El cono sur

ardiente
eenmalige publicatie over de sociale oorlog in Argentinië, Chili en Uruguay 2006-2008

Brussel - mei 2008

INHOUD
ARGENTINIE
Vijf jaar later... wrekers en bewakers De democratische verzoening De larven Opstand en dood, het hart buigt niet Solidariteit is een wapen: laten we het slijpen en richten Destructie - Constructie Over het anarchistische atheneum Angela Fortunato en de arrestaties van 2006 Over wat er gebeurd is rondom het anarchistische atheneum Angeala Fortunato Abortus: controle en wanhoop p3 p4 p5 p7 p8 p9 p 11 p 12 p 33
Deze publicatie is een eenmalige uitgave en verscheen zowel in het Nederlands, Frans als Spaans. Voor alle commentaren, kritieken, correspondentie en opmerkingen: Postbus 30, 9000 Gent 1 (Belgie)

URUGUAY
In steun aan de vandalen van Casa Vieja Redenen voor de weigering van de cellulosefabrieken Opstandigen van gisteren, onderdrukkers van vandaag In handen van de Staat heet geweld wet... Solidariteit met de opstandigen Aborteer en je zal betalen p 15 p 17 p 20 p 21 p 22 p 32

CHILI
Dagen van furie, nachten van woede De dictatuur van het kapitaal - de moord op Rodrigo Cisternas De strijd tegen de Transantiago 11 september: een dag van strijd tegen het staatsterrorisme Solidariteit met de voortvluchtigen en gevangenen van het neoliberalisme Brief van de gevangen kameraden Marcelo, Freddy en David Wanneer de onteigening en de verdediging van de daden noodzakelijk wordt... p 23 p 24 p 25 p 26 p 28 p 29 p 30 p 35

CHRONOLOGIE

VAN DE SOCIALE OORLOG IN DE

‘CONO SUR’

ENKELE CONTACTEN & PUBLICATIES
URUGUAY Publicacion Acrata Ediciones Septiembre Negro edicionesseptiembrenegro@yahoo.es ARGENTINIE Cruz Negra Anarquista Buenos Aires & Motin (publicatie) cruznegraanarquista_bsa@yahoo.com www.klinamen.org/motin Grupo anarquista Libertad & publicatie Libertad publicacion_libertad@yahoo.com.ar www.geocities.com/grupo_libertad/

2

Coordinación anticarcelaria del Río de la Plata, Casilla postal 14037, Montevideo www.anticarcelaria.info Biblioteca Anarquista del Cerro esq. Viacava (Montevideo) CHILI El Albigense edicionespiratas@riseup.net

Ediciones Detonador Los sucesos de Avellaneda / la revuelta de Haedo (samen met CNA) ediciones_detonador@yahoo.com.ar EUROPA In Cette Semaine verschijnt veel correspondentie uit Latijns-Amerika. Wij maakten voor deze publicatie daarvan gretig gebruik. BP 275 54005 Nancy Cedex - Frankrijk http://cettesemaine.free.fr cettesemaine@no-log.org

In december 2001 vond de ‘Argentinazo’ plaats. Deze opstand schudde het land grondig dooreen in een context van groeiende ellende, hoge werkloosheidsgraad, lage lonen, prijsstijgingen, devaluatie van de munt en crisis op de woningmarkt. Deze crisis trof zowel de lagere als middenklasse van het land die op straat kwamen in betogingen en bijeenkomsten die uitmondden op ongecontroleerde en spontane rellen. De woede uitte zich op verschillende

manieren, van vernielingen tot barricades, van plunderingen tot wegblokkades en bezetting van openbare gebouwen. Door de intensiteit van de acties kondigde president De La Rua de noodtoestand af. In de straat schreeuwde men: “Dat ze hun noodtoestand in hun reet steken. Dat ze het allemaal afbollen!”. De president moest per helicopter wegvluchten, de regering viel en de pogingen om nieuwe regeringen te vormen faalden. Tot 2003 was er geen regering

gevormd, toen kwam de centrumlinkse Nestor Kirchner, aan de macht. Jammer genoeg werd deze uitbarsting in de loop van de maanden snel gerecupereerd door linkse groepen, andersglobalisten, NGO’s, religieuze groeperingen en vakbonden die de meerderheid van de ‘burgers’ langzaamaan brachten tot de ‘democratische’ normaliteit – legaal en geweldloos.

VIJF JAAR LATER…
WREKERS EN BEWAKERS
Op 20 december laatstleden was het de vijfde verjaardag van de volkse revolte die tijdens die maand, ver voorbij de politieke apparaten en de egoïstische belangen van de hogere middenklasse, voor de mensen een nieuwe manier heeft geschapen om hun eigen zaken te begrijpen. Zo kwam het zowat overal tot wijkvergaderingen, wegblokkades, plunderingen van supermarkten, fabrieksbezettingen, barricades, bezettingen van huizen en terreinen en een verwerping van de heersende politieke klasse. De tijd, de introductie van partijen, de dommigheid te geloven in de vernieuwing van een politieke klasse die daarvoor gecorrumpeerd was en de limieten van haar reformistische aanmaningen hebben gemaakt dat alles gaat zoals tevoren. Of erger nog, dat de Staat het idee van vrije burgerparticipatie en zogenaamde autonome ruimtes aanmoedigt. Dit begrepen, verre van elke folkfloristische interpretatie van deze datum en evenmin bereid om de processie te vervoegen die geleid wordt door de linkse partijen wiens graad van verantwoordelijkheid voor onze dagelijkse ellende gelijk is aan die van andere, heeft een anarchistisch blok beslist om in de praktijk te brengen wat zoveel afgekondigd wordt in bepaalde publicaties en wat nooit te zien is: de directe actie. Niet minder dan 40 kameraden (anarchisten of niet) hebben verschillende symbolen van het kapitalisme en de pacificerende democratie aangevallen waarvoor ze ons respect willen afdwingen (Banco Provincia, Banco Francés, Banco HSBC, Mc Donald’s en de winkel El Cabildo, een antenne van de televisiezender TELEFE, de verzekeringsmaatschappij Franco-Argentina, etc.). Het kwam eveneens tot botsingen met de politie en vijf van deze dienaars van de macht zijn in het ziekenhuis beland. Zoals gewoonlijk kwamen de ‘flikken van de beweging’ tevoorschijn. Deze keer waren diegenen die deze smerige taak op zich namen de militanten van de CCC [maoïsten van de PCR-PTP], maar we kunnen niet zeggen dat ze hun plicht hebben kunnen vervullen. De vastberadenheid en moed van de kameraden heeft hen laten weten dat we niet allemaal bereid zijn onszelf te verkopen voor de kruimels van de heersende macht.

De revolte die in december 2001 uitbrak, betekent voor velen onder ons een voor en een na, een herbevestiging van onze anarchistische waarden en praktijken. Nu, dat diegenen hun bakkes houden wiens partijen alleen maar willen militanten winnen, propaganda maken, stemmen halen,...en dat ze ophouden met de kameraden te belasteren die volgens hun principes gehandeld hebben. Kameraden die begrepen hebben dat er geen verschil kan zijn tussen theorie en praktijk, dat de rest alleen maar puur cynisme van vrijdenkers is, een puur ‘libertair correcte’ pose is. Kameraden die begrepen hebben dat we kunnen handelen, dat het van onszelf afhangt en dat de doden, onze doden, gewroken zullen worden. Opdat de volgende keer de kapitalistische bedrijven per honderden met de grond gelijk gemaakt worden, net zoals de zetels van de burgerlijke pers (de pers die manipuleert in functie van de belangen van haar bazen en die zich toestaat te fulmineren tegen diegenen die beslissen op alle manieren te nemen wat hen toekomt, door hen gedegenereerden, gekken, zieken enzovoort te noemen). Opdat de flikken per honderden in het ziekenhuis belanden (en dat ze er alleen Argentinazo maar in doodskisten terug uit komen) en opdat deze keer ze het echt allemaal aftrappen et dat er geen enkele overblijft (maar nadat wij, het geheel van uitgebuiten van hun economische en politieke orde, met hen de rekeningen vereffend hebben). Voor de doden, voor ons en voor diegenen die zullen komen, wij zijn er... Voor de anarchie!

3

[Gepubliceerd in Motin n° 5, bulletin van het CNA van Buenos Aires, november/december 2006]

A RGENTINIË

DE DEMOCRATISCHE VERZOENING
D
E HEERSENDE DEMOCRATIE is de overwinning van de dictatuur. En het moet gezegd worden dat democratie geen nood heeft aan aanhalingstekens of bijvoeglijke naamwoorden die een veronderstelde valsheid zouden onderstrepen zoals burgerlijk, representatief of onvolmaakt. Noch is haar paradijselijke Atheense oorsprong gecorrumpeerd, noch is haar sociale doelstelling verraden. Dit is echte democratie omdat, verder dan wat met tijd en plaats verandert, haar karakter altijd hetzelfde is: instemming met slavernij, deelname van de onderdrukten aan de bouw van hun eigen gevangenis. Uiteraard is de democratie niet perfect, zoals sommigen zich beklagen: ze maakt fouten, goddank... De dictactuur is geen vergissing van de democratie. Die bengelt aan de riem van de democratie tot de kanalen van dialoog tussen samenleving en Staat – de politiek dus – ontoereikend zijn om de orde te bewaren. Dan komen de soldaten uit hun kazernes gehaald om de hindernissen van de normale loop van de democratie, de instemming met de slavernij, uit de weg te ruimen. Het voorbij reorganisatieproces van de democratie - de dictatuur, de systematische uitroeiing van tegenstanders die de normale systematische uitroeiing door de bourgeoisie bedreigen - heeft haar doelstellingen gehaald. Doelstellingen die de militaire troepen vastgelegd hadden en die moesten gehaald worden in een min of meer uitgewerkt tijdsschema. In Argentinië werd de terugkeer van de democratie versneld omdat de militaire kaders zichzelf overtroffen in hun functie van binnenlandse uitroeiing door zich aan het avontuur te wagen van een oorlog: de Falklandoorlog. Dat is het verschil met Chili, waar de democratische herkanalisering niet onderhandeld werd door de toegelaten oppositie maar het resultaat was van de interne institutionele mechanismen die de militaire kaders ingesteld hadden. De triomf van de democratie – het is te zeggen, van de dictatuur – bestaat uit haar legitimering als sociale orde; een bewering die evenzeer steunt op haar rol van perfectioneerbare utopie als van het minste kwaad. Maar vooral: de mentaliteit die de verschillende rollen doorloopt en de steunpeiler vormt van de legitimering van de democratie is de eis van berechting van de directe uitvoerders van de uitroeiing. De nationale verzoening die geëist wordt door de reactionaire sectoren en afgekeurd wordt door links, wordt juist in gang gezet om de legaliteit en de Staat te bevestigen, samen met de politie, de gevangenis, de rechters en alle repressieve instellingen als garandeerders van het menselijke respect. De verzoening van de Staat met de samenleving is het voornaamste resultaat van de eisen en het in gang zetten van haar zelfzuivering naargelang de actuele noden. Dat gebeurt niet zonder contradicties. De eerste pogingen aan het einde van de jaren 80 waren er niet in geslaagd om voldoende burgerlijke en mediatieke kracht te vinden en de statelijke zuivering zette amper enige stappen vooruit. Het stelselmatige verlies van het vermogen tot verzet van de sectoren die betrokken zijn in het Proces dankzij de groeiende democratische consensus die langs de ene kant hen voorstelde als voorbijgestreefd en onnodig en langs de andere kant door de bewegingen voor mensenrechten die echos vonden in de middelste en hoge lagen van de samenleving, bevordert in de collectieve verbeelding (binnen een internationale stroming die opnieuw betekenis geeft aan het absolute karakter van de Wet over nationale aangelegenheden en dat versterkt) de relocatie van deze gebruikte elementen in de fysieke ruimtes van het sociale stremsel – de gevangenissen – en als stigma van irrationaliteit of statelijke uitbarsting. De doden en verdwenenen zijn het zichtbare en duidelijke van het Proceso * terwijl de angst, die meer diepgaand en onzichtbaar doorgedrongen is in het collectieve bewustzijn, een hele sociale generatie gedwongen heeft zich te verschuilen achter de zwarte sjaals voor dezelfde beulen die gisteren 30 000 mensen massacreerden. Er wordt geschermd met legale detentiecentra als antwoord op diegenen die niet bestraft worden met de Grondwet. De gevangenis, dezelfde folter die eeuwen geleden als straf in de straat werd tentoongesteld en vandaag overdekt wordt met schaduw en cement, wordt gelegitimeerd als kwijtschelding van het menselijk rechtvaardige, met de rechter en de cipier als fundamentele garanties daarvan. Vandaag zijn de betrokkenen bij de dictatuur, de bourgeoisie, de ‘intellectuele verantwoordelijken’ die al ‘vergeten en vergeven’ zijn tegelijkertijd diegenen die de oude tactieken afzweren en zich ontdoen van de oude honden. Die gaan vrijuit, hebben hun bazen achtergelaten en argwanen hen. Bazen die niet zo loyaal waren als zijzelf... Nu hun taak om de democratie in te stellen volbracht is, roepen ze de ordetroepen vandaag op zich te reorganiseren naar de normen van de legaliteit. De retrograde en achterbakse elementen worden eruit gekuist of er wordt een proces tegen hen begonnen omwille van deze nood die verantwoord wordt als beschermende legaliteit en garantie van menselijkheid. De direct betrokken elementen verzetten zich en onderstrepen het belang van de rol die ze spelen in de veiligheid van de Staat. Afgedankt door de Staat die hen wil vervangen door nieuwe generaties naargelang de conjuncturele nood, begeven ze zich aan de marges van wat gelegitimeerd is – terwijl momenteel nieuwe beperkingen en definities ingesteld worden met hulp van de bewegingen die historische actualisering eisten. Met de gevallen van Julio López en Luis Gerez (de laatste volledig geöfficialiseerd en officieel) heeft de regering zich aan het hoofd geplaatst van wat deze bewegingen eisen. Zoals de Staat gisteren zich het leven van duizenden toeëigende, zoals ze zich gisteren de kinderen van de verdwenenen toeëigende, wilt de Staat zich de verdwenen toeëigenen. Dit is hen voor zich opeisen nadat ze hen gefolterd hebben; hen loven nadat ze hen uit vliegtuigen gesmeten hebben; hen rehabiliteren na de picana [elektronische folterstok] en de capucha [zak over hoofd om iemand te doen stikken]... De Macht richtte zich op terwijl ze de lichamen vertrappelde en vandaag beweert ze zich in te schrijven in de strijd waarop een een hele generatie jongeren klinkt. Verhuld, tot zwijgen gebracht in massagraven, in de zee, in het cement van de pilaren, werpt de moordenaar zich op als stem van zijn slachtoffers en eigent zich het recht op wraak toe. Ze maakt van sadisme haar rechtvaardigheid. Een dergelijke toeëigening is alleen mogelijk door de sociale verzoening, het resultaat van de stelselmatige overgaven van ‘alles’. A.G. [Gepubliceerd in Libertad, n°40, januari - februari 2007]
* Het Proceso van Nationale Reorganisatie is de naam die gegeven wordt aan de Argentijnse dictatuur die begint met de staatsgreep tegen de regering Peron in 1976. Aangezien de democratie niet in staat bleek te zijn de orde te vrijwaren, nam een militaire junta het bestuur over. Na de nederlaag in de Falklandoorlog tegen Groot-Britannië viel het Proceso in 1983.

4

A RGENTINIË

Station van Haedo in de periferie van Buenos Aires, 1 november 2005. Na een zoveelste slechte dienstverlening rebelleren de passagiers. 15 wagons en een deel van het station worden platgebrand, winkels worden geplunderd en vitrines worden kapotgeslagen, twee politievoertuigen gaan in rook op. De rel duurt vijf uren, tegenover rubberkogels en traangas. 113 mensen werden gearresteerd, zeven werden opgesloten in de gevangenissen van Eseiza en Marcos. De laatste gevangene, Roberto Cantero, die gesteund werd door het CNA van Buenos Aires, kwam pas eind juni 2007 vrij. Station Constitución in Buenos Aires, 15 mei 2007. Eén van de grootste treinterminals van Zuid-Amerika waar dagelijks 400 000 reizigers passeren. Tegenover een zoveelste panne van het verkeer, breken opnieuw spontane rellen uit zoals op 28 december 2001 toen 9 wagons in de fik gingen. Ditmaal wordt het informatiebureau kapotgeslagen en in brand gestoken, net zoals de loketten. Werknemers en bewakers zetten het op een lopen. Ticketautomaten en telefooncellen worden vernield. Het commissariaat in het station wordt aangevallen, haar houten poorten uit de hengels gerukt en in brand gesto-

ken. Een moto van de flikken wordt gebraden. Een enorme massa gaat gedurende meer dan een uur met stenen en alles wat losgerukt kon worden de confrontatie aan met de flikken. 16 flikken raken gewond, evenveel mensen worden gearresteerd. Station van Temperley, op de verbinding tussen Glew en Burzaco, 21 juni 2007. Na de afschaffing van een trein rond middernacht, komen de passagiers in opstand en steken drie wagons in brand. Daarna volgt een gevecht met de flikken waarvan er één gewond raakt. Hieronder kan je een tekst lezen van een kameraad uit Argentinië die een licht werpt op de ellende van het transport in de federale hoofdstad en op de dagelijkse overlevingsomstandigheden. Wanneer die twee zich vermengen, kan de cocktail ontbranden zoals in mei/juni laatstleden. Enkele maanden daarvoor viel ook het Noordstation in Parijs ten prooi aan vernieling na een ticketcontrole die uitdraaide op een krachtige solidariteitsbeweging. Minder als een jaar later deelde de openbare vervoersmaatschappij in Brussel meer dan een week lang in de klappen (aanvallen op bussen, controleurs; vandalisme tegen infrastructuur), naar eigen zeg-

gen wraakacties voor gecoördineerde ticketcontroles. In dezelfde periode gaf een nieuw transportsysteem in Santiago aanleiding tot twee maanden rellen in verschillende wijken van de Chileense hoofdstad. In het hart van de metropolen, van Buenos Aires tot Santiago, van Parijs tot Brussel, daar waar de koopwaar, diegenen die haar verdedigen en diegenen die zwoegen om er toegang tot te krijgen zich concentreren, in deze doorgangsplekken en verveling die de stations geworden zijn, kan de massa onbekenden die elkaar normaal gezien negeren een bliksem worden in wolken van groepen individuen die gedreven worden door eenzelfde drang: de vernietiging van de dagelijkse materiële onderdrukking. En ook een beetje smaak voor collectieve revolte, en wie weet, een gedeeld belang terug te vinden. In deze vreugdevolle spontaniteit wordt alles mogelijk – het beste evenzeer als het slechtste. De echte kwestie blijft dus dezelfde als ten tijde van de grote brand van november 2005 in Frankrijk: niet waarom het ontploft, maar waarom het niet vaker ontploft? Niet wie deze relschoppers precies zijn en waarom ze zo handelen, maar wat wij, wijzelf, willen.

DE LARVEN I

Station Haedo, 1 november 2005

K STAP UIT MIJN BED. Het regent en is nog donker. Ik kleed me aan, comateus, en ga me wakkermaken in de badkamer. Ik kus m’n zoon die nog slaapt, groet mijn partner en vertrek met haastige passen... Vier huizenblokken tot aan de bushalte, twintig meter. De bus, tsjokvol mensen, rijdt voorbij zonder te stoppen. Zuchtend van woede en slecht gehumeurd, denk ik: “vandaag gaat één van die lange, zware en uitputtende dagen worden...” De eerste wachtrij is die voor de bus, daarna die voor de trein – nog langer en ontmoedigender. Je ziet er de treinen passeren terwijl de toezichter en de agenten controleren of iedereen wel zijn ticket betaalt heeft. Onverschillig aanschouwen ze de rij van 30 meter lang met mensen die allemaal drijfnat worden in de regen. Larven... Tot iemand, verontwaardigd of uit angst om zijn job kwijt te raken, beslist over het draaikruis voor de toezichter en agenten te springen en snel gevolgd wordt door anderen. Het gaat er niet om verbeteringen van het vervoersnet te ‘eisen’, maar het systeem te vernietigen, dit systeem dat onze tijd beheert en controleert zonder ons een andere keuze te laten dan te reizen als extreem opeengestapeld vee dat naar het slachthuis afgevoerd wordt. De treinen van Hitler herhalen zich, met het verschil dat de oven vervangen is door een trage dood in de uitbuitingsmaatschappijen over heel de wereld... De regen slaat in m’n gezicht, eindelijk word ik echt wakker. Ik kom langs Haedo en zie de agenten die door de regering op ‘strategische’ plaatsen gezet zijn, als wilden ze het spook van de brand een jaar geleden uitbannen. In hun politieverslagen noemden de bourgeois het een “furieuze dag”. Vandaag nog worden diegenen die niet konden onstnappen aan de camera’s en repressie opgesloten en gefolterd. Aan het volgende station spuwt de trein me uit, waar een nieuwe eindeloze wachtrij mijn leven consumeert. De laatste

5

A RGENTINIË

bus zet me op twee hoeken er vandaan af, ik ben te laat en aangezien de tikmachine niet vergeeft, gooit ze me buiten. Aan de ingang van de fabriek zie ik de grote larve met bril uit zijn ‘schitterende’ vrachtwagen stappen, de uitbuiter en consument van mijn vermoeidheid: de patron. Achter hem staat zijn zoon geparkeerd die via erfenis tot beheerder benoemd is, een bruut met kinderlijke neigingen, een ‘kind van goede afkomst’ die er niet minder arrogant, nutteloos en lui op geworden is. “Hij kan zijn gat zelfs niet zelf afkuisen,” zeggen de oudere arbeiders. Tijdens zijn hele vegetatieve leven heeft hij huisbedienden gehad om zijn pink niet te hoeven bewegen terwijl hij in het gezelschap van zijn vader vetter werd. Toch... als er iemand is die geen seconde zou aarzelen beiden hun gat af te vegen, dan is het onze ploegbaas. Ja, de uitgebuite larve die met de zweep in de hand altijd tot hun dienst is. Voor de schijn onderhoudt hij een valse vriendschap met de arbeiders die niemand bedriegt, ondergedompeld in hetzelfde verrotte verraad waarin de meerderheid van de huidige arbeiders drijven. Larven... Tien uur later, tijd en lichaam uitgezogen, verlaat ik mijn loongevangenis. De terugkeer is een nieuwe odyssea die het geduld doet verliezen en het zenuwstelsel van eender wie zou destabiliseren. De trein is echt een keukenwekker die op het punt staat te ontploffen en de lichamen door deuren en ramen te slingeren. Met een beetje geluk en wat lenigheid slaagt er wel iemand in om zich iets meer te strekken. “Kloten genoeg van,” zeggen de jongeren in de wagon. Je kan kiezen tussen bevriezen door je vast te houden aan de deur die niet sluit; verstikken door de druk; rechtopstaand slapen of aangerand worden door het wiel van een fiets. “De geest is het laatste wat je kwijtraakt,” zei mijn grootvader: een grote man, sterk als een beer, een zwaar leven tussen onteigeningen en gevangenissen. Hij zorgde er altijd voor dat we op onze hoede waren voor deze larven. Hij eindigde vastgetimmerd op een bed in het ziekenhuis, de dokters – waarvan hij er één heeft proberen wurgen omwille van slechte behandeling – hadden beenkanker en ouderdomsdementie bij hem vastgesteld.

oorzaak proberen voor te stellen, beginnen we uit de trein te springen en langs de sporen te wandelen. “Net nu moet er iemand zijn die zichzelf van kant maakt,” becommentarieert een opgewonden passagier. “Het gaat me drie uren meer kosten om thuis te geraken,” voegt een andere eraan toe. Ik ga naar het ongeval toe en zie de overblijfselen van een man van in de dertig. “We hebben hem niet zien komen, hij was op een andere planeet,” legt een oude vrouw me uit. “Arme jongen. U bent gehaast, niet ?” voegt ze eraan toe. Ik antwoord haar: “Zeker, we hebben allemaal hetzelfde probleem, mevrouw” alvorens de confrontatie met de bushalte aan te gaan. Voor velen is het verlies van een leven niet meer dan tijdverlies. Zinnespelend, ontwetend of bewust, op het feit dat de tijd die het systeem ons doet verliezen gelijkstaat aan het leven erbij laten... Na 50 meter aanschuiven, 20 liter regen op mijn kledij en voor mijn ogen passeren van 10 afgeladen volle bussen, kan ik naar huis. Als een goeie mop van de natuur, net voor ik het huis bereik, klaart de hemel op en laat plaats aan een spectaculaire regenboog. Ik kon me niet tegenhouden mijn zoon van 7 maanden oud wakker te maken en mijn partner uit te nodigen te genieten van het landschap dat de hemel, de zon en de donkere wolken die zich verwijderden, vormde. Een schilderij met levendige kleuren, een prachtig beeld tussen bomen en treinen. In de ogen van de kleine weerspiegelt mijn vermoeidheid. Hij begrijpt nog niet waarom ik naar hem lach met dit verouderde gezicht. Hij is gewoon tevreden me te zien.

Het gaat niet alleen over een uitgeputte geest en lichaam, maar over iets veel deprimerender en ontmoedigender: het gaat over de toekomst van onze kinderen, kameraden, en over die van de kinderen van de larven. Hun toekomst hangt af van hoe wij strijden om de erfenis van de larven en rottende lijken die lange wachtrijen vormen af te schaffen; menselijke kadavers die in de rij staan om hun opgebruikte en verminkte lichamen in een hoek van het kerkhof te smijten. Overblijfselen die dit systeem wegwerpt en die overspoeld worden door andere ongeklede larven. Van ons allen die van de vrijheid houden hangt af of uit deze cocons – degenen die al bestaan Aan het station van Morón blokkeert de trein haar remmen en degenen die komen zullen – woedende honden komen en veroorzaakt zo een menselijke lawine. Terwijl we ons een die alles verwonden wat ze met hun poten, die vergiftigd zijn door de autoriteit, aftasten ofwel vlinders Station Haedo, 1 november 2005 die vrij vliegen en die, waar ze zich neerzetten, bloemen vinden... Haedo, Constitución, “Kloten genoeg van”... kanker, ouderdomsdementie, we gaan tot het einde...

6

Sidder en beef, bazen en bourgeois: Larven! De dag van de grote furie is onvermijdelijk… Vilchesz

[Gepubliceerd in Libertad, n° 43, juli-augustus 2007]

A RGENTINIË

Op 5 november 2007 kwamen de gevangenen in Santiago del Estero (meer dan duizend kilometer ten noordwesten van de hoofdstad Buenos Aires) in opstand. 35 gevangenen stierven. De autoriteiten hadden het eerst over een ontsnap-

pingspoging, daarna smeerden ze in het lang en in het breed de brandstichtingen uit waarvan de rook het overlijden van de gevangenen zou veroorzaakt hebben. Voor wie gewend is aan de permanente leugens van de hele penitentiaire admini-

stratie is het zeker niet de ‘rook’ die de cipiers verwond heeft of de vuurschoten heeft veroorzaakt. En in elk geval: elke dode in de gevangenis is een Staatsmoord.

OPSTAND EN DOOD, HET HART BUIGT NIET
R IS VEEL GESCHREVEN over wat er gebeurd is in de gevangenis voor mannen van Santiago del Estero op 5 november laatstleden. Mensenrechtenorganisaties, linkse groepjes tot en met priesters, psychologen, sociologen, filosofen en andere klasses van denkers en opiniemakers gaven hun mening over de kwestie. De media van de macht hebben versies, de ene al belachelijker dan de andere, over zogenaamde interne ruzies tijdens dewelke de gevangenen matrassen in brand zouden gestoken hebben en zich in hun cellen zouden hebben laten verstikken (de rechter Ramon Tacchini had de ballen om dat te beweren). Ze beweerden dat het gewoon ging over een mislukte ontsnappingspoging, etc. Terwijl de televisieverhalers zeiden dat alles onder controle was, toonden de camera’s die live filmden (zonder dat het mogelijk was de beelden te monteren) op de achtergrond flikken die schietend binnendrongen in de gevangenis, halfnaakte lichamen van gevangenen die aan de haren over de grond tot aan de ambulances of patrouilles gesleurd worden, verscheurende kreten van naasten en vrienden en het gas dat, hoewel bedoeld om alles te verbergen, de opgehoopte pijn en woede alleen nog maar duidelijker maakte. Om terug te komen op de feiten... de opstand is uitgebroken in paviljoen 2 van de gevangenis als protest tegen de reductie van de bezoekuren, tegen de geweldaddige fouilles die al sinds enkele dagen onophoudelijk plaatsvonden, tegen de manier waarop de naasten van gevangenen behandeld worden (vooral de vrouwen, verloofden, moeders, zusters, etc. die ondermeer verplicht worden zich uit te kleden en gedwongen worden tot een vaginale fouille, soms in het bijzijn van mannelijke cipiers... zogezegd om na te gaan of ze geen gevaarlijke voorwerpen verborgen hebben) en tegen de voortdurende mishandelingen van de gegijzelden daar. Daar moet je nog de folterende omstandigheden, het gebrek aan hygiëne (gevangenen werden verplicht in flessen te pissen en in plastieken zakken te kakken), de totale afwezigheid van medische zorgen en de overbevolking (450 gevangenen voor 250 plaatsen). De gevangenen beslisten dus om als teken van protest matrassen in brand te steken en zich tegen hun beulen te bewapenen met wat ze konden vinden. In de loop van de uren vervoegden nog 3 paviljoens de revolte waarbij de sloten van de celdeuren verbroken werden en de gevangenen de gangen in handen namen. Tegelijkertijd gingen naasten, vrienden en solidaire buren buiten de confrontatie aan met de politie; ze smeten met flessen en stenen en staken banden in brand. Bereid om hun leven te geven voor een geliefde, iets wat de ondermensen verschanst achter hun schilden nooit zullen begrijpen. De ordetroepen lieten niet op zich wachten. In dit geval was

E

het de Geteoar (Speciale Groep voor Gewapende Missies en Operaties) die onder het bevel stond van de provinciegouverneur Gerardo Zamora. Deze mottige rotzak heeft letterlijk gezegd: “we staan open voor de noden die in de gevangenis bestaan, we hebben een stock van 100 houten kisten (een verwijzing naar de doodskisten), maar we denken niet dat we er zoveel zullen nodig hebben.” Een voorbeeld van zijn laffe beulenmentaliteit die de bestaande orde regeert en beheert. Er waren inderdaad niet zoveel kisten nodig, dat is zeker, maar 35. Een aantal waar de maatschappij in het algemeen maar weinig om geeft. 35 dode gevangenen. Twee jaar geleden stierven er 33 in de gevangenis van Magdalena in gelijkaardige omstandigheden. De laatste jaren, en volgens de ‘officiële’ cijfers, stierven er bijna 350 mensen in de Argentijnse gevangenissen. En dat is zonder de doden in de commissariaten of de doden die ze als zelfdoding willen laten doorgaan. Gevangenen. Dood. Deze gelijkstelling bevalt de politiemaatschappij. Maar wij willen iets anders zeggen over deze feiten. Wat gebeurd is in de gevangenis van Santiago del Estero is geen geïsoleerd feit, het is geen ongeluk zonder reden noch het resultaat van mentale of morele problemen van diegenen die er opgesloten zitten. Het probleem komt van buitenaf, van de directe verantwoordelijken zoals Kirchner en Gerardo Zamora, van de minister van Justitie Ricardo Daives, van de directeur van de gevangenis Rodolfo Camaño en van elke cipier die er hun smerige beroep uitoefenen. Het probleem zit in de sociale orde die geen menselijke waarden kent, die rust op de heilige pilaar van de privé-eigendom en die zich in stand houdt door uitbuiting, uitsluiting en dommaking van de grote schapenmassa die de publieke opinie vormt. Een Staat die alsmaar rigider omgaat met de juridische macht kan zich de luxe van gevangenen die rebelleren, die hun eisen op tafel smijten en aanklagen wat er in deze uitroeiingskampen gebeurt, niet permitteren. Een kapitalisme dat alsmaar sterker wordt kan zich niet meer veroorloven dat iemand neemt wat hem sowieso toekomt. Daarom sluit het kapitaal hem op, straft hem of voedt hem opnieuw op (brainwashing) en vermoordt hem indien nodig. Het moet voor eens en voor altijd begrepen worden dat we allemaal gevangenen zijn van dit systeem van overheersing en controle: de gevangene die om zes uur ’s morgens opstaat voor het appèl, de burger (bediende, arbeider) die dag na dag zijn

7

A RGENTINIË

tijd en waardigheid verkoopt in ruil voor wat geld om zich daarna op te sluiten achter de tralies van zijn huis, het kind dat naar school gaat en verplicht wordt in de rij te staan en de nationale hymne mee te dreunen op de meest militair mogelijke manier, etc. Het probleem zit diep en kan niet opgelost worden met hervormingen noch door campagne te voeren voor betere omstandigheden – zelfs indien we maar al te goed beseffen dat dit een belangrijke verandering is voor diegene wiens weinige vrijheid die hij of zij hierbuiten had, afgenomen wordt. Een anarchistische praktijk dragen en verspreiden die geen wapenstilstand gunt aan onze vijanden in deze sociale oorlog, is het middel dat wij zien om onszelf opnieuw te bevestigen als liefhebbers van de vrijheid, tegen alle onrechtvaardigheid en autoriteit. Wij eisen noch een proces, noch een bestraffing van de schuldigen. Daarin zien we niets anders dan een voortzetting van de onmenselijke gevangenislogica die de slachting van Santiago del Estero mogelijk heeft gemaakt. We zullen niet ophouden te herhalen en te beargumenteren dat ELKE DODE IN DE GEVANGENIS EEN MISDAAD VAN DE STAAT IS. We doen niet aan liefdadigheid voor gevangenen om koren op onze molen te krijgen en daar wat politiek profijt uit te halen. We zijn solidair met de mannen en vrouwen die rebels zijn in hart en geest! Zoals zovele anderen, bekenden of onbekenden, rest ons de pijn en de woede. Woede en pijn die we richten tegen het bestaande van overheersing waarin we langzaam sterven. We staan daar en we strijden daarvoor, en we moedigen alle kameraden aan om in hun discussies de nadruk te leggen op het thema van de gevangenis, de gevangenen en de solidariteit en te handelen zoals ieder gepast acht. De oplossing is radicaal en revolutionair: EINDE AAN ALLE OPSLUITING VERNIETIGING VAN DE STAAT EN HET ECONOMISCHE SYSTEEM DAT HAAR VERGEZELT. VRIJHEID VOOR ALLEN. Omdat we weten dat we allemaal gevangenen zijn en omdat we noch met afstandelijkheid, noch uit onwetendheid praten. Cruz Negra Anarquista Buenos Aires [Gepubliceerd op www.klinamen.org]

SOLIDARITEIT IS EEN WAPEN
LATEN WE HET SLIJPEN EN RICHTEN
om discussies aan te zwengelen over onze visie op het anarchisme en wat haar sociale projectie zou moeten zijn. Dat we nu zo’n ambigue waarderingen hebben wanneer we proberen omschrijven wat solidariteit voor ons betekent – een waarde die anarchisten altijd gekarakteriseerd heeft – is een kwestie die ons zal blijven verbazen. Daarom is het nodig om op te houden met achterover te leunen tijdens bepaalde discussies die binnen de beweging plaatsvinden.
AAK IS NODIG EN ONMISBAAR

V

Allereerst willen we zeggen dat wij, kameraden die zich bezig houden met de strijd tegen de gevangenissen en de solidariteit met gevangenen, dit doen als een vorm van uitbreiding van de sociale oorlog en zien op het terrein van de strijd tegen Staat en Kapitaal. Het lijkt misschien erg stom om dit verduidelijken, maar soms begrijpt men niet dat het niet in onze intenties ligt om het presismo*, een assistentialisme naar de gevangenen toe of andere reformistische kwesties te verkondigen. Onze intenties gaan veel verder dan dit soort tendenzen. We zijn ervan overtuigd dat onze strijd verder gaat dan de limieten die het systeem ons oplegt. Hetzelfde geldt voor wanneer we praten over solidariteit. We zien solidariteit als een middel en als een doel. Dit betekent dat we een ethiek en een reeks waarden hebben die we beschouwen als de meest geschikte manier om ons tot elkaar te verhouden. Uiteindelijk is het een houding waaraan we een revolutionaire betekenis proberen te geven. Wanneer we zeggen dat solidariteit een wapen is, zeggen we dat we ons identificeren met de onderdrukten die op de één of andere manier strijden om het bestaande systeem van uitbuiting en overheersing te vernietigen. Daarvan vertrekkende is ons erin herkennen en ons solidair voelen het scheppen van een breuk met de Macht en een revolutionaire en medeplichtige dynamiek volgen. Dus, opnieuw zeggen dat solidariteit een wapen is, is niet haar begrijpen als iets wegwerpbaars zoals sommigen beweren. Voor ons is het een conditie maar tegelijkertijd ook een functionaliteit... en in ieder geval kan je een wapen duizend keer herladen indien nodig. Wanneer we bijvoorbeeld de solidariteit met onze kameraden in praktijk brengen, dan is dat omdat we ons broeders voelen en omdat we hun strijd beschouwen als de onze. We zien hen niet als bruikbare werktuigen en nog minder hebben we een huurlingenvisie op het leven zoals ook wel eens gezegd wordt. Een dergelijke verklaring verdient een minimale verduidelijking. Langs de ene kant denken we dat er binnen de strijd en haar varianten verschillende vormen van deelname binnen het sociale conflict bestaan. In een context van diepgaande democratische herstructurering, terwijl het kapitalisme zich meer dan ooit veilig gesteld heeft, waar de mechanismen van sociale controle dag na dag meer geperfectioneerd worden, proberen ze de verschillende

8

A RGENTINIË

strijden te recupereren en te neutraliseren en de meer geradicaliseerde minderheden ervan te verwijderen en te isoleren. Daar staan wij en geven leven aan verschillende praktijken van agitatie, coördinatie en interventie in de sociale revoltes. Die hebben uiteraard niet altijd de radicale en revolutionaire oriëntatie die wij zoeken. Vaak zijn het spontane revoltes zonder een bepaald ideologisch karakter maar maken ze in essentie deel uit van éénzelfde realiteit: de sociale oorlog waarin wij protagonisten zijn. Het is onze taak deze momenten van revolte omvormen en benutten om ze zoveel mogelijk te radicaliseren en een waarachtig revolutionaire betekenis te geven. Daarom is het analyseren en bestuderen van deze realiteit en onze mogelijkheden helemaal niet het assumeren van de rol die de bourgeoisie ons zou geven om op hun terrein te handelen hoewel het terrein van deze sociale oorlog hetzelfde is. De politieke strategieën van de macht of de ‘ontwikkeling van de productiekrachten’ proberen begrijpen is een manier om een minimale notie te hebben van de voortgang van het kapitalisme en de Staat. Tevens is het een manier om aan het anarchisme de kracht en vitaliteit te geven om een dynamiek te ontwikkelen

die in staat is om een reële strijd naar voren te schuiven binnen een oorlog die al lang begonnen is. En wanneer we het daarover hebben, zijn we niet aan het praten over een ‘conjuntureel of strategisch’ voorstel ‘in overeenstemming met de moment’. We stellen evenmin voor om de katheders van de politieke economie of filosofie te betreden. Het gaat er gewoon over op straat te komen en onze vijand zoveel mogelijk te kennen. Meer dan eender wat zijn we het beu over de kwestie te theoretiseren, we geven er de voorkeur aan dat de daden voor zichzelf spreken. Wij zeggen niet dat “doen beter is dan spreken”. We moedigen propaganda, discussie en actie aan. We zeggen dat het nodig is te spreken en te doen, of beter nog, niets te zeggen.
[Gepubliceerd in Motin, n°9, juli-augustus 2007]

* Presismo: een idealisering van gevangenen als zijnde per definitie sociale rebellen, een houding van loutere materiële bijstand aan gevangenen die verpakt wordt als ‘strijd’.

DESTRUCTIE CONSTRUCTIE
De continuïteit van de anarchistische strijd zal evenzeer afhangen van de analyse van de structuur van dit heden als van haar organisatorische en directe kernvorming in de minimale en maximale eisen die de kameraden dragen. Het strijdterrein is het sociale weefsel waarin we verwikkeld zitten. We krijgen te maken met enkele realiteiten die absoluut niet onbekend zijn voor kameraden: het subject arbeider en daarom uitgebuite, de sociale/economische ongelijkheid, de systematische en gerichte repressie tegen strijders en de autoritaire en verticale structuur zijn in hun fundamenten niet veranderd. Met andere woorden: de uitbuiting van de mens door de mens gaat zichtbaar verder (we lijden eronder; de democratische illusie met haar cultuur van vooruitgang en denkbeeldige insluiting die het kapitalisme realiseert doorheen de consumptie genereren een hoop nieuwe relaties. Oppervlakkige relaties van thuis naar het werk en van het werk naar het winkelcentrum doen zowel in de buitenwijken als in de consumptiecentra de directe relaties verzwakken en bemoeilijken de ontmoeting en de herkenning als gelijken in de categorie van Uitgeslotenen. Na de revolte in 2001 is één van de taken van de Argentijnse Staat zonder twijfel de vestiging en versteviging van de rol van de Staat geweest. Deze revolte gaf op de eerste momenten blijk van een sociaal vermogen tot zelforganisatie waaruit vele sociale projecten groeiden die weigerachtig stonden tegenover staatspolitiek. Dit werd grotendeels geblust door de tussenkomst van de linkse politieke partijen om zulke projecten te richten op de programma’s en strategische doelen van de partijen. Hierdoor kalfde veel af, ontstond veel ongeloof en vonden vele breuken plaats in de wijkassemblees waarvan een meerderheid verzwakt werd en andere ophielden te bestaan of ze werden volledig ingekapseld (wat zeker één van de doelen van de autoritairen en manipulators met hun discours over antikapitalisme en klassen na hun aanvaarding en deelname aan de sociale strijd.

De recuperatie van ruimtes die buiten de Staatsmacht staan gebeurde beetje bij beetje, ze verzwakten waardoor ook hun ideologie en bestaansreden verzwakte wat tegelijk te maken heeft met het feit dat een bepaalde klasse reeds economisch gerelokaliseerd was nadat daarvoor haar bankmogelijkheden ontnomen waren. Zoals steeds weet de macht met wie ze geen ruzie moet maken. De interventievermogens van de anarchistische kameraden waren helemaal niet geweldig, misschien omwille van hun weinige onderlinge relaties en wederzijdse kennis of omwille van hun geringe kracht. Verder dan duidelijke uiteenzettingen die zich aanpasten aan de werkelijkheid van deze periode was er nood aan veel kracht, kracht van hergroepering van projecten, om op een directe manier te coördineren en van concrete strijden binnen en buiten de anarchistische beweging – begrijpende dat zo’n beweging essentieel sociaal is en zonder dat aspect geen reden van bestaan heeft. Vanuit deze ervaring is een interesse ontstaan, een zekere afkeer van de conventionele politiek, een groeiende interesse voor de ideeën van absolute vrijheid en verwerkelijking van de vrije mens. Hierdoor werd een zekere impasse omzeild van de anarchistische organisaties en hun interne problematieken (vermogen en antwoorden op de verontrusting van wat er sociaal gezien aan de gang is) . Er vonden enkele interventies plaats in strijden voor de bezettingen van fabrieken, in het verzet tegen ontruimingen van bezette ruimtes

9

A RGENTINIË

Het organisatiedebat moet gevoerd worden binnen het kader van de sociale problematieken en ook buiten de anarchistische beweging. Debatten om tot ideologische overeenstemmingen te komen die ons samenbrengen in de sociale strijd als anarchisten en om die idee te verwerkelijken. We dringen erop aan dat het levensbelangrijk is om elkaar te ontmoeten, te herkennen, samen te komen, een praktijk van wederzijdse hulp, van solidariteit, van gezamelijke projecten, van interventie in de strijden te bewerkstelligen. Met volharding en wederzijdse goede wil. Laten we voor eens en voor altijd de catharsis, het personalisme, de competitie en de voorbijgestreefde argumenten achterwege laten. Met een zekere ontvredenheid zien we de geringe interesse van zowel individuen als groepen voor activiteiten in steun aan gevangenen en sociale strijden. Het symptoom van weinig solidaire praktijk en weinig reële interesse schreeuwt in onze aangezichten. We schrijven die zaken deels toe aan het ontbreken van ruimtes waar we elkaar buiten de groepen en collectieven kunnen ontmoeten om tot minimale akkoorden voor discussie en begrip te komen. Ons opnieuw bevestigen als anarchisten is geen makkelijke taak. Zonder twijfel beantwoordt dat aan de problematieken waarmee we te kampen hebben en de objectieve wil om die (soms tegen wil en dank) in al hun facetten te beschouwen. De onderlinge communicatie tussen groepen en editoriale collectieven is van vitaal belang – we moeten uit het virtuele stappen en autonome ruimtes voor discussie scheppen. Naargelang het moment en de mogelijkheden van de kameraden. De reden om deze dynamiek die wij van levensbelang achten aan te zwengelen beantwoordt niet aan het verkondigen van de eenheid van de anarchistiche beweging noch aan het gezamelijk produceren van een beginselverklaring. We willen de strijd tegen Staat en Kapitaal opvoeren, in de weigering van de politiek (een instrument van de macht), van hiërarchische relaties, van repressieve instellingen, van de uitbuiting in al haar vormen zonder de condities van geslacht en sociale minderheden te vergeten. Door reële en actieve deelname te scheppen waar geen enkele scheiding tussen theorie en praktijk bestaat. Met onze middelen (de agitatie en de propaganda) maar vooral door de anarchistische waarden in de praktijk te versterken, door de onderlinge realties tussen kameraden te versterken en één van onze meest concrete praktijken te verwerkelijken: de solidariteit in al haar destructieve/constructieve vormen.

waar kameraden aan deelnamen met hun ethiek van directe acties en wederzijdse hulp, met solidariteit tegen de privé-eigendom en het repressieve apparaat. Trouw aan hun ideeën, maar vanuit een participatieve deconstructie waardoor de kernvorming en deelname van de anarchistische beweging in haar geheel onbeduidend werd aangezien de bevestiging ontbrak van meer krachtige bases zowel vanuit de propaganda (die wij verstaan als theorie/praktijk) als vanuit de wederzijdse hulp in militante relaties. Vanuit de aandrang op agitatie, vanuit de praktijk van propaganda met uitgaves, blaadjes, pamfletten, discussies, filmprojecties, aanwezigheid op betogingen, graffiti’s, campagnes voor sociale gevangenen werd er in de loop van de jaren een begin gemaakt met een herstructurering in de debatten, in de analyses van verschillende groepen. Zowel qua hun zware en gestructureerde inhoud als in de elastische dynamieken, van de eerder culturele sectoren tot aan organisaties die de anarchistische idee van buitenaf opnamen met bepaalde staatssocialistische stelregels of met een volkspolitiek karakter. Deze organisaties plaatsten zich in de onmiddellijkheid van de strijd en stelden zich op als linkse politieke partijen in veel van hun praktijken.

10

Al deze bewegingen van minimale opzet en structuur groeiden niet uit het niets, maar in samenhang met de ‘sociale conjunctuur’, geïntegreerd in de problematieken van de uitbuiting van de mens door de mens; in de strijdverklaringen tegen autoriteit en uitbuiting zonder zo’n bepalingen te scheiden van de praktijk van doelen en middelen die wij beschouwen als één ideologische en ethische ontwikkeling. Het is de moment om ‘in de praktijk’ afspraken uit anarchistische waarden te maken om de relaties tussen anarchistische kameraden, groepen, collectieven, individuen en organisaties te versterken in de sociale strijd voor de anarchie.

[Gepubliceerd in Motin, publicatie van het CNA Buenos Aires, n°11, november-december 2007 ]

A RGENTINIË

OVER HET ANARCHISTISCHE ATHENEUM ANGELA FORTUNATO EN DE ARRESTATIES VAN 2006
P 23 JANUARI 2006 werd in de vroege ochtend het anarchistische atheneum`Angela Fortunato’ doorzocht door de DDI-eenheid van Avellaneda in samenwerking met de brigade voor diefstal en andere delicten van de federale politie. Deze operatie omvatte ook nog huiszoekingen in vier woningen van kameraden. Een aanklacht die bij de politie werd ingediend door iemand, die op dat moment nauw omging met een van de [opgepakte] kameraden, voerde aldus tot een repressieve spiraal die langzaam steeds verder werd opgeschroefd. Als gevolg van deze operatie bevinden zich twee kameraden als gijzelaars in een extra-beveiligd concentratiekamp in Buenos Aires en staat een kameraad op de opsporingslijst, aangezien hij zich gelukkig in geen van de doorzochte ruimtes bevond. Over de Ateneo kan gezegd worden dat die bestond uit een documentatiecentrum, een bibliotheek, een archief, en er werden in de drie jaren van haar bestaan diverse activiteiten en initiatieven ontplooid, het merendeel met betrekking tot de toestand van vervolgden/veroordeelden wijd verbreid over de aardbol. Tevens werden er videos getoond, debatten, infobijeenkomsten en demonstraties georganiseerd. Al datgene trok de aandacht van de handhavers van de gevestigde orde, die aanvankelijk terughoudend maar later steeds openlijker degenen die op deze plek opdoken, begonnen lastig te vallen. Vanuit de direct voor het pand geparkeerde beruchte Ford Falcons (die al ingezet werd tijdens de dictatuur) werd het lokaal in de gaten gehouden. Mensen werden gevolgd, nachtelijke verstoring onder het ene of andere voorwendsel. Mensen werden openlijk vanuit auto’s gefotografeerd, telefoons werden afgeluisterd en er stonden bijna 24 uur per dag agenten in burger of in uniform voor de deur. Al ditgeen veroorzaakte een klimaat van onrust en vervolging. Voor de kameraden die besloten de activiteiten gewoon voort te zetten was dit geen gemakkelijke opgave. Uiteindelijk zou de aanklacht van de genoemde persoon ertoe leiden dat de drie kameraden ervan verdacht werden direct betrokken te zijn geweest bij een overval en resulteerde in een reeks huiszoekingen waarbij ook beslag werd gelegd op het geld waarover men beschikte om de ruimte draaiende te houden. De aanhoudingen, de grote ophef in de media, de aanvankelijke verwarring en de begrijpelijke angsten leidden tot de sluiting van het lokaal en waren ook de oorzaak voor de stilte die tot op de dag van vandaag voortduurt, afgezien van het communiqué dat alleen maar melding maakte van de sluiting van het lokaal.

O

In 1922 gingen de troepen van kolonel Varela naar het bordeel nadat ze ongeveer 1500 arbeiders gefusilleerd hadden tijdens de conflicten die het subversieve Patagonië van toen agiteerden. Op deze bodem van eer, hoewel de wind nog de geur van het bloed met zich meedraagt, ontvingen vijf vrouwen die werkten in het bordeel Catalana de San Julian de soldaten met bezem- en stokslagen terwijl ze schreeuwen: “Wij zullen nooit met jullie slapen, bende lafaards en smeerlappen!” Uiteraard werden ze aangehouden en opgesloten, maar men zegt dat ze uiteindelijk vrijgelaten werden uit angst dat deze houding zich zou verspreiden. We weten niet hoe het leven van deze vrouwen was, maar hier onthouden we hun geste en hun waardigheid toen ze op een dag NEE zeiden. We openen dit atheneum met de bedoeling een ruimte te creëren waar de prioriteiten ontmoeting, ontwikkeling en versterking van affiniteiten en de vorming van krachten die in staat zijn te handelen in de sociale oorlog...[...]
[Uittreksel uit Voorstelling van het anarchistische atheneum Angela Fortunato, gepubliceerd in Libertad, n° 26, juli-augustus 2003]

Met betrekking tot de gegijzelde kameraden kan gemeld worden dat die kortgeleden in eerste instantie veroordeeld zijn tot respectievelijk 10 en 11 jaar gevangenisstraf. Met betrekking tot de derde kameraad, die tot dat moment degene was die de lokale Cruz Negra Anarquista groep draaiende hield, kan gemeld worden dat die gezocht wordt. De huiszoekingen hebben geen concreet bewijs opgeleverd dat hem in verband brengt met de hen toegeschreven daden. Desondanks is er wel een grote hoeveelheid publicaties en foto’s bij hem in beslag genomen. Er werd ook een kopie gemaakt van de harde schijf van zijn computer. Hetgeen er ons toe brengt om nu toch publiekelijk aandacht te vragen voor deze zaak, is dat we willen oproepen tot solidariteit met de kameraden en vrienden die gevangen zitten door het manoeuvre van de politie. Bovendien zitten deze kameraden, door de sociale omstandigheden waarin ze verkeerden, financieel aan de grond en ontbreekt het aan middelen om hen te ondersteunen. Anderzijds, en wat ons betreft van veel groter belang, zou er een debat op gang moeten komen over de invulling van het begrip solidariteit, hier en nu, met degenen die het slachtoffer worden van repressie. Tot slot willen we ons solidair verklaren met de vervolgde en veroordeelde kameraden en groeten wij hen die met ons een gemeenschappelijke weg afleggen. Enkele anarchistische kameraden van de Ateneo Anarquista `Angela Fortunato’ Voor meer informatie: angelafortunato@no-log.org

A RGENTINIË

OVER WAT ER GEBEURD IS RONDOM HET

ANARCHISTISCHE ATHENEUM ANGELA FORTUNATO
Een noodzakelijke uitleg Wij denken dat de discussie en het debat een gezondere wending nemen wanneer ze gebaseerd zijn op concrete ervaringen. Vandaaruit verrijkt het debat op een reële manier de mogelijkheden tot acsamenleving in een poging om de principes die het anarchisme wil smeden, te bereiken (te concretiseren). Wij denken dat als je van daaruit vertrekt alles ‘ideologisch’, in de zin van behorende tot het domein van ideeën, wordt. In de immense hoeveelheid sociale gebeurtenissen (incidenten) die elkaar dagelijks opvolgen, vinden wij motieven om na te gaan waarom die al dan niet berusten op ideeën. We moeten een aantal zaken uitleggen. Uiteraard kan het dat we het niet eens zijn over de manier waarop we kameraden zoeken - we hebben het hier niet over de verhouding tussen middelen en doelen want het onderwerp is voor ons, kameraden van het Atheneum, glashelder – maar over hoe deze zoektocht aan te gaan, in de informaliteit en door andere en onconventionele vormen te bedenken om ons tot elkaar te verhouden en te agiteren in relatie tot de feiten. Het is vanuit deze visie dat we begonnen zijn vorm te geven aan dit project en er leven in te blazen. Een bibliotheek, een videotheek, een huis voor kameraden die van overal bij elkaar kwamen. Het is in deze context dat deze ruimte gegroeid is en het levenslicht gezien heeft. Zo moet men ook begrijpen dat het anarchistische Atheneum ‘Angela Fortunato’ nooit heeft toebehoord aan een bepaalde groep, maar dat dit project in de steigers gezet is door enkele individuen die dachten, en nog steeds denken, dat de bibliotheken en ontmoetingsruimtes overal vermenigvuldigd zouden moeten worden. Dat is alles. En als daarna mensen van verschillende groepen of hun respectievelijke groepen daar beland zijn, dan is dat omdat ze zich identificeerden met deze ruimte. Dit vertrekpunt is tegelijkertijd inleiding en uitleg. Maar de voornaamste bestaansreden van deze tekst bestaat erin om het laf verhulde debat te laten beginnen. Laf, want twee kameraden zitten momenteel in de gevangenis met veroordelingen van 10 en 11 jaar, terwijl een derde op dit moment al meer dan een jaar in de clandestiniteit zit. De oogsttijd is voorbij De repressie heeft dus drie kameraden van het Atheneum geraakt, waarvan één iemand (die op de vlucht is) zich bezighield met het Cruz Negra Anarquista (ABC) van Buenos Aires. Ze worden beschuldigd van een inbraak op 18 december 2005 in het productiehuis Ideas del Sur, eigendom van Marcello Tinelli, een mediatieke ondernemer en televisiedirecteur die gekend is voor zijn grootse werk van ‘culturele opvoeding’ van de bevolking. De meest gecompromiteerde kameraad (die verklikt werd door één van zijn ‘kennissen’) heeft beslist om de feiten te bekennen in de wetenschap dat hiermee de enorme druk die uitgeoefend wordt door de veiligheidstroepen op jacht naar schuldigen op een bepaalde manier zou afnemen. Daarenboven moet de firma die instaat voor de veiligheid van het productiehuis (en die deel uitmaakt van de politie) nu de enorme sommen die ze ontving rechtvaardigen om te vermijden de publieke clown te worden. De andere kameraad werd veroordeeld naar de Wet Blumberg op de veronderstelling van schuld, terwijl hij nog twee maanden voorwaardelijk had staan. Zijn inbeschuldigingstelling berustte op één enkel materieel element: een portefeuille die hem gegeven was en die één van de objecten zou zijn die tijdens de overval ontvreemd werden. Dit bewijs werd nadien afgewezen. Hij is maar door één van de aangevallen veiligheidsagenten herkend en dat slechts bij de tweede confrontatie. Maar hij leefde in een sloppenwijk, hij is gebruind en heeft maar “weinig inkomsten”. De rechter stond zichzelf toe de veroordelingen uit te vaardigen terwijl hij een diner met zijn schoonmoeder en een golfpartij regelde, tussen grapjes en schatergelach door. Van de angst, verwarring en initiële stilte, over de communiqués en infor-

tie en bevestiging van onze ideeën, omdat het gevoed wordt met een geleefde ervaring, met het feit elkaar te kennen en te herkennen in de eigen beperkingen en mogelijkheden. Laten we beginnen bij het begin

12

Sinds haar opening midden 2003 heeft het anarchistische Atheneum ‘Angela Fortunato’ van Avellaneda in Buenos Aires een fysieke ruimte willen zijn om te proberen deelnemen aan de agitatie voor een revolutionaire sociale verandering en die te beïnvloeden. Als anarchisten denken wij dat het anarchistische idee sociaal is, dat dit idee zich met andere woorden werpt op de hele

A RGENTINIË

matie die we verspreid hebben om te proberen de onderdrukte kameraden te ondersteunen tot de realiteit van het geuite antwoord van een anarchistische beweging die zich tegenover genante feiten is gaan verschuilen achter een reeks valse argumenten, komt de noodzakelijkheid van een debat aan het licht dat wij onmisbaar achten. Zeker als je rekening houdt met de commentaren over wat er gebeurd is die we nog elke dag moeten aanhoren. Sommigen beweren dat deze personen geen anarchisten zijn, dat slechts één van de gevangenen een kameraad is maar dat eigenlijk geen één van hen werkelijk kameraden zijn, dat de informatie verward is, dat ze deden wat ze gedaan hebben voor hun eigen rekening, dat er plannen zouden gevonden zijn in het Atheneum... en dat alles wat we daar geleefd hebben gewoon een leugen is, dat we liegen, dat we allemaal leugenaars zijn en dat het Atheneum niets met politiek te maken had. We zullen eenvoudigweg antwoorden dat er een huiszoeking geweest is in een anarchistisch lokaal [op 23 januari 2006], dat er twee mensen aangehouden zijn en veroordeeld werden tot 10 en 11 jaar en dat één kameraad nog steeds op de vlucht is. We zullen gewoon antwoorden dat de commentaren die we hierboven citeerden afkomstig zijn van personen die niets van zien hebben met onze ideeën. Deze zinnen spreken voor zichzelf... we zijn ons bewust van de verwoestende effecten van de repressie, vooral wanneer je die frontaal op je bakkes krijgt... maar deze personen hadden ons al veroordeeld voordat de politie dat deed. We zijn niet van zin om hier hun ellende op te lossen, het gaat hier niet over rancune of ressentiment. Het daarbij houden zou gelijkstaan met het reduceren van deze feiten tot een persoonlijke kwestie en het vermijden een thema aan te snijden waarvan we denken dat die ons als geheel aangaat, als ideeën die we beweren naar voren te schuiven – omdat we even vaak mensen gehoord hebben die zeggen dat ze met de hele zaak niets te maken hebben, dat ze zich er niet mee gemoeid hebben... Zo komt men tot het verstikken van een debat, tot ons doen zwijgen. Het lijkt ons belangrijk deze details aan

te halen, want dat geeft een duidelijk beeld van de realiteit van ‘de beweging’ en het weerspiegelt tegelijkertijd een diepgaande houding. Zelfs van veraf bekeken zou ons dat niet mogen verbazen; het is de projectie van een houding die we hebben kunnen waarnemen vanaf dat de repressie zich begon te roeren rondom de ruimte en diegenen die er actief waren [schaduwen, aanwezigheid van flikken aan het atheneum of aan privé-woningen]; terwijl de politionele omcirkeling zich sloot en wij niet in staat waren om het debat van de ‘politieke verschillen’ aan te kaarten, werden opportune afstanden genomen. Wij zien de noodzaak om, naast andere zaken, een beetje over onszelf te praten, want een uitgediepte kritiek en discussie transformeren ons tot een oprechte kracht die wil groeien en verbeteren. Dit om niet te eindigen een karikatuur van onszelf te maken en nog koren op de molen van de karikatuur te gooien die we bestrijden. Daarenboven zou het makkelijk zijn om bij de anderen alleen maar de houdingen te zien die we verwerpen omdat we begrijpen dat ook dat een gewoonte geworden is. En aangezien we onszelf identificeren met een ideeënstroming, kunnen noch willen we onszelf als buitenstaanders voorstellen van wat er gebeurt en eveneens een uitdrukking is van deze beweging. We hebben inderdaad ook discussies, debatten, activiteiten en projecten gedragen, vandaar de gemeenschappelijke situaties en ervaringen die we opgewekt en mogelijk gemaakt hebben. En we alluderen niet op dat ene punctuele feit [de inbraak in kwestie]. Het is onbetwistbaar belangrijk om de manier waarop we ons tot elkaar verhouden te herzien en ook het feit in overweging te nemen dat we op een bepaalde manier bijgedragen hebben aan de heersende lichtheid, zeker wanneer het gaat over omgaan met bepaalde onderwerpen. We zeggen eenvoudigweg dat de werkelijkheid waarin we leven in haar geheel erg hard is en zo tegenovergesteld is aan wat we naar voren willen schuiven, dat de enige manier om hier versterkt uit te geraken, het assumeren is. Omdat we ook de onuitputbare bronnen ontdekken en hoe schitterend een

menselijk wezen zijn kan wanneer hij zich voorneemt de werkelijkheid onder ogen te zien die hij te moeilijk acht om te assumeren. In tegenstelling tot wat er gebeurt wanneer we ons dag na dag afvragen hoe de dood, de honger en de onrechtvaardigheid voor de ogen van duizenden mensen gebeuren die dat als normaal beschouwen. In ons geval kijken we naar het verleden, we beschrijven de grote gebeurtenissen op 15 000 km van bij ons [Europa dus] of we bekritiseren links, maar we zien niet wat we tegenover ons hebben staan, we zien onszelf niet. Dit is het mechanisme dat de macht gebruikt om een volledige bevolking te onderwerpen. Het versterkt zich met onze zwakheden, die dat zijn naargelang we ze niet assumeren. En als we daar niet mee breken, brengen we op onze beurt de boodschap van de macht. Vandaaruit een boodschap van agitatie dragen, is op z’n minst erg. We hebben als referenties ideeën, net zoals een ethiek. De ideeën en ethiek die we willen voeden en waarmee we ons voeden plaatsen ons voor de zoektocht en de uitdaging naar een nieuw menselijk zijn, nieuwe waarden en dat is wat het verschil maakt met de politiekers die iets zeggen en iets helemaal anders doen. Er is amper nood aan om hier verder over uit te wijden, want de meeste mensen zijn er zich min of meer bewust van. Op dit moment praten we over de ontwikkeling van het anarchisme, over het aanmoedigen van revolte, haar een po-

13

A RGENTINIË

litiek karakter te geven en we denken op die manier mensen bij de beweging te krijgen en ideeën onder de bevolking te verspreiden. Sinds het begin denken wij, wat ons betreft, dat wat er gebeurd is op zich een mogelijkheid is om nieuwe situaties te genereren, onze woorden met daden te versterken in de dagelijkse omgang en om definitief dat dualisme tussen woorden en daden achter ons te laten dat zoveel opbrengt voor de macht en zovele ravages veroorzaakt onder revolutionairen. Onze kameraden uit Italië, die een zeer harde repressie ondergaan (en misschien daar wel voor), hebben dat ook op deze manier begrepen. Met kameraden uit Frankrijk en Spanje, waren ze aanwezig op dit debat, met een concrete praktijk, met de onschatbare steun die ze gegeven hebben aan de beklaagden en die ze ons via andere kanalen blijven geven.

verschillende tijdsgebonden terreinen waar men zich begeeft. De benaming insurrectionalistisch dient, wanneer ze geen referentie heeft met een specifieke invalshoek, de bureaucraten om zich te distanciëren en aan de stoute jongetjes om nog stouter te zijn. Maar de onwankelbare revolutionairen zijn niet bereid om een slechte indruk te maken tegenover de bende die altijd dorst naar de laatste tekst van Bonanno. Dit gezegd zijnde omdat men veel praat over een cultuur van veiligheid, maar weinig over de cultuur van angst die ze ons willen opleggen. We gaan niet uitwijden over solidariteit en haar duizend uitingen, niet meer dan over onze bijzondere gevoeligheden, maar het is een feit dat we de kracht niet gehad hebben om een antwoord te geven en de limieten van het assistentialisme dat we zo bekritiseren te overstijgen. Het handvol kameraden dat de situatie geassumeerd heeft, heeft zich in de eerste plaats gericht tegen een houding waar het redden wie zich redden kan vooropstond, het “moei je er niet mee” en het koor van de stilte als het al geen lastering van de beklaagden, de gevangenen en de opgejaagden was. Ons op onszelf terugtrekken leek ons geen alternatief. We wilden evenmin wachten tot de intellectuelen ontcijferden wat de Stat is om te kunnen ageren. We willen de valse dichotomie niet versterken tussen diegene die stenen smijt en diegene die schrijft en al evenmin ons gaan verschuilen in de kathedralen van de institutionele kennis op zoek naar minder problematische aanhangers om hen lessen te kunnen geven. Want zolang we de voorkeur blijven geven aan veiligheid boven de verkenning van onze mogelijkheden, zullen we dit heden blijven ondersteunen. Rest ons de bittere nasmaak te weten dat een vastberaden antwoord een andere werkelijkheid had kunnen betekenen, dat we een ander heden hadden kunnen bouwen en dat we bezig zouden kunnen zijn met over andere dingen te praten – misschien wel met één

van de kameraden die vandaag gegijzeld worden. Maar momenteel hebben Staat en politie ons kameraden en een lokaal afgepakt en de repressie lijkt te kunnen doen met ons wat haar goeddunkt. Rest ons de vreugde elkaar te ontmoeten, elkaar te kennen en elkaar te herkennen; te weten dat deze situatie ons versterkt heeft in de banden die ons samenbrachten en ons vandaaag nog sterker verbinden; de vreugde van de solidariteit en de affiniteit. De politie heeft ons onze vrienden en kameraden niet kunnen doen afzweren, ze heeft ons niet kunnen brengen tot onszelf verantwoorden met zinnen die elk debat annuleren, debat dat sommigen weigeren aan te gaan uit loutere angst voor de repressie. Met een oneindige woede in het hart en de daad hoog groeten we de opgesloten kameraden en vrienden; en allen met wie we, op één of andere manier, een weg delen. Dat de Staat en al haar gevangenissen instorten. Voor de absolute vrijheid. Dat de anarchie leeft! Vrienden en kameraden van het Atheneum

Draden doorknippen...

Vandaag en nu

14

Diegenen die praten over insurrectionalisme willen zich losmaken van een oncomfortabele situatie door afstand te nemen met een gedifferentiëerde benaming. Voor ons bestaat er geen insurrectionalisme. Het gaat over verschillende manieren die anarchisten gebruiken om te interveniëren in het conflict, over verschillende manieren om zich te organiseren en over de

[Gepubliceerd in het derde bulletin van de Coordinacion anticarcelaria del Rio de la Plata, winter 2007]

A RGENTINIË

Op 4 en 5 november 2006 vond in Montevideo (Uruguay) de 16de Iberisch-Amerikaanse Top van staatsleiders plaats. Iets meer dan een jaar nadat het Frente Amplio (een coalitie die de meeste linkse partijen en de hoop op verandering van velen bijeenbrengt) in Uruguay aan de macht gekomen is, heeft de regering controle verworven over de Staat. Haar beloftes van sociale verandering voeden zich met de illusie van de mogelijkheid van een kapitalisme met menselijk gelaat, in een regionale context met Chavez in Venezuela, Lula in Brazilië, Kirchner in Argentinië, Bachelet in

Chili en Morales in Bolivië. De liberale politiek hield niet op en de voormalige Uruguayaanse guerilleros van de Tupamaros die nu aan de macht zijn proberen met een populistisch discours hun krachten voor de kapitalistische zaak te bundelen. Een jaar daarvoor, op 4 en 5 november in Mar del Plata (Argentinië), tijdens de vierde top van Amerika die alle presidenten van de kapitalistische democratieën van Amerika bijeenbracht, kwam de hypocrisie van de Uruguayaanse regering nogmaals aan het licht. Ze sloten handelsakkoorden onmiddellijk naar buiten en haastten zich om het ‘slechte gedrag’ te bekritiseren. Ze zeiden dat hoewel de vernielingen te voorzien waren, dat sommige vernielingen er toch niet minder ontoelaatbaar door werden zoals de beschadiging van kleine handelszaken en auto’s. Zich van hun beste kant tonen. Dat is alles wat er overblijft om te doen voor diegenen die wachten op de massa’s, voor diegenen die bereid zijn om alles te geven voor de propaganda.

met Bush terwijl die onderhandelde met zijn zogenaamde gepriviligieerde bondgenoten, de ‘progressieve kapitalistische regeringen’. Op 4 november mondde de betoging in Montevideo tegen deze Top uit op aanvallen en rellen in Ciudad Vieja (de zakenwijk). De flikken schoten met scherp, vijftien mensen werden gearresteerd en vier werden opgesloten op basis van een artikel uit 1934 van de strafwet over ‘opstand’. De vier kwamen pas op 9 december buiten na een mobilisatiecampagne die in het bijzonder de klemtoon legde op de contradicties van de vers verkozen ex-guerilleros.

IN STEUN AAN
DE VANDALEN VAN CIUDAD VIEJA
ETGEEN GEBEURD IS plaatst ons tegenover wat we al wisten: het is in de conflicten dat je kan zien wie de verdedigers van de bestaande orde zijn en wie er komaf mee wil maken. De verdedigers van de orde tegen de vandalen. Zoals tevoren in Tres Cruces, Euskalerria of in de buitenwijk van Los Bailes regende het beschuldigingen voor vernielingen, altijd vanuit dezelfde hoek van linksen en rechtsen die verenigd zijn in de verdediging van de Staat, in de verdediging van de orde. Vergis je niet, deze vernielingen, deze aanvallen tegen goederen, deze aanvallen tegen het kapitaal, zijn niet op zich revolutionair (in de zin dat ze niet de totale vernietiging van de huidige orde betekenen). We hebben dan nooit beweerd. Hetgeen gebeurd is plaatst ons tegenover wat we al wisten: sommigen zullen het onmogelijke doen om het kapitaal en haar nieuwe regering te plezieren. De macht, vandaag links, moet blijk geven dat ze het kapitaal beter kan beheren door de uitbuiting te ontwikkelen zonder dat er zich problemen voordoen. De idee van het ‘links van de verandering’ bestaat uit kruipen om investeringen aan te trekken, uit het bewaren van de orde. De nieuwe managers van de uitbuiting hebben laten weten dat zij meesters zijn die de moeite waard zijn terwijl ze ons proberen vernederen met hun onnozel geklets. De feiten hebben aangetoond, en dat is geen toeval, dat er bij de verschillende betogingen tegen Bush die hier plaatsvonden maar ééntje tussen zat die echt antikapitalistisch was. De feiten hebben aangetoond dat vele mensen bereid zijn om quasi alles te geven voor de propaganda. Naast de PCU, de MPP en andere regeringspatijen (de waarlijke verdedigingslinie van de kapitalistische democratie), traden vele linkse groepen

H

II De mensen die deelnamen aan de betoging hebben banken en andere instellingen aangevallen, zonder twijfel op een beetje snelle manier. Enkele tags volstonden opdat de wanorde zich verspreidde, een term waarvan de revolutionaire leiders en politieke sprekers in het algemeen zich graag van bedienen. Het gebrek aan organisatie van het geweld valt eenvoudig uit te leggen: het begon vanuit verschillende plekken in de straat en vanuit verschillende groepjes die daarom nog geen ervaring hadden met dit soort dingen. Diegenen die gewend zijn aan stenen werpen zaten vast en zeker tussen jongeren die nog nooit gesmeten hadden en dus ook bijvoorbeeld het terugbotsen niet konden inschatten. Maar dit interesseert ons eigenlijk niet. Het belangrijke is dat een grote woede losbarstte terwijl het vandaag een privilege geworden is om op de vuist te gaan met de wereld, het kapitaal en om in de straat de smeerlappen of hun verraders te kunnen aanpakken. Het lijdt geen twijfel dat er een gebrek aan ervaring was in de straatrellen, maar dat komen we snel te boven met een beetje praktijk.

15

URUGUAY

AANVAL

OP EEN KANTOOR VAN

DE COMMUNISTISCHE PARTIJ IN

MONTEVIDEO
“Vorige nacht, 23 oktober 2006, werd een molotovcocktail (goed gevuld met benzine) gesmeten tegen een lokaal van de communistische partij. Die maakt eveneens deel uit van het Frente Amplio (de linkse alliantie die momenteel aan de macht is), die zoals eender welke regering zich tevreden stelt met het beheren van onze ellende en de uitbuiting ten voordele van de belangen van de machtigen. Het is daartegen dat wij revolteren. Wat een plezier om een lokaal van de rode politie in vlammen te zien opgaan! WEG MET DE TOP! * LANG LEVE DE SOCIALE REVOLUTIE! De Furie van Kronstadt.” *De Iberisch-Amerikaanse Top van 4 en 5 november 2006, nvdv.

Deze praktijk lijkt zich evenwel uit te breiden na jaren van beklemming en verlies van gewoonte. De democratie van het Kapitaal is niet alleen maar in de schrijfsels van militanten en journalisten doorgedrongen, maar doorheen de jaren heeft ze ook een praktijk van nietsdoen teweeg gebracht en een moraal van verdediging van de koopwaar en van sociale pacificatie bevordert. Maar de ontevredenheid heeft de bovenhand gehaald. De jongeren, jongens en meisjes, ontsnapt aan de houdgreep van het progressisme en haar politiek en niet deelnemend aan de veralgemeende leugen, hebben hun verbeelding de vrije loop gelaten. Het is hun buik die beslist heeft over de wending die die dag genomen heeft.

zijn met de huidige gang van zaken toen ze komaf maakten met de koopwaar die hen verboden wordt; of met de symbolen van diegenen die hen dagelijks uitbuiten en kwetsen. Integendeel, op dat moment vochten de vandalen voor zichzelf. Propaganda is niet het belangrijkste, wel de ontketening van de verlangens om het financiële kapitalisme aan te vallen, de banken, de kantoren, de auto’s enzovoort. Indien er gevallen van diefstal zouden zijn geweest – in werkelijkheid weten we niet of dat gebeurd is of niet -, dan zouden er nog anderen zijn komen aanstormen om duidelijk te maken dat de orde gerespecteerd moet worden. Vanuit het gezichtspunt van de militanten van de bestaande orde, de apostelen van het recht, van de propaganda, van de koopwaar, hadden de gerevolteerden geen enkele geldige reden die zou verantwoorden wat ze gedaan hebben. Maar ze hebben hun redenen verkondigd in hun acties, ze hebben hun slogans in daden omgezet, ze hebben met hun handen gesproken – zonder enige bemiddeling. IV Ondanks al hun inspanningen, zijn ze er niet in geslaagd om goed uit de hoek te komen om de eenvoudige reden dat dat niet de bedoeling was. De ‘Antikapitalistische Tour’ is er door overhoop gehaald. Er werd niet gezocht naar de steun van de ‘contemplatieve massa’s’, laten we nog maar eens herhalen. Het gaat in de omgekeerde richting, er werd gevochten voor diegenen die wilden vechten, voor onszelf. Diegenen die hoopten op een gemeenschappelijke betoging zijn verzeild geraakt in wat het geworden was: een aanval zonder bemiddeling of bemiddelaars. Het feit te overtuigen en de propaganda hebben plaats gemaakt voor reële verandering. Er is een breuk geweest in de politiek van de schijn. De feiten plaatsen ons met de rug tegen de muur: of je verwerpt de orde en je verandert haar; of je zet het ritueel van het protest voort. We zouden nog vele andere dingen kunnen zeggen. Het is niet dat we geloven dat er een zware slag toegebracht werd aan het kapitaal of iets in die zin, maar we zien wel hoe de feiten momenten creëren om te zeggen en te doen – niet voor grote toespraken. Diegenen die de orde breken zijn delinquenten. We kunnen de vernietiging van een maatschappij van uitbuiting en ellende enkel naar voren schuiven als we de daden ondersteunen die haar vernietigen. Wij zijn delinquenten.

III Juist na de feiten heeft het progressisme haar veroordeling gelanceerd en vele linksen traden naar buiten om, als het al niet was om de dag te veroordelen, de vergissingen te benadrukken en soms zelfs om zich te dissociëren. Het was de nachtmerrie van elke militant, de aanwezigen hebben het protest gevandaliseerd, de propaganda vergeten en gedaan wat hun slogans hen zeiden. Velen hebben ook geprobeerd om naar buiten te treden om verklaringen te verkondigen die als excuses klonken, zich te distantiëren van de methodes of te weigeren erover te praten. Maar hoe kan je het niet over de methodes hebben? Diegenen die zich distantiëren van de methodes om het kapitaal te vernietigen willen vast en zeker dat het blijft of willen het beheren. Als goede verdedigers van de maatschappij zullen ze proberen om het onderwerp van de echte kwestie weg te zappen. Het kapitaal kan niet op een sympathieke manier beheert worden, want zo kan je geen komaf maken met de domesticatie en uitbuiting die we ondergaan. De echte, meest belangrijke kwestie wordt juist gesteld door de methodes; wat vernietigt moet afgeschaft worden, dat is wat de stenen duidelijk gezegd hebben. De vandalen deden op geen enkele manier aan marketing of propaganda van brave, verantwoordelijke jongetjes die begaan

16

[Pamflet dat circuleerde in Montevideo in november 2005]

URUGUAY

Sinds links in maart 2005 voor de eerste keer in de geschiedenis van Uruguay aan de macht kwam, hebben ze van de slogan het “productieve land” ontwikkelen hun leitmotiv gemaakt. Ze toonden voor een zoveelste keer de continuiteit tussen de linker- en rechterhand van het Kapitaal aan door de investeerders te blijven aanmoedigen het land te plunderen en haar arbeidskrachten uit te buiten. Momenteel is hun grootste zwendel de inplanting van cellulosefabrieken (die pasta maken waarmee, eens geëxporteerd, papier wordt geproduceerd) van de Finlandse en Spaanse bedrijven Botnia et Ence.

De eerste fabriek, die gebouwd werd langs de oever van de rivier Uruguay, een aftakking van de rio de la Plata die de grens met Argentinië vormt, riep heel wat weerstand op van de omwonenden. Langs Argentijnse kant wordt de brug van Fray Bentos al maanden permanent geblokkeerd door leden van de Assemblee van Gualeguaychú; twee andere bruggen (in Paysandú en in Salto, de enige andere grensposten van deze route) worden regelmatig geblokkeerd. Tegenover dat protest zet de regering van het Frente Amplio (‘Breed front’, de centrumlinkse coalitie) zonder blikken of blozen het

wapen van het meest ranzige nationalisme in om de bevolking achter haar te scharen. De enige vakbond PIT-CNT heeft langs haar kant haar initiële verzet op ‘afwachten’ gezet naar het beeld van dat hele zootje para-institutioneel links dat ‘kritische’ steun geeft aan de regering. De anarchisten lijken wel de enigen te zijn die nog regelmatig de muren in de stad beschilderen om uiting te geven aan hun radicale weigering van de cellulosefabrieken of die daar op andere gelegenheden met pamfletten aan herinneren.

DE REDENEN VOOR DE WEIGERING
VAN DE CELLULOSEFABRIEKEN
P DIT MOMENT WORDEN in Uruguay enorme cellulosefabrieken ingeplant. De ene is eigendom van het bedrijf Ence (Spanje) en de andere van Botnia (Finland). Een derde komt eraan, het bedrijf Stora Enso (Zweden-Finland) is al bezig om een deel van de 100 000 hectaren grond aan te kopen die ze nodig heeft voor de teelt van haar product, de eucalyptusplanten. Cellulose is de grondstof voor de fabricatie van papier. In dit soort fabriek haalt men de cellulose uit de bomen, bleekt men het en maakt er vervolgens een pasta van die – in dit geval – zal geëxporteerd worden naar andere landen om er papier van te maken. De bevoorrading van deze bedrijven vereist grote domeinen met monocultuur (vooral eucalyptus). Daarom zijn ze eigendom van en/of verbonden met ontbossingsbedrijven. Ence is verbonden met Eufores, Botnia met Forestal Oriental. De kap zonder onderscheid en de consumptie van de oerwouden op de hele planeet veroorzaken een versnelde ontbossing van 15 miljoen hectaren (bijna een Uruguay) per jaar. Meer precies: de rijke landen die al verzadigd zijn door een hoge graad van vervuiling en die soms beschermingscampagnes van hun bodems en waters op poten zetten, hebben beslist – aangezien ze hun consumptieniveau niet willen verlagen – om hun meest vervuilende industrieën te verhuizen naar het Zuiden [en naar Oost-Europa of China]. We kunnen ons vragen stellen bij het waarom van de productie van zoveel papier dat vooral de belangen van het Kapitaal dient: denk bijvoorbeeld maar aan het propagandabombardement dat dagelijks in de vorm van folders met flitsende kleuren in elke woonkamer plaatsvindt... om iets te proberen verkopen. Om het spektakel van de koopwaar te blijven voortzetten. Denk maar aan al de verpakking of aan facturen en andere administratieve formulieren... Samengevat komen we tot een sterke concentratie en transnationalisering van de grond, tot immense domeinen met monocultuur van genetisch gemodificeerde soja of rijst die bestemd zijn voor de export, tot intensieve bosteelt om cellulosepasta te produceren. De export van grondstoffen uit mijnen en uit de visindustrie verdient eveneens onze aandacht. Ze zijn bezig de invoering van het Plan IIRSA te versnellen, gelinkt met het Plan Puebla-Panamá dat de bouw van Noord-Amerikaanse militaire bases voorziet in ZuidAmerika. Dat alles tezamen met biotechnologische onderzoekscentra en enorme druk op deze landen om vrijhandelsakkoorden te bekomen.

O

Uruguay heeft overvloedige voorraden zoetwater, uitgestrekte natuurlijke prairies en gronden die erg geschikt zijn voor landbouw. Tussen 1930 en 1960 werd op vraag van de internationale markt een model ontwikkeld dat de industrialisering van de textiel-,

leer-, vlees-, melksectoren enzovoort stimuleerde. De laatste decennia werden deze fabrieken voor grondstofverwerking ontmanteld om de grondstoffen direct te exporteren. Vandaag profiteren de multinationals van de dienstbaarheid van regeringen, zoals wel geweten is. De druk van internationale organen zoals de Wereldbank, het IMF en de BIRD kwam als vergiftigde regen (die niet op zich zal laten wachten eens de cellulosefabrieken in gang gezet worden) uit de lucht plensen. In 1987 werd er bijvoorbeeld een wet over bosbouw (n° 15.939) doorgevoerd. Daarna kwamen de staatsubsidies voor bosbedrijven, belastingsverminderingen, vrijzones en alsof dat nog niet genoeg was, heeft de Staat er zich toe verbonden om in geval van oorlog, natuurrampen of opstand (laat ons hopen) schadeloosstellingen uit te betalen aan de bedrijven. Dit laatste punt staat in het Akkoord over de Bescherming van Investeringen dat op 21 maart 2002 tussen Uruguay en Finland gesloten werd – van groot belang voor Botnia. De impact van de bosbouwmonocultuur Aangezien de bomen als militairen in rijen geplant worden, groeit er niets onder omdat die zoveel plaats innemen dat zelfs de zon-

17

URUGUAY

nestralen de grond niet bereiken om de fotosynthese te bewerkstelligen. Er groeit niet het minste kruid. In dit dodenlandschap hoor je geen enkele vogel, er heerst een begrafenisstilte die alleen maar gebroken wordt door het krispen van de verdroogde bladen wanneer je erop loopt. De eucalyptus verbruikt grote hoeveelheden water (daarom dat die hier zo snel groeit) waardoor de bodem verarmt en het onmogelijk is om in de nabijheid van deze monocultuur iets anders te planten. Bewijs daarvan zie je bijvoorbeeld in het feit dat de gemeente water moet verdelen aan de kleine producenten in de omgeving die voordien hun water uit putten haalden. Deze monoculturen vernielen alle biodiversiteit en, aangezien wij er ook deel van uitmaken, vernietigen ons beetje bij beetje. Aangezien we er eveneens van afhankelijk zijn, ontnemen ze aan vele individuen levensnoodzakelijke middelen en laat hen achter zonder enige autonomie. Eens de bodem niets meer geeft, worden ze vaak gedwongen om hun grond aan een smerige prijs te vekopen aan bedrijven die er grootgrondgebied van maken. Hele bevolkingsgroepen (soms na verzet) gaan uiteindelijk de ellendige buitenwijken aanvullen. Wat leven met al haar biodiversiteit was, is nu niets meer dan een dodenlandschap; een eendimensionale manier om de dingen te zien waarin de winst op alles voorgaat.

pelbazen, tussenschakels zonder scrupules (zoals elke kapitalist), waardoor de bedrijven bij een ongeluk hun handen in onschuld kunnen wassen. Er gebeuren trouwens vaak ongelukken aangezien er geen enkele veiligheid is en aangezien de arbeiders verplicht worden altijd te blijven doorwerken, zelfs als het onweert. De gevallen van arbeiders die verpletterd worden door omvallende bomen zijn niet uitzonderlijk, maar zoals gewoonlijk heeft “men niets gezien”. Er is geen sprake van elektriciteit of drinkbaar water, meer nog, het water dat gedronken wordt komt uit oppervlaktebronnen die vergiftigd zijn door groeiversnellers en ziektes die gepaard gaan met stilstaand water. Ik denk dat deze enkele voorbeelden volstaan om de situatie van de bosarbeiders te schetsen. Een courante situatie die evenzeer gevoed wordt zowel door de materiële als spirituele armoede van deze wereld. Als een vreemde herinnering is deze situatie niet zo ver verwijderd van het Mexicaanse Chiapas in de jaren 20 die door B. Traven in De revolte van de gehangenen beschreven wordt. Kanker Na een reis die niemand ooit zal kunnen betalen, met een idiote glimlach rond hun lippen en met het symbool van de dollar die schittert in hun ogen, komen deze ‘respectabele’ heren investeren in ‘ons land’. Ze gaan vergezeld van de opgebruikte plaat die de media herhalen over dat “we nood hebben aan investeerders om de economie te verbeteren, opdat er geld binnenkomt.” En iedereen trekt daar de idiote conclusie uit dat als er geld het land binnenkomt, we het resultaat in onze portefeuille zullen zien. Dat is even waar als wanneer ze ons verzekeren dat de spitstechnologie van deze fabrieken geen enkele vervuiling zal veroorzaken. Maar laten we het bijvoorbeeld over de doordringende organische vervuiling hebben van het bio-accumulatieve type (wat betekent dat die niet vergaat maar zich doorheen tijd en ruimte blijft ophopen in verschillende organismen) zoals dioxines of polychloraatfluorures die extreem giftig zijn. Deze vergiftiging zal in de rivier Uruguay terechtkomen, in de lucht en – door de giftige regen – in de bodem, met andere woorden in de landbouw en in ieder van ons. De ramp van Valvidia In de stad Valvidia in Chili kan je voorbij de rivier Crucus komen, een vochtige zone die een rijke diversiteit aan waterplanten, vissen en vogels bevat. Een bijzonder dier is de zwaan met zwarte hals, met zijn elegante manier van zwemmen. Dit kleine paradijs werd evenwel verwoest op 30 januari 1994 toen de cellulosefabriek Arauco in gang gezet werd. De fabriek is eigendom van de Angelini-groep, één van de belangrijkste wereldproducenten van vismeel en die eveneens belangen hebben in brandstoffen en in de bosindustrie. Haar voornaamste activa zitten verenigd in de Empresas Copec, dat momenteel een gediversifieerd bedrijf is en een belangrijk aandeel heeft in de houthandel via haar filiaal Cellulosa Arauco. Het is het grootste Chileense bedrijf geworden in termen van kapitalisatie van hout. Er was nog geen maand voor nodig na haar inwerkingtreding toen de bewoners van de omliggende steden van Valvidia begonnen te protesteren tegen de ondraaglijke stank die afkomstig was van de cellulosefabriek die nochtans uitgerust was met de laatste Finse technnologie. Al snel begonnen de ademhalingsproblemen, allergieën en irritaties te vermenigvuldigen. De zwanenpopulatie daalde van 12 000 tot 1500. Vanwaar zo’n slachting? Omdat het afvalwater dat in de rivier geloosd wordt de waterplanten waarmee ze zich voedden verwoest hebben. De zwanen stierven een trage en pijnlijke hongerdood. De rivier die vroeger azuurblauw zag is momenteel niets meer dan een moerassige kloaka waarin je nog maar weinig levende wezens kan onderscheiden. De bevolking is

18

De bosarbeiders Er werken tussen de 40 en 50 000 mensen in deze industrie. Als je loonarbeid beschouwt als slavernij, dan toont ze zich hier met haar meest brutale gelaat. Opgejaagd door de ellende brengen ze vijf dagen per week door met het snoeien van bomen, van zonsopgang tot zonsondergang. Ze slapen in tenten en staan bloot aan alle grillen van de natuur om aan het einde van de week eten te kunnen brengen naar hun familie. Hun loon is een groffe grap waarvan een derde sowieso naar eten gaat dat ze in de winkel kopen die eigendom is van de baas van het tentenkamp. Uiteraard zijn de prijzen hoger dan eender waar anders. Ze worden aangenomen door kop-

URUGUAY

er zich tegen beginnen roeren maar pas laat omdat ze zich zoals gewoonlijk hebben laten insussen door ‘het werk’, ‘de vooruitgang’ en ‘de welvaart van het land’. In januari 2005 hebben ze evenwel de tijdelijke sluiting van de fabriek bekomen waarmee ze aantonen dat je kan winnen tegen het monster en dat het alleen van onszelf afhangt. De plannen voor een monocultuur van bomen zijn al decennia oud. In dit geval was het een plan van de regering Pinochet, daarna werden ze versterkt door de democratische regeringen... Nationalisme als wapen van de rijken De rivier Uruguay waarin Botnia haar afval zal storten verdeelt de Argentijnse en Uruguayaanse Staten. Het verzet is dus niet alleen maar in Uruguay, maar ook in Argentinië opgekomen, meer bepaald in Gualeguaychú in de provincie Entre Rios waarvan de grenzen afgebakend worden door de rivier Uruguay. De Asamblea Ciuadana Ambiantal de Gualeguaychú (ACAG, de milieu- en burgerassemblee van Gualeguaychú) werd er opgericht die letterlijk met de voeten op tafel is gaan staan, die met veel kracht gemobiliseerd heeft en die met wegblokkades aan de grensposten (ononderbroken van december 2005 tot mei 2006 en daarna van november 2006 tot nu [april 2007]) de druk op de Uruguayaanse Staat opvoeren opdat die zou afzien van het geven van de toelating voor de inplanting van cellulosefabrieken. Hoewel we het wat ons betreft als een limiet zien dat de assemblee zich alleen maar verzet tegen de fabriek Botnia en bijvoorbeeld vergeet om op z’n minst het bosmodel in het algemeen te bekritiseren of de kapitalistische logica die eraan ten gronde ligt, heeft het verzet van ‘onze’ kant van de rivier in het begin wat kracht gehad. Er werden groepen gevormd in Fray Bentos, Mercedes, Montevideo en op andere plaatsen. Er vonden verschillende soorten mobilisaties plaats; zoals de ‘omhelzing op de brug’ van 30 april 2005 toen duizenden tegenstanders elkaar op het midden van de brug San Martin (die Fray Bentos met Gualeguaychú verbindt) een warme omhelzing gaven. Op 30 april 2006, naar aanleiding van de eerste verjaardag van deze omhelzing, herhaalden 100 000 mensen van beide kanten van de rivier deze bijeenkomst aan de brug. Het verzet kwam uit verschillende hoeken, met verschillende visies en wij anarchisten hebben niet op ons laten wachten. Er heeft een tijdje een specifieke groep tegen “de uitbuiting in de bosindustrie en de cellulosefabrieken” bestaan, er werden debatten georganiseerd, er vonden wegblokkades en bijeenkomsten plaats en er werd veel propaganda in de straat verspreid. Bij toeval weten we ook van andere activiteiten zoals de meermaalse vernieling van de voorgevels van Ence en Botnia en een actie die de aandacht heeft getrokken: de vernieling van duizenden eucalyptusplanten op een domein van Botnia in het departement Paysandú in mei 2006. De dieven lieten een briefje achter dat duidelijk maakte dat “ze niet onkwetsbaar zijn.” “Met de nacht als enige medeplichtige hebben we de schijnbare onkwetsbaarheid van het grote monster doorbroken. In de nacht van maandag 8 mei werden duizenden bomen vernield op het domein om te verhinderen dat duizenden hectares getransformeerd worden tot boomvelden. De productieketen is gebroken, de speculanten staan perplex... to be continued,” verduidelijkte een communiqué op indymedia Uruguay. * Sinds meer dan een jaar voeren de media een extreem nationalistische campagne met argumenten van het type “de Argentijnen willen de fabrieken voor hen alleen en willen verhinderen dat wij werk hebben” (hoewel het erop lijkt dat er maar 300 directe aanwervingen zullen komen wat de eerste fase van de bouw betreft) en “onze vertegenwoordigers zeggen dat de fabriek niet zal vervuilen, waarom liegen jullie dan?” Als voetbalsupporters tooien de Uruguayanen zich met het embleem van deze bedrijven en fulmineren tegen de

“smerige ArgentijIn november 2007 startte Botnia nen”, zwaaiend met haar productie in Fray Bentos op. een vlag van een Ence is sinds 16 januari 2008 begonStaat die gecreëerd nen met de inplanting in Punta werd om de belanPereira. Nog twee andere bedrijven gen van de Engelse zijn volop in de weer met de bouw kroon te dienen. van cellulosefabrieken: Stora-Ensa Terwijl de enkele en Portucel. Daarnaast bestaan er bedrijfleiders klinnog vier andere projecten voor deze ken in hun zetels doodsfabrieken door de bedrijven maken twee volkeInternational Paper, Nippon Paper ren ruzie in naam Group, Weyer-Haueser en Tapebicuá van de belangen (Fanapel). van deze bedrijven [het Uruguayaanse nationalisme wakkert momenteel het Argentijnse nationalisme aan]. Naast andere belachelijke feiten willen we hier de aankondiging aanhalen van de regering in oktober 2006 dat ze troepen zou sturen om de inplanting van Botnia tegen “mogelijke Argentijnse aanvallen” te beschermen of recentelijk, de nieuwe demonstratie van chauvinisme in Montevideo op 5 februari 2007 toen enkele leden van de Argentijnse assemblees pamfletten kwamen verspreiden op de plaza Independencia met de steun van een kleine groep Uruguayanen en die bijna gelycht werden met stenen, beledigingen en spuwen van een massa van een honderdtal mensen die ‘verontwaardigd’ de ‘soevereiniteit van het land’ verdedigden. De volgende dag kwam uit dat de vrachtwagen die met een megafoon de hatelijke aansporingen gegeven had, gehuurd was door Esteban Valenti, de verantwoordelijke van de laatste campagne van het Frente Amplio. Zoals aan de vooravond van de eerste wereldoorlog komt hetzelfde wapen van het nationalisme weer op dat al zo vaak gebruikt is door de bourgeoisie om het internationale proletariaat te nekken. Een wapen dat bovendien haar efficiëntie bewezen heeft. Maar, kameraden, zelfs wanneer alles erop lijkt dat we gaan verliezen en dat we bij de eerste uiting van verzet uitgeschakeld zullen worden, sinds wanneer heeft ons dat verhindert om te handelen? We hebben evengoed een heel arsenaal tot onze beschikking en een vertrouwen waarvan we gebruik weten te maken. Niets heeft ons ooit weerhouden en van waar we zijn, zullen we al onze energie goed weten gebruiken om de stand van zaken te veranderen. Het is altijd tijd om te handelen. Vanuit de straten van Montevideo, april 2007, Een anarchist die overloopt van vitaliteit en energie en er zelfs niet aan denkt om de schouders te laten zakken [Gepubliceerd in Cette Semaine, n° 92, lente 2007]

* Enkele andere episodes: Op 19 juni 2007 ging in Montevideo een havendepot met hout (2000 m³) van het bedrijf Forestadora Oriental (bosfiliaal van Botnia) in vlammen op na brandstichting. Op 10 juli 2007 werd brand gesticht in het gebouw van Ence in Montevideo. Eén machine en 40 000 m³ hout gingen in vlammen op waardoor de fabriek enkele dagen buiten werking gesteld werd.

19

URUGUAY

OPSTANDIGEN VAN VROEGER, ONDERDRUKKERS VAN VANDAAG
OALS IN VELE LANDEN VAN Zuid-Amerika zijn de linksen ook in Uruguay sinds kort aan de macht gekomen en maakten ze zo een einde aan de overheersing van twee partijen (colorado en nacional) die alleen heersten sinds 1865. Het Frente Amplio (Breed Front) ontstond eind 1970 en is een omvangrijke coalitie van reformistische partijen (van ex-Tupamaros tot de communistische Partij, langsheen de socialisten en de sociaal-democraten). In oktober 2004 won ze reeds in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Tabaré Vásquez, een socialist die sinds 1990 burgemeester is van Montevideo nam op 1 maart 2005 zijn functie [als president] op en beschikt over een meerderheid in het Parlement. En na iets meer dan twee jaar kunnen we niet zeggen dat de linkse hand van het Kapitaal stilgezeten heeft in dit kleine land van iets meer dan 3 miljoen inwoners. Na een militaire dictatuur van 1973 tot 1985 die zich geleend heeft om de sociale explosie aan het eind van de jaren 60 te liquideren zonder na te laten de belangen te vrijwaren van de exporterende grootgrondbezitters van de tijd van de economie à papa (vlees, leder, rijst, wol en melkproducten), is nu dus de tijd gekomen voor links om het werk te voltooien dat begonnen werd in de jaren 90 door haar liberale voorgangers. Het gaat erom een binnenlandse markt en een middenklasse te creëren in het kader van een Mercosur (gemeenschappelijke markt voor Argentinië, Brazilië, Paraguay, Uruguay en Venezu-

Z

werk van de MPP ( Beweging van volksparticipatie gecontroleerd door de ex-Tupamaros van de MLN), de meerderheid in de coalitie van het Frente Amplio en van de communistische Partij die een invloed heeft behouden via de PIT-CNT, een unieke vakbondsconfederatie, is dus niet enkel om via grote propaganda hervormingen door te voeren maar ook een rechtlijnige omkadering van de wijken te verzorgen. Het Noodplan voor de meest armen verzekert bijvoorbeeld de sociale controle door de directe verstrekking van geld, terwijl de geboorte van een nieuwe bureaucratie de mogelijkheid geeft om een cliëntelisme te creëren door de werkplaatsen verbonden aan de nieuwe administratie (in de publieke functies, maar ook door Antel, het nationale telecommunicatiebedrijf of het octopusbedrijf Ancap, die raffinaderijen, cementfabrieken, de distributie van benzine en kandijsuiker bezit). Wat de propaganda betreft gaat ze van de personaliteitscult (voor Sendic, historisch leider van de Tupamaros die in 1989 stierf en recenter voor de ex-Tupamaro Mujica, minister van Landbouw) tot een permanente mobilisatie doorheen het nationalisme (tegen Argentinië of met de dweperij over de ‘liberaal bevrijder’ Artigas) en de media die de basiscomités vervangen hebben als tussenpersoon: de ordewoorden van de regering zoals ‘productief land’ worden om de haverklap herhaald. Het gaat hier om niet minder dan de permanente uitbreiding van de kloof tussen rijk en arm met dwang te doen aanvaarden, op een moment dat velen geloofden in ‘verandering’, wat duidelijk samengaat met een sterke militarisering van de sociale ruimte. Naast de politie en gewapende bewakers die de vrije hand hebben tegen de stijgende delinquentie (de enige vernieuwing van het Frente Amplio op vlak van de politie was het inplanten van haar eigen corporatistische vakbond), zullen binnenkort 1100 nieuwe gevangenisplaatsen bijgebouwd worden en er is een project voor het bouwen van 2000 extra plaatsen voor niet minder dan 15 miljoen dollar. De zone van Santa Catalina zal een militaire haven krijgen, naar goede traditie van de dictatuur om kazernes te bouwen in elke volkswijk van Montevideo. Tegelijkertijd zullen aan de andere kant van de stad in een bourgeois gebied (Carrasco) drie nieuwe private wijken, met omheiningsmuur, camera’s en bewakers op 200 hectaren uit de grond gestampt worden. In maart heeft de regering vanuit dezelfde veiligheidsoptiek voorgesteld om de verplichte legerdienst opnieuw in te voeren en het gratis openbaar vervoer uit te breiden tot meer dan twee leden van het veiligheidspersoneel per bus. Op een meer symbolisch niveau, voor een land dat verschillende ex-Tupamaros of communistische ministers telt waarvan militanten systematisch gefolterd, vermoord en opgesloten werden

tijdens de dictatuur heeft de linkse president in april 2007 het wetsvoorstel ‘Schadeloosstelling aan de slachtoffers van de subversie’ aanvaard, gelanceerd door de extreem rechtse colorado Daniel Garcia Pinto, dat ernaar streeft om een schadevergoeding van 150 000 dollars te betalen aan elke familie van smeerlappen die slachtoffer werden van dodelijke arbeidsongevallen tijdens de guerilla van 1962 tot 1976 (18 militairen, 34 politieagenten, 16 bourgeois). En om de schande helemaal compleet te maken heeft ze er 26 famillies bij inbegrepen van verdwenen mensen (alleen diegenen die officiëel erkend werden door de Vredescommissie, tegenover de 260 verdwenen mensen, zonder de tientallen bij te tellen die vermoord werden op straat of door de Doodseskaders). De nieuwe president Tabaré Vásquez had op 2 maart zijn theorie al verkondigd van de “twee demonen” (militairen en guerilleros op dezelfde lijn) waarmee hij de gelijkstelling maakt tussen Staatsterrorisme en gewapende aanvallen van gerevolteerden, tijdens een bijeenkomst-bilan over zijn twee jaren in dienst voor 60 000 mensen. “Voor de toekomstige generaties, laten we nooit meer, nooit meer Uruguayanen tegenover Uruguayanen zeggen”. Tegelijkertijd is er voor de eerste keer sinds de terugkeer van de democratie in 1985 opnieuw een gevangene opgesloten voor ‘opstandigheid’ (minimum twee jaren gevangenis), zoals in de goede oude tijd toen zijn nieuwe vrienden heersten: Fernando, die ruiten van McDonald’s ingeslagen heeft tijdens een bezoek van Bush vorige maart. Nog een laatste illustratie van dit beleid dat alleen maar de doven en de blinden voor de gek houdt (één van de eerste beslissingen van Vásquez was het terugschroeven van een belofte van het Frente Amplio door zijn persoonlijk veto te geven tegen de abortuswet). Daags na de opsluiting van Fernando nam het Parlement met unanimiteit van rechts en links de wijziging aan van artikel 394 van de strafwet. Voortaan zal de “willekeurige, gedeeltelijke of volledige bezetting van een terrein of een gebouw” gestraft worden met gevangenisstraf, wetende dat “er door ieder persoon en op eender welk moment klacht kan ingediend worden”. De tienduizenden krakers die overleven in de sloppenwijken rond de stad zullzn zich maar goed moeten gedragen. Uruguay werd vaak beschouwd als modelland van het continent op sociaal vlak (en is het nog steeds voor de burger-flikken van de Monde Diplomatique, zie hun nummer van vorige februari). Als het gaat om een model, dan gaat het om dat van latino links op vlak van sociale pacificatie in een proefland met laboratoriumdimensies. Maar we zouden de slechte wil nog vergeten van alle armen die niet meer te verliezen hebben dan vroeger en een illusie armer zijn dat de politiek, zelfs die van links, hun leven kan veranderen. Leve de subversie! [Gepubliceerd in Cette Semaine n°92, mei 2007]

20

ela) dat de regionale integratie in de mondiale arbeidsverdeling bevordert. Net zoals haar buurlanden heeft Uruguay uitgestrekte zone’s gevestigd van transgenetisch soja, heeft ze haar bosindustrie ontwikkelt met bijvoorbeeld het project van de bouw van twee grote cellulosefabrieken (de eerste zal in september 2008 ingehuldigd worden) maar ze mikt ook op de informatica door erkend producent van software te worden. In oktober 2006 tekende het land een handels- en investeringsakkoord (TIFA) met de Verenigde Staten dat snel kan uitlopen op een Vrijhandelsakkoord (TLC). Zoals te verwachten werd de opgewekte hoop door de nieuwe regering snel teleurgesteld. Het

URUGUAY

Op 9 maart 2007 vond er een mobilisatie plaats als antwoord op het bezoek van Bush aan Uruguay. Deze betoging verschilde van de andere door de strijdbare en luidruchtige houding van de betogers die geen deel uitmaakten van de kudde van de PIT-CNT [de enige vakbond in Uruguay]. Op het hele traject werden graffiti’s gespoten, zes winkels werden aangevallen (waarvan twee McDonald’s), de vitrine van een optieker werd ingeslagen en een lokaal van de Iglesia Universal del Reino de Dios werd aangepakt. Twintig dagen later werd Fernando Masseilot gearresteerd voor het breken van ruiten van een McDonald’s. De politie beweerde hem herkend te hebben op videobeelden die door de pers doorgegeven waren aan de Inlichtingendienst.

Fernando verklaarde voor de rechter ondermeer ‘zijn verwerping van de komst van de grootste massamoordenaar ter wereld die met een eenvoudige pennetrek beslist over de dood van miljoenen mensen in de hele wereld, dag na dag.’ Hij werd beschuldigd van ‘opstand’ en bleef zes maanden opgesloten tot ze hem op 3 oktober 2007 weer vrijlieten. Hij bevestigde bij zijn vrijlating: “Ik heb geen spijt.” Tijdens deze periode vonden verschillende solidariteitsbetogingen plaats. Op 29 augustus 2007 vonden er bijvoorbeeld tegelijkertijd in Montevideo en Buenos Aires (aan de Uruguayaanse ambassade, waarbij 15 kameraden gearresteerd werden) bijeenkomsten plaats.

IN DE HANDEN VAN DE

STAAT

HEET GEWELD WET,

IN DE HANDEN VAN HET INDIVIDU WORDT HET DELICT GENOEMD.
AL IN 1844 wist Max Stirner goed dat de Staat probeert het monopolie op geweld te nemen. Toen zoals nu zal elk individu dat, op z’n eentje of georganiseerd, rebelleert tegen de instellingen of tegen de eigendom onderdrukt en opgesloten worden. WAT DE ORGANISATIEVORM van de Staat ook mag zijn (militaire dictatuur, stalinistische dictatuur of democratie) wordt het geweld altijd door de Staat en in haar naam gebruikt tegen de individuen: school, loonslavernij, armoede en honger, controle van elk aspect van de sociale omgeving, commercialisering van onze levens en met haar repressieve middelen: technologie, politie en leger, pers, psychiatrie, rechtbanken en uiteindelijk de gevangenis. DIT IS HET ECHTE GEWELD en dat is niet vergelijkbaar met het geweld dat een individu gebruikt om deze structuren of de personen die haar ondersteunen, aan te vallen. Of dat nu in spontane of georganiseerde vorm is, of dat nu in het dagelijkse leven is door confrontatieterreinen te creëren tegen alle vormen van overheersing. WIJ BEGRIJPEN EN ONDERSTEUNEN deze aanvallen als een juiste en wenselijke manier om alles wat ons tot slaven maakt te vernietigen. WIJ ZIJN REALISTEN, alleen vanuit een individueel of veralgemeend offensief tegen de Staat/Kapitaal kunnen we leven in grotere vrijheid en autonomie. OM DIE REDEN vergezellen we de praktijk van Fernando en allen die er uiting aan gaven en het hard maakten op de betoging van 9 maart tegen de komst van Bush en tegen de gedienstige ontvangst door president Tabaré die in naam van het ‘productieve land’ economische akkoorden sluit die niets anders betekenen dan meer uitbuiting, verwoesting van het milieu, militarisering, meer honger en ellende, meer repressie en sociale controle. DE RECHTER GRACIELA GATTI weerhield, naar de richtlijnen van de procureur Moller, in alle ironie de beschuldiging van ‘opstand’ die sinds de komst van de progressistische regering voor de eerste keer door de rechter Lechini op 4 november 2005 werd uitgesproken tegen de rebellen die betoogden in Ciudad Vieja. DIT REPRESSIEVE WERK is alleen maar mogelijk geweest dankzij de vlotte samenwerking tussen pers en inlichtingdienst en impliceert huiszoekingen, een gevangene, onderzoeken en de bedreiging van ‘opstand’ boven onze hoofden als poging om elke strijd tegen het systeem te verlammen. Deze pogingen zullen onze strijd echter niet stilleggen. We eisen de vrijlating van Fernando en van alle gevangenen van de sociale oorlog. We zijn solidair met allen die op de een of andere manier deelnemen aan de revolte om het bestaande te vernietigen. VOOR HET EINDE VAN DE GEVANGENISSEN VRIJHEID VOOR FERNANDO VRIJHEID VOOR ALLE GEVANGENEN VOOR DE ANARCHIE Enkele solidaire anarchisten Begin april 2007 [Gepubliceerd in El mundo al réves, numéro unico para la guerra social, Montevideo, januari 2008]

21

URUGUAY

Op 8 en 9 juni breken opstanden uit in de gevangenissen van Vázquez en Melo. De gevangenen van Vázquez kropen op het dak en gooiden objecten naar de politiekrachten die kwamen toesnellen. De politie loste schoten naar de gevangenen. Officieel waren er geen gewonden...Voor bepaalde tijd werden de bezoeken afgeschaft. In de gevangenis van Melo raken verschillende cipiers gewond en

ook de directeur Mario Silveira. De opstanden waaiden over naar andere gevangenissen. In de jeugdgevangenis COMAR waren er enkele ontsnappingspogingen en in de gevangenis van Salto kon een gevangene ontsnappen. Dit pamflet werd de dagen daarop in Montevideo verspreid. In de gevangenissen (voor volwassen en jongeren) zien we de permanente dreiging van de macht tegen al diegenen die, gekozen of niet, verder gaan dan de miserie die ze ondergaan, en tegelijkertijd zien we de wraak van de Staat tegen diegenen die in de klauwen van justitie zijn gevallen. De verbetering van deze opsluitingscentra en van het gerechtssysteem vragen is uiteindelijk de perfectionering verdedigen van de machine die niet alleen miljoenen gevangenen vermoordt maar ons ook tot slaven maakt zodat de machtigen van dienst ten koste van ons zweet en ons bloed leven. Ze bedreigen ons omdat het enkel feit om te beslissen onze levens te leven en ons vrij tot elkaar te verhouden op zich de ontkenning is van de domesticatie waaraan ze ons willen onderwerpen. Van de schoolse indoctrinatie tot de absolute onderwerping aan het werk, langsheen de psychiatrische stigmatisering willen diegenen die de macht hebben of ernaar streven ons doen geloven dat de enige mogelijke optie erin ligt om hen de macht over ons leven te geven. Ze bedreigen ons….maar we stellen er onze vastberadenheid tegenover om direct te handelen tegen de onderdrukking en elk opgelegd geweld. De gevangenis is een kerkhof van levende mannen en vrouwen, strijden voor de vrijheid van allen is hen levend houden.

SOLIDARITEIT MET
DE OPSTANDIGEN
De laatste dagen vonden verschillende opstanden en ontsnappingspogingen (waarvan één geslaagd) plaats in de gevangenissen van de Uruguayaanse Staat. Tegenover deze feiten, zoals tegenover elke rebelse daad, kunnen we enkel onze solidariteit en onze vreugde uiten, die opflakkert bij elke vonk van vrijheid. Volgens de burgerlijke pers werd de directeur van de gevangenis van Melo op vrijdag 8 juni [2007] aangevallen tijdens een opstand; revoltes en ontsnappingspogingen vonden plaats in de COMAR dit weekend en een gevangene ontsnapte uit de gevangenis van Salto. Door dit sinister personage aan te vallen (de directeur van de gevangenis van Melo) vallen de gevangenen één van de verantwoordelijken aan voor de vernederingen en de mishandelingen die ze elke dag ondergaan en daarom groeten we hun daad. De folter van de opsluiting, de vernederingen, de fysieke en psychologische mishandelingen die de gevangenen en hun naasten ondergaan, zoals de fouilles, het fysieke en seksuele misbruik en de isolatie duwt het individu er onvermijdelijk toe om zijn waardigheid te verdedigen door de plaats waar hij opgesloten zit te vernielen en door zijn folteraars aan te vallen.

HOEVEEL

HORROR MOET MEN ZIEN,

HOEVEEL MENSEN MOETEN STERVEN

?

Het kapitalisme is niet alleen de rijke landen en hun economische entiteiten, maar ook elke organisatie die gelijkaardige aspiraties koestert of haar wetten behoudt, of het nu een vakbond, partij of NGO is. De kapitalisten van over de hele wereld oefenen hun geweld uit met vernederingen, mishandelingen, folter, honger, ontbering en misbruiken. Het bewijs? De flikken, een groot deel van de bevolking die in vuilbakken leeft, duizenden mensen die gegijzeld en gefolterd worden in de gevangenissen, de politiekantoren en de opsluitingscentra, de hele wereld die riskeert vergitigd te worden, de repressie en oorlogen van alle kanten, de gemilitariseerde zones enzovoort.

22

Zelfs als dat het ergste is, dan degouteert het ons eveneens dat dit gesteund wordt door een deel van de bevolking. Want wie laat hen toe deze catastrofe tot een goed einde te brengen? Tegenover deze situatie, gaat links erop vooruit in de Cono Sur, met haar eigen logica in dienst van het Kapitaal. Het is tijd dat hier een einde aan komt en de enige manier om daarin te slagen is de rebellie tegen het systeem en onze relaties op een andere, vrije en anti-autoritaire manier te leven.

CHILI

[Affiche gepubliceerd in nummer 2 van het bulletin van de Coordinacion anticarcelaria del Rio de la Plata, lente 2006]

De ‘Dag van de Strijdende Jeugd’ op 29 maart is de datum waarop in 1985 de broer Vergaras (militanten van de MIR, Revolutionaire Linkse Beweging) vermoord werden door de politie. Sindsdien is het een jaarlijkse dag van verzet en confrontatie geworden. De laatste jaren hebben deze rellen zich uitgebreid en zijn de confrontaties alsmaar harder geworden. Naast stenen en molotovs, worden de flikken nu ook beschoten met scherp.

Op 29 maart 2008 vonden er niet alleen in de hoofdstad rellen plaats, maar ook in de zones van Peñalolen, Estación central, Pudahuel en Conchali waar barricades in brand gestoken werden en flikken aangevallen werden met stenen. 200 mensen werden gearresteerd, twee betogers werden gedood. René Eduardo Palma Mancilla die aanzien werd voor een flik in burger, werd door gemaskerde individuen neergschoten met nekschot. Jhonny Cariqueo Yánez overleed op 31 maart aan een hartaanval na de slagen tijdens zijn arrestaties op 29 maart.

DAGEN VAN FURIE, NACHTEN VAN WOEDE
E STRATEN VAN HET CENTRUM van Santiago en zoveel andere steden werden verstoord door straatgevechten van honderden jongeren en door de hevige vernielingen van privé-eigendom, plundering en vandalisme, terwijl de buitenwijken zich rebels en woedend toonden en hun haat tegen de flikken en de weerzinwekkende journalisten uitten. Allen proletariërs die walgen van hun routineuze levens. Dat veel van deze rebellen de garanties van deze wereld en haar zinloos bestaan niet opgeven wordt gezien als een slecht voorteken voor het klassenconflict. Zo staan de zaken er nu voor, hoewel we een toename hebben gezien van de sociale conflicten en meer radicale acties, getuige daarvan zijn al de straatgevechten die het ongenoegen en de woede tegenover de zogenaamde Transantiago als uitgangspunt hadden. Een extra blijk van de poging van de bourgeoisie om de volledige tijd van de uitgebuiten in te palmen en op een geweldadige manier het gebruik van de auto, een uitvinding dat het bourgeois individualisme alleen maar bevordert, op te leggen. Maar dat is niet gebeurt en het zal niet gebeuren zolang de proletariërs de straat zullen opgaan om hun klotelevens en hun woede met daden uit te drukken, met hun lichamen, hun stenen en hun kogels. Waar kunnen we met deze grootse revolte op hopen? OP ALLES. Want als we op niets kunnen hopen, kunnen we ons evengoed tevreden stellen met de eisen voor waardige lonen, een publieke kwaliteitsopleiding en gratis transport [een allusie op de reformistische eisen van de linksen tijdens de laatste sociale bewegingen], volledig beheerd door de Staat, en terug naar huis keren om rustig televisie te kijken. Zoals de aanvallen met stenen, de plunderingen, de schoten en de confrontaties met molotov cocktails en stenen niet vreemd zijn aan deze dag, noch aan de revolte, zijn het daden die, na eeuwen van uitbuiting en strijd, de woede van alle furieuse uitgebuiten tonen. Het zijn evenmin wat de zogezegde communicatiemedia verspreiden, die de protagonisten van deze conflicten lumpen, vandalen of delinquenten noemen en hen zo

D

uitsluiten uit de realiteit van strijd, met de bewering dat deze hen niet toebehoord. Ze vergeten dat het de klasse zelf is die de intensifiëring van de conflicten en de creatie van deze strijders voortbrengt, en dat zelfs diegenen die ze lumpen, vandalen of infiltranten [in de omkaderde betogingen] noemen en de daden die ze vernieling, plundering of geweld noemen een gevolg is van de sociale situatie. De niet-communicatie media, mentale idiootmakers van personen, makers van de zogenaamde publieke opinie, brengen een uniform denken voort over de rellen en hun gevolgen, om zo op te roepen tot een hysterische veroordeling van elke geweldsdaad tegen de politie en haar pantserwagens, diegene die iemand kunnen doen uiteenspatten en vernietigen door hem alleen maar te raken. En nochtans zijn ze ontsteld over het gooien van stenen ! Dezelfde media, die niet nalaten om de hand te reiken aan pedofiele pastoors en militaire moordenaars, zijn de eerste om alles wat de sociale orde breekt met de vinger en de camera te wijzen. Ze praten over delinquentie als een fenomeen dat gescheiden is van sociale conflicten, en creeëren zo de valse tweedeling delinquentie/samenleving. Deze leugen is een typische vervalsing van de spektakelmaatschappij, aangezien de gevolgen van de zogenaamde delinquentie alleen maar een contradictie meer zijn van deze zieke maatschappij die alles zou willen rechtvaardigen vanuit de enige paradigma’s van haar verantwoordelijken of van haar moralistische brandweerlui. Naast desinformeren en wantrouwen verspreiden bij mensen, maken de media zich alleen maar belachelijk. Haar mediatiek spelletje, beschermd door de Staat, werpt haar vruchten af en sluit menig jongeren die “mogelijk delinquent zijn” op in de gevangenis. Het aantal steeg enorm in juli wanneer de Staat de jeugdwet goedkeurde die het mogelijk maakte om jongeren van 16 jaar meteen naar de gevangenis te sturen, ook

al doet ze dat al jaren. Dit spektakel is de manier om haar repressief gemanipuleer te legitimeren tegenover de publieke opinie. Die mensen die onbekwaam zijn om te begrijpen wat er gebeurt en blind geloven wat de televisie zegt, tot het toppunt van onnozelheden over ‘vandalen’. Daarom doet de

Staat beroep op hen, zodat ze de vervolging en repressie tegen alle rebellen bekrachtigen met woorden en daden. De twee kameraden die op 26 maart gearresteerd werden in de technologische universiteit (UTEM), op de vooravond van de strijdende jeugd, is er het bewijs van. Nadat ze de straat waren opgegaan werden ze aan de autoriteiten uitgeleverd en eerst opgesloten in een universiteitszaal door studenten informatica ingenieur die afgestomd zijn door hun verlangen om hun universiteit te beschermen van de lumpen vandaal. Een universiteit waarvoor ze miljoenen willen uitgeven en de mooie jaren van hun leven willen verliezen om getemd en onderworpen te worden aan de loonslavernij dat werk noemt. De universiteiten, de scholen, de verbeteringsgestichten,

23

CHILI

de psychiatrische asielen, allen instituten die slaven met goed gedrag willen, mogen niet hervormd of verbeterd worden maar moeten vernietigd worden. Er bestaat geen goede universiteit, er bestaat enkel diegene die opvoedt tot slavernij. Daarom denken wij dat we gelijk hebben om diegenen te bekritiseren die, tegenover geweldadige acties zoals ze dat noemen, besloten hebben om te veroordelen en te criminaliseren. Ze moeten zich maar ophangen met hun eigen goede studentjesdassen vooraleer ze in elkaar geslagen worden door horden gerevolteerde barbaren. De revolte, de acties van gerevolteerden, of ze nu individueel of collectief zijn, geven alleen maar beetje bij beetje het leven terug aan honderduizenden mensen. Door enkele minuten de sociale vrede te breken die hen slaat met de wrede zweep van het kapitaal, door vreugde te tonen, vernielingen, passie en door nieuwe verhoudingen te creeëren. De revolte is niets anders dan de tijdelijke herovering van onze levens en de vernietiging van de door het kapitaal bemiddelde verhoudingen. Uiteindelijk onderstreept de delinquentie de revolte van een uitgebuite sector tegen de klassenmaatschappij, terwijl het systeem haar tegenstellingen moet verbergen door het strafbaar fenomeen te ‘beheren’. Tenslotte toont de delinquentie op een expliciete manier de klassenstrijd zelf. Omdat elke dag een dag van strijd is tegen de Staat en het Kapitaal, Tegen het bestaande, haar verdedigers en haar valse critici, Sociale oorlog 10 april 2007

Op 3 mei 2007 werd Rodrigo Cisternas, een bosarbeider van 26 jaar die werkte bij het bedrijf Bosques Arauco, vermoord door de politie. Dit gebeurde rond 22u in de regio van Biobio. Meer dan 1000 stakende arbeiders blokkeerden al sinds 45 dagen de weg om loonsverhogingen en verbeterin-

gen van de arbeidsomstandigheden te bekomen. Toen de weg opnieuw bezet werd, zijn de handlangers van het Kapitaal gekomen en braken er rellen uit. Om de plek te ontzetten gebruikte de politie sterk traangas en rubberkogels. Een tiental arbeiders raakten gewond, de voertuigen van de betogers die de

weg blokkeerden werden vernield. Rodrigo is op dat moment achter het stuur van een graafmachine (waarmee hij dagelijks werkt) gesprongen waarmee hij het waterkanon omver heeft geduwd waarop de honden in uniform hem met hun automatische wapens doodschoten.

Dit is hun vrede, dit is hun democratie

DE DICTATUUR VAN HET KAPITAAL
Het terrorisme van de Staat gaat door en in haar voetsporen treedt de schande
Enkele dagen geleden liet de jonge Rodrigo Cisternas het leven, vermoord door een honderdtal kogels van de gendarmen van de Gope en van de flikken. Dezelfde kogels, dezelfde wapens vermoorden ons, vandaag zoals gisteren. We zeggen dit niet op een klagerige manier, aangezien Rodrigo de machine die hem dagelijks vermoord door de loonslavernij transformeerde tot een wapen gericht tegen de verdedigers van het Kapitaal. Met al zijn woede viel hij niet alleen de politievoertuigen aan maar ook de moordenaars in eerste persoon door te richten op hun lichamen. De Staat bestaat inderdaad niet alleen uit instellingen en hun sociale verhoudingen, maar ook uit diegenen die haar regeren en gehoorzamen, uit individuen met naam en voornaam. En het is pas wanneer we niet alleen hun belangen maar ook hun lichamen aanvallen dat ze bang beginnen krijgen. De vastberadenheid en moed van Rodrigo hebben voor een ogenblik getoond dat ze de klassenoorlog nooit zullen kunnen uitdoven en dat alle druilerige oproepen tot kalmte van de vakbonden en partijen (rechts of links van de kapitalistische dictatuur) alleen maar gericht zijn op eenheid om zo het project van het Kapitaal te consolideren. Wij vragen niets aan de regering omdat we alleen maar haar ruïnes willen. Ze laat ons hypocriet beklaag horen over

de mensen die ze veracht; diegenen die zich ophopen in het centrum en de buitenwijken van de steden, terwijl wanneer het van haar alleen afhing, we al lang allemaal vermoord zouden zijn om haar projecten te verstevigen. Genoeg aanklachten en miserabele optochten die alleen maar de uit de toon vallende stemmen willen kalmeren en doen zwijgen waarmee ze de poorten wagenwijd openzetten voor repressie tegen eender wie de sociale orde doorbreekt. Laat ons voor eens en voor altijd verstaan dat de doden na een moord van de flikken, na een werkongeval of in de sloppenwijken niet alleen veroorzaakt worden door diegenen die de trekker overhalen of een fout maken, maar dat de verantwoordelijke – laat ons dat duidelijk zeggen – het kapitalisme in haar geheel is, de bourgeoisie in haar geheel, los van wie de schoten bevolen heeft. Deze moord mag niet dienen om de ketens die ons gevangen houden te versterken maar om de oorlog die zij voeren om te vormen tot een sociale oorlog tegen alle uitbuiters. En daarvoor moeten we allereerst verder gaan dan het aanklagen van flikken en hun repressie – en aanvallen om de Staat en het Kapitaal te vernietigen. Tegen hun democratische orde : vuur, stenen en subversie Laten we vastberaden alle vormen van kapitalisme overboord gooien. edicionespiratas@riseup.net [Uit El Albigense n°0, juni 2007]

24

CHILI

DE STRIJD TEGEN DE TRANSANTIAGO
RANSANTIAGO IS DE NAAM van het nieuwe collectieve transportsysteem van de hoofdstad, Santiago de Chile dat op 9 februari 2007 in werking trad. De bustrajecten werden aangepast, de frequenties, de dienstenbedrijven en het elektronische ticket deed zijn intrede. De honderden kleine transportbedrijfjes die in de hele periferie de openbare dienst verzorgden werden vervangen door tien vergunninghouders. De revolte kwam van de arme wijken en buitenwijken van de hoofdstad : Maipú, Cerro Navia, Huechuraba, Recoleta, San Bernardo, Pudahuel, Pedro Aguirre Cerda, Nuñoa, Estación Central (waar Villa Francia ligt), Lo Barnechea. In sommige zones komen de bussen niet meer (vooral in de sloppenwijken) en moeten de bewoners meer dan een kilometer stappen tot aan de eerste halte, in andere zones komen ze zeer weinig overdag en niet ’s nachts en blokkeren de bewoners zo in hun wijken. Het gaat er natuurlijk om, onder het mom van de ‘modernisering’, sommige wijken te isoleren van rijkere zones in een logica van sociale controle en het openbaar vervoer te koppelen aan een koopwarenlogica (exclusief dienstregelingen voor werk en school en een bediening verbonden met de winstgevende zones: de bourgeois en middenklasse wijken naar de consumptieplekken), en zo de armen tot steeds meer miserie veroordelen door hen ver van elke activiteit op te sluiten. Tijdens de hele maand maart [2007] zijn deze zones dus in opstand gekomen tegen de Transantiago met betogingen van honderden mensen, zelfgeorganiseerd per wijk, wegblokkades, barricades en zware confrontaties met de speciale troepen, zowel overdag als ’s nachts. Deze laatste worden geregeld aangevallen met stenen, molotovs, kogels (vooral in Villa Francia) en op 14 maart werd in Lo Barnechea een politiebusjes in brand gestoken. De pers werd ook het doelwit na de eerste artikels te-

T

gen de “passagiersrevolte”. Verschillende bussen en camionnettes werden ook aangevallen en vernield, net zoals het stadsmeubilair (zoals verkeerslichten bijvoorbeeld). Tijdens sommige nachten werd er geplunderd of brand gesticht (een autoverdeler met nieuwe wagens op 12 maart). De electriciteit werd verschillende keren afgesneden in de wijken door de opstandigen om hun verplaatsingen en aanvallen te vergemakkelijken op een terrein dat ze, in tegenstelling tot de flikken, van buiten kennen. Na de regelmatige arrestaties (vaak van jongeren) werden ook commissariaten aangevallen (zoals op 14 maart in Nuñoa) in een poging om hun vrienden, buren en medeplichtigen te bevrijden. Op 20 maart wordt elke vorm van manifestatie tegen de Transantiago verboden, wat de vurige strijdsters niet doet inbinden. De schoten op de flikken vermenigvuldigen zich in regio’s zoals Villa Francia tijdens rellen die tot in de vroege uurtjes duren. De regering boezemt angst in door te spreken van extreem linkse ‘paramilitaire groepen’ en uiteindelijk ontslaat president Bachelet op 26 maart de minister van Transport, van Justitie, Defensie en de premier, en erkent armzalig dat “de mensen van Santiago en vooral de meest armen excuses van ons allen verdienen”. Daarna kondigt ze 5600 extra bussen aan. We beschikken niet over veel informatie over het einde van dit conflict. Wat daarentegen veelzeggend is, zowel ginder als hier, zoals het geval was in Argentinië in 2001 of in Frankrijk in 2005, is dat de regeringen op het kruitvat zitten van miserie en vernederingen, opgestapeld door jaren onderdrukking en overheersing, dat met het minste voorwendsel kan in brand schieten. De vraag blijft hoe deze explosies zich kunnen uitbreiden tot aan de oorzaken van het probleem definitief af te schaffen, de Staat en het Kapitaal.
[Gepubliceerd in Cette Semaine n°92, mei 2007]

CHILI

(AFP, 12/11/07) SANTIAGO - Eén politieagent werd gedood en 41 andere agenten raakten gewond in de nacht van dinsdag op woensdag in Santiago tijdens rellen naar aanleiding van de 34ste verjaardag van de staatsgreep van generaal Augusto Pinochet in Chili, verklaarden de autoriteiten. Volgens het laatste bilan werden meer dan 216 betogers opgepakt na rellen met de ordetroepen die in verschillende arme wijken in de periferie van de hoofdstad uitgebroken waren. Het slachtoffer, de korporaal Christian Vera Contreras, een agent van 36 jaar en vader van twee kinderen, kreeg een kogel in het hoofd en overleed enkele uren later in het ziekenhuis, preciseerde de minister van Binnenlandse Zaken Belisario Velasco. Volgens de bronnen van het ziekenhuis zou de agent dodelijk geraakt zijn door een schot uit een geweer. Eén van de gewonde agenten verkeert in kritische toestand door brandwonden nadat zuur over hem gesmeten was, verduidelijkte de ondersecretaris van de Staat Filipe Harboe. Hij klaagt deze ‘onaanvaardbare toestand’ aan: “Wat we deze nacht gezien hebben heeft niets te maken met de 11 september van de herdenking, dit is gewoon delinquentie.” Er werd een onderzoek geopend naar de herkomst van de wapens van groot kaliber waarover verschillende betogers beschikten. Dinsdag herdachten de Chilenen de staatsgreep van 11 september 1973 waarmee de socialistische president Salvador Allende afgezet werd en die het begin betekende van de militaire dictatuur van Pinochet (19731990). In Chili mondt deze betoging vaak uit op rellen in de avond. Vorig jaar werden meer dan 230 betogers gearresteerd. Dit jaar was de betoging (voor de eerste keer sinds de dood van Pinochet) nochtans rustig begonnen. Er werd tevens een korte ceremonie georganiseerd door de socialistische presidente Michelle Bachelet in het paleis van La Moneda.

11 SEPTEMBER
DAG VAN STRIJD TEGEN HET STAATSTERRORISME

O

P DEZE 11E SEPTEMBER manifesteerde de proletarische woede zich opnieuw en vermenigvuldigde de revolte op alle vlakken, met plunderingen, vernielingen van privé-eigendom, barricades en gewapende confrontaties met de flikken. Opnieuw kwamen de tegenstellingen van deze wereld naar boven, en werd duidelijk dat het proletariaat woede en haat voelt en vooral dat het geen betere manier vindt om haar ongenoegen los te laten tegenover het leven van miserie waartoe de bourgeoisie haar veroordeelt; met stenen, kogels en brandende barricades. Men kan misschien vragen stellen bij het feit dat deze woede een zekere bewustzijnsgraad ontbreekt of zich niet beter organiseert, maar deze manier van ageren, los van partijen, vakbonden en bureaucratie jaagt ook angst aan de bourgeoisie aangezien het veel moeilijker is om kalmeringsmiddelen toe te dienen aan een woede die buiten de oevers treedt en oncontroleerbaar wordt. Deze 11e september verbaasde niemand aangezien deze maand sinds verschillende jaren niet alleen een moment van herinnering is geworden, maar ook van intensifiëring van de strijd, ideeën en praktijken. Het verbaasde enkel diegenen die, vervreemd in de confortabele canapés van hun huizen of bureau’s het verloop van de gebeurtenissen beschouwen, los van de realiteit. En de realiteit, of ze het nu willen of niet, is dat september een maand van revolte zal zijn, een maand van historisch geheugen, een maand van subversie, een maand waar de gerevolteerde jeugd die zich niet onderscheidt door leeftijd en die buiten de politiek om op straat komt en al diegenen die gevallen zijn herinnert, om een klein deeltje van deze wereld te vernietigen, en hun leven weer in handen neemt. Inderdaad, ook al beweert de politieke klasse het tegendeel, de revolte en de diffuse explosies van het proletariaat geven haar voor een moment haar leven terug waarover zij de controle terugneemt, en maakt duidelijk dat de klassenoorlog bestaat en dat die oorlog dagelijks gevoerd wordt. Niemand kan verwonderd zijn over de vreugde waarmee de gerevolteerden de dood van de vuile flik hebben gevierd, waarmee, waar we elke dag op hopen, afgerekend werd met een kogel in zijn hoofd in de volkswijk “La Estrella” van Pudahuel Sur. Wat de bourgeois media er ook van zeggen – volgens de eerste informaties die ze verstrekt hadden werd hij eerst dood verklaard en daarna werd dat tegengesproken - , was hij wel degelijk meteen dood, het koste slechts enkele minuten en de kogel was dodelijk. En waarom, wanneer dat grote moment komt, niet lachen met de dood van iemand die je dagelijks onderdrukt of die je naar de onderwereld van de pasta base (1) duwt? Deze dood is voor ons geen gewoon overlijden, maar de wraak en de afrekening (op dit moment) voor zovele al dan niet anonieme kameraden die hun leven in de strijd gelaten hebben en waarmee het lot een smerige streek heeft geleverd. Deze kogel werd niet alleen geschoten door diegene die de trekker overhaalde, maar door alle vermoorden door de flikken, Claudia López, Rodrigo Cisternas, Daniel Menco, Cristian Castillo (2) en een oneindige etc...Deze kogel zal blijven afrekenen in deze lange sociale oorlog. Onlangs toonden de straten van verschillende wijken zich rebels met een gloeiend vuur. De flikkenactie werd overtroffen door de ongecontroleerde woede van de betogers die, door gebruik te maken van hun wapens van klein en groot kaliber, de vijand hebben teruggedrongen en meer dan één achtergelaten hebben met een

CHILI

grote schrik of een goede kwetsuur. Het bilan van de dag: meer dan 40 min of meer zwaargewonde flikken en meer dan 300 arrestaties, waaronder velen jonger dan 20 jaar. En het is op dit punctueel feit dat de bourgeoisie en de media de nadruk hebben gelegd door te praten over deze jongeren als onaangepasten, delinquenten en vandalen zonder politieke perspectieven, die niet onder de dictatuur hebben geleefd en die niet leefden tijdens de staatsgreep van 73. Alsof de woede en de miserie zich beperkten tot de jaren 80, alsof het niet hetzelfde ongeluk is waarin ze ons vandaag dwingen te leven, alsof het werk ons vandaag niet tot dezelfde slavernij brengt en alsof het niet dezelfde slavenmaatschappij is die onze elke pas controleert. Wie denkt dat de democratie iets anders is dan de dictatuur vergist zich. Het is alleen maar een valse tweedeling om ons te doen geloven dat deze wereld veruit de beste der mogelijke werelden is, terwijl de dictatuur zoals de democratie alleen maar een bijkomende uiting is van de twee kanten van hetzelfde muntstuk: de kapitalistische tirannie tegen de uitgebuite mensheid. Tenslotte zijn de tijden niet veranderd, een nefaste dictatuur blijft bestaan, ja, zonder militaire laarzen, zonder bot geweld, maar een dictatuur van het meest gruwelijke geweld die dagelijks moordt, in de scholen, om de hoek van de straat met drugs en vooral met de levensomstandigheden die ze ons opleggen, dat is de dictatuur van het Kapitaal. Het is mogelijk dat die jongeren geen duidelijke politieke tendens hebben, erger nog, ze moeten de politiek haten, maar het zijn wel degelijk zij die, jaar na jaar, buiten komen om barricades in brand te steken en de politie aan te vallen. Wat ons betreft maken we geen verschil tussen bewust of niet, omdat we op straat verbroederen in de strijd en het is daar dat de verandering in de sociale relaties zich concretiseert, daar waar de barricade de klassen scheidt, aan de ene kant de journalisten en de flikken die de democratische orde dienen, aan de andere kant de jongeren van alle leeftijden die de politie zwaar aanpakken en voor ons is er niets mooier. Als we zo natuurlijk praten over het geweld in de wijken is dat niet omdat het enkel daar bestaat, maar omdat het er zich concentreert, daar waar de meerderheid van de jongeren geen enkele mogelijkheid heeft in deze wereld, daar waar hun ‘waardeloos’ leven een nummer meer is op de trap van de ladder van de kapitalistische markt, daar waar hun levensomstandigheden hen enkel brengen tot stelen, zich drogeren en zich doodwerken : dat is de enige waarheid. Eens te meer werd op deze datum de woede en de revolte geuit en de strijdende jeugd, die de ideologiën en versleten theoriën wegvegen, haar duidelijke vastberadenheid toont om te strijden en te vechten en dat is wat de macht vreest: dat alle kleine tekens van ontevredenheid waarvan we het bestaan niet kunnen ontkennen zich kunnen herkennen in een opstandig project. Daarom weet de Staat goed dat deze kleine uitbarstingen van woede en haat een breuk met het bestaande teweegbrengen, zoals het geval is tijdens 11 september of de dag van de strijdende jeugd, en dat ze de af te leggen weg tonen, zonder toegevingen, zonder eerbied, zonder partijen noch vakbonden.

Wat uiteindelijk de Staat het meest bang maakt is enerzijds het bestaan van mannen en vrouwen die, tegenover de sociale vrede en het schijnbare gebrek aan kritiek op de Staat en het Kapitaal, blijven praten over opstand als mogelijk begin van een revolutie die een einde stelt aan de tirannie van de autoriteit en de koopwaar en anderzijds alle anonieme individuen die duizend-en-één aanvallen uit te voeren tegen de structuren van de overheersing en de uitbuiting. Voor alle gevallen revolutionairen Sociale revolutie Onze gerechtigheid zal de klassewraak zijn

edicionespiratas@riseup.net september 2007

Noten (1) Pasta base is een goedkoop derivaat van cocaïne dat de hersenen op korte tijd kapot maakt. (2) De anarchiste Claudio López werd op 11 september 1998 door de politie vermoord tijdens de straatprotesten. Rodrigo Cisternas, een stakende arbeider, werd op 3 mei 2007 vermoord door de politie nadat hij met zijn werkmachine een waterkanon had omvergegooid (zie vorige pagina). Daniel Menco werd op 19 mei 1999 door de politie vermoord tijdens studentenprotesten.

CHILI

Op 18 oktober 2007 werd de Security bank in Santiago onteigend waarbij een wetsdienaar gedood werd. Na een grote politieontplooiing werd een persoon opgepakt die bekend heeft en de anderen erbij sleurde. Daarop begon het mediatieke en politionele circus tegen de veronderstelde overvallers: Marcelo Villaroel, Freddy Fuentecilla, Juan Aliste en Carlos Gutiérrez. Alle vier verdwenen in de natuur. Enkele maanden later werden nog eens drie mensen opgepakt. Eén daarvan is de kameraad Axel Osorio. De drie worden ervan verdacht betrokken te zijn in een steunnetwerk dat wapens zou opsturen naar één van de voortvluchtigen. Ze zitten momenteel opgesloten in de gevangenis Santiago 1. Op 15 maart 2008 werden Marcelo en Freddy gearresteerd samen

met David Cid (die ervan verdacht wordt hen geholpen te hebben bij hun vlucht) in San Martín de los Andes in het zuiden van Argentinië. Het gerecht daar beschuldigt hen van illegaal wapenbezit, vervalste documenten en bedreiging van een bewakingsagent van een nachtclub. Marcelo en Freddy waren vroeger militanten van de Mapu Lautaro en de MIR (Revolutionaire Linkse Beweging) die streden tegen de dictatuur van Pinochet en de strijd bleven voortzetten toen het regime democratisch werd. Marcelo en Freddy zitten momenteel opgesloten in de gevangenis van Zapala (Patagonië) terwijl David uitgeleverd werd aan Chili. Het Chileense gerecht wil hem vervolgen voor het verlenen van hulp aan de kameraden.

SOLIDARITEIT MET DE VOORTVLUCHTIGEN EN GEVANGENEN
VAN HET NEOLIBERALISME
Over de opsluiting van Freddy en Marcelo in Argentinië
P 14 MAART 2007 werden Marcelo Villaroel en Freddy Fuentevilla samen met David Cid Aedo aangehouden in Argentinië door militairen en politieagenten toen ze een bar wilden binnengaan in San Martín de Los Andes. Tot op de dag van vandaag zitten Marcelo en Freddy opgesloten in Junin de los Andes; David zit in Zapala [zie inleiding]. De Chileense regering heeft om uitlevering gevraagd op basis van de verdenking dat Villaroel, Fuentevilla en andere strijders zouden deelgenomen hebben aan de overval op de bank Security in Santiago waarbij één flik het leven liet en een andere gewond raakte. In Argentinië worden ze beschuldigd

O

zijn. Marcelo zat reeds 11 jaar in de gevangenis. Tijdens al deze jaren gaf hij de strijd niet op en toonde hij geen berouw. Hij nam tijdens deze periode ook afstand van zijn oude organisatie (Movimiento Lautaro) en het marxistisch-leninistische paradigma. In de gevangenis maakte hij deel uit van het collectief Kamina Libre. Freddy heeft een broer die een politieke gevangene was van de democratie en actief streed voor zijn vrijheid. Ze waren in Argentinië omdat ze vervolgd worden door de Chileense Staat en zonder proces veroordeeld werden door de baas van de flikken (generaal Bernales) en de regering Bachelet, via en met medeplichtigheid van de media. De bevelen waren duidelijk: hen levend of dood inrekenen en liever dood dan levend. Voor de centrumregering is het belangrijk om onze kameraden mores te leren en streng te straffen. Niet zozeer omwille van de delicten die hen aangewreven worden maar vooral om de les te spellen aan het volk dat blijft doorvechten tegen haar uitbuiters die vandaag het masker van de democratie opgezet hebben. Deze verdedigers van de orde zijn diegenen die het historische sociale conflict in Chili, dat levend en wel is, willen uitgommen: de strijd van een volk dat weigert te leven onder het neoliberale juk. Het zijn dezelfden die (met dwang) willen dat mensen ophouden zich de moord op de broers Vergara Toledo op 29 maart 1985 (een datum die nu de naam Dag van de Strijdende Jeugd draagt) te herinneren en te herdenken. 23 jaar later blijven er barricades in brand gestoken worden in de straten van Santiago en andere grote steden in Chili.

Het zijn dezelfde verdedigers van de orde die kogels afvuren op Ariel Antonioletti, Claudia López, Alex Lemún, Rodrigo Cisternas en Matías Catrileo die allen vermoord werden door de flikken van deze democratische Staat. Een volledige generatie van strijders werd opgesloten, vervolgd of vermoord door de verzoeningsdemocratie die samen met rechts ‘de overgang’ onderhandelde. Deze ‘overgang’ was niets meer dan het afbleken van het economische model dat opgelegd was door de dictatuur van Pinochet. We willen van onze kameraden geen slachtoffers of helden maken, daar hebben we met het slijmerige discours van links al genoeg van gehad. We willen geen rechtvaardigheid eisen van de democratie en haar rotte rechters die de gevangenissen gevuld hebben met vechters, sociale strijders of mensen die omwille van de ellende die door het kapitalisme geschapen wordt hun overleven zoeken in de overtreding van de wet. We rekenen evenmin op de barmhartigheid van de procureur Rebeco. Kan je iets verwachten van een varken dat aan het eind van de jaren 80 en tijdens de jaren 90 als rechterhand van de sinistere procureur Torres betrokken was bij gevallen van folter? Dit is een oproep om bewust te worden van de oorlog die ze tegen ons voeren. Op de mesthoop de vreedzame betogingen aan ambassades en consulaten. De beste solidariteit met alle vervolgden, gevangenen en allen die gekidnapt worden door het kapitalisme is onze strijd op de plaats waar we zijn. Hier in Argentinië, daar in Chili, waar je ook bent, actieve solidariteit met alle gevangenen die overal ter wereld strijden. De gevangenissen intimideren ons niet, ze maken alleen maar dat onze haat groeit en zich organiseert. [Gepubliceerd op www.klinamen.org op 7 april 2007]

28

van illegaal wapenbezit en bedreigingen. Beide beschuldigen worden door onze kameraden ontkend. Los van deze beschuldigingen, los van het feit of ze schuldig of onschuldig zijn – termen die niet in onze woordenschat voorkomen – moeten we benadrukken wat de echte motieven zijn van deze spectaculaire vervolging op bevel van de regering van Michelle Bachellet: het feit dat beiden sociale strijders

CHILI

OPEN

BRIEF VAN DE KAMERADEN

DIE GEARRESTEERD WERDEN IN

ARGENTINIE
Aan onze familie, vrienden/vriendinnen en kameraden, Aan de individuen, collectieven, organisaties en kernen die begaan zijn met onze huidige situatie We zitten opgesloten in Junín de los Andes en in Zapala (provincie Neuquen, Patagonië, Argentinië) en willen iedereen met een gigantische kus en omhelzing groeten, vol van broederlijke liefde samen met de onuitputtelijke subversieve fierheid op al jullie bezorgdheid, daden en medeplichtigheden in deze momenten waarop de Chileense Politiestaat in volle straffeloosheid al onze acties die slechts een waardig, vrij en gelukkig leven nastreven, criminaliseert, onderdrukt en vervolgt. Eens te meer zitten we in het lastige parket van de geschiedenis, het plaatsje dat gereserveerd is voor diegenen die zich niet verkopen, die zich niet aanpassen aan de sociale vrede van de rijken die ons, als arm volk, veroordeelt tot een leven in een permanente uitbuiting, tot het buigen van onze hoofden. Gedwongen tot hongerlonen, veroordeeld tot gevangenisstraffen omdat we rebelse zonen en dochters van het proletariaat zijn. Eens te meer zien we hoe de Macht samen met haar gedienstige pers zich een plezier doet met het verkopen van leugens als officiele waarheden die een brutale en openlijke repressie vergemakkelijken tegen alle vormen van volkse rebellie en sociaal protest; die groeien en groeien hoewel de Chileense Staat dat wil verbergen. Er zijn vele daden die daarvan getuigen. Wanneer de Staat en haar flikken moorden, folteren en liegen noemt dat ‘Justitie’, ‘procedures die aangepast zijn aan het Recht’, ‘onweerlegbare bewijzen’. Wanneer de armen zich organiseren en handelen in de sociale realiteit worden we ‘terroristen’, ‘delinquenten’, ‘antisocialen’ en ‘vandalen’ genoemd. Voor hen is het hele gewicht van de wet bestemd met de volledige steun van de politieke klasse met een pathetische linkerzijde die voortdurende en onwaardige tekenen van goed gedrag geeft om een deel van de Macht te proberen verkrijgen. Daar zitten diegenen die denken de opvolgers te zijn van de doden/verdwenen/geëxecuteerden van de Dictatuur. Daar zitten de advocaten die strijden voor de rechten van hun portefeuilles door zichzelf de rol van Ridders van de Rechtvaardigheid toe te kennen. Vandaar komen de syndicalisten jaar in jaar uit ruzie maken over de controle van een CUT [vakbond] die niets anders vertegenwoordigt dan de arbeidsmaffia die niets van zien hebben met het dagelijkse leven vn miljoenen uitgebuiten. Aan die kant staan de Pacos Rojos [paramilitaire patriotten], de patriottische bewegingen die op elke 1ste mei of 11de september samenwerken met de groene politie [anti-oproerpolitie] in de jacht op de oncontroleerbaren die met terechte woede de symbolen en uitingen van Macht en Kapitaal aanvallen. Het waren 17 jaren van militaire dictatuur toen we opgroeiden als rebelse kinderen-adolescenten; het waren 18 jaren in een dictatuur van het Kapitaal waarin de Politiestaat zich meer dan ooit in de geschiedenis van Chili geconsolideerd en ontwikkeld heeft. Als al wat oudere jongeren stonden we erop om te vechten tegen de vervolging-dood-gevangenis voor honderden sociale strijders voor wie er nog steeds geen gerechtigheid geweest is... Wat een toeval dat Pinochet rijmt op Bachelet!

Rechts-centrum-links: allemaal dezelfde stront. Een stront die een zware tol heeft gevraagd met onze doden, die onderhandeld heeft op kap van een geschiedenis van strijd van een heel volk, die gelukkig samenleeft met de moordenaars van gisteren en de moordenaars-huurlingen van vandaag. Waar zijn de foto’s van de moordenaars van Eduardo, Rafael en Pablo Vergara Toledo? In welke gevangenis zitten de DIPOLCAR die Norma Vergara Cáceres vermoord hebben? Hoe ziet het gelaat van de moordenaar van Daniel Menco eruit? Wie veroordeelt de paramilitairen die Claudia Lopez B. vermoord hebben? Hoeveel levenslang hebben de militairen die Yuri Uribe, Alejandro Sosa en Raúl González vermoordden in de Apoquindo con Manguehue in oktober 1993? De gevallen zijn ontelbaar waarvoor de dwang van de werkelijkheid voor zich spreekt. De motieven en redenen om zich te organiseren en te strijden zijn oneindig. We hebben ons niet kunnen of willen overgeven als medeplichtige lafaarden aan een geschiedenis die ons dag na dag pijn doet. Met trots dragen we de Rode en Zwarte doden in ons. Alle MIRisten die het beste van zichzelf gaven om ‘Vrij te zijn door te strijden’. In ons en met vreugde en waardigheid gaan de doden van Lautaro die met heldere radicaliteit streden om te ‘Leven en de overwinning te behalen’. Met ons gaan Alex Lemún, Rodrigo Cisternas, Luciano Aedo, Matías Catrileo en alle anoniemen die dag na dag in de commissariaten sterven, in de patronale moorden die ‘werkongevallen’ genoemd worden. Familie, broeders/zusters, vrienden/vriendinnen, kameraden: Niets van onze situatie is makkelijk geweest, maar hier zijn we dan met de rust te weten dat we een keuze gemaakt hebben die coherent is met de geschiedenis van onze levens en een keuze voor strijd die ons zal leiden totdat we onze laatste levensadem uitblazen... Voor die van gisteren, voor die van vandaag, voor diegenen die komen zullen: STRIJDEN STRIJDEN STRIJDEN! Zolang er ellende is, zal er rebellie zijn! Alleen de strijd zal ons vrij maken! Kiñe newem Tüin! Marcelo Villarroel Sepúlveda Freddy Fuentevilla Saa allDavid Cid Aedo Libertaire en MIRistische politieke gevangenen in Argentinië [Gepubliceerd op www.klinamen.org op 25 maart 2008]

29

CHILI

WANNEER

DE ONTEIGENING EN DE VERDEDIGING VAN DE DADEN NOODZAKELIJK WORDEN
Na een bankoverval en de dood van een politieagent in Chili
E WERELD VAN DE KOOPWAAR heerst ononderbroken en zonder afschuw, terwijl ze zozeer op een gewelddadige manier de dictatuur van de markt aan onze menselijke noden opleggen. Daarvoor moet het kapitalisme een hardnekkige oorlog voeren tegen de uitgebuiten door te vermoorden, door te massacreren, door op te sluiten en te folteren met ziekte, loonarbeid en een leven vol ellende. Terwijl vandaag de honderdste verjaardag is van de moord op duizenden proletariërs in de zogenaamde Slachting van Santa Maria de Iquique in Chili, blijft de Staat en het Kapitaal moorden. Misschien niet meer met grote slachtpartijen zoals vroeger maar met een stiller en wreder geweld. Het geweld dat gevangenissen vult en nieuwe foltercentra maakt die gelegaliseerd worden door hun verrotte wetten. De terreur van de Staat laat zich voelen in elke stap die we zetten; sluit ons in elke ruimte in, op elk moment en op elke plaats. De witte garde van het Kapitaal slingert haar boodschap naar onze hoofden. Diegene die zich niet neerlegt bij haar beschaafde kooi, zal de hele Macht van de Staat en haar repressieve instellingen over zich heen krijgen.

D

middel om banden te smeden onder elkaar. De publieke opinie is niets meer dan tot zwijgen gebrachte lammeren die zonder na te denken de obstakels van de bourgeoisie volgen door de geboden van de heilige private eigendom en haar democratie te eren. De burgers herhalen de dommigheden die door de pers de wereld worden ingestuurd en distanciëren zich op die manier van diegenen die niet kunnen of willen deel uitmaken van de kudde die vredevol haar eigen dood tegemoet gaat. Met dit scenario van een zo domme en pijnlijke realiteit, blijft een maatschappij verdwaasd achter wanneer er een bank aangevallen wordt en een politieagent sterft. De idioten schreeuwen om straf voor zij die rechtvaardigheid gedaan hebben aan de flik, beseffen niet dat zowel de politie als de banken centrale steunpilaren zijn van de klassenmaatschappij. De politie bewaakt de private eigendom tot op de tanden gewapend, de banken zijn de geldkoffers van de winst die gehaald werd uit de productie en de koopwarencirculatie.

Het motto van de sociale vrede verspreidt zich overal terwijl diegenen die de moed hebben om een deel van het De non-communicatiemedia bombarderen ons voortdu- Kapitaal weg te rukken uit de accumulatiecentra in de rend met belachelijkheden weigering gepakt te worden door de loonarbeid ter dood of tot levenslang veroordeeld worden. Het proletariaat zal geen overwinning boeken zolang ze blijft vertrouwen op de taal van de beheerders van haar ellende en die blijft reproduceren. Het proletariaat zal blijven gemassacreerd en vernederd worden wanneer het het geweldsmonopoEenmaal gekozen worden lie niet radicaal in vraag stelt en niet strijdt om de voor de confrontatie sommige wapens af te pakken van de vijand – zelfs al was met het Bestaande... keuzes het maar gewoon om die te vernietigen. noodzakelijk De Staat maakt zich klaar en brengt haar meest brutale terrorisme in de praktijk. Met huiszoekingen, slagen, ondervragingen, aanvallen op kameraden, uitzonderingsmaatregelen, gijzelingen, seksuele mishandelingen enzovoort proberen ze de militarisering van de voorouderlijke Mapuche-gronden in conflict en de wijken die voortdurend oorlog voeren tegen de Staat door te zetten. De repressie in al haar vormen pakt nieuwe personen aan die vervolgd worden in deze nieuwe, maar herhaalde heksenjacht. Juan Aliste, Fredy Fuentevilla, Marcelo Villaroel en Carlos Gutiérrez worden niet alleen verdacht van de bankoverval maar ook van de koelbloedige

30

over delinquentie, vandalisme en geweld. Ze proberen een consensus over deze daden te scheppen binnen de zogenaamde publieke opinie; ze schreeuwen om verstrenging en diegene die de wet overschrijdt en zich niet laat onderwerpen door het juk van de onderdrukkende kaste, zwaarder te straffen; ze fluisteren in het bewustzijn van de slaaf, waarden in, die hem afstand doen nemen van zijn klassebroeders en die hem doen vervallen in competitie en inhaligheid; ze ontkennen solidariteit als een

CHILI

De enige echte vraag die zich dan nog stelt

laten dat ons al zoveel schade berokkend heeft in de strijd en overgaan tot het offensief tegen deze wereld en alles wat de bourgeoisie ons oplegt met haar jurisdictie opblazen. Zowel schuld als onschuld zijn etiketten die deze spektakelmaatschappij op mensen plakt; voor revolutionairen en rebellen hebben ze geen enkele waarde op zich.

moord van die rotflik. Je kan maar beter niets veronderstellen, maar we zouden wel erg slecht af zijn moesten we op een dag diegene die een flik vermoordt of een rijke berooft om zijn vrijheid te verdedigen of als uiting van revolte bekritiseren en veroordelen. Deze kameraden streden tegen het kankergezwel van Pinochet en kozen er actief en vastberaden voor om komaf te maken met eender welke glimp van onmenselijkheid. Ze streden tegen de overgangsfase die beklonken was tussen de militairen en sociaaldemocraten wat in de ogen van deze jonge rebellen niets anders konden zijn dan een nieuwe façade voor de wereld van ellende, ontdaan van vreugde die nooit kwam. Tussen 1990 en 1994 werden alle subversieve uitingen die met de wapens in de hand streden tegen deze dictatuur van het Kapitaal, ontmanteld, uitgedoofd en gemassacreerd. Voor wie de Staat niet kon vermoorden, was de gevangenis de enige optie. De gevangenis liet niet op zich wachten om een nieuw strijdtoneel te worden voor deze jonge rebellen die met hun woede hun situatie en die van de andere kameraden konden doen keren. Ontsnappingen, muiterijen, hongerstakingen, aanvallen op bewakers, vernietiging van delen van de gevangenis, van bewakingscamera’s, van microfoons (niet op een symbolische maar tastbare manier), tegencultuur, schrijfsels, poëzie en vooral strijd tegen de gevangenisstructuren en haar instellingen. Zij waren het die een Hoge Veiligheidsgevangenis die gebouwd was om hen uit te roeien kapotmaakten. Ze zaten bijna 14 jaar opgesloten om daarna de strijd op straat voort te zetten. De vrijheid zal ons nooit gegeven worden door de kaste die ons onderdrukt, ze zal nooit bemiddeld of onderhandeld worden door de recupereerders. De vrijheid wordt op eigen kracht bekomen, zonder vleierijen of ellendigheden. Tegenover deze nieuwe aanval van de Staat is het onze taak om ons te solidariseren en actieve medeplichtigen te zijn met allen die dagelijks de sociale vrede van het Kapitaal breken. We moeten het slachtofferdiscours achterwege

Het interesseert ons niet of deze kameraden schuldig of onschuldig zijn, dat laten we over aan de burgerlijke instellingen van de Staat en haar gekleurde gamma van politieke partijen die niet zullen twijfelen om rebellerende proletariërs af te slachten. En in ieder geval is de enige schuldige hier de uitgebuite die weet wat er gaande is en niets doet om het kamp van diegenen die strijden te versterken. Het ‘fenomeen’ van de onteigening en rechtvaardigheid doen aan flikken kunnen niet gezien worden als geïsoleerde feiten die vreemd zijn aan het klassenconflict. Het zijn onscheidbare daden, een zoveelste uiting van het voortgang van de revolte waarmee de uitgebuiten beetje bij beetje hun levens heroveren. De sociale oorlog omsluit alle plekken en plaatsen, is noodzakelijk en dringend maar tegelijkertijd onvermijdelijk. Tegen de gevangenissen en de Staat! Laten we van solidariteit een effectief wapen maken!
[Gepubliceerd op www.klinamen.org]

... is of je over de wapens beschikt die alle andere tenietdoen...

je vastberadenheid en een revolutionair verlangen naar VRIJHEID !

CHILI

Zowel in Chili, Uruguay en Argentinië als in het overgrote deel van Zuid-Amerika is abortus verboden en weegt het morele taboe van ondermeer religieuze instellingen zwaar. Net zoals in de rest van de wereld zit het patriarchaat ook daar verweven in het complex van machtsrelaties en overheersing. In verschillende landen in Zuid-Amerika wordt er strijd gevoerd tegen de repressie van abortus. De onderstaande artikels gaan over dat conflict. In het artikel ‘Controle en wanhoop’ wordt er een terechte kritiek gemaakt van het streven naar een legalisering van abortus. Het artikel plaatst de legalisering van abortus eveneens in het brede kader van het klassenconflict en de overheersing als een mechanisme

van demografische controle. Hoewel deze analyse grotendeels correct is, ontbreekt naar ons aanvoelen in het artikel een basispositie, namelijk dat elk individu vrij zou moeten zijn om te beslissen over het al dan niet afbreken van een zwangerschap. Die individuele keuze (om welke reden dan ook) staat voor ons centraal en is het enig mogelijk amorele standpunt dat een anarchistisch perspectief biedt tegen de inmenging van de overheersing in het krijgen van kinderen. Tenslotte is dit artikel geschreven op een specifieke moment en analyseert het een mogelijke tendens binnen het systeem (legalisering) die niet overeenkomt met de huidige realiteit aangezien de Argentijnse Staat begin 2008 de wet tegen abortus verstrengde en de straffen verhoogde.

Noch legaal noch illegaal : vrije abortus !

ABORTEER...EN JE ZAL BETALEN...
EDISCHE CONTROLE, lichaamscontrole door de staat, de christelijke moraal, de economische belangen...allemaal draden van éénzelfde wol : abortus. Een praktijk die in Uruguay bestraft wordt en in de juridische geschiedenis van de voorbije vijf jaren zijn er drie vervolgingen geweest van vrouwen voor het clandestien uitvoeren van een abortus, waarvan de laatste onlangs plaatsvond: een meisje van 20 jaar werd vervolgd voor het misdrijf van abortus met toestemming, verraden door het ziekenhuis (1) waar ze wachtte dat de bloedingen stopten. Wat gewoonlijk in zo’n gevallen gebeurt is dat de vrouw deel van het onderzoek wordt om een vervolging te behalen in de zaak tegen de verantwoordelijken van de clandestiene klinieken. Dat wil zeggen dat de toepassing van de huidige wet afhangt van de betekenis die de rechter geeft bij de interpretatie ervan. Het is niet toevallig dat de regels van het spel binnen de legale omkadering omkeren wanneer het thema reeds een tijd op tafel ligt. In het parlement beginnen ze opnieuw te discussiëren over het wetsvoorstel over seksuele en voorplantingsgezondheid voorgelegd door enkele vrouwelijke senators en kamerleden van Frente Amplio. En de vervolging als symbool van een sociale en politieke les is een gebruikelijk werktuig van de regering die zich verschuilt achter de onaf-

M

hankelijkheid van het juridisch systeem bij het nemen van beslissingen. Maar de sociale hypocrisie springt in het oog: het zijn de armen op wie het hele gewicht van de wet zonder onderscheid terugvalt, of ze nu man of vrouw zijn. In dit geval op de vrouwen; en beslissen om geen kind te hebben is een legaal gezien een misdaad, moraal een moord, sociaal een onverantwoordelijkheid (het soort argument dat je er eerder aan had moeten denken), politiek een rechtvaardiging voor een bestraffing en economisch een handel voor al diegenen die werken met het strafbaar maken van abortus (artsen, vroedvrouwen, verplegers etc) en clandestiene ziekenhuizen openen. En we vergeten niet de laboratoria die ervan gebruik maken om pillen te verkopen die ongebruikelijk tegen zweren en gebruikelijk werken als vruchtafdrijvend (misoprostol). En het autoritarisme dat voortvloeit uit de regering bereikt zijn hoogtepunt in de president die bereid is om alle nodige middelen te gebruiken om de praktijk van abortus als een misdaad te blijven volhouden. En dit standpunt verstevigt zich met de eerste dame (die de naam van de maagd draagt) die de waarden van de katholieke kerk preekt overal waar ze gaat. Een racistische, homofobe kerk met angst voor de ‘opstandigen’ die met afschuw kijkt naar de armen, de zwarten, de vrouwen, de homoseksuelen en glimlacht naar de politiekers en de rijken en hen beschermt. Zij zien in haar een wapen van sociale en rechtvaardigende inslaping van de klassenmaatschappij. De kwestie van abortus wordt gesteld in termen van de praktijk in of uit het strafrecht te halen terwijl duizenden vrouwen sterven en de reactionaire justitie vrouwen

vervolgt. Zolang er in legale termen gediscussieërd wordt, behoudt de staat de controle. En de staat werkt met de instemming van de rijken en van de politiekers die de taak opnemen van schokbrekers tussen de fictie van de volksdemocratie en de realiteit van de dictatuur van het kapitaal. Als anarchisten verwerpen we elke vorm van controle; en de staat is de maximale vorm van controle die in het geval van abortus zich toont doorheen de artsen en de geneeskunde, de rechters en de wet, het parlement en haar beslissingen, de kerk en haar moraal. Er bestaat geen wet die diegenen beschermt die niet gezegend zijn door dit systeem. De wet is ingelijst in een juridisch systeem die zich altijd beroept op de sociale orde dat opgelegd wordt in het nadeel van de armen, het is de wet die ons opsluit, ons vervolgt en ons criminaliseert. Bovenal ondersteunen we de autonomie en de beslissingsmacht over onze lichamen. Het is geen “recht” om over datgene dat we willen te beslissen, maar de autonomie van onze beslissingen en handelingen buiten elke sociale controle om. We willen niet de legalisering van abortus, we willen vrije abortus. (1) Sinds 2002 is een wet van kracht dat werknemers niet juridisch verplicht om de patiënten te verraden, maar wel om binnen de 72 uur een klacht neer te leggen bij de MSP (Ministerie van Openbare Gezondheid) met de meest mogelijke gegevens voor de statistieken.
[Uit het Spaans vertaald uit Publicación Acrata n°1, winter 2007, Uruguay]

32

URUGUAY

ABORTUS: CONTROLE EN WANHOOP
Hoe de groeiende consensus voor de legalisering van abortus en de verspreiding van groepen en tendenzen die ervoor pleiten de functie vervullen die het systeem hen toekent. E SCHUIVEN GEEN OPLOSSINGEN voor het heersende sociale systeem naar voren, maar problemen. Met andere woorden, de oplossing voor de verscheiden sociale problematiek zit in de afschaffing van de Staat en de uitbuiting van de mens door de mens. De laatste dagen motiveerde een opeenvolging van zaken die de criminaliteit en de pijn samenvatten die de burgelijke beschaving dagelijks veroorzaakt de discussie, na een publieke en mediatieke vorm aan te nemen, rond de legalisering van abortus. Ten aanzien van het delicate en tragische van de punctuele voorvallen schieten woorden te kort. Onze positionering gaat over de implicaties van de discussie, de situaties gedreven door sociale wanhoop en de omkadering van een groeiende consensus. De officiële oppositie van de katholieke Kerk en de domeinen die aan haar beantwoorden tegen de anticonceptieve en abortieve methoden heeft, ook al heeft ze nog invloed, wat enkele van deze voorvallen toonden, niet meer dezelfde kracht over deze kwestie die ze de voorbije decennia had. Tegenover de verscherping van de sociale conflicten en ten opzichte van de reeds bestaande evidenties heeft de katholieke Kerk, wil ze haar invloed en macht niet verliezen, zich moeten aanpassen aan de noden van actualisering [cfr. één van de grootste vrouwenorganisaties in Argentinië die ijveren voor een depenalisering van abortus is een door en door katholieke organisatie]. De erkenning van de inheemse genocide en de Inquisitie, de aanvaarding van de wetenschappelijke theoriën en de actieve deelname eraan, zoals ook de tolerantie en de soepelheid inzake burgelijke kwesties zoals de echtscheiding of het huwelijk tussen individuen van hetzelfde geslacht etc; zijn elementen van zogenaamde aanpassing aan de historische veranderingen en noden. Deze aanpassingen waren nooit onmiddellijk noch zonder interne contradicties, noch betekenden ze een vooruitgang of een verbetering aangezien ze noodzakelijk zijn voor de institutionele en religieuze verderzetting. De positieveranderingen van de Kerk ten aanzien van bepaalde kwesties volgen elkaar op sinds haar ontstaan. In relatie tot de abortuskwestie dateert de actuele kerkelijke afwijzing van halverwege de 19e eeuw; voordien was abortus toegelaten en niet strafbaar. In de zesde eeuw veroordeelde de kerk abortus enkel als de conceptie door overspel veroorzaakt was, niet wanneer die binnen het huwelijk verwekt werd. Voor de voornaamste theologen van de Kerk, zoals de Heilige Thomas van Aquino en Sint Augustinus – zoals Aristoteles voordien – verwierf de foetus geen ziel tot na meer dan een maand zwangerschap en was abortus enkel strafbaar wanneer ze voorbij deze grens werd uitgevoerd. Tegenwoordig is een nieuwe positieverandering te verwachten, officieel althans voor minstens enkele sectoren, als je in dit opzicht rekening houdt met de groeiende sociale consensus en de politieke en demografische vereisten die haar depenalisering vragen.

W

Feitelijk zijn er verschillende katholieke en politieke sectoren die voor abortus zijn. De Macht is niet uniform, ze heeft interne ruzies, meer democratische en meer conservatieve sectors, reactionairen en progressisten, linksen en rechtsen die de verschillende tendenzen kanaliseren in eenzelfde kader, namelijk dat van de Staat. De anticonceptie- en abortuskwestie zijn ingelijst in het actuele probleem waarmee de kapitalisten en haar vertegenwoordigers geconfronteerd worden ten aanzien van de mondiale demografische explosie. De zes- of zevenduizend miljoen inwoners die de planeet bevolken opgeteld met de bijna 95 miljoen die er elk jaar bijkomen, miljoenen ondervoeden en slecht gevoeden, een mogelijks gevaar van miljoenen die de afvalberg van de wereldmarkt zouden gaan vormen, zijn een bedreiging die zich al laat voelen in de immigratiestromen vanuit de periferische zone’s naar de welvaartscentra, zoals Europa en de Verenigde Staten. De immigranten worden geconcentreerd in detentiekampen wanneer de vestingen worden overschreden of, wanneer ze reeds gevestigd zijn, komt het tot uitbarstingen zoals in Frankrijk. De Noord-Amerikaanse regering zet aan tot de bouw van een kilometerslange hoogtechnische muur langs de grens met Mexico, omdat de huidige hekken en patrouilles niet voldoende zijn. Het religieus terrorisme en de delinquentie groeien als wanhopig antwoord op de gecreërde sociale situatie. Gezien de milieuverwoesting voor de kapitalistische productie en de daaruit volgende uitputting en het duurder worden van natuurlijke bronnen, de opeenhoping en de ontoereikendheid van smoesjes over giften en liefdadigheid, samen met de dreiging van het terugschroeven van gepriviligeerde levensstandaarden van de onderdrukkende klasse, presenteert de noodzaak zich aan het systeem om enkele vormen van demografische controle naar voren te schuiven ter voorkoming van toekomstige en actuele crisissen. Dit neemt niet weg dat de demografische controlemechanismen weerstand en oppositie blijven oproepen vanuit de interne sectoren van de Macht. Maar vele regeringen hebben abortus en het voeren van voorlichtingscampagnes over anticonceptie uit het strafrecht genomen. In maoïstisch China voerde de regering sinds de jaren 70 het strikte plan in van gezinsplanning, gebaseerd op premies en straffen (ook al is het niet direct opgelegd) om zo haar cijfer van bevolkingstoename te verminderen. Resultaat: abortussen, achterlaten van baby’s en infanticide door moeders. De bourgeois zijn de eerste geïnteresseerden in deze vorm van controles, het zijn zij die de ziekenhuisboten financieren die varen naar de kusten van landen waar abortus niet gelegaliseerd is, zij die de NGO’s ondersteunen die de interventies bekostigen en de campagne’s promoten. In Argentinië is de huidige gezondheidsminister Ginés González García voorstander van een depenalisering samen met verschillende leden uit artistieke, intellectuele en politieke kringen, waaronder verscheidene partijleden die verschillende wetsvoorstellen over het thema indienden. Er zijn meer dan 200 lokale NGO’s die deelnemen aan de campagne voor de legalisering. Het wijdverspreide debat in

A RGENTINIË

alle media over een thema dat onlangs nog taboe was toont het niveau van consensus dat de zaak verworven heeft. Aan het debat over abortus wordt – niet toevallig – dat van seksuele voorlichting, over anticonceptie, gekoppeld in de scholen, niet zonder oppositie van de meer conservatieve sectoren, die tamelijk in diskrediet worden gebracht door de makers van de publieke opinie. * De rijke, machtige sectoren kunnen de abortusklinieken en de speciale centra betalen aan een prijs die de meerderheid niet kan betalen. De rudimentaire en huispraktijken brengen hoge sterftecijfers of letsels voort aan vrouwen die geen toegang hebben tot dergelijke plaatsen. De intentie van de Machtssectoren om de interventies en preventies te legaliseren, los van een tijdelijke gevoeligheid en een opgekomen humanisme, is het controleren van de stijging van de armoede door haar potentieel gevaar, omdat de gepriviligeerden geen risico’s lopen bij illegale abortussen. Dit staat los van de reële noodzaak, het probleem, de gevoeligheid en de intenties van diegenen die zich aansluiten bij de legaliseringsbeweging. Wat we zeggen is dat de toename van de consensus over dit thema zich inschrijft in een logica en werking van het systeem. Hetzelfde geldt voor de campagne voor orgaandonaties. De aandrang van de Staat op dit thema betekent niet dat de machtigen lijden onder de dood die ze voortbrengen, maar dat ze een markt van donaties nodig heeft, gelegitimeerd en met instemming, zodat zij beschikken over een voorraad aan organen. Die voorraad, dat zijn wij, als deel van hun grondstoffen. We herhalen dat dit verder gaat dan de problematiek van elkeen, en dat het systeem deze persoonlijke problematiek, de pijn en het lijden gebruikt om mechanismen schept die dat begunstigen. De groeiende consensus voor de legalisering van abortus staat in relatie met de feministische bewegingen die vanaf de jaren 60 tevoorschijn kwamen in landen met grotere economische welvaart. De functie van deze bewegingen verdient een uitzonderlijke vermelding. Wanneer het machisme nuttig was voor het systeem van sociale stratificatie werd het aangemoedigd en gepromoot. Vandaag, nu het kapitalisme vaag wordt en, meer dan vroeger, het andere deel van de bevolking – het vrouwelijk geslacht – nodig heeft voor haar uitbuiting moet de machistische mentaliteit beperkt worden. Dit gebeurt niet zonder contradicties of obstakels, maar, als tendens is de steeds grotere participatie van het vrouwelijk geslacht, zowel op administratief en repressief vlak, als op dat van werk. De participatie van de vrouw via het stemrecht (in dit land in de jaren 50 ingevoerd) kan niet gezien worden als een overwinning van het geslacht maar als haar groeiende insluiting in de democratische overheersingsmechanismes. De manifestatie van dit groeiend insluitingsproces zie je tot in de spaanse taal waar, van een ruim politiek spectrum tot in de anarchistische ‘beweging’, een welbepaald geslachtsonderscheid in de taal wordt toegepast. Het wijdverspreide gebruik van een nieuw ‘esperanto’ – met x’en en apestaartjes – getuigt daarvan. (1) Deze hele culturele situatie die vanuit de reclame en het onderwijs samen met een uitgesteld huwelijk tot latere leeftijd (in

vergelijking met de vorige generaties) bemoedigd wordt, maakt een relatieve arbeids- en economische onafhankelijkheid mogelijk. en promoot de midden en hogere sectoren die het meest receptief zijn voor het feminisme en die omwille van ondermeer economische motieven geboorten beperken of annuleren. Andere economische motieven dan de overlevingsdruk die diegenen die ondergedompeld zijn in miserie in het nauw drijft. Deze insluiting van het vrouwelijk geslacht in de sociale posities, samen met de culturele implicaties die dat mogelijk maakt, draagt in verband met het thema van de legalisering van abortus, bij tot de argumentatieve voorschriften van de pro-legaliseringscampagne. Éen van de voornaamste argumenten waarmee geschermd wordt, stelt dat de beslissing om een zwangerschap te onderbreken volledig bij de vrouw ligt aangezien die zich in haar buik ontwikkelt : de exclusiviteit van de beslissing lijkt me voor discussie vatbaar. In dezelfde lijn eist men het beslissingsrecht, maar aangezien deze eis gericht is aan de Staat wordt deze als dusdanig gelegitimeerd en is het de Staat die beslist om een recht toe te kennen. De idee dat de Staat, dus de Wet en de politie, de beslissingsvrijheid moet garanderen is het toppunt van een – onderdrukkende - staatsmentaliteit waarin de gevestigde Macht het samenleven moet regelen. Tegelijkertijd wordt gepromoot dat het de Staat en de legaliteit is die het concept en de limieten van de menselijkheid definieërt, een conceptualiteit die tot nu toe exclusief domein van de Kerk was, wat betwist wordt en moet overgebracht worden naar de seculiere regering. [...] Vandaag en morgen, in het nauw gedreven door de miserie, de honger en ziekte; in de koude, de opeenhoping en de storten; in de straten, onder de bruggen, op de pleinen; in vestigingen, villa’s en kazerne’s; bedelend of karren meeslepend, etend van afval; in gevangenissen, commissariaten en containers; in kampen, mijnen en fabrieken: we wijzen geen vinger naar de wanhopige uitwegen. We wijzen naar de grootste criminelen van de geschiedenis: de bourgeois en hun systeem. A.G. * Ik ben niet bereid de ongevoeligheid, de leugens en de reactionaire posities van de fascistische sectoren in overweging te nemen die zich tegen abortus en anticonceptie verzetten. (1) Ons lijkt de leesbaarheid voorop te staan, maar ook dat woorden de realiteit weerspiegelen (die uiteraard niet uitsluitend mannelijk is zoals vele teksten in hun woordgebruik laten uitschijnen). Nvdr.

34

A RGENTINIË

GEDEELTELIJKE CHRONOLOGIE VAN DE SOCIALE OORLOG IN DE CONO SUR
2006
Montevideo, Uruguay 24/10 – Aanval met een molotov cocktail tegen een zetel van de communistische Partij. Opgeëist door La Furia de Krosdant. Buenos Aires, Argentinië 09/12 – In de wijk van Lanus komt het tot confrontaties met de politie nadat een café waar twee buitenwippers een jongen doodden in brand werd gestoken. Er vallen verschillende gewonden en arrestaties. Chili 10/12 – Ter viering van de dood van ex- dictator Augusto Pinochet komt het in Santiago en andere steden tot confrontaties met de repressieve krachten. Ten minste zes politieagenten raken daarbij gewond en verschillende personen worden gearresteerd. Buenos Aires, Argentinië 20/12 – Vijf jaar na de rellen van 2001 worden verschillende banken en gebouwen vernield. Politieagenten worden aangevallen, vijf van hen raken gewond. Geen arrestaties. Santiago, Chili 21/12 – Een artisanale bom (bestaande uit een bidon met vijf kilo gas en een vertragingsmechanisme), geplaatst voor het gebouw van de Raad van Staatsveiligheid (CDE), wordt in het centrum van Santiago tot ontploffen gebracht door de politie. Opgeëist door de anarchistische groep Tamayo Gavilan. Temuco, Chili 26/12 – Brandaanval tegen twee bosmachines in Las Praderas, eigendom van het bedrijf Mininco, gevestigd op 40 kilometer ten westen van Temuco. 0,7 hectare vat vuur; de schade wordt geraamd op 100 miljoen pesos (140.000 euro). Deze bosbedrijven verdrijven mensen uit hun streek, verarmen de grond en nemen zo elke mogelijkheid van landbouw en dus autonomie weg. Buenos Aires, Argentinië 27/12 – Vrienden en familie van een meisje dat de voorbije november met een kogel vermoord werd, vernielen een commissariaat, steken een auto in brand en beschadigen een patrouillewagen in de wijk van Lanus. 50 personen dringen het commissariaat binnen op zoek naar de baas en aangezien die niet naar hen luisert uiten ze hun woede door meubels te vernielen, terwijl andere jongeren buiten een particuliere auto in brand steken en een patrouillewagen vernielen. Buenos Aires, Argentinië 04/02 – Op het Spaans consulaat worden slogans achtergelaten in solidariteit met de gevangenen van 4 februari, die hun onmiddellijke vrijlating eisen. Providencia, Chili 14/02 – Een bom gaat af voor het Cantón de Reclutamiento (militaire kazerne) en vernielt haar deur. De actie wordt opgeëist door de Federación Revuelta 14F – Brigada Gaetano Bresci in pamfletten die op de plaats worden achtergelaten. “De Transantiago betekent de oplegging van een systeem dat uitsluiting en sociale onderwerping bewerkstelligt”. La Rioja, Argentinië 15/02 – Enkele gevangenen van de jongerenvleugel beginnen een protest. Ze klagen de mishandelingen aan die ze van de beulen van de penitentiaire dienst krijgen. Daarna komt het tot een opstand in drie andere vleugels, die tot de vroege uurtjes voortduurt. Bij de confrontaties met cipiers raken verschillende onder hen gewond. De familie die de gevangenen kwamen ondersteunen worden met traangas en rubberkogels teruggedreven. Formosa, Argentinië 05/03 – Een groep van meer dan 90 gevangenen komt in opstand tegen de detentieomstandigheden. Ze steken lakens in brand en eisen de aanwezigheid van de strafrechter van dienst om een afgifte te maken van een petitie met hun eisen. Santiago, Chili 06/03 – Honderden personen gooien stenen naar bussen, werpen brandende barricades op en slaan op pannen uit protest tegen het nieuwe transportsysteem Transantiago. De betogingen duren tot de vroege uurtjes en gewapende confrontaties tussen betogers en de politie vinden plaats.

2007
Formosa, Argentinië 03/01 – Een 200-tal gevangenen komen op de binnenplaats in opstand gedurende vier uren. Ze gijzelen verschillende cipiers en steken matrassen in brand in de cellen. Mar del Plata, Argentinië 05/01 – Alle ramen van een lokaal van het Frente Para la Victoria [Front voor de Overwinning] van Kirchneriaanse tendens dat recentelijk in de stad geopend was, worden aangevallen en vernield met verfbommen en stenen. Dezelfde nacht wordt een lokaal aangevallen van de supermarktenketen Toledo, verantwoordelijk voor de uitbuiting van honderden arbeiders en arbeidsters. De aanval veroorzaakt zware materiële en economische schade. Beide acties worden opgeëist door anarchisten. Buenos Aires, Argentinië 04/02 – In een zetel van de Nationale Arbeidsbank wordt een bom geplaatst. Dit wordt opgeëist in solidariteit met Alex, Rodrigo en Juan [4F, toen opgesloten in Spanje] en met alle opgesloten kameraden.

35

CHRONOLOGIE

La Plata, Argentinië 10/03 – In het commissariaat van Ringuelet (grote commissariaten worden ook als gevangenis gebruikt door de overbevolking) gijzelen 14 gevangenen een politieagent en lokken een opstand uit. Ze eisen een versoepeling van hun rechtzaak en sommigen hun vrijlating. Buenos Aires, Argentinië 15/03 – Er vindt een betoging plaats voor de ambassade van Denemarken in solidariteit met de meer dan 600 gearresteerden na de ontruiming van het Deens kraakpand Ungdomshuset (1982). Santiago, Chili 15/03 – Nieuwe betogingen tegen de Transantiago, er worden barricades opgeworpen en in de protesten worden vuurwapens en molotov cocktails gebruikt. Drie jongeren worden gearresteerd. Santiago, Chili 16/03 – 90 studenten worden gearresteerd en een carabinero [militair] raakt gewond tijdens een betoging tegen de Transantiago die meer dan 2000 mensen bijeenbrengt.

Ushuaia, Argentinië 21/03 – Een opstand vindt plaats in de cellen van het politiecommissariaat. De gevangenen steken matrassen in brand en vernielen ramen. Twee gevangenen werden naar het ziekenhuis gebracht wegens verstikking. Buenos Aires, Argentinië 24/03 – De deur en de tuin van een kerk worden aangevallen met twee brandbommen met vertraging. De Grupo de la Colera eist de actie op en maakt in een communiqué de actieve relatie duidelijk tussen de kerk en haar moordende cultuur, nu zoals in 1976 tijdens de militaire coup. Santiago, Chili 28/03 – Op de vooravond van de Dag van de Strijdende Jeugd worden vier bommen achtergelaten in verschillende delen in de hoofdstad. Één bom vernielt de ruiten van luxeauto’s van de verdeler Atal. Ter plekke worden pamfletten achtergelaten tegen de Transantiago. In Maipú treft een bom een betaalparking voor een McDonald’s. Santiago, Chili 28/03 – Op 100 meter van het presidentieel paleis in La Moneda wordt een bom tot ontploffen gebracht door de politie. Vier andere bommen werden achtergelaten in de hoofdstad, waarvan drie zware vernielingen aanbrachten (er vielen geen gewonden). Chili 29/03 – Tijdens de protesten van de Dag van de Strijdende Jeugd komt het de hele dag tot confrontaties met de ordediensten. 100 mensen worden gearresteerd en evenveel politieagenten raken gewond. ’s Nachts komt het in verschillende regio’s tot gewapende confrontaties tussen de manifestanten en de carabineros. Chili april – Gedurende de hele maand april worden er verschillende acties en mobilisaties ondernomen tegen de invoering van het nieuwe transportsysteem Transantiago.

Buenos Aires, Argentinië 12/04 – Minstens 10 politieagenten raken gewond wanneer 300 agenten, gewapend met schilden, matrakken en traangas, een terrein in Lanus proberen ontruimen waar dakloze families wonen. Er werden molotov cocktails en ijzeren staven naar hen gegooid. Providencia, Chili 12/04 – De politieke zetel van de Jeugd van de Socialistische Partij wordt aangevallen met een molotov cocktail. De actie wordt opgeëist door de Fuerzas Autónomas y Destructivas León Czolgosz. Buenos Aires, Argentinië 13/04 – Twee molotov cocktails worden naar het huis van de nationale senator San Luis Liliana Negre de Alonso (van regeringspartij Partido Justicialista) en haar echtgenoot Mario Alonso (openbaar aanklager) gegooid. Uruguay 16/04 –Twee brandbommen van ‘molotov’ type worden tegen de zetel van de Politiekring gegooid. Het gordijn en het meubilair schieten in brand en een deel van de gevel en de keuken worden beschadigd. De slogan “¡Viva la sedición!” [Leve de opstandigheid!] verscheen op een gebouw ernaast. Rio Gallegos, Argentinië 24/04 – Een groep gevangenen komen in opstand, ze steken matrassen in brand en weigeren werk te verrichten. Ze eisen de versnelling van de juridische procedures en meer bezoeken. Catamarca, Argentinië 30/04 – Opstand in het commissariaat voor vrouwen en jongeren. Vier jongeren en een politie-agent worden gehospitaliseerd met begin van verstikking. Vier jongeren staken hun matrassen in brand om zo de interventie van de politie uit te lokken. Buenos Aires, Argentinië 10/05 – Opstand in de jeugdgevangenis van Agote. Bij de confrontaties raken negen gevangenen gewond. Ze steken matrassen en lakens in brand en eisen betere detentieomstandigheden.

36

Corrientes, Argentinië 17/03 – Er breekt een opstand uit in de gevangenis. Twee gevangenen komen daarbij om, een derde raakt zwaargewond. Enkele dagen later beginnen de andere gevangenen een hongerstaking om de mishandelingen aan te klagen.

CHRONOLOGIE

Uruguay 14/05 – Nieuwe aanval tegen de Politiekring. Temuco, Chili 14/05 – Bij een brutale inval in de cellen van de gevangenen worden 11 onder hen brutaal geslagen en gefolterd. Twee weken later gaan 600 gevangenen in hiertegen in hongerstaking. Buenos Aires, Argentinië 15/05 – Honderden woedende passagiers komen tot confrontaties met de politie en vernielen een groot deel van de inkomsthal van het station Constitución. Ze plunderen winkels en steken de loketten van het bedrijf Metropolitano in brand in een spontaan protest ten gevolge van treinvertragingen van de lijn Roca. De confrontaties eindigen met 21 gewonden – 12 politie-agenten en 9 passagiers – en 16 gearresteerden, waaronder twee jongeren. Santiago, Chili 21/05 – Twee brandbommen ontploffen; één voor de Arbeidsinspectie in Providencia waarbij de ramen worden beschadigd. De tweede ontploft later voor de Partij van de Democratie in het centrum en vernielt een groot deel van de ramen en het meubilair. Concepción, Chili 07/09 – 18 personen worden gearresteerd tijdens confrontaties in de buurt van de Universiteit, die meer dan zes uur duren. Vázquez, Uruguay 08/06 – Na een politie-inval breekt een opstand uit in de gevangenis. Twee gevangenen zijn gewond met ‘snijwonden’. In module 3 klimmen verschillende gevangenen op het dak maar worden teruggedreven door de politie. Melo, Uruguay 09/06 – Er breekt eveneens een opstand uit in de gevangenis van Melo. Verschillende mensen raken gewond, waaronder de gevangenisdirecteur Mario Silveira. Buenos Aires, Argentinië 15/06 – Een brandbom ontploft voor het gebouw van de Raad van State. De houten ingangspoort raakt beschadigd.

Montevideo, Uruguay 17/06 – Een molotov cocktail wordt gegooid naar de poort van de Franse ambassade. Enkele meters verder werd de slogan “Leve de revoltes in Frankrijk” achtergelaten. Montevideo, Uruguay 19/06 – Bij een brand in een exportloods van het bosbedrijf Oriental (filiaal van Botnia) worden 2000 m3 vernield. Montevideo, Uruguay 21/06 – Een molotov cocktail wordt naar het Militair Lyceum van Prado gegooid, ontploft bij een gasbidon en veroorzaakt schade. Buenos Aires, Argentinië 22/06 – Na een annulatie van een bediening in het Temperley station van de lijn Roca protesteerden de passagiers en staken drie wagonnen in brand. Daarna kwam het tot confrontaties tussen passagiers en de politie, waarbij een politie-agent gewond raakte. Buenos Aires, Argentinië 23/06 – Twee brandaanvallen tegen een zetel van PRO. Chol chol, Chili 09/07 – Een dertigtal gevangenen van het Centrum van Gedragsrehabilitatie komen in opstand; ze beklimmen het dak van de binnenplaats en stichten brand, de schade wordt geraamd op 19 miljoen pesos (30.000 euro). Montevideo, Uruguay 10/07 – Grote brandstichting in het gebouw van Ence. Een machine wordt vernield en 40 000 m3 hout staan in brand. De fabriek is enkele dagen inoperationeel. Devoto, Argentinië 14/07 – Samenkomst voor de gevangenis; een communiqué wordt voorgelezen, pamfletten uitgedeeld, en gecommuniceerd met de gevangenen. Op de voorgevel en penitentiare bussen worden anti-gevangenis slogans achtergelaten. Chili 15/07 – Een klein explosief ontploft voor de ambassade van Groot-Britannië en beschadigd de ramen. De actie wordt opgeëist door

de anarchistische groep Fuerzas Autónomas y Destructivas León Czolgosz.

Chol Chol, Chili 16/07 – Een dertigtal jongeren van de jeugdgevangenis van Sename komen in opstand en steken het dak van de gevangenis in brand. De brand kan pas 5 uur later volledig geblust worden. Twee jongeren maken van de gelegenheid gebruik om te ontsnappen, maar worden later opnieuw gearresteerd door veiligheidspersoneel. Santiago, Chili 21/07 – In een vuilbak voor het huis van de minister van Huisvesting, Patricia Pobrete, komt een klein explosief tot ontploffing. Er wordt geen schade aangebracht. Tacuarembó, Uruguay 04/08 – Vijf jongeren komen in opstand in de gevangenis INAU. Ze hadden 10 messen en twee jachtgeweren in hun bezit. Ramen en deuren van de isolatiecellen werden vernield. Buenos Aires, Argentinië 21/08 – Tijdens een bijeenkomst voor het Casa de Santa Cruz komt het tot confrontaties met de politie. 44 mensen worden gearresteerd, waarvan 3 een tijd lang worden vastgehouden. Chili, 25/08 – Een 40-tal encapuchados trekken de straat tegen de gevangenis en uit solidariteit met twee jongeren die opgesloten zitten. Montevideo, Uruguay 29/08 – Solidariteitsbetoging met Fernando Masseilot, sinds 5 maanden opgesloten en aangeklaagd voor sedición [opstandigheid]. Argentinië 29/08 – Simultaan vindt een betoging plaats voor de ambassade van Uruguay. 15 mensen worden gearresteerd, en later vrijgelaten. Santiago, Chili 29/08 – Betoging tegen de politiek van president

37

CHRONOLOGIE

Michelle Bachelet. Gedurende de hele dag worden er ten minste 750 personen gearresteerd. Minstens 50 betogers (waarvan 10 zwaar) en 48 politie-agenten raken gewond. De betogingen breiden zich uit naar de periferie; naar de haven van Valparaiso, Rancagua en Concepción. Chile 31/08 – Een brandaanval tegen de infrastructuren van de televisiezender Canal 13 veroorzaakt zware schade. Er worden pamfletten achtergelaten die allusie maken op een niet geïdentificeerde subversieve groep, waarin de media beschuldigd worden “aan de kant van de kapitalistische macht” te staan. De groep roept op tot geweldadige protesten op 11 september. Santiago, Chili 11/09 – Tijdens de rellen in de periferie van Santiago wordt de flik Cristián Vera Contreras in het hoofd doodgeschoten in de gemeente Padahuel en een 40-tal anderen raken gewond. Meer dan 200 mensen worden gearresteerd. Buenos Aires, Argentinië 22/09 – Een filiaal van de inmobiliënketen Arkis wordt beklad met slogans in solidariteit met Giannis Dimitrakis, anarchistisch kameraad gegijzeld door de Griekse Staat: “Giannis Dimitrakis buiten!”, “Neer met alle gevangenismuren!”. Santiago, Chili 24/09 – Bomaanval tegen de Santa Maria kerk.

Montevideo, Uruguay 28/09 – De sloten van het Goethe Instituut en de Spaanse vliegtuigmaatschappij Iberia worden dichtgelijmd. Ernaast wordt ‘Solidariteit met Gabriel en José’ en een omcirkelde A gespoten. Buenos Aires, Argentinië 28/09 – De Duitse ambassade wordt overladen met faxen, oproepen en mails. Buenos Aires, Argentinië 10/10 – Brandaanval tegen de autodealer Volkswagen. De Celulas Negras Revolucionarias Brigada Kurt Gustav Wilckens eisen de vrijlating van Gabriel en José en alle gevangenen ter wereld. Buenos Aires, Argentinië 10/10 – Solidariteitsbetoging met Gabriel en José. Chili, 10/10 – Vijf Mapuche gevangenen gaan in hongerstaking om de vrijlating te eisen van alle opgesloten Mapuche en een einde van de repressie in de gebieden. Na twee maanden stoppen drie van de vijf met de hongerstaking wegens zware gezondheidsproblemen. Santiago, Chili 18/10 – Overval van de bank Security met buit van 21 miljoen pesos (30.000 euro). Tijdens de overval sterft een politieagent. Chile, november – De Staat geeft de namen vrij van vier kameraden als voornaamste verdachten voor de overval van de bank Security. De vier duiken

onder. Santiago del Esteron, Argentinië 05/11 – 35 gevangenen sterven tijdens een opstand. Temuco, Chili 11/11 – De repressieve krachten vallen de gemeenschap van Temucuicui binnen en schieten met scherp. Een jongen van 10 jaar wordt geraakt in zijn borstkas, benen en handen. Santa Fe, Argentinië 29/11 – Dertien gevangenen van San Lorenzo ontsnappen nadat ze een gat van 60 centimeter maakten in het gestuukt plafond. Temuco, Chili 05/12 – Zes personen raken gewond na een poging tot opstand in de gevangenis. Een tiental gevangenen proberen zich te verzetten tegen een routineuse eindejaars-inval en vallen agenten aan die tussenbeide kwamen aan hun handen en voeten. Santiago del Estero, Argentinië 06/12 – Twee gevangenen steken hun matrassen en een vleugel in brand. Bij de opstand die daarop uitbreekt vallen 10 gewonden. Het is de derde opstand op een maand tijd. Santiago, Chili 14/12 – Bomaanval tegen de Spaanse Handelskamer in solidariteit met de gevangen Mapuche. Santiago, Chili 18/12 – Een brandbom tegen een lokaal van het

38

CHRONOLOGIE

bedrijf Telefónica. Santiago, Chili 19/12 – Een kazerne van carabineros en een filiaal van Banco Santander wordt aangevallen met bommen. Santiago, Chili 20/12 – Brandaanval tegen een filiaal van een bank in het centrum.

A achtergelaten. Santiago, Chili 13/03 – In de omgeving van een hoogbeveiligde gevangenis wordt een tunnel ontdekt van 85 meter dat voorzien was van een verlichtings- en verluchtingssysteem. San Martín de los Andes, Argentina 15/03 – Twee personen worden gearresteerd en beschuldigd van de overval op de bank Security, illegaal wapenbezit, valse documenten en bedreigingen naar de security van een nachtclub. Een derde persoon wordt gearresteerd, als medeplichtige voor hun vlucht. Providencia, Chili 18/03 – Een bom ontploft voor de zetel van de Krediet en Beleggingsbank. De bankautomaat en de eerste verdieping worden volledig vernield. Opgeëist door Columnas armadas y desalmadas Jean-Marc Rouillan. Santiago, Chili 23/03 – Twee reeksen van bomalerten zetten de hoofdstad in een situatie van maximale alertheid en brengt een mediatieke en politiële chaos teweeg. Een busterminal, gerechtsgebouwen, een televisiestation en een commercieël centrum worden ontruimd. Santiago, Chili 26/03 – Een geluidsbom (een blusapparaat met explosieve lading) ontploft in een bankfiliaal van Banco Estado en veroorzaakt schade aan de ramen. Buiten worden pamfletten achtergelaten rond de herdenking van de Dag van de Strijdende Jeugd. Buenos Aires, Argentinië 26/03 – Na twee weken van stakingen en wegblokkades laaide één van de grootste rurale revoltes op na een toespraak van de peronistische president Cristina Kirchner. Santiago, Chili 29/03 – Tijdens de nachtelijke rellen in de sloppenwijken op de Dag van de Strijdende Jeugd sterft een 24 jaar oude man, 9 carabineros en een jongen raken gewond en 232 manifestanten worden gearresteerd. Een brandbom wordt gedesactiveerd door de carabineros

aan de Catedral Castrense. Santiago, Chili 31/03 – Een jongen sterft aan een hartaanval ten gevolge van de afranselingen in het commissariaat na zijn arrestatie tijdens de rellen. Buenos Aires, Argentinië 07/04 – In het kader van de internationale mobilisaties in solidariteit met de drie kameraden die van de overval van de bank Security aangeklaagd worden, gaat een betoging door de straten van het centrum. Pamfletten worden uitgedeeld, slogans getagd en geroepen, affiches geplakt. Las Condes, Chili 25/04 – Een geluidsbom ontploft in de Universiteit van Opus Dei in Los Andes. Valparaiso, Chili 30/04 – Een groep personen vallen het Argentijns consulaat binnen met een consul aanwezig in het gebouw. Ze eisen vrijheid, asiel politiek en humanitair refuge voor Freddy, David, Marcelo, Esteban, Marcelo, Flora en Axel die in Argentinië vastzitten. De speciale troepen van carabineros vallen samen met de GOPE binnen en houden de groep 9 uur lang vast. Ze worden onderworpen aan ‘speciale’ ondervragingen. Een onderzoeksrechter opent een onderzoek voor ‘zware ordeverstoring’.

2008
Vilcún, Chili 03/01 – In de omgeving van Santa Margarita (IX), eigendom van de paramilitaire fascist Jorge Luchsinger, wordt de jonge Mapuche student Matías Catrileo door kogels van de Staat vermoordt. Samen met een groep comuneros realiseerde hij landheroveringen. Araucanía, Chili 25/01 – Een groep Mapuche vallen carabineros aan. Verschillende politieagenten werden vastgehouden. Éen politieagent raakt gewond, 13 mensen worden gearresteerd. Chili, 30/01 – Patricia Troncoso Chepa, als enige nog in hongerstaking, stopt na 112 dagen. Een akkoord werd bereikt waarin haar en twee andere Mapuche gevangenisgunsten worden toegekend vanaf maart. De drie worden ook overgeplaatst naar een Centrum voor Studie en Werk. Buenos Aires, Argentinië 18/02 – Verfbommen worden tegen de bank Itaú gegooid in solidariteit met de anarchistische gevangenen in hongerstaking in verschillende landen. Devoto, Argentinië 24/02 – Solidariteits betoging met de anarchistische gevangenen in hongerstaking. Montevideo, Uruguay 29/02 – De sloten van de inkomsthal van de Zwitsers-Uruguayaanse Kamer van Koophandel worden dichtgemaakt. Op de gevel wordt de slogan “met de hongerstaking van de gevangenen, voor de vrijheid” met een omcirkelde

39

CHRONOLOGIE

18 mei 2008 - Aanval tegen een politiekantoor in Chili

We hebben de beulen van het politiekantoor n° 26 aangevallen
EN BUIS MET KRUIT en een systeem met een horloge... dat is wat we vandaag gebruikt hebben om het commissariaat n° 26 van Pudahuel aan te vallen, één van de folter- en controlecentra gericht tegen de uitgebuiten. Haar kwestbaarheid duidelijk maken. Aantonen dat aanvallen gemakkelijk is. De verwerping van de bewakers van de orde van de rijken concretiseren. De reden voor deze aanval heeft een naam en voornaam: Jhonny Caiqueo Yañez, een jonge anarchist die enkele minuten na de inhuldiging van het plein van de 29ste Mei in Pudahuel, opgedragen aan de strijders die gevallen zijn onder de dictatuur en de democratie, gearresteerd werd. Jhonny en andere kameraden werden onderschept door een camionet van de GOPE. Ze werden in elkaar geslagen, gearresteerd en meegenomen naar het commissariaat n°26 in Pudahuel waar de politie hen verbaal en fysiek bleef agresseren. Na de afranseling begon Jhonny pijn aan zijn hart te voelen. Toen hij om medische verzorging vroeg, kreeg hij alleen maar meer slaag. Op 31 maart overleed hij aan een hartinfarct. De schuldigen voor zijn dood verschuilen zich achter de muren die we vandaag aangevallen hebben. Bijeengebracht door de affiniteit van de wederzijdse herkenning van onze vijand en de te gebruiken middelen, hebben we ons informeel georganiseerd om hem te wreken. Deze organisatievorm is dynamisch, mobiel en instabiel in haar specifieke samenstellende delen, maar constant en onverwurmbaar in het opstandige project, de permanente aanval tegen het kapitaal, de Staat en hun medeplichtigen. Wij delen met andere kameraden die verschillende aanvallen tegen de instellingen van het kapitaal uitgevoerd hebben de nood om direct te handelen tegen de heersende klassen in hun wijken, in hun huizen! We herkennen elkaar en we communiceren met deze klassebroeders doorheen acties. Maar deze keer mag de dringende wraak niet op zich laten wachten en hebben we als prioriteit gekozen om de veiligheid van deze criminelen in uniform te doen beven. Vandaag heeft de grond onder hun voeten gebeefd. Vandaag, gedurende enkele minuten, werd hen een erg kleine fractie van de dagelijkse terreur die ze ons aandoen teruggegeven. Hier slachters... hier is jullie dode, bekijk jezelf maar in het glas en jullie zullen het bloed zien stromen. Jullie hebben één van onze kameraden vermoord en jullie zullen daarvoor betalen. Ja, jullie zullen betalen! Een hart dat bonsde voor de magnifieke verlangens naar vrijheid, een hart dat vernietigd werd in één van hun cachots, de cloaca’s van het kapitaal. MOORDENAARS! We zullen jullie komen zoeken, jullie levens en alles wat jullie gebouwd hebben. Wij willen niets van jullie zieke maatschappij, we zijn noch marxisten, noch min of meer radicale communisten, we willen geen deel van de macht. WIJ WILLEN DIE VERNIETIGEN! Wij willen geen nieuwe Staat scheppen waar wij aan het hoofd van de privileges staan, noch willen we het kapitalisme vermenselijken. NEE! Met elk van jullie luxegoederen, jullie bezittingen, jullie wetten en grondwetten, jullie vlaggen en hymnes, zullen we een brandstapel maken die elke herinnering aan jullie rotwereld opfikt. En vanuit het opgeblazen beton zal de aarde, vrij van alle autoriteit, opnieuw groeien. We plaatsen onze wraakactie in de context van het anarchistische insurrectionalisme dat zich, naast andere methodes, het geweld eigen maakt om zich radicaal te verzetten tegen de menselijke ellende

waartoe ze ons willen herleiden. We zullen terugkomen om meer te doen, we zullen opduiken daar waar ze ons het minst verwachten, gegidst door de anti-autoritaire logica van de permanente opstand, de sabotage, de directe actie en de zoete wraak die ons, al was het maar een extra metertje, vrijheid zal brengen. De vrijheid die ze ons elke dag afpakken, die ze met al hun walgelijke wetten inbinden. Wij zijn er al eeuwenlang, we verspreiden ons momenteel in het weinige gras dat in de rotte stad groeit. Wanneer ze ons beginnen zoeken, zullen we al verdwenen zijn. Wanneer je dit leest, gier van de jacht, zal onze informele groep al uiteengegaan zijn... Misschien zijn we bezig naast jou inkopen te doen in de supermarkt of vragen we je het uur aan het einde van de werkdag. We brengen de nodige kennis bijeen om wanneer het moment gekomen is een nieuwe groep te vormen, misschien met andere mensen en zo een alsmaar meer zekere aanval uit te voeren. De korte minuten van terreur die ze vandaag gevoeld hebben, zullen zich morgen verhevigen. Dit was maar een voorsmaakje. Om onze actie uit te voeren, wachten we op toestemming van niemand. We wachten op geen enkele verlichte die ons toelating geeft om te beginnen. Wij alleen beslissen over het tijdstip, de plaats en het hoe; op basis van onze overtuigingen en onze analyse. Het oude stokpaardje dat zegt dat het nog geen tijd is om te strijden en dat het uur van de aanval nog niet gekomen is dient alleen maar om hun kinderen te doen inslapen. Het zijn onderdrukkers in spe als we niet beslissen iets te doen. Voor de moord, voor de diefstal van het leven van onze kameraad Jhonny willen we geen onderzoekscommissie, juridische ruzietjes of sancties. Jhonny, strijder, nooit martelaar, eist de wraak van elke anarchistisch hart. Onze actie pretendeert niet aan iemand een lesje te leren over hoe de opstand moet bewerkstelligd worden. Want de opstand is geen programmatorisch schema dat blind kan toegepast worden als ware het een wiskundige formule. De opstand is niet dood. Ze vindt zichzelf elke dag opnieuw uit, elkeen brengt nieuwe elementen aan en nieuwe vormen om haar te doen uitbreken. Het belangrijke is wat gedaan wordt en zich van de angst bevrijdt heeft, uit de klauwen van de repressie. Wat de lering van één van de schoonste kunsten verdiept: DE SABOTAGE. Wiens gezicht verlicht wordt door het vuur van de opstand. ELK VAN JULLIE POGINGEN OM ONS TE DOEN ZWIJGEN ZAL ALS EEN BOM TERUGKOMEN. EN ALS JULLIE RUSTIG SLAPEN, ZULLEN WIJ TOT DAAR KOMEN... OPSTANDIGE ANTI-AUTORITAIRE CEL JHONNY CARIQUE YAÑEZ
[Vertaald vanop www.hommodolars.org]

E