Een dochter met hoofddoek ging moeder te ver

Door: Marije van Beek − 07/10/16, 23:21

© Jörgen Caris. Moeder Patricia van de Ven en Claudia Zara Hahn
INTERVIEW Moslimjongeren en hun ouders vertellen over hun levens.
Hoe anders zijn die? In deel vier van een serie: Claudia Zara Hahn en
haar moeder Patricia van de Ven.
Vragen & antwoorden van Patricia en Claudia
Hoe belangrijk is religie voor je?
Moeder: Belangrijk
Dochter: Erg belangrijk
Hoe vaak ga je naar de kerk of moskee?
Moeder: Soms (maar minder dan 1 keer per maand)
Dochter: Soms (maar minder dan 1 keer per maand)
Hoe vaak bid je?
Moeder: Minstens 1 keer per week
Dochter: Elke dag
Lees je de Bijbel of de Koran?
Moeder: Nee

Dochter: Ja
Draag je een hoofddoek?
Moeder: Nee
Dochter: Nee
Drink je alcohol?
Moeder: Ja
Dochter: Nee
Eet je varkensvlees?
Moeder: Nee
Dochter: Nee
Vast je tijdens ramadan?
Moeder: Nee
Dochter: Nee, wegens ziekte
De dag dat Claudia Zara Hahn (28) voor het eerst met een hoofddoek op
binnenkwam, werd het haar moeder teveel. Ze moest huilen. Claudia weet het
nog goed - tot de lichtroze stof aan toe. "Ik was zo trots, zo van: nu ben ik echt
moslim."
Aan de thee bij moeder Patricia van de Ven (60) blikken ze terug op de acht jaar
dat Claudia, net juriste, nu moslim is. In haar moeders geheugen was de episode
over de hoofddoek niet blijven hangen, zegt ze. "Wonderlijk. Maar het zou best
kunnen hoor. Ik vond het moeilijk. Ik dacht: waar gaat dit heen? Heb ik straks
mijn dochter nog wel?"
Het hondje van Claudia danst keffend om haar heen als ze opstaat om
aardbeientaartjes te pakken. Moeder, acupuncturiste en fysiotherapeute, is
katholiek opgevoed, maar nu het type spirituele zoeker dat wars is van instituten.
Vader, die zes jaar geleden is overleden, was atheïst. Claudia: "Ik heb altijd
geloofd in God. Weet je nog dat Aïsha, mijn vriendinnetje op de basisschool, met
een hoofddoek kwam? De volgende dag ging ik ook met een sjaal om het hoofd
naar school. En ik wilde ook gedoopt worden."
Moeder: "Ja, we hebben daar over getwijfeld, maar dat werd hem niet."

Ik zou mijn kinderen wel strenger opvoeden. Tot hun achttiende zijn ze
mijn verantwoordelijkheid
Claudia
Chronisch vermoeid
Voor Claudia is het leven niet gemakkelijk. Ze lijdt aan PTSS, clusterhoofdpijnen,
diabetes én chronische vermoeidheid. Claudia: "Jep, dat ben ik."
Moeder: "Ik snap wel dat ze zich meer dan anderen afvraagt waarom zij dit leven
leidt."

Claudia: "In de Koran staat: God beproeft hen van wie hij houdt. En: hij beproeft
de mens niet boven zijn vermogen."
Het begon met een islamitisch vriendje. Claudia: "Maar hij was niet echt
praktiserend. Dus toen ik islamitisch ging leven, botste dat. Hij wilde stappen, ik
had zin om naar huis te gaan om over de islam te lezen. Tsja. Dat ging dus uit."
Thuis kwam haar bekering als een onaangename verrassing. Op haar dertiende
dronk en rookte Claudia al, vertelt Patricia: "Ze was er vroeg bij."
Claudia: "Mijn vader zei: 'Bekeerde meisjes zijn verkeerde meisjes'. Hij was
alcoholverslaafd. Dus ik begrijp heel goed waarom alcohol verboden is in de
islam. Dat verslavingsgevoelige zit in de genen. Ik ging dingen doen waar ik niet
achter stond, met jongens, raakte verstrikt in ruzies, en kon me dingen achteraf
niet eens meer herinneren. Voor mij is het beter dat God zegt: je mag helemaal
niet drinken."
Moeder: "Ik heb mijn kinderen vrij opgevoed. En zeker na de scheiding, dat was
een ingewikkelde tijd: ik zag dat mijn kinderen het ellendig hadden. Dan wil je het
goed maken. Ik gunde ze de hele wereld, want ze waren al zoveel kwijt. 'Goh
moet je kijken wat een mooie meiden', zeggen vrienden nu vaak tegen me over
mijn dochters. Maar of ik het goed heb gedaan? Ik heb vooral geluk gehad, denk
ik. Daar dank ik God op m'n blote knieën voor."
Claudia: "Ik zou mijn kinderen wel strenger opvoeden. Tot hun achttiende zijn ze
mijn verantwoordelijkheid."
Een paar van mijn vroegere vriendinnen hebben me inmiddels
verwijderd van Facebook. Waarom? Ik ben al acht jaar moslim en draag
nog steeds geen hoofddoek
Claudia
Lange rokken
In het begin was Patricia bang dat haar dochter de extreme kant op zou gaan,
vertelt ze. "Je droeg van die lange rokken tot op de grond. Toen was ik wel even
m'n leuke meisje kwijt."
Claudia: "Ik wilde me bedekken. En in het begin was ik héél streng, want bij mijn
geloofsbelijdenis waren al mijn zonden vergeven. Dus ik wilde absoluut geen
fouten maken. Inmiddels draag ik weer spijkerbroeken, maar wel altijd met iets
langs over m'n heupen."
Patricia: "Ik was bang dat je de verkeerde mensen zou tegenkomen. Dat je
extremistisch zou worden, in de zin van dat je met IS-sympathisanten zou
omgaan - nee, dat kon ik me niet voorstellen. Daar ben je te intelligent voor."
Claudia: "Ik ken toch wel een paar mensen vanuit die begintijd die nu met dat
soort dingen bezig zouden kunnen zijn. Daar blijf ik zo ver mogelijk van weg.
Maar op internet kom je van alles en iedereen tegen. Ik ging destijds met een
paar bekeerde meisjes om, we waren heel close, maar zij werden steeds

extremer. Een paar van hen hebben me inmiddels verwijderd van Facebook.
Waarom? Ik ben al acht jaar moslim en draag nog steeds geen hoofddoek. Er
wordt verteld dat je geen Kerst zou mogen vieren bijvoorbeeld. Of dat je niet aan
tafel mag zitten bij iemand die alcohol drinkt. Dat is voor mij bijna niet te doen:
mijn hele familie drinkt zo nu en dan alcohol. Ik probeerde het wel hoor, stiekem,
dan ging ik naar boven als mijn moeder een wijntje pakte."
Patricia trekt haar wenkbrauwen op. "Dat had ik niet eens in de gaten, joh."
Claudia: "Ik heb gelukkig een groepje islamitische vrienden gevonden die op
dezelfde manier met het geloof omgaan als ik. Mensen die snappen dat de Koran
in een andere tijd is geschreven. Uiteindelijk is het wel gelukt om mezelf te
blijven. Toch, mam?"
Patricia: "Dubbel en dwars."
Als ik zie hoe imams en pastoors preken? Hoe mensen op het verkeerde
been worden gezet? Die extremisten, die ontstaan niet vanuit het niets
Patricia
Alleen op reis
Of Claudia geprobeerd heeft haar moeder te bekeren? Patricia: "Re-gel-mat-ig ja."
Claudia: "Ik gun je gewoon ook mijn rust, dat is het."
Patricia: "Ik zou niet bij het instituut islam willen horen, en ook niet bij het
christendom. Geen sprake van. Daar heb ik een ongelofelijke aversie tegen. Als ik
zie hoe imams en pastoors preken? Hoe mensen op het verkeerde been worden
gezet? Die extremisten, die ontstaan niet vanuit het niets."
Claudia: "Daarom is ze nog nooit mee naar de moskee gegaan."
Patricia is net terug van een pelgrimsreis naar Santiago de Compostella. "Ik wilde
kijken of ik dat kan: alleen op zo'n reis gaan. Mezelf tegenkomen, dat wilde ik
aangaan."
Claudia: "Ik vind je wel anders nu. Directer, eerlijker."
Patricia: "Vroeger was ik wel eens bang om iets tegen jou te zeggen."
Ik zie de hoofddoek vooral als een teken van aanbidding. En er is meer:
het staat voor seksuele onbereikbaarheid
Claudia
Hoofddoek
Over één regel viel er met moeder Patricia niet te onderhandelen. Toen Claudia
moslim werd, verbood ze haar een hoofddoek te dragen. Patricia: "Zolang je
onder dit dak woonde, wilde ik dat niet zien. Ik vind dat je je er heel erg mee
beperkt. Hoe moet je een stageplek vinden? Je zult anders bekeken worden."
Claudia: "Ik denk dat het mee kan vallen. Een vriendin die bekeerlinge is, en

islamologe, die draagt er ook een, en vól overtuiging. Ik denk dat dat scheelt: als
je uitstraalt dat je je niet schaamt, zullen mensen je eerder aanvaarden."
Patricia: "Ja, maar bij haar is dat ook haar vak, dat is toch iets anders?"
Sinds een half jaar woont Claudia op zichzelf. De hoofddoek is er nog steeds niet.
Claudia: "Het beste zou zijn als ik die wel zou dragen. Maar ik zou nu weinig
steun hebben in mijn omgeving."
Er ligt wel een sjaaltje om haar nek. Dat is handig voor bij het bidden: dan kan ze
dat meteen omdoen. En in de moskee of op islamitische bijeenkomsten draagt ze
de hoofddoek ook, vertelt Claudia. "Ooit ga ik hem overal dragen, en dan doe ik
hem nooit meer af. Misschien als ik getrouwd ben, of kinderen heb gekregen. Ik
zie de hoofddoek vooral als een teken van aanbidding. En er is meer: het staat
voor seksuele onbereikbaarheid. Het maakt je herkenbaar als moslim, en minder
aantrekkelijk." Een glimlach. "Vrouwen kunnen zich inhouden, mannen niet."
Radicalisering en het geloof
Sociologen van de Universiteit Utrecht onderzoeken hoe het geloof van
moslimjongeren in Nederland zich ontwikkelt. Vanaf 2010 volgden ze 5000
Nederlandse scholieren, toen 14- en 15-jarigen, nu zo’n 20 jaar oud. Ze
zien dat jongeren vaak het geloof van hun ouders overnemen. Maar ze
worden ook beïnvloed door anderen. Hoogleraar sociologie Frank van
Tubergen: “Door vriendjes en klasgenoten kun je worden aangestoken. Als
je gelovig bent opgevoed, en je zit in een klas met veel seculiere jongens
en meisjes, krijg je daar iets van mee.” Andersom werkt het ook. Van
Tubergen: “In een klas met veel gelovige kinderen behouden jongeren
vaak hun geloof. Nederlandse jongeren die ongelovig zijn opgevoed en
bijvoorbeeld islamitisch worden, dat is zeldzaam. Des te meer mensen op
elkaar lijken, des te meer ze elkaar beïnvloeden. Turkse jongeren worden
vooral beïnvloed door Turkse jongeren. Nederlandse jongeren het meest
door Nederlandse jongeren.”
Dag des oordeels
Ze zit tussen twee vuren, zegt Claudia. "Moslims willen dat ik een hoofddoek ga
dragen. Ik krijg steeds van alles over me heen. Dan vinden ze me geen 'echte'
moslim, of helemaal geen moslim. Maar dat verketteren, daar doe ik niet aan
mee. Voor mijn part drink je. Alleen God kent je beweegredenen. Men vindt het
ook niet kunnen dat ik een hondje heb - het zou een onrein dier zijn. Moet ik
iedereen gaan zeggen dat ik hem nodig heb vanwege mijn PTSS? Dat ik me
minder alleen voel?"
Dit is precies waar moeder Patricia na haar katholieke opvoeding genoeg van
had. "Waarom denken mensen al die dingen te kunnen bepalen voor anderen? Ik
ben vroeger altijd braaf meegegaan naar de kerk, tot mijn zestiende. Mijn moeder
vroeg de pastoor om raad: 'Het is een goed kind hoor, maar ze wil niet meer
mee'. Zijn antwoord? 'God zal wel over haar oordelen'."
Ze is er nog verontwaardigd over. "Dat vond ik toch zó stuitend."
Claudia: "Hij had wél gelijk."

Patricia neemt een slok thee.
Claudia: "Jij vat het negatief op. Maar hij kan het ook positief bedoeld hebben: dat
God wel zou begrijpen dat je niet naar de kerk wilde."
Patricia: "Ik denk gewoon niet dat het zo werkt, de dag des oordeels. Ik denk dat
we zelf, met hulp van God en alle zielen naar ons leven zullen kijken. We zijn
geen schapen."
Claudia: "Schepselen, mam! Kijk, moslims zeggen: ongelovigen gaan sowieso
naar de hel, maar dat geloof ik niet. Je bent een goede moeder, dat is waar het
God om gaat, denk ik."