Onder Vuur

De Eerste Münsterse Oorlog (1665-1666)

Eenm
maga alig
neem zine,
mee

De eerste inval van Bommen Berend
Een vergeten geschiedenis opnieuw verteld
Een uitgave van MOW | Museum de Oude Wolden

2

// MOW Magazine

Waar gaat dit magazine over?
Meer dan 350 jaar geleden, op 20 september 1665, valt de Prins Bisschop van Münster,
Bernhard von Galen, inmiddels bekend als Bommen Berend, het oosten van Nederland binnen.
De Republiek der Nederlanden heeft op dat moment haar handen al vol aan zeeslagen tegen de
Engelsen. Een geheim bondgenootschap tussen Münster en de Engelsen moet de jonge Republiek
op haar knieën dwingen. Gesteund met Engels geld start de Prins Bisschop twee veldtochten.
Wat later de Eerste Münsterse Oorlog gaat heten, begint.

Contemporaine kaart met beschrijving oorlog | LWL-Museum für Kunst und Kultur Münster

Beide veldtochten eindigen in het oosten van Groningen,
in Westerwolde en het Oldambt. Een klein Nederlands
contingent slaat de eerste opmars al na een kleine week
terug met een verrassingsaanval bij Jipsinghuizen, ondanks de veel grotere Münsterse overmacht. De tweede
veldtocht, gelijktijdig met de eerste begonnen in Twente,
verzandt in de nabijheid van Winschoten. De opperbevelhebber van het Nederlandse landleger isoleert de
Münsterse troepen en hongert deze uit. Wat begint als
een opmars van duizenden vijandelijke soldaten, historische bronnen spreken van 12.000 tot 20.000 man, eindigt

in een door pest en honger geplaagde aftocht. Na drie
maanden oorlog ligt een groot deel van Groningen onder
water en zijn vele plaatsen, ook in Twente en Drenthe,
geplunderd dan wel platgebrand. Talloze mensen zijn op
de vlucht.

Een bijna vergeten geschiedenis
Ondanks de schaal van de oorlog en de impact ervan op
het oosten van Nederland en speciaal Groningen, geldt
de Eerste Münsterse Oorlog als een bijna vergeten ge-

Onder Vuur // 3

schiedenis. Zo is de gelijktijdige zeeoorlog met de
Engelsen veel bekender. Denk alleen al aan Michiel de
Ruyter. Ook het rampjaar 1672 waarbij de Prins Bisschop
samen met de Fransen opnieuw huis houdt, staat in het
nationale geheugen gegrift. In de regionale overlevering
vindt alleen de Slag bij Jipsinghuizen nog enige weerklank. Ook hier raakte de veel grotere omvang en betekenis van de Eerste Münsterse Oorlog buiten beeld.
Deze publicatie wil hierin verandering brengen. In dit
magazine vind je de belangrijkste feiten over deze oorlog op een rij én meer. Wat dreef de Prins Bisschop, hoe
verliepen de beide veldtochten, hoe maakte Nederland
deel uit van het Europese krachtenveld, wat kenmerkte
oorlogvoering in de 17e eeuw en hoe verdedigde de Republiek der Nederlanden zich, zijn enkele van de vragen
die aan bod komen.

Uitnodiging tot onderzoek
Tijdens de research voor het project kwam naar voren
dat relevante historische bronnen nog nauwelijks onderzocht zijn, terwijl er wel veel voor handen is. Onder Vuur
nodigt dan ook nadrukkelijk uit tot verder onderzoek.
Het project geeft een eerste aanzet, die hopelijk verder
opgepakt gaat worden. De thematiek verdient het: het is
niet alleen het verhaal van de inval, maar ook van de rol
van Groningen in de verdediging van de Republiek, de
mate waarin Europese verhoudingen doorwerken in de
eigen regio én andersom. Hoe lokale tegenstellingen op
scherp komen te staan door dreiging van buitenaf maar
ook hoe dit de uitkomst van een conflict mede bepaalt.

Kijk voor meer informatie op
www.ondervuur1665.nl

Deze publicatie is een voor MOW afsluitend onderdeel
van een veelomvattend project ter herdenking van de
oorlog, met als titel Onder Vuur. In 2015 en een deel van
2016 waren in het kader van dit project drie samenhangende exposities te zien in MOW in Bellingwolde, SHC De
Oude Stelmakerij in Sellingen en Vestingmuseum Oudeschans. Verder verscheen onder meer een publicatie over
de Slag bij Jipsinghuizen, van de hand van Jochem Abbes.
Onder Vuur was een initiatief van Cultuurhistorisch
Centrum Oldambt, Historische Vereniging Westerwolde,
MOW en Vestingmuseum Oudeschans. Tal van verdere
partners, zowel in Nederland als in Duitsland, maakten
het project mogelijk. We noemen: Gemeente Bellingwedde, Groninger Museum, RHC de Groninger Archieven, Kath. Kirchengemeinde St Mariä Himmelfahrt
Vechta, LWL-Museum für Kunst und Kultur Münster,
Mauritshuis in Den Haag, Museum im Zeughaus Vechta,
Ostfriesisches Landesmuseum Emden, Domverwaltung
St.-Paulusdom Münster, Rijksmuseum Amsterdam, Stadtmuseum Münster, Stichting J.B. Scholten/ H.S. Kamminga
fonds, Streek Historisch Centrum Stadskanaal/SHC
De Oude Stelmakerij, Verhuisbedrijf Allround Bellingwolde, Gemeente Vlagtwedde, Wolter Stam en alle
meewerkende vrijwilligers.

Colofon
Historisch onderzoek (archief én objecten),
beeldresearch en teksten: Tjarko van Dijk
Inleiding, redactie en deel beeldresearch: Obby Veenstra
Op verzoek kan je bij MOW een digitale literatuur- en
bronverantwoording en/of een uitgebreide beeldverantwoording opvragen. Mail hiervoor naar info@museumdeoudewolden.nl.

Ruitergevecht 1629 | Rijksmuseum Amsterdam

Afbeeldingen uit de collecties van het Groninger
Museum, RHC de Groninger Archieven, Kath. Kirchengemeinde St Mariä Himmelfahrt Vechta, LWL-Museum
für Kunst und Kultur Münster, Mauritshuis in Den Haag,
Domverwaltung St.-Paulusdom Münster en
Rijksmuseum Amsterdam.
Afbeelding voorkant: Rijksmuseum Amsterdam
Vormgeving: Sytske Veenstra
Dit magazine is een publicatie van
MOW | Museum de Oude Wolden © 2016

4

// MOW Magazine

Legers in de 17 eeuw
e

Oorlog in de 17e eeuw is niet te vergelijken met
oorlog nu. Een belangrijk verschil is dat de
legers van toen grotendeels bestonden uit huursoldaten. Zij hadden weinig binding met het
land waarvoor zij vochten, maar vooral met
de partij die hun betaalde. Huursoldaten wisselden dan ook gemakkelijk van partij, zeker
waar het rondtrekkende legers betrof.
Voor soldaten van staande legers, bijvoorbeeld de bezetting van de Schansen, gold dat minder. Zij waren langer
in dienst en woonden vaak langdurig in de vestingen die
zij moesten verdedigen, al rouleerde men ook. Hun be-

roep stond in hoger aanzien dan dat van rondtrekkende
soldaten, zeker waar het officieren betrof.
Voor veel van deze soldaten was het beroep een kwestie
van ondernemerschap. Commandanten waren bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het in stand houden van
de voorgeschreven compagnieën, binnen de financiën
die zij daarvoor ontvingen. Deden zij dit efficiënt en met
handelsgeest, dan was de winst voor hen. Ook een groot
deel van de (wapen)uitrusting betaalden soldaten vaak
zelf. Door het langdurige verblijf in de vesting maakten
soldaten en officieren deel uit van de bevolking van de
vesting en hadden zij een veel betere verhouding met die
bevolking dan de soldaten van de rondtrekkende legers,
die voor de plattelandsbevolking een ware plaag waren.
Het staande leger bood meer structuur dan het rond-

Onder Vuur // 5

een soldaat heeft drie boeren nodig:
één voor zijn voedsel, één voor zijn vrouw en
één om zijn plaats in de hel in te nemen …
gezegde uit de Dertigjarige oorlog (1618-1648)

Wachtlokaal met soldaten 1647 | Rijksmuseum Amsterdam

trekkende leger, dat vaak speciaal voor een veldtocht
was verzameld. Dit leger kan je meer kan zien als een
gemeenschap op zichzelf, inclusief handelaren, vrouwen
en kinderen. Deze soldaten waren voor een groot deel
niet bijzonder getraind of gedisciplineerd. Veel soldaten
en zeker het voetvolk rekruteerde men uit de arme lagen
van de bevolking. Mensen leerden al doende vechten.
Het militaire bestaan was chaotisch en hard.
Voor het gebied waar de legers doorheen trokken, was
de overlast groot. Plunderingen kwamen veelvuldig voor,
zeker wanneer de betaling van de soldij uitbleef. Dorpen
en steden moesten bovendien betalen voor bescherming.
Bij dit alles kwam dat communicatie in die tijd langzaam
ging, met koeriers te paard als snelste optie en niet veel
begaanbare wegen.

Soorten soldaten
De rondtrekkende legers van de 17e eeuw bestonden uit
voetsoldaten, ruiters en kanonniers. Elk had zijn functie
en eigen wapentuig. Hieronder volgt een klein overzicht.

Voetsoldaten: musketiers en piekeniers
Voetsoldaten hanteerden musketten (musketiers) of
pieken (piekeniers). Musketten zijn kleine handvuurwapens, pieken lange lansen met een scherpe punt.
Soldaten gebruikten de pieken om vijandelijke ruiters
op afstand tegen te houden.

Ruiterij: kurassiers, lansiers en dragonders
De ruiterij bestond uit kurassiers, genoemd naar het
beschermende kuras, het borstharnas, dat zij droegen.
Uitgerust met een pistool en een zwaard moesten
zij met charges de vijandelijke linies doorbreken.

6

// MOW Magazine

De ruiterij kende ook lansiers, die niet alleen
een pistool en een zwaard maar ook een lans
van 4 meter lang inzetten bij hun charges. De
Republiek zette na 1597 echter geen lanciers
meer in. Een soort tussenvorm van ruiterij en
voetsoldaten waren de dragonders. Zij reisden
wel te paard maar op het slagveld gingen zij
te voet.

Artillerie: kanonnen

Musketier & hellebaardier

Piekenier

De artillerie, het geschut, was in de 17e eeuw
nog geen zelfstandig onderdeel van de legers
zoals de infanterie (voetsoldaten) en de
cavalerie (ruiterij). In het leger van Bernhard
von Galen speelde de artillerie een belangrijke
rol. Bekend is dat hij voor deze wapens veel
belangstelling had.
Kanonnen waren er in diverse soorten en
kalibers. In het leger van de Republiek kende
men de hele kartouw van 48 pond, de halve
kartouw van 24 pond en het veldkanon van 12
pond. Legers zetten kanonnen voor verschillende doelen in. De 24 ponders gebruikte men
bij belegeringen van steden en de 12 ponders
in veldslagen. In het leger van de Republiek
bediende niet het militair personeel de kanonnen maar omstreeks de tijd van de Eerste
Münsterse oorlog komt daar verandering in.

Excercitie met musket

Eenheden:
compagnieën en regimenten

Officier

Verkoopster

De basiseenheid van de legers was de compagnie. Een aantal compagnieën samen is
een regiment. De omvang van een compagnie
verschilt per leger. In het leger van Johan
Maurits van Nassau, opperbevelhebber van
de landtroepen van de Republiek in de Eerste
Münsterse Oorlog, bestond een compagnie uit
ongeveer 60 mannen.

De tros
De rondtrekkende legers werden gevolgd door
de tros, die in omvang soms groter was dan het
leger zelf. De tros vervoerde oorspronkelijk enkel bagage, maar later trokken veel handelaren
daarin mee, evenals de vrouwen en de kinderen
van de soldaten. Vrouwen speelden een belangrijke rol in de tros. Zij zorgden voor de soldaten en hun kinderen, verzorgden gewonden,
hielden het kamp schoon maar plunderden ook
gedode soldaten op het slagveld mee uit. Veel
handelaren waren vrouw. Daarnaast werkten
vrouwen bij militaire taken zoals het aanleggen
van verschansingen. Hun leven was zwaar en
hard. Velen van hen stierven in de veldtochten
als gevolg van uitputting en ziekten.
Legerkamp | alle afbeeldingen Rijksmuseum Amsterdam

Onder Vuur // 7

Belegering Münster 1657 | Rijksmuseum Amsterdam

Lont in het kruit
De Eerste Münsterse Oorlog kwam voort uit de
Europese politieke heksenketel van de 17e eeuw
De Europese politieke situatie kun je rond 1665 zeker explosief noemen. Europa heeft bijna een
eeuw godsdienstoorlogen achter de rug, de vrede beklonken in 1648 in Münster. De Republiek der
Nederlanden is nog geen twintig jaar oud. Intern bestaat strijd tussen de heersende regenten, geleid
door Johan de Witt en voorstanders van het huis Oranje, de voormalige stadhouders. Op zee vecht
Nederland met de Engelsen om de handelsheerschappij (Tweede Engelse Oorlog 1665-1667).
Ondertussen werkt de Franse zonnekoning aan het verder uitbreiden van zijn macht.
Te midden van deze heksenketel ziet de Prins Bisschop
van Münster, Bernhard von Galen, zijn kans schoon.
Op 13 juni 1665 sluit hij een geheim verdrag met de
Engelse koning, het Verdrag van Dover. In ruil voor financiële steun zal de Prins Bisschop in Groningen, Holland
en Zeeland landingsposten voor de Engelsen realiseren.
Zo willen ze de republiek, die al haar handen vol heeft op
zee, op haar knieën dwingen.
Op 20 september 1665 komt een gezant naar Den Haag
met een ultimatum over de erkenning van Borculo. Dit
was een stuk Nederlands grondgebied dat van oudsher
onder Münster viel. Nederland weigerde echter de recht-

matige claim van de Bisschop te erkennen. De Bisschop
wacht het antwoord niet af. Dezelfde dag valt hij de
republiek binnen bij Ter Apel. De dag daarop volgt
Twente. De eerste Münsterse oorlog is begonnen.

De grieven van de Bisschop
Waarom bestrijdt hij de Republiek?
In 165o wordt Bernhard von Galen benoemd tot bisschop en daarmee automatisch vorst van het bisdom
Münster. Wanneer hij in 1657 echter zijn rechtmatige
positie in de stad Münster opeist, stuit hij op verzet van

8

// MOW Magazine

Schansen in Groningen 1673 | Rijksmuseum Amsterdam

stedelijke regenten. In zijn strijd om de macht belegert hij
de stad twee maal. Münster weet het eerste beleg met
Nederlandse hulp af te slaan. Alleen door optreden van
de Franse koning laat Nederland dit bij het tweede beleg
in 1660/1661 achterwege. Dit beleg is voor de Bisschop
een succes.

Is Nederland opgewassen tegen
Von Galen?

In 1664 verjagen Nederlandse manschappen Von Galens
troepen wederom op Duits grondgebied, bij de Dijlerschans. Von Galen bezet deze schans om de graaf van
Oost Friesland te dwingen een achterstallige bruidsschat
van 300.000 rijksdaalders te betalen. De graaf is deze
nog schuldig aan zijn schoonvader, de graaf van Liechtensteijn. De Duitse rijkshofraad machtigt Von Galen
formeel voor het innen van de schuld. Oost-Friesland
krijgt echter steun van Nederland, volgens Von Galen
een onrechtmatige inmenging, een daad van oorlog.

De verdediging van de oostgrens in het gewest Groningen
bestaat op dat moment uit het grote onbegaanbare moeras
van Bourtange en een stelsel van forten, waarin troepen
van de Republiek gelegerd zijn. Die forten liggen voor een
deel op het grondgebied van Groningen, zoals Nieuweschans, Oudeschans en Bourtange. Een verder deel bevindt
zich in Duitsland, in het graafschap Oost-Friesland, waaronder Leerort en Dielerschans. Dit laatste komt de Republiek
overeen met haar bondgenoot, de graaf van Oost-Friesland.
Doordat de Republiek delen van het land onder water kan
zetten, beheerst het de toegang nog verder (inundatie).
Deze verdedigingslinie van moeras en vestingen loopt vanaf
Groningen door tot aan Blokzijl in Overijssel, de zogenaamde Friesche Tuyn.

Bij dit alles komt dat de Republiek Von Galens aanspraak op het Achterhoekse Borculo, van oudsher onderdeel van het prins bisdom Münster, niet erkent. Op deze
grief baseert Von Galen zijn ultimatum aan de Republiek,
het formele startsein van de Eerste Münsterse Oorlog.

De regenten richten zich vooral op de handelsbelangen
van de Republiek. Johan de Witt versterkt daarom de vloot,
maar verwaarloost het landleger. De bezetting, bevoorrading, bewapening en ammunitie bij de verschillende forten
is beneden peil.

Al met al is Von Galens lijst met grieven tegen de Republiek lang. Zijn heilige strijd als Katholieke bisschop
tegen het protestantisme voedt deze grieven nog verder.

Tijdens de groeiende oorlogsdreiging verzoekt het Gewest
Groningen de regering van de Republiekherhaaldelijk om
versterking. Die verzoeken hebben aanvankelijk geen effect.
Groningen stuurt echter zelf al wel troepen naar de oostgrens.

Onder Vuur // 9

Grand Desseygn
Von Galens aanvalsplan
In het Verdrag van Dover belooft Münster de Republiek
aan te vallen met 20.000 infanteristen en 10.000 ruiters.
Münster en Engeland spreken verder af dat deze troepen
landingsplaatsen realiseren in Groningen, Holland (Amsterdam) en Zeeland. Vanaf het begin richt Von Galen
zich dan ook op twee invasies: één gericht op het westen (de zuidelijke veldtocht) en één op het noorden (de
oostelijke veldtocht). Een rapport aan Johan Maurits van
Nassau, de opperbevelhebber van de troepen van de
Republiek, noemt dit - achteraf- het Grand Desseygn, het
Grote Ontwerp, van Von Galen.
Engeland stelt hier financiële steun tegenover. 200.000
rijksthaler in juni, 150.000 in juli en augustus en 50.000
voor elke maand dat de oorlog langer duurt.
Overigens verschillen Groningen en de Staten aanvankelijk van mening over de strategie van Von Galen. Groningen verwacht een aanval op Bourtange, ter verovering
van Groningen, de Staten Generaal denken dat Twente
en dan Holland het doelwit is. Beiden blijken uiteindelijk
gelijk te krijgen. Het betekent echter wel dat de Staten
hun aandacht vooralsnog voornamelijk richten op het
midden van Nederland. Groningen zal pas vanaf eind
oktober versterking krijgen.
Hierna kun je zien hoe beide veldtochten verlopen.
Slaagt Von Galens Grand Desseygn?

Groningen
Scheemda
Foxham Winschoten
Wedde
Zuidlaren
Jipsinghuizen
Ter Apel

Sellingen
Meppen

Staphorst
Ommen

Oldenzaal
Oostelijke veldtocht
Staatse troepen
Münsterse troepen
Zuidelijke veldtocht
Staatse troepen
Münsterse troepen

Deventer
Zutphen

Borculo

Enschede

Losser

Ruitergevecht 1680-1700 | Rijksmuseum Amsterdam

oostelijke
veldtocht
18 september tot en met 4 oktober 1665
De oostelijke veldtocht staat onder commando van de Schotse
generaal Johan Gories van Gorgas. Hij moet het noorden van de
Republiek bezetten om zo landingsplaatsen voor de Engelsen te
realiseren, bij het Reitdiep. Als eerste stuit hij hierbij op het nauwelijks begaanbare Bourtanger moeras, verder beschermd door
een keten van forten. Gorgas weet dit echter te omzeilen door met
aanwijzingen van een schaapsherder een 5 kilometer lange weg
door het moeras te slaan. Hij komt met zo’n 1.800 manschappen
ten zuiden van Bourtange uit. Een Nederlandse verrassingsaanval op 26 september bij Jipsinghuizen, onder leiding van luitenant
Nierop, maakt echter korte metten met Gorgas’ veel grotere troepenmacht. Gorgas moet zich weer achter de grens terugtrekken.
Van Nierop zet enkele dagen daarna de weg door het moeras in
brand. In deze tijdlijn volg je het verloop van de tocht.

Een 5 kilometer lange weg door het moeras
Om in Westerwolde te komen, moeten de Münstersen door het nauwelijks
begaanbare moeras. Hiervoor bouwen zij een weg, ook wel brug genoemd.
De Münstersen beginnen klein, met een smal pad. Door deze brug te versterken moet ook zwaarder materieel zoals kanonnen er overheen kunnen.
De brug bestaat uit takkenbossen met daaroverheen vensterkozijnen en
deuren en daar weer bovenop planken van vijf tot tien of zelfs meer roeden.
Een roede is een oude lengtemaat, die per plaats verschilt en in Groningen
ruim vier meter is. Drie paarden of vijf man kunnen naast elkaar over de weg
trekken. De totale weg door het moeras is 1236 roeden lang, bijna 5 km.
Het materiaal voor de weg, zoals kozijnen, deuren en planken eisen de
soldaten op bij dorpen in de omgeving.

12

// MOW Magazine

Stapho

Deventer

Staatse troepen
Münsterse troepen

Zutphen
Mei/ juni 
eneraal Gorgas concentreert zijn troeG
pen bij Meppen
Het Gewestelijk bestuur van Groningen
(Stad en Ommelanden) krijgt lucht van
de voorbereidingen. Groningen meldt de
Staten Generaal, de regering van de Republiek, dat de toestand van de oostelijke
verdedigingswerken slecht is en verzoekt
om troepen. Bourtange herbergt op dat
moment nog maar 50 soldaten. Groningen
stuurt alvast 54 soldaten naar Bourtange.
De commandanten van de Dielerschans,
Leerort, Oudeschans, Nieuweschans en
Bourtange trekken de verloven van alle
soldaten in.

Juli
Johan Maurits van Nassau wordt op-

perbevelhebber van het Republikeinse
landleger.
Groningen stuurt nog eens 3 compagnieën
naar Bourtange. De grootte van compagnieën loopt in de bronnen uiteen, je kan
denken aan zo’n 60 man per compagnie.

Begin september
Generaal Gorgas kwartiert het grootste
deel van zijn troepen in dorpen langs de
Oostgrens.

18 september

Augustus

’s Morgens vroeg vertonen zich Münsterse
ruiters voor Bourtange. De militie van
Bourtange verdrijft hen.

Groningen ontvangt bericht van kapitein
Rudolph Sighers van de vesting Leerort
dat 800 man Münsterse troepen richting
de grens trekken. Ook hoort Groningen
dat de vijand op weg is naar Bourtange.
Groningen geeft opdracht de verdedigingswerken van Bourtange te versterken
en waarschuwt voor spionnen. Kapitein
Ter Ham, bevelhebber van de garde van
de stadhouder van Groningen, komt naar
Bourtange.

Tegen het einde van de middag komt de
vijand terug in grotere aantallen, zowel
ruiters als infanteristen. Het weer is ondertussen verslechterd, het regent hard.
Bourtange zet kanonnen in, halve kartouwen, en verdrijft de vijand. Of er doden of
gewonden zijn gevallen, is niet bekend.
Uit het dagboek van Bourtanger kapitein
Gajus van Jeltinga, vernemen we dat één
van de ruiters een deel van zijn degen en

Groningen
Winschoten
Ter Apel

Jipsinghuizen
Sellingen
Meppen

orst
Ommen

Oldenzaal

Borculo

Enschede

Losser

maakte weg door het moeras. Zij trekken
door naar Jipsinghuizen en richten een
kampement in.

Waarschijnlijk was deze aanval een afleidingsmanoeuvre van generaal Gorgas.
Ondertussen laat hij een weg aanleggen
door het moeras, ten zuiden van Bourtange tussen Walchum en Sellingen. Een
schaapsherder uit Meppen wees de Münstersen op de doorwaadbare gedeelten.

Veel inwoners van Westerwolde vluchten
naar de Stad Groningen.

In de vroege ochtend, om 5:00 uur,
verjagen 500 Münsterse soldaten de
50 soldaten van het retranchement, een
klein verdedigingswerk, in Ter Apel.
’s Middags verschijnt een tweede groep,
van plusminus 1.800 man, over de ge-

26 september
Vanuit Winschoten trekken 500 à 600 soldaten en plusminus 80 ruiters onder commando van kapitein Ter Ham via Wedde
richting Sellingen. Zij hebben de opdracht
de Münsterse troepen zoveel mogelijk
afbreuk te doen.
Zij stuiten bij Jipsinghuizen op de vijand,
een verrassing voor beide partijen maar
voor de Münstersen nog het meest. Een
fel gevecht ontwikkelt waarbij Generaal
Gorgas met 1.800 man veruit de overmacht heeft.
Het verrassingselement werkt echter in
het voordeel van de troepen uit Winschoten. Luitenant Nierop speelt hierbij een
heldenrol door met een voorhoede van
104 man de Münstersen aan te vallen.
De vijand verliest 300 soldaten waaronder
2 kapiteins en enkele lagere officieren.
Na deze slag vluchten de Münsterse
troepen, over de weg die zij zelf door het
moeras hebben aangelegd. De troepen uit
Winschoten zetten de achtervolging niet
in uit angst op een grote Münsterse achterhoede te stuiten.

4 oktober

zijn mantel door een schot verloor.
Ook vertelt hij dat veel boeren in Westerwolde op de vlucht slaan.

20 september

de weg door het moeras versterken om
kanonnen en ruiters te kunnen dragen.

Groningen stuurt nog 4 compagnieën
naar Winschoten, onder de commando’s
van baron van Ronau, Reint Alberda,
Harinxma en Jan Manninga. Groningen
vraagt het Gewestelijk bestuur van Friesland en de Staten om hulp.
De Staten sturen extra compagnieën die
terecht komen in Winschoten waar kapitein Andolph Clant als kolonel het commando krijgt.
Groningen komt ter ore dat de Münstersen

Pas 8 dagen later zoeken Staatse eenheden, opnieuw onder commando van luitenant Nierop, met een gids de wegen door
het moeras op. Nierop vindt nog maar een
kleine bezetting van 30 man en verjaagt
die. Zijn soldaten steken vervolgens de
weg door het moeras in brand.
De oostelijke veldtocht loopt zo uit op een
eerste nederlaag voor de Bisschop.

25 oktober
Drie weken later probeert Generaal
Gorgas met zijn troepende manschappen
van de Zuidelijke veldtocht, inmiddels in
Winschoten, nog te hulp te schieten.
Hij bereikt hen echter niet.

14

// MOW Magazine

Een veldslag 1615 - 1650 | Rijksmuseum Amsterdam

Onder Vuur // 15

zuidelijke
veldtocht
september 1665 tot en met 8 januari 1666
De zuidelijke veldtocht stond onder het commando van
Von Galen zelf en generaal d’Ossery. De veldtocht had ten doel om
door het oosten van het land op te rukken naar de IJssel, deze over
te steken en daarna door te stoten naar Holland (Amsterdam) en
Zeeland, waar de Münstersen landingsplaatsen voor het Engelse
leger zouden realiseren.
De zuidelijke veldtocht met in aanvang naar waarschijnlijkheid zo’n 15.000 man start in Twente maar strandt bij de
IJssel op troepen van de Republiek. Het komt niet tot een gevecht. Von Galen buigt vervolgens af naar Drenthe en Groningen. Het leger strandt nabij Winschoten. De opperbevelhebber
van het Nederlandse landleger isoleert de Münsterse troepen en
hongert deze uit.
Gorgas bouwt opnieuw een weg door het moeras, dit maal bij
Ter Apel om de troepen nabij Winschoten te hulp te schieten.
Hij bereikt hun echter niet. Ziekte en gebrek heersen onder de
Münstersen. Half november trekt het merendeel van het leger zich
terug, met uitzondering van de Burcht te Wedde. Op de terugweg
leggen zij Jipsinghuizen in de as. Uiteindelijk blaast op 8 januari
1666 een treurig restant van nog maar 350 door honger en pest
verzwakte Münstersen de aftocht bij de Burcht. In april volgt de
tekening van de Vrede van Kleef.

16

// MOW Magazine

21 september
Een Münsters leger van naar waarschijnlijkheid 15.000 man trekt Twente binnen.

22 september
Het leger bezet Enschede en Losser.
400 soldaten plunderen Enschede.
In Losser steken soldaten een kerk en
45 huizen in brand. Vervolgens veroveren
de Münstersen Oldenzaal, Ootmarsum,
Almelo en Diepenheim.

Stapho

28 september
Borculo volgt. Hier vestigt Von Galen zijn
hoofdkwartier.
De Münsterse troepen rukken op tot de
IJssel bij Deventer, Doesburg en Zutphen.
Het lukt deze niet om de IJssel over te
steken. De Staatse troepen, onder leiding
van Johan Maurits van Nassau, staan
aan de westelijke kant. Omdat beide
partijen zich te zwak achten, komt het
niet tot een slag.

4 Oktober
Door het uitblijven van de beloofde
Engelse subsidies krijgt Von Galen problemen met de betaling van zijn troepen.
De discipline in het leger raakt zoek.
Velen deserteren en zijn leger slinkt. In
een spoedberaad op het hoofdkwartier
in Borculo besluiten Von Galen en zijn
officieren dat een opmars naar Amsterdam niet langer haalbaar is. Zij richten
het vizier op het noorden. Von Galen
verwacht zijn troepen te kunnen betalen
door Drenthe en Groningen heffingen op
te leggen. Onbekend is of Von Galen op
dat moment op de hoogte is van de nederlaag bij Jipsinghuizen.
De Münstersen proberen de Ommerschans te veroveren maar dit mislukt.

12 oktober
Meer succes hebben zij bij de schans bij
Rouveen, opgeworpen door Johan Maurits van Nassau om de toegang door het
moeras richting Drenthe te bewaken. Met
8.000 man en 8 kanonnen loopt generaal
d’Ossery met zijn leger de aanwezige 280
musketiers onder de voet.
De troepen trekken vervolgens in een

Deventer
Staatse troepen
Münsterse troepen

week tijd door Drenthe. Op 13 oktober
valt Staphorst, de 14e Meppel, Koekange, en Ruinen en de 15e Assen.
Om te voorkomen dat de Münstersen
oprukken naar Delfzijl krijgt de commandant van Delfzijl opdracht de Drie
Delfzijlen, de Farmsumer zijl en de Oterdumerzijl te openen. Aduarderzijlen en
de Termunterzijl volgen. Grote delen van
Groningen staan nu onder water.

16 oktober
Groningen verwacht een aanval op de
stad maar Münster zet deze niet in. Het
leger van d’Ossery trekt langs de pas
De Groeve bij Zuidlaren. Groningse troepen proberen dit te verhinderen, maar
met behulp van zijn kanonnen breekt
d’Ossery hier doorheen.

Zutphen
Vervolgens wendt dit leger zich naar het
oosten en trekt langs Kropswolde, Martenshoek en Sappemeer het Oldambt in.

18 oktober
Winschoten valt.
De Münstersen bezetten Beerta.
Hierop vragen de notabelen van Slochteren, Schildwolde, Noordbroek, Zuidbroek,
Westerlee en Heiligerlee bij Von Galen
sauvegarde aan. Tegen betaling zijn zij
nu gevrijwaard van inval/plundering door
Münster. Zij vallen onder bescherming
van Von Galen.
Tot aan de doorbraak bij Rouveen veronderstelt Johan Maurits van Nassau dat
het Münsterse leger enkel afleidingsmanoeuvres maakt en dat de aanval op het

Groningen
Scheemda
Foxham Winschoten
Wedde
Zuidlaren

om er met drie paarden of vijf soldaten
naast elkaar overheen te trekken. Ook
deze weg bestaat uit takkenbossen met
daarover planken en deuren. De soldaten
dwingen de bevolking van Roswinkel om
hieraan mee te helpen.
De weg is dan hun enige toegang tot
Winschoten. Daarbuiten waden soldaten
tot borsthoogte door het water of zakken
weg in het moeras.
In Winschoten krijgen de Münstersen
het steeds slechter. Johan Maurits van
Nassau laat vrijwel alle korenmolens in
Oost-Groningen onklaar maken. Het tekort aan meel en brood brengt honger en
verzwakking. Dan breekt ook nog de pest
uit. Ruim 1.000 mannen sterven.

orst
Ommen

Midden november

Oldenzaal

Borculo

Enschede

westen van het land gericht blijft. Hij laat
zijn leger daarom bij Dieren aan de IJssel liggen. Na de doorbraak verplaatst hij
zijn leger naar Zwolle, bezet opnieuw de
pas bij Rouveen en zendt een deel van
zijn leger naar Groningen.

24 oktober
Van Nassau bereikt Groningen Stad. Zijn
leger komt pas later omdat het door de
hoge waterstand niet naar het noorden
kan trekken. Een deel van het leger, zo’n
3.000 á 4.000 man komt met schepen
naar Harlingen.
Johan Maurits van Nassau bezet
Scheemda, Meeden en Zuidbroek en
vestigt in Zuidbroek zijn hoofdkwartier.
De staatse troepen sluiten zo de Mün-

Losser

sterse troepen in Winschoten op. Terugtrekken door Drenthe kan niet, vanwege
de veenmoerassen in het zuidwesten.
Naar het noorden trekken is vanwege het
onder water gelopen land niet mogelijk.
De tactiek van Johan Maurits von Nassau
is die van uithongeren en wachten: hij
valt niet rechtstreeks aan.

25 oktober
Generaal Gorgas van de afgeslagen
Oostelijke veldtocht moet de Münsterse
troepen in Winschoten te hulp schieten.
Hij laat opnieuw een weg door het moeras aanleggen. Dit maal bij bij Ter Apel.
Von Galen komt zelf naar Meppen om
hierop toe te zien. De weg is twee uur
gaans lang en heeft voldoende breedte
Uittocht Wedde | Rijksmuseum Amsterdam

Von Galen trekt zijn troepen terug uit
Winschoten, eerst naar Ter Apel en vervolgens naar Münster. De troepen steken Jipsinghuizen bij deze terugtocht in
brand. De burcht in Wedde blijft in handen van Münster.

19 november
De staatse troepen vallen de Burcht van
Wedde aan. De Münsterse troepen slaan
de aanval echter af. Wedde wordt platgebrand met uitzondering van de kerk
van Wedde en De Burcht. Gedurende
de verdere winter raakt het leger in de
Burcht meer en meer ingesloten. Ziekte
en gebrek heersen.

8 januari 1666
Het laatste Münsterse garnizoen in de
Burcht, nog 450 man sterk, geeft zich
over. Zij mogen met vaandel en wapens
uit het slot vertrekken maar moeten het
geschut en de munitie achterlaten.

Groningen is nu
vrij van de vijand

18

// MOW Magazine

Afwikkeling en vrede
Eind 1665 is de positie van Bernhard von Galen ernstig verzwakt. Zijn veldtochten in de
Republiek lopen uit op een mislukking. Frankrijk hoopt op Nederlandse hulp in de eigen strijd
tegen Spanje en kiest partij voor de Republiek. De Franse koning stuurt op 10 november 1665
een leger van 4.000 soldaten en 2.000 ruiters. Dit leger trekt door het bisdom Luik naar het
noorden tot aan de IJssel. Van Engeland ontvangt Von Galen nog steeds geen subsidies en ook
binnen het Duitse Rijk verliest hij steeds meer steun. Frederik Willem, de keurvorst van Brandenburg, dreigt zelfs de Republiek militair te gaan steunen. De Duitse keizer wil bovendien niet dat
de havens van de Republiek in Engelse handen komen. Hij keurt de aanval openlijk af.

Soldaten plunderen een dorp 1633 | Rijksmuseum Amsterdam

In deze omstandigheden werpt de keurvorst van Brandenburg zich op als vredesbemiddelaar. Wanneer Von Galen
definitief van Engeland verneemt geen financiële steun
te ontvangen, kan hij niets anders doen dan ingaan op
dit aanbod. De onderhandelingen vinden plaats in Kleef.
Behalve Engeland nemen alle betrokken partijen deel: de
Republiek, Münster, Frankrijk, de Duitse keizer en diverse
vorsten uit het Duitse Rijk.
Op 18 april 1666 vind de ondertekening van het vredesverdrag plaats. Het verdrag bepaalt dat: De Münsterse troepen zich volledig terugtrekken van het grondgebied van de
Republiek. Het leger van het Prins-Bisdom Münster wordt
teruggebracht tot 3.000 man. Von Galen afziet van zijn
rechten op Borculo. Alle verbonden tegen de Republiek
vervallen. De Republiek geen vijandelijkheden onderneemt
tegen het Prins-Bisdom Münster. Duidelijk is wie de verliezer is in deze oorlog: Prins-Bisschop Bernhard von Galen.

Oorlogseffecten
De bezetting en het krijgsverloop nemen hun tol op de be-

volking. Historische bronnen tonen vooral de economische
gevolgen. Van de psychologische en andere gevolgen van
de geweldsdreiging en -uitbarstingen van die tijd is minder
goed een beeld te schetsen.
De bezetters plunderen boerderijen en kastelen, slachten
koeien en schapen, richten drinkgelagen aan en slaan de
boel kort en klein. Talloze gebouwen branden af. Protestantse geestelijken slaan op de vlucht. Hun kerken geeft
de vijand aan de katholieken. De Münsterse troepen zetten dorpen en steden onder druk om te betalen. Zo moet
Losser van december 1665 tot april 1666 elke week 40
rijksdaalders, 35 stuivers, 20 mud haver, 2456 pond hooi én
kosten voor het bestuur betalen. Dat lijkt niet veel, maar
de bevolking was gering. Oldenzaal is dan de grootste stad
van Twente en telt slechts 1.500 inwoners.
Maar niet alleen de vijand houdt huis. De Staatse
verdedigingstactiek brengt de vernietiging van Groninger
molens, dijken en wegen met zich mee. Aan het einde
van de oorlog staat half Groningen onder water.
Talloze inwoners van het gebied zijn op de vlucht.

Onder Vuur // 19

Medaillon Eerste Münsterse Oorlog, origineel Versailles | Rijksmuseum Amsterdam

20

// MOW Magazine

Vrienden
en vijanden
De Eerste Münsterse oorlog kan niet begrepen
worden zonder een indruk van het Europese
krachtenveld van die tijd. Wie waren de hoofdpersonen in dit conflict? Wat dreef hen, wat
was hun politieke motivatie, wie was vriend en
wie vijand? Dat laatste kon in deze tumultueuze tijd ook nog weleens wisselen.
Wij onderscheiden 7 hoofdpersonen: de leider van
de Republiek der Nederlanden, Johan de Witt en zijn
militaire hoofden te land en ter zee, respectievelijk
Johan Maurits van Nassau en Michiel Adriaenszoon
de Ruyter. Hiernaast had je Willem de Derde, op dat
moment slechts 14 jaar oud. Hij speelde geen recht-

streekse politieke rol maar gold wel als het boegbeeld
van de orangisten, degenen die Johan de Witt en de
zijnen uit het zadel wilde helpen. De Franse en Engelse
koningen werkten beiden aan het verankeren van hun
macht, terwijl Bernhard von Galen gedreven werd door
zijn strijd tegen het protestantisme.

De bedreigde zwaan | Jan Asselijn
Op het schilderij zie je een zwaan haar ei verdedigen
tegen een aanzwemmende hond. De bijpassende
opschriften luiden de raadspensionaris, Holland en
de vijand van de staat. De opschriften zijn van latere
datum en geven het schilderij een politieke lading.
Johan de Witt zou Holland beschermen tegen diens
vijanden, waarmee mogelijk ook de orangisten
bedoeld werden. Daarmee kan je het beeld ook
interpreteren als Johan de Witt als beschermer van
‘de ware vrijheid’.
Jan Asselijn, de bedreigde zwaan, circa 1650,
origineel Rijksmuseum, 144 x 171, olieverf op doek.

Onder Vuur // 21

Johan de Witt (1625-1672)
Johan de Witt was bij het uitbreken van
de Eerste Münsterse Oorlog al zo’n
12 jaar raadpensionaris van Holland.
Hij gold als de onbetwiste leider
van de staatsgezinden en de belangrijkste politicus van de Republiek. In het buitenland zag
men hem wel als “de koning
van Nederland”.

um
se

m
rda
ste
m
A

Na de dood van stadhouder
Willem II in 1650 wilde het
merendeel van de 7 Nederlandse provinciën geen
stadhouder, geen centraal
gezag meer. Besluiten werden voortaan gezamenlijk genomen. De Witt was een groot
verdediger hiervan. Hij zag dit
als de ware vrijheid. Degenen
die een herstel van het stadhouderschap beoogden, de orangisten,
probeerde hij dan ook buiten de macht
te houden.

Mede hierdoor concentreerde De Witt zich op
het opbouwen van een sterke vloot, maar
minder op het in stand houden van
een goed landleger. Dit speelde de
Republiek behoorlijk parten toen
Münster over land de Republiek
aanviel. De zuidelijke veldtocht
van de Prins Bisschop verliep
aanvankelijk zeer succesvol.
Toen Frankrijk samen met
Münster de Republiek binnenviel in 1672 bleek dit
opnieuw en nog veel sterker.

R ij

ks

m
u

Zijn beleid richtte zich op het versterken van de handelspositie van de Republiek. Vooral Engeland als opkomende zee- en handelsmacht zag hij als een grote
bedreiging. Hiertegen zocht hij bij Frankrijk steun.

In datzelfde jaar werd
De Witt slachtoffer van een
moordaanslag. De aanslag
mislukte maar schakelde hem
anderhalve maand uit. Hij moest
herstellen van meerdere messteken en andere verwondingen.
Tijdens zijn afwezigheid werd Willem
de Derde tot stadhouder benoemd.
De Witt trad daarop af. Niet veel later
werd De Witt samen met zijn broer Cornelis op
gruwelijke wijze vermoord. Een van de aanvoerders van
de lynchmeute was admiraal Cornelis Tromp, in 1665 door
de Witt gepasseerd als opperbevelhebber van de vloot
ten faveure van Michiel de Ruyter.

De gevangenneming van Johan de Witt, 1672 | Rijksmuseum Amsterdam

22

// MOW Magazine

Johan Maurits van
Nassau-Siegen (1604-1679)
Vlak voordat in 1665 de Münsterse Oorlog uitbrak,
benoemde de Staten Generaal Johan Maurits,
graaf van Nassau-Siegen en achterneef van
Willem van Oranje, tot opperbevelhebber van het landleger. Het was een
hoogtepunt in een militaire loopbaan die hij al op 16jarige leeftijd
startte.

J ohan Maurits bleef tot 1675 in
actieve dienst, waarna hij zich in
Kleef vestigde, waarvan hij sinds
1647 stadhouder was. In 1679 stierf
hij en werd in het daar door hem
aangelegde mausoleum bijgezet
(afbeelding). Een jaar later plaatste
men hem bij in de familiegrafkelder in
Siegen. | Rijksmuseum Amsterdam

nH

rit

sh

De
uis

M
au

In 1632 kocht hij van stadhouder Frederik Hendrik een
perceel grond, pal naast het
Binnenhof in Den Haag, waar hij in
de jaren die volgden een paleis liet
bouwen dat voldeed aan zijn stand:
het huidige Mauritshuis.

a ag

Onder Stadhouder Frederik
Hendrik nam hij in de onafhankelijkheidsstrijd tegen
Spanje deel aan diverse
veldtochten en maakte carrière als cavalerieofficier.
Zo was hij betrokken bij het
beleg van Groenlo in 1627,
het beleg van ’s Hertogenbosch in 1629 en het beleg
van Maastricht in 1632.

In 1636 trad hij in dienst van de West-Indische Compagnie als gouverneur van Brazilië, kort daarvoor
op de Portugezen veroverd. Acht jaar later
keerde hij terug en werkte in verschillende functies voor de Staten
Generaal.
In antwoord op de Münsterse
veldtocht liet hij de achterhoek
ontruimen en stelde zijn leger
op achter de IJssel. Zijn tactiek lijkt er op gericht geweest
een rechtstreeks gevecht
met de vijand te vermijden.
Omdat de Staten verwachtten dat de aanval zich op
Holland zou richten, liet Johan Maurits zijn leger achter
de IJssel liggen, ook toen de
Münsterse troepen naar het
noorden afbogen. Pas nadat
zij via Rouveen Drenthe introkken, verplaatste hij zijn troepen
naar Groningen. Hier isoleerde
hij de vijand en hongerde deze
uit. Begin januari 1666 vertrokken
de laatste Münstersen. In 1672 verdedigde hij de Republiek opnieuw.

Onder Vuur // 23

Michiel Adriaenszoon
de Ruyter (1607-1676)
Vlak voor het uitbreken van de oorlog benoemde
Johan de Witt Michiel Adriaenszoon de Ruyter
tot opperbevelhebber van de vloot van
de Republiek. Hij gaf aan De Ruyter de
voorkeur boven meer ervaren admiraals omdat hij neutraal stond in de
strijd tussen de staatsgezinden en
de orangisten. Tussen Michiel de
Ruyter en Johan de Witt ontwikkelden zich vriendschapsbanden.

plaatsvond. Aanvankelijk verliep deze zeeoorlog slecht
voor de Republiek. De Ruyter behaalde echter
een overwinning op de Engelse vloot in
de Vierdaagse zeeslag in 1666 (afbeelding). Tijdens de tocht naar Chatham
in 1667 bracht hij de Engelse vloot
een vernietigende slag toe. Hierop
volgde een voor de Republiek
gunstige vrede: de Vrede van
Breda.
De Ruyter sneuvelde in 1676
bij Sicilië nadat de Republiek
hem met een zwak eskader
uitzond om de Spanjaarden te ondersteunen tegen
Frankrijk.

um
se

s
Am

dam
ter

Michiel de Ruyter speelde
een belangrijke rol in de
Tweede Engelse oorlog
(1665-1667), die voor een
deel gelijktijdig met de
Eerste Münsterse Oorlog

Rij
ks
Vierdaagse Zeeslag 1666 |
Rijksmuseum Amsterdam

m
u

24

// MOW Magazine

Willem III, Prins van Oranje
(1650-1702)

Toen de Eerste Münsterse oorlog uitbrak, was Willem de
Derde ruim 14 jaar oud. Hij speelde in deze periode nog
geen rechtstreekse politieke rol. Invloed verkrijgen op de jonge prins was echter wel een
belangrijke strategie in de strijd tussen
de staatsgezinden en de orangisten.
Deze laatsten probeerden Willem
als stadhouder erkend te krijgen, iets dat pas in 1672 lukte.
Vanzelfsprekend stelden de
staatsgezinden hier het nodige
tegenover.

(inplanten waarachtige deugden en
wetenschappen en tegelijk kennis
te nemen van de rechten en gebruiken van deze landen, alsook
de aard en de gesteldheid van
deze natie.)

dam
ter

De invloed van De Witt was
tegen het zere been van
Karel de Tweede, oom en
later ook de voogd van
Willem. Aan de andere kant
voedde deze familieband
met de Engelse koning het
wantrouwen richting de
orangisten. Zouden deze
wel loyaal blijven?

um
se

s
Am

Zo bepaalden de Staten in
1666 dat de educatie van
Willem door de staat geleid
moest worden, met Johan de
Witt als één van de opvoeders. Een kwestie die overigens al sinds 1659 speelde.
Als ‘kind van de staat’ kon
men hem:

“…in te planten de waere deuchden ende wetenschappen, mitsgaders om dezelve te imbueren met de kennisse van de rechten
ende costumen deser landen, alsook van de aerdt
ende ’t humeur van dese natie”.

Rij
ks

m
u

Op deze afbeelding uit 1663 zie je een triomfwagen met de twaalfjarige Willem de derde. In zijn gevolg vind je de heer van Beverweert, de admiralen Tromp en Opdam en twee vorsten van Nassau, allen min of meer bekende orangisten. De personificatie van
religie heeft de teugels in handen, bijgestaan door Dapperheid en Voorzichtigheid. De provinciemaagden, let ook op de vaandels,
treden de wagen tegemoet. Een duidelijke voorstelling van Willem als leider van het land. | Rijksmuseum Amsterdam.

Onder Vuur // 25

Lodewijk de Veertiende (1638-1715)
Lodewijk de Veertiende, ook wel bekend als de Zonnekoning, wist meer dan zijn voorgangers de macht van de
koning in Frankrijk te versterken. Hij maakte vanaf 1661
een einde aan de versnippering van de macht over de vele
adellijke instellingen die uit de middeleeuwen
stamden. Hij concentreerde zeggenschap
zoveel mogelijk bij hemzelf, zich beroepend op zijn goddelijk recht, droit divin.
Lodewijk was de meest succesvolle
absolute vorst in het Europa van
zijn tijd.

Nog maar 6 jaar later zou Lodewijk
tegenover de Nederlanden een totaal
tegengestelde positie innemen.
Hij sloot in 1672 een bondgenootschap met Engeland, Keulen en
Münster om de Republiek aan te
vallen, nog steeds met zijn oog
op de Spaanse Nederlanden.
Of bondgenoten katholiek of
protestants waren, was bij
hem van ondergeschikt belang aan de uitbreiding van
zijn macht. Op zijn sterfbed
schijnt hij nog als zonde opgebiecht te hebben “J’aimais
trop la guerre” (ik hield te
veel van de oorlog).

im
ik

ed

ia

Lodewijks buitenlandse beleid
was gericht op het vergroten
van de macht van Frankrijk,
ter meerdere eer en glorie
van de koning. De katholieke
vorst wilde de Spaanse Nederlanden toe-eigenen, uit
handen van de katholieke
Habsburgers. Omdat hij in
Münster een Habsburgse
bondgenoot zag, koos hij in

de Eerste Münsterse Oorlog zonder omwegen partij voor
de protestantse Republiek. Hij verwachtte zo de positie
van de Habsburgers te verzwakken om vervolgens de
Spaanse Nederlanden te kunnen bezetten.

W
Allegorie op de macht. Lodewijk, in
Romeins tenue, vertrapt een monster terwijl Onsterfelijkheid hem
kroont en Vrede hem aan de hand
neemt. Een engel wijst op een
wapenuitrusting. De tekst op het
doek verwijst naar een filosofisch
traktaat van Charles Colbert de
Croissy, één van Lodewijks belangrijkste adviseurs. Prent: Gerard
Edelinck . Origineel: Charles Le
Brun, circa 1680. | Rijksmuseum
Amsterdam

26

// MOW Magazine

Karel de Tweede (1630-1685)

Karel was een bewonderaar van
Lodewijk de Veertiende en een
aanhanger van het absolutisme.
Hij slaagde er echter niet in zo
machtig te worden als Lodewijk. Het Engelse Parlement
confronteerde hem met weerstand. Hij wist het parlement
in 1681 te ontbinden en
regeerde nog tot zijn dood
in 1685. Opmerkelijk is dat
hoewel Engeland formeel
onder de Church of England
viel, hij sterke relaties had
met katholieken, waaronder
zijn broer. Op zijn sterfbed
schijnt hij alsnog bekeerd te
zijn tot de kerk van Rome.

ed

im
ik

W

De Republiek verwachtte in
Karel een bondgenoot te
hebben. Hij vertrok in 1660
vanuit Scheveningen (zie
afbeelding). De republiek gaf
hem een luisterrijk afscheid,
met voor die tijd ongekend
hoge kosten. Het mocht niet
baten. Nog geen 5 jaar later
waren Engeland en de Republiek in een verwoede strijd
op zee verwikkelt, de Tweede
Engelse oorlog (1665-1667).
Als opkomende handelsnatie
wilde Karel een einde maken
aan de machtspositie van de Republiek. Ook beloofde hij Von Galen
financiële steun voor zijn veldtochten.

Als oom en voogd van Willem de Derde probeerde Karel
hem in de Republiek als stadhouder aan de macht te
helpen. Hij wantrouwde bovendien Johan de Witt omdat
deze in 1664 in het geheim een vloot naar West-Afrika
zond, als strafexpeditie richting de Engelsen.
Overigens stond deze vloot onder leiding
van Admiraal de Ruyter.

ia

De opgang van Karel de Tweede naar de troon was
moeizaam. Zijn vader, Karel de Eerste, werd in 1649
onthoofd. Het Engelse parlement riep Karel wel uit
tot koning maar strijd volgde met Olivier Cromwell en
diens republikeinen. Na een beslissende slag
vluchtte Karel in 1651 naar het Europese
vasteland. Hij verbleef onder meer in de
Republiek. Na de dood van Cromwell
keerde hij in 1660 terug naar Engeland als koning. Een periode van
restauratie begon.

Vertrek Karel de
Tweede uit Scheveningen 1660
| Rijksmuseum
Amsterdam

Onder Vuur // 27

Christoph Bernhard von Galen
(1606-1678)

Christoph Bernhard von Galen voelde zich door de
Republiek der Nederlanden uitgedaagd tot de
aanvallen, zo staat op zijn grafschrift te
lezen. Zijn heilige strijd tegen het
protestantisme versterkte hem in zijn
grieven. Zeker is dat beide oorlogen
en de strijd tegen de Republiek
de kern vormden van zijn buitenlandse beleid.
Opvallend hierbij is dat hij de
verhoudingen binnen Europa
vaak verkeerd inschatte.
Zo had hij verwacht dat
de koning van Frankrijk,
eveneens katholiek, hem in
zijn aanval in 1665 op zijn
minst niet dwars zou zitten.
In het verleden had Frankrijk hem ook gesteund, onder meer in het verzekeren
van zijn claim op Münster.
Nu steunde Frankrijk echter
de Republiek.

In 1678 stierf Von Galen, een
failliet Münster achterlatend.
Terwijl hij lag opgebaard werd
zijn huis geplunderd | Rijksmuseum Amsterdam

Ook bleek Engeland een onbetrouwbare partner.
De beloofde financiële steun bleef uit. Von Galen
kon zijn soldaten niet betalen en zijn leger
slonk. Hij moest zijn oorspronkelijke plan
om Holland te bezetten, verlaten.
Door af te buigen naar het noorden,
kwam zijn leger in de val te zitten.
Een tweede aanval in 1672 was
meer succesvol: de Münsterse
bezetting duurde dit keer ruim
twee jaar.
In Nederland heeft Von
Galen de reputatie verkregen van oorlogsliefhebber,
met als bijnaam Bommen
Berend. De vraag is of
hij zoveel afweek van de
andere heersers van zijn
tijd, veelal op jacht naar de
overhand binnen het wankele en wisselende machtsevenwicht dat Europa heette.
Wel is duidelijk dat hij zich
meer dan andere heersers liet
leiden door zijn religieuze overtuigingen. Dit maakte hem blind
voor de motivatie van bijvoorbeeld
de veel pragmatischere Franse koning.

28

// MOW Magazine

De vier kanten van de
Don Quichot
Een bekende uitspraak is dat geschiedenis geschreven wordt door de overwinnaars. Het beeld dat ook
vandaag nog in Nederland van Bernhard von Galen bestaat, is dat van een machtswellusteling die
vechtend tegen de bierkaai ten onder ging. Klopt dat beeld? Hier komen de verschillende kanten van
Prins-Bisschop Christoph Bernhard Freiherr von Galen, zoals zijn volledige naam luidde, aan bod.
Reputatie en overlevering

Over spotprenten

Tijdgenoten van Von Galen bepaalden het veelal negatieve beeld dat tot op de dag van vandaag voortleeft.
Zo schetste de geschiedschrijver Simon de Vries in een
biografie van 1679, Von Galen af als een onbetrouwbare,
gevaarlijke agressor. Het beeld van een duivelse
bisschop die net zo gemakkelijk kanonnen
afschoot als de wijwaterkwast hanteerde,
keerde vaak terug.

Spotprenten bestonden uit afgedrukte gravures die de
draak staken met personen of politieke gebeurtenissen. Drukkers verkochten de prenten als pamfletten.
Ze besloegen meestal een pagina met beeld en een
toelichtende tekst. Gravures waren in de 17e eeuw
een goedkope manier om (nieuws)beelden te
verspreiden.

Op veel spotprenten staat Von Galen
als Don Quichot. Zoals deze ridder
vocht tegen windmolens, die hij in zijn
wanen aanzag voor reuzen, zo vocht
Von Galen tegen zijn denkbeeldige
vijanden van de katholieke orde.
Ook zien we hem als een ruiter op een
zwijn, wat de draak stak met Münster
waar de varkensteelt belangrijk was.
Weer andere spotprenten tonen Von Galen als half bisschop, half soldaat, een verwijzing naar het dubbelzinnige, lees onbetrouwbare, karakter van Von Galen.

Spotprent midden | LWL-Museum für Kunst und Kultur Münster

Het succes van spotprenten vooronderstelde een zekere mate van
politieke vrijheid en een publiek, dat
kon lezen en schrijven, politieke interesse had en bovendien welvarend
genoeg om de spotprenten te kopen.
De Republiek voldeed in de zeventiende eeuw in Europa het meest aan
deze voorwaarden. Hier bevond zich
een naar verhouding welvarende burgerij,
die door de Vrijheidsstrijd tegen Spanje politiek geïnteresseerd was, terwijl het bestuur van de
Republiek een relatief hoge mate van vrijheid kende.

Spotprenten overig | Rijksmuseum Amsterdam

Onder Vuur // 29

Prins Bisschop
Vorst
In het 17e eeuwse Duitse rijk was het samenvallen van een bisdom met een vorstendom niet ongebruikelijk en geheel volgens de wet. Von Galens opmars naar de macht was echter niet vanzelfsprekend.
Münster onder vuur
De deken van Münster, Bernhard von Mallinckrodt vocht
Von Galens uitverkiezing aan. Ook het stadsbestuur van
Münster, dat de vrijheden van de stad bedreigd zag, verzette zich. Von Galen belegerde Münster twee keer. De
stad sloeg het eerste beleg (20 augustus tot en met 16
oktober 1657) af met hulp van de Nederlandse Republiek. Zijn tweede beleg (22 juli 1660 tot en met 26 maart
1661) was een succes. De Republiek durfde de stad niet
meer te steunen, omdat Frankrijk een dreigende houding
innam. Hierna is Von Galen onbetwist heer en meester in
het Prins-Bisdom.

steden. Von Galen nam als vorst al snel maatregelen
om de Landdag te passeren en naar eigen goeddunken
belasting te heffen. Münster kreeg eerder bij de bepalingen van de Vrede van Westfalen in 1648 onder meer
autonomie in militaire zaken en kon voortaan zelfstandig
bondgenootschappen aangaan. Aan deze zelfstandige
status van de stad maakte hij in 1661 een einde.
In die zin was Bernhard von Galen een moderne 17e
eeuwse vorst. Bij de meeste absolutistische heersers
ging het landsbelang voor alles, bij de pragmatische
Franse koning voorop. Heersers gingen bondgenootschappen aan op basis van wat dan het beste uitkwam.

Münster voor en na de beschieting 1657 | LWL-Museum für Kunst und Kultur Münster

Modern absolutisme
Als prins streefde Von Galen naar absolutisme. Lodewijk
de Veertiende was daarin zijn grote voorbeeld. Zo veel
mogelijk regeringsmacht kwam hier bij de vorst te liggen. Hij drong de aloude macht van plaatselijke heersers
terug. Vorstelijke besluiten golden nu voor heel het land.
Het waren de eerste stappen op weg naar een centrale
of landelijke regering.
Zo liep de belastingheffing in Münster van oudsher via
de Landdag, bestaande uit leden van de adel, geestelijkheid, ridders en de vertegenwoordigers van dertien

Een vriend kon zo snel een vijand worden en omgekeerd.
De Franse koning bijvoorbeeld steunde in 1665 de
Republiek der Nederlanden om nog geen zeven jaar
later Münster te steunen.

Strijd tegen het protestantisme
Von Galen richtte zich echter op een hoger doel, de
strijd tegen het protestantisme. Dit maakte hem blind
voor het wispelturige gedrag van andere spelers op het
Europese strijdtoneel en verkleinde zijn kansen op militair succes. Na twee mislukte veldtochten, liet Von Galen
bij zijn dood in 1678 een berooid Münster achter.

30

// MOW Magazine

Bisschop
Von Galen nam zijn functie als bisschop
ernstig op. Het was niet enkel een
voorwendsel voor macht.
Kerkhervormer
Als leider van zijn bisdom streefde hij naar hervorming
van de katholieke kerk. Hij gold als aanhanger van het
Concilie van Trente (1545-1563). Deze kerkvergadering
uit de voorgaande eeuw had regels uitgegeven voor het
zuiveren van misstanden in de katholieke kerk, om zo
het protestantisme te bestrijden.
Von Galen belegde in zijn bisdom diverse hervormingssynodes. Hij riep zijn geestelijken bijeen om aanwijzingen
te geven over de zuivere katholieke leer, richtlijnen voor
het houden van diensten en de geestelijk zorg aan parochianen. De bisschop bracht onvermoeibaar visitatiebezoeken - een soort inspecties- aan de parochies binnen zijn grenzen, om te kijken of deze zijn richtlijnen in
praktijk brachten. Tussen 1654 en 1662 bezocht hij maar
liefst 55 parochies persoonlijk.
Rijksmuseum Amsterdam

Celibaat
Een van de problemen die de Bisschop zag, was dat veel
priesters zich niet aan het celibaat hielden. Hij dwong
priesters om hun vrouwen en eventuele kinderen weg te
sturen, die daarmee vaak tot totale armoede vervielen. Priesters die weigerden hun concubinaat
op te geven, liet Von Galen uit hun ambt zetten. Hij schrok er zelfs niet voor terug om “risicovolle” vrouwen gevangen te zetten. Een
harde opstelling. Herstel van de discipline in
de kerk was volgens de Bisschop echter nodig.
De kerken in de parochies dienden voor gelovigen een werkelijk geestelijk tehuis te zijn. Zijn
pastorale brieven getuigen van deze opvatting.

Schenkingen

detailleerde richtlijnen, alles van de wijze van prediken
tot de manier van zingen.
Verder steunde Von Galen parochies met geschenken.
Zo gaf hij in 1655 een prachtige verzilverde
en vergulde madonna aan
de parochie in Vechta: de
Strahlenmadonna (stralenkransmadonna). Nog
steeds dragen katholieken in Vechta dit beeld
mee in de processie op
Hemelvaartsdag.

Hierbij stak de bisschop veel geld, ook uit persoonlijke middelen, in de bouw van nieuwe kerken. Veel kerken waren in de Dertigjarige Oorlog
(1618-1648) verwoest. De zielzorg in de kerken
moest van hoge kwaliteit zijn. Hiertoe gaf hij ge-

Strahlenmadonna | Kath. Kirchengemeinde St Mariä Himmelfahrt Vechta

Onder Vuur // 31

Mens
Bernhard werd op 12 oktober 1606 geboren te Rinkerode, niet ver van Münster. Hij was een van
vier kinderen in een oud geslacht van lage landadel. Zowel zijn vader als moeder waren protestants, opmerkelijk in een omgeving die grotendeels katholiek was. Zijn leven getuigde van een
grote discipline.

Rijksmuseum Amsterdam

Jeugd

Bisschop

Vader Dietrich von Galen was officier. Tijdens een duel
op de Domplatz doodde hij mede-officier Gerhard Morrien en verdween voor twaalf jaar in de gevangenis. In de
jeugd van Bernhard speelde hij zo nauwelijks een rol.

In 1650 koos het Domkapittel, een belangrijk bestuursorgaan van de katholieke kerk in Münster, Von Galen tot
bisschop. De Paus bevestigde dit. Volgens de bestaande
regeling voor het vorstendom Münster erkende de Duitse
keizer hem vervolgens als landsheer.

In de gevangenis bekeerde Dietrich zich tot het katholieke geloof. Ook Bernhards moeder, Catharina von
Hoerde, werd laat in haar leven katholiek, vlak voor de
verkiezing van Bernhard tot bisschop in 1650.
Vanwege de gevangenschap van zijn vader en het protestantse geloof van zijn ouders nam de broer van zijn
vader, Heinrich von Galen, Bernhard in huis. Zijn oom
zorgde ervoor dat Bernhard gedegen onderwijs volgde
bij de Jezuïeten. Deze katholieke kloosterorde streefde
naar contrareformatie. Het protestantse geloof moest
bestreden worden, onder meer door zuivering van de
katholieke kerk. Voor het wereldbeeld van Bernhard
was deze gedachte van grote invloed bepalend.

Student
Bernhard wilde priester worden en studeerde theologie
aan verschillende universiteiten, geleid door Jezuïeten, in München, Keulen, Mainz en Bordeaux. Bernhard viel op als een intelligente en ijverige student.
Al snel bekleedde hij verschillende bestuurlijke functies
binnen het bisdom. Vanwege zijn capaciteiten
stuurde het bisdom hem als vertegenwoordiger
van de kerk naar de voorbereidende besprekingen
voor de Vrede van Münster van 1648. Zo was
hij onderdeel van één van de bepalende momenten van zijn tijd.

Als priester/bisschop trouwde Bernhard niet.
Hij stierf in 1678.
Wikimedia

32

// MOW Magazine

Onrust in de regio
De oorlog versterkte reeds bestaande tegenstellingen in de regio, voedde wantrouwen, angst voor
katholieke restauratie en meer. Als hoofdkwesties kunnen we twee zaken onderscheiden: de strijd
om het gezag in t Oldambt en spanningen in de Stad zelf.

Strijd om het
gezag in Oldambt
De verhouding tussen de stad Groningen en het Oldambt was slecht door
een conflict over de zeggenschap
over het Oldambt: lag dit bij de Stad
of Oldambt zelf? Aanleiding waren de
plannen van de stad voor verlenging
van het Herediep (sinds 1840 bekend
als het Winschoterdiep).
De stad wilde dit kanaal vanaf Zuidbroek in twee richtingen verlengen,
naar Winschoten en Finsterwolderzijl.
De laatste aftakking liep echter dwars
door de beste landerijen van meerdere landeigenaren. Eén van hen, jonker
Sebo Huninga uit Oostwold, leidde
het verzet hier tegen. Toen het stadbestuur in 1635 de aanleg doorzette,
liep het conflict hoog op.
De partijen bestookten elkaar met
pamfletten over de vraag wie soeve-

rein was in het Oldambt. Om het
verzet in het Oldambt de kop in te
drukken, veroordeelde het stadsbestuur Sebo Huninga in 1639 bij verstek tot levenslange verbanning uit
Stad en Lande.
De verbanning maakte geen einde
aan de spanningen. In 1648 kwam
het zelfs tot een gewapend treffen bij
Zuidbroek. De Staten Generaal kozen
echter partij voor Groningen.
Het wantrouwen bleef evenwel bestaan. Toen de Münsterse troepen het
Oldambt bezetten, vreesde Groningen, dat het Oldambt gemene zaak
zou maken met de Prins Bisschop.
Slochteren, Schildwolde, Noordbroek,
Zuidbroek, Westerlee en Heiligerlee
vroegen inderdaad sauvegarde, “bescherming”, aan bij Münster. In ruil
voor het leveren van rantsoenen, zou
het leger de dorpen niet plunderen.

Nadat Johan Maurits van Nassau
het grootste deel van het gebied
heroverde, daagde hij Noordbroek
en Zuidbroek voor een krijgsraad in
november 1665. De dorpen moesten
zich verantwoorden voor het aanvragen van sauvegarde. Het Gewest
Groningen bestreed de zeggenschap
van de krijgsraad, maar Van Nassau
trok zich hier niets van aan. De krijgsraad veroordeelde beide plaatsen
tot het betalen van een boete van
5000 Carolusgulden, op te brengen
binnen 24 uur. Later deelde de raad
ook zware boetes uit aan Heiligerlee
en Westerlee.

Graf Sebo Huninga | Ick heb op
deser aerd gestreeden, in gemack en moeilikheden. Ick heb
geyvert voor ’t gemeen. Nu rust
ick onder desen steen.

Onder Vuur // 33

Spanningen in
de Stad Groningen
In Groningen liepen de spanningen
eveneens hoog op bij het uitbreken
van de oorlog. Niet alleen bestond
er wantrouwen richting het Oldambt,
intern was de stad ernstig verdeeld.

Angst voor katholieken
Het protestantse stadsbestuur vreesde voor een opleving van godsdienstoorlog en verraad van katholieken.
De stad bepaalde dat alle katholieken hun wapens moesten inleveren
en van straat dienden te blijven.

Regenten versus gilden
Daarnaast stonden regenten en
gilden tegenover elkaar. De gilden
probeerden in 1662 de greep van
de regenten op het stadsbestuur te
doorbreken. Even waren zij succesvol.
Aan het einde van het jaar maakten
de regenten echter al een einde aan
de opstand.
Het stadsbestuur zette de leiders van
de gilden gevangen. Eén van hen was
de bontwever Gerrit Harms Warendorp, één van de twee bouwmeesters
van de gilden. De bouwmeesters
vertegenwoordigden de gilden in het
stadsbestuur en spraken recht in
kwesties tussen gilden onderling of
tussen leden van hetzelfde gilde.
De stad veroordeelde Warendorp ter
dood. In 1663 werd hij terecht gesteld

Portret Gerrit Harms Warendorp | Groninger Museum

op de Grote Markt. De andere bouwmeester, Gerhard Udink en de advocaat Lucas Harckens ontvingen gratie. Op straffe van executie werden zij
levenslang verbannen van
het stedelijk grondgebied.
In 1665 kwamen zij op de
vlucht voor de Münsterse
troepen toch terug. Beiden
werden alsnog onthoofd, en
wel op dermate gruwelijke
wijze, dat woedende toeschouwers de beul achtervolgden.

De zaak Schulenborg

Familie Schulenborg | Groninger Museum

De zaak Schulenborgh
versterkte het wantrouwen
in de Stad. Meester Johan
Schulenborgh vertegenwoordigde Stad en Lande in
de Staten Generaal.
Hij haalde zich het ongenoegen van het stadsbestuur op

de hals, toen hij in 1661 voor het
vredesverdrag met Portugal stemde.
Dit was uitdrukkelijk tegen de opdracht van de stad in, omdat het
vredesverdrag voor de stad financieel
nadelig was. Het bestuur schorste
Schulenborg maar hij zocht steun
bij de gilden. Dit kwam hem duur te
staan. Nadat de regenten de opstand
van de gilden onderdrukten, kreeg hij
huisarrest. Verkleed als vrouw vluchtte hij uit Groningen naar Münster,
waar hij als adviseur van de Prins
Bisschop optrad. Na zijn vlucht werd
hij bij verstek ter dood veroordeeld.

34

// MOW Magazine

Ruiterportret Bernhard von Galen 1674 | particulier bezit Groninger Museum

Onder Vuur // 35

Tot slot
De Eerste Münsterse Oorlog liep voor de Prins Bisschop op een fiasco uit. Niettemin zou hij
het enkele jaren later nog eens proberen, in 1672. Als onderdeel van een bondgenootschap met
Engeland en Frankrijk rukte de Bisschop op in het oosten en belegerde de stad Groningen.Uit deze
tijd stamt zijn bijnaam Bommen Berend. Twee jaar later was Von Galen opnieuw verslagen.
Dit belette hem echter niet om zichzelf in 1674 te laten portretteren als machtig ruiter voor de stad
Groningen. Doordat de schilder vanaf een gravure werkte, staat de stad overigens in spiegelbeeld.
Ook zijn grafschrift laat
weinig aan verbeelding
over:
Gewijd aan God de
almachtige en allerhoogste. De buitengewoon verheven en
eerwaardige Vorst en
Heer, Heer Christoph
Bernhard,Bisschop van
Münster, Abt van de abdij
van Corve, Burggraaf van
Stromberg, Prins van het
Heilige Romeinse Rijk,
Heer van Borculo, werd
geboren in de burcht van
Bisping op 12 oktober
1606, werd gekozen tot
bisschop op 14 november 1650, werd bevestigd
en gewijd in 1651, en in
1652 in een feestelijke
processie in zijn ambt
ingeleid.
Hij heeft de zedelijke
levenswandel van de
geestelijkheid hersteld.
Hij heeft de kerken weer
toegerust. Hij heeft het
vaderland weer veiligheid gebracht.

gehoorzaamheid. In Hongarije voerde hij de legers
aan van het Keizerrijk in
de strijd tegen de Turken.
In het Stift Corvey heeft
hij Höxter bevrijd. Daartoe uitgedaagd voerde
hij twee maal oorlog met
de Bataven en bezette
daarbij heel Overijssel en
een deel van Gelderland,
Friesland en Groningen.
Nadat hij weer vrede had
gesloten met de Bataven,
stuurde hij vele duizenden bewapende mannen
als hulptroepen voor de
Keizer en het Rijk naar
Duitsland.
Wildeshausen heeft hij
ook heroverd. De hertogdommen Bremen en
Verden heeft hij heroverd
op Zweden

Toen hij zijn legers als
hulptroepen ten behoeve
van de koning van Spanje
in België beproefde,
Grafmonument | Domverwaltung St.-Paulusdom Münster
en in het Noorden ten behoeve van de Deense koning en
hij thuis de rust van het platteland
recht in ambten in het Eemsland, in
genoot, werd hij in de burcht Ahaus
Vechta, Cloppenburg en
getroffen door koorts en stierf hij
Bevergern heeft hij in de handen
Coesfeld heeft hij van soldaten
roemrijk, zacht en vroom tot onmegelegd van de Kerk van Münster. De
uit Hessen, Bevergern van soldaten
telijk verdriet van zijn ondergeschikgraaf van Bentheim en verschillende
uit Orange, Vechta van soldaten uit
ten en van wie hem na stonden op
anderen heeft hij tot het ware geloof
Zweden bevrijd. Het hele bisdom
19 september in het Heilsjaar 1678
bekeerd. Veel heeft hij voortreffelijk
heeft hij bevrijd van vijandelijke
op de leeftijd van 72 jaar na een
gegrondvest, ingericht, nagelaten en
bezettingstroepen.
ambtsperiode van 28 jaar.
gesticht.
Hij heeft burchten gebouwd in
Münster, Coesfeld en in Vechta.
Schrik voor zijn vijanden. BescherIn het aangaan van bondgenootCoesfeld, Warendorf, Rheine, Vechta
mer van zijn vrienden Vernieuwer,
schappen en het voeren van oorloen Meppen heeft hij versterkt.
behoeder en vergroter van de Kerk
gen overtrof hij al zijn voorgangers.
en het Vorstendom.
Münster heeft hij teruggeleid naar
Het bisschoppelijk benoemings-

MOW | Museum de Oude Wolden
te Bellingwolde is al sinds 1973 een
museum. Van het begin af aan richt
het museum zich op kunst en geschiedenis. Sinds 2012 kent MOW
nog maar twee vaste presentaties,
een opstelling rond fijnschilder en
magisch realist Lodewijk Bruckman
en 24K, met wisselende expositieruimte voor regionale kunstenaars.

www.lodewijkbruckman.nl

Het museum programmeert twee
tot drie keer per jaar een nieuwe,
omvangrijke hoofdexpositie waarbij
zowel artistieke als streekhistorische onderwerpen aan bod komen.
Verder is het onderzoeken van
het eigene van de streek, en dan
met name Westerwolde, een apart
thema. MOW is zo steeds opnieuw
een heel nieuw museum. Kijk op de
website van MOW voor het actuele
programma.
MOW zoekt in zijn programmering
naar verrassing en een net wat
andere blik op soms alledaagse
zaken. De eigen collectie van ettelijke duizenden streekhistorische en

artistieke objecten is hierbij een vertrek- maar niet een eindpunt. Achter
de schermen werkt het museum aan
het beschrijven en toegankelijk maken van deze collectie.
Verder organiseert MOW educatieve
activiteiten voor jong en oud en
werkt het museum aan een groeiend
evenementenprogramma.

MOW | Museum de Oude Wolden
Hoofdweg 161
9695 AE Bellingwolde
0597 - 53 15 09
info@museumdeoudewolden.nl
www.museumdeoudewolden.nl