niEuwsbriEF

Jaargang 9 Nummer 3 aug/sept 2006 Inhoud 1 _ actueel 4 _ internationaal 4 _ natuurwetenschappelijk onderzoek 5 _ collectiebeheer 6 _ aankondigingen 8 _ Personalia/agenda Actueel

bruiklEEn aan hEt FriEs MusEuM

EEn niEuwE aanwinst van hEt icn

o

nlangs heeft het IcN een land­ schap van de Friese schilder Jacobus Sibrandi Mancadan (1602­1680) verworven. Het schilderij van Mancadan stelt een slapende herder bij een waterput in een berg­ achtig landschap voor. het werk is karakteristiek voor Mancadan, die een uitgesproken voorkeur had voor italianiserende land­ schappen met reizigers, herders met vee en vaak met klassieke ruÏnes. Zoals op veel van zijn schilderijen hield Mancadan de toon van het landschap sober. in de hemel is een zachtgele gloed zichtbaar. het Fries Museum in leeuwarden krijgt het schilderij in bruikleen. in het Fries Museum hangen op dit moment al drie

schilderijen van Mancadan. drie andere schilderijen worden dit jaar teruggegeven aan de erven van de oorspronkelijke eigenaar, de joodse kunsthandelaar Goudstikker. het schilderij met slapende herder is verworven via de kwijtscheldings­ regeling. deze regeling houdt in dat een belangrijk kunstwerk dat deel uitmaakt van een erfenis, door de erfgenaam over­ gedragen wordt aan de staat. Maximaal

120 procent van de waarde van het kunstwerk kan in dat geval afgetrokken worden van de successiebelasting. Inl. eric Domela Nieuwenhuis, t 070 307 38 39, e eric.domela@icn.nl

Jacobus sibrandi Mancadan Een slapende herder en zijn vee

ProJEct MonuMEntalE wandschildErinGEn

M

onumentale wandschilderkunst krijgt in Nederland veel minder aandacht dan ‘gewone schilderkunst’ op doek of paneel. toch is Nederland rijk aan wandschilderingen en andere monumentale kunstvormen (mozaïeken, sgrafitto’s, reliëfs, glaskunstwerken) uit verschillende periodes. deze bevinden zich in en aan kerken, openbare gebouwen, scholen, bedrijfspanden en woningcomplexen. werken die vaak werden gemaakt door bekende kunstenaars. doordat de gebouwen waarin ze zich bevinden van eigenaar wisselden, raakten de schilderingen nogal eens in de vergetelheid. Ze werden verwaarloosd, beschadigd, weggekalkt of zelfs vernietigd (bijvoorbeeld door sloop van het gebouw). Met name werken uit de laatste bloeiperiode van de monumentale wandschilderkunst, de periode na de tweede wereldoorlog, worden bedreigd. het project Monumentale wandschilderkunst (onderdeel van het Programma schilderkunst) wil de aandacht vestigen op het belang van monumentale kunst uit deze periode, aangeven

wat er nog aan belangrijke kunstwerken bewaard gebleven is en wat er is verloren. als pilot­onderzoek wordt van 10 kunstenaars het monumentale oeuvre in kaart gebracht. deze 10 kunstenaars, waarvan zich ook werk in de icn­collectie bevindt, zijn: lex horn, nicolaas wijnberg, louis van roode, cuno van den steene, dick Elffers, harry op de laak, albert Muis, Jan Groenestein, wally Elenbaas en Jeroen voskuyl. uitgebreide informatie over het project en de icn medewerkers die eraan meewerken is te vinden op de website www.monumentale­wandkunst.nl. Inl. Rutger Morelissen, t 020 305 46 12, e rutger.morelissen@icn.nl
cuno van dEn stEEnE maakte in 1956 deze muurschildering in loods 6 in amsterdam

2 _ niEuwsbriEF icn

icn GErEorGanisEErd d
e reorganisatie van het IcN is in juli afgerond. Niet alleen de nieuwe huisstijl zorgt nu voor een ander gezicht naar buiten toe, maar ook qua werkwijze is het IcN een nieuwe weg ingeslagen. De aanleiding tot de reorganisatie waren de bezuinigingen, opgelegd door de kabinetten Balkenende I en II. Een belangrijk onderdeel van de reorganisatie was de overdracht van de opleiding restauratoren aan de universiteit van amsterdam (uva). de formele afronding van de overdracht vond plaats op 4 juli jongstleden, met de ondertekening van het convenant tussen het icn, de uva en het Ministerie van ocw. Parallel aan de uva minoropleiding restauratie en conservering, zal het icn nog tot augustus 2009 de opleidingen verzorgen. 27 studenten zullen dan afstuderen als laatste icn­lichting. als bijlagen zijn bij deze nieuwsbrief het nieuwe organogram van het icn en een actuele ‘wie is wie’ lijst van icn medewerkers toegevoegd.

intErviEw MEt hEnriëttE van dEr lindEn, dirEctEur icn
In juli is de reorganisatie van het IcN afgerond. Wat waren de belangrijkste aandachtspunten bij de reorganisatie?. in eerste instantie is de reorganisatie op gang gebracht door bezuinigingsmaatregelen vanuit ocw. Een belangrijk punt daarbij was het overdragen van de icn opleidingen naar de universiteit van amsterdam. daarnaast bood de reorganisatie kansen om een kwalitatieve slag te slaan op beleidsmatig en organisatorisch gebied. belangrijk in dat kader is de vraag wat nu eigenlijk de kerntaken zijn van het icn. als je met minder geld en minder menskracht komt te zitten is deze vraag van groot belang. Je moet dan immers kunnen aangeven waarom de organisatie uit bepaalde onderdelen bestaat en waarom je doet wat je doet. De reorganisatie richtte zich o.a. op de wens balans te creëren op het vlak van werkwijze, cultuur, markt en overheid. Hoe zal dit gerealiseerd worden? om dit te kunnen realiseren moeten we meer naar buiten gericht zijn en beter inzicht krijgen in de soort vragen die het icn ontvangt vanuit het museale veld. Een belangrijk streven is ook dat er meer en beter toegankelijke informatie voorhanden komt over de contacten en de onderzoeksvragen die er zijn. voor het management is dit waardevolle informatie, die bij kan dragen aan een meer professionele bedrijfsvoering. icn medewerkers behouden uiteraard een bepaalde autonomie die behoort bij het werken vanuit kennis. het nemen van initiatieven is daarbij bijvoorbeeld belangrijk. de aandachtspunten van de reorganisatie zijn kortom het meer naar buiten toe gericht zijn van de organisatie, betere aansturing van bedrijfsprocessen en het delen en vermeerderen van kennis op het terrein van behoud en beheer van ons cultureel erfgoed. Het IcN is gestart met het werken in programma’s; afdelingsoverstijgende activiteiten die niet gebonden zijn aan één bepaalde deskundigheid of werkvorm. Wat verwacht je van deze werkwijze? het is belangrijk om intern informatie uit te wisselen. niet alleen tussen medewerkers van één afdeling, maar ook tussen de verschillende afdelingen. Je kunt pas zeggen dat het icn een interdisciplinaire organisatie is als je kunt aantonen dat er sprake is van een goede interne samenwerking, en er geen sprake is van vier losse ‘winkels’. het uitgangspunt moet dus zijn dat je je kennis wilt delen. de winst van deze kennisdeling is dat het icn zich extern beter kan profileren door kwalitatief betere producten en diensten. de programma’s die nu gestart zijn moeten een stimulans geven aan dit organisatie­ brede werken. Ook de uitstraling van het IcN naar buiten toe is aangepast door het lanceren van een nieuw logo met daaraan gekoppeld een nieuwe huisstijl. Wat vind je eigenlijk van het nieuwe logo en de nieuwe huisstijl? de nieuwe huisstijl vind ik persoonlijk mooier dan de oude huisstijl, frisser, opener en meer passend bij wat het icn vanaf nu wil uitstralen.

de ondertekende symbolische overdracht

henriëtte van der linden kijkt toe hoe de heer sybolt noorda, universiteit van amsterdam, de symbolische overdrachtsovereenkomst met icn ondertekent. hiermee geeft icn de inventaris van de restauratorenopleiding in eeuwig durende bruikleen aan de uva. 

_ niEuwsbriEF icn

EEn onGEbruikEliJkE oPlossinG E
ind 2005 werden er problemen geconstateerd met de vochtbeheersing in het nieuw gebouwde museum ‘de Buitenplaats’ in eelde. In dit museum wordt vooral kunst uit de 20e en 21e eeuw getoond. maar buiten het stookseizoen kon dit niet. door de bouwwijze komt warmere buitenlucht in de, naar verhouding, koelere museumruimte, waardoor deze lucht afkoelt en de rv oploopt. het grootste probleem bleek het voorkomen dat de rv boven 55% zou stijgen. op aanraden van ton Jütte van de afdeling advies, werd ervan afgezien om een totaalluchtbehandeling te installeren. dit zou betekenen dat men grote luchtleidingen zou moeten aan­ brengen, wat een aanzienlijke inbreuk zou betekenen op de esthetiek van het gebouw. bovendien was er geen mogelijkheid om de benodigde lucht­ behandelingskast in het gebouw onder te brengen. op basis van eerdere ervaringen werd gekozen om een het museumgebouw is afgedekt met een laag grond met daarop een begroeiing met diverse gewassen. deze wijze van bouwen heeft het voordeel dat het buitenklimaat afgevlakt doorgegeven wordt aan het interieur. de vocht­ beheersing bleek echter moeilijk. het probleem was de beheersing van de relatieve luchtvochtigheid (rv) buiten het stookseizoen. in de winter kon het museum met enkele losse bevochtigers voldoen aan de door bruikleengevers gestelde eisen op het gebied van de rv,

zogenaamde droogbed­ontvochtiger te plaatsen tussen twee traveeën van het dak. door middel van recirculatie kan de gedroogde lucht nu de tentoonstellings­ zaal worden ingeblazen en ook weer afgezogen. het interieur en exterieur zijn hierdoor niet aangetast. voor het regelen van de apparatuur is in de binnenruimte een opnemer voor rv geplaatst en afgesteld op een maximum van 55% met een bandbreedte van 4%. tevens is een overbruggingsschakelaar geïnstalleerd, zodat de apparatuur ook handmatig kan worden uitgeschakeld. de installatie is eind juli 2006 opgeleverd. de eerste meetresultaten zijn bevredigend. Inl. tessa luger, t 020 305 46 61, e tessa.luger@icn.nl

naturalis oP hErPlaatsinGsdatabasE i
n augustus zijn circa 1500 objecten uit de educatieve collectie van Natuurhistorisch Museum Naturalis op de herplaatsingsdatabase geplaatst. het gaat om een collectie opgezette vogels en enkele zoogdieren. deze werden tot voor kort geregeld uitgeleend aan scholen en bezoekerscentra. volgens adjunct­directeur collectie rené dekker behoort deze vorm van educatie niet langer tot de ‘kerntaken’ van het museum. het uitlenen en het onderhoud betekent voor naturalis te veel romp­ slomp. dekker verwacht dat regionale natuurhistorische musea veel dieren zullen overnemen. naturalis is het eerste voormalige rijksmuseum dat objecten op de site plaatst. Inl. eric Domela Nieuwenhuis, t 070 307 38 39, e herplaatsingsdatabase@icn.nl, W www.herplaatsingsdatabase.nl
te zien op de herplaatsings­ database: opgezette roof­ en zoogdieren uit de educatieve collectie van natuur­ historisch Museum naturalis

4 _ niEuwsbriEF icn

INteRNAtIONAAl

art tEchnoloGical sourcE rEsEarch:

towards a nEw disciPlinE?

h

et tweede internationale symposium van de IcOM­cc werkgroep Art technological Source Research (AtSR) wordt gehouden op 5 en 6 oktober in het Amuse Nacional centro de Arte Reina Sofía (MNcARS) te Madrid, dat het symposium organiseert samen met de faculteit kunstgeschiedenis van de universidad complutense. de doelen van het symposium zijn; het presenteren van een overzicht van de huidige stand van zaken betreffende

kunsttechnologie, het definiëren van het werkveld met zijn verschillende soorten bronnen en hoe daarvan gebruik te maken, discussiëren over een strategie en werkmethode, en te komen tot een dialoog met specialisten uit verschillende disciplines (kunsthistorici, restauratoren, wetenschaps­ en techniekhistorici, paleografen en kunstenaars). het programma bevat lezingen over de verschillende soorten bronnen. de nadruk ligt op methodologie en het belang en de mogelijkheden van

multidisciplinair onderzoek. als bronnen worden onderscheiden: teksten, technische literatuur zoals handboeken, secundaire bronnen, audiovisuele bronnen, materiële bronnen, chemische en fysische analyses en reconstructies. het symposium is tweetalig, met simultaanvertaling voor de deelnemers. informatie en aanmeldingsformulier zijn te vinden op www.clericus.org/atsr/ seminar_2.htm. Inl. Ad Stijnman, t 020 305 47 38, e ad.stijnman@icn.nl

conGrEs EncouraGinG thE Mobility oF collEctions

o

p 20 en 21 juli vond in Helsinki het congres encouraging the mobility of collections plaats. Dit congres was één van een reeks europese congressen over collectiemobiliteit die o.a. volgen op het onder Nederlands voorzitterschap georganiseerde congres Museum collections on the move (Den Haag 2004). centraal stonden de thema’s waarde en waardebepaling en langdurige bruiklenen. ook het concept­actieplan van de Eu voor de promotie van mobiliteit van museumcollecties kwam aan de orde.

dit actieplan voorziet onder meer in de vorming van virtuele werkgroepen voor verschillende thema’s, waaraan alle Eu­lidstaten kunnen deelnemen. nederland heeft het voorzitterschap van de werkgroep valuation, self­insurance and non­ insurance of cultural objects, in de personen van astrid weij (directie cultureel Erfgoed, Ministerie van ocw) en Frank bergevoet (icn). Inl. tessa luger, t 020 305 46 61, e tessa.luger@icn.nl,

NAtuuRWeteNScHAppelIJk ONDeRzOek

ondErZoEk naar schoonMaak van onGEvErnistE schildEriJEn

h

et IcN werkt op het gebied van schilderijenonderzoek al enige jaren samen met het courtauld Institute of Art in londen. een onder­ deel van de samenwerking is het onderzoek naar het schoonmaken van geverfde oppervlakken, met als kernproject het onderzoek naar de

effecten van waterige schoonmaak­ middelen op het reinigen van moderne ongeverniste schilderijen, met name (tri)ammoniumcitraat tAc oplossingen. tac is een zeer effectief middel voor de reiniging van verf­ en vernisopper­ vlakken, maar omdat het ook de verf kan

aantasten, bestaat er een terechte reserve bij restauratoren om het toe te passen. na een pilot project werd in 2004 een onderzoeksstage door abbie bagley­young uitgevoerd bij het icn en in 2005 heeft rachel Morrison, derdejaarsstudent aan het courtauld institute, een project > uitgevoerd dat kan bijdragen aan een

5 _ niEuwsbriEF icn

betere risicobeoordeling voor het gebruik van tac op olieverfschilderijen. Eén van de toegepaste technieken hierbij was scanning Electronen Microscopie (sEM). Electronenmicroscopie is al jaren een belangrijke techniek om oppervlakken en de veranderingen onder invloed van schoonmaken te bekijken. rachel heeft voor het eerst sEM gebruikt om veranderingen op het oppervlak van schilderijen direct zichtbaar te maken. Zo kon ze vaststellen bij welke concentratie en bij welke zuurgraad het

vuil verwijderd kon worden, en wanneer er aantasting van het oppervlak plaatsvond. Ze bestudeerde ook, in samenwerking met icn­onderzoekers henk van keulen en Marjolein Groot wassink, of er complexvormers achter­ blijven. het bleek mogelijk om minuscule hoeveelheden residu te detecteren. het nareinigen met water (clearing) bleek deze hoeveelheid met een factor 20 tot 50 omlaag te brengen. beide technieken zijn veelbelovend voor het beoordelen van de effectiviteit van en

de schoonmaakmethoden op verfopper­ vlakten, en voor een risicobeoordeling van de methoden. Zowel sEM als residu­ analyse zullen een centrale rol spelen in het project “schoonmaken van schilderijen” binnen het programma schilderkunst. Meer informatie over dit project is te vinden op de website www.moderneschilderijenschoonmaken.nl Inl. klaas Jan van den Berg, t 020 305 47 10, e klaas.jan.vd.berg@icn.nl

icn studEntEn wErkEn aan tEntoonstEllinG atlas van stolk

i

n het kader van de tentoonstelling “Oud papier” over papierrestauratie, die in oktober in de Atlas van Stolk te Rotterdam te zien zal zijn, is een aantal werken van de Atlas door de eerstejaars studenten Boek­ en papierrestauratie van het IcN onder handen genomen. Gedurende de twee weken die voor het project uitgetrokken waren is onder andere aangestukt plakband verwijderd, gedoubleerd, zijn ontbrekende hoeken aan schoolplaten aangevuld en is een litho geretoucheerd met behulp van een stereomicroscoop met video en een penseel met één haar. Een krant met plakbandschade, veel scheuren en ontbrekende delen gaat nog naar leipzig om daar in tweeën gesplitst te worden, zodat er een steunlaag tussen voor­ en achterkant kan worden aangebracht. Zonder kleerscheuren is een twaalftal werken in een zodanige conditie gebracht dat ze een verhaal over restauratie kunnen vertellen tijdens de tentoonstelling. Inl. Bas van Velzen, t 020 305 46 622, e bas.van.velzen@icn.nl
Jan stokmans, papierrestaurator van de atlas van stolk, legt uit wat de bedoeling is Frederike leffelaar aan het retoucheren

cOllectIeBeHeeR

vErniEuwinG bruiklEEncontractEn

i

n het kader van het IcN project “collectie op Orde”, worden alle bruikleencontracten vernieuwd. Dit kunnen contracten zijn met musea en overheidsinstellingen, maar ook particulieren die hun collectie aan de Staat hebben geschonken. Zo schonk kunstenaar Johan de vries (1892­1982) in 1982 zijn 1104 werken aan het rijk, onder voorbehoud dat de

familie enkele werken in bruikleen mocht houden. de drie kinderen van de vries hebben onlangs het bruikleencontract verlengd en bezochten in dat verband op 19 mei het depot van het icn. Inl. Sylvia van Schaik, t 070 307 38 42, e sylvia.van.schaik@icn.nl

de drie kinderen van Johan de vries wisten bij al zijn kunstwerken de titel te noemen en waar en wanneer het gemaakt is

6 _ niEuwsbriEF icn

vondst Glas & licht ProJEct

b

ij het bekijken van de glas­in­loodramen in het IcN­depot heeft restaurator Henk van kooy een leuke ontdekking gedaan. Het gebrand­ schilderde raam ‘De gracht’ van Joep Nicolas (1887­ 1972) dat in 1952 is aangekocht voor het Rijk, blijkt niet op zichzelf te staan. het raam maakt deel uit van een groter geheel van drie bij drie meter, waarbij in twaalf panelen verschillende hollandse thema’s als kaas, handel, stoomvaart en de west zijn verwerkt. nicolas vervaardigde het in opdracht van Maatschappy nederland voor het nederlandse paviljoen op de Jaarbeurs van 1927 in Milaan. in binnen­ en buitenland werd nicolas geroemd vanwege zijn ‘sint Maartensraam’ waarvoor hij in Parijs in 1925 de

‘Grand Prix’ kreeg op de Exposition internationale des arts décoratifs et industriels Modernes. dat werk vertegenwoordigt een nieuwe, expressieve richting binnen de glaskunst. in het icn­paneel zijn geen signatuur en datum te vinden en randornamenten ontbreken. via contact met het stedelijk Museum roermond kwamen we er achter dat ook daar onlangs een paneel van nicolas onder de aandacht was gekomen dat men niet direct kon plaatsen. verrassend genoeg blijken beide ramen uit dezelfde serie te komen! wat er met het totale raam is gebeurd na de Jaarbeurs en waar de overige ramen zijn gebleven is echter nog niet bekend. Inl. Geertje Huisman, t 070 307 38 08, e geertje.huisman@icn.nl

JoEP nicolas de gracht

AANkONDIGINGeN

klankbordGroEP laMo

i

n het kader van de herziening van de leidraad voor het afstoten van museale objecten kwam op 27 juli jl. de klankbordgroep bijeen. Namens de Nederlandse Museumvereniging (NMV) en de Vereniging van Rijksgesubsidieerde Musea (VRM) bogen acht museumprofessionals zich over een aantal vraagstukken rond selecteren en afstoten. uit de discussie kwam naar voren dat de kwaliteit van de collectie te allen tijde centraal staat. Er bestaat volgens hen geen andere reden voor afstoten dan het verbeteren van de kwaliteit van de collectie. het afstoten van objecten om geld te genereren voor het realiseren van bijvoorbeeld bouwplannen is dan ook absoluut uit den boze. opbrengsten uit verkoop van objecten dienen uitsluitend aangewend te worden om nieuwe aankopen voor de collectie te kunnen doen.

Musea moeten daarnaast niet bang zijn om actief om te gaan met de collectie, een museumcollectie is immers dynamisch van aard. als er wordt verzameld, dan moet er ook kunnen worden afgestoten. herplaatsen van het object bij een ander museum verdient de voorkeur. Maar wie moet de kosten van het herplaatsen dragen, het aanbiedende museum of het ontvangende museum? het centraal Museum loste dit op door het berekenen van een handling fee. de klankbordgroep acht dit een correcte oplossing. in november verschijnt een nieuwe versie van de leidraad voor het afstoten van museale objecten. Musea kunnen nu al intekenen om een exemplaar te ontvangen door een e­mail met naam en postadres te sturen aan: e mariska.de.wit@icn.nl, Inl. Mariska de Wit, t 020 305 45 12

oPEnbaar ondErZoEk victory booGiE wooGiE v
an 4 tot en met 8 september vindt er een eerste openbaar onderzoek plaats naar de Victory Boogie Woogie (VBW) van piet Mondriaan. Het onderzoek vindt plaats op zaal, in het Gemeentemuseum Den Haag. het werk is in 1998 aangekocht door de nederlandse staat als gift aan de nederlandse bevolking ter herinnering aan de gulden. het werk geldt als één van de belangrijkste werken van 20e eeuwse schilder­ kunst. Mondriaan heeft er twee jaar lang – tot aan

7 _ niEuwsbriEF icn

zijn dood in 1944 ­ aan gewerkt. doorgaans wordt het werk als onvoltooid betiteld. het schilderij bestaat uit een doek waarop verf, strookjes karton en diverse kleuren tape zijn aangebracht. de tape, gebruikt voor het vaststellen van de compositie, bereikt soms een dikte van zeven lagen. tevens zijn er verflagen weg­ geschraapt om de compositie te veranderen. het

schilderij is ongevernist. de ontstaansgeschiedenis van het werk en de complexe conditie maken het tot een belangrijk onderzoeksobject. Zie voor de voortgang: www.icn.nl. Inl. Maarten van Bommel, t 020 305 4780, e maarten.van.bommel@icn.nl

thEMaMiddaG bEsluitEn tot aansluitEn

o

p 25 september 2006 organiseren de Sectie Informatieverzorging Musea in Nederland (SIMIN) van de Nederlandse Museumvereniging en het IcN een themamiddag over samen­ werkingsverbanden op het gebied van gedigitaliseerde erfgoedcollecties. het icn zelf werkt aan de collectiewijzer die digitaal toegang biedt tot nederlandse museale collecties.

tijdens de middag zullen de rand­ voorwaarden aan de orde komen om dergelijke samenwerkingsverbanden te laten slagen, zoals standaardisering, lange termijn planning, inbedding in de organisaties en het vrijgeven van informatie. door het toelichten van een aantal projecten wordt een inzicht verkregen in de huidige stand van zaken op het gebied van samenwerking en ontwikkeling. de middag, van 1.00 uur

tot 17.00 uur met aansluitend een borrel, staat onder voorzitterschap van wilbert helmus, Erfgoedinspecteur. locatie is Museum catharijneconvent te utrecht. deelname is gratis. Programma en aanmelden: www.collectiewijzer.nl/ themamiddag. Inl. Annemiek teesing, t 020 305 46 23, e annemiek@collectiewijzer.nl

dEElnaME icn aan wEtEnwEEk

h

et IcN zal dit jaar voor het eerst deelnemen aan de WetenWeek. tijdens deze week, van 18 t/m 25 oktober, stellen ruim 140 kennis­ instituten hun deuren open voor een overwegend jong publiek. vorig jaar trok dit evenement maar liefst 256.000 bezoekers. het icn richt zich met haar activiteiten vooral op vwo­ leerlingen en studenten. op 18 oktober

zal in het van Gogh Museum de lezingen­ ochtend ‘licht op monsters’ plaatsvinden over het multidisciplinaire onderzoek naar de schilderijen van van Gogh. dit onderzoek is een samenwerkingsproject tussen icn, het van Gogh Museum en shell nederland. op 19 oktober zet het icn haar deuren open met het project ‘kunstlab; csi voor cultureel erfgoed?’ uitgangspunt voor deze dag wordt een interactieve rondleiding voor tweede fase

leerlingen van het voortgezet onderwijs. op deze manier maken zij kennis met het icn en met het beroep van restaurator en (conserverings)onderzoeker. de wetenweek wordt georganiseerd door het nationaal centrum voor wetenschap en techniek met support van ocw. het programma zal eind september te vinden zijn op de icn­website. Inl. evelien kroese, t 020 305 46 14, e evelien.kroese@icn.nl

vErslaG icn thEMadaG ‘kunst in oPEnbarE ruiMtE – buitEnkunst’

o

p 11 mei 2006 organiseerde het IcN een themadag rondom het beheer en behoud van kunst in de openbare ruimte. De dag trok meer dan 85 bezoekers, waaronder veel beleidsmedewerkers kunst en cultuur van gemeenten. samenvattingen van alle lezingen gehouden op de themadag zijn te vinden op www.icn.nl

sPrEkErs icn thEMadaG v.l.n.r. rutger Morelissen (icn), laura Grijns (Gemeente nieuwegein), rob crèvecoeur (vm. icn en rdMZ), arjan de koomen (uva), Frans van burkom (icn), tjeerd schiphof (Erasmus universiteit), corrie van de vendel (bureau dsb/kunstenaar), robert van langh (icn), Jenny barendregt (bouwfonds kunstcollectie) (niet op foto:, bill wei (icn) en Frans Grijzenhout (uva)).

8 _ niEuwsbriEF icn

peRSONAlIA

karin GroEn

aGEnda
20, 21 en 22 september 25 september

P

er 1 juni 2006 is karin Groen met pensioen gegaan. Het IcN neemt daarmee afscheid van een vermaarde schilderijenonderzoeker en conserveringswetenschapper.

In deze rubriek worden IcN­activiteiten genoemd. kijk voor het definitieve aanbod op www.icn.nl. Inlichtingen over IcN­cursussen bij Monique de louwere, t 020 305 46 57 / 020 305 46 62, e monique.de.louwere@icn.nl of Angeniet Boeve, t. 020 305 46 55 / 020 305 46 62, e angeniet.boeve@icn.nl . Plastics, icn­masterclass . themamiddag collectiewijzer: besluiten tot aansluiten, Museum catharijneconvent, utrecht 27, 28 en 29 september . Preservation and access of analogue audio­visual materials (film and video), icn­masterclass nieuw 28 september . icn symposium rijkscollecties, amsterdam 2, 3 en 9 oktober . schilderijen, icn­cursus 2, 3 en 24 oktober . risicoanalyse en risicomanagement in collecties, icn­cursus nieuw 11, 12 en 13 oktober . logistiek en methoden voor verpakken van objecten, icn­cursus 18 en 19 oktober . icn programma wetenweek 25, 26 en 27 oktober . aerosols in the field of paper conservation, icn­masterclass 1 en 2 november . identification of paper, icn­masterclass nieuw 7, 8, 9 en 10 november . conservering en restauratie van archeologisch glas, icn­cursus nieuw 13, 14, 15, 16 en 17 november . new methods of cleaning painted surfaces, icn­masterclass nieuw 23 en 24 november . collectiemanagement, icn­cursus 30 november . Metalen, icn­cursus 1 en 8 december . Metalen (vervolg icn­cursus) 12 en 13 december . Meubelen, icn­cursus nieuw 15 januari 2007 . start icn­jaarcursus behoudsmedewerker musea, archieven en bibliotheken

karin GroEn neemt op 18 oktober officieel afscheid van het icn

karin was vanaf 1995 in dienst bij het icn, en van 1969 tot 1981 bij het centraal laboratorium, één van de voorlopers van het icn. Gedurende die jaren heeft karin materiaaltechnisch onderzoek verricht aan talloze schilderijen en beeldhouwwerken in binnen­ en buitenland, meestal ten behoeve van de restauratie van deze kunstwerken. het meest bekend is wellicht haar onderzoek naar de schildertechniek en het materiaalgebruik van rembrandt, dat zij uitvoerde in het kader van het rembrandt research Project. karin heeft op internationaal wetenschappelijk niveau een grote bijdrage geleverd aan het kunst­ technologisch onderzoek van schilderijen; kennis die van onschatbaar belang is gebleken voor de conservering en restauratie. naast haar weten­ schappelijke werk heeft karin zich gedurende haar loopbaan met veel enthousiasme ingezet voor het onderwijs aan restauratoren (onder andere binnen de stichting restauratie atelier limburg). ook zijn generaties kunsthistorici en chemici door haar met het conserveringsonderzoek vertrouwd geraakt. het officiële afscheid van karin Groen vindt plaats op woensdag 18 oktober om 15.00 uur in het van Gogh Museum, Paulus Potterstraat 7 te amsterdam. sprekers die middag zijn onder andere dr. Ernst van de wetering (rembrandt research Project), anne van Grevenstein (stichting restauratie atelier limburg) en Ella hendriks (van Gogh Museum). aansluitend vindt een receptie plaats. aanmelden kan alvast bij het secretariaat van de afdeling onderzoek (vóór 15 september) via secretariaat.onderzoek@icn.nl. Inl. Nel Oversteegen, t 020 305 47 71, e nel.oversteegen@icn.nl

vErtrEk ton JüttE En robErt van lanGh
Per 1 augustus heeft dr. B.A.H.G. (ton) Jütte het icn verlaten na een carrière van 44 jaar in overheids­ dienst. sinds 1979 was hij in verschillende functies verbonden aan het centraal laboratorium en het icn. de laatste jaren was hij werkzaam als senior adviseur op het gebied van preventieve conservering, met als speciaal aandachtsgebied het (museale) binnen­ klimaat. Jütte heeft talloze bouw­ en verbouw­ projecten van musea, kerken en archieven begeleid, met als doel een optimaal klimaat voor de collectie tot stand te brengen. daarbij werkte hij intensief samen met partijen als de rijksgebouwendienst, de technische universiteit Eindhoven, de Erfgoed­ inspectie, architecten en installatiebureaus. tot zijn laatste projecten behoorden de bouw van een depot voor het Groninger Museum, de begeleiding van de restauratie van de trompenburgh en advisering over het klimaat van museum “de buitenplaats” in Eelde (zie pagina ). in november zal het icn officieel afscheid nemen van ton Jütte met een besloten symposium. Robert van langh neemt aan het eind van dit studie­ jaar afscheid als hoofddocent metaalrestauratie bij de icn opleidingen. hij is op 15 mei jl. begonnen als hoofd conservering en restauratie bij het rijks­ museum te amsterdam.

cOlOFON informatiebulletin voor de relaties van het icn. verschijnt vier keer per jaar. eindredactie tekstbureau kvo Redactiesecretariaat afdeling communicatie & informatie Postbus 76709 1070 ka amsterdam t 020 05 46 96 F 020 05 46 00 www.icn.nl de inhoud van deze nieuwsbrief is zo zorgvuldig mogelijk samengesteld. het instituut collectie nederland is niet aansprakelijk voor eventuele onjuiste vermeldingen. Ontwerp total identity, amsterdam Druk Mart spruijt bv, amsterdam issn 188­22 het instituut collectie nederland (icn) is een kennisinstituut voor beheer en behoud van roerend cultureel erfgoed. Musea, bibliotheken, archieven en andere collectiebeheerders kunnen gebruik maken van de diensten van het icn. het icn is gevestigd in amsterdam en rijswijk en is onderdeel van het Ministerie van ocw.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful