overleggen en dat ze respect moeten hebben
voor elkaars mening. Als leerlingen dit tijdens een centraal gesprek dat wordt
gevoerd niet doen, dan spreek ik ze hier op aan. Ik probeer het dan vooral ook in hun
eigen situatie te plaatsen. Ik geef dan aan, aan de leerling die tussendoor kletst of
niet luistert, dat zijn klasgenoot die nu aan het woord is, net ook naar de hem heeft
geluisterd en dat ik het dus wel zo netjes vind, dat hij ook nu naar zijn klasgenoot
luistert.
In de klas vind ik het belangrijk dat leerlingen hun mening eerlijk kunnen uiten en dat
de rest van de groep dit respecteert. Ik probeer ervoor te zorgen dat dit in lessen van
mij terugkomt, door leerlingen inbreng te geven in de lessen en door ze op het einde
om hun mening te vragen over hoe ze mijn les vonden. Op deze manier wil ik voor
een sociaal-emotionele leeromgeving zorgen voor de kinderen.

A.3 Leiding geven aan het groepsproces
1.1 Zicht op groepjes leerlingen
1.3 effectieve leerkrachtcommunicatie
De student toont aan dat hij samenwerkend/coöperatief leren tijdens de onderwijsactiviteiten bevordert
en laat expliciet zien dat hij kinderen aanspreekt op gedrag, hen positief stimuleert en zicht houdt op
alle groepjes leerlingen.

Ik vind het belangrijk dat leerlingen samenwerken. Zij leren namelijk van elkaar op
deze manier. Ze horen ideeën van anderen en leren elkaar feedback geven. Ik
probeer dus ook zoveel mogelijk in de les de leerlingen samen te laten werken en
coöperatieve werkvormen in te zetten. Ik maak hier ruimte voor in mijn lessen en
probeer de coöperatieve werkvormen af te wisselen.
Daarnaast spreek ik leerlingen aan op hun gedrag. Ik probeer de leerlingen vooral zo
positief mogelijk aan te spreken. Ik geef dan bijvoorbeeld leerlingen, die wel al klaar
zitten, een compliment. Hiermee wil ik de andere leerlingen stimuleren. Als leerlingen
op hun gedrag aan moeten worden gesproken, omdat ik het geen juist gedrag vind,
dan spreek ik ze hier natuurlijk op aan. Het ligt aan de situatie of ik de leerlingen
alleen een waarschuwing met een kleine toelichting geef, het verder toelicht, of ik
vraag de leerling zelf uit te leggen wat er niet juist was aan zijn/haar gedrag op dat
moment. Dit ligt aan de situatie, want ik vind dat dit bij alle situatie anders kan lopen.
Ik voel dit dan aan op dat moment zelf. Enkele leerlingen spreek in aan met de ikboodschap. Deze leerlingen reageren hier positief op, dus daarom besluit ik om daar
ook bij deze leerlingen extra op te letten.
A.4 Interactie aangaan met de groep
3.12 feedback aan leerlingen
De student toont aan dat hij vanuit een onderzoekende houding gesprekken voert met de leerlingen
door actief te luisteren.
De student evalueert de onderwijsactiviteiten met kinderen en hij geeft feedback aan leerlingen op het
samenwerkingsproces en/of op de gestelde leerdoelen (proces-en product).

Als leerlingen mij iets willen vragen, dan sta ik open voor vragen van de leerlingen. Ik
let er alleen wel op dat ik niks voorzeg, ik wil de leerlingen alleen op weg helpen. Dit
doe ik door ze bijvoorbeeld een hint te geven of een vraag te stellen. Op deze manier
wil ik de leerlingen stimuleren om er zelf op een andere manier over na te denken.
Tijdens de les geef ik kinderen op een positieve manier feedback en help ze op deze
manier. De leerlingen weten dat ze bij mij terecht kunnen met vragen, want in de les
vragen ze mij ook om hulp.
Ik vind het belangrijk om aan het einde van de les de les te evalueren. We beginnen
met het bespreken met de lesdoelen. Tijdens de les van geschiedenis vind ik dat ik
op een juiste manier geëvalueerd heb. Ik heb de leerlingen gevraagd of ze op wilde
staan als ze het lesdoel bereikt hadden. De leerlingen die bleven zitten, vroeg ik wat
ze niet begrepen en vroeg aan een klasgenoot of ze het hem/haar uit wilde leggen.
(als het lesdoel voor iedereen duidelijk was, dan vroeg ik alsnog een leerling of hij/zij
het lesdoel in zijn eigen woorden uit kon leggen.) Daarna vroeg ik aan de leerling of

het nu wel duidelijk was. Dit vind ik een fijne manier van evalueren, omdat ik op deze
manier zeker weet of alle leerlingen het lesdoel bereikt hebben en het wordt nog een
keer door een klasgenoot uitgelegd. De volgende lessen zal ik deze manier van
evalueren willen blijven gebruiken. Tijdens het bespreken van de lesdoelen laat ik
zien dat ik het waardeer als leerlingen eerlijk zijn als ze durven te zeggen dat ze een
lesdoel niet helemaal hebben bereikt. Op deze manier laat ik zien dat de leerlingen
eerlijk kunnen zijn en dat ik ze alleen kan helpen als ze eerlijk zijn.
Ten tweede vind ik het belangrijk dat leerlingen de ruimte krijgen om feedback te
kunnen geven op mijn lessen en het verloop van mijn lessen. Als ik de mening van
de leerlingen weet, dan kan ik deze meenemen naar de volgende lessen. Op deze
manier hebben niet alleen de kinderen er wat aan, maar ik zelf ook.
B.1 Leerdoelen stellen
3.4 passende leerinhouden vanuit leerlijnen
3.11 leerprocessen observeren en registreren
De student kiest in zijn lesontwerp voor passende leerdoelen (proces-en product) die aansluiten bij
leerlijnen en het bestaande onderwijsprogramma van de stagegroep.
Voor elk, aan dit OGP deelnemend, vak wordt tenminste één les ontworpen én uitgevoerd.

Voor het stellen van lesdoelen heb ik me eerst verdiept in waar de klas mee bezig
was op dat moment en welke punten hiervan aansloten bij deze OGP. Ik heb Ralf
gevraagd waar ze in de klas mee bezig waren en wat ze al hadden behandeld, heb
in de modules gekeken en heb tijdens de lessen geobserveerd waar de klas op dat
moment mee bezig was. Nadat ik dit duidelijk voor mijzelf had, ben ik gaan kijken of
de lesdoelen aansloten bij de doelen die op tule staan. Op deze manier heb ik
lesdoelen kunnen stellen. Voor de proces-doelen haal ik vooral informatie uit de
klimaatschaal en het sociogram. Door deze twee instrumenten te gebruiken, kon ik
duidelijkere en betrouwbare lesdoelen formuleren.
B.2 Leeractiviteiten ontwerpen
3.6 werkvormen en groeperingsvormen
4.5 leeromgeving inrichten
De student toont in het ontwerp aan dat hij coöperatieve werkvormen hanteert.
De student maakt zichtbaar dat hij voor aanvang van de lesactiviteiten benodigde materialen en
leermiddelen klaar zet.

Dat ik het belangrijk vind om leerlingen samen te laten werken en hier coöperatieve
werkvormen voor in te zetten, heb ik eerder in deze reflectie besproken. Ik zal dit in
mijn volgende lessen ook zoveel mogelijk blijven doen.
Ik zorg ervoor dat ik altijd alles klaar heb staan als mijn lessen beginnen. Als het kan
dan zorg ik ervoor dat ik het om half 9, voordat de lessen beginnen, al alles klaar
heb. Dit hoef ik dan later niet meer te doen en dit levert verder dan geen stress op. Ik
kan me dan op de les focussen en we kunnen ook meteen met de les beginnen en
de les kan soepel verlopen, als ik alles klaar heb staan.
B.3 Leeractiviteiten begeleiden

2.6 samenwerking, zelfredzaamheid
De student toont aan dat hij in staat is om in de lesuitvoering coöperatieve werkvormen te hanteren.
De student toont aan dat hij leerlingen hulp biedt bij het leerproces, rekening houdend met de
kenmerken van de groep. Hij bevordert de samenwerking tussen leerlingen en de redzaamheid van
individuele leerlingen.

Als de leerlingen aan het werk zijn, dan loop ik rond. Op deze manier kunnen
leerlingen sneller een vraag aan mij stellen. Op deze manier heb ik ook een beter
overzicht over de groep. Ik zie waar kinderen mee bezig zijn tijdens de les en kan ze
op deze manier ook sneller een complimentje of feedback geven.
Als er meerdere vingers in de lucht verschenen, dan hielp ik eerst de leerlingen in de
volgorde van het opsteken van de vingers. Later (als dit van toepassing was) dan
hielp ik eerst de leerlingen die moeite hadden met dat bepaalde vak. Per les probeer
ik voor mezelf te bekijken welke leerlingen meer hulp nodig hebben bij dat vak. Ik
probeer op deze manier een selectie te maken van de vingers en maak een
evenwicht tussen de volgorde van opsteken van de vingers en van de hoeveelheid
hulp die leerlingen nodig hebben. Ik bedoel hiermee dat ik leerlingen niet onnodig
lang laat wachten, maar dat ik soms misschien een andere leerling eerst help. (zie
reflectie van taal, spellen). Ik geef dan aan dat ik hun vinger heb gezien en dat ik zo
bij ze kom. In deze klas kunnen leerlingen elkaar ook helpen. Als ik iets individueel
heb uitgelegd, kan ik aan bepaalde leerlingen vragen of zij het aan een klasgenoot
uit kunnen leggen. Op deze manier kan ik andere leerlingen helpen. Daarna ga ik wel
altijd terug naar de leerling om te vragen of de uitleg van zijn klasgenoot duidelijk
was.
Welke betekenis heeft het voorgaande voor jou?
Na enkele lessen merkte ik dat ik niet meer tegen mijn leerdoel aanliep waar ik in de
eerste periode wel tegen aan liep. In deze groep ben ik het probleem met orde
houden en orde terughalen (nog) niet tegen gekomen. Ik durfde leerlingen aan te
spreken en bleef rustig. Ik voel me prettig in de groep. Het voelt ‘vertrouwder’ als ik
een les geef en als ik leerlingen aan moet spreken, kan ik dit op een rustige en
duidelijke manier. Het lijkt eigenlijk bijna vanzelf te gaan. Ik kijk wat me in een
bepaalde situatie het beste lijkt en hoe ik het aanvoel. Op deze manier reageer ik
dan ook in die situatie.
Door verschillende uitdagingen en vrijheid die ik heb gekregen in het afgelopen
kwartaal, ben ik zekerder geworden over mezelf als ik voor de klas sta. Het voelt
beter van binnen en volgens Ralf straal ik rust uit naar de leerlingen toe.
Positieve ervaringen
Ik heb veel positieve ervaringen opgedaan in het afgelopen kwartaal. Het eerste was
natuurlijk dat de lessen eigenlijk heel goed verliepen elke keer en dat ik me zekerder
voelde en zeker overkwam als ik voor de klas stond. Dit vind ik fijn om te horen. Het
voelt niet alleen vertrouwd van binnen, maar het ziet er volgens Ralf ook verzekerd
uit. Dat maakt mij van binnen nog zekerder.

Daarnaast heb ik het contact met de kinderen het afgelopen kwartaal heel positief
ervaren. Het was een heel andere manier van contact maken dan bij de kleuters en
ik ben blij dat ik die twee uiterste verschillen heb mogen zien.
Afgelopen kwartaal heb ik leerlingen in een groepje begeleid, die moeite hadden met
taal of rekenen. Eerst deed ik dit samen met iemand, maar in de stageweek mocht ik
zelf een aantal keer deze leerlingen begeleiden. Het is dan heel mooi om te zien dat
meerdere leerlingen na mijn uitleg de som dan wel begrijpen en zelf hier mee kunnen
rekenen. Het is mooi om te zien dat die leerlingen dan zo trots zijn op zichzelf.
Als laatste voorbeeld dat ik wil noemen, is dat ik trots ben op dat ik een deel van de
ochtend in groep 6 heb gestaan. De lerares uit groep 6 vroeg mij of ik een tijdje haar
klas over zou willen nemen, omdat zij dan met een groepje de kangeroewedstrijd kon
doen. Ik vond dit geen probleem en wilde deze uitdaging wel aangaan. Het was een
super ervaring. Toen ik eenmaal voor de klas stond, was ik toch een beetje
zenuwachtig. De juf was nog even weg, dus ik vroeg of aan de leerlingen of de juf al
had verteld wie ik was en wat ik kwam doen. Dat bleek nog niet te zijn, dus ik heb
mezelf voor gesteld en hun vragen beantwoord. Toen de leerlingen aan het werk
waren, heb ik interesse in de kinderen en in hun tablets getoond. Ik had nog nooit
een klas gezien waar met tablets gewerkt werd, dus ik stelde hier een paar vragen
over. De leerlingen wilden hier alle vragen over beantwoorden en durfden mij ook
vragen te stellen als ze ergens niet uitkwamen. Het was een super ervaring, waar ik
nog steeds erg trots op ben.
Wat anders ging
Ik heb het afgelopen kwartaal wel gemerkt dat ik het soms nog lastig vind om met de
verschillende cognitieve niveaus in de groep te werken. Vooral tijdens de rekenles
liep ik hier tegen aan. In de lessen die volgden heb ik hier op proberen te letten,
maar er was bij deze lessen niet meer perse spraken van rekening houden met de
verschillen in cognitief niveau, want deze lessen waren heel anders opgebouwd dan
de rekenles. Ik wil hier in mijn volgende lessen wel meer opletten en de feedback van
de kinderen, die ik kreeg deze les, meenemen.
Wat anderen vinden
Afgelopen kwartaal heb ik heel positieve feedback gekregen van Ralf. Hij was elke
keer tevreden en dat was fijn om te horen. Hij gaf me tips, waarmee ik mijn lessen
nog beter kon maken. Deze tips verwerkte ik in mijn les die volgde meteen, zodat
mijn les nog beter kon worden dan de les er voor.
Ralf heeft mij in deze periode vooral veel vrijheid gegeven, waardoor ik zelf veel uit
kon proberen. Hier heb ik veel van geleerd. Als er zich een onverwachte situatie
voordeed, dan liet hij mij deze situatie zelf oplossen. Dit vind ik een fijne manier van
werken, want op deze manier leer ik het meest.
Hoe nu verder?
In mijn volgende lessen en in het volgende kwartaal wil ik me meer verdiepen in het
werken met verschillende niveaus op cognitief gebied. Dit leerpunt wil ik de eerst
volgende lessen, die ik ga geven, centraal laten staan in mijn lessen.
Ik hoop dat ik deze lijn door kan zetten en me nog verder kan ontwikkelen in het
laatste kwartaal van mijn eerste jaar.