versLaG 2006

Goudstikker was veelvuldig in het nieuws. Maar ook de schenking van werken van Lucebert en het onderzoek naar de Victory Boogie Woogie van Mondriaan werden uitgebreid besproken in de Nederlandse dagbladen.

2 

MIssIe
als kennisinstituut voor het beheer en behoud van roerend cultureel erfgoed wil ICN een bewuste omgang bevorderen met dit erfgoed, zodat het nu en in de toekomst zijn belangrijke maatschappelijke en historische functie kan blijven vervullen. ICN ontwikkelt in samenspraak met de wetenschap en de hoeders van de collectie Nederland kennis die het beheer en behoud van de collectie ondersteunt en verbetert en die de betekenis ervan duidt en kenbaar maakt, en zorgt voor de verspreiding van deze kennis. ICN beheert in opdracht van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een collectie roerend cultureel erfgoed van de staat der Nederlanden en streeft naar een zo groot mogelijke zichtbaarheid daarvan. als rijksdienst is ICN betrokken bij de beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering van het Directoraat Generaal Cultuur en Media van het Ministerie van OCW. Het jaar 2006 was voor ICN bijzonder op verschillende fronten. Zo vielen er besluiten over de afronding van de reorganisatie, koerswijzigingen en nieuwe speerpunten, en het voornemen tot de vestiging van ICN in één gebouw. De ontwikkelingen binnenshuis liepen parallel aan de vele externe activiteiten daarbuiten. We hebben de jaarlijkse programma´s vastgesteld. en we zijn met het oog op het delen en ontwikkelen van kennis nieuwe nationale en internationale samenwerkingsverbanden aangegaan. een kleine greep uit onze inspanningen: een actuele tentoonstelling over restituties van geroofde oorlogskunst, onderzoeken op het gebied van risicomanagement en op de kunstdisciplines installaties, monumentale kunst en schilderkunst. We organiseerden symposia over het museale binnenklimaat en kunst in de openbare ruimte. er verschenen publicaties zoals de Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten (LaMO) en Erfgoed dat beweegt! over mobiel erfgoed. en daarnaast faciliteerden we natuurlijk kennis via ons informatiecentrum en deskundigheidsbevordering. Onze bedrijvigheid is door de media goed opgepakt. De NOs besteedde aandacht aan het rembrandtjaar. De dagbladen volgden de verwikkelingen Goudstikker en daarmee ook de tentoonstelling over restituties. andere onderwerpen die het publiek via de media bereikten waren bijvoorbeeld het openbare onderzoek naar de victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan, het project monumentale wandkunst en de nalatenschap van Lucebert. De geluiden vanuit de buitenwereld willen wij gebruiken om onze koers nog helderder te maken.

WeLkOM
een doorlopende discussie met onze partners moet een koersverandering verstevigen die onze kennis en kunde laten aansluiten bij de behoeften van het museale veld. Onze activiteiten op dit gebied verantwoorden wij thans met het jaarverslag dat voor u ligt en waarmee wij u graag deelgenoot maken van ons waardevolle werk.

Henriëtte van der Linden Directeur  

INHOuD

ONtWIkkeLeN > 6

IN keNNIs vOOrZIeN

Internationale samenwerking > 6 Nationale samenwerking > 1

Als kennisinstituut houdt ICN zich bezig met het verwerven, delen en verspreiden van uiteenlopende informatie aangaande collecties in al hun aspecten. Daarbij fungeert ICN als coördinatiepunt, ontmoetingsplek en laboratorium voor professionals zoals conservatoren, restauratoren, natuurwetenschappers en kunsthistorici. Ook in 2006 zijn verschillende onderzoeken vervolgd of gestart, heeft ICN samengewerkt met diverse instellingen in binnen- en buitenland en zijn projecten van websites tot kennisnetwerken gerealiseerd.

INfOrMereN > 16 COMMuNICereN > 21
Public relations > 22 Het informatiecentrum > 2 Deskundigheidsbevordering > 26

IN keNNIs vOOrZIeN

BeHereN > 0

GeveN OM COLLeCtIes De OrGaNIsatIe PuBLICatIes

Collectie > 0 Indemniteit >  restituties > 6

PreseNtereN > 7
Organogram > 2 ICt >  Personeel >  financiën > 

Publicaties > 6

6

in kennis voorzien

in kennis voorzien

7

ONtWIkkeLeN
INterNatIONaLe saMeNWerkING
eurOPees PrOjeCt MarIe CurIe PrOGraMMa ePIsCON
Het europese Marie Curie Programma ePIsCON leidt 16 natuurwetenschappelijke promovendi op als conserveringswetenschappers. Het kennisproject voorziet in een behoefte om multidisciplinaire samenwerking te realiseren op het gebied van de conservering van cultureel erfgoed. Natuurwetenschappelijke onderzoekers of conserveringswetenschappers komen vaak uit een technische wereld en hebben van huis uit weinig affiniteit met het werk van collectiebeheerders, kunsthistorici en restauratoren. De promovendi volgen eerst een intensieve cursus in conservering aan de universiteit Bologna-ravenna in Italië, de coördinerende instelling van het programma. vervolgens voeren zij onderzoek uit aan tien deelnemende instituten waaronder ICN. Deelnemers Delphine Pouilley en Patricio Chiriboga zullen bij ICN onderzoek doen naar de veroudering van zogenaamde face-mounted photographs, respectievelijk de invloed van trillingen op de toestand van (gevoelige) schilderijen. Zij worden begeleid door Bill Wei. ICN onderzoekers agnes Brokerhof en Bart ankersmit leverden een belangrijke bijdrage aan het programma op het gebied van risicoanalyse in musea en collecties.
www.episcon.scienze.unibo.it/episcon/

rIsICOMaNaGeMeNt: saMeNWerkING ICN, GCI, CCI eN ICCrOM(*zie kader)

In samenwerking met Museum Ons’ Lieve Heer op solder heeft ICN de afgelopen jaren ervaring opgebouwd met het uitvoeren van een volledige risicoanalyse in een historisch huis met een collectie. De methodiek wordt uitgeprobeerd en verder ontwikkeld in verschillende situaties zoals bij archieven, kunstinstallaties en historische huizen. Ze wordt dan toegepast op verschillende manieren; van intensieve betrokkenheid tot begeleiding op afstand. De

cursus Collectie risicomanagement is in 2006 aangeboden aan collectiebeheerders, museumconsulenten en erfgoedinspectie. Ook wordt gewerkt aan het beschikbaar maken van informatie en data die nodig zijn om risico’s te kunnen kwalificeren of kwantificeren bijvoorbeeld door het project Visitor impact dat samen met Museum Ons’ Lieve Heer op solder en de GCI is ontwikkeld. aangezien CMN, CCI en ICCrOM in rome eveneens een eenvoudige en gebruikersvriendelijke variant van de methodiek willen ontwikkelen, is ICN een officieel samenwerkingsverband met deze instellingen aangegaan. De samenwerking is vastgelegd voor twee jaar in een Memorandum of Understanding. CCI coördineert het ontwikkelen van een gebruikersvriendelijke methodiek voor kleinere instellingen om betrouwbare risicoanalyses te kunnen uitvoeren. ICN stelt een zogenaamde scenario pool samen: een set risicoscenario’s als voorbeeld en referentie voor toekomstige gebruikers van de methodiek.

ICCrOM coördineert een inventarisatie van methodieken voor waardebepaling van roerend en onroerend erfgoed wereldwijd. Waarden van een collectie moeten goed worden beschreven omdat de risico’s in waardeverlies worden uitgedrukt. ICCrOM en CCI organiseerden samen met ICN en CMN de internationale cursus Reducing Risks to Collections die in 2006 werd gehouden in Ottawa, Canada. Deelnemers waren afkomstig uit Noord en Zuid amerika en europa. Naast het entameren van inhoudelijke ontwikkelingen beogen de drie instellingen met hun samenwerking het creëren van een wereldwijd netwerk van gebruikers van de methodiek. Niet het aanpakken van afzonderlijke schadefactoren maar de paraplu van collectie risicomanagement is het devies om cultureel erfgoed in de toekomst te behouden.
www.scenariopool.org

*GCI, Getty Conservation Institute CCI, Canadian Conservation Institute ICCrOM, International Centre for the study of the Preservation and restoration of Cultural Property CMN, Canadian Museum of Nature

Deelnemers aan de cursus Collectie risicomanagement. 

in kennis voorzien

in kennis voorzien 

Case stuDy vIsItOr IMPaCt

een veel bediscussieerd onderwerp is de mate waarin bezoekers collecties en gebouwen kunnen beschadigen. Besluitvorming over de vraag of bepaalde evenementen kunnen plaatsvinden in kwetsbare interieurs gebeurt nu vaak intuïtief. kwantitatieve gegevens om het effect van bezoekers te duiden zijn nauwelijks beschikbaar. Het project Visitor impact case study, richtte zich dan ook op vragen als: In welke mate hebben bezoekers invloed op conservering en management van collecties in historische huizen? Welke gevolgen hebben materiële veranderingen (slijtage) voor de beleving van het museum door de bezoekers? twee onderzoeken zijn ingezet om antwoorden op deze vragen te vinden. Met een zogenaamde collection assessment hebben onderzoekers zich gericht op de actuele staat van collecties en op de verschillende aspecten zoals gebruik, restauratieverleden en omgevingsfactoren. Daarnaast was er aandacht voor het ontwerpen van een klimaatmanagement strategie waarin een optimale balans zou worden gevonden tussen bezoekerscomfort, behoudseisen en

toegang tot gebouw en collectie. Onder de hoede van ICN werd gedurende lange tijd het klimaat gemeten in een aantal ruimtes. De onderzoeksresultaten tonen aan hoe het gebouw functioneert en in hoeverre bezoekers omgevingsfactoren beïnvloeden. Beide onderzoeken resulteerden in een voorbeeldstudie die als educatief middel en referentie werd gepresenteerd met het oog op besluitvorming over preventieve conservering in musea gevestigd in historische huizen en het managen van hun bezoekersstromen. Zowel onderzoeken als case study hebben tot doel het optimaliseren van de fysieke materialen van het gebouw, van de door de museumstaf vast te stellen waardes en betekenis van de collectie en van de toegang tot het museum. De case study is ontworpen voor de verschillende academische opleidingsfasen op het gebied van restauratie, architectuur en museumstudies, en voor de programma’s van Getty Conservation Institute en Instituut Collectie Nederland.
http://casestudies.webexone.com

Overleg over de impact van bezoekers in museum amstelkring Ons’ Lieve Heer op solder te amsterdam

INterNatIONaL NetWOrk fOr tHe CONservatION Of CONteMPOrary art (INCCa)

In 2006 ontwikkelde het International Network for the Conservation of Contemporary art (INCCa) een aantal nieuwe instrumenten voor het uitwisselen van kennis op het gebied van conservering en presentatie van moderne en hedendaagse kunst. via een online content management tool kunnen leden van het netwerk nu gegevens toevoegen aan de Database for Artists’ Archives. In dezelfde omgeving kan de database worden doorzocht op conserveringsgegevens, installatie-instructies, kunstenaarsinterviews en andere informatie die van belang is voor de conservering van hedendaagse kunst. Ook is er een database van de leden en hun expertise op dit gebied. Het ICN is coördinator van het internationale netwerk. Bovendien is zij beheerder van de database en de website www.incca.org waar voor iedereen waardevolle informatie op dit kennisgebied te vinden is. Op dit moment zijn er 12 leden in europa en Noord-amerika. Ook is het mogelijk dat studenten zich aansluiten wanneer een van de INCCa-leden hun supervisor is. ICN heeft, in samenwerking met een internationale commissie, procedures voor lidmaatschap vastgelegd. Deze verplichten de leden onder meer om jaarlijks vijf tot tien bronnen via de INCCa database te ontsluiten of op andere wijze aan het netwerk bij te dragen, bijvoorbeeld door het aanleveren van artikelen voor de website.
www.incca.org

10

in kennis voorzien

in kennis voorzien

11

eurOPees PrOjeCt INsIDe INstaLLatIONs: PreservatION aND PreseNtatION Of INstaLLatION art

ICN is coördinator van het europese project Inside Installations: Preservation and Presentation of Installation Art. In dit drie jaar durende project onderzoeken restauratoren en conservatoren van 2 hedendaagse kunstmusea en instellingen in totaal  installaties Zij richten zich op onderwerpen als conservering, tentoonstellingsgeschiedenis, documentatie, samenwerking met de kunstenaar en het herinstalleren van de kunstwerken. tijdens de herfstmaanden kregen museumbezoekers in het kröller-Müller Museum gelegenheid het onderzoek van nabij te volgen: een van de museumzalen werd omgebouwd tot restauratieatelier voor installaties van Ger van elk, joseph kosuth en franz West. Daarnaast gaven films, foto’s en andere documentatie inzicht in vragen en problemen rond beheer en behoud van installatiekunst. Ook zijn er twee seminars georganiseerd in 2006. In mei

organiseerden ICN en stichting Behoud Moderne kunst samen met Bonnefantenmuseum in Maastricht een seminar over vraagstukken als de identiteit van installatiekunst, authenticiteit en reproduceerbare media en de rol van het museum als intermediair tussen kunstenaar en publiek. In oktober vond een tweede seminar plaats in stedelijk Museum voor actuele kunst in Gent, waarin de samenwerking tussen kunstenaar en museum centraal stond. De resultaten van het project en de lezingen van de seminars zijn geplaatst op een door ICN ontwikkelde website. De website heeft een geavanceerd content management systeem waarmee participanten on line informatie kunnen toevoegen en beheren.
www.inside-installations.org

INsIDe INstaLLatIONs: PrOMOtIeONDerZOek

Preserving and Presenting Installation Artworks. An ethnographic research into the making of museum works is de werktitel van het promotieonderzoek van vivian van saaze. Het promotieonderzoek is een samenwerking tussen ICN en de faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de universiteit Maastricht. Het behandelt de problematiek van het verzamelen, beheren en presenteren van multimedia installatiekunstwerken in een museale context. vooral de vraag in hoeverre noties als authenticiteit en uniciteit nog geldig zijn als criteria voor conservering- en restauratiebeslissingen bij dergelijke kunstwerken stond in het onderzoek centraal. vanuit de constatering dat een en dezelfde installatie binnen een museale context verschillende verschijningsvormen kan aannemen,

verschoof de onderzoeksvraag. Deze is nu gericht op hoe musea omgaan met de problemen in het spanningsveld tussen het bepalen en vastleggen van de identiteit van het kunstwerk enerzijds en het toelaten van veranderlijkheid of variabiliteit anderzijds. van saaze bestudeert de veranderde museale praktijken aan de hand van drie case studies met gebruikmaking van etnografische methoden als interviews, veldonderzoek en documentatiestudie. een van de centrale thema’s is de verschuiving in de rollen van betrokkenen zoals het publiek, conservatoren, restauratoren, technici en kunstenaars. Het onderzoek is verbonden aan het europese onderzoeksproject Inside Installations.
www.inside-installations.org

Inside Installations werd in het kröller-Müller museum nader toegelicht aan het publiek d.m.v. restauraties van installaties, films en andere documentatie.

12

in kennis voorzien

in kennis voorzien

Onderzoekers, conservatoren en restauratoren van het ICN en het Gemeentemuseum Den Haag bestuderen de Victory Boogie Woogie van Mondriaan.

1

In 2006 is op initiatief van ICN een onderzoek gestart naar de ontstaansgeschiedenis van het schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan (172-1). Het onderzoek wordt verricht door een wetenschappelijk team van het ICN, het Gemeentemuseum Den Haag en een Italiaans wetenschappelijk team dat verbonden is aan Molab, een mobiel laboratorium uit het europese onderzoeksprogramma eu-artech. Door onderzoek met contactloze, non-destructieve infrarood- en röntgentechnieken, wil men meer te weten komen over de schilderspraktijk en de ontwikkeling van Mondriaan. Mondriaan werkte twee jaar aan het schilderij, vanaf 12 tot aan zijn dood in 1. Hij begon met het zetten van een aantal lijnen op het doek om deze later steeds verder in te vullen. Opvallend daarbij is dat hij naast verf ook papier en tape gebruikte om snel zijn compositie te kunnen veranderen. In een aantal gevallen is zichtbaar dat hij verf weg heeft geschraapt. Meer informatie over de verschillende stadia van

eu-arteCH: ONDerZOek vICtOry BOOGIe WOOGIe

het werk zal meer inzicht geven in Mondriaans’ werk- en denkproces. In september 2006 vond voor de duur van een week het vooronderzoek plaats, waarbij deskundigen het werk grondig bestudeerden met het blote oog en een microscoop. verschillende waarnemingen waren het gevolg. Zo blijkt het fragiele werk in goede conditie te zijn. Waarschijnlijk nog tijdens eerdere behandelingen werden alle nog origineel ogende tapes geconsolideerd. Bij dit onderzoeksgedeelte werd het werk virtueel van zijn tapes ontdaan. Het is bekend dat het schilderij ongeveer tien dagen voor het overlijden van Mondriaan helemaal in verf was uitgevoerd en geen tapes meer had. Deze moeten dus in de laatste tien dagen zijn aangebracht. Door te kijken naar de verflaag direct onder de tapes komt een oudere versie te voorschijn die eenvoudiger is qua compositie. veel verflagen lijken vrij gestructureerd te zijn opgezet: zo bestaan de grote rode en blauwe vlakken steeds uit respectievelijk twee verflagen rood en drie verflagen blauw. Bij de grote gele vlakken lijken er twee verflagen te zijn. Overblijvende vragen zijn onder meer nog waarom Mondriaan

donkerblauwe tape gebruikte en of er meer informatie te achterhalen is over eerdere composities. Zowel het vooronderzoek in september 2006 als het onderzoek met Molab, voorjaar 2007, vonden plaats op zaal en waren vanachter een glazen wand te volgen door het publiek.
www.eu-artech.org

De ICN s+ groep is gewijd aan onderzoek naar schilderijen. De groep organiseerde sinds begin 2006 drie Picture Group Expertmeetings. Deze expertmeetings zijn driemaandelijkse internationale bijeenkomsten, waar restauratoren en onderzoekers uit dit vakgebied elkaar ontmoeten voor inhoudelijke en informele discussies. De deskundigen presenteren informatie door middel van lezingen over lopend onderzoek en restauraties. De bijeenkomsten volgen de Pigment Group Expertmeetings op die, tot eind 200, plaatsvonden op het fOM Instituut of aMOLf* in het kader van het De Mayerne programma. thema´s van de bijeenkomsten in 2006 waren ondermeer: experimenten en veranderend materiaalgebruik rond 100, negentiende eeuwse schilderkunst en moderne kleurstoffen en pigmenten. Begin 2007 werd een druk bezochte bijeenkomst gehouden over het schoonmaken van beschilderde oppervlakten. Onderzoekspartners van Courtauld Institute of art, tate Londen en collega’s uit België, Duitsland,

PICture GrOuP exPertMeetINGs

Portugal en Zwitserland bevonden zich onder de bezoekers. De levendige bijeenkomsten vormden en vormen een uitgelezen mogelijkheid om door ICN verricht onderzoek te profileren, informatie uit te wisselen en een netwerkplatform te realiseren van onderzoekers en (aankomende) restauratoren.

*fOM = stichting voor fundamenteel Onderzoek der Materie aMOLf = fOM-Instituut voor atoom- en Molecuulfysica

1

in kennis voorzien

NatIONaLe saMeNWerkING
PLatfOrM MONuMeNtaLe WaNDkuNst
Met de sloop van gebouwen uit de wederopbouwperiode (16-16) verdwijnt de monumentale wandkunst van deze architectuur in een rap tempo. Wandschilderingen, glasramen, mozaïeken, reliëfs en andere toegepaste kunstwerken zijn immers nagelvast verbonden aan de gebouwen. Monumentale kunst krijgt in Nederland veel minder aandacht dan de klassieke schilderkunst op doek of paneel. toch is Nederland rijk aan wandschilderingen en andere monumentale kunst uit verschillende periodes. Zij bevinden zich in en aan kerken, openbare gebouwen, scholen, bedrijfspanden en woningcomplexen en zijn niet zelden van de hand van bekende kunstenaars als karel appel, Maurits escher en Dolf Henkes. De kunstwerken raakten onder meer in vergetelheid omdat de gebouwen van eigenaar wisselden. veel ervan werd verwaarloosd, beschadigd, overgeschilderd of zelfs vernietigd door renovatie of sloop. Met name werken uit de laatste bloeiperiode van de monumentale wandschilderkunst, de periode van

Betonreliëf en wandschildering. In 166 door Hans Wiesman gemaakt in de st. Petrus Lts te Haarlem.

in kennis voorzien

1

na de tweede Wereldoorlog, worden bedreigd. Het project Monumentale wandschilderkunst wil als onderdeel van het ICN Programma schilderkunst, de aandacht vestigen op het belang van monumentale kunst uit deze periode door onder meer aan te geven wat er nog aan belangrijke kunstwerken bewaard is gebleven en wat er is verloren. vanwege de samenhang tussen monumentale kunst en architectuur ligt een gezamenlijke aanpak met de diensten voor monumentenzorg voor de hand. Daarom werd op 2 oktober 2006 een professioneel overleg georganiseerd. De bijeenkomst resulteerde in een samenwerking van rijksdienst archeologie Cultuurlandschap en Monumenten (raCM), rijksgebouwendienst (rGD), rijksdienst kunsthistorische Documentatie (rkD), ICN en de monumentendiensten van de drie grote gemeentes. specialisten van deze instellingen zetten zich gezamenlijk in voor het behoud van dit cultureel erfgoed met als aandachtspunten een landelijke inventarisatie van monumentale kunstwerken, het ontwikkelen van een waardestellend kader, het bepalen van richtlijnen

voor selectie, behoud en beheer en het afstoten. Met het gezamenlijk opstellen van een communicatieplan worden eigenaren, beheerders, professionals en het grote publiek betrokken bij dit project. De website van het project zal een belangrijk interactief instrument vormen voor het vergaren én verspreiden van relevante kennis. Ook zullen via de website al uitgevoerde lokale inventarisaties toegankelijk worden gemaakt. Bij wijze van proef brengt ICN van tien kunstenaars het monumentale oeuvre in kaart. Het zijn allen kunstenaars waarvan werk in de ICN collectie is opgenomen. De kunstenaars zijn Wally elenbaas, Dick elffers, jan Groenestein, Lex Horn, Harry op de Laak, albert Muis, Louis van roode, Cuno van den steene, jeroen voskuyl en Nicolaas Wijnberg. De onderzoeksresultaten zullen op de website worden gepubliceerd naast het verslag van de ICN themadag 2007.
www.wederopbouwkunst.nl

stOf MeteN IN Musea

Het altijd aanwezige stof kan in musea serieuze problemen opleveren. stof is hinderlijk voor de presentatie van objecten en collecties naar bezoekers toe. Bovendien kan stof op lange termijn schade berokkenen aan objecten door chemische reacties en door de noodzaak om de objecten dan vaker schoon te moeten maken. samen met de Haagse musea de Gevangenpoort en Galerij Willem v, en het rijksmuseum voor volkenkunde in Leiden voert ICN een meerjarig onderzoeksproject uit over de accumulatie van stof in musea. Doel van het project is het ontwikkelen van een eenvoudige meetmethode om te bepalen hoe snel stof zich verzamelt op objecten of op bepaalde plekken. Het verlies in glans van glasplaatjes door stof en de chemische samenstelling van stof worden hierbij gemeten. Met de verkregen informatie kunnen de musea zelf onder meer vaststellen waar het stof vandaan komt en of bepaalde maatregelen tegen stof werken.

16

in kennis voorzien

in kennis voorzien

17

INfOrMereN
ICN tHeMaDaG kuNst IN De OPeNBare ruIMte
Op donderdag 11 mei 2006 stond de jaarlijkse themadag van ICN in het teken van kunst in de openbare ruimte. Het aantal buitenkunst collecties in Nederland is groot. vrijwel alle gemeentes in Nederland beheren grotere of kleinere verzamelingen. Ook kastelen, landhuizen, bedrijven en een aantal musea bezitten nogal eens beelden die in tuinen of andere buitenruimtes zijn geplaatst. Hoewel de zorg voor deze buitenkunst steeds meer professionaliseert, vormt het onderhoud ervan vaak een sluitpost op de begrotingen. In de praktijk gaat het onderhoud gepaard met problemen. Onvoldoende kennis van materialen en reinigingsmethoden en gebrekkige communicatie spelen hierbij een rol. Professionalisering is noodzakelijk door het bepalen van grenzen tussen onderhoud en restauratie, de ontwikkeling van normen en richtlijnen voor onderhoud, en door het geven van relevante opleidingen of cursussen. tijdens de themadag trokken verschillende sprekers de vergelijking met de museale situatie. Beheerders van buitencollecties kunnen profiteren van de ervaring met collectiebeheer in de museale wereld. Zo bestaan er museale systemen voor collectiebeheer die ook voor buitencollecties bruikbaar zijn. er werd gewezen op de voordelen van (regionale) depots voor buitenbeelden en een mogelijke centrale herplaatsingdatabase voor monumentale kunstwerken. Ook kunstenaars van kunstwerken in de openbare ruimte moeten tijdig worden betrokken bij onderhoud of verplaatsingen. Zij kunnen zich beroepen op auteursrecht. Goede afspraken en contacten met kunstenaars kunnen onnodige conflicten voorkomen.
Het ICN Infoblad Kunst in de Kou is op te vragen bij info@icn.nl

stuDIeBeZOek eN seMINar De vLaaMse kuNstCOLLeCtIe

In oktober bracht De vlaamse kunstcollectie een studiebezoek aan ICN in het kader van kennisuitwisseling over collectiemobiliteit. De vlaamse kunstcollectie is een samenwerkingsverband tussen Groeningemuseum (Brugge), koninklijk Museum voor schone kunsten (antwerpen) en Museum voor schone kunsten (Gent). De afgevaardigden waren vooral geïnteresseerd in instrumenten voor het stimuleren van collectiemobiliteit. Op de afdelingen advies en Collecties werden zij voorgelicht over de indemniteitsregeling, beleidskeuzes en visie van het Ministerie van OCW, stijgende prijzen van vooral kunstvoorwerpen, verzekeringen en risicobeheer in musea. In december vond het seminar Collectiemobiliteit in het Paleis der academiën in Brussel plaats, waar de afdeling advies van ICN was vertegenwoordigd. europese
Onderzoek en reiniging van De verwoeste stad (1) in rotterdam, gemaakt door Ossip Zadkine.

ontwikkelingen en het Nederlandse beleid omtrent collectiemobiliteit stonden op het programma. Deskundigen bediscussieerden zaken als aansprakelijkheidsvraagstukken, transportrisico´s en verzekeringskosten die collectiemobiliteit bemoeilijken. Om collectiemobiliteit te vergroten stelt ICN kennis en ervaring ter beschikking van Belgische partners. Nederland en België zijn ook vertegenwoordigd in verschillende europese initiatieven op dit terrein.

1

in kennis voorzien

in kennis voorzien

1

Op 2 november 2006 werd ter gelegenheid van het afscheid van ICN adviseur ton jütte een symposium georganiseerd onder de noemer Het museale binnenklimaat; verleden, heden en toekomst. Onder voorzitterschap van kees van twist, directeur Groninger Museum, spraken vertegenwoordigers uit de erfgoedwereld en het universitaire veld over dit thema. Het symposium had tot doel de positie te bepalen binnen het denken over klimaatbeheersing en het verkennen van trends voor de toekomst. aan de hand van voorbeelden werd inzichtelijk gemaakt hoe besluitvorming totstandkomt en welke partijen daarbij een rol spelen. tijdens deze dag werd duidelijk dat het denken over klimaat in beweging is en dat klimaatbeheersing om een interdisciplinaire benadering vraagt. In plaats van het hanteren van strenge normen, bestaat er behoefte aan richtlijnen die per situatie geïnterpreteerd kunnen worden. Daarbij is naast aard en conditie van de collectie ook het type gebouw maatgevend. sprekers waren Bart ankersmit (afdeling Onderzoek ICN), judikje kiers (Museum Ons’ Lieve Heer op solder), tessa Luger (afdeling advies ICN), veerle Meul (erfgoedinspectie), Gerard rooijackers (uva), Henk schellen (tu eindhoven) en Hans vlaardingenbroek (restauratiearchitect). Onderwerpen waren de relativering van de eeuwigheidswaarde van cultureel erfgoed, een terugblik op het Deltaplan uit de jaren negentig, bouwkundige en technische vraagstukken, de beperkingen en mogelijkheden van klimaatbeheersing in historische monumenten en museale praktijksituaties, èn mogelijkheden voor de toekomst.
ter ere van het afscheid van ton jütte werd een klimaatsymposium georganiseerd.

syMPOsIuM Het MuseaLe BINNeNkLIMaat

LaMO 2006, verNIeuWDe LeIDraaD vOOr Het afstOteN vaN MuseaLe OBjeCteN

Op 0 november werd de nieuwe LaMO gepresenteerd in rijksmuseum voor volkenkunde in Leiden. tijdens het gelegenheidssymposium werden verschillende aspecten van het selecteren en afstoten belicht. sprekers waren Graddy Boven (Marinemuseum), steven engelsman (rijksmuseum voor volkenkunde), arjen kok (afdeling advies ICN) en Harry Leijten (ethische commissie). frank Bergevoet (ICN) leidde als moderator het debat. De vernieuwde opzet van de leidraad is gebaseerd op het proces van selectie, herplaatsing en afstoting vanaf de randvoorwaarden tot de afhandeling waardoor zij beter aansluit bij de museale praktijk.

PuBLICatIe erfGOeD Dat BeWeeGt

Op 1 november werd de publicatie Erfgoed dat beweegt! gepresenteerd op een feestelijke bijeenkomst bij Nationaal smalspoormuseum in valkenburg (ZH). Het boek is de publieksversie van het Waardestellend Kader voor Mobiel

Erfgoed dat in 200 in opdracht van de staatssecretaris van Cultuur is ontwikkeld door ICN, rijksdienst archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (raCM) en deskundigen uit het veld. De publicatie geeft inzicht in de context waarin het waardestellend kader functioneert. uitgeverij PlanPlan voorzag het boek rijkelijk van illustraties om het onderwerp zowel inhoudelijk als visueel voor een breed publiek toegankelijk te maken. Op 1 december verscheen de tussenrapportage over de inventarisatie van wet- en regelgeving die het behoud van mobiel erfgoed negatief beïnvloeden. Zo dwingen actuele milieueisen beheerders van mobiel erfgoed tot ingrepen en aanpassingen die de authenticiteit van objecten aantasten. De stichting Mobiele Collectie Nederland signaleerde dit in haar knelpuntennota (200). ICN maakte in samenwerking met raCM een eerste inventarisatie op hoofdlijnen.

Erfgoed dat beweegt! rijk geïllustreerde uitgave over de mobiele collectie Nederland. uitgeverij PlanPlan.

20

in kennis voorzien

in kennis voorzien

21

COMMuNICereN
De COLLeCtIeWIjZer
In 200 stelde ICN een plan van aanpak op voor een doelmatige Collectiewijzer, waarbij toekomstige gebruikers (inter)actief bij het project betrokken worden. De Collectiewijzer, die toegang biedt tot gedigitaliseerde erfgoedcollecties en informatie over collectiebeheer, ontleent zijn bestaansrecht immers volledig aan de gebruikers. Het project wordt mede door ICN ingezet om mogelijkheden van internet en multimedia te verkennen en optimaal te gebruiken. Zowel communicatie als ontwikkeling van het project vinden grotendeels plaats via internet. Iedere geïnteresseerde kan op de projectwebsite nieuws en informatie vinden over het project en deelnemen aan opiniepeiling of discussie. Ook het contact met groepen en het beheer van het projectarchief vindt plaats via de site. Zo kunnen alle leden verslagen van bijeenkomsten terugvinden op een apart gedeelte van de website. In 2006 zijn contacten gelegd om een tiental nieuwe datasets en de laatste bronnen uit het Geheugen van Nederland aan de digitale Collectiewijzer toe te voegen en het is mogelijk gemaakt om via de Collectiewijzer de ICN bibliotheekcatalogus te raadplegen. uit gebruikersonderzoek is gebleken dat bovenstaande informatie en de voorlopige opzet in een behoefte voorziet, naast andere bronnen zoals de syllabi van het Landelijk Contact van Museumconsulenten (LCM). In 2007 zal verder worden gezocht naar partners die inhoudelijke stukken op de Collectiewijzer willen presenteren. Internationaal is samenwerking wenselijk met de initiatiefnemers van de engelse website Collections Link. Op 2 september hebben de sectie Informatievoorziening Musea in Nederland (sIMIN) van de Museumvereniging en ICN gezamenlijk de themamiddag Besluiten tot aansluiten georganiseerd. Op de themamiddag benadrukte ICN dat het streven naar samenwerking essentieel is voor de ontwikkeling en duurzaamheid van de Collectiewijzer. Die samenwerking kan op allerlei gebied plaatsvinden. Zo is ICN partner in het MultimediaN e-culture project, waarin via het leggen van semantische relaties koppelingengemaakt worden tussen objecten uit erfgoedcollecties. Daardoor kan bijvoorbeeld niet alleen worden gezocht naar werken van Gauguin, maar toont de resultatenlijst ook werk van kunstenaars van dezelfde stijl of periode. Het project won begin november de eerste prijs op de amerikaanse Internationale Semantic Web Challenge. ICN heeft de intentie om het beheer van de Collectiewijzer ook ná 200 te waarborgen. De exacte vorm daarvan is mede afhankelijk van de uiteindelijke vorm van de Collectiewijzer en zal in 2007 nader omschreven worden. Om draagvlak te creëren is het project zowel intern als extern gecommuniceerd door middel van lunchlezingen, artikelen in Museumvisie en Museumberichten, in digitale en gedrukte Nieuwsbrieven, de Cultuurminnaar en Nrc Next.
www.collectiewijzer.nl

Nrc Next en Nrc Handelsblad berichtten over de eerste prijs voor het MultimediaN e-culture project.

De afdeling Communicatie & Informatie zorgt voor toenemende interne en externe informatievoorziening en kennisuitwisseling. In 2006 is bovendien deskundigheidsbevordering als nieuwe taak opgepakt. Conform de ontwikkelde visie zullen cursussen, trainingen en debatten nauw aansluiten bij de door ICN ontwikkelde kennis en zullen meer ICN medewerkers als docenten worden ingezet. Ook het werken binnen programma’s is met veel elan ondersteund. Het communicatiebeleid is gericht op geïntegreerde communicatie bij programma’s en projecten, en op samenwerking met derden. een ander inhoudelijk speerpunt is een verdere profilering van de ICN activiteiten in de nationale wetenschapsjournalistiek. Dit heeft, naast aandacht op radio en televisie, artikelen opgeleverd in dagbladen als NrC Handelsblad, volkskrant en telegraaf en in vakbladen als Natuurwetenschap & techniek, Cr en eOs. uit het persoverzicht 2006 komt naar voren dat ICN met uiteenlopende onderwerpen media aandacht heeft gekregen zoals: de restitutie

van oorlogskunst, de schenking van schilderijen en tekeningen uit de nalatenschap van Lucebert, de samenwerking met shell en het van Gogh Museum, de lancering van de herplaatsingsdatabase en het natuurwetenschappelijke onderzoek naar de Victory Boogie Woogie in samenwerking met het Gemeentemuseum Den Haag. een speciaal aandachtspunt van de afdeling was de overdracht van de Opleidingen naar de universiteit van amsterdam. De serviceverlening van het Informatiecentrum kreeg de mogelijkheid van service op afstand, wat met een virtueel aanbod is ondervangen. Zo is de bibliotheekcatalogus on line te raadplegen, de uitleen van boeken en dossiers is geautomatiseerd en het eerste kennisdossier is via het web toegankelijk gemaakt. Het internetgebruik is ook toegenomen, mede door de ontwikkeling van project ondersteunende websites zoals: www.wederopbouwkunst.nl, www. fingartprint.org, www.metal07.org en www.moderneschilderijenschoonmaken.nl

22

in kennis voorzien

in kennis voorzien

2

PuBLIC reLatIONs
NIeuWe HuIsstIjL
vanuit een opdracht van het Ministerie van OCW om een nieuw logo te ontwikkelen is besloten om de gehele ICN huisstijl te vernieuwen. Daartoe is de missie van de organisatie vertaald naar de kernwaarden dynamisch, verantwoordelijk, zichtbaar en zorgzaam. Het door bureau koeweiden Postma ontworpen logo is een associatieve, beeldende vertaling hiervan. Met ontwerpbureau total Identity werd een concept voor de huisstijl ontwikkeld waarin helderheid, herkenbaarheid, openheid en de samenhang met de Nederlandse maatschappij duidelijk worden. De ontwerpen zijn gemaakt vanuit de houding ‘durf jezelf te laten zien’. Deze visie wordt toegepast in de vormgeving van de communicatiemiddelen waarin actuele, maatschappelijk relevante thema’s open en toegankelijk worden gepresenteerd. Zes door beelden begeleide verhaallijnen zijn hiervoor ontwikkeld. In de verhalen worden problemen in een maatschappelijke context geplaatst om daarna op de activiteiten van ICN in te gaan. voorbeelden van verhaallijnen zijn: • Good vibrations over trillingenonderzoek waarin de schade aan museale objecten door de nabijheid van grote evenementen wordt onderzocht • De kunst van het beheren over de noodzaak van goed collectiebeheer • Tekens aan de wand over door sloop bedreigde monumentale wandschilderingen • Visitor impact over risico-analyse ter voorkoming van schade aan collecties • Van waarde en daarom kwetsbaar over het beheer en behoud van beelden in de openbare ruimte voorbeelden • Verdwaalde schoonheid over collectiemobiliteit en de Collectiewijzer van de • Kunst verwaterd over Nederland als waterland en vochtproblemen in nieuwe ICN collecties De nieuwe huisstijl zet in op een grotere variëteit aan communicatie middelen om de zichtbaarheid te vergroten. Zo kwam de eerste digitale ICN nieuwsbrief uit in september en zijn er meerdere nieuwe websites ontwikkeld.
huisstijl, ontworpen door total Identity.

ICN heeft als rijksdienst de taak om de samenleving bewust te maken van het belang van het behoud van cultureel erfgoed. In 2006 zijn enkele bijzondere activiteiten georganiseerd om kennis en activiteiten vanuit ICN beter op de kaart te zetten bij een breed publiek. Op 2 februari vond de eerste ICN Onderzoeksdag plaats. Dit is een open dag bedoeld om pers en collega’s uit het museale veld te informeren over de ICN onderzoeksactiviteiten. Deelnemers werden rondgeleid in de laboratoria en maakten kennis met verschillende analysetechnieken, papier- en schilderijenonderzoek, kunsttechnologisch bronnenonderzoek en onderzoek naar moderne materialen en hedendaagse kunst. De live televisie-uitzendingen van NOs en NPs, vanaf het balkon van ICN aan het Museumplein, droegen bij aan de nadere bekendheid van ICN, evenals deelname aan de Wetenweek met een lezingenprogramma gericht op scholieren uit het voortgezet onderwijs. thema van de lezing was Van Goghs’s atelierpraktijk in context, het wetenschappelijk onderzoek naar

PuBLIeksGerICHte aCtIvIteIteN

de atelierpraktijken van vincent van Gogh en tijdgenoten zoals dat wordt verricht door ICN samen met het van Gogh Museum en shell Nederland.

De onderzoeksdag werd goed bezocht.

In de rembrandtweek zonden de NOs en NPs dagelijks programma’s uit vanaf het balkon van het ICN aan het Museumplein.

2

in kennis voorzien

in kennis voorzien

2

Het INfOrMatIeCeNtruM
syMPOsIuM eN LINtje karIN GrOeN
In de middag van 1 oktober werd in het auditorium van het van Gogh Museum, een symposium gehouden met als uiteindelijk doel een afscheid ter ere van onderzoeker karin Groen. Zij was vanaf 1 in dienst bij ICN en van 16 tot 11 bij het Centraal Laboratorium, een van ICN’s voorlopers. tijdens deze periode verrichtte zij materiaaltechnisch onderzoek aan talloze schilderijen en beeldhouwwerken in binnen- en buitenland, meestal ten behoeve van de restauratie van deze kunstwerken. Het meest bekend is haar onderzoek voor het Rembrandt Research Project waardoor er veel meer bekend is geworden over rembrandts’ schildertechniek en materiaalgebruik. karin Groen leverde op internationaal wetenschappelijk niveau een grote bijdrage aan het kunsttechnologisch onderzoek van schilderijen. Naast haar wetenschappelijke werk heeft zij zich ook ingezet voor onderwijs aan restauratoren, zoals bij stichting restauratie atelier Limburg (sraL). Generaties kunsthistorici en chemici zijn door haar met conserveringsonderzoek vertrouwd geraakt. tijdens het symposium werd karin Groen door anne van Grevestein (directeur sraL), ella Hendriks (hoofd restauratie van Gogh Museum) en ernst van de Wetering (rembrandt research Project) gehuldigd. Na een feestelijke afsluiting van de dag werd zij tot officier in de Orde van Oranje Nassau benoemd. Het bijhorende lintje werd uitgereikt door wethouder van Cultuur van amsterdam, Caroline Gehrels.

totaal aantal bezoekers en uitleningen

2005 en 2006 uitleningen 2006 2  26 22 126

ONtWIkkeLING

klanten 200 1e kwartaal 2e kwartaal e kwartaal e kwartaal tOtaaL 0 00 0 70 60

klanten 2006 7 77 62 7 20

Karin Groen is benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Wethouder Gehrels speldde haar het bijbehorende lintje op.

Het Informatiecentrum van ICN verandert van een traditionele bibliotheek naar een modern informatiecentrum. Binnen deze ontwikkeling zijn in 2006 een aantal concrete stappen gezet. Zo is gewerkt aan een gebruikersvriendelijker on line publiekscatalogus, waarvan de presentatieschermen en zoekmogelijkheden zijn verbeterd. Ook is een start gemaakt met het beschikbaar stellen van digitale publicaties binnen de zogenaamde digitale bibliotheek. ter ondersteuning van de publicatie van de vernieuwde Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten is door het Informatiecentrum het kennisdossier selectie en afstoting ontwikkeld dat achtergrondinformatie bevat. vanaf 2006 wordt op beperkte schaal uitgeleend aan derden om tegemoet te komen aan de wens van (afstuderende) studenten van reinwardt academie en universiteit amsterdam en medewerkers van het rijksmuseum amsterdam.

uitleningen 200  21 20 21 120

aaNWINsteN

Hoewel het Informatiecentrum druk bezig is met het beschikbaar stellen van digitale publicaties, blijven boeken toch ook van groot belang. In 2006 zijn een kleine vijfhonderd nieuwe titels aan de bibliotheekcatalogus toegevoegd. voor de bibliotheeklocatie rijswijk gaat het voornamelijk om tentoonstellingscatalogi en kunstenaarsmonografieën, in Amsterdam ligt de nadruk op het onderwerp conservering en restauratie van kunstvoorwerpen. abonnementen op een groot aantal nationale en internationale vaktijdschriften zijn verlengd.

BeZOekers- eN uItLeNINGeN

studenten en medewerkers van het ICN vormen onze belangrijkste doelgroepen. De opleiding tot restaurator is zodanig ingericht dat er om het jaar een lichting afstudeert. In 2006 was dit niet het geval. Dit is enigszins zichtbaar in de bezoekersaantallen (zie tabel). Het aantal uitleningen is licht toegenomen ten opzichte van 200. Dit laatste is deels verklaarbaar door de toename in het gebruik van onze collectie door studenten die de uva bachelor/ master-opleiding Conservering en restauratie volgen.

Digitalisering van de catalogus betekent dat de kaartenbakken niet meer nodig zijn.

26

in kennis voorzien

in kennis voorzien

27

DeskuNDIGHeIDsBevOrDerING
CursusseN
Het jaar 2006 was een goed cursusjaar met een breed cursusaanbod. In totaal werden 1 cursussen en acht masterclasses georganiseerd met de volgende onderverdeling naar onderwerp en doelgroep: • materiaalkennis en preventieve conservering (drie nieuwe onderwerpen) • collectiebeheer en collectiemanagement (nieuw onderwerp) • internationale cursussen voor conservatoren en restauratoren (vijf nieuwe onderwerpen) veel belangstelling was er voor Meubelen, risicoanalyse en risicomanagement in collecties, New methods of cleaning painted surfaces en Identification of paper. De voorlichtingsbijeenkomst over waardestellend kader voor mobiel erfgoed en fondsenwerving sloot aan op de ICN themadag 200 over mobiel erfgoed. De cursus Behoudsmedewerker musea, archieven en bibliotheken werd in 2006 voor de tweede keer aangeboden: alle 1 deelnemers ontvingen het gelijknamige certificaat. Op verzoek ontwikkelde en organiseerde ICN in 2006 vijf in-companytrainingen. De aanvragers waren vakopleiding transport en Logistiek (vtL), bibliotheek universiteit van amsterdam, bibliotheek universiteit utrecht, collectiebeheerders van de ministeries en Paleis soestdijk. aantallen deelnemers
Materiaalkennis en preventieve conservering Collectiebeheer en collectiemanagement Masterclasses themadag Behoudsmedewerker musea, archieven, bibliotheken 2 17 7  1
De internationale masterclass Removal of pressure sensitive tapes and tape stains o.l.v. elissa O’Loughlin en Linda stiber Morenus. Beide docenten zijn senior conservator resp. bij the Walters art Gallery in Baltimore en the Library of Congress in Washington.

DeeLNeMersONDerZOek

Derdejaars communicatiestagiaire van de Hogeschool Leeuwarden, Dorathé slagter, onderzocht hoe aantallen en diversiteit van deelnemers aan ICN cursussen zich verhouden tot het potentieel aan deelnemers en doelgroepen in Nederland. vervolgens is een voorstel gemaakt om doelgroepen voor het cursusaanbod meer gericht via verschillende kanalen te benaderen om hen aan te trekken als cursisten.

2

geven om collecties

geven om collecties

2

De ICN collectieonderdelen variëren van jong tot oud, van groot tot klein en worden vanuit uiteenlopende regelingen of overdrachten opgenomen. Met kennis en zorg worden de voorwerpen beheerd, gepresenteerd of in bruikleen gegeven bij passende instellingen door heel Nederland. Naast de fysieke zorg ervan, houdt ICN zich bezig met collectiegerichte zaken als restituties, ontsluiten en het ontwikkelen
als objecten uit de ICN collectie niet in bruikleen zijn gegeven, worden ze in depots in rijswijk bewaard. eén van de depots is het grote objectendepot.

GeveN OM COLLeCtIes

van randvoorwaarden die een optimale zorg van de collectie waarborgen. Dit betekent in de praktijk niet alleen het behouden maar ook het desgewenst mobiliseren of zelfs afstoten van collectieonderdelen. Ook in 2006 richtte ICN zich op de zorg voor honderden objecten en vele projecten. 

0

geven om collecties

geven om collecties 

1

BeHereN
COLLeCtIe
aaNWINsteN 2006
ICN aanvaardt schenkingen en verworven voorwerpen in het kader van de successieregeling. verschuldigd successierecht kan in bepaalde gevallen worden kwijtgescholden, indien voorwerpen uit de nalatenschap worden overgedragen aan de staat. Over de toepassing van deze regeling door de minister van financiën adviseert de adviescommissie over aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen. Bij de beoordeling wordt het belang van de aangeboden voorwerpen voor de Collectie Nederland conform de Deltaplancriteria getoetst. Bovendien wordt vooraf nagegaan of er museale belangstelling voor het voorwerp is. Bij positief advies en opvolgend besluit van het Ministerie van financiën wordt het voorwerp overgedragen aan de staat, ingeschreven in de rijkscollectie-inventaris en in bruikleen gegeven. een deel van de volgende aanwinsten is in 2006 op basis van de successieregeling aanvaard.
• schilderij, j.s. Mancadan, herkomst kwijtschelding successiebelasting, bestemming bruikleen aan fries Museum Leeuwarden • 167 voorwerpen, nalatenschap Boudewijn Büch, herkomst kwijtschelding successiebelasting, bestemming bruikleen aan teylers Museum Haarlem • tekening, t. van Hoytema, herkomst kwijtschelding successiebelasting, bestemming bruikleen aan Gemeentemuseum Den Haag • vijf schilderijen, f. van schoten, a. j. Begeyn, a. j. t. Monticelli, j. e. Hulsbergen en j. Polet, herkomst eigendomsoverdracht Centraal Museum utrecht • 200 schilderijen en 2.000 werken op papier, Lucebert, herkomst nalatenschap Lucebert • vijf haardplaten, herkomst eigendomsoverdracht door het Zeeuws Maritiem muZeeum vlissingen •  diverse meubelen, herkomst inschrijving rijkseigendom, bestemming bruikleen aan Zeeuws archief Middelburg •  stoelen, herkomst beheersoverdracht door Ministerie van Defensie • twee tapijten, herkomst beheersoverdracht door Ministerie van financiën • wieg, architect Cornelis van der Wilk, herkomst schenking

De verwerving van de collectie kunstwerken van Lucebert via stichting Lucebert is uniek. Na overleg met de stichting kwam de overeenkomst van overdracht in maart 2006 formeel tot stand. De 200 schilderijen en ruim 2.000 werken op papier zijn kwalitatief hoogwaardig en representatief voor Luceberts totale oeuvre. Het gebaar van Luceberts weduwe en het stichtingsbestuur getuigt van een grote betrokkenheid en verantwoordelijkheidszin. De collectie blijft als unieke documentatie van een bijzonder kunstenaarsschap en als verzameling bijeen. Binnen de taken en doelstellingen van ICN wordt het werk beschikbaar gesteld aan musea en andere instellingen. Delen van de collectie kunnen worden geplaatst binnen museale collecties als aanvulling op daar reeds aanwezig werk van Lucebert. andere delen kunnen als (tijdelijke) bruikleen worden gepresenteerd op zowel museale als representatieve niet-museale locaties in binnen- en buitenland. Zo worden het behoud van de collectie Lucebert op langere termijn gegarandeerd en de zichtbaarheid van het werk bevorderd. Het beeldend werk van

NaLateNsCHaP LuCeBert

Lucebert behoudt, in overeenstemming met de wensen en ideeën van de kunstenaar, voor komende generaties zijn actuele betekenis. Lucebert hechtte groot belang aan de publieke toegankelijkheid van zijn werk. De aanvaarding van deze collectie betekent een belangwekkende en kwalitatief hoogwaardige aanvulling van de Collectie Nederland in het algemeen en van de rijkscollectie in het bijzonder. als waardering voor het gebaar en als erkenning van het bijzondere belang van deze schenking werd de Museummedaille 2006 uitgereikt aan de weduwe van de kunstenaar en tevens voorzitter van stichting Lucebert, tony swaanswijk-koek.

Werken van Lucebert zijn geregistreerd en gerestaureerd, zodat ze voor bruikleen geschikt zijn. 

2

geven om collecties

geven om collecties 

NaLateNsCHaP BOuDeWIjN BüCH

COLLeCtIe OP OrDe

Op 2 november 2002 overleed Boudewijn Büch onverwachts op -jarige leeftijd. Naast schrijver, dichter, televisiepresentator, wereldreiziger, eilandenbezoeker, jaggerfan, dodo-freak, Goethekenner en boekengek was hij ook een fervent collectioneur. Om in zijn veelzijdigheid herinnerd te worden, besloot de familie op aanraden van adviseurs een zorgvuldige en compacte dwarsdoorsnede te maken uit zijn nalatenschap. De objecten moesten representatief zijn voor de belangstellingsgebieden van Büch en aansluiten bij de belangstellingsgebieden van het beoogde ontvangende teylers Museum in Haarlem. Het museum koos onder meer boeken, drie andy Warhol grafieken en een kleine boekenkast intiem gevuld met boeken en verzamelaarobjecten.
Het kastje van Boudewijn Büch staat nu in het teylers Museum in Haarlem.
foto: Martijn Zegel, teylers Museum

voor het project Collectie op Orde is in 2006 gewerkt aan het in kaart brengen van het aantal ICN kunstwerken dat door bruikleennemers werd vermist. als gevolg van reorganisaties, samenvoegingen en opheffing van organisaties waaraan kunstwerken waren uitgeleend, zijn objecten vermist geraakt. vooral bij de 1 ministeries bleek een groot aantal vermissingen voor te komen. In vrijwel alle gevallen zijn de vermissingen op de bruikleennemers verhaald. tevens zijn maatregelen genomen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Zo zijn contracten en voorwaarden voor bruiklenen aangescherpt, is het klantenbestand verkleind en is voor de ministeries de speciale regeling Materieel Beheer Museale Voorwerpen ontworpen. De regeling werd op 6 december 2006 in nummer 2 van de staatscourant gepubliceerd.

PrOGraMMa seLeCtIe

sinds 200 is het Programma selectie één van de speerpunten in het beleid van ICN. Het programma richt zich op het verkleinen van de ICN collectie om de kwaliteit ervan te verhogen en om de collectie beter te kunnen beheren. vanuit het proces van selecteren en afstoten worden instrumenten ontwikkeld die bruikbaar zijn voor collega’s uit het museale veld. Doel is het vereenvoudigen van selectie- en afstotingsprocessen en het creëren van draagvlak. Door een team van conservatoren zijn 2.000 kunstwerken beoordeeld op de vraag of de kwaliteit van de objecten voldoende is om ze in de ICN collectie te handhaven.

De ontwikkeling van de database kwam voort uit de herziening van de Leidraad voor het afstoten van museale objecten (LaMO).
www.herplaatsingsdatabase.nl

kunstwerken geselecteerd om te worden afgestoten.

HerPLaatsINGsDataBase

Op 2 mei werd de herplaatsingsdatabase van ICN gelanceerd. Op deze website kunnen geïnteresseerden zien welke objecten door ICN worden afgestoten en aangeboden voor herplaatsing in musea. Ook musea onderling kunnen objecten uitwisselen en voor herplaatsing aanbieden. 

geven om collecties

geven om collecties 

INDeMNIteIt
De subsidieregeling indemniteit bruiklenen 200 is erop gericht verzekeringskosten voor bijzondere tentoonstellingen te reduceren om er (mede) voor te zorgen dat dergelijke tentoonstellingen in Nederland georganiseerd kunnen worden. De regeling bestaat sinds 1. vanaf 200 is de regeling belegd bij ICN. Dit betekent dat ICN sindsdien alle aanvragen voor indemniteitsgarantie behandelt en namens de minister van OCW besluit of een indemniteitsverklaring al dan niet wordt afgegeven.
tentoonstellingsposters. Links Ganymedes geschilderd door rembrandt, rechts amor door Garavaggio.

reMBraNDtjaar

De vierhonderdste geboortedag van rembrandt van rijn is in de museumwereld uitbundig gevierd. Het hele jaar door kon het publiek in Nederland genieten van tentoonstellingen met rembrandt in de hoofdrol. Om dit mogelijk te maken is het plafond van de indemniteitsregeling in het rembrandtjaar verruimd van 20 naar 00 miljoen euro op enig moment, en konden alle aanvragen worden gehonoreerd. Het resultaat was een recordaantal van veertien tentoonstellingen waarvan acht in het teken stonden van Rembrandt 400, inclusief de spectaculaire tentoonstelling Rembrandt en Caravaggio en presentatie van Rembrandts’ Moeder, mythe en werkelijkheid. In totaal is 2 miljoen euro aan indemniteitsgarantie verleend. In december 200 moest ICN de indemniteitsaanvraag van het rijksmuseum in amsterdam voor twee schilderijen van de National Gallery in Londen afwijzen. De aanvraag was in meer opzichten een primeur. Het was de eerste aanvraag voor langdurige bruiklenen en het was de eerste en tot nu toe enige afgewezen aanvraag. De aanvraag betrof de schilderijen Kopie van de Nachtwacht van Gerrit Lundens (vóór 160) en Vrede van Münster van Gerard ter Borch (16). Beide werken zijn van uitzonderlijk belang voor het rijksmuseum en voor de Collectie Nederland in het algemeen. De Lundens is het enige werk dat Rembrandts Nachtwacht in zijn originele verschijningsvorm weergeeft inclusief de delen die in 171 bij de verhuizing van de kloveniersdoelen naar het huidige koninklijke Paleis zijn afgesneden.

De ter Borch is een sleutelstuk voor de Nederlandse geschiedenis en past prachtig binnen de filosofie van het nieuwe Rijksmuseum. Het belang van de bruiklenen was dan ook zeker niet de reden van afwijzing. De indemniteitsregeling eist dat een aanvraag voor aanvang van een bruikleen wordt ingediend en dat de bruikleenperiode niet langer is dan vijf jaar. Het rijksmuseum heeft de werken van Lundens en ter Borch echter al sinds respectievelijk 1 en 2000 in bruikleen. ICN kon daarom niet anders dan de aanvraag op formele gronden afwijzen. Met medeweten van ICN is het museum tegen het indemniteitsbesluit in bezwaar gegaan. Beide partijen waren van mening dat voor bestaande langdurige bruiklenen aan verzelfstandigde rijksmusea naar alternatieve mogelijkheden gezocht moest worden. In april 2006 volgde een hoorzitting ICN versus het rijksmuseum. Het bezwaarschrift werd ongegrond verklaard en het besluit bleef gehandhaafd. Wel leidde de hoorzitting er toe dat de Directie Cultureel erfgoed (DCe) van het Ministerie van OCW, momenteel naar alternatieve oplossingen zoekt. Gezien het uitgangspunt van de staat om risico’s niet te verzekeren, wordt ondermeer bekeken of aansprakelijkheid voor langdurige bruiklenen aan verzelfstandigde rijksmusea in de toekomst voor risico van de staat kunnen komen.

INDeMNIteItsaaNvraaG rIjksMuseuM

fotografen aan het werk bij de inrichting van de tentoonstelling rembrandt - Caravaggio.
foto: rijksmuseum amsterdam 

6

geven om collecties

geven om collecties 

7

restItutIes
ICN is belast met de uitvoering van besluiten tot teruggave aan rechthebbenden van na de tweede Wereldoorlog gerecupereerde kunstwerken. Begin 2006 besloot de staatssecretaris op basis van het advies van de restitutiecommissie om 202 schilderijen terug te geven aan erfgenamen van kunsthandelaar jacques Goudstikker. Gedurende het gehele jaar is gewerkt aan de teruggave. van alle werken zijn conditieopnames opgesteld, digitale afbeeldingen gemaakt en informatiedossiers samengesteld. alle werken zijn bovendien behandeld in het restauratieatelier met het oog op het consolideren van doeken, panelen en lijsten en het reisvaardig maken. De werken zijn in depot ondergebracht en beschikbaar gehouden voor de afgifte aan de rechthebbenden. Naast de collectie Goudstikker zijn in 2006 nog acht voorwerpen gerestitueerd aan rechthebbenden, waaronder een amsterdams stadsgezicht van een anonieme kunstenaar en een fraai pluimveestuk van M. d’ Hondecoeter.

PreseNtereN
teNtOONsteLLING GerOOfD Maar vaN WIe?
Gezicht op Delft (1665) door D. vosmaer is teruggegaan naar de Goudstikker erfgenamen. Zij hebben het vervolgens, met nog een paar andere werken, aan Nedderland teruggegeven.

kuNstWerkeN GOuDstIkker

In de periode van 0 november 2006 tot en met  februari 2007 waren 2 schilderijen en enkele objecten te zien in de Hollandsche schouwburg in amsterdam in de tentoonstelling Geroofd, maar van wie? De tentoonstelling bevatte een selectie uit de grote hoeveelheid zogenaamde geroofde kunstwerken, die na de tweede Wereldoorlog terug naar Nederland kwam zonder dat in veel gevallen duidelijk was wie de rechtmatige eigenaren waren. aan de hand van de schilderijen en objecten is verteld over de intensieve zoektochten van Bureau Herkomst Gezocht om teruggave van deze werken te realiseren aan de veelal joodse particuliere eigenaren of hun erfgenamen. sommige zoektochten hadden succes en resulteerden in uiteindelijke teruggaven van de kunstwerken. De rechtmatige eigenaren van een deel van de kunstwerken konden niet worden opgespoord.

eind 200 is begonnen met het scannen van zo’n 1.000 kwalitatief goede diabeelden van werken op papier. vervolgens is eind 200 gestart met het fotograferen van nog eens 1.600 werken op papier. In 2006 is eveneens de sieraden- en penningencollectie verwerkt en zijn de legaten Benner, schmidt en Lucebert digitaal vastgelegd. Met het afronden van deze acties is inmiddels vrijwel de hele prentencollectie, bestaande uit zo’n 2.000 werken, gedigitaliseerd. Daarnaast zijn de gerestitueerde schilderijen uit de collectie Goudstikker gefotografeerd. freelance fotografen hebben ICN kunstwerken in een aantal musea en op de kerndepartementen gefotografeerd. Het samenwerkingsproject met Glasmuseum Leerdam resulteerde in schitterende opnamen van de glasobjecten en een eerste oplevering van gescande ontwerptekeningen. De opnamen worden van informatie voorzien en beschikbaar gemaakt voor publicatie.

DIGItaLIsereN DeeLCOLLeCtIes

Ontwerptekeningen en glasobjecten van Glasmuseum Leerdam zijn gescand, gefotografeerd en digitaal beschikbaar gemaakt. 

geven om collecties

geven om collecties 

stoelen in bruikleen bij Huis trompenburg

In 2006 rondde ICN de restauratie af van 1 schilderijen voor het Panorama Rivierenlandschap in de vaste presentatie van stadsmuseum Ijsselstein. stadsmuseum Ijsselstein begon haar geschiedenis in 11 als oudheidkamer en groeide uit tot een volwaardig museum met themagerichte presentaties. De presentatie toont het landschap van Midden-Nederland gezien door de ogen van schilders. uit de collectie van ICN zijn schilderijen te zien van kunstenaars uit de zeventiende eeuw als jan van Goyen en salomon van ruysdael en uit de negentiende eeuw onder wie Hendrik johannes Weissenbruch en Paul Gabriël.

staDsMuseuM IjsseLsteIN

Het historische buiten Huis trompenburg in ’s-Graveland is in de afgelopen jaren geheel gerestaureerd. trompenburg werd gebouwd in 1677 als buiten voor admiraal Cornelis tromp, zoon van admiraal Maarten tromp. In 2006 kreeg het rijksmonument (sinds 1) een nieuwe bestemming. vanwege het binnenklimaat zal het slechts vijf maanden per jaar worden opengesteld door het rijksmuseum. Het rijk beschilderde interieur wordt dan toegankelijk voor publiek. voor de twee stijlkamers in het corps de logis leverde ICN 2 stoelen, een canapé en drie wandtafeltjes uitgevoerd in empire stijl.

HuIs trOMPeNBurG

kONINkLIjke BIBLIOtHeek

In de nieuwe Leeszaal van Nederland van de koninklijke Bibliotheek in Den Haag is de indeling geaccentueerd met zitjes in verschillende historische en hedendaagse stijlen. ICN gaf zeven sets van drie stoelen en zes bijpassende tafeltjes in bruikleen. vrijwel alle stoelen zijn voorzien van nieuwe bekleding. Bijzonder is dat het publiek ook daadwerkelijk op het meubilair mag zitten. ICN controleert de meubelen eenmaal per jaar op hun conditie.

Overzicht van de tentoonstelling Panorama Rivierenlandschap in stadsmuseum Ijsselstein.

Meubilair in de koninklijke Bibliotheek in Den Haag. 

0

geven om collecties

geven om collecties 

1

teylers Museum had behoefte aan hedendaagse kunstwerken voor twee grote wanden van het museumcafé in de tuinzaal. In verband met de klimaatomstandigheden en de bestemming koos ICN voor de niet zo kwetsbare en vrolijk gekleurde wandschildering Geluk (12) van Lily van der stokker. De internationaal werkende kunstenaar bracht het werk afgelopen zomer zelf aan met assistentie van kunstenaar jan van asbeck. De uitvoering duurde drie dagen, waarbij van der stokker met behulp van een diaprojectie het werk op de muur aanbracht en van asbeck zorgdroeg voor het schilderwerk. De felle, fluorescerende kleuren zijn op basis van acrylverf aangebracht. van der stokkers werk kan worden beschouwd als een eigenzinnige, postmoderne variant van de klassieke wandschilderkunst, waarbij zij refereert aan de krachtige wereld van cartoons en strips.
Geluk door Lilly van der stokker in het museumcafé van teylers Museum.

teyLers MuseuM

rIjksGeBOuWeN

kunst en cultureel erfgoed uit de ICN collectie, museale collecties en kunstenaarsateliers vormen het uitgangspunt van de kunstinrichting van de tweede kamer en het Ministerie van OCW in de Hoftoren. ICN is sinds 2000 vaste kunstadviseur van de tweede kamer en lid van de kunstcommissie van het Ministerie van OCW en als zodanig betrokken bij de inrichting. Doel van de presentaties is het tonen van verschillende cultuurschatten uit Nederland. Bij de ingangen van het Ministerie van OCW krijgen jonge en talentvolle kunstenaars, driemaandelijks de kans om werk te presenteren. Hier verzorgen kunstopleidingen en postacademische werkplaatsen wisseltentoonstellingen van studenten. De kamers van bewindslieden zijn in 2006 ingericht met kunst uit de collecties van de stichting erik andriesse, het Maria austria Instituut, van Guido Geelen en van ICN. voor de twaalf Ontmoetingsplein vitrines met jaarlijks wisselende presentaties waren in 2006 bescheiden presentaties te zien uit verschillende museale collecties,

rijkscollectie en diverse projecten van kunstenaars Marijn akkermans, sarah Blokland, rutger emmelkamp en Bas Prince. De rooksalon (vergaderzaal van de raad van state) is ook heringericht. als ode aan het verleden en eerbetoon aan de democratie, verkeren geschilderde portretten van oud-voorzitters in gezelschap van bronzen bustes van grondleggers van Nederlandse politieke stromingen. De portretten hingen tot voor kort verspreid door het gebouw, maar worden nu bij elkaar gepresenteerd. Ze zijn aangevuld met portretten van illustere voorgangers uit de 1e eeuw uit zowel privé als museale collecties. 

2

de organisatie

de organisatie 

De OrGaNIsatIe
Directie

ICt
De ICt unit van ICN houdt zich bezig met de informatievoorziening waarbij systemen worden ontwikkeld en beheerd en met technische ondersteuning bij het gebruik van ICt middelen. In 2006 is een informatieplan opgesteld voor de inrichting van de informatievoorziening in de komende drie jaar. Informatiesystemen worden ontwikkeld volgens een samenhangende visie, gebaseerd op kennismanagement, vraagsturing en efficiënter gegevensbeheer. Het Collectie Informatie systeem (CIs) werd voorzien van een nieuwe technologie om beter te anticiperen op de dynamische omgeving van de collectie informatie. Dit resulteerde in de webapplicatie CIs-Online. voor de afdeling Onderzoek werd een proefsysteem ontwikkeld (LOIs) waarmee alle onderzoekers in één systeem resultaten van analyses kunnen registreren op een gelijksoortige manier. verder is er actieve betrokkenheid geweest bij de implementatie van saP, het nieuwe informatiesysteem voor de financiële administratie. De helpdesk behandelde ongeveer 1.00 vragen die uiteenliepen van kleine foutmeldingen tot verzoeken om laptops opnieuw in te richten. De op de achtergrond onderhouden en aangeboden ICt voorzieningen, op werkplekken te gebruiken via het netwerk, draaiden zonder grote storingen. Het ICN netwerk had in 2006 een beschikbaarheid van ,%: tijdens de kantooruren kon het netwerk dit jaar ongeveer tien uur niet worden gebruikt.

Bedrijfsvoering

advies

Onderzoek

Collecties

Communicatie & Informatie

tijdelijke eenheid ICN Opleiding 

de organisatie

de organisatie 

PersONeeL
In december 2006 bedraagt het aantal arbeidsplaatsen binnen ICN 7.0 fte. Deze arbeidsplaatsen worden door circa 11 mensen bezet. In 2006 zijn er eveneens 20 stagiaires opgeleid en begeleid. Per 1 juni 2006 was de reorganisatie afgerond. Bijna alle vaste medewerkers konden hun functie behouden of binnen ICN een andere functie krijgen. slechts één medewerker is tot herplaatsingskandidaat benoemd. Met de afronding van de reorganisatie is competentiemanagement ingevoerd. Op basis van start- en functioneringsgesprekken is gewerkt aan een nieuw opleidingsplan.
7 personen zijn in dienst gekomen: sabrina akbar, Patricio Chiriboga, sanna Danser, Ilonne de Groot, Habiba jermouni, Delphine Pouilley, rene Wokke we hebben afscheid genomen van: Marjolein Gadella, Cindy Goessens, karin Groen, Peter Hallebeek, ton jütte, Nancy knap, Maite Garcia Lechner, sonja Leggewie, eric Privee, roberta renz, steph scholten, sjoerd voss 10 tijdelijke medewerkers zijn via een uitzendbureau aangesteld: ronald Bakker, sara Bletz, Hanna klarenbeek, esther Nanlohy, Linn van vliet, jacqueline Weg, frederieke Wernsen, souwie de Wijn, sonja Wijs, Mario van de Winkel 10 medewerkers zijn overgegaan naar uva: Lysia Bicaci, Maarten Broekema, jolinda van Gompel, frans Grijzenhout, Marga Hesseling, jeroen kluiver, kate van Lookeren Campagne, Herman den Otter, Ink de Pree, Bas van velzen (deeltijd 0%)

fINaNCIëN
ZIekteverZuIM 2006 t.O.v. 200
200 7.2 % > kort (1-7 dagen) > middel (-2 dagen) > lang (2+ dagen) 2.2% (.2% verzuim) 1.6% (1.0% verzuim) .2% (0.2% verzuim) 2006 .77 % .1% (.% verzuim) 11.% (0.6% verzuim) 1.% (0.1% verzuim)

In 2006 bedroeg het financiële kader 1,2 miljoen euro. Dit bedrag is opgebouwd uit het krediet OCW en de ontvangsten uit dienstverlening. er waren geen overlopende middelen vanuit 200. Het jaar 2006 is afgesloten met een nulresultaat. additionele geoormerkte middelen zijn in 2006 toegekend voor € 937.000 en betrof de bijdragen van € 200.000 voor het Project Collectiewijzer en € 737.000 voor het Programma selectie. voor beide programma’s is een kasschuif aangevraagd voor 2007. respectievelijk € 30.000 en € 300.000 van de middelen worden in 2007 als geoormerkte bedragen ingezet voor de uitvoering van deze programma’s. In 2006 is een bedrag van € 2.935.000 toegevoegd aan de begroting in verband met de compensatieregeling vermiste kunstwerken. De activiteiten die samenhangen met de uitvoering van deze compensatieregeling worden voor het belangrijkste deel gerealiseerd in 2007 en later. Om die reden zijn voor € 2,772 miljoen euro kasschuiven aangevraagd voor 2007, 200 en 200.

ICN werd ook in 2006 geconfronteerd met de afhandeling van een aantal restitutieclaims, waaronder Goudstikker, waarvan de totale kosten € 421.000 bedroegen. Deze kosten zijn uit extra middelen gefinancierd. verder zijn er door de Directie Cultureel erfgoed (DCe) van het ministerie van OCW ten behoeve van ‘apparaatskosten’ (of aPk) problematiek extra middelen voor het bedrag van € 93.000 toegevoegd. Daartegenover staat dat ICN een extra PIa taakstelling* opgelegd heeft gekregen van per saldo € 31.000, naast de al bestaande PIa taakstelling van € 32.000 en de taakstelling voor het terugdringen van inhuur personeel van € 95.000. ICN heeft sinds 200 te maken met een taakstelling op het personele budget, opgelegd door het kabinet Balkenende I en II. In 2006 bedroeg deze taakstelling € 775.000. De taakstelling was direct gekoppeld aan de uitplaatsing van de afdeling Opleidingen. De uitplaatsing richting de universiteit van amsterdam heeft in 2006 daadwerkelijk plaats-

gevonden. ICN was in 200, om de continuïteit van de restauratorenopleiding te waarborgen, gestart met de opleiding 200-200. ter compensatie van de hiervoor gemaakte kosten is aan het krediet van ICN in 2006 een bedrag van € 330.000 toegevoegd. Per 1 mei 2006 is de financiële administratie geconverteerd naar saP. Het implementatietraject heeft een belangrijk beslag gelegd op de ICN formatie. De secretariaten leggen volgens de nieuw ingevoerde procedure de in- en verkoopverplichtingen vast. De budgetverantwoordelijken zijn geautoriseerd voor de goedkeuring van de aangevraagde financiële verplichtingen. ter compensatie van de in de organisatie gemaakte kosten in verband met de implementatie van SAP, is een bedrag van € 30.000 toegevoegd aan het budget van ICN. In 2006 heeft ICN ook de administratie rond de indemniteitsregeling overgenomen van DCe.

Het ICN vormde een team tijdens de OCW sportdag.

*PIa taakstelling betekent dat er door Professioneel Inkopen en aanbesteden (PIa) bezuinigd kan worden. 

6

de organisatie

publicaties 

7

PuBLICatIes
erfgoed dat beweegt! waardering van de mobiele collectie nederland [inl. arjen kok, Peter Nijhof]. - amsterdam: PlanPlan, cop. 2006. - 167 p. een publicatie van het Instituut Collectie Nederland en de rijksdienst voor archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, ondersteund door CIMe/stabien en de stichting Mobiele Collectie Nederland IsBN 0760227 IsBN 7076022 leidraad voor het afstoten van museale
objecten

verkennend analytisch onderzoek naar de de ploeg / klaas jan van den berg, eva goetz In: Ploeg jaarboek 2005 / [samenstelling Doeke sijens en Han steenbruggen; eindred. josée Paauw]. - Groningen: stichting De Ploeg, Groninger Museum, 2006. - IsBN 0-0-02-6. - p. -
wasverven van

al.]. - Zwolle: Waanders; amsterdam: rijksmuseum, 2006. IsBN 00012. - p. 16-17 degradatie en bescherming van archeologische koperlegeringen / d.j. huisman, ineke joosten In: Praktijkboek Instandhouding Monumenten, Dl. II-11, overige onderwerpen 17. - (Afl. 28, aug. 2006). - 12 p. man-made fibres from polypropylene to works of art / thea van oosten, ineke joosten, luc megens In: The future of the 20th century: collecting, interpreting and conserving modern materials / ed. by Cordelia rogerson and Paul Garside. - London: archetype, 2006. - Postprints second annual conference of the aHrC research Centre for textile Conservation and textile studies, 26-2 july 200, Winchester, uk. - IsBN: 10217. - p. 61-66 micro analysis on hallstatt textiles: colour and condition / ineke joosten, maarten van bommel, regina hofmann-de keijzer, hans reschreiter young chemists’ workshop on chemistry for the conservation of cultural heritage: present and future perspective, CerC, Perugia, Italy - March 20th-22nd 2006. -  p.

international perspective: a risk assessment project in amsterdam / agnes brokerhof In: Muse: the voice of Canada’s museum industry, vol. xxIv, no.  (sept/oct 2006). - p. 2 collection risk management: the next frontier / agnes brokerhof Lezing Canadian Museums association Cultural Property Protection Conference, Ottawa, 16-17 january 2006. the deterioration processes of organic objects in museum, historic house and archive environments / agnes brokerhof Lecture presented at the eu Master final Workshop, uCL, London, 10/01/06 licht en kleur bij caravaggio en rembrandt, door de ogen van hun tijdgenoten / margriet van eikema hommes, ernst van de wetering In: Rembrandt-Caravaggio / [red.] Duncan Bull; [bijdragen] taco Dibbits ... [et al.; vert. jaap engelsman ... et

onderzoek naar aankoeksel in een 17eeeuwse pot / ineke joosten, peter hallebeek, suzan de groot, henk kars In: Archeologisch onderzoek op het terrein van de voormalige Berghuijskazerne te Middelburg / j. Dijkstra, s. Ostkamp en G. Williams. amersfoort: aDC archeoProjecten, 2006. - (aDC archeoProjecten rapport ). - IsBN 0-7-xx-xx.- p.22-21 capturing the ephemeral and unfinished:
archiving and documentation as conservation strategies of transient (as transfinite) contemporary art / ijsbrand hummelen, tatja scholte In: Technè : la science au service de l’histoire de l’art et des civilisations, N° 2 ‘Penser autrement l’art contemporain: analyses, conservation, re-installations’ (2006). p. -11

michael sweerts on the block? the icn and / arjen kok In: CODART Courant, IssN 1-, No. 12 (summer 2006). - p. 16-17
the sale of items from museum collections

installatiekunst en de toekomst: icn leidt onderzoek naar conservering van hedendaagse kunst / tatja scholte In: De Cultuurminnaar, Jrg. 2, afl. 2 (april 2006). - p. 7 - nieuwe grafische media: vers van de pers? - non-toxic? het is nog een lange weg - graveren met roulettes: gereedschap van de firma serak / ad stijnman In: kM 57 ‘Ontwikkelingen grafische media’ (voorjaar 2006). - p. -, p. -10, p. 12-1 a morphology of the tear: a first approach towards a general terminology / bas van velzen In: Papierrestaurierung: Mitteilungen der IaDa; vol. 7, No. 2 (2006). - p. 1-16

[red. frank Bergevoet, arjen kok, Mariska de Wit]. - amsterdam: Instituut Collectie Nederland (ICN), 2006. - 6 p. uitg. in samenwerking met de Nederlandse Museumvereniging en de vereniging van rijksgesubsidieerde Musea verslag van initiatieven 2005 amsterdam: Instituut Collectie Nederland, 2006. - 6 p. Met samenvatting in het engels o.d.t.: ‘annual report 200’ heritage bulimia or de-accessioning as a / frank bergevoet In: Natural History Collections Working Group Newsletter - ICOM-CC, No 1 (March 2006). - p. -11
conservation cure

valuation model for paper conservation research: a new approach for setting research priorities / henk porck, frank ligterink, gerrit de bruin, steph scholten In: Preservation management for libraries, archives and museums / ed. by G.e. Gorman and sydney j. shep. - London: facet Publishing, 2006. - IsBN 1-60-7-; IsBN 7-1-607-2. - p. -6 van vroege gotiek tot vroege neogotiek: dominicanenkerk te maastricht / rutger morelissen In: Cr: interdisciplinair tijdschrift voor conservering en restauratie; vol. 7, nr. 1 (voorjaar 2006). - p. 2-6
muurschilderingen in de

conception, creation and re-creation :
embodied knowledge and the preservation of

/ ijsbrand hummelen In: Theory and practice in conservation: international seminar National Laboratory for Civil Engineering, Lisbon, May -, 2006 / j. Delgado rodrigues & j.M. Mimoso, ed. - Lisbon: LNeCLaboratório Nacional de engenharia Civil, 2006. - [Proceedings eu-arteCH second annual Meeting]. - IsBN 72207- IsBN 7-72-207-. - p. 1-2
contemporary art

risico-analyse: van risico tot maatregel / thea van oosten In: verslag congres archiefcalamiteiten 17 en 1 maart 200 Wijk bij Duurstede / Wijk bij Duurstede: [s.n.], 2006. - p. 1- grootse restauratie door icn / marina raymakers In: De Cultuurminnaar, Jrg. 2, afl. 1 (februari 2006). - p. 

voor informatie over publicaties kunt u contact opnemen met het Informatiecentrum: info@icn.nl of via www.icn.nl

directie bedrijfsondersteuning advies onderzoek communicatie & informatie
Postbus 7670 1070 ka amsterdam Gabriël Metsustraat  1071 ea amsterdam t 020 0   f 020 0 6 00

collecties

Postbus 10 220 CB rijswijk visseringlaan  22 er rijswijk t 070 07  00 f 070 1 2 
www.icn.nl

COLOfON
uitgave > Instituut Collectie Nederland, juli 2007 Ontwerp > floortje kok, Instituut Collectie Nederland Druk > Drukkerij Mart.spruijt bv, amsterdam Fotografie > Instituut Collectie Nederland tenzij anders vermeld

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful