NIEUWSBRIEf

Jaargang 9 Nummer 4 December 2006 Inhoud 1 _ Actueel 3 _ Internationaal 4 _ Natuurwetenschappelijk onderzoek 5 _ Collectiebeheer 7 _ Aankondigingen 8 _ Agenda / personalia AcTuEEL

VlAAMSE BElANGSTEllING

INDEMNITEITSREGElING

I

In het Rembrandtjaar 2006 is het garantieplafond van de indemniteitsregeling van € 230 miljoen verhoogd tot € 500 miljoen. Door deze verruiming was het mogelijk om voor maar liefst twaalf tentoonstellingen, waarvan de helft in het teken van Rembrandt, indemniteitsgarantie te verlenen. Voor deze tentoonstellingen is in totaal € 818 miljoen indemniteitsgarantie verleend. Indemniteitsgarantie kan bij het ICN worden aangevraagd voor uitzonderlijke tentoonstellingen met bruiklenen uit het buitenland. Bij verlening van deze garantie neemt de staat een deel van het risico over.Hierdoor vallen verzekeringspremies veel lager uit en wordt collectiemobiliteit tussen landen gestimuleerd.

Uit interesse in de indemniteitsregeling en collectiemobiliteit bracht de Vlaamse Kunstcollectie (een samenwerkingsverband tussen drie grote musea in Vlaanderen) onlangs een bezoek aan het ICN. Medewerkers van de afdelingen Advies en Collecties spraken met hen over indemniteit en verwante onderwerpen, zoals niet-verzekeren, kaderregeling bruikleenverkeer en risicobeheer. De Vlaamse Kunstcollectie wil de verschillende overheden stimuleren een indemniteitsregeling in België in te voeren en

een regeling op te stellen voor onderling bruikleenverkeer tussen de federale, Vlaamse en gemeentelijke musea. Op 18 december vindt er in Brussel een seminar Collectiemobiliteit in Vlaanderen plaats. Europese ontwikkelingen en het Nederlandse beleid omtrent collectiemobiliteit staan op het programma. Inl. Marja Peek of Renate van Leijen, T 020 305 46 18, E marja.peek@icn.nl, E renate.van.leijen@icn.nl

De tentoonstelling Rubens & Brueghel Samen, is met indemniteitsgarantie tot stand gekomen en tot 29 januari te zien in het Mauritshuis. Jan Brueghel en Peter Paul Rubens, Pan en Syrinx, ca. 1617 Kassel, Staatliche Museen, Gemäldegalerie Alte Meister

SElECTEREN EN AfSTOTEN

HET SPEl EN DE REGElS

N

ieuwe ervaringen, verzelfstandiging van musea en actuele juridische inzichten maakten aanpassing van de Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten (LAMO) uit 2000 noodzakelijk. De nieuwe leidraad is ingericht volgens een selectieen afstotingsschema van de vier fasen in het proces: voorbereiding, selectie, herplaatsing en afronding. In de lAMO 2006 zijn door het ICN en de adviserende

klankbordgroep een aantal belangrijke beslissingen genomen. Het ICN presenteerde de herziene lAMO tijdens het symposium Selecteren en Afstoten, het spel en de regels op 30 november. Daar werd aandacht besteed aan de eisen die de museale praktijk stelt aan de omgang met collecties. U kunt de lAMO gratis downloaden via www.icn.nl. Inl. Arjen Kok, T 020 305 46 73, E arjen.kok@icn.nl.

2 _ NIEUWSBRIEf ICN

GEROOfD, MAAR VAN WIE?

I

n de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam is van 30 november 2006 tot en met 4 februari 2007 de tentoonstelling geroofd, maar van wie? te zien. Er wordt een selectie getoond uit de grote hoeveelheid ‘geroofde’ kunstwerken die na de Tweede Wereldoorlog terug naar Nederland kwamen zonder dat in veel gevallen duidelijk was wie de rechtmatige eigenaren waren. Aan de hand van deze selectie wordt nu verteld over intensieve zoektochten die Bureau Herkomst Gezocht startte om teruggave van deze werken, aan

de veelal joodse particuliere eigenaren of hun erfgenamen, te realiseren. Zoektochten die in de loop van de tijd met succes afgerond konden worden, maar vaak ook met een open einde bleven. Het ICN beheert namens de staat nog ruim 4000 stukken in de zogenaamde ‘Nederlands Kunstbezit (NK) collectie’. Zie ook: www.hollandscheschouwburg.nl, www.herkomstgezocht.nl.
NK1802 J.H. Tischbein I, Friedrich II (1720-1785), Landgraaf van Hessen-Kassel, 18de eeuw, doek

MONUMENTAlE WANDKUNST: lASTIG ERfGOED?

M

et de sloop van gebouwen uit de wederopbouwperiode (19461965) verdwijnt in rap tempo de monumentale wandkunst die bij deze architectuur hoort. IcN, RGD, RKD, RAcM en diverse stedelijke monumentale diensten willen met het project Monumentale Wandkunst de aandacht vestigen op het belang van deze kunst. Het probleem bij wandkunst is dat het ín of áán gebouwen zit, geïntegreerd is in de ruimte en daarvan niet is los te maken zonder verlies van betekenis. Door hun gebondenheid hebben deze kunstwerken noch handelswaarde, noch verzamelwaarde. Het is niet in museale collecties te vinden en krijgt van daaruit dus ook geen publieke belangstelling. Nederland heeft met zijn ideeën over

‘Gemeenschapskunst’ en ‘Kunst aan het Volk’ vaak een ethisch-sociale benadering gehad van beeldende kunst en kunstenaars. Tijdens het interbellum is een belangrijk en waardevol deel van de opdrachten voor monumentale kunst gevormd door ‘sociale overheidsopdrachten’, verstrekt aan professionele kunstenaars. Na de oorlog werd dit beleid geformaliseerd in allerlei percentageregelingen en bereikte de productie zowel kwalitatief als kwantitatief een grote hoogte. Dit overheidsbeleid heeft de monumentale wandkunst uit de wederopbouwperiode tot een uitzonderlijk en zeer Nederlandse cultuuruiting gemaakt. Na 1970 werd deze kunstvorm echter veel minder gewaardeerd en langzaam vergeten. Op 25 oktober werd een expertmeeting

gehouden van deskundigen die, direct of indirect, te maken hebben met het beheer en behoud van monumentale wandkunst uit de wederopbouwperiode. Vanuit deze bijeenkomst wordt een platform ontwikkeld dat tot doel heeft een breder publiek en beleidsmakers bewust te maken van het belang van dit bijzondere maar ‘lastige’ erfgoed zodat er beleid kan worden ontwikkeld voor het behoud ervan. Ook op de jaarlijkse ICN Themadag op 24 mei 2007 zal er uitgebreid aandacht aan dit onderwerp worden besteed. Zie ook: www.wederopbouwkunst.nl Inl. Frans van Burkom, T 020 305 46 48, E frans.van.burkom@icn.nl, Rutger Morelissen, T 020 305 46 12, E rutger. morelissen@icn.nl

geluk IN TEYLERS MuSEuMcAFé
Het ICN heeft voor het eerst een moderne wandschildering in langdurige bruikleen gegeven. Het Teylers Museum in Haarlem heeft sinds eind juli de schildering Geluk (1992) van lily van der Stokker op de wand in het museumcafé. De kunstenares bracht het kunstwerk zelf aan. Dit proces is op dvd vastgelegd, zodat heruitvoering in de toekomst door anderen ook mogelijk is. Op een andere wand in het café hangt het reliëf Lekker ver gaan, gemaakt in 1986 door Hannes van Es. Inl. Joost de Wal of Simone Vermaat T 070-307 38 07, E joost.de.wal@icn.nl, simone.vermaat@icn.nl

3 _ NIEUWSBRIEf ICN

D

KUNST IN EN ROND DE KAMER
waar witmarmeren bustes van bekenden uit de vaderlandse historie, zelfvoldaan de ruimte in kijken. In de Eerste Commissiekamer wordt vergaderd aan de tafel Blah, blah van Cubic3 Design (collectie ICN), de vitrines bij de plenaire vergaderzaal zijn onder andere gevuld met kunstobjecten uit Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam, en de restaurants en overige commissiekamers zijn voorzien van foto’s uit de collecties van onder andere het Maria Austria Instituut in Amsterdam en het Nederlands fotomuseum in Rotterdam. Inl. Evelyn Beer, T 020 305 46 46, E evelyn.beer@icn.nl
De nieuwe inrichting van de Eerste Commissiekamer, de Rooksalon en een vitrine bij de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer.

e Rooksalon – in 1780 ontworpen als de dinerzaal van de stadhouderlijke familie en later de vergaderzaal van de Raad van State – behoort sinds 1922 tot de Tweede Kamer. Het IcN heeft, als adviseur van de Tweede Kamer, deze salon en andere ruimten in het gebouw onlangs heringericht. Bruikleengevers, kunstenaars en andere betrokkenen bij de inrichting, werden op 13 oktober in de Kamer ontvangen en rondgeleid. Uitgangspunt bij de inrichting van de Tweede Kamer is gebruik te maken van cultureel erfgoed uit museale collecties en de ICN-collectie. Bij de selectie van beeldende kunst wordt gezocht naar relaties met de architectuur en de functie van het gebouw. Zo is de recente herinrichting van de Rooksalon een eerbetoon aan de Nederlandse democratie: geschilderde portretten van oud-Tweede Kamervoorzitters verkeren in gezelschap van bronzen bustes van grondleggers van Nederlandse politieke stromingen. Dit heeft een relatie met de Statenpassage,

foto’s Janine Schrijver

INTERNATIONAAL

ATSR-SyMPOSIUM DUIKT IN BRONNENONDERZOEK

I

nvestigación de las fuentes de tecnología artística: hacia una nueva disciplina. Onder deze titel werd het tweede symposium van de nieuwe IcOM-cc werkgroep Art Technological Source Research (ATSR) gehouden. Het symposium vond plaats op 5 en 6 oktober in het Centro de Arte Reina Sofia Museo Nacional in Madrid. Voor 140 onderzoekers en restauratoren werd het veld van het kunsttechnologisch bronnenonderzoek

opengelegd door zestien lezingen en negentien posterpresentaties. Diverse sprekers gingen in op de theoretische en praktische mogelijkheden van tekstuele, audiovisuele en materiële bronnen. Het derde ATSR-symposium zal worden gehouden te Glasgow in juni 2008. Postprints van het symposium in Madrid worden in 2007 gepubliceerd door Archetype. Inl. Ad Stijnman, T 020 305 47 38, E ad.stijnman@ icn.nl

BIJZONDERE STAGE ‘ORIENTAl AND MANUSCRIPTS STUDIO’

O

ud-studenten van het IcN krijgen regelmatig stages of banen bij musea in het buitenland. Zo werkt Hanneke Ramakers, oud studente keramiek- en glas nu als restaurator bij het Victoria and Albert Museum in Londen en is metaalstudent Maickel van Bellegem, na een stage bij het Metropolitan Museum te New York, werkzaam bij het British Museum. Herre de Vries – 4e jaars boek en papier – loopt momenteel stage bij de Oriental and Manuscripts Studio van de British Library,

Herre is bijzonder enthousiast over zijn stageplek: “De collectie van de British library omvat 150 miljoen objecten in vrijwel alle bekende talen. De conservering daarvan wordt zowel intern als extern verzorgd. Intern is de afdeling Collection Care, met 190 medewerkers, hiervoor verantwoordelijk. Ongeveer tachtig boek- en papierrestauratoren werken aan de actieve conservering van de collectie. Het werk wordt verdeeld over twaalf verschillende teams, met elk hun eigen specialisatie.” Eén van die teams is de Oriental and

Manuscripts Studio, waar veel wordt gewerkt aan westerse manuscripten. De studio heeft een objectgerichte aanpak. De boeken die binnenkomen, hebben een aanzienlijke waarde en meestal ingewikkelde structurele problemen. Herre de Vries: “Het interessante aan zo’n grote afdeling conservering is de hoeveelheid en de diversiteit aan kennis. Dat maakt het, naast de waardevolle objecten, een bijzondere plek om stage te lopen.” Een uitgebreid verslag van Herre de Vries staat op www.icn.nl/opleidingen.

4 _ NIEUWSBRIEf ICN NATuuRWETENScHAPPELIJK ONDERZOEK

I

RESUlTATEN EERSTE ONDERZOEK VICTORy BOOGIE WOOGIE
Medio maart 2007 zal het onderzoek worden voortgezet. Eerst wordt het werk verder bestudeerd met het blote oog en de microscoop. Daarna komt MOlAB, een consortium van Italiaanse universiteiten, die met draagbare en non-destructieve technieken aanvullend onderzoek doen. Ook dit deel van het onderzoek zal op zaal worden uitgevoerd. Inl. Maarten van Bommel, T 020 305 47 80, E maarten.van.bommel@icn.nl, Hester Lensink, T 070 307 38 29, E hester.lensink@inc.nl

n de eerste week van september is onderzoek gedaan naar de Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan (1872-1944). Een team van restauratoren, conservatoren en onderzoekers van het Gemeentemuseum Den Haag en het IcN heeft het werk bestudeerd om meer te leren over de ontstaansgeschiedenis. Het onderzoek gebeurde op zaal, waarbij het publiek vanachter een glaswand de werkzaamheden kon volgen. De resultaten worden nu uitgewerkt, maar een aantal interessante bevindingen kunnen al worden gemeld. De Victory Boogie Woogie is vanwege de constructie van het spieraam een fragiel schilderij. Toch is het doek, dankzij de stofkap en het goede museumklimaat, in uitstekende conditie gebleven. Het was al bekend dat Mondriaan plakkertjes gebruikte om de kleurencompositie te veranderen, bijvoorbeeld met rode tape over gele verf. Tijdens dit onderzoek zijn alle plakkertjes systematisch bekeken. Het lijkt erop dat hij soms niet de kleur maar de kleurintensiteit wilde veranderen of experimenteerde met mat-glansverschillen, door rode tape over een rode ondergrond en blauwe tape over blauwe verf te plakken. Bovendien blijkt dat alle tapes die op het werk zijn aangetroffen, origineel zijn, terwijl er eerder sprake van was dat tapes in het verleden vervangen waren tijdens restauraties. Door microscopisch onderzoek zijn schuursporen gevonden van afgevlakte, eerdere lagen en tot op het doek afgeschraapte verf, waardoor de toppen van de doekdraden beschadigd zijn en resten geel en rood zich bevinden in de holtes tussen de schering en inslag. Ook zijn meer dan twintig punaisegaatjes waargenomen, veroorzaakt door het vastzetten van karton en stroken papier op het doek. Deze kleine gaatjes markeren ongeziene versies van het werk.

Ruwheidsmetingen werden uitgevoerd door de Duitse instelling Nanofocus.

EEN ZOEKTOCHT NAAR OORZAAK EN GEVOlG

EEN MIlJOEN BRUINE VlEKJES

D

e nachtmerrie van elke restaurator is een klant die drie maanden na restauratie terugkomt met een kunstwerk waarin een miljoen nieuwe bruine vlekjes verschenen zijn. Dat overkwam atelier Kunst Op Papier (KOP) in Arnhem na uitvoering van een restauratiebehandeling die als ‘relatief standaard’ werd beschouwd.

Een grote acrylschildering op papier werd lokaal behandeld met waterstofperoxide om papierverkleuringen te verwijderen. De keuze voor waterstofperoxide en de wijze van aanbrengen waren gebaseerd op goede ervaringen gedurende vele jaren. Drie maanden later belde de eigenaar: in de behandelde gedeelten was een miljoen bruine vlekjes ontstaan die

steeds verder leken te verdonkeren. Wat was er misgegaan? En was dit probleem te voorkomen geweest? De restauratoren in kwestie besloten om het gekozen proces en de gevolgen in alle openheid te bespreken met vakgenoten. Uiteindelijk werd het probleem voorgelegd aan de papieronderzoeksgroep van het ICN. Onderzoek leidde

>

5 _ NIEUWSBRIEf ICN

tot de conclusie dat het ontstaan van de vlekjes het gevolg was van de combinatie van waterstofperoxide en een verontreinigd vulmiddel in het papier. In het tijdens de papierproductie geïntroduceerde vulmiddel bevonden zich microscopisch kleine deeltjes die ijzer en zwavel bevatten. Deze combinatie leidde tot een lokale katalytische afbraak van het papier. Met de huidige technieken die een restaurator in het atelier voorhanden heeft, blijkt een dergelijk in het papier verborgen defect helaas niet vooraf opgespoord te kunnen worden. Het is duidelijk dat het ontstaan van ongewenste bijeffecten van restauratiebehandelingen frustrerend is voor alle betrokken partijen. In het restauratievak kunnen risico’s echter nooit volledig worden uitgeslo-

ten. Het is aan restauratoren en conserveringsonderzoekers deze risico’s te identificeren en zo mogelijk te verkleinen, maar ook te bespreken met eigenaren en collectiebeheerders. Daarom is het van belang dat restauratiedeskundigen onderling kennis en ervaring uitwisselen. Deze casus is dan ook te beschouwen als een pleidooi voor een dergelijke professionele openheid. De resultaten ervan worden gepubliceerd in de postprints van de first International Conference van The Institute of Conservation (ICON), Book & Paper Group, Edinburgh 26-29 juli 2006. Inl. Birgit Reissland, T 020 305 47 02, E birgit. reissland@icn.nl

Op de linker foto zijn de bruine vlekjes te zien, die zijn veroorzaakt door een combinatie van waterstofperoxide en verontreinigd vulmiddel in het papier. De tweede foto toont een sterk uitvergroot deeltje van één van de vlekjes: een brokje met ijzer en zwavel.

cOLLEcTIEBEHEER

VOORUIT MET DAT ERfGOED!

N

ederland is van oudsher een transportland en dat merk je aan de grote hoeveelheid mobiel erfgoed. De Nederlandse ’bruine vloot’ heeft wereldfaam, firma’s als KLM en Fokker bezorgden ons belangwekkend luchtvaarterfgoed, en ook het spoorvervoer heeft een indrukwekkende nalatenschap. Dit erfgoed hangt niet in een museum, maar doet nog steeds waarvoor het gemaakt werd: bewegen. Historische voertuigen in hun bestaan bedreigd door roest, slijtage en verval. Maar wet- en regelgeving blijkt soms even bedreigend voor het mobiel erfgoed als weer en wind. Het oorverdovende, maar karakteristieke, kabaal van een DC-8 overschrijdt alle geluidsnormen en zonder milieuvervuilend vet loopt de historische stoomloc niet goed meer. Met de notitie In beweging houden… vroeg de Stichting Mobiele Collectie Nederland (MCN) in 2005 voor het eerst aandacht voor dit probleem. In het kader van het erfgoedselectiebeleid heeft het ICN opdracht gekregen om een inventarisatie te maken van wet- en regelgeving die het behoud van het mobiel erfgoed bedreigt. Voor het veldonderzoek naar concrete praktijkvoorbeelden is onder andere een enquêteformulier opgesteld

(zie www.icn.nl), waarop betrokkenen tot 22 december hun meningen en ervaringen kunnen delen. De inventarisatie is eind december gereed. Het rapport zal beleidsaanbevelingen bevatten waarmee het mobiel erfgoed vooruit kan. Voor mobiel erfgoed is stilstand immers achteruitgang! Inl. Arjen Kok, T 020 305 46 73, E arjen. kok@icn.nl

Op 18 november vond in het Nationaal Smalspoormuseum in Valkenburg (ZH) de presentatie plaats van het boek Erfgoed dat beweegt. Deze rijk geïllustreerde uitgave over de mobiele collectie Nederland is de publieksversie van het Waardestellend Kader voor Mobiel Erfgoed, dat vorig jaar door ICN en RDMZ/RACM is ontwikkeld. Het boek is een uitgave van uitgeverij PlanPlan en voor € 17,95 te koop in de boekhandel.

6 _ NIEUWSBRIEf ICN

DE WIEG VAN CORNElIS VAN DER WIlK

I

n 2006 heeft het ICN een wieg in schenking aanvaard van architect cornelis van der Wilk.

de nieuwe zakelijkheid, een stroming die verwant is aan de zakelijke maar tevens bewust esthetische stijl zoals die zich ook in Den Haag ontplooide. Inl. Geertje Huisman, T 070 307 38 08, E geertje.huisman@icn.nl
Wieg, ontworpen door Cornelis van der Wilk, 1924 (inventarisnr. AB 21452). Crème en zwart gelakt, versiering goud, gordijntje groen, binnenstoffering bruin, bak = 40 x 90 cm

Het betreft een uniek stuk dat voor privé-gebruik in 1924 is vervaardigd. Van deze architect zijn, naast deze wieg en een commode, geen andere ‘roerende’ objecten bekend. Beide objecten zijn in 1925 tentoongesteld in het Nederlands paviljoen op de Wereld Tentoonstelling in Parijs: de befaamde ‘Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes’, waaruit de naam ‘art deco’ is voortgekomen. Van der Wilk is bekend vanwege zijn ontwerpen voor diverse gebouwen in Amsterdam, zoals de Synagoge in de Obrechtstraat. De wieg is een fraai voorbeeld van de ontwikkeling die zich in Nederland aftekende rond 1925:

lICHTSITUATIE NIEUWE ATElIERGEBOUW

DyNAMISCH DAGlICHT VOOR MUSEA

G

oed licht met de juiste verlichtingssterkte en een optimale kleurweergave is belangrijk voor musea en restauratieateliers. Daarom wordt er veel gewerkt met daglicht dat door sheddaken vanuit het noorden binnenvalt. Dat licht is diffuus en het meest constant. Het nieuwe werkgebouw van IcN en Rijksmuseum Amsterdam, waar de ateliers en laboratoria in 2007 naar toe verhuizen, heeft een sheddak. De kosten van daklichten en sheddaken zijn echter niet gering. Rienk Visser van Grontmij Technical Management in Amersfoort heeft daarom voor musea het concept van dynamische kunstverlichting ontwikkeld. Door de intensiteit van de lampen onderling te variëren, kunnen kleur en verlichtingssterkte van verschillende daglichtomstandigheden worden nagebootst. Het is ook mogelijk het binnenlicht af te stemmen op het buitenlicht, bijvoorbeeld om somber daglicht bij te kleuren of sterk wisselend daglicht te compenseren en te egaliseren. In het textielrestauratieatelier van het ICN, waar de restauratoren van het Rijksmuseum werken totdat het nieuwe Ateliergebouw gereed is (september 2007), is een proefopstelling met dynamische kunstverlichting gemaakt. De verlichting is gecombineerd met het daglicht van het sheddak. Het kunstlicht reflecteert via de gesloten delen van het dak waardoor de verlichting constant is in kleur en niveau. Ook kan het licht van de zaal waarin gerestaureerde objecten uiteindelijk tentoongesteld zullen worden, nagebootst worden zodat de resultaten van een restauratie bij het juiste licht kunnen worden beoordeeld. Agnes Brokerhof van de afdeling Onderzoek werkt samen met Rienk Visser aan de afronding van het Praktijkdocument Museumverlichting. Dit is een uit-

gave van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) en komt tot stand met medewerking van verschillende lichtontwerpers en deskundigen uit musea. Het praktijkdocument sluit aan op de vernieuwde richtlijnen voor museumverlichting die het ICN in 2005 heeft gepubliceerd. Zie ook ICN-Informatie nr 13 ‘Het beperken van lichtschade aan museale objecten’, te downloaden van de ICN-website www.icn.nl en ‘Vondst Grontmij uitkomst voor musea – noorderlicht komt uit tl-buis’, de Ingenieur, 118(8), juni 2006, pp. 26-27. Inl. Agnes Brokerhof, T 020 305 47 29, E agnes. brokerhof@icn.nl, Rienk Visser, Grontmij Technical Management, T 033 451 15 38, E rienk.visser@grontmijTM.nl,

Dynamische verlichting in het gebouw van het Instituut Collectie Nederland: (1) diffuus daglicht valt uit het noorden door het sheddak met verstelbare lamellen, (2) diffuus dynamisch kunstlicht wordt via het plafond gereflecteerd, (3) direct dynamisch kunstlicht kan worden toegevoegd als er een hogere verlichtingssterkte nodig is.

7 _ NIEUWSBRIEf ICN AANKONDIGINGEN

D D V

WWW.HERPlAATSINGSDATABASE.Nl
e herziening van de LAMO heeft geleid tot de lancering van de herplaatsingsdatabase. De website is het platform waar musea hun objecten voor herplaatsing kunnen aanbieden en uitwisselen. Geïnteresseerde musea kunnen contact opnemen met Frank Bergevoet, T 020 305 46 09, E frank.bergevoet@icn.nl

VERSlAG THEMAMIDDAG BESlUITEN TOT AANSlUITEN
e themamiddag Besluiten tot aansluiten, die het IcN samen met SIMIN op 25 september organiseerde, was een groot succes door de grote opkomst en de diverse presentaties. De presentaties gaven een goed overzicht van de lessen en valkuilen. Onderwerpen van de middag waren samenwerkingsverbanden en ontwikkelingen op het gebied van digitale erfgoedcollecties. lees het verslag en reageer op de stellingen van de sprekers op http://project.collectiewijzer.nl. Inl. Annemiek Teesing, T 020 305 46 23, E annemiek. teesing@icn.nl

‘INSIDE INSTAllATIONS’ IN KRöllER-MüllER
an 25 oktober 2006 tot 7 januari 2007 is er in het Kröller-Müller Museum in Otterlo een nieuwe opstelling te bezichtigen van de installatie Clamp uit 1995, van Franz West. Het is één van de ruim dertig casestudy’s uit het Europese onderzoeksproject Inside Installations. In deze installatie zijn elementen uit het atelier van de kunstenaar verwerkt, inclusief enkele objecten waaraan de kunstenaar werkte. De bezoeker wordt uitgenodigd om plaats te nemen in de installatie en ervaart daarmee de objecten in ontwikkeling zoals West deze zag. Naast de installatie is er een unieke presentatie te zien van geschiedenis en toekomst van de Clamp en andere casestudy’s waaraan het Kröller-Müller Museum werkt. Dit zijn One and three glass van Joseph Kosuth uit 1965 en Hoe hoeker, hoe platter van Ger van Elk uit 1972. Bezoekers maken mee hoe installaties worden opgesteld, onderzocht, behandeld en gedocumenteerd in musea. Voor achtergrondinformatie zie www. inside-installations.org. Inl. Karen te Brake, T 020 305 47 15, E karen.te.brake@icn.nl, Sanneke Stigter, Kröller-Müller Museum, T 0318 59 12 41, E sanneke@ kmm.nl

VERBORGEN KlEUREN BIJ VAN GOGH
an 29 september 2006 tot 7 oktober 2007 is in het Van Gogh Museum Amsterdam de tentoonstelling Verborgen kleuren. Rood, geel en blauw in de vroege schilderijen van Van gogh te zien. Deze presentatie gaat over de meest recente onderzoekresultaten van het Atelierpraktijkproject. Dit uitgebreide onderzoek, dat het Van Gogh Museum doet in samenwerking met Shell Nederland en ICN, heeft nieuwe inzichten gebracht over het kleurgebruik van Van Gogh in zijn vroege jaren. Zie ook www.vangoghmuseum.nl.

V

Van Gogh schilderde dit zelfportret op de achterkant van Stilleven met flessen. Beide schilderijen zijn op de tentoonstelling te zien.

COllECTIE VAN GlASMUSEUM DIGITAAl BESCHIKBAAR

I

n de afgelopen twee jaar heeft het Nationaal Glasmuseum Leerdam een omvangrijk digitaliserings- en registratieproject laten uitvoeren. Dit project, dat tot doel had de hele collectie via internet te ontsluiten, is gerealiseerd met steun van ICN, de Mondriaan Stichting, het VSBfonds, het Prins Bernhard Cultuurfonds en de M.A.O.C.

Gravin van Bylandtstichting. Naast het fotograferen van de gehele glascollectie op ruim zesduizend platen, zijn 42.000 tekeningen gedigitaliseerd, alsmede zesduizend oude foto’s, ruim 15.000 fotonegatieven en drieduizend pagina’s van de verkoopcatalogi van de leerdamse en Maastrichtse glasfabrieken. In de komende jaren zal dit stuwmeer van 72.000 records – één van de grootste in

de Nederlandse museumwereld – geleidelijk via internet worden ontsloten. Op de website van het museum zijn nu al duizenden records opvraagbaar. Zie ook www.nationaalglasmuseum.nl. Inl. Geertje Huisman, T 070 307 38 08, E geertje.huisman@icn.nl

8 _ NIEUWSBRIEf ICN PERSONALIA

AfSCHEID PETER HAllEBEEK

AGENDA
30 nov, 1 en 8 dec 12 en 13 dec 14 en 15 dec

N

a 36 jaar onderzoek aan richtlijnen voor de conservering van materialen, met name goudleer en metalen, gaat wetenschappelijk onderzoeker Peter Hallebeek genieten van zijn pensioen. Hij heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan onderzoek van collega’s met behulp van röntgendiffractie en -fluorescentie. Op 9 november vond een feestelijke afscheidsbijeenkomst plaats in de Pieterskerk te Utrecht. Tijdens

In deze rubriek worden IcN activiteiten genoemd en bijeenkomsten van andere organisatoren waarbij IcN medewerkers zijn betrokken. Kijk voor het definitieve aanbod op www.icn.nl. Eind december is de nieuwe cursusbrochure voor 2007 gereed. Inl. Monique de Louwere of Angeniet Boeve, T 020 305 46 55 / 305 46 57 / 305 46 62, E monique.de.louwere@icn.nl, E angeniet.boeve@icn.nl Wilt u maandelijks op de hoogte blijven van lezingen, symposia en ander actueel IcN nieuws? Meldt u dan aan voor onze digitale nieuwsbrief op www.icn.nl. . Metalen, ICN-cursus verplaatst naar februari 2007 . Meubelen, ICN-cursus (nieuw) . Collectiemanagement, ICN-cursus

2007
17 jan 6 feb 8, 9 en 16 feb Peter Hallebeek nam op 9 november afscheid van het ICN. . Picture Group Expertmeeting . lunchpauzelezing . Metalen, ICN-cursus

• 17 t/m 21 september 2007:IcOM-cc Metaalconferentie in Amsterdam. Het congres zal ongeveer 55 (natuur)wetenschappelijke artikelen en tien casestudy’s bevatten die een weerslag zijn van de huidige restauratie- en conserveringsproblematiek. De website www. metal07.org dient als platform en als medium voor actueel nieuws over de conferentie. Inl. Robert van langh, Rijksmuseum Amsterdam, T 020 674 72 33, E r.van.langh@ rijksmuseum.nl • 31 mei t/m 1 juni 2007: IcOM-cc-werkgroep Paintings, interim-meeting in het British Museum in londen. Het thema van de bijeenkomst is ‘Preparation for painting: the artist’s choice and its consequences’. Abstracts zijn welkom via http://icom-cc.icom.museum. Inl. Karen te Brake, T 020 305 47 15, E karen.te.brake@icn.nl

deze middag heeft dr. Henk Porck van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag de vernieuwde richtlijnen rond leren boekbanden toegelicht, welke door intensieve samenwerking met Peter Hallebeek tot stand zijn gekomen. De vorige ‘Richtlijnen voor de conservering van leren en perkamenten boekbanden’ zijn gepubliceerd in 1997 en staan in een engelstalige versie op www.icn.nl en www.kb.nl. De nieuwe electronische versie komt begin volgend jaar uit. Inl. Nel Oversteegen, T 020 305 47 71, E nel.oversteegen@icn.nl

cOLOFON Informatiebulletin voor de relaties van het ICN. Verschijnt vier keer per jaar. Eindredactie Tekstbureau KVO Redactiesecretariaat afdeling Communicatie & Informatie Postbus 76709 1070 KA Amsterdam T 020 305 46 96 f 020 305 46 00 www.icn.nl De inhoud van deze Nieuwsbrief is zo zorgvuldig mogelijk samengesteld. Het Instituut Collectie Nederland is niet aansprakelijk voor eventuele onjuiste vermeldingen. Ontwerp Total Identity, Amsterdam Druk Mart Spruijt bv, Amsterdam ISSN 1388-3232 Het Instituut Collectie Nederland (ICN) is een kennisinstituut voor beheer en behoud van roerend cultureel erfgoed. Musea, bibliotheken, archieven en andere collectiebeheerders kunnen gebruik maken van de diensten van het ICN. Het ICN is gevestigd in Amsterdam en Rijswijk en is onderdeel van het Ministerie van OCW.

NIEUWE HOOfDDOCENT METAAl

T

onny Beentjes is de nieuwe hoofddocent Metaal van de restauratorenopleiding van het IcN.

Beentjes is in Schoonhoven opgeleid als goud- en zilversmid en heeft in Antwerpen een opleiding metaalconservatie gevolgd. Na de afronding van de opleiding heeft hij een eigen atelier opgezet in België en als Programme leader en Senior lecturer in fine Metalwork Conservation lesgegeven op West Dean College, Engeland. Naast lesgeven doet Beentjes ook veel onderzoek. Onlangs heeft hij de Samuel H. Kress Paired fellow Award van de National Gallery of Art ontvangen voor een diepgaand onderzoek naar zestiende-eeuwse giettechnieken. Ook is hij bezig met een Ph.D.-onder-

zoek naar historische zilversmeedtechnieken. In zijn nieuwe baan kan Beentjes doceren en onderzoek doen combineren. “Ik zie ernaar uit nieuwe leerlingen te begeleiden binnen een vakgebied dat mij dierbaar is, en ik hoop daarin mijn enthousiasme te kunnen overbrengen”, aldus Beentjes. Inl. Tonny Beentjes, T 020 305 46 04, E tonny. beentjes@icn.nl

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful