You are on page 1of 6

Inleiding

Het rommelt in het Hilversumse. Met de komst van de nieuwe omroepen PowNed en Wakker
Nederland (WNL) zien programmamakers de bui al hangen: het inleveren van zendtijd en het
schrappen van programmas en medewerkers. En dat is ook precies wat er gaat gebeuren.
Netwerk en NOVA, beide zeer goed bekeken programmas1, verdwijnen door de nieuwe
indeling van de publieke omroep van de buis. De andere onderzoeksjournalistieke
programmas die voorlopig nog blijven bestaan verkeren ook in zwaar weer. Zembla verhuist
naar de late zaterdagavond en komt recht tegenover het eredivisievoetbal te staan: volgens
voormalig hoofdredacteur van NOVA en Andere Tijden, Ad van Liempt, is die plek de
begraafplaats van de Nederlandse televisie. Ook wordt er nog gerommeld met het aantal
zenduren dat Reporter krijgt toebedeeld.

Dit gaat problemen opleveren. Onderzoeksjournalistiek zorgt ervoor dat belangrijk nieuws en
grove misstanden aangetoond kunnen worden. Kijk naar zaken als de bouwfraude en de IRT-
affaire, die veel losgemaakt hebben in de politiek n in de Nederlandse samenleving. Door de
bouwfraude stapte toenmalig minister Korthals op, werden boetes voor fraudeurs verhoogd,
zijn bevoegdheden bij onderzoeken verruimd en moeten bouwbedrijven hun berekeningen
kunnen verantwoorden.
Met dank aan de IRT-affaire kwamen er veel wijzingen in het Nederlands Wetboek van
Strafvordering en stond de opsporingsmethode van de politie ter discussie.

Onderzoeksjournalisten zijn er dus om de wetgevende en bestuurlijke machten in dit land te


controleren en een spiegel voor te houden. Die controle dreigt, met de verdwijning van deze
programmas, dus weg te vallen. Een zorgelijke ontwikkeling, waar de burgers van Nederland
niets mee opschieten.

Daarom luidt mijn stelling:

Door de veranderingen bij de publieke omroep wordt de onderzoeksjournalistiek op de


Nederlandse televisie bedreigd.

Onder onderzoeksjournalistiek versta ik programmas met kritische en diepgravende


journalistiek, waardoor schandalen worden blootgelegd, beleid en macht wordt
gecontroleerd en veranderingen in de samenleving worden opgespoord. 2
Voorbeelden van deze programmas zijn dus de verdwijnende Netwerk en NOVA, maar ook
Reporter, Zembla, Undercover in Nederland en Andere Tijden. De toekomst van Reporter en
Zembla is nog onzeker.

1
NOVA trekt gemiddeld rond de 1,3 miljoen kijkers, Netwerk rond de 700.000. Bron: www.kijkonderzoek.nl
van de SKO.
2
Definitie onderzoeksjournalistiek door de VVOJ.
Taakverzuim

De publieke omroep profileert zichzelf al sinds jaar en dag als hofleverancier van
onderzoeksjournalistiek op de Nederlandse televisie. Informeren is hun core business. De
publieke omroep moet haar cruciale journalistieke en culturele functies op peil houden
volgens voormalig minister Plasterk. 3 Maar uitgerekend deze minister heeft toegestemd met
de toetreding van PowNed en WNL tot het bestel, waardoor onderzoeksprogrammas in de
problemen komen. De nieuwe omroepen krijgen ook nog eens primetime zendtijd.

Henk Hagoort, voorzitter Raad van Bestuur van de publieke omroep, riep bij zijn aantreden
dat de publieke omroep er goed voor staat en het verschil en impact kan maken op de
samenleving. 4 Hagoort laat geen gelegenheid onbenut om te beklemtonen dat
onderzoeksjournalistiek een kerntaak van Hilversum is. Alleen geeft hij nu de
verantwoordelijkheid voor het geld, dat aan die kwaliteitsjournalistiek besteed zou moeten
worden, over aan de omroepdirecteuren. De reden: zendgemachtigden moeten meer hun eigen
identiteit kunnen uitstralen. En dat stuit programmamakers tegen de borst.

Ad van Liempt laat zich behoorlijk negatief uit over de plannen van Henk Hagoort. Volgens
Van Liempt zitten de kijkers niet meer op een herzuiling van het publieke bestel te wachten,
en is dit idee typisch de filosofie van de enige echte geprofileerde zuil die er nog over was:
de EO. 5 De klok wordt met deze nieuwe plannen dertig jaar teruggedraaid, stelt Van Liempt.

En hij is daarin niet de enige. Niet alleen hoofdredacteuren van verdwijnende programmas
kiezen zijn kant, ook directeur Margo Smit van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten
(VVOJ) geeft Van Liempt gelijk. Smit twijfelt sterk aan de claim dat de publieke omroep
zichzelf hofleverancier noemt van onderzoeksjournalistiek. Het is denkbaar dat die nieuwe
programmas, bijvoorbeeld Nieuwsweek, onder het regime van elke week scoren gaan
vallen, vertelt Smit.6 Hagoort vertrouwt wat dit betreft te veel op de beloftes van
omroepbazen.

Roel Geeraedts, onderzoeksjournalist bij RTL Nieuws, ziet ook niets in de herzuiling van de
publieke omroep. Ik vrees dat we meer 'meningen'-programma's terug krijgen zoals
talkshows en opinirende journalistieke programma's. Een domme keuze, omdat het publiek
kritischer is geworden en veel meer en harde feiten wil hebben om daar zelf een mening over
te kunnen vormen, in plaats van een omroep die je vertelt wat je er van moet vinden.7

Margo Smit liet zich al eerder laatdunkend over de plannen uit. De Nederlandse Publieke
Omroep (NPO) zette een advertentie in het Jaarboek Onderzoeksjournalistiek van de VVOJ
met de tekst De NPO is trots op iedereen die bijdraagt aan de hoogwaardige
onderzoeksjournalistiek bij de publieke omroep. Smit vergeleek deze slogan met die van WC
eend: de houdbaarheid van de tekst van de NPO zou een stuk korter zijn dan die van WC
eend. 8

3
Geschreven in het consultatiedocument toekomstverkenning publieke omroep, 18 december 2009, door Ronald
Plasterk.
4
Nieuwsbericht van http://www.medianieuwtjes.nl/?p=5446, op 31 januari 2008.
5
Opiniestuk Sluipmoord op Zembla, geschreven door Ad van Liempt, op De Nieuwe Reporter, 19 februari
2010
6
Gesproken met Margo Smit, maandag 19 april 2010
7
Gesproken met Roel Geeraedts, maandag 19 april 2010
8
Opiniestuk Onderzoeksjournalisten zijn bondgenoot van de burger door Margo Smit, 12 maart 2010
Onthullingen

De Commissie-Davids, het onderzoek naar de bouwfraude, de permanente JSF-debatten, het


stil leggen van de kernreactor in Petten, de maatregelen tegen de Q-koorts, gedragscodes voor
schnabbelende journalisten, de Arscop-affaire (het commissariaat van Elco Brinkman bij het
omstreden bedrijf van zijn oom), de IRT-affaire, de waarheid achter de leugens van Ayaan
Hirsi Ali: het was er allemaal niet geweest zonder langdurig journalistiek graafwerk op de
publieke zenders.

Critici twijfelen aan het belang van de dure onderzoeksjournalistiek voor de maatschappij.
Onderzoeksjournalistiek is inderdaad kostbaar: voor diepgravend onderzoek moet je veel
research plegen, veel telefoneren, veel dossiers doorzoeken. Dat is allemaal niet gratis. Goed
onderzoek lukt niet binnen drie dagen met enkele bezoekjes aan een archief, wat mailtjes
verzenden en wat nabellen.

Freelance journalist Jan Haerynck publiceerde in 1996 in de Volkskrant een verhaal over een
mysterieuze ontvoering van een Duits meisje in Disneyland Parijs. In het artikel had hij
gesproken met de vader van de Duitse Nadja Wepper, maar het hele verhaal was bij elkaar
verzonnen. Hoofdredacteur Pieter Broertjes besloot toen, in navolging van The Washington
Post, dat anonieme bronnen altijd bij de hoofd- en eindredactie bekend moeten zijn. Dit om de
publicatie van onware verhalen tegen te gaan. 9

Het voorbeeld van de Haerynck affaire geeft wel aan dat er door de redactie van de
Volkskrant toentertijd te weinig onderzoek is gedaan naar de waarheid van dit verhaal.
Niemand bleek Nadja Wepper te kennen, en van een ontvoering was ook geen sprake. Om
zon groot en heftig verhaal te publiceren, moet je wel heel zeker zijn van je zaak.

Kijk bijvoorbeeld naar de bouwfraude. Door al het spitwerk leidde die uitzending van Zembla
direct tot een parlementaire enqute, een unicum in Nederland. Bouwbedrijven kregen van de
NMa honderden miljoenen aan boetes opgelegd. Via rechtszaken en vooral bij schikkingen
met het Openbaar Ministerie kwam er ook een paar honderd miljoen euro in de schatkist.10

En de Nederlandse deelname aan het JSF-project bleek stukken minder geld op te leveren dan
aan de Tweede Kamer was voorgespiegeld, wist Reporter ons te melden. Uit interne stukken
van het ministerie van Economische Zaken bleek dat het parlement bewust is misleid om
testtoestellen van de JSF te kopen, waar miljoenen euros mee gemoeid zijn. Zonder die
uitzending van Reporter waren we daar waarschijnlijk nooit achter gekomen.

Maar naast geld en tijd, is er voor goede onderzoeksjournalistiek op de televisie ook


samenhang, continuteit en kundige journalistiek vereist. Een goed team van journalisten
achter een programma als NOVA heb je niet zomaar bijeen: dat vereist inzicht, geduld en
kennis. Kennis die niet iedereen paraat heeft.

Het RTL Nieuws heeft haar eigen onderzoeksredactie, wat vaak primeurs en opvallende
verhalen oplevert. Bijvoorbeeld de declaraties van het koninklijk huis die niet klopten, de
remmen van Toyota die dienst weigeren en de slechte voorbereiding van ProRail op het
slechte weer van afgelopen winter, waardoor de dienstregeling van de treinen een chaos werd.
9
Reportage Het geheim van Dren, De Volkskrant, 26 november 1996.
10
Dossier Bouwfraude op http://www.nrc.nl/dossiers/bouwfraude/, en afleveringen van Zembla.
Dit zijn maar enkele voorbeelden van nieuws dat door RTL zelf is onderzocht en naar buiten
is gebracht. En dat terwijl de publieke omroep denkt een monopolie op
onderzoeksjournalistiek te hebben.

Onderzoeksjournalist van RTL Roel Geeraedts vindt dat meer media in


onderzoeksjournalistiek moeten investeren. Ieder landelijk medium zou iets aan onderzoek
moeten doen. Wij bij RTL Nieuws wilden ons los maken van de dagelijkse agenda, en zelf
zaken agenderen. Een bewuste keuze, ook om RTL Nieuws meer te onderscheiden van
bijvoorbeeld het Journaal. Want als we precies hetzelfde zouden doen als het Journaal,
waarom zou een kijker dan bewust op RTL Nieuws afstemmen?11

Volgens Geeraedts gaat ook het excuus dat onderzoeksjournalistiek te duur zou zijn niet op:
Televisieprogrammas moeten inzien dat onderscheidende journalistiek juist meer kijkers
oplevert evenals dat meer abonnees voor kranten kan opleveren. Ook houdt de
onderzoeksredactie bij RTL de publieke omroep scherp, omdat deze daardoor zien hoe
belangrijk onderzoeksjournalistiek is.

Controle

Politieke partijen, multinationals, maar ook kleine bedrijven gebruiken steeds vaker
woordvoerders en voorlichters om alle zaken in de media af te handelen. Vroeger werd er al
met woordvoerders gewerkt, maar tegenwoordig werkt bijna geen bedrijf meer zonder, zelfs
de kleine supermarkt om de hoek. Deze mensen hebben natuurlijk een belang: het zo goed
mogelijk in het nieuws brengen van zijn of haar werkgever. Logisch ook: daar worden ze voor
betaald.

Daarom is het belangrijk dat er langs die personen gewerkt wordt. Wanneer je informatie van
een voorlichter/woordvoerder krijgt, zul je altijd moeten bedenken welke belangen er voor
hen meespelen en waarom. En tegelijkertijd bedenken waar je de andere informatie vandaan
haalt. Een WOB-verzoek doet namelijk denken dat een organisatie heel open is, maar alleen
al een antwoord krijgen op je verzoek kan weken, zo niet maanden duren. En dan is het nog
maar de vraag of je wel de juiste stukken toegezonden krijgt. Met andere woorden: een WOB-
verzoek indienen kost ook veel tijd en moeite.

Onderzoeksjournalisten werken voor zover je het mag noemen objectief. De kijker heeft
recht op de werkelijke feiten, niet op een verdraaide werkelijkheid waar allerlei belangen bij
spelen.

In 2009 kwam de commissie Brinkman met het rapport Innovatie en Toekomst Pers, waar het
volgende in te lezen stond: Binnen de overheid groeit het leger communicatieprofessionals
dat de toegang tot nieuwsbronnen moeten beheren () De commissie wil daarom
uitdrukkelijk het functioneren van de enorme capaciteit aan communicatiefunctionarissen
gericht op benvloeding van de journalistiek ter discussie stellen. De waakhonden van de
democratie de journalisten zullen op termijn een onaanvaardbare achterstand op
communicatiefunctionarissen krijgen. 12

11
Gesproken op maandag 19 april 2010
12
Rapport Innovatie en Toekomst Pers 2009, commissie Brinkman, juni 2009
Margo Smit van de VVOJ noemt bovengenoemde ontwikkeling zorgelijk. Wanneer
Greenpeace een onderzoek doet en dat naar buiten brengt, moet je altijd in je achterhoofd
houden: wat wil Greenpeace hiermee bereiken? Onderzoeksjournalisten checken het, filteren
het zo goed mogelijk uit voor hun kijkers en lezers. Wanneer die controle wegvalt, is dat op
zijn minst zorgelijk te noemen. Voor ons allemaal.13 Natuurlijk moeten alle journalisten goed
aan de belangen denken bij rapporten die uitgebracht worden, maar onderzoeksjournalisten
zijn daar nog meer in getraind. Zij wegen alle belangen af, en plegen naast een uitgebracht
rapport ook wederhoor en zoeken naar ander bewijs.

Als die controle dus wegvalt, heeft dat grote consequenties voor iedereen. Grote bedrijven,
non-profitorganisaties en overheidsinstellingen worden dan niet meer gecontroleerd en
kunnen bij wijze van spreken doen en laten wat ze willen. Woordvoerders bepalen dan zelf de
agenda van het nieuws en dan altijd in hun eigen voordeel, waardoor het lastiger wordt voor
objectieve en juiste berichtgeving. Niemand houdt immers meer uitspraken en motieven van
bedrijven, politici, bestuurders e.d. tegen het licht, omdat dat te veel tijd kost.

Nieuwe media

Door de opkomst van nieuwe media en de snelheid daarvan, zijn mensen vaak al eerder op de
hoogte van belangrijke gebeurtenissen dan dat de journaals kunnen uitzenden.14 Denk
bijvoorbeeld aan de vliegramp met Turkish Airlines van februari vorig jaar. Of de val van het
kabinet afgelopen februari. Nieuwsrubrieken voeren de laatste tijd ook vaker Twitter op als
bron van informatie. Mensen zijn door al deze technologische ontwikkelingen tegenwoordig
beter in staat om achter informatie te komen dan jaren geleden. Bijna alles is wel te vinden op
het internet, al kun je je afvragen in hoeverre berichten op het internet kloppen. Omdat het zo
makkelijk is om berichten het net op te gooien, is de kans ook groot dat de informatie foutief
of onvolledig is. Daarom is het belangrijk dat je de gevonden informatie goed kunt duiden.

Maar voor onderzoeksjournalistiek is meer nodig dan even wat berichten op Twitter lezen,
iets opzoeken op Google of iemand nasporen op Hyves. Onderzoeksjournalisten zijn door hun
expertise juist in staat om bepaalde documenten in handen te krijgen, die anders niet
beschikbaar zijn. En zij zijn in staat om die documenten op inhoud te beoordelen.

Ook de tijd die onderzoeksjournalisten investeren in hun contacten en afspraken, is van


essentieel belang. Dat gaat dan niet via de sociale netwerken op het internet, maar verloopt via
face to face met mensen spreken en het vertrouwen winnen. Een goed en betrouwbaar
netwerk hebben is van essentieel belang.

Daarnaast merk je dat via de nieuwe media de journalistiek, naast dat het sneller wordt, ook
slordiger wordt. Iedereen kan door bijvoorbeeld Twitter of weblogs als Geenstijl meedoen aan
nieuws creren. Denk bijvoorbeeld aan het Algemeen Dagblad: dat plaatste een foto van Karst
T. op hun voorpagina. Maar degene die op de foto stond, bleek Karst T. helemaal niet te zijn.
De krant had verkeerd gezocht op het internet. Theo Dersjant noemt deze berichtgeving een
typische vorm van journalistieke hijgerigheid. 15

13
Gesproken op 19 april 2010.
14
Burson-Marsteller media survey, Trouble is only opportunity in work clothes, april 2010
15
Interview met Theo Dersjant in de Volkskrant op 6 mei 2009.
Nog een voorbeeld van die hijgerigheid, is de grove fout die het NOS Journaal in augustus
2006 maakte. Op hun teletekstpagina stond groots aangegeven dat de toenmalige
burgemeester van Utrecht, Annie Brouwer-Korf, was overleden. De NOS kreeg die tip binnen
en wilde het nieuws als eerste kunnen brengen, zonder goed te checken of het wel waar was.

Ook is het op het internet nog steeds gemakkelijk om je uit te geven voor iemand anders, wat
weer kan leiden tot foutieve berichtgeving. Onderzoeksjournalisten zijn er juist voor om dat
door te hebben, en alles tot in de puntjes uit te zoeken.

Conclusie

Onderzoeksjournalistiek is een belangrijke controlepost voor alle Nederlanders. Juist met


gedegen onderzoek kunnen journalisten misstanden aantonen en bedrijven, instanties en
politici controleren op eventuele misstanden.

En belangrijk nieuws maak je niet alleen met wat telefoontjes plegen en informatie nazoeken
op het internet. Daar zijn onderzoeksjournalisten voor: langs voorlichters werken,
documenten boven tafel krijgen die anders niet voor handen zijn en alles tot de bodem
uitzoeken. Wanneer dit wegvalt, kunnen alle instanties hun gang gaan. Niemand houdt hun
dan meer een spiegel voor.

Ik ben van mening dat de publieke omroep nog maar goed moet nadenken over de nieuwe
indeling van alle zenders, waarbij onderzoeksjournalistiek duidelijk een ondergeschikte rol
heeft. Onderzoeksjournalistiek is immers een kerntaak van de publieke omroep. Ook zouden
Zembla en Reporter behouden moeten worden in de oude vorm: deze programmas hebben
bijna alle grote onthulling op hun naam staan. Verder zouden, wat Roel Geeraedts al zei, alle
omroepen zelf iets aan onderzoek moeten doen om zich te onderscheiden van de rest. Juist
door zelf de agenda te bepalen en met groot nieuws te komen, trek je veel kijkers of abonnees.
Het excuus dat onderzoeksjournalistiek te duur zou zijn, gaat dan dus niet op: je krijgt er
immers veel voor terug.

Wakker Nederland (WNL) en PowNed mogen op de belangrijkste tijden programmas


uitzenden. En dat terwijl niemand nog weet wat er precies op die plekken gaat komen.
NOVA, Netwerk, Zembla, Reporter: het zijn allemaal bekende namen voor de kijkers. Daar
hebben die programmas ook hard voor moeten werken al die jaren lang. De nieuwe
omroepen zouden eerst moeten laten zien wat ze kunnen, voor je ze primetime zendtijd geeft.
Zoals Margo Smit al eerder aangaf: Waarom oude schoenen weggooien voor je nieuwe
hebt?