Conjugerende bacteriën

Inleiding
We zijn er allemaal van op de hoogte dat bacteriën zich vermenigvuldigen door te delen. Dit
zou betekenen dat alle cellen die hieruit voortkomen, klonen zijn van de moedercel.
Bacteriën kunnen echter ook erfelijk materiaal uitwisselen. We gaan dit ook proberen te aan
te tonen. We gaan bij dit experiment 2 verschillende stammen onderzoeken. We beginnen
met het controleren van de eigenschappen van deze bacteriën. In de hoop op gelijkenissen
te vinden met wat de theorie over deze bacteriën zegt. dit gedeelte is terug te vinden in het
theoretisch kader. Wanneer de bacteriën zijn gecontroleerd kunnen we ze gaan conjugeren.
D.w.z. we gaan kijken of de eigenschappen pro+ en arg+ kunnen worden overgedragen aan
de verschillende stammen. In dit geval van Hfr-stam naar de F—stam.

Theoretisch kader
In het theoretisch kader worden alle feitelijkheden over de verschillende bacteriën en
de verschillende mediums uitgelicht. Dit doen we om ervoor te zorgen dat alle
informatie die nodig is om ons experiment te kunnen begrijpen, ook echt terug te
vinden is.
Wanneer een bacterie zich deelt komt er een bacterie vrij die identiek is aan de
‘’moeder’’ bacterie. Dit noem je deling. De bacterie splitst zich gewoonweg in tweeën
en er is een extra bacterie. Nu blijven dus de erfelijke eigenschappen bij deze vorm
van vermenigvuldigen hetzelfde. Wanneer je de bacteriën eerst conjugeert voordat je
ze laat vermenigvuldigen zit er een stuk erfelijke eigenschap van een andere bacterie
in het DNA van de desbetreffende bacterie.
We werken met 3 verschillende soorten bacteriën in deze proef, de Hfr-bacteriën, de
F--bacteriën en de F+-bacteriën.
Hfr-bacterie
De Hfr-bacteriën hebben een bepaald stukje DNA, het F-DNA, dat ervoor zorgt dat er
een kopie van het gehele DNA kan worden overgedragen op een bacterie zonder dit
gen. Dit repliceren van het DNA wordt middels een sexpilus naar de andere bacterie
overgedragen. De Hfr-bacterie heeft 2 soorten DNA in zich. Een gedeelte om te
kunnen bestaan, hier staat dus alle informatie op die nodig is om de bacterie in leven
te houden, denk aan processen voeding vergaren ect. Er zit ook een ander stuk DNA
in dat ervoor zorgt dat de sexpilus gevormd kan worden, de ‘’F-factor’’. De F-factor
zorgt ervoor dat een andere bacterie die bijvoorbeeld niet resistent is tegen een
antibioticum, dit wel wordt nadat de Hfr-bacterie het gedeelte van zijn genen dat
daarvoor codeert, heeft gekopieerd, overgedragen en door crossing over in het DNA
van de andere bacterie terecht is gekomen. De Hfr-stam heeft een bepaalde
eigenschap. Dit is de eigenschap om te kunnen groeien op plekken waar de
aminozuren arginine en proline ontbreken.
Hieronder is te zien dat de Hfr-bacterie een sexpilus maakt, zijn DNA kopieert en het
inbouwt in de andere bacterie.

De Hfr-bacteriën hebben wel eigenschappen om op een m. plaat en resistent blijven voor streptomycilen.) .-bacterie De F.m. Ze zijn dus arginine en proline behoeftig.-bacteriën.-bacterie getransporteerd. plaat omdat hier geen arginine en proline in zit. Hier wordt het gekopieerde stuk DNA ingebouwd in in het DNA van de F. Met behulp van een sexpilus wordt het gekopieerde DNA naar de F . Wat moet er gebeuren met de Hfr-.-bacterie.-bacteriën? We hebben dus net gelezen dat de F.m. Het is dus zaak om de eigenschap van de Hfr-bacterie die ervoor zorgt dat hij kan groeien op een m. F.-bacteriën kunnen geen genetisch materiaal overdragen aan de Hfr-bacteriën dus de enige optie is van de Hfr-. Dit verhoogt zijn overlevingskans.-bacterie waarna zij dan ook kunnen groeien op een m. geen eigenschappen hebben om te groeien op poline en arginine arme platen(m. naar de F . De F.-bacteriën zijn bacteriën zonder de f-factor. plaat. platen) maar wel eigenschappen hebben die zorgen voor de resistentie tegen streptomycine. Wanneer de F+-bacterie een plasmide via een sexpilus (conjugatiebuis) overdraagt aan de andere bacterie zonder een plasmide.m. De Hfr-bacteriën kopiëren het DNA gedeelte zonder de F-factor maar met het gedeelte waar de informatie op zit om te kunnen groeien op een m. Ze kunnen niet groeien op een m. en de F. De F.-bacteriën hebben alleen één probleem. plaat over te brengen op de F.-bacteriën geen eigenschappen hebben om sekspilus te vormen. Het bevat bijvoorbeeld de eigenschappen om resistent te kunnen worden tegen bepaalde antibiotica maar bijvoorbeeld ook om een sexpilus te kunnen maken. plaat te groeien. De F+-bacteriën hebben de F-factor los in de cel zitten. discussie We hadden 40 minutren inde stoof Kolonien niet nauwkeurig kunnen tellen ( te veel) Verkeerde platen bij controleproeg ( geen MM maar NBA platen.m.-bacterie wil daarentegen natuurlijk welkunnen groeien op een bodem waar geen arginine en proline te vinden zijn.m. De F.F+-bacterie De andere vorm van bacteriën is de F+bacterie.m. De plasmide bevat een ander stuk informatie. deze bacteriën bevatten dus geen voortplantingsfactor maar zijn wel resistent tegen streptomycine (een antibioticum).