You are on page 1of 58

Herinneringen aan het Nu

Han van den Boogaard

Over de bestendigheid van het heden

Herinneringen

aan

he[ Nu

Herinneringen aan het Nu


Over non-dualiteit en de
onveranderlijkheid van het heden

Han van den Boogaard

juwelenschip.nl

De auteur, Han van den Boogaard, is psycholoog en verdiept


zich al drie decennia in religie, mystiek en de psychologie van
het bewustzijn. Sinds 2007 maakt hij deel uit van de redactie
van InZicht, een driemaandelijks tijdschrift over non-dualiteit
en radicaal zelfonderzoek. Naast Herinneringen aan het Nu
schreef hij diverse andere boeken, waaronder Sprekende Stilte,
Leven zonder tranen- Wei Wtt Weis waarheid over zijn en niet
zijn en Dat wat is- Gesprekken over het Onveranderlijke.

We kunnen elke filosofie fJestuderen, alle heilige Doeken rio or

nemen. te rade gaan btj eika leraar an a/ie mogeiijke spt!ituele


oehmingen aoen, nm zo iang tor onze hoofden boordevol zitten
met de ,vt;sherfi van li hele wereld Maar uitemdei;;k zulJeu

we

toch altifel weer uitk omen ll1i hel verbazingwekkende feit dat we
lopun. etfm. slapen. voelen en adt:men: dat
Opmaak: 2-D'sign, Amersfoort
Lettertype: Documenta Sans van Frank Blokland

Eerste druk

we

leven. of we nu

diep m godachren zijn of doeiloos di ag voo1bJj lateo glijden.


En ais

we

inzien dat juist dar de ailer/wogsw religieuze emuing

is. zullen ll1- e het laatste geheirn kennen en rm}eiachen nu:;t de


..

goden --VJnt de goden lachen orn zichza!t.


.

Uitgegeven door uitgeverij Juwelenschip bv, Cothen


Aian Watts

2013 Han van den Boogaard

Alle rechten voorbehouden

ISBN 9789076681061
NUR 720

Lees meer over alle auteurs en boeken


van uitgeverij Juwelenschip op www.juwelenschip.nl

Jor lucy
eo a/Je leraren die ik onde1 veg l1eb lTJO!}tm ontrnoeten

Inhoud
Voorwoord

11

De steenheid van stenen

15

Gods oog

21

Bevrijding is herkenning

29

Stilte en aandacht

39

Vorm en leegte

49

Innerlijk landschap

57

Tijd

63

Eenheid

71

Zee van niet-weten

77

Herinneringen

85

Het zelf van alle dingen

95

Dingen waarvoor geen woorden bestaan

103

Bibliografie

107

Een deel van de teksten in dit boek werd, al dan niet in dezelfde
vorm, tussen de jaren 2004 en 2011 gepubliceerd in het tijd
schrift InZicht- Wgen van radicaal zelfonderzoek.

Voorwoord
Jaren geleden reed ik in Frankrijk langs een bergrug in het
MassifCentral. Tegen de steile hellingen groeiden donkere bos
sen, daarboven een vlekkeloos blauwe lucht. Ongemerkt gin
gen mijn gedachten terug naar een vakantie die ik als kind aan
zee had doorgebrachr. De duinen vormden toen in mijn ogen
een hinderlijke barrire russen mij en de zee. De aanblik van
al dat zand, de blauwe lucht en mijn voorstelling van de zee
riepen een verlangen op naar het eindeloze water; een verlangen
dat nooit vervuld zou kunnen worden door erin te zwemmen
of eroverheen te varen. Later was er elke winter weer een ver
langen naar de zomer, ook al wist ik dat dat verlangen nooit
vervuld zou worden als her eenmaal zomer was en de zon de
wereld op haar mooist liet zien.
Terug uit Frankrijk realiseerde ik me dat het altijd om hetzelfde
verlangen was gegaan. Alleen was het geen zuiver verlangen ge
weest, maar eerder een heimwee naar de essentie van de zomer,
de

zee,

de zuivere ervaring van 'er zijn'. De Japanners noemen

her yugen, een woord dat ooit omschreven werd als 'wilde gan
zen zien wegvliegen en verdwijnen in de wolken'. Ik nam me
voor een paar van zulke ervaringen op te schrijven. Dar werden
er steeds meer, en ik kwam ook beschrijvingen van anderen
tegen die naar dezelfde ervaring verwezen. Vaak waren dat kun
stenaars - Blake en Wordswonh, Czanne en Rothko, Cage en

11

VoorwnorJ

Hannnminyen ann het Nu

Oliveiros, Kazantzakis en Pelletier, Rutger Kopland. Ook zij


hebben geprobeerd de essentie te vangen. Nog vaker waren het
filosofen en mystici - de oude zenmeesters,

J.

Krishnamurti,

Alan Watts, Wei Wu Wei, Deuglas Harding, Ruperr Spira.


Hun herkenning van de onpersoonlijke aard van het bestaan
en hun ogenschijnlijke weg daar naarroe resoneerde steeds op

plaatje zelf doet er niet zoveel toe. Het gaat om die switch van
plat naar diep. Zonder her in de gaten te hebben maak je die
switch dagelijks vele malen, op de momenten dar je jezelf als
persoon even vergeet. Maar ben je je er echt bewust van, dan
wordt

voor

altijd de

ware

diepte van her leven herkend als het

onveranderlijke Nu, en weet je dar dat de enige werkelijkheid is.

nieuw met mijn 'eigen weg en herkenning'.


Zo ontswnd langzaam maar zeker dit vlechtwerk van herin
neringen en ervaringen van mijzelf en anderen dar de weg van
'onrpersoonlijking' zichtbaar probeen re maken. Daarin wisselt
her perspectief voortdurend: van buiten naar binnen, van lijd
naar tijdloosheid, van ik naar Zelf, van afgescheidenheid naar
Eenheid, van ervaring naar Leegte. Natuurlijk blijven het alle
maal woorden en concepten, en niet meer dan daL Woorden
zijn nooit datgene waar ze naar verwijzen, en woorden die in
de spirituele literatuur vaak met een hoofdlecrer geschreven
worden al helemaal niet. Toch proberen ze hier - soms elegant,
soms onhandig of ronduit onbeholpen - re wijzen naar het per
specdefloze, naar dat wat er is voordat er iets over gedacht of
gezegd kan worden. Uiteindelijk moge her duidelijk worden
dat er ronder persoonlijk gezichtspunt geen binnen en buiten
bestaat, geen tijd, geen ervaring, geen zelf of ander.
Dit boek gaat niet over mij, en ook niet over mijn reizen, her
inneringen of spirituele ervaringen. Die vormen cesamen slechts
een tweedimensionale afbeelding die plotseling, als je er van
uit een zekere ontspanning en ronder doel of verwachting naar
kijkt, een driedimensionale werkelijkheid blijkt re bevatten. Her

ll

Ii

Oe steenheid van stenen


Er was een kind
dat vnJuit leefde. elke d<Jg,
en liet eer s te voorwerp
waar tijn blik op viel.
dat voorwerp werd hij,
en dat voorwe1p werd deel van tle111
voor die da(J

of voor uitgestrekte perioden van j<)ren

l'Vait Wllicm,m

Gedurende de eersre jaren van mijn leven

was

ik er alleen maar,

zonder begin of eind. Dar zijn strekte zich in alle richtingen


uit. Ik werd gedragen door een rivier die nooit buiren de oevers
van het heden trad. Kruipend tussen stoelpoten en spelend op
straat bevond ik me in een betoverende ruimte die mijn zintui
gen voortdurend vlam deed vatten. Ik had nog geen naam, geen
gezicht. Ik had niet bet gevoel zelf te handelen, maar zag de
dingen op mysterieuze wijze vanzelf gebeuren. Ik voelde me als
een blad dat werd meegeblazen in de wind. Ik was kneedbaar

I'>

Hcnnne11119W1

ililll

De swenl1e1d Vdil >tunen

hel Nu

als beslag, en de maan was niet grmer dan mijn hand op her

meest drastische verandering in zijn leven zou uitblijven. Maar

momem dat ik haar uit de lucht probeerde re plukken. Als ik

die blijft nier uit, want zuiver Bewustzijn heeft de neiging zich

mijn ogen sloot, verdween de wereld. Als ik mijn ogen open

ogenschijnlijk te verengen tot een persoonlijk bewustzijn. Al

de, was ze er plotseling weer. Als ik blij was, straalde alles om

eeuwenlang wordt er over gesproken en geschreven als 'de val

me heen van vreugde. Als ik boos werd, spatte de hele wereld

uit het paradijs'.

uiteen in razernij. Als er een verlangen in me opkwam, ging ik

Als een kind twee of drie jaar oud is, ontwikkelt het een ik-ge

daar volledig en met grote hartstocht in op. Als ik bang was,

voel. Het leert zichzelf van een afstandje bekijken, door de ogen

verstijfde de wereld en leek alles van ijs te worden.

van de anderen om hem heen. Het leert zichzelf kennen als een

In die tijd kende ik geen nur of intrinsieke waarde. Ik wist niets

beperkt, begrensd wezen. "We groeien neer, niet op", schreef

van profijtbeginselen en winstmarges, maar niemand hoefde

Douglas Harding. "In plaats van aanwezig en samen te zijn met

me re vertellen hoe ons huis rook, hoe de voetstappen van mijn

de sterren -en alle dingen onder de sterren -zijn we er juist

moeder klonken of wat ik gisteren gegeten had. Ik kon doelloos

voor teruggedeinsd en hebben we onszelf ervan losgemaakl. In

op een stoep zitten kijken als er ogenschijnlijk niets te zien viel.

plaats van onze wereld re bevatten, bevat zij ons nu-war er van

Ik kon luisteren als alles scil leek, en dan hoorde ik hoe het

ons is overgebleven."

leven zich kenbaar maakte als geluid. Ik was getuige van een

Het kind hoort in de rijd dat het opgroeit nooit iemand om zich

wereld die moeiteloos voor zichzelf zorgde en me alle ruimte

heen refereren aan zijn oorspronkelijke Zelf. Dat Zelf wordt

gunde om te spelen. Zo leerde ik de steenbeid van stenen ken

door vrijwel niemand meer bewust ervaren. Het aanvankelijk

nen en de natheid van water.

zo

En toch ging de eenvoud van het ongedeelde Zijn ongemerkt

ervaren, vernauwt en verengt zich rot een onherkenbare versie

verloren. Ik verdwaalde in her leven toen het 'mijn leven' werd.

van zijn eigenlijke Zelf.

Slechts af en toe herinnerde ik me plotseling wie of wat ik in

Zo ontwikkelt ieder kind geleidelijk maar onafwendbaar een

feite ben. Hoe kon dat gebeuren?

open bewustzijn, in staat elke dimensie van het bestaan re

beeld van zichzelf als een vergankelijk, kwetsbaar object dat


los staat van alle andere voorwerpen en verschijnselen om hem

Een jong kind is nog zuiver Bewustzijn zonder vorm of iden

heen. Dat beeld vormt de kern waar een eindeloze reeks ge

titeit. Alleen de onmiddellijke realiteit heeft zijn aandacht, en

dachten en emoties omheen cirkelt, als elektronen rond een

het zou zichzelf vanaf zijn geboorte onafgebroken blijven er

atoom. Het illusoire karakter ervan wordt niet doorzien omdat

varen als het ongerepte, vormloze bewustzijn dat het is als de

de miljoenen losse gedachten en bijbehorende emoties samen

lli

11

Oe swr.nhetti vdn stenen

Herinnm ingon aan hei Nu

de indruk geven een geheel te vormen. Het ik kan zich van

en die de natuurlijke, intutieve intelligentie uitholt. "We zijn

zijn eigen beperktheid, laat staan zijn eigen onwerkelijkheid,

holle mensen", zegt de dichter T.S. Eliot, "opgezeue mensen,

eenvoudigweg geen voorstelling maken.

leunend op elkaar." De levensdans van Shiva komt tot stilstand

Is de draaikolk van het denken als zelfgenererend systeem een

en wordt een nietszeggende foco in zwart-wit. Muktananda zei

maal omstaan, dan komt het nog zelden voor dat het bewust

vaak: "Je ziet de wereld in bevroren toestand, of je ziet God."

zijn zichzelf buiten de begrenzing van het denken ervaart. Het


circuit is in principe voorgoed gesloten en het kind lijkt blij

De ontwikkeling tot holle mens gaat geleidelijk. In de periode

vend los raken van de grond van zijn bestaan. Het bewustzijn

tussen totale kinderlijke onbevangenheid en adolescente iden

verkrampt als het ware; het trekt zich samen rond het fictieve

riteitsmisre worden er nog ralloze momenten ervaren van on

ik. Wat rest is de persona, de persoon als masker dat gebruikt

gedifferentieerd Zijn. In mijn geval geval wierp een verhuizing

wordt om zich in de wereld van her 'ik' te handhaven temidden

van de grote stad naar het platteland me zomaar terug in een

van alles wat 'niet-ik' is. De persoon voelt zich een speelbal,

nieuwe, onbekende wereld die erom vroeg ontdekt te worden,

overgeleverd aan allerlei machten buiten zichzelf waar hij ver

en waarin ik die fase van kinderlijke onbevangenheid weer he

geefs controle over probeert te krijgen. Hij is niet in staat te

lemaal opnieuw mocht doormaken. Ter compensatie van de

zien dat die machten allemaal binnen zijn werkelijke Zelf val

abrupte onderbreking van mijn normale leventje en het verlies

len. Behoedzaamheid neemt de plaats in van onbevangenheid,

van al mijn vriendjes kreeg ik een fiers. Het was een doortrap

angst de plaats van vertrouwen. In zijn angst loopt hij, een

perrje. Ik wist niet war ik er mee aan moest, maar ik stapre

maal volwassen, weg voor het hier&nu. Die angst is, net als het

er enthousiast op en maakte me uit de voeten. Ik trapte me

denken, nooit een respons op wat zich voordoet, maar op wat

wezenloos, van huis naar school, en van de boerderij van het

zou kunnen gebeuren, afgaande op herinneringen aan wat ooit

ene klasgenootje naar die van het andere. Mijn onwetendheid

geweest lijkt te zijn. Ze kan alle mogelijke vormen aannemen:

vormde geen enkele belemmering. Integendeel, het verschafte

geen liefde

me oneindig geluk om alle nieuwe dingen voor het eerst re zien,

durven geven uit angst gekwetst te zullen worden;

geen geld durven uitgeven uit angst niets meer over te houden;

te horen en te ruiken: de boerenkool die 's winters langs de weg

geen gevoelens durven mnen uit angst verkeerd begrepen te


_
worden. Je kunt zelfs bang zijn om gelukkig te zijn uit angst het

groeide, de honden die de erven van hun bazen bewaakten, de

geluk ooit weer

hunen die we

kwijt te raken. Het zijn allemaal varianten van

de existentile angst waar her fictieve ik door beheerst wordt

18

tractor waarmee ik over de velden mocht baggeren, de jongens


zo

diep mogelijk onder de grond bouwden. Ik

wilde alles zien, alles meemaken, alles weten. Het was een niet te

Hennnenngan ann het Nu

stillen honger die zo volledig mogelijk gelenigd moest worden.


Maar hoe meer ik zag en te weren kwam, hoe meer mijn oor

Gods oog

spronkelijke onbevangenheid toch weer verloren ging. Ik moest


er later noodgedwongen naar op zoek in verre oorden waar alles
weer nieuw en onbekend was, net als toen. Maar alle kennis die
ik inmiddels vergaard had, legde binnen de kortste keren weer

Brahma heeft alle gez1chten d1e er bestaan

een sluier over de meest prachtige landschappen en interessan

en het liJn allemaal maskers van Brahma.

te mensen. Meescal trok ik na een paar dagen alweer verder,

Het zi1n met alieen rnenseil]ke gezichten.

opnieuw op wek naar dat nier-weten dat me zo dierbaar was,

maar ook dierlijke gezichten. msecteng(mchten.

maar dat me steeds sneller leek te ontglippen. Maar soms zag ik

plamenge71chten en m1neralengezicllten:

de dingen plotseling weer als nieuw en onbekend. Die momen

dlies 1s het hoogste zelf

ten waren aanvankelijk zeldzaam, maar ze begonnen gaande

dat doet alsof het al cile !J1ngen is.

weg steeds meer ruimte in re nemen, tot ik die ruimte zelf werd.
,;.Vao Watts

Als her levensspel al een doel heeft, dan zou dat het terugvinden
moeten zijn van de helderheid, de eenvoud en de onbevangenheid
die vergeren is of verloren lijkt te zijn geraakt. Het spelen van het
spel maakt het voor het bewustzijn

mogelijk

in alle richtingen

uit te dijen eerwijl het in helderheid toeneemt, totdat het punt


van volkomen helderheid bereikt wordt waarin alle egogebonden
gewaarwordingen oplossen. War rest is een roestand waarin je je er
van bewust bent dat alles wat je doet en meemaakt zich voordoet
zonder dat er sprake is van iets of iemand die het doet of mee
maakt. Op dat moment kijk je recht in de ogen van God.

711

ll

Hermneunqen un hel Nu

Gos oog

Het bewustzijn is het openluchttheater waarin het levensspel

Telkens als ik mijn arm uitstak en de dokter mijn huid met een

zich afspeelt. Het creert de mogelijkheid zichzelf als het enige

desinfecterend middel schoonwreef, trok ik mij als her ware

Zelf in al zijn aspecten re leren kennen, zonder in paniek te ra

terug uit mijn lichaam. Mijn arm behoorde niet meer mij,

ken of in wanhoop te hoeven vervallen als de drama's van het le

maar de dokter toe. Ikzelf vertrok jdelijk naar een 'plek' diep

ven zich ontvouwen. Wie immers ondergaat die drama's? Heeft

binnenin me, naar een plaats waar ik veilig was en ongevoe

de toeschouwer reden tot verdriet als de acteur op her toneel

lig voor pijn. Her was voor mij, wen, de gewoonste zaak van

speelt dat hem iets vreselijks overkomt? Het leven is een drama,

de wereld dar ik roegang had rot die plaats. Op een bepaalde

een wneelspel, een droom, waarover Krishna in de Bhagavad

manier voelde her aan als een soort thuis waar ik van oudsher

Gita tegen Arjuna zegt: "In deze droom is je een bepaalde rol

mee bekend was en waar ik me, als her nodig was, altijd in kon

wegewezen. Je moet die rol spelen zonder je druk re maken

terugtrekken. Het was er stil en ik was er alleen, zonder me ooit

over de gevolgen. Het enige wat je kunt doen is je rol naar beste

eenzaam te voelen.

kunnen uitvoeren".

Nu, vele jaren later, kijk ik naar mijn spiegelbeeld en probeer

Het werkelijke drama is onze onwetendheid, die ons angstig

ik de werkelijkheid tot zijn essentie terug te brengen. Ik zie een

maakt voor wat er op her roneel gebeurt. Voltaire had dar be

lichaam dat ik zolang ik me herinner in allerlei gedaanren in

grepen toen hij zei: "God is een komiek, spelend voor een pu

de spiegel heb zien verschijnen. Men heeft me ooit verteld dat

bliek dar bang is om re lachen". Maar het spel speel r zich af, hoe

ik dar was, en lange tijd heb ik dar geloofd. Maar nu heeft ook

dan ook, op een plek die geen ruimte inneemt, maar wel alle

die waarheid een andere gedaame aangenomen. Het is mijn

ruimte en alle mogelijkheden bevat die ervaarbaar zijn. Vanuit

eigen waarheid, mijn eigen wijsheid, niet die van anderen. Ik

dar centrum zijn we ons helder gewaar hoe de drama's in ons

weet nu dat de werkelijkheid uit niets anders bestaar dan een

leven zich afspelen.

leegte die zich van zichzelf bewust is, elk moment. Her is pure
intelligentie die alle verschijnselen creert en verantwoordelijk

Intutief wist ik als kind van het bestaan van dit centrum. Toen

is voor alles wat er gebeurt. En door daar in re verblijven, door

ik vier jaar oud was, werd ik getroffen door een ernstige ziekte.

hem eenvoudigweg te zijn, wordt de essentie zichtbaar.

Gedurende bijna 3 maanden lag ik in het ziekenhuis. Tijdens

Ik loop naar her raam. Boven de toppen van de bomen voor

mijn verblijf daar kreeg ik om de twee of drie dagen injecties toe

mijn huis zie ik een eindeloze blauwe hemel. De maan is nog

gediend. De injecties gingen met angst en pijn gepaard, maar al

juist zichtbaar boven de horizon. De hele kosmos bevindt zich

snel vond ik een manier om die angst en die pijn te omzeilen.

binnenin mij. Het fysieke heelal komt uit mij voort zoals er

7!

',,l

lious Otl\1

Hcrinneunuen <Wil het Nu

liefde uit mij voorkomt, en honger, en verdriet. De maan 'daar

hij nog eenmaal aan de deur. "Wie is daar?", vroeg God. "Gij

buiten' weerspiegelt mijn eigen innerlijke maan - de zuivere,

zijt het", antwoordde de man. God glimlachte en zei: "Kom

ongerepte schoonheid ervan, de naaktheid en de onschuld die

binnen en wees welkom".

zich binnen in me bevindt. Ik besef dat ik samenval met alles


uic: 'Het oog

In de loop der rijden is de essentie van deze parabel op allerlei

waarmee ik God zie, is herzelfde oog waarmee God mij ziet.

manieren onder woorden gebracht. In feite is de boodschap

Mijn oog en Gods oog zijn een en hetzelfde- n in zien, n

altijd dezelfde: we vallen samen met, we zijn het bewustzijn dar

wat ik waarneem. Meester Eekban drukte her

in weten, n in liefde'.

alle verschijnselen bevat, maar dar, juist daardoor, zelf niet als
een verschijnsel gekenmerkt kan worden. En iedereen heeft de

We bevinden ons overal, zowel binnenin als buiren ons lichaam.

mogelijkheid 'zichzelf terug re vinden' als dat ene BewuS[zijn

We vallen samen met beide 'ruimten', en alle verschijnselen die

dat aan

ze bevatren. Het is een plek waarvan het middelpunt zich overal

echter niet meer dan een conceptuele verwijzing naar de werke

bevindt, en de omtrek nergens. Her is het middelpunt van alle

lijkheid, die bovendien misleidend kan zijn. Immers, elk gevoel

verschijnselen, de axis mundi, het punt waar alle lijnen elkaar

van verdwaald zijn, van afgescheiden-zijn, ligt veilig ingebed

snijden, waar stilstand en beweging samenkomen. Maar mis

in een Eenheid die niet gebroken kan worden en die de uitein

schien is dit mysterie te groot om goed onder woorden gebracht

delijke werkelijkheid is van ons bestaan als mens. De concrete

alles ren grondslag ligt. Uiteindelijk is die boodschap

te kunnen worden. Wat er in elk geval over gezegd kan worden

werkelijkheid is dus altijd onze absolute eenheid mee God, die

is dat het alle dingen vormgeeft en aan de basis van gewaarzijn

we ons slechts bewust kunnen worden door het spel re spelen

en leven staar. In antieke geschriften wordt het 'de kamer van

dar ons russen geboorte en dood aangereikt wordt. Dar het om

de Heer' genoemd. Er wordt het volgende verhaal over verteld:

een spel gaat, is volgens Alan Warrs voor ons moeilijk re door

Op een dag klopte er een man op de deur van Gods kamer.

zien, omdat her betekenisloos is en niet gebonden aan regels

God vroeg: "Wie is daar?" De man antwoordde: "Ik ben het".

- her houdt geen enkel verband met iets anders dan zichzelf:

"Ga weg", sprak God toen, en deed er verder her zwijgen toe.

"War is de betekenis van een pelikaan, een zonnebloem, een

De man vertrok teleurgesteld. Vele malen klopte hij nadien op

zeekomkommer, een gespikkelde steen of een sterrenstelsel?....

Gods deur, maar alrijd vergeefs. Uiteindelijk gaf hij her op. Hij

Her z.ijn allemaal patronen, dansende patronen van licht en ge

kon nier meer zeggen wie hij was, want hij was zich alleen nog

luid, water en vuur, ritme en vibratie..... De wereld is een ara

maar bewust van Gods aanwezigheid. Ten einde raad klopte

besk met zo'n ongelooflijk mooi ritme en zo'n prachtige intrige

Gods OL'

Hermm1rlll!JCil nan hm Nt;

dat we erdoor verleid worden tot een mare van betrokkenheid

en in het universum te laten lopen en de kloktijd te vervangen

die ons doet vergeten dat het een spel is".

door de cirkelgang van de zon, de maan en de seizoenen. Her

Wordt het leven eenmaal doorzien als een goddelijk Spel zon

nodigt uit om geen acht meer te slaan op naam en faam, en

der betekenis of regels, dan is er tevens het heldere gewaarzijn

te eten en re drinken als er honger is of dorst. Onwetendheid

dat er niemand is die het speelt. Het ik is opgegaan in her Ene

maakt plaats voor een onbewuste alwetendheid die geen ego no

waarin alles plaatsvindt. Uiteindelijk wordt dan ook gezien

dig heeft- een alwetendheid die gebaseerd is op relatie in plaats

dat er in feite geen andere mogelijkheid is, omdat 'ik' en het

van contrast, en op harmonie in plaats van disharmonie. Het

Ene dezelfde eeuwig veranderende beweging zijn. Dat war zich

innerlijk landschap ziet zich weerspiegeld in bomen, wolken,

voordoet wordt zonder voorbehoud

golven en alles daanussen. Her lichaam spreidt zich uit in de

geaccepteerd, omdat er

niets is dat de loop der dingen kan veranderen.

ruimte. Het Zelf heeft zichzelf herkend als enige werkelijkheid.

Die acceptatie betekent niet dat alle moeilijkheden eenvoudig


uit de weg gegaan worden zonder gebruik te maken van de aan
wezige mogelijkheden. Acceptatie berekent veeleer handelen
al naar gelang de situatie zich aandient, ronder te denken aan
verleden of toekomst. Acceptatie is in wezen niets anders dan
vertrouwen in dar-wat-is. Het verankert je in her heden. Her
is het basisvertrouwen dat eigen is aan kinderen en dieren. Ik
zie het terug in mijn kar, die vaak gewoon zit re kijken ronder
enig doel of resultaat voor ogen. Na verloop van tijd staat hij
op en gaat hij uit wandelen of op jacht naar muizen, zonder dat
er sprake is van een weloverwogen beslissing om dar te doen.
Soms komt hij onverrichterzake terug om zij n net verlaren plek
weer in te nemen. Er is geen sprake van schaamte of gezichts
verlies. Her basisvertrouwen js ongeschonden gebleven.
Leven vanuit vertrouwen en acceptatie komt voort uit het besef
dat het bestaan geen alternatief kent en er ook geen nodig heeft.
Dat maakt het mogelijk om de levensweg soepel langs de plooi-

76

]/

Bevrijding is herkenning
Lelfs als Bewustzijn schuilgaat achter een slurer van
overtuigingen. twijfels. angsten en gevoelens. bevat
elke ervaring toch neg de smaak van ztJn eigen onbe
grensde. vnje en onbevreesde natuur. enllte smaak
wordt vaak ervaren als een soort heimwee of verlangen

Dat veri<Jngen wordt vaak gekoppeld aan een gebeur


tenis of een periode in ons leven. vaak de kinderttjrl.

toen de dingen beter le ken toen ltet leven fijner leek te


.

Lijn. Maar dat verlangen gaal nret uit naar een toestand
die in het verlerlen heeft be staan

het gaat urt naar de

vrede en vnjheid van Bewustzijn dte <lChter eike ervaring


ligt en daar ook in verborgen ligt.

War 'toen' aanwezig was als 'Geluk' was niers anders


dan de heldere aanweziglteicl van hetzelfde Bewustzijn

dat ook deze woorden ztet en begrijpt.

Rupert Sptm

Her hotel lag tegen een flank van een heuvel aan de rand van
Darjeeling. Mijn kamerwas gelegen aan de noordzijde en keek in
de verte uit op de besneeuwde roesmassa van de Kanchenjunga.

7Y

Bcvrtjdtng

HcrlllntJrinytm ililll het Nu

Tussen her hotel en die enorme berg strekte zich een eindeloze
rij mistige heuvels uit die aan de horizon overging in de hoog
vlakte van Tibel. De ruimte om me heen was ugesrrekter dan
alles war ik ooit eerder gezien had. Ik probeerde hem in me op
re nemen, maar hij was te groot voor me. Er was niet genoeg
ruimte in me om alles een plaats re geven.

rs

herkennrng

acheer een boom die vlakbij het raam stond. Plotseling had ik
het gevoel, de zekerheid, dar alles goed was, dat er niets meer
toegevoegd kon worden aan dit, en dat dat ook nier hoefde. Ik
werd opgeslokt in de helderheid van her maanlicht. Geluk was
nog een woord zonder inhoud, maar op dar momene was ik
gelukkig zonder einde.

Aan her eind van de middag, toen wolken als witte dekens over
de heuvels kwamen re liggen, werd de wijdsbeid die ik in de
dagen daarvoor had voelen groeien bijna tastbaar. Ik zag de
ruimte uitdijen tor ver voorbij de ziehebare wereld. Her gevoel
van vrijheid waarin ik langzaam oploste was evenzeer aanwezig
in het landschap als in mezelf. Het landschap en dar war ik ge
wend was 'ik' re noemen werden uitwisselbaar, een ongedeelde
eenheid waarin plaats was voor tijd noch ruimte. Pas toen het
al bijna donker was hoorde ik seemmen uit de heuvels komen
en realiseerde ik me dar ik op een houren balkon stond, mijn
handen geklemd om twee spijlen van de balustrade. Wat over
bleef was een soort heimwee naar een leven van grote inrensireir
en schoonheid, waarvan ik wist dar ik dar ooit gekend had;
een leven zonder mijzelf dar bestaan had uit pure, onbegrensde
aandacht voor alles om me heen; een leven dat bestaan had uit
een volkomen samenvallen met de ervaring van her moment,
zonder enig besef van een individueel bestaan. Ik wist weer hoe
ik als kind op een zomeravon
_ d door het open raam van mijn
slaapkamer naar buiten had liggen kijken. Buiten was het stil.
Een warme wind waaide met vlagen naar binnen. Een grote
witte volle maan vulde een deel van de vensrerruimre, schuin

31)

Bij Nikos Kazamzakis, de schrijver van Zorba de Griek, gin


gen herinneringen als deze nog veel verder terug, maar verloren
ze nooit iets van hun helderheid en intensiteit. Over de tijd
dat hij de wereld gulzig opslurpte en tor in zijn ingewanden
lier doordringen, schreef hij: "Omdat ik nog niet kon staan,
kroop ik op handen en voeten naar de drempel en rekte ik me
angstig, maar ook verlangend uit tot ik de open lucht van de
binnenplaats voelde. Tor dar moment had ik door het raam
gekeken, maar niets gezien. Nu keek ik nier zomaar, nee, ik
zag de wereld werkelijk voor het eerst. Wat een verbijsterende
aanblik was dat. Onze kleine binnenplaats met ruin leek gren
zeloos. Er was her zoemen van duizenden onzichtbare bijen,
een bedwelmend aroma, een warme zon, dik als honing. De
luchr schinerde alsofhij toegerust was met zwaarden." Ook zijn
eerste contact met de zee maakte een onuitwisbare indruk: "Ik
herinner me dat een man met een stekelige baard me in zijn
armen nam en me naar de haven bracht. Plotseling was er de
bittere geur van bonen, teer en rotte citroenen. Mijn zintuigen
openden zich krakend en knarsend om dar alles in me op te
nemen. Ik bleef maar rondspringen in de harige armen die me

Jl

Hcrume1 inyen aan het Nu

!3CVIIJUny I hJkenning

vasthielden, totdat we de hoek omgingen en - donkerblauw,

wat ik zag, gerooid leek in een hemels licht, de frisse schoon

kolkend, een en al geluid en geur- de hele zee zich schuimend

heid van een droom. Het is niet langer als toen; waarheen ik

in me stortte. Mijn tere slapen klapten in en mijn hoofd vulde

mij ook wend, bij daglicht of bij nacht, de dingen die ik heb

zich met vreugde en zout." Vanaf die tijd bleven die vreugde en

gezien zijn nu niet langer zichtbaar."

verbijstering deel van hem umaken. "Ik dank God", schreef

Bij anderen, zoals de Amerikaanse dichter Kenneth Rexrorh,

hij, "dat dat allemaal nog steeds in al zijn frisheid en volheid

keen die helderheid en directheid op onverwachte momenten

van kleur en geluid in me voortleeft. Dit is war er voor zorgt dar

plotseling weer terug. In zijn autobiografie schrijft hij: "De eer

mijn geest niet wordt aangetast, verdort en verdroogt."

ste keer dat dat gebeurde herinner ik me nog duidelijk. Ik was

In zijn auwbiografie De Knie

ongeveer vier of vijf jaar oud en zat op de hoeksteen van de

van

Luisteren beschrijft de enige

jaren geleden overleden mysticus Adi Da die vreugde als 'het

straat recht voor ons huis in Elkhart, lndiana. Het was nee zo

stralende': "Vanaf mijn allereerste levenservaring heb ik in een

mer geworden. Een kar, volgeladen met pasgemaaid hooi, reed

roestand geleefd die ik 'het stralende' zou willen noemen. Ik

vlak langs me. Een bewustzijn, niet een gevoel, van tijdloze,

kan me herinneren dat ik als baby nieuwsgierig rondkroop met

ruimteloze, totale geluhaligheid nam volledig bezie van me,

een ongelooflijk gevoel van vreugde, licht en vrijheid midden in

of ik nam er volledig bezit van. Ik wil geen termen gebruiken

mijn hoofd, dat zich vrijelijk omlaag en omhoog, en rond en

als 'overweldigde me' of 'ik raakte in vervoering', of een an

door mijn lichaam bewoog. Her was een vanuit het hare uitdij

dere uitdrukking die de suggestie zou kunnen wekken dar ik

ende bol van vreugde. Ik was een stralend wezen, een bron van

in bezit genomen werd door iets van buitenaf, laat staan door

energie, gelukzaligheid en licht." Net als bij Kazantzakis bleef

iers abnormaals. Het tegendeel was waar: dit kwam me voor

deze beleving van het bestaan ook bij Adi Da gedurende de

als mijn normale, natuurlijke leven dat

rest van zijn leven aanwezig: "Al heel jong zag ik een bedoeling

plotselinge, acute bewustzijn ervan leek slechts een kwestie van

in dat 'stralende'. Het verscheen in allerlei gedaanten: plezier,

aandacht. Ik had er geen enkele twijfel over dat dit mijn ik was;

lachen, vertrouwen, kennis. Maar uiteindelijk heeft ze maar n

niet het 'echte ik' dat los zou staan van een of ander denkbeel

gedaante, en dar is de werkelijkheid zelf."

dig ego, maar gewoon mijn eigen ik."

er

altijd was, en mijn

Bij sommige mensen verdwijnt de helderheid en directheid


al vroeg uit hun bestaan. Bij de Engelse dichter W illiam

Kinderen lijken op hun eigen onschuldige en beperkte manier

Wordswonh riep dat, ner als bij mij, een gevoel van heimwee

nog te weren dat hun gevoel van eigenheid nergens van afhan

op. "Er was een tijd dat bomen, gras en beek, het land en alles

kelijk is. Ze lijken te voelen dat ze nog steeds 'ik' zouden zijn als

31

Hcnnntlringen ann het Nu

BovnJdrn is herkenning

een ander lichaam zouden hebben en andere dingen zouden

paardenbloem was nier zomaar een ding, n uit een menigte

hebben meegemaakt; dat ze nog steeds dezelfde innerlijke 'ik

van miljoenen gele dingen die er vrolijk en leuk uitzagen en

heid' zouden voelen als alle uiterlijke omstandigheden wu ver

overal te zien waren. Die paardenbloem was een wezen, een

ze

anderen. Maar met de wereld der volwassenen als belangrijkste

levend wezen dat me rotaal aceepeeerde en omvane. Het leek

orintaliepunr slaat de twijfel onvermijdelijk toe en wordt de

alsof ik midden in de zon stond en die koele, gele bloemblaad

ongefilterde, pure ervaring bedolven onder een almaar groter

jes uit mijn voeten tevoorschijn kwamen en voor altijd in de

wordende waterval van herinneringen, ideen, concepten en

verte verdwenen. Ik heb gezegd dat ik voor de eerste keer een

fantasien. We moeten uit onze alledaagse, rationele staat van

paardenbloem zag. Maar het was in werkelijkheid niet de eerste

zijn 'vallen' om weer toegang te kunnen krijgen rot dar ogen

keer. Ik weet dat omdat er in die ervaring ook een flits van her

schijnlijk verloren geraakte deel van onszel( En dan nog sluiten

innering zat- geen 'toen' en 'daar', alleen maar een flits- maar

we er bijna altijd de ogen voor, wanr onze angst om in de leegte

genoeg om te weten dat ik, coen ik nog heel jong was, altijd in

te vallen zit heel diep.

die werkelijkheid leefde."

Maar soms vergeet iemand zich schrap te zetten en schiet hij de

Leven in de directe werkelijkheid en tegelijkertijd niet kopje on

leegte in voor hij er erg in heeft. Wilfried Pelletier, een Noord

dergaan in de droomwereld van het persoonlijke bestaan vereist

Amerikaanse indiaan, vertelt in zijn boek No Foreign Land hoe

een soepelheid die maar weinigen gegeven is. Maar soms lezen

hij zijn reservaat verliet om 'het te gaan maken' in de wereld

we teksten die in dat opzicht niets re raden overlaten. Vooral het

van de blanken. Hij deed alles wat er in die wereld van hem

medium van de pozie leent zich bij uitstek voor de expressie

verwacht werd: naar de kerk gaan, vrijwilligerswerk doen, po

van het onzegbare. Pozie biedt ruimte voor de paradox, maar

litieke vergaderingen en lezingen bijwonen en zich beschaafd

ook voor elke andere mogelijke onorthodoxe woordcombi

gedragen op feesten en regen de buren. "Toen viel ik op een

natie die ons uit de normale conceptenwereld kan halen. Dat

dag pats boem terug in de realiteit. Misschien klinkt het te sim

geldt met name voor de pozie van de Engelse mystieke dichter

pel, maar wat er gebeurde was dat ik een paardenbloem zag.

William Blake. Blake ging er van uit dat het bestaan voorafgaar

Daar stond ik, een man van bijna dertig, mijn hele leven al

aan de schepping, aan de val uit de eeuwigheid. Het bestaan valt

omringd door paardenbloemen. Maar nu zag ik er pas werke

in zijn pozie samen mee het hoogste beginsel, de "Volmaakte

lijk een. Er stond niets meer tussen mij en die bloem in- dat is

Eenheid". Als hij in een van zijn gedichten spreekt over "De visi

wat ik bedoel: geen indeling in soorten, geen categorien, geen

oenen die mijn ziel gezien heeft ... zijn met krachtige vleugelslag

woorden, niet eens het woord 'paardenbloem'. Niets. En die

vertrokken uit het uitgestrekte gebied van het graf", moet dat

Hcr11mennuen aan hel iu

nier beschouwd worden als louter metaforisch bedoelde bloem

niet meer vatten en ging voor het raam staan. Met mijn handen

rijke raai, maar als een weergave van feiten en werkelijke ervarin

liet ik de ijsbloemen op het glas smelten. Na een tijdje werd

gen. Hij moet Ierterlijk genomen worden als hij zegt:

de win acheer het huis zichtbaar, bedekt door een pak verse
sneeuw. De koude grond onder mijn blote voeren en de tinte

De wreld zien in eenzandkorrel

ling van de wineerlucht maakren me volkomen helder. Ik vergat

en de hemelen in een wilde bloem,

dat ik door het raam stond te kijken, en ook vergat ik de tijd

is het Oneindige in je hand houden

van de dag en de tijd van her jaar. Er was alleen nog het heldere

en de Eeuwigheid in een uur

sneeuwlicht dat zich naar alle kante uitstrekte. Toen begonnen


er opeens kerkklokken re luiden. Het geluid was even transpa

In een van zijn andere mystieke gedichten schrijft Blake: "Voor

rant als her winterlichr. Ik realiseerde me dat het KerstOchtend

mijzelf stel ik vast dat ik de uiterlijke schepping niet aanschouw.

was, en alles was precies zoals her moest zijn.

Men vraagt mij: 'Als de zon opkomt, ziet u dan nier een ronde

Bevrijding is herkenning, is wat Gurdjieff 'zelfherinnering'

schijf van vuur, zoiets als een gouden munt?' '0 nee, nee, ik zie

noemde. Elk moment kan er herinnerd en herkend worden

een onbeschrijflijk groot gezelschap uit de hemelschare 'Heilig,

wie of war je een diepste bent. De wereld draagt altijd de mo

heilig, heilig is de Almachtige Here God' staan zingen."

gelijkheid in zich om herkend re worden als jezelf. Ik moest

Een tijdlang raakte Blake het contact mee 'her Oneindige' kwijt,

weer denken aan die KerstOchtend roen ik die gedicht van Joy

maar tot zijn grote geluk vond hij zijn natuurlijke staar aan het

Kogawa las:

eind van zijn leven weer terug en werd zijn oorspronkelijk ma


nier van de dingen ervaren weer gewoon. "Je hebt", schreef hij,

Een uite1 st rustig

"hetzelfde vermogen als ik, alleen vertrouw en cultiveer je het

uiterst rustig tikkeo

niet. Jij kunt zien wat ik zie, als je daar voor kiest." Zo bleefhij rot

in de kamer waar het kmd

aan zijn dood in staat een hele wereld in een zandkorrel te zien.

bij het raam staat


eo kijkt

Bevrijding is herkenning. B_evrijding is zien, weten, voelen dar

hoe bwten ontelbare sneeuwvlokken

er nooit iers is kwijtgeraakt, dat je eigenste ik altijd direct er

vallen smelien

varen kan worden, net als toen ik op een Kerstochtend wakker


werd in een ijskoude, doodstille slaapkamer. Ik kon de slaap

3G

\allen smeiten
vallen smelten

3/

StHte en aandacht
Niets had me voorbereid op de verlatenheid van de bergtop in
de Himalaya die ik in een vlaag van ondoordachtzaamheid had
beklommen. Ver weg beneden me slingerde zich een rivier door
een diep dal. De berg Manaslu rees als een onmetelijk grote,
witte toren boven alles uit. Hij was heerser over het landschap
en

zo

dominant aanwezig dat het leek alsof ik hem had kun

nen aanraken als mijn armen wat langer waren geweest. Een
paar gebedsvlaggen vormden de enige aanwijzing dat hier ooit
eerder mensen waren geweest. De gerafelde doeken maakten
een klapperend geluid zodra de wind er langs streek. Ik leek
doelloos rond te drijven in een zee van stilte. Ik zat op een
rots en keek alleen maar. Langzaam maar zeker begon de stilte
om me heen bezit van me te nemen. Ik werd zo leeg en stil
van binnen dat ik ook tegen mijzelf niets meer re zeggen had.
Het gevoel van een persoonlijk bestaan was verdwenen. Er was
alleen nog berg en lucht en sneeuw en wind. Zoals de leegte
zich liet zien, zo was de stilte hoorbaar geworden. De sluier van
angst en vcrlangen die ik zo goed kende, waaide weg met de
wind, samen met de gebeden die zo kleurig en in duizendvoud
op de gebedsvlaggen gedrukt stonden. Nu ik niet langer in de
weg stond, waren alle gewaarwordingen helder, levendig, vrij.
Ze drongen zich niet langer op. Een insect dat zich tegen een

Stli\Ll en aand<Jcht

H0mmwingen CJml het Nu

gladde steen omhoog werkte, deed dat met dezelfde ongefilter

weeglijk zijn ..... Het is de totaliteit van her leven en nier de

de aandacht als waarmee ik hem waarnam. Beiden verdwenen

fragmentatie van her denken".

we in de levende waarneming zelf. Een kleine paarse bloem

De gewoonte van het denken kreeg hier, in deze uitgestrektheid

stond in al haar naakte aanwezigheid zichzelf te zijn. Er kwa

van steen en lucht, geen ruimte meer. De werkelijkheid kon

men geen woorden af beelden meer langs om de werkelijkheid

eindelijk weer ongehinderd haar gang gaan - niets stond haar

te verstenen. Ik venoefde weer in de transparante wereld van

meer in de weg.

eenvoud en eenduidigheid die ik ergens in mijn jeugd leek te


zijn kwijtgeraakt. Wat deelbaar leek werd weer ondeelbaar, en

Al het bestaande komt voort uit het niets. Maar het is geen

tevens was er een weren dat het nooit weg was geweest.

mysterieus, ondoorgrondelijk niets. Integendeel: het gaat om

Ik wist nier hoe lang ik al het gevoel had gehad dat die wereld

dar wat ons het meest eigen is, een levend, sprankelend niets

verdwenen was en weer teruggevonden moest worden. Maar

dat we zonder onderbreking ervaren als 'er zijn'. Het is het

ik wist wel dat dar gevoel de reden was dat ik nu boven op

onveranderlijke stilrepunt, een plaats die geen plaats is, maar

die bergrop stond. Ik kon niet meer verder, het zoeken hield

ruimte biedt aan alles wat zich voordoet. Het lijkt in niets op

hier op, en juist nu liet die verloren gewaande wereld zich weer

dat war het bevat, en wordt er rotaal niet door benvloed. En

zien. Niet als een verzameling objecten, gewaarwordingen en

wch kan er niets beters over gezegd worden dan dat het de din

gedachten, maar als gewaarzijn zonder meer. De vorm die het

gen is die zich er in bevinden, zoals stilte slechts stilte is door de

gewaarzijn aannam deed er niet meer toe, want het gewaarzijn

geluiden waarvan ze de achtergrond vormt.

zelf bleek onveranderd, onveranderlijk. Het luisteren naar voet

In het Boeddhisme wordt dit centrum van oudsher Sunyata,

stappen of een zingende merel, het ruiken van een sinaasappel,

Leegte, genoemd. Het woord 'leegte' drukt het onzegbare op

het zien van de blauwe lucht: dat was altijd vrij geweest, onge

een visuele manier uit, zoals het woord 'stilte' dat op een au

bonden, zichzelf genoeg, en had nooit enig verband gehouden

ditieve manier doet. Beide woorden suggereren dat Sunyata

met gedachten en gevoelens die zich tezelfdenijd gemanifes

identiek is aan 'niets', maar in feite kan het beter omschreven

teerd hadden, noch met een leven dat ik leefde. J. Krishnamurti

worden als 'niet-iets', een entiteit zonder vorm

schreef ooit: "Het is het wnder van het nieuwe. Her is niet

ongerichte aandacht en stilte wordt de Leegte kenbaar als je

'mooi', het is explosief in zijn onmetelijkheid; het is iets wat

eigen Zelf.

nooit geweest is en nooit meer zal zijn. Om re kunnen zien,

Jean Klein, de Advaira-leraar die zoveel nadruk legde op aan

te kunnen luisteren, moet het bewustzijn in zijn geheel onbe-

dachtig luisteren en stilte, kwam onverwacht in bewust conrace

of inhoud. In

11

Sult en aandocht

llen11nH1 in gen aan liet i'lll

met die Leegte toen hij

17 jaac oud was. Hij zei er later

het

in de werkelijkheid- puur geluid- onmiddellijk

tevoorschijn

volgende over:

komt uit de stilte en de leegte. Het heden komt tevoorschijn

"Op een warme namiddag swnd ik re wachten op de trein.

uit her niets, en je kunt geen enkel zelf horen dat luistert. Dit

Her perron lag er verlaten bij en her landschap had een lome,

kan in feite met behulp van alle zintuigen gerealiseerd worden,

slaperige kwaliteic Het was stil. De trein was te laat, en ik

maar het gemakkelijkst via her gehoor. Luister dus gewoon naar

wachtte zonder te wachten, heel ontspannen en vrij van ge

de regen .......Want als je het geluid van de regen werkelijk ge-

dachten. Plotseling kraaide er een haan, en dar onverwachte

hoord hebt, kun je alle andere dingen op dezelfde manier ho

geluid maakte me bewust van mijn eigen stilte. Het was nier

ren, zien en voelen - als iets dat geen vertaling nodig heeft, als

de objectieve stilte waar ik me bewust van werd, zoals dat vaak

iets dar gewoon is wat her is".

gebeurt als je op een stille plek bent en een plotseling geluid de

Volgens Alan Wam is luisteren dus niets anders dan de werke

stilte rondom je relif geeft. Nee, ik werd in mijn eigen stilte te

lijkheid als puur geluid tot je door laten dringen. Dan komen

ruggeworpen. Ik werd me van mijzelf bewust als iets war buiten

klanken ongehinderd en onvervormd, zonder oorzaak of oor

her geluid en de stilte aanwezig is".

sprong, tevoorschijn uit het zwarce marmer van de stilte, en

Het hier&nu, zou je kunnen zeggen, is niets anders dan het

activiteit in werkelijke zin, geen daad, maar veel meer een trans

geheel van ogenschijnlijk niet-gerelateerde klanken die drijven

parant zijn voor alle geluiden die tevoorschijn komen en weer

in een zee van stilte, net als de stenen in een Zen-tuin drijven

verdwijnen, zonder een poging te doen ze te identificeren of er

word je gewige van het ontstaan van alle dingen. Het is geen

in een lege ruimte van zand, en net als wij mensen ronddrijven

betekenis aan re hechten. De betekenis, het symbool,

in de onmetelijke stilte van het Zijn.

immers alleen maar naar de klank en verwijdere je daarmee van

Alan Warrs kwam

ror een soortgelijk inzicht toen een Zen

de levende werkelijkheid. Er is geen sprake van iemand die luis

leraar, in een discussie met Watts over de venaaibaarheid van de

tert, maar sleehes van de wereld die zichzelf hoorr. Je bent het

Zen-gedachte, terloops opmerkte dat het geluid van de regen

geluid zelf in de vorm die her op dat moment heeft aangeno

geen vertaling nodig heeft. De eenvoud en diepgang van die

men. Het wordt niet gehoord, maar beleefd.

verwijst

opmerking sloeg Watts met tomheid. Naar aanleiding daarvan


schreef hij in zijn aurobiografie:

Een geluid berekent niets. Her is de hoorbare manifestatie van

"Als je gewoon luistert, uitsluitend met de wereld in relatie sraat

een onhoorbaar maar levend Niers dat de bron van alle verschijn

door middel van het gehoor, bevind je je in een wereld waar-

selen is. Daarom kan een geluid alleen zichzelf blijven als het

'
A'

., ,,

Stille en Jandacht

Hcrnmor ngcn aan het Nu

onvertaald blijft. Als je het ongehinderd door je heen kunt laren

zich wel in de vorm van woorden hebben aangediend".

waaien, kun je je, zoals Jean Klein zegt, bewust worden van je

Na terugkomst uit Nepal ging ik roch weer op zoek naar erva

eigen innerlijke srilre, van een onbegrensde wijdsbeid die zich

ringen die zich konden meren met die in de Himalaya. Ik las

manifesteert als aandacht; niet de gerichte, filterende aandacht

alles wat los en vast zat en stelde me voor dar de schrijvers van

van her verdeelde bewustzijn, maar zuivere, ongerichte aandacht.

al die boeken tijdens het schrijven een ruimte en een vrijheid

De componiste Pauline Oliveros realiseerde zich precies dat,

hadden ervaren die te vergelijken was met de ruimtelijkheid en

toen ze de vijfde variatie van haar 'Sonic meditations' de vol

de vrijheid die ik in de Himalaya had ervaren. Maar hoe meer

gende instructie meegaf: "Maak 's nachts een wandeling. Loop

ik trachtte mijn hart en ziel op papier te gooien, hoe meer ik

zo zachtjes dat de wlen van je voeren oren worden".

rot uitdrukking rrachne re brengen wat ik werkelijk belangrijk

Zuivere aandacht vulc je bewustzijn volledig met het actuele

vond in het leven, des te meer werd ik me bewust van mijn

moment, het NU, in al zijn verschijningsvormen. Je staar niet

pijnlijke ontoereikendheid. Ik had alleen de beschikking over

meer stil bij een geluid, of beter: de betekenis van een geluid, en

woorden, maar die leken me eerder sprakeloos te maken. Ik

je loopt ook niet meer vooruit op war komen gaar.

voelde me vastzitten in een gesloten circuit van berekenisar

Luisteren met aandacht vereist inspanning noch ontspanning,

moede, terwijl ik juist dingen trachne te beschrijven die buieen

want er is eenvoudigweg geen ervaring meer van een persoon die

de begrenzing van het denken vielen. Ik las over Jan Arends, die

zou kunnen in- of ontspannen, geen centrum van waaruit erva

op de dag van de presentatie van zijn cweede dichtbundel uit

ren en gereageerd wordt. Er is alleen nog sprake van een omspan

her raam van zijn appartement sprong. Arends schreef:

nen alertheid

net als bij kijken: als je ogen scherp staan, zijn

de oogspieren noch strak gespannen, noch geheel ontspannen.

Een hand voor mij

Je bent gewoon aanwezig in het moment; je bent aandachtig

is witter dan een tJ/oem

zonder intentie, dar wil zeggen: zonder de wens om aandachtig

en het is waar

te zijn, en w ga je op in de natuurlijke wereld

dat woorden

van

de klank en

accepteer je volledig wat zich ook maar aan geluid voordoet. De

mij vreesachtig maken

behoefte aan controle over 4e omgeving is verdwenen. Klanken


mogen zichzelf zijn. Er wordt niet meer getracht ze te begrijpen,

Ik heb noo1t

want er wordt niets gezegd. "Als

een echt vvoord gahoonf

er

iets gezegd werd", merkte de

Amerikaanse componist John Cage ooit op, "wuden de klanken

tl4

of het deed pijn

Stilte en aamlacht

Hennnt)llll!Jen aan het Nu

Weer teruggekeerd in de veiligheid van mijn venrouwde be

War ik 'zag' was een oneindige, donkere ruimte, waarin her en

staan begon ik steeds gevoeliger re worden voor de pijn die

der lichtpuntjes oplichtten en weer uitdoofden. War ik tegelijk

Arencis had beschreven. Ik keek om me heen en zag hoe angst

mee het zien van die beeld begreep, was dat het universum naar

de natuurlijke, intutieve intelligentie van de mensen om me

zichzelf kijkt door mijn ogen. Onze hersenen, zag ik in n

heen uitholde. In een gedicht van T.S. Eliot las ik: "We zijn

enkel ogenblik, zijn niets anders dan een soort zenuwuiteinden

holle mensen, opgezette mensen, leunend op elkaar". Ik was

met behulp waarvan her universum in staat is zichzelf te zien en

onthutst door mijn eigen kwetsbaarheid. Wanhoop lag op de

re begrijpen. Dar betekende dat ik, net als alle andere mensen,

loer achter iedere straathoek. Het Stralende, het goddelijke,

in feite her universum zelf ben dat mee behulp van de zinruigen

was een abstract en onbereikbaar doel geworden, een ongrijp

indrukken van zichzelf opdoet.

bare herinnering aan een andere tijd en een ander ik. De ene

Om de een of andere reden was ik aanvankelijk nier in staat de

gedachte oversremde de volgende al vr

hij goed en wel te

veelomvattendheid van dar inzicht werkelijk ror me door te laren

horen was geweest, en gezamenlijk leken al die gedachten elke

dringen. Intutiefhad ik de onmetelijkheid van mijn Zelf, her Zelf

gemoedsrust die nog in me zat te vermorzelen.

dar ik vergeren was, in dar ene beeld herkend. Dat beeld bleef wel

Tot ik op een dag in her gat tussen twee gedachten viel. Ik was

iswaar elk moment oproepbaar omdat her zich onwrikbaar had

onderweg naar de bovenste verdieping van her huis dar ik in

vastgezet in mijn geheugen, maar mijn denkbeeldige ik, waarvan

die tijd met nog zeven andere bewoners deelde. Ik liep naar

ik gezien had dar her in feite niet bestond, bleek toch niet in sraat

boven om een stuk gereedschap van een van mijn huisgenoten

zijn eigen fictieve aard re accepteren. Er was een deur opengegaan

te lenen. De ruwe houten treden van de trap waren versleren

en de Stilte was hoorbaar geworden. Maar steeds opnieuw werd

door het vele gebruik, en sommige kraakren op hun eigen ka

die Stilte weer verstoord door her lawaai van de wereld. D-an ver

rakteristieke wijze zodra ze betreden werden. Op de plaats waar

gat ik haar weer, en her beeld van her universum als mijzelf

de trap een draai maakce viel er een beeld bij me 'binnen'. Ik

Maar echt vergeren was her nier, want soms, op onverwachte

dacht op dat moment aan niets bijzonders, en her gat tussen die

ogenblikken, was de herinnering aan mijn Zelf er weer. Dan

gedachte en de volgende was waarschijnlijk groter dan gebrui

viel de illusie van de tijd plotseling weg, verdween ik in een

kelijk- zo groot in elk geval_ dar er ruimee genoeg was voor een

schilderij, een onweersbui, een eindeloze vlakte vol stenen, of

beeld dar

pregnant en veelomvattend was dat het me begon

een grot die geen grot bleek te zijn. Dan wist ik weer: wat je ook

te duizelen en ik de trapleuning vast moest grijpen om nier naar

doet, welke vorm de innerlijke ruimte ook aanneemt, je wezen,

beneden re vallen.

Bewustzijn, verandert nooit.

zo

1/

Herinneringen <Wil hel Nll

Slechts langzaam, in de loop van vele jaren, stabiliseerde de hel


derheid van dat ene moment zich tot de onwankelbare zeker

Vorm en leegte

heid dat alleen dar Ene, dar zichzelf herkend had als universcel
Bewustzijn, werkelijk bestond, en dar de Stilte waar ik in was
gevallen nooit te verstoren was.
Ik koester mijn ogen bijna als mijn belangrijkste bezit, maar
Zelfherinnering gebeurt spontaan. ZelfVergeten ook. Er is nie

hoe goed kan ik er eigenlijk mee zien? Achter het stuur van

mand die dat meemaakt. Alles gebeurt spontaan. Je kunt niets

mijn auto zie ik andere auto's en de verkeerslichten verderop,

doen, behalve misschien je bewust worden van de plek waar je

maar de struiken langs de weg, her blauw in de lucht en het

altijd bent. En die plek hoeft nier gezocht te worden, want je

meisje dar haar hond uitlaat worden niet bewust ervaren. Ze

kunr er nooit vandaan.

worden niet geregistreerd, omdat ze er niet toe doen. Ik zit ge


vangen in her onmiddellijke belang, in de oppervlakte van het
bestaan. Alleen wat nieuw is of beweegt valt me op. Het groot
ste deel van het leven schuift ongemerkt naar de achtergrond
omdat her al bekend is.

Voor het eerst onderweg in de jungle kijk ik mijn ogen uit. Ik


zie harige klimplanten die hun gastheer leegzuigen, de gele kam
op de kop van een onbekende vogel, een felrode spin in een web
dat als een spanbrug tussen twee reuzenvarens in hangt. Ik zie
een knaagdier met piepkleine randjes aan een noot knagen, en
een aap die haar jong vasthoudt in een houding die doet denken
aan iemand die verdriet heeft, of een boom die buigt in de wind.
Maar ik wen aan alles, hoe prachtig of afgrijselijk het ook is. Ik
kijk met ogen die gericht zijn op wat hen behaagt, tegenvalt,
irriteen, bevestigt. Ik vergeet het wonderlijke te zien en toe te
juichen. Na twee dagen oogt her bos gewoon weer als een grote

48

Vo1111 en leeg1c

llcnllnt> inyr.n ann het Nu

groep bomen. De kleuren zijn fletser geworden, de apen lijken

onbeweeglijks dat van verschillende kanten in ogenschouw kan

alleen nog op elkaar. Her zien heeft zich weer versmald rot het

worden genomen. Zo wordt het een levend gebed en een ver

kijken in de koker van gewenning. 's Avonds in mijn hordka

wijzing naar her onmiddellijke. De tijd wordt even buirenspel

mer word ik plotseling overvallen door melancholie, en zie ik

gezet, de dood wordt een halt toe geroepen. Het maakt ons

slechts war ik mis: mijn geliefde, mijn boeken, mijn eigen bed.

minder eenzaam dan anders, want het verankert ons in het be


staan. Kunst kan ons in herinnering brengen hoe puur de zin

Terug in de stad vergeer ik opnieuw om me heen re kijken. Ik zie

miglijke waarneming kan zijn als hij niet gedragen wordt door

opeens dat de kar zich heefi: omgedraaid in zijn slaap, of dar de

motieven of vooroordelen; als alles opgemerkt wordt, maar

bomen hun bladeren kwijt zijn. De ochtend is ongemerkt overge

nier onthouden. Dan rollen er sdlle tranen over je wangen bij

gaan in de middag, of de winter. Boven me vliegen trekvogels op

de eerste aanblik van een doek van Rothko. Her brengt iets in

weg naar warmere streken, net als de vorige keer dat ik ze zag. Ik

herinnering dat vergeren was en nog blijkt te leven. De tranen

doe de afWas, kijk zijdelings door her keukenraam, en zie dar her

rollen over je wangen, en je weer niet waarom. Onder onver

alweer romer is. Ik realiseer me plotseling ook dat we het heimwee

schilligheid en wanhoop ligt iets anders in alle rust te wachten.

naar de onschuld en helderheid van vroeger op afstand proberen

Je valt over de rand van het bekende in het onbenoembare,

re houden door ons aan de hand mee re laten nemen door mensen

her onbeweeglijke, de ruimte die alles draagt, die her goede de

die de moeite hebben genomen ons een andere blik op her alle

kracht geeft tot het goede, en het kwade de kracht geeft rot

daagse te gunnen. Ze lijken anders te zijn dan wij. Ze beschikken

het kwade. Plotseling is het er, en dan is her weg, is het weer

over een onbedwingbare nieuwsgierigheid naar het nieuwe, het

verdwenen achter de muren die het denken en de herinnering

onbekende . Binnenin hen laait een emotioneel vuur. Ze durven

in allerijl hebben weten op re trekken.

risico's te nemen en staan stil bij details die ons allijd zijn ont

Als er iemand weer hoe die muren geslecht kunnen worden,

gaan. Ze nemen de rijd om te kijken. Ze laren het leven niet

aan

hoe de wereld van de woorden op haar eigen terrein verslagen

hun aandacht ontsnappen. Ze varren ons bij de kraag en roepen:

kan worden, dan is het de dichter. De dichter vangt her levende

'Kijk zelf nou eens!' Ze hopen dat we, net als zij, het blote stukje

van het leven, laat zien dat het er altijd is, elk moment opnieuw:

maan zien dat is neergestreken op een zilveren schaaltje, laat op de


avond; een plek of een gevoel, gestold in woorden, steen of ver(

geen 11emel meer. geen

Deze zieners gaan ervan uit dat schoonheid geen uitzondering

aarde meer. maat nog alttjd

is. Ze proberen het nieuwe en onbekende vast te leggen in iets

valt de sneeuw.

50

!Jl

Hc1umenngcn aan het Nu

Vo1111 enleegw

Kunst kan her gevoel voor het nieuwe en wonderbaarlijke weer

Fragmentatie wordt gezien als wat het is: waanzin. Het geheel

in ons doen ombranden, maar her vuur dooft meestal snel

blijft altijd het geheel, ook al neemt het duizenden vormen aan.

door gebrek aan brandstof. Hoogsrens blijft het nog een tijdje

De kleur van de bloem

smeulen, als een hunkering naar 'het andere'. De helderheid

her waarnemen ervan. De waarnemer is nier meer dan een ver

die nodig is om de vlam levend re houden, onrscaar alleen als

onderstelling, een overbodige, onwerkelijke toevoeging. Hij is

de waarneming in zichzelf rust, zonder context of betekenis.

bedacht als een extra oog waarmee het oog zichzelf meent re

Dan blijkt het bestaan genoeg te hebben aan zichzelf en hangt

kunnen zien. Dar extra oog bestaar alleen in de volksmond. In

her in een leegte die alle ruimtelijkheid verloren is. "Je kijkt",

werkelijkheid is her nog nooit waargenomen, hoe lang er ook

is

de bloem. Vorm is niets anders dan

schrijft Rurger Kop land, "en je kijkt en je blijft vragen naar wat

al naar gezocht is.

je zier, maar wat je ziet is het enige antwoord." Degene die ziet

Wat ik ben heeft geen eigenschappen. Ik kan alleen gezien wor

verdwijnt, en met hem verdwijnen verleden en identiteit. Elk

den als afwezigheid, en daarom is 'leegte' er wellicht ook de

moment is een rijdloos vacum, een niets waarin alles begint

enig juiste benaming voor. De leegte is de 'plaats', de 'ruimte'

en eindigt. Het is immens, onbegrensd, en herbergt een onme

waarin alle verschijnselen zich voordoen, en elk verschijnsel is

telijke schoonheid.

een spiegel die weerspiegelt wie of wat er kijkt. Ik ben alles


wat vorm heeft, want vorm is mijn zien ervan. Vorm en zien

Volledige aandacht is kijken zonder jezelf mee te nemen. Er

kennen geen zelfstandig bestaan los van elkaar. Ze zijn n ge

is geen centrum meer van waaruit gekeken wordt. Er wordt

heel, het Geheel. Noch vr, noch tijdens, noch na het zien is

niets ervaren, want er is geen centrum dat zou kunnen ervaren,

er sprake van iemand die zier. Er is alleen maar zien, en onge

interpreteren en beoordelen wat zich aandient, noch een omge

deelde aandacht maakt het helder als glas. Zodra her denken

ving, een verhaal waarin die ervaring rou kunnen plaatsvinden.

russenbeide komt, ontstaan plotseling de kijker en dargene wat

Concentratie vernauwt en begrenst, maar aandacht, rotale aan

gezien wordt. Vandaar dat Hui Neng, de zesde Zenpatriarch,

dacht, sluit alles in en niets uit. Ze kan niet oppervlakkig zijn,

ertussen sprong toen een groepje monniken ruzie maakte over

want ze omvat ook het onbekende waar her oppervlakkige zich

de vraag of het de vlag of de wind was die klapperde. 'Geen van

in beweegt. Ze ontmask&t her onvolledige, dat altijd onecht is.

beide', riep hij, 'her is jullie geest die klappert!'

Ze is het geheel dat als geheel gezien wordt.

In feite beweegt er niets, gebeurt er nooit iets. Alles lijkt in

Aandacht is Leegte. Leegte kent geen binnen of buiten, maar

beweging, alles lijkt te veranderen, maar verschijnselen zijn

alleen het geheel. Degene die ervaart is dat war ervaren wordt.

zo vluchtig en dus onwerkelijk, dar alleen het onveranderlijke

5/

Vo1111 en leegte

waarnemen ervan werkelijk te noemen is. En waarnemen kan

zien

zich ook op zichzelf richten, en dan kan het zomaar vinden wat

bergen en rivieren, temidden van al die mensen om je heen,

her nooit zochr. Het denken, het vinden, komt cor srilsrand,

kijken en zwijgen. Wachten en luisteren. En na een tijdje weet

in

leegte en als leegte. Dan kun je temidden van bomen,

de Werkelijkheid wordt ervaren. Her is een spontane val uit de

je: er is hier niemand. Er is hier niets. Al die vormen die hier

waanzin van de fragmentatie. Walt Whitman wist die prachlig

groeien en hechten, die heen en weer zwaaien, die regenen en

re verwoorden: "De heldere zonnen die ik zie, en de donkere

beregend worden, die ebben en vloeden, die stilstaan of zich

zonnen die ik niet zie, ze bevinden zich allemaal op hun plaats".

verspreiden, zijn slechts de boodchappers van mijn eigen af

Her kan niet anders dan dar Whirman leefde in bewuste, torale

wezigheid. Die berkenboom, dar ben ik: zwijgend staar hij daar

onschuld en onwetendheid. Hij kon alleen maar

te kijken - een doofstomme, volmaakte getuige. Hij staat re

zijn

en po

gen om daar woorden aan re geven. Uitdrukking geven aan her

zwaaien met zijn armen, maar daar bedoelt hij niets mee.

bestaande, de Werkelijkheid weergeven, is onbegonnen werk,


maar de poging daarroe kan je wel het gevoel geven dar het
bestaan door je eigen aderen stroomt. Om heel dar bestaan te
kunnen omvanen, zat de schilder Czanne soms uren achter
elkaar naar her doek re staren voordar hij begon met schilde
ren, want elke penseelstreek moest voor hem alles bevatten: het
licht, de kleuren, de vormen, het karakter van her zichtbare.
"Her landschap denkt zich in mij", zei hij ooit. "Ik ben zijn be
wustzijn." Maar daarvoor moest hij wel eerst zichzelf 'uitvlak
ken' en nederig zijn niet-bestaan als persoon onder ogen zien.
Dar maakte het landschap om hem heen altijd weer nieuw, al
tijd weer de moeite waard om in handgemaakte vormen weer
te geven.

Het onware zien als onwaar en het ware zien als waar vindt
plaats als het centrum van de waarneming is losgelaren en alle
kennis is verdwenen in zuivere aandacht. Vorm laat zich dan

5.

Innerlijk landschap
We shall not cease hom exploration

and li1e end of all our exploring


will tJe to arnve where we started
and know thc place lor the fnst ume

r.s Elior

Het meer ligt zwijgend in de schaduw van de zee. Het water


weerspiegele de kleur van de hemel erboven: helderblauw, don
kerblauw, grijs of glinsterend zwart op avonden dat het maan
licht erop valt.
Langs de oever zoeken vreemde vogels hun weg in het gras en
de rietkragen aan de rand van het brakke water. Sommige sna
teren, andere kwetteren, weer andere klepperen alsof er iemand
met een houten lepel tegen een kokosnoot slaat. 's Morgens,
lang voordat de wn boven de horizon klimt, begint het leven in
deze onwerkelijke uithoek van de aarde met geluiden die alleen
maar hier te horen zijn.
ln de schemering rimpelt een windvlaag over het water. De vo

gels gaan op jachr. Ze trekken wormen uit de grond, happen

'J/

llurumennycn aanliet Nu

naar insecten en steken hun lange snavels in her water. Een

Nee, dat is niet waar. Het went niet echt. Her went nooit.

wine, reigerachtige vogel maakt duikvluchten boven het water

Mijn pogingen om over waarheid, leven en dood te praten

en neemt daarbij een paar keer achteloos een visje mee, bij wijze

stranden keer op keer. Telkens als ik God ter sprake breng, lijkt

van toegift. Op andere momenten stapt hij met zijn lange stel

het of we her over iemand hebben die ons in de garen houdt en

ten uiterst voorzichtig door het water, alsof hij over zijn eigen

over ons oordeelt. Over die God wil ik het niet hebben. Als de

eieren loopt. Hij waant zich onzichtbaar voor zijn vijanden. Hij

liefde aan de orde komt, gaat het toch weer over onszelf en lijkt

kent ze niet, of ze zijn er niet.

de liefde toch weer iets persoonlijks re zijn. Aan her eind van
her westen in donkere sil

de dag wacht ons godzijdank de slaap, her gelukzalige moment

houetten. In her laatste licht van de dag voel ik een loden bal

waarop we onszelf los mogen laten en de wereld verdwijnt. De

zachtjes regen mijn maag duwen. Hij smeekt me om hem waar

volgende dag zijn we alweer vergeten hoe makkelijk her is om

te nemen. Ik weet dat het mogelijk is om alles los te laten.

jezelf los te laten, en kunnen we ons onmogelijk voorstellen dar

Ik weer hoe het voelt om alleen maar te stromen. Maar in de

dan ook de wereld verdwijnt.

's Avonds veranderen de bergen

in

droom van mijn dagelijkse bestaan draag ik die loden bal nog
me. In elk contact sleep ik hem mee en leg ik hem

Ik droom dar ik vastzit, met mijn gezicht naar beneden en mijn

tussen mij en de ander neer en blijf ik zijn gewicht torsen met

armen en benen gespreid, aan een immens grote stalen bal die

ogenschijnlijk lege handen.

rond de aarde draait. Ik weet met complete zekerheid dat ik ge

Waarheid, leven, dood, God en liefde. Waarom zouden we er

angstwekkende werveling rond te blijven rollen. Die overruiging

gens anders over praten? Her menselijk rekort laar zich zo pijn

is zo sterk dat me niets anders rest dan het op te geven- wanr dit

lijk voelen als we over onszelf praten, en toch doen we eigenlijk

is de hel zelf en er ligt niets anders voor me in het verschier dan

steeds

bij

doemd ben om voor alrijd en eeuwig in die misselijkmakende,

niets liever. We geven onszelf bestaansrecht door over onszelf re

een letterlijke eeuwigheid van pijn. Maar op her moment dat ik

praten en naar de ander re luisteren. De ander praat ook over

me overgeef, lijkt de bal tegen een berg te slaan en uit elkaar te

zichzelf. Zo rennen we achter elkaars staart aan. Eenmaal te

spatten, en voor ik het weer zit ik plotseling op een warm zand

ruggeworpen op onszelf .zijn we ons alleen nog vaag bewust van

srrand en is er niets meer over van de bal, op wat verwrongen

onze eigen staart. Maar die kunnen we nergens vinden, welke

stukken meraal na die rondom me in het zand liggen.

kant we ook opkijken. Dus blijven we zoeken naar iemand om

Een lome vermoeidheid neemt bezit van mijn lichaam. Mijn

tegen re praten. Op den duur went her om in de hel re leven.

schouders zirten muurvast. De pijn lijkt zich langzaam maar

5R

l11ncrlijk lanclschap

zeker te vernauwen tot een punt direct onder mijn borstbeen.

deze ene plek blootgeeft aan degene die in staar is om hem

Het is moeilijk om uit de pijn re blijven. Uiteindelijk begint

waar te nemen. In welke richting ik ook kijk, nergens is een te

de pijn de hele ruimee ce vullen, zowel binnen als buiren me.

ken van leven te bespeuren. Iemand heeft me verteld dat er om

Hij neemt een ronde vorm aan, de vorm van een bal waarin

deze tijd van het jaar walvissen langs de Australische oostkust

alle releurscelling, onzekerheid, verwarring, angst en twijfel sa

te zien zijn. Urenlang laat ik mijn ogen over de golven dwalen.

mengeperst zie die ik in de loop van mijn leven verzameld heb.

De wind verandere van richting. Het wordt langzaam kouder.

Mijn lichaam buigt voorover. Met mijn benen regen mijn buik

Grijze wolken komen stil boven het water hangen. Een vracht

en de armen om de onderbenen wacht ik op her moment dat

schip rrekt tergend langzaam een spoor door her water, tot hij

de loden last binnenin me verdwijnt of tor ontploffing komt.

in de verre achter Cape Byron verdwijnt. Geen walvis ce zien.

Tegen her vallen van de duisternis verdwijnt de pijn langzaam.

Nergens een groep dolfijnen die vrolijk uit de golven opduikt.

Ik ga aan de oever van het meer zinen en zie het laatste licht van

Alleen de enorme lege ruimte van ]uche en zee.

de dag op het water vallen. Het is windstil. Af en toe springt er


een vis op uit het water. Plop. De vogel die op een reiger lijkt

Vlak voor er weer een onweer losbarst kruip ik mijn tent aan de

wacht geduldig zijn kans af. In de verre hangen gelige wolken

oever van het meer in. Ik heb hem nog niet dichtgeritst of de

over de heuvels en de bergen erachter. De eerste sterren van

regen begint mee ongekende kracht op het nylon neer te klet

de avond beginnen op re lichten. Alles is in afwachting van

teren. Het lawaai is oorverdovend. Ik laat alles vallen - naam,

het onweer dat vanuit her noorden op ons afkomt. Vanuit het

plaats, bestemming. Ik adem als een klein kind in de armen van

niets duikt er een vliegtuig uit de wolken op. Twee tellen later

zijn moeder. Ik verdwijn in het oog van de orkaan, zoals ik die

schiet hij het wolkendek weer in, klein en kwetsbaar. Achter

middag in de lucht en de zee verdwenen ben.

de raampjes liggen mensen te slapen. Sommigen doen wellicht

Na een uur houdt het op mee regenen. De vogels laten hun ve

hun gordels al om. Een ogenblik later is het vliegruig definitief

ren drogen in de zon. Het is alsof ik voor het eerst her meer zie,

verdwenen in het vale geel en grijs in de verre. Een vogel landt

en de heuvels erachter, en de bergen daarachter. Mijn innerlijke

in het riet. De kikkers stoppen met kwaken. Alles lijkt in af

scilte weerspiegele zich in het landschap - een onbekende, nieu

wachting te zijn.

we, magische plek vol beloften en mogelijkheden; een levende

Een met gras begroeid stuk rots geeft uitzicht op een langgerekt

aanwezigheid, binnen en buiten mij.

strand en de golven van de Stille Oceaan. De horizon lijkt niet

Ik vertrek in de richting van de kaap die ik zo vaal< in de verte

helemaal recht, alsof de kromming van de aarde zich alleen op

heb zien liggen. De pijn is even plocseling verdwenen als hij een

60

61

Harllln811il(Jen <Wil twt Nu

paar dagen eerder verschenen is. De loden bal heeft een holle
ruimte achtergelaren die zich heeft gevuld mee iecs onwankel
baars. Ik besef dar ik in fysiek opzicht bijna nergens

zo

lijd

ver van

huis ben als hier. Maar ik weer regelijkerrijd dat ik nog nooit
dichter bij huis ben geweesr. Her pad naar de kaap slingert zich
door een stukje oerbos. Als ik uitrust tegen een boom, moet ik

Als kind leef je in een tijdsvacum. Je hebt weinig of geen be

onwillekeurig omhoogkijken. Ik zie nog net hoe een enorme

sef van tijd. De klok heeft geen enkele betekenis. Later lijkt

hagedis langs de boomstam her gebladerte boven mijn hoofd

her bestaan verdeeld in verleden en toekomst, en ontelbare

inkruipt.

'momenten'. De aard van de rijd lijkt besloten re liggen in het

Op her hoogsre punt van de kaap, honderd meter boven de zee,

rikken van de klok en het opkomen en ondergaan van de zon.

lijkt het net alsof ik elk moment door de wind meegenomen

En vreemd genoeg blijkt de rijd nog rekbaar re zijn ook, op

kan worden, als een boomblad of een handvol stof. De bomen,

een manier die net zo ondoorgrondelijk voor me was als de

de rotsen, de zee zijn niets anders dan mijn zelf. Ik kijk nog een

kloktijd zelf. Later kom je er achter dat je tijdservaring afhangt

keer naar beneden, en daar, vlak langs de rotsen, zwemt een

van de hoeveelheid gebeurtenissen of veranderingen die je bin

groep dolfijnen. Mijn ik, mijn wil en mijn verlangen, hebben

nen een bepaald tijdsbesrek kunt opmerken. Maar de rijd zelf

russen ons in gestaan, maar nu laren ze zich zien in al hun sier

wordt nog steeds beschouwd als een onaantastbaar verschijnsel

lijkheid en kwetsbaarheid.

dat onafhankelijk van jou een eigen leven leidt dat rot op de

Tijdens de afdaling loop ik over het pad bijna zonder de grond

miljoenste seconde te volgen en re meten is, als een eindeloze

aan te raken. Alles ziet er hetzelfde uit- de grond, het zonlicht,

reeks zandkorrels op een onaftienbaar strand.

het regenwoud - maar toch is alles meer zichzelf dan ooit.


De dag dat ik buiten de rijd viel, was een gewone dag die zich
"Eenmaal dam; en dan weer huiswaarts gekeerd- hoe vanzelf

in niets leek te onderscheiden van andere dagen. Ik nam 's mor

sprekend zien de dingen er dan uit! Mist en regen op de berg Lu.

gens de trein naar mijn werk.

en deinende golven in Che Kiang. "

eerst sinds lang een waterig zonnetje door. De zon en de aan

Bij her opsrappen brak er voor her

wezigheid van de andere passagiers drongen nauwelijks rot me


door. Ik pakte een boek, raakte er in verdiept en verloor ieder
besef van mijn fYsieke aanwezigheid in de ruimte. Tijdens de

6l

Herinnerlilyen ann l1et Nu

liJU

reis gebeurde er niets bijzonders, tor er op zeker moment werd

over me heenkomen. Ik had her vreemde gevoel me in de situ

omgeroepen dar de trein wegens een defect op het eerstvolgen

atie te bevinden, maar er toch geen deel van uit te maken. De

de scation zou scoppen en niet meer verder zou rijden. De pas

onrust en ontevredenheid van de andere aanwezigen hadden,

sagiers om me heen gaven verontwaardigd commentaar op de

anders dan gewoonlijk, rotaal geen vat op me. Ik bleef vrij van

gang van zaken, maar mijn eigen reactie was totaal anders: ik

de emoties en de twijfels waar ik me anders maar moeilijk voor

voelde

kon afsluiten.

een

soort opluchting doorbreken - een opluchting die

een duidelijke fysieke component bezat, want het leek of ik

Ik ondernam een poging om naar mijn werk te bellen, en om

na de mededeling van de machinist plotseling makkelijker en

dar veel gestrande passagiers hetzelfde wilden doen, duurde het

dieper kon ademen.

lang voor ik mijn voornemen kon uitvoeren. Het maakte me

Op het station aangekomen stapren alle passagiers uit de trein.

niets uit, want de opeenvolging van gebeurtenissen had plaats

Ze begaven zich met z'n allen naar her pleintje vr het station,

binnen een uitgestrekte, sdlle ruimte waarin alle dingen hun

in de hoop een bus of een taxi te kunnen bemachtigen. Maar

plaats hadden en in de juiste verhouding tot elkaar stonden.

er waren geen vervoermiddelen beschikbaar, en de ontevreden

Alles was goed zoals het was. Ik voelde geen enkele behoefte

heid die eerder in de trein tot uitdrukking was gekomen, sloeg

om iets aan mijn siruarie te veranderen. Ik stond buiten de rijd

opnieuw coe. Mopperend op de ontstane situatie stelde men

en alle beslommeringen die het bewustzijn van tijd met zich

zich voor de ingang van her stationshalletje op. Zelf ging ik

meebrengt. Ik had geen enkel verlangen om naar mijn normale

zonder speciale reden een eindje van de groep af staan. Ik leun

roestand terug re keren. Ik werd gedragen door een innerlijke

de regen een geparkeerde auco en keek naar een grasveld dat

kracht, een innerlijke zekerheid die los van mijn bestaan als

een stukje verderop lag. Details sprongen onverwacht helder

persoon stond.

uit her algemene beeld naar voren: stukken boomstam waar de

Pas toen ik, volgens de kloktijd meer dan twee uur later, weer in

zon op scheen, een merel op zoek naar voedsel tussen de strui

de trein zat, gleed die innerlijke zekerheid van me af en begon

ken, een fietser die onverschillig voor het station langsfietste.

ik me weer zoals anders re voelen. Toen ik mijn reis voltooid

Het waren dezelfde soort details die ik me herinnerde uit mijn

had, was de ervaring voor het station alweer vergaan cor niets

kindertijd, als ik alleen buiten was en niets speciaals re doen

meer dan een herinnering.

had. Het leek alsof de dingen een eigen leven leidden en ik ze

Nog steeds vraag ik me af waardoor de ervaring op her trein

nu, na lange tijd, pas weer echt zag. Tegelijk met die verscherpte

starion precies werd opgeroepen. Alles ging die dag precies zo

waarneming voelde ik een grote innerlijke rust en tevredenheid

als altijd. Misschien was het juist de plotselinge, onverwachte

64

Hommer ingen aan hel Nu

fqd

onderbreking van de dagelijkse gang van zaken die me uit de

Her roept de vraag op of je je van die illusie los kunt maken.

droom van mijn normale wereld van rijd en ruimee haalde. De

Her is een fundamenrele vraag, en hij valt samen mee de vraag

begrenzing die de omstandigheden van mijn leefsituatie me

of de beindiging van denken en berinneren mogelijk is. Want

oplegde (maar die ik in feite mezelf oplegde), verloor even zijn

denken en herinneren stellen de rijd samen, veroorzaken haar

onontkoombaarheid. Er kwam als bet ware ruimte in me vrij,

als her ware. Tijd is de maat van het denken. Denken is een

en dar maakte het mogelijk dat ik de dingen even los van welk

mentale beweging die ons doet geloven dat we in de fYsieke

uitgangspunt dan ook kon waarnemen, simpelweg zoals ze zijn.

beperking van een lichaam leven, omgeven door ruimte en om

Ik belandde in een wereld ronder eigenschappen. Her stilte

sloren door tijd. Als de rijd, samen met de denker, zijn schep

punt binnenin me weerspiegelde zich in mijn beleving van de

per, verdwijnt, blijft er geen beweging meer over, geen richting,

wereld om me heen.

geen af te leggen afstand. Verdwenen zijn gisteren, vandaag en


morgen. Verdwenen is de berinnering en het worden. En ook

Ik was er, nee als andere mensen, altijd vanuit gegaan dat tijd

verdriet, eenzaamheid, afhankelijkheid en al die andere aan rijd

de verdeling is russen gisteren, vandaag en morgen. Ik dacht

en ruimte gebonden emoties verdwijnen spoorloos.

altijd dar tijd een rechtlijnig fenomeen was dar wordt veroor

Wat blijft is leegte, onbenoembare maar niertemin levende

zaakt door her opkomen en ondergaan van de zon. Ik dachr

leegte die ervaren kan worden in de vorm van de verschijnselen

dat de aard van de tijd terug te vinden was in her tikken van

die er in plaatsvinden. Her ontbreken van persoonlijk beleven

een klok. Ik meende dat de tijd een onvermijdelijk verschijnsel

maakt her mogelijk de dingen re ervaren zonder meer. Her be

was dar andere verschijnselen bestendigheid verschaft en duur

wustzijn wordt nier langer gevuld door persoonlijk gekleurde

zaamheid, de vierde dimensie waar geleerden zo lang naar op

gedachten en herinneringen. De naakte waarheid laat zich zien.

zoek zijn geweest.

Her onophoudelijke commentaar op de dingen en hun verloop

Daar is in wezen geen verandering in gekomen. Ik zie de tijd

is verdwenen. Er wordt gekeken ronder het gevoel te hebben

nog steeds als de extra dimensie die de waarneming van de drie

een kijker te zijn. De kijker is simpelweg in het kijken verdwe

ruimtelijke dimensies mogelijk maakt. Maar tegelijkerrijd weet

nen, in een hemelsblauw gekleurde vogel, in een verre bergtop,

ik dat tijd een illusie is, een idee (en nier meer dan dat) dat onze

in her lange spoor van mieren op een bospad. De zee spreekt in

waarneming van de tijdloze werkelijkheid versluiert. Als tijd een

een hese fluistertoon, de hemel vloekt in donderslagen die over

illusie is, moet ruimte, die afhankelijk is van tijd om waargeno

natgeregende heuvels komen aanrollen. Je bent opgehouden

men te kunnen worden, eveneens en evenzeer onwerkelijk zijn.

iets anders re zijn dan zuivere aandacht. Je bene leeg, en luis-

66

6/

I IJU

Huru1ne1 inf)en aan het N11

teer, en wacht. En dan, na een tijdje, hoor je hec er is niets. Er

Hoezou tk.

is niets dan alleen de dingen die er zijn. Ze zijn bescheiden. Ze

getJoorteloos en zonder te sterven,

groeien, ze houden vast, of worden vastgehouden. Je hoort het

kunnen 'Iel'en'?

woord van de wereld zoemen als een strakgespannen touw. Je

Htw zou 1k. dii! noOii ge/t?efd heeft.

hoort her als een enkele in koor gezongen noot, die overal gelijk

kunnen 'steNen'?

is. Dat is hec het zoemen en zingen

s
i

de stilte. De natuur zegt

niets. Ze zingt alleen maar, en stilte is haar enige cammenraar

T1jdloos en oneinrhg.

op de dingen. En wij mogen daar getuige van zijn. We mogen

nietuitgesl!ekt in ruunte iJd.

meetrillen. En dan kan het zijn dat we zomaar verlost worden

zonder te /evtm. te stemm of e zijn.

van onszelf.

BEN!k

Inmiddels is alles weer als vanouds. Bergen zijn weer bergen,

PS. En dat qefdt ook

voorjou.

rivieren weer rivieren. Maar er is een verschil. Er is nu open


heid - openheid voor war gegeven is, opmerkzaamheid zonder

Tijd besraar niet. De wereld is een onafzienbaar grote ruimte

de last van dwingende gedachten en nutteloze herinneringen,

met wonderlijke eigenschappen, net als wen ik acht was en ik

helderheid die alle dingen nieuw maakt en alle handelingen

met mijn nieuwe fiets onbevangen de wereld ging ontdekken.

juist, precies goed, zonder dat de schaduw van de tijd er over

Ik heb genoeg aan wat er is. En war dat ook is, het is mijn zijn

heen valt. Er is zien en weten, en meteen weer vergeten. De

er is niets anders. Alles is volkomen discontinu, eeuwig nieuw,

dingen zijn naamloos, ongedefinieerd en volkomen zichzelf.

eeuwig nu.

Onwetendheid is mijn bivak, mijn voedsel en mijn bed. Ik


kleed me in losse strengen van steen. Mijn ogen zijn van water.
Alles lost er in op.
Tijdloos bestaan zonder individuele identiteit is geen ervaring,
en daarom wellicht onmggelijk te verwoorden. Misschien was
de mysticus Wei Wu Wei degene die er uiteindelijk het dichtst
bij kwam toen hij schreef:

68

fenheid
Het bestaan heeft, vanaf het moment dat we in staat zijn erover
na te denken, iets raadselachtigs. Uit alles wat er over gezegd
wordt moet je opmaken dat het meer is dan puur

zijn,

dat het

inhoud heeft, en dat je zelf een persoon bene die iets met die in
houd moer. Dat moeten maakt ons nerveus, zeker als we nogjong
zijn en er van ons verwacht wordt dat we iets van ons leven gaan
maken. Maar ook als we veel ouder zijn en er meer van denken
te begrijpen, blijft een gevoel van onbehagen als een langgerekte
ondertoon op de achtergrond aanwezig. We blijven nerveus, want
elk moment moeten we onszelf overeind houden en ons leven
inhoud geven. We blijven het bestaan onophoudelijk leven inbla
zen, bang dat het anders leegloopt en we zelf reddeloos achterblij
ven in een uitgestrekte, levenloze ruimte, alleen met onszelf.

Ooit werd ik me ergens in de uitgestrekte ruimte van Noord


Afrika zo bewust van dat gevoel dat het me de adem benam.
De lucht leek al bijna uit het landschap te zijn gelopen, en de
minste tegenslag zou me onherroepelijk reddeloos achterlaten
tussen dorre, zwijgende bergketens en eindeloze vlakten vol ste
nen. Ik was blij met elk zuchtje wind dat me influisterde dat ik
er nog was. Tot ik plotseling besefte dac ik de wind nog nooit
gehoord had. Ik had nog nooit een berg gezien, of een steen, of

11

Eenheid

Hcmlntlringen rwn het Nu

mijn eigen hand. Ik zag dat ik nog nooit n van die dingen op

met die fictieve entiteit blijft het gevoel van afgescheidenbeid

zichzelfhad gezien of gehoord. Wat ik altijd had gezien, wat ik

in stand houden waar we ons al

altijd had ervaren, was het geheel. Elke ervaring was altijd een

voelen, ook al is er de overtuiging dar die emiteit doorzien is.

ervaring van heelheid geweest. Nooit had ik een losse berg of

Hij lijkt doorzien, maar manifesteert zich in werkelijkheid als

steen of hand gezien. Nooit had ik een losse boom gezien met

het verlangen om grip te krijgen op wat er gebeurt, om her

daaromheen een effen, contourloze ruimte. Altijd was er veel

re be-grijpen. Maar dat lukt niet. Dat kan ook niet, want hij

meer geweest: de grond waarin die boom geworteld was, de

bestaar eenvoudigweg niet en kan dus ook niets doen of laten.

lucht erboven, het geluid van stemmen of de wind, het gevoel

Zolang het zoeken en willen begrijpen doorgaat, blijft de iden

van mijn voeten op de grond, de gedachten over de boom, de

cificade met die fictieve entiteit als lichaam en persoon hard

zo

lang onbehaaglijk onder

lucht of mezelf, een lichaam naast het mijne, de vochtigheid

nekkig voortbestaan, en zorgt die ervoor dat je nog steeds bang

van de lucht, mijn overweging om re blijven staan of door te

bem om te leven en bang bem om te sterven. Het aloude on

lopen. Ik zag dat elke ervaring ogenschijnlijk op re delen is in

behagen voelt als een mangel die geen ontsnapping toelaar. Als

duizenden deelervaringen, maar dat er in feite altijd maar n

persoon moer je iets van je leven maken, moer je slagen, moeten

'ding' aanwezig is, dat er maar n ding 'aan de hand' is: dit.

er lovende woorden over je gesproken kunnen worden. En te

Zo is al het vergankelijke voor mij in een ander daglicht komen

gelijkertijd moer je de dood

staan. Het laat zich aanzien als een eindeloze reeks tijdelijke

Als persoon wil je overleven, koste wat kost. Pas als de persoon

manifestades van dit: van een zijn dat in wezen geen naam en

doorzien wordt, kan ook de angst voor de dood verdwijnen.

vorm heeft, maar slechts ervaren kan worden als naam en vorm.

Want wie is er dan nog om te sterven?

Het is in werkelijkheid ondeelbaar, maar spat aan de hand van

Angst en onbehagen zal nee

woorden en gedachten altijd weer in duizend stukken uiteen.

blijven tot je ziet en ervaart dat je het geheel van verschijnselen

zo

lang mogelijk zien re ontlopen.

zo

lang als basisgevoel aanwezig

bent, de ruimte waarin ze (jij als persoon, de aarde, het gevoel


Ook het woord Eenheid maakt van dit onherroepelijk iets an

bang te zijn, de dood) plaatsvinden. Die ruimte kan per defi

ders dan dat waarnaar het verwijst. Eenheid wordt vaak gezien

nitie nooit 'sterven' of verloren gaan, wam die was er al voor je

als een verbonden zijn m_et God, de Bron of een andere bena

jezelf als persoon begon te ervaren, en zal ook blijven bestaan

ming van het Onnoembare. Het is daardoor niet in staat om

als je dat niet meer doet.

troost of inzicht te bieden, omdat de Eenheid beleefd wordt

Eigenlijk is het vrij eenvoudig om bij jezelf na te gaan dat het

vanuit een entiteit die verbonden is met iets. De identificatie

zo is. Immers, als je gaat slapen verdwijn je, en met jou alles

ll

Hennnmingen aan hel N11

Eenheid

waaraan je je als persoon vastklampt: de wereld der verschijnse

veronderstellingen die als stut kunnen worden gebruikt om

len (mensen, verleden, ervaringen). Je weet dar al van tevoren,

jezelf als persoon overeind te houden, maar een waarheid die

en toch geef je jezelf vol vertrouwen over aan de slaap, dus aan

elk momenr voor je beschikbaar is. Dan weet je dat ook de

je eigen verdwijnen, je eigen dood in feite. Ook tijdens de slaap

dood slechts een verhaal is dat zich nu aandient, als verhaal en

word je niet bang, want je bent er gewoon nog, alleen niet als

niets meer dan dat. Uiteindelijk kan werkelijk zelfinzicht pas

iers/iemand met een vorm, een bestaan, een verleden. Je

bent

plaatsvinden als het zoeken en willen begrijpen ophoudt: dan

alleen maar, en hoe heerlijk is dat! Aan het eind van elke dag

pas maak je ruimte voor de waarheid van de onverdeeldheid en

verlang je er opnieuw weer naar.

onvermijdelijkheid van dit, van het acute aanwezig zijn van dit
als enige realireit.

Het gezonde verstand zal zich hier niet zomaar bij neerleggen.

Dat is voor het denken niet te bevatten, omdat ieder denk

Het gaat protesteren. Her laat zich horen: 'Ja, mooi gezegd,

beeld per definitie een beperking inhoudt, een opdeling van de

maar er is een groot verschil: ik weet dat ik de volgende dag

Eenheid. Eenheid kan hoogstens rechtsereeks herkend worden.

weer wakker word.' De waarheid is dar je dat eenvoudigweg

Als deze waarheid dus nier begrepen, maar herkend en diep

niet weet. Dat is een verhaal dat je her vertrouwen geeft om je

doorvoeld wordt, vindt bevrijding plaats uit de wurggreep van

over te geven aan het ongedifferentieerde. Als je wakker wordt,

het moeten en willen; kan er plotseling een ontspanning op

word je wakker vanuit het niets. Je bent dan zuiver niets, maar

treden, een overgave aan de eenheid en onbenvloedbaarheid

al heel snel verschijnen er verhalen over je als persoon met een

van dit. Het kan gebeuren, maar er is niets of niemand om het

verleden, over de wereld als een oord waar van alles in gebeurt

teweeg re brengen. In die zin is de situatie van ieder mens hope

en is gebeurd, en waarin je zult gaan sterven. En dan is er on

loos. We zijn als personen immers niet meer dan verschijnselen

middellijk weer her onbehagen en de angst, hoe subtiel aanvan

die spontaan opdoemen in dit, zonder enige macht om iets te

kelijk ook.

doen of te laten. In onbewaakte ogenblikken, vele malen per

De verkramping tot persoon, tot eindig en kwetsbaar verschijn

dag, zijn we er ineens niet meer als persoon, maar dan zijn we er

sel is de basisangst die het leven zo zwaar kan maken. En roch

nog wel - als onpersoonlijke aanwezigheid, als onpersoonlijke

kun 'je' die angst ook aarnemen, niet als persoon, maar als

ervarenheid, als het totaal van de verschijnselen die zich op dar

het Geheel, als het Leven waarin dat verschijnsel plaatsvindt.

moment voordoen. Op dat moment crekt er geen spoor van

En als je haar waarneemt, weet je dat je haar niet bent. Dat

persoonlijke beleving meer door dit. Voor dit maakt dat niets

is geen verstandskwestie, geen aaneenrijging van verhalen en

uit: dat is eeuwig en altijd zichzelf.

llcnnntJnnyen aan het Ni!

Met het ongedifferentieerde leven dar geen vorm of inhoud


heeft, ben je dus nier veebonden -

dat BEN je. Daarbinnen

vinden allerlei verschijnselen plaats die je kunt volgen, kunt

Zee van niet-weten

waarnemen. Dat volgen, die waarnemendheid, kan niet 'in el


kaar vallen', of er nu iets, veel of niets is om re volgen en waar
re nemen. Die waarnemendbeid is er altijd en verandert nooit.

De grot is schaars verlicht en kleiner dan verwacht. Op de wan

Het is het enige dar werkelijk te noemen is.

den van de smalle gangen en de wat grotere ruimren die kamers

Je staat altijd 'aan'. Je kunt eenvoudigweg niet 'uit' staan, hoog

genoemd worden, zijn tekeningen aangebracht in aardkleuren:

srens in de slaapstand. Je staar altijd aan, en dat aanstaan is

dit.

bruin, oker, geel, zwart, donkerrood en wit. De gids verrelt dat

zijn. Jouw 'er zijn'

hier duizenden jaren geleden jagers hebben geschuild en vermoe

Je kunt het niet zien, je kunt her alleen maar


is het 'er zijn' van alles.

delijk religieuze rituelen hebben uitgevoerd. Dieren die allang


zijn uitgestorven vullen samen met stieren en paarden het groot
ste deel van her wandoppervlak Ik bevind me in de grotten van
Lascaux. De afgebeelde taferelen bezitten een levendigheid en
gratie die hun grote faam rechtvaardigen. Maar als de gids over
de recente geschiedenis van de grot vertelt, doet een zekere ver
vreemding zijn intrede. Want we blijken ons niet in de originele
grotten te bevinden, maar in een exacte replica ervan, Lascaux ll
genaamd. De oorspronkelijke tekeningen waren in de beginjaren
na de ontdekking van de grotten zodanig aangetast geraakt, dat
besloten werd om Lascaux 11 te maken en de oorspronkelijke
grotten, die zich enkele tientallen meters verderop bevinden, niet
langer toegankelijk te houden voor publiek.
Als het verhaal van de gids tot me doordringt, lijken de teke
ningen hun levendigheid en gratie kwijt te raken. De kleuren
lijken Aecser, de vormen minder mysterieus. Tor ik besef dat er
niets veranderd is, behalve het verhaal over wat ik zie. Wat ik

/li

11

Zuo van nietwtten

Hcnnnenngen arm hel Nu

meende te zien was een prehistorische grot vol rituele rekenin

selen. In werkelijkheid bestaan er alleen maar verschijnselen.

gen met een fascinerende geschiedenis, waarin mensen net als

Ook gedachten en ideen over keuzemogelijkheden en lotsbe

wij in uiterst primitieve omstandigheden probeerden te over

paaldheid maken deel uit van de totaliteit van verschijnselen.

leven en betekenis aan hun leefwereld trachtten re geven. En

Die totaliteit is wat we het nu noemen, en dar is volkomen vrij

aan dat verhaal zaten weer talloze andere verhalen vast over de

-vrij van keuze en her ontbreken van keuze.

evolutie van de mens en de dieren waarmee hij leefde. Maar


wat ik werkelijk zie is het nu in de vorm van wanden en vloe

Het nu bevat geen verhaal, geen geluidsband met ondertiteling.

ren en Jampen en mensen die gedempte geluiden maken. Alle

Het nu heeft geen betekenis. Het is onverstoorbaar en altijd

verhalen vervagen, ook de verhalen over mijzelf. Er blijft slechts

zichzelf. Het komt nergens vandaan en gaat nergens heen. Het

een nier-weten over, een vormloos gewaarzijn gevuld met kleu

ervaart alrijd alleen maar zichzelf, zonder te weten war het is.

ren en geluiden zonder betekenis. Ik zie een lichaam, 'mijn' li

Vragen als wat, hoe en waarom hebben nergens betrekking op.

chaam, de grot uidopen en het linkerpad aAopen dat naar de

Ze kunnen niet verbonden worden aan een verhaal. In her on

parkeerplaats leidt. Ik zie de benen bewegen, ik zie de voeten

gedefinieerde en onbenoembare nu blijfi: elke betekenisgeving

zorgvuldig op de grond neerkomen en weer van de grond los

doelloos ronddrijven in niet-weten. Het leven zoals het zich aan

komen. Ze hebben geen weet van war ze doen, geen idee dat

dient, in welke vorm dan ook, wordt in volkomen onbevangen

ze iets doen. Ze bewegen alleen maar, zonder concept, zonder

heid aanvaard zoals het is - zonder verhaal, zonder iemand die

uitgangspunt. Een handeling bevat geen gedachte.

zegt: ik aanvaard het leven zoals het is. Verwondering vormt het

Heb ik de keuze gemaakt om naar Lascaux re komen? Kies ik

basisingredint van elke waarneming. Goed noch slecht, mooi

ervoor om het linkerpad te nemen naar de parkeerplaats, in

noch lelijk hangen als loden gewichten aan de kat die een muis

plaats van het rechterpad dat naar her resrauram leidt? Her eni

vangt en aan stukken scheurt, met huid en haar verorbert en

ge dat ik weet, dat ik kan weten, is dat her gebeurt. Het rechter

alleen de galblaas op de deurmat laat liggen. Geen onrecht zit

pad nemen is nooit een optie geweest, want her gebeurde niet.

er in dat tafereel, en ook geen wreedheid, alleen verwondering.

Alleen in de droom van het persoonlijke bestaan leek die optie

Het nu is onbegrensde verwondering, drijvend in een zee van

er te zijn. Wat in werelijkheid plaatsvindt is altijd de enige

nier-weten. En regelijk is een zin als deze niet waar, want hij

optie. Maar dat betekem nog nier dar de dingen van tevoren

maakt van die onbegrensde verwondering een verhaal over on

vaststaan. Want dat zou impliceren dar er iets of iemand aan het

begrensde verwondering, drijvend in een

roer zit, een entiteit met controle over de wereld der verschijn-

Zo'n zin maakt deel uit van de geluidsband die denken ge-

78

zee

van niet-weten.

/'l

Zee van niet weten

llcrumellnycn rwn t1et Nu

noemd wordt en als ondertiteling fungeert bij de verschijnselen

zien. De wijze gelooft nier wat hij denkt re zien, maar alleen

die zich op dar moment voordoen. Maar zelf is die geluidsband

wat hij zieL'

ook slechts n van die verschijnselen. Hij kan nooit het geheel
overzien waarop hij denkt commentaar te leveren. Her enige

Kijken we vanuit rust, vanuit her onverstoorbare, naar wat

dar hij doet is her niet-weren omzetten in een ogenschijnlijk

zich aandient, dan bevat dat geen verleden en geen toekomst.

weten en begrijpen. Weg verwondering, weg niet-weren. De val

'Toen' en 'dan' drijven als verhalen rond in dar waarin ze ver

uit her paradijs vindt opnieuw plaats, en met de volgende zin,

schijnen, net als 'ik' en 'zij', en 'lang' en 'breed'. Her eeuwige

met her volgende verhaal nog eens. AJs de woorden en verhalen

veranderingsaspeer van het nu brengt met zich mee dat niets

gezien worden als dat wat ze in werkelijkheid zijn, zullen ze zich

van war zich erin aandient vaststaat. Het nu is het enige dat er

nog steeds blijven aandienen. Maar ze zullen gewoon niet meer

is, en war er in verschijnt kan niet van tevoren vaststaan, omdat

geloofd worden. En regelijkerrijd zal gezien worden dar ze de

her altijd 'onderdeel uirmaakc' van her nu. De dingen kunnen

waarheid verrellen zonder die uit re spreken. Want ze verwijzen

niet anders bestaan dan in her nu. Ook ideeen over dingen

net als alle andere vormen en verschijnselen naar de waarheid,

die 'sraan re gebeuren' kunnen alleen in her nu verschijnen.

de onmiddellijkheid, van her verhaalloze nu.

Ze maken allemaal deel uit van de vorm die het nu aanneemt

Her nu is alrijd Zo, alrijd Oir. Her valt nier re verstoren, ook al

rijdens hun verschijnen.

verschijnt er onrust in, en verhalen over iemand die pijn heeft,

Maar regelijkertijd brengt her onveranderlijke aspect van her

verdriet heeft, de waarheid nier zier, de waarheid nooit zal zien,

nu met zich mee dar war zich aandient onvermijdelijk is. Want

zichzelf is kwijtgeraakt. Degene die voelt dar her verhaal over

het nu kan nooit iets anders zijn dan war het is, omdat her het

her leven dar hem van kleins af aan is bijgebracht nier klopt,

enige is dat er is. Anrhony de Mello formuleerde deze waarheid

die op zoek gaat naar een ander verhaal dar wel her predieaar

uiterst bondig en precies toen hij verlichcing omschreef als 'ab

'waarheid' verdient, is zelf niet meer dan een verhaal. Zijn on

solute samenwerking met het onvermijdelijke'.

begrensdheid lijkt zich rot dat verhaal te vernauwen, maar in

Precies op dac snijvlak van onbestendigheid en onvermijdelijk

feite drijft het gewoon door her nu heen, ogenschijnlijk voor

heid ligt het 'punt' waarop we ons, los van alle verhalen, in

korre of langere tijd, ZQnder dat nu te verscoren in welke zin

werkelijkheid bevinden. In ons alledaagse leven, wals het nu

dan ook. Dat kan gezien worden, ronder dat het door iemand

vaak genoemd wordt, valt niets re voorzien, niets re voorspellen

wordt gezien. Dat is wat Huang Po bedoelde toen hij zei: 'De

en niets re verklaren. Verschijnselen drijven onaangekondigd

onwetende gelooft nier war hij zier, maar wel wat hij denkt te

rond in onszelf, als onszelf.

81)

81

Hennneringen

aan

het Ntl

Zee vnn

111ei

weten

In de vorige eeuw was John Cage op zoek naar een manier om

uit voort komen, maar we weten her nier. We verzinnen verha

zijn muziek natuurlijker te laten klinken. Hij was tot de con

len over waar ze uit voortkomen, in de hoop dar de ogenschijn

clusie gekomen dar de muziek die hij componeerde per defi

lijke verstoring van de rust waaruit we bestaan, zal verdwijnen.

nitie gekunsteld was, omdat ze bewust en met het oog op een

Maar juist die verhalen vormen de ogenschijnlijke verstoring

bepaald emotioneel effect bedacht was. Hij was ervan overtuigd

die we trachten op re heffen. De verhalen verwijzen alleen maar

dat spontaniteit en natuurlijkheid niet bedacht konden wor

naar zichzelf en draaien zichzelf vast in een onontwarbare klu

den. Maar die konden naar zijn idee wel gevonden worden met

wen. Te zien dat die kluwen onvermijdelijk is, omdat her nu

behulp van het toeval. Het toeval was volgens Cage her middel

niets anders kan zijn dan wat het is, is de kluwen doorzien als

om de spontaniteit en de natuurlijkheid waar hij naar op zoek

onwaar. En zie, de kluwen ontrolt zich lOt een enkele draad

was re manifesteren. Hij besloot zijn muzieknoten tevoorschijn

zonder begin en zonder eind, en lost uiteindelijk op in het niets

te laren komen door her gooien van een dobbelsteen. Het was

- een niets dat geen niets is, geen afwezigheid, maar juist de

een revolutionaire gedachte, maar zijn muziek was nier om aan

aanwezigheid van alles wat ervaren wordt. Die aanwezigheid

re horen. Ze miste de vloeibaarheid en de harmonie die ons zo

wordt gevoeld als onvermijdelijk, maar niet vanzelfsprekend,

van muziek doet houden.

als een gegeven en een gekregen tegelijkertijd. Mensen worden

Wat Cage, ondanks zijn jarenlange studie van het Zenboed

gezien in hun staat van onschuld, want wie zou ergens schuld

dhisme, niet begrepen had, is dar zijn denken nee zo'n spontane

aan kunnen hebben? Wat zich voordoet en laar zien wordt ont

manifestatie van het universum was als elk ander verschijnsel.

vangen in dankbaarheid, telkens opnieuw.

De dingen die zich voordoen, in welke vorm dan ook, zijn al

Niets staat vast, maar alles is onvermijdelijk. De waarheid daar

tijd spontaan, naruurlijk en harmonieus. Ze passen altijd in het

van laat geen ruimte meer voor een centrum binnen het nu

nu, en ze worden nier bedacht of gemaakt door iets of iemand

waar verschijnselen als ervaringen aan opgehangen kunnen

- ook gedachten en intenties niet. Een bloem, het lied van een

worden. Verhalen over het nu blijven zich aandienen, maar

vogel en een muziekstuk van John Cage zijn op het moment

worden niet langer geloofd. Er is niemand die iets doet, vindt

dat ze verschijnen allemaal een perfect gecomponeerde uitings

of ervaart. De tekeningen in de grotten van Lascaux worden

vorm van her nu.

gezien door zichzelf. Alles drijft in een zee van niet-weren. Alles
is zich bewust van zichzelf, zonder het te weren.

We weten gewoon niet waar de dingen vandaan komen, waar ze


uit voortkomen. We veronderstellen dat ze ergens vandaan en

82

8:1

Herinneringen
Memones come down
and rne, once again.
l'n1 cau\]lt without an umb;ella

fvltchael Franti

Mijn grool.ie wens is in vmvulling geuaan. Ik kan fietsen De

banden van miji? nteu1ve fiets knarsan over het gravel en de


losse steentjes dil langs de kanr van de straar liggen. l-Iet leren
zadel maakt een !eren geluie! ik nd langs spelende kinderen.
langs brandneteis en boterbloemen, langs houten palen met
telefoondraden.
Plotseling realiseer ik me dat ik er al ttd al ben gewees t. Ik ben

omringd door bekende en onbekende mensen en dingen ik kan


fietsen en nog IJOnderd andere dingen. Ik ken de stmat. 1k kan
lezen en schrijven, tk voel me thuis tussen alies wct ik nier thuis

kan btengen. alsof een schip me ZOJUist !Jeeft afgeleverd, alsof ik


net van de loopplank ben gestapt en beland ben 111 een le ven dl
al een em op weg is. Ik wil iets vasthouden. mijn fiets. de wmd,

de rwrllie waarin ik leef

Hur11lntll inqrm aan het i11

lcrmnCI llJll!l

Alle geluiden wiJen naar mij. Ze zijn m 1ji1 eigenste ik het misen

onderaf gestoken wordt. HiJ springt nog eeo keer, zonder gelwd

'an de wifld. het ritselen van de blaeren. Een ekster landt naast

te maken. Een groene vlam

het voorwiel van nnjn fiets. Zijn ogen gltinmen. Zwarte glanende

k1kker. Ik ben de huid van het warer waar de wind over stnjkt Ik

bolletjes zijo het. Ze lijken iets re \'ragen.

ben and. gras k1ezel.

111

het water. Ik ben de huid 'iln rie

Langzaam kleurt de zon alles mod. Efm grote witte wol k glijdt

Overal en altijd, op de vreemdste plaatsen

en

de meest onver

door do lucfit over een onzichtbare vo.'Oikenweg. als een reu-

wachte momenten, dringen zich herinneringen op. Aan de ont

zen slak. Geen gelu1a. Geen beweging. Alleen de geur van wmer

bijttafel, tijdens een gesprek, onderweg naar de winkel, onder

planten. Nu weet ik weet waar ik hen. Ik zit inlwt gras en alles

de douche en in bed, steeds komen er herinneringen langs. Ze

is meaw. Het licht

van

de zon struomt door mijn adettm. drJi ft op

brengen me terug naar plaatsen waar ik ben geweest, mensen

mijn huid, zwemt in mijn ogan. Het opent aile deuren en sclujnt

die ik heb gekend, situaties die ik heb meegemaakt. Ik zie me

naar i1innen. waar 1 ben AiltJs -emnro


i rt en blijft roc/1 zoals hot

zelf weer op een berg staan, of door de enorme ruimte van de

is De zome1 gaat nooit oOt !Jij.

Sahara rijden. Ik loop als kind weer langs de zee. Ik kijk weer
in de ogen van mijn eerste vriendinnetje. Ik word weer kwaad

Herinneringen geven je een leven om op terug re kijken, een

op een auto die me afsneed, of een collega die me dwars zat.

doel om voor te leven, een houvast als je niet meer weet waar

Ik word weer tot tranen toe geroerd door een schilderij. Ik lees

het heen moet. Ze maken je langer dan her nu. Ze helpen je

weer een boek in mijn hangmat. Ik zie mijn kinderen weer ge

overleven in een drukke, ingewikkelde wereld. Je kunr ze niet

boren worden. Ik zie mezelf weer langs de velden fietsen, in de

sturen. Ze komen spomaan binnenvallen zonder zich af te vra

gelukkigste rijd van mijn leven. Vooral die tijd herinner ik me

gen of ze eigenlijk wel welkom zijn. En ze hebben altijd met

vaalc, en telkens bekruipt me een gevoel waar ik de vinger niet

jou te maken, wam jij was erbij reen ze nog geen herinnering

op kan leggen, een gevoel dat weer een volgende herinnering

waren. Het liefst zou je ze willen kunnen sturen, zou je

aan die tijd oproept.

ze

de

inhoud willen geven die je je wenste. Je zou ze vrolijk, liefdevol


en dierbaar maken. Je zou op ze kunnen teren als het even niet

Ik zit in het gras en kijk napr het water in de sloot. Alleen de

meezit. Je zou ze kneden tot een prachtig sprookje, met jezelf

planten op de bodem bewegen met de stroom mee.

in de hoofdrol. Of toch niet? Wat zou er gebeuren als je je her

Ik k1jk zon

der te kijken Dan komt de groene modder m beweging. Het is

inneringen zelf zou kunnen maken?

geen modder. het is een kikker. Hij springt omhoog alsof !lij van

B6

8/

Hennnennyen aan bet Ntl

Her;nncrmgen

Toen Lin Chi een voettocht door her Han Shan-gebergre

"Misschien kan ik u helpen", zei Lin Chi toen. "Ik herinner me

maakte, zag hij op een dag een man op een steen langs de kant

namelijk dar ik naar u heb sraan kijken voordar ik iets tegen u

van de weg zitten. Her leek alsof de man deel uitmaakte van het

zei. U keek heel aandachtig

landschap, zo stil zat hij. Lin Chi meende hem te herkennen als

"Herinnert u zich dat?", vroeg de oude man.

naar

her hart van een bloem."

de oude zenmeester die hij meermaals her klooster binnen had


zien lopen, op zoek naar de abt. Hij had ze wel eens samen aan

"Waarom deed ik dat dan? Dat weet ik nier meer."

tafel zien zitten met een fles wijn tussen hen in, lachend of in

"Maar u hebt toch bereikt wat u wilde bereiken? U wilde een

een ernstig gesprek verwikkeld, dar wist hij niet precies meer.

herinnering maken, en daar bene u ook in geslaagd- een her

"Wat bene u aan het doen?", vroeg Lin Chi.

innering voor mij."

"Ik ben een herinnering aan her maken", zei de oude man.

"Dus

"Hoe doet u dat dan?"

Lin Chi dacht een tijdje na. "Misschien omdat ik gewoon stond

"ik leg het moment vast- ik houd het vast."

re kijken", zei hij coen. "ik stond te kijken terwijl u zat na te

hebt de herinnering nu? Hoe kan dat?"

"Denkt u dat het werkt?"

denken over het kijken."

"Vraagt u me dat nog maar eens over tien jaar."

Na deze woorden vouwde Lin Chi zijn handen voor zijn borst,

"Dat zal ik doen", zei Lin Chi, "als ik her me dan nog herinner."

maakte een buiging en liep kalm verder, net als tien jaar daar

Tien jaar later ontmoetten de twee mannen elkaar weer, langs

voor. Alleen de schaduwen van de bomen langs de kant van de

dezelfde weg, op dezelfde plaats.

weg waren langer dan de eerste keer. En toen hij in een van die

"War bene

schaduwen stapte, verdween hij weer in de luidruchtige stilte

u aan

het doen?", vroeg Lin Chi.

"Ik ben bezig me iets te herinneren", zei de oude man.

van her Han Shan-gebergte, zonder te weten waar hij heenging,

"War bem u zich dan aan het herinneren?"

en zonder te weten waar hij was geweest.

"Dar ik hier tien jaar geleden een herinnering zat te maken."


"Heel goed. Daar bent u dan in geslaagd."

lk herinner me nog meer momenten waarop ik even wakker

"Nee", zei de oude man, "daar ben ik helemaal nier in geslaagd."

werd en ik mijzelf en de wereld onbeschadigd aantrof. Ik werd

"Hoe bedoelt u?"

met russenpozen wakker en wist ik weer waar ik was, wie ik

"Ik kan me alleen maar herinneren dat ik een herinnering wil

was, in die tijd waarin de wereld en mijn zelf naadloos in el

de maken. Ik kan me niet meer herinneren welke herinnering

kaar overliepen, waarin sneeuw en kou me overnamen en ik de

dat was."

sneeuw en de kou werd.

88

89

Herinneringen aan hel Nu

Hcnnnenngen

Oe hel e week heeft hei gesneeuwd. Elk geluid klinki alsof het

in die zin dar ze slechts onderdeel uitmaken van het Nu. De tijd

verpakt zit in een hele prote wollen want. In het veld voot on8

valt niet

h uis kraakt de sneeuw onde r mijn voeren. Na een tijdje zttten er

dat .ve vasthaken aan de beelden die voortdurend langskomen.

rr

vangen, zelfs niet voor een deel. De tijd is het verhaal

een paar ijsp egels aan mijn wanten. Ik bijt ze los, een voor een.

.:>Lmmige beelden labelen we als verleden, sommige als toe

Twee ervan

komst. Maar alk beelden bestaan alleen in het Nu, als het Nu.

stop ik in mtjn mond Met mrjn ogen di1t .roef ik

ze iVormen die naar ijzer smaken. Ik veeg een paar draden wol

Niets kan buiten het Nu bestaan. Het is onbegrensd. Her bevat

van mijn lippen. Oe schaduwen in de sneeuw worden donker

alles wat we werkelijk en onwerkelijk kunnen noemen. Het Nu

blauw en steeds langer. De koude lucht smjdt in mijn kr 'iil. Ik heb

is alles. Meer i: er niet. Ook een herinnering is een vorm van

niemand oodig. Ik wil mets. Ik hoef niets. l-Iet geluid 11an mijn

Nu. Het Nu neemt soms de vorm aan van herinneringen. Het

schoenen in de sneeuw.
en mijn

wanten.

verleden besraat als beeld of gedachte binnen het Nu, maar het

De watmte van mijn jas en mijn muts

heeft op zichzelf nooit plaatsgevonden, wam het Nu is allesom

Ik zou hier kunnen gaan zitten en me met meer

verroeren, als eeo sneeuwpop.

vattend. Het verleden is niet meer dan een vcrhaal binnen her

Ik zie brjna niets meer als 1k terug naar huis loop. Plotseling gaan

Nu. Er bestaar niets buiten her Nu, ook geen verleden. Je kunt

de straatlanraams aan- geel-oranje- en het nieuwe licht maakt

nier uit her Nu, dat is wat het allesomvattend maakr.

me wakker, alsof moeder het licht aandoet en me naar !wis

En daarmee valt mijn persoonlijke bestaan uit elkaar. Ik heb

roept Ik kijk I)Og een keer om me heen, en 1k zie dat het

is,

overal- meer winter da n

win ter

nooit bestaan. Ik besta alleen maar, allijd Nu. Her Nu en mijn


bestaan vallen samen, ze kunnen nier wnder elkaar. Ik ben niets,

ik oo1t heb gezien. De tucht is bijna

wam ik heb nooit bes man. Ik ben alles, wam ik besta als het Nu.

helemaal donker nu. Hrj lijkt naar beneden te vallen. Ik sta er


ander; en ik adem. Alle dng e n leven. Ik heb daa1 geen woorden
i

voo; maar ik voel het ik

t het.

wee

Ik sta 11oor mrjn huis en kijk over het veld vr me. Een zwerm

De dil)genzijn nog nooit zo

overllein, met hun nekken naar voren ge

diefitbij geweest. Ik lwud alles vast met rmjn ogen en mijn ht:tn

ganzen vlieg,. er vlak

den en mi1n voeten Alles is hier:

strekc En voor n roepen ze naar elkaar. 0<'era/ zieten measen

01 ''et lar.:!. Ze rooien de aardappelen. Als de manden t'OIzrjn,

Herinneringen bestaan, dar kan niet betwijfeld worden. Als

ze

emotioneel geladen zijn, blijven ze ons vaak bestoken toe we er


gek van lijken re worden. Dan willen we

ze

kwijt, maar ze I ,

ven maar komen, en ze doen zeer. Maar hun realiteit is relatief,

CJ!l

lopen ze er mee naar de schuren waar ze te drogen wmden


gelegd. ledereen is druk bezig. Niemand ziet me. De ganzen ztJn
.

HchthiJ dat 1k ze oer me l1een voel liegen, ook als tk ze niet

zte alsof er iets zachts over mtjn /Jaren sirrikt


,

91

llcrlflnelingen <lllrl het Nu

Het

is bijna

donket: Er lopen nog een paar mensen met manden

Hennnerirltln

nie(S anders. Zo leefde ik toen ik acht was en de wereld voor

vol aardappelen over het \1eld. Een zwerm kraaien landt in e iop

me openging. Maar ook dat is niet meer dan een herinnering.

van een boom. De avond strijkr Ot'er mijn wg en mijn handen.

Her is nooit gebeurd.

Ik ruik de lucllt en het land Ik kijk naar nnjn armen, en ik geloof


met meer dar ik in mijn vel woon, dat 1k ophoud waar mijn vel
ophoudt. Bm,.en me hangen een paar gri]le wolken. De regen
komt p/otselmg n,?ar beneden Ik ben /Jet land. Ik ben de regen.
Ik heb het geoel dat ik net wakker geworden ben uii een droom
waarvan ik me het verhaal niet meer kan herinneren. Er kwamen
ganzen in voor. en kraaien. De wereld is mystelieus en \10/leven.

Ik wil alleen nog maar wakker blijven, -oor altijd; luisteren,


ruiken mijn hoofd recht houden, mijn ogen openhouden, met
lucifers, met bomen. Lopen naar het einde l'an de weiBid en
nooit meer slapen.

Ik kan mezelf niet meer serieus nemen. Ik kan alleen het Nu


nog serieus nemen. Het is onzinnig om het te willen verande
ren, negeren, omzeilen, om her de baas te willen worden. Ik
praat mee over de roekomst van de wereld als me dat gevraagd
wordt. Ik scheid mijn afval en gebruik niet meer energie dan
ik nodig denk te hebben. Met oude vrienden kijk ik terug op
goede en slechte tijden. Als ik foto's zie van mijn vrouw of mijn
kinderen dringen zich verhalen op over vakanties in Frankrijk,
verjaardagen met goGchelaar, onze trouwdag en de eerste dag
naar schooL En tegelijkertijd weer ik beter. Terwijl ik naar zo'n
foto kijk, herinnert het geluid van een vogel of een langsrijden
de auto me aan mijn werkelijke bestaan: Dit, Hier, Nu. Er is

!))

Het ze U van a He dingen


Je zult de wereld nooit op de ware manier beleven.
totdat de zee 7811 door je aderen vloeit.
totdat Je gekleed gaat met de hemelen

en 1ekroond bent met de sterren

71Jomas Traheme

Zomer. Eindelijk buiten. Ik kijk omhoog en zie her zachtst


denkbare blauw. Af en toe wordt her onderbroken door een
even zacht wolkengrijs. De hemel heeft er nog nooit zo uitge
zien. We leven altijd in het nieuwe, het onbekende. De plan
ten in de ruin spelen een licht- en schaduwspel met zichzelf.
Onzichtbare honden vechten een oorlog uit. De kat kruipt op
zijn hoede onder de ruinpoon door. Schaduwen verschijnen op
het gras. Het zijn naamloze uitnodigingen van ons Zelf aan ons
Zelf. Alles mag er zijn, en weerstand ertegen, op welke manier
dan ook, is een vorm van krankzinnigheid.

De schaduwen zijn langer geworden, en de onzichtbare honden


laren zich niet meer horen. De kat is opgelucht. Afval en dorre

Hcr:nnt:illl!Jnn mm hel Nu

liet Lelt van c1llc dmyen

bladeren schuiven over straat in een plotselinge windvlaag. Al

enige dat zich bewust kan zijn van zijn bestaan, is het bestaan

deze dingen bestaan, maar ze bestaan niet als losse dingen. Alles

zelf. Dar is her enige war er bestaat, onverdeeld (en ondeelbaar),

war is, alles wat dit en hier en nu genoemd kan worden, is n

open, spontaan en vrij, en aangezien je n ding zeker weet,

hier, n nu, n 'ding' dat zichzelf ervaan als wolken, wind,

namelijk dat je bestaat, dat je er

ruin, afval, potlood, papier, gedachten die zichzelf beschrijven.

zijn. En alles war er

Het Zeif is zich bewust van zichzelf. Een haan kraait. Dil is alles

organisme dar jouw naam draagt, is dus een

war er is. Hoe volkomen mysterieus en onbegrijpelijk is het.

zodanig ook een

Maar dit niet-weten zelf is volkomen helder.

en vrijheid zonder idemiteir.

Alles is Bewustzijn en verschijm

in en als Bewustzijn. Wat je

dachte die voortdurend andere gedachten en gevoelens in zijn

bent is nier gehuisvest in het lichaam. Het is nergens in ge

kielzog meevoert. Die 'ik'-gcdachte heeft geen enkele substan

huisvest, want het is alles wat zich voordoet. Je kunt hoogstens

tie. Als hij serieus genomen wordt (wat in feite wil zeggen dat de

bent, moer jij dar geheel wel

in en als dar geheel verschijnt, inclusief her


ttitdrukking (en als

weerspiegeling) van die openheid, spontaniteit

'Ik' is nier meer dan een woord, een zich almaar herhalende ge

zeggen dat alles 'gehuisvest' is in wat je bent. Het komt er uit

aandacht van het geheel zich vernauwt tot exclusieve aandacht

voort en verdwijnt erin. Wat je bent, is nergens op gebaseerd,

voor die ene 'ik'-gedachte en diens maatjes- gedachten over jij,

nergens aan gebonden, en wordt nergens door veroorzaakt. Het

wij, zij, die, dat en daar) lijkt die 'ik' een onafhankelijk bestaan

is een ondoorgrondelijk mysterie omdat je er niets over kunt

in het lichaam te hebben. Wordt die gedachte niet meer geloofd

zeggen, omdat je het alleen maar kunt zijn. Alles wat anderen je

(en dat kan die 'ik'-gedachte naruurlijk zelf niet afdwingen- de

erover wijsmaken, of wat je jezelf erover wijsmaakt, zijn verha

'ik'-gedachte kan in feite helemaal niets), dan is er plotseling

len. Die kunnen mooi zijn of niet, ze kunnen je aanspreken of

heel veel ruimte en ontspanning, een onrkramping die aanvoelt

niet, maar waar (de Waarheid) zijn ze in elk geval nooit. Ook de

als een eindeloze uitdijing, een eindeloos vallen in niet-weten,

dood is niets anders dan een verhaal. Het enige wat er is en wat

een thuiskomen op de plek waar je altijd al was. Maar daar naar

zichzelf 'beleeft', is het leven zelf. Maar zolang er nog sprake

sereven of verlangen is vruchteloos, want zo'n sereven of verlan

is van identificatie met een ogenschijnlijk onderdeel (de 'per

gen maakt slechts deel uit van het kielzog van her 'ik'.

soon' of 'ik' bijvoorbedd) van het geheel, kan dit niet begrepen
worden. Want je bestaan als persoon is een illusie, en kan zich

Het persoonlijke bestaan is niet meer dan een misverstand,

daarom nooit bewust zijn van zijn eigen bestaan. Vandaar dat je

maar wel een hardnekkig misverstand. Het is de basis van alle

altijd lijkt vast te lopen. Maar er is niets dat kan vastlopen. Het

aan de persoon gerelateerde angst en onzekerheid, en van elke

9h

9/

Hr)t zelf Vdn nll d1nyen

zoektocht naar bevrijding. Maar dat berekent nog niet dat je

duw overheen van een ik-gevoel dat zich de ervaring weigent,

voor altijd vastzit aan dat misverstand. Het kan doorzien wor

er iets van moet vi11den, juist moet reageren, zichzelf moer zien

den. Maar niet door jott. Het wordt spontaan en helemaal

re handhaven een opzichte van andere ogenschijnlijke perso

vanzelf doorzien als je opzij gaat en de dingen, inclusief dat

nen. Alleen her ervaren zelf wordt dan nog ervaren.

misverstand, alle ruimte geeft om ce zijn wat ze zijn. Dan wordt

Het vergankelijke wordt daardoor niet waardeloos, maar komt

vanzelf ervaren dat je zelf niet iets beperkts en persoonlijks is,

wel in een ander daglicht te staan. Alleen wat blijvend is (her

maar het Zelf van alle dingen.

Ene, dat wat je bent voordat het enige vorm of invulling heeft

Zoeken naar dat Zelf heeft geen zin, want her houdt de illusie

gekregen) is werkelijk; alle verschijnselen die in het Ene ver

iers of iemand te zijn (een zoeker in dit geval) alleen maar in

schijnen, zijn niet meer of minder dan wat ze zijn: verschijnse

stand. Het uitgangspum van de zoeker is rensloere dar er een

len. Ze komen en gaan, zijn vergankelijk en daarom niet werke

afgescheidenbeid besraar russen hem en wat hij zoekt. Zoekt hij

lijk. Is iets werkelijkheid als het niet NU bestaat?

de eenheid van het ene Zelf, dan berekent dat dar hij zichzelf

Alles verandere onophoudelijk. Daarom bestaat er eigenlijk

buieen die eenheid voelt staan. Maar buiten de eenheid staan

niets, behalve her 'iets' dat altijd verandert, als een wolk of

afgescheidenheid - is in feite onmogelijk. Dat is de basis voor

een rivier. Het wonderlijkste is dat dat 'iets' zich bewust is van

een eindeloze zoektocht en een almaar eoenemende of terugke

zichzelf- niet als iets, maar altijd als her ongedeelde geheel

rende verkramping.

dat zichzelf ervaart. Als persoon ben ik niet meer dan een idee

De ondeelbare eenheid die je bent (en die je deelt mee alle 'an

waarin dat geheel zich uitdrukt, evenals in alle andere 'dingen'.

dere mensen') droomt zichzelf een bestaan als beperkt organis

Er is alleen maar Dit, en dat is wat je bent. Dit is zon en tuin en

me. Dat valt niet re stoppen. Wat er ook gebeurt of lijkt te ge

een grote vlieg met haren aan poten en lijf die op 'mijn' hand

beuren, her dromen gaat door. Wat er wel kan gebeuren, is dat

gaat zitten. Dit is niets anders dan zonnen, vliegen, kijken,

begrepen wordt dat je die droom niet hoeft te geloven. Je bene

schrijven. Dit is niets anders dan Nu. Het is onvermijdelijk,

al thuis, ook al lijk je een hele reis af te leggen. Uiteindelijk kan

altijd aanwezig. Het is alles, inclusief de illusie van een ik die

werkelijk zelfinzicht pas plaatsvinden als her zoeken ophoudr.

het Nu zou ervaren. War zou er nog meer kunnen zijn? Wat

Dan pas maak je ruimte v_oor de waarheid.

zou er nog meer moeten zijn? Nu heeft genoeg aan zichzelf. Er

Als het bestaan als persoon niet meer als werkelijkheid ervaren

is alleen maar Dit, de vorm die Bewustzijn op dit momenr'

wordt, zier de wereld er nog precies hetzelfde uic. Alles gaat

aanneemt. Maar je kunt net zo goed zeggen: er is alleen maar

zoals het voorheen ook ging. Maar er hangt nier steeds de scha-

Hier. Of: er is alleen maar Nu. Het zijn woorden die in relatieve

98

'

Het wlf Vdil <llle dinqen

termen verwijzen naar het Absolute, naar 'war nu is', in termen

De hemel is volgelopen met wirre wolken die als eilanden ver

van respectievelijk de manifesrarie, de ruimte en de tijd. Anders

spreid liggen in een eindeloze zee. Alles wat er is, is Die: een

kunnen we er helemaal niets over zeggen. Dar hoeft ook nier,

levende aanwezigheid in de vorm van een blauwe hemel vol

maar soms wil Het dat.

witte wolken

en

vogels die nietsvermoedend hun lied zingen,

dwars door elkaar, zonder elkaars gemoedsrust ook maar in de


Het Ene kan oorzaak noch gevolg zijn/hebben, omdat er niets

geringste mare te verstoren. Niets verscoort deze aanwezigheid,

anders is dan het Ene. Het laat zich echter alleen 'kennen' in

ook niet de gedachte aan mogelijke verstoringen. Ik Ben is aan

de wereld der verschijnselen, en daarin schept her denken (ook

wezigheid zonder identiteit, zonder schuld, zonder meer.

een verschijnsel) de illusie van oorzaak en gevolg. Maar het is

Alle aanwezigheid is onschuldig. Geen enkele boom of plant

en blijft een illusie: er gebeurt in feite nooit iets - her Ene is en

heeft besloten boom of plant te zijn, of probeert het te zijn.

blijft altijd het Ene, ook al verschijnt het in een oneindig aantal

Geen levend wezen heeft een doel. Geen worrel is tevreden of

vormen en gedaanten.

ontevreden over het feit dat alleen zijn boom-zijn zichtbaar is.

Dit berekent dar een bepaald verschijnsel niet beter of slechter

Er is in het geheel geen probleem, en als de boom morgen in

is dan een willekeurig ander verschijnsel. Het Ene is volkomen

een storm wordt omgeblazen, is er nog steeds geen probleem.

neutraal. Dat is ook de reden dat de wijzen aangeven dat alles

Een probleem is een gedachte aan de toekomst. Zolang niet

'goed' is, ook alle geweld en lijden in de wereld. In feite is dit

gezien wordt dar alles zich spontaan voordoet en de hele ruimte

gebrekkig taalgebruik: noch goed, noch slecht bestaan in ab

vult, en dar

solute zin, dat wil zeggen: in de context van het Ene. Alles is

ogenschijnlijk problemen blijven aandienen. Iets anders dan

goed omdat het zo is en onder geen enkele voorwaarde anders

'war nu is', is niets anders dan een gedachte aan iets anders dan

er

nooit een vacum is in die ruimte, zullen zich

zou kunnen zijn. Dat 'voelt' voor mensen als goed, als 'zo hoort

'wat nu is'. En als die gedachte zich voordoet, is hij zelf 'wat

het'- er is eenvoudigweg geen alternatief. De dingen doen zich

nu is'.

zelf, en er is niets of niemand die daar ook maar iets aan kan

Boombladeren en grashalmen knikken 'ja' in de wind. Ze zeg

veranderen. Daarom is alles wat zich voordoer 'goed', d.w.z.

gen nooit 'nee'. De haan kraait nog steeds met tussenpozen.

onvermijdelijk of volgens 'ie natuur der dingen' - mooi weer en

Zijn roep heeft geen betekenis, behoeft geen verhaal. Alles

zachtmoedigheid evenzeer als oorlog en menselijk leed. Het is

voegt zich naar alles. Niets gaat ooit verkeerd, al zegt her den

allemaal de onvermijdelijke uitdrukking van het Ene. Alles mag

ken van wel. Alles ve rdwijnt in het oog in de orkaan, voorgoed.

er zijn aangezien het zich voordoet.

'Cloud-hidden, whereabouts unknown'.

11)(1

101

Dingen waarvoor
geen woorden bestaan
Wie leest deze woorden?
Wie kijkt
naar war zich
binnen
buiren
overal bevindt?

Alles
overal
iedereen
altijd
is het Zelf
zich van zichzelf
bewust

Bewegingloos
ligt Het
zichzelf te zijn
oordeelloos
is Het zichzelf
genoeg

Hemmtringen ililrl hel Nu

D111gen -:a.;rvtlor Y'!ell woorden bt:Stildil

Het Zelf

Het regent

gaat vooraf

het groeit

aan alles

het smelt

en iedereen

Het

aan altijd

is

en overal.

dar Her.

Het Zelf

Her is war is

heeft geen weet.

nier war hoort te

Her is geborgen

in zichzelf

war hoort

zijn

re zijn

neemt vorm aan

is nier wat is.

als land

Alleen wat Is

als mens.

Is.
Dar ben jij.

Her Zelf i s Zijn


is war je bent
is waar je bent

is war her is.


Her is
warme regen in de tropen
angst om te vallen
de vreugde van een kind.

104

10!>

Bibliografie
Ad i Da - The Knee of Lisrening
The Dawn Horse Press, 1995

Jan Arends - Lunchpauzegedichten


De Bezige Bij, Amsterdam, 1974

John Astin-Th is Is Always Enough


Non-Dualiry Press, 2007

JoanBaxter-Sword of NoBlade
Samuel Weiser, New York, 1992

R.H. Blyth - Zen in Enlish Lirerature and Griental Classics


E.P. Dutton & Co, New York, 1960

The Genius of Haiku- Readings from RH. Blyrh on poerry,


life and Zen
TI1e Hokuseido Press, Tokyo, 1995

Annie Dillard - Teaching a Stone ro Talk - Expedirions and


Encounters

101

Hcfllinm 1nyen ann he1 Nu

Pan Books, London,

Sihliogrnlie

Rutger Kopland - Verzamelde gedichten

1984

G.A. van Oorschot, Amsterdam,

2006

T.S. Elior - Four Quarrers


Dolores LaChapelle-EarrhWisdom
A.Gilchrisr - lhe Life ofWilliam Blake
Dent and Sons, London,

Finn Hili Arts, Silverton,

1978

1945
Barry Long - Barry Long's Joumal I

Srrange Glory -Awakening Ma n's Larene Powers

lhe Barry Long Foundation, London,

3
1991, 1992, 1994

edited byGerry Goldberg


Sr. Marrin's Press, New York,

1977

Wilfried Pelletier and Ted Poole - No Foreign Land


Pantheon Books, New York,

1973

D.E. Harding- On Having No Head


Arkana,

A.Rawlinson -lhe Book ofEnlightened Masters

1986

Carus Publishing Company, Chicago, 1997


Nikos Kazamzakis - Report roGreco
Sirnon and Schusrer, New York,

1965

Kennerh Rexroth

An Aurobiographical Novel

New Directions, New York,

1969

] Krishnamurri - Krishnamurri's Notebook


.

VictorGollancz, London,

1976

Ruperr Spira- lhe Transparency oflhings


Non-Dualiry Press,

2008

). Krishnamurti- Krishnamurri's Joumal


Harper Collins, San Francisco,

1982

D.T. Suzuki -Living By Zen


R.ider Books, London

J. Krishnamurti- Krishnaurri ro Himself- His lasr joumal


Harper Collins, San Francisco,

1987

AlanWatts - lhe Book on the Taboo Against Knowing


Who YouAre
Collier Booh, New York,

lOR

1970

10'1

Hennnlll ingen mm her iu

Alan Watts - In My Own Way


Virage Books, New York, 1973

Alan Watts- Cloud-Hidden, Whereabouts Unknown


A Mounrain Joumal

Vintage Books, 1974

Alan Watts - The Philosophies of Asia


Eden Grove Edirions, 1996

Walt Whirman- The Complete Poems of Walt Whitman


Wordsworth Editions Ltd, 1995

Wei Wu Wei - Posthumous Pieces


Senriem Publications, Boulder, 2004

110

111

Herinneringen geven je een leven om op terug te

kijken, een doel om voor te leven, een houvast in de


chaos van alledag. Ze maken je langer dan het nu.
Ze helpen je overleven

een drukke, ingewikkelde

wereld. Maar je kunt ze niet sturen. Ze komen spon


taan binnenvallen zonder zich af te vragen of ze
eigenlijk wel welkom zijn. En als ze emotioneel geladen

zijn, blijven ze ons vaak bestoken en laten we onze

gemoedsrust door die herinneringen bepalen. Wat


we dan over het hoofd zien, is het simpele feit dat een

hennnering mets anders is dan een vorm van Nu. Het


verleden bestaat slechts als beeld of gedachte in het Nu. Het is niet meer dan

een verhaal binnen het Nu. Er bestaat mets buiten het Nu, ook geen verleden.
Je kunt niet uit het Nu. En met dat besef valt je persoonlijke bestaan uit elkaar.
Jn Herinnenngen aan het Nu beschnjft Han van den Boogaard in elf essays

en een gedicht hoe we al vroeg

ons leven gaan vergeten w1e we eigenlijk

zijn. Ons zicht op ons bestaan als zuiver Bewustzijn zonder vorm en identiteit
gaat ongemerkt verloren. We verdwalen in het leven va haf het moment dat het

'm1jn leven' wordt. Aan de hand van zijn eigen ervaringen en die van talloze

kunstenaars, filosofen en myst1ct laat hij zien dat desondanks elk moment
hennnerd en herkend kan worden wie of wat je ten d1epste bent. Want de

wereld draagt alttjd de mogelijkheld in zich om herkend te worden als jezelf.

'Ik wtst weer hoe ik als k1nd op een zomeravond door het open raam van mijn
slaapkamer naar butten had liggen kijken. Buiten was het st1l. Een warme

wind waaide met vlagen naar binnen. Een grote witte volle maan vulde een
deel van de vensterrutmte, schuin achter een boom dre vlakbij het raam stond.
Plotseling had ik het gevoel, de zekerheid, dat alles goed was, dat er niets meer
toegevoegd kon worden aan dit, en dat dat ook niet hoefde. lk werd opgeslokt

in de helderheid van het maanlicht. Geluk was nog een woord zonder inhoud,
maar op dat moment was ik gelukkig zonder einde.'

Qtt juwelenschip.nl

I
t