naam:_________________

datum:_______________

De Oudheid. (van 800 v.Chr.tot 500 n.Chr.)
Griekenland
Griekenland is een land omringd door de zee, toch is het nog voor een stuk verbonden met land. Voor Griekenland is de zee dus heel belangrijk voor de import en export!

 Omcirkel Griekenland op het volgende kaartje.

1. De landbouw in Griekenland
Omdat bijna alle grond in Griekenland ___________________ is, doet men bijna niet aan landbouw en zal men moeten graan gaan halen uit andere _____________. Dit noemt men ______________. Enkele producten groeien er wel zoals: olijven (voor de________), en druiven (voor ______).

2. Griekse Maatschappij

Mannen, vrouwen en kinderen Bij ons gaan dikwijls moeder en vader werken! Maar, vroeger was dit helemaal niet zo! In een rijk Grieks gezin werkte alleen de man buitenshuis. De vrouw moest dus thuisblijven. Eigenlijk leefden ze apart. De vrouwen hadden namelijk een eigen vrouwenkamer in huis en daar mocht geen man komen. Het kinderleven Als je in die tijd arm was, dan had je een echt zwaar leven! Op 6-jarige leeftijd moesten kinderen namelijk al meehelpen op het land en dan konden ze natuurlijk niet naar school. Als het heel slecht ging, kon hun vader hen verkopen als slaaf. Op 12-jarige leeftijd werden kinderen gezien als _______________. Jongens en meisjes brachten hun speelgoed dan naar de tempel en lieten het daar achter als offers aan de God Apollo . De mensen werden helemaal niet ______ in die tijd, omdat men niet goed wist wat belangrijk was voor de __________________. Daardoor stierven veel kinderen.

3. 2 Belangrijke steden : Athene en Sparta
Athene Mensen mochten hun mening zeggen

Sparta geen vrijheid geen ontspanning of plezier  ze moesten een machtig land zijn

naam:_________________ 4. Het bestuur
Rijke kinderen

datum:_______________

Omcirkel wie aan de volksvergadering mocht deelnemen. mannen slaven mannen vrouwen vrouwelijke slaven

In deze tijd had men een democratie dit woord komt vanuit het Grieks: Demos= volk en cratie= beslist dus het volk beslist. Maar omdat in Griekenland enkel mannen konden stemmen, wilt het woordje "democratie" iets anders zeggen dan nu bij ons het geval is!

Om de 9 dagen was er een volksvergadering. Dan waren er ongeveer 5000 tot 6000 mannen aanwezig

5. De Griekse bouwkunst

De oude Grieken waren goede bouwers. Ze wisten dan ook veel van architectuur af! Aan de tempels en gebouwen in ___________________ heb je al verschillende soorten zuilen gezien. Een zuil bestaat steeds uit verschillende blokken steen die op elkaar gestapeld werden. Het bovenste gedeelte wordt het kapiteel genoemd. Bekijk de volgende foto aandachtig! Dit is de bekende Griekse__________ die in de stad ____________ staat. Aan deze tempel zie je de vele ____________ waaruit de tempel is opgebouwd.

6. Arbeid
Bij de Grieken was de geestesarbeid belangrijker dan de handenarbeid. Geef een paar voorbeelden van geestesarbeid: ……………………………………………………………………………………… Door wie werd de handenarbeid verricht? …………………………………………………………………………………………………… De Grieken gingen naar de agora ( ……………………………) om handel te drijven. De vrouwen bleven thuis.

naam:_________________

datum:_______________

De Romeinen 1. Bestuur

Vul aan: De …………………………………… stond aan het hoofd van Rome. Daarnaast waren er ook nog volksvergaderingen en een senaat. Maar dan namen de Republikeinen de macht in handen. Republiek wil zeggen …………………………………. …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Ook zij werden van de troon gesmeten. Het ……………………………………………………………… was dan aan de macht. Deze werd geleid door Keizer Augustus.

2. Bouw

De Romeinen hebben veel aangelegd. Duid aan wat ze gemaakt hebben.

De aquaduct het waterrad het amfitheater villa’s

de heerbanen

de riolering hijskranen

het wiel

3. studie

Wie mocht naar het onderwijs? ……………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Wie gaf hen les? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Wat leerden ze dan? - ……………………………………………………………… - …………………………………………………………… - …………………………………………………………… - ……………………………………………………………

4. Ontspanning
Om te ontspannen gingen de Romeinen naar thermen ( ……………………………………………………………), maar ze konden ook naar het sportterrein gaan. Daar werden ………………………spelen gehouden en met gewichten getraind. Ze konden ook naar het Colloseum gaan. Dit staat bekent om zijn …………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

5. Woonst
De rijken woonden in grote villa’s. Met rondom velden, bossen, een boomgaard, een moestuin, weilanden en een veestapel. Maar er waren heel wat ……………………………………………………………………………… Nodig om alles te onderhouden.