Samenvatting Geschiedenis

Hoofdstuk 2- republiek der zeven verenigde nederlanden

De tijd voor Karel V


Vanaf 925: ‘Nederland’ bij het Duitse rijk
Hoogste gezag officieel in handen van de Duitse koning of keizer, maar in
praktijk was het gezag in de meeste gebieden in handen van
hertogen/graven/bisschoppen
In de 14e/15e eeuw werd Nederland min of meer een politieke eenheid. Dit
kwam door:
1. Stedengroei sinds de 12e eeuw
2. Het streven van de hertogen van Bourgondië om Nederland in hun bezit te
krijgen.

De versterking van de positie van de steden en de stedelijke burgerij had 3
oorzaken:
1. Door de gunstige ligging ontstond een druk handelsverkeer
Rivieren die uitkwamen in zee  havens
2. Door het handelsverkeer nam de nijverheid toe
Aanvoer van grondstoffen als wol, hout etc.
3. Meer samenwerking tussen steden
Noord-Europese steden  Hanze


Toenemende welvaart steden  versterkte positie t.o.v. hun heer.
Privileges in ruil voor het betalen van belasting

De Hertogen van Bourgondië wilden de Nederlanden in hun bezit krijgen,
want: meest verstedelijkte gebied van Noord-Europa, kruispunt van
handelsroutes en hoge belastingopbrengst.
Filips de Goede had vooral succes, door erfenissen en oorlogen.
De steden waren op dat moment al zeer zelfstandig door de stadsrechten
Filips de Goede begon een centralisatiebeleid:
Hij verplaatste zijn hof naar Brussel (centraal gelegen)
In alle hertogdommen en graafschappen stelde hij stadhouders als
vertegenwoordigers aan
Hij stelde de Staten-Generaal in  van de Gewestelijke Staten maakte hij één
gezamenlijke vergadering.
1464: eerste vergadering van de Staten-Generaal








1. De christelijke Kerk in West-Europa valt uiteen

De Nederlandse Opstand: 1568-1648
1555: Filips II volgt zijn vader Karel V op

Meningsverschil: sommige critici vonden dat de Kerk de Bijbel anders uitlegde
dan volgens hen voor de hand lag en dat de Kerk er gebruiken op na hield die
nergens in de Bijbel te vinden waren. Katholieke Kerk was het hier niet mee
eens.
Erasmus, een van de critici, wilde alleen misbruiken zoals de aflaathandel
afschaffen
Anderen besloten zich compleet van de Kerk af te scheiden en een nieuwe
Kerk te stichten of zich daarbij aan te sluiten.


(edict van Worms) Luther kreeg bescherming van de vorst van Saksen De Duitse vorsten steunden Luthers opvattingen en het lutheranisme omdat: 1.   1555: de vrede van Augsburg de vorsten dwongen Karel V de afspraak cuius regios eius religio af: de vorsten mochten voortaan het geloof van hun onderdanen bepalen: nederlaag voor Karel V verschillen lutheranisme en calvinisme 1. Lutheranen mochten dit niet. Volgens het lutheranisme moesten onderdanen de vorst altijd gehoorzamen. het celibaat. Bij de calvinisten bestuurt iedere gemeente zichzelf door een raad van gekozen ouderlingen 2. Hij wilde het pausschap.) Luther herriep zijn uitspraken niet. De twee belangrijkste hervormers: Luther (lutheranisme) en Calvijn (calvinisme) De kritiekpunten van Luther op de katholieke kerk: 1. Zij werden het hoofd van de kerk 2. ook als de vorst zich slecht gedroeg. mensen moesten daarom zelf de Bijbel lezen en deze moest niet verklaard worden door priesters. 3. Karel V verklaarde hem daarop vogelvrij. Hij verbrandde het bevel van de Paus om zijn opvattingen te herroepen Karel V daagde Luther voor de Rijksdag (vergadering van Duitse vorsten en de keizer. alleen door in God te geloven komt men in de hemel. als deze handelt tegen ‘Gods gebod’. Hij vond de machtsaanspraken en zelfgemaakte wetten en regels onterecht 2. De opstand in de Nederlanden breekt uit Indirecte oorzaken voor het ontstaan van de Opstand:  De sterke positie van de stedelijke burgerij in de Nederlanden . bij de lutheranen is de vorst het hoofd van de kerk.  fel tegen zonden afkopen met aflaathandel 4. Alleen de Bijbel moest richtinggevend zijn.  In Nederland werd de calvinistische Kerk het belangrijkst (gereformeerde/hervormde kerk) 2.   hervormers (hervorming/reformatie) Die nieuwe Kerken worden protestants genoemd omdat ze uit protest tegen de katholieke kerk ontstonden. de heiligenverering en de kloosterorden afschaffen (daarover stond niets in de bijbel)      95 stellingen die hij in 1517 op de deur van de kerk van Wittenberg zou hebben gespijkerd. Ze konden kloosters sluiten en de bezittingen daarvan overnemen 3. calvinisten mogen tegen hun vorst in verzet komen. Goede werken doen en geld betalen aan de kerk helpt niet om in de hemel te komen. veel sacramenten.Opbloei handel en nijverheid  welvaart onder burgers omhoog  belastingen in ruil voor privileges aan de gewesten  De splitsing van de christelijke kerk door de hervorming .

kerken moesten worden ‘gezuiverd’ van katholiek ‘bijgeloof’ door heiligenbeelden.Steeds strengere plakkaten  veel plaatselijke bestuurders waren juist verdraagzaam en vonden de plakkaten een inbreuk op hun rechten  Karel V en Filips II streven naar centralisatie en ongedaan maken van privileges . het bijwonen van ketterse bijeenkomsten.  Raad van State: zette samen met Karel V/ Filips II / landvoogd het regeringsbeleid uit  De Geheime Raad: uitvoering van het beleid.- Merendeel van de bevolking van NL bleef katholiek.) Karel V probeert met bloedplakkaten het protestantisme uit te roeien 1550  Inquisitie: vervolging van ketters door kerkelijke en niet-kerkelijke rechtbanken  Omdat een groot deel van de rechtspraak in handen van de stadsbesturen was. ( in de andere twee raden zaten vooral hoge edelen die meer op hun eigen belang letten. begon in Vlaanderen. .De centrale regering botste met de opkomst van de burgerij in de steden. het prediken van het protestantisme en het huisvesten van ketters. schrijven. Verzoek: kettervervolgingen matigen  Margaretha beloofde minder hard op te treden  calvinisten durfden zich aan openlijke acties te wagen (hagenpreken etc. te vernielen of te verwijderen De instelling van de collaterale raden 1531  3 raden die Karel V adviseerden en zorgden voor uitvoering van zijn beleid. Bestond vooral uit juristen op wie Karel volledig kon vertrouwen. Reacties van edelen en calvinisten  1566: smeekschrift wordt door een groep lagere edelen aan landvoogdes Margaretha van Parma aangeboden.)  De Raad van Financiën: voerde het financiële beleid. werd met de doodstraf en het in beslagnemen van alle goederen beantwoord. maar het aantal protestanten groeide.Het drukken. verspreiden en bezitten van ketterse boeken en afbeeldingen. schilderijen etc.bloedplakkaten zijn een duidelijk voorbeeld van het in deze tijd opkomende absolutisme .  1550: Karel V vaardigt twee nieuwe plakkaten die veel strenger waren dan eerst . Directe oorzaken voor het ontstaan van de Opstand  Karel V en Filips II gaan protestanten streng vervolgen . Riep bijvoorbeeld de Staten-Generaal bijeen voor een bede (verzoek om belasting.)  Augustus 1566: Beeldenstorm. werden de strengste straffen vaak niet opgelegd. De burgerij wilde vrijheidsrechten behouden en vastleggen.

 Alva vreesde een aanval vanuit Frankrijk: .Kort na de bruiloft werden bijna alle protestantse leiders vermoord (maar niet Hendrik van Navarra). De Bloedbruiloft 1572 . liet de Franse koning Karel IX zijn zus in augustus 1572 trouwen met Hendrik van Navarra.Alleen de landsheer mocht een stadhouder benoemen  Alva ondernam niet veel tegen de opstand in Holland en Zeeland. Zij leefden van kaaptochten langs de Nederlandse kust Eerst strijd tussen Holland en Zeeland tegen Spanje  1 april 1572: verovering Den Briel door de watergeuzen  Vertegenwoordigers van twaalf Hollandse steden en van de Geuzen kwamen in juli 1572 bijeen in een Statenvergadering in Dordrecht. .Duizenden vooraanstaande hugenoten kwamen naar de bruiloft . katholieken . een hugenoot. .Alleen de landsheer (Fillips II) en de landvoogd of de stadhouder had het recht een Statenvergadering bijeen te roepen . de Raad van Beroerten    Aanleiding van de Opstand: Het beleid van Alva  Duizenden waren naar het buitenland gevlucht.  Watergeuzen: calvinisten die voor Alva waren gevlucht naar Engeland of het Noord-Duitse kust gebied.Na de bloedbruiloft was de kans op Franse steun voor de protestanten geweken  Alva besloot tot een harde aanpak van verzet. .Hugenoten v. Uiteindelijk door een fanatieke katholiek vermoord (1610) .De opstand begint  Filips II gaf de adel de schuld van de beeldenstorm  zond de hertog van Alva met een leger naar de Nederlanden (1567)  Alva wordt landvoogd  Hij vervangt Willem van Oranje door de graaf van Bossu  Alva stelt een centrale rechtbank in.Willen van Oranje te erkennen als stadhouder van Holland.Om de strijd in Frankrijk te sussen. maar ze werden verslagen  Vanuit het Westen vielen de Watergeuzen aan.Hendrik werd later koning van Frankrijk. vandaaruit begon een gewapende strijd tegen de Spanjaarden  1568: Willem van Oranje valt met twee broers op drie plaatsen met huurlegers de Nederlanden binnen.Gezamenlijk de financiële lasten van de verdediging op zich te nemen . Zeeland en Utrecht  Deze vergadering was in 2 opzichten revolutionair: . de opstandelingen kregen daardoor de gelegenheid zich enigszins te organiseren.s. Zij besloten: .

Alva en Requesens slagen er niet in het verzet te onderdrukken .