Samenvatting geschiedenis hoofdstuk 3 – Duitsland 1871-1945

1. Het Duitse keizerrijk


Duitsland versnipperd in staten en staatjes  Frans-Duitse oorlog (1870-1871)
 Otto van Bismarck wist de staten bijeen te brengen.
18 januari 1871: Duitse vorsten riepen in de Spiegelzaal in Versailles het
Duitse keizerrijk uit. (niet één van de Duitse staten werd bevooroordeeld
omdat het in het buitenland was)
Wilhelm I werd keizer, Bismarck werd Rijkskanselier van het keizerrijk.

keizer

Rijkskanse
lier

Wilhelm I

Otto von
Bismarck

Rijkskanselier
benoemen en
ontslaan

ministers
benoemen

militair opperbevelhebber

Bondsraad
afgevaardigde
n van de 25
deelstaten

Berlijn

begroting
wetten en
verdragen
met
buitenland+-

Rijksdag
begroting,
belasting en
wetten +/-

geen motie
van afkeuring

kan
ontbonden
worden door
RK en BR

Duitsland verdeeld in kiesdistricten: algemeen kiesrecht voor mannen die een
afgevaardigde voor de Rijksdag (volksvertegenwoordiging) kiezen
Drie politieke stromingen:
1. De conservatieven en nationaal-liberalen (hogere lagen vd bevolking)
2. De Centrumpartij, tot 1912 meestal de grootste partij in de Rijksdag
(katholieken)
3. De socialisten, in 1917 vielen ze uiteen in socialisten en communisten
(industrie-arbeiders)

Gelaagdheid van de bevolking

Wereldpolitiek

Adel, officieren en hoge ambtenaren
• Adel=Junkers
• grootgrondbezit
• beheerste de openbare mening

Grote fabrikanten en bankiers
• 'geldadel' minder aanzien dan echte adel
• door sterke groei van industrie

Dienstensector, lagere ambtenaren, kleine
ondernemers, chefs van afdelingen van grote
ondernemingen

Boeren, arbeiders in de landbouw en
industrie, lagere ambtenaren

• trouw aan de overheid en hun religie (katholiek of luther

Alliantiepolitiek van Bismarck
 Het nieuwe Duitse keizerrijk was een politieke, militaire en economische
grootmacht
 Bismarck was tevreden met de bestaande grenzen, maar Duitsland werd
omsingeld door sterke mogendheden.
 Daarom: alliantiepolitiek. Buitenlands beleid dat erop gericht was het
bestaande machtsevenwicht te handhaven door het sluiten van allianties
(bondgenootschappen)
 Doel: Duitslands positie in de wereld versterken en de vrede handhaven
 Voorbeelden van zijn alliantiepolitiek:
congres in Berlijn in 1878 voor de problemen op de Balkan
- De Conferentie van Berlijn in 1884 om het machtsevenwicht in Afrika te
verzekeren

Weltpolitik van Wilhelm II  Bestijgt de troon in 1888  Versterkte de positie van de keizer. Oorlogsvloot met slagschepen v.Oorlog werd als een bruikbaar middel gezien om de belangen van het vaderland te dienen 2.v. wilde een belangrijkere plaats  Daarom Weltpolitik: overzees imperialisme.  Verontrusting bij GB en Frankrijk: Duitsland had groeiende internationale ambities.Wilhelm II versterkte de Duitse marine tot ergernis van de Engelsen. De Eerste Wereldoorlog Dieper liggende oorzaken 1. Nationalisme . Fransen boos .Sommige bevolkingsgroepen wilden zich losmaken van de staat waarin ze leefden (de Slaven op de Balkan) .Wedloop om koloniaal grondgebied in Afrika .De Franse en Duitse regeringen vonden een sterk leger noodzakelijk . sterke economische groei en toenemen militarisme. Frankrijk en Duitsland . Historische contexten Van de alliantiepolitiek van Bismarck naar de Weltpolitik van Wilhelm II   Alliantiepolitiek: conferentie van Berlijn 1884-18885 .s. Militarisme .  1898: Duitse Vlootwet. 3.s.o. 2. Groot Brittannië. v.Toenemend militarisme vergrootte de kans op oorlog .l. Groot Brittannië. Bismarck werd Afrika onder de westerse staten verdeeld Weltpolitik van Wilhelm II . Bismarck werd ontslagen (1890)  Duitsland niet langer tevreden met bestaande situatie.  Engeland was telkens sterker: via een zeeblokkade en tijdens de duikbotenoorlog. GB en Frankrijk waren te sterk  Duitsland gaat zich meer richten op het Europese continent.Keizerschap als een ‘Instrument des Himmels’.Wilhelm II steunde de sultan van Marokko tegen Franse onderwerping. regering kreeg meer autocratische trekken. alleen verantwoording aan God .Bismarck moest aftreden Met de Vlootwet (1898) poogt Wilhelm II het machtsevenwicht in Europa te doorbreken  Prentbriefkaart was een belangrijk politiek propagandamiddel  Vlootwet: systematische opbouw van een Duitse vloot. Imperialisme .Toenemend imperialisme leidde tot conflicten tussen Engeland.

Regeringen gingen op zoek naar bondgenoten . lid van de nationalistische groep ‘De Zwarte Hand’ De moord leidt tot een wereldoorlog .- Sommige staten maakten aanspraak op gebieden in andere staten. rekenend op de steun van Rusland .Oostenrijk-Hongarije stuurde Servië een ultimatum met harde eisen .Op 28 juli 1914 verklaarde Oostenrijk-Hongarije daarop de oorlog aan Servië.Serviërs in Bosnië organiseerden nationalistische groepen gesteund door Servië .Servië verwierp een deel van het ultimatum. afgevuurd door de 19-jarige Gavrilo Princip.In Frankrijk wilden de nationalisten revanche voor de nederlaag in de Frans-Duitse oorlog toen Elzas-Lotharingen door Duitsland van Frankrijk was afgenomen 4.Onder de Europese staten nam de angst voor elkaar toe . Bewapeningswedloop . de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije op bezoek in Sarajevo. Triple Entente 1907 (Engeland. waarin aan hen verwante minderheden leefden.Voorbeelden van bondgenootschappen: Triple Alliantie 1882 (Duitsland. .Voor zowel het nationalisme. . . Oostenrijk-Hongarije en Italië). als men wist dat het aangevallen land kon rekenen op steun van bondgenoten .Duitsland steunde Oostenrijk-Hongarije . imperialisme als militarisme was een sterk leger vereist .  kettingreactie van mobilisaties en oorlogsverklaringen . Overtuigd van het eigen gelijk  Overtuigd van de eigen superioriteit. Frankrijk en Rusland)   Aanleiding (directe oorzaak) van de Eerste wereldoorlog Moordaanslag in Sarajevo op Oostenrijkse troonopvolger . .Regeringen gingen steeds meer geld uitgeven aan de versterking van hun leger. Bondgenootschappen vergroten de kans op nog meer conflicten . de hoofdstad van Bosnië . Verloop van de Eerste Wereldoorlog  Enthousiasme  Te verklaren door de vaderlandsliefde en strijdlust die was aangewakkerd door nationalisme en militarisme. Maar de kans was groot dat Rusland (Slavisch) Servië te hulp zou komen .Gedachte: niemand zou een oorlog durven beginnen.Oostenrijk-Hongarije wilde dat Servië zich niet meer zou bemoeien met de Slavische nationalisten.Kans op conflicten werd juist groter.Oostenrijk-Hongarije had in 1908 Bosnië als provincie ingelijfd.Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie werden in hun auto dodelijk getroffen door revolverschoten.28 juni 1914: Frans Ferdinand. tot grote onvrede van de Serviërs in Bosnië. want regeringen gingen zich onvoorzichtiger gedragen en onenigheid tussen twee landen kon uitgroeien tot een groot conflict.Dit versterkte de angst voor elkaar 5. Elk land dacht in korte tijd te kunnen winnen .De Centralen kwamen tegenover de Geallieerden te staan.

Bij de Marne ging een Brits-Frans leger tot de tegenaanval over . modder en ongedierte .000 doden Engelsen waren de Fransen bij Verdun niet te hulp gekomen (bezig met een eigen offensief) 1 juli 1916: Fransen beginnen samen met de Engelsen een grote aanval bij de Somme.Gat van 40 km tussen het Eerste en het Tweede Duitse leger . Het was erg moeilijk om vijandelijke loopgraven in te nemen: mitrailleurs.Von Moltke besluit tot terugtrekken van de troepen . mede om het front bij Verdun te ontlasten Beide partijen leden ongeveer even grote verliezen.  geen beslissing Verschrikkelijkste slag van de Eerste Wereldoorlog.               Generaal Von Moltke stelt het Von Schlieffenplan in werking. Kenmerken van deze loopgravenoorlog: .Angst voor francs-tireurs  Duitsers gingen brandstichten en burgers doodschieten 2. Slechte omstandigheden: water. Het plan mislukte door drie factoren: 1. aan beide kanten + 100. Sterke tegenstand van de Belgen.Maandenlang leefden ze hierin.Doordat de opmars in België trager verliep dan verwacht 3. begin van de loopgravenoorlog Slag bij de Marne  loopgravenoorlog Over een breedte van ruim 500 km groeven de soldaten zich in België en Noord-Frankrijk in. . In de loopgraven verdween bij velen het enthousiasme voor de oorlog .Aanvallen leverden doorgaans weinig of geen terreinwinst op. Definitieve mislukking Von Schlieffenplan na Slag bij Marne 6 tot 9 september 1914 .Aantal doden en gewonden onder de aanvallende partij bijzonder groot. wreed onderdrukt . Steeds weer nieuwe lichtingen soldaten werden er door de generaals op uitgestuurd om de vijandelijke linies te bestormen Enorme verlies aan mensenlevens werd als onvermijdelijk gezien door de generaals en politieke leiders. zo zouden mankracht en materiaal van het Franse leger uitgeput moeten worden Na 10 maanden gaven de Duitsers de uitputtingsslag op.Einde van de bewegingsoorlog.Vijandelijke legers tegenover elkaar in loopgraven met een ‘niemandsland’ van 50-100 meter . Het moest snel. Deel van de Duitse troepen moet naar het Oostfront . genoemd naar Moltkes voorganger von Schlieffen die het plan rond 1905 bedacht Het plan: door België naar Noord-Frankrijk trekken om de Franse verdediging aan de Frans-Duitse grens te omzeilen. Februari 1916: Duitse generaals probeerden een beslissing te forceren door al hun aanvalskracht op één punt te concentreren: Verdun Belangrijkste doel: Fransen die deze stad verdedigden grote verliezen toebrengen en niet per se Verdun in te nemen De Fransen zouden gedwongen zijn versterkingen naar Verdun te halen. want het Franse leger moest zijn verslagen voor het Russische leger in actie kon komen.

de Duitse regering trad af en droeg de macht over aan een socialistische regering met als Rijkskanselier de socialistische fractieleider Friedrich Ebert. De vrouwen namen het werk van de mannen over op het platteland en in de steden Ruim 8 miljoen soldaten sneuvelden. Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht werden vermoord.KPD (Kommunistische Partei Deutschlands) wilde het parlement en de politieke partijen afschaffen en vervangen door ‘raden’ bestaande uit vertegenwoordigers van arbeiders en soldaten. Wilhelm II benoemde een nieuwe regering. In 1919 kwamen de communisten in Berlijn in opstand tegen de regering. Ludendorff en keizer Wilhelm II zagen in dat de oorlog niet meer te winnen was Het keizerrijk kwam ten val in vier stappen 1. men wilde direct vrede 3. Deze revolutiepoging heet de Spartacusopstand. Ze keerden zich tegen de oorlog en de SPD die met niet-socialistische partijen wou samenwerken. Revolutiepogingen geleid door socialisten en communisten.l. 9 november 1918.v.SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands) wilde een parlementaire democratie . Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht. (alleen een socialistische regering zou de opstandige soldaten en arbeiders in toom kunnen houden) 4. Socialisten wonnen. De nieuwe Duitse regering riep de republiek uit en tekende op 11 november 1918 de wapenstilstand in een treinwagon in Compiègne. Tijdens de val van het keizerrijk ontstond een machtsstrijd tussen de socialisten en de communisten. Overal in Duitsland braken opstanden uit toen dit bekend werd. Vanaf dat moment waren socialisten en communisten vijanden in Duitsland. In 1915 was de communistische Spartacusbond opgericht o. De schaarste werd aan het eind van de oorlog zo groot dat er voedselrellen ontstonden Eind 1917 verbeterde de situatie voor Duitsland aan het Oostfront Rusland sloot na de Oktoberrevolutie de Vrede van Brest-Litovsk (zeer nadelig voor Rusland)  Duitsland kon nu met meer troepen een nieuw offensief aan het Westfront beginnen VS ging deelnemen aan geallieerde zijde  enorme aanslag op het moreel van de Duitse soldaten en officieren Von Hindenburg. Onder invloed van het succes van de Russische Oktoberrevolutie richtte de Spartacusbond samen met andere communisten eind december 1918 de KPD op.               Burgers aan het thuisfront werden veel meer bij de oorlog betrokken dan bij vorige oorlogen. die steun had van de Rijksdag om vredesonderhandelingen te beginnen (3 oktober 1918) 2. . Keizer Wilhelm II trad af. Met behulp van het leger onderdrukte de regering de opstand. . die werd geleid door socialisten. 21 miljoen keerden gewond terug en moesten worden opgevangen De bevolking van Duitsland werd zwaar getroffen door de Geallieerde zeeblokkade.

Een groot deel van de bevolking was de Republiek van Weimar en de democratie vijandig gezind.Een van de sterkste communistische partijen van West-Europa . De Kapp-Putsch (radicaal conservatieve staatsgreep) door een legereenheid o. (niet waar: de generaals hadden juist op vrede aangedrongen bij de keizer. Alleen Kapp werd gestraft In januari 1919 werd een nieuw parlement gekozen: de Republiek van Weimar (de afgevaardigden kwamen in de provinciestad Weimar bijeen)    3.Ze verwachtten in zo’n staat meer invloed te behouden dan in de republiek van Weimar .Klein gebied aan België en een groot gebied aan Polen. KPD ging vanaf 1920 deelnemen aan de parlementaire democratie.Verlangden naar het herstel van een autoritaire staat met beperkte macht voor pol. Het Duitse leger zou niet door de vijand verslagen zijn maar door een ‘dolkstoot in de rug’: het optreden van socialisten en communisten in november 1918. waardoor OostPruisen los kwam te liggen van de rest van Duitsland . ze wilden zelf alle macht .Afkeer van en angst voor het communisme  Veel teleurgestelde ex-soldaten sloten zich aan bij communistische.  De communisten KPD deden alleen mee om propaganda te maken voor het eigen ideaal. . maar zij bleven de parlementaire democratie vijandig gezind. Zwakke Plekken van de Republiek van Weimar Vrede van Versailles juni 1919  Duitsland kreeg de schuld van de oorlog en moest enorme herstelbetalingen aan de geallieerden doen  Duitsland moest grondgebied afstaan: .v. Wolfgang Kapp mislukte door een algemene staking.De Duitse koloniën werden verdeeld onder de Geallieerden  Duitsland moest ontwapenen: ze mochten alleen kleine oorlogsschepen en een klein beroepsleger hebben.Ze verweten de socialisten de Vrede van Versailles .l.Frankrijk kreeg Elzas-Lotharingen terug .part.Ze vonden dat de oorlog was verloren doordat de socialisten het keizerrijk ten val hadden gebracht en vrede hadden gesloten (dolkstootlegende) .) De dolkstootlegende beïnvloede waarschijnlijk de staatsgreep van een legereenheid in 1920: de Kapp-Putsch. Antidemocratisch en antisemitische gezindheid.In afwachting van betere tijden gingen ze deelnemen aan de verkiezingen. .  Nationalisten en conservatieven wilden het keizerrijk terug met minder macht voor de politieke partijen en meer voor hen zelf.  Het merendeel van de bevolking in Duitsland geloofde niet in de parlementaire democratie.  De dolkstootlegende: de wereld in gebracht door generaals Ludendorff en Von Hindenburg. conservatieve of fascistische groepen .

 De regering liet op grote schaal bankbiljetten bijdrukken  enorme inflatie  economische crisis Dawesplan draagt bij tot voorzichtig economisch herstel  Een geallieerde commissie voor de herstelbetalingen geleid door Charles Dawes (bankier uit de VS) kwam met een herziening van het beleid (1924): het Dawesplan .De VS gingen vanaf 1925 leningen aan Duitsland verstrekken om de Duitse economie weer op de been te helpen.Een tijdelijk economisch herstel .  arbeiders gingen in staking.  In de jaren 1920 verloor de DDP veel zetels. Deutsche Demokratische Partei (vooruitstrevende liberalen) en de Centrumpartij.  Het vertrouwen tussen de SPD en de Centrumpartij was echter niet groot. ‘rode atheïsten’ die het christendom bedreigen) Achterstand in herstelbetalingen leidt tot bezetting Ruhrgebied en grote economische problemen  Wegens achterstand in de betalingen bezetten Franse en Belgische troepen in 1923 het Ruhrgebied.Tussen 1924-25 konden redelijk stabiele regeringen worden gevormd .Het jaarlijkse aandeel in de aflossing van de herstelbetalingen werd gekoppeld aan de economische draagkracht van Duitsland . Regeringen met een parlementaire meerderheid moeilijk te vormen  De Coalitie van Weimar: SPD. (wantrouwen de macht van de geestelijkheid v.Vertrek van de bezettingsgroepen in het Ruhrgebied .- Zij gaven de parlementaire democratie en haar vertegenwoordigers de schuld van hun eigen misère (geen baan etc.s. maar de Duitse regering betaalde hun lonen door.  Gevolgen van het Dawesplan . de Republiek had toen nog maar twee steunpilaren.) Sloten zich aan bij groepen die de parlementaire democratie vijandig gezind zijn.

Centrumleider Brüning werd Rijkskanselier. waarin de heersende partijen het niet eens werden over de bestrijding van de economische crisis.De NSDAP was aanvankelijk een kleine Beierse partij . .Veel Duitse bedrijven hadden door dat geld (Dawesplan) kunnen uitbreiden .De VS gingen hun leningen aan Europese landen terugvragen . rijkskanselier benoemen en ontslaan)  Vooral de NSDAP profiteert van de crisis . .De staatsgreep mislukte volledig door het optreden van de Beierse politie . mensen ontslaan .Wordt de Bierkellerputsch genoemd omdat het begon met een overval op leden van de Beierse regering die een manifestatie in een bierhal bijwoonden . . De economische crisis van 1929 Crisis van het wereldkapitalisme  Oktober 1929: de Amerikaanse Beurskrach  economische crisis  Sloeg over naar Europa (nauwe banden met de VS) De crisis is gunstig voor de nazi’s. Hij slaagde er niet in in de Rijksdag een meerderheid voor een nieuwe regering te vinden  artikel 48 vd grondwet: regeren met noodverordeningen. .  In Europa Wordt vooral Duitsland door de crisis in de VS getroffen . Führer Adolf Hitler .  De economische crisis wordt ook een politieke crisis . .Hitler kreeg gevangenisstraf en schreef Mein Kampf.In november 1923 werden Hitler en zijn partij landelijk bekend door een staatsgreep: de Bierkellerputsch in München.Rijksdag had maar beperkte macht: de rijksdag kon door de Rijkspresident worden ontbonden en de Rijkskanselier en de Rijkspresident konden de Rijksdag uitschakelen door met noodverordeningen te gaan regeren. maar in 1925 begon hij opnieuw met de opbouw van zijn partij. van die twee was de Rijkspresident uiteindelijk de machtigste (weigeren te ondertekenen. vonden geen oplossing voor de economische problemen. productie beperken.Vanaf 1930 groeide het aantal werklozen tot grote hoogte.4. .Veel bedrijven gingen failliet. de macht lag in handen van de Rijkskanselier en Rijkspresident samen.De partijen die de Republiek van Weimar altijd hadden gesteund.Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei. .De coalitieregering van democratische partijen viel in 1930 uiteen door meningsverschillen over de werkloosheiduitkeringen.De NSDAP bood een duidelijk en voor een groeiend aantal Duitsers aanvaardbaar alternatief voor de parlementaire democratie.

‘in eeuwige strijd is de mensheid groot geworden. in eeuwige vrede gaat zij ten gronde’  Vrouwen moesten veel kinderen voortbrengen en voor hun gezin zorgen Aanvullende kenmerken van het Duitse fascisme  De rassenleer .  het fascisme is een totalitaire ideologie: een duidelijk omschreven wereldbeschouwing die betrekking heeft op alle aspecten van de maatschappij (totalitarisme) gemeenschappelijke kenmerken (9) van het fascisme  het fascisme is negatief .Nieuw grondgebied veroveren in Oost-Europa en de Sovjet-Unie . communisme  Het belang van de eigen groep wordt vooropgesteld . Joden en zigeuners.h.De nazi’s gingen uit van de ongelijkheid van de rassen in de wereld .Doel 1: allen Duitsers in één staat verenigen .Hitler vond dat intellectuelen niet in staat waren zich op te offeren voor een ideaal  Het fascisme verheerlijkt de daad .b. socialisme.Tegen parlementaire democratie. Verderfelijke rassen.De staat moest alle uitingen van cultuur beheersen en bepalen wat goed en slecht is  Verstand als basis voor handelen minder geschikt dan het gevoel . voor de Duitsers . (parasietenrassen)  hoogwaardige volken voor zich laten werken of vernietigen .Het privé bezit van productiemiddelen mag blijven bestaan  De mensen zijn niet gelijk. .Het eigen volk.Rassen verdeelden zij in 3 soorten: 1.Vooral de daden waarbij kracht en geweld gebruikt worden.Antisemitisme geen uitvinding van de nazi’s. het Arische ras (alleen Germanen waren raszuiver) 2.5. staan hoog aangeschreven .  ‘Lebensraum’ in Oost-Europa . Minderwaardige rassen. Het fascisme van de nazi’s.Voorstanders van een totalitair bewind .De maatschappij moet worden georganiseerd in beroepsgroepen (corporaties) . ‘hogeren’ moeten het volk leiden  Aan het hoofd staat één leider  De fascistische partij beheerst alle uitingen van cultuur in de staat . persoonlijke vrijheid.Doel 2: het veroveren van lebensraum voor het Germaanse ras i.Concurrentie en onderlinge strijd tussen werkgevers en arbeiders kan worden voorkomen . de Slaven en de gekleurde bevolking dienstbaar 3.Het Slavische ras dat daar woonde zou zich in dienst van de Germanen moeten stellen . etnische of geloofsgroep  Het fascisme wil een corporatieve staat .grote aandacht wordt besteed aan zaken waar men tegen is. liberalisme. Eén hoogwaardig ras.

Von Papen als vice-kanselier maar de conservatieven zouden de meerderheid hebben. De machtigingswet: de Rijksdag schakelt zichzelf en de grondwet uit. maar mochten hun zetels niet innemen zodat de stemmen van de communisten niet naar de socialisten zouden kunnen gaan  Het werd makkelijker voor de NSDAP om in het parlement een tweederdemeerderheid te behalen  Men zag de communisten als een groter gevaar dan de fascisten. hij schrijft nieuwe verkiezingen uit  Hitler verwachtte met zijn partij een absolute meerderheid te halen  Daar moest vooral terreur van het partijleger van de NSDAP voor zorgen. Nationaal-socialisten maken zich meester van de macht Hitler wordt Rijkskanselier in een coalitiekabinet  Rijkspresident Von Hindenburg ontsloeg Brüning als Rijkskanselier en verving hem door de conservatief Von Papen  Von Papen liet nieuwe verkiezingen houden (juli 1932)  NSDAP 37% v/d zetels  grootste partij in de Rijksdag  Hitler eist het Rijkskanselierschap op  Von Papen en Von Hindenburg vonden dit te ver gaan  besloten tot nieuwe verkiezingen (november 1932)  Het aantal stemmen van de NSDAP liep iets terug.In de ochtend van 28 februari werd de actie tegen de communisten in een wet goedgekeurd: de ‘noodverordening ter bescherming van volk en staat’. .  Von Papen stelde een kabinet voor: Hitler als Rijkskanselier. . DNVP 8 %  meerderheid  Hitler wilde niet afhankelijk zijn van de DNVP dus besloot hij zich door de Rijksdag te laten machtigen alleen verder te regeren.Volgens Göring stond het vast dat de KPD en de Komintern een communistische revolutie hadden beraamd waarvan de brandstichting het beginsignaal was. De andere zeven ministers (Von Papen etc.) waren partijloze conservatieven of hoorden tot de conservatieve en nationalistische Deutsch-Nationale Volkspartei (DNVP) Rijksdaggebouw in brand: communistische partij wordt uitgeschakeld  1 februari 1933: Hitler ontbindt de Rijksdag.6.De politie en SA arresteerden duizenden communistische leiders  De nazi’s ontnemen de communisten hun burgerrechten . Behalve Hitler slechts twee nationaalsocialisten. (waaronder Herman Göring). Einde aan de Republiek van Weimar  5 maart 1933: nieuwe Rijksdag gekozen.De KPD mocht wel deelnemen aan de verkiezingen.27 februari 1933: Rijksdagbrand .  einde aan alle burgerrechten en gaf de politie de bevoegdheid tot willekeurige arrestaties.  De machtigingswet moest zowel de Rijksdag als de grondwet buiten spel zetten. de SA (Sturm Abteilung)  De Nazi’s geven de communisten de schuld van de brand in het gebouw van de Rijksdag . 5 artikelen. de 2 belangrijkste: . NSDAP 44% van de zetels.  30 januari 1933: Von Hindenburg benoemde Hitler als Rijkskanselier  Kabinet-Hitler: leek een gewoon coalitiekabinet.

De Rijksdagbrand  in het brandende gebouw van de Rijksdag werd een communistische Nederlander gearresteerd. Marinus van der Lubbe.Te veel socialisten in de partij. maar had geen macht meer 4. de vakbonden . Hitler was bang dat de SA en haar leider Ernst Röhm een nieuwe revolutie zouden beginnen . het Deutsche Arbeitsfront (DAF) 2. Een deel van de SA . .Hitler probeerde de kerken tot bondgenoten te maken  De nazi’s hadden nu alle macht in handen. Nog vier andere communisten werden gearresteerd . maar Otto Wels en zijn SPD was tegen Uiteindelijk werd de wet toch aangenomen doordat de Centrumpartij o. Hoge SA-mannen (waaronder Ernst Röhm) werden overal in Duitsland door de SS vermoord.op de ander partijen oefenden de nazi’s druk uit om zichzelf ‘vrijwillig’ op te heffen .President Von Hindenburg overleed. Het leger . . Door de regering uitgevaardigde wetten kunnen van de grondwet afwijken  grondwet uitgeschakeld Als deze wet werd ingevoerd zou de democratie ook op papier niet meer bestaan.  eenpartijstaat 3. maar bleven Hitler toch trouw 6. Ludwig Kaas na lang twijfelen voor stemde Mede door het ontbreken van de communistische afgevaardigden haalde de wet het De nazi’s schakelen andere bronnen van verzet uit 1.Hitler liet het leger een eed van trouw aan hem persoonlijk als staatshoofd en opperbevelhebber afleggen. President Von Hindenburg . de andere politieke partijen . Er was een tweederde meerderheid nodig.    1.in juli 1933 kondigt Hitler de ‘wet tegen de oprichting van partijen’ af. Hitler nam zijn bevoegdheden over en werd Führer van Duitse rijk 5.Merendeel van de officieren waren geen nazi’s.v.mei 1933 werden alle vakbonden opgeheven en vervangen door één nationaal-socialistische organisatie.l.30 juni 1934: De nacht van de lange messen.De SA bleef wel.de KPD en SPD werden verboden en hun leiders gearresteerd .De SS (onderafdeling van de SA) hielp Hitler om haar eigen macht te vergroten . Ook liet Hitler in diezelfde nacht belangrijke conservatieve leiders ombrengen. De kerken . Wetten kunnen behalve op de in de grondwet beschreven wijze ook door de regering worden uitgevaardigd  Rijksdag en Rijkspresident uitschakelen 2. het Derde Rijk was een feit  Ze kregen echter nooit de meerderheid in democratische verkiezingen Historische contexten 1.

de andere 4 communisten werden vrijgelaten  nederlaag nazi’s  Toont aan dat de Duitse justitie nog grotendeels onafhankelijk van de nazi’s opereerde 2. maar het bewijs van de nazi’s was uiterst zwak  Van der Lubbe claimde dat hij als enige de brand had gesticht als protest tegen Hitler  Van der Lubbe werd onthoofd. Triumph Des Willens  Film uit 1937 die stukken van de jaarlijkse partijdagen van de NSDAP van 4 tot 10 september 1934 laat zien. de nazi’s deden hun uiterste best de brandstichting als een actie van KPD en Komintern te bestempelen. Communisten beweerden dat de nazi’s zelf de brand hadden gesticht  in september 1933 begon het proces. Gemaakt door Leni Riefenstahl  De vraag is of de film geraffineerde propaganda is of toch de werkelijkheid  Charles Chaplin gebruikte de film als inspiratie voor zijn parodie the great dictator .

de Bund deutscher Mädel (BdM).  Het grootste deel van de jongeren werd vrijwillig lid van de HJ of BdM  In 1936 werd het lidmaatschap verplicht voor alle jongeren van 10 tot 18 jaar  Na de HJ kwam de Rijksarbeidsdienst: alle achttienjarigen moesten een half jaar ‘arbeidsdienstplicht’ vervullen.Joseph Goebbels werd de nieuwe minister  Goebbels liet goedkope radio’s ontwerpen  in 1939 had driekwart van de Duitsers een radio  Tijdens het werk was men verplicht naar bepaalde uitzendingen te luisteren  Goebbels voerde ook censuur in  Goebbels stelde in 1933 een Rijkscultuurkamer in: iedereen die actief was op het gebied van publiciteit of kunst moest lid worden. Jeugd wordt genazificeerd op school en in organisaties  nieuwe leerboeken: strijdbaar.  Maart 1933: het ministerie voor volksvoorlichting en propaganda wordt opgericht . radio.  In de propaganda werden de boeren verheerlijkt. kinderen krijgen werd aangemoedigd . muziek en beeldende kunst.  De staat werd de voornaamste opdrachtgever van de industrie.De leiding over pers.Joden en politiek ‘onbetrouwbare’ mensen mochten geen lid worden  beroepsverbod Bedrijfsleven en landbouw ingeschakeld ter voorbereiding van een oorlog.Verdeeld in aparte ‘kamers’ voor pers. radio en film in Duitsland.7. . . Nazificatie van de samenleving  het organiseren van de samenleving volgens de leer van de nazi’s.  In de praktijk moesten de boeren zich evenzeer aan de leiding van de nazi’s onderwerpen als de arbeiders en de industriëlen. Vrouwen worden als moeder verheerlijkt en in het werk gediscrimineerd  Voorbeeld: Moederdag werd sterk gepropageerd.  De industriëlen mochten winst blijven maken. . maar moesten zich bij de leiding van de NSDAP neerleggen.  De boeren zouden als kolonisten in de toekomstige lebensraum zorgen voor de voedselvoorziening. film. communisten. socialisten en pacifisten voor de klas  Alle jeugdverenigingen werden opgeheven of gingen op in de Hitlerjugend (HJ) met een aparte afdeling voor meisjes.  Het werk bestond vooral uit hulp aan boeren of graafwerkzaamheden (Autobahnen) Kunst en publiciteit komen in de greep van de nazi’s. oorlogsindustrie  Boeren stonden hoog aangeschreven bij de nazi’s: bij hen was het Arische ras het zuiverst bewaard gebleven. ‘oogstdankdag’ etc. literatuur. nationalistisch en rassenbewust  het onderwijzend personeel werd ‘gezuiverd’: geen Joden.  Er werden grote werkkampen opgericht om al deze jongeren op te vangen.

   Alle getrouwde vrouwen werden geschrapt van de lijst van werklozen. alle getrouwde vrouwen met een baan bij de overheid werden ontslagen Meisjes mochten slechts 10% van het aantal studenten vormen In de oorlogsjaren hadden de nazi’s de vrouwen echter nodig ter vervanging van de mannen .

De gevangenen moesten zelf barakken bouwen.Door terreur wordt ieder verzet onderdrukt. Verzet van gevaarlijke tegenstanders direct uitschakelen 2. verdwenen naar concentratiekampen  Toppunt van terreur vóór de oorlog: Reichskristallnacht November 1938 .April 1933: boycot van Joodse winkels. velen vermoord . Waffen-SS: om de eigen macht te vergroten.  Joden die zich verzetten. omgeven met prikkeldraad en wachttorens. Beschouwd als elite. 4. in het bijzonder Hitler (uitgangspunt 1925) 2. Weifelaars en toekomstige tegenstanders zodanig schrik aanjagen dat ze niet aan verzet tegen nazi-maatregelen zouden durven denken.Tienduizenden Joden werden gevangen genomen.  In de oorlogsjaren werden veel nieuwe kampen opgericht. .  Voor de oorlog was de rassenpolitiek van de nazi’s vooral gericht op de Joden in Duitsland. Ze werden geïsoleerd en geterroriseerd met als doel ze tot emigratie te dwingen  Antisemitische maatregelen van de Duitsers: .  Kampen als Dachau. Het werd Joden verboden te trouwen met personen van ‘Duits bloed’. Buchenwald.  De SA en SS voerden de arrestanten grotendeels weg naar afgelegen streken. de Joden werden de rechten van Duits staatsburger ontnomen . winkels van Joden geplunderd en verwoest. Ravensbruück en Mauthausen stammen al van voor de oorlog. onderwijs. een eigen troepenmacht. Oranienburg. media ontslagen . .1938: allerlei openbare voorzieningen werden voor Joden verboden verklaard. De SS werd de machtigste terreur-organisatie  SS: Schutz-Staffel (bescherminsafdeling). Miljoenen mensen vermoorden in vernietigingskampen  Leider van de SS: Heinrich Himmler  Alleen Ariërs mochten lid worden De eerste concentratiekampen  de oprichting van concentratiekampen was door de nazi-leiding niet van tevoren gepland  na de Rijksdagbrand werden tienduizenden communisten gearresteerd. de gevangenissen bleken te klein. Bescherming van de nationaal-socialistische staat door het uitschakelen van tegenstanders  het beheer van concentratiekampen 3.In Parijs werd een Duitse diplomaat vermoord door een jonge Jood wiens familie uit Duitsland was gevlucht  nazi’s ontketenden een grote actie tegen alle Joden in Duitsland .De daders werden niet gestraft.Synagogen werden in brand gestoken.  De nazi’s wilden door terreur twee doelstellingen bereiken: 1. vier taken 1.1935: Neurenberger wetten. Joden bij de overheid. ook in bezette gebieden (Vught) De Joden wordt vanaf 1933 het leven steeds moeilijker gemaakt. Beschermen van de leiders van de NSDAP.

‘Arbeit macht frei’ 2. Reichbürgergesetz (Duits staatsburgerschap) . wegens hun fysieke eigenschappen  Homoseksuelen vanwege hun seksuele geaardheid  Jehova’s getuigen en enkele andere groepen vanwege een godsdienstige opvattingen Historische contexten 1. NSDAP komt bijeen in Neurenberg . want het ging nu om miljoenen Joden  De Endlösung kwam in de praktijk neer op een genocide  In opdracht van Hitler en Himmler schoten speciale Einsatzgruppen van de SS in de veroverde Russische gebieden zigeuners en Joden dood.Rijskpartijdag van de vrijheid. Kampen die tot doel hadden de gevangenen te laten werken tot ze er door bij neer vielen. Polen en andere gebieden ging de SS over op vergassen in vernietigingskampen  Er kwamen verschillende soorten vernietigingskampen: 1. 2. Voor de oorlog emigreerden ongeveer 170 000 van de 500 000 Duitse Joden In de oorlog begint de ‘Endlösung’  Na het uitbreken van de oorlog richtte de rassenpolitiek zich ook tegen de Joden in de bezette gebieden  gedwongen emigratie (wegpesten) was geen optie meer om van de Joden af te komen.Later ook zigeuners. maar er waren nauwelijks landen die Joden wilden opnemen uit vrees voor toenemende werkloosheid. geestelijken) . Sobibor en Treblinka 2. Kampen die zowel vernietigingskamp als werkkamp waren. moord en medische experimenten . AuschwitzBirkenau 3.Geen vernietigingskamp. 15 september 1935. geestelijk gehandicapten en Joden .  Joden die Duitsland verlieten moesten al hun bezit achterlaten. Majdanek. Jehova’s. Vooral de Russische krijgsgevangenkampen hadden veel weg van vernietigingskampen. wel dwangarbeid. De Neurenberger wetten .  Er zijn naar schatting vijf tot zes miljoen Joden vermoord. Wet ter bescherming van het Duitse bloed en de Duitse eers . Kampen die tot doel hadden zoveel mogelijk Joden en zigeuners te vermoorden in de gaskamers. communisten. homoseksuelen.Eind maart 1933 bij München . Dachau. De schatting over het aantal zigeuners loopt sterk uiteen door de gebrekkige persoonsregistratie van zigeuners in Oost-Europa Andere vervolgde groepen  Gehandicapten. Mauthausen en Natzweiler 4. het eerste concentratiekamp in Nazi-Duitsland . martelen.Joden zijn officieel geen staatsburger meer.Tienduizenden Duitse politieke tegenstanders (socialisten. Kampen waarin krijgsgevangenen werden ondergebracht. Ruim een miljoen mensen geëxecuteerd  In Duitsland.Er werden twee wetten aangenomen: 1.

De Wannsee-conferentie wordt gezien als het begin van de genocide op de Joden . . .De verwijdering van de Joden uit diverse sectoren van de samenleving en de levensruimte van het Duitse volk. Wat de Endlösung precies inhield werd niet geformuleerd.- Joden mochten niet met Duitsers trouwen of seks hebben Joden mogen geen Duitse vrouwen beneden de 45 in hun huishouden in dienst hebben 3. .De emigratie van de Joden uit rijksgebied werd versneld en systematisch georganiseerd. De Wannsee-conferentie 1942 .Doel van de conferentie was de coördinatie van het beleid over de Endlösung der Judenfrage. .Op 20 januari 1942 hielden nazi-functionarissen in Berlijn een conferentie over ‘het Joodse vraagstuk’.Vermogende Joden moesten de emigratie van onvermogende joden betalen om te verkomen dat alleen de arme Joden in het land bleven. .

maar ook in liberale.  Hitler durfde de kerken niet op te heffen dus probeerde hen tot bondgenoot te maken  In Duitsland twee godsdiensten overheersend: 1. verzet tegen Hitler toch als landverraad Veelsoortig verzet van kleine groepen  Ondanks die moeilijkheden ontstonden vooral onder socialisten en communisten kleine verzetsgroepen. Verzet vanuit het leger . Hij preekte in 1941 openlijk tegen het plan van de nazi’s alle geesteszieken te doden.Viel uiteen in twee delen: de nationaal-socialistische christenen en de Belijdende Kerk 2.In 1937 veroordeelde de paus in een encycliek de nationaal-socialistische leer. De evangelisch-lutherse kerk . Verzet was in Duitsland veel moeilijker dan in bezette gebieden  Overal hielden gewone leden van de NSDAP en de SA en SS de bevolking in de gaten  Een zeer groot deel van de bevolking stond achter Hitler. .  Honderden dominees en lagere katholieke geestelijken gingen soms verder in hun verzet dan hun leiders. onder studenten en in het leger kwam verzet op gang .Toen Hitler zich niet aan het Concordaat bleek te houden veranderde de Kerk van houding . De rooms-katholieke kerk. graaf Von Galen.8. .De katholieke kerk erkende de nazi regering in juli 1933 na het Concordaat waarin Hitler de vrije uitoefening van de katholieke godsdienst had beloofd. conservatieve en kerkelijke kringen.  Zowel de leiders van de Belijdende kerk en de katholieke beperkten zich tot protesten en het opheffen van kerkelijke instellingen en verenigingen. Ook onder de meelopers van de nazi’s of de ‘neutralen’ waren er heel wat die hun twijfels hadden of kregen over sommige punten van het beleid van Hitler.Door politie gezochte personen laten onderduiken .Verspreiden van anti-Hitlerpamfletten (Die Weisse Rose van Sophie Scholl) .Inlichtingen doorgeven aan de tegenstanders van Duitsland  Men had echter geen schijn van kans het nazi-regime ten val te brengen Houding van de kerken is verdeeld  De kerken waren bang dat zij net als andere organisaties verboden zouden worden  Zij stonden niet volledig afwijzend tegenover het nationaal-socialisme wegens het anti-communisme en de centrale plaats die het gezin in de samenleving innam en de rol van de vrouw als moeder. de kans op verraad was groot  In de oorlog zagen de meeste Duitsers die niet in het nationaal-socialisme geloofden.  Uitzondering: katholieke bisschop van Munster. Verzet in Duitsland   Door het nationaal-socialisme was een diepe verdeeldheid onder de Duise bevolking ontstaan.

lag gedeeltelijk aan de politiek van Engeland. Over de dieper liggende oorzaken is geen overeenstemming. Duitsland werd allerlei beperkingen opgelegd. Oorzaken van de Tweede Wereldoorlog   Directe oorzaak van de Tweede Wereldoorlog in Europa: Duitsland valt in september 1939. maar Frankrijk. maar pas in 2002 nam het Duitse parlement een wet aan die vonnissen wegens desertie nietig verklaarde en tot onrecht bestempelde. geen nazi’s. Andere vorm van verzet in het leger: het deserteren van veel Duitse soldaten. Die angst werd na 1942.  een oorlog in OostEuropa was onvermijdelijk  Dat het een wereldoorlog werd. Frankrijk en de SU: . gedekt door de Sovjet-Unie.Het Verdrag van Versailles was de belangrijkste oorzaak voor het uitbreken van de oorlog. Hitler probeerde terug te winnen wat Duitsland afgenomen was.Door aan bepaalde eisen van Hitler tegemoet te komen dachten de Franse en Engelse leiders dat zij de vrede konden handhaven. Polen binnen en Engeland en Frankrijk verklaren Duitsland daarop de oorlog. maar de volken die daar leefden waren natuurlijk niet van plan hieraan mee te werken. Op 20 juli 1944 plaatste een jonge officier. waaronder een deel van Polen . De meeste hoge officieren waren conservatieven. Ruim 10 000 moesten dat met de dood bekopen.  Volgens hen is Hitler er altijd op uit geweest de lebensraum te vergroten  Deze leefruimte was alleen in Oost-Europa. een tijdbom in Hitlers hoofdkwartier in Oost-Pruisen. Toch voelden ze zich sterk aan Hitler gebonden door de eed van trouw die ze hadden moeten afleggen Er was angst dat Hitler het Duitse rijk naar de ondergang zou voeren. door de nederlagen aan het Oostfront steeds groter. Deserteurs hadden geen recht op oorlogspensioen en veel Duitsers bleven hen zien als landverraders. . Vanaf de jaren ’80 werden acties gevoerd voor eerherstel van de deserteurs. in 1944 beraamde een aantal officieren (waaronder veldmaarschalk Rommel) het plan Hitler te doden en vrede te sluiten met de Geallieerden. . Dit verdrag was vooral door Frankrijk en Engeland bepaald. Engeland en de SU deels ook  Volgens sommige onderzoekers was Hitler wel hoofdschuldige. maar waren Frankrijk. Von Stauffenberg. 9. Ze hadden veel eerder hard moeten optreden. Visie 2: Frankrijk en Engeland vooral  Volgens andere onderzoekers zou Hitler niet doelbewust op een oorlog hebben aangestuurd. Lange tijd werd Hitler als enige veroorzaker van de Tweede Wereldoorlog gezien. Maar was dat niet te gemakkelijk? Visie 1: Hitler vooral. maar Hitler raakte slechts lichtgewond Hitler arresteerde uit wraak 5000 ‘verraders’ en executeerde honderden.Stalin maakte door zijn verdrag met Duitsland de weg vrij voor Hitler om Polen aan te vallen.         Het leger was de enige groep die het Hitler-regime daadwerkelijk bedreigde. Engeland en de SU medeverantwoordelijk voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

een snelle veroveringsoorlog in West-Europa om Frankrijk en Engeland tot vrede te dwingen en daarna ongestoord de SU te kunnen veroveren. . maar wint de slag om Engeland (juli-oktober 1940) De VS gaan deelnemen aan de oorlog (december 1941)  Nadat in december 1941 Japan een deel van de vloot van de VS bij Pearl Harbor had vernietigd.  Engeland staat bijna alleen tegen Duitsland en Italië. 10. Het militaire verloop van de Tweede Wereldoorlog Verovering van Polen en Noordwest-Europa  Na de aanval van het Duitse leger op Polen (1 september 1939) verklaarden Engeland en Frankrijk de oorlog aan Duitsland.Engeland en Frankrijk hadden terecht een schuldgevoel van het Verdrag van Versailles  ze lieten toe dat Hitler de onrechtvaardigheden van dat Verdrag probeerde te herstellen . .  Hitler verwachtte niet dat ze hem de oorlog zouden verklaren als hij Polen binnen zou vallen Frankrijk en Engeland hadden de SU niet zo moeten wantrouwen.  Onder leiding van De Gaulle werd in Engeland een regering van Vrije Fransen uitgeroepen. een groot deel van Frankrijk  Frankrijk sluit een wapenstilstand en verbreekt verbond Engeland. Noorwegen. omdat zij het terecht vonden dat het zelfbeschikkingsrecht ook voor Duitsers moest gelden .Het wantrouwen van Engeland en Frankrijk tegen de SU was zeker gerechtvaardigd. Luxemburg. grotere legers Oost-Europa: de aanval op de Sovjet-Unie mislukt bij Stalingrad  Juni 1941: Duitsland breekt het niet-aanvalsverdrag met de SU na eerst Joegoslavië en Griekenland te hebben veroverd. grotere productie oorlogsmateriaal. België.Op de conferentie van München gaven zij toe aan Hitlers eisen. De verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog lagen nog vers in het geheugen. Engeland en de SU.- Frankrijk en Engeland lieten Hitler lange tijd zijn gang gaan. Zij nemen het op voor Engeland en Frankrijk: . die de strijd voortzette.  Stalin zou geen verdrag hebben gesloten met Hitler om de veiligheid van de SU te waarborgen Visie 3: Hitler en zijn aanhang de oorzaak  Volgens andere onderzoekers moest de oorzaak gezocht worden in Hitler en zijn politieke ideeën en in zijn grote aanhang onder de Duitse bevolking.  Pétain werd staatshoofd van het onbezette deel van Frankrijk: VichyFrankrijk. Er was dan een verdrag mogelijk geweest tussen Frankrijk.  Het economisch overwicht van de Geallieerden ging aan de fronten steeds meer mee tellen.Grotere industrie.Hard optreden tegen Hitler had ongetwijfeld tot oorlog geleid.  Hitler besloot tot een blitzkrieg. Nederland.  Engeland (Winston Churchill) wees een Duits vredesaanbod af. .  1940: Het Duitse leger veroverde Denemarken. gingen ook de VS aan de oorlog deelnemen.

Hongarije en Roemenië verklaarden de SU de oorlog.  9 juni 1944: D-Day. België en Zuid-Nederland. In West-Europa hoopte de bezetter de bezetter de bevolking door nazificatie voor het nazisme te kunnen winnen. In Oost-Europa verbonden de nazi’s een radicaal anticommunisme met hun racistische wereldbeeld  veel hardere bezettingspolitiek. Redenen: er moest lebensraum gecreëerd worden. Oost Europeanen zijn van een lager en dienstbaar ras.  Doordat 75% van het Duitse leger en 60%van de luchtmacht aan het Oostfront vochten.  September 1943: Italië capituleerde door een invasie van de geallieerden. Bij Stalingrad vond na maanden strijd de ommekeer aan het Oostfront plaats.  In het voorjaar van 1945 begonnen zij het offensief tegen Duitsland zelf.  20 april 1945: Het Russische leger bereikt Berlijn  Tijdens deze slag om Berlijn pleegden Hitler en Goebbels zelfmoord (30 april)  Enkele dagen later capituleerde het Duitse leger. Ook in Zuid. Mussolini was al door het leger afgezet.en West-Europa keert het tij voor Duitsland en Italië. Engelsen en Amerikanen een grote invasie in Normandië en bevrijdden in enkele maanden Frankrijk. Moskou en Stalingrad niet innemen. Het Duitse leger behaalde grote overwinningen maar kon Leningrad.      Ook Finland. . bleven er voor de andere fronten te weinig troepen in vliegtuigen over. Duitse nederlaag in februari 1943  Het Duitse leger wordt steeds verder teruggedrongen.