meer dan zandkastelen

architektonisch reisverhaal
een uitgave van het Publikatieburo Bouwkunde
Faculteit der Bouwkunde / Technische Universiteit Delft
Berlageweg 1 /2628 CR Delft / telefoon 10151784737
cip-gegevens / Koninklijke Bibliotheek / Den Haag
copyright © 1993 / Janfrans van der Eerden
isbn 90-5269-127-4
niets uit deze publikatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar
gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van
de uitgever
meer dan
zandkastelen
Janfrans van der Eerden architektonisch reisverhaal
p:> Publikolieburo Bouwkunde 1993
4
verantwoording
Het eerste deel van de reis die de basis vormt voor dit
verhaal, is ondernomen met een groep oud-
ontwikkelingswerkers. We gebruikten een gehuurde
landrover met uitrusting. Het tweede deel van de reis,
vanaf Niamey, Niger, is zonder reisgenoten afgelegd met
openbaar vervoer.
De tekst van dit boek is een bewerking van en aanvulling
op mijn slotskriptie voor de differentiatie 'bouwen en
planning in ontwikkelingslanden' van de fakulteit
Bouwkunde van de Technische Universiteit te Delft. Deze
skriptie kwam gereed in oktober 1987.
Buitengewone dank ben ik verschuldigd aan
Rik van der Velden die bijzonder fotomateriaal
beschikbaar stelde uit de binnendelta van de Niger.
Zo kon een hiaat in mijn eigen opnamen worden gevuld,
dat was ontstaan doordat mijn films op waren.
Janfrans van der Eerden
5
n hou d
voorwoord 7 niger 53
inleiding 9 slot 67
maghreb 11 bronnen 69
sahara 23 samenvatting 71
sahel 27 summary 73
dogon 45 kolofon 75
6
ALGERIJE
MALI
overzichtskaart van de hele reis
-------- - - -
voorwoord
Het reisverslag van Jonfrons van der Eerden lijkt
samengesteld uit losse beschrijvingen van gebouwen,
steden en dorpen, afgewisseld door korte toelichtingen
om de bouw- en konstruktiemethoden te verduidelijken.
Het zijn nieuwsgierig makende notities van een student-
reiziger uit de westerse konsumptiemaatschappij, waar
de zorg om het kulturele erfgoed door middel van
wetgeving, subsidiëring en voorlichting wordt
afgedwongen van de op vernieuwing en verandering
gerichte samenleving.
Tijdens zijn reis ontdekt hij gaandeweg dot werkelijke
fascinatie voor de kulturele dimensie van het leven slechts
kon ontstaan uit andere bronnen: uit de belevingswereld
van het individu, de sociale kontekst van de groep en de
fysieke omgeving. De werking van deze bronnen is
universeel en is in het bijzonder voelbaar buiten de
gereglementeerde westerse kultuurbescherming, zools in
de hier beschreven regio's van Afrika.
Zo ongrijpbaar als de eerste twee bronnen zijn voor een
jonge wereldreiziger, zo konkreet is de derde.
Gebouwen en nederzettingen en ingrepen in het
natuurlijke landschap blijken ook hier goed leesbare
merktekens van de kulturele ontwikkeling.
De duurzaamheid ervan maakt deze elementen tot
getuigenis van de sociale en ekonomische geschiedenis
7
van individu en groep. De fysieke monumenten
weerspiegelen op deze wijze de immateriële
werkelijkheid. 'Meer don Zandkastelen' is meer don een
onbevangen reisverslag. langzaam moor zeker ontdekt
de auteur met behulp van de bouwkundige kultuur andere
dimensies van kulturele ontwikkeling en ziet hij
bedreigingen die werkzaam zijn.
Het besef dringt door dot iedere generatie opnieuw de
opgave heeft te aanvaarden het kulturele erfgoed een
funktie te geven in de nieuwe tijd. De wijze waarop deze
taak inhoud wordt gegeven bepaalt mede de positie van
de nieuwe generatie in de waardeschaal van de kulturele
ontwikkeling. Toevoegingen, veranderingen en
verminkingen van het fysieke erfgoed zullen blijvend
getuigen van het behaalde niveau.
Voor de vele studenten die tegenwoordig buiten Europa
studieprojekten uitvoeren op het gebied van kultuurbeheer
en mutual heritage is dit reisverslag een informatieve en
leerzame bron. Om die reden heeft de Werkgroep
Restauratie van de Delftse bouwkunde-fakulteit gaarne
bijgedragen aan de realisatie van dit boekwerk.
Frits van Voorden,
hoogleraar Restauratie,
Technische Universiteit Delft. --------------------------
n I e d
n 9
"Wie eenmaal heeft gedronken uit de
bronnen van de Sahara,
die zal alti;d weer tot hem terugkeren·
zaa verkondigt een Arabisch spreekwoord,
dat rept over de geheimzinnige
aantrekkingskracht van
'die graate zandwaesti;n'
op den nieuwsgierigen mens. •
Dit staat in de aanhef van een artikel over Marokko in de
Panorama van 22 september 1938. Voor veel mensen in
Europa is de Sahara een witte vlek ap de kaart. Het lijkt
een onbewoonbaar gebied dat slechts door Arabieren,
T uaregs en Berbers wordt betreden. De werkelijkheid is
méér. Eeuwenlang vervulde het gebied een kruciale rol in
de ekonomie van de wereld. Belangrijke beschavingen
beheersten er gebieden met de amvang van het rijk van
Karel de Grote, dat in de vroege middeleeuwen in
Europa bestond. Veel overblijfselen duiden deze
bloeiperiode nog aan. Het misverstand dat deze
gebieden geen belangwekkende historie meemaakten is
in de hand gewerkt door het
ontbreken van schriftelijke bronnen. Europese reizigers
drongen pas in de loop van de 1ge eeuw door.
Het woord Sahara stamt uit het Arabisch en betekent
letterlijk: de grijs-rode. De strook ten noorden van de
woestijn in Marokko, Algerije, Tunesië en libië heet
Maghreb. Dit betekent in het Arabisch: het land in het
westen. De vroegste bewoning van de Sahara en de
Moghreb door een voorloper van de mens dateert
valgens deskundigen misschien al van 5 miljoen jaar
geleden. De huidige woestijn was toen een uitgestrekte
savanne met meren en rivieren. Op diverse plaatsen zijn
primitieve werktuigen gevonden uit de periode van ±
300.000 jaar terug. De ontwikkeling hield gelijke tred
met Europa. 10.000 jaar geleden was het klimaat koeler
en vochtiger dan nu. Het sneeuwde in de bergen en de
hellingen waren bedekt met gras en bamen. De bewoners
kenden al een bepaalde kulturele traditie. Uit vondsten
blijkt dat er begrafenisrituelen waren en er zijn sieraden
gevonden. In het 5e millennium v.Chr. was gedeeltelijk al
sprake van vaste woonplaatsen.
9
Men leefde van jacht, visserij en het verzamelen van
planten. De welvaart was groot, getuige de grote
bevolkingsaanwas. Vanaf die periode zijn er tevens vage
aanwijzingen dat landbouw werd bedreven.
Tot het einde van het 3e millennium v.Chr. zijn de hogere
delen van de Sahara bebast. Dan begint een algemene
en 'snelle' uitdroging van het gebied. Sommigen wijten
dit aan overbeweiding daor kudden dieren die door de
bewoners werden gehouden. Uit diverse rotstekeningen
blijkt dat de bewoners hun veestapel aanpassen aan de
veranderende omstandigheden. Runderen verdwijnen
geleidelijk en men ziet meer schapen en geiten, die zich
makkelijker aan een droog klimaat aanpassen.
Op rotstekeningen zijn paard en wogen afgebeeld. Het
steeds drogere klimaat is voor paarden niet geschikt. Ook
hebben zij te kleine hoeven voor lopen op mul zond. Zij
worden verdrongen door kamelen uit Azië die bredere
hoeven hebben en dogen zonder water kunnen. Toen het
klimaat ongeschikt voor bewoning werd, trokken de
mensen naar het noorden (de Moghreb), het oosten
(Egypte en Nubië) en het zuiden. In de 4e eeuw v.Chr.
heeft de Sahara haar huidige vorm gekregen. Zij behoort
hiermee tot de recentste woestijnen op aarde.
langs de zuidgrens van de Sahara vindt de uitwisseling
van goederen plaats tussen nomaden met kudden en
landbouwvolken. Dit houdt niet alleen de ruil van vee en
zuivelprodukten tegen graan en andere plantaardige
produkten in. Via een afsprakensysteem kunnen nomaden
tijdens droogten hun vee in zuidelijker gebieden loten
grazen. De kudden herstellen zich don weer. De volken
van grote gebieden hebben zodoende een
komplementaire verhouding.
Veel foktoren hebben deze verhouding verstoord. Hiertoe
behoort het vaststellen van landsgrenzen die geen
rekening houden met ekonomische en etnische relaties.
De ontregeling was mede oorzaak van de droogteromp
die de Sahel trof in de jaren 1970.
Een andere oorzaak was een verkeerde
ontwikkelingspolitiek. Zo vond overbeweiding plaats als
gevolg van verbeterde watervoorzieningen.
------ -----------------------------------------------------------------------
10
de stad Algiers zoals getekend in 1541
(gravure uil Gearg Braun en Frans Hogenberg 'Civitates orbis
terrarum' , deel 11, Keulen ca. 15751
maghreb
De tocht vangt aan in Algiers waar we op 22 december
1986 rond lunchtijd londen. De auto, die eerder vanuit
Europa via Tunis zou arriveren, samen met de helft van
de reisgenoten, stoot niet op ons te wachten. De
ambassade vertelt ons dot zij met autopech honderd
kilometer van de stad staan. Wij zoeken dus een hotel.
Het regent in deze subtropische stad, sams plenst het.
Door de busromen zien we een stad in Franse stijl met
grote protserige barokke gebouwen, hier en door
vermengt met Arabische vormen. De miljoenenstad is druk
en het kost ons uren tobben met zware rugzakken om
uiteindelijk een toch nog duur hotel te vinden. Door een
gunstige samenloop van omstandigheden treffen we onze
reisgenoten bij komplete verrassing 's avonds in de
hotellounge aan. De eerste hindernis is genomen.
Algiers is een oude Arabische havenstad, die in de Turkse
tijd de zetel was van de Dey, de vertegenwoordiger van
de sultan van Constantinopel. De Fronsen arriveerden
aan de kust in 1830. De kasbah was toen omgeven met
imposante muren en poorten. De imperialisten bauwden
tegen de oorspronkelijke stad een nieuwe Europese stad
met veel kolonnades, boulevards en symmetrieassen.
Reeds rond 1860 is de verandering van de stad in volle
gong, vergelijkbaar met de ingrepen van Haussmann, iets
loter, in Parijs. Grote delen van het oude Algiers werden
gesloopt en het resterende deel van de kasbah werd aan
het lot overgelaten. Momenteel verkeert dit stadsdeel don
ook in slechte stoot. Er staan veel krotten, overal ligt
vuilnis en er is een slechte riolering. Door sloop en
... ademt een zeer europese sfeer ... hel havenfronl van Algiers
11
instorting ontstaan grote lege plekken als holle kiezen.
Het lijkt een typische stadsvernieuwingswijk in Nederland
rond 1970, aan de vooravond van de omwenteling, die
voor oude wijken de redding betekende. Voor Algiers lijkt
dit moment nog ver weg. Reeds een halve eeuw geleden
pleiHe le Corbusier voor het behoud van de kasbah. Hij
ontwierp in de jaren 1930 een aantal stedebouwkundige
plannen voor Algiers (Obus A tlm El.
Het grote Franse stadsdeel ademt een zeer Europese
sfeer, mondain en aristokratisch. De meeste
woonkomplexen zijn na de bouw met twee of drie
bauwlogen verhoogd. De kwaliteit neemt steeds verder
of: hoe hoger, hoe slechter. De bovenste loog oogt als
een krottenwijk, hele straten long. Ik vraag me of of hier
sproke is van een squatternederzetting op het dok.
We bezoeken het paleis dot tegenwoordig is ingericht als
het Bardomuseum. Het is een prachtig gebouw met een
gekompliceerde plattegrond, waardoor iedere ruimte
weer een verrassing is. De wonden zijn rijk belegd met
geglazuurde tegels, hoofdzakelijk blouw, met
geometrische patronen. De tegelbekleding is druk moor
smaakvol. Vanaf de 14e eeuw zijn tegels als
dekoratiemateriaal vooral in de Maghreb veel toegepast
en vormen een typisch stijlkenmerk.
We rijden de stad uit en naderen het Atlasgebergte. Een
paar uur loter zien we dot de toppen met sneeuw zijn
bedekt. Steeds witter wordt het landschap. Onze dromen
worden steeds overtroffen: ol dikker en dikker ligt de
straalwand in hel centrum van Algiers
12
sneeuw, tijdens de Kerstdagen tot halverwege onze
knieënl We maken winterse opnamen. longe files
geslipte vrachtwagens versperren urenlang de weg.
Tijdens een sneeuwstorm graven we ons een weg langs
de auto's. De fraaie winterse vergezichten doen
romantisch aan. Kort na de bergpas zoeken we op de
hoogvlakte enige beschutting naast een stenen hutje om
de tenten op te zetten voor de nacht. Het vriest 15'C en
de horde wind is vlijmscherp. Dicht op elkaar gepokt eten
we kleumend een moeizaam bereid kerstmaal. In de
slaapzakken doet niemand van de kou een oog dicht,
terwijl de wind om de scheerlijnen giert. 's Morgens
pokken we met bevroren honden, nog onervaren en
chaotisch" de auto en de aanhangwagen in en wormen
ons aan de verwarming, als we eenmaal op weg zijn
noor het hete zuiden.
langs de weg staan hier kilometerslonge stroken
bosaanplant om de zware bodemerosie te bestrijden.
Deze heeft hier ernstige vormen aangenomen. Diepe
geulen lopen door de vlokte en hebben ol veel vruchtbare
grond doen wegspoelen. Ontbossing is in andere delen
van Afrika veroorzaakt door overbevolking. In Kenya zog
ik in enkele jaren tijd vele hektoren bos verdwijnen. Het
ontbrak daar aan een inspirerend
herbeplantingsprogramma. De Algerijnse overheid doet
hier een serieuze poging te slagen, om de verdere
opmars van de woestijn te beletten.
De mooie stadjes Djelfa en laghouat hebben door de
felle koude een beetje Afgaanse sfeer. In groepen bijeen
staan mannen voor de winkels te praten en in knusse
theehuizen drinkt men mierzoete mintthee. Op straat
... rijle belegd meI geglazuurde lege/s ...
hel Bardomuseum in Algiers
drogen zij over hun westerse kleren een fraai grijs of
donkerbruin overkleed van kamelenwol met een grote
kapuchon.
No de lunch in laghouat op 26 december stort de auto
niet. De uren eropvolgend wordt ons geleidelijkaan
duidelijk dot de kwestie zeer ernstig is, door de motor op
mysterieuze wijze kompleet is vastgelopen. Dit duurt
uiteindelijk vijf dogen en het hele reisschema stoot
daarmee op losse schroeven. Zijn we wel met een
kopabele auto aan het avontuur begonnen? In afwachting
van wat komen goot, rijden we enkele dogen loter
zonder chauffeur met een lijnbus vast door noor de
M'zab.
Als wij met de bus hoofdzakelijk vol Algerijnse mannen
afdolen in de vallei na een rit van enkele uren over de
kurkdroge moor winterse vlokte, is het uitzicht op de
steden verbluffend. Ghardaia ligt op een heuvel in de
vallei met op de top de grote moskee. Eromheen een
dikke loog huizen en gebouwen als een ineengegroeide
brij van blokken. De blokken hebben een grote variëteit in
bruin- en grijstinten met postelgekleurde vlokken. Vooral
in de oude delen is de vormeenheid groot.
De M'zab ligt in een grillig rivierdal dot bijna altijd droog
stoot. Sinds het einde van de lOe eeuw is hier een aantal
handelssteden gesticht door de Mozabieten, een groep
Berbers die behoort tot de sekte der lbodieten. De steden
zijn van een bijzondere schoonheid en harmonie.
Tegenwoordig trekken zij veel toeristen, maar ook voor
architekten vormen zij inspirerende voorbeelden. De
originele fysische en sociale struktuur is herkenbaar
gebleven in tegenstelling tot andere middeleeuwse ooses
in de Moghreb. le Corbusier was tijdens zijn veelvuldige
verblijven in Algiers in de jaren 1930, erg onder de
indruk van de M'zab. In 1935 maakte hij een vlucht
boven de vallei en schreef: 'Elk huis een plaats van
vreugde, van plezier, van een rustig bestaan, geordend
als een onontkoombare waarheid om de mens te dienen,
voor eenieder.'
De islam is aan het einde van de 7e eeuw ingevoerd bij
de Berberbevolking, na de inval van de Arabieren in
Noord Afrika. De groep lbodieten is diverse malen
verjaagd en zij vestigden zich uiteindelijk buiten de
drukte in een afgelegen dal.
... een m o ~     waaromheen de woonhuizen verrijzen ...
het centrum van Ghardaia
... i$ het ui/zichtop de $/eden verbluffend ...
Ghardaia bij opkomende zon
13
Het stichten van een stad is eigenlijk de bouw van een
moskee, die in de beginperiode tevens dienst doet als
opslagruimte, wapenhuis of fort, waaromheen de
woonhuizen verrijzen. Deze gebouwen zijn nauwelijks
van elkaar te onderscheiden en lopen vloeiend in elkaar
over. De M'zab ligt buiten de route van de grote
karavanen, die hun pleisterplaats in Ouargla hadden.
Dit was evenals Ghadamès, dat nu net over de grens met
libië ligt, een noordelijke pleisterplaats van de
karavaanroutes naar de grote rijken ten zuiden van de
Sahara, waar ik later uitgebreid bij zal stilstaan.
14
Oorspronkelijk bevatte de vallei zeven stadskernen,
waaronder EI-Ateuf, gesticht in 1011, en Ghardaia uit
1053. Om bescherming te bieden bezaten zij
stadswallen, schansen en versterkte huizen. Dit noemt
men de winterstad. Iedere stad beschikt over één of
meerdere begraafplaatsen, die een belangrijke rol
vervullen in de religieuze cyclus en voorzien zijn van
gebedshuizen. Tussen de steden loopt de droge
rivierbedding en liggen langgerekte geïrrigeerde
palmtuinen met verspreide woonhuizen, de zogenaamde
zomerstad, waar veel stadsfamilies een huis bezitten.
Teneinde het schaarse water op te kunnen vangen is in
het dal een doordacht hydraulisch systeem van dammen
gebouwd. Ezels trekken het water, waarmee de akkers
worden bevloeid, in zakken van huiden omhoog uit
ingenieuze waterputten, waarvan er circa 3000 zijn
geslagen met een gemiddelde diepte van 70 m. Bij
onderlopen van het dal worden de straten in de
zomerstad als verdeelkanaal gebruikt om de verschillende
tuinen van water te voorzien. Beëdigde funktionarissen
werkwijze puttensysleem (tekening naar Olivier 19711
.. . .. een of meerdere begraafplaatsen ... bij de slodsrand van EI-Ateuf
• . .. /anggerekte geïrrigeerde palmtuinen ... overzicht van de
zomerslod i n 1988
. hebben vanouds de leiding over deze distributiesystemen.
Ook in Nederland is waterbeheersing aanleiding tot de
oprichting van de eerste publieke diensten, bijvoorbeeld
het Hoogheemraadschap van Rijnland rond 1200.
Onderling sloten de steden een verbond tot wederzijdse
bescherming. Het stedenverbond verzette zich met sukses
tegen de Turkse belegeringen in de 17e eeuw. De
Fransen die sinds 1830 de leiding over de kuststrook
hadden, sloten met de groep steden van de M'zab in
1853 een overeenkomst. Hierin was vastgelegd dat een
vrije handel mogelijk bleef tegenover een jaarlijks
belastingbedrag. Na een periode van onlusten lijfden de
Fransen het gebied in 1882 in en zo werden de
versterkingen steeds minder noodzakelijk. Zij werden aan
de elementen overgelaten en delen zijn gesloopt, terwijl
in de versterkte huizen ramen werden aangebracht. EI-
... ingenieuze waterputten ...
woterput in de palmtuinen van de zomers1od in 1988
den von enkele d . . platteg ron
I n
het centrum van Ghar OIO, t of in de tekening van
P
an va n apar
. k I zijn opgenome , woonhuizen en Win e •
. 0 pagina 17
het marktplein p . Didillon 1 975)
Dannadleu en (teken ing naar
  m
15
h . en winkel .. W4 resp. UIS
- straat of steeg
-== idem, overdekt
doodlopend
treden
muur
16
Ateuf heeft nog enkele stadspoorten, die in Ghardaia
allemaal zijn verdwenen. In andere stadskernen
herinneren enkele zeer fraaie fragmenten stadsmuur aan
het zelfstandige verleden.
Het centrum van Ghardaia gonst van de aktiviteiten: veel
verkeer, mensen en drukke winkels. Rond het prachtige
marktplein, dat met een lineaal lijkt uitgesneden uit de
opeengestapelde huizen, koncentreert zich vanouds de
handel. Het plein meet 75 x 44 m en is in gebruik als
markplaats voor produkten van de boeren uit de streek en
van mensen buiten de M'zab. Eromheen bevindt zich een
overdekte galerij met erachter een labyrint van straatjes
en steegjes. In de stegen vind je slagers, groentenlieden,
kleermakers etc. in groepen bijeen. De nauwe straatjes en
onderdoorgangen lopen ongemerkt over in privé-
portieken van groepen woningen. Bij een kleiner
marktpleintje terzijde staat een moskeetje speciaal voor
mensen die uit Ouargla op doorreis in Ghardaia waren.
Overal hangt de rust van een wereld zonder motoren en
harde muziek. Op straat slechts de schelle klanken van
spelende kinderen. Zij hebben volop speelruimte in het
labyrint van straatjes, maar missen ruimte zoals een park.
Vervoer van goederen en voedsel geschiedt met ezels
die, onder luid geroep van hun begeleiders, omhoog
klauteren. Uren heb ik er gewandeld en verloor elk gevoel
voor tijd en oriëntatie.
Een statistische schets van de dichtheid is verhelderend:
de binnenstad van Ghardaia bevat 200 woningen, dit is
115 m
2
per woning met inbegrip van stegen, moskeeën
en het marktpleinl Er wonen 495 mensen per hektare in
het centrum. In EI-Ateuf is de dichtheid 440 per hektare
(Dannadieu en Didillon 1975). Ter vergelijking moge
dienen dat de dichtheid in de leidse binnenstad iets meer
dan 100 per hektare is. De huidige stadsbevolking
... dot met een lineaal/ijkt uitgesneden ...
het marktplein in Ghardaia
bestaat voor 60% uit Berbers. Vroeger had Ghardaia een
Joodse enklove, die leefde in de marge van de stad nabij
het grote marktplein maar die thans geheel is verdwenen.
Het openbare leven in de M'zab wordt, zools overal in
Algerije, gedomineerd door mannen. Slechts een enkel
groepje vrouwen waagt zich gesluierd op straat; het
familieleven is haar domein.
De schitterende pasteltinten zijn pos sinds deze eeuw in
zwang: blauw, wit, zachtgeel en turquoise. In oudere
beschrijvingen wordt slechts melding gemaakt van grijze
aardkleuren en rotsen. De materialen waaruit de huizen
zijn opgetrokken zijn stenen (rotsen), gedroogde
leemblokken, gips, kalk en bladeren en stam van
palmbomen. Alle bouwstoffen zijn lokaal voorhanden. De
moderne tijd introduceert de toepossing van cement en
een aantal geprefabriceerde onderdelen zools gedraaide
sierkolommetjes en vensters van beton.
.. . eromheen bevindt zich een
overdek Ie galerij ...
het marktplein in Ghardaia
17
hel marktplein in Ghordoio
ltekening noor Donnodieu en Didillonl
5 10m
18
schema konstruktiewijze van de gebouwen in de M'zab ...
ltekening naar Oliver 1971)
a s pleisterwerk dak, b = gewelf jes van kleine stenen in leemspecie,
c = binnenpleisterwerk, meestal blauw, d = gehalveerd plamhaut,
averspanning ± 2 m, e = keramische pijp, hemelwateralvaer,
f = palmhaut, latei, g = pleisterwerk, kleurkontrast met 'h',
h = pleisterwerk gevel, j = leemblakken, wanden en gevels,
k = metselwerk steen, fundering en trasraam, I = steenblokken,
booggewelf, m = bundel nerven van palmbladeren,
n = pleisterwerk
plattegronden en doorsneden van enkele woonhuizen in Ghardaia
ltekening naar Donnadieu en Didillon 1975)
a = ingang, b = ontvangstvertrek, c = keuken, d = kamer,
e = vrouwenvertrek, f = stal, g = galerij, h = privaat, j = bodhoek,
k = provisiekamer
5

I I
I I d
II
 
ra s
steeg
«st
$
4
I
d
begane grond
steeg
Huis 1
doorsnede A
g
h
j
k
verdieping
doorsnede B
d
a b c d
d
d
_ .. I
2 4 m ----------
De huizen zijn gesloten noor de straat (= openbaar -
man) moor hebben een fraai open interieur met de
vertrekken gegroepeerd rond de plaats of hof (- privé
- vrouw). Deze opbouw tref je ook op het stadsniveou
aan: de ineengedrongen woonbuurten, de afzonderlijke
ombochtsbuurten en aan de rond het kontakt met de
buitenwereld, het marktplein. Het woonhuis is een stad in
het klein en andersom. Op deze wijze is de architektuur
een weergave van de kulturele behoefte. Het
stadsonlwerp en de woningen beschermen de privacy
van vrouwen en mannen en van de stad en de
buitenwereld.
11
~  
A B
begane grond
19
Het interieur van de afzonderlijke woonhuizen is
vormgegeven volgens de individuele wensen en grootte
van de familie die er woont. In de woonhuisorchitektuur is
een scheiding tussen vrouwen- en mannenvertrekken
doorgevoerd. Een direkte doorkijk van de straat noor de
kern van het huis, de binnenplaats, is niet mogelijk
evenmin als inkijk op het erf van de buurpercelen. Deze
kenmerken vindt men in de gehele islamitische wereld.
Voor huisdieren als geiten zijn in de M'zab geen aporte
stollen; zij verblijven 's nachts in de huizen en worden in
de vroege ochtend buiten de steden gehoed. Wot mij
bijzonder geruststelt is de redelijk goede stoot waarin de
A B
~ r
il
d
d h 0
!I
~  
verdieping
A B
k
k
Huis 2 doorsnede A doorsnede B
2 4 m
20
 
I1
11
d ' rJ
d
1\
11
sU
11
10
-liT--
111
11'
11'
I1I
l'
-J
A
begane grond
doorsnede A
ij
h
2 4m

11\\
1\1\
:L
J
A
verdieping
doorsnede S
plattegronden en doorsneden van enkele woonhuizen in Ghardaia
(tekening naar Donnadieu en Didillon 19751
a= ingang, b _ ontvangstvertrek, c = keuken, d - kamer,
e _ vrouwenvertrek, f = stal, g - galerij, h - privaat, j - badhoek,
k - provisiekamer
.. . het interieur is vormgegeven volgens individuele wensen ...
ruïne woonhuis in Ghardaia
gebouwen zich bevinden in tegenstelling tot de kasbah
van Algiers. Gaten worden opgevuld in een redelijk
aansluitende stijl.
Veel strakke cementgebouwen met moderne winkels en
woonwijken liggen buiten de oude kernen. Soms sluiten
zij op redelijke wijze aan bij de oude architektuur van de
M'zab. Ik zag diverse geslaagde huizenblokken, maar de
voorbeelden van de fantasieloze universele stijl die overal
ter wereld de bouwwijze beheerst, zijn legio. Enkele
Franse architekten trachtten met nieuwe utiliteitsgebouwen
aan te sluiten bij gevestigde vormtradities. Vooral het
postkantoor van Ghardaia is boeiend, ontworpen door
André Rovereau. Helaas heb ik het gemeentehuis van
Fernand Pouillon niet zelf gezien. Auto's worden slechts
toegelaten in de nieuwere stadsdelen.
De kaart toont de M'zab van enkele decennia terug.
Vooral Ghardaia heeft zich flink geëxpandeerd buiten de
oude stadskern en zo een flink deel van de zomerstod
opgeslokt. Een enorm toeristenhotel kijkt over de stad uit.
Het is één van de weinige plaatsen waar alkoholische
drank wordt geschonken en derhalve ontmoetingspunt
van de opgeschoten jongeren van de stad. De feestzaal
van het hotel is op de avonden voor Oudejaar, toen wij
er waren, een verzamelplaats van toeristen en
... nieuwe utili/eif5gebouwen ...
21
losgeslagen mensen uit de stad, een melancholiek
stemmende interkulturele samenkomst. Van veel invloed
op de veranderingen zijn naast het genoemde toerisme
de reizen van Algerijnen zelf geweest, bijvoorbeeld ten
behoeve van arbeid in Frankrijk. Door de exploitatie van
de olievelden bij Hassi-Messaoud is de streek ekonomisch
verder ontwikkeld. Het moderne zakencentrum bij de
olievelden is de karavaanstad Ouargla geworden. Van
de oude stad is hier weinig meer over .
In de Ghardaiaanse dagen wachten wij gespannen op
de aankomst van de auto, die we met vastgelopen motor
en de chauffeur in laghouat hebben achtergelaten.
Kommunikatie is niet mogelijk, omdat het afgesproken
kontaktadres, een hotel, gesloten blijkt te zijn. De eerste
dag arriveert op het vliegveldje van de stad de eigenaar
van de auto uit Nederland met een aanzienlijke
hoeveelheid onderdelen bij zich. Hij reist door naar
laghouat. Wij vergaderen intussen over de ontstane
situatie, met het reisschema en de data van de
retourvluchten vanuit Ouagadougou in de hand.
Na ampel beraad besluiten we met grote tegenzin de
route 1 .600 km in te korten en zo Oost Algerije te laten
vallen. Dit betekent enige mooie woestijnsteden minder,
geen historische grottekeningen uit de prehistorie toen de
Sahara nog niet droog was, en minder Hoggar-gebergte.
We nemen nu de kortste route naar Tamanrasset. Het is
een bittere pil om te slikken.
Na nog eens tweeëneenhalve dag wachten komt tot onze
grote vreugde op Oudejaarsmiddag de gerepareerde
landrover bij de kamping aanl In de vrieskou van 5'C
onder nul kleumen we tot middernacht om elkaar een
goede verdere reis te wensen. We ontsteken wat
meegenomen sterretjes in de doodstille nacht, drinken een
glaasje en schuiven moe in de slaapzakken, vol spanning
naar het morgen weer voortgaande reisavontuur.
het postkantoor van Ghardaia ontworpen door Rovereau
22
overzichtskaart van een deel van de vallei
(tekening naar Rache 1970)
sahara
Dogenlong rijden we door lege, eindeloze landschappen.
Wàt een kontinent. Slechts dankzij de uitrusting van
levensmiddelen, water, benzine en kampeerspullen
overleven wij. Vanwege de eeuwenlang opgebouwde
ervaring zijn Arabieren, Tuoregs en Berbers hier echter ol
sinds mensenheugenis heer en meester. Zij kennen de
oases, de routes en verstaan de kunst in dit zware klimaat
te overleven. Langzaam worden de dogen en nachten
warmer. Ook het verschil tussen nacht- en
dogtemperatuur, aanvankelijk 25"C, neemt of. Een dekor
van adembenemende natuur trekt over honderden
kilometers aan ons voorbij . In gepeins verzonken kijken
we noor het schouwspel en trachten de vele indrukken in
ons op te nemen.
... is me' handen geribd ... woonhuis in In-Salah
23
Gele zandvlakten met zwarte steenhopen erachter-
bruine vlokten voor rode bergen - grijze steenklompen in
mysterieuze vormen op paarse vlokten. Zandduinen-
reuzenkeien - kiezeloceanen - rijen basoltzuilen - rode
rotswanden - zwarte granieten boleten - ivoren zond. De
natuur is overweldigend. De weg wordt ol slechter en
grote goten maken het asfalt onbegaanbaar. Dikwijls
volgen we wielsporen terwijl chauffeurs elkaar de weg
wijzen. Rijplaten sjouwen we door het mulle zond en
graven onze weg vrij: blaren op je honden en een
verbrande rug. Hete zon, geel zond, zwarte rotsen, wat
een enorm leeg land, wat een onvoorstelbare droge, lege
vlokte is deze woestijn. We zetten onze tent op aan de
voet van een glooiend zond ballet. Er is niemand en niets
te zien tot aan de verre horizon. We bereiden in deze
grote keuken een mooi van macaroni of rijst met groenten
en uien met een dessert bereid uit custard-, ei- en
melkpoeder. De zon goot onder en een diepe stilte volt.
De heldere sterrenhemel toont nog juist een stukje Grote
Beer boven de horizon. We proberen sterrenbeelden te
onderscheiden, hele melkwegen zijn goed zichtbaar, don
komt de maan op. Ik lig in de tent en tracht de immense
ruimtezee direkt om me heen te begrijpen .
... . gebouw in een bepaalde stijl ... winkelbebouwing in In·Salah
24
Honderden autowrakken markeren de route noor
EI-Goleo, In-Salah, Arak, Tamanrasset, In-Guezzam en
Assomaka. Telkens na een paar dogen rijden van kuil
noor gat noor mul zond, treffen we een nederzetting aan.
Kleiner of groter, altijd is er het verrassende beeld van
bedrijvigheid, auto's, een waterplaats, restaurant en
marktplein met groenten en fruit zools wortelen, uien,
romanos, vijgen, dadels of mandarijnen. Hoe verder de
plaats van de bewoonde wereld of ligt, des te kleiner het
assortiment is. Kinderen achtervolgen onze auto, hollend
of in groepen op kleine brommertjes.
De stadjes zijn gebouwd van grijze of roodbruine leem in
een bepaalde stijl. Kijkend noor de gepleisterde wonden
van huizen en ongepleisterde tuinmuren herinner ik me
dot in de bouwkundeboeken van Jellema bij de
bespreking van metselverbanden sproke is van Afrikaans
verbond. Dit is metselverband bestaande uit 3
strekkenlogen afgewisseld met 1 koppenloog. Hier in de
Sahara post men dit verband toe bij het bouwen met
leemblokkenl
De tweeverdiepingen-bauw heeft in In-Salah een
karakteristieke vorm. Het buitenpleisterwerk van de huizen
is met de honden geribd. Een deel van de gevel ligt in de
schaduwen blijft koel. Midden in het centrum ligt hier een
groot Frons fort, van origine een legerplaats, geheel van
leem. Het bestaat uit een vierkante ommuring voorzien
van een omloop en vier hoektorens met op de
binnenplaats diverse dienstgebauwen. Het komplex is
thans voornamelijk in gebruik als opslag voor oude
autobanden. Hoost lijkt het alsof het gebouw
postmoderne details heeft: ronde bordessen en konische
steunberen. Het verkeert in slechte stoot want er zijn grote
scheuren en een deel van de ornamentering is ol
verdwenen. leem is een bauwmateriaal dot jaarlijks veel
onderhoud behoeft. Pol voor het fort ligt een kubistisch
stadspark zonder water. Het bestaat uit ten dele wit
betegelde betonelementen en geometrische bassins.
Tamanrasset heeft een mooie hoofdstraat met platanen.
Hier treffen we geen blokkenplein oon moor een
stadspark met een paviljoen dot door Goud! lijkt te zijn
geïnspireerd. Het bevat een koffiehuis, een terras en
longe pergola's.
In het hele stadje hangt de sfeer van de Saharareizigers
... . postmoderne cJeloils .. . dienstgebouw op de binnenplaats van het
voormalig Franse lort in In-Solah
die hier een belangrijke pleisterplaats hebben voor of na
het zware trajekt noor Agadez in Niger. Tamanrasset is
geen oude stad.
De pleisterplaats voor de karavanen was Djanet, meer
noor het oosten in het Tassili-gebergte. Wegens de slechte
bereikbaarheid voor motorvoertuigen besloten de Fronsen
in 1930 het administratieve centrum te verleggen noor de
toen nog onbeduidende oose. In de dogen dot wij in de
stad verblijven passeert ons de Paris-Dokar Rally 1987,
een gekkenhuis van reklame en uitlaatgassen moor een
jaarlijks festijn voor de plaatselijke jeugd, middenstand en
straathandel.
.... een vierkanle ommuring ... het voormalig Franse lort in In-Salah
... een kubistisch stadspark zonder water .. . in In·Salah
Vanuit Tamanrasset maken we een tocht van twee dagen
door de Hoggar, een onbewoond gebergte. De
landschappen, bij ondergaande zon, als wij omhoog
rijden langs een schier onbegaanbaar steile weg,
behoren tot de indrukwekkendste die ik ooit zag. Boven
op de top van de Assekrem is het 2728 m hoog en we
zijn wat kortademig. Verstild en ontroerd maken we in de
vlijmscherpe koude wind opnamen van een
adembenemend schouwspel van rotsformaties en
belichting.
Terug beneden in de stad nemen we afscheid van de
eigenaar van de auto die terugvliegt naar Nederland.
Pech had zich niet meer voorgedaan en dus leek het of
hij met een gerust hart kon weggaan. Nog geen tien
minuten later komt de zwaarste klap als de startmotor
weigert. Doorreizen is onverantwoord. Een etmaal vol
diepe twijfel en telexen naar Nederland volgt, waarbij de
sfeer voor het eerst echt explosief is. We zien desondanks
25
kans op 9 januari te vertrekken richting Niger, het
moeilijkste trajekt. Het is een tocht van schitterende dagen
geworden.
Iedere paar kilometer een baken en lange stukken mul
zand. Dikwijls zakt de auto tot de assen weg.
Geroutineerd pakken we schop en rijplaten en graven de
wielen vrij; ieder weet zijn plek. Op het dak van de auto
bepalen we met een verrekijker de route en raken toch
regelmatig het spoor bijster. Dit is werkelijk zwaar gebied
om te reizen. De zon is brandend en onze huid is zó
verdroogd dat kloofjes bijna bloeden en pijn doen.
Volgende keer zal ik meer zalf meenemen. We
vereenvoudigen onze persoonlijke hygiëne en voelen ons
als herboren na een wasbeurt van top tot teen met slechts
een pannetje warm water, op een eindje van het kamp
midden in het grootse landschap.
Verlaten liggen de grensplaatsjes in de hete zon.
Bij In-Guezzam staat een groot tentenkamp. Wonen hier
vluchtelingen of manschappen van het leger? Erg mooi
zijn de lange tuinmuren van leemblokken. Ruim tussen de
grensposten staat de grenspaal Algerije - Niger, een
symbool van de onzinnigheid van Afrikaanse
landsgrenzen die eind vorige eeuw door Europeanen zijn
getrokken. De grenskontroles en -formaliteiten nemen
bijna een etmaal in beslag. In Niger zien we na enige
dagen rijden langs de weg de uraniumfabriek van Arlit
liggen. De valuta die het erts opbrengt is zo belangrijk
dat hier de asfaltweg weer begint, ditmaal van
uitzonderlijk goede kwaliteit. Met Arlit betreden we een
ander kultuurgebied: dat van zwart Afrika. De vlakte
waarover we rijden is niet langer onbewoond en
onbegroeid. We verlaten de Sahara .
... dat door Gaud; lijkt te zijn geïnspireerd ...
paviljoen in hel stadspark van Tamamrassel ----------- -------------------------------------------
s a hel
De strook direkt ten zuiden van de Sahara heet Sahel.
Kruciaal voor de geschiedenis van dit gebied is de
internationale trans-Sahara handel geweest. De handel is
ontstaan vanaf de ge eeuw, volgend op de invasie van
de Arabieren in Noord Afrika. Moslims zetten de
organisaties op en zo werd tevens het nieuwe geloof, de
islam, verspreid. Een aantal belangrijke hoofdroutes van
de grote karavanen liep van de Maghreb naar het zuiden
en van Egypte naar het westen.
In deze periode kwamen beschavingen op die beslist niet
onder deden voor het ontwikkelingsnivo van Europo in de
middeleeuwen. Het belangrijkste internationale
handelssysteem bestond toen uit vier onafhankelijke
blokken. Dit zijn de Arabische wereld, die het machtigste
was en het centrum vormde, Zuidoost Azië, Afrika en
Europa. Afrika leverde goud, ivoor en slaven; Azië textiel
en specerijen; Arabië aardewerk, wapens en paarden.
Europa speelde slechts een beperkte rol en leverde linnen
en wollen stoffen. Overigens ontstond pas in de 16e
eeuw de slavenhandel door Europeanen vanuit de Golf
van Guinée op Amerika.
De steden ten zuiden van de Sahara leverden het goud
voor de Europese munten. Dit waren ondermeer Timbuktu
(Tombouctou), Gao en Agadez. Meer naar het westen
27
lagen Aoudaghost en Oualata. In de literatuur spreekt
men over de noordelijke gordel waar de goederen
werden overgeslagen. Maer naar het zuiden lag een
andere stedengordel. Tot deze behoren ondermeer
Ségou, Djenné, Ouagadougou, Kano en Katsina. Hier
werden zwarte slaven uit de nog zuidelijker bossenzone,
goud en peper geleverd. Ingekocht werden zout, zilver,
koper, kleding en kralen. Eén van de eerste Europese
reizigers door dit gebied, Heinrich Barth, schat nog in
1850 dat jaarlijks 5000 slaven uit Kano werden
afgevoerd.
De steden van de zuidelijke gordel lagen net boven het
gebied van de tseetseevlieg en waren dus bereikbaar
voor kamelen. Het verdere vervoer ging te voet. De
steden bestreden elkaar regelmatig, de bloei van de één
betekende de ondergang van de ander. Er ontstond een
aantal grote rijken die de handel beheersten en
beschermden. Suksessievelijk onderscheiden drie
perioden zich.
Allereerst kwam het Ghana-rijk uit de 11 e eeuw op, dat
in 1068 werd beschreven door   De hoofdstad
was Kumbi-Saleh in het huidige Mauritanië, thans een
hi storische kaart met karavaanroules en rijken
--- .-----------------------------------------------------------------------
28
de stad nmbuktv zoals getekend in 1828 (gravure uil René Caillé
'Journal d'un voyage à Tembouctau el à Jenne', Pari js 18301
ruïne. Het einde van Ghana was in 1240 toen het werd
verwoest, voornamelijk door de opkomst van Mali. Dit
volgende rijk lag iets meer naar het oosten. Mali had
haar bloeitijd in de 148 eeuwen stond onder sterke
mosliminvloed. Na diverse aanvallen, in 1336 een
belegering van Timbuktu door de Massi en een inval van
Tuaregs in 1435, viel het sterk verzwakte rijk uiteindelijk
in 1545 door aanvallen door de Songhai.
Songhai had de grootste invloedssfeer. De centra
vormden Gao, dat zowel hoodstad als handelsstad in
goud was, en Timbuktu. Op haar hoogtepunt, tijdens het
bewind van Askia de Grote, reikte Songhai tot Agadez
(16e eeuw) . In diezelfde tijd lagen meer naar het oosten
Kanem en Bornu, rijken van de Hause, die tot het
Tchadmeer reikten. In 1591 werden vlakbij Gao de
legers verslagen door Marokkanen. In de twee volgende
eeuwen is veel strijd gevoerd, zonder dat een sterk rijk
zich gedurende langere tijd handhaafde.
Als voedingsbron voor de konAikten kan de tegenstelling
islam - animisme worden genoemd. De islam was
aanvankelijk de godsdienst van de steden, terwijl het
platteland de oorspronkelijke religie bleef aanhangen.
Met het oprukken van de Franse legers in de laatste
decennia van de 1ge eeuw kwam aan deze instabiele
periode een einde. De Tuaregs hebben zich tot in de
jaren 1920 verzet tegen de imperialisten.
Van alle handelssteden uit de tijd van de grote rijken is
Timbuktu het best gedokumenteerd, reden om er iets meer
over te vertellen, ofschoon het mij helaas niet lukte de
stad te bezoeken. Vanouds spreekt de stad zeer tot de
fantasie in Europa, waarschijnlijk door de uitgebreide
beschrijving uit 1550 van leo Africanus, een in Granada
geboren islamiet die met de Moren uit Spanje vluchtte en
door Afrika trok. Timbuktu dankt haar bloei als
handelsstad aan de uitstekende ligging langs de Niger op
... de noodzaak Ie imponeren ... de moskee van Gomitago in de
omgeving van Djenné, steekl uil boven hel dorp; opname aan hel
einde van de oogsttijd in 1986
het kruispunt van land- en waterwegen. De stad
ontstaat in de middeleeuwen als de trans-Saharahandel
gestaag toeneemt en had de grootste omvang tijdens de
bloei van Song hoi. Africanus beschrijft een grote stad met
paleizen, moskeeën en koopmonshuizen. Timbuktu werd
het intellektuele centrum van West Afrika door de Sankoré
universiteit.
Het inwonertal van de stad wisselde sterk met de
handelsseizoenen. In de periode dot de Niger hoog
stoot, van september tot december, bruiste de stad van
mensen, met een maximum van 100.000 inwonersl Een
stadswijk bood in die periode bijvoorbeeld huisvesting
aan 5000 kamelen met het bijbehorende personeel. Door
het ontbreken van een militaire of politieke funktie waren
een stadsmuur of andere versterkingen onnodig. Aparte
stadsdelen bestonden ondermeer voor Arabieren, de
organisotoren van de kameeltransporten, voor de
Songhoi, de producenten van goederen en kooplieden en
voor de Bello, T uaregs van de laagste stond. De stad
funktioneerde op de uiterste rond van de woestijn als
ontmoetingsplaats van verschillende volken, een
metropool waar men veel talen sprok.
No deze beknopte algemene geschiedenis van het
gebied direkt ten zuiden van de Sahara, enige informatie
over de zogenaamde Sudanese architektuurstijl die hier
zijn zwaartepunt heeft. De term Sudan verwijst noor de
Franse koloniale tijd toen dit deel van Afrika bekend
stond als West Sudan. Het is niet eenvoudig een
historische schets te geven van de typische bouwstijl, gelet
op de korte levensduur van lemen gebouwen. Een
woonhuis, bijvoorbeeld, goot maximaal 15 jaar mee en
don nog dient jaarijks onderhoud te worden gepleegd.
Moskeeën representeren bij uitstek de Sudanese stijl en
kunnen door een grotere inspanning bij het onderhoud,
waarbij soms hele wonden of doken worden vervangen,
een langere levensduur bereiken. Bij dit groot-onderhoud
voert men slechts kleine stijlaanpassingen door. Een
aantal gebouwen vertoont zo waarschijnlijk nog
middeleeuwse kenmerken. De meeste bestaande
moskeeën doteren echter feitelijk uit de 1ge of 20e eeuw.
Het verspreidingsgebied van leemmoskeeën bevat drie
hoofdtypen. Allereerst die in het stroomgebied van de
Niger tussen Bamako en Gao, dot ik uitgebreid bezocht.
Gruner noemt dit de hof-moskeeën. Het Dyulo-type vindt
men in Burkina Faso en een strook ten zuiden daarvan.
Op de moskeeën in deze beide gebieden kom ik nog
29
... arct.itek/onische hoogsfond;es ...
de moskee van Koumaga, een Peul-dorp nabij Sofora, is van hel type
Djenné; opname uil 1986
terug. In Noord Nigeria en het gebied rond Agodez
komen moskeeën van het Hauso-type voor. Dit laatste
type onderscheidt zich ondermeer door een vlakke
buitengevel zonder de dekoratieve steunberen en door
een flauwe koepel midden boven de gebedsruimte.
Soms treft men een afzonderlijke minaret aan, dit is de
plaats waarvandaan de mensen tot gebed worden
opgeroepen.
Gruner en onderen wijzen hierbij op invloeden uit de
Moghreb, die door karavanen zijn overgebracht. Evenals
het Dyula-type is het Hauso-type te beschouwen als een
syntese tussen islam-invloeden en traditionele
architektonische koncepten. Zuidelijker don de genoemde
gebieden is de regenval groter en dientengevolge de
kwetsbaarheid van het leem te groot. Hout en gros gaan
het materiaal vervangen en de bouwwijze verandert
essentiëel.
30
De islam schrijft voor welke ruimten in een moskee
aanwezig moeten zijn en hoe het gebruik ervan is. De
uiteindelijke vorm hangt niettemin van veel foktoren af.
Boven wees ik al op traditioneel aanwezige vormen,
maar er is meer. De klimaatzone en in het bijzonder de
mate van regenval beïnvloedt de stijl erg.
de kibla van de maskee in Kong, Ivoorkust (tekening naar Gruner
1989) a = mihrab, b = minaret met erin trappenhuis
Ook het beschikbare materiaal en de aanwezigheid van
vaklui is belangrijk. Wie neemt het initiatief tot bouwen,
een groep immigranten, de overheid of een
dorpsgemeenschap? Het kan ook een enkele maraboet,
de voorganger in het gebed, zijn die rondtrok om dorpen
te bekeren. Je zou dit kunnen vergelijken met Europese
missionarissen die in bijvoorbeeld Oost Afrika rond de
laatste eeuwwisseling grote neo-gotische kerken
bauwden. De ligging van de bouwlokatie is in die zin
belangrijk dat de akseptatie van de islam op het
platteland anders was dan in de steden.
In de beginperiode van de infiltratie van de islam was het
bij uitstek een stadsgodsdienst. Immigranten dreven
handel vanuit steden en introduceerden het nieuwe
geloof. Het platteland was nog geheel animistisch.
Sommige steden was nog geheel animistisch. Sommige
steden waren dan ook nauwelijks onderdeel van een
regionaal systeem, maar maakten deel uit van een
internationaal netwerk. Dit werkte de noodzaak te
imponeren in de hand, de moskee was een imperialistisch
symbool. Andere steden waren hoofdstad van een eigen
staatje. Aan monumentaliteit was hier minder behoefte.
lets zuidelijker in ondermeer Burkina Faso is dit te zien.
Monumentaliteit als stijlkenmerk tref je ook bij
plattelandsmoskeeën uit de 20e eeuw aan.
De hofmoskeeën van het stroomgebied van de Niger
hebben een aantal hoofdkenmerken. Zij hebben een
gesloten oostgevel (kibla) met aan de binnenzijde in het
midden een bidnis (mihrab) voor de voorganger. Door
boven de mihrab een toren te plaatsen vormt deze het
belangrijkste aksent in het exterieur van het gebouw.
Rechts van de mihrab kan een ondiepe nis met verhoging
zitten (minbar) voor het vrijdagsgebed als de maraboet
de gelovigen toespreekt. De gebedsruimte zelf is veel
breder dan dieper. Aan de westzijde ligt een ommuurde
hof, soms omgeven door een gang. De op de hof gerichte
gevel van de gebedsruimte kan voorzien zijn van grote
openingen, om daglicht toe te loten treden. De vorm van
platteg rond
- -
oostgevel
zuidgevel
plattegrond en gevels van de moskee in Banankoro, vlakbij Ségou,
is van het type Djenné, is met daminante mihra10ren
ltekening naar Gruner 1977)
... een uitgesproken slrok uiterlijk. ..
het postkantoor met stofwoningen in Arlit
de hof variëert. In enkele gevallen is een gebedsruimte
voor alleenstaande vrouwen aan de westzijde tegen het
komplex gebouwd. De hoofdtoegang tot het komplex
bevindt zich meestal in de westgevel.
Prussin maakt een indeling van typen moskeeën in het
gebied dot het stroomgebied van de Niger en de
grensstrook met de bossenzone omvat. Het meer oostelijk
voorkomende Hausa-type valt hier dus buiten. Haar
indeling komt op mij overtuigend over, ook ol bezoek ik
een aantal typen niet. Zij bevat aspekten als de
klimaatregio van de bouwlokatie en de periode van
uitvoering van het werk.
1.
2.
Timbuktu. Tot deze groep behoren de oudste
voorbeelden, uit de tijd van de introduktie van
islamitische architektuur in West Afrika.
Hoofdkenmerken zijn zware massieve minaretten
en een gevoel voor mosso. Voorbeelden zijn
twee moskeeën in Timbuktu en de tombe van de
Askia in Gao, die ik nog zal beschrijven.
Djenné. Enkele eeuwen loter ontwikkelde deze
stad zich tot het religieuze èn intellektuele
centrum van de islam in dit deel van de wereld.
De godsdienst had een bredere bosis gekregen
en de politieke rust bracht stabiliteit. Zo kon het
vakmanschap bloeien. De moskeeën zijn
architektonische hoogstandjes met vooral gevoel
voor ruimte. (Prussin verwart overigens
minaretten met mihrabtorens, in bron 15, pag. 72)
Tot dit type rekent zij de grote groep moskeeën
in de binnendelta, zools in Mopti en Ségou.
31
3./4. Bobo-Dioulasso en Kong. Deze gebouwen zijn
kleiner, hebben geen binnenhof en behoren tot
het genoemde Dyulo-type. Monumentaliteit was
hier minder noodzakelijk omdat het hier
stadstaatjes betreft die geen imperialistische
symbolen nodig hadden. Horizontale elementen
doen hun intrede in de vorm van bolken die in
de buitenwanden zichtbaar zijn. Hout is in dit
vochtiger gebied eenvoudiger voorhanden. De
horizontale verbonden en verzwaarde
steunberen zijn nodig om de leemwonden
voldoende stabiliteit te geven. (Zie ook illustratie
op pogina 30)
5. Kauara (Noord Ivoorkust). Hier is alle
vertikalisme verdwenen. Het gebouw heeft een
skulptuurochtig karakter gekregen.
Gruner verdeelt het type Djenné nader. Zij wijst daarbij
op een belangrijk onderscheid: de mate waarin de
mihrabtoren domineert. In Ségou is dot duidelijk; de
gebedsruimte is nederig in vergelijking met de hoge
toren. Djenné en Mopti zijn het tegendeel met een
bescheiden toren moor een dominant gebedshuis. De
gevels zijn nu ook zeer fijn van ornamenten voorzien.
De moskee ligt centraal in het dorp of de stad,
bijvoorbeeld aan een marktplein of belangrijke route,
waardoor een groots effekt wordt bereikt. In bepaalde
streken wordt de monumentaliteit nog versterkt door een
sterke vertikale geleding met steunberen en pinakels. Aan
de pleistermortel voor de buitenwanden voegen de
stukadoors dikwijls kleurstoffen toe, teneinde het
onderscheid met profane gebouwen te versterken. Alle
genoemde kenmerken vormen een groot kontrast met de
verschijningsvorm van niet-islamitische gewijde bouw die
32
in Afrika vaak een verborgen plaats heeft en
architektonisch onopvallend is. Gelijk de wedijver die
tussen Europese steden in voorgaande eeuwen bestond
waar het de bouw van kerken betreft, bespeur ik dit in de
binnendelta ten aanzien van de eigen dorps- of
stadsmoskee.
... de minaret is een massieve leemkonsfruktie ...
de grote moskee in Agadez van hel Hausa-type
Intussen is onze reis gevorderd tot in Niger. Onderweg in
Arlit zie ik een mooi postkantoortje met een groep
stafwoningen uit de Franse tijd. De gebouwen hebben
een uitgesproken strak uiterlijk, in een stijl die aansluit bij
het postkantoor van Ghardaia. Na ampel beraad
onderweg besluiten we in Agadez een rustdag te houden
en wat meer tijd uit te trekken om deze stad te bezoeken
en souvenirs te kopen. Veel speling biedt het reisschema
niet meer. Mijn reisgenoten moeten een bepaald vliegtuig
in Ouagadougou halen en dat is nog 1.400 km verder.
We nemen een voor twee van ons bitter besluit: géén
bezoek aan hun voormalige woon- en werkplaats in
Noord Benin, waar zij hebben gewerkt. We wijzigen de
route nogmaals en kiezen vanaf nu louter asfaltweg om
snel door te kunnen reizen. Aan een rustdag zijn we na
die honderden kilometers onafgebroken reizen erg toe.
Agadez zou in 1460 door Berbers zijn gesticht en is in
1515 door de oprukkende Songhai onder leiding van
Askia veroverd. Op haar hoogtepunt was Agadez een
grote ommuurde stad met poorten. Barth schat dat op het
einde van de 18e eeuw het ekonomische verval intrad. In
1850, als hij in de stad verblijft, wordt voornamelijk
gespekuleerd in granen. Het handelskapitaal is afkomstig
van families uit Ghadamès.
De stad behoort tot een nieuw kultuurgebied in onze reis.
De overgang is abrupt en groot. Thans is het straatbeeld
beheerst door voornamelijk zwarte mensen en een
levendige handel. In eethuisjes biedt men heerlijk Flag-
bier te koop aan dat in de hoofdstad Niamey gebrouwen
... enorme versierde voo"aadgebouwen .. .
dorp onderweg in de omgeving van Tahoua
wordt. De informele sektor misten wij in heel Algerije en is
hier volop aanwezig. Op straat is van alles te koop zools
sesomzaadbolletjes, kolanoten, sigaretten (eerder op reis
niet verkrijgboor), opmaakspullen, kleding, horloges en
stempels. Eindelijk een gonzende Afrikaanse drukte, na
de weken rijden over uitgestorven vlakten is dat weer
even wennen.
... prauwen met heldere beschilderingen ...
langs de Niger bij Gao
Vrouwen spelen een aktieve rol in de ekonomie van de
straathandel en de middenstand. Dat is een hele
overgang na (socialistisch en islamitischl) Algerije en een
opluchting voor de twee vrouwen in ons reisgezelschap,
die nu weer ontspannen over straat kunnen lopen.
Ondanks de aanwezigheid van grote islamitische
meerderheden in zowel Niger als Mali, is de
verschijningsvorm van de godsdienst zeer afwijkend van
die in Noord Afrika en heeft een veel liberaler karakter.
Voor de mannen van onze groep staat de herkenning van
'donker' Afrika centraal. Ooit werkten wij daar alle vier.
33
In Kenya ontbreken oude steden, de kust uitgezonderd.
De grotere nederzettingen dateren uit de koloniale tijd
van de 20e eeuw. Zij ondergingen in hun korte
levensduur grote veranderingen en missen een bepaalde
eenheid, een basiskoncept. Agadez is anders, dit is
immers een middeleeuwse karavaanstad. Het centrum
verkeert in redelijke staat en onherstelbare ingrepen zijn
tot dusverre uitgebleven. Er zijn oude stegen, straten en
marktpleinen. Tuaregs verkopen in winkeltjes prachtig
bewerkte en kleurige leren gebruiksvoorwerpen: zadels,
tassen en buidels. Zilversmeden tonen fijn versierde
ringen en armbonden. We zien bornstenen halskettingen,
dolken en zwaarden in leren scheden, en nog veel meer
voorwerpen van een grote schoonheid. Toeristen worden
druk bezig gehouden en onderhandelen langdurig over
prijzen. Op de markt verkopen vrouwen in bloemige
jurken verse groenten en vruchten. Een 'straatdrogist'
handelt in geneeskrachtige kruiden. Hij heeft een enorm
assortiment rond zich uitgestald .
Een beroemd gebouw in Agadez is de Grote Moskee,
een gebedskomplex waaraan steeds is veranderd. Enkele
delen dateren uit de 15e eeuw, maar het overgrote deel
van de thans aanwezige gebouwen is rond 1844
herbouwd. Het dak van de gebedszalen is bijzonder
laag; je kunt er maar net lopen. De minaret is een
leemkonstruktie van 35 m hoog (I), die het gebedsoord in
de weide omgeving markeert. Barth: "en met een zeker
gevoel van nationalen trots wezen mijne reisgenooten mij
in de verte den hoogen toren, den roem van Agadez."
... hoge bebouwingsdichtheden ...
de stad Djenné vanaf het dak van de moskee in 1984
34
De aanwezigheid wijst op Hausa-invloeden. Enkele
auteurs spreken van een massieve konstruktie, maar Barth
beschrijft een holle toren van 13 verdiepingen waarvan
het interieur is gevuld met verbanden van polmhout die
aan de buitenzijde uitsteken.
Tapstoelopende minaretten komen alleen rond de Sahara
voor: bij de Hausa-moskeeën en in de M'zab. Zij kunnen
langs de oude handelsroutes zijn verspreid, maar in
welke richting is onduidelijk. Zijn zij geïnspireerd op de
torens van de kasbahs van de Berbersteden in het
noorden of door de dakvormen van de Benin-paleizen in
e
begane grond
doorsnede
de bossenzone van Nigeria? Barth wijst er overigens op
dat tijdens zijn verblijf de gelovigen vanaf het platte dak
van de moskee tot het gebed worden geroepen. Hij
veronderstelt dat de toren vooral diende als uitkijkpost die
over de stadsmuren heenzag.
In drie dagen reizen wij vervolgens gehoosd noor
Niamey. Wat jammer van de fraaie bestofte
landschappen van de Sahel: wij hebben nauwelijks tijd
om ze te bewonderen. Plankgas stuiven we over het asfalt
voort. Korte stops in de stadjes onderweg, een haastig
kamp 's avonds tussen doornengewassen langs de weg.
verdieping
d
De streek is zeer dunbevolkt. Hoe zuidelijker we komen
hoe meer begroeiing aanwezig is. Verspreid in het
kurkdroge landschap staan oranje-bloeiende
kapokbomen. Door het stof zien we in de verte talloze
kuddes runderen. Zij zien er niet meer zo uitgemergeld uit
als tijdens de grote krisis van 1974-1975. Klei ne
jongetjes begeleiden de kuddes. Vlees en huiden zijn een
belangrijk exportprodukt van Niger, Mali en Burkina
Faso. In de afgelopen jaren viel er voldoende regen in
deze streken om een eenvoudig bestaan mogelijk te
maken. De basis blijft echter uitermate smal. Hongerende
mensen heb ik niet gezien; problemen zijn er momenteel
vooral in Sudan en Etiopië.
dok
2 4 m
plat1eganden en gevels van herenhuis in Djenné
(teken ing naar Maas 19901
a = ingang en hal, b = binnenplaats, c = keuken, d = provisiekamer,
e = vrouwenvertrek, f = mannenvertrek, g = privaat, h = dakterras,
i = veranda
35
De nomadenstammen in het noorden wonen in huizen,
bestaande uit een skelet van lange takken, overdekt met
huiden, kleden of gevlochten matten. De hutten van de
landbouwstammen in Zuid Niger staan in groepen bijeen.
De graanschuren springen erg in het oog. De oogst moet
er een jaar lang in bewaard kunnen worden. Zij zijn
gemaakt van gestapelde leemmortel en kunnen een dikte
hebben van slechts 75 mm bij een hoogte van ruim vijf
meter! Om aantasting door vocht en ongedierte te
voorkomen, zijn de silo's op stenen geplaatst. Het
konserveren van de oogst gedurende het droge seizoen is
van vitaal belang voor de gemeenschap en ik vermoed
dat daarom aan de vormgeving de meeste zorg wordt
besteed. De enorme versierde voorraadgebouwen lijken
op grote potten. Zij torenen hoog boven de dorpen uit.
We passeren de grensplaats Birnin-Konni. Het is vreemd
om Engels te horen spreken. In de stad is een bloeiende
nering in illegaal geïmporteerde benzine en diesel. In
OPEC-buurland Nigeria zijn olieprodukten goedkoper. In
plastic flessen van twee liter wordt het in stalletjes langs
de straat aan de man gebracht.
We arriveren op tijd in Niamey, de Nigerese hoofdstad
langs de rivier. Het is een jonge stad, plezierig en typisch
Afrikaans. Geen grote wolkenkrabbers zools in de
hoofdsteden langs de Atlantische Oceaan, moor longe
winkelstraten, bamen, lemen woonwijken, een groot, juist
gereedgekomen centraal marktkomplex, terrassen met
heerlijke Afrikaanse popmuziek en enige internationale
hotels. We genieten van de luxe van restaurants en een
... de entreedeuren ziin beslagen ... woonhuis in Goo
36
zwembad. Ik doe inkopen voor het tweede deel van mijn
reis: zonder het reisgezelschap, in mijn eentje
stroomopwaarts langs de Niger. Via een grote omweg
zal ik zo in Ouagadougou oonkomen, een paar weken
loter. Voortaan moet ik het doen zonder de gemakken
van onze uitrusting en zal ik afhankelijk zijn van
beschikbaar vervoer.
Op 18 januari neem ik 's ochtends afscheid van mijn
vrienden, pok mijn rugzak met fotokomera op en vertrek
gesponnen richting Mali. De eerste 200 km gaan primo,
alleen loten mijn ingewanden het afweten. Misselijk en
ziek breng ik onder een boom gelegen, in het
- ,
,
11""""'" 1
1
elf
elf
. ~
d
L   ~ __
~
-

j
.,. ~
U
~
~
-
a
b
-

-ie
begane grand
n
\
---,
r-
/'
""
r.:::;
r=
~
~
~
i===
b
~
F j
elf , .
r=
daorsnede
grensdorpje Ayorou een half etmaal door. Het is moeilijk
hier vervoer noor Gao te krijgen. Ik slenter de volgende
ochtend nog zwak noor het marktplein en drink wat thee
met halfgaar stokbrood. Er goot die dog een
vrachtwagen met meel noor het noorden, die possagiers
meeneemt. Een grote groep mensen is kandidaat en voor
de chauffeur is het een leuke bijverdienste. Uiteindelijk
heeft de wogen op de meelzakken een enorme menigte
vrouwen, mannen, kinderen en ouden van dogen met hun
omvangrijke bagage in gammele koffers, scheurende
dozen, geëmailleerde scholen en breekbare kalebassen.
Pos na anderhalve dog is het trajekt van slechts 235 km
afgelegd.
dak
m
gevel
plat1egonden en gevels van erlhuis in Djenné
(tekening naar Maas 1 9901
- -I
2 4 m

a = ingang en hal, b z binnenplaats, e = keuken, d - provisiekamer,
e - vrouwenvertrek, f - mannenvertrek, g - privaat, h - daklerras,
j = veranda
a
b
c
d
e
g
h
kenmerkend ornamentering van de Sudangevel
(tekening naar Schijns 19891
a = mijtervormige pinakel, 'kindpilaster' genaamd, b = pilaster boven
gevelhout, kraagsteen genaamd, c = lallusvormig gevelelement,
kanehoofd genaamd, d = gevelhout, e = raam, f = luifel, dak van het
huis genaamd, 9 = hoekpilaster, mannelijk pilaster genaamd,
,
h = gevelbonk
Mijn dorst is hevig en ik kon niet bij het in Niamey
gekochte noodrantsoen water. Bij sommige
kontroleposten langs de route is voor een exorbitant
bedrog een flesje frisdrank verkrijgbaar. Koffie of thee
worden niet verkocht; water durf ik niet te drinken. De reis
is vol ontberingen: de hysterisch lachende kinderen bij
iedere kuil die de loog mensen en bagage hord doet
neerkomen, de fel brandende zon tijdens de uren
oponthoud bij de beide grenzen, de arrogantie van de
douane. We stranden 's nachts in een dorpje en moeten
moor onderdak zien te vinden bij bewoners thuis.
Sommige passogiers blijven op de vrachtauto achter. Ik
sloop op een horde lemen vloer.
De zonsopgang langs de Niger maakt nochtans veel
goed. longe slanke prauwen met heldere beschilderingen
brengen mensen van de overkant noor het grijze lemen
dorp. Weer op de vrachtauto lacht een oude T ua reg mij
gedurende de reis vriendelijk toe en rookt onverstoorbaar
een smal koperen pijpje. Prachtige landschappen met
rotsen en polmbomen trekken aan ons voorbij, moor ik
ben te verdoofd om ze goed te zien. Meedogenloos
schijnt de zon tijdens de laatste kontrolepost voor Gao.
Uren dwingt men ons te wachten. Ik ben uitgedroogd tot
in mijn slokdarm en voel mij ellendig. In Gao vlucht ik
weg van de vrachtauto en verschaf me toegang tot het
37
a
b
c
d
duurste hotel van de stad, dot toepasselijk Atlantide heet.
Onder de douche tracht ik deze tocht te vergeten; het zal
voor altijd vergeefs blijken.
Vanaf het ruime terras van het verlopen hotel heb ik
uitzicht op de bruisende stad. Kinderen willen mijn gids
zijn voor een muntstuk of een sinaasoppel. AI gouw
ontdek ik dot de bootdiensten over de rivier noor
Timbuktu en Mopti wegens de loge waterstand na half
december niet meer voren. Gao heeft een hoven aan de
... 9rote nadruk op de entreeparti; ... woonhuis met Sudangevel in
Djenné, wellicht gebouwd in de jaren 1970, opname uit 1984
e
9
h
-- --------------------------------------------------------------------
38
Niger en prauwen varen af en aan. De stad heeft een
rechthoekig stratenpatroon, een ortogonaai grid, met
brede zandstroten. De leemkleur is grijs-bruin. Het valt mij
ook hier in Gao op dat de samenhang tussen omgeving
en stad zo sterk is, door levensstijl, vormeenheid en
materiaalgebruik. Dit is niet de eerste leemstad die ik
bezoek op deze reis. Ik verbaas me over de de grote
overeenkomsten die deze nederzettingen klaarblijkelijk
vertonen. Diverse auteurs besteden hier aandacht aan.
Denyer wijst op de grote voordelen van leem waar het de
brandwerendheid betreft. In tegenstelling tot grote delen
van Kenya, een land dat ik goed ken, heeft de Sahel
autentieke (i.e. prekoloniale) urbane kernen met een hoge
dichtheid. In stadskernen is brandveiligheid altijd een
aktuele zaak. Eén der eerste bouwvoorschriften in
... squa/lernederzefting in hel centrum ... hul in hel centrum van Gaa
... de monumentale gebedsruimte ... bi nnenhof en interieur van de
moskee van Askia in Gao
middeleeuwse Nederlandse steden was het verbod
woningscheidende wanden van hout te maken. later
kwam de plicht ook gevels van steen te maken. In het
droge Sahelklimaat is brandwerendheid een nóg
dringender noodzaak. Zij noemt de Sudanese stijl dan
ook een stedelijke in plaats van een islamitische stijl.
Een ander argument om de verschijningsvorm van deze
steden te verklaren is de invloed van het klimaat. In deze
kontreien kent men een lange droge periode met zeer
hoge temperaturen. In de korte regentijd komen
wolkbreuken voor. In een dichtbebouwde stad met zware
gebouwen is meer schaduw en kons op koelte door de
grote warmte-kapaciteit von de gebouwen. (Er gaat een
tijd overheen voordat de daken en wanden in die mate
zijn opgewormd dat ook binnen de temperatuur gaat
stijgen. Intussen is het ol weer nacht geworden en wordt
..
zicht op Goo (schets naar steendruk i n de reisbeschri jving
van Barth 1 9601
de opgenomen energie weer uitgestraald en afgegeven.)
De nouwe stegen stimuleren de luchtcirkulatie en de
afkoeling.
De jaarlijkse overstromingen tijdens de regenperiode
hebben tot gevolg dat maar enkele hogere gronden
geschikt zijn om permanent te worden bewoond. Er is dus
schaarste aan bouwgrond en dat is debet aan de hoge
bebouwingsdichtheden en de goede gebruiksmogelijkhe-
den van de dakterrassen. In het centrum van de steden in
dit deel van Afrika hebben de meeste gebouwen twee
verdiepingen en een plat of gewelfd dak. De typische
stadswoning is rechthoekig en is gebouwd rond een
binnenplaats. Men beschouwde lange tijd rechthoekige
plattegronden als een door de islam geïntroduceerde
vorm in Afrika. Uit opgravingen blijkt de onjuistheid van
deze stelling. Zij wijzen uit dat dit een oudere vorm is.
Ook animisten als de Fulani en de Dogon bouwen recht
ruï ne
volgens beschrijving Barth in 1 954
I
,":,"",
:' '.:
. . ' .
. ; :
. . 0"'::
Mauny i n 1950
,
la •••
: ....
,.
:.
:.
,.
:.
'.
,
,.
::> 11
,
.: .
'.
,
,.
0:.
,.

'.
,
:.
vrouwen moskee
r--'-I
hoofdentree
'"       .....
i
I
I
,

I
I
.,
I
111
• ••
I I I
' ...
• ••
I' •
I ••
  ..
• ••
o
• ••
I' •
ill
...
I ••
i ..
....
.11
-111
trap naar dak
globale situatie in 1987
••
• •





I


.'



.,
kibla
mihrab
minbar
39
10 20 m
plattegronden in respektievelijk 1954, 1950 en 1997 van de Iombe
en moskee van Askia (tekeningen op basis van Barth en naar Maunyl
---- - -------------------------------------------------------------
40
hoekige huizen. De splitsing in vrouwen- en
monnenvertrekken, en de groepering rond de binnenhof
zijn wellicht wèl islamitisch geïnspireerd.
In de oude traditionele herenhuizen bewoont het hoofd
van de grootfamilie de eerste verdieping en ziet uit op de
straat en de ingang van de woning. De
vrouwenvertrekken geven uit op de binnenhof met de
keuken. De vestibule funktioneert als toegang tot de .
woning, moor ook als overgang tussen de beide delen
van het woonhuis en tussen het openbore leven buiten en
de intimiteit van de binnenhof. Soms dient deze ruimte als
.. . uit 9role 90len juist builen het dorp ... blokkenproduktie bij
Kani-Kombole
ambachtsotelier of koranschool. Het moderne Afrikaanse
gezin bestaande uit de man, één vrouw en enkele
kinderen heeft behoefte aan een andere opzet, die in de
nieuwere wijken in Djenné voorkomt. Maas noemt dit de
erfhuizen bestaande uit losse ruimte-elementen aan een
ommuurd erf.
De entreedeuren van herenhuizen zijn beslagen met
versierde metalen schildjes en hangen in bewerkte
kozijnen. Meer fijne ornamenten heeft de gevel niet,
ofschoon de voorgevel vaak voornaam en symmetrisch is.
Een oud type koopmonshuis, dot ik met name zal
aantreffen in Djenné, de stad waar het bouwombocht een
zeer hoog niveou bereikt heeft, legt grote nadruk op de
entreeportij en zet dit aksent voort op de eerste
verdieping. Er dringt zich een vergelijking op met oude
Nederlandse herenhuizen met een bolkon of onder
ornament op de verdieping boven de entree. Men noemt
dit een Sudangevel en zij verleent het gebouw een grote
status. De karakteristieke ornamentering heeft een aantal
elementen: pilasters, pinakels, een luifel, raamnissen en
bundels uitstekend palmhout. Mannelijke en vrouwelijke
elementen staan ook in het exterieur tegenover elkaar,
fallussymbolen versus holten van bijvoorbeeld ramen.
Gao is het administratieve centrum van dit deel van Mali.
Tijdens de droogteromp zijn veel nomaden naar de stad
getrokken. Hier immers werden de hulpgoederen en het
voedsel uitgereikt en was er enige kans op overleven.
Illegale tentbouwsels van gevlochten matten sieren
sedertdien de straten. Er is in wezen sproke van squatter-
nederzettingen in het centrum. Na de dakopstallen in het
centrum van Algiers is dit weer een andere alternatieve
vorm van stedelijke verdichting.
In een noordelijk buitenwijk stoot een bijzonder
bouwwerk, de moskee met graftombe van Askia de
Grote, Mahammed T uré. Hij was de leider van de
Song hoi van 1493 tot 1528 en slaagde erin het rijk zijn
grootste uitbreiding te geven. De monumentale
gebedsruimte maakt een verpletterende indruk op me.
De maraboet leidt me rond en ik beklim de tombe op de
binnenhof.
Een vergelijking tussen de beschrijving van Barth uit juni
1854 en Mauny uit 1950 leert dat aan het gebouw in die
periode veel is veranderd. Barth: De "moskee of
Djingereber, het middelpunt van de voormalige stad, ( ... )
bestond oogenschijnlijk oorspronkelijk uit een loog
gebouw, aan de oost- en westzijde elke met eenen toren,
terwijl alles omringd was met eenen muur van 8 voet
hoog, die ook eene soort van kerkhof omsloot. De toren
aan de oostzijde ligt in puin, doch de westelijke bevindt
zich nog in vrij goeden stoot; hij onderscheidt zich in
genen deele door schoonheid of slankheid van
bouworde, maar is een zwoor, plomp gevaarte. ( ... ) de
hoogte van den toren is omtrent 60 voet. Hoewel het
gebouw zeer vervallen is ( ... ) verrigten (de arme
bewoners) er nog altijd getrouw hun gebed."
De westtoren deed hem bij aankomst in Gao denken aan
de grote moskee van Adagez. Ik vermoed dot het
gebouw dot op de achtergrond van een afbeelding in het
reisverhaal van Barth zichtbaar is, deze moskee is. Een
eeuw loter veronderstelt Mauny dot het materiaal van de
oosttoren is gebruikt om het huidige gebedsdeel te
bouwen. De westtoren, de tombe, is don 11 m hoog en
niet 18 m, zaals Barth hem een eeuw eerder zog.
Bovendien is deze toren in 1950 omgeven door een
ommuurde hof.
In de ruim 35 inmiddels verstreken jaren is wederom veel
gewijzigd. De gebedsruimte is uitgebreid en heeft de
tweede mihrab, die aan de voet van de tombe in de hof
stond, in zich opgenomen. Een trap leidt nu noor het dok.
Aan de westzijde van de hof is een vrouwen-
gebedsruimte opgericht. In Gao zelf wordt het gebouw
gepresenteerd als daterend uit 1495. Veel loter ontdek ik
het betrekkelijke van die datum. Wel kon met enige
voorzichtigheid worden gesteld dot het komplex
middeleeuwse kenmerken heeft.
In Goo schaf ik me wat koperen Tuareg-pijpjes aan als
aandenken aan de barre tocht noor de stad, en rust uit.
Het onderscheid tussen autentieke gebouwen en die uit de
koloniale en moderne tijd is duidelijk. Het hotel, post- en
havenkantoor en het stadhuis behoren tot de Franse
periode, alleen de banken zijn moderner. Van
ingrijpende stedelijke aanpassingen is slechts in geringe
mate sproke.
De voorgenomen boottocht over de Niger noor Timbuktu
kon niet doorgaan, moor gelukkig kon ik na enige dogen
met een groepstaxi over de gloednieuwe asfaltweg noor
Mopti reizen. In veel delen van Afrika is voor dit soort
longe trajekten, hier 550 km, de Peugeot 504-break erg
populair, ditmaal met 13 passogiers en bagage I Ik drink
langs de weg in idyllische dorpjes een kopje oploskoffie
uit Ivoorkust met Belle Hollandaise, gekondenseerde melk
uit Friesland. Hier kom ik aan in een gebied met een
eeuwenoude bouwtraditie en met de mooiste voorbeelden
van de Sudanese bouwstijl, leem bauw met een eigen
techniek en uitdrukking.
Het bouwseizoen is gedurende de droge periode van
november tot opril. De leem wordt gehoold uit grote
goten nabij de bouwplaats of juist buiten het dorp. Hij
wordt losgehakt, stenen worden verwijderd en de leem
wordt onder toevoeging van water met de voeten
gekneed. Voor bakstenen voegt men haksel van
bijvoorbeeld rijstplanten toe, voor metselmortel
gedroogde mest. De meeste zorg wordt besteed aan de
pleisterspecie voor dok en gevels, omdat deze de
waterdichtheid en dus de onderhoudsgevoeligheid van
het gebouw bepaalt. Er is veel geëxperimenteerd met
toevoegingen; ik kom loter terug op deze
onderhoudSproblemen .
De leem wordt te week gelegd tot maximaal 3 maanden.
In die periode zorgen mikroörganismen voor het
.. . vereenvovc/igen hel noodzolceli;lce ;aar/i;lcse onderhovc/ ...
de moskee in Djenné in begin 1987
41
vrijkomen van kolbidale substantisch die als bindmiddel
de hardheid bevorderen. De periode november-februari
leent zich voor het fabriceren van leemblokken. Er is don
geen regen meer en het is ook nog niet te worm,
waardoor de leem te snel zou drogen. Tegenwoordig
wordt een houten vormbak gebruikt van ongeveer 400 x
200 x 100 mm, die door de Fronsen is geïntroduceerd.
Het is van belang de leemblokken langzaam te loten
drogen. Werklui keren de stenen daartoe regelmatig om.
In deze eeuw, rond 1930, zijn handgevormde stenen in
onbruik gerookt, evenals bepaalde strengpersprodukten
(gesneden leemstroken).
De moskeeën zijn op stool gefundeerd, dot wil zeggen op
ongeroerde grond, ongeveer een halve meter diep. Rond
het gebouw loopt een plint die overeenkomt met de
hoogte van de vloer binnen. Dit verhindert het onderlopen
tijdens wolkbreuken, die in dit gebied tussen juni en
oktober kunnen voorkomen. De gehele konstruktie van
deze gebouwen bestaat uit leem, op het hout voor
--------------------- - ---------------
42
kozijnen en dak na. De maatvoering geschiedt op
werkhoogte boven vloerpeil om tijdens de uitvoering
problemen door onregelmatigheden in de grondslag te
vermijden. De buitenwanden zijn twee stenen dik, dit is
bijna een meter, inklusief de pleisterlagen en
mortelvoegen. De steunbeertjes en penanten dienen ter
vergroting van de stabiliteit. Bij jongere moskeeën zijn de
wanden dunner. Dit is mogelijk door de toenemende
nauwkeurigheid tijdens het bouwen. Steeds meer raakt
het gebruik van duimstok, peillood en waterpas in zwang.
De muren zijn stabieler en rechter. Helaas gaat een
kenmerkende eigenschap van de bouwstijl, het welhaast
handgevormde vloeiende uiterlijk, hierdoor enigszins ver-
loren.
Het schaarse bouwhout in deze streek beperkt de
afmetingen van vertrekken in woonhuizen en bepaalt de
traveemaat in moskeeën. De lemen kolommen zijn
verbonden door gemetselde bogen zools in Djenné of
door een serie balken. De kolommen zijn zeer breed en
nemen veel volume in beslag. Zij dragen bij aan de
speciale sfeer in de gebedsruimten. Door de
aanwezigheid van de kolommen is een totaaloverzicht
van de ruimte niet in één oogopslag te krijgen.
De balklaag blijft in het zicht. Eroverheen worden manen
gelegd met een laag leemmortel die afgepleisterd wordt.
Het dakpakket ligt op afschot en is ongeveer 600 mm dik.
De afvoer van regenwater geschiedt door keramische
pijpen die een eind uit de gevel steken en voorkomen dat
het gevelpleisterwerk beschadigt door druipwater. Een
sparadisch gesignaleerde verbetering is de afvoer naar
het maaiveld via komplete keramische regenpijpen.
Kwetsboor voor regenval zijn de toppen van de pinakels
en de torens. Deze worden afgedekt met een gebakken
kom of kegel of soms met een horde kalebasochtige
vrucht die in deze streek groeit.
Veel is gefantaseerd over de uitstekende bundels
palmhout uit de mihrabtoren en uit andere delen van de
gevel. Feitelijk zorgen zij voor een dekoratief
schaduwspel en vereenvoudigen het noodzakelijke
joorlijkse onderhoud, doordat zij als steiger gebruikt
worden. Misschien zijn de stommen noodzakelijk voor het
vereffenen van spanningen die door de extreme
schommelingen van temperatuur en vochtigheid in de
leem ontstaan. Scheurvorming vindt langs voorspelde
patronen plaats. In ieder geval zijn de begrippen
'egeltorens' en 'kaktusorchitektuur' hieruit ontstaan.
Naast het hier geschetste blokken procédé (in het Frans:
adobe) kennen andere streken alternatieve
leembouwtechnieken. Dit zijn de 'zuivere' leem bouw, het
opeenstapelen van mortel, iedere dag een laag (Frans:
banco) en de stamptechniek in een bekisting (Frans: pisé).
Een grotere hardheid van de leem verkrijgt men door
toevoeging van cement, kalk of bitumen (Frans: banco
stabilisée) . Dit moet niet worden verward met
toevoegingen om de waterwerendheid te vergroten,
waarover later. Een dorp of stad trekt speciaal voor de
bouw van een moskee een bouwmeester aan en betaalt
deze ook.
Na de vermoeiende lange rit in de overvolle taxi kom ik
's avonds tegen middernacht in Mopti aan. Tientallen
personen willen mi j een hotel wijzen. Ik kies een man uit
die mi j te voet bij een druk hotel brengt. In de kafézaal
hangt een zware bier- en rooklucht en prostituées kijken
mi j aan. Onder de douche wordt ik zowat lastiggevallen.
Vanuit Mopti bezoek ik gedurende enkele dagen het
woongebied van de Dogon.
... vereenvoudigen hel noodzokeli;ke ;aorli;be onderhoud .. .
de moskee in Djenné in begin 1987
44
schaakbordmodel van een Dogon-nederzetting
(tekening naar Griaulel
smidse
_0.
• vergaderplaats (haafdl
• Bt
f.verzame,p'aats8 •
-   .. -'-,
• •
t familiehuizen (bcmij •
• •
• •
.. .
vrouwenhuis Ol
(handl




oliesteen
(vrouwelijk .@

11
dorpsaltaar
(mannelijk

·0
• (handl







ll.flll"·

••
altaren (voetenl
ovale model van een Dogan-nederzetting (tekening naar Griaulel
dog 0 n
In Mopti probeer ik reeds de volgende ochtend vroeg een
taxi te vinden noor Bandiagara. Hiervandaan is het
mogelijk de bekende dorpen van de Dogon te bezoeken.
Het kost uren en uren wachten tot de taxi vol is en
vertrekt. Ik weiger te betalen voor meer don één zitplaats,
een manier om het vertrek te bespoedigen. Pos tegen
zonsondergang arriveer ik in Bandiagara bij hotel
Kansoye. Binnen korte tijd melden zich allerlei
tussenpersonen die tochten noor de dorpjes en rotswand
organiseren. Het blijkt dot ik te weinig tijd heb om de
mooiste plaatsen te bezoeken in de twee dogen die ik
voor dit reisdeel gereserveerd heb. Die liggen bij 5anga
meer noor het noorden. Een vereenvoudigd programma is
wel mogelijk. Tijdens de maaltijd in hotel Kansaye
diskussiëer ik uren over de prijs. Uiteindeli jk huur ik voor
de volgende dogen een gids en een brommer om ons
noor de steile rotswand te brengen. Mijn tegenprestatie is
een bedrog van CFA 10.000 (co. f 70) plus een T-shirt,
katoenen kiel, versleten ribcordbroek en een potje
vaseline.
De Dogondorpen beginnen te behoren tot de toeristische
trekpleisters van Mali. Zij zijn gelukkig erg moeilijk
toegankelijk. Het bijzondere van de tegen de rotswand
gesitueerde dorpen is de uitgelezen plek, de schoonheid
van de gebouwen en de ruïnes van de gebouwen van de
Tellem.
45
De Tellem zijn waarschijnlijk de vroegere bewoners van
de rotswand. Zij leven voort in de verholen van de Dogon
en in de bouwwerken die zij achterlieten. Deze staan op
moeilijk bereikbore plaatsen tegen en onder de
overhangende rotswand. Onder onderen deed de
Nederlandse architekt en archeoloog Herman Hoon
onderzoek in de grotten van de Tellem. In de rotswand
begroeven zij hun doden. Om veiligheidsredenen koos
men de hooggelegen grotten bovendien om de
voedselvoorraden te beschermen en om zich terug te
trekken in tijden van sponning en oorlog. De dorpen van
de T ellem zullen aan de voet van de rotswand hebben
gelegen. Op die plek zijn een aantal artesische putten,
plaatsen waar een ondergrondse waterader boven komt.
Zools veel oorsprongkulturen waren de Tellem geen
veroveraars.
Vanaf de 14e eeuw bewonen de Dogon het gebied
boven en onder de rotswand. Hun leefwijze en
bouwtradities zijn door veel wetenschappers beschreven.
Zonder ook moor enigszins volledig te kunnen zijn, noem
ik een aantal aspekten van de grote onderlinge
somenhang in tekens en symbolen van dit volk, zools met
name door de kultureel antropoloog Morcel Griaule in de
jaren 1940 werd beschreven.
. .. de woonstede von families, de borstkas .. . opname uit 1986
46
Een Dogondorp kan twee vormen hebben: rechthoekig of
ovaal. Het eerste model heeft een rechthoekig
stratenpatroon als een schaakbord, met 8 x 8 = 64
vakken. Dit representeert het oorspronkelijke stuk land dot
door mensen in kultuur werd gebracht. De vakken zijn als
de andere kulturen van de wereld. Vanuit de lucht is het
blokkenpatroon van het dorp goed zichtbaar. JoI..en kan·
de lichte terrasdoken, de donkere beschaduwde
binnenplaatsen en de min of meer rechte stegen
onderscheiden. Het zwart- witte patroon, de wereld
symboliserend, wordt ook gebruikt voor de dodendeken.
Het ovale model duidt een mens aan, op zijn rug liggend
in de noord-zuid richting. Aan het noordelijke uiteinde is
een plein met het huis van de raadslieden en een ovale
offertafel. Dit stelt respektievelijk het hoofd en het ei van
de schepper voor. De schepper is het centrum van de
wereld. Bij de noordelijke uitgang van dit plein is een
smidse. Smeden is in veel kulturen verbonden met magie,
macht en toverij. Het vak gaat over van vader op zoon.
De honden worden gevormd door huizen, bestemd voor
vrouwen tijdens de menstruatieperiode, aan de west- en
oostzijde van het dorp. In het centrum staan de
woonsteden van families, de borstkas. De eenheid van de
gemeenschap wordt gesymboliseerd door het dorpsoltoor
met een konische vorm, het mannelijke, en enkele
uitgeholde olie-maalstenen, het vrouwelijke
geslachtsorgaan. Het plan van een enkele woonstede
duidt eveneens een mens, op zijn zij liggend, aan. Op
deze manier wijst dit patroon, kontinu herhaald op een
steeds grovere school, van mens noor kosmos. Iedere fase
vertegenwoordigt het geheel. Kritici van Griaule stellen
dat hij teveel heeft geïnterpreteerd.
... komt einde/i;k D;uiguibondo in zicht ... woonhuis met sial
fXllten
vuurhaard
keuken
provisiekamer
'buikruim1e'
provisiekamer
geitestol
groonopslog
heiligdom
maalstenen
laren werkruimte
toren
sial
2
plat1agrand van een dogan-woonstede ltekening noor Griaulel
Het zou de Dogon meer om het principe gaan. In dit
verband merkt Aldo van Eijck het volgende op. Hij
bezocht de Dogon en zegt dat zij zich weliswaar baseren
op een allesomvattend systeem van symbolen en tekens,
moor dot binnen dit nauwgezette patroon een bepaalde
marge aanwezig is om individuele veranderingen aan te
brengen. Deze zijn dan door de omstandigheden
ingegeven. De plaats van maalstenen, altaren, heilige
plaatsen en provisiehuizen blijft onderdeel van een
fijnmazige tekentaal, maar wordt toch sterk beïnvloed
door bijvoorbeeld de moeilijke lokaties van de dorpen:
de topografie van de rotswand. Deelstra wijst op de
aanwezigheid van een imaginair model dat door levende
mensen is gehanteerd. Velen van hen blijken het model
niet te kennen moor onbewust toe te passen: zo doe je
dat nu eenmaal.
Voor dog en douw vertrek ik achterop een brommertje
naar het eerste dorp Djuiguibondo. Het pad van 25 km is
hobbelig en de bagagedrager erg hard. De gids heet
Amadou, een veel voorkomende naam in Mali, en is een
islamitische Dogon jongen van 17 jaar .
Afhankelijk van de schoolvakanties brengt hij enkele
dagen per week reizigers naar de dorpen en fungeert als
gids en tolk. We rijden door een dor landschap met
enorme baobabbomen en passeren Dogontuinen, waar in
kleine omdijkte akkertjes groenten worden geteeld. De
holle vorm houdt het water, dat met kalebassen uit de
rivier wordt gehoold, wat langer vast.
No de schilderachtige tocht komt eindelijk Djuiguibondo
in zicht, fraai gelegen op een licht bollend rotsploteou.
Ik herken de typische graanschuren en sta versteld van de
grote schoonheid van het dicht opeengepakte dorp.
De temperatuur is ol behoorlijk opgelopen en ik vermoed
angstig dot mijn twee liter drinkwater en de twee
... komt eindeliik D;uiquibondo in zicht .. . dorpsbeeld
sinaasappelen onvoldoende zullen blijken om mijn dorst
te lessen tijdens deze dagen van veel lopen en klimmen.
Hier, bovenop de hoogvlakte, is veel gebruik gemaakt
van stenen, bijvoorbeeld bij het afzetten van woonerven.
In deze schutting zijn de woningen, graanschuren en
stallen opgenomen. Tussen de bebouwing staan grote
baobabbamen. De onderste delen van de schors zijn
weggehaald en worden blijkbaar gebruikt. Diverse
schuren zijn versierd met vloeiend gevormde reliëfs. De
kenmerkende 'hoedjes' zijn niet het werkelijke dak: de
gebauwen hebben eronder een lemen koepeldak dat
bijzonder dun is. Het gras is bedoeld om de temperatuur
binnen niet te hoog te laten oplopen en het leemdak te
beschermen tegen de slagregens. De schuren zijn
verdeeld in vier kompartimenten, door een kleine
deuropening toegankelijk, en staan los van de grond op
stenen. Het is evident dat ook hier aan de konservering
van de oogst grote zorg moet worden besteed.
Ik maak kennis met het dorpshoofd. Diens zoon is de
hoofdbewoner van de woonstede waar ik zal slapen. In
het kleine vertrek staat een leren veldbed. De deur is fraai
bewerkt en draait met taatsen in het kozijn. De zoon
verkoopt prachtige kleine smeedwerkjes, leren
47
gebruiksvoorwerpen en houtsnijwerk. Ook verkoopt hij
een spel dat ik uit Oost Afrika ken: een dubbele rij
bakjes, uitgehold in een stuk hout, met steentjes erin. Om
beurten mogen twee deelnemers stenen verplaatsen. Van
Mombasa tot Mopti heb ik dit spel in verschillende
variaties met grote geestdrift zien spelen. Bij het latere
vertrek uit Djuiguibando vergeet ik nota bene mijn
voornemen dit spel te kopen.
Na wat gierstpap gegeten te hebben, slenter ik door het
prachtige dorp. Erg op m'n gemak voel ik me niet, ben ik
een ongewenste Dit is echt donker Afrika,
verstoken van alle westerse zaken. Ik groet veel mensen
maar kan absaluut niet kommuniceren. Het is zeer heet nu
en de dorst hevig. Een   vrouw loopt me tegemoet en
wil me iets zeggen. In de loop van een kwartier weet ze
mij met moeite duidelijk te maken dat ze verse melk met
klontjes boter verkoopt tegen een bepaald bedrag. De
slok romige melk is een groot feest. De Peul zijn
veehoudende nomaden die met de Dogon een symbiose
vormen. Zij hoeden het vee van de Dogon die met de
mest hun land bewerken. In ruil ontvangen de Peul
landbouwprodukten. De uitwisseling van goederen en
diensten tussen verschillende stammen met elk een eigen
'specialiteit' komt algemeen in dit deel van Afrika voor.
48
Die middag wandelen we noor een naburig dorp,
Ogosogou. Tussen de dorpen liggen weer die mooie
tuinen met holle vierkante akkertjes. In Ogosogou wordt
een groot feest gevierd. Voor zover ik het kon volgen,
hebben de festiviteiten iets te maken met besnijdenis. Een
groep kinderen zingt liedjes en sloot ritmes op
tamboerijnen die van kalebassen zijn gemaakt.
Een vrouw in Ogosogou is bierbrouwster. Op hoor erf
gehurkt, drinken we het donkere gierstebier dot in een
kalebas rondgaat. Het traditioneel brouwen van bier uit
gierst is een vak opart en wordt in heel Afrika vooral door
vrouwen beoefend. No veel zorgvuldige voorbereidingen
is de dronk gedurende enkele dogen 'op dronk'. Het
regelmatig kunnen schenken uit voorraad is een hele
kunst en vereist goede planning. Bier drinken is vaak
onderdeel van een kultus of ritueel. Het is op deze wijze
ingebed in de Afrikaanse samenleving. Het moderne bier
in flesjes, gebrouwen in grote brouwerijen die in
buitenlandse honden zijn (Heinekenl) is duur en elitair.
Het is een klein radertje in het proces dot traditionele
samenlevingen onafwendbaar wijzigt.
Amadou en ik eten 's avonds de kip die ik tevoren had
gekocht, met rijst en een slijmerig sausje en gaan slopen.
Het is nu zó worm dot ik tot halverwege de nacht op het
dok van het huisje sloop, naast de pepers en
graanbundels die er liggen te drogen. Via een trap,
gehouwen uit een boomstam, klauter ik in het donker,
temidden van het slopende dorp, noor beneden als het
toch wat frisjes wordt. Amadou heeft zich inmiddels over
het leren veldbed ontfermd, moor er ligt gelukkig nog een
mot op een plotte rots voor me klaar.
... kenmerkende 'hoedie5' ... dakopbouw en komportimentering van
graanschuren in Djuigui bondo
Een Dogondorp heeft een aantal speciale gebouwen met
een eigen typische vorm. Kruidendokters wonen in een
huis met een lemen voorgevel voorzien van een
vakjesindeling. In elk vakje ligt iets, ongetwijfeld met een
speciale betekenis. Erg mooi zijn de versierde houten
deuren van graanschuren, stollen en woningen. Vooral de
houten sloten zi jn prachtig vormgegeven en ingenieus
samengesteld. Ze doen me denken aan oude gesmede
sloten i n Nederland. Grote Matisse-ochtige figuren zijn
geschilderd op de huizen waar vrouwen bevallen en
verbli jven tijdens de menstruatieperiode. Helaas wordt
fotograferen me hier niet toegestaan. De schilderingen
zi jn werkelijk prachtig. leuk zijn vooral de kippenhokken,
koepelvormige lemen bouwwerkjes van een halve meter
hoog.
. .. een naburig dorp ...
Ogosogou in het landschap op het rotsplateau
Een bijzonder bouwwerk is de toguna, de plaats waar de
oude mannen van het dorp samenkomen. Zij bespreken
zaken die de gemeenschap betreffen, zools huwelijken en
overspel, landtoewijzing, veetransakties, zaai- en
oogsttijden. Elk dorp heeft één of meerdere toguna's. Ze
bestaan uit een zeer dik tokkendok, ondersteund door
korte kolommetjes van leem of gestapelde stenen. In
dorpen die elders in het land van de Dogon liggen, zijn
dit fraai bewerkte houten stammen. De vloer bestaat uit
grote platte stenen of boomstammen. In de loop der jaren
zijn de stammen versteend en spiegelglad geworden. Het
is koel en aangenaam onder het enorme dak dat de
warmte vasthoudt. Het spel met de holletjes dat ik boven
beschreef, zie ik in de rotsvloer uitgehakt.
Wat mij tijdens het bezoek aan de dorpen opvalt en
hindert is dat Amadou zich er weinig toe genegen voelt
rekening te houden met traditionele hoffelijkheid. Fritz
Morgenthaler beschrijft een bezoek aan een Dogon-man
in diens dorp: respektievelijk werden bezocht en begroet
de toguna en de oude mannen, het huis van het
dorpshoofd, de dorpstovenaar, het erf van de eigen
familie met de graanschuren en als laatste de eigen
woning, zelfs indien deze onderweg al werd gepasseerd
(Oliver 1975).
Het verwaarlozen van de traditionele begroetingsrituelen
is, denk ik, symptomatisch voor het toenemend
buitenlands bezoek aan deze streek. De gidsen zijn erg
jong, vaak islamiet en spreken Frans. Zij genieten
privileges en verwerven aanzien en invloed. Zo
doorbreken zij tradities. De invloed van de islam op de
Dogon, die ani misten zijn, neemt toe. Ik zie in Kani-
Kombole een kleine moskee naast een toguna staan.
... voorzien van een vak;esindeling ... woonhuis in Ogosogou
De diepe kulturele kloof tussen toguna en moskee blijft
onzichtbaar.
49
Zolang de groot-familie in de sociale en ekonomische
behoeften kan voorzien, zal de kultuur van de Dogon niet
verloren gaan. Morgenthaler beschrijft de bouw van een
moskee in Sanga, het belangrijkste dorp in deze streek.
Het tot de islam bekeerde dorpshoofvoorstander van
grote vernieuwingen en geeft toe aan de druk van de
overheid om een moskee te bouwen. Ondanks
tegenwerking zet hij door en raadpleegt de raad van
oude mannen. Zij besluiten de bouw traditioneel te
organiseren en betrekken het hele dorp bij de bouw; een
feest wordt gegeven. Het symbool van een nieuwe wereld
is op deze manier ingebed in de eigen kultuur. Het is
nochtans de vraag hoelang dit lukt en tot welke prijs.
We staan vroeg op voor de lange wandeling naar
dorpen onder de rotswand. Dit is eerst 6 km lopen tot de
rotswand, dan naar beneden de vallei in en 's middags
weer terug. De wandeling is prachtig en ik heb het
voorraadje water en m'n kamera bij me. In Kani-
Kombole, het eerste dorp dat we aandoen, eenmaal
beneden aangekomen, valt direkt op dat veel meer in
leem is gebouwd. Het is januari en dit is de periode dat
leem blokken worden gemaakt. Buiten de dorpen zijn
grote leemgaten waar werklui bezig zijn. Er is een
marktplein voor de wekelijkse marktdag. We kunnen hier
gelukkig een grote kop oploskoffie drinken om de dorst te
lessen. In het dorp zijn goede timmerlui want er staan
mooie meubelen van gebogen takken. Amadou laat me
vruchten van de baobab proeven: een wit, droog
vruchtvlees met zwarte pitjes dat lekker zoet is.
. .. koepelvormige lemen bouwwerk;es ... op het erf van de zoon van
hel dorpshoofd in Djuiguibondo
50
... tegen de ruwe en ongenaakbare achtergrond ...
overzicht van het dorp T eli
We lopen door langs de rotswand naar T eli.
De temperatuur loopt nog steeds op. In de bomen zitten
grote bundels graan vastgebonden. De gids legt uit dat
dit is om de oogst te bewaren aan het begin van het
droge seizoen en het graan tevens te beschermen tegen
loslopende dieren. In de verte zien we Teli, met
daarboven Tellemgrotten en -gebouwen, een fantastisch
gezichtl De vormen zijn prachtig tegen de ruwe en
ongenaakbore achtergrond. Dichterbij gekomen zien we
dat tegen de rotswand geometrische schilderingen zijn
aangebracht. Ze roepen allerlei vragen op die helaas
vanwege het gebrekkige Frans van Amadou en mij niet
kunnen worden beantwoord. Bewoners zijn zo slim extra
geld van me te vragen indien ik de hoger gelegen
beschilderingen wil zien, maar mijn energie om te
onderhandelen is op. We blijven hier rusten in de
schaduwen lopen later in de verzengende zon terug naar
... een kleine moskee naast een foguna ... in Kani.l(ombole met rechts
op de ochtergrond de toguna
Kani-Kombole, de temperatuur is niet te harden.
Dorstig drinken we weer veel slappe koffie met Belle
Hollandaise, alvorens aan de klim naar boven te
beginnen. Het is 1 uur in de middag en zwijgend
zwoegen we voort.
Een paar uren later, geen druppel water meer in de
waterfles en met een kurkdroge mond, komen we in
Djuiguibondo aan. De hitte is ondraaglijk. Ik neem mijn
bagage en ditmaal op het zadel, rijd ik met Amadou
achterop terug naar het hotel in Bandiagara. Uitgeput
maar blij was ik me van top tot teen in een kleine kom
water, als ware het een ligbad vol. Er is een Nederlandse
vrouw aanwezig die jaarlijks aan Bandiagara een
bezoek brengt en de eigenaar Kansaye persoonlijk kent.
Met z'n drieën drinken we poederwijn en hebben plezier;
ik kom helemaal bij. Kansaye is een oude Dogon die alle
... legen de ruwe en ongenaakbare achtergrond .. .
overzicht en graanschuren van het dorp Teli
onderzoekers heeft zien komen en gaan en Herman Hoon
goed kent. Hij houdt nu aan de toeristen wat geld over.
Met de Landrover van de vrouw rijden we de volgende
morgen noor Mopti terug.
Mijn bezoek aan de Dogon was zwoor moor bijzonder.
De dorpen zijn prachtig, moor niet uniek. Een
vergelijkbare bouwstijl zie ik een week loter ook in het
noorden van Burkina Faso. De bewoners zèlf kopen
weinig voor ol het blanke bezoek van overzee dot ze
ontvangen. De inkomsten gaan voor het grootste deel
noor de eigenaren van de brommertjes, de gidsen en
diverse tussenpersonen. Voor de dorpsbewoners
betekenen de toeristen in mijn ogen vooral onrust en
irritatie door onbeleefd gedrag. Aan enkelingen
verschaffen zij traditioneel geprivilegeerde groep. Ik wil
ervoor pleiten dot de Bandiagara-rotswand evenslecht
bereikbaar blijft als hij op dit moment is.
51
52
moskee
plottegrond van Djenné in 1971 (tekening naar Maasl
n i 9 e r binnendelta
Mopti is een schilderachtig gelegen stad in de Niger-
delta. Het oorspronkelijke stadscentrum ligt op een
verhoogd schiereiland dat in het moeras steekt en via een
weg, geAankeerd door reusochtige bomen, bereikbaar is.
Mopti heeft na haar stichting door de Fransen rond 1900
de taak als administratief centrum van Djenné
overgenomen. De moderne utilitaire gebouwen staan op
het vasteland en dus is de bebouwing in het centrum
vrijwel origineel. De bebouwingsdichtheid is hoog en het
is er erg druk. Het gemeentebestuur heeft gemeend de
drukste straten te moeten asfalteren. Om dit enigermate te
laten harmoniëren met de omgeving koos men een
donkerrode kleur. Het blijft naar mijn mening een grove
ingreep. Ik zou, opgegroeid in een baksteenland, eerder
kiezen voor een klinkerbestrating.
In dit deel van de reis lopen de temperaturen al behoorlijk
op: overdag meer dat 32"C en 's nachts gemiddeld
16"C. Mijn dag ritme past zich in toenemende mate aan.
Tijdens de eerste middaguren is het te warm om veel te
ondernemen en blijf ik binnen. Pas tegen vier uur 's
middags begint de stad weer te leven tot even na
zonsondergang rond acht uur. De avonden zijn uiterst
donker en op straat is het stil. Door het schaarse gebruik
van elektra is het nodig in de wirwar van straatjes dan
goed de weg te weten, teneinde niet totaal het spoor
bijster te raken.
53
Tijdens een wandeling door de stad zie ik de moskee, die
al vanaf grote afstand zichtbaar boven de stad uitsteekt,
van dichtbij. Dit is de eerste moskee op mijn reis met het
uiterlijk van een sprookjeskasteel: hoog en monumentaal,
pinakels op het dak, diverse torentjes en kleine vensters.
Het heeft ook iets mysterieus en onaards, misschien door
het grijze leemmateriaal dat zo onverwachts is gebruikt
voor een rijk versierd gebouw. De Europese reizigers die
hier in de afgelopen eeuwen rondtrokken, hebben zeker
verbluft gestaan dergelijke verborgen paleizen aan te
treffen. De poort van de moskee zit dicht en ik doe geen
pogingen het ge bauw te bezoeken, misschien wel door
het respekt dat het afdwingt.
.. . een ernaast gelegen laag gebouw ... het gezondhiedscentrum van
Rovereau, binnenplaats en exterieur met op de achtergrond de moskee
54
De moskee is opvallend genoeg omgéven door een hof in
plaats van er een eenheid mee te vormen. De vorm van
de hof is bepaald door het ortogonale stratenpatroon dot
de Fronsen in Mopti introduceerden. De oriëntatie van de
moskee op Mekka akkordeert hier niet mee, hetgeen een
rommelig effekt teweeg brengt. Metselaars uit Djenné
bouwden hier in 1935.
Terwijl ik wat foto's sta te nemen volt mijn oog op een
ernaastgelegen loog gebouw, het gezondheidscentrum.
Hier is sproke van een modern en strak gebouw met een
goedgekozen aangepaste vormgeving. Achteraf
konstoteer ik dot het een door André Rovereau en
Philippe Lauwers in 1976 ontworpen plan is, dot met hulp
... de luister von het verleden ...
woonhuizen van voor 1930 in Djenné, in 1984
van het Europees Ontwikkelingsfonds (E.G.) tot stand
kwam. Dit fonds wil nieuwe technologieën stimuleren die
aangepast zijn aan de kulturele, technische en sociale
vereisten ter plaatse in de derde wereld. In 1980 is het
ontwerp bekroond met de Aga Khan Award. Dit is een
prijs voor islamitische architektuur die een synthese zoekt
tussen de traditie en het moderne.
No alle beproevingen en het zware bezoek aan de
Dogon heb ik behoefte aan rust. Nog moor anderhalve
week en don vlieg ik terug noor Europa.
Djenné kon ik natuurlijk niet loten liggen en ik zoek een
taxi die die kont opgoot. Dot volt niet mee. Djenné was
weliswaar in het verleden een belangrijk centrum, moor is
op dit moment geen stad van enig ekonomisch belang
zoals Gao wèl is. Ik reis via Sofara, waar het marktdag is
en vanwaar die dog veel openbaar vervoer vertrekt. Ik
slenter wat over het drukke plein. Grote stapels
kalebassen liggen als een nest scholen opeengestapeld,
met een doorsnede van een halve meter tot een
eetlepelmodelletje. Er zijn mooie gesmede geiteklokjes en
kralen van een schelpensoort die in het verleden als
geldmiddel dienst deed.
De verdere reis door het kale deltai)ebied is prachtig. Het
is namiddag en we rijden over de slechte weg tegen het
licht in noor het westen. Onderweg passeren we
regelmatig dorpen met het hoog erboven uit stekend
silhouet van de moskee, sprookjesachtig mooi. Steeds
denk ik: dit moet de moskee van Djenné zijn. Pas na een
longe tocht en de oversteek over de Boni met een
romantisch pantje, komen we in de stad aan. Onze zeer
... het silhouet van de mosleee .. .
naar Djenni rijdend valt het enorme
volume van de mosk .. op in vergelijking
met de omgeving; opname uit 1986
... de raamkozijnen op de eerste verdieping .. .
een woonhuis uit de jaren 1970, opname ui t 1984
overladen taxi wordt begroet door het geschreeuw van
groepen kinderen. Enkele passagiers geven vast
boodschappen door; hier komen niet regelmatig reizigers
aan. Op het grote plein voor de prachtige moskee hijst
een ieder zich verstijfd uit de laadbak van de taxi-brousse
en klopt de kleren uit. Het was een harde zit en een
stoffige rit.
Djenné ligt net als Mopti op een hooggelegen terrein in
een gebied dat tijdens hoge waterstanden onderloopt. De
stad wordt voor het eerst genoemd in 1447. De Fransen
arriveerden er in 1893 en zij troffen een ommuurde stad
aan met 11 poorten. De verschillende etnische groepen
woonden bij elkaar in woonkwartieren. De stad had haar
middeleeuwse karakter bewaard.
De Fransen ontmantelden de stad, bouwden diverse
kantoren en een legerplaats en herbouwden de oude
moskee. Na het verlies van de status als provinciaal
administratief centrum aan Mopti, is de tijd blijven
stilstaan. Thans is het een i ngeslapen plattelandsgemeente
55
met een marktcentrum voor de streek. Van de momenteel
weinige detonerende gebouwen zools het postkantoor
wordt al jaren beweerd dat zij (ooit) vervangen zullen
worden door lemen ekwivalenten. Veel herinnert nog aan
de luister van het verleden, ofschoon sterk in verval en
zelfs verdwijnend.
Steden vervullen in de tijd van de grote rijken een
centrale rol in de ekonomie. Iedere stad heeft eigen
karakteristieke stijlkenmerken in de vormgeving van
details. In Djenné zijn dat de vertikale steunberen met
pinakels. Ook vallen de raamkozijnen op de eerste
verdieping op, die je vooral in jongere huizen aantreft.
Zij zijn fijn bewerkt en hebben een houten rooster. De
kleuren zijn frisrood, blauw en groen, zeer opvallend in
deze stad waarin zozeer de leemkleur overheerst. Evenals
in Gao zijn de huisdeuren fraai beslagen. Welgestelde
handelaren bouwen met name in het oostelijk stadsdeel
statige woonhuizen in leem, met de Sudangevel die ik
reeds besprak. Nieuwe woonhuizen zijn in aanbouw.
In een flink uur kan ik om de stad wandelen. Ik kijk uit
over de zandvlakte met verspreide bomen. Direkt rond de
stad ligt een ring tuinen waar groenten worden
verbouwd. Gevlochten schermen houden wind en zand
tegen en de tuinen zien er fris en verzorgd uit. De steden
en dorpen leven verder vooral van visvangst uit de
omliggende rivieren en kreken, ook voor de export. In het
droge seizoen wordt rijst verbouwd. In de stad geniet ik
van een paar rustige dagen. In een eethuisje bij de markt
eet ik rijst met saus en drink ik grote bekers thee. Op veel
plaatsen in Moli kun je slecht gebokken stokbrood kopen.
De gewoonte om stokbrood te eten is een restant uit de
Franse tijd en maakt het zelfs noodzakelijk graan in te
voeren. De traditionele pap wordt ook nog veel gegeten.
een woning achter de dagmarkt in Djenné in 1984
56
In de stad biedt een groep jongens diensten als gids aan.
Ik denk dat Djenné de jeugd weinig heeft te bieden. De
jongens zijn opgeleid voor banen die er niet zijn. De
groep is tussenpersoon voor het vinden van vrouwen die
batiks verkopen of mensen die je 's avonds laat nog een
maaltijd serveren. Als ik zo 's avonds eens bij iemand
eet, wordt het koken onderbroken voor een gebed met het
gezicht naar Mekka. Vrouwen blijven thuis bidden, de
mannen gaan naar de moskee. Een poar uur na
zonsondergang is op de duistere onverlichte markt verse
melk verkrijgbaar die van buiten de stad door   e u ~
vrouwen wordt aangevoerd. Veel indruk maakt de grote
moskee op me. Door zoveel groter te zijn dan de andere
gebouwen in de omgeving èn doordat het gebauw op
een plateau aan het marktplein staat, is een monumentaal
effekt bereikt.
Via de jongens die rondhangen bij de toeristen, kom ik in
kontakt met een student van de T.U. Eindhoven, Rik van
der Velden. Hij doet onderzoek aan kleinere moskeeën in
de binnendelta. Dit houdt het maken van beschrijvingen
en tekeningen in alsmede het achterhalen van gegevens
... een ring tuinen ... rondom Djenné
over het initiatief en de datum van bouwen. Hij vertelt mij
dat vooral rond de eeuwwisseling en in de periode
volgend op de onafhankelijkheid (Niger en Mali: 1960)
veel is gebouwd. In zijn onderzoeksgebied, de streek
rond Djenné, zijn sinds de droogte van 1974 geen
moskeeën meer gebouwd. Diverse mensen hoor ik tijdens
de reis over de ramp die dit gebied toen trof. Zij spreken
daarover zoals in Nederland gesproken wordt over vóór
en ná de tweede wereldoorlog. Rik vertelt mij hoe ik
rondgeleid kan worden in de grote moskee.
De volgende morgen volg ik met sukses zijn advies op en
tracht de conciërge te vinden. Deze man toont mij het
imposonte komplex. Zonder schoenen betreed ik de
immense ruimte. De opbouw en ordening van de
afzonderlijke ruimten gelijkt op de moskee in Gao, moor
alles heeft een grotere school. Met name de hoogte is
adembenemend. De relatieve duisternis binnen na het f e ~
Ie zonlicht buiten en de enorme moten maken grote
indruk. Het moet een geweldig evenement zijn om hier
duizenden mannen te zien bidden. Dit is overtuigend een
gebedshuis met een gewijde sfeer.
.. . een monumenfool effekt ... de moskee en het voorplein tijdens de
maandagse marktdag in 1986
Het huidige gebouw doteert uit 1907 en is de tweede
moskee op deze plek. Het platform waarop het gebouw
stoot bestaat uit de leem van een oudere moskee die met
de invoering van de islam werd gebouwd in de 13e
eeuw. Peul invallers nomen in 1819 de stad over en lieten
dit gebouw in 1835 aan de elementen over; een elders in
de stad gelegen sober gebedshuis diende als vervanger.
De jongste moskee verschilt vooral in gevelstruktuur van
zijn voorganger: de sterke vertikale geleding en de kibla
met drie torens in plaats van één boven de mihrab. Dit
laatste is in die tijd een nieuw stijlkenmerk. De plaats van
de trappenhuizen, die noor het dok voeren, verschilt ook
van de vorige moskee.
De bouwmeesters van Djenné zouden onder grote invloed
van de Franse overheersers hebben gestaan. Dit zou veel
gotische invloeden verklaren, zools de spitsbogen tussen
de kolommen die het dok drogen en de gekompliceerde
vorm van de torenspitsen met pinakels. Vaklieden uit
Djenné zijn ingezet bij de bouw van diverse moskeeën in
de wijde omgeving van de stad tot in Ségou, honderden
kilometers verder. De Fronsen hebben de Sudanese stijl
gestimuleerd en ondermeer tijdens de
wereldtentoonstelling in Parijs in 1900 gepresenteerd als
voorbeeld van hun kulturele beleid overzee. Franse
ministeries, stations en andere utilitaire gebouwen in de
toenmalige West Sudan hadden kenmerken van de stijl.
Vanouds echter is het leembouwombocht in de stad in
honden van de Barey-ton, metselaars die zijn
57
georganiseerd volgens de gilden-5truktuur. Het gilde zorgt
voor de opleiding van nieuwe vaklieden volgens het
meester-leerling systeem. Ook behoort de ruimtelijke
planning in de stad, de werkverdeling, het prijsbeleid en
het handhaven van de kwaliteit tot hoor taken. Aan leden
van de Barey-ton worden magische krochten
toegeschreven door het gebruik van amuleHen. Deze
beschermen het gebouw ondermeer tegen ongewenste
sloop of wijziging.
Tijdens de bouw van een moskee vinden diverse rituelen
plaats, waarbij de stabiliteit van de konstruktie wordt
verzekerd en de gebruikte steigers
veilig zullen zijn. Hiermee is een relatie gelegd tussen
architektuur en religie en zo vertegenwoordigd het gilde
de architektonische kantinuïteit van deze streek.
Een aantal stotige trappen geeft toegang tot het platform
waarop de moskee is gebouwd en vormt de overgang
van het profane noor het sokrale. Direkt naast en op het
podium liggen enkele graftomben van overleden
belangrijke maraboets en imams. De dikke muren zijn
aan de buitenzijde voorzien van steunbeertjes met
pinakels erop. Zij zorgen voor het monumentale
vertikalisme in de gevel, moor bovendien ligt door hun
aanwezigheid een groot deel van de gevel in de
schaduw en deze blijft dus koeler. Ieder stadsdeel heeft
hoor eigen entree in de moskee: het armere westelijk
stadsdeel de kale zuidingang met een simpele deur en het
rijke oostelijk deel via de grootse noordingang, die met
een Sudangevel is gedekoreerd.
58
... Franse ministeries ... voorbeeld uit Bamako, de hoofdstad van Mali,
opname uit 1984
De gebedsruimte is een hoge hol met een woud van
negentig massieve kolommen. Zij zijn een meter in het
vierkant en nemen een tiende van het vloeropppervlak in
beslag. In het interieur zijn de wonden zó vlok afgewerkt
dot zij het weinige binnenvallende licht goed reAekteren.
De inwendige hoogte van de gebedsruimte is meer don
twaa If meter.
... de immense ruimte ... het interieur van de moskee in Djenné in
beide hoofdrichtingen, rechts de mihrabnis; opnamen uit
respectievelijk 1984 en 1986
De binnenhof is omgeven door een hoge zuilengang. Via
een trappenhuis met steektrappen en bordessen van hout
en leem komen we op het dok. Er is een prachtig uitzicht
over de stad en het uitgestrekte land eromheen in de
ochtendzon. Het hoogste punt is de toren van de mihrab.
Op iedere travee tussen de stramienen waaronder de
kolommen staan, heeft men een keramische pot zonder
badem ingemetseld. De zo ontstane sparing is afgedekt
met een gebakken kom. Als veel mensen in de moskee
aanwezig zijn en het erg heet wordt, kunnen alle kommen
weggehaald worden en kon de warme lucht ontsnappen
en enig daglicht binnenvallen. Een majestueus gebedshuis
met klimaatregeling aan de rond van de woestijnl
Als bij alle leemgebauwen moet veel aandacht aan het
onderhoud van het buitenpleisterwerk worden besteed.
Daartoe wordt dit elk jaar vernieuwd tijdens een
meerdaags festijn dot de gehele stad bezighoudt. Aan het
einde van het droge seizoen, in februari of maart
brengen metselaars de nieuwe smeerloog aan, geholpen
door velen in de stad, waarbij iedereen een eigen taak
heeft. Jonge jongens bereiden ruim tevoren de leem onder
leiding van de oude meesters, meisjes drogen water noor
de leemputten en ouderen vuren de arbeiders aan.
In Djenné wil ik weer veel fotograferen, moor mijn laatste
filmpje is nagenoeg vol. Hier is niets te koop en ik schiet
dus moor een enkel kiekje. Het stadscentrum is recent
uitgeroepen tot beschermd Unesco-wereldmonument,
waardoor dit unieke voorbeeld van de Sudanese
bouwstijl behouden kon blijven. Ik wil enige aspekten van
leem als bouwmateriaal bespreken.
Het materiaal leem heeft een aantal evidente voordelen in
het gebied dot ik bezoek. Het grote okkumulerend
vermogen en dus de weerstond tegen ol te grote
temperatuurschommelingen, kwam reeds ter sproke. Een
onder voordeel is dot het materiaal lokaal beschikboor is,
zelfs naast de bouwplaats kun je het vinden.
De eenvoudige bewerkingsmogelijkheden bevorderen
efficiënt bouwen. Het vakmanschap dat nodig is, is in
deze streken voorhanden. Leem heeft tenslotte een hoge
druksterkte, waardoor komplexere gebouwen mogelijk
zijn. Hèt grote nadeel van leem als bouwstof is de
kwetsbaarheid voor water.
Leem wordt in bijna alle kontinenten gebruikt als
bouwmateriaal. In Duitsland zijn er de vakwerkhuizen
waarbij een houten skelet is opgevuld met leem. Een veel
voorkomende woning in Afrika is de hut, opgetrokken uit
een lemen wand met een dak van plantaardige
produkten, gras of matten. In beide voorbeelden is de
gevoeligheid voor water bestreden door het maken van
grote dakoverstekken. In gebieden met een grote regenval
is dit noodzaak. In de savanne zijn hout en
plantenprodukten om de daken te vlechten echter schaars.
Regelmatige regenval gedurende het jaar komt hier niet
voor. Het tijdens enkele zware wolkbreuken vallende
water wordt via gehalveerde palmboomstammen of
keramische buizen afgevoerd tot een eind buiten de
gevel. De pleisterlaag van dak en gevels, maar vooral de
bovenzijde van torens en pinakels, blijft door de geringe
maar hevige neerslag kwetsbaar.
In de loop der eeuwen zijn overal ter wereld veel
pogingen gedaan om de leem die voor het pleisteren van
de wanden en het dak wordt gebruikt, waterdicht te
maken. Gruner stuitte bij haar studie naar leem bouw in
Afrika op toevoegingen als dierenbloed, plantaardige
vetten en organisch afval. Elders stuitte ik op mengels van
rijstkaf, koemest, meel van Baobabvruchten en aarde van
termietenheuvels. Deze blijken helaas alle ontoereikend
voor een substantiële verbetering. Betere resultaten bereikt
men met de bekleding van leemwanden en -daken.
Hiervan geeft Gruner enkele voorbeelden.
Zij bezocht Diré. Dit stadje lijkt voornamelijk opgetrokken
uit roodachtige baksteen, een verrassing in dit deel van
Afrika. In werkelijkheid betreft het een bekleding van
gebakken tegels. Omdat baksteen vóór de koloniale tijd
in dit deel van Afrika onbekend was, vermoedt men dat
de bekleding door Franse baksteenarchitektuur is
geïnspireerd. Het eerste voorbeeld van deze imitatie is te
vinden in Goundam. Hier is in 1942, bij
herstelwerkzaamheden aan de grote moskee, de
tegelbekleding aangebracht. In Djenné wordt een aantal
huizen van welgestelden met plavuizen bekleed. Bij het
ontwerpen van de nieuwe gebouwen voor het plaatselijke
59
... de groo15e noordingang ... de moskee in Djenné in 1986
ziekenhuis heeft de T.U. Eindhoven deze techniek, die
inmiddels zijn waarde bij de meestermetselaars bewezen
heeft, toegepast. Het sukses van deze bekleding tegen
water is mij onbekend. Duidelijk is wel dat de typische
lemen grondvorm, het kwasi-handgevormde, verloren
gaat.
Bekleding met natuursteen komt de laatste vijftig jaar in
Timbuktu voor. Het betreft een lokaal voorhanden, zacht
en eenvoudig te bewerken sedimentgesteente.
Aanvankelijk werden enkel de bovenste of uitstekende
geveldelen ermee bekleed. Deze elementen hebben het
meest van regenwater te lijden. Tevens werden er
gemetselde doorgangen in het interieur mee versterkt.
Tegenwoordig gebruiken steeds meer bewoners het
materiaal voor de bekleding van de hele gevel. Dit is
vooral te zien in de stadswijk Sankoré. De gebruikte
mortel bestaat uit gewone leem. In 1939 werd de Sidi-
60
- -
---
eO
'.".,1 ••
I I I I I I I I I
I I I • I I I • I
11I1111II
1
11I1111II
I • I I I • I I I
rn
I1IIII111
1111III1I
[J
~ l r   ~ c .... ~

plattegrond en gevels van de moskee in Djenné
ltekening van Maas 1990)
5 lOm
~ .
l
zuidgevel
oostgevellkibla)
OOSPNesl doorsnede
gevel binnenplaats naar hel westen
gevel binnenplaats naar hel oosten
doorsneden van de moskee in Djenné
(tekening van Moos 19901
61
62
Yahia moskee, onder leiding van Olivier Mocon, bekleed.
Hij maakte van de mooie leemmoskee lelijke Europese
architektuur.
Het laatste voorbeeld dot Gruner noemt, is de toepassing
van cementpleister als bescherming van zeer kwetsbare
plekken zools torenspitsen. Dit is ondermeer te zien bi j de
moskee van Mopti. In 1976 wilde men de spitsen (17 m
hoog) bekleden met gebakken tegels. No de eerste
regenbuien vielen die er echter of. Toen is gekozen voor
cementpleister. Een probleem hierbij is de ongelijke
uitzettingskoëfficiënt van leem en cementmortel. Ook bij
deze toepassing verandert de karakteristieke leemvorm en
wordt strakker en geometrischer.
... afgedekt met een gebakken kom ...
op hel dok van de moskee in Djenné
De tijd dringt en ik wil de vlucht noor Nederland niet
missen. Dit betekent dot ik op tijd moet afreizen noor
Burkina Faso. Het blijkt niet zo eenvoudig om uit Djenné
weg te komen op dogen dot er geen markt is. Ik sta 's
ochtends vroeg enkele uren te wachten tot de eerste taxi
vertrekt. De chauffeur zet me of bij de grote weg noor
Ségou, waar ik probeer een lift te krijgen. Chauffeurs van
taxi's nemen geen risiko en rijden enkel met volle wagens
van stad noor stad. Mali is armer don Kenya en er is dus
ook minder markt voor openbaar vervoer. In Kenya is het
eenvoudig om onderweg op te stoppen. Kortom, ik sta
weer long te wachten, nota bene langs één van de
nationale hoofdroutes. Een vrachtauto brengt me eindelijk
noor San.
Op het busstation van San staan de taxi's noor Bobo-
Dioulasso te wachten op voldoende passagiers. Een man
komt op me of. Hij komt uit Guinée-Conakry en blijkt
Amsterdam goed te kennen. Hij spreekt zelfs Swahili dot
ik nog uit Kenya ken en we konverseren tot grote hilariteit
van omstanders op voor hen onverstaanbare wijze voort.
Hij toont mij een Nederlands bankbiljet van één gulden
van vlok na de tweede wereldoorlog I
Tot de grens verloopt de reis voorspoedig. De douanepost
blijkt helaas net een kwartier gesloten als we arriveren en
we moeten ter plaatse eten en overnachten. Het wordt
een bijzondere nacht in het pikkedonker met een groep
reizigers rond wat kookpotten en hutten.
De volgende morgen worden alle auto's gekontroleerd,
nadat op ceremoniële wijze de vlag van de republiek
Burkina Fasa is gehesen .
. . . de binnenhoF ;s omgeven ... de moskee in Djenné
De weg voert door prachtige dorpen met drukke handel
vlok langs de weg. Restaurants voor reizigers bestaan uit
een longe tafel met bonken en een keukentje achter een
schutting.
Het landschap bestaat uit dor kreupelhout, wat bamen en
gros. We krijgen een lekke bond. Even loter blijkt ook de
reserveband lek te zijn. De chauffeur lift met het wiel terug
noor een dorp en blijft urenlang weg.
De gestrande possagiers proberen het zich gemakkelijk te
maken op puntige keien in de weinige schaduw van kale
bomen.
Het is gloeiend heet. Iedereen is moe na die nacht langs
de grens en heeft grote dorst en honger.
Uiteindelijk ben ik in de middag in Bobo. Ik neem me
voor dot dit mijn laatste avontuurlijke reis is. Ik heb
behoefte aan luxe, aan een leven zonder dorst en ik wil
geen verrassingen en tegenslagen meer. Bobo-Dioulasso
komt aan ol deze wensen tegemoet.
Deze stad, tweede van het land, heeft een oud centrum
met de struktuur van leem-stadjes: smalle straten en een
dichte bebouwing. Eromheen, op een veel grotere schaal,
ligt de door de Fransen aangelegde stad met een grof
ortogonaai wegenpatroon.
De brede wegen zijn omzoomd met grote bomen die de
stad een groen aanzien geven. Op de meeste
bouwpercelen staan vrijstaande gebouwen. Dit alles geeft
de stad een villaparkachtig karakter .
... een meerdoogsfesfiin ... onderhoud aan de moskee in Djenné
Het is een prettige Afrikaanse stad met goede kafé's,
restaurants en zelfs diskoteken. Grote groepen toeristen
ontbreken. Het zijn heerlijke dagen met lekker eten,
goede muziek, optredens van dansgroepen en grote frisse
kommen yoghurt. Samen met een groep
ontwikkelingswerkers in opleiding bezoek ik een idyllisch
nijlpaardenmeer, op twee uur rijden van de stad.
De oude moskee van Bobo noemde ik al bij de
bespreking van de typen moskeeën volgens Prussin. Het is
een leemgebouw met iets andere kenmerken dan die van
de meer noordelijke Sudanese stijl. Dit komt mede door
de situering in een andere klimaatregio. Bobo heeft meer
en een regelmatiger regenval; dit is de overgang naar de
bossenzone. De moskee heeft zware steunberen die de
stabiliteit moeten garanderen.
Ik koop op het station een treinkaartje naar
Ouagadougou. De trein vertrekt de volgende morgen om
half zes als het aardedonker en koel is. Slaperig zit
iedereen in het kompartiment om zich heen te kijken.
Rond acht uur zijn alle reizigers wakker en bij het
binnenlopen op de stations komen horden vrouwen op de
trein af om rijst, vruchten en gebraden kippen te
63
64
... met tegels bekleed ... de aanmaak van tegels die later worden
gebakken, opname uit 1984 in Djenné
verkopen. Ik koop wat koeken en bananen, maar de
meesten in de trein zitten zwaar te tafelen met grote vette
kippen en geroosterd vlees. Een Engels ontbijt zou hierbij
vergeleken een licht maal zijn. Rond het middaguur zijn
we in Ouaga.
Nog maar twee nachten voor ik terugreis. Ik overdenk
alle spanningen en beproevingen. Zó avontuurlijk waren
mijn reizen nimmer. Ouaga is een lelijker stad dan Bobo:
drukker maar minder harmonieus van opbouw. De
gebouwen zijn rommelig gegroepeerd, er is een lelijke
moskee en een enorme bouwput op de plaats van de
oude markt. De hitte overdag ontneemt je uren de lust iets
te ondernemen. Het loopt tegen de 40ce en in het
zwembad van het hotel is het goed toeven. Nederlanders
vertellen mij dat het in Nederland 1 oce vriest en dat de
Elfstedentocht op stapel staat, het is haast niette geloven.
In Ouagadougou is een groot kafé met life optredens van
Afrikaanse popgroepen, voor liefhebbers het neusje van
de zalm.
... de /oepassing van cementpleisfer .. . de moskee van Mopti in 1984
Het vertrek verloopt slecht, want het vliegtuig komt niet
opdagen. Alle passagiers worden uren aan het lijntje
gehouden en we verkeren in het ongewisse over reden en
duur van de enorme vertraging. Steeds komen we voor
niets op het vliegveld.
Op vrijdag 6 februari 1987 vertrekt na 20 uur vertraging
het vliegtuig van lePoint met aan boord een groep boze,
zeer vermoeide en hongerige reizigers die bijna zonder
geld een etmaal in de stad hebben doorgebracht. In
Parijs regent het; in Nederland is het alweer gaan
dooien.
de moskee in Bobo-Dioulasso ltekening naar mlo in Dethier 1982)
.. . dreigen voorgoed verloren te goon ... een nieuwe woning op de
voorgrond en een oude op de achtergrond, waarvan de
ornamentering reeds is verdwenen, in Djenné
woningen aan het Moïga-plein in Djenné in co. 1897
(gravure van Felix Duboisl
      .. :;,- • • '
dezelfde huizen aan het Moïga-plein in 1986, het rechter huis is nog
slechts een bouwval
65
slo t
Na deze reis en na het verzamelen van de
achtergrondgegevens bekruipt me het wat melancholieke
gevoel, dot ook dit deel van AFrika te lijden heeft van een
toenemende eenvormigheid van leefwijzen. In Kenya was
sproke van een veranderende samenleving door een
toenemende westerse invloed, ook in het denken van de
overheid. Naast deze invloed is in West Afrika de druk
die van de islam uitgoot aanwezig. Men kon betogen dot
door de eeuwen heen externe Foktoren altijd aanwezig
waren. De laatste halve eeuw is echter sproke van
invloeden op een veel grovere schaal. Veel aspekten van
de kultuur dreigen voorgoed verloren te gaan, inklusieF
het architektonische erfgoed.
De aanwezigheid van veel toeristen vormt een onderdeel
van de grote vervlakkende invloed. In Nederland bieden
bestemmingsplannen, zonering en het relatieF zeer ruime
beschikboor zijn van kapitaal, bescherming tegen te grote
aantasting van de integriteit en gesteldheid van
monumenten en oude kultuuruitingen. In AFrika is aan een
overheidstraditie waar het ingrijpen in de gebouwde
omgeving betreft en aan geld, over het algemeen groot
gebrek. Het bewustzijn dot belangrijke Facetten van het
verleden dreigen te verdwijnen moet nog verder
ontwikkeld worden. Dit vraagt mijns inziens ook een
onafhankelijke opstelling van de lokale of nationale
somenlevingen ten opzicht van vreemde invloeden. Zo
wordt tijdens studiedagen en in publikaties aangaande
rehabilitatie van oude omgevingen in de zgn. derde
wereld nogal makkelijk het toerisme genoemd als redder
van de lokale ekonomie en als inkomstenbron om
restauratiewerken te kunnen bekostigen.
Enerzijds wordt de moderne invloed van toerisme op
waarden en leefstijlen afgedaan als vooruitgang, terwijl
anderzijds moderne bouwwijzen en technieken het
voortbestaan van de kultuur bedreigen. In lamu, Kenya
heb ik de tweespalt hierover tussen groeperingen in de
stad kunnen aanschouwen. Een balans tussen beiden is in
Afrika voorlopig nog niet gevonden, vrees ik.
Op dit moment staat het bouwen in leem nogal ter
diskussie. Het materiaal wordt door een groot deel van
de bevolking gezien als teken van onderontwikkeling. Ik
67
zog in Goo een leem moskee met een minaret van
betonblokken en cement. Het lijkt direkt een afwijkende
bouwstijl uit een andere streek. Huizen van cement en
betonblokken vertegenwoordigen de vooruitgang en
modernisering. Tegenwoordig wordt de moskeebouw wel
gesponsord door overheden of geloofsgemeenschappen
in landen als Marokko en Saudiarabië. Hiervan zag ik
een voorbeeld in het centrum van Ouagadougou op het
einde van mijn reis. Een aantal wezenlijke kenmerken van
de Sudanese stijl goot verloren, zools de benadrukking
van de mihrab in plaats van de minaret. De centrale
moskee van Ouaga vertegenwoordigt een heel andere
architektuur. Moderne bouw die wèl de traditionele
vormen van de Sudanese bouwstijl in ere houdt, is er ook.
In Ségou stoot een moderne moskee en in Mopti
bouwden A. Cissé en S. Traoré in de wijk Toguel een
onder modern voorbeeld. De Vrijdagsmoskee in Tahoua
is door een meester-metselaar, Falke Barmou, verbouwd
met invloeden uit andere londen zools Saudiarobië. Het
resultaat, een lemen moskee met flouw koepeldak en
hoektorens is in 1986 bekroond met de Aga Khan
Award.
Het bouwen in leem goot in het bezochte gebied een
belangrijke fase tegemoet. De vraag is of de manier en
stijl van bouwen in de kasbah van Algiers, de ooses van
de M'zab, de Sahara-stadjes en in de steden van de
binnendelta, de kulturele druk van buiten kunnen
weerstaan. Voor Algiers zie ik het somber in; de kasbah
... een leemmoskee met een minaret van beton ...
in hel centrum van Gao
68
is momenteel aan het verdwijnen. Zal het recente
restauratieplan nog op tijd zijn? In de M'zab wordt veel
nieuw gebouwd voor de groeiende bevolking, weliswaar
buiten de oude stadskernen, maar de invloed van de
nieuwe omgeving is aanwezig. Alleen een goede
bescherming van de ooses en het dal door de overheid
kan de unieke sfeer behouden.
In de binnendelta zag ik een voorbeeld van konsolidatie.
Djenné is beschermd en ook nieuwbouw wordt in leem
uitgevoerd. Dit geldt zelfs voor de nieuwe gebouwen van
het ziekenhuis, dat in een nieuwe buitenwijk verrijst.
Behoud van de sti jl is in het ingeslapen Djenné evenwel
gemakkelijker dan in bijvoorbeeld Gao. In Gao, veel
meer een stad die zich moet aanpassen aan moderne
ekonomische ontwikkelingen, vind je bankgebouwen,
benzinestations, grote overheidsgebouwen en
bedrijfskomplexen. Er is een redelijke infrastruktuur voor
motorvoertuigen, een stadion en een busstation. AI deze
zaken zijn moeilijk in te passen in de oude stad. Ook hier
kan alleen een zaken bescherming en een goede
planning onherstelbare vernielingen voorkomen.
De typische leem bouwmethode en de toepassing van dit
materiaal verdient ook aandacht. Welke argumenten
gaan de diskussie beheersen? Het argument dat bouwen
in leem met onderontwikkeling wordt geassocieerd of juist
de bijzondere voordelen zools de lokale
beschikbaarheid, de eenvoudige bewerkbaarheid,
de goede warmteïsolatie of de estetische kwaliteiten?
Bescherming, planning, scholing etc. zal geld en energie
kosten dat in een land als Niger of Mali niet beschikbaar
is. Het is de vraag of er internationaal voldoende
draagvlak is om aan deze kanten van ontwikkelingshulp
aandacht te besteden. Het gaat hier om kultuurgoed dot
mede de geschiedenis van Europa heeft beïnvloed. Te
hopen volt dot overheden, ook in donorlanden, bijtijds het
belang hiervan inzien.
de muezzin roept op tot het gebed in Djenné in 1986
.. . de estetische kwaliteiten ... het dok en het binnenhof van de moskee
in Soa in 1986
bronnen
1. Bel1y Tielkemeijer e.a.
'Algerije', landendokumen1atie Novib I's-Gravenhage 1979)
2. C. van Nieuwkerk
'Niger', K.I.T. nr. 195 (Ams1erdam 1975)
3. F.N.M. Huisbos
'Mali', landendokumentatie K.I.T. nr. 191 IAms1erdam 1975)
4. 'Niger, brandhout of  
themanummer Vice Verso nr. 4 I's-Gravenhage 1980)
5 . 'SNV vaelt zich thuis in Mali'
themanummer Vice Verso nr. 2 I's-Gravenhage 1984)
6. 'Nieuw elan in Burkina Faso'
themanummer Vice Verso nr . 4 I's-Gravenhage 1984)
7. Oorothee Gruner
'Der traditionelle Mascheebou om mittleren Niger' in Paideuma
nr.23 IFrankfurt 1977)
8. Oorothee Gruner
'Der traditionelle lehmbou und seine Problematik'
in Peideuma nr. 27 IFrankfurt 1981)
9. George Mitchell, redak1eur
'Archi1ecture of the Islemic world' Ilonden 1978)
10. Suson Oenyer
'African traditional archi1ecture' INew Vork 1978)
11 . Arthur M. Foyle
'Archi1ecture in west Africo' in Africa South nr. 3 (1959)
12. Paul Oliver, redak1eur
'Shel1er in Africa' Ilonden 1971)
13. Paul Oliver, redak1eur
'Shel1er, sign & symbol' Ilonden 1975)
14. Raymond Mauny
'la taur et la mosquee de I' Askia Mohammed à Gaa' in No1es
Africains nr. 47 (1950)
15. labelIe Prussin
'The archi1ecture of Islam in West Africa'
in Africon Arts/Art d' Afrique nr. 1 en 2 (1968)
69
16. Herman Haan
'Het huis is de buik van de moeder' in Goed Wonen nr. 12 (1967)
17. C. en P. Oonnadieu, H. en loM. Oidillon
'Habi1er Ie désert, les maisons Mazabi1es' IBrussel 1975)
1 8. Manuelle Roche
'le M'zab' IParijs 1970)
19. P. Man1eil
'Ojenné' IParijs 1937)
20. F. van No1en
'Oe prehistorie van de Sahara' in Natuur en Techniek nr. 3 (1975)
21. Jean Oethier
'lehmarchi1ektur, die Zukunft einer vergessenen
Bautradition' IMünchen 1982)
22. Jef Cornelis, Geert Bekeert e.a .
'Oe M'zab' dokumentaire, ui1gezonden door BRT IBrussel 1974)
23. Wolf Schijns
'Uitbreiding ziekenhuis Ojenné, Mali, bouwen in een
con1ext' in De Archi1ed nr 11 I's-Gravenhage 1985)
24. Wolf Schijns
'Het archi1ectonisch van Ojenné, Mali:
opgeven of   in nr. 6 IUtrecht 1989)
25. Pierre Maas, Geert Mommers1eeg
'Oe moskee van Ojenné, morfologie en onderhoud van een
Afrikaans monument' in nr. 6 IUtrecht 1989)
26. Pierre Maas, Rob van Wendel de Joade lfoto's)
'Ojenné, Afrikaanse bouwkunst in leem'
foto1entoans1elling en boekje IEindhoven/Leiden 1990)
27. Tjeerd Oeelstra
'Oe Islam en het nieuwe bouwen' in Culturen nr. 3
IAms1erdam 1987)
28. Heinrich Barth
'lo1gevallen en ontdekkingen op eene reis in het
noorden en midden van Afrika, op last der Britsche regering in de
jaren 1849 tot 1855 gedaan' I's-Hertogenbosch 1858-1860) .
70
Ghadamès
L   B I ~
MALI
kaart reisdeel door de MIJ b gre en de Sahara
100 200 m
samenvatt
n 9
Dit boek beschrijft een reis door de Sahara van Noord
Afrika noor de londen van de Sahel. De schrijver
beschrijft de geschiedenis van het gebied en de techniek,
stijlen en achtergronden van de architektuur. Dit is
afgewisseld met de belevenissen tijdens de tocht door dit
moeilijk begaanbore deel van het kontinent.
De reis voert van Algiers, waar de oude kasbah in zeer
slechte stoot verkeert, noor de steden van de M'zab in
Noord Algerije. De middeleeuwse steden in deze oose
weten hun oude stadscentra in goede stoot te houden en
zijn een typisch voorbeeld van de islamitische architektuur
en stede bouw van de Maghreb.
Het natuurschoon van de Sahara maakt op de reizigers
diepe indruk. Ernstige autopech dwingt hen de route
drastisch te bekorten. De leemarchitektuur in de Sahara
en de Sahel komt in diverse aspekten uitvoerig aan bod.
het stodsplein in Djenné op een marktdog in 1984
71
Diverse oude karavaansteden ten zuiden van de woestijn
worden beschreven: Agadez, Goo en Djenné. De
Sudanese bouwstijl heeft in deze streek hoor hoogtepunt.
De moskeeën zijn de voornaamste representanten.
In Mali bezoekt de schrijver enkele dorpen van de
animistische Dogon, een landbouwvolk. Hun architektuur
is nauw verweven met hun levensfilosofie en beladen met
symboliek.
Tot slot voert de reis noor Burkina Faso, een streek waar
de leemarchitektuur geleidelijk overgoot in de
houtarchitektuur van het vochtiger zuiden, de bossenzone.
De aanhoudende invloeden van buitenaf bedreigen het
kulturele erfgoed. De bezochte monumenten en steden
worden door de plaatselijke bevolking vaak gezien als
primitief. Het is wenselijk dot op lokaal en internationaal
nivo in bescherming wordt geïnvesteerd.
g

iD
[.
l
g-
Q
Ii-
'"
o

!!..

• Oualata
• Kumbi-Saleh
Bamako
IVOORKUST
EB
MALI

1flffJ.
--/-" -----
.; ---
- -'
\
1
{
\ ,-
" ' .....

Bobo-Dionlasso
• Kong
--
BURKINA FASO
, ...... -
-_ ......
___ . -e Ouagadougou
GHANA
I
//
r-
l)

t
-;-r -

\
,\

-W
ALGERIJE
,
- , ,
\ \ ". \, ...
I } \
'I I
'- \ \ \ , )
am.. ,i
In-Guezz _ •
,"'\ ,'i      
, "I ij lé1
'j\) Jr
,', i( .. 'y \
,1'0/" _ --"--J_- ••
v
el}           ,
I '.
l
-,
"',
)
'\ /
I
}
i) /
t\ ')//
1; ...
Y... ',- ).-.
-'
-- ,- I
' -1' ':2' -- '_:- Agadez
,
... '
,
I
I
"
,/
I
,
J

,', i"-."-,, .."
,) I \,/. '-...... /
" , .'..-J-l NIGER ,/
1\ ..... -;.:/ ,'"
\ \ ( /
_----;,,--r--,;T-" /
)\
1 )( \
\'
I I j \
I
\\   l
Birnin-Konni
" .. Y ,,/
-- /
Ir -'_ol Katsina
li
Kano.
NIGERIA
BENIN
100 200m
"'-J
""
summary
This book is the account of a journey through the Sahara,
from the Maghreb to the countries of the Sahel. The writer
describes the history of the area and the technology,
styles and backgrounds of its architecture. This is
alternated with an account of the writer's experiences
during the trip through a port of the continent whose
roads are particularly difficult to negotiate.
The journey leads from Algiers, whose ancient casbah is
in a state of very bad repoir, to the eities of the M'zab in
Northern Algeria. The medieval towns in this oasis have
managed to preserve their historie eity centres very weil;
they are characteristic of the Islamic architecture and
urban development of the Maghreb.
The natural beauty of Ihe Sahara makes a profound
impression on Ihe travelIers. They are forced 10 draslically
shorlen Iheir inlended course due to a serious breakdown
of their car. The mud archileclure of the Sahara and the
Sahel is discussed exlensively in its various aspects.
73
A description is given of the old trading lowns soulh of Ihe
desert which were once visited by the caravans: Agadez,
Goo and Djenné.
The archilectural style of the Sudan, represented most
specifically in its mosques, reaches its climax here.
In Mali the writer visits several villages of Ihe animistic
Dogon, a Iribe of farmers whose architecture is
intrinsically tied up with their philosophy of life and
permeated with symbolism.
Finally, the journey leads to Burkina Faso, in which
country mud architeclure gradually gives way to the
timber construction of the more humid, wooded regions of
the south.
Continuons inAuences from outside threaten the cultural
heritage. The monuments and cities visited are often
regarded as primitive by the local population. local and
international investments in the preservation of these
cultural expressions are therefore desirabie.
- ---------------------
kolofon
adviezen
tekst verwerking
tekst korrektie
summary
vormgeving
druk
afbeeldingen
Tjeerd Deelstra
Architektenburo ir. Boudewijn Veldman
Thijs Veraart
Hanneke Bos
Henk Berkman, Publikatieburo Bouwkunde
Universiteitsdrukkerij
Rik van der Velden:
pagina 28 onder, 29, 33 onder, 37, 41, 43, 45,
51 onder, 54, 55, 57, 58, 59, 63, 64, 65 onder,
68 en 71
Henk Bakker:
pagina 25 onder
Koninklijk Instituut voor de Tropen:
pagina 14 rechts en onder
Koninklijke Bibliotheek:
pagina 10
overige afbeeldingen van de schrijver
te ken i n gen Pierre Maas, Technische Universiteit Eindhoven:
pagina 52, 60 en 6 1
overige tekeningen naar bronnen indien vermeld
75

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful