'De euro splijt Europa

'
Door: Jan Kleinnijenhuis, Marco Visser − 04/10/16, 21:36

© Merlijn Doomernik. Joseph Stiglitz
EUROZONE Als de eurolanden niet hervormen en blijven aanmodderen is
een nieuwe crisis onvermijdelijk, verwacht de Amerikaanse econoom en
Nobelprijswinnnaar Joseph Stiglitz.
De munt verdeelt Europa in noord en zuid. Het zorgt voor achterdocht,
woede en wrok
Tien jaar lang werkten twaalf landen binnen de EU aan een enorm economisch
laboratorium, dat op 1 januari 2002 de deuren opende. Joseph Stiglitz had er naar
uitgekeken. De inmiddels 73-jarige winnaar van de Nobelprijs voor de economie
was altijd al gefascineerd door economische integratie. De euro zou het grootste
experiment zijn dat hij ooit zou meemaken. En het leidt helemaal nergens toe,
concludeert de Amerikaanse econoom veertien jaar later.
"De euro zou welvaart moeten brengen", zegt hij. "En solidariteit. Maar de euro
zorgt juist voor het tegendeel. De munt verdeelt Europa in noord en zuid. Het
zorgt voor achterdocht, woede en wrok."
Euro zet landen tegen elkaar op
Het is de centrale boodschap van Stiglitz' boek 'De euro' die als ondertitel heeft:
'Hoe de gemeenschappelijke munt de toekomst van Europa bedreigt'.
Deze hoe-vraag beantwoordt Stiglitz door aan te tonen dat de euro landen tegen
elkaar opzet. Rijke landen profiteren van de munt ten koste van de zwakke
lidstaten. Dat is terug te zien aan de overschotten op de handelsbalans.
Duitsland en Nederland bijvoorbeeld exporteren veel meer dan zij invoeren.
Onder de streep blijft een positief saldo over van miljarden euro's. Nederland is
daar best gelukkig mee. Het resultaat van goed economisch beleid, vinden
bewindslieden.
"Maar het overschot van de een, is het tekort van de ander", zegt Stiglitz, die
afgelopen weekend Nederland bezocht. "Dat overschot roept in landen als

Duitsland en Nederland een gevoel op van deugdzaamheid." Een overschot is
volgens Stiglitz prima voor een individueel huishouden, maar niet voor een land.
"Als een land een overschot heeft, gaat dat ten koste van anderen. Het is een
zero sum game."

Probleem is dat het vooral een papieren afspraak is. Niemand tikt
Duitsland op de vingers
Papieren afspraak
Dat ziet niet iedereen zo. In het voorwoord van Stiglitzs boek schrijft de Belgische
econoom Geert Noels dat 'de eurozone geen eiland is, zoals in de economischtheoretische modellen die we op de universiteiten en uit economische
handboeken leren'. Eurolanden handelen ook met andere continenten. Daarom is
het volgens Noels best mogelijk dat alle landen in de eurozone een overschot
boeken.
Waar Stiglitz volgens critici ook aan voorbijgaat, is dat de eurozone de regels
verbetert. Zo spraken Europese leiders in 2011 af dat de overschotten niet te
hoog mochten worden. Zeer tegen de zin van Duitsland en Nederland.
Probleem is dat het vooral een papieren afspraak is. Niemand tikt Duitsland op de
vingers. Hetzelfde dreigt te gebeuren bij een eventuele redding van Deutsche
Bank. Volgens de nieuwe regels mag de staat de bank niet te hulp schieten. Het
zijn vooral de noordelijke landen geweest die hier op aandrongen. Zo willen zij
voorkomen dat zij indirect opdraaien voor de verliezen van Zuid-Europese
banken. Maar nu een Duitse bank wankelt, denkt Stiglitz dat er ergens een
achterdeurtje opengaat. Het zijn dat soort machtsspelletjes waar hij voor
waarschuwt. Zij zetten kwaad bloed in het zuiden van Europa, dat wel aan de
strenge regels moet voldoen. Dat is vooral terug te zien in Griekenland, waar
bondskanselier Angela Merkel geregeld met een smal snorretje op haar bovenlip
is afgebeeld.
Afgaand op wat ik zie is aanmodderen de meest waarschijnlijke optie
Boeman
Daarover gesproken, Stiglitz zelf maakte volgens critici dit weekend ook een
uitglijder door in een interview met de Volkskrant het Duitse 'regels zijn regels' te
vergelijken met 'bevel is bevel'. Dat is wel in lijn met de toon die Stiglitz in zijn
boek aanslaat als hij het over Duitsland heeft. Ook de Vlaming Noels schrijft dat
Duitsland te veel wordt afgeschilderd als grote boeman. In het voorwoord wijst hij
er op dat het juist Duitsland is dat de Europese kar trekt. De anti-Duitse
sentimenten zijn wel begrijpelijk, schrijft de Belgische econoom, gezien het
optreden tijdens de Griekse crisis. Toen hield Berlijn wel erg nadrukkelijk de
belangen van enkele grote Duitse banken in het oog.
Griekenland heeft al jaren een tekort op de handelsbalans. Vroeger kon Athene
het evenwicht herstellen door de drachme te devalueren. Dat maakte de feta en
olijfolie goedkoper voor het buitenland. Tegelijkertijd werden buitenlandse
producten duurder, wat de import afremde. Maar devalueren zoals vroeger kan
niet meer. De oprichters van de eurozone hebben daar een oplossing voor

bedacht: interne devaluatie. "Dat wil zeggen dat tekortlanden hun lonen en
prijzen verlagen. Maar landen accepteren geen loonsverlaging van 20 procent.
Stel dat ze dat wel zouden doen, dan zullen veel burgers het hoofd niet boven
water kunnen houden. Er zouden minder belastinginkomsten zijn, meer
faillissementen, banken zullen verzwakken waarna spaarders hun geld van de
bank halen. Zo kom je in een vicieuze cirkel, zoals Griekenland is overkomen."

© Merlijn
Doomernik. Joseph Stiglitz

Door jarenlange depressies neemt de bitterheid tegenover elkaar alleen
maar toe. Dat maakt het lastiger om samen tot een akkoord te komen
Slechtse scenario het waarschijnlijkst
Stiglitz voorziet voor de eurozone drie scenario's. Verbetering van de euro door
een grondige herziening van regels en instituten, stoppen met de munt door
vriendelijk afscheid te nemen van elkaar of blijven aanmodderen. Welk scenario
het wordt?
"Afgaand op wat ik zie is aanmodderen de meest waarschijnlijke optie. Dat is
direct ook de slechtste van de drie scenario's. Vooral omdat tijdens het
aanmodderen twee dingen gebeuren. Allereerst zijn er enorme kosten die je niet
kunt herstellen. Je verliest complete generaties aan werkloosheid. Ten tweede

neemt door jarenlange depressies de bitterheid tegenover elkaar alleen maar
toe. Dat maakt het lastiger om samen tot een akkoord te komen."
Zo'n akkoord moet zorgen voor een schuldenverdeling tussen noord en zuid,
nauwere samenwerking, een bankenunie en stoppen met de rigide
begrotingsregels. Want alleen dan is de euro volgens Stiglitz te redden.
Op zijn manier is Stiglitz best optimistisch over de haalbaarheid van dergelijke
hervormingen. Op dit moment moeten vooral noordelijke landen niets weten van
bijvoorbeeld schuldverdeling. "Ik vertrouw er op dat Europa bij een nieuwe crisis
wel de goede beslissingen neemt en de juiste instituten en regels optuigt." Die
nieuwe crisis is volgens Stiglitz onvermijdelijk als de eurolanden volharden in
aanmodderen. Dan moeten de eurolanden wel actie ondernemen "omdat zij dan
het pistool tegen hun hoofd voelen".

Het hele concept van deze munt was een voorbeeld van gebrekkig
economisch denken, vermengd met ideologie
Gebrekkig economisch denken
In zijn boek vraagt Stiglitz zich af hoe het mogelijk is dat intelligente,
goedbedoelende staatslieden zulke grote fouten hebben gemaakt met de euro.
"Het hele concept van deze munt was een voorbeeld van gebrekkig economisch
denken, vermengd met ideologie", schrijft hij. De verkeerde keuzes die telkens
weer worden gemaakt, ligt volgens Stiglitz besloten in de aard van politiek.
"Politiek gaat over nationale kwesties en is van nature gericht op de korte
termijn. Je wordt gekozen voor vier jaar waarbij je na twee jaar al denkt aan de
volgende verkiezingen. Bij veel hervormingen zijn de voordelen pas op langere
termijn zichtbaar. Anders is dat bij de kosten. Die moet je direct betalen. Het
denken in korte termijnen is dus ingebouwd in ons democratisch proces."
Daar komt nog eens bij dat politici alleen rekening houden met de eigen
inwoners. "Door hen worden zij gekozen. Politici denken 360 dagen per jaar aan
hun eigen bevolking. Op de resterende dagen gaan ze naar een topontmoeting,
zoals laatst in Bratislava. Dan moeten zij de pet afdoen die ze 360 dagen per jaar
dragen en een nieuwe, Europese pet opzetten."
Stiglitz heeft het zelf van nabij meegemaakt. Tussen 2009 en 2011 was hij
adviseur van de Griekse premier George Papandreou. Hij zag hoe de leiders van
de eurozone bij Papandreou de duimschroeven aandraaiden toen de Griekse
premier een referendum uitschreef over het financiële reddingspakket uit Europa.
De woedende reacties uit de noordelijke lidstaten en van de Brusselse leiders
Herman Van Rompuy en José Manuel Barroso vond Stiglitz moeilijk te begrijpen.
Dezelfde reflex zag de econoom bij de huidige voorzitter van de Europese
Commissie, Jean-Claude Juncker. Deze 'trotse schepper van het Luxemburgse
belastingparadijs' koos na de Brexit voor de harde lijn. "Begrijpelijk misschien, als
je bedenkt dat hij weleens de geschiedenisboeken in kan gaan als degene onder
wiens bewind zich het begin van het einde van de EU heeft voorgedaan", sneert
Stiglitz in zijn boek. Europa moet streng zijn voor de Britten "want anders zouden
andere lidstaten er ook weleens uit willen stappen. Wat een reactie! Volgens

Juncker moet Europa dus niet bij elkaar blijven omwille van de voordelen die dat
biedt en die meer dan opwegen tegen de kosten, niet omwille van economische
voorspoed, een gevoel van solidariteit, van Europese trots. Nee, Europa moet bij
elkaar blijven uit angst om wat er zal gebeuren als een land eruit stapt."
Deel zijn van Europa heeft niets te maken met de euro. Niemand zal
zeggen dat Zwitserland geen Europa is
Periferie
Ook de huidige Griekse premier Tsipras kreeg te maken met felle weerstand uit
Europa toen hij vorig jaar een referendum uitschreef. Het volk stemde tegen
invoering van de opgelegde bezuinigingen, waarna Tsipras toch door de knieën
ging voor Brussel. Waarom doet Griekenland dat? Waarom akkoord gaan met
maatregelen die de Griekse economie aantoonbaar schaden? "Omdat landen in
de periferie zo graag deel willen zijn van Europa. Maar daarbij maken ze een fout.
Deel zijn van Europa heeft niets te maken met de euro. Niemand zal zeggen dat
Zwitserland geen Europa is. Dat land is niet eens lid van de EU."
Wat ook bij Griekenland speelt, is het gevoel van veiligheid, zegt Stiglitz. Tussen
1967 en 1974 heerste in Griekenland een dictatuur. "De Grieken denken: zolang
wij deel zijn van Europa, zal dat nooit meer gebeuren. Daarom accepteren de
Grieken zoveel. Nu waren er mensen in de regering van Tsipras die uit de euro
wilden stappen, maar zij verlieten de regering. Inderdaad, net als de Griekse
minister van financiën Yanis Varoufakis. Hun analyse was dat de kosten van een
terugkeer naar de drachme lager waren dan de kosten van de jarenlange
economische depressie. Ik deel die analyse. Het enige dat nu gebeurt, is
problemen vooruitschuiven terwijl de kans groot blijft dat Griekenland de euro
alsnog verlaat."
De anti-democratische reflexen uit Brussel, het aanmodderen met de euro, er zijn
politieke partijen die er korte metten mee willen maken. Front National in
Frankrijk bijvoorbeeld, Ukip in Groot-Brittannië en de PVV in Nederland. Maar
Stiglitz zal geen advies geven om op de PVV te stemmen. Tot zijn afschuw zag hij
eerder Front National-leider Marine Le Pen met zijn boek zwaaien. De rechtsextremistische partijen willen helemaal af van de EU. Stiglitz wil dat uitdrukkelijk
niet. Hij is juist bezorgd over de toekomst van Europa en wil met een hervormde
euro de EU juist versterken.
"Er is sprake van woede, begrijpelijke woede", schrijft hij in zijn nawoord. "Maar
stemmen vanuit woede - zoals bij het Brexit-referendum een (beslissend) aantal
kiezers gedaan heeft - lost de problemen niet op. Mogelijk komen er dan politici
aan de macht en ontstaat er een politiek-economische situatie waardoor deze
stemmers nog slechter af zijn."