You are on page 1of 107

19J

M-l

C H

KABINET;
V A N
K O O P H A N D E L ,
Z E E V A A R T ,
L A N D B O U W , F A BRITK E N ,
ENZ.
B E H E L Z E N D E

Eene Verzameling van Verhandelingen, d


Uitbreiding en Verbetering der gemelde
Vaderlandfche Welvaart - Bronnen
ten doel hebbende.
Uitgegeeven^
D O O R
G.

B R E N* D E R a B R A N D

IS;

Leermeester in de Wis- en Sterrenhmdef


Examinator van alle Stads Maaten en
Gewigten, en Wijnroeijer te Amjleldam; Lid van verfebciden.
Maatfchappijen.
Met Plaatcn
te

A M S T E L D A M ,

By A R E N D
M D

FOKKE

SIMONSZ. *

Ge L X X X Yh

VERHANDELING
O V E R

BE

VADERLANDSCII

M U N T E N ;
D O O S

G. B R E N D E R

i BRANDIS;

OVER

DE

VADERLANDSCHE

M' U

N;

X ) at ieder M e n s c h , ieder Inwooner, en vooral


ieder Burger zijn Vaderland ten nutte k a n , en
moet l e v e n , is eene waarheid d i e , uit alle
voorvallende zaaken, ten vollen betoogd kan
worden. Gaat het ons Vaderland w e l , dan
gaat het deszelfs leden ook w e l ; kwijnt het,
dan kwijnen de meeste Inwoon eren tevens ,
want het is een Schip, aan welks behoud o f
ondergang wij alle deel hebben.
Hoe duur
is dan onze verplichting! hoe nuttig die verplichting te vervullen! en hoeedel, zich zeiven
en anderen ten nutte te z i j n ! Onze Ouderen,
Vrienden en Bloedverwanten moeten ons altoos dierbaar wezen; zij vereisfchen onze zor gen en het vervullen onzer vriendfchapkwee kende plichten, maar deze alle liggen in de
, , liefde vanhet Vaderland opgefloten." *>> H e t
is waar, wij kunnen alle geen Helden z i j n , die
bij de eerile aanvallen, het glinftrend zwaard
i n de gramme vuist neemen; den dood onder de
oogen zien ; en met getergde woede gewapend, den ftoutften aanvaller, van onze bezittinO)

CICSRO.

.-

? 3

e 86 5
tingen weeren. W i j behoeven alle geen ge?'
zaghebbende Regenten, of Beftuurers van het
Schip van Staat te z i j n , om het zelve door de
gevaarlijk-He klippen te helpen ftuuren ; het
zal hier maar op aankoomen, dat wij ons als
braave Burgers van dit Gemeenebest gedraagen, welke naast ons eigen belang het algemeene Vaderlandfche belang in 't oog houden,
en daar door n u t t i g , ja noodzaakelijk geacht
mogen worden.
Z o dra wij Menfchen, der fchommelende
wieg ontwasfen en tot de eerfte jaaren van
kennis gekomen z i j n , beginnen onze Ouders,
reeds op middelen te denken, om ons een beftaan te bezorgen, door het welke wij alle
onze behoeften , ons geheele leven d o o r ,
mogen bevreedigen en vervullen. Dezezorgeis
geheel natuurlijk, enzij is boven dien, metgeene
wetten noch godsdienstplichten ftrijdende. D e
weldaadigheid leert den Mensch voor andere
Menfchenleeven, maar de billijke zelvliefde
zorgt eerst voorde behoeften van zich zeiven,
om vervolgens voor die van anderen te zorgen.
Het menfchelijk beftaan is geheel verfchillende
van dat der D i e r e n , welke met goede vagten
tegens de koude gebooren, in de ruwe voortbrengfels van den aardbodem hun voedfel vinden; en door geenen wellust aangefpoord worden , om meer te z oeken dan zij noodig hebben Qnze Huishoudelijke betrekkingen zijn

der-

87

derhalven geenzins gelijk. D e verdeeling der


Aarde, onder zommige N a t i n , is onvolkomen. Alle Landen zijn niet even volkrijk;
alle jaaren zijn niet even vruchtbaar: en zie
daar de noodzaakelijkheid van den Koophandel reeds van ter zijde aangetoond.
Eenige Lieden hebben te roekeloos onderfteld, dat men op deze Waereld een geduurig
beftaan, zondergeld, zou kunnen hebben; terwijl fommige Wijsgeeren, dit heerlijk metaal,
aan de welgefchikfte Maatfchappij voor altoos
dorsten ontzeggen. W e l k eene ftoute ondernceming! Zekerlijk waren dit bedelaars die van
de mildaadigheid der rijken leefden; wier fmeerige tafel derhalven hen dit denkbeeld inboezemde; zonder dat zij naar den Boom opzagen, van welke de aakers vielen; o f eigenlijk
naar het middel dat hunne weldoeners gebruikte
om hen in 'tleeven te behouden. M i j n gevoelen
is geheel verfchillende met de zodanigen, en
zonder bij uitftek geldzuchtig te z i j n , durf i k
evenwel het geld, als volkomen noodzaakelijk
voor het Menschdom, befchouwen.
Het is geenszins genoeg dat wij eens anders
gevoelen enkel afkeuren , wij moeten zulks
op goede gronden doen. W i j moeten die gronden aantoonen, en dan eerst kan men toeftemmers in een welgewikt befluit verwerven. Laat
ons dan, eerst den toeftand vaneen volk zonder geldj met al de behoeften van onzen tijd
F 4
bc-

t* 88

befchouwen; en daar n a , uit dit voorbeeld


gevolgen trekken.
Reeds geleidt de verbeelding ons door de
fombere laanen der vergeetelheid , om eene
Natie zonder geld, op te fpooren. W i j ontdekken eindelijk het volfchoone Gewest, waar
in de natuur zich zelve als uitgeput heeft
om een en overvloed van alles voord te brengen. Zie daar een Volk uit duizend vrije G e dachten beftaande, zonder den minften buitenlandfchen invloed. ( b ) D e luchtftreek is
daar een der gezondften van den geheelen
Aardkloot; fchoon de Zomerhitte en W i n t e r koude zich daar echter, beurtelings, doen
gevoelen. Ieder dezer Geflachten heeft eea
bepaald gedeelte Land in eigendom; welke het
bearbeidt, en door eene middenmaatige v l i j t ,
daar een meer dan noodig beftaan op kan o o !
g s

'
P Sieraaden van Goud en Zilver
zijn bij hen allen in zwang, maar gemunt geld
is 'er niet te vinden. De Levenswijze is daar
zo vriendelijk, en volmaakt, dat elk Geflacht
zich zeiven helpt; cn levensmiddelen o f diensten noodig hebbende, die bij andere Geflacht e n , op de gulhartigfte wijze, in ruiling o f ter
l e e n , kan ontvangen. W e l k een genoeglijk
leeven zal men hier fmaakenl geen gelddatftoix
t e n

l)

,
Men vergelijke hier mede, J. J. B U S C H , mier def,
w.lauf des Qeids.

89

/*, maakt hier regt dat krom is: neen, ieder


vindt zijnen rechter in z i j n ' eigen boezem, n
vreest geene omkoopinge ; als hebbende elk
zijn beftaan en het overige voor anderen ten
besten.
Zie daar nu een volkomen wijsgeerig en alleraangenaamst Gewest . Laat ons 'er toch
eenige Jaaren vertoeven ! hoe verdrietig
moet het vallen van zulk eene genoegelijke
plaatfe te fcheiden! ik zal 'er nog bijvoegen, dat wij 'er zeker eenige jaaren moeten
verkeeren om 'er ook de gebreken in op te
merken.
Gebreken, die al dit fchoone
doen verdwijnen, en dit fraaije Landfchap in
eene verblijfplaatfe van Slaaven hervormen.
Ik behoef geenszins te zeggen, dat de Inwooners van dit Gewest fterfltjk zijn. Het zijn
aardfche Menfchen, en wat deze hun lot i s ,
weeten wij.
D e dood woedt onder fommige der onderftelde Geflachten fterk, terwijl
de voordteeling onder andere Geflachten weder
veel fterker aanwascht. Hier door wordt het
eene Geflacht te zwak om het toebedeelde Land
te bebouwen; en het andere te talrijk om op
den bepaalden grond, zijn onderhoud te kunnen vinden. Laat ons derhalven het getal der
Geflachten nu in twee gelijke deelen verdeelen; in 500 verminderden en in 500 vermeerderden, en hunne handelingen verder nagaan.
Het gemak beki U pt de verminderde Geflachten,
F 5
M"
1

nadien hunne overvloed aan de vermeerderde


Geflachten wechgefchonken moet worden. Z i j
hebben onderhoud genoeg, wanneer zijflechts
een gedeelte van hun Land bebouwen en het
overige tot Weiland laaten. De inoogsting is
derhalven hier zo veel minder, en het vlijtig
bebouwde Land der aangeteelde Geflachten
levert echter niet meerder op dan het voormaals deedt, derhalven is 'er reeds eene vermindering van beftaan in dit aaniagchend G e west te vinden.
Ik moet hier eene aanmerking, o f liever
grondftelling, inlasfchen, welke hier eigenlijk
te pasfe komt, namelijk: dat zulk een Land
het rijkfte kan en moet genoemd worden, dat
aan de meeste Menfchen een beftaan en onderhoud verfchaft. N u begrijpt men ligt dat door de
mindere voortbrenging van Producten, en fomtijds vermeerdering van M e n f c h e n , eenige uit
die talrijke Geflachten gebrek moeten lijden;
waar door men vrijelijk zeggen m a g : dat dit
Land reeds wezenlijk in zich zeiven verarmt.
W a t zullen nu die ongelukkige ftervelingen
daar tegen doen, welke tot de vermeerderde
Geflachten behooren? Verdubbelde de Aarde,
na eene dubbele vlijtbetooning op dezelve,
haare voortbrengfelen , dan was alles geholpen. Maar dit gefchiedt niet. N u moeten 'er
zich eenigen als knechten bij. de verzwakte
Gefiachten aanbieden; men heeft, moeite om
werk

91

werk voor voedfel te bekomen , want men


heeft onder die Landbezitters te weinig noodig : evenwel wordt 'er hier en daar in den Zaaij-r
en Oogsttijd iemand gebruikt; maar het overige gedeelte van den tijd is hij om voedfel
verleegen. Om hier voor weder geborgen te
z i j n , verhuurt hij zich geheel en a l ; en zie
daar eenige vrije Menfchen, reeds in Slaaven
veranderd.
D e behoeften dezes leevens zijn niet alleen
voedfel maar ook dekfel. E n uit deze vermeerderde Geflachten heeft de kunst uitgevonden , om klederen voor de koude te maaken.
H i j biedt dus zijnen dienst eenen anderen aan,
voor welken hij een kleed maakt, en het loon
daar voor in eeten en drinken ontvangt. E e n
ander is een Schoenmaaker , en heeft voor
fpi.ze en drank een paar fchoenen gemaakt,
maar hem ontbreekt, zo wel als den Kleermaak e r , heeden werk. Ontbreekt hem d i t , dan
Ontbreekt hem voedfel tevens. Eindelijk komt
hem iemand weder om een paar fchoenen aanfpreeken, maar deze brengt geen ler mede:
D e Schoenmaaker heeft het ook niet, en die
het heeft kan geen vrucht genieten van die
fchoenen, welke voor een ander gemaakt worden. H i j geeft evenwel het l e r , met beding,
om in 't vervolg van tijd des Schoenmaakers
dienst daar voor te genieten. Deze raakt derhalven in de verplichting om een geruimen tijd
vpo,r

P2

voor zijn ler dienstbaar te z i j n , na hij reeds


een geruimen tijd gezogt heeft naar werk, en
vervolgens naar Ler. Verdrietig over deze
nuttelooze moeite, en geen genoegzaame beftaan voor zijn huisgezin daar bij vindende,
verlaat hij zijn handwerk; wordt de knegt van
die geen, die hem jaarlijks werk kan bezorgen, het zij om het Land te bebouwen o f zijn
ambagt voordtezetten; en wordt eindelijk daar
in door andere Ambagtslieden gevolgd.
T U B A L K A I N heeft eene kunst uitgevonden, om welke te beoefenen reeds verfcheide
Menfchen vr hem gearbeid moeten hebben.
Ik kan T u i s A L K A I N niet noemen of men
denkt reeds aan den Smit. Deze kan fchoone
en nuttige dingen van ijzer fmeeden, maar wie
verfchaft hem die ftoife! Het oerig Land geeft
ijzer,- maar wie graaft, fmelt en reinigt het;
daar de Smit niemand eenig voedfel tot loon
geeven kan, nadien hij 'er zelfs op hongert?
M e n kan antwoorden: Laat hij zelve fmelten,
graaven en reinigen. Goed. H i j begint he ,
maar is reeds van honger en kommer vergaan
eer hij aan het werk zelve kan koomen, waar
voor men hem voedfel zou geeven. Zal hij niet
blijde zijn , iemand vindende die hem den
grond aanbiedt om het ijzer te graaven , te
fmelten en te flneden; mits hij dien aanbieder
tusfchen beiden zal dienstbaar-zijn ? Niemand
zal hier aan twijffelen.
Wij

9}

W i j zouden, dus voordgaan d e , een groot;


getal Menfchen kunnen opnoemen, die in dit
zo aangenaam Gewest Slaaven moeten worden.
E n wij kunnen 'er nu eenigzins de eerfte tijden
mede ophelderen, en beter begrijpen , hoe
het k w a m , dat de Aartsvader A B R A H A M ,
zulk een aantal lijfeigene knegten had , dat
hij met dezelven v i j f Koningen met hunne
Legers op den vlucht dreef, en verftrooide.
Dan 'er is reeds genoeg gezegd om daar uit te
kunnen opmaaken ; dat alle kunsten welke
tijd en vlijt behoeven, uit dit Gewest eindelijk
verbannen; maar overheerfching en flavernij
aan alle plaatfen zichtbaar zullen zijn.

Maar, zegt een geldeloos, en dikmaals daarom


ook alleen geldhaatend Wijsgeer: Hier is een
middel tegen. M e n kan goederen tegen goederen ruilen, en door de mangeling alles verkrijgen wat men noodig heeft.
't Is waar
men kan ruilen. Maar welke wijdloopigheden
en ongemakken zullen de ruilinge niet vergezellen? waar door een volkrijk Gewest onmogelijk alleen bij de ruilinge beftaan kan. D i t
ftaat ons , door twee voorbeelden, eenigzins
toe te lichten.
O m te kunnen ruilen moet men goed hebben
dat een ander noodig h e e f t , en deze moet
daar tegen goed hebben , dat wij benoodigd
zijn. Hoe lang zullen twee dusdanige lieden
au wel kunnen zoeken eer zij elkander aantref-

94

treffenil Een Ambachtsman eenige waare


hoodig hebbende, en daar voor zo lang bgeerende eenigen dienst te doen, kan zeer lang
wachten eer hij iemand aantreft die zijnen dienst
begeert, eh hem daar voor de gezogte waaren
in vergelding kan geeven. E e n Kleermaaker
biedt te vergeefsch een nieuwen r o k , voor'
b r o o d , aan den B a k k e r , wanneer deze pas
een nieuw kleed heeft laaten maaken. E n de'
Bakker zal den Smit nutteloos om een nieuwen Oven verzoeken, wanneer deze geen'
brood maar ijzer noodig heeft, en dit derhalven eerst bij anderen, voor zijnen dienst; m e t
trachten op te fpooren.

N i e t minder zwaar is de r u i l i n g , in betrekking tot de waarde der goederen. W e l k een


moeite is 'er in het vergelijken vah de 'quantfi
teit (menigte ) en qmtt (inhoud ) der waaren die men met elkander rilen zal , indien
een bepaalde prijs die niet geregeld heeft.'
Z i e daar derhalven zwarigheden , die klaarblijklijk doen z i e n , dat de ruiling alleen geenszins bij een volk ftand kan h o u d e n , bij
welke eerst zo veel tijd verloopt om het noodige te vinden, en dan weder om de waard*
van het gezogte te bepaalen.
Indien nu de ruiling niet genoegzaam voldoen kan aan de behoeften van een volk 'c
welk zulk een gunftig gedeelte derWaereld t
beurte gevallen i s , dat deszelfs Land alles
voort-

95

Voortbrengt; hoe zal het dan gaan met andere'


V o l k e n , die met ftrenge koude en hitte, onvruchtbaarheid en gebrek aan verfcheide';Prod u l e n , te worstelen hebben?
Ik laat de*
uitbreiding van dit punt gaarne aan den Leezer'
over, om niet al te wijdlopig te worden.
M a a r , wat zal nu het middel zijn om gemelde
Zwaarigheden te verhelpen? ik antwoorde;
geld in te voeren. Hier door zal men de waarde
der goederen aanflonds kunnen bepaalen; op
aanbieding van dat metaal dezelve terftond
kunnen ontvangen; en de aan ons betoonde
diensten; het zij dezelven lang o f kort moogen duuren , daar mede naar evenredigheid
beloonen; op dat de werklieden hunne werkfloffen en onderhoud, zich op eene bekwaame
wijze eigen maaken en bezorgen.
Z i e daar onze vooronderflelde Geflachten
dan Geld bezorgd. Billijk vraagt m e n : welk
eene ftoffe daar toe gekoozen ; en hoedanig
dezelve gevormd ? Dan het eerste geenszins
zo onverfchillig als het laatfle zijnde, verdient
dit eene nadere befchouwing.
Schoon men de verkiezing van Goud, Zilver
en Koper, tot het maaken van Muntfpetien,
dikmaals als geheel willekeurig heeft aangez i e n , z o is zij zulks, in den grond wel doorzien zijnde, wezenlijk niet. Hunne vroegtijdige invoering kan hier zekerlijk tot geen bewijs verflrekken; maar de onveranderlijkheid
in

95

in het gebruiken van dezelven; n de redenen


welken die edle Metaalen nog als oorzaaken
van gewigt bi blijven, deze moeten de juistheid daar van aantoonen. Uit de gefchiedenis
blijkt, dat men de kunst van Smelten en Smee-
den; en het affcheiden van deze Metaalen van
vreemde Ligchaamen, reeds volkoomen verftond en beoefende, toen de ruiling van goed
voor goed, nog bij de Volken plaats vondt.
Men had de gebruiken dezer Metaalen , tot
allerhande noodzaakelijkheden van het gezellig leeven, reeds erkend. M o Z E S noemt den
eerften Smedekunftenaar , namelijk T u H A L K A I N , lang voor de gefchiedenis van den
Zondvloed; (c) en het zij dat deze Perfoon dezelfde zij welken de Egiptenaars VULCANS of
H E F E S T U S noemden, of niet; zo blijkt genoegzaam, dat deze uitvinding der Smederijen zeer
oud is, nadien men dezelve aan eenen God toeeigent* De gebruikbaarheid van het ijzer, gaf
aan het zelve, reeds in de eerfte werken van
kunst, zonder twijffel eene groote waarde ;
maar die het niet behouden kost, door de
weinige zeldzaamheid die 'er in was. De edele
Metaalen , Goud en Zilver hadden minder
gebruikbaarheid in zich dan het ijzer; maar
zij waren zeldzaamer, en bij een lang gebruik
aan geen roeften onderworpen ; hadden badien
CO Gen.

IV;22

C &f )
ven dien eenen ftandhoudenden glansch, en
wierden daar door een verfieiTel voor den
Mensch: terwijl het Ijzer, voor Spitten, Kou
ters, Ketenen en Beestenfierfels moest dienen;
D e bekoorlijkheid van den Dragt, fchonk i n
den beginne, dus de waarde aan het Goud en
Z i l v e r , boven andere Metaalen en alle Staaten en Rijken van befchaafde Natin toonenj
faiet alleen dat de belangrijkfte Huisfieraadien,
fen de voornaamfte hunner verfierfelen , van
gelijke Metaalen als hun geld , namelijk van
Goud en Zilver zijn ; maar tevens, dat deszelfs Regeerers ook altoos de fijnheid en zuiverheid dier Metaalen, als een wezenlijk kenmerk van waarde , door de wetten bepaald,
hebben : het geen zelfs in onze Zilverfmedeijen , door de zogenaamde giooe en kleins
Keur, en verdere toetfing, blijkbaar is.
W a t is nu de reden, dat men eene verkiezing van ftoffe tot G e l d , van zodanige Metaalen gedaan heeft, welken door hunne noodzaaklijkheid en aangenoomenewaarde, als verfierfels der Menfchen , zo zeldzaam en onmisbaar waren? Zouden 'er geene andera
Metaalen kunnen z i j n , welken de ruiling tegen andere noodwendigheden , even zo l i g t ,
zo niet gemakkelijker, zouden gemaakt hebben ?
W i j antwoorden neen: en wel om devolgende
rdenen. '
.
M e n kan geen fpoedig verteerende, of ligt

breek*

C 9S

breskbaare ftofTe, tot Muntfpetien verkiezen ;


nadien men dezelve moet kunnen laaten ligg e n , zo dra men zijne behoeften ingezameld
heeft: en nadien men dezelve moet kunnen
vervoeren, zonder 'er merkelijkefchadedoor te
lijden. Het moeten geene ftoffen z i j n , die men
zonder moeite, zeer zeldzaam, en als bij geluk v e r k r i j g t ; maar zulken, die veel arbeid
verorzaaken ; die de Natuur wel milddaadig
fchenkt, maar ook de zwarigheid en moeite,
in de waarde doet aanrekenen. D e Caurus o f
Hoorntjens , in Africa alleen in fommige Gewesten maar gangbaar, zijn hier van eenigzins uitgezonderd: maar de Zee geeft dezelven daar
weinig meer o p ; de overvoering daar van ia
zelfs zeer kostbaar; en de Europeaanen hebben de waarde daar van reeds bepaald. Goud
en Zilver eischt veel moeite eer het de behoorlijke fijnheid heeft; en op alle plaatfen
der W a e r e l d , is die moeite en kosten bijna
gelijk ; zo dat dit vereischte zekerlijk eene
inwendige waarde aan die Spetien geeft: welke
waarde door de volgende oorzaak nog vermeerderd wordt.
O m een Metaal in ruiling te geeven, moet
het zelve de Vuurproef kunnen doorftaan, om
zijne fijnheid te beproeven: dit kan geen M e taal doen, dat door het vuur iets moet verliez e n , of dat door de verandering van gedaante
het zij tot den vorm van G e l d , o f tot een of

sa

C 99 3
ander verfierfei, nodzaakelijk in zijne waarde, onder de bearbeiding, zou'verminderen.
Geene Natin zouden met elkander hierin over
een kunnen koomen; en de geduurig herhaald
wordende Proeven, zouden het noodzakelijk
M e t a a l , eindelijk tot het niets doen wederkeeren.
Ik zal hier twee ftruikelblokken opruimen i
welken men mogelijk hier zou vinden : namel i j k , waarom men j uithoofde van de mindere
beftaanbaarheid vati het K o p e r ; tegen het v u u r ;
het zelve toch enkel als een derde Metaal bezigt i
fcn om welke redenen m n de Edele Steenen ,
die ' O hoog in waarde; een verfierfei van het
Menschdom ; en van eene harde zelfftandigh e i d z i j n ; niet als eene ftoffe van algemeen
waarde; in den Koophandel heeft ingevoerd:
ten maar enkel bij Goud, Zilver en Koper
blijft.
W a t het eerfte aanbelangt: het Koper is
zekerlijk niet beftaanbaar voor het Vuur, maar
het is echter een M e t a a l , dat in zeer fterke
Vuurproeven maar weinig verliest; en niet verkalkt, gelijk het T i n ; noch verglaast, gelijk
het L o o d . Ook is het een der gewichtigfte
Metaalen in onze Huishoudingen, enkanderbalven, als een bijmetaal, tot het gebruik van
Muntfpetien, zeer wel toegelaaten worden.
Aangaande de Edele Steenen, gelijk D i a manten, Robijnen, Smaragden enz. deze kunG a
ace?

C tod 5
nen om volgende oorzaaken, niet gelijk Goc
en Z i l v e r , tot eene vaste waarde verheeven
worden ; eensdeels , om dat zij zeldzaamef
z i j n , en het derhalven ieder zijn zaak niet is
een genoegzaam aantal, tot het drijven van
Koophandel, in voorraad te hebben. T e n
andere zo zijn de gronden van hunne Schatting
z o menigvuldig; en de meerdere o f mindere
Liefhebberij brengt zo veel toe tot de bepaal
ling van hunnen prijs; dat dit eene onbepaalde
waarde zou verorzaaken. Ten derde j zo is
het bedriegen daar bij zo ligt en zo gewoon,
dat de Kasflers waarlijk werk genoeg zouden
hebben, om de Steenen naauwkeurig met elkander te vergelijken, en om zich voor bedrog
te beveiligen; daar het met Gouden en Zilve*
ren Spetien reeds werk genoeg in zich heeft,
om dit te verhoeden.
Maar het voornaamfte, waarom de Edele
Steenen niet mede tot de Muntfpetien gebragt
worden , is hunne ondeelbaarheid in kleiner
vormen en gedaanten : nadien men dezelve
niet kan deelen, zonder aanmerkelijk in waarde te verliezen. Dus zou m e n , bij voorbeeld
een grooten Diamant hebbende, en daar Koorn
voor willende genieten , dezelve niet kunnen
deelen, indien de waarde van het Koorn maar
de helft of f van de waarde van den Diamant
bedroeg, want de helft van den Steen is geenzins de helft van zijne waarde, en hier doo
zou-

101

Zouden de meeste Koopen onafgedaan, en alle


de onvolkoomenheden der ruiling, van Goederen tegen Goederen, zonder G e l d , zekerlijk niet opgeheven worden.
Goud en Zilver zijn dan met recht de waare
Metaalen, de waare ftoffen, welke de Heerfchappij der gewoonte niet alleen , maar natuurkundige en gegronde redenen, tot de eigenlijke ftoffen der Muntfpctien gefchikt hebben. Het Koper is een bijkcomend M e t a a l ,
dat bij gebrek van beide, o f ter beflisfing van
- minderwaarde, en onder verdeelinge ingevoerd
is: en derhalven is de eerfle vraag, raakende de
ftoffe der M u n t e n , beantwoord.
D e zelfftandigheid der M u n t e n , beftaat
altoos in twee bijzondere deelen; O in de
ftoffen van welken zij gemaakt w o r d e n , z o
even genoemd: 2) in den v o r m , die dan de
bijzondere zwaarte der ftoffe; den daar op gedrukten ftempel; en de uiterlijke o f gangbaare
waarde aanduidt. D e ftoffe, o f de wezenlijke
inhoud van dezelve; namelijk fijn G o u d , o f
fijn Z i l v e r ; als mede het wezenlijk gewigt
daar v a n , maakt de bonitatem intrinfecam, o f .
de innerlijke waarde; en de opgedrukte ftemp e l , en de daar door veroorzaakte kenteken e n , de bonitatem extrinfecam, o f de uiterlijke
waarde uit. Het laatfle wordt meestal enkel
door de Inwooneren van een L a n d ; maar het
eerfte door de geheele Koophandeldrijvende
G 3
Wae-

Joa

W a e r e l d ; (en wel i c h e r p ! ) in aanmerking


genoomen.
Het voornaame daar het in de innerlijke
waarde eener M u n t op aankoomc, is de waarde
der ftoffe, welke men daar toe beezigt, v o l gens den Cours van Negotie: en deze waarde
rust dan wer voornamelijk op de evenredig?
digheid, o f de vastgeftelde Proportie tusfcheq
ht Goud en het Zilver ; als de gewigtigfte
Muntmetaalen zijnde. D e waarde o f evenredige betrekking die wezenlijk, in gevolge derftoffe, tusfchen Goud en Zilver plaats vindt,
hangt van deszelfs eigenfchappenmeestendeele
af. Het Goud is het dierbaarfte, als zijnde deszelfs deelen het meest in een gedrongen. Z i j ,
die beweeren dat men geen water door de Porin
van het Goud zou kunnen dringen, hebben de
Proeven van DESAGTJLIERS niet geraadpleegt:
deze nam een gouden K l o o t , van binnen met
water gevuld, en denzelven eene andere en kleiner gedaante willende geeven, floeg hij 'er
met een hamer op , waar door het water als,
zweetdruppelen door de Porin van het Goud
heenen drong, (d) Dat het duurzaam is en
weinig door het vuur verliest, heeft de groote
B O E R H A V E N ondervonden, welken eenOnce
G o u d , een halfjaar lang, in een geduurig ge-

ftpokj
( O Korte iohoud yan D E J A G U H E R S Philofephijch$
Igsfen bl. 94.

13

ftookt wordende Glasblaazers O v e n , kookend


en vloeijend gehouden heeft, zonder dat het
een enkel grein verteerde, ( e) E n hoe rekbaar het Goud i s , kunnen die Gouddraadtrekkers getuigen, welken uit een korrelt jen G o u d ,
van een grein zwaarte, een draad van 50) voet lang kunnen haaien.
Betreffende de oudheid der ontdekkinge van
het Goud, zo weet m e n , dat M o s * s zich reeds
als een kundig oordeelaar daar over uitlaat,
wanneer h i j , in zijn eerde Boek Cf) de Paradijsrivieren befchrijft, entevens meldt, met
alleen dat het Goud van Havila k w a m , maar
ook dat het zelve goed was. Doch de menigte
van bet Goud van dezen tegenwoordigen t i j d ,
kan in geene vergelijking koomen met het
Goud van dien t i j d : nadien in het Jaar 1753
door de Portugeezen, uit Rio de Janairo all e e n , 528 Marken Staafgoud (een Mark weet
men is ffij) 2124 Marken Stofgoud, 2675
Marken Z i l v e r , en nog 6 Millioen en 407
duizend Crufaden in Goud en Z i l v e r , in E u ropa gebragt wierdt.
) . Waarlijk een grooten fchat voor een enkel Koningrijk! en wel
zo klein als Portugal is.

Het
(O B O E R H A V E N ,
( ) Gen. I I : n :
(

Elem, Chym.

!*

) N . S T R U I K . Inleiding tot de Algemene Jardrijksbe,

jchrijving, b l . 7 2 .

G 4

$k

Het Z i l v e r , het opvolgend Metaal zijnde,


Is, zo als wij reeds zeiden, veel algemeener;
minder bemind om zijne zelfftandigheid, en,
dus minder van waarde. M e n vindt het zelve
reeds als een geldbaare of vastgeflelde waarde
genoemd, bij het koopen van een Graf voor
S A R A , door A B R A H A M . f Veele Landen
leveren het zelve uit de Mijnen o p , en men
kan uit de Zweedfche berichten genoegzaam
cpmaaken, dat daar jaarlijks, ruim 1 5 0 0 0 tg
Zilver uitgegraven worden. Doch het Koper
is daar in eene grooter menigte aan te treffen;
en dit gemunt Metaal wierdt reeds, onder S E R v i u s T U L L I U S , bij de Romeinen, als Geld
ingevoerd ( / ) en is in alle Staaten van Europ a , binnenslands tegenwoordig gangbaar: doch
te zwaar en te gering van waarde om als geld
buitenslands verzonden te worden.
Goud en Zilver zijn derhalven de wezenlijke
Metaalen , welken de waarde der goederen
kunnen beflisfen ; fchoon men Landen heeft
Welke verfcheidene jaaren andere Producten als
Munten gebezigd'hebben, ja nog gebruiken;
zo als de bittere Amandelen, het gewoone G e l d
langs de Kust van Suratte geweest z i j n , volgens T H E V E N O T . (,{-) Het wit en zwart Graan
as dat van de inwooners van Fiorida; en de,
C ' O G e n . X X I I I : 16.
( O P L I N I U S Lii. X X X I I I . Cap. .
T H E V S N O T S Reizen D . III. bl. 36.
3

gouden en witte fteentjers in Zee opgevischt,


dat van de bewooners der Karajam. In Abisfijnie, vooral in 'tLandfchap Canclu, gebruikte men ftukjens Z o u t ; in Engeland had men
ton tijde van

JULIUS

CESAR,

en in Tebe ds

Koraalen : en dikmaals is het Leer een der


beste Muntfpetien geweest , yan het welke
P L A T O , omtrend de Carthagenienfen , nadruklijk handelt. ' E r zijn zelfs in ons Vaderland nog eenige ftukjens L e e r , bij fommige
Liefhebbers in hunne Kabinetten te vinden;
welke ftukjens, met de bovenhelft van eene
menfchelijke gedaante beftempeldzijnde, voor
eene oude Munt gehouden worden, voor welke
de Hoofdkerk van 's Hartogenbosch, aan J o H A N N E S gewijd zijnde, zou opgebouwd z i j n ;
weshalven O U D E N H O V E N ( / ) mogelijk
hierom zegt: dat gemelde Kerk op Osfenhuiden gegrondvest is.
Tot dus verre van de Munten in 't algemeen
gefprooken hebbende, koomen wij tot die van
pns Vaderland in het bijzonder: het weikeven
zo m i n , ja nog minder dan andere L a n d e n ,
door enkele ruiling zou kunnen beftaan.
En
waar van wij de thans nog in gang zijnde M u n ten in hunnen oorfprong en wezenlijke waarde
zullen doen kennen; en dan daar die M u n t e n

bijC O BefMjving

van 's Hertogenhsch, bi. 51.

Q. 5

106

bijvoegen, welken ons alleen nog in naam bijgebleven zijn.


Volgens de algemeene bepaaling van het
woord Munten, zo verftaat men door het zelve, zodanige ftukken M e t a a l , op welken de
hooge Overigheid van een L a n d , een Beeld o f
T e k e n drukken laat, om daar door de uiterlijke waarde, welke vooral op de fijnheid der
ftoffe en derzelver gewigt gegrondvest i s , aan
te toonen. Waar bij men dan nog de plaats
voegt, alwaar die M u n t geflagen i s ; om dezelve van alle anderen te kunnen onderfcheiden.
Het belang dat de Overheden in de Munten
altoos moesten ftellen, zo om hun gezach en
eere; als hun beftaan bij den Burger te behouden; heeft de Munten zelve altoos met eenige
hoogachting doen aanzien: zo dat K A M I L L U S
voor de Muntgodin,
o f ter eere van J U N O
M o N E T A , op 'tRoomfcheCapitolium,op den
eerften van Zomermaand, een Tempel ftichte (m) welke Godin ook aldaar telkens plechtig
C O O V I D . Fastor. L i k . V I . v s . 183.
landfche Dichter
JunoMoneta,

HOOGVLIET

vertaalt

Onze Vaderdeze

woorden,

f i n zijne Naavolging van O v i w u s Feestdagen)

Juno kaalsgtjln.

O o k is het zeker , dat het holiandfche

woord Waarfchmiwen met het Latijnfche Monere overeen k o m t .


Maar hoe komt hier dan de M u n t te pas?

Z i e hier de

Gefchiedenis. F O R I U S K A M I L L U S ten tweedenmaale D i c tator van Rootoe z i j n d e , deedt eene gelofe, dat indien hij de
A u i u n c i e r s , ( e e n klein volk, digt bij de Tijnheenfche Z e e
,

WOQ.

16?

tig treerd wierdt. Van hier was het o o k , dat


de meeste Vorsten bezorgd waren , om hun
naam en wapen toch vooral op de Munten te
doen pronken; en dat fommige Vryheidbeminuaars, naarijverig en oplettend omtrent alles
wat door deze verregaande zucht der Vorsten
gefchiedde, hen dikmaals in vrije Republieken
paaien (telden, welken zij niet mogten overtreden. Dus wierden de Hertogen van Venetien
het Munten geheel en al verbooden ; tot dat
men in het jaar 1473 goedvondt, dat hctBeeld van
hunnen H e r t o g , welophetGeldzougefchroefd
worden, doch op de knin liggende voor hunnen
befchermer M A R C U S : om daar door den Hertog telkens te herinneren, dat 'er een hooger
macht dan den zijnen was; aan welken hij eens
rekcnfchap van zijne daaden zou moeten geeven

C)

h e c

ftellen

? i j n

Beeld

wocmende) mogt liaan , hij voor Juno Moneta, een Tempel


zoude ftichten.

De Koningin der Goden was, even voor het

innecmen van Rome , door de Gallirs, dus genoemd, om


dat men voorgaf, dat 'ereen Item, verzeldvan eene Aardbcevinge, uit haaren Tempel gekoomen was, om de Romeinen
te Waarfchouwen, tegen de Rampen die hen dreigden. K A M I , I U S o.verwon: voldeedt zijne belofte, en (lichtte dien Tempel, ter plaatfe daar den oproerigen M A N n u s te vooren
woonde: deze plaats wierdt vervolgens 's Lands Munt: en
hierom werden alle de Geldftukken , welke tot gangbaare
waarde in den Handel gettempeld wierden, Moneta of Munt
geheeten.

lin dus Strookt alles volmaakt wel.

9 ) H U B N E R , Staatkundige fflfterie, D . III. bi. 4 4 8 .

ie>8

Beeld en W a p e n , door den Roomsch [Koning


M A X J M I L I A A N , op de Npderlandfche Mun*
t e n , een der voornaamfte befchuldigingen
tegen h e m , wanneer hij in den jaare 148& te
Brugge gevangen gehouden wierdt. ( ) Ook
blijkt het genoegzaam, dat de Hollandfche
Graaven, altoos met de grootfte omzichtigheid
omtrend de Munten te werk gingen; om hunne Beelden o f Wapenen daar op te ftellen.
Onder de voornaame aanvoerers der M'unten, was in de vroegfte Eeuwen, het nabuu,
rig Frankryk, een der eerften. Lang voor
dat men in de Nederlanden Geld floeg, wierdt
'er reeds in Friesland fchatting gegeeven, om
de overftrooming der Noordfche V o l k e r e n ,
door de Franfche hulp-wapenen te keer te
gaan. Deze Schattingpenningen waren zekerlijk alle Franfche M u n t e n , nadien de Franfche
Vorftenzich den Muntflaggenoegzaam als eigen
gemaakt hadden, en daar mede omfprongen
naar hun welgevallen. Dat deze Jast den Vrieien
echter dikmaals onverdraaglijk is gevallen, en zij
denzelven meer dan eens van hunne fchouderen poogden te werpen, toont het geval van
den Vriesfchen Koning D A G O B E R T , welke
in het Jaar 626, de gewoone fchatting aan de
Franfchen opzeide, en hen den Oorlog aandeedt. C O Schenkende bij de grondvesting
van
C)

ALKEMADE,

over de Munten der Graaven, M.14C.

. O O M E Z E R A Y ffut. de Franc. Tom. I , BI. 182.

iop )

van het Klooster te Wifemhurg, onder het gebied van Spiers, ook het recht van de M u n t
aan het z e l v e , in den Jaare 637, het welk
ook eenige volgende Vorften bekragtigden. Irt
laater tijd zijn de Vriefen echter meer handelbaar geworden, ontvangende het Franfche G e l d
even zo wel als zij eertijds de Romeinfche
zaagswijze Penningen, en de met een kar en
twee paarden gemerkte M u n t e n , ontvangen
hadden. ' E r zijn maar weinig Munten der
Vriefen aan het Nageflacht bekend geworden;
fchoon Utrecht en andere Plaatfen al in de
V i d e E e u w , als Muntplaatfen genoemd worden.
Alhoewel de Kerk van Utrechten eenige andere in de Nederlanden, met aanzienlijke
voorrechten begiftigd wierden, zo was die
van den Muntflag , door Koning O T T O I .
van Roome, aan 't Bisfchoplijk Utrecht A . 936
gefchonken, geen van de minfte: zijnde de'
aanmerkelijke Brief, daar van gegeeven, van
den volgenden Inhoud.

Sn ten

$ a r n e o n # f eerenjEsu C H R I S T I :
<33natlkHe iaSagcntgeljt / lk amg D u n a necenoe. Wg O T T O C o n i n c r i / a e fienSut
allen heeften m m f c l j e n / fine dat to'j bao? 6e*
g j e e c t e / enne fnftancie onfec gemlnoe fiuij^*
b r u i n e / g^eaoclaoft fieBen een liBante te
S e f c f j i e n / e n e fleilagen te tooien in oc

C ijs 3
jta5t ban i l t t e c g t / aac nu ten tfj't ceflbett
tn fit nfc certneerti.srje ^eec en ^ f c t j o r j
B A L D R Y C K ne ouecmlt^ onfec Cnnuic*
icliec ^ a i j e f t e l j t / en auctoetteijt/ becoieen
mij at geere cabe nocfi&ecgtec eenige Coe /
<gffte nft <auen/ o?re eenige gueftie/ batjEn ucoftjte en efgene nocij en neme ban bejec
jaunten. JSaec fon toat aee af te nemen i$l
cfte motfite rrjojb^n genomen/ bat gfieben entje
beceenen totj fieel en a ben ^ f c f i o e be&er..
ben &tabt en e r c f i e / bonomeicrien at t
edtten tot eenec aelmffen/ en njifjtfcfieDinge
nee fonen/ mbng en on# Utffi&abztg / bt
oo^lucfirigen Confntjc HENDRICX faigcc ntz*
moeien, en op at befe onfeggtfte ban allen Sec
flen menfegen nb en flfec n a m a e g / bagt ene
ban ftece gegnuen macfi tooien/ geen talf
oefen brfef boen fcgrnben/ en met onfen gul*
ben bingcting boen ocfegelen/ en fieben oie
met onjec gant onertefjciknt.
Heer O T T E N teijeken des DoorlucritigenConincx: A D U L G A G U S ,

N-

tarius in die Stede des overften Cappellaen R O B R E C I I T hebt bekenti


3

Ons Rijck dat vijffle Jaer, ghegheuen


enz. ( $ 0
Me
O ) De CronijcI,e yin Eollant, -Zeelant en de VriesUnt.tiktfi V. Cep. 13.

C in

M e n heeft Dordrecht altoos voor de eerde


Mntfiad der Nederlanden gehouden, w e l k e ,
met uitfluiting van de andere Steden, dit recht
zou verkreegen hebben: dan 'er zou meer be*
wijs gevorderd worden, om hetzelve te (laaiven. Keizer II E N D R I K de I V d e , gaf Ao. 1064
het recht om geld te munten, aan die Stad*
maar Utrecht had dit recht, volgens den voorgaanden brief, reeds ia8 Jaaren vroeger. B o vendien is het bewezen, Cr) dat 'er zo wel te
Jaedenblik als te Dordrecht eene Graavelijke
o f Gemeene Lands Munt geweest i s ; zo dat
de volgende Eeuwen mogelijk alleen voor de
Jaatfte Stad gepleit hebben ; fchoon men i n
tijden van gevaar Amfteldam zelfs daar toe
gebruikt heeft; alwaar de naam van Munt,
aan den Reguliers Tooren gegeeven , het jaar
1672, en de oefening aan die plaatfe, nog telkens doet herinneren.
M e n heeft eene gewigtige aanmerking, omtrend de Muntplaatfen van ons Vaderland, aan
den

beroemden . . B A L T H A S A R

HLTYDECOPER

te

danken. (O De waarfchijnlijke misvatting


omtrend de eerde en voornaamde Muntplaats
dezer Gewesten, is bij de meeste Geleerden
aan te treffen. D e Fransfche muntbcfchrijver
I B L A N C befloot uit eene, door hem in
Plaat
CO KORN.

VAN

ALKEMAOE,

de Mant der Holland'

fthe Graaven, in zyn Voorbericht.


( O I" zijne uitgave van M E L I S S T O K E , Deel 1.

C | >
Plaat medegedeelde Penning ( 7 ) , dat dezelve
reeds onder de eerde Fransfche Koningen, t
Dorftade gemunt zoude zijn. Maar welke plaatshouden onze Voorgangers n voor Donads?'
Alle,

z o w e l A L K E M A D E als

VANLOON, VAN

en anderen, noemen dezelve Wijk te


Duurftede: En fchoon 'er geheel geene bewijzen*
zijn dat Wijk te Duurftede immer zulk een
Zeedad geweest i s , dat dezelve, als de voorhaamfte Handeldrijfder , verdiende met een
Schip op haare Munten getekend te worden;
zo is echter die dwaaling zo algemeen bij
Vreemdelingen en Vaderlanders ingeworteld;
dat men Wijk te Duurftede altoos als de eerde
M u n t d a d , boven Utrecht en andere Stedeni
hoort uittrompetten.MIERIS

Maar nu is de vraag: indien men door Dareftatus, den naam eener Stad in het Sticht van
Ltrccht, welke eertijds een der machtigde
Van de Nederlandfche Steden, (ingevolge geknielde befchrijving) moet geween z i j n , niet
verflaat: welke Stad of plaatfe kan men dan
door het gemelde Dorftade of Dorftadium verdaan? Deze vraag beantwoort gemelde H U Y D E C O P E K . , ' door zijne overredende befchrijv i n g , ten v o l l e : volgens zijn begrip was hef
eene opene plaatfe niet verre van den mond
der E/ve, alwaar de Deenen en Zweeden*
die zich liever met Koopmanfchap i dan niefc
Rob*
C O L E B L A N C , friities

Monneljet

bi. 7 8 .

Roover'j geneerden . handel dreeven rrict


i,, Vriefen en Saxen" ( v ) in 't kort een oud
Vermaarde Zeeplaats, digt bij Hamburg gelee*
gen: en met deze ftrooken alle de befchrijvin
gen het beste.
Dat Dordrecht in 't vervolg van t i j d , echter
de Muntplaatfe der Graaven van H o l l a n d ,
bij uitzondering, geweest i s ; bewijzende voorrechten aan die Stad, van tijd tot tijd gefchonk e n ; en onder andere die van den Luikichen
kerkvoogd J A N V A N B E Y E R E N ,

de O o m

van Vrouw J A C O B A ; welke Graaf, den Kap


op den T u i n hangende, zijne Nicht uit haare
Vaderlijke bezittingen drong, en door d c D o r tenaars toegevallen , hen in 't jaar 14.1S. in
zijnen Handvestbrief beloofde; dat hij d e l l o l landfche M u n t , , nimmer dan met toeftemming
en op bevel van zijnen Raade, openen noch
gebieden zoude: als mede, dat 'er nergens
anders dan te Dordrecht zoude gemunt worden. Doch onder den Roomsch Koning M A X I *
S I I L I A A N , en den Aartshertog P H I L I P , werden

' e r A . MQj om het gebrek van Penningen in de


Nederlanden voor te koomen, vijf bijzondere
Munten geopend, als n in Braband, n i n
Vlaanderen ; n in Gelderland, n i n Hol.
'land en n i n Henegouwen*
s

02'
Cv) Rjmkronijk van M E L I S S T O K , met AaDerkingeii
van H u Y D B co v E r., D . 1. bl. 107. \

"4

Genoeg van de Muntplaatfen Ja ons Vaderland gezegd hebbende, gaan wij tot de M u n ten zelve over: o m , daar wij eenigzins kort
moeten zijn , echter het noodzaaklijkfte temelden.
Wanneer men onze oude Beeldenaars of
Muntboeken op/laat, dan vindt men zulk een
aanzienlijke menigte van oude Vaderlandfche
Munten in dezelven genoemd en afgebeeld;
dat men zich over de veelheid moet verwonderen : en nog meer, om dat men voormaals verfcheidene vreemde M u n t e n , daar nevens als
gangbaar aanmerkte. Thans zijn de zogenaamde Bodt-dragers, de Vierijzers, de Griffioenen;
even zo wel als de Schilden, de Leeuwen, en de
Saluiten geheel afgefchaft; en zouden, bij eene
naauwkeurige enomftandigebefchrijving, zeer
weinig w i n n e n , zo dat wij dezelve liever
verder onaangeroerd zullen laaten.
D e meeste Landen hebben tweederlij Geldrekeningen , volgens welken zij de waarde
Jcunnen bepaalen: als i ) Gefingeerd of enkel
denkbeeldig G e l d , dat altoos vast in prijs ftaat:
en 2 ) wezenlijke Geldfpetien, o f gangbaare
M u n t e n , welkers waarde nu en dan kan rijzen
of daalen; naar maate de ftoffe uit welken zij
gemaakt z i j n , duur o f goedkoop worden. Ons
Vaderland heeft even dezelfde fchikking ; en
daar men hier de << Vlaams als ook de oC Groot,
enkel, als denkbeeldig Geld moet befchouwen;

zal

( n5 }
zal het niet onvoegzaam z i j n , onze naafpooringen, dienaangaande, hier mede te deelen.
Het zogenaamde Nederlandfche Tdpond of
Vlaams , dunkt mij van het Ronieinfche
Telpond {\Libra Numeraria) veilig af te moo.
gen leiden; als flrookende zo wel met deszelfs
Verdecling, als met die van het oude Franfche
t < o f Livre Tournois. Een SbMdus of Schelling
Van G o u d , deedt bij de Romeinen 12 Milliarfia ( * ) 24 Ceraiia o f a$i Sollet ; volgens
de aangegeevene wetten der Byzantinifche Keizers, E n het Vaderlandsch Goudgewigc is even
zo verdeeld, namelijk een Mark in 21 Caraaten , een Caraat in 12 Grein en dus het geheele
M a r k in 288 Grein.
D e Solidi van Z i l v e r
welke vervolgens ook Schellingen genoemd
wierden, waren | Once zwaar; en dus gingen
' e r , nadien het Romeinfche ffi in 12 Oneen
verdeeld was, 24 Solidi in een W, welken ook
in 12 Penningen verdeeld zijnde, weder 238
Penningen opleverden : welke verdeeling d
Franken ook opvolgden, nadien zij hun oude
c < ook in 24 Schellingen verdeelden.
D e Denarhts of Penning der Romeinen }
woeg i n den beginne 1 Once zuiver Z i l v e r ,
nadien de gemelde V o l k e r e n , geene andere
ftoffe bij hunne Muntfpetien voegden.
D t
was'
C ' O Mir.areBa wierden dus genoemd, om dat ' e r t e v o o r n
i t o o op n P o n d G o u d gerekend wierden.'

H 2

*S

was de groote hunner M u n t e n , en ftondt ge*


lijk met i o Asfes Koper ( dat is 120 Roomfche
Vncite [ oneen ] zo dat het Koper toen tot het
Z i l v e r , gelijk :2o tot 1 ftondt: enfehoon deze
evenredigheid telkens veranderd, en dus ook
de zwaarte van den Denarius verminderd i s ;
zo dat men in 't vervolg van tijd, 6, 7 , ja
8 ftukken uit n Once moes: maaken; hieldt
men echter een Denarius voor gelijkwaardig
met een Drachma. E n nadien het Griekfche .
op ie0 Drachmaas gerekend w i e r d t , zo
ftelde men ook ioo Denarii voor 1 H Z i l v e r ;
hoe hoog o f laag ook de prijs van die ftoffe
mogt wezen: en zie daar de oorfprong en de
verdeeling van een Libra numeraria of R o meins ch Telpond.
N a dat der Franken Koning , K A R E I de
Groote, in zijne Muntbevelen, het Livre de
Compte ; of
Tournois (yj op 10 Schelling e n , en ieder Schelling op 12 Penningen gefteld had; wierd deze fchikking van de meeste
3Matien , behalven van de Saxen en Vriefen
naarge volgd: de eerfte deeden zulks wegens dea
invloed welken de Franken op het Muntwezen
verkreegen hadden ; en de laatfle lieten het
n a , om dat zij 'er uitdrukkelijk van uitgezonderd
Cy) Naar de Stad Tours, in Vrankrijk, van waar het oo&
Ipronglijk is, das genoemd.^

C *7 )
derd wierden. Cz) N u hieldt de gouden Solidus
bij de Franken vr K A R E L den Grooten
s tijd, 40 Penningen of"3i Schelling van Z i l ver, en deze Muntvoet bleef ook bij de Saxen
en Vriefen , na K A R E L S bevel ; van waar
wij derhalven ook nog de
van 40 Grooten,
welken in de oude Belasting-Brieven, Kustingen, enz. voorkoomen, behouden hebben.' a )
E n dus is de oude Romeinfche, vervolgens
Frankifche .Sodus van G o u d , o f de namaals
plaatsvervangende Gulden (van welken wij nader zullen fpreeken) bij ons nog in de oCvan
40 Grooten aan te treffen.
Nog verder. Nadien de 3 MUarefta bij de
Franken een zilveren Schelling hielden: welke
20 Schellingen, volgens K A R E L 's b e v e l ,
Sodus o f << van 2 4 ; Grooten uitmaakten;
zo
(_z~) Vide P I T H A E U S

in Lex Longobard. A o . Soi.

mnibus debitis fo'vendis, peut ar.quuus

De

fuit cenfuetudu, per

1 2 dsnarios folidi folyantur per tolam legem falieam excepto


lindes.

Si Saxo aut Frifo falicum occiderit, per 4 0 denarios

folvatur. Lib. U. lit. 2 2 . Cap. 1.


( a ) Voor 313 jaar (namelijk A o . 1472 ) lekende de
Ontvanger van Hertog K A R E L

van Bourgondien, de reke-

ning van Verpaitinge van liet Amlteldamfche Schoutsambacht


enz.

op deze wijze: Jc P I E T R L A N C H A L S raet ende ont-

fanghcr generael van alle de financien mijns ghenadichs Heeren shertogs van bourgoingnen kennis ontfaen hebbende van
Burchmeftren Sccpcnen ende raet derfredc van aemftredam
la foinme van thien duuts agt honden ponden van vierikh
groten vlacms 't pont. enz.

E n deze lar.tfts bcpaaling.

eefchiedt aog.

C n8 )
zo dat 'er dus 'doende 6b MHHarefia op hes
Frankifche c< gerekend wierden ; zo zal het
tevens blijken, dat indien men onze Dubbeltjens met de MHHarefia gelijk fielt; wij dan
ook 3 Dubbeltjens op een Schelling , en 2.0
Schellingen op een << Vlaamsch van 240 Grooten, gelijk de Franken hebben: waar van de
60 Dubbeltjens ook, even als de Milli-irep.,:, weder het zelfde aC, o f 6 : : ukmaaken:
zo dat men, uit deze beide Proeven van Verdeeling, veilig zal moogen befluifen: Dat het
oC Groot , of de benaaming van onze hedendaagfche Gulden van 40 Grooten , in onze
Staatspapieren , van de Saxen en Friefen tot
ons is overgebragt; welke Volkeren het buiten
twijffel uit Dorftade , en deze wer van de
Frankifche Vorsten, voor K A R E L den Grooten, verkreegen hadden : als mede dat het <=C
Vlaams, ook van denzelven ouden oorfprong
z i j n d e , naderhand, door den invloed van de
Franfche Koningen ; de Graaven Van Vlaanderen , en van den wederzijdfchen Koophandel
is ingevoerd : fchoon beide reeds in Roome
hunnen grondader hadden.
T o t de benaaming der wezenlijke Vaderlandfche Munten overgaande, moet ik vooraf
herinneren : dat veele van dezclven hunne
naamen ontleenden, van de tekens met welken zij verfierd waren. Dos had men hier.
Lammen. Botdragers , Kromftaarten,
Vliezen,

Schilden

Vuurijzers

Baardmannen;
g-e/,

Kroonen ,

5ttrfg e n

naar maaten z i j een


F W r , Vuurijzer

ten t e k e n h a d d e n ;

, ^?f

Schild of Kroon i,

o f naar maate de daar o p

v e r b e e l d e P e r f o o n e n , # o , Kraagen o f Z f c w droegen:
Reiders
Ook

e v e n 7.0 als m e n n o g , h e d e n de

naar den o p h e b b e n d e n Ruif er noemt.-*

d e z e g e w o o n t e w a s , e n is bij de B u i t e n -

landers

gemeen :

Munten

men noemt i n Portugal de

m e t een K r u i s v o o r z i e n ,

Crufadost

w e l k e v o o r a l t e n dienste d e r K r u i s v a a r d e r s naar
het

H . Land

Ao.

1344.

dus b e f t e m p e l d

wierdt

wierden.

in Engeland

een

In

Munt,

m e t e e n R o o s verflerd , g e f l a g e n , w e l k e n m e n
d a a r o m o o k Reozenobel

noemden.

De

Angeht

o n t l e e n d e haaren naam v a n d e n E n g e l M I C I I A ; : L
die

'er op gefchroefc w a s .

Salutatio,

D e Salut d i e v a n

o f groetep.isfe aan M a r i a , w e l k e z i j

v e r t o o n d e , b e n o e m d was en z o m e t v e r f c h e i dene
De

anderen.
eerfte b e n a a m i n g w e l k e ons i n de V a -

derlandfche
Penningen,
zijn.

Munten

is d i e v a n

D i t w o o r d ftamt a f v a n d i e oude L o o d e n

en holle M u n t e n ,
van

voorkomt ,

f c h o o n d e z e l v e geenszins i n w e z e n
w e l k e n e e r s t de gedaante

een k l e i n e Pan h a d d e n , e n o m d i e r e d e n ,

i n h e t M o n n i k k e n L a t i j n , Panningi,

of

ninsri,

genoemd

e n i n ' t H o o g d u i t s c h Pfennige

Pfan-

w i e r d e n . ( ) D e o u d e D u i t f c h e r s verftonden
on(>) Vide j . G . L E U C S F E L D , dritieuitatilus Mama*
nis, Pag- 5- NotfC.

C 120 )
onder dit woord van Penning o f Denarhim
ook het 6de gedeelte van een L o o d , en tekende dezelve , als het geringde zijnde mee
de twee eerde letters van dien naam $ welk
teken wij nog tegenw oordig , ook voor het
kleinft gedeelte van ons Koopmans Telpond ,
namelijk voor de Grooten in onze fchriften
gebruiken. Gelijk nu het woord Nummuf\
bij de Latijnen Geld in 't gemeen beduidt;
zo is ook het woord 'Penning, bij ons en de
Duicfchers, van eene algemeene betekenis geworden, met welke ieder ftuk G e l d , van wat
metaa! of ftoffe ook gemaakt, en van welke
hooge o f laage waarde ook gehouden, in 't
algemeen betekend wordt; van waar dan ook
het woord Penningkunde weder zijnen oorfprong heeft.
Van de Penningen ( i n den bepaaldften z i n
genoomen) hooger opklimmende, ontmoeten
wij eerst de Duiten ; welken hun naam vaa
'Deutskens, en Fransch gewigt jen van 2 A z e n ,
zekerlijk zullen ontleend hebben: en mogelijk
wel van dat zij de geringde geldwaarde , i n
wezenlijke M u n t , bij ons aanduiden. Daar
na volgt het Oordjen, dat ais een Vierdeparc
o f Oord van een Stuiver, wel in naam, maar
nier meer als een gangbaare Penning, bij ons
bekend i s : weshalven men 'er n uit de tijden,
van P H I L I P S den'tweeden, Koning van Span-

na,

jen,

op de bijgevoegde P l a a t , zal afgebeeld

vinden.
ic de reeds gemelde Grooten, weike men
als een ingebeelde M u n t , ter waarde van een
halve d u i v e r , moet achten, is geenszins de
afgebeelde Groot oprfprongb'jk : veel minder
fpruit dezelve uit de Duitfche Gmsfchen ,
nadien dezelven eerst in 't jaar 1296, door
Konn W E N C E S L A B S van Bohemm. onder den naam van Grosfi Pragenfes, of Pragerrofchen d'en fchroefdempel verlieten, endoor
veele anderen, en van verfchillende Vorsten
W d wierden. De hier in Plaat medegedeelde M u n t , is de oude Groot van den ongelukkigen C>raaf F L O R I S den V d e n , hebbende
op de eerde zijde, in den binnen omtrek, het
eewoone kruis; .met het randfchrift Florntu
Comes (.Graaf Fhris) E n in den buiten omtrek, deze afgebrooken, doch Christelijke
woorden: bndiclu: fit: norac: du: nrr,de ;
. p ([Gezegend zij de naam, onzes Heeren
Gods Jefus Christus) Aan de andere zijde, is
'een foort van Kapel of Christen Kerkjen te
zien , hebbende boven op deszelfs fp.ts een
K r u i s , met het omfchriftfutmm. Gm (Tours
Burger) zo dat dit een der oudde Penningen
der Nederlanderen is.
w e v o

c h

Enkel

in naam

is bij ons ook

nog be-

e n d . de zogenaamde Blank, welke insgelijks


H 5

122

op de gemelde Plaat voorkomt; en door onze


Voorvaders Witjen genoemd wierdt; en op
het laatst 6 duiten uiterlijke waarde had. Z i j
was uit haaren aart een franfche M u n t , (blijkens uit haare Lelijen) zijnde het eerst geflagen, door Koning P H I L I P van Valais, doch
had zo weinig Zilver en zo veel Koper in z i c h ,
dat men genoodzaakt was om haar met Zilver
te overftrijken, o f te witten ; op dat de Vorstelijke M u n t geen blaam bij de Onderdaanen
zoude moogen verkrijgen. W I L L E M . Hertog
van Henegouwen, Graaf van Holland, en J A N
Hertog van Brabant, maakten, met goedvinden
van hunne Edellieden en Steden, een verdrag,
om deze M u n t , ip beide Landen, tot zekeren
prijs, gangbaar te houden, en aan te Munten (je)
D e Tweeblanks-penning, welke eens zo veel
waarde had, die nog in fommigo Steden van
ons Vaderland (onder anderen in Leyde) dus
genoemd wordt, en waar tegen men in Am*
ft er dam drie groot zegt; is insgelijks, volgens
den Antwerpfchen Stempel van Koning P H I L I P S ,
in Plaat hier agter gevoegd.
De naamsoorfprong van den Stuiver ligt
mogelijk in zijne kleinheid .. door welke hij
ligt door de handen kan zinken of yerftuivem "
terwijl men h e m , wegens den daar op gedrukten
BunCO V A N M I E R I S , Chane;Ueki Deel II. bi, 575.

Bande! van 7 P >


^
'
pertjen hoort noemen: fchoon deze benaaming
i t zeer vleijendis, voorhetzozinncbeel'dend
als wel uitgekoozen W a p e n , der 7 Vereenigde
Gewesten. Immers moest men hier nimmer
aan een Bezem , maar altoos aan dien Vorst
denken , welken op zijn doodbed liggende ,
zijne Zoonen bij hem deedt roepen; hen beladende hunne Pijlen n voor n te breek e n ; dat zeer ligt gefchiedde; maar vervolgens weder het zelfde getal van P i j l e n , bij
elkander gebonden hebbende , hen het zelfde
bevel gaf, doch nu de fterkte van alle de P i j len te famengenoomen, demenfchelijke kracht
zis, te boven ftrecven : en uit dit voorbeeld,
dien Gouden regel van Staat, ten voor al voor
ons Vaderland) bekrachtigden: dat Eendracht
ook Macht maakt.
D e Braspenning is geene wezenlijke M u n t
meer in ons Vaderland, maar zij i s , als een
der Oudlten, ons daarom niet minder bekend.
Schoon haar eerfte M u n t e r , mij noch niet volkoomen gebleken i s , twijffel ik bijna niet o f
het zal een der Graaven van Brabant geweest
z i j n ; en w e l , zo ik met eenigen grondmaggis1 e n

w e l

e e n s

fen, J o H A N N E S de I , ofdeZegehaftige,waar

toe ik de volgende reden moet opgeeven.


M e n heeft m i j , gelijk alle andere Reizigers,
aan den noorder buitenmuur der Kerke van
'
Ut.
;

C 124 )
Sf. Jan, te 'j Hertogenbosch, een in fteen uitgehouwen Arbeid man vertoond , welken met
zijn'voet een Ketens Pot om ver ftoot: en men
verhaalt daar v a n , bij overlevering, ook volgens
B Acm E NE" (d} dat dees verbeeld wordende
Perfoon, zijnde een der voornaamfle Arbeidslieden, welke aan den opbouw der Kerk werkte,
daaglijks daar voor verdienende eenen zogenaamden Braspenning, niet weinig misnoegd was, tegen zijne Huisvrouw, die hem tot zijn middag,
maal Erwten met Spek bereid had,- en daarom,
den pot, waarin dezelven gekookt werden, om
verre ftiet: zeggende; deze fpijze te gering te
zijn, voor een man, die dagelijks een Braspenning kon verdienen.
:

D i t is zekerlijk maar een verhaal ; doch


wanneer men het eenigzins toetst, is het geenszins onwaarfchijnlijk. D e omverftooting van
den P o t , is 'er wezenlijk te zien; en zou nu
de echte Hiftorie zo geheel verlooren geraakt
zijn ; en d e z e , die met het verbeelde zo
wel ftrookt, valsch moeten heeten? Geeft
de naam van Braspenning niet reeds aanleiding om te gelooven, het geen men uit de oudheid meldt, namelijk, dat zodanig een ftuk zo
veel waarde in dien tijd had, dat men 'er eene
overdaadige maaltijd voor aanrechten, en Bm,

C<0 In zijne en B U S C H N G S Bifihrijying


tfderlanden,
Deel I V . b l . 512.

fen

Aei P.reenigde

125

fin k o n ? I m m e r s w o r d e d e z e l v e i n d e g e f c h r i f ten v a het jaar 1 4 0 0 e n v e r v o l g e n s , reeds de


Oude

St. Johanes

Braspenning

g e n o e m d : hen

w e l k n o g meer aanleiding geeft,

o m d i t geval

v o o r w e z e n l i j k g e f c h i e d te d o e n d o o r g a a n .
'

W a n n e e r m e n d e n t i j d v a n b o u w i n g d e r St*
Jans

K e r k i n 's Hertogenbosch

a a n m e r k t , als

mede den H e r t o g van Brabant, welke i n dien


tijd

regeerde ;

dan b l i j k t

aanftonds

dat de

eerfte fteen v a n d a t G e f t i c h t , i n den jaare 1281


gelegd i s ; terwijl

JOHANNES

g e n a a m d de Zegehaftige
bant,

na het jaar

de I f t e , b i j

, als H e r t o g v a n Bra-

1 2 7 3 , i n d e plaatfe z i j n e r

M o e d e r t r a d t , e n d i t b e w i n d t o t h e t jaar 12.94
b e h i e l d t ( ? ) . Is h e t n u n i e t zeer w a a r f c h i j n l i j k
dat deze H e r t o g , o m t r e n d dat j a a r , e e n M u n t
heeft

doen Haan,

w e l k e zijnen naam

droeg;

als o o k d i e v a n d e n P a t r o o n , aan w e l k e n d e
Kerk

vervolgens werdt

onder

het bouwen ,

toegewijdt ? en k a n

deze

gefchiedenis

der-

halven niet zeer w e l zijn voorgevallen?


De
'

Heer B A C E I E N E

o n t ' e r f t e l t , dat het-

zelfde geval o o k na den brand [ d e r K e r k e i n


1.119 o v e r g e k o o m e n ] z o u k u n n e n

plaats g e -

h a d h e b b e n : o o k meende h i j , dat de
ning

Braspen-

altoos d e z e l f d e waarde v a n i o Duiten

of
20

C O
CANTILLON,
D e e l I. bladz. aj.
D

Vennaaynjkhtden van Brabant,

i.2d

zo Penningen gehad heeft: dan wat het: erf


aanbelangt, zo was het geld in de X V d e E e u w ,
f na het jaar 1400 zo fchaars niet meer iri
ns Vaderland , dat dit in alle deelen op de
Braspenning zoude toepasfelijk kunnen gemaakt
worden; en wat het tweede betreft; zo deedt
de Braspenning den 17 Augustus 1421 eigene
lijk 17 Duiten, en heeft van tijd tot tijd, even
als de andere M u n t e n , verandering van waarde
ondergaan, zoals verder getoondzal worden.
Intusfchen zal het befchouwen van den bijgevoegden Plaat, genoegzaam kunnen doen opmerken , dat o!e Braspenning , als eene B r a bandfche M u n t , in wezen geweest is.
Van d Tweeblankspenning gefprooken hebbende, bij het verhandelen der enkele Blank,
gaan wij thans tot den Stooter over , welke
Jaater gangbaar in ons Vaderland is geweest,
dan de Braspenning-,
wiens naamsoorfprong
nen bij de Grieken, in hun Stater j meent te
moeten zoeken. D e Stooter was het 2 0 ^ gedeelte van den Zilveren Regel, en de laatfle waarde
voor welke dezelve gangbaar gefield wierdt;
was 2 | fluiv. men vindt deze ook in Plaat hier
bij medegedeeld.
e

Wanneer de Hertogen van Bourgondieh


het bewind over de Nederlanden hadden, en
door hunne huwelijken , in. het geflachte der
Spaanfche Vorsten invielen ; wierdt ons Va.'
derland, ingevolge van d i e n , ook van Gouden
en

OUDE

NEDEREANDSCHE MUNTEN.

I . K e a e l . . .11. Stooter.. .HL. B r a s p e n n i n g . . .IV. TweeManken.


y. B l a u i . . . Y I . G r o o t . . . V U . Oortjen.

C 127

n Zilveren Reaeleh , o f Koninglijke Munten


Voorzien; doch welken ook met de dwinglandij ,
der Spanjaarden tevens weder uit ons Land
zijn verdreeven geworden. Deze Reaelen waren van zeer fijne ftoffe, zo wel in Goud als
in Zilver, en waren zwaarder dan de hedendaagfche Spaanfche Munten zelve. D e eigenlijke Zilveren Reael, wierdt ook Koningsdaaler
of Philips en Prinfendaaler genoemd; als zijnde door Koning PHILIPS II. en vervolgens door
de Aartshertogen van Oostenrijk gefiagen. D o c h
de gemeenlijk zo genaamden Zilveren Reael,
was maar een agtften deel van de Philipsdaalder , doende volgens zijn laatfle M u n t waarde p \ o f e\\ ft. Hollands.
D e Schellingen welken men ook Solidi, en
in Duitschland eerst dikke Munten noemden;
wierdea eertijds zo wel van Goud als van
Zilver gefiagen; en fchoon fom'migen meenen
dat deze hunnen naam van den Hebreeuwfchen
Sikkel ontleend hebben , zo meent Profesfor
K O U L E R , en bewijst het ook, dat deze M u n ten hunnen naam van Jiunnen klank yerkreegen
hebben ( ) nadien de voormaalige Hollemunten
klank ontbraken, en waarom men dezefchelle o f
klinkende M u n t e n , of kortheids halven Schellingen
()

Hijlorlfchtn

H . 2-81} en .190.

MunzWlustigungcn

T h . IV.

St. 37,

128

gen genoemd heeft: en hier, en elders, als agl


ftendeelen der Rijksdaalers heeft ingevoerd. In
de Brunswijkfche Landen wierden zij door Hertog H E N D R I K de tweede A M 532,. opnieuw
aangemunt en met twee Latijnfche S s beftempeld.
D e zogenaamde Groninger Flabbcn ,
met den Patroon dier ftad verfierd, zijn heden
k 8 St. gangbaar.
Van de Munten welken eertijds in Goud
maar thans in Zilver gangbaar z i j n , is de G u l den ons ook nog overgebleeven; en heeft z i j nen naam van Goud o f Gulden tot heden toe
behouden.
Plij verkreeg dien , na het jaar
12.52 , wanneer men te Florencen een Munt
geheel van G o u d , en met een L e l i e , en het
opfchrift Florentinus verfierd, deedt munten. Vervolgens wierden dezelven aan den Rhijn
en in de Nederlanden, dus ook in Zilver i n
trein gebragt. Van daar heeft men derhalven
den naam van Gulden, als ook die van Floretius of Florijn, wegens den bloem die op den
eerften ftondt, af te leiden.
De Keurvorsten en andere Beftuurers van
het Duitfche R i j k , lieten A >. 136, een andere en zwaarder penning munten en noemde
dezelve , ter onderfcheiding van andere Guldens ; ' Rhijnfcbe Gulden o f Goudgulden : mt
welken naam onze 2^ ftuiv. ftukken nog heden
benoemd worden, en 'er ook best mede overeenko

139

k o o m e n ; f c h o o n het i n de daad Daalers

zijn

w e l k e A . 1551. o p d i e n p r i j s g e f i e l d w i e r d r n .
of

D.'lers,

m o e t m e n w e z n l y k aan hunne eerfle

D e n a a m s o o r f p r o n g der Daalders

Munt-

plaats
Dal,

zoeken.

Deze

v a n waar

Muntplaats

z y Dalers

e n w e l Joachimdalers,
Munten

hebbende

beeld van J O S E P H ,
CHIM

o m dat de e e r f l e

ten k e n m e r k .

groote menigte

zommige

een

wierden;

A o . 1 5 1 8 i n het Joachimsdal

wierden ;

in

was

genoemd

dezer

gemunt

van dien

het

en andere dat van J O A Deze Munten


alom

verfpreid,

wierden
en v e r -

l o o r e n daar d o o r e i n d e l i j k h u n v o o r n a a m w o o r d
^foachim,

en w i e r d e n maar e n k e l Dalers o f 77/#-

lers g e n o e m d :
wierdt,

het w e l k te meer n o o d z a a k e l i j k

o m dat m e n o p v e r f c h e i d e n e

foortgelijke

plaatfen

M u n t e n aan 't l i c h t b r a g t ,

hou-

dende g e m e e n l i j k 2 L o o d Z i l v e r .
Onder

d i e m e n i g t e van D a a l e r s iri Ons V a -

derland ,

w a r e n die uit het Joachimsdal

hier

v o o r m a a l s o o k g e w i l d ; d o c h w i e r d e n met d e n
Nederlandfcheh

L e e u w b e f t e m p e l d ; en dit g a f

a a n l e i d i n g tot d e n z o g e n a a m d e n
ler,

w e l k e m e n i n turkijea

men

van

heeft.

geene

andere

LetWetidaa-

zelfs k e n t ,

Daalers

E n d i t h e b b e n wij aan d e n N e d e r ' ;.:

f c h e n K o o p h a n d e l , i n 't b i j z o n d e r ,

te d a n k e n .

M e n behoeft niet v e e l d o o r z i c h t te
bm

waar

wetenfci.ap

te k u n n e n

b e g r i j p e n , dat d e
I

hebben,
Rijhdaaler,
ook

'3

ook van dien zelfden oorfprong dient te zijn


als de D
er ; nadien dit laatfle woord in beide Munten gelijk is, Ik behoef hier enkel
bij te voegen, dat K A R E L de V A. 155!
een Munt - Regelement in het licht gaf, volgens welke eenige der zwaarfle en befle Daalers , tot Daalers van het geheele Duitfche
Keizerrijk verheven wierden : en zie daar de
oorfprong der Rjksdaalers, bij die der D a a lers mede opgegeevcn.
1

Het is geenszins onaangenaam , de oorfprong der bijzondere naamen van de M u n ten uit de Oudheid op te delven; nadien de
verfcheidenheid hier telkens onze gezellinne is.
Zagen wy den naamsoorfprong der Schellingen
van hunnen klank; die der Guldens, van hunne
eerfle ftoffe ; en die der Daalers van hunne
eerfle Muntplaatfe afleiden, wij z u l l e n , hooger klimmende, dan nog zien, dat eenige onzer Vaderlandfche M u n t e n , hunnen naam aan
den rang van hunnen eerften Munt bezorger
verfchuldigd zijn, zo als dit, omtrent de Ducaaten en de Ducatons van ons Vaderland, a l zins blykbaar is.
D e Hertogen van' Apulejen en Calabrien ,
deeden, na het midden van de elfde E e u w ,
eenige Gou Jen M u n t e n , met hunne Beeldtenisfe verfierd, fchroeven; welke Munten , om
die reden, naar het Italiaansch, tl Duca of Hertog

*3t

tBg genoemd wierden. D e Nederlanders herjben dezen gewapenden H e r t o g , ook al ras op'
hunne Munten gedrukt, en hem zo wel doen
voorkomen, dat h y de meefte harten, niet
alleen in ons Vaderland, maar tot aan beide
Poolen , heeft ingenomen en overwonnen ;
en zijne Zenders, van tijd tot t i j d , gewigtig
winften heeft aangebragt. D e Zilvren Dueaat, dien m e n , om verwarring voor te koom e n , Ducaton noemt, heeft denzelfden naamiborfprong , fchoon hij uit de verbeterde Philipsdaaler is voordgefprooten, en meest altijd
Spaanfche Vorften vertoont. D e Zeeuweri
noemen hunnen Rijksdaaler gemeenlijk Zilvren Ducaat; en zij hebben gelijk : z o als
verder zal getoond worden.
M e n begrijpt ligt waarom wij bij het opnoemen der Vaderlandfche Munten , geene
Dubbeltjens, Sesthalven, Dertiendhalven, Iljjen-twintign , halve Ducatons, noch Reiders genoemd hebben, nadien hunnenaamsoorfprong,
behalven van de twee laatften , i n hunne
uiterlyke o f gangbaare waarde, te vinden is.
D e voornaamfte van de tegenwoordige M u n t fpetien ftaan, i n de volgende betrekking, toe
elkander.

C Rijhd.
i' is 2f.
1.

Gl.

ff.

St.

6.

20.

120. 240.

Sf.

8|.

50.

100.

800.

I.

35.

20.

40.

320.

2.

fC. 5 =

Penn.
1920.

6.

12.

96.

I.

2.

16.

1.

8.

Derhalven zijn ook


ia Rijhd.
3 =

25

ff.

1 0 = . 3.

7 = 5 Goudg. enz.
Eer wij tot de inwendige waarde der M u n ten van ons Vaderland overgaan, moeten wij
eerft het gewigt opgeeven, met het welke
de Munten beproeft en gewoogen worden.
H e t algemeen gewigt is het T r o y f c h e , en
wordt verdeeld
Mark. Oneen.
I. i n
8.

Engels.
160.

Aazen.
51 a c

2.0.

I.

640.

1.
32.
T o t de beproeving van het fijne Goud en Z i l ver, heeft men tweederlij verdeeling van hetzelfde Gewigt.
Voor het Goud.
Mark. Carraat. Grein,
j , in
24.
288.
T.

12.

133 )

Foor het Zilver.


Mark. Penn.
i . in ia.
1.

Grein,
28 .
24.
?

In de vroegfte tijden , nam men de z u i verfte Metaalen, zo Goud als Z i l v e r , om de


Munten te vervaardigen : fchoon mendezelven
tot de hoogfte finheid willende brengen,
veel daar bij zoude verliezen, en te veel onkoften hebben. Wanneer 'er flegts eenige
Greinen in zuiverheid ontbreeken , noemt
men het reeds fijn Z i l v e r , dat den toets ook
kan
doorfaan. Tegenwoordig heeft men ,
uit
eene verkeerde Staatkunde , de meefte
ftoffen met andere mindere ftoffen , om te
M u n t e n , vermengd; en dus noemt men G o u d ,
dat 23 Caraaten en 2 Grein fijn houdt, en
de overige 10 Grein andere ftoffe in het M a r k
heeft; Goud van 23 Car. en 2 Grein; zo als
men door Zilver van 11 Penningen ook z o danig Zilver verftaat, hetwelk i Penning K o p e r , o f andere ftoffe in zich heeft: zo dat de
naam altoos de fijnheid der Metaalen, en dus
ook die der Munten, aanduidt
Wel te rer.ht, zegt derhalven de ocfterffelijke M O N T E S Q U I E U : Ce n'efi pas le Nom qui
doit regler le Cours des Efpces, mats la majfe
de la mattere. E n geen Handelaar zal zich
I 3
door

J34

door den naam eener M u n t laaten bedriegen,


wanneer de inwendige waarde der froffe te
ver onder den Cours ftaat. Het is derhalven
noodzaakelijk, dat wij hier ook de innerlijke
waarde van veele onzer Vaderlandfche M u n ten befchrijven.
;
Gouden Reae/en , welken hier eertijds gangbaar waren , gingen 'er 46 ftuks,
in een Mark van 23 Caraaten 9l G r e i n ; derhalven kwamen 'er 46^? uit een Mark fijn
G o u d , te voorfchijn (g).
V

Van de Gouden Reiders maaken de 24 f5 ftukken , 1 Mark van 22 Caraaten en 1 Grein ,


doch het is toegeftaan, om % Engels aan fijnheid en 1 Grein aan g e w i g t , te moogen verfchillen, het geen men Remedie noemt. V o l gens de M u n t - O r d o n n a n t i n van 1750, moet
elke Reider 207! Aazen weegen.
D e 70 Nieuwe Hollandfche Ducaat&n moeten ten minften 159 Engels weegen , dat is
7 Oneen 19 E n g e l s , en moeten 23 Caraaten
8 Grein yan inhoud wezen; dus zijn de D u caaten 1 Caraat en 7 Grein fijner dan de R e i ders. D e Muntmeesters betaalen aan de B a n k ,
voor een M a r k fijn G o u d , 71 nieuwe Ducaaten
en houden dan nog 17 ft. en 1 P e r c .
3

voor.
GsO W a n t 23 C a r . 91 Grein ftaan tot 24 C a r . [een M a r k
$ j n G o u d ] gelijk 46 {tukken tot j f f f .

13?

voor Muntloon over. M e n heeft i Grein'


voor Remedie toegedaan, moetende elke D u caat 72'i Aazen weegen, volgens het MuntRegelement van 1750.
W a t de Zilveren Munten van ons Vaderland aanbelangt, zo koomen eerst de lilyeren
Ducaaten , of Ducatonnen in aanmerking : en
van deze moeten de 7ix een Mark van 11
Penningen 7 Grein fijn houden: doch is 'er,
voor remedie , 1 Engels in de fijnheid en 1
Grein in 't gewigt toegedaan. De Halve D u catonnen daan in dezelfde evenredigheid.
)
Driegulden}!ukken moeten 1 Mark
van 11 Penningen en 1 Grein fijn Zilver weeg e n ; en hebben dezelfde Remedie als de Ducatonnen, Het dubbel getal van Hollandfche
Daal rs moet dezelfde innerlijke en uiterlijke
waarde hebben, als de zo even gemelde Drieguldenft ukken.
e

In voorige Eeuwen had men hier zogenaamde Philips- en Alhertus-Daalers ; van weike
eerde men twee foorten gangbaar hieldt, namelijk van
dukken van 10 Penningen; en
van 8 | dukken van
Penning fijn, op de
ruwe Mark. Boven dien hadc men nog een
foort van 7jf op het Mark van 10 Penningen
fijn; en men gist niet zonder reden, dat bij
verandering van Proportie, tuflchen het Goud
en Z i l v e r , uit de laatde de Ducatons; maar
m de eerde de zogenaamde Pata^ons of Kruisl 4,
daalers

136

daalers oorfpronglijk z i j n : blijkende zulks,


vooral uit de innerlijke waarde, met deszelfs,
gewigt vergeleeken zijnde.
'

De Spette Rijksdaalers welke vaa de Jaaren,


t
f9 gemunt z i j n , weegen, na aftrek
van de toegekende Remedie, de 8|f ftukken,
I59 Engels van 10 Penningen 14 Grein. H i e r
tegen moeten de f?Jff Couranten o f Alberts-Rijksdaalers , ook na de afgekorte Remedie, 159 Engels, doch van 10 Penningen en
ao G r e i n , fijn weegen.

t o

1 6

W a t de gewoone Guldens aanbelangt, zo,


weegen de 2 3 ^ ftukken, van dezelven 1 M a r k
van 10 Penningen 2r Grein fijn: om van de
mindere fpetien niet te melden.
Daar men de innerlijke waarde een er Munt
volgens den Cours van het M e t a a l , waaruit
dezelve zamengefteld i s , moet opmaaken; zo,
dient men echter zodanig rekening te maaken,
dat de ontvangers, in de uiterlijke waarde, tevens de onkosten o f het Muntloon voldoen; op
dat men de Munten niet al te r a s , in den
fmeltkroes zal werpen. D i t Muntloon n u ,
is voor de Ducaaten op l | ; voor de Ducatons op f j ; voor de Rijksdaalers op 1^
en voor de Guldens op i | g P e r c . in circa bepaald.
K

W i j hebben deze innerlijke waarde onzer


Vaderlandfche Munten vooral medegedeeld,
om er een gewigtigen regel door ter toetfe te

i37 )

brengen , namelijk die om de Proportie tusfchen het Goud en Zilver te vinden , van
welke Proportie wij genoodzaakt zijn , wat
orftandiger te handelen.
De Natuur aan het eene Land meer Goud
of Zilver-mijnen, dan aan het ander geevende, zo hebben de Handelende N a t i n , eene
telkens afwijkende Proportie,
tusfchen de
waarde van het Goud en Zilver ingevoerd : naar
maate deze Landen, veel o f weinig van die
Metaalen opleverden; o f naar maate 'er veele
o f weinige nieuwe Mijnen en Bergwerken
ontdekt en aangelegd waren.. Dus hebben
Oost-Indien

en China de Proportie van 1 tot

9 a 10 ingevoerd, door 9 i 10 L o o d Z i l v e r
gelijk in waarde te ftellen met 1 Lood Goud.
Doch de groote menigte Z i l v e r , welke daar
van tijd tot tijd, uit Europa aangebragt wordt,
heeft het Goud reeds in Proportie doen rijz e n , en het Zilver gelijk 12 of 13 tot 1 van het
Goud gefield. D e laagfte Proportie heeft i n
Europa het Koningrijk Portugal, zedert dat
het zo veel Goud uit Brafiin verkrijgt: het
Goud ftaat daar, tot het Zilver , gelijk 1
tot 135. Engeland heeft zedert het Jaar 172,8,
in zijne Muntfpetien een hooger evenredigheid
gefield, namelijk 1 gelijk 155. Maar Spanjen
ftelde de Proportie van het Goud A>. 1757,
nog hooger, namelijk gelijk 1 tot i5? ,
en heeft die vervolgens nog omtrend 7
1 5
Per,
3

*33

P e r c . verhoogd. Andere Natin hebben ook


hunne bijzondere Proportien vastgefteld
en
het zijn de Hollanders alleen , welke geen
Goud- noch Zilver Mijnen hebben , echter de Proportie voor het geheel Handeldrijvend Europa vastftellen ; en de bijzondere
evenredigheden tusfchen het Goudrijk Portugal en Engeland, en het Zilverrijk Spanjen
en Duitschland, onderzoeken, bepaalen; en
de W e t aan aie allen voorichrijven , door
hunne Scheepvaart en Koophandel; en door
den Amiteldamfchen W i s f e l , op alle Plaatfen,
E n dat dit gefchieden kan blijkt, om dat mea
in Holland het Goud goed kooper kan geeven,
padien de Oost-Indifphe Comp. in de Indien,
i Mark Goud voor 13 Mark Zilver bekomen
kan; en om die redenen zo veel Zilver daar
heen zendt, en ons Vaderland dus in ftaat
fielt, om de Proportie met andere Landen te
regelen.

Het belang dat de meeste Landen in den


geregelden M u n t v o e t , en eene gefchikte Proportie tusfchen het Goud en Z i l v e r , hebben;
maakt nu een algemeen belang u i t , van het
welk ieder toch zyn voordeel tragt te gemeten. Engeland trekt het Saldo van zijn balans met andere N a t i n , meestendeele i n
Goud , want wie het in deze Spetie betaalt
komt 'er voordeeliger af dan met Zilver betaalende; nadien het een te laage waarde bij
bet

'39

het Engelfche G e u l heefc. Ontvangt het


eenig Z i l v e r , zo onttrekt Bolland hetzelve,
door het toezenden van Goud.
Portugal
geen voordeelige Balans hebbende, kan niet,
zo het w i l , in Goud trekken, waar door het
zich anders eenigzins zou herhaalen; en hier
door regelt Holland , tusfchen Duitschland
en bovengemelde Rijken gelegen zijnde ,
meestendcel de Proportie, waar door men
thans het Goud tot het Zilver vindt gelijk I.
tot t4f of daar omtrend, waar van men de
berekening hier agter kan vinden.
E r is een voornaame Staatkundige Regel
in de Nederlandfche Provintien vastgefteld ,
welken best gefchikt fchijnt om de Proportie
tusfchen het Goud en het Zilver te bewaaren;
en andere Landen hun verzuim te doenbeklaagen. M e n weet dat 'er fommige gouden Spetien een vastbepaalden prijs hebben, namelijk de Kelders, en anderen eenen onbepaalden , namelijk de Ducaaten.
N u is het onbepaald laaten van de laatfte M u n t , een wezenlijk Hulpmiddel om de evenredigheid te
behouden; want de Kelders een flegter allooi
hebbende, en minder tot het verzenden gefchikt z i j n d e , maaken deze weinig verandering in de zaak, fchoon zij bij de duurte van
het Goud ook meer gewild worden.
Het bewijs dat de bepsajing van alle M u n ten

i4o

ten nadeelig voor een Land i s , geeft het nabuiirig Engeland o p , het welk in den Jaare 728,
den misflag beging , om de uiterlijke waarde
zijner Goudmunt, namelijk de Guinjes op zt
Schellingen fterlings vast te ftellen, en dus de gemelde hooge Proportie in te voeren. Maar wat is
het gevolg daar van geweest? D i t : dat al het
Zilvergeld, zedert dat jaar, in den fmeltkroes
geworpen, en naar Holland gegaan is, zo dat
Engeland
thans bijna geen ander g e l d , dan
goudgeld heeft. En wanneer voor eenige jaaren alle de te ligte Guinjes verfmolten moesten worden , kwamen 'er tusfchen de 16 en
17 Mlioenen in de M u n t ; maar veele M i l lioenen werden bij de G c u d en Zilverfmits
verkogt; welken nog een Bordjen voor hunne '
Winkels hebben uithangen: dat men 'er de te
iigte Guinjes tot aen hoogften prijs verwisfeit.
De waare vastftelling van eene geregelde
Proportie tusfchen het Goud en Zilver , is
derhalven een van de voornaamfte zaaken in
een Handeldrijvend Land, E n de misflagen
in die Proportie zijn de oorzaaken van gebrek aan Contanten : en dat dit gebrek wezenlijk verwonderbaar voorkomt, in een Land
dat de meeste Goud en Zilvermijnen heeft,
is zeker ; maar het blijkt tevens dat het gefchiedt. Immers het Zilverteelend Spanje ,
zo rijk door zijne Eilanden , was volgens de
.

Me-

flTemritt van

Mev.

141

D'AUNOIJ ( A ) ,

in

de

voorige Eeuw zodanig aan gebrek van Muntfpetien onderworpen; dat men de Staatdames
der Koningin, hun jaarlijks pennoen in ftukken van Vellon en Ochavos, een flegte kopren
M u n t , [gelijk aan onze Duiten ] , deedt betaalen. Ja men liet de bijzondere Couriers, zelfs
over gewigtige zaaken, thuisblijven, omdat
men gebrek aan Muntfpetien had , om hen
hunne reize voord te doen zetten. E n dit luidt
zeker nog vreemder, dan het geval van K o ning J A N van Vrankrijk , welke A . 1536,
door de Engelfchen , onder Prins E D U A R O
nabij Poitiers gevangen genoomen zijnde, 30
maal 100 duizend Gulden tot zijne losfing gaf;
en door 'het zenden van deze fom , zijn Land
zo arm maakte , dat men 'er een tijd lang
een Munt van L e e r , met een klein ipijkertjen,
moest gebruiken (/>
Een Ducaat doet gemeenlijk 5 - : - : een
bucath / 3 - : - = en een wigtige Rijksdnaler
50 ftuiv. in Bankgeld. Wanneer men de Agio
i 5 Perct". hier op rekent , dan krijgt men
5 i ; : voor den Ducaat ; 3 3 " voor den
Ducaton, en %\ ftuiv. voor den Kijksdaaler in
Courant of Kasgeld. De laatfte fom echter
:

be^/O Bladz. 161.


0 ) Mmoires de Ph. DE C O M I N E S ,
P*S- S59-

L i v . V . Cap. l S .

betaalt men niet, als zijnde de meeste onzr'


Rijksdaalers (behalven de Zeeuwfche) oud^
afgefneden en derhalven te ligt. Dat men echter
gaarne 52 ftuiv. voor een wigtigen Kijksdaaler
betaalt, blijkt aan den aftrek desZeeuwfchenj
welke jaarlijks aangemunt wordt: zijne innerlijke waarde heeft, en daar door ook zodanig ui
het Land verzonden wordt, dat het een gebrek aan Contanten in Zeeland veroorzaakt:
en welk gebrek (naar mijn inzien ) niet verholpen zal worden , dan wanneer de Heereri
Staaten van Zeeland Ook goedvinden , om deri
Zilvren Ducaat , of Zeeuwfche Rijksdaalers
zodanig flegter te maaken, dat men hem ligt
voor 50 ftuiv. gelijk de anderen kan gangbaar'
houden ; om daar door den nadeeligen wisfelCouts te ontwijken (k).

Dat het verwaarloozen der Munten en het


geduurig eh fterk rijzen en daalen van derzef ver uiterlijke waarde, zeer nadeelige gevolgen voor een Land kan hebben , toonen de
gefchiedenisfen van verfcheidene Landen, en'
ook die van ons Vaderland. Een bewijs is hier
genoeg. Wanneer onder M A R I A van Bourgondien. de M u n t e n , wegens de Oorlogen, tusfchen den Roomsch Koning M A ' X I M I L I A A N
en de Vlamingen, zo hoog gerezen waren ,>
dat
C O M e n zie mijne gronden tot deze R e d c n c e r i c g , i n t
Vaiierlandfche Geldrekening hier agter.

143 )

dat men voor den Zilvren Reael 14 ftuiv. voor


den Henrikus Stooter 6 ftuiv., voor de Braspenning $! ftuiv.' en voor de Blank 2 ftum
moest betaalen ; vondt men Ao. 1489 goed;
volgens den raad van den Abt van St. Bertijn, welke een groot gezach aan het Hof
hadt; om alle deze verhoogde Munten , in
eenen te verlaagen , zo als uit de volgende
lijst blijkbaar is.

Voor de
Afzetting.

Na de
Afzetting.

Een Goudgulden deedt 63ft.


Leeuw V. Rhijnsch gl.
30 ft.
Henricus Nobel IX d.
50.
Salmi 41 Rhijnsch gl.
-5 Rei der 1 ftuiv. meer.
26.
Davids Gulden. . . 57 ft. 14?.
Hoorns Gulden. . . 33 ft.
Amoldus Gulden. . 30 ft. i c | .
Philips fchild.
. . 54 ft. 14I Rhijns Gulden. . . .
20 ft.
Zilvren Reael. . . . l i f t 4.
Griffioen
6 2.
Vierijzer
5

voor de 3,
Mechelijn. . . . . S\
2.
Bommelaar
3
I.
Philips Stuiver. . . 3J 7 Duiten.
Carolus Stuiver. . . 3
7 d.
'Henrikus Stooter. . . 6\
Een
a

'

144
Voor de

Afzetting^

3
Na d
Afzetting-,

e n BJadwlij. . . .
3
x
Johannes Braspenning 3 |
- l | ;

Franfche Blank.
. 2,

Utrechtfche Jager,
.
;
Groninger Penning-, . 3
;
Woecheij. . . . a

E n de rest in evenredigheid (/)<


;

Dus wierden de meeste Munten f laager


gefield, dan zij te vooren ftonden: maar wat
Was 'er het gevolg van ? D i t , dat 'er niet dan
onrust en verwarring in het Land was. Dat
de meeste ambachten flil ftonden. Dat d
beste Koopmanfchap in 't Geld zelve geleegen was , nadien de vreemdelingen hunne
waaren wel verkogten , maar geene andere op
de Vaderlandfche Markten wer inkogten; als
willende liever een derden deel aan het Geld
winnen , dan aan hunne waar verliezen ;
en eindelijk dat de ftad Brugge , naauwlijks
eene beieegering ontgaan konde, om dat zij
zich tegen deze afzetting verzette.
E r z i j n , behalven het verzuim eener goede
Proportie tusfchen het Goud en Z i l v e r , in
het Vaderland en in andere Landen , nog 4
Oorzaaken , welken het gebrek,, aan M u n t -

fpe( 0 Oude Hollandfehe Chronijk, D i v . X X X I . Cap. 69/

145

fpeten kunnen veroorzaaken , en deze zim t e


i . wanneer 'er een fchadelijke balans van Koophandel in een Land i s , welke vergoed diende
te worden, waar toe de fpetien voornaamenlijk moeten fpringen, ten i wanneer 'er ook
bij het goede Geld , flegt o f vreemd Geld in
een Land gangbaar is ; waar door men het
eerfte bewaart , o f verzend ; en het laatfle
zyn koers doet houden, ten 3. wanneer de
M u n t e n , met betrekking tot die van andere
Landen, o f van de fpetie'zelve, onder de waarde ftaan , zo als het evengemelde voorbeeld
leerde; waar door dezelve zeker uitgevoerd
en vcrfmolten zullen worden. E n eindelyk
Wanneer de Munten van een Land zodanig in
zwang zijn, dat men dezelven ook in andere
Landen, greetig aanneemt, gelijk onze Du*
caaten en Rijksdalers, in welk geval men altoos bedacht moet zijn , dat men de fpen'e
tot geen hooger prijs moet inkoopen, maar
altoos moet trachten om de Munt en Stempelkosten betaald te krijgen.
Tegen het vervoeren der Muntfpetien o m
gebrek aan Contanten voor te koorn en., [ z o
als heden bij den hoogen prijs van het Goud*
wel eens in aanmerking zou kunnen k o o n , J ,
zal men te vergeefs den uitvoer verbieden;
nadien de zucht tot winst al ras de Munten
in den fmekkroes zoude werpen; en derh 1Ven geen Geld , maar O oud o f Zilver het
K
Lan'?

146* )

Land uit voeren. Ook is het voorbeeld varf


andere Landen hier waarborg genoeg, om
meer de wiskundige Regelen te volgen, dan
den Koophandel te willen bepaalen, of de
Sluikhandel tegen te moeten werken, door
middelen die dagelijks zouden te leur gefield
worden.
Veele Vorsten hebben vruchteloos getracht,
o m , ter bereiking van hunne bijzondere doek
einden , de gangbaare Munten te verhoogen;
vooral na het voeren van zwaare Oorlogen,
die het L a n d zijne Ingezetenen en d e , i n
Vreedenstijden , opgevulde Schatkisten , de
vergaderde Penningen ontrukken. De natuur
der zaake l e e r t , dat men de verhooging op
drierlij wijzen kan doen: en de Gefchiedenisfen
leeren dat het op alle mogelyke wyzeagedaan is.
Eerflelijk kan men de Munten ligter maaken,
waar door zij maar bij voorbeeld f Lood in plaatfe van i L o o d weegen. D i t deeden de Romeinen reeds in de Funifche Oorlogen, omtrent
hunne Denarii (m). D e groote C O L B E R T
raadde ook dit middel L O D E W Y K den X I V
' s a n , dm Vrankrijks Finantien, in dien t y d , te
herflellen. T e n tweeden, zo kan men de M u n ten hunne zwaarte laaten behouden; doch dezelve in fijnheid van ftoffe verminderen: dit ook
dee-

147

tieeden de Roomfche Keizers van G E T A ' S t i j den af (nj: zommige Duitfche Vorsten hebben hen gevolgd, en volgen hen,helaas', nog.
Ten derden: zo kan meu beide middelen te
gelijk in 't werk ftellen , van welke ons de
Gefchiedenis ook voorbeelden aan de hand
geeft : maar nadien de vreemde Kooplieden
enkel op de innerlijke waarde rekenen, z
loopen alle deze middelen, tegens eene Staatkundige koors aangewend , altoos op eene
kwijnende ziekte i t ; die niet ligt geneezen
kan worden.
Heaps of Gold and Silver are not the trut
riches of a Nat ion, [dat is Bergen van Goud
en Zilver zijn geenzins de waare rijkdom van
een V o l k ] , zegt de Geleerde TO'CKRR ( O ) ,
en voegt 'er ook dadelijk bij : , , Goud en
Zilver in ledigheid verworven, is Rijkdom
in fchijn, en Armoede in de daad". E n
waarlijk het komt 'er in ons Vaderland alleen
maar op aan, welk gebruik men van het veelvuldige Geld gelieft te maaken: en dat men
het tot naarftigheid en verdere aanwinfte weet
te doen dienen. Want de cirkulatie van het
G e l d , zonder winst voor den uitgeever , is
maar gelijk aan een begraaven fchat. M e n
be(n) P A T I N . Hifi. Nurmfm. Cap.

li.

O) OK hts Fout Trabis on politieel and Commercial fubjeSsi


TraH. I, pag.

35.

48

behoort derhalven, het met vlijt aangewonnen Goud en Zilver , volgens gronden van
Deugden Vaderlandsliefde, te gebruiken, om
daar door meerder arbeidzaamheid en dus ook
meerder Goud in het Land te brengen.
Schoon ik geenszins toeftemme, dat het
Geld alleen, ( z o men wel eens z e g t ) , de Ziel
van de Negotie is ; zo onderftelle i k echter
met H u M E 0 0 , dat het veilig de Olie mag
genoemd worden, met welke de raderen van
den Koophandel gefineerd worden, om des te
ligter voord te gaan. E n het is op deze vooronderffelling, dat ik deze verhandeling veilig met
den wensch durf befluiten, dat het ons Vaderland in 't gemeen,'enmijneLeezersin 'tbijzonder, nimmer aan Muntfpetien moge ontbreken 1
0 0 Efais ' Treatifit, Kol I, Part II, EJais } of Money,
fag- 3ii. Hollandfche Vert. bladz. 72.
d

VADERLANDSCHE

GELDREKENING;
D O O R

G. B R E N D E R

k BRANDIS.

VADERLANDSCHE

GELDREKENING.
C j E l d uit te geeven en te ontvangen is het
dagelijks werk in den Koophandel, en vooral
bij de Kasfiers; waar om men de kortfte uitrekening der verfchillende M u n t e n , boven
alle andere zaaken behoort te kennen.
Een
flegt Rekenaar ftaat dikmaals bedeest, wanneer de Kasfier, o f een ander Koopman, h e m ,
met allen fpoed , Geld toe fchiet: daar hij
naauwlijks tijd genoeg heeft om het te z i e n , ik
laat ftaan om het uit te rekenen. Hier bij komt
dan nog de flegte leerwijze der meeste Schooien,
welke hem dikmaals zulke lange Regelen aan de
hand heeft gegeeven, dat hij niet zelden over
zijn talmen befchaamd moet ftaan. Het is uit
dien hoofde, dat i k , als een gevolg, van mijne
Verhandeling over de Vaderlandfche M u n t e n ,
ook in dezen voorgenoomen hebbe, de kortfte
Regelen mede te deelen, door welken de
Vaderlandfche Munten met elkander vergeleken ; de meeste Spetien in Guldens gereduceerd , en deze laatfte weder in de verfchillende fpetien opgegeeven kunnen worden :
om door een en ander den Kantoorbedienden,
in hunne Handelingen, eenigzins nuttig te z i j n ;
en min kundigen met anderen gelijk te doea
K4

(
L

rz

O M DE INLANDSCHE M U N T E N M E T E L KANDER T E VERGELIJKEN.

i.

Volgens hunne uiterlijke waarde.


R

Stelt de uiterlijke waarde der Munten , volgens


den kettingregel, over elkander, en verkleine
dezelve, ter wederzijden, met het grootst mogelijke Deeltal, dat geen gebrooken over laat.
1. Voorh. In welke reden ftaan de Guld. eis
Coudguld., in de kleinfte getallen, tot elkander?
Gl.
Stulv,
DegrootfteDeeler is hier
Komt 7 Gl. gelijk

i is 20 Stulv.
*8 zijn i Goudgl*
4
,
5 Goudgulden.

2. Voorb. D e Halve Rijksdaler tot de Drie*


gulden ?
Halve Rijksd. 1 j

25 Stulv.

Stuiv. 60 zijn ' 1


DegrootfteDeeler is 5
Komt i
% 2.

Dteguld,

Halve Rijksd gelijk 5 Drieguld,

Volgens hunne innerlijke waarde^


R

Stelt het getal der bijzondere fpetlen, en het Alloij, of de innerlijke waarde , volgens dip
voor

15?

vostgaanden Regel, over elkander, dezelve ook


even zo deelende.
3. Voorb. Wanneer 7fjf Ducatonnen een
M a r k van TT Penn. 7 Grein houden: en de
Sffy Rijksdalers ook een M a r k van 10 Penn.
14 Grein houden ; in welk een reden ftaan dan
de Ducatonnen tot de Rijksdalers ?
151

7 | ! Ducatons zijn 27f G r a f i j n , 341.


254 Grein fijn <
8|^ Rijksd.
38203
127

924
4

1 1

Komt 4851718Buiatons gelijk 591434 Rijksd.


Dat is I Ducaton gelijk i|SffsT
00
4 Voorb.
O ) Wanneer men deze 4851718, met de uiterlijke waarde
van een Ducaton, namelijk 63 fluiv. Courant vermenigvuld i g t : en het Product door 5914304, 4 Proportie der Rijksdalers tegen dc Ducatons deelt, dan zal men geenszins 50 ft.
de gangbaare waarde van den R i j k s d a l e r , maar omtrend 52
ftuiv.

b e k o o m e n : zo dat hier uit duidelijk zal b l i j k e n : d a t ,

of de Ducaton te h o o g ; o f de Rijksdaler te laag, i n de uiterlijke waarde, gcfteld i s : het welk zekerlijk opmerking verdient.
Ik heb hier v o o r , bladz. 1 4 2 , belooft omtrend den Z e e u w fchen Rijksdaler hier nader tc zullen fpreeken:
halven mijn onderzoek,

ik zal der-

d i e n a a n g a a n d e , hier mededeelen.

V o o r een geruimen t i j d , een gewoonen Zeeuwfchen R i j k s daler weegerde, vondt ik denzelven 1 L o o d , 8 Engels en 8
A a z e n te h o u d e n ; zijnde van Allooi] 11 Penningen
-

K 5

'

fijn.

De
Es.

Hollandfche Ducaaten , ook i Mark van 23


Caraaten, 8 Grein inhielden: in welke Proportie zouden dan de Reiders tot de Ducaaten
ftaan?
2

4 3 Reiders zijn 265 Caraaten*


7<iCaraaten 70 Ducaaten.
t?l

1855

32

13

Komt 8704 Reiders gelijk 241 j$ Ducaaten.


5 Voorb. Wanneer de Hollandfche Reider
de Ducaat [ s Ducaaten Goud inhoudt : in welke evenredigheid ftaan dan deze
Munten tot elkander V

69_

T5

1 Reider is 2,669 Ducaaten Goud


D u c . Goud is 1 Ducaat.

I,POO

D e grootfte Deeler is 17

Komt 59 Reiders
157 Ducaaten.
Wangens de innerlijke waarde , zal mogen gelden.

E n zo de

laatfte, voor 63 ftuiv. Courant gangbaar gehouden wordt,


de Rijksdaler dan ook ligt op 52! ftuiv. mag gerekend worden. Geen wonder derhalven, dat de Zeeuwfche Rijksdalers , wier innerlijke waarde zo goed is; en welke nog
het voorrecht, met andere Rijksdalers hebben, dat zij buiten 'sLands, Cgejk in Archangel en de Hanfe Steden) ook
gangbaar zijn. de Provintie van Zeeland dagelijks, bij den
hoogen prijs van het Zilver, ontrokken worden: tegen welk
verleop men alle middelen, met reden, zoekt aaptewenden.

*56

Wanneer men nu de Courante waarde der


Ducaat, volgens de waarde van den Reider wil
vinden: ftelt men
<9 % 14 =
E n deze gedeeld door 157

826

gl.

Komt 5 : 5 - : - 4 f f Penn.
T

Z o dat de Ducaaten ruim \ ftuiv. voordeeliger zijn om te ontvangen, dan de Reiders.


II.

O M D E W I S S E L C O U R S , UIT D E BIJZON-

D E R E M u N T S P E T I E N , OP T E MAAKEN.

3.

Uit het gewigt, en de bekende inwendige en uiterlijke waarde,

6 Voorb. Wanneer men uit i M a r k T r o y s


fijn Z i l v e r , in Vrankrijk o\ Ecus d'Argent ,
van 6 Llvres het ftuk, weet te Munten; en
het Mark fijn kost in Amfteldam 2 5 - : - :
hoe hoog zal dan de Franfche W i s f e l , per
Ecus van 3 Livres, te ftaan koomen ?
I

Wisfel-Ecus

6 Livres
. .
9f Ecus d'Argent
1 M a r k fijn
.
1 Gl.
. . .
16

is
zyn
is

3 Livres.
1 Ecus d'Arg.
1 M a r k fijn
25 C l .
40 %
125
7

. 875
16
Komt op 5 4 ^
7 Voorh

157

7 Voorb. D e Engelfche*G// houdt af!*


Ducaaten Goud, en is voor ai fi fterl. i n L o n den gangbaar : wanneer nu de Ducaaten in
Amfteldam 5 - : - :

in Banco gelden , hoe

hoog zal de Engelfche Wisfelcours dan te Amfteldam, voor i e>C fterl. van zo 13, i n Banco
zyn?
3
21
I
i
i
3

aC fterl. is 20 fi fterl.
fi fterl. zijn
i Guinje.
Guinje . is
23 Duc. goud.
Dca* . 5
- Banco.
Gl. . . i o Dubbeltjens..
Dubbeltjens zijn i fi Hollands.
G l

224:.
63
Komt 35 fi 7 % i n Banco.
Uit dit Voorftel blijkt: dat indien de Prijs
van bet Goud verhoogd, en de Ducaaten daar
door ook duurer worden , gelijk zij zedert
eenigen tijd geweest z i j n : de Wisfel op Londen dan ook noodzaakelijk z a l rijzen.
welk

Het

de ondervinding van dit jaar reeds ge-

noeg leert.
4.

Uit den Veranderlijken Prijs der Muntftoffen.

8 Voorb. Wanneer een M a r k fi n Goud i n


Baaren ,
~Ban~

te Amfteldam geld 354-15

ia

C 15*8

Banco. met i\ percto. Agio. en het Goud van


een Ducaat te Hamburg kost 95 fi Lub;.
Indien 134. Ducaaten 47 Caraaten Keulsch
houden; en de 19 M a r k Troys. daar men te
Amfteldam mede weegt, gelijk zijn aan ao
M a r k Keulsch. het Goudgewigt te Hamburg;
D a n wordt gevraagd naar de Cours tusfchen
Amfteldam en Hamburg}
1 Thaler

32. $ Lubs.

95 U Lubs .
zijn
134 Ducaaten .
24 Car. Keulsch

1 Ducaat.
47 Car. Keulsch '
1 jjf^
K

ao far*

19 j ^ 2 > ^ .
r

I Afor* troys beloopt


f 100 - : - : A M
* * " "

is

i 0 2

| i Banco;
n

. Ojrr^tfW.
ao Stuivers.

Komt 34 St. nagenoeg.


9 /^or*. Wanneer een Mark fijn Z i l v e r
in Baaren, te Amfteldam kost 2 5 - 4 - : en
te Rsuan 53 Livres en 10 Sols. Hoe hoog
komt de Franfche W i s f e l , o f het Pari tusfchen Amfteldam en Rouan?
I
53s
1

Ecus

is

Zmwf zijn

Livres.

Mark Zilver;

M a r k Zilver kost 2 ; | .

f*-'--'-

is

40

Komt op 5 | 4 omtrend.
III.

OM'

C 159 )
lil.

O M DE W A A R B E DER M U N T E N ,

OP V R E E M D E

P L A A T S E N T E VIN-

DEN.

Om deze Rekening voldoende op te kunnen


maaken, moet men, zo wel de zwaarte en
innerlijke waarde der ftoffe van de vreemde
Muntfpetien; als den loopenden Prijs van het
ongemunt Goud en Zilver, kennen. Men zie
dit in de z volgende Voorftellen, uit CRUSES
Hamburgifcker Contorlst, Th. II, Bladz. 309,
overgenomen.
10 Voorb. Wanneer 44-I Guinjes een Erigelsch n Troys weegen, waar van
fijn
Goud is: en het Mark Troys fijn Goud te
Amjieldam kost 35-:"= in Banco, met 5
Perc . Agio. Indien nu het Engelsch Troys tS
776 en het Hollandsch Troys Mark 512.0 Aaien zwaar is: hoe veel is dan een Engelfche
Guinje, in Amfteldamsch Kasgeld, waardig ?
c0

I Engelfche Guinje.
44I Guinje zijn
l B Troys.
12
Troys II W TroysfijnGoud.
1 18 Troys is 7706 Aazen fijn Goud.
5120 Aazenfijnkosten 355 Gulden Banco.
100 Gl. Banco
105 Gl. Kasgeld.
K o m t / 1 1 - 1 3 : Hollandsch Courant.
11 Voorb*

i6o

I I Voorb. Zo de ? ? Hollandfche t>uto*


torn, een Troys Mark van n f Penn. fijn weegen ; en het Once Standard o f Proef - Zilver,
waar van | Oneen fijn Zilver i s , in Londen
5 fi Al hfterl.kost. E n het Mark Troys <ri2.o,
maar het Engelfche Once ( o f Ounce') 647 Aazen
weegt; hoe veel is dan een Hollandfche Ducaton in Londen waardig?
5

I HoU. Ducaton*
7f H o l l Ducaten zijn 11| Penn.fijnZilver.
12 Penn. fijn Zilver 5120 Aazen,fijn Zilver
647 yfozw fijn. . . .
1 0ce E n g . f.ZilV.
37 OK<T E n g . fijn Z i l v . 40 Onc. Stand. Z i l v .
1 Once Standard Zilver <S4| ///.
12 $ y?er/.
. . zijn I fi fterl.
s

Komt
V.

$ fterl.

OM

DE PROPORTIE

TUSSCHEN

GOUD

EN ZILVER

VINDEN.

TE

M e n kan deze Proportie op twee verfchillende wijzen vinden, namelijk door den L o o penden prijs der beide Metaalen, ongemunt,
met elkander te vergelijken, of door de i n nerlijke en uiterlijke waarde der Muntfpetien
zelve, in oogenfehijn te neemen.

5<

Ji

J-I

Om de Proportie uit den Koopprijs der


Metaalen op te maaken.

is. Voorb. Volgens de Amfteldamfiche Prijs*


Courant van 12 December 1785 , koste het

Mark fijn Goud, in Baaren, toen 355 : :


in Banco. met c\\ Percw. Agio; en het Mark
fijn Zilver f 25-13 - : in Courant of Kasgeld.
Vraage naar de evenredigheid tusfchen die
twee Metaalen.
1 Mark fijn Goud is 355- Gl. in Banco.
100 Gl. Banco . zijn 104J Gl. Kasgeld*
25H Gl. Kasgeld
1 Mark fijn Zilv.

Komt I Mark fijn Goud gelijk i4ggj Mark


fijn

Zilver.

6.

O? <fe Proportie, /V
innerlijke en
uiterlijke waarde der Munten , 0/ te
maaken.

13 FWfc Indien 1000 Nieuwe Hollandfche


Ducaaten , 14 Mark 1 Once en 11 Engels
Goud, de 200 Ducatonnen daar tegen 26 Mark
3 Oneen 15 Engels Zilver moeten weegen:
hebbende de eerde 23 Caraaten 7 Grein fijn
Goud, en de laatfte i i f Penn. fijn Zilver in
het Mark. En wanneer men voor de Ducaaf 5
en voor de Ducatonnen f'3-:-:
in
Banco betaalt, vraagt men naar de aangenooL
mene
t e n

162

mene Proportie tusfchen


Zilver ?

het Goud en het

1 Mark

is 288 grein

fijn.
2.83 grein (23 Caraat., 7 g r e i n ) 160 i n
Ducaaten.
ts.71 E n g . ( i 4 m a r k , i onc. 11 Eng.) ioooDuc.
1 Ducaat ==; 5 g l .

3 gl.

Du-

caton.
.
.
.
4235 E n g .
O S M a r k , 3 Onc. 15 E n g . )
n |
.
Mark.

Zoo Ducatonnen
160 Engels
2 Penn

K o m t 4|f||1 o f 14I omtrend.


V.

OM

ALLE

D E BIJZONDERE

VA-

DERLANDSCHE M U N TEN T O T G L BENS TE BRENGEN.


- 7. Om Stuivers tot Guldens te brengen.
R

E L.

Snijd de laatfle talletter van het opgegeevene


Getal af, en neemt de helft van de voor ft e
Getalmerken; het overfchot zijn ftuiv.

J4 Voorb.

c
14 Voorb.

Hoe

i63

veel Guldens ijn 976

Stuivers?
976 |o
Komt 488-:-:
15 Voorb. En hoe veel 76891 Stuivers?
7689 | i
Komt 3844:11: 8.

Om Dubbeltjens tot Guldens te maaken.


R E G E L .

Snijd de laatfle Talletter af en verdubbel


denzelven; dan zijn alle de voorenflaande getallen Guldens, en de afgefneden en verdubhelde Letter toont de Stuivers aan.
16 Voorb.

Hoe veel Guldens zijn

j&tfS

Dubbeltjens?
9763 |o
Komt 9 7

6 8

17 Voorb. En hoe veel Guldens zijn 8/643


Dubbeltjens ?
876413
Komt / 8764-6:L 2

9-

164 )

S 9' Om Sesthalven tot Guldens te brengen.


R E G E L .
Stel het opgegeevene getal nog eens een letter
agterwaards, onder het eerfle: tel belde getallen op : fnijd de laatfle Letter af, en
deel de eerften door 4. Het overfchot zijn
halve Stuivers.
18 Voorb. Hoe veel Guldens zijn icoo Sesthalven ?
ICOO
IOO
IIOOO

4
Komt/275-:-:
19 Voorb. E n hoe veel Guldens zijn 7681
Sesthalven ?
7681
7681

84491 Rest. 11 $ is 5ftuiv.8 Pen,

Komt/2112:5:8 Penn.

% 10.

10.

i6f

Om Schellingen tot Guldens te brengen.


R E G E L .

Vermenigvuldig het opgegeeven getal met 3 , en


merk daarna de laatfte Letter als Dubbeltjent de overigen als Guldens, aan.
?

20 Voorb. Hoe veel Guldens zijn 7695 Schellingen ?


7605
3
2308: 5
2
10
Komt 2308:10:21 Voorb. En hoe veel Guldens zijn 1373 8?
1373
3

9 Dubh. is 18 S f f l i ;
Komt . 4 1 1 : 1 8 : 11.

Om Agtftuivers ftukken tot Guldens te


maaken,
R E G E L .

Men handelt in deze even als in de voorgaande,


uitgenomen, dat men met 4 vermenigvuldigt
L 3

22 Vcerh.

16S

es Voorb. Hoe veel Guldens zijn 6764 Agi


fluiversjltikken ?
6764
4
16
Komt 2705 :12:-

is 1:12.

&3 Voorb. En hoe veel 9761 Agtfluivers*


ftukken? Antwd. 3904:8: 12.

O Dertlendhalven tot Guldens te.


maaken.
R E G E L .

Vermenigvuldig het opgegeeven getal met 5 ,


deel het koomende door 8 , de uitkomst zijn,
Guldens: en zo 'er iets overfchiet zijn het Stooter s of Sfle deelen van Guldens- O / , neem ,
de helft vm het opgegeevene getal, en \ van
de uitkomst, dan zullen deze belde opgeteld,
insgelijks de Guldens aanwijzen.
24 Voorb.

Hoe veel Guldens zijn 1436 Der*

Ijihidhalven ?

1436.
5 muit.
7180
Deeld. 8
Komt 97:10

Anders.
.1*36
-

718
179:10

Komt 897:10:25 Voor

m )

25 Voorb. Hoe veel Guldens zijn 927 Dertiendhalven ?


927

927

4635

463:
n5:*7
1 0

: S

Komt 5 7 9 : 7 : 8
Komt 5 7 9 : 7 : 8

13.

Om Vyfentwintigen tot Guldens te


maaken.
R E G E L .

Tel \ van het opgegeeven getal bij het gegeevene: komt het begeerde.
26 Voorb. Hoe ,veel Guldens zijn 73 Halva
Rijksdalers V
73o
bij l 182:10
Komt 912:10:27 Voorb. E n hoe veel Guldens zijn I9?3
Vijfentwintigen ?
1973
493:?
Komt 2466:5:
. 14.

Om Agtentwintigen

tot Guldens te

Reduceeren.
L4

E-

1$

R E G E L .
V'menigvuldig het opgegeeven getal met 4, zettende de eerfle Letter agterwaards; de andere
. onder het gemelde getal. Merk in hel optellen
de agteruitgeplaatfle Letter voor Dubbeltjens,
de overige voor Guldens aan, komt het begeerde.
28 Voorb. Hoe vecl'Guldens zijn 7320 Agt*
entwintigen ?
2028:0 [4
Komt 10248:-:29 Voorb. Hoe veel Guldens zijn 9731 Agt.
entwintigen?
P73I

38924

|4 4 Dubb. zijn 8 ft.

Komt 13623:8: 15. Om Daalers tot Guldens te maaken,


R E G E L .
Tel de helft van het gegeevene getal, by het
laatstgemelde getal.

30 Voor-_

(
3

^ 9

0 Voorb. Hoe veel Guldens zijn '1500 Dea-

lers ?
i'oo

Komt 2250 - : - :
31 Foor*.

En hoe veel Guldens zi)n^973

Daalers ? Antwd. 1459 : . 16. Om Rijksdaalers tot Guldens te maaken.


R E G E L .
Zet het cpgegeevene getal nog ns, en de helft
er van , onder het voorige , het beloop is het
begeerde, of zet een o agt'er het getal,

en

deel het door 4.


32 F>OT".

Hoe veel Guldens zijn 976 Ryvb-

daalers ?
of

9 7 6 [o
4
Komt 2440-:-:

976,

976
488
Komt 2440- : :

33 Voorb. Hoe veel Guldens zijn 9$i

Rijks-

daalers? Antwd. 19877


17 O? Ducatons tot Guldens te maaken.

L 5

R E -

C I?Q

R E G E L .

Vermenigvuldig het gegeeven gein! met 3 , flipt


van het koometule de laatfle Letter af, en zet
de helft van de eerflen 'er zodanig onder, dat
zij met de agterfie Talletter gelijk koomen.
34 roorb.
tat ons?

H o e veel Guldens zijn 920 Du.2.0


3
2760
Komt 2898 - :

25 Voorh. Hoe veel Guldens zijn 9717 Du.


catons ?
9717
3
^

1457:11
Komt 3 0 6 0 8 - 1 1 : -

18.
ma aken.

Qm halve Ducatons tot Guldens tt

R E G E L .
Voeg de l en daar van de
m van het koomende
weder de , bij het opgegeeven getal.
\

36 Voorb,

36 Voorb. Hoe veel Guldens zijn 63 J


Dueatbns ?
317:10:
15:178
Komt 1000: 2.: 8.
37 ^ o r i .

Hoe veel Guldens zijn 903 ILiht

Ducatons ?
451:10
45:23
2a:11:8
Komt 1 4 2 2 : 4 : 8
19.

Om Ducaaten tot Guldens te Reduceeren.


R E G E L .

pit gefchied, even als in$i6,


wegens de Ditcatons geleerd is, behahen dat men, in dit
geval, met 5 vermenigvuldigd ,
of, men
vermenigvuldigt het opgegeeven getal met $\
Guld,
1

38 Voorb.

( *7 )
38 f W 4 .
caaicn ?

Hoe veel Guldens zijn S75 Du875

~
4

_Jl
4375

218: .i

Komt 4593:1 s

2 8 :

, .
3

Komt 4593: 15

39
En hoe veel Guldens zijn 391
Ducaaten ? Antwd. 2052: iz:VI.

OM G U L D E N S T O T BIJZONDERE
MUNTSPETIEN

TE BRENGEN.

Het is niet genoeg dat men de bijzondere


Munten onzes Vaderlands tot Guldens kan
Reduceeren; men behoort ook omgekeerd te
kunnen werken, op dat, wanneer een zekere,
in Guldens opgenoemde lom , in andere
Muntfpetien zal voldaan worden,- deze G u l dens dan ook ras in de bijzondere Spetien uitgedrukt kunnen worden : zo dat 'er verder
niets , dan het toetellen van het berekend
getal dier Muntfpetien aan ontbreekt. Uitgezonderd het zogenaamde Poijement, dat met
kleine Muntfpetien ligt goed te maaken is.

2C.

(
2o.

'73 )

Om Guldens tot Stuivers te brengen (/;).


R E

G E L .

"Vermenigvuldig
de Guldens met 20 en trek de
bijzijnde Stuivers ''er bij in.
40 Voorb. Hoe veel Stuivers zijn 488-;-.
488
20
Komt 9760 Stuiv.
41 Voorb. En hoe veel Stuivers zijn/3844:
11 Stuiv. Antwd. 76891 Stuivers.
21.

Om Guldens tot Dubbeltjens te maa~

ken.
R E G E L .
Stel een 0 agter de Guldens: en zijneer Stuivers bij, zo tel de 2 Stuivers voor n Dub'
belt jen in de plaats.
42 Voorb. Hoe veel Dubbeltj. zijn 8 7 6 1 : 6 - ?
87640

6 ftuiv. is 3 Dubb.

3Komt 87643 Dubb.


43 Voorb.
(i) Nadien.wij alle de voorgaande Vaorftcllen Hier ongeleerd
wilden opgeeven,
Zonnen.

zijn wij ook wr met deze kleine Munt be-

Men hee/i, dus doende, overal de Proef op

dtfim.

C 174

43 Voorb. Hoe veel Dubbeltjens zijn 0768


Guldens? Antwd. 97680 Dubbehjens,
22.

O;

Sesthalven te manken.
R E G E L .

itftf** ^

Guldens met 40 / /
koomende door n .
0

en deel het

44 /^orfc. Hoe veel Sesthalven zijn 2 7 5 : - : 275


40
11000
ri
Komt ] 000 Sesthalven.
45 f w * . E n hoe veel Sesthalven moet mea
tellen voor 2112:5:8?
2112:5:8
40
84491

-:5:8 as 11 \ .

11
Komt 7681 Sesthalven

SIa&

Guldens tot Schellingen te brem


gen.
R E G E L .

o agter bet getal, en zo 'erftuiversbijde Guldens zijn opgegeeven, zo zet dezelve


in

175

'

in Dubbeltjens, in plaats van de O.

Deel het

koomende door 3.
46 Voorb. Hoe veel Schelt, zijn 2308:10:2303:10:-

10 St. zijn 5 Dubb.

23085

'

Komt 7695 Schellingen.


47 Voorb. En hoe veel fi moet men voor
411:18 : - tellen ? Antwd. 1373 Schellingen.
24. O? Guldens tot Agtjluivers
ie maaken.

Jiukken

R E G E L .
Men handelt in dezen als in de voorgaande :
behalven dat men door 4 deelt.
48 Voorb.

Hoe veel ftukken van

vers moet men tellen voor 2705

Agtjlui-

2705:12
27056
Komt 6764
49 roer^

Agtjluiversjlukken.

Hoe veel Agtjluiversjlukken

zijn

3 9 0 4 : 8 : - ? Antwd. 9761.
25.

Om Guldens tot Dertiendhalven te

mankin.
R E-

J?6

R E G E L .
Vermenigvuldig de opgegeevene Guldens met 8 :
de agterftaande ftuivers in Stooters intrekkende : deel het koomende door 5
50 Voorb. Hoe veel Dertiendhalven moet
men tellen voor 9 7 : 1 0 : - ?

807: i o

10 ftuiv. is 4 ftooters.

7180

Rome
51 Voorb.
/

579 ! 7' 8

J 4 3 6 Dertiendhalven.

En hoe veel Dertiendhalven zijn


? Antwd. 9 2 7 Dertiendhalven.

2 6 . O Guldens tot halve Rijksdaalers te


maaken.

E G E L.

2><? |
van het opgegeevene getal af, d
rest is het begeerde.
52 Voorb.
912:10:?

Hoe veel

Vijfentwintigen

zjh

9 1 2 : 10
af f

Komt

182:10
7 3 0 Vijfentwintigen:
53 Voorb.,

i77

% Voorb. En hoe veel Halve Rijksdaalen


%

moet men tellen voor 2466:5: - Antwd. 1973


Halve

Rijksd.

27.

Cte G/<fcf

Agtentwintigen

ie

maaken.

R E G E L .
Vermenigvuldig de Guldens met 5, *
toftr |

intrekkende ; en

deel het kamende

door 7.
54 Voorb.

Hoe

veel Agtentwintigen

zijn

13623:8:-?
13623:8:5
68117
Komt 9731
55 Foor/;.

Agtentwintigen.

Hoe veel Agtentwintigen

taen voor 1 0 2 4 8 : - : - tellen? Antwd.

mot
7^

Agtentwintigen.
28* O

G/&

*0 atp

brengen.

R E G E L .
2V*j I

fcM*

de opgegeevene Guldens af: de rest

zijn Daalers

^5 Voorbi,

178

56 Voorb. Hoe veel Daalers zijn 2250:-:?


2250
750

af

Komt 1500 Daalers.


57 Voorb. E n hoe veel Daalers moet mee
voor 1459:10: - tellen ?
af

145:9:10:
486:io:

Komt 973 Daalers.


29.

0/ Guldens tot Rijksd. te maak en.


R E G E L .

Vermenigvuldig liet getal Guldens met 4 en


/nijd de laatjle Letter af.
58 Voorb.

Hoe veel Rijksd. zijn 2 4 4 0 : - :


2440
4

9761 o
Komt 976

Rijksdaalers.

59 /^rZ-. Hoe veel Rijksdaalers moet men


tellen voor 1 9 8 7 7 : 1 0 - ?
J9877:10:
4

10 Stuiv. is | Gulden.

7951!
Komt 7951 Rijksdaalers.
3'

C
30.

179

Om Guldens tot Ducatons te maaken.


R E G E L .

Maak de Guldens tot Stuiv. en deel door 63.


59 Voorb. Hoe veel Ducatons zijn 2 8 9 8 : - ?
2898
20
57960
63
Komt 920 Ducatons.
61 Voorb. E n hoe veel Ducatons zijn
30608:11: - ? Antwd. 97:7 Ducatons.
31. O' G / .
R

i/tf/ve Ducatons te maaken


E

L.

Maak de Guldens tot \ en deel door 63.


62 Voorb. Hoe veel Halve Ducatons zijn
1000; 2: 8.
1000:2:8
40
a St. 8 Penn. zijn 5 %.
40005
63

Komt 635 Halve Ducatons.


63 Voorb. Hoe veel Halve Ducatons moet
men tellen voor 1 4 2 2 : 4 : 8 ? Antwd. 903
//rt/ye Ducatons.
MZ
RE

('

32.

IO

Om Guldens tot Ducaaten ie maaken,


R

GE
S

L.

Vermenigvuldig de Guldens met 4 , en deel hei


koomende door 21.
64 Voort. Hoe veel Ducaaten zijn 4593:1$ : ?
4593: 5:4
15 Stuiv, is | Guld.
J

21

18375

Komt 875 Ducaaten.


65 Voorb. E n hoe veel Ducaaten moet men
y o o r 2 0 5 2 : 1 2 : tellen? Antwd. 391 Ducaaten,
VI.

OM

WORPEN

TE BEREKENEN.

Bij het fchieten der Worpen lette m e n ,


hoe veel fluks van eene fpetie, in elke Worp.
v o o r k o m t ; en dus ook hoe veel elke W o r p
op zich zeiven, waardig is. Gemeenlyk tel$
men 4 Sesthalven in n W o r p ; maar de Worpen
Schellingen zijn meest van 5 fluks, en maaken
dus Dcalders uit. D e 4 Dertiendhalven zijn n
Rijksdaaler.
Z o dat deze, volgens de opgegeevene Regels, ligt berekend kunnen worden
ft

C
| 33.

181

Om Worpen van 4 in een Worp , tot


Guldens te rekenen.
R E G E L ,

Tel | bij het opgegeeven getal.


66 Voorb. Hoe veel Guldens zijn 1975

'

pen van 4 Schellingen ?


IP75-

Bij |

393

Komt 2370:-:67 Voorb. En hoe veel GA maaken 9873


Worpen Antwd. 11847:12:. 34. Om Worpen van 4 Sesthalven tot Guldens te brengen.
R E G E L .
Zet het opgegeevene getal, behalven delaatjle Let' ter, die mm vpor Dubbeltjens houdt, onder hei
zelfde getal. De optelling levert de/om op.
68. Voorb. Hoe veel GuldnS'M*
Worpen van 4 Sesthalven V

9'M

97^4
976:8 4 Dubt; zijn 8 Stuiv
Komt ioo47:5
M 3

69 Voorb.

Poorf. Hoe veel Guldexs zijn 3769 van


gemelde Worpen? Antwd. 4145:13:9

35-

Om Worpen- van 5 Sesthalven tot Guldens te brengen.


R E G E L .

Stel hetzelfde getal nog eens, een Letter agter,


waards, en deel het koomende door 8.
Of,
tel {en | bij het opgegeevene getal.
70 Voorb. Hoe veel Guldeus, zijn 763 War*
ben van 5 Sesthalven?
73

763

? 3

190:15

95:
8393

7:8.
.

Komt/1049:
Komt f 1049: a: g.
8

71 / W * . E n hoe veel Guldens zijn 8721


Worpen van s Sesthalven in de
ii99i:?;8.
A n t W ( }

VII.

O M GULDENS
TE MAAKEN.

TOT WORPEN

36.

O t&ftttf f Worpen van 4


te Reduceeren.
/ 0

R E -

"

i8j

R E G E L .
Trek l van het getal der opgegeevene Guldens af,
de rest zijn de Worpen.
72 Voorb. Hoe veel Worp Schellingen van
4 in de Worp , moet men tellen voor
11847:12:?
11847:12.

af

i974

I 2

Komt 9 8 7 3 Worpen.
7 3

Voorh.

En

hoe

veel Worpen zijn

f 2 3 7 0 : - : - ? Antwd. 1975 Worpen.


37.

Om Guldens tot Worpen van 4 Ses-

thalven te maaken.
R E G E L .
Stel een o agter het opgegeevene getal, en zo "er
Stuivers bij zijn, zet dan het beloop van dien ,
in Dubbeltjens , in de plaatfe van o: en deel
het koomende door II.
74 Voorb. Hoe veel Worpen van 4 Sestha'U
ven in ieder Worp zijn I0740:8 - ?
10740: 8
10744
? ft. is 4 Dubb.
11
Komt 974 Worpen. 75 Voorb,

J84

),

fS Voorb. E n hoe veel zodanige Wbrpdi


zijn f 4145 8 - : ? Antwd. 3769 Worpen van
4 Sesthalven in de W o r p .
r i

38. O/ Guldens tot Worpen van 5


thalven ie brengen.
R E G E L
Vermenigvuldig de Guldens met 8. *
koomende door 11.

fof

76
Hoe veel Worpen van 5 Sesthalven in de W o r p , moet men tellen voof
1049:2:8?
1049:3:8

8393
/-a:8is{GL
11
.
Komt 763 Worpen.
77 Voorb. E n hoe veel foortgelyke Worpen
moet men ontvangen, voor f 1 1 9 9 1 : 7 : 8 ?
Antwd. 8721. Worpen van 5 Sesthalven.
Zomtijds worden eenige dezer Muntfpetien
i n Zakjens afgepast, en zonder natellen, al-
leen op het Gewigt overgenoomen. E n dan
moeten dezelve, volgens hunnehoogfte Remedie weegen , als volgt.
Marfc.

M a r k . Onc. E n g . Aaz.
^ Ducator.s,

waardig

630.
200 ZW of 30 2 V e * G / .
r oo D W r / m , waar0

? 0

0, m. U i *
sooHeleenBfl*^**-

daalders./5*soo H e e k Cr*

iy

3^

J ? >

Rijksd f 5 300 Agtentwintigen


waardig 420. ,
o W o r p v a n 8 300.
0 0

a 0

32 2 ;

q
2

3w.

2oo W o r p van 5

7o

7.

&

thalven / 75600 W o r p Dubbeltjens

g >

3
2oo W o r p van $ En,
helde St. waardig 300.
19+' '
Zie daar Leezer! onze Vaderlandje Geld7 7 on eene eenvoudige wijze %oofrekening op eene

Airl en ten einde gebragt. ^


J
gefteld en
,
daar mede van
lukkig genoeg o j o n g 1
dienst te w e z e n , dan zdi uu u
wy voldaan z y n l
4

W 1

t e D

Related Interests