NIEuWSbrIEf

Jaargang 10 Nummer 1 Februari 2007 Inhoud 1 _ Actueel / Collectiebeheer 2 _ Natuurwetenschappelijk onderzoek 4 _ Internationaal 5 _ Programma’s 6 _ Collectiewijzer / Advies 7 _ Aankondigingen 8 _ Agenda / Personalia AcTuEEL

‘MObIlE HOME fOr KröllEr-MüllEr’

CONSErVErEN VAN POlyEStEr

D

e Mobile Home for Kröller-Müller uit 1995 van Joep van Lieshout is een van de eerste grote buitenbeelden van de kunstenaar. Inmiddels hebben tien jaar blootstelling aan weersinvloeden en in- en externe transporten duidelijk hun sporen op het beeld achtergelaten. Er zijn lekkages langs naden, kieren en openingen in het polyester. Deze zijn het gevolg van zowel maakproces en constructie als materieel falen door spanningen onder invloed van extreme klimaatwisselingen. Delen van de houten constructie zijn vergaan waardoor de constructie haar stevigheid, het interieur gedeeltelijk zijn esthetische uitstraling en het polyester zijn glans hebben verloren. Het conserveren van polyester in de buitenlucht is een relatief nieuw aandachtsgebied in de conservering van moderne kunst. Voor Mobile Home for Kröller-Müller zijn herstel, onderzoek en beheersstrategieën voor de toekomst nodig. Hierbij wordt gedacht aan aanpassingen in de constructie ter verbetering van het interne klimaat en het vergroten van de resistentie tegen het buitenklimaat, mogelijk door het regelmatig aanbrengen van speciale coatings ter bescherming van het materiaal. De uiteindelijke onderzoeksresultaten, behandeling en beheersstrategieën zullen worden gepresenteerd in wetenschappelijke publicaties in het werkveld van het vak. In het kader van een samenwerkingsverband tussen ICN en het Kröller-Müller Museum zal het object

worden onderzocht en behandeld. Het werk zal worden gerestaureerd waar nodig en er wordt een plan ontwikkeld om het werk ook op de lange termijn en bij een buitenopstelling in goede staat te houden. Schades in de constructie en in de afwerking zullen worden hersteld en er komen aanpassingen voor de regulering van het binnenklimaat en de resistentie tegen wisselingen in het buitenklimaat. Onderzoek moet leiden tot een plan voor preventieve conservering en richtlijnen voor een goed beheer. Zowel het ICN als het KröllerMüller Museum zullen met de resultaten naar buiten treden. Inl. Thea van Oosten, T 020 305 47 73, E thea.van.oosten@icn.nl en Sanneke Stigter, restaurator Kröller-Müller Museum, T 0318 591 241

De Mobile Home for Kröller-Müller in betere tijden, plaatsing in het ICN depot voor onderzoek en een detail van de schade.
foto boven: Kröller-Müller museum , foto’s onder: ICN

cOLLEcTIEBEHEER

SCHENKING Art DECO MEubElEN

E

en bed met twee nachtkastjes, een opmaaktafel met slaapkamerstoeltjes, twee bijzettafeltjes, een bureau met twee stoelen en een boekenkast – deze meubelen, ontworpen door Frits Spanjaard (1889-1978), zijn onlangs toegevoegd aan de IcN-collectie uit de nalatenschap Boelen-Van Gelder. Deze zomer worden ze tentoongesteld in het Gemeentemuseum Den Haag. De meubelen zijn gemaakt tussen 1928 en 1935 en bijeengebracht door het echt-

paar Van Gelder-Schrijver. Waarschijnlijk zijn het toonkamermodellen geweest. De meubelen van Spanjaard behoren tot de Haagse School en kenmerken zich door een sobere en geometrische vormentaal. Spanjaard werkte als tekenaar bij de Haagse Meubelfabriek H. Pander & Zonen en leerde daar Cor Alons en Hendrik Wouda kennen. Spanjaard en Alons behoren tot de eerste generatie interieurarchitecten, omdat ze naast het ontwerpen van meubelen ook belang hechtten aan de plaatsing ervan in de ruimte. In hun visie op het moderne inte-

rieur werden lijnen, vlakken, kleuren en voorwerpen op elkaar afgestemd. Inl. Geertje Huisman, T 070 307 38 08, E geertje.huisman@icn.nl
Meubelrestaurator ron Kievits onderzoekt de afwerklaag van de meubelen ten behoeve van de conservering.

2 _ NIEuWSbrIEf ICN

tENtOONStEllING luCEbErt

SCHIlDEr, DICHtEr, fOtOGrAAf

I

In het Stedelijk Museum Schiedam is tot 3 juni 2007 de tentoonstelling Lucebert: Schilder, dichter, fotograaf te zien. Het is de eerste grote overzichtstentoonstelling na het overlijden van de kunstenaar in 1994 en geeft een uitgebreid overzicht van alle aspecten van zijn kunstenaarschap. Een groot deel van het beeldende werk is afkomstig uit de schenking van de Stichting lucebert in 2006 aan het rijk. Door deze schenking is de collectie als unieke documentatie bijeengebleven. De nalatenschap van meer dan tweehonderd schilderijen en tweeduizend tekeningen wordt beheerd door het ICN en als bruikleen ter beschikking gesteld aan musea. Dit stemt overeen met de wens van lucebert om de zichtbaarheid van de collectie te garanderen. Het Stedelijk Museum Schiedam heeft als eerste de mogelijkheid gekregen om een keuze uit de collectie te maken en te presenteren. Inmiddels zijn alle werken op hun conditie beoordeeld en geregistreerd. De werken op papier zijn onderzocht door studenten van de ICN restauratieopleiding boek en Papier, onder begeleiding van hoofddocent en papier-

restaurator bas van Velzen. De werken op papier zijn in passepartouts gezet. Alle voor de tentoonstelling geselecteerde werken zijn indien nodig behandeld door de ICN restauratoren. Inl. over bruikleen bij Simone Vermaat, T 070 307 38 07, E simone.vermaat@icn.nl Inl. over de tentoonstelling: Stedelijk Museum Schiedam, Vincent van de Kerk, T 010 246 36 66, E vincent.van. de.kerk@stedelijkmuseumschiedam.nl, www.stedelijkmuseumschiedam.nl

Werken van lucebert zijn, voordat ze naar de tentoonstelling gingen, onderzocht door het ICN. Onder: tijdens de opening op 27 januari jl.

NATuuRWETENScHAPPELIJK ONDERZOEK

PAPIErONDErZOEK 2007

V

OVEr StIjGEND WAtEr EN VluCHtIGE lEttErS
resultaat van het project Risicoanalyse Collecties Konink­lijk­e Bibliotheek­ en Nationaal Archief. Dit project maakt onderdeel uit van het nationale onderzoeksprogramma papierconservering Samenwerk­ing Duurzaam Behoud, een samenwerkingsverband van ICN, Koninklijke bibliotheek (Kb) en Nationaal Archief (NA). Verder zullen dit jaar de meetresultaten bekend worden van het SAltO-project (Studie Aangaande Lange Termijn Onderzoek­). In 1997 werden voor dit project ongeveer 150 boeken doormidden gesneden. De helft is bewaard in een van de luchtgezuiverde NAdepots, het andere deel in een van de (ongezuiverde) Kb-magazijnen. Nu, na tien jaar opslag, kan met verschillende analysetechnieken een indruk worden verkregen van de mate waarin luchtzuivering > effect heeft op de veroudering van het papier.

oor november 2007 staat het symposium Wat?er gepland, dat wordt georganiseerd door de sectie Papier, Boeken en Fotografische Materialen van Restauratoren Nederland. Hierin staat centraal de soms scheppende en dan weer verwoestende rol van water in de verschillende levensstadia van het papieren erfgoed: bij productie, bewaring en restauratiebehandelingen. Het symposium zal een kijkje bieden in de natte keukens van papierrestauratieateliers in Nederland. Het IcN ondersteunt het symposium met enkele bijdragen aan het programma. In aansluiting op het symposium zal een workshop worden aangeboden waarin de beheersing van collectierisico’s die samenhangen met water, aan de orde komen. Deze waterworkshop is een eerste

Micro sampling van papier en conservering van leren boekbanden.

3 _ NIEuWSbrIEf ICN

Deze resultaten van tNO, Kb en ICN zullen worden ingebracht in een internationale expertmeeting waarin de kosteneffectiviteit van luchtzuivering aan de orde zal komen. Voorts worden binnen het project Selectietools Behandeling Ink­tvraat (SebI) methodieken ontwikkeld voor besluitvorming ten aanzien van gedifferentieerde behandelingsstrategieën van door inktvraat aangetaste collecties. behandeling van inktvraat is één van de speerpunten van het Archieventraject Metamorfoze. tot slot gaan drie ICN-studenten boek- en Papierrestauratie, ondersteund door de afdeling Onderzoek, in het kader van hun afstuderen onderzoek doen: Sophie van de Water bestudeert het probleem (gesignaleerd door de archiefinspectie) dat akten van

de burgerlijke stand uit de jaren tachtig onleesbaar dreigen te worden door migratie van typemachineinkten; Herre de Vries zal zich naar aanleiding van vooronderzoek door Kb en ICN gaan bezighouden met fundamentele aspecten van de richtlijnen voor de Conservering van leren en Perkamenten boekbanden; Kim Mulder zal onderzoek verrichten naar de invloed op bladvorming (het ontstaan van papier uit losse vezels) van verschillende stoffen, wanneer zij worden toegevoegd aan een pulp waarmee handmatig papier wordt gerepareerd (aanvezelen). Inl. Frank Ligterink, T 020 305 47 75, E frank.ligterink@icn.nl

ONDErZOEK NAAr WErK tHEO VAN DOESburG

AubEttE-WANDSCHIlDErINGEN

I

n opdracht van de Stichting Victor de Stuers is in 2004 en 2005 door het IcN uitgebreid onderzoek verricht naar verflaagopbouw, pigmenten en bindmiddelen van wandschilderingen uit danszaal Aubette in Straatsburg. In januari 2007 zijn opnieuw twee ruimtes in oude luister hersteld. Door het onderzoek dat werd verricht in samenwerking met Mariël Polman, schilderspecialist van de rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (rACM), konden de wandschilderingen worden hersteld naar het oorspronkelijke ontwerp van de herinrichting. De Aubette geniet als ‘Gesamtkunstwerk’ grote bekendheid. Het gebouw, dat dateert uit de achttiende eeuw, werd in de jaren twintig van de vorige eeuw opnieuw ingericht door de Nederlandse kunstenaar theo van Doesburg (1883-1931), de franse Hans Arp (1887-1966) en de Zwitserse kunstenares Sophie taeuber-Arp (1889–1931). De drie kunstenaars verdeelden hun kleurontwerpen over de verschillende ruimtes. Van Doesburg ontwierp de kleurenschema’s voor de grote en de kleine feestzaal op de 2e verdieping, het cafe-restaurant en cafe-brasserie op de eerste verdieping, de foyer en het trapportaal. Hoewel de herinrichting als een van de belangrijke realisaties van De Stijl werd gezien en er in tal van publicaties naar dit monument van het modernisme is verwezen, liep het project in eerste instantie uit op een teleurstelling. Met name op het gebied van materiaalgebruik moest Van Doesburg concessies

doen en al snel nadat de Aubette in februari 1928 in gebruik was genomen werd het interieur weer veranderd. De Aubette bestaat nog en in april 1994 is de eerste restauratie van de interieurs van Van Doesburg en Arp voltooid. Het jaar 1994 is tevens het oprichtingsjaar van de Association theo van Doesburg die met gerichte acties het restauratieproces van de Aubette en het aandeel daarin van theo van Doesburg onder de aandacht wil brengen. Inl. Luc Megens, T 020 305 47 78, E luc.megens@icn.nl

Publicatie De Aubette of de k­leur in de architectuur - Een ontwerp van Hans Arp, Sophie Taeuber-Arp en Theo van Doesburg. redactie Mariet Willinge, Emmanuel Guignon, Hans van der Werf. Nederlandstalige paperback, € 34.50, www.010publishers.nl, ISbN 978 90 6450 597 3

Dwarsdoorsnedes van verfmonsters uit de Salle des fêtes van de Aubette en de zaal tijdens de restauratiewerkzaamheden.
foto rechts: M. Polman, rACM, mei 2006, foto’s links: ICN.

4 _ NIEuWSbrIEf ICN

INTERNATIONAAL

MObIEl ItAlIAANS lAbOrAtOrIuM

VErDEr ONDErZOEK MONDrIAAN

I

n de week van 19 tot 23 maart maakt een mobiel laboratorium (Molab) uit Italië het mogelijk om de Victory Boogie Woogie (1944) van Piet Mondriaan (1872-1944) verder te onderzoeken. Het onderzoek zal plaatsvinden op zaal en is vanachter een glazen wand te volgen voor het publiek. Het mobiele laboratorium is samengesteld uit acht verschillende apparaten die worden bediend door zeven Italiaanse conserveringswetenschappers van vier verschillende Italiaanse universiteiten. De apparaten zijn contactloos en non-destructief; ze zullen derhalve geen schade aan het schilderij veroorzaken. Daarnaast zal een team onderzoekers, restauratoren en curatoren van het ICN en het Gemeentemuseum Den Haag aanwezig zijn. Gezamenlijk worden experimenten uitgevoerd die meer informatie moeten geven over de ontstaansgeschiedenis van het schilderij. Door diepgaand onderzoek te doen naar de materiaalsamenstelling van het schilderij wil men inzicht krijgen in opzet en ontwikkeling van het werk over verschillende periodes.

Het mobiele laboratorium gebruikt twee soorten technieken: beeldtechnieken en analysetechnieken. röntgen en infrarood zijn voorbeelden van beeldtechnieken. Met infraroodkleurenreflectografie worden opnames gemaakt in rode, blauwe, groene en infrarode gebieden (rGb-kleuren aangevuld met infrarood) die digitaal gecombineerd kunnen worden. Zo wordt zichtbaar gemaakt hoe bepaalde materialen over het object verdeeld zijn. Met analysetechnieken worden contactloos metingen gedaan naar de chemische samenstelling van het materiaal; hierbij wordt gebruik gemaakt van instrumenten zoals een draagbare Xrf en ftIr. Aan het eind van de onderzoeksweek wordt voor journalisten een persconferentie belegd; definitieve datum en tijd worden later bekend gemaakt. Inl. Maarten van Bommel, T 020 305 47 80, E maarten.van.bommel@icn.nl www.eu-artech.org

NIEuWE WEbSItE VOOr INCCA-lEDEN

H

et International Network for the conservation of contemporary Art (INccA) is sinds 21 december jl. in een nieuwe fase beland. Op die dag werd een website gelanceerd, speciaal voor leden van het netwerk. Via www.inccamembers.org kunnen leden nu op een eenvoudige manier informatie leveren aan de Database for Artists’ Archives. In het verleden gebeurde dit via een ingewikkeld softwareprogramma, dat tijdrovend was en waarvoor redactie noodzakelijk was. Dat is nu niet meer het geval. Zodra een lid zijn record heeft

ingevoerd, wordt het direct zichtbaar in de database, die nu ook via deze website toegankelijk is. Verder is het zoeken in de database vereenvoudigd en de presentatie verbeterd. De lancering van deze nieuwe website heeft geresulteerd in een groot aantal nieuwe leden, waaronder enkele Nederlandse musea met een collectie moderne of hedendaagse kunst. Inl. Karen te Brake-Baldock, T 020 305 4715, E karen.te.brake@icn.nl www.incca.org

Zoek in de database met gebruik van een ‘Advanced search.’

SAMENWErKING MEt CCI EN ICCrOM

COllECtIErISICOMANAGEMENt

I

n samenwerking met Museum Ons’ Lieve Heer op Solder heeft het IcN de afgelopen jaren ervaring opgebouwd met het uitvoeren van een volledige risicoanalyse in een historisch huis met collectie. Nu is de volgende fase bereikt en wordt nagegaan hoe de resultaten van de risicoanalyse optimaal kunnen worden gebruikt in de besluit-

vorming op managementniveau en in de communicatie met derden. Ondertussen wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling en toepassing van de methodiek. Deze wordt uitgeprobeerd op verschillende locaties (zoals archieven, moderne-kunstinstallaties, historische huizen) en op verschillende manieren

(van intensieve betrokkenheid tot coaching op afstand). tevens wordt gewerkt aan het beschikbaar maken van de informatie en data die nodig zijn om risico’s te kunnen kwalificeren of kwantificeren. Omdat het Canadian Museum of Nature (CMN), het Canadian Conservation Institute (CCI) en ICCrOM in rome ook

>

5 _ NIEuWSbrIEf ICN

een eenvoudige, gebruikersvriendelijke variant van de methodiek willen ontwikkelen, is het ICN een officiële samenwerking aangegaan met deze instellingen, die is vastgelegd in een Memorandum of understanding voor de komende twee jaar. binnen dit samenwerkingsverband wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een gebruikersvriendelijke methodiek waarmee ook kleinere instellingen een betrouwbare risicoanalyse kunnen uitvoeren (coördinatie CCI). Daarnaast wordt een zogenaamde ‘scenario pool’ samengesteld: een set risicoscenario’s die dienst doet als voorbeeld en referentie voor toekomstige gebruikers van een methodiek (coördinatie ICN). Omdat risico’s worden uitgedrukt in waardeverlies, moeten de waarden van een collectie

goed worden beschreven. ICCrOM coördineert de inventarisatie van methodieken voor wereldwijde waardebepaling van roerend en onroerend erfgoed. Naast inhoudelijke resultaten hopen de drie instellingen met hun samenwerking een wereldwijd netwerk van gebruikers van de methodiek te creëren. Op die manier kan draagvlak ontstaan voor de nieuwe visie op het behoud van ons

erfgoed in de toekomst: niet langer een preventieve conservering op basis van afzonderlijke schadefactoren, maar een geïntegreerde aanpak van bedreigingen, onder de paraplu van collectierisicomanagement. Inl. Agnes Brokerhof, T 020 305 47 29, E agnes.brokerhof@icn.nl

CurSuSSEN Sinds 2003 wordt door ICCrOM en CCI in samenwerking met ICN en CMN de internationale cursus Reducing risk­s to collections georganiseerd. Van 17 juni tot 6 juli 2007 vindt deze cursus plaats in Sibiu, roemenië; Informatie hierover op de ICCrOM-website: www.iccrom.org De ICN-cursus Risicoanalyse en -management in collecties wordt in oktober/november 2007 georganiseerd.

PROGRAMMA’S

SCHIlDErKuNSt

KENNISMAKING MEt CuNO V/D StEENE

I

n eerdere nieuwsbrieven kwam het project Monumentale Wandkunst al aan de orde. Als aanzet tot een landelijke inventarisatie van deze kunstvorm brengt het IcN het monumentale oeuvre in kaart van tien kunstenaars uit de wederopbouwperiode. Cuno van den Steene (1909-1971) is één van deze kunstenaars. Hij volgde zijn opleiding aan de Academie voor beeldende Kunsten in Maastricht. Van 1925 tot 1941 werkte Van den Steene (zelf katholiek) als tekenaar en vormgever voor het progressief-katholieke utrechtse tijdschrift De Gemeenschap. Hij illustreerde diverse boeken, waaronder De ijsridders door Henk Kuitenbrouwer. Van den Steene kreeg in 1942 zijn eerste opdracht voor een monumentaal kunstwerk: het wandtapijt De apostel. begin jaren vijftig kreeg hij van de parochie Heilig Hart-kerk in Eindhoven de opdracht zestien gobelins te ontwerpen die de kruiswegstaties zouden verbeelden. Kunstweverij De Knipscheer voerde het ontwerp uit. Deze wandtapijten zijn nog steeds in situ te bezichtigen! Net als andere monumentale kunstenaars heeft Cuno van den Steene veel samengewerkt met architecten. Met de Amsterdamse interieurarchitect Van tienhoven heeft hij diverse interieurs van stoom- en motorschepen van de KNSM vormgegeven. De onderwerpen die Van den Steene gebruikte voor zijn paneelschilderingen op de schepen, zijn veelal gerelateerd aan de onderwerpen ‘reizen’ en ‘verre landen’. De meeste van deze schepen zijn inmiddels gesloopt. bewaard bleef het schip De rotterdam, waarvoor Cuno van den Steene een paneelschildering heeft gemaakt met als thema De Aegeïsche zee, bestemd

voor de ritz Carlton-lounge van het schip. Het schip, dat meer monumentale kunstwerken bevat, zal in mei 2007 een vaste plek krijgen aan het Katendrechtse Hoofd in rotterdam-Zuid. Ook in Amsterdam is nog een juweeltje van de hand van deze kunstenaar bewaard gebleven: de wandschildering Atlanta met de boven- en benedenwindse eilanden, die hij in 1956 maakte op de muur van de passengers terminal van de KNSM. Naast wandtapijten en wandschilderkunst vervaardigde Cuno van den Steene ook monumentale werken in polychroom keramiek. Voor het (inmiddels gesloopte) stoomschip De Statendam heeft hij bijvoorbeeld de keramische tableaus De vier jaargetijden gemaakt (1957). Het ICN is in het bezit van één monumentaal werk van Cuno van den Steene: het zevende wandtapijt uit de serie De Parabel van de Verloren Zoon. Dit kleed is momenteel in bruikleen gegeven aan de Gemeente tholen. Inl. Rutger Morelissen, T 020 305 46 12, E rutger. morelissen@icn.nl, www.wederopbouwkunst.nl

Detail van Atlanta in de passengers terminal van de KNSM te Amsterdam.

6 _ NIEuWSbrIEf ICN

PrOGrAMMA SElECtIE

I

SElECtErEN EN AfStOtEN
Industrion, het Marinemuseum en het Museum voor Communicatie hebben recent nieuwe objecten aan de database toegevoegd. Zie hiervoor www.herPlaatsingsdatabase.nl. In april publiceert het ICN, in samenwerking met de Stichting boekmanstudies, het boek Niets gaat verloren (voorlopige titel) over selectie en afstoting in Nederlandse museale collecties in de afgelopen decennia. Het biedt een overzicht van case studies, waarin de problematiek van het vervreemden van museale objecten in al zijn verscheidenheid wordt gepresenteerd. De case studies worden voorafgegaan door een historisch overzicht van overheidsbeleid en meningsvorming in het veld, en afgewisseld met essays waarin de huidige kijk op selectie en afstoting vanuit verschillend perspectief wordt belicht. De publicatie is in de eerste plaats bestemd voor musea en andere betrokken partijen. De introductie van het boek wordt vergezeld door een debat over selectie en afstoting. De precieze datum en tijden staan binnenkort op onze website www.icn.nl. Inl. Frank Bergevoet, T 070 307 38 02, E frank.bergevoet@icn.nl Inl. over de publicatie: Petra Timmer, T 020 305 45 09 / 305 46 18, E petra.timmer@icn.nl

n 2006 is binnen het programma Selectie gewerkt aan herwaardering van meer dan duizend kunstwerken uit de IcN collectie, actualisering van de bruikleenadministratie en aan de standplaatscontrole van alle 50.000 kunstwerken in het depot. Doel is om te komen tot een een kleinere, kwalitatief hoogwaardige en beheerbare collectie. Eind december 2006 zijn vierhonderd objecten uit de ICN-collectie overgegaan naar de Dienst der Domeinen van het ministerie van financiën. Ze waren eerst aangeboden op de herplaatsingsdatabase maar musea hadden geen belangstelling. Een kleine vijftig kunstwerken of onderdelen daarvan zijn vernietigd omdat ze onherstelbaar beschadigd of incompleet waren. Het aantal bruikleennemers van het ICN is verminderd van duizend naar achthonderd. Dit aantal wordt dit jaar verder verkleind. Het streven voor 2007 is een situatie waarin alle bruikleennemers beschikken over een contract dat niet ouder is dan vijf jaar. In 2007 wordt het programma Selectie voortgezet. De administratie wordt verder opgeschoond, objecten worden overgedragen aan andere beheerders van (rijks)collecties, en objecten worden fysiek uit het depot verwijderd. Het selectie- en afstotingsproces binnen het ICN wordt volledig uitgevoerd in overeenstemming met de recent herziene lamo (leidraad Afstoten Museale Objecten) en zal dit jaar resulteren in een veiling. Op de herplaatsingsdatabase worden regelmatig nieuwe objecten uit de Collectie Nederland aangeboden. Het Centraal Museum, De lakenhal, het cOLLEcTIEWIJZER

Detail van Phaedon vraagt zijn vader Helios de zonnewagen te leen, 1802, benjamin West. Dit schilderij is een van de twee werken die het frans Hals Museum in 2005/6 wilde verkopen. Het paste niet in het collectieprofiel. Nazaten van de schenkers kwamen hierachter en ze deelden de opbrengst van de verkoop met het museum.

uItKOMSt GEbruIKErSONDErZOEK

O

m de collectiewijzer zo goed mogelijk af te stemmen op de wensen van de toekomstige gebruikers, is eind 2006 een onderzoek uitgevoerd. Meer dan 470 mensen hebben de vragenlijst ingevuld, wat een overweldigend aantal tips en ideeën heeft opgeleverd. Onze hartelijke dank hiervoor. Het gebruikersonderzoek heeft uitgewezen ADVIES

dat er zeker behoefte bestaat aan een website als de Collectiewijzer en dat de goede weg is ingeslagen wat betreft opzet en inhoud. Er zijn veel concrete suggesties gedaan voor bijvoorbeeld de inhoud; hieraan zal verder gewerkt worden. De resultaten van het onderzoek helpen bij de verdere ontwikkeling van de Collectiewijzer. Het rapport van het gebruikersonderzoek vindt u op httP://Project.collectiewijzer.nl

Inl. Marie-France van Oorsouw, T 020 305 46 29, E marie.france.van. oorsouw@icn.nl, www.collectiewijzer.nl

HEt MuSEAlE bINNENKlIMAAt: VErlEDEN, HEDEN EN tOEKOMSt

I

n november vond bij het IcN het symposium Het museale binnenklimaat; verleden, heden en toekomst plaats, ter ere van het afscheid van Ton Jütte, die nu van zijn pensioen geniet.

tijdens deze dag werd duidelijk dat het denken over klimaat in beweging is. In plaats van het hanteren van strenge normen, is er nu behoefte aan richtlijnen die per situatie geïnterpreteerd kunnen

worden. Ook werden de huidige en toekomstige trends besproken. Inl. Renate van Leijen, T 020 305 46 18, E renate.van.leijen@icn.nl

7 _ NIEuWSbrIEf ICN

AANKONDIGINGEN

HErINStAllAtIE ‘AlbErtS ArK’ (1990) VAN bIll SPINHOVEN

O

p 8 en 9 maart maakt het IcN samen met het Nederlands Instituut voor Mediakunst/ Montevideo een proefopstelling van de installatie Alberts Ark (1990) van Bill Spinhoven. Alberts Ark­ maakte in 1990 deel uit van de reizende tentoonstelling IMAGO en is onderdeel van de ICN-collectie. Het is een van de dertig complexe (multimedia) installaties die in het kader van het onderzoeksproject Inside Installations opnieuw opgesteld worden, en de tweede case studie die het ICN samen met Montevideo zal uitvoeren. tijdens de proefopstelling, gerealiseerd in samenwerking met de kunstenaar, zal het werk uitgebreid worden gedocumenteerd, zodat er richtlijnen voor herinstallatie en een plan van aanpak voor de conservering op lange termijn kunnen worden ontwikkeld. Vrijdagmiddag 9 maart is er om 16.00 uur een presentatie van de eerste resul-

taten. Deze presentatie wordt verzorgd door de kunstenaar zelf en Paul Klomp, eveneens beeldend kunstenaar, en focust op de verbetering van de eerste case studie Revolution (1990) van jeffrey Shaw. Het documenteren van de casestudies en het opstellen van installatierichtlijnen sluit aan bij het Eu-project Inside Installations: Preservation and Presentation of Installation Art. In dit Culture 2000project worden documentatierichtlijnen voor installatiekunst ontwikkeld aan de hand van case studies die zowel fysiek (op tentoonstellingen) als virtueel (via de website van Inside Installations) aan publiek worden getoond. bovendien zal

het werk onderdeel zijn van het onderzoek naar de conservering van installatiekunst, in dit geval een combinatie van fysieke objecten, hardware, software en interactiviteit. Inl. Simone Vermaat, T 070 305 38 07, E simone.vermaat@icn.nl, www.inside-installations.org, www.icn.nl, www.incca.org, www.montevideo.nl

Alberts Ark­ van bill Spinhoven bestaat uit een combinatie van fysieke objecten, hardware, software en interactiviteit.

ICN ONDErZOEKSDAG ‘KENNIS IN bEWEGING’

NEDErlANDSE rEStAurAtIEbEurS

t

ijdens de IcN-onderzoeksdag op 8 maart a.s. worden de activiteiten in 2007/2008 op het gebied van kunsthistorisch en natuurwetenschappelijk onderzoek onder de aandacht gebracht van de (vak)pers en collega’s uit het veld. Er zal veel aandacht zijn voor internationale samenwerking. uitgebreide informatie over het programma treft u aan op www.icn.nl.

H

et IcN verzorgt tijdens de Restauratiebeurs (op 19, 20 en 21 april in Den Bosch) ondermeer verschillende lezingen.

In de stand kunt u informatie krijgen over de cursussen en trainingen van het ICN en er wordt een dag georganiseerd speciaal voor en door studenten. Zie voor het programma www.restauratiebeurs.nl en www.icn.nl.

WOrKSHOP fING-Art-PrINt: ZElf VINGErAfDruKKEN VAN ObjECtEN NEMEN

D

e eerste workshop voor het Europese onderzoeksproject FING-ART-PRINT wordt gehouden op 20 en 21 maart 2007 in het IcNdepot in Rijswijk. Doel van het project is het ontwikkelen van een makkelijk hanteerbaar systeem om contactloos een soort ‘vingerafdrukken’ van objecten te nemen. Hierdoor kunnen objecten zonder etiket toch worden geïdentificeerd en beschermd tegen diefstal en herverkoop. bovendien kunnen de ‘vingerafdrukken’ worden gebruikt

voor het traceren van objecten tijdens transport. tijdens deze workshop wordt een eerste prototype van het ontwikkelde systeem gedemonstreerd. Vervolgens worden deelnemers (conservatoren, curatoren, registratoren en restauratoren) uitgenodigd om zelf ‘vingerafdrukken’ van hun eigen objecten te nemen. De deelnemers wordt gevraagd naar hun aanvullingen, suggesties en kritiek op het systeem, zodat de projectpartners het systeem kunnen verbeteren en optimaliseren. Gebruikersvriendelijkheid is een

belangrijk punt van aandacht. Deelname aan de workshop is gratis. Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar voor zelf meegenomen objecten. bij een groot aantal aanmeldingen hebben ‘niet-technische’ deelnemers voorrang aangezien zij het systeem in de toekomst moeten gaan gebruiken. Aanmelden kan via www.fing-art-Print.org. Inl. Bill Wei, T 020 305 47 41, E bill.wei@icn.nl

8 _ NIEuWSbrIEf ICN

CurSuSSEN EN ACtIVItEItEN IN 2007

D

e brochure ‘Kennis in beweging’, met het overzicht van IcN-cursussen en andere activiteiten in 2007, is afgelopen december van de pers gerold. We herhalen een aantal cursussen en we hebben nieuwe ontwikkeld, zoals: Kunst in huis over depotbeheer en intern transport, Het spel en de regels over selectie en afstoting, en Licht en k­limaat. De themadag op donderdag 24 mei is gewijd aan monumentale wandkunst met nadruk op de wederopbouwperiode. Nieuw zijn de lunchpauzelezingen die openbaar toegankelijk zijn. Informatie over de onderwerpen van deze lezingen en andere activiteiten worden in de digitale nieuwsbrief gepubliceerd. Brochure bestellen bij habiba.jermouni@icn.nl Inhoudelijke informatie over de activiteiten: Angeniet Boeve, T 020 305 46 55, angeniet.boeve@ icn.nl en Monique de Louwere, T 020 305 46 57, monique.de.louwere@icn.nl

AGENDA

In deze rubriek worden IcN activiteiten genoemd en bijeenkomsten van andere organisatoren waarbij ICN medewerkers zijn betrokken. Kijk voor het definitieve aanbod op www.icn.nl. Inl. Monique de Louwere of Angeniet Boeve, T 020 305 46 57 / 305 46 55 / 305 46 62, E monique.de.louwere@icn.nl, E angeniet.boeve@icn.nl Wilt u maandelijks op de hoogte blijven van lezingen, symposia en ander actueel IcN nieuws? Meldt u dan aan voor onze digitale nieuwsbrief op www.icn.nl. 8 maart 26, 27, 28, 29, 30 maart 3 april 16, 17 april 19 april 19, 20, 21 april 8 mei 24 mei 29, 30, 31 mei en 1 juni 5 juni 13 juni 18 juni 21, 22 juni . Onderzoeksdag . Marqueterie: historische vervaardigingstechnieken, ICN-cursus . lunchpauzelezing . licht en klimaat, ICN-cursus(nieuw) (Let op: datum is gewijzigd t.o.v. vermelding in brochure) . Veiligheidszorg, ICN-cursus . restauratiebeurs . l unchpauzelezing . themadag ‘Monumentale wandkunst’ . Patina, ICN-cursus (nieuw) . l unchpauzelezing . Picture Group Expertmeeting . Het spel en de regels: collectiewaardering, selectie en afstoting, ICN-cursus (nieuw) . Glas en keramiek, ICN-cursus (nieuw)

PERSONALIA

WIj NEMEN AfSCHEID VAN …
• Wobke Hooites Per 1 maart verlaat Wobke het ICN als assistent conservator op de afdeling Collecties. Ze gaat als conservator werken bij de Caldic Collectie. (foto links) • Maite Garcia Lechner Maite blies in december de ICN-kaars uit (foto rechts). Ze heeft vele jaren aan ICN-projecten gewerkt, als laatste als assistent conservator. Nu is ze aan de slag bij SICA.

COlOfON Informatiebulletin voor de relaties van het ICN. Verschijnt vier keer per jaar. Eindredactie tekstbureau KVO redactiesecretariaat afdeling Communicatie & Informatie Postbus 76709 1070 KA Amsterdam t 020 305 46 96 f 020 305 46 00 www.icn.nl De inhoud van deze Nieuwsbrief is zo zorgvuldig mogelijk samengesteld. Het Instituut Collectie Nederland is niet aansprakelijk voor eventuele onjuiste vermeldingen. Ontwerp total Identity, Amsterdam Druk Mart Spruijt bv, Amsterdam ISSN 1388-3232 Het Instituut Collectie Nederland (ICN) is een kennisinstituut voor beheer en behoud van roerend cultureel erfgoed. Musea, bibliotheken, archieven en andere collectiebeheerders kunnen gebruik maken van de diensten van het ICN. Het ICN is gevestigd in Amsterdam en rijswijk en is onderdeel van het Ministerie van OCW.

tWEE EPISCON PrOMOVENDI IN 2007

I

n het kader van het EPIScON-project (European Ph.D. for Science and conservation), heeft het IcN twee promotieplaatsen beschikbaar gesteld aan internationale studenten. EPISCON is een samenwerking tussen Europese universiteiten en culturele instellingen die de mogelijkheid bieden promotieonderzoek te doen in de conserveringswetenschap. Het EPISCON-programma heeft tot doel om een nieuwe generatie van zestien ‘conservation scientists’ op te leiden, die naast hun technische studies ook een achtergrond in conservering ontwikkelen. Deze achtergrond krijgen zij door een intensieve training van een half jaar, die wordt gegeven aan de universiteit bologna-ravenna, de coördinerende instantie van het programma. twee promovendi, Delphine Pouilley (M.Sc. van de Ecole Nationale Supérieure de Chimie de Montpellier, frankrijk) en Patricio Chiriboga (Ingeniero Mecánico de Escuela Politécnica Nacional, Ecuador), komen in februari 2007 naar de afdeling Onderzoek van het ICN. Delphine Pouilley gaat onderzoek doen naar het

verouderen van ‘face-mounted photographs’: foto’s van groot formaat waarop een plaat van Perspex® of Plexiglas® wordt geplakt. Dit promotieonderzoek maakt deel uit van een internationale samenwerking genaamd: Damage and ageing of face-mounted photographs, dat door het ICN wordt gecoördineerd. Patricio Chiriboga gaat onderzoek verrichten naar de invloed van trillingen op schilderijen. bij experimenteel onderzoek wordt de relatie tussen trillingsniveau en ‘schade’ bepaald. Dit onderzoek vloeit voort uit het ICN-onderzoek naar de invloed van trillingen door concerten op het Museumplein, dat in samenwerking met het Van Gogh Museum en de faculteit lucht- en ruimtevaart van de technische universiteit Delft wordt uitgevoerd. Inl. Bill Wei, T 020 305 47 41, E bill.wei@icn.nl of Alberto de Tagle, T 020 305 47 11, E alberto.de.tagle@icn.nl www.episcon.scienze.unibo.it/episcon.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful