You are on page 1of 18

Kennisportfolio Algemene economie

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de betekenis van de begrippen.
Bedrijfskolom
De opeenvolgende bedrijfstakken die een product doorloopt van oerproducent tot
eindgebruiker.
Bedrijfstak
Verzameling ondernemingen die gelijksoortige producten op een gelijksoortige
wijze produceren.
Concurrentie
Het proces van wedijver om de gunst van de afnemers.
Concurrentiebepalende factoren
De factoren die invloed uitoefenen op de intensiteit van de concurrentie.
Concurrentiepositie
De mate waarin de onderneming op lange termijn in staat is alle
belanghebbenden, zoals eigenaren en werknemers maar ook afnemers,
leveranciers en de overheid, tevreden te stellen.
Externe concurrentie
Concurrentie die zich afspeelt tussen bedrijfstakken in een bedrijfskolom.
Heterogene markt/heterogeen product
Gelijksoortige producten die in de ogen van de afnemers verschillen vertonen.
Homogene markt/homogaan product
Gelijksoortige producten die in de ogen van de afnemer geen onderlinge
verschillen vertonen.
Interne concurrentie
Concurrentie tussen ondernemingen die behoren tot dezelfde bedrijfstak.
Kartel
Overeenkomst tussen zelfstandige ondernemingen om de concurrentie te
beperken.
Markt
Het geheel van de betrekkingen tussen vragers en aanbieders inzake een
bepaald product.
Potentiële concurrentie
Concurrentie die mogelijkerwijze ontstaat door toetredende ondernemingen of
door substituutproducten.
Waardesysteem
De toegevoegde waarde in de hele bedrijfskolom.
Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman

Vakgebied: algemene economie
Te
het
oliewinning
veevoer
in

of

slachtvee
chemie

slachterijen

chemische
grondstoffen enz.

vlees en
vleeswaren

kunstofverwerken
de industrie

vleeswarenindus
trie

huishoudelijke
apparatuur

voedings- en
genotmiddelen

keukenbenodigdh
eden

supermarkt

consument

bosbouw

gebruiken voor:
krijgen van inzicht
een bedrijfstak en
bedrijfskolom.

papierpulp

papierindustrie

papier, boeken
en
kantoorbehoeft
en

kantoorboekhan
del

Grondstofproducent
Agrarische sector
Basisindustrie
Groothandel

Verwerkende industrie
Groothandel
Detailhandel

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de bedrijfstakkenmerken van verschillende
bedrijfskolommen

Grondstofwin
ning
Agrarische
sector
Basisindustri
e
Verwerkende
industrie
Diensten

Bedrijfsgroo
tte/
aantal
bedrijven

Kapitaalgoederenvoorraad

Groot/weinig

Groot

Homogenite
it/
heterogenit
eit
van
producten
Homogeen

Aard van
het
productieproces

Klein/zeer
veel
Groot/weinig

Klein

Homogeen

Groot

Homogeen

Proces

Gevarieerd

Groot of klein

Heterogeen

Gevarieerd

Klein

Homogeen/
heterogeen

Proces/
assemblage
Proces/
maatwerk

Proces

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de concurrentiebepalende variabelen op basis
van de structuur, het gedrag en het resultaat binnen een bedrijfstak.

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de betekenis van de begrippen.
Basisbehoeften
Behoeften die gericht zijn op het fysieke voortbestaan.
Conjunctuur
De regelmatige afwisseling van periodes met een hoge en minder hoge groei van
het nationaal inkomen.
Consumentenvoorkeuren
Prioriteiten in het aankoopgedrag van consumenten.
Consumptiepatroon
De samenstelling van het consumptiepakket ter bevrediging van de behoeften.
Elastische vraag

Prijselasticiteit van de vraag kleiner dan -1.
Inelastische vraag
Prijselasticiteit van de vraag tussen 0 en -1.
Inferieure groei
Goederen met een negatieve inkomenselasticiteit.
Inkomenseffect
De toename van de koopkracht van het inkomen door een prijsdaling van
producten.
Inkomenselasticiteit van de vraag
De verandering van de vraag naar een product als gevolg van en gedeeld door
de verandering van het inkomen.
Integrale ketenbeheersing
De invloed die grote (merk)fabrikanten uitoefenen op het productieproces van
toeleveranciers en afnemers.
Kopersstaking
Plotselinge onverklaarbare stagnatie in de vraag.
Kruislingse elasticiteit
Het verband tussen de afzet of omzet van een product en de prijs van een ander
product.
Levensstijl
Min of meer samenhangende normen- en waardenpatronen die invloed
uitoefenen op het (koop) gedrag van individuen.
Overige behoeften
Behoeften die gericht zijn op veiligheid, sociale relaties, waardering en
zelfontplooiing.
Prijselasticiteit van de vraag
De relatieve verandering van de vraag naar een product gedeeld door en als
gevolg van een relatieve verandering van de prijs.
Seizoenpatroon
Wisselende vraag als gevolg van klimatologische factoren.
Substitutie-effect
De verdringing van producten door een prijsverlaging van een ander product.
Vraagfunctie
Het verband tussen de prijs en de gevraagde hoeveelheid van een goed.

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de vraagbepalende factoren en wat voor
invloed deze hebben op de vraag en het aanbod.
Vraagbepalende factoren
Behoeften:
Basisbehoeften
Lage prijs- en inkomenselasticiteit
Overige behoeften
Hoge prijs- en inkomenselasticiteit
Trends in consumentengedrag:
Demografische trends
Vergrijzing
Gezingssamenstelling
Opleiding
Levensstijlen
Man-vrouwrelaties
Veiligheid en gezondheid
Individualisme
Behoefte aan nieuwe producten
Seizoen, klimaat, trend, conjunctuur
Overheidsinvloed (en brancheorganisatie)
Prijs
Substituut producten
Inkomen
Trendmatig
Conjunctureel

Vraag en aanbod
Stabiele vraag, afhankelijk van de
bevolkingsgroei
Instabiele vraag, afhankelijk van
trends in consumentenvoorkeuren en
prijzen
Leeftijdsgebonden producten
Kleinere eenheden
Nadruk op zingeving
Opkomst van:
Gemaksgoederen en
arbeidsbepalende huishoudelijke
artikelen
Toenemend risico van productiefouten
bij merken
Integrale kerenbeheersing
Segmentatie van markten
Steeds snellere opeenvolging van
producten
Voorraadrisico’s
Afzetfluctuaties
Over- en onderbezettingsrisico’s
Voorraadrisico’s
Grotere zorg voor:
Milieu, gezondheid, veiligheid en
verpakking
Ondernemer of markt bepalen de prijs
Kruislingse elasticiteit
Inkomenselasticiteit in verschillende
landen
Conjunctuurgevoeligheid van de vraag

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de betekenis van de begrippen.
Economische orde
Het geheel van waarden, normen en instituties die het economische handelen
bepalen.
Externe effecten
Effecten van het gebruik van goederen en diensten die verder strekken dan de
gebruiker.
Instituties

Wet- en regelgeving en de instellingen die de wet- en regelgeving opstellen en
uitvoeren.
Kartel
Overeenkomst tussen zelfstandige ondernemingen om de concurrentie te
beperken.
Marktfalen
Het onvermogen van het marktmechanisme om in goederen en diensten te
voorzien waarvan het gebruik ondeelbaar is en waarvan de kosten niet
individueel toerekenbaar zijn.
Marktimperfectie
Den tegenstrijdigheid van het marktproces met collectieve waarden en normen.
Marktmechanisme
Transacties en informatie tussen economische actoren verlopen via de markt.
Normen
Richtlijnen voor het gedrag
Planeconomie
Economische orde waarbij de transacties en informatie tussen economische
actoren door de overheid worden bepaald.
Waarden
Uiteindelijke doelstellingen van het gedrag.
Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van het verschil tussen waarden, normen en
instituties en de functie en de verschillende soorten hiervan.
Waarde
n
Normen

instituti
es

Functie
Doelstellingen
van het gedrag

Soorten
Economisch
Zedelijk

Leidraad voor
het gedrag

Basisnormen

Motivatie en
sanctie

Situationele
normen
Voorschriften
Instellingen

Voorbeelden
Werkgelegenheid, rentabiliteit,
gelijkwaardigheid, vrijheid,
gelijkheid, solidariteit
Vrijheid van handelen, tenzij het
schade berokkent
Omgangsvormen
Wet- en regelgeving
Werkgevers- en
werknemersorganisaties,
overheid, politie en justitie

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van het verschil tussen een markteconomie en
een planeconomie.
Prijsmechanisme (markteconomie) Regulering (planeconomie)
Gedrag wordt bepaald door prijzen
Gedrag wordt bepaald door regels
Nadruk op individuele waarden,
Nadruk op collectieve waarden,

wederzijds voordeel, machtsbalans
Beslissingen sterk individualistisch
Decentralisatie van informatie
Behoeftebevrediging alleen voor vraag
Effectieve productie
Efficiënte productie

opheffen van marktaflen en –
imperfectie
Mogelijkheid van collectieve
beslissingen
Informatie gecentraliseerd
Rekening houden met nietkoopkrachtige vraag
Ineffectieve productie
Inefficiëntie productie

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de beleidsterreinen van de overheid en de
concurrentie

Algemee
n
economis
ch beleid

Fiscaal
beleid
startersbel
eid

Handelsbel
eid

Inkomensbel
eid

Concurrentieintensiteit
en
concurrentiekracht

Arbeidsma
rktbeleid

Milieubelei
d

Ruimtelijk
e
ordening

Ordeningsbel
eid

Bedrijfstakspecifieke
regelingen

Producti
ebeleid
Technolog
iebeleid

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de gebieden van duurzame ontwikkeling.

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de betekenis van de begrippen.
Kartel
Samenwerkingsovereenkomst tussen ondernemingen op het gebied van
prijsvorming, afbakening van markten en dergelijke.
Monopolie
Marktvorm met één aanbieder.
Structuur
Eén aanbieder
Homogeen product
Volledige informatie
Geen toetreding
Weinig/veel afnemers

Gedrag
Winstmaximalisatie
Limietprijzen

Resultaat
Winst op korte en lange
termijn

Monopolistische concurrentie
Marktvorm met veel aanbieders en een heterogeen product.
Oligopolie
Marktvorm met enkele ondernemers en een homogeen product (homogeen
oligopolie) dan wel een heterogeen product (heterogeen oligopolie).
Structuur
Gedrag
Weinig aanbieders
Reactie op
Heterogeen/homogeen
concurrenten
product
Concurrentie met
Onvolledige informatie
product, reclame
Toetredingsbarrières
Kartelvorming
Weinig/veel afnemers
Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de betekenis van
Basisproductiefactoren

Resultaat
Prijsstarheid
Wel winst; niet maximaal

de begrippen.

Productiefactoren waarover elk land van nature beschikt, zoals ligging, klimaat en
bevolkingsomvang.
Benchmarking
Een continu, systematisch proces om prestaties maximaal te verbeteren door
prestatieniveaus, processen en werkwijzen te vergelijken met – onder meer –
organisaties die toonaangevend zijn in de samenleving.
Cluster
Samenhangend geheel van bedrijven en ondersteunende instellingen binnen een
bedrijfstak of een geheel van verbonden bedrijfstakken, waarbinnen zowel wordt
samengewerkt als geconcurreerd.
Co-design
Het ontwikkelen van producten door toeleveranciers en uitbesteder gezamenlijk.
Co-makership
De samenwerking bij het maken van producten.
Concentratie
Het samengaan van ondernemingen waardoor de productiebeslissingen in minder
beslissingscentra genomen worden.
Conglomeratie
Het ontwikkelen van activiteiten in geheel verschillende bedrijfstakken en in
verschillende geledingen van de bedrijfskolom.
Consortium
Samenwerking van een aantal ondernemingen ten behoeve van een bepaald
project.
Coöperatie
Vereniging die een bedrijf uitoefent ten behoeve van leden.
Diversificatie
Het ontwikkelen van activiteiten in een andere bedrijfskolom.
Dynamiek (van een bedrijfstak)
Veranderingen in een bedrijfstak. Ook wel: het vermogen om op lange termijn
voldoende concurrentiekracht te verwerven of te behouden.
Franchising
Samenwerking tussen ondernemingen waarbij een onderneming tegen betaling
bepaalde voorzieningen, zoals verkoopbevordering, producten en service, te
beschikking stelt van andere zelfstandige ondernemingen.
Fusie
Het samengaan van twee gelijkwaardige ondernemingen tot een nieuwe
onderneming.
Geavanceerder productiefactoren
Productiefactoren die ontwikkeld moeten worden, zoals kennis en scholing.
Groeifase

Fase van de productlevenscyclus waarin de afzet van een product een snelle
groei doormaakt.
Innovatieconcurrentie
Het ontwikkelen van een volledig nieuw product waardoor een nieuwe markt
ontstaat
Innovatiemonopolist
Onderneming die als eerste een product op de markt brengt en daarom een
monopoliepositie bekleedt.
Integratie
Uitbreiden van de activiteiten in andere geledingen van de bedrijfskolom
Introductiefase
De eerste fase van de productlevenscyclus waarin het product op de markt
verschijnt.
Joint venture
Gezamenlijke dochteronderneming
Netwerken
Samenwerkingsverbanden tussen zelfstandige ondernemingen buiten de markt
om.
Kostenleiderschap
Strategie waarbij ondernemingen streven naar een kostenniveau onder dat van
de concurrenten.
Limit pricing
Strategie waarbij een onderneming de prijs onder de kosten van de concurrenten
houdt teneinde toetreding te voorkomen.
Parallellisatie
Het ontwikkelen van activiteiten in dezelfde geleding van een andere
bedrijfskolom.
Patent
Het alleenrecht van productie gedurende een bepaalde periode.
Prijsleider
Onderneming die de prijs vaststelt waarnaar de bedrijfstakgenoten zich richten.
Productlevenscyclus
De beschrijving van de afzet van een product volgens een natuurlijk
groeipatroon.
Rijpheidsfase
Fase van de productlevenscyclus waarin de groei van de afzet stagneert en
afneemt.
Rivaliserend gedrag
Gedrag waarbij ondernemers wedijveren om een zo groot mogelijk marktaandeel.

Sleutelfactoren voor het succes
Concurrentiebepalende variabelen die in een bepaalde bedrijfstak van groot
belang zijn voor de concurrentiepositie van.
Strategische planning
Het opstellen van doelstellingen en een strategie voor een onderneming.
Stagnatiemonopolie
Monopoloïde marktvorm in de teruggangsfase van de productlevenscyclus.
Teruggangsfase
Fase van de productielevenscyclus waarin de afzet daalt.
Verdedigbaar concurrentieel voordeel
Voordeel waarmee een onderneming zich gedurende enige tijd kan
onderscheiden van haat concurrenten.
Vrijwillig filiaalbedrijf
Vereniging uitgaande van een grossier, bij wie individuele ondernemingen zich
kunnen aansluiten.
Winsterosie
Dalingen van de winst uitgelokt door prijsdalingen.
Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de strategie van de laagste kosten.
Kostenleiderschap en:
Prijzen op of boven het niveau
van de concurrenten
Prijzen onder het niveau van de
concurrenten

Gevolgen:
Hoge winst(marge) voor de kostenleider
Potentiële concurrentie (deconcentratie)
Hoog marktaandeel en hoge winst voor de
kostenleider
Concurrenten verlaten de markt
(concentratie)
Winsterosie in de bedrijfstak door prijsbederf

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van toetredingsbarrières.
Aard van de
toetredingsbelemmeringen
Limit pricing
Productdifferentiatie
Patenten
Voor- en achterwaartse integratie
Strategische overcapaciteit

Neveneffecten
Gevaar van winsterosie
Vermindering prijsconcurrentie
Rendabele R&D-uitgaven
Marktmacht
Hogere constante kosten

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de strategie van productdifferentiatie.
Productdifferentiatie
Bestaande markten

Gevolgen voor de marktvorm
Heterogener product

(marktsegmentatie)

- monopolistische concurrentie
- breed oligopolie
Monopolie

Nieuwe markt, nieuw product
(productinnovatie)

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de bedrijfstakontwikkeling en in relatie met
de productlevenscyclus.
Fasen in de
productlevenscyclus
Introductie
Groei
Rijpheid
Teruggang

Marktvorm

Rivaliteit/samenwerking

Innovatiemonopoli Joint venture
e
Verticale integratie
Concurrentie op kwaliteit
Breed oligopolie
Prijsconcurrentie
Nauw oligopolie
Horizontale en verticale
concentratie
Stagnatiemonopol Kartelvorming
ie
Overheidsinvloed

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de activiteiten in andere bedrijfstakken.
Activiteite
n
Integratie

Doel

Achterliggende oorzaken

Vergroten van marktkennis
en marktmacht
Verbeteren waardeketen
Diversificati Verhoging efficiency
e
Spreiding risico’s
Volledig assortiment
Schaalvoordelen
Conglomera Alleen kernactiviteiten
tie
winstgevend
Specialisati
e

Gesegmenteerde eindmarkten
Prijsschommelingen grondstoffen
Productkwaliteit steeds
belangrijker
Bedrijf te groot voor markten
Toenemende
productiedifferentiatie
Geen trend
Toenemende concurrentiedruk
door internationalisatie

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de juridische mogelijkheden voor
concentratie.
Vormen
Fusie/overname
Consortium
Coöperatie
Vrijwillig filiaalbedrijf/
Franchising
Joint venture

Meest voorkomende
sector
Bijna alle sectoren
Industrie, bouw,
bankwezen
Agrarische sector
Detailhandel
Industrie

Redenen
Schaalvoordelen
Spreiding risico’s bij grote
projecten
Verkrijgen van marktmacht
tegenover leveranciers en
afnemers
Schaalvoordelen bij inkoop en
verkoopbevordering

Kartelvorming
Alle sectoren

Inbrengen van verschillende
kennis en vaardigheden
Spreiding van risico’s
Verkrijgen van marktmacht

Auteur: Porter
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: diamant van Porter

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de productiefactoren.
Aard van de productiefactor
Basisproductiefactoren (klimaat,
bevolkingsomvang, ligging,
bodemrijkdom)
Geavanceerde productiefactoren
(scholing, kennis, R&D, infrastructuur)

Gevolgen voor de
concurrentie(kracht)
Laagwaardige productie
Concurrentie op kosten
Hoogwaardige productie
Concurrentie op productkwaliteit

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de bedrijfstakontwikkeling en in relatie met
de productlevenscyclus.

Aspecten van de vraag
Kritische vraag
Omvang van de vraag

Gevolgen voor de concurrentie
(kracht)
Stimulans voor productievernieuwing
Schaalvoordelen

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van kenmerken van ondernemingen in een
netwerk.
Ondernemingen
Jobbers
Gespecialiseerde
toeleveranciers
Main suppliers

Eindproducten

Kenmerken
Productie op specificatie
Weinig kennisintensief
Lage toegevoegde waarde
Capaciteitsuitbesteding
Leveringsbetrouwbaarheid
R&D-functies
Toeleveren van modules
Materialenselectie
Organisatie toeleveranciers
Technologie en productontwikkeling
Fabricage en assemblage van strategische
componenten
Marketingfuncties naar de eindgebruiker

Auteur: Porter
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: vijfkrachtenmodel van Porter
Dreiging van
substituten
substitutie van
materialen
effecten van
regelgeving

Onderhandeling
skracht van
leveranciers
grondstoflevera
nciers

Interne concurrentie
concentratie
schaalvergroting
beperkte marges

Potentiële
concurrentie
internationale
concurrentie
lagelonenlanden
bulkmarkt =
verdringingsmarkt

Onderhandelingsk
racht van
afnemers
meer
toegevoegde
waarde
schaalvergroting
afnemers

Auteur: A.J. Marijs en W. Hulleman
Vakgebied: algemene economie
Te gebruiken voor: het bepalen van de bedrijfstakontwikkeling en in relatie met
de productlevenscyclus.
Soort analyse
Onderneming

Interne analyse
door:
bedrijfseconomie

Invloed en
aandacht
Beheersbaar
Voortdurend

Bedrijfsorganisati
e
Directe
omgeving

Bedrijfstakanalyse
aangevuld met:
Marketing

Indirecte
omgeving

Arbeidseconomie
Monetaire
economie

Macroomgeving

Macro-analyse
Macro-economie
Cultuurstudies

Sterke invloed
Voortdurende
aandacht van veel
afdelingen
Geringe invloed
Aandacht van
specifieke
afdelingen
Geen invloed
Aandacht van
ondernemingsleidi
ng

Voorbeelden
Rentabiliteit,
arbeidsproductivit
eit,
organisatiestructu
ur,
ondernemingscult
uur
Relatie met
afnemers,
toeleveranciers en
concurrenten
Positie op de
arbeidsmarkt
Positie op de
vermogensmarkt
Conjunctuur,
wisselkoersen,
energieprijzen
Media, publieke
opinie