You are on page 1of 9

PROFESSIONELE BACHELOR IN HET ONDERWIJS:

LAGER ONDERWIJS flexibel traject


LESONTWERP
Naam: Kelly Rens
UC Leuven Limburg
Departement Lerarenopleiding
Professioneel gerichte bachelor in het
onderwijs- flexibel traject: lager
onderwijs
Campus Heverlee
Hertogstraat 178 - 3001 Heverlee
Tel. 016 37 56 00 Fax 016 37 56 99

Studietrajectbegeleider: Koen Vandevenne


Mentor: Juf Liliane
Feedback op lesvoorbereiding
in orde
kleine aanpassingen nodig
te herwerken en opnieuw indienen
Aanvraag materiaal en voortaken: .

Vul de gevraagde informatie in


school

:
de

leerjaar

leergebied

: Godsdienst

onderdeel

klas en leerjaar

aantal leerlingen

21

lesonderwerp

: 40 dagentijd en Aswoensdag

datum (data)

16 februari

lestijden

van

tot

uur

van

tot

uur

1. SITUERING IN EINDTERMEN EN/OF LEERPLANNEN


Vink aan.
Gemeenschapsonderwijs (georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap)

Gesubsidieerd Officieel Onderwijs (georganiseerd door de steden, gemeenten of provincies)


Gesubsidieerd Vrij Onderwijs (georganiseerd op priv-initiatief bijv. katholiek, joods, methode, )
Privscholen (niet erkend door de overheid bijv. Europese en internationale scholen)
Noteer en geef een nummer.
Leerplan Rooms Katholieke Godsdienst
5.2.2.11 Liturgisch en pastoraal jaar
Kinderen verkennen de veertigdagentijd als een periode van inkeer en solidariteit
Dat houdt in dat ze:
De symboliek van het askruisje leren kennen
Het getal 40 kennen als symbool voor tijd van voorbereiding, bezinning, verwachting, loslaten (40jaren/dagen in de
woestijn)
Het verband zien tussen de bedoeling van de veertigdagentijd en de concrete actie i.v.m Broederlijk Delen.
Veertigdagentijd en de ramadan met elkaar vergelijken
2. BEGINSITUATIE
Algemene beginsituatie: zie infowijzer
Specifieke beginsituatie relevant voor deze les. Wat moeten de lln. kennen en kunnen om de lesdoelen te bereiken? Op
welke manier kregen de lln. dit reeds aangereikt?

De leerlingen kunnen in kleine groepjes werken om antwoorden te vinden op de gestelde vragen.


Leerlingen kunnen hun kennis en ervaringen integreren om zo tot een juiste oplossing te komen voor de vragen.

Individuele beginsituatie van kind(eren) m.b.t. deze les

Differentiatievorm

tempo

begeleiding
instructie
materiaal
moeilijkheidsgraad

tempo
begeleiding
instructie

Godsdienst leerprocessen veertigdagentijd

1/9

materiaal
moeilijkheidsgraad

tempo
begeleiding
instructie
materiaal
moeilijkheidsgraad

3. BRONNEN
Welke handleidingen, naslagwerken, websites, bestaande praktijkvoorbeelden, heb je geraadpleegd om deze les voor te
bereiden? Formuleer volgens de APA-methode.

Die Keure, Manna, handboek. P 326-327

Pelckmans, Echt tov, themabundels 4, p3-4

Die Keure, Jezus leeft, Werkboek p 49-50

Godsdienst leerprocessen veertigdagentijd

2/9

4. Bordschema
Welke kernwoorden, schemas, geheugensteuntjes, bied je aan ter visuele ondersteuning?
Welke borden zijn beschikbaar? (krijtbord, magneetbord, )
Indien je een digibord gebruikt, druk je het bordplan af.

Veertigdagentijd

Godsdienst leerprocessen veertigdagentijd

3/9

TIJ
D

DOELEN

LEERPROCESBEGELEIDING

Wat wil je dat de leerlingen


kennen/kunnen aan het einde van deze
les/lesfase? Noteer in observeerbaar
gedrag.

(lesgang, leerinhoud, instructie, vraagstelling, verwachte antwoorden)

WERKVORM
MEDIA/MATERIAAL/ORGANIS
ATIE
KLASSCHIKKING

Vermeld het nummer van het


leerplandoel (voor instroom n uitstroom
deel 1).
Noteer het differentiatiedoel indien je in
een lesfase differentieert.

1. beginsituatie

intro

De leerlingen kunnen
- Zich houden aan de
gemaakte afspraken
- Instructies correct
opvolgen.

B) de leerkracht verteld voor het binnengaan van de klas, wat er van de


leerlingen worden verwacht.
- ze blijven van het materiaal dat binnen op de tafel ligt
- ze nemen hun map van godsdienst en leggen deze al klaar op
hun bank
- daarna gaan ze achteraan in de kring zitten.
De leerlingen voelen zich
verbonden met het verhaal over
Jezus.
De leerlingen herkennen sommige
rituelen of symbolen uit het
verhaal.

kern

A) Op voorhand klaarzetten
- op de tafels: verschillende bronnen waarin de leerlingen kunnen
zoeken naar antwoorden op de vragen
- een leeg woordspin op het bord bij het woord: veertigdagentijd
- in de kring achteraan: kaarsje, de tekst uit de bijbel.
- Een aftelkalender voor elke leerling

Bronnen: boeken, gekopieerde


bladeren, kranten, tijdschriften,
Kaarsje
Tekst uit de bijbel
Aftelkalender (elke leerling 1)

10

De leerlingen leren nadenken over


het leven van Jezus.

Godsdienst leerprocessen veertigdagentijd

2. Introductie van de veertigdagentijd aan de hand van een


bijbelverhaal.
De leerlingen gaan zitten achteraan in de klas in de kring. De juf steekt
een kaarsje aan. De leerlingen worden stil. De leerkracht neemt de
tekst vanuit de bijbel over Jezus.
Daar loopt Hij dan in de woestijn. Jezus is daar al veertig dagen, Hij
ging er niet zomaar heen, nee natuurlijk niet, Hij werd geleid door de
Heilige Geest. Gelukkig maar, want zonder dat, zou Hij het niet redden.
Dat was Zijn kracht, dat was Zijn hulp toen Hij het hard nodig had.
Jezus at niets. Hij was aan het vasten en weten jullie wat vasten is?
Als mensen vasten dan eten ze op drinken ze niet, ze nemen in elk
geval heel weinig en ze kunnen dan heel goed nadenken over de dingen
in het leven, normaal zijn ze steeds bezig met eten maken en opeten
4/9

Kaarsje
Bijbelverhaal
In de kring
klassikaal

en overal voor zorgen en dan ineens helemaal niet, dan krijgen ze wel
honger, maar dan zijn ze even helemaal alleen met God, om met Hem
te praten en om goed na te denken over de dingen van Hem. Jezus was
ook aan het vasten, vasten in die hete woestijn.
Veertig dagen was Hij daar al en Hij at niets, Hij liep er en de duivel
kwam om Hem uit te lokken. De duivel dacht vast Nu heeft Jezus
honger, nu is Hij zwak en nu zal ik Hem verslaan. Maar dat kon hij wel
vergeten, de duivel mocht het gerust proberen, maar ik weet zeker dat
hij het nooit zou redden van mijn Jezus, maar hij probeerde het toch.
Juist toen Jezus zo een honger had zei die gemenerik: als jij de Zoon
van God bent kun je die steen toch in een brood veranderen?
Jezus liet zich niet gek maken. Hij trok zich niks aan van de vraag van
de duivel en zei heel rustig: ER staat geschreven, een mens leeft niet
alleen mar van brood, maar van alle woorden uit de mond van God. Dat
was een goed antwoord van Jezus, want de woorden van de Here God
zijn zo belangrijk, heel belangrijk en dat was toen ook al zo. De duivel
gaf het niet op, hij ging gewoon verder en hij bracht de Here Jezus
naar een hoge plek en hij liet Jezus alle koninkrijken van de wereld zien
en weer begon de duivel tegen hem te praten, heel geniepig: als je
voor mij neerknielt en mij aanbiedt zal ik jou dit allemaal geven. Dan
zal jij de macht krijgen over al die koninkrijken. Wat vreselijk dom van
de duivel, Jezus hoefde dat toch helemaal niet te krijgen van hem, God
had Hem immers alles al gegeven? God was Zijn Vader. Jezus wist
allang wat Hij moest antwoorden en Hij zei precies water al in de
boeken geschreven stond: je moet God aanbieden en Hem alleen
dienen. Zo Dat was duidelijk, Jezus had het goed gezegd. Maar de
duivel gaf het nog steeds niet op, hij nam Jezus mee naar Jeruzalem en
daar op de rand van het dak van de tempel zette hij Jezus neer en hij
begon alweer Jezus uit te dagen. Weten jullie wat die boef zei? Hij zei:
als je de Zoon van God bent gooi je dan naar beneden, toe maar, er
staat toch ook in de boeken dat God Zijn engelen zal sturen om je te
bewaren, ze zullen je op hun handen ragen, dus zij vangen je op en je
zult je geen pijn doen, ook niet aan een steen. Gemeen van de duivel
vinden jullie ook niet? Denken jullie dat Jezus van die grote hoogte naar
beneden zou springen en de duivel zijn zin zou geven? Nee natuurlijk
niet. Jezus zei: luister eens even, er is ook gezegd dat je God niet mag
uitdagen. Daar had de duivel niet op gerekend, de duivel kon niet op
tegen de woorden die Jezus sprak, hij kon niet op tegen de woorden die
in de boeken stonden, de woorden van God. De duivel ging weg,
gelukkig en Jezus ging naar Galilea, Hij voelde de kracht van de Geest
heel sterk en iedereen sprak over Hem
Godsdienst leerprocessen veertigdagentijd

5/9

Basisdoel
De leerlingen gaan in groepen op zoek
naar de informatie dat ze nodig hebben
om de vragen op te lossen rond
verschillende godsdiensten en hun
feesten.
De leerlingen maken gebruik van hun
opgedane kennis en ervaringen vanuit
het dagelijks leven.

3. Groepswerk: opzoeken van antwoorden bij de vragen


Op de tafels liggen verschillende bronnen over de veertigdagentijd en
de ramadan. De leerlingen krijgen een blad met de vragen waarop ze
een antwoord moeten zoeken. De bedoeling is dat de leerlingen zelf op
zoek gaan naar de symboliek van alles wat bij de veertigdagentijd
behoort. (na de les krijgen de leerlingen een verbeterblad zodat ze alles
kunnen verbeteren)

Welke
-

woorden doen je denken aan veertigdagentijd.


Vasten
Aswoensdag
Askruisje
Delen
Broederlijk Delen
Sober leven

Waarvoor staat die 40 dan?


- 40 jaar trokken de Isralieten door de woestijn
- 40dagen lang vastte Jezus in de woestijn en werd Hij door de
duivel bekoord.
- 40 dagen lang verscheen jezus na zijn verrijzenis aan de
leerlingen en dus vieren we 40 dagen na Pasen Hemelvaart
- 40 dagen duurt de vasten. (Alhoewel het er 46 zijn, maar de
zondagen zijn geen vastendagen om dat we op zondag de
verrijzenis vieren in de eucharistie.

30

Het getal 40 is symbool voor:


- Geduld, wachten, voorbereiding, je gereedmaken, die tijd
krijgen om te groeien.

Godsdienst leerprocessen veertigdagentijd

Wanneer begint de 40dagen tijd?


- Op Aswoensdag: De priester heeft dan een schaaltje met het as
van verbrande palmtakjes. De priester zet met zijn duim een
kruis op je voorhoofd met het as. Dit doet hij om je er aan te
herinneren dat niet iedereen eeuwig leeft.
6/9

Groepswerk. (per 6)
Leerkracht deelt de groepen
in
Materiaal van op de tafels: bijbel,
artikels, boeken, gekopieerde
bladen,
Vragen lijst om op te lossen

Wanneer is het einde van de 40dagen tijd?


- Pasen
Waarom is er een 40dagen tijd?
- Mensen proberen 40 dagen sober te leven, solidair te zijn en
meer te bidden.
Waarop bereiden de Christenen zich voor met de 40dagen tijd?
- Op het paasfeest.
Hoe vasten de Christenen?
De Katholieke Kerk: slechts n volle maaltijd per dag.
Nu versoepeld: op Aswoensdag en Goede Vrijdag wordt er gevast. Op
die twee dagen en de andere vrijdagen van de vasten wordt er ook
geen vlees gegeten. Vaak wordt geld dat zo wordt uitgespaard,
bestemd voor een goed doel. broederlijk delen
Doen enkel wij een vastenperiode?
- Nee
Welke godsdienst ken je dat ook een Vastenperiode heeft?
- Islam
Hoe spreken ze in de Islam God aan?
- Allah
Hoe heet de vasten bij de Islam?
- Ramadan
Wanneer vasten ze bij de Islam?
- De negende maand van de islamitische maankalender ( deze
duurt 354 dagen waardoor de vasten telkens op een andere
datum begint en eindigt)
Hoe vasten zij?
Voor de feitelijke zonsopgang en zonsondergang mag er niet gegeten of
gedronken worden.
Met wel feest eindigt de vastentijd?
Suikerfeest
Godsdienst leerprocessen veertigdagentijd

7/9

De leerlingen kunnen hun


opgedane informatie ordenen en
selecteren om de woordspin in te
vullen.

De leerlingen weten nu wat de


veertigdagentijd is en wat het
inhoudt.
basisdoel
De leerlingen leren nadenken over
verschillende onderzoeksvragen die
betrekking hebben tot het godsdienstige
of zingeving.

verwerking

De leerlingen proberen positieve als


negatieve kanten te zoeken van
verschillende onderzoeksvragen, ze
hebben allemaal recht op een eigen
mening.

4. Verwerking van de opgedane informatie


Op het bord heb ik het woord veertigdagentijd geschreven. Wie kan mij
nu eens vertellen wat je al weet over die veertigdagentijd.
(leerlingen geven antwoorden. Deze antwoorden hebben ze gevonden
door het opzoek werk in de bronnen.)
5. Filosoferen

Klassikaal

Ik zou graag met de leerlingen nog beetje filosoferen over de


veertigdagentijd, vasten.
Mogelijke vragen onderzoeksvragen die hierbij centraal kunnen staan:
- Is het gemakkelijk om te vasten als niet iedereen mee doet?
- Waarom zou het moeilijk zijn?
- Waarom zouden mensen dat eigenlijk doen?
- Waarom zou jij het wel of niet doen?
- Wat als er kinderen naar school moeten en examens moeten
afleggen, moeten daar uitzonderingen voor gemaakt worden?
zouden daar uitzonderingen voor bestaan?
Samen met de leerlingen kiezen we er 2 vragen uit die we gaan
gebruiken. Als er nog andere vragen zijn dat naar boven komen bij de
kinderen waarover we kunnen filosoferen zijn deze zeker ook bruikbaar.

Aandachtspunten:

Ik als leerkracht ga geen onderzoekvraag geven, er wordt gekozen in overleg met de leerlingen
De leerkracht weet het antwoord niet en gaat eventueel samen met de leerlingen op zoek naar mogelijkheden. Ze kan
ook mee opzoeken in de bronnen om een antwoord te krijgen.
De onderzoeksvraag is zo geformuleerd dat de leerlingen voldoende kunnen vertellen.
Het is niet de bedoeling om kennis over te dragen maar om eens na te denken over het onderwerp en er beetje dieper
op in te gaan.
Het is niet de bedoeling dat het een discussie wordt. Wanneer het dreigt uit de hand te lopen dan grijpt de leerkracht in.
De leerkracht mag actief meedoen, parafraseren, samenvatten maar moet ook zorgen dat de leerkracht objectief blijft.
De leerkracht zal elke leerling aanmoedigen om iets te zeggen bij het filosoferen.
Ik moet er bij stilstaan als leerkracht dat het voor vele kinderen niet gemakkelijk zal zijn om te filosoferen dus het
vraagt tijd en geduld.

Godsdienst leerprocessen veertigdagentijd

8/9

Godsdienst leerprocessen veertigdagentijd

9/9