You are on page 1of 6

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Student(e)
Wouter van Rooij
Klas
B
Stageschool Bloktempel
Plaats
Son
Vak- vormingsgebied: Levensbeschouwing
Speelwerkthema / onderwerp: vieren

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Wendy Adriaans
5-4-2016
3
24

Persoonlijk leerdoel:
 Gedurende mijn les ga ik de band tussen leerlingen versterken door een coöperatieve werkvorm in te zetten.
 Gedurende mijn les ga ik de samenwerking in de groep verbeteren door feedback te geven op het samenwerken met betrekking op de omgang met
klasgenootjes.
Lesdoel(en) wat wil je aanleren?
Evaluatie van lesdoelen hoe ga je dit controleren?
Je reflecteert mondeling op de leerdoelen. Je begint met de productdoelen:
Productdoel:
Wie kan mij vertellen wat vieren is?
Wie kan mij vertellen wat herdenken is?
Vervolgens ga je met de kinderen reflecteren op het procesdoel. Je gaat de kinderen dan
 Aan het eind van de les kunnen de kinderen concreet benoemen
niet vragen of ze een hechtere band hebben, maar vraagt de klas hoe zij zich voelden
wat vieren is.
tijdens het gesprek. Hier mag je jezelf bij betrekken, soms gaan kinderen namelijk de
 Aan het eind van de les kunnen de kinderen concreet benoemen
clown uithangen wanneer ze zich niet helemaal op hun gemak voelen of de waarheid niet
wat herdenken is.
durven uit te spreken. Wanneer je vraagt wie zich een beetje verdrietig voelde toen we
het hadden over een overleden familielid, gaan waarschijnlijk jongens gek doen. Steek
Procesdoelen:
dan zelf ook je hand op. Dan zien de kinderen dat het niet zo gek is want zelfs de
meester voelde zich een beetje verdrietig.
De kinderen versterken hun band door emotionele geladen
gesprekken te voeren (kerndoel 37).

Beginsituatie, wat kunnen ze al? Wat ga ik doen om net een stapje verder te gaan? ( groep, voorkennis, actualiteit, instrumentarium, didactische werkvormen.)
Groep:
De groep is erg ijverig en gedurende uitleg vaak betrokken. Wanneer ze te lang moeten luisteren raken ze afgeleid. Verder zijn ze tijdens activiteiten erg betrokken bij
de les en nemen een actieve participerende rol in de les. De groep bevind zich volgens Kolhberg in de “jongeren school” fasen. Hierin zitten ze in de psychosociale
crisis van handvaardigheid en minderwaardigheid. De school en de buurt zijn in deze ontwikkelingsfase betekenisvolle relaties. (Scheppers, 2015)
Voorkennis:
De kinderen zijn al bekent met verschillende nationale feestdagen en met persoonlijke feestdagen. Vandaag gaan ze stilstaan bij het verschil en de samenhang tussen
vieren en herdenken.
Actualiteit:
Er is altijd wel iemand in de klas die bijna of net jarig geweest is. De kinderen vieren dan vaak kinderfeestjes en grote mensen feesten. Door jou ervaring als kind met
deze feesten te delen speel je in op hun ervaringen. Ze gaan dit namelijk vergelijken.
Instrumentarium:
De kinderen zitten achter hun tafeltje.
Didactische werkvormen:
de gehele les zal klassikaal gevoerd worden.

Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen
Leraar 
Introductie
Ik vertel een verhaal over mijn eigen beleving
van een verjaardag toen ik de leeftijd van de
kinderen had. Ik doe dit vrij concreet. Ik benoem
in het verhaal:
 Wat ik deed
 Wat ik dacht
 Wat ik voelde
 Waar ik op hoopte
 Met wie beleefde ik mijn feestje
 Wat was leuker, ouders of vrienden
Vervolgens haak ik in op de dichtstbijzijnde
verjaardag. Toevallig was Kyan gister jarig en
heb ik om zijn beleving van zijn verjaardag
gevraagd.
Verhalen
Omdat jij de docent bent begin jij natuurlijk met
delen
het delen van een verhaal, maar de kinderen
zelf kunnen dat ook. Vraag aan de kinderen of
ze nog meer feesten kennen, met wie ze deze
feesten vierde, waarom de feesten gevierd
worden en hoe ze zich voelden tijdens het
vieren.

Leeractiviteit
 leergedrag leerling(en), reactie
De kinderen luisteren aandachtig naar mijn verhaal.
Vervolgens verteld Kyan zijn beleving van zijn verjaardag.
De kinderen hebben in de ochtend een rekentoets dus ik
verwacht dat de kinderen onrustig zullen zijn. Ze moeten al
veel luisteren deze les dus ik moet hier in het begin vrij strikt
in zijn.

Materialen / Organisatie

De kinderen delen hun verhalen. Omdat ze allemaal veel te
vertellen hebben zullen ze graag aan de beurt komen. Dit
kan je gebruiken als beloning. Verwijs er dus op dat je alleen
kinderen kiest die goed luisteren.

De kinderen zitten aan hun
tafeltje. De opstelling is
verdeeld in drie rijen. De
buitenste twee rijen zijn
gemaakt van acht
leerlingen die twee aan
twee zitten en in de
middelste rij zitten twaalf
leerlingen drie aan drie.

De kinderen zitten aan hun
tafeltje. De opstelling is
verdeeld in drie rijen. De
buitenste twee rijen zijn
gemaakt van acht
leerlingen die twee aan
twee zitten en in de
middelste rij zitten twaalf
leerlingen drie aan drie.

Verschillend Er zijn verschillende vormen van vieren. Maar
e vieringen wat is vieren nou eigenlijk? Bespreek met de
kinderen dat je verschillende manieren en
redenen hebt om te vieren. Denk hierbij aan
verjaardagen, die zijn leuk en er word vaak
gezongen en getrakteerd. Maar ook aan kerst,
we vieren de geboorte van Jezus, eten met de
familie en zetten een kerstboom in de kamer,
sinterklaas daar vieren we de verjaardag van de
sint en deelt hij cadeautjes uit in plaats van
andersom. Belangrijk is dat je eindigt met
Pasen. Want Pasen is apart. Je vraagt de
kinderen wat er tijdens Pasen gevierd wordt en
bespreekt met ze dat je viert dat Jezus dood
gaat en weer op staat uit de dood. “Hey, dat is
gek zeg! We vieren dat iemand dood is
gegaan.. Vinden jullie Pasen eigenlijk leuk?”
Vele kinderen zullen dit wel vinden omdat ze
dan paaseieren gaan zoeken bijvoorbeeld.
Vervolgens leg je de link naar herdenkingen.
Soms gaat dit automatisch en zullen kinderen
uit zichzelf melden dat hun opa, oma, oom,
tante of ander familie lid overleden is. Hier haak
je op in!!! Heel belangrijk, want deze momenten
zijn belangrijk voor een mens en wanneer je de
kans krijgt deze te delen met de klas moet je
die aannemen! Zo versterk je de band van de
groep onderling. Wanneer je het hierover hebt
kan je twee kanten uit. Sta eerst stil bij het
vervelende deel van een overlijden. Namelijk
het verdriet dat de nabestaande hebben.
Vervolgens vraag je die leerling weer, met wie
was je toen en hoe voelde je je toen? Dit zal
geen vrolijk moment zijn geweest dus geef de
kinderen die vertellen de rust en steun die ze op
dat moment vragen en laat de klas aandachtig
en respectvol luisteren.

Dit onderdeel van de les kan alle kanten op gaan in de
reactie van de kinderen. Het is namelijk een emotionele
achtbaan. Je gaat van vrolijke feesten, naar overleden
familieleden en weer naar het herdenken. Sta erbij stil dat je
de kinderen de kans geeft om te reageren.

De kinderen zitten aan hun
tafeltje. De opstelling is
verdeeld in drie rijen. De
buitenste twee rijen zijn
gemaakt van acht
leerlingen die twee aan
twee zitten en in de
middelste rij zitten twaalf
leerlingen drie aan drie.

Vervolgens vraag je het kind of de familie nog
wel eens samen komt om te denken aan het
overleden familielid. Vaak is dit het geval. Je
vraagt dan wat ze dan doen en hoe het kind
zich dan voelt. Vaak is dit niet verdrietig. Je kunt
dus eigenlijk ook vieren dat mensen dood zijn.
Dan denk je aan de leuke dingen van deze
mensen. Je vraagt de klas hoe dit heet
(herdenking).
Evaluatie op Je reflecteert mondeling op de leerdoelen. Je
de
begint met de productdoelen:
lesdoelen
Wie kan mij vertellen wat vieren is?
Wie kan mij vertellen wat herdenken is?
Vervolgens ga je met de kinderen reflecteren op
het procesdoel. Je gaat de kinderen dan niet
vragen of ze een hechtere band hebben, maar
vraagt de klas hoe zij zich voelden tijdens het
gesprek. Hier mag je jezelf bij betrekken, soms
gaan kinderen namelijk de clown uithangen
wanneer ze zich niet helemaal op hun gemak
voelen of de waarheid niet durven uit te
spreken. Wanneer je vraagt wie zich een beetje
verdrietig voelde toen we het hadden over een
overleden familielid, gaan waarschijnlijk jongens
gek doen. Steek dan zelf ook je hand op. Dan
zien de kinderen dat het niet zo gek is want
zelfs de meester voelde zich een beetje
verdrietig.

De kinderen reflecteren onder jou begeleiding of ze de
lesdoelen behaalt hebben. Ze vertellen eerst wat vieren is,
ze mogen elkaar aanvullen. Vervolgens vertellen ze wat
herdenken is. En tot slot vertellen ze hoe ze zich voelden
toen we de dood besproken hebben.

Bronvermelding: Schepper, J. de (2015). Levensbeschouwing ontwikkelen. Hilversum: Kwintessens.

De kinderen zitten aan hun
tafeltje. De opstelling is
verdeeld in drie rijen. De
buitenste twee rijen zijn
gemaakt van acht
leerlingen die twee aan
twee zitten en in de
middelste rij zitten twaalf
leerlingen drie aan drie.

Persoonlijke reflectie

Feedback mentor (inclusief handtekening)
Datum: