You are on page 1of 6

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Student(e)
Marit van der Heijden
Klas
PEH15VB
Stageschool Toermalijn
Plaats
Bladel
Vak- vormingsgebied: taal
Speelwerkthema / onderwerp: isoleren van klanken

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Annemieke Cijffers
08-03-2016
1/2 c
28 lln

Persoonlijk leerdoel:
- Ik kan op communiceren met de klas d.m.v. effectieve leerkrachtcommunicatie.

Lesdoel(en):
Evaluatie van lesdoelen:
- Kinderen kunnen woorden sorteren op begin- en eindklanken en
- Tijdens de les observeer ik welke kinderen het al heel goed kunnen en welke
benoemen de klanken.
kinderen het nog moeilijk vinden.
- Kinderen leren om naar elkaar te luisteren als een ander aan het
woord is.
Beginsituatie:
Didactisch:
Voorkennis en –kunde/bekendheid instrumentarium:
De leerlingen werken regelmatig aan oefening met auditieve discriminatie. De leerlingen hebben nog niet eerder een oefening gedaan met voorwerpen in een doos. Ze
hebben wel de oefeningen op het digibord m.b.t. auditieve discriminatie al ooit gedaan.
Te verwachten betrokkenheid:
Ik verwacht dat de betrokkenheid bij deze les hoog zal zijn, omdat de kinderen waarschijnlijk nieuwsgierig zullen zijn naar wat er in de doos zit. De voorwerpen sluiten
aan bij de belevingswereld van de kinderen.
Relevante actualiteit:
De activiteit is niet verbonden aan een thema.
Pedagogisch:
De klas is erg druk en bestaat uit individuen. Dit uit zich in onrust tijdens de les. De leerlingen kletsen met elkaar en blijven niet van elkaar af. Om deze les toch op een
goede manier te laten verlopen, heb ik besloten om de afspraken goed te bespreken en om consequent te zijn. Ook weten de kinderen vaak niet goed hoe ze zich in
een bepaalde situatie moeten gedragen. Door de afspraken probeer de kinderen te sturen hoe ze zich moeten gedragen.

Lesverloop
Tijd
15-20 min

15 min

Leerinhoud Didactische handelingen
Leeractiviteit
Leraar 
 leergedrag leerling(en)
Intro
- Ik zet het digibord en de kist klaar,
- De kinderen zitten in de kring en luisteren naar mijn
vertel dat we gaan beginnen, ik klap in
uitleg over de kist. Na de uitleg komen een aantal
mijn handen en tel af van drie naar 0
kinderen om de beurt een voorwerp uit de kist
als dat nodig is. Als alle kinderen stil
pakken. Als ze een voorwerp hebben gekozen gaan
zijn begin ik met de kist. Afspraak:
ze weer op hun plek zitten en stel ik ze een aantal
luisteren naar elkaar en naar de juf. Ik
vragen. Als hij/zij klaar is mogen ze het voorwerp
vertel dat ik het fijn vind als je van de
naast de kist leggen. De anderen kinderen kijken
kist afblijft als er een kindje iets gaat
mee.
pakken en dat we goed naar elkaar
moeten luisteren en niks voorzeggen.
Als een kind een voorwerp heeft stel ik
de volgende vragen: Wat heb je
gepakt? Zit de letter p in het woord?
Hoor je de p aan het begin of aan het
eind. Als ze het niet weten hak ik het
woord in stukken. Anderen kinderen
kunnen eventueel helpen als het echt
niet lukt.
Kern/slot
- Als de alle voorwerpen geweest zijn,
- De kinderen zitten in de kring en als ik ze aanwijs
komen er oefeningen op het digibord
mogen ze het antwoord komen omcirkelen op het
die we klassikaal gaan maken. Ik lees
digibord. De anderen kinderen kijken mee.
de vraag voor en zeg welke plaatjes er
allemaal onder staan. Vervolgens geef
ik een kind de beurt die het antwoord
mag komen omcirkelen. We kijken
samen of het antwoord goed is. En
daarna gaan we naar de volgende. Als
we klaar zijn zeg ik dat ze goed hebben
meegedaan als dat zo is. Ik geef
complimenten.

Materialen / Organisatie
De kinderen zitten op hun
eigen plaats in de kring. Ik
maak gebruik van mijn kist
met voorwerpen.

De kinderen zitten nog in
de kring. Ik maak gebruik
van het digibord.

Persoonlijke reflectie
Wat wilde ik leren?
Ik kan op communiceren met de klas d.m.v. effectieve leerkrachtcommunicatie.
Wat deed ik?
In deze les heb ik vooral tijdens de activiteit geprobeerd om in de grote groep effectieve leraar communicatie toe te passen. Ik vond het
heel belangrijk om gebruik te maken van gebaren, stem, mimiek, lichaamshouding, oogcontact en positie in de groep. De kinderen zijn op
die manier meer betrokken bij de les. Ik vind dat het mij goed gelukt is deze les.
Welke betekenis heeft het voorgaande voor mij?
Ik denk dat deze ervaring een positieve invloed uitoefent op het proces van persoonlijk leerdoel. Ik ben erg blij dat het me lukte om tijdens
de les te denken aan mijn persoonlijk doel. Voorheen had ik moeite om naast de inhoudelijk les, ook bezig te zijn met mijn persoonlijk
leerdoel.
Waar sta ik nu met betrekking tot:
Ik ben op de goede weg om mijn doelen te behalen. Ik denk dat ik het doel effectieve leraar communicatie bereikt heb. Dit gevoel heb ik
zelf en dit krijg ik ook terug van mijn werkplekbegeleider.
Hoe nu verder?
Ik ga me de volgende lessen concentreren op andere doelen, omdat het deze les heel goed is gegaan.

Verantwoording
Welke keuze(s) heb je in dit opzicht gemaakt?

Waarom heb je deze keuze(s) gemaakt?

B1. Leerdoelen stellen

o

3.4 passend leerinhouden
vanuit leerlijnen

o

Kinderen kunnen woorden sorteren op begin- en
eindklanken en benoemen de klanken.
Kinderen leren om naar elkaar te luisteren als
een ander aan het woord is.

3.11 Leerprocessen
observeren en registreren

Ik heb deze lesdoelen gekozen, omdat deze aansluit bij het
tussendoel taalbewustzijn: Kinderen kunnen reageren op en
spelen met bepaalde klankpatronen in woorden; eerst door
eindrijm ("Pan rijmt op Jan") en later met behulp van
beginrijm ("Kees en Kim beginnen allebei met k").
o Kinderen kunnen woorden sorteren op begin- en
eindklanken en benoemen de klanken.
(productdoel)
Daarnaast heb ik de procesdoelen geformuleerd die
aansluiten bij de conclusies van mijn overdenking.
o Kinderen leren om naar elkaar te luisteren als een
ander aan het woord is.

B3. Leeractiviteiten
begeleiden
2.6 Samenwerking,
zelfredzaamheid

In deze les heb ik de zelfredzaamheid van de leerlingen
gestimuleerd. De leerlingen moesten zelfstandig, als ze
aan de beurt waren, een voorwerp uit de kist pakken en
vertellen met welke letter het woord begint.

A3. Leiding geven aan het
groepsproces

In deze les heb ik de leerlingen niet verdeeld in groepjes,
maar ik heb wel geprobeerd goed te letten op effectieve
leerkrachtcommunicatie, in het speciaal: stemgebruik en
mimiek.

1.1 zicht op groepjes
leerlingen
1.3 effectieve
leerkrachtcommunicatie

Ik wilde in deze les de zelfredzaamheid stimuleren, omdat
een aantal leerlingen hier moeite mee hebben. Dit komt
ook terug in mijn overdenking bij “rollen”. De leerlingen die
de rollen volger en appellant hebben, heb ik een voorwerp
uit de kist laten pakken, om de zelfredzaamheid te
stimuleren.
Ik heb ervoor gekozen om geen coöperatieve werkvorm te
gebruiken, omdat ik een klassikale vorm beter bij het
lesontwerp vond passen. Ik heb gekozen voor een kring,
waarbij ik de leiding neem, maar veel interactie met de
kinderen heb en de kinderen met elkaar.
Effectieve leerkrachtcommunicatie
Stemgebruik: “Met de toon, volume en melodie van je stem
kun je veel warmte, rust en aandacht toevoegen. Ook kun
je bij veel hectiek of emotie het tempo van het gesprek
verlagen door zelf met toon en tempo omlaag te gaan”
(Gemert, van; 2016).
Mimiek: In jouw mimiek is van alles af te lezen. Ook als je

A4. Interactie aangaan met
de groep

Ik heb de leerlingen gestuurd door vragen te stellen
wanneer zij het verkeerde antwoord gaven.

3.13 feedback aan leerlingen

B2 Leeractiviteiten
ontwerpen

Voor deze les heb ik niet gekozen voor een coöperatieve
werkvorm. Deze les heb ik gegeven in de kring.

Ik heb ervoor gekozen om geen coöperatieve werkvorm te
gebruiken, omdat ik een klassikale vorm beter bij het
lesontwerp vond passen. In de kring werd iedereen erbij
betrokken en ik vond de groep te druk en te groot om een
coöperatieve werkvorm te gebruiken.

Ik heb concrete materialen ingezet tijdens de les.

Ik heb gekozen voor concrete materialen, omdat dit de
actieve betrokkenheid van de leerlingen bevorderd. De
voorwerpen kunnen worden gekoppeld aan de handelingen
(Paus, 2014)

De leeromgeving inrichten: ik had de materialen klaar
staan voor aanvang van de les.

Ik heb ervoor gekozen om de materialen vooraf klaar te
zetten, omdat dit rust geeft tijdens de les. Ik hoef niet te
denken of ik alles wel heb.
Ik heb gekozen voor deze afspraken, omdat ik wil dat de
kinderen begrijpen wat wel en niet kan tijdens het
kringgesprek en welk gedrag dan juist is. Dit doel staat ook
in mijn overdenking. Doel overdenking: De klas gaat in
periode 3 leren hoe je je in bepaalde situaties moet
gedragen en hoe je omgaat met andere kinderen in de klas.
De regels heb ik al een aantal lessen herhaald en het gaat
steeds beter. Wanneer de regels niet worden nageleefd,
geef ik de betreffende kinderen geen beurt en benoem
waarom ik dat doe.

3.6 werkvormen en
groeperingsvormen
4.5 leeromgeving inrichten

A1 Bespreken van en
omgaan met regels
2.1 fysiek en sociaalemotioneel veilige
leeromgeving

eigenlijk haast hebt of al drie stappen vooruit aan het
denken bent. Blijf tijdens het gesprek in het hier-en-nu en
blijf met je ogen en gezichtsuitdrukking dicht bij het (verhaal
van het) kind (Gemert, van; 2016).
Ik heb de feedback op een positieve manier gebracht. De
leerlingen krijgen niet het gevoel dat ze het fout doen, maar
weten wel dat ze nog een keer goed moeten nadenken en
dan het juiste antwoord kunnen geven. Door ze hier bij te
helpen hebben de leerlingen een goed gevoel over hun
bijdrage aan de les.

Afspraken: De kinderen weten dat ze een stille vinger
moeten opsteken als ze iets willen zeggen. De kinderen
weten dat ze niet door mij of elkaar heen mogen praten.

Literatuurlijst
-

Gemert, M. van (2016). Betrokkenheid tonen: hoe dan wél?. Verkregen op 14 april, 2016, via
http://www.academiepratenmetkinderen.nl/betrokkenheid-tonen/ .
Paus, H. et al. (2014). Portaal. Bussum: Coutinho.
Tussendoelen beginnende geletterdheid. Verkregen op 17 april 2016, via:
http://www.slo.nl/primair/leergebieden/ned/taalsite/lexicon/00572/