Islam enquête editie 2016 Toelichting bij gehanteerde methode

Journalistieke aanleiding en overwegingen

Doel: in beeld brengen van de beleving/opinie van de moslim anno 2016.
Meerbepaald het in kaart brengen van huidige percepties ten aanzien van en
beleving van de recente incidenten (aanslagen). Insteek is om Moslims aan het
woord te laten. Een minoriteit die in vele debatten vaak besproken wordt vanwege
die incidenten. Het lijkt een journalistieke evidentie om dat verder te onderzoeken,
niettegenstaande de technische beperkingen en uitdagingen die dat met zich
brengt. (cfr. infra).

Overwegingen: Bij de bewuste overweging inzake de te hanteren opzet en insteek
werd al snel duidelijk dat voor het meten van de actuele, meest recente opinies
rond een breed scala aan aantal actuele thema’s, een beroep doen op eventueel
reeds uitgevoerd universitair/ academisch onderzoek onvoldoende was.

Context – wettelijk kader: Daarnaast maakt tevens dat het ontbreken van enige
vorm van academisch geijkte populatiegegevens van de beoogde doelgroep, dit
wegens de wet op de privacy, met zich brengt, dat het opstellen van geavanceerde
steekproefkaders onmogelijk is. Er bestaat immers geen enkele database, bestand
of register om zich op profielgegevens op basis van geloof te beroepen. Meer nog,
het is zelfs juridisch niet toegelaten in België dat gelijk welke organisatie (inclusief
overheidsinstanties) dit zouden mogen opnemen in registers.

Context – tijdskader: Ook de doorgaans lange doorloop – en opstarttijd van zo’n
aanpak zou maken dat de actuele meningen en de mogelijke volatiliteit van deze
(bij bijvoorbeeld het zich manifesteren van een mogelijk nieuw incident of
gebeurtenis waar ook ter wereld in die context) de relevantie van die resultaten zou
kunnen hypothekeren. Bijgevolg werd in dat licht geopteerd voor de onderstaande
methode.

Onderzoeksopzet: vervolgonderzoek, 9 jaar na het 1ste onderzoek. Het in kaart
brengen van de meest recente tendensen qua opinies via het monitoren van de
evolutie in vergelijking met het voorgaande onderzoek van 2007.

Technische info

Organiserende partijen: Humo en VTM Nieuws en opiniepeiler iVOX

Methode:
o Kwantitatief

onderzoek,

surveyonderzoek

met

gestandaardiseerde

vragenlijst (gesloten vragen), met daarbij

een selectie van het iVOX onderzoekpanel (1) na het uitvoeren van
een beperkte naam-analyse evenals analyse van de moedertaal. Op
die manier konden van de 150.000 Belgische panelleden die
woonachtig zijn in België reeds worden uitgefilterd wegens niet
behorende tot de beoogde doelgroep.

Deze selectie werd aangevuld met straatinterviews (2) op basis van
random selectie in Brussel, Antwerpen, Gent, Genk, Mechelen en
Leuven,

waarbij

willekeurig

mensen

werden

aangesproken,

gescreend op de filtervragen zoals werd vooropgezet en desgevallend
bevraagd.

Tot slot werd dit aangevuld met de zogeheten sneeuwbalmethode
(3), waarbij via een netwerk van moslims, in de reeds vermelde
steden, een extra mix van respondenten werd geïnterviewd of werd
uitgenodigd om wanneer het beter zou passen om te participeren aan
de online survey.

Veldwerk: de enquêteurs (voor 2 en 3) waren zowel mensen die zichzelf moslims
noemen als mensen die zich omschrijven als niet moslim, van verschillende
geslachten en achtergrond om interviewereffecten zo maximaal mogelijk te
vermijden.

Periode: de interviews werden afgenomen tussen 17 en 30 september 2016.

Topics waarnaar werd gepeild:
o Screeningvragen:

Geloof

o Profielvragen:
Als achtergrondvariabelen met het oog op het controleren op het
bereiken van een zo breed mogelijke mix van mensen (cfr. supra, dit
wegens

het

ontbreken

van

een

officieel

populatiekader,

niettegenstaande hier niet werd op gewogen)

2

Socio-demografische profilering

Media gebruik

Intensiteit van beleving van het geloof

Stemintenties bij eventuele verkiezingen voor Federaal Parlement

o Opinievragen:

Ervaring van discriminatie

Geluk en mate van welbevinden

Inschatting van de impact van de recente aanslagen op samenleven

Beeld tov andere bevolkingsgroepen

Inschatting van ervaren begrip voor het geloof

Visie op eigen geloof

Vertrouwen in instituties

Ervaringen met en opinie over IS

Perceptie inzake mogelijke oorzaken van radicalisering

Kenmerken doelgroep:
o Origine: personen van Noord-Afrikaanse of Turkse origine die zich als gelovig
omschrijven en zich het meest verwant voelen met de Islam
o Leeftijd: tussen 16-55 jaar
o Regio: woonachtig in het Brusselse gewest of in de Vlaamse centrumsteden
Gent, Genk, Antwerpen, Mechelen en Leuven
o Taal: die Nederlands of Frans begrijpen/spreken/kunnen lezen

Gehanteerde instrumenten/kanalen voor de data collectie:
o Respondenten werden geïnterviewd ofwel online via hun eigen smartphone,
tablet of PC of wel via papieren enquêtes die werden ingevuld en vervolgens
verwerkt.
o De verdeling naar concrete invulmethode is als volgt:

-

39% hebben een papieren vragenlijst ingevuld

-

61% hebben de vragenlijst online ingevuld

Samenstelling set van netto respondenten:
o Data-cleaning

Controle voor de zogeheten “speedsters” (voor alle online
deelnames) i.c. op snelheid van invullen

Inhoudelijke consistentie

o Verdeling van de weerhouden 500 respondenten volgens kanaal van
rekruteren
3

Respondenten uit het iVOX onderzoekspanel 35%

Straatinterviews (publieke ruimtes): 45%

Deelname op basis van sneeuwbalmethode: 20%

o Verdeling volgens socio-demografische variabelen:

72% mensen woonachtig in Vlaams Gewest, 27% Brussels
hoofdstedelijk gewest

74% Nederlandstaligen, 26% Franstaligen

45% mannen en 55% vrouwen

46% 16-29 jarigen, 35% 30-44 jarigen, 19% 45-55 jarigen

61% met hoogstens diploma middelbaar onderwijs, 39% met
diploma hoger onderwijs (of bezig met hogere studies)

Metadata van het veldwerk:
o De gemiddelde invultijd bedroeg ongeveer 15 minuten

Principes inzake anonimiteit en privacy:
o Alle individuele gegevens die verzameld werden tijdens het onderzoek,
werden confidentieel behandeld en verwerkt.
o De Persoonsidentificatiegegevens (naam, adres en e-mailadres) werden
enkel gebruikt ter controle van de data

Interpretatie Foutenmarges:
o De theoretische maximale foutenmarge bedraagt 4,3%. Dit is de indicator
(als afhankelijke variabele) op basis van het hanteren van de klassieke
formule die standaard in de statistiek wordt gebruikt en dit op basis van de
onafhankelijke variabelen met de volgende kenmerken: een reële
populatiegrootte tussen 100.000 en 1.000.000, bij een spreiding van het
onderzochte kenmerk op N=50% (dit is de meest conservatieve setting), bij
N= 500 en bij een gewenst betrouwbaarheidsniveau van 95%.
o In het licht van het ontbreken van de hogervermelde officiële
populatiegegevens en het dientengevolge moeten hanteren van aangepaste
methoden om het veldwerk te realiseren is bovenstaande berekening van
de theoretische foutenmarge eerder indicatief.

4