Inhoudsopgave

inleiding ........................................................................................................1 Statistieken ...................................................................................................2

Wanneer is iemand kwetsbaar?............................................................... 2.1 Risicofactoren bij de oudere.................................................................................................2.2 Wat is ouderenmishandeling?..........................................................................................3

Welke zijn de signalen die er op kunnen wijzen dat er ouderenmishandeling plaatsvindt .............................................................4

Lichamelijke mishandeling .................................................................4.1 Seksueel misbruik...............................................................................4.2 Psychische of emotionele mishandeling .............................................4.3 Financieel en materieel misbruik ........................................................4.4 Verwaarlozing .....................................................................................4.5 Schending van rechten ......................................................................4.6 Multiple problem ................................................................................4.7 Interventies ...............................................................................................................................5 Bijlage: meetinstrumenten ................................................................................................

1

De “dekmantel” van ontspoorde zorg
1.Inleiding: Ouderenmishandeling is nog voor vele hulpverleners een grijs en onbekend gebied. Bovendien rust er een taboe op. Daarom heb ik bewust gekozen voor dit onderwerp om kennis over te dragen, het taboe te doorbreken en ouderenmishandeling vaak voorkomt. Zeker meer dan er nu toe bekend is. En ik vind het daarom heel belangrijk dat een zorgverlener de kenmerken kan signaleren en er met de signalen de interventies kan toepassen die in dit belang van de zorgvrager en mantelzorg adequaat geholpen kan worden. De mantelzorgers worden ook steeds ouder en er wordt steeds meer van hun geëist, ook daar is er een vergrijzing in. Weten ook heel vaak niet hoe ze met de complexe zorg moeten omgaan. Vaak ontstaat er een gevoel van onmacht. Zorgverleners merken het zelf ook vaak niet dat er wat aan de hand is. Ze hebben soms wel een vermoeden, maar door tijdgebrek en werkdruk komen hun er ook niet aan toe om “verdachte” zaken uit te zoeken. Mijn conclusie is dat de wet WMO nu ook nog de ondersteunende begeleiding in 2008 gaat beperken en daardoor alleen maar basis en beperkt (verpleegkundige) zorg wordt gegeven. Er zijn situaties waar de zorgverlener geen tijd heeft door hoge werkdruk en strakke indicaties. Waardoor alleen nog maar minimale basiszorg geleverd kan worden. Overheid wil steeds meer gaan bezuinigen en steeds meer een beroep doen op de mantelzorger. En in situaties waar mishandeling plaatsvindt zal dit dan alleen maar dan toenemen. En wordt het slachtoffer en mantelzorgers aan hun lot over gelaten. De strakke indicaties komt echter in zulke gevallen niet ten goede. En wij ook daar mee moeten leren omgaan. Om toch adequaat te kunnen signaleren van de kenmerken van ouderenmishandeling. Deze reader is een een hulpmiddel om een beter inzicht te krijgen in ouderenmishandeling. En dat de beperkte zorgmomenten worden omgezet in multidisciplinaire interventies. Deze deskundige kan een bijdrage leveren op een voor niet zichtbare manier om de situatie van de oudere draaglijker te maken en het onderwerp bespreekbaar te maken. Door m.b.v. deze reader kan er een bijdrage geleverd worden aan een proces van bewustwording en kennis. Waarna het lezen van deze reader ook weet waar je met de signalen van ouderenmishandeling terecht kan. De auteur: Marjo Hendrix-Steijns verpleegkundige Voerendaal 1 juni 2008

2

2.Statistieken:
Enkele statistische gegevens: vrouwen zijn drie keer zo vaak het slachtoffer van ouderenmishandeling dan mannen. Gemeten van de 368 meldingen in 2006, bedraagt de gemiddelde leeftijd 79,2 jaar. De psychische mishandeling komt het vaakst voor, gevolgd door lichamelijke mishandeling 45 procent en schending van persoonlijke rechten 22 procent, verwaarlozing 17 procent en seksueel misbruik 2 procent. Vaak is er ook sprake van diverse soorten mishandeling tegelijk. En het is vaak kiezen tussen twee kwaden in voor het slachtoffer. Dit zijn de cijfers van de GGD Limburg. 2.1 Wanneer is iemand kwetsbaar? Dat draaglast groter is dan zijn draagkracht en zijn persoonlijke competenties en hulpbronnen in omgeving beperkt zijn en ernstige ( vele) gezondheidsproblemen hebben en een beperkte sociale economische status en hulpbronnen. Kwetsbare ouderen zijn mensen afhankelijk zijn. Zowel emotioneel, sociaal en zorgafhankelijk. Ze hebben complexe zorg nodig. Dementerende bv. zijn heel kwetsbaar of mensen met een fysiek/cognitief probleem. Ze hebben een beperkt sociaal netwerk. Kwetsbaar betekent letterlijk” in de positie waarin verliezen dubbel tellen” Door die kwetsbaarheid heel afhankelijk worden van de mantelzorg ( partner en familieleden) Ouderenmishandeling is een problematiek die de laatste jaren in vakkringen en in de media onder de aandacht begint te komen. Maar er is veel onduidelijkheid over wat ouderenmishandeling is, hoe je het herkent en aanpakt. 2.2 Risicofactoren bij de oudere:
• • • •

toenemende afhankelijkheid van zorg familiegeschiedenis (gewelddadig met elkaar omgaan) ingrijpende voorvallen (verlies dierbare, verhuizing, financiële nood) isolement (weinig contact met buitenwereld)

3 Wat is ouderenmishandeling?
De definitie die gehanteerd wordt: ‘Onder mishandeling van een ouder persoon (iemand vanaf 55 jaar) verstaan we al het handelen of nalaten van handelen van al degenen die in een persoonlijke en/of professionele relatie met de oudere staan, waardoor de oudere persoon (herhaaldelijk) lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt dan wel vermoedelijk zal lijden en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid.’ (COMIJS e.a. 1996, pag. 18) Door de vormen van ouderenmishandeling te benoemen en een opsomming van signalen te geven verwachten we dat de alertheid van mensen die niet dagelijks of beroepshalve met de problematiek bezig zijn, zal vergroten. Deze definitie is opgebouwd uit verschillende criteria en dient te worden bekeken

3

in het licht van onderstaande opmerkingen. Er wordt vertrokken vanuit de beleving van het slachtoffer en/of de melder. De hulpverlener moet zich echter voldoende neutraal opstellen teneinde een waarheidsgetrouwe (verpleegkundige) diagnose te kunnen stellen. Het slachtoffer van ouderenmishandeling is 55 jaar of ouder. Het stellen van een leeftijdsgrens dient om het werkterrein van de specifieke hulpverlening met betrekking tot ouderenmishandeling praktisch af te bakenen. Er is sprake van een persoonlijke en/of professionele relatie tussen slachtoffer en diegene die mishandelt. Hierbij speelt loyaliteit en wederzijdse vertrouwen een centrale rol. Onder ouderenmishandeling verstaan we hier niet criminaliteit tegen ouderen gepleegd door personen met wie de oudere geen vertrouwensrelatie heeft* Mishandeling kan het resultaat zijn van zowel actief (plegen van handelingen) als passief (nalaten van handelingen) gedrag. Kwaadwillig opzet is geen vereiste om te spreken over ouderenmishandeling. Er wordt immers vertrokken vanuit de beleving van het slachtoffer en/of de melder om handelingen of het nalaten van handelingen als ouderenmishandeling te duiden. Kennistekort, overbelasting en onmacht kan tevens een onderliggende oorzaak zijn. We spreken over ouderenmishandeling bij een eenmalige handeling of het nalaten van een handeling als dit door het slachtoffer als mishandeling wordt beleefd.
*OPDEBEECK, S., e.a., Geweld en onveiligheidsgevoelens bij ouderen. Prevalentie en gevolgen. Rapport in opdracht van minister Miet Smet, LUCAS, 1998, p. ???.

4.Welke zijn de signalen die er op kunnen wijzen dat er
ouderenmishandeling plaatsvindt? Vormen en signalen van ouderenmishandeling We onderscheiden volgende vormen van ouderenmishandeling: - Lichamelijke mishandeling - Seksueel misbruik - Psychische mishandeling en verbaal geweld - Financieel en materieel misbruik - Schending van grond en persoonlijke rechten - Emotionele en lichamelijke verwaarlozing - Multiple probleem situaties Alle mogelijke vormen van mishandeling waarbij men de oudere lichamelijk letstel berokkent, door het stellen van handelingen of het nalaten van handelingen. Sommige lichamelijke letsels kunnen onzichtbaar zijn voor een buitenstaander en enkel opgemerkt worden door verpleegkundig die de intieme verzorging doet. Andere letsels kan je enkel vaststellen door een medisch onderzoek. 4.1 Lichamelijke mishandeling Lichamelijke mishandeling is te zien in kleine letsels zoals blauwe plekken, tot ernstige verwondingen zoals breuken en kan in extreme gevallen tot de dood leiden. Verwondingen 4

ontstaan door knijpen, duwen, trekken, vastgrijpen, slaan, schoppen, schudden, verbranden, aan het haar sleuren, laten vallen, vastbinden, verkeerde of te hoge dosis toedienen van medicijnen. Wees alert op signalen, maar wees er ook van bewust dat de huid van oudere mensen zeer dun wordt en blauwe plekken dus gemakkelijk verschijnen. Door het gebruik van bloedverdunners. Sporen van slagen, zien er uit als grote blauwe plekken op lichaam of armen., Of kleine blauwe plekken naast elkaar, symmetrische drukwonden (afdruk van vingers) of zwellingen of builen op het hoofd. Bewijs van vastbinden zie je door striemen op armen of benen. Onverklaarbare open wonden. Krab en bijtwonden kunnen door huisdieren veroorzaakt zijn, maar blijf alert voor andere signalen. Als een zorgvrager zijn eigen wonden niet kan verzorgen let dan op onverzorgde wonden. Dit kan wijzen op verwaarlozing. Brandwonden of blaren op ongewone plaatsen bijvoorbeeld schouder,of van een ongewoon type, bijvoorbeeld lijkend op sigarettenafdruk. Breuken van de onderste ledematen. Zijn vaak moeilijk op te merken als de zorgvrager niet mobiel is. Uitwendige hoofdletsels. Trekken aan het haar zie je door bloeding van hoofdhuid Sporen van vergiftiging door evt. verkeerde of hoge dosis medicatie die oriëntatiestoornissen, misselijkheid, buikkrampen of bewustzijnsdaling, sufheid ( denk aan benzo’s) veroorzaken. Verstuikingen of verrekkingen. Kunnen ontstaan door te ruw uit het bed gehaald worden, of doordat de oudere gedwongen wordt handelingen te doen waar hij of zij niet meer toe in staat is. Klachten van het slachtoffer over lichamelijke geweldpleging worden vaak, om wat voor reden ook, afgezwakt of genegeerd door mantelzorg. Naast lichamelijk vaststelbare feiten zijn er signalen die kunnen wijzen op mishandeling. Deze signalen moeten ook steeds zorgvuldig worden bekeken en indien mogelijk gecheckt bij het slachtoffer. Dit gesprek met het slachtoffer moet plaatsvinden buiten de aanwezigheid van de vermoedelijke pleger. De verwonding kan niet kloppen met de verklaring die gegeven wordt door de zorgvrager. Er is een tijdsinterval tussen de verwonding en de medische behandeling Het slachtoffer vertoont schrikreacties bij aanraken of weigert plots zich te laten wassen of wonden van dichterbij te laten bekijken. Het beschermen van de dader, omdat het slachtoffer in een afhankelijke positie zit van de dader en bang is voor represailles van de dader. Maar ook door loyaliteit van het slachtoffer jegens de dader. Omdat het vaak ( naaste) familie en vrienden betreft. 4.2 Seksueel misbruik Wat is het? Seksueel misbruik is ernstig grensoverschrijdend gedrag waarbij geweld of dwang wordt gebruikt. Onder ernstig misbruik wordt verstaan handelingen waarbij het slachtoffer fysiek betrokken is (zoals ongewenste intimiteiten, aanranding of verkrachting) en seksuele handelingen die het slachtoffer moet plegen op zichzelf of iemand anders (zich uitkleden, moeten masturberen…) Confrontatie met exhibitionisme, ongewenst confronteren met pornografie, ongewenste aanrakingen.

5

Wat kan je vaststellen? Ook hier is het van belang bij fysieke indicatoren de vaststelling door de huisarts. • wonden of jeuk in genitale zone • onverklaarbare vaginale of anale bloedingen • aanwezigheid van seksueel overdraagbare aandoeningen • gescheurde, bloederige of besmeurde onderkledij • herhaaldelijke genitale infecties of kneuzing rond de borsten of rond genitale zone • ongewone geur Welke signalen moet je alert op zijn? • ongepaste seksuele signalen van de patiënt. Bijvoorbeeld zich ongevraagd uitkleden in het bijzijn van hulpverleners. • frequent klagen over buikpijn • moeilijkheden om te stappen of neer te zitten • onverklaarbare veranderingen in gedrag zoals agressie, terugtrekken of zelfverwonding • angstig en teruggetrokken gedrag bij aanrakingen • weigeren zich uit te kleden om te worden gewassen • ongepaste affectie naar de zorgverlener/vermoedelijke pleger • inwonende kinderen met een psychisch probleem kunnen onder invloed van een psychose seksueel ontremd zijn Een voorbeeld uit mijn eigen praktijk toen ik nog in het verpleeghuis werkte op de afdeling psycho-geriatrie. Een zwakbegaafde en dementerende mw. van ongeveer 80 jaar schreeuwde altijd moord en brand als ze verzorgd moest worden. Ze krabde en beet en verweerde zich met alle kracht. Vooral als je haar incontinentiemateriaal ging verschonen. Bij nader onderzoek en navraag kwam de verpleeghuisarts erachter dat ze door uitbuiting en seksueel mishandeld was. Ze was regelmatig verkracht. En wel bijna een heel leven lang. Haar broer waar ze bij inwoonde en hard moest werken in het huishouden. Ze werd bij haar broer “verzorgd” door kost en inwoning. Ze sliep niet in een bed maar op een strozak en de uitkering die ze had heeft haar broer altijd zeggenschap over gehad. 4.3 Psychische of emotionele mishandeling Wat is het? Psychologische mishandeling omvat elk handelen of nalaten van een handeling (woord, gebaar, daad) dat bij de oudere ongewenste psychische gevolgen heeft zoals angst, woede, onmacht, verdriet. Natuurlijk is het zo dat er in elk gezin wel eens een kwetsend woord wordt gezegd, en dat woorden gemakkelijk uit de context kunnen worden getrokken. Hou echter ook voor ogen dat oudere personen in een afhankelijke positie kwetsbaar zijn voor schelden en vernederingen. Dat zij zich schamen omdat zij zich niet kunnen verweren, dat zij

6

hun verzorgers niet willen verraden uit angst voor represailles of uit angst in de steek te worden gelaten. Dit geldt trouwens voor alle vormen van mishandeling. Ouderen hebben hun eigen reden om te zwijgen. Wat kan je vaststellen? Observatie tussen de interactie van mantelzorger en de oudere. Psychische mishandeling is niet makkelijk rechtstreeks vast te stellen. Een enkele keer kan de zorgverlener ( verpleegkundige en of verzorgende) de interacties tussen pleger en slachtoffer vastleggen dat er iets aan de hand is. Maar meestal krijg je de signalen van buren of anderen. Men gebruikt verbaal geweld tegen de oudere: scheldwoorden, kwetsende woorden, verwijten en dreigementen. Zoals ouderen krijgen verwijten over geld, dat ze nooit hebben gespaard en dat dan de mantelzorgers ervoor moeten opdraaien. De oudere wordt vernederd en gekleineerd doordat hij/zij een “ongelukje”heeft gehad en verschoond moet worden. En waar bezoekers bijzijn, ook nog op de po-stoel wordt gezet. Tevens dat de mantelzorger zich beklaagt bij de bezoekers over hoe lastig het is om de oudere verzorgen, ook in het bijzijn van de oudere. Het de oudere laten voelen dat hij een blok aan het been is. En of die aan alles schuldig is. Emotionele mishandeling en chantage: doordat de kinderen dreigen de kleinkinderen niet meer mee te brengen. Het bezoek wordt verboden door de mantelzorger, de bel en telefoon wordt uitgetrokken. Of dat de telefoon zo wordt gezet dat de oudere er niet meer bij kan. Het compleet negeren, er wordt niet gereageerd op de oudere zijn/haar geroep om hulp. Ook het negeren van de ouderen bij een gesprek. De identiteit en waardigheid van de oudere wordt niet gerespecteerd. Ze doen of als de oudere er niet is. Over hem/ haar heen kletsen en dan nog zeggen dat hij/zij het toch niet snapt omdat hij/zij seniel is. Welke signalen moet je alert op zijn? Psychische of emotionele mishandeling is veel moeilijker vast te stellen dan fysiek misbruik gezien sommige symptomen identiek kunnen zijn met de symptomen van klinische depressie en dan niet altijd gerelateerd zijn aan misbruik. Onderstaande signalen KUNNEN wijzen op psychische of emotionele ouderenmishandeling: • onrustig gedrag wanneer de oudere bij de mantelzorger is • weinig gevoel voor zelfwaarde van de oudere • geschiedenis van slapeloosheid, slaapdeprivatie, overdadig slaapgedrag • gevoelens van hulpeloosheid en hopeloosheid • overmatig angstig of teruggetrokken, passief • schaamte • grote veranderingen in gewicht, weggezakte ogen • overdreven respect voor de mantelzorger in antwoorden op gewone vragen • verlies van interesse in dagdagelijkse activiteiten, uitzichtloosheid, wanhoop, hopeloosheid, desoriëntatie, • depressie • suïcidaal gedrag • ernstige humeurschommelingen • ontkenning van spanningen terwijl die duidelijk voelbaar zijn • agitatie • afhankelijk, de onmogelijkheid om keuzes te maken zonder te verwijzen naar de zorgverlener

7

• verwarring, tegenstrijdige uitspraken of andere tegenstrijdigheden resultaat van mentale verwarring • weerstand om open te spreken • vermijden van oogcontact of enig ander verbaal of lichamelijk contact met de mantelzorger. • oudere leeft geïsoleerd • bezoekers worden nooit alleen gelaten met de oudere, de pleger blijft steeds binnen gehoorsafstand 4.4Financieel en materieel misbruik Wat is het? Financiële mishandeling is elke handeling of het nalaten van een handeling met financiële en/of materiële nadelige gevolgen voor de oudere.Bij financiële uitbuiting is
er bijna altijd sprake van dergelijke moedwilg. Geld van oudere gebruiken om zelf van te leven. De oudere pushen om bij zoon in te gaan wonen zodat de hypotheekvrije woning ter beschikking komt.

het huis wordt En het huis tegen de zin van de oudere verkocht wordt. Kinderen lenen geld, dat ze nooit terug betalen. Terugvorderen is juridisch zeer moeilijk omdat er geen overeenkomst is getekend over het geleende bedrag. Ouderen kunnen de slachtoffers worden van mensen in hun omgeving die enkel op hun geld en eigendom uit zijn. Maar het kan ook een wederzijdse afhankelijkheid zijn. De oudere is afhankelijk van iemand voor gezelschap en zorg, en die is financieel afhankelijk van de oudere. Als de mantelzorger dan in financiële moeilijkheden zit, staat de deur naar misbruik een tikje verder open. Zorgverleners of familieleden die financieel afhankelijk zijn van de oudere kunnen hun psychologisch voordeel gebruiken om de oudere te verwaarlozen door geld achter te houden, voedsel, verwarming of onderdak achter te houden, niet te voorzien in zaken voor persoonlijke verzorging, het niet vervangen van noodzakelijke hulpmiddelen zoals gebit, wandelstokken, aangepaste rolwagen, hoorapparaten. De oudere te verplichten hun geld giften te eisen, misbruik te maken van volmachten over te dragen aan de mantelzorger. Dit gebeurt door psychische druk en emotionele chantage. Wat kan je vaststellen? Aanwijzingen kunnen zijn, de oudere kampt met een achterstal van betalingen van elektriciteit, gas en water terwijl het pensioen normaal toereikend zou moeten zijn. Doordat er onregelmatig geld van de rekening wordt opgenomen. Dus dan ook alert zijn als er aanmaningen of betaling herinneringen komen. Dat er waardevolle voorwerpen uit het huis zijn plots verdwijnen. Of dat er een (langdurige )opname ziekenhuis komt wordt de volmacht die hij gaf aan kinderen over zijn rekening ‘voor het geval dat’ niet ingetrokken. De oudere brengt plotseling een veranderingen in het testament aan: eigendom of activa toekennen aan nieuwe vrienden of kennissen. Verdachte activiteiten rond kredietkaartverrichtingen en bestellingen bij postorder bedrijven en daardoor de schulden oplopen. Geld plotseling is verdwenen uit de beurs.

8

Dat er handtekeningen worden vervalst uit naam van de oudere. Of dat het geld wordt beheerd door een derde persoon en nooit rekeningen worden overlegd. Documenten worden voorgelegd en dat deze dan worden ondertekend zonder dat de oudere enig besef heeft wat hij/zij ondertekent.

Welke signalen moet je alert op zijn? De oudere draagt kleding die in slechte staat zijn en niet in het seizoen passen. Wij stellen dan vast dat hij/zich slecht verzorgd, maar dit uit pure noodzaak doet. Dat de oudere in een goede voedingstoestand zich bevindt, omdat door geldgebrek of door verwaarlozing geen levensmiddelen gekocht worden. Of niet mag kopen, omdat hij/zij niet met geld kan omgaan. De oudere is volgens de mantelzorger te royaal met het geld. Het niet kunnen aanschaffen van hulpmiddelen, zoals bril, hoorapparaat, steunkousen etc. waar een (bij) betaling aan verschuldigd is. Dat juwelen en andere waardevolle spullen verdwijnen uit het huis, waar de oudere is aan gehecht. Spaartegoeden verdwijnen, oudere krijgt geen zakgeld. Kennissen en vrienden en mantelzorger, beloven levenslang te zorgen voor de oudere in ruil voor vermogen en tegoeden. Een voorbeeld uit de praktijk dat nog de krant heeft gehaald in 2007. Een thuishulp bood hulp aan de oudere, ze was jarenlang daar in huis en dus kind aan huis geworden. maar ze had met de oudere hechtere emotionele band gekregen en was dus uitgegroeid naar een mantelzorger. Ze had met de oudere een afspraak gemaakt, dat als zij het boerderijtje veel goedkoper kon kopen van de oudere, dat zij dan voor de oudere wilde zorgen. Daar hadden de familieleden dus “lucht”van gekregen. Toen dit aan het licht kwam, is deze medewerker op staande voet ontslagen. 4.5 Verwaarlozing Wat is het? Verwaarlozing door de zorgverlener kan intentioneel of niet intentioneel zijn. Bewust verwaarlozen van een oudere is een bewuste beslissing van de mantelzorger is basiszorg te onthouden of met opzet na te laten. Bv. verkeerde dosis medicatie, niet op tijd te eten geven, slechte voeding. Niet-intentionele ( onbewust) verwaarlozing is de tekortkoming van de mantelzorger om te voorzien in de basisbehoeften van de oudere door kennistekort en een gebrek aan inzicht. Dat vaak is gerelateerd is laag ontwikkelingsniveau van de mantelzorger. Bv. onvoldoende of niet-aangepaste voeding geven, niet voldoende medische zorg bieden, nalaten van toedienen medicijnen, de oudere niet helpen zich te bewegen. Verwaarlozing, zelfverwaarlozing en verzorging laat te wensen over zijn soms moeilijk van elkaar te onderscheiden. En het maakt het nog moeilijker als de oudere aan het dementeren is. Wat kun je vaststellen

9

Het signaleren van onaangename penetrante geurtjes, kunnen wijzen op een gebrekkige verzorging en hygiëne. Draagt steeds dezelfde kleding die vaak vervuild is, beddengoed dat niet verschoond wordt. Slechte algehele conditie en huiduitslag. Geen voorzieningen in huis en vervuiling in huis en wat stuk is wordt niet hersteld. Blijvende fysieke klachten doordat medicatie niet naar voorschrift wordt gegeven en medische zorg wordt onthouden. In de buurt staat de oudere bekend als een opgewekt persoon, maar doordat er iemand komen inwonen gaat hij/zij mentaal achteruit. Door minder alert te zijn, gedesoriënteerd en leeft sociaal geïsoleerd. Er wordt medische aandacht bij verschillende artsen gevraagd omdat de mantelzorger wil vermijden dat men hem op het spoor komt van de mishandeling. De oudere heeft vaak vage chronische gezondheidsproblemen. Voorbeeld uit mijn praktijk van verwaarlozing combinatie van bewust en onbewust. Moeder dementerend is insuline afhankelijk, zij wordt verzorgd door haar partner en inwonende zoon van 55 jaar. Partner en zoon hebben een heel laag ontwikkelingsniveau. Weten niet wanneer er een hypo is en hoe moeder een gezonde verantwoorde voeding te bereiden. Mw. heeft een slechte lichaamsverzorging en draagt kleding die niet in het seizoen past. Mw. mag zich ook niet bewegen, laat staan rondlopen in huis. Ze zit de hele dag in een relaxstoel waarvan die zo in een stand staat dat ze er niet uit kan. ’s Nachts slaapt ze in die stoel omdat ze de trap niet meer op kan. Bed beneden zetten wil partner niet, omdat hij dan zijn hobby spullen moet opruimen. Er is verder geen ruimte in dat kleine mijnwerkershuis. Er is veel spanning en heel veel stress in huis doordat zoon een andere mening heeft en dat hun helemaal niet met de situatie kunnen omgaan. Moeder is reageert vaak agressief naar hun toe. Zoon wil graag dat moeder wordt opgenomen en partner wil dat perse niet, bang dat hij een inkomen van AOW kwijtraakt.. De partner snapt niet dat de zorg ook anders geregeld kan worden en hoe de regels zijn met hoge en lage bijdrage zijn in een verzorgingshuis met een verpleegafdeling. En wordt ook medische zorg onthouden omdat mw. een groot abces op de rug had t.g.v. een uitgegroeide steenpuist. Partner wilde dit niet laten behandelen in het ziekenhuis, hij dacht dat een wond niet meer geneest als iemand diabeet is. Hij wist niet dat echtgenote aan een sepsis kon overlijden. Er is inspanning geleverd door huisarts en wijkverpleegkundige geriatrie om veel voorlichting te geven en suggesties aangedragen over hoe de zorg beter kan. Er wordt verwezen, maar zoon en partner vinden dit weer onzin. En willen geen uitbreiding van thuiszorg. Nadat er een melding is gemaakt van verwaarlozing en een grondig overleg met wijkteam/wijkverpleegkundige geriatrie ( mijzelf) en huisarts, komt alles in een stroomversnelling. Huisarts maakt afspraak voor OK chirurgie voor het verwijderen van abces en sociaal geriater werd ingeschakeld, deze regelt verder dat de opname bespoedigd wordt. Mw. staat als urgent op de wachtlijst. Omdat er nu nog geen plaats is, krijgt mw. V. overbruggingszorg en gaat vier dagen in de week naar dagbehandeling. In afwachting van een plekje op de verpleegafdeling P.G.van verzorgingshuis Leontiene.

4.6 Schending van rechten Wat is het? Hiervan is sprake wanneer de rechten van de ouderen, zoals het recht op

10

vrijheid, privacy, en zelfbeschikking, worden ingeperkt. Zoals geen t.v. laten kijken, de post openmaken, verbieden van telefoneren en dat kan heel breed zijn. Ouderen hebben het recht op zelfbeschikking zelfs als dit leidt tot zelfverwaarlozing of terugkeren naar een situatie die bedreigend kan zijn. Dit recht tot zelfbepaling kan grote angst teweegbrengen bij diegene die zorgt voor de oudere. Maar een individu kan zelf bepalen om in risico te leven en elke weigering tot interventie moet gerespecteerd worden, op voorwaarde dat de beslissing gemaakt werd zonder dwang en door een mentaal competent individu. Als er twijfel is rond het vermogen van de oudere om een beslissing te nemen dan kan je naar een arts/ geriater doorverwijzen om dit vast te stellen m.b.v. screenen. Er is sprake van schending als door de toegenomen afhankelijkheid van de oudere deze zelfbeschikking zonder meer wordt ingeperkt door mantelzorger of omgeving en dit niet ter bescherming van de ouderen. Wat kan je vaststellen Schending van rechten is heel moeilijk vast te stellen, en zijn eerder af te leiden uit de interactie tussen de verzorger en de oudere • de oudere persoon heeft geen sociale contacten meer, doordat de verzorger bezoek wegstuurt, de oudere verhindert het huis te verlaten • persoonlijke post wordt achtergehouden • religieuze beleving wordt belet door kruisbeelden uit huis te verwijderen, • deuren zijn verwijderd om de oudere voortdurend in het oog te kunnen houden. • de verzorgende loopt telkens ongevraagd en zonder kloppen de kamer of huis van de oudere binnen. • de oudere wordt op toilet gezet en deur van het toilet wordt niet dichtgedaan • ouder wordt ongevraagd aangesproken met voornaam, dit gebeurd wel vaker in de verpleeghuizen op geriatrische afdelingen. • de oudere beslist niet zelf wanneer hij of zij naar bed gaat • de oudere heeft altijd een hobby beoefend maar mag nu niet meer gaan kaarten, bijvoorbeeld, want het vervoer is te lastig, of zij mag niet meer bloemschikken want het is te duur… • de zorgverleners, familieleden of vrienden zijn betrokken in alle aspecten van besluitvorming en zij antwoorden in plaats van de oudere terwijl de oudere nog voldoende in de mogelijkheid is om zelf te antwoorden. Ze praten over de oudere heen en zeggen dan ook nog dat hij/zij seniel is en het totaal niet begrijpt. •Verzorging laat te wensen over, hangt sterk af van de persoonlijke normen van de hulpverlener en of oudere af of iets wordt gezien als verwaarlozing of verzorging die te wensen overlaat. Ik wil daar ook geen rigide categorieën van maken. Het is wel van belang in te zien dat de combinatie van factoren van verzorging die te wensen overlaat, te zwaar kan zijn voor de oudere zelf. 4.7Multiple problem Hier gaat het om een mengvorm van verschillende soorten van mishandeling. Dit komt in feite het meeste voor. Financieel gewin is hoofdmotief, maar de pleger schrikt er niet voor

11

terug om zijn eisen kracht bij te zetten door te schoppen of te slaan en/of emotioneel te chanteren. “Als ik geen geld meer krijg kom ik niet meer op bezoek.” Mensen opsluiten in huis is tegelijk een fysieke en psychische mishandeling Bij vormen van verwaarlozing ligt financieel gewin dikwijls aan de basis, of lichamelijke mishandeling gaat vaak gepaard met psychische mishandeling zoals dreigen en schelden. Aan vele vormen van mishandeling gaat een hele familiegeschiedenis vooraf, vele zaken zijn pas te begrijpen in de context van het verleden. Wie zich vroeger slachtoffer heeft gevoeld van de koude regels van vader, kan in de verleiding komen als hij hulpbehoevend is geworden hem even koud te behandelen. Neemt dus wraak uit ervaringen van het verleden. Wie is vaak de dader?? Het slachtoffer is heel vaak deels of geheel afhankelijk van diegene die hen mishandelt. Het is een (thuis, buren, kennissen) hulp of een zoon of dochter, wiens zorg ze niet kunnen missen. Of de partner doordat de relatie nooit goed is geweest en dat de dominante zorgvrager dementerend wordt/is. Ook zie je vaak dat partner of mantelzorger overbelast is en ook vaak een kennistekort en coping heeft. Bovendien een beperkt sociaal netwerk vormt een risico. Ook de leeftijd speelt vaak een rol. En omdat de mantelzorg ook vergrijst en deze ook vaker overbelast raken door hun instabiliteit en daardoor ook sneller in de stress schieten. Niet meer weten hoe ze met een situatie kunnen omgaan. Het zijn ook vaak de kinderen die zeggen dat ze veel tekort zijn gekomen en lang thuis hebben gewoond. De kinderen beklagen zich en opvallend niets aan de opvoeding is ontbroken. Niet zelden kampen deze kinderen aan een psychiatrische ziekte of hebben een verslaving en of financieel probleem. Soms zijn ze zelf mishandeld en nemen zo hun wraak. Meldingen van excessief mishandeling komt vaak binnen via een melding van omwonenden. De GGD komt na zo’n melding heel vaak aan een gesloten door, of er wordt stellig ontkent dat er iets aan de hand is door het slachtoffer. Aangifte is soms heel moeilijk, omdat de grens van het strafrechtelijke niet bereikt wordt. Er zijn heel wat obstakels die het verkrijgen van een helder beeld in de weg staan en heel moeilijk perspectieven en interventies te vinden. Ook moet je ervan uitgaan dat er twee slachtoffers zijn en afwegen welke interventies voor beide partijen het best is.

Interventies:
5. Lichte interventies die toegepast kunnen worden: Wanneer betrokkenen geholpen willen worden aan een oplossing, kunnen hulpverleners een aantal dingen doen. Zoals: - informatie en advies geven. - extra ondersteunende hulp en respijthulp/zorg bieden.( bij overbelaste mantelzorger) - doorverwijzen - derde bij betrekken b.v. huisarts /sociaal geriater/G.G.D/ PCC 12

- zorgplan casuïstiek bespreking - een beschermingsplan opstellen( hier kom ik later op terug) - (tijdelijke) opname regelen indien het slachtoffer dit ook wil. - ongevraagd huisbezoek De hoofddoelen van een casuïstiek bespreking is: informatie uitwisselen en beoordelen van de situatie en de risico’s, besluiten nemen en aanbevelingen binnen het team doen. Het opstellen van een multidisciplinair behandelplan. Een beschermingsplan opstellen: In een beschermingsplan wordt een manier beschreven waarop hulpverleners gaan proberen om de oudere te beschermen tegen verdere mishandeling. Verder moet er vermeld worden, wie in het beschermingsplan en welke hulpverleners er mee zich bezig gaan houden. In een beschermingplan staat ook wie de coördinator is.( sleutelfiguur) Van een ieder hulpverleners moeten de interventies tot in de detail beschreven staan en ook over het gebruik van observatiemiddelen. En de evaluatie datum moet bekend. Dit zijn meetobservatie instrumenten, die ik tevens zal bijvoegen. In een beschermingplan wordt met de oudere en familie en hulpverlener gekeken naar oplossingen. Dat is het doel van een beschermingsplan. Soms is het ook nodig dat er een psycholoog erbij wordt betrokken zodat het slachtoffer zijn ervaringen kan verwerken. Deze ervaringen (kunnen) traumatisch zijn. Zware interventies die toegepast kunnen worden; Soms is het onvermijdelijk structureel zware interventies toe te passen. Deze behandeling is bedoeld om de oudere te beschermen tegen verdere mishandeling. Het is een grof middel en heeft dan een impact op de betrokkenen. Als de hulpverlener iemand in een crisis aantreft of er vindt escalatie plaats dan zal de hulpverlener proberen ( samen met familie) om druk uit te oefenen op huisarts/GGZ of politie om de oudere in veiligheid te brengen. Een sociale indicatie wordt dan dwingend aanbevolen. In het beginsel oordeelt de hulpverlener of de oudere wilsbekwaam is. Bovendien wordt er overlegd en een mening gevraagd met een andere hulpverlener die onafhankelijk is. Die dus niet betrokken is bij de casus. Er wordt gekeken hoe de oudere reageert en wat die zegt na het geven van de informatie, dat is heel belangrijk. De hulpverleners moeten in een dossier vastleggen hoe de beslissing en zorgvuldige beoordeling van de wilsbekwaamheid is verkregen.

Onder bewindstelling: dit is bedoeld voor mensen die tijdelijk of blijvend niet hun eigen financiële belangen kunnen behartigen. De bewindvoerder kan een natuurlijk persoon zijn (familie) of een rechtspersoon ( bv. deurwaarderskantoor of een stichting voor beheer van gelden) Mentorschap; wordt door de kantonrechter ingesteld als iemand die geestelijk of lichamelijk niet meer in staat is om voor zichzelf te zorgen. Het oordeel ligt bij de kantonrechter. Alleen natuurlijke personen ( bv. familie) kunnen mentor worden. Mentorschap gaat in overleg met de oudere over de persoonlijke verzorging, behandeling verpleging en wonen.

13

Onder curatele stelling: iemand die onder curatele wordt gesteld verliest zijn handelingsbekwaamheid en mag niet zonder toestemming van de curator rechtshandelingen doen. Ook hier is de curator een natuurlijk persoon en moet de betrokken zoveel mogelijk betrekken op hetgeen wat er moet gebeuren. Ook moet de curator zoveel mogelijk stimuleren om de oudere te laten beslissen. Uiteraard als de oudere daarvoor in staat is. De kantonrechter houdt toezicht op de curator en de kantonrechter kan ten alle tijden de curator tot zich roepen voor verhoor en de curator is dan verplicht om alle inlichten te geven aan de kantonrechter. Een aanleiding kan hiervan zijn, dat bv. familieleden klagen over de curator bij de kantonrechter. Inbewaringstelling: hier is sprake van crimineel gedrag door de dader. Het slachtoffer zal zelf aangifte moeten doen bij de politie. Dan pas komt de politie in actie, eerder niet. En dat is heel vaak een probleem, als oudere je eigen zoon of dochter aangeven. Deze interventie is een heel zwaar middel en laat dan ook behoorlijk wat sporen na. Zowel voor de oudere als voor de dader. Daarom is voor deze interventie vooraf een grondig onderzoek vereist, alvorens men overgaat tot in hechtenis nemen van de dader.

Tot slot: Hoewel ik geprobeerd hebben in deze scriptie een zo duidelijk mogelijk beeld te geven van ouderenmishandeling, kunnen we niet voorbijgaan aan het feit dat in de praktijk signalen van mishandeling zeer misleidend kunnen zijn. De hulpverlener of mantelzorger heeft voelsprieten nodig om subtiele signalen op te merken en een grote dosis gezond verstand om de zaken te objectiveren. Alert observeren en toch geen spoken zien, het is een moeilijke oefening. Maar intuïtief voel je dat er dan iets niet pluis is. Het niet “pluis”gevoel. Indien je dat hebt, is het toch raadzaam om bedacht te zijn op ouderenmishandeling. En door dit “niet pluis”gevoel op onderzoek uit gaat en je af te vragen wat is hier in deze situatie aan de hand???? Voordat je al conclusies gaat trekken. En hoop ik dat je een beter beeld en inzicht geeft van wat ouderenmishandeling betekent. En meer bekendheid en meer openheid ontstaat en over gepraat zal gaan worden binnen de teams.

14

Literatuurvermelding
Hilde Bakker, J. B. (1999). de AU van Ouderdom. Utrecht: NIZW. Justitie, M. v. (1994). Handreiking voor wilsbekwaamheid. In M. v. Justitie, Handreiking voor het oordelen van wilsbekwaamheid. Ramkerna, H. (1996). Signaal op Rood. Heerhugowaard: PlantijnCasperie. www.westvlaanderen.be. (2002). wat is ouderen mis(be)handeling. Zottegem. GGD Limburg, statistieken(2006) Serge Sekhuis,( 2007) tussen moeder en liefde en lijfsbehoud: Dagblad de Limburger Definitie,kwetsbaarheid:Koenen woordenboek Nederlands prof.mr. F.C.B. van Wijmen evaluatie WGBO zorgonderzoek Nederland;
Ingrid Horst, Landelijk projectleider aanpak huiselijk geweld,Ministerie van Justitie Kriek, drs.F., Oude Ophuis, drs. R.J.M., (2003), Een verkennend onderzoek naar ouderenmishandeling, Amsterdam, Regioplan. Ramkema, H., (1996), Signaal op rood, ouderenmis(be)handeling bij de mensen thuis, Utrecht, NIZW. Bakker, H., Beelen, J., Nieuwenhuizen, C., (1999), De au van ouderdom, Utrecht, NIZW. Heerwaarden, Y. van, Schaafsma, K., (2005), Je ziet het pas als je het gelooft, preventie en bestrijding van ouderenmishandeling, Amsterdam, DSP-groep. Kolner, C., (2005), communicatieadvies preventie en bestrijding ouderenmishandeling, Amsterdam, DSP-groep. Hollander, E., Kooiker, L., Termeer, H., Veen, R. van der (red), (1996), Signalement: oud en mishandeld, handleiding voor training van gezinsverzorgenden, Utrecht, NIZW. Hollander, E., Kooiker, L., Termeer, H., Veen, R. van der (red), (1996), Signalement: oud en mishandeld, handleiding voor training van maatschappelijk werkers, Utrecht, NIZW. Meijer, H.E., “ouderenmishandeling, lange tijd een onderschat fenomeen”, in:epidemiologisch bulletin 2 (2007) 23-25 www.vilans.nl www.huiselijkgeweld.nl

15

Aantekeningen:

16