You are on page 1of 3

Koppeling Psychologie- agogiek

Biologisch perspectief
Door de groei van het limbisch systeem heeft het kind behoefte aan nieuwigheid en stimulatie.
Daarom zoekt hij risicosituaties op, maar zonder de verstandige keus te maken omdat de frontaal
kwam nog niet volledig ontwikkeld is. in zijn vriendengroep wordt hij continue uitgedaagd om keuzes
te maken om bij de groep te horen. Doordat hij hier bij wilt horen en zijn limbische systeem nog niet
volledig is volgroeit gaat hij voor de keuzes waarmee hij het meeste bij de groep hoort. De ouders
ervaren hierdoor opvoedonzekerheden. Deze opvoedonzekerheden horen in de eerste fase van het
model van kousenmaker thuis. De ouders hebben namelijk een opvoedvraag. Het gedrag is nog niet
zo erg dat de ouders advies nodig hebben professionals maar de volgende referentiepunten inzetten
namelijk de buren, familie en kennissen.

Behavioristisch perspectief
Volgens de operante conditionering van Skinner moet het gedrag van het kind worden aangepakt.
Dit kan de ouders doen doormiddel van belonen en straffen. Als het kind de gemaakte afspraken niet
na komt en de ouder spreekt het kind hier op aan en het kind het kind reageert agressief of brutaal
dan geeft de ouder het kind een consequentie doormiddel van belonen en straffen. Als het kind
negatief gedrag vertoond krijgt het kind een auto verbod. Het kind mag dan een week lang geen
gebruik maken van de auto. De ouder maakt dus gebruik van een negatieve straf. De ouder haalt
iets prettigs voor het kind weg. de ouder maakt hier gebruik van de opvoeddimensie grenzen
stellen. de ouder laat duidelijk aan het kind merken dat ze het hier niet mee eens is.

De ouders hebben samen met het kind afspraken gemaakt, waar het kind zich
aan moet houden. Deze afspraken zijn gemaakt omdat het kind vaak spijbelde
en het kind geen motivatie had en hierdoor het zijn examenjaar van de havo niet
heeft gehaald. Het kind had een lage prestatiedrang, hij toont bijna geen
inzet en had weinig doorzettingsvermogen. Doordat het kind lage cijfers haalde
op school benvloed dit zijn extrinsieke motivatie. Zijn ouders wilde het kind
nog een kans geven en hebben samen in overleg met het kind afspraken
gemaakt waar het kind zich aan moest houden. Als hij zich aan de afspraken
hield mocht hij nog een jaar de havo volgen. Deze vorm heeft te maken met de
autoritatieve opvoedstijl. De ouders geven duidelijk de grens aan maar dit
wordt samen in overleg met het kind gedaan.
Cognitief perspectief
Het kind is 18 jaar, Het denken van de adolescent gaat verder dan sensorimotorisch, pre-operationeel en concreet-operationeel denken. De jongere kan nu
ook abstract (of: formeel) denken. Redeneren over het niet concrete en het nietbestaande (preoccupatie).
Het kind gaat abstract denken en redeneren over het niet concrete en bestande,
ook gaat het kind hypothetisch deductief denken hij maakt als dan redenaties.
Ook gaat het kind combinatorisch denken. Het kind vaak is kritische en
depressief.
Het kind gaat hypothetische deductief denken. Het kind gaat denken wat als ik
de opgestelde afspraken niet nakom. Het kind gaat hiermee experimenteren. In
deze fase gaat het kind anders denken de adolescent is kritisch en vaak

teleurgesteld (depressief). in deze fase is het belangrijk dat de ouder het


kind genoeg ondersteuning biedt, zodat het kind er niet alleen voor staat.
ondersteuning bieden is een van de opvoed dimensies.

Humanistische perspectief
Nu de ouder ziet dat het kind de samen opgestelde afspraken niet nakomt. Is de
ouder overgegaan naar de een andere opvoedstijl namelijk de verwaarloosde
opvoedstijl. De ouder biedt het kind de biologische behoefte en de behoefte
aan veiligheid. Dit doet de ouder door voor het kind te voorzien van eten drinken.
De ouder voorzien het kind ook van de behoefte aan veiligheid door het kind
onderdak te bieden en het kind op te laten groeien in een veilige omgeving. De
volgende behoefte hirarchie van Maslow vervult het kind niet. De ouders
besteden geen aandacht meer aan kind. ze laten hem de school zelf betalen,
spreken hem niet meer aan op zijn gedrag. de ouders tonen geen liefde meer
aan het kind. De ouders voelen zich niet meer verbonden met hun kind.

psychodynamisch perspectief
Het kind is 18 jaar en bevindt zich volgend de ontwikkelingspsychologie
Erikson tussen de adolescentiefase en de fase van de jong volwassenen.
In de adolescentiefase is het kind bezig om zijn eigen identiteit te ontwikkelen.
Bij de fase van jong volwassenen is het kind bezig met het ontwikkelen van
relaties en seksualiteit. Om er achter te komen welke identiteit bij het kind pas
gaat het kind experimenteren in verschillende contexten. De ouders spelen in
deze ontwikkeling een belangrijke rol. De ouders hebben opvoedsopgaven. bij
de opvoedingsopgaven biedt de ouders het kind hulp. In de adolescentie fase
heeft de ouder verschillende opvoedopgaven: emotionele steun bieden,
tolerantie voor experimenten, leeftijds- adequate grenzen stellen
voorbeeldfunctie vervullen symmetrische relatie met kind aangaan,
ondersteuning op het gebied van school ,beroep en relaties en
verantwoordelijkheid overdragen en keuzes van het kind accepteren. In deze
periode is het belangrijk dat de ouder het kind loslaat, zodat het kind kan
experimenteren en op zoek kan gaan naar zijn eigen identiteit. De ouder moet
het kind genoeg ruimte bieden, maar daarbij moet de ouder duidelijke grenzen
stellen waarin het kind kan experimenteren.