You are on page 1of 11

Casustoets A:

Legitimatieverslag

Titel verslag
Naam student
Studentnummer
Klas
SLB er
Module
Datum
Aantal woorden

Casustoets A: Legitimatieverslag
Vera Claes
1526677
V1E
Willy Nijhof
Opvoeden in het publieke domein OLP
4
3 juni 2016
3839 woorden, totaal 3969

Inhoudsopgave
Hoofdstuk
1. Inleiding

Pagina
3

2. Voorbereiding op het gesprek


3. Terugblik op het gesprek
4. Literatuurlijst

4
7
11

1. Inleiding
In dit eerste leerjaar zijn wij voornamelijk bezig geweest met gespreksvoering. In
de eerste periode heb ik voornamelijk geleerd wat voor een soort communicatie
vormen je hebt, leren interpreteren en waarnemen, leren bewust te worden van
mijn eigen handelen, reflecteren, leren vragen stellen, soorten vragen leren te
stellen en hebben we kennis gemaakt met de basishouding. In de tweede periode
2

ben ik in de sociale communicatieve vaardigheden trainingen dingen dieper gaan


bekijken zoals: de kennis van toepassingen van communicatieve vaardigheden,
met name het luisteren, doorvragen, samenvatten, parafraseren en reflecteren
op gevoel, het leren openen en afsluiten van een gesprek met een doel en het
resultaat daarvan, basishouding tonen in een dialoog situatie, oplossingsgericht
werken, en kennis maken met de sociale netwerkmethodiek het inzetten van een
ecogram. Toen onderwijsperiode drie zich aanbood was de verdieping en de
integratie van belang. De verdieping op de kennis en het toepassen van
basiselementen van de presentietheorie, je inleven in de leefwereld van de ander
en bewustwording. Met name de bewustwording van je eigen referentiekader,
leefwereld, waarneming en interpretatie, waarden en normen en wat de
betekenis is voor mij als toekomstig Social Worker. Dit alles probeer ik toe te
passen in mijn volgende gespreksvoering en wil ik integreren in
onderwijsleerperiode vier.
De module van onderwijsleerperiode 4, richt zich voor namelijk deze periode over
opvoeden in het publieke domein. Dit legitimatieverslag speelt daarbij ook een
rol. Casustoets A richt zich met name op het voorbereiden, uitvoeren en
evalueren van een professioneel gesprek met iemand met een opvoedvraag, met
als doel te inventariseren wie binnen het publieke domein een bijdrage kunnen
leveren om de veranderwens te realiseren.
Bij het kiezen van een opvoeder voor deze casustoets uit te kunnen voeren
diende je iemand te kiezen die niet in je eigen systeem zit. Daarbij dient je
opvoedvraag te gaan over iemand tussen de 0 en 23 jaar oud. Hier dacht ik
direct aan mijn buurvrouw, omdat zij een van de weinige is in mijn omgeving met
jongere kinderen die ik makkelijk kan bereiken en dus makkelijk kan benaderen
voor tenminste twee keer een gesprek te voeren. Voor de privacy van de
betrokkenen te waarborgen in dit legitimatieverslag en het filmpje heb ik aan de
betrokkene gevraagd of ik hun echte namen mocht gebruiken. Hier heb ik
toestemming voor gekregen en ik zal deze namen gebruiken in dit verslag. Het
betreft een gezin met vier gezinsleden, vader Frank, moeder Sina, zoontje
Lorenzo (9) en dochter Dante (13). Vader werkt fulltime, moeder zit thuis wegens
ziekte, zoontje Lorenzo zit in groep 5 van de basisschool en dochter Dante heeft
bijna haar eerste leerjaar van de middelbare school afgerond. Daarbij wordt het
gesprek op het filmpje in het Maastrichtse dialect gevoerd.
Dit verslag is opgebouwd uit de voorbereiding op het gesprek waarin ik de
context en de resultaten uit eerdere gesprekken beschrijf. Ik beschrijf daarbij wat
mijn doelen vr het gesprek waren en welke methodische interventies ik wilde
inzetten, deze legitimeer ik aan de hand van de kennis uit eerdere
onderwijsperioden. Het tweede deel van het legitimatieverslag is een terugblik op
het gesprek. Hierin reflecteer ik op het gesprek, met een concrete reflectie op de
manier hoe ik mijn basishouding, gespreksvaardigheden en methodische kennis
heb ingezet om de vooraf gestelde doelen te behalen of hoe ik dit had kunnen
doen, in het geval als dit mij niet gelukt is.

2. Voorbereiding op het gesprek


Voorbereiding vr het eerste gesprek
Voordat ik in het eerste gesprek ging met de opvoeder heb ik een aantal zaken
opgeschreven die ik wilde bespreken. Zodat ik voor mijzelf helder had wat ik
wilde weten, en wat ik belangrijk vond voor het gesprek te kunnen voeren. Het is
tenslotte mijn buurvrouw, waar ik dit gesprek mee voer. We kennen elkaar wel en
ik ken haar kinderen, maar niet diepgaand. Voor haar is het meewerken om met
mij in gesprek te gaan over opvoeden dus vrij privacygevoelig. Ik moet haar dus
ook op haar gemak stellen.
Daarbij moest ik een keuze maken of zij naar mij toe zou komen of dat ik naar
haar toe zou gaan. Ik vroeg aan haar bij de afspraak maken wat zij prettig zou
vinden. Zij gaf hierbij aan dat het haar niet uitmaakte. Ik zei haar dat ik dan naar
haar huis zou komen. Deze keuze had ik gemaakt zodat zij in haar eigen veilige
omgeving was, waar zij zich op haar gemak voelt. Ik heb hier dus de
presentietheorie toegepast. Nadat ik het gesprek had gepland en ik wist waar
het zou plaatsvinden heb ik voor mijzelf op papier als voorbereiding de dingen
gezet die ik belangrijk vond voor het eerste gesprek. Daarbij vond ik vertrouwen
en dat zij in haar eigen veilige omgeving zit, zoals hierboven beschreven staat
dus een van de belangrijkste punten. Eigenlijk wist ik niets meer dan de leeftijden
van de kinderen en hoe de kinderen heten. Ik wilde dus ook een diepere kijk op
de kinderen hebben. Hier wilde ik haar zelf iets over laten vertellen en eventuele
vragen stellen voor verdieping te verkrijgen op de situaties van de kinderen. Dit
leken mij belangrijke dingen voor het eerste gesprek voor een beeld te schetsen
van de gezinssituatie en met betrekking tot haar kinderen. Voor de rest liet ik het
gesprek open en zag ik wel waar het schip zou stranden, het is tenslotte de
opvoeder zijn opvoedvraag.
Voorkennis uit eerste gesprek
Bij het eerste gesprek heb ik haar gevraagd eens wat meer te vertellen over haar
kinderen. Ik vroeg naar het gedrag, waar ze van houden, wat ze nu doen op
school, hoe het gaat met ze, hoe ze met elkaar omgaan en wat de verschillen zijn
tussen beide kinderen. Hierover kreeg ik voldoende antwoord. Zo kwam ik
erachter dat dochter Dante nu in de pubertijd zit en dat al op jongere leeftijd toen
zij op de basisschool zat de hormonen kwamen opspelen. Wat als jongmeisje niet
altijd gemakkelijk is, vooral omdat haar meeste vriendinnetjes hier nog geen
weet van hadden. Gelukkig wist zij hier goed mee om te gaan. Wat ik uit het
gesprek heb begrepen is dat er een hoge mate van betrokkenheid is tussen de
gezinsleden, dat de omgang met leeftijd genoten wordt gestimuleerd ook door de
scouting waar ze intensief aan deelnemen, dat de ouders veiligheid en intimiteit
bieden, maar ook dat er grenzen zijn waaraan alle gezinsleden zich dienen te
houden. Er is dus sprake in dit gezin van een half-open/ half-gesloten gezin
(Becker, 2014).
Om nog terug te komen op de pubertijd waar dochter Dante op het heden
midden inzit, leek het mij wel interessant om daar meer over te weten te komen.
Daar kwam onder andere de hormonen aanbod, hoe Dante zich gedraagt hierbij
zowel de positieve als de minder leuke kanten en hoe moeder hiermee omgaat.
Moeder gaat vrij relaxt met haar puber om, ze geeft haar alle ruimte. Zij laat wel
merken en weten aan haar dochter wat haar grenzen hierin zijn en waar die
grenzen ophouden. Moeder vindt het belangrijk dat haar dochter terecht bij haar
4

kan voor vragen of dingen waar ze mee zit. Ze probeert de drempel voor haar
dochter hiermee zo laag mogelijk te houden. Dit doet ze door interesse te tonen
in wat leeft bij haar dochter, haar bij dingen te betrekken, complimenten te
geven en aan te moedigen in wat ze doet, haar eigen keuzes te maken en haar
hier bij onvoorwaardelijk te steunen. Tot nu toe vindt moeder dat dit op een juiste
manier heeft uitgepakt.
Door over de algemeen bekende puberteitsfases te spreken en hoe die van
invloed zijn op Dante is de opvoedvraag tot stand gekomen. Uiteindelijk zijn we
samen tot de opvoedvraag gekomen: Hoe ga ik aan de slag met seksuele
voorlichting geven aan mijn kind? Dit is daarmee al best een concrete
opvoedvraag. Op deze opvoedvraag wil ik wel nog verdieping zoeken. Zij geeft
hierbij aan dat dit vanuit haar jeugd eigenlijk een taboe is en dat ze dat wel nog
steeds denkt, maar ook weer niet nodig vindt.
Het tweede gesprek (de filmopname)
Voorbereiding tweede gesprek
Voor het tweede gesprek, wat daarmee ook het opgenomen gesprek werd, heb ik
weer mijzelf voorbereid. Dit heb ik gedaan door een opening van het gesprek te
schetsen. Daarmee bedoel ik hoe ik het tactisch kan aanpakken om te beginnen
en niet direct met de deur in huis te vallen. Denk hierbij aan het bedanken,
vragen stellen zijn altijd welkom meegeven, onduidelijkheden aangeven,
tijdsduur aangeven en een samenvatting weergeven van het eerste gesprek. De
kern van het gesprek had ik mij op voorbereid door een aantal vragen te stellen
waar ik achter wilde komen in het gesprek, dit was ook handig voor als ik even
vast zou lopen in het gesprek. Bij de afsluiting nam ik mij voor om nog eens een
kleine samenvatting van dit tweede gesprek te geven en hierbij te vragen of ik
het zo goed zo proberen. Daarbij wilde ik haar aanmoedigen om te vragen wat ze
van het gesprek vond en wat het met haar gedaan heeft.
Doelen
De doelen die ik hoop te bereiken in het tweede en meteen ook laatste gesprek
zijn met name:
- Bewust zijn creren van de opvoeder in haar gedrag m.b.t. de opvoedvraag
- Opvoedvraag verhelderen
- Komen tot nieuwe inzichten
- Niet een veranderwens toepassen, maar een eventuele aanpak wens
- Mogelijke voorlichtingsactiviteiten te bespreken
Methodische interventies (inclusief gespreksvaardigheden)
De volgende methodische interventies vond ik belangrijk om toe te passen in het
gesprek;
Allereerst benoem ik de presentie theorie. Present werken is een methode
waarbij ik in het gesprek mij aandachtig en toegewijd op de in dit geval de
opvoeder betrek. Dit kan van verlangens tot aan angst gaan. Het is hierbij de
bedoeling dat ik aansluit bij de opvoeder en daarbij begrijp wat er in
desbetreffende situaties gedaan zou kunnen worden. Door bij haar thuis te zijn
sluit ik mij aan op de opvoeder, zodat zij zich op haar gemak voelt waardoor ik op
deze manier de zowel genoemde vraag achter de vraag ontdek. Daar geld ook
de gespreksvoering in het dialect voor, dit is ook een vorm van aansluiten bij een
persoon, zodat de situatie makkelijker wordt (Jongerenwerk nieuw stijl, z.d.).
Daarom heb ik ook goed nagedacht over hoe ik het gesprek begin, en zoals al
eerder werd benoemd ik niet met de deur in huis val, dus een sterk begincontract
maak (Psychologische gespreksvoering, z.d.). Dit kan zorgen dat de opvoeder
dichtklapt. De 7 leefgebieden wil ik tot op zekere hoogte laten terugkomen in het
5

gesprek, als dit van toepassing is in wat er besproken wordt of een vervolg op
wat besproken werd. Het toepassen van LSD (Luisteren, samenvatten en
doorvragen) hebben invloed op hoe het gesprek zal lopen, dit is dus erg
belangrijk om deze toe te passen (Groen, Jongman &Meggelen, 2011). De 7
leefgebieden kan de situatie verhelderen waarom de opvoeder iets of niet
aanpakt. Hierbij kunnen de 7 leefgebieden verduidelijking geven voor zowel de
opvoeder als voor mij in de toedoende situatie (Van Leeuwen et al., 2013). Het
ecogram wil ik ook terug laten komen, voor aan te geven met wie Dante nog kan
praten als het met haar ouders niet lukt over seksuele onderwerpen. Het
ecogram geeft een volledig beeld van de situatie van de betrokkene, waardoor de
opvoeder en ik tot nieuwe inzichten kunnen komen in het gesprek. In het gesprek
wil ik er ook stil bij blijven staan dat ik doorvraag, zodat ik tot verdieping kom in
het gesprek, dit heeft een bijdrage in zowel de bewustwording voor mij over de
situatie, als voor de opvoeder. Ik moet erop lette in het gesprek dat ik geen
invullingen geef, dit kan als vervelend worden ervaren door de betrokkenpersoon
(Groen et al., 2011).
Basishouding
In het gesprek wil ik mijn normale basishouding kunnen laten zien, die ik de
afgelopen perioden heb kunnen ontwikkelen. Daarbij hoor ik een genteresseerde
en openhouding zo aan te nemen dat dit de opvoeder uitnodigt om te vertellen.
Daarbij wil ik ook kleine stiltes laten vallen in situaties die daar om vragen, zodat
de opvoeder de kans krijgt om bij haar eigen gedachtes stil te staan en deze dan
vervolgens kan benoemen. Door middel van knikken en hummen, nodig ik de
betrokkenpersoon uit tot vertellen (Groen et al, 2011). Als feedback heb ik
gekregen dat ik een aangename rustige stem heb, die al in zijn klanken interesse
toont en vertrouwen, dit wil ik zeker niet anders doen tijdens het gesprek. Deze
onderdelen vind ik belangrijk om te laten zien in mijn basishouding, dit kenmerkt
mij (Groen et al, 2011).
Opvoeding in publieke domein
De bovenstaande casus over geven van seksuele voorlichting, kan in
verschillende domeinen worden uitgelegd. Zo zijn er 4 verschillende
opvoedingsmilieus: het eerste opvoedmilieu het gezin, tweede school en werk,
derde is vrije tijd en het vierde opvoedingsmilieu is de digitale wereld. De
opvoedvraag kan in elk opvoedmilieu ter sprake worden gebracht en zou een
hulpmiddel kunnen zijn om Dante bewust te maken van seksuele voorlichting en
de zowel de leuke als minder leuke kanten/gevolgen van geslachtsgemeenschap.

3. Terugblik op het gesprek


Startpunt van reflectie en legitimatie is een zelfbeoordeling van het gesprek
m.b.v. het zelfbeoordelingsformulier:
1. BASISHOUDING SOCIALWORKER

Cijfer/
beoordeling

A. De student creert een sfeer van veiligheid

en vertrouwen
begroet de ander en stelt hem op zijn gemak
heeft een ontspannen en rustige
lichaamshouding
- maakt aanmoedigende gebaren (knikken).
B. De student zoekt afstemming en sluit aan bij
de leefwereld van de ander.
- reageert adequaat, passend bij het moment
- maakt oogcontact.
-

8
7
8

7,5
8,5

C. De student toont zich oprecht en authentiek

Verbaal en non-verbaal gedrag is congruent.


kan zijn eigen gevoelens en gedachten onder
woorden brengen (metacommunicatie).
Neemt geen gekunstelde rol aan.

8
7,5
7,5

D. De student erkent en accepteert de zijnswijze

van de ander met diens eigen waarden en


normen.
- toont zich vrij van oordeel
- vult niet in voor de ander
E. De student toont zich genteresseerd
- vraagt naar de gevoelens en gedachten van
de ander
- vraagt door, draagt GEEN oplossingen aan.
F. De student toont zich assertief
- Brengt structuur aan in het gesprek.
- Houdt het doel van het gesprek in de gaten.
brengt zijn eigen mening naar voren op een

7,5
7
8
7,5
7,5
7

adequate manier.

2. GESPREKSVAARDIGHEDEN
De student luistert actief

De student stelt open vragen en gesloten vragen


op adequate manier

7,5

De student parafraseert regelmatig

De student vat regelmatig samen

De student benoemt of vraagt naar het gevoel en


gedachten van gesprekspartner.

De student concretiseert en exploreert; hij zet


daartoe bovenstaande gespreksvaardigheden in.

7,5

Exploreren van de mogelijkheden die de


opvoeder ziet in het realiseren van de
veranderwens t.a.v. de opvoedvraag in het
publieke domein.

Cijfer/
beoordeling

de student past de houding, vaardigheden en


methodische kennis uit OLP 1, 2 en 3 toe in
dit gesprek.
A. OPENEN VAN HET GESPREK EN BEGINCONTRACT
De student schetst de beginsituatie van het
gesprek; hij geeft een samenvatting van hetgeen in
eerdere gesprek(ken) besproken is.
De student geeft duidelijk aan wat het doel is van
dit gesprek.

7,5

7
7

De student vraagt naar doelen en verwachtingen


van de gesprekspartner en stemt deze af op zijn
eigen doelen.

B.

KERN VAN HET GESPREK: TOEPASSING METHODISCHE


INTERVENTIES OM DOELEN VAN HET GESPREK TE
BEREIKEN

De student gaat dieper in op de 7 leefgebieden op


een adequate manier en indien nodig.

De student exploreert de mogelijkheden in het


publieke domein om de veranderwens te
realiseren.

C. AFSLUITEN VAN HET GESPREK


De student kijkt samen met de gesprekspartner
terug naar de (begin) doelen van het gesprek
de student zet de resultaten van het gesprek op
een rijtje.
De student maakt een samenvatting of vraagt de
clint dit te doen.
De student voert een metagesprek over hoe de
clint het gesprek heeft ervaren

7,5
7,5
8
8

De student sluit het gesprek af op een adequate


manier

De student kan zijn eigen aandeel benoemen (effect van eigen handelen) aan de
hand van concrete voorbeelden uit het gesprek (die ook via tijdsaanduiding terug
te vinden zijn in de filmopname).
00:01:09 - In het begin van het gesprek is te zien dat ik mijn verwachtingen van
het gesprek uitdraag en welke kant ik op wil in dit gesprek. Namelijk het doel
voor dieper om de opvoedvraag in te gaan kijken. Doordat ik de vraag stel of zij
zelf nog over de opvoedvraag heeft nagedacht leg ik een deel van het proces bij
haar.
00:02:46 - Positief vind ik hier van mijzelf dat ik haar laat weten wat ik in haar
gezicht zie afspelen en dat het blijkbaar iets met haar gevoel doet. Dit zet de
opvoeder aan het denken, en ze vertelt hierbij wat dit met haar gevoel doet. Ze
stelt zich hier door mijn vraag kwetsbaar op.
00:04:31 Ik gebruik vaker dezelfde woorden in mijn samenvatting of in het
parafraseren die zij benoemd. Dit zorgt ervoor dat ik geen andere invullingen
geef en dat ik het begrijp waar ze het over heeft. Dat zorgt ervoor dat zij zich
begrepen voelt. Dit komt ook vaker terug in het verloop van het filmpje. (Zie
00:05:52)
00:06:12 Ecogram deels in het gesprek verwerken, zodat we samen kijken wie
nog dichtbij Dante staat, waar het onderwerp ter sprake zou kunnen komen. Dit
zorgde ervoor dat de opvoeder begon over haar eigen jeugd hoe zij dat heeft
gedaan en denkt dat Dante dat ook op deze manier zou doen met haar
vriendinnetjes.
00:11:41 Hierin parafraseer ik en geef ik een samenvatting weer van wat zij
zojuist heeft verteld. Op haar informatie die zij mij gaf, stelde ik een vraag
waardoor ik het weer terug bij haar legde. Hierbij denkt ze na over haar eigen
opvoeding.
9

00:12:47 Sina heeft zojuist zich kwetsbaar opgesteld door over haar
thuissituatie te praten en over haar eigen situatie met betrekking tot haar priv
situatie waar ze nu in verkeerd. Ik toen hier begrip door te hummen en te
knikken, op het geen wat ze verteld. Ik wil haar niet hierin verstoren door een
vraag te stellen en laat haar even in haar moment om haar gevoel kwijt te
kunnen.
00:14:39 Ik stap hierover naar het concretiseren van doelen voor de
opvoedvraag. Hierbij vul ik wel ook haar schaamte in, in mijn parafrasering.
Daaropvolgend vul ik weer de woordkeuze voor haar in. Het was goed van haar
dat zij zo mondig is om aan te geven dat het niet de schaamte is die het moeilijk
maakt, maar de taboe van het onderwerp.
00:15:14 Ik draag voorbeelden aan tot oplossingen hierbij wat effect kan
hebben. Ik hoopte dat zij er verder op zo voortborduren en zelf kwam met
initiatieven. Ze noemde hier voorbeelden van wat er al heeft plaatsgevonden en
heeft het wel vaker bespreekbaar gemaakt aan de hand van programmas.
00:16:58 - Sina is zich ervan bewust geworden in het gesprek, dat ze het
onderwerp onbewust wegstopt.
00:17:00 Hierin neem ik het onderwerp terug, waar we net even waren
afgedwaald. Zo zag ik dat ze toch daar weer iets over te vertellen had, wat ook
iets over het gedrag van Dante zegt en de interactie van moeder en dochter.
Moeder legde hierin uit dat zij serieus erop ingaat als ze ziet aan haar dochter dat
dat kan, hier is sprake van aansluiting van moeder bij kind.
00:20:30 Voor de afsluiting geef ik citaten weer die in het gesprek zijn
voorgekomen. Dit zorgt voor verheldering van de opvoedvraag en de daarin
behaalde doelen door middel van het gesprek.
00:20:56 Sina benoemt de vooruitgang die zij nu eigenlijk al heeft gemaakt ten
aanzien van haar eigen opvoeding. Het ingaan op haar eigenopvoeding in het
gesprek is dus van invloed geweest op haar bewustwording hiervan.
00:21:42 - Voor het gesprek af te ronden geef ik een samenvatting weer van het
gesprek, waarbij de opvoeder mij mag aanvullen. Sina en ik benoemen samen
wat voor haar op dit moment effect heeft en aansluit bij seksuele voorlichting
geven. Als volgt vraag ik wat ze van dit gesprek vond en wat ze hieruit heeft
kunnen halen. Ze geeft aan dat dit gesprek verdieping heeft geboden en ze
merkt aan zichzelf ook dat ze erover aan het nadenken is.
De student beschrijft op welke manier basishouding, gespreksvaardigheden en
methodische kennis zijn ingezet, in relatie tot het doel van het gesprek.
Door mijn basishouding aan te nemen heeft gezorgd ervoor dat de opvoeder zijn
verhaal rustig kon vertellen en zij zich op haar gemak voelde. Door het hummen
en knikken moedigde ik haar aan om te vertellen. Zowel de basishouding als
gespreksvoering dragen eraan bij dat de opvoeder het merendeel aan het woord
was wat eruit eindelijk toe leiden het doel te halen. Hierin stuurde ik haar wel,
door dingen gericht door te vragen. Mijn methodische kennis heeft gezorgd voor
een geheel beeld te schetsen van zowel de opvoeder als de situatie van het kind.
Door de 7 leefgebieden, het ecogram en de presentietheorie toegepast te
hebben in het gesprek, zijn we door al deze informatie tot het doel gekomen dat
vooral belangrijk voor haar is om aan te sluiten bij haar kind en het proces niet te
forceren. Zij is hierdoor ook tot inzichten gekomen hoe ze het ook niet wilt doen,
10

dat is ook al een mooi inzicht waarvan zij zich bewust is kunnen worden. Daarbij
benoemt zij een aantal keren ook de bewustwording van het onbewuste, dat iets
met haar heeft gedaan in dit gesprek en haar inzichten heeft geboden.
De student reflecteert op het resultaat van het gesprek en de eigen rol daarin.
Het is voor mij een belangrijkresultaat in een gesprek als er bewustwording heeft
plaatsgevonden, omdat dit ervoor zorgt dat de opvoeder is bezig geweest in zijn
hoofd over het geen wat besproken wordt. Mijn rol in dit gesprek was vooral de
opvoeder tot enkele inzichten te laten komen en haar aan het denken te zetten
over haar eigen gedrag en over het gedrag dat haar dochter vertoont. Deze
inzichten zoals hierboven al waren uitgelegd, was vooral het bewustzijn van het
onbewust wegduwen, de nieuwe inzichten die zij heeft verkregen en dat ze wilt
aansluiten bij haar dochter.
De student formuleert vanuit zelfbeoordeling en reflectie eigen verbeterpunten
en veranderwensen t.a.v. de verdere professionele ontwikkeling.
Ik vond dat ik voldoende diepgaand doorvragende vragen stelde, die voor nieuwe
inzichten en verdieping zorgden. Soms gaf ik wel te vaak de keus van vind je dit
of vind je dat. Hierbij had ik het beter op een globalere vraag het kunnen houden
zodat de betrokkene zelf op iets komt. Misschien denkt de betrokkene wel aan
heel iets anders dan dat ik de keus geef tussen de twee voorbeelden. Dit wil ik
verbeteren en is dan ook mijn veranderwens voor mijn professionele
ontwikkeling. Niet elke persoon kan hiermee omgaan, en dit kan te ingewikkeld
zijn voor sommige individuen. Ik denk dat deze persoon dit wel aan kan, als zij
iets anders zou vinden dan zou ze dat aangeven, dit komt ook voor in het filmpje.

4. Referentielijst
Becker, A. (2012). Inleiding in de pedagogiek. Assen: Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum
Groen, M., Jongman, H., & Meggelen, A. (2011). Praktijkgerichte sociale vaardigheden. (2e dr.).
Noordhoff Uitgevers Groningen/ Houten
Jongerenwerk nieuwe stijl. (z.d.). Presentwerken. Gedownload op 2 juni 2016, van
https://blackboard.zuyd.nl/bbcswebdav/pid-11406-dt-content-rid-40932_1/courses/105-SW2015201601/jongerenwerk%20nieuwe%20stijl%20present%20werken.pdf
Psychologische gespreksvoering. (z.d.). Opening van het gesprek en begincontract. Gedownload op 2
juni 2016, van https://blackboard.zuyd.nl/bbcswebdav/pid-11403-dt-content-rid-41210_1/courses/105SW20152016-01/psych%20gespreksv%20%206%202%20en%206%205%201%281%29.pdf
Van Leeuwen-Den Dekker, P., Poll, A. (2013). Leefgebiedenwijzer (9e dr.) Utrecht: MOVISIE.

11