You are on page 1of 4

CITATEN BETREFFENDE NIEUW LICHT.

"Kosthaar licht zal schijnen vanuit het woord, van God, en laat niemand het wagen
voor te schrijven wat wel of niet aan het volk voorgehouden zal worden in de boodschappen
van verlichting die Hij (God) zal zenden, waardoor de Geest van God tot zwijgen
wordt gebracht. Niemand, hoe belangrijk zijn positie ook mag zijn, heeft het recht om het
volk het licht te onthouden. Wanneer een boodschap in de naam van God tot Zijn volk
komt, mag niemand zich verontschuldigen om zich te onderwerpen aan een onderzoek van
haar eisen. Niemand kan het zich veroorloven zich terug te trekken in een houding van
onverschilligheid en zelfvertrouwen, en zeggen: 'Ik weet wat waarheid is, ik ben tevreden
met mijn toestand. Ik heb mijn grenzen bepaald en ik zal niet van mijn standpunt
afwijken, wat er ook mag komen. Ik zal niet naar de boodschap van deze boodschapper
luisteren; want ik weet dat het gn waarheid kan zijn.' Het is vanwege het volgen van
deze koers dat de populaire kerken in gedeeltelijke duisternis werden achtergelaten, en dat
is de reden waarom de boodschap van de hemel hen nog niet bereikt heeft.' (CSW., p.
28.)

"Als er een boodschap komt die u niet begrijpt, neem dan de moeite om de redenen te
horen die de boodschapper kan geven, vergelijk schriftgedeelte met schriftgedeelte, zodat
u kunt weten of het wel of niet ondersteund wordt door het woord van God. Indien u
geloofd dat de ingenomen standpunten niet het woord van God als hun fundament hebben,
als het standpunt dat u inneemt over het onderwerp niet kan worden bestreden, gebruik
dan uw gezond verstand; want uw standpunt zal niet aan het wankelen worden gebracht
door in contact te komen met dwaling. Er is geen waarde of mannelijkheid in het
voortdurend strijden in het duister, door dat u zou kunnen horen, door het verharden van
uw hart in onwetendheid en ongeloof uit vrees dat u zich zult moeten vernederen en
erkennen dat u licht hebt ontvangen over sommige punten van de waarheid.

"Zich afzijdig houden van een onderzoek van de waarheid is niet de wijze waarop men
het uitdrukkelijke bevel van de Verlosser: 'Onderzoekt de Schriften' (Joh. 5:39), ten
uitvoer kan 'brengen. Is dat soms graven naar verborgen schatten om de resultaten van
iemand' s arbeid een hoop rommel te noemen, en indien men geen nauwkeurig onderzoek
doet om te zien of er wel of geen kostbare juwelen der waarheid zijn die u veroordeelt?
Zullen zij die bijna alles moeten leren zich onthouden van iedere samenkomst waar er een
kans geboden wordt de boodschappen te onderzoeken die tot het volk komen, eenvoudigweg
omdat zij zich inbeelden dat de zienswijzen die de leraren der waarheid opnahouden
niet in overeenstemming kunnen zijn met datgene wat zij als waarheid hebben opgevat?
De Joden in de dagen van Christus hebben op dezelfde wijze gehandeld, en wij zijn
gewaarschuwd niet te handelen als zij deden, door eerder de duisternis dan het licht te
kiezen, 'want er was in hen een boos hart van ongeloof door zich af te scheiden van de
levende God.' Niemand van hen die zich inbeelden dat zij alles weten is te oud of te
intelligent om te leren van de/nederigste der boodschappers van de levende God." (CW.,
p. 29, 30.)

"Schuw de begeerten der jeugd en jaag naar gerechtigheid, naar trouw, naar liefde en
vrede met hen, die de HERE aanroepen uit een rein hart. Maar wees afkerig van de
dwaze en onverstandige strijdvragen; gij weet immers, dat zij twisten teweeg brengen.' (2
Tim. 2:221 23.) (.H) Groeien in genade is een getuigenis van het feit dat u met Christus
verbonden bent zoals de rank aan de wijnstok verbonden is. Als u in Hem blijft, zult u
kracht bezitten om geestelijke waarheden te onderscheiden, want geestelijke dingen
worden geestelijk onderkend. (...) " ,Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk
en het woord Gods blijft in u, en gij hebt de boze overwonnen.''' (1 Joh. 2:14; CSW., p.
30.)
"Indien u de heilige verantwoordelijkheid op u genomen hebt om anderen te onderwijzen,
hebt u de plicht op u genomen om tot op de bodem van ieder onderwerp te gaan die
u tracht te onderwijzen (.) U zou ijverig de bewijzen moeten onderzoeken van het woord
van God over de boodschappen die Hij aan de kerk stuurt, zodat u kunt weten wat
waarheid is, en dat u zo in staat bent de schreden van hen die naar u opzien op de weg
van gerechtigheid te richten." (CSW. p. 31.)

"Wanneer er gevraagd wordt om te luisteren naar de redenen van een leerstelling die u
niet begrijpt, veroordeel dan de boodschap niet totdat u haar aan een grondig onderzoek
hebt onderworpen en vanuit het woord van God hebt begrepen dat zij niet te verdedigen
is. (...) God heeft, juist in deze tijd, kostbaar licht dat tot Zijn volk zal komen, en u zou
ernstig ernaar moeten streven om in uw onderzoekingen op niets minder te doelen dan op
een grondige kennis van ieder punt der waarheid, zodat u op de dag van God niet onder
hen gevonden wordt die niet geleeft hebben naar ieder woord dat uit de mond Gods gaat.
(.. .)
"Wanneer nieuw licht aan de kerk aangeboden wordt, is het gevaarlijk u ervoor af te
sluiten. Weigeren te luisteren omdat u bevooroordeeld bent tegen de boodschap of de
boodschapper zal uw zaak niet rechtvaardigen voor God. Door datgene te veroordelen
wat u niet gehoord hebt en niet begrijpt, zal uw zaak niet vergroten in de ogen van hen
die oprecht zijn in hun onderzoekingen van de waarheid. En met minachting spreken over
hen die God gestuurd heeft met een boodschap van waarheid is dwaas en krankzinnig."
(CSW. 32.)

"Als zij [onze jeugd] zich verankeren in het geloof dat de hele waarheid is geopenbaard,
zullen zij het gevaar lopen kostbare juwelen der waarheid terzijde te leggen die
zullen worden ontdekt als men zijn aandacht richt op het doorzoeken van de rijke mijn
van Gods woord." (CSW. p. 33.)

"De meningen van uw bondgenoten mogen waardevol voor u zijn, maar u zou niet op
hen moeten vertrouwen zonder besliste gedachten voor uzelf op na te houden. U zou de
waarheden moeten onderzoeken waarin u geleerd bent te geloven, totdat u weet dat zij
vlekkeloos zijn." (CSW. p. 33.).

"Er zal altijd nieuw licht worden geopenbaard vanuit het woord van God aan degene
die in levende verbinding staat met de Zon der Gerechtigheid. Laat niemand tot de
slotsom komen dat er geen waarheid meer zal worden geopenbaard. De ijverige, biddende
zoeker naar waarheid zal nu nog kostbare lichtstralen zien schijnen vanuit het woord van
God. Vele edelstenen die nog verspreid liggen zullen worden verzameld om het bezit te
worden van het overgebleven volk van God." (CSW. p. 34.)

"De grote waarheden die gedurende eeuwen zijn genegeerd en ondergewaardeerd,


zullen worden geopenbaard door de Geest van God, en nieuwe betekenissen zullen
uitstralen van bekende teksten. Iedere bladzijde zal worden verlicht door de Geest der
waarheid. De Bijbel is niet verzegeld maar ontzegeld. De meest kostbare waarheden zijn
geopenbaard; de levende Godspraken worden gehoord door verbaasde oren, en het
geweten van de mensen wordt tot aktie opgewekt." (CSW. p. 35.)

"Onze broeders zouden gewillig moeten zijn om op een oprechte wijze iedere
strijdpunt te onderzoeken. Als een broeder dwaling onderwijst, behoren zij die
verantwoordelijke
positie bekleden het te weten; en indien hij waarheid onderwijst behoren zij
naast hem hun standpunt in te nemen. Wij zouden allen moeten weten wat er onder ons
onderwezen wordt; want als het waarheid is, hebben wij het nodig. Wij zijn allen aan God
verplicht te weten wat Hij ons stuurt. Hij heeft ons aanwijzingen gegeven waarmee wij
iedere leerstelling kunnen toetsen: -- 'Tot de Wet en tot de getuigenis: indien zij niet
spreken naar dit woord, komt het omdat er geen licht in hen is.' (Jes. 8:20, King James
vertaling.) Als het aangeboden licht aan deze bijbeltekst voldoet, zullen wij niet weigeren
het te aanvaarden omdat het niet in overeenstemming is met onze ideen. (...) Ongeacht
door wie licht wordt gestuurd, wij zouden onze harten moeten openen om het te accepteren
met de nederigheid van Christus. Maar velen doen dit niet. Wanneer er een omstreden
punt gepresenteerd wordt, voeren zij vraag na vraag op, zonder in te stemmen met een
punt wanneer het wordt bekrachtigd. Moge het zo zijn, dat wij handelen als mensen die
naar licht verlangen! Moge God ons dagelijks Zijn Heilige Geest schenken,dat het licht
Zijns aanschijns op ons moge schijnen, en dat wij leerlingen in de school van Christus
mogen zijn." (GW. 300, 301.)

"Wanneer een leerstelling wordt aangeboden waar wij niet vertrouwd mee zijn, zouden
wij naar Gods Woord moeten gaan, de Heer in gebed zoeken, en de vijand geen ruimte
mogen geven om binnen te komen met achterdocht en vooroordeel. Wij zouden nooit die
geest de kans moeten geven om zich te openbaren, die de priesters en oversten veroordeelde
tegenover de Verlosser van de wereld." (GW. 301.)

"Niemand kan zich excuseren met het stadpunt dat er geen waarheid meer zal worden
geopenbaard, en dat al onze uiteenzettingen van de Schrift vrij van dwaling zijn. Het feit
dat sommige leerstellingen door onze mensen gedurende vele jaren voor waarheid zijn
gehouden, is geen bewijs dat onze ideen feilloos zijn. Leeftijd zal van dwaling geen
waarheid maken, en de waarheid. kan het zich veroorloven waar te zijn. Van geen enkele
ware leerstelling zal bij nader onderzoek iets verloren gaan.
"Wij leven in tijden vol gevaar, en het betaamt ons niet maar alles te accepteren
waarvan wordt beweerd dat het op waarheid berust zonder het grondig te onderzoeken.
Ook kunnen wij het ons niet veroorloven maar iets te verwerpen wat de vruchten draagt
van Gods Geest; wij moeten echter ontvankelijk, nederig en zachtmoedig van hart zijn.
Maar sommigen stellen alles ter discussie wat niet met hun ideen overeenkomt, en door
dit te doen brengen zij net zo zeker hun eeuwig belang in gevaar zoals de joodse natie
toen zij Christus verwierpen." (CW. 35, 36.)

"Wij moeten vele lessen leren, en moeten veel, zeer veel afleren. Alleen God en de
hemel zijn onfeilbaar. Zij die denken dat zij nooit een gekoesterde mening behoeven op te
geven, die nooit de gelegenheid hebben van mening te veranderen, zullen teleurgesteld
worden. Zolang wij met vast beraden hardnekkigheid vasthouden aan onze eigen ideen,
kunnen wij de eenheid niet bezitten waar Christus voor bad." (Lees Johannes 17. CW.
37.)

"Zelfs Zevende Dag Adventisten lopen het gevaar hun ogen te sluiten voor de
waarheid zoals het in Jezus is, omdat het in tegenspraak is met datgene wat zij als
waarheid hebben aangenomen maar waarvan de Heilig Geest leert dat het dwaling is.
Laten allen zeer ingetogen (bescheiden) zijn, en zeer ernstig trachten zichzelf weg te
cijferen, en Jezus te verheffen." (TM. 70, 71.) (Lees Matt. 12:31-37; Mark. 14:56; Luk.
5:21; Matt. 9:3.)

"Wij zouden Gods woord moeten onderzoeken met een berouwvol hart, een ontvankelijke
geest. (. ..) Wij zouden. de Bijbel niet moeten onderzoeken met het doel onze
vooropgezette meningen te rechtvaardigen, maar enkel het doel om te leren wat God heeft
gezegd." (TM. 105.)

"Zij die vooroordeel de kans geven het verstand te belemmeren tegen het ontvangen
van waarheid kunnen de ware goddelijke verlichting niet ontvangen. Toch, wanneer een
visie (zienswijze) van de Schrift aangeboden wordt, stellen velen niet de vraag: 'is het
waarheid -- is het in overeenstemming met Gods Woord?' Maar zij vragen: 'Door wie
wordt het aanbevolen?' En als het niet door dat kanaal komt dat hen bevalt aanvaarden zij
het niet. Zo volkomen tevreden zijn zij met hun eigen zienswijzen dat zij de bewijzen van
de Schrift met het verlangen om te leren niet zullen onderzoeken, maar weigeren
genteresseerd te zijn, louter vanwege bun vooroordeel." (TM. 106.)

"Wij zullen de meningen '(van verklaarders niet accepteren als de stem van God;zij
waren dwalende stervelingen zoals wij. (...)
"Wees echter voorzichtig datgene te verwerpen wat waarheid is. Het grote gevaar van
ons volk is dit geweest, dat zij zich afhankelijk hebben gemaakt van mensen, en hun
vertrouwen op de mens hebben gesteld. Zij die niet de gewoonte hebben om de Bijbel
voor zichzelf te onderzoeken, of bewijzen te overwegen, hebben vertrouwen in de leiders
en aanvaarden de beslissingen die zij maken; en zo zullen velen juist die boodschappen
verwerpen die God aan Zijn volk stuurt, in die deze leidinggevende broeders deze
boodschappen niet accepteren.

"Niemand zou moeten opeisen dat hij al het licht bezit dat er voor Gods volk is. De
HERE zal hier geen genoegen mee nemen. Hij heeft gezegd: 'Ik heb een geopende deur
gegeven, die niemand kan sluiten.' (Openb. 3:8.) Zelfs al zouden al onze leiders licht en
waarheid weigeren, zal die deur open blijven. De Here zal mannen (of mensen doen
opstaan die het volk de boodschap voor deze tijd zullen geven." (TM. 106, 107.)
"De Heer werkt nu niet om velen zielen in de waarheid te brengen, vanwege de
kerkleden die nooit bekeerd zijn geweest en vanwege hen die eens bekeerd waren, maar
afvallig geworden zijn. Wat voor een invloed zouden deze ongeheiligde leden hebben op
nieuwe bekeerlingen? Zouden zij niet de boodschap die door God is gegeven van haar
kracht beroven?" (6 Test. 371.)