You are on page 1of 33

Handboek Workshop

BRAINFINGERS
Minor Active Ageing

Versie: 2.0
Docent: Inge Logghe
Datum: 19-09-2016
Studenten: Gijs Lemans
2084289
Marloes de Korte 2072374
Monique van Falier 2080395

1

Inhoud
1.

Inleiding..................................................................................................................1

2.

Inhoud workshop.....................................................................................................2

3.

4.

5.

2.1

Wat is Brainfingers.................................................................................. 2

2.2

Gebruik Brainfingers............................................................................... 2

2.3

Vergoeding Brainfingers.........................................................................3

2.4

Elektro-Encefalogram............................................................................. 3

2.5

Doelgroep............................................................................................... 5

Workshop................................................................................................................8

3.1

Toelichting keuze workshop....................................................................8

3.2

Mediabericht(en).................................................................................... 8

3.3

Beschrijving werkvorm........................................................................... 9

3.4

Programma workshop............................................................................. 9

Procesbeschrijving................................................................................................10

4.1

Samenwerking...................................................................................... 10

4.2

De persoonlijke leerdoelen...................................................................13

4.3

Planning................................................................................................ 17

Discussie...............................................................................................................18
Literatuur..................................................................................................................19
Bijlage 1: Plan van aanpak......................................................................................20

2

1.

Inleiding

Mieke van Oss heeft in 2015 een gastcollege gegeven aan de studenten
verpleegkunde van Avans Hogeschool. Monique en Marloes, leden van de
workshopgroep, waren hierbij aanwezig. Mieke van Oss valt in 2005 uit haar
hangmat en komt zodanig terecht waardoor ze een hoge dwarslaesie oploopt. Ze
is vanaf haar schouders verlamd, ze kan enkel nog haar hoofd bewegen en
spreken. Mieke draagt, zoals ze zelf zegt, een ‘Hindoe stip’. De stip is
vergelijkbaar met een muis. Met deze stip kan ze de monitor aansturen die
bevestigd is op haar rolstoel. Hierdoor kan zij alsnog zelfstandig handelingen
uitvoeren zoals de gordijnen en deuren open doen. Mieke is recent nog op Hart
van Nederland geweest, hier vertelt zij over haar huidige situatie (Hart van
Nederland, 2016,).
De groepsleden van de workshop vonden de situatie van Mieke erg boeiend en
zijn literatuur gaan zoeken over hulpmiddelen zoals de ‘Hindoe stip’ van Mieke.
Zodoende kwam de projectgroep uit bij het product Brainfingers. Volgens An
Olijslager, wordt de Brainfingers veelal toegepast bij patiënten met een hoge
dwarslaesie of het Locked- in Syndroom. Door het gebruik van Brainfingers zal de
patiënt met een van deze aandoeningen ondersteund worden in het ouder
worden. Op deze manier zullen zij actiever en zelfstandiger door het leven
kunnen gaan. Door gebruik van Brainfingers zullen ouderen ook meer getriggerd
worden om fysiek en mentaal erg actief te blijven (A. Olijslager, Coach
Brainfingers, 6 oktober 2016).
Brainfingers is een communicatie systeem dat wordt toegepast bij ziektebeelden
zoals ALS, dwarslaesie, herseninfarcten of het Locked-In syndroom. Het systeem
wordt aangestuurd door minimale bewegingen van de aangezichtspieren en/of
door hersengolven (HEServis, 2011).
De workshopgroep bestaat uit drie groepsleden, Monique van Falier, Gijs Lemans
en Marloes de Korte. Marloes en Monique studeren Verpleegkunde, Gijs studeert
Gezondheidszorg Technologie. De workshop zal aan de studenten van de minor
Active Ageing gegeven worden. Het doel achter deze workshop is dat de
studenten na deze workshop een basiskennis bezitten van het apparaat
Brainfingers.
Als eerst zal in hoofdstuk 2 Brainfingers worden beschreven. In dit hoofdstuk
staat onder andere wat Brainfingers is, het gebruik van Brainfingers en de
vergoeding hiervan. Daarnaast wordt er ingegaan op EEG en de ziektebeelden
Dwarslaesie en het Locked- in Syndroom. In hoofdstuk 3 wordt de workshop
verder toegelicht en de werkvorm beschreven. In hoofdstuk 4 wordt beschreven
hoe de samenwerking is verlopen tijdens de innoverende opdracht. Ieder
groepslid heeft hierover een korte reflectie geschreven. Daarnaast wordt er in
hoofdstuk 4 ook de planning weergegeven. In hoofdstuk 5 worden de
discussiepunten benoemd, hierop volgt de literatuurlijst. Tot slot bevindt zich in
de bijlage het plan van aanpak.

1

2.

Inhoud workshop

In dit hoofdstuk worden de onderwerpen uit de workshop nader toegelicht.

2.1 Wat is Brainfingers
Brainfingers is een communicatie systeem dat wordt toegepast bij ziektebeelden
zoals ALS, dwarslaesie, herseninfarcten of het Locked-In syndroom (Commap, z.d).
Het systeem wordt aangestuurd door minimale bewegingen van de
aangezichtspieren en/of door hersengolven. Om Brainfingers te kunnen gebruiken
zal er aan de Brainfingers een ander communicatiemiddel verbonden moeten
worden. De Brainfingers zijn als het ware de hardware voor het gebruik van een
communicatiemiddel. Communicatiemiddelen die in combinatie met Brainfingers
kunnen worden gebruikt zijn Side en MindExpress. De verschillende
communicatiemiddelen die hier benoemd worden zijn hoofdzakelijk bedoeld om
te kunnen communiceren doormiddel van computerspraak. Door middel van
hardware zoals een button, een muis of bijvoorbeeld Brainfingers is het mogelijk
het communicatiemiddel te besturen (Visser, 2010). Om Brainfingers te gebruiken
zal aan verschillende hersensignalen een actie gekoppeld moeten worden die
samenwerkt met het communicatiemiddel. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het
openen van een bepaald menu of een enter binnen het programma.
SIDE staat voor Single Input Data Entry. De SIDE is een programma speciaal
ontwikkeld voor mensen met het Locked in Syndroom. Het kan aangestuurd
worden met een enkele schakelaar, knipperen van de ogen, of het trekken van de
wenkbrauw of wang. Door middel van dit programma kan men een selectie
maken uit pictogrammen en letters die verschijnen op het beeldscherm en kan er
een tekst worden samengesteld. Via de spraakgenerator kan de geselecteerde
tekst worden uitgesproken (HEServis, 2010).
Mindexpress is een programma waarmee men kan communiceren door middel
van symbolen, afbeeldingen en geluiden. Door een selectie te maken kan men
naar anderen communiceren. Men kan het communicatiemiddel besturen door
een muis, aanrakingen, hoofd- of oogsturing. Hoofd- en oogsturing gaat door
middel van een schakelaar, zoals knipperen van de ogen of het trekken van de
wenkbrauw of wang (Handleiding Mindexpress, 2012).

2.2 Gebruik Brainfingers
Op het moment is Brainfingers door 5 personen in gebruik. Een deel van deze
personen gebruikt het product erg intensief het andere deel gebruikt het product
zelden. De leeftijd van de personen varieert van 24 tot 65jaar. De grootste groep
gebruikers kunnen niet spreken of bewegen, hier spreekt men over “locked-in”
cliënten. Veel van deze cliënten gebruiken het programma Side als communicatie
middel. Eén van de cliënten gebruikt de desktop versie waarmee deze een
computer geheel kan besturen. Cliënten krijgen voor het product Brainfingers
een training. Door middel van de training leert men de hersensignalen aan te
sturen en efficiënt te werken met het product. Cliënten die dit product in gebruik
hebben, geven volgens Olijslagers aan dat het product na verloop van tijd steeds
gemakkelijker in gebruik wordt. Bij het product Brainfingers wordt ook software
mee gestuurd, in deze software kunnen hersensignalen gekoppeld worden aan
acties. In paragraaf 2.4 wordt verder toegelicht wat hersensignalen zijn. Binnen
de software is het mogelijk om met de Brainfingers extra te trainen. Zo zijn er
verschillende spelletjes om de vaardigheden te verbeteren. Er is door Olijslagers
niet benoemd wat de levensduur van het apparaat Brainfingers is. Brainfingers
2

wordt door de meeste verzekeringen bij een geldige indicatie vergoed (A.
Olijslager, Coach Brainfingers, 6 oktober 2016).

2.3 Vergoeding Brainfingers
De kosten voor het product bedragen €1.779,- inclusief btw. Wanneer cliënten het
product Brainfingers willen gebruiken zullen zij in overleg moeten gaan met de
zorgverzekeraar. Wanneer men er niet met de verzekeraar uitkomt kan de cliënt
naar Commap stappen. Commap zelf heeft afspraken met verschillende
verzekeraars die het product wel vergoeden (Commap, z.d).

2.4 Elektro-Encefalogram
Brainfingers werken doormiddel van Elektro-Encefalogram ofwel EEG. In
paragraaf 2.4.1 wordt kort toelicht wat EEG technologie is en op wat voor manier
het werkt. In paragraaf 2.4.2 worden de verdere mogelijkheden met EEG
technologie besproken.

2.4.1 Hoe werkt EEG technologie?

Wanneer mensen denken aan EEG wordt er vaak gedacht aan het uitlezen van
gedachten. Dit is een geheel foute beredenering van EEG technologie. EEG
technologie maakt gebruik van hersengolven (Von Stein & Sarnthein, 2000).
Hersengolven die hiervoor gebruikt worden zijn; de alfa, beta, delta, theta en
gamma golven. De hersengolven hebben verschillende frequenties. Het is te
vergelijken met de frequenties van muziektonen. Zo heeft elk type hersengolf
een eigen frequentie met daarbij horende triggers/acties. In tabel 2.1 is een
opsomming gemaakt van de verschillende hersengolven met hierbij
weergegeven de frequenties en enkele triggers.
Hersengol
f
Alfa
Beta
Gamma
Delta
Theta

Frequenti
e
8 tot 12 Hz
13 tot 38
Hz
30 tot 100
Hz
0,4 tot 4 Hz
4 tot 8 Hz

Triggers
• Ontspanning
• Concentratie
• Verhoogd niveau van informatieverwerking
• Vlak voor de REM-slaap
• Creatieve inspanning

Tabel 2.1 TYPEN HERSENGOLVEN (VON STEIN & SARNTHEIN, 2000)

Voor het uitlezen van deze golven wordt gebruik gemaakt van EEG apparatuur.
De apparatuur werkt door middel van verschillende elektroden die tegen het
hoofd gedrukt zitten. Dit kan door middel van een soort van badmuts of en band
om het hoofd. Het grote verschil tussen EEG voor consumenten en voor
ziekenhuizen zit vooral in het aanbrengen van de elektroden. Bij de ziekenhuizen
wordt een gel gebruikt die de ruis zou moeten onderdrukken. De elektroden bij
consumenten worden “droog” aangebracht. Een ander verschil is dat er bij
consumenten alleen de belangrijke signalen opgevangen worden en niet zoals bij
ziekenhuizen alle zichtbare signalen. De elektroden kunnen op verschillende
plaatsen op het hoofd geplakt worden, dit is afhankelijk van wat men wil meten.
Zo spelen verschillende hersengebieden mee. Alle handelingen worden via
verschillende hersengebieden aangestuurd.
3

Een voorbeeld van een goedwerkend signaal is de werking van de ogen. Wanneer
men de ogen sluit treed er een goed waarneembaar alfa signaal op. Nog een
goed waarneembaar signaal is de werking van spieren. Wanneer een
spierbeweging gemaakt wordt treed er een grote activiteit op binnen de
hersenen welke dan weer meetbaar is door middel van EEG technologie. Om dit
hersensignaal te kunnen creëren is het niet noodzakelijk dat de spieren nog
werken; wel is het noodzakelijk dat de hersenen hiervoor een signaal uitsturen.
(Lisabeth, 2016).

4

2.4.2

Verdere mogelijkheden met EEG technologie.

Naast de bovengenoemde mogelijkheden gericht op Brainfingers biedt EEG nog
vele andere verschillende toepassingen die gebruikt kunnen worden door de
consument zelf. In een recente studie met betrekking tot EEG (Lisabeth, 2016)
wordt aangegeven dat men verwacht, dat EEG geen gangbare technologie is
onder consumenten. Toch zijn er verschillende bedrijven die zich op de
consumentenmarkt storten met EEG toepassingen.
In de journal wordt aangegeven dat de meest toepassingen onderverdeeld
kunnen worden in één van deze vier categorieën:
•Gezondheidszorg,
•Ergonomie,
•Entertainment,
•Marktonderzoek.
In dit hoofdstuk zullen alleen de eerste twee categorieën besproken worden.
Gezondheidszorg
In de gezondheidszorg wordt EEG hoofdzakelijk gebruikt voor de diagnostisering
van oorzaken en de classificatie van epilepsie. De EEG registreert over het
algemeen niet de aanvallen zelf maar maakt het mogelijk om interictale
afwijkingen te registreren. Een interictale afwijking houdt in dat er naast de
normale basispatronen typische afwijkingen voorkomen in de patronen van
hersengolven. Deze patronen worden beschreven als piekgolven en pieken
(Molenaar & Ponten, 2015).
De gezondheidszorg is het platform waar EEG ontstaan is. Hierdoor zijn veel van
de toepassingen omtrent EEG dan ook wel medisch gericht. Door de
commercialisatie van deze technieken is het tegenwoordig mogelijk om
toepassingen aan te schaffen voor thuisgebruik (Lisabeth, 2016).
Tegenwoordig is men al zo ver dat het mogelijk is om bijvoorbeeld ‘sleep tracking’
toe te passen. Het gaat hierbij om een product dat door middel van elektroden
gekleefd op het hoofd hersensignalen uitleest. Tijdens de slaap zal de EEG
verschillende resultaten uitlezen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de REM slaap of
diepe slaap te detecteren. Nog een optie is het onderzoeken van slaapproblemen,
Aldus Lisabeth, (2016).
Ergonomie
Een van de toepassingen op ergonomisch gebied is de MindWalker (Davies,
2013). Met deze toepassing wil men een oplossing bieden aan mensen met een
lichamelijke beperking. De Mindwalker is een exoskelet dat mensen met
bijvoorbeeld een verlamming opnieuw laat lopen. Het exoskelet wordt
aangestuurd door middel van EEG. Om personen te trainen heeft het projectteam
van de MindWalker een virtual reality trainingsprogramma gemaakt. Op deze
manier kan men door op verschillende manieren te denken, het exoskelet
aansturen.
Een andere toepassing op het gebied ergonomie, is het besturen van een
rolstoel. In een artikel van (Griffiths, 2016) is een experiment beschreven waarbij
apen een rolstoel besturen door middel van een EEG. Bij de apen werden de EEG
elektroden ingepland in de hersenen. Dit met de reden dat de resultaten dan veel
gedetailleerder zijn.
De apen werden in rolstoelen geplaatst en geobserveerd zonder dat de rolstoelen
daadwerkelijk gingen rijden. Door de resultaten van de EEG uit te lezen kregen
onderzoekers de kans om de hersensignalen geprogrammeerd te krijgen tot
5

digitale stuursignalen waarmee de rolstoelen vervolgens aangestuurd konden
worden. Door steeds handelingen te herhalen, was het mogelijk de rolstoelen
beter af te stemmen en de apen te leren omgaan met het systeem.
Het systeem dat hierboven beschreven wordt, was een voorloper voor een
systeem met patiënten. De focus was om het systeem toe te passen op mensen
met ALS Aldus Griffiths (2016). Een systeem als dit zal naar hoge
waarschijnlijkheid gebruikt kunnen worden voor patiënten met neurologische
aandoeningen.

2.5 Doelgroep
2.5.1

Dwarslaesie

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Het
centrale zenuwstelsel kan gezien worden als het controle centrum van het
zenuwstelsel met drie grote functies. Er kan een onderscheidt gemaakt worden
tussen het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel. Het centrale
zenuwstelsel ontvangt informatie van zintuigen, verwerkt deze informatie en
verbindt deze met andere informatie. Bijvoorbeeld informatie die in het geheugen
is opgeslagen en gebruikt de verwerkte informatie om spieren en organen aan te
sturen (Aben, & BrainMatters, 2016).
Het perifere zenuwstelsel bevat alle zenuwen die buiten het centrale
zenuwstelsel liggen en vormt de verbinding tussen het centrale zenuwstelsel, de
spieren en de zintuigen. Het perifere zenuwstelsel zorgt ervoor dat signalen van
je zingtuigen bij de hersenen terecht komt. Het zorgt er ook voor dat de signalen
vanuit de hersenen terecht komen bij de spieren en organen. Mocht zich een
omstandigheid voordoen waarbij en een perifere zenuw wordt beschadigd, kan
dit leiden tot onherstelbaar functie verlies van een arm of been. (Aben, et al,
2016) Het ruggenmerg is de bundel zenuwbanen, die vanuit de hersenen door de
wervelkolom naar de rest van het lichaam loopt. De zenuwen gebruiken prikkels
om gevoel waar te nemen en bewegingen aan te sturen. Bij een dwarslaesie
kunnen de zenuwen prikkels niet doorgeven naar de rest van het lichaam. Vanaf
de plaats van beschadiging kan men geheel of gedeeltelijk verlamd raken. Een
dwarslaesie kan worden veroorzaakt door een trauma, druk van een tumor, een
ontstekingsproces, ziekten zoals MS of een hernia of door bot /
kraakbeenuitsteeksels van omliggende wervels op het ruggenmerg. ( De Ru &
Jagt-Voogtsgeerd, 2008).
Incidentie Dwarslaesie
Nederland
Prevalentie Dwarslaesie
Nederland

20 per miljoen inwoners  300 – 350
nieuwe gevallen per jaar
Schatting 10.000

Tabel 2.2 Incidentie en prevalentie dwarslaesie (Slootman, 2001).

Kijkend naar tabel 2.2 is te zien dat er een vrij grote groep is die worstelen met
een dwarslaesie. De gemiddelde leeftijd bij het ontstaan van een traumatische
dwarslaesie is 38 jaar. De grootste piek ligt tussen de leeftijd van 16 en 30 jaar
ten gevolgen van verkeer en recreatie. Een kleinere piek boven de 60 jaar ten
gevolgen van verhoogd valrisico (Slootman, 2001). Er zijn verschillende vormen
6

van een dwarslaesie. Men spreekt van een complete dwarslaesie als de zenuwen
in het ruggenmerg geheel zijn beschadigd en niet meer zullen genezen. Als men
een incomplete dwarslaesie heeft, is het ruggenmerg gedeeltelijk beschadigd.
Men kan dan nog wel bepaalde functies gebruiken. Daarnaast wordt er ook
verschil gemaakt tussen een hoge- en een lage dwarslaesie. Bij een hoge
dwarslaesie zit de beschadiging in de boven rug of nek en kan alles wat zich
onder de nek bevindt verlamd raken. Bij een lage dwarslaesie zit de beschadiging
onder in de rug en is vaak alles vanaf de onderrug verlamd. Hoe hoger de laesie,
hoe meer zenuwen de prikkels niet meer kunnen doorgeven naar de rest van het
lichaam, wat de beperking dus groter maakt. Volgens De Ru & Jagt – Voogtsgeerd
(2008) kan men beheersing verliezen over de volgende lichamelijke functies: De
blaas en darmspieren, wat leidt tot incontinentie en een verhoogd risico op
urineweginfecties, pijnklachten, spasmen en doorligplekken. Doorligplekken
kunnen vervolgens weer leiden tot decubitus. Als man kan men last krijgen van
erectiestoornissen, doordat de zenuwverbinding tussen de hersenen en penis zijn
verbroken.
Koppeling Brainfingers en dwarslaesie in de zorg
Wanneer een cliënt een hoge dwarslaesie heeft en hierdoor spraakproblemen
heeft zou het apparaat Brainfingers een uitkomst kunnen bieden, voor zowel de
cliënt als de verpleegkundige.
Op deze manier kan de verpleegkundige beter communiceren met de cliënt en
actuele problemen eerder achterhalen. Ook kan er in een vroeger stadium een
interventie worden opgestart. Daarnaast zou het apparaat Brainfingers
waarschijnlijk meer rust bieden voor de cliënt, het is erg vermoeiend om iets
duidelijk te maken wanneer communiceren nauwelijks gaat. Daarnaast voelen
sommige cliënten met een dwarslaesie en spraakgebrek zich bezwaart en
gefrustreerd om veel tijd in beslag te nemen om iets duidelijk te maken. Met
behulp van Brainfingers kan de cliënt benoemen hoe hij geholpen wil worden
tijdens de zorg.

2.5.2

Locked- in Syndroom

Het Locked-in Syndroom (LIS) wordt ook wel het cerebromedullospinaal
disconnectie syndroom genoemd. Het is een ziekte waarbij de patiënt als het
ware opgesloten zit in zijn of haar eigen lichaam. De patiënt functioneert
cognitief goed, daarnaast is de patiënt alsnog bewust van zijn gehoor, zicht, reuk
en smaak. Echter kan de patiënt niet bewegen en communiceren via spraak.
Grotendeel van de spieren zijn verlamd, waaronder de ledematen, de romp de
spraak en de slikspieren. Ondanks de verlamming voelt de patiënt alsnog pijn,
warmte, koud en aanrakingen (Söderholm, Meinander & Alaranta, 2003). Een van
de oorzaken van LIS zou een herseninfarct kunnen zijn. Hierbij verhinderd een
bloedpropje de doorbloeding van het deel van de hersenen die signalen verstuurt
naar het ruggenmerg. Dit wordt ook wel een CVA genoemd. Ook een traumatisch
ongeval of een hersenbloeding zou een oorzaak kunnen zijn van het LIS.
(Hersenletsel uitleg, 2013)
Er zijn drie varianten van het Locked- in Syndroom (Hersenletsel uitleg, 2013).
1. Klassieke LIS. De patiënt is volledig verlamd en kan verbaal niet
communiceren. Communicatie kan enkel via oogbewegingen.
2. Incomplete LIS. Ook hier is de patiënt volledig verlamd en niet in staat
verbaal te communiceren. Bij deze vorm is er sprake van meer restanten
motoriek dan alleen de oogbewegingen.
7

3. Complete LIS. Hierbij is de patiënt volledig bewust van zijn omgeving.
Echter is de patiënt bij deze vorm totaal verlamd. De patiënt kan zelfs de
ogen en oogleden niet meer bewegen.
In tabel 2.3 is te zien dat er maar een kleine populatie is die onder de aandoening
LIS lijdt (Kohnen, 2015) & (Simpto, z.d.).
Incidentie Locked in Syndroom
Nederland

10 – 20 nieuwe gevallen per jaar

Prevalentie Locked in Syndroom
Nederland

0.7 / 10.000 somatische
verpleeghuisbedden

Tabel 2.3 Incidentie en prevalentie LIS (Kohnen, 2015) & (Simpto z.d.).

8

2.5.3 Ervaringsdeskundige - Hanneke de Bruijne

Kan je iets vertellen over jezelf? Hoe is het begonnen?
“Mijn naam is Hanneke de Bruijne, ik ben 58 jaar. In 2008 kreeg ik de ziekte ALS.
Naarmate de jaren, ging dit steeds meer bergafwaarts. Het is zelfs zo erg
geworden, dat ik nu een soort van Locked-in ben geworden. Dit wil zeggen dat ik
vast zit in mijn eigen lichaam en vrijwel niets meer kan bewegen. Maar mijn
hersenen functioneren nog als vroeger. Ik kan alles horen, maar ik kan niet
reageren door te bewegen of te praten (Jong, 2016). Praten en zelfs ademen
verloor ik toen ik locked-in geworden ben. Zo word ik nu dan ook in leven
gehouden door volledige ademhalingsapparatuur.
Waar ik trots op ben, is dat ik de eerste ALS- patiënt ter wereld ben die kan
communiceren met mijn gedachten d.m.v. hersenimplantaten. Communicatie is
voor mij ontzettend belangrijk voor de kwaliteit van leven, want dit zorgt voor
extra mogelijkheden. Nu kan ik communiceren door letters en woorden te
spellen.
Voordat ik nieuwe implantaten kreeg was ik afhankelijk van een apparaatje dat ik
kon besturen met mijn ogen. Dit was niet de beste innovatie voor mij en andere
ALS-patiënten, want met de ziekte ALS kan het zo zijn dat je de controle verliest
van de oogspieren.
Met het nieuwe implantaat, wordt communicatie verricht door de hersenactiviteit.
Hiermee kunnen er signalen van de hersengolven doorgestuurd worden naar een
computer “(Brabants Dagblad, 2016).
Hoe zit het apparaat vast in je lichaam?
“Neurochirurgen plaatste vorig jaar in oktober twee stripjes met vier
elektrodepunten van een paar millimeter doorsnede in mijn hersengebied. (In dit
gebied worden bij de gezonde mensen de handbewegingen aangestuurd.) Verder
zit er een soort klein doosje met een versterker en batterij links onder mijn
sleutelbeen. Onderhuids natuurlijk. Zo is het bijna niet zichtbaar op mijn lichaam”
(Korteweg, 2016).
Heb je lang moeten oefenen om het apparaat onder de knie te krijgen?
“Ik oefende twee keer per week in het UMC Utrecht voor allerlei computertaken.
De computers werden aangepast op een bepaalde software, zodat mijn
hersensignalen waren gekoppeld aan de computer. Ik kon na zeven maanden
letters aanklikken. Ik bedacht zelf dat ik met mijn duim een letter zou aanraken
op het beeldscherm” (Korteweg, 2016).
Is het een uitkomst voor je?
“Helaas is het apparaat nog niet zo snel, waardoor woorden maken best lang
duurt. Ik doe er op dit moment 20 seconde over om één letter/cijfer te selecteren
(Brabants Dagblad, 2016).
Het apparaat werkt nog niet zo snel als wat ik hier voorheen had. Toch biedt dit
mij een uitkomst. Ik vind het fijn om in de natuur te zijn en regelmatig met mijn
kinderen en man in een busje op vakantie te gaan naar Frankrijk. Met het
implantaat en de tablet kan ik overal communiceren en dus niet alleen binnen.
Dat geeft een veilig gevoel. Ook voor de toekomst. Want er bestaat een kans dat
mijn oogspieren uitvallen en dan is dit de enige manier nog om te communiceren
en te alarmeren”(Korteweg, 2016).

9

3. Workshop
3.1 Toelichting keuze workshop
De eerste keus voor de workshop was Tinybots. Helaas waren er niet veel media
berichten en wetenschappelijke artikelen te vinden over de Tinybots. Daarnaast
is er geprobeerd om het bedrijf te benaderen dat de Tinybots heeft ontwikkeld.
Jammer genoeg was het niet mogelijk de robot te lenen vanwege de pilot die met
de robot gedraad werd. Om de workshop interessant te houden is er gekozen
voor een product dat tentoongesteld zou kunnen worden tijdens de workshop.
Vervolgens kwam: ‘Brainfingers’ aan het licht. Brainfingers is een redelijk nieuwe
innovatie die al in gebruik is. Er zijn meerdere mediaberichten en
wetenschappelijke artikelen over te vinden. Het bedrijf is benaderd en er zijn
mogelijkheden tot het bezoeken van het bedrijf. Daarnaast is het mogelijk een
presentatie te krijgen over de werking van het product en is het mogelijk het
product voor een aantal weken te lenen. Als workshopgroep is daarom de
voorkeur voor de workshop aan Brainfingers gegeven.

3.2 Mediabericht(en)
3.2.1

Chris

Uit recent onderzoek (MacAulauy, 2012) blijkt dat Brainfingers ook gecombineerd
kan worden met het bespelen van een instrument. Er is een bericht geplaatst in
BBC News, over de tiener Chris Jacquin. Chris droomt van een muziek carrière.
Chris is al een volleerd componist, maar kan dit niet in de praktijk uitvoeren door
een hersenverlamming. Hierdoor is hij niet in staat een instrument vast te
houden of te bespelen. Het is voor Chris dus niet mogelijk te spelen in een band,
orkest of zijn muziek examen in de praktijk uit te voeren.
Chris heeft sinds kort het product Brainfingers in gebruik, deze reageert op
klikken en bewegingen in zijn kaak. Brainfingers is speciaal ingesteld op de
behoefte van Chris waardoor hij zelf noten kan bespelen op een computer. De
manier waarop Chris zijn instrumenten bespeeld is geldig verklaart, waardoor hij
nu deel kan nemen aan verplichte presentaties.
Chris mocht in de zomer van 2012 in opdracht van de Culturele Olympiade een
groep met jonge Schotse muzikanten spelen. Dit alles zou niet zijn gebeurd
kunnen zijn zonder behulp van Brainfingers.
Koppeling ouderen
Mevrouw Jansen (70) heeft ALS. Voor zij werd gediagnosticeerd met deze ziekte
was mevrouw Jansen samen met vriendinnen lid van een zangkoor. Niet alleen
zong zij, maar bespeelde ook de piano en de blokfluit.
Samen met haar vriendinnen ging ze graag naar het zangkoor, muziek is namelijk
haar passie. Helaas gaat haar ziekte erg achteruit, waardoor spreken en bewegen
nauwelijks meer mogelijk is. Sinds kort heeft mevrouw Brainfingers. Op deze
manier kan ze alsnog met haar vriendinnen communiceren. Helaas zit zingen er
niet meer in, maar kan ze wel met behulp van de Brainfingers de piano al een
beetje bespelen. Mevrouw geeft aan erg blij te zijn dat ze alsnog muziek kan
bespelen en deel uit kan maken van het koor met haar vriendinnen. Hierdoor

10

komt zij niet in haar sociaal isolement terecht.

11

3.3 Beschrijving werkvorm
De workshop zal als volgt worden vormgegeven. De workshop zal door de leden
van de workshopgroep worden gepresenteerd aan de studenten van de minor
Active Ageing.
De workshop wordt geopend door middel van een casus. In de casus wordt een
ziektebeeld benoemd, deze wordt na de casus verder toegelicht. Daarna wordt er
een passende oplossing benoemd, het apparaat Brainfingers. Na aanleiding van
deze oplossing wordt er interactie met de klas gezocht, met de vraag of iemand
al bekend is met Brainfingers. Hierop volgt uitleg van het apparaat. Na aanleiding
van deze informatie wordt er opnieuw interactie met de klas gezocht door vragen
te stellen over verschillende ziektebeelden. Zij moeten dan beantwoorden of
Brainfingers toegepast kan worden bij dit ziektebeeld.
Doormiddel van videomateriaal wordt er een beeld aan de studenten gegeven
over het gebruik van Brainfingers. Vervolgens wordt het apparaat
gedemonstreerd aan de studenten. Na deze demonstratie wordt de workshop
afgerond doormiddel van de vooraf besproken casus. Op het einde van de
workshop is er nog ruimte voor de studenten om vragen te stellen rondom de
workshop.

3.4 Programma workshop
Activiteit
Casus voorleggen
Uitleg ziektebeeld casus
Passende oplossing  Brainfingers!
Iemand bekend met Brainfingers?
Interactie klas.
Uitleg: Wat is Brainfingers? / EEG
Andere voorbeelden van
ziektebeelden waarvoor
Brainfingers gebruikt kan worden.
Interactie klas.
Wie zou het niet kunnen gebruiken?
Interactie klas.
Demonstratie Brainfingers
Afronding workshop
Vragen vanuit de klas?

Tijd
5 minuten
5 minuten
1 minuten
2 minuten
6 minuten
3 minuten

3 minuten
10 minuten
1 minuten
5 minuten
Totaal: 40 minuten

12

4. Procesbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de samenwerking tijdens de innoverende
opdracht is verlopen. Om een goed beeld te schetsen wordt er door ieder
groepslid beschreven hoe hij of zij de samenwerking heeft ervaren.
Daarnaast worden ook de leerdoelen gereflecteerd, deze worden later mee
genomen omdat
de leerdoelen van de workshopleden zijn gebaseerd op de presentatie.

4.1 Samenwerking
In deze paragraaf wordt beschreven hoe ieder groepslid de samenwerking binnen
de groep heeft ervaren.
Hoe vond Gijs de samenwerking gaan?
Naar mijn mening is de samenwerking redelijk goed verlopen. Op het begin van
de workshop hebben we wat taken verdeeld en afspraken gemaakt. Door de
afspraken verliep de samenwerking redelijk. Een vervelend punt was dan wel dat
Merel zich niet altijd aan de afspraken gehouden heeft. Zo heeft zij heel wat
uurtjes gemist om gezamenlijk aan het project te werken. Daarnaast is het haar
ook niet gelukt alle deadlines te behalen. Hier is ze regelmatig op aangesproken.
Dit zal voor een volgend project een heel verbeterpunt kunnen zijn. Verdere
samenwerking en afspraken zijn goed verlopen.
Herkansingstraject
Helaas was het nodig om het handboek te herkansen. Dit wel met de reden dat
er onnodige fouten in het handboek stonden en deze zeker aangepast dienden te
worden. Tijdens het traject is er gezocht naar een andere manier van
samenwerken. Zo hebben we het gehele handboek met zijn drieën doorlopen en
aangepast. Op deze manier denken we dat we toch een kwalitatief betere
rapportage hebben kunnen schrijven en onnodige fouten hebben kunnen
tegengaan.
Zelf ben ik niet heel erg tevreden met het resultaat van het gehele project. Dit
met de reden dat het onderwerp Brainfingers toch minder aansluit bij de minor
als dat we van te voren dachten. Hierdoor hebben we erg veel moeite gehad om
het product goed te verantwoorden. Hierbij dus wel een belangrijke les geleerd:
Jezelf eerst eens goed afvragen of een onderwerp wel aansluit bij een bepaalde
doelgroep. De stelling die wij op het begin hebben gemaakt is namelijk vrij fictief.
Ik denk dat ik als Gezondheidszorgtechnoloog zeker een goede bijdrage heb
geleverd tijdens het project. Dit met de reden dat ik een breed beeld heb over de
verschillende technische toepassingen die zich binnen ons vakgebied bevinden.
Daarnaast heb ik toch ook enige kennis over verschillende ziektebeelden en kan
ik me daar de behoeftes van opsommen. Verder heb ik tijdens veel van de
activiteiten voor het project het voortouw genomen en geprobeerd om ons als
disciplines te kunnen onderscheiden en elkaars kwaliteiten te gebruiken.
Hoe vond Marloes de samenwerking gaan?
De samenwerking is naar mijn beleving redelijk verlopen. De eerste week zijn we
als projectgroep goed van start gegaan. Het onderwerp was gekozen en er was
een begin gemaakt met het plan van aanpak. In week twee kwam hier snel
13

veranderding in. Wegens omstandigheden die in 3.1 zijn toegelicht zijn we
veranderd van onderwerp.
De taken voor het handboek waren verdeeld, een deadline werd hiervoor
afgesproken en genoteerd in de notulen. Monique, Gijs en ik hadden iedere week
de toebehorende taken op de afgesproken deadline ingeleverd. Helaas hielt Merel
zich niet aan deze deadlines.
Tijdens de workshoplessen waren we voornamelijk met drie aanwezig in plaats
van vier. Dit vond ik zelf onhandig omdat er zo geen goede communicatie plaats
vond tussen alle vier de groepsleden. In week 6 hebben Gijs, Monique en ik heb
bedrijf van Brainfingers bezocht, dit vond ik een leuke ervaring en het bezoek
was erg goed verlopen. Merel was hier helaas niet bij wegens ziekte. In week 7
voelde ik dat ik wat gestrest werd. Ik wilde het handboek graag afronden maar
miste alsnog de toegewezen stukken van Merel. Samen met de twee overige
groepsleden hebben we toen alsnog een deel van de toegewezen stukken van
Merel gemaakt. Uiteindelijk heeft Merel de stukken alsnog ingeleverd en hebben
we de stukken die wij ook hadden gemaakt samengevoegd tot een geheel. De
laatste dag dat we alle samen zijn gekomen vond ik de samenwerking zeer goed
verlopen. De communicatie was erg goed en we vulde elkaar op de juiste punten
aan. Ondanks sommige tegenslagen heeft ieder groepslid erg zijn best gedaan
om een goed handboek en workshop op te leveren.
Herkansingstraject
Helaas was het nodig om het handboek te herkansen. Naar aanleiding van de
feedback zagen we dat er inderdaad onnodige fouten in het handboek stonden
en aangepast dienden te worden.
In het herkansingstraject is de samenwerking soepel verlopen. Er is duidelijk en
open naar elkaar gecommuniceerd. We zijn allen meerdere keren samen
gekomen om gezamenlijk aan het handboek te werken. Op deze manier is direct
overleg mogelijk en kon men elkaar goed ondersteunen. Persoonlijk vond ik
gezamenlijk het handboek doorlopen erg effectief, zo zien andere fouten in het
handboek die men zelf misschien niet ziet. Achteraf zijn we er achter gekomen
dat Brainfingers niet zo goed aansluit bij de minor als we dachten en was het veel
werk om een goed handboek te voltooien. Hieruit neem ik mee dat ik voor het
kiezen van een onderwerp mezelf goed moet afvragen of het onderwerp wel
aansluit bij een bepaalde doelgroep.
Met mijn verpleegkundige achtergrond heb ik een bijdrage kunnen leveren aan
de verschillende ziektebeelden omtrent Brainfingers. Echter heb ik geen bijdrage
kunnen leveren rondom het apparaat Brainfingers zelf. Voor deze workshop had
ik nog niet eerder van Brainfingers gehoord.
Echter heb ik door deze workshop veel kennis opgedaan over het apparaat door
middel van de literatuur zoektocht, bezoek aan het bedrijf Commap en van mede
student Gijs.
Hoe vond Monique de samenwerking gaan?
We begonnen goed aan ons plan van aanpak en hadden snel afspraken gemaakt.
Ook hadden we een Whatsapp groep aangemaakt waar wij veel in hebben
gecommuniceerd. Dat was prettig. Toch was het vanaf week één rommelig. Dit
kwam omdat wij van onderwerp zijn veranderd. Tinybots vonden wij een leuk
onderwerp, maar zoals in 3.1 toelichting workshop staat beschreven, hebben wij
ons onderwerp moeten veranderen vanwege te weinige informatie. Vanaf week 3
zijn we weer goed begonnen aan onze opdracht. Het plan van aanpak en het
begin van ons handboek kreeg vorming. Gijs, Marloes en ik hadden onze taken
vanaf week 3 af en hielden dit dan ook steeds netjes bij, Merel deed dit niet altijd.
Ook is Merel maar twee keer aanwezig geweest, verder niet, vanwege ziekte of
14

andere omstandigheden. Het was jammer dat ze er niet altijd bij kon zijn, ze
mistte zo een hoop. Gelukkig brachten wij haar met Whatsapp zodat ze alsnog op
de hoogte was.
In week 6 gingen wij naar het bedrijf voor informatie. Omdat Merel ziek was, was
zij hier niet bij aanwezig. Het was leuk om naar dat bedrijf toe te mogen en uitleg
over Brainfingers te krijgen. Na de bijeenkomsten van de workshop werden er
notulen gemaakt, zodat iedereen wist wat zijn of haar taak was om verder te
gaan. Merel liep wat uit met haar taken. Ze moest de inleiding, afbakening en
mediaberichten schrijven in week 4, maar tot en met week 7 stond er niks in het
handboek. Dat was niet fijn. Doordat alles zo laat compleet was, kreeg ik wel een
beetje stress op het eind.
In week 7 wilden wij uiteindelijk het handboek compleet hebben, maar we
mistten Merels stukken nog. Samen met Gijs en Marloes hebben wij zoveel
mogelijk het handboek afgemaakt. Onder andere de afbakening en inleiding.
Hierbij hebben we uiteindelijk Merels stukken aan toegevoegd. Op de laatste dag
hebben we goed met z’n vieren het kunnen afsluiten, waar uiteindelijk naar onze
mening een goed handboek is neergezet. Tevens hebben wij een presentatie
gemaakt en gaan wij Brainfingers goed neerzetten in de klas.
Ik heb prettig samengewerkt met mijn workshopgroepje. Iedereen deed goed zijn
best. De gemaakte stukken keken we van elkaar na, wat ik als prettig heb
ervaren. Ook gaven we elkaar tips en tops tijdens de uitwerking van de opdracht.
Herkansingstraject
Helaas hadden wij een herkansing voor ons project. Na feedback zagen wij echter
in, dat er onnodige fouten in het handboek stonden en dat er een duidelijkere
koppeling gemaakt moest worden tussen Brainfingers en Active Ageing: gezond
ouder worden.
Toen we met de opdracht begonnen zagen wij deze koppeling wel, maar wij
hadden het zo beredeneert dat wanneer de mens ouder wordt en het ziektebeeld
locked-in krijgt of een dwarslaesie, alsnog fijn oud kan worden door middel van
Brainfingers.
Achteraf, na alle feedback, is ons onderwerp Brainfingers niet de juiste keuze
geweest. (zie discussie).
Om alsnog het handboek succesvol af te ronden, zijn wij dan ook meteen
begonnen met het verbeteren/aanpassen van het handboek. Om wat extra
informatie in ons handboek toe te voegen, wilden we mensen met Brainfingers
gaan benaderen via het bedrijf Commap. Dit is helaas niet gelukt.
De samenwerking verliep in ieder geval beter dan in periode 1. De inzet was
goed. Wanneer er onduidelijkheden waren, communiceerden we dit met z’n
drieën. Iedereen kwam zijn afspraken na, dat was prettig. Tijdens het verbeteren
van ons handboek gingen wij stap voor stap, per hoofdstuk, alles na. Er is bewust
gekozen om de stukken van het handboek niet opnieuw te verdelen. Nu zijn we
het alle drie eens over de stukken en is er door alle drie gekeken naar de spelling.
Mijn inbreng als verpleegkundige was, om samen met Marloes de ziektebeelden
uit te leggen en deze te koppelen aan Brainfingers. Als verpleegkundige heb ik
verder geen informatie ingebracht. We hebben namelijk de workshop
gezamenlijk gemaakt en gepresenteerd.

15

4.2 De persoonlijke leerdoelen
Marloes
Leerdoelen:
1 In periode 1 geef ik samen met mijn groep een workshop aan de klas. Ik
vind het lastig om rustig te spreken voor een grote groep. Ook vind ik het
lastig om duidelijk te articuleren en geen dialect te spreken. Tijdens de
periode wil ik voornamelijk duidelijk en rustig kunnen spreken tegenover
de groep. ik wil dit leerdoel graag meten door feedback te vragen aan de
groep aan de hand van een zelf gemaakte beoordelingslijst. Hiermee wil ik
toetsen hoe de klas mij vond spreken en of ik die informatie aan hen heb
over kunnen brengen.
2 In periode 1 geef ik samen met mijn groep een workshop aan de klas.
Hierbij maak ik samen met mijn groep een handleiding m.b.t. de workshop.
Ik vind het lastig om correcte spelling en zinsopbouw aan te leveren. Ik
vraag mijn medestudenten of zij mijn stukken na willen lezen en hier
feedback op willen geven.
Leerdoel 1
Situatie
Op maandag 17 oktober vond de workshop Brainfingers plaats voor alle
studenten van de minor Active Ageing. Onderling hadden we een taakverdeling
gemaakt, wie wat van de workshop ging presenteren.
Taak
Mijn taak was om de workshop te openen en hier op volgt een casus in te
brengen.
Later in de workshop was mijn taak om een kleine quiz te voeren met de
studenten.
Activiteit
Als eerst heb ik de studenten van de minor Active Ageing welkom geheten en het
doel met de vorm van de workshop toegelicht. Daarna heb ik de casus verteld en
toegelicht. Later in de workshop heb ik een kleine quiz gevoerd met de
studenten.
Reflectie
Ik vond het erg spannend om voor een groep te presenteren die ik nog niet goed
ken. Ik was dan ook erg zenuwachtig. Ondanks de zenuwen vond ik dat de
opening van de workshop redelijk soepel verliep. Naar mate ik langer voor de
klas aan het spreken was, en merkte dat alle ogen op mij waren gericht, werd ik
nog zenuwachtiger en merkte ik aan mezelf dat ik erg vlug begon te praten.
Mede doordat ik zenuwachtig was, vergat ik sommige termen te benoemen.
Halverwege de workshop merkte ik aan mezelf dat ik niet meer zo zenuwachtig
was en sprak ik tijdens de quiz ook rustiger.
Ik heb mezelf gefocust op mijn taalgebruik om geen dialect te spreken. Ik heb
hier geen negatief feedback voor gehad.
Feedback gekregen na de workshop;
- Start duidelijk en zelfverzekerd, naar mate de workshop vordert wat
onzeker.
Leerdoel 2
16

Situatie
Voor de workshop Brainfingers moet door de workshopgroep een handboek
worden geschreven. Ik vind het lastig om correcte spelling op te leveren.
Taak
Ik heb binnen de groep de taak op me genomen het handboek te controleren op
spelling. Natuurlijk werd er na ik het handboek had gecontroleerd een extra
controle door de andere groepsleden uitgevoerd.
Activiteit
Een groot deel van het handboek hebben we gezamenlijk gecontroleerd. We
hadden na school afgesproken en hadden alle het handboek geopend op de
laptop. Zo zijn we hoofdstuk voor hoofdstuk na gelopen op spelfouten. De laatste
week heb ik het handboek zelfstandig gecontroleerd met een na controle door
een groepslid.
Reflectie
Het handboek was een goede opdracht om te oefenen met de spellingscontrole.
De andere groepsleden hebben mij dan ook de ruimte gegeven om met de
spellingscontrole te oefenen. Voornamelijk de middag dat gezamenlijk de
spellingscontrole is uitgevoerd was een goed leermoment. De groepsleden zagen
hier bijvoorbeeld grammatica fouten die ik niet zag. Het was een grote stap voor
mij om de spellingscontrole op me te nemen. Ik heb zo goed kunnen oefenen.
Persoonlijk viel me dit niet tegen, ik had verwacht dat ik het slechter zou doen.

17

Monique
Leerdoelen:
1. Tijdens het presenteren van een workshop wil ik zelfverzekerd voor een grote
groep staan. Het presenteren doe ik samen met 3 medestudenten. Ik wil dit
toetsen doordat mijn klas/leraar feedback geeft op mijn houding/gedrag. Dit
persoonlijk leerdoel vindt plaats in week 8 van periode
2. Aan het einde van periode 1, heb ik mijn deel van de handboek op tijd af en is
het met goede zinsopbouw en spelling gemaakt. Het maken van een handboek
doe ik samen met 3 medestudenten. Ik vraag feedback aan mijn medestudenten
en vraag of zij af en toe willen meekijken of mijn zinsopbouw en spelling goed is.
Ook geven mijn medestudenten feedback op mijn gemaakte stukken.
Feedback:
Presenteren is iets wat ik niet graag doe. Ik sta niet graag in belangstelling voor
een “nieuwe/vreemde klas”.
Ik vond het best spannend om voor de klas te presenteren. Wij als
verpleegkundigen hebben nog nooit een workshop gehouden, dus dit was nieuw
voor ons. De zorgtechnologie heeft dit wel al een aantal keer gedaan.
Ondanks mijn zenuwen probeerde ik er wel zelfverzekerd te staan. Ik had mij van
te voren goed voorbereid op mijn stukken. Toch, had ik er een spiekbriefje bij
gepakt. Deze heb ik niet gebruikt. Dat vond ik goed van mijzelf. Normaal doe ik
dit altijd.
Ik had verteld wat een dwarslaesie inhield, liet een filmpje zien over Chris (een
jongen met een hersenverlamming die Brainfingers gebruikt om muziek te
spelen) en ik deed samen met Gijs de demonstratie van Brainfingers.
Tijdens het presenteren wilde ik graag wat uitleggen via het smartbord. Hier keek
ik iets teveel naar en dit kreeg ik dan ook terug als feedback. Ik had wat meer in
de klas mogen kijken.
Naar mijn mening was mijn houding/gedrag wel goed. Ik stond stil, vertelde
serieus en probeerde zo goed mogelijk mijn verhaal te vertellen. Achteraf had ik
wel een foutje gemaakt doordat ik paraplegie en tetraplegie omdraaiden..
Als feedback van de leraren kreeg ik, of eigenlijk heel de groep, nog terug om de
volgende keer via een andere opstelling te staan. Wij stonden voor elkaar en
teveel naar rechts. Hierdoor keken wij de rechterkant van de klas niet zo veel
aan. Dit was een tip.
Over mijn tweede leerdoel kan ik zeggen dat ik dit heb behaald. Ik heb aan het
handboek veel gewerkt. Mijn stukken waren op tijd ingeleverd samen met die van
Gijs en Marloes. Van elkaar keken wij dan ook de stukken na op spelling en
zinsopbouw. Dat was fijn.
Merel had in week 7 pas haar stukken ingeleverd, maar naar onze mening niet
helemaal compleet. Wij hebben tot de laatste dag nog stukken aangepast. Dit
leverde voor mijn gevoel een beetje stress op. Uiteindelijk is het handboek op tijd
ingeleverd.
Gijs
Leerdoelen:
1. Binnen deze 7 weken wil ik ervoor zorgen dat ik tijdens de workshop
overtuigend kan presenteren. Dit wil ik toetsen door de studenten te
vragen of ze de presentatie overtuigend vonden in een feedbackformulier.

18

2. Ook zou ik graag iedereen gedurende 35 minuten graag geïnteresseerd
houden. Om dit meetbaar te maken zal in het feedbackformulier gevraagd
worden naar de interesses over de workshop.

19

Leerdoel 1
Situatie
Een workshop geven aan de studenten van de minor Active Ageing met als doel
hen het een en ander bij te brengen over het product brainfingers.
Taak
Mijn taak was het presenteren van het product brainfingers en het product
uiteindelijk ook in actie te laten zien.
Activiteit
Allereerst ben ik begonnen met het vertellen wat brainfingers is. Vervolgens ben
ik wat dieper op de stof ingegaan en heb ik uitgelegd wat EEG nou precies
inhoud. Hierna volgde nog een kleine uitleg over wat nog andere mogelijkheden
waren met EEG. Op het einde werd dan het product in actie laten zien.
Reflectie
Leerdoel 1: Ik vond dat de presentatie redelijk goed verlopen is. Dat ik mijn
stukken ook zeker overtuigend heb gebracht maar zoals ook in de feedback
achteraf kwam had ik mij zeker anders moeten kleden voor de workshop. Ook
zou ik de volgende keer de opstelling van onze presentatieruimte anders in kaart
brengen. Toch moet ik nageven dat op de momenten dat ik zelf presenteerde ik
het gevoel had dat de studenten het zeker overtuigend vonden.
Leerdoel 2: Omdat het een geheel nieuw product was voor de studenten waren zij
zeker geïnteresseerd. Daarnaast was de keuze om het product mee te nemen
naar de workshop en hier in actie te laten zien zeker een goede keuze. Ook de
presentatievorm (prezi) had zeker invloed op de interesses, het zag er interessant
uit en het videomateriaal sloot goed aan op het onderwerp.
Feedback na workshop:
- Kledingdracht had anders gemoeten wanneer je overtuigend wil
presenteren.
- Tijdens het antwoorden op vragen gaan staan i.p.v. zittend antwoorden.

20

4.3

Planning

De workshop bestond totaal uit 8 weken. Om de workshop op tijd af te hebben, is
er gebruik gemaakt van een planningsschema. De planning geeft een duidelijk
overzicht van de taken die zijn vernomen. Daarnaast staat er in deze planning de
aan-, en afwezigheid van de groepsleden beschreven.
Planning
Week
Week 1
29 aug.- 4 sep.
Afwezig: Week 2
5 sep. – 11 sep.
Afwezig: -

Taak









Week 3
12 sep – 18 sep


Afwezig:
Merel, Marloes



Week 4
19 sep. – 25 sep.
Afwezig:
Merel
Week 5
26 sep. – 2 okt.
Afwezig:
Merel
Week 6
3 okt – 9 okt
Afwezig:
Monique
Afwezig bezoek
bedrijf:
Merel
Week 7
10 okt. – 16 okt.
Afwezig: -

Kennis gemaakt met de workshopgroep.
Brainstormen over het onderwerp.
Afbakenen onderwerp.
Afspraken gemaakt met de groep.
Literatuur zoeken over het onderwerp Tinybots
Pitch gehouden over het onderwerp Tinybots.
Bedrijf Tinybots benaderd.
Veranderd van onderwerp. Tinybots 
Brainfingers.
Literatuur zoeken over brainfingers. Zowel
mediaberichten als wetenschappelijke artikelen.
Start plan van aanpak gemaakt.


Pitch gehouden over het onderwerp Brainfingers
Iedere student zoekt bronnen/artikelen over het
onderwerp brainfingers en werkt deze uit.
Plan van aanpak afgerond.
Start handboek gemaakt.
Samen met Inge Loghe gekeken naar het
handboek en feedback terug gekregen.
Handboek verder uitgewerkt.
Opdrachten onderling verdeeld.



Casus beschreven
Taken verdeeld
Handboek verder uitgewerkt


Handboek verder uitgewerkt
Bezoek gebracht aan het bedrijf Heservis. Hier
een uitleg en demonstratie gekregen over het
apparaat Brainfingers.
Het apparaat Brainfingers zelf uitgeprobeerd.



Handboek definitief maken
Het programma brainfingers geïnstalleerd op
eigen laptop
Presentatie gemaakt
21

Week 8 (17 okt – 23
okt)



Presentatie geoefend
14 okt handboek inleveren definitief voor 09.00u
17 okt workshop toets moment

5.

Discussie

De innovatie opdracht is opgesteld aan de hand van de aspecten die staan
beschreven op Blackboard. Om te beginnen zijn de leden van de workshopgroep
informatie gaan verzamelen omtrent het onderwerp Brainfingers. Om informatie
te verzamelen zijn er zowel Nederlandstalige als Engelstalige artikelen gebruikt.
Er zijn weinig tot geen wetenschappelijke artikelen gevonden over de specifieke
werking van Brainfingers, waardoor er gezocht is naar soort gelijke instrumenten
met gebruik van EEG technologie. Omdat er geen RCT’s gevonden zijn, is het
lastig om de juiste informatie te verschaffen.
Er zijn ook positieve processen verlopen tijdens het traject. Er is informatie
gegeven van een (nieuwe) innovatie binnen de gezondheidzorg. Studiegenoten
waren erg tevreden over de innovatie en gaven dan ook een goede beoordeling
op de presentatie.
Tijdens de herkansingsperiode hebben de studenten het bedrijf Commap opnieuw
benaderd. Commap is het bedrijf wat Brainfingers verkoopt aan personen met het
ziektebeeld ALS en dwarslaesie. De studenten wilden graag de gebruikers van
Brainfingers interviewen, helaas is hier vanuit Commap geen toestemming voor
gegeven. Dit met de reden dat ze cliënten niet willen belasten door studenten
van buitenaf. Om toch recente informatie te ontvangen is er contact gezocht met
Hanneke de Bruine om haar enkele vragen te stellen over haar ervaring met een
soort gelijke innovatie. Helaas heeft er geen mailcontact plaats gevonden en is
er gekozen om een recent interview met Hanneke uit te werken.
Er is ondervonden dat Brainfingers ook nadelen met zich meebrengt. Zo is het
apparaat erg storingsgevoelig en wordt de bekabeling als vervelend ervaren.
Wanneer het ziektebeeld van een persoon verandert is het nodig de Brainfingers
opnieuw in te stellen, zodat deze weer optimaal functioneert. Verder is
Brainfingers vrij lastig om aan te leren. Zeker voor ouderen die geen ervaring
hebben met digitale omgevingen zal het product Brainfingers als erg moeilijk
ervaren worden.
Daarnaast waren bronnen en informatie omtrent prevalentie en incidentie erg
moeilijk vindbaar. De cijfers die zijn gevonden uit de bronnen zijn gebaseerd op
een schatting, hierdoor konden deze niet volgens de juiste methode worden
verwezen.
Durende het project is ondervonden dat Brainfingers een innovatie is, die weinig
tot geen koppeling heeft met de minor Active Ageing. Er is anders geredeneerd,
namelijk op de ouder wordende mens in het algemeen. Er is gedacht dat
wanneer een persoon met het ziektebeeld ALS, dwarslaesie of het locked- in
Syndroom het apparaat Brainfingers gebruikt, dit zeker ondersteuning kan bieden
in het ouder worden.

22

23

Literatuur

Aben, B., & BRAINMATTERS. (2016). Centraal zenuwstelsel. Geraadpleegd op 22
december 2016 van, http://www.brainmatters.nl/terms/centraal-zenuwstelsel/

Aben, B., & BRAINMATTERS. (2016). Perifeer zenuwstelsel. Geraadpleegd op 22
december 2016 van, http://www.brainmatters.nl/terms/perifeer-zenuwstelsel/
Commap. (z.d.). Brainfingers. Geraadpleegd van https://www.commap.nl/wpcontent/uploads/Commap-folder-Brainfingers-V1.0.pdf
Davies, C. (2013). MindWalker brain-controlled exoskeleton puts the paralyzed on
their feet. SlashGear, (z.j.), pp. 1. Verkregen op 15 september 2016 van
http://www.slashgear.com/mindwalker-brain-controlled-exoskeleton-puts-theparalyzed-on-their-feet-04284889/
De Ru, V. J., & Jagt-Voogtsgeerd, T. (2009). Dwarslaesie.. In A. M. Eskens-van as
(Red.), Boekblok Verpleegkundig Vademecum (pp. 423-427). Houten, Nederland:
Bohn Stafleu van Loghum.
Griffiths, S. (2016). Monkeys are taught to “drive” wheelchairs using just their
THOUGHTS. Daily Mail Online. (z.j.), pp. 1. Verkregen op 15 september 2016 van
http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-3474790/Monkeys-taught-drivewheelchairs-using-just-THOUGHTS-Primates-use-electrodes-brain-controldevice.html
Hart van Nederland. (2016, 30 juni). Gehandicapte Mieke moet zorg bellen voor
glas water. Geraadpleegd van http://www.hartvannederland.nl/nederland/noordbrabant/2016/gehandicapte-mieke-moet-zorg-bellen-voor-glas-water/
Hersenletsel uitleg. (z.d.). Locked-in syndroom / LIS. Geraadpleegd van
http://www.hersenletsel-uitleg.nl/oorzaken-ziektenbeelden/locked-in-syndroom-lis
HEServis. (2011). Brainfingers. Geraadpleegd van http://brainfingers.nl/
HEServis. (2010). SIDE. Geraadpleegd van http://heservis.nl/?page_id=254
Jabbla. (2012). Mind Express handleiding. Geraadpleegd van
http://www.rtdarnhem.nl/upload/Download/Files/4136handleiding_mindexpress4_nl
.pdf
Jong, G. de. (2016, 14 november). Verlamde ALS-patiënte praat met gedachten.
Geraadpleegd van: http://gezondheid.eenvandaag.nl/tvitems/70377/verlamde_als_pati_nte_praat_met_gedachten
MacAulay, J. (2012, 3 april). Brainfingers system allows disabled musician to
play. BBC News, p. 1. Geraadpleegd van http://www.bbc.com/news/uk-scotlandedinburgh-east-fife-17583426
Molenaar, R., & Ponten, S. (2015). Diagnostiek en behandeling van epilepsie.
Huisarts en wetenschap, 58(12), 646-650.
Kohnen, R.F. (2015). Het klassieke locked-in syndroom: Prevelantie en
karakteristieken van patiënten. Tijdschrift voor ouderen geneeskunde. 260.
Gedownload op 17 november 2016 van,
http://www.verenso.nl/assets/Uploads/TvO-Covers/Inhoud-TvO/TvO-52012/AbstractKohnenTvO5.pdf
Lisabeth, N. (2016). Wat is het potentieel van EEG-technologie?. Geraadpleegd van
http://dspace.howest.be/bitstream/10046/1311/1/NikitaLisabeth_finaal.pdf
locked-in. (z.j.). Geraadpleegd van http://www.locked-in.nl/
Simpto. (z.d). Locked-in Syndroom. Geraadpleegd op 17 november 2016, van
http://www.simpto.nl/diagnose/locked-in-syndroom/
Slootman, J.R., (2001). Boekblok Arbeid en belastbaarheid. 812-837. Dwarslaesie.
Bohn Stafleu van Loghum. Geraadpleegd van:
http://link.springer.com/chapter/10.1007/978-90-313-7308-6_34/fulltext.html
Söderholm, S., Meinander, M., & Alaranta, H. (2003, maart).
Communicatiemethoden bij het ‘locked-in syndrome’. Geraadpleegd van:
http://link.springer.com.ezproxy.avans.nl/article/10.1007/BF03062977















24

Von Stein, A., & Sarnthein, J. (2000). Different frequencies for different scales of
cortical integration: from local gamma to long range alpha/theta synchronization.
International Journal of Psychophysiology, 38(3), 301-313.

25

Bijlage 1:
1.1

Plan van aanpak

Groepsleden, opleiding en taakverdeling

Groepsleden
Gijs Lemans

Opleiding
Gezondheidstechnologie

Marloes de Korte
Monique van Falier

Verpleegkunde
Verpleegkunde

1.2.

Functie
Contactpersoon van het bedrijf,
voorzitter
Kwaliteitscontrole handboek
Notulist

Persoonlijke leerdoelen

Marloes
1. In periode 1 geef ik samen met mijn groep een workshop aan de klas. Ik
vind het lastig om rustig te spreken voor een grote groep. Ook vind ik het
lastig om duidelijk te articuleren en geen dialect te spreken. Tijdens de
periode wil ik voornamelijk duidelijk en rustig kunnen spreken tegenover
de groep. ik wil dit leerdoel graag meten door feedback te vragen aan de
groep aan de hand van een zelf gemaakte beoordelingslijst. Hiermee wil ik
toetsen hoe de klas mij vond spreken en of ik die informatie aan hen heb
over kunnen brengen.
2. In periode 1 geef ik samen met mijn groep een workshop aan de klas.
Hierbij maak ik samen met mijn groep een handleiding m.b.t. de workshop.
Ik vind het lastig om correcte spelling en zinsopbouw aan te leveren. Ik
vraag mijn medestudenten of zij mijn stukken na willen lezen en hier
feedback op willen geven.
Gijs
6. Binnen deze 7 weken wil ik ervoor zorgen dat ik tijdens de workshop
overtuigend kan presenteren. Dit wil ik toetsen door de studenten te
vragen of ze de presentatie overtuigend vonden in een feedbackformulier.
7. Ook zou ik graag iedereen gedurende 35 minuten graag geïnteresseerd
houden. Om dit meetbaar te maken zal in het feedbackformulier gevraagd
worden naar de interesses over de workshop.
Monique
1. Tijdens het presenteren van een workshop wil ik zelfverzekerd voor een
grote groep staan. Het presenteren doe ik samen met 3 medestudenten. Ik
wil dit toetsen doordat mijn klas/leraar feedback geeft op mijn
houding/gedrag. Dit persoonlijk leerdoel vindt plaats in week 8 van periode
2. Aan het einde van periode 1, heb ik mijn deel van de handboek op tijd af
en is het met goede zinsopbouw en spelling gemaakt. Het maken van een
handboek doe ik samen met 3 medestudenten. Ik vraag feedback aan mijn
medestudenten en vraag of zij af en toe willen meekijken of mijn
zinsopbouw en spelling goed is. Ook geven mijn medestudenten feedback
op mijn gemaakte stukken.

26

1.3

Drie mogelijke onderwerpen + definitieve keuze

1. Brainfingers
2. Tinybots
3. Beeldbellen in de thuiszorg
Brainfingers
Wanneer mensen ouder worden kan het zijn dat praten en bewegen onmogelijk
wordt. Brainfingers is een systeem wat hersengolven en minimale bewegingen in het
aangezicht gebruikt voor communicatie. De activiteiten worden uitgelezen door een
band met sensoren dat men om het hoofd moet dragen. Met het gebruik van
Brainfingers is het mogelijk een computer te besturen door letters of pictogrammen
te selecteren. Ook is het mogelijk een actie aan een hersensignaal te koppelen.
Tinybots
De Tinybots is een kleine robot voor dementerenden en hun mantelzorgers. De
Tinybots, ook wel Tessa genaamd, helpt de dementerenden met de dagelijkse gang
van zaken. Tessa herinnerd de dementerenden aan afspraken, suggesties en kan
persoonlijke muziek afspelen. Tessa is als waren een geheugensteun voor
dementerenden. Op deze manier kunnen de dementerenden langer zelfstandig
blijven wonen. Dit laatste wordt tijdens de Minor Active Ageing behandeld.
Beeldbellen
Ouderen blijven steeds langer thuis wonen. Via beeldbellen kan er contact zijn tussen
bijvoorbeeld de persoon met dementie en de mantelzorg en bijvoorbeeld de
casemanager dementie, waarbij degenen die contact hebben zowel te horen als te
zien zijn.
1.4

Afbakening

Brainfingers kan door kinderen, volwassenen en ouderen worden gebruikt.
Brainfingers wordt toegepast bij meerdere ziektebeelden, zoals een hoge
dwarslaesie, Locked-in Syndroom of een CVA. Bij het ziektebeeld CVA wordt
Brainfingers alleen toegepast als men te maken heeft met afasie in combinatie
met uitvalsverschijnselen / verlamming.
Brainfingers is geschikt voor mensen die cognitief nog goed functioneren, maar
niet meer de
willekeurige motoriek kunnen aansturen. Brainfingers is niet geschikt voor
mensen die
cognitief niet meer goed functioneren, bijvoorbeeld mensen met dementie, en
ook niet voor
mensen die lijden aan spasmen. Door de plots hevige bewegingen en
hersengolven bij spasmen kan de Brainfingers de hersengolven en
spierspanningen niet meer lezen.

27

Casus dwarslaesie.
Henk is een gezonde man van 49 jaar en woont samen met zijn vrouw (45 jaar)
en twee dochters (18 en 20 jaar) in een vrijstaand huis.
Henk en zijn vrouw werken beide fulltime, zijn dochters studeren en wonen
momenteel op kamers.
Henk gaat vier keer per week hardlopen in het park. Tot begin dit jaar. Tijdens zijn
rek en strek oefeningen op een bankje in het park, valt Henk van het bankje.
Door de val komt Henk erg ongelukkig terecht op zijn hoofd. Henk voelt zijn
armen en benen niet meer en kan erg moeizaam om hulp roepen. Op dat
moment denkt Henk dat zijn lichaam in shock is door de onverwachte val.
Henk wordt opgenomen in het ziekenhuis, hij heeft een tetraplegie vanaf C-4. Dat
wil zeggen dat hij verlamd is vanaf cervicaal 4, dit is vanaf de nek. Hierdoor zijn
de tussenrib- en buikspieren volledig verlamd, waardoor hij extra moeite moet
doen om te kunnen ademen. Dit is zeer vermoeiend. Doordat de ademhaling
moeizaam verloopt, heeft Henk nauwelijks puf om naast de ademhaling te
praten.
Na zijn ziekenhuis opname wordt Henk overgeplaatst naar het
revalidatiecentrum.
Hier heeft hij 8 maanden gerevalideerd en is hier net na de zomervakantie uit
ontslagen.
Het huis is in de tijd verbouwt en er is een aangepaste badkamer en slaapkamer
op de beneden verdieping geplaatst.
Henk is afhankelijk van andere en heeft veel hulp nodig. In de ochtend en avond
ontvangt Henk hulp van de thuiszorg, maar overdag zorgt zijn vrouw voor hem.
Echter moet zijn vrouw langs de zorg voor haar man ook nog werken. Zijn
dochters studeren op dit moment in een andere stad en kunnen niet dagelijks
voor hem zorgen.
Henk vindt het verschrikkelijk dat hij zo afhankelijk is van andere, hij zou graag
zelf iets kunnen doen, al is het maar iets kleins zoals de TV aanzetten…

28

1.5

Koppeling met de Minor Active Ageing

In de minor Active Ageing wordt voornamelijk het thema gezond ouder worden
behandeld.
Men spreekt tegenwoordig steeds meer van vergrijzing en daarnaast worden de
mensen steeds ouder. Maar doordat de mensen steeds ouder worden, hebben zij
ook meer kans op verschillende ziektebeelden en aandoeningen. Een van deze
ziektebeelden kan bijvoorbeeld een spierziekte of een herseninfarct zijn, met
eventuele gevolgen zoals spraakgebrek en verlamming. Door deze beperkingen
zullen er nieuwe technieken moeten worden ontwikkeld zodat iemand alsnog kan
communiceren en op zijn manier zelfstandig kan handelen.
Brainfingers is een product dat hier zeker op aansluit. Door gebruik van
Brainfingers zullen ouderen ook meer getriggerd worden om fysiek en mentaal
erg actief te blijven hierdoor zal een ziektebeeld als dementie minder snel
geconstateerd worden. Daarnaast vergroot het product de zelfredzaamheid van
deze ouderen.
Kijkend vanuit het oog van een verpleegkundige.
Door de zelfredzaamheid van deze doelgroep te vergroten, zal het voor
verpleegkundige minder tijd kosten om zorg te verlenen. De cliënt zal met het
product zelf bepaalde acties kunnen uitvoeren die voorheen niet mogelijk waren
zonder verpleegkundige.
Kijkend vanuit het oog van een gezondheidszorgtechnoloog.
Tijdens de opleiding gezondheidszorgtechnologie wordt er erg ingespeeld op
nieuwe innovatieve technieken. Een van de aspecten die tijdens de opleiding
naar voren komt is het leren van wat voor technologieën je kunt toepassen bij
een bepaald ziektebeeld. Brainfingers is het zeker een product dat terug zou
kunnen komen binnen de opleiding. Dit vanwege het feit dat het product erg
innovatief is en het mogelijk de kwaliteit van leven verbeterd.
1.6

Doel workshop

In deze workshop wil men de studenten van de minor Active Ageing kennis laten
maken met Brainfingers. Het achterliggende doel is dat de studenten een
basiskennis bezitten van het apparaat Brainfingers, zodat ze deze in de toekomst
toe kunnen passen.
Men wil dit doen aan de hand van een bijpassende casus, beeldmateriaal en een
demonstratie. De workshopgroep heeft besloten om een groepslid het apparaat
Brainfingers te laten presenteren. Er is hiervoor gekozen omdat het behoorlijk
wat tijd kost om het apparaat Brainfingers op een persoon in te stellen. De
workshopgroep heeft een bezoek gebracht aan het bedrijf van Brainfingers en
hier is de Brainfingers ingesteld op een specifiek lid van de groep. De
workshopgroep heeft hier voor gekozen in verband met de tijd voor de workshop
en om de workshop zo soepel mogelijk te laten verlopen.
Het groepslid demonstreert het apparaat Brainfingers aan de hand van de eerder
besproken casus en krijgen de studenten een goed beeld hoe dit zich in de
praktijk afspeelt.

29

1.7

Contactpersonen

Commap – communicatie apparatuur BV
Postbus 490
5400 AL Uden
Nederland
Tel: (0413) 28 70 52
E-mail: info@commap.nl
KvK: 320 499 38
AGB nr: 760 84 975
Aanspreekpunt
Herman Visser
herman.visser@commap.nl
0413 -28 70 52
www.commap.nl
Cursus coach
An Olijslagers
an.olijslagers@commap.nl
0413 -28 70 52
www.commap.nl
Stagiaire
Joep Snijders
jhc.snijders@avans.nl
+31 6 30708331
1.8

Verwachtingen






Er wordt van ieder groepslid verwacht dat hij/zij betrokken zijn bij het
maken en inleveren van stukken in het handboek. Er wordt voldoende inzet
verwacht.
Er wordt bij iedere bijeenkomst opgeschreven wie/wat gaat doen zodat er
geen miscommunicaties voorkomen.
Na elke bijeenkomst worden er afspraken gemaakt.
Er wordt goed gecommuniceerd via Whatsapp.
Bij ziekte dient het project lid dit te melden aan de projectleden via
Whatsapp.
Wanneer er onduidelijkheden/vragen zijn over het maken van het
handboek, moet dit gelijk gevraagd worden om fouten te beperken.
Afwezigheid zonder te vermelden is niet acceptabel, hier wordt men op
aangesproken.

30


Niet op komen dagen zonder geldige reden is niet acceptabel, hier wordt
men op aangesproken. Wanneer dit drie keer gebeurd een gesprek de
groep en de docent.
Na tweemaal het niet tijdig inleveren van stukken krijgt men een
waarschuwing. Na driemaal een gesprek met de groep en de docent.

31