Departement PXL-Education

Bachelor in onderwijs, lager onderwijs
5, 3500 HASSELT
011/77.50.62 FAX 011/77.50.69

VILDERSSTRAAT
TEL.

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER
lesgever : xavier bellefroid

klas: O2

stageschool :
stageklas : 3e graad, 6e leerjaar

leergebied : Muzische vorming

datum en uur : 2 lesuren

O.L.

klassituatie :

P.L.
T.L.

mentor: Peeters Els

domein: Beeld

lesonderwerp : Beeldbeschouwing A. R. Penck – graffiti en acryl: “De werkenpuzzel”
1.DIDACTISCHE BEGINSITUATIE:
De leerlingen werken voor de eerste keer met graffiti-spuitbussen.
De leerlingen hebben al eerder met acryl of andere soorten verf geschilderd.
De leerlingen kennen algemene pictogrammen, tekens, letters,… die ze in hun kunstwerk verwerken.
S2. DOELSTELLINGEN VOOR DEZE LES:

 Eindtermen
De leerlingen kunnen
1.1*
door middel van kunst- en beeldbeschouwing een persoonlijk waardeoordeel ontwikkelen over beelden en
beeldende kunst van vroeger, van nu en van verschillende culturen.
1.2
door betasten en voelen (tactiel), door kijken en zien (visueel) impressies opdoen, verwerken en erover praten.
1.3
beeldinformatie herkennen, begrijpen, interpreteren en er kritisch tegenover staan.
1.4*
plezier en voldoening vinden in het beeldend vormgeven en genieten van wat beeldend is vormgegeven.
1.5
beeldende problemen oplossen, technieken toepassen en gereedschappen en materialen hanteren om beeldend
vorm te geven op een manier die hen voldoet.
1.6
tactiele, visuele impressies, ervaringen, gevoelens en fantasieën op een beeldende manier weergeven.
 Leerplandoelen
De leerlingen kunnen:
*1.1 Dit houdt in:
a.
waarnemen en daardoor de onderdelen kunnen structureren;
b.
interpreteren door beroep te doen op verworven kennis en daardoor nieuwe realisatiemogelijkheden ontdekken;
c.
vergelijken, ordenen en composeren;
d.
ontdekken, vaststellen dat er meerdere oplossingen zijn en er een keuze uit maken;
e.
kiezen, en de gemaakte keuze toetsen aan de werkelijkheid en op bepaalde normen hanteren.
1.2 Dit houdt in:
a.
eigenschappen van materialen en gereedschap onderzoeken, vergelijken en verwerken;
b.
materialen en gereedschap kiezen in functie van wat men beeldend beoogt;
c.
materialen en gereedschap zorgvuldig en correct gebruiken;
1.3 Dit houdt in:
a.

opgedane informatie in verband met beeldaspecten interpreteren en toepassen.

1.4 Dit houdt in:

a.
b.

leerlingen de kans geven hun esthetisch gevoel te ontwikkelen;
een objectief standpunt innemen tegenover eigen werk en dat van anderen, rekening houdend met de opdracht
en de gekozen werkwijze.

Hogeschool PXL
Departement Education

Opleiding Bachelor in onderwijs, lager onderwijs – 1ste jaar

1.5 Dit houdt in:

a. verschillende technieken en materialen kiezen in functie van de opdracht;
b. vormen realiseren in functie van de opdracht;
c.

kleuren realiseren en gebruiken in functie van de opdracht en compositorische problemen oplossen in functie van
de opdracht.

1.6 Dit houdt in:
a. weergeven van ideeën, gegroeid uit tactiele, visuele impressies, ervaringen, gevoelens en fantasieën, met bewust
gekozen materialen en technieken.

Technische aspecten:
- Graffiti gebruiken
- Acrylverf gebruiken
- Verven
- Spraying
- Dripping
- Fill-in
- Mengen
- Voorzorgen opvolgen
- Strijktechnieken met een brede borstel:
 Acuareleffecten = overgang tussen verf en graffiti lijkt waterachtig
 Rechte lijnen door kwast op de juiste manier vast te pakken
 Verzachten/versterken van de verfkleur door minder/meer acrylverf te gebruiken
- Gronden van het doek met graffiti

Hogeschool PXL
Departement Education

zijn

Kennen

3. ANALYSE VAN DE LEERINHOUD I.F.V. DE DOELSTELLINGEN :

Kunnen

 Lesdoelen
Technisch:
1. De leerlingen kunnen aan de hand van een foto/schilderij (A.R. Penck) figuren, symbolen, letters, enzovoorts
herkennen en zich erdoor laten inspireren in hun eigen werken.
2. De leerlingen werken met een spuitbus (graffiti) en penselen (acryl) op een groot vezelpapier. Dit houdt in:
strijktechnieken met een breed penseel, spuitbustechnieken zoals ‘dripping’ (= licht indrukken van spuitmond om
verfspatten te produceren), ‘spraying’ (= wijde straal van verf aanbrengen op een oppervlak), enzovoort.
3. De leerlingen kunnen hun eigen werk met dat van de anderen tot een groter geheel samenbrengen.
4. De leerlingen gebruiken de primaire kleuren maar kunnen deze ook tot nieuwe kleuren mengen.
Beeldbeschouwing:
5. De leerlingen maken kennis met de kunstenaar Penck, die zijn werken maakt op allerlei oppervlakken met graffiti
en verf. Hij gebruikt primaire kleuren en zwart/wit kleuren ter contrast. Hij maakt al zijn werken op basis van
symbolen, letters, pictogrammen,…
Creativiteit:
6. De leerlingen combineren acrylverf en graffiti op hun eigen stuk van het vezelpapier.
7. De leerlingen laten zich inspireren door Penck’s techniek om pictogrammen, symbolen,… tot totempaaldieren en
menselijke ‘beelden’ om hun eigen papier te vullen.
8. De leerlingen kijken niet van elkaar af en proberen zo origineel mogelijke vormen te maken.
Beeldaspecten:
9. De leerlingen zien in dat de zwarte of witte graffiti voor een mooie basis zorgt maar dat deze ook tot afwerking
van een figuur kan gebruikt worden.
10. De leerlingen gebruiken de primaire kleuren om hun figuren kracht bij te geven op de zwarte en/of witte
achtergronden, maar kunnen ook hun eigen kleuren erin verwerken.
11. De leerlingen snappen dat hun werk uiteindelijk deel wordt van een groter geheel.
Attitudes:
12. Leerlingen kunnen materiaal delen
13. Leerlingen hebben respect voor het materiaal en anderen.
14. Leerlingen tonen respect voor eigen werk en dat van anderen.

X

Opleiding Bachelor in onderwijs, lager onderwijs – 1ste jaar

Beeldaspecten:
-

-

-

-

X

Ruimte:
 Kleur en textuur: door de primaire kleuren te combineren met zwarte en witte graffiti
mogelijke diepte creëren.
Kleur:
 Kleurleer: kleurnuances en contrasten (zwart/wit t.o.v. primaire kleuren  versterken beeld)
 Basiskleuren en mengen
Vorm:
 Contour en lijn: graffiti gebruiken om te omlijnen of detail te geven
Textuur:
 Huid en geleding van het oppervlak: Vezelpapier = ruwer dan papier en neemt de verf
sneller/meer op.
Compositie:
 Ordenende handelingen: groeperen en rangschikken van de verschillende werken tot een
geheel = constructie van “de werkenpuzzel”
 Contrast en nuance: ter versterking van het beeldend werk van de kinderen  felle kleuren
op zwart/wit

Hogeschool PXL
Departement Education

Opleiding Bachelor in onderwijs, lager onderwijs – 1ste jaar

4. LESSCENARIO
LEERINHOUD EN DOELSTELLINGEN

ONDERWIJSACTIVITEITEN

LEERACTIVITEITEN

Voorbereiding:
De foto’s van Penck’s werk (zie bijlage) zet ik klaar op het smartboard.
Al het materiaal dat ik nodig heb om te laten zien tijdens de beeldbeschouwing leg ik klaar in de
doos op mijn desk.
De andere materialen staan klaar in een doos op de gang voor wanneer we naar buiten gaan.
 De leerkracht duidt tijdens oriëntatiefase enkele leerlingen aan die verantwoordelijk zijn
voor het materiaal
Oriëntatie:
1. Introductie
‘Wie van jullie is al eens naar het buitenland geweest?’
‘Wat doen jullie zoal als je op vakantie gaat?’
‘Zijn er ook kinderen die met hun mama en papa naar musea gaan?’
OPM. taal: 1 museum  2 musea
‘Ik ben enkele weken geleden ook naar het buitenland geweest, naar Duitsland. Kan iemand mij
dat even aanduiden op de kaart (indien er één in de klas hangt)?’
‘Ik ben er ook een museum gaan bezoeken. In dit museum hingen heel veel werken maar ik ben
bij één werk lang blijven staan!’
De leerkracht opent de afbeelding (zie bijlage) en toont deze aan de klas.

Doelen bij beeldbeschouwing
Lesdoelen 1, 5, 9

2. Informeren:
 Beeldbeschouwing
‘Op het bord zien jullie een foto die ik heb gemaakt in het museum in Duitsland.’
‘Dit is een werk van A.R. Penck, hij is een Duitse kunstenaar.’
‘Wat is jullie eerste indruk?’

‘Wat valt jullie op aan de kleuren van het kunstwerk? Zie je veel kleurcontrast?’
‘Inderdaad, Penck staat erom bekent te werken met zwarte maar ook witte achtergronden en ook
de primaire kleuren (rood, geel en blauw), hier zijn nog enkele foto’s waarop je dat kan zien!’

Hogeschool PXL
Departement Education

Opleiding Bachelor in onderwijs, lager onderwijs – 1ste jaar

Leerlingen antwoorden op de
vragen.

Leerling duidt Duitsland aan.

Leerlingen antwoorden op de
vraag.
Hij gebruikt zwarte achtergronden
en alleen de kleur rood.

‘Kijk eens naar wat er op het werk staat, valt er iets op? Aan wat hij erop gezet heeft en hoe?’

Hij maakt gebruik van symbolen,
tekens, mensen, letters, …
Het lijken net moderne
prehistorische rotstekeningen

‘Penck gebruikt altijd vormen, figuren, letters, tekens,…in zijn werken om iets te maken. Zien jullie De voet van die man is een
vierkant, letters maken het lichaam
voorbeelden van waar hij dat doet? Wat stelt het voor?’
van een mannetje, 2 V- vormen
lijken op een vogel,…

‘Heeft iemand een idee welke materialen Penck (vaak) en ook bij dit werk heeft gebruikt?’
‘Hij gebruikte inderdaad verf, namelijk acrylverf en ook graffiti. Die gaan wij ook gebruiken
vandaag.
De leerkracht laat de materialen zien.
‘Waarom zou hij over zulke dingen een werk maken? Bedoelt hij er iets mee?’
‘Vinden jullie het een mooi werk?’ ‘Waarom?’

‘Laatste vraag, hoe groot is dit werk denken jullie?’
‘Het werk was 7 bij 18 meter. Daarom gaan wij vandaag ook een heel groot werk maken!’

Doelen bij demonstratie
2, 4, 9

Hogeschool PXL
Departement Education

 Demonstratie
‘Wij gaan eventjes naar de demonstratietafel in de klas (eventueel desk leerkracht) waar ik voor
doe hoe je met de acrylverf werkt.’
‘Wij gebruiken vandaag een verfborstel voor de acrylverf zodat we net als Penck dikke, strakke
lijnen kunnen zetten met gekleurde verf. Iedereen krijgt 3 kleuren, die kan je elk gebruiken maar
je kan ze ook mengen dat mag je zelf kiezen. Als je niet wilt mengen moet je je verfborstel altijd
goed uitwassen met water voor je een andere kleur gebruikt.’
De leerkracht laat zien hoe je te werk gaat met de verfborstel en toont enkel strijktechnieken.

Opleiding Bachelor in onderwijs, lager onderwijs – 1ste jaar

Verf

Leerlingen antwoorden op de
vraag.
Leerlingen antwoorden op de
vraag.

1 x 2 meter

‘Nu gaan we naar buiten, daar ga ik voordoen hoe je met graffitispuitbussen werkt! We spreken af
dat we stil zijn in de gang. We duwen en trekken niet als we buiten zijn. Wie de afspreken niet
naleeft, doet niet meer mee aan de les!’
Buiten toont de leerkracht enkele technieken om met de spuitbus om te gaan.
‘Er zijn 4 belangrijke dingen die ik jullie nu ga laten zien en die je zeker moet onthouden, goed
opletten dus!’
‘Ten eerste, mag je de bus niet gebruiken voor je er 2 minuten mee geschud hebt. Anders is de
verf erin niet klaar om te spuiten. Als je de spuitbus een tijdje niet hebt gebruikt, eerst goed
schudden!’
‘Ten tweede, spuit nooit langer dan 5 seconden met de bus omgekeerd (het spuitmondje naar de
grond gericht) doe je dit wel kan de verf uit de bus lopen en hangt heel je hand vol verf en kan je
de bus niet meer gebruiken.’
‘Ten derde is dit een eerste techniek als je je bus kort bij je papier houdt en maar heel stilletjes
drukt komen er druppels verf uit. Dit lijkt of het heeft geregend op het papier, dat noemt men
“dripping” wat Engels is voor “Druppelen.’
‘En ten laatste laat ik jullie de techniek zien die “spraying” wordt genoemd. Dat is simpelweg het
Engels voor “spuiten”. Je kan dit doen door de spuitmond volledig en hard in te drukken. Hoe
verder je van het papier bent hoe feller de verf verspreid. Hoe korter je erbij bent hoe dikker de
verf op het papier komt. Spuit niet te lang op 1 plek anders gaat je verf uitlopen.’

Doelen bij instructie
11, 12, 13, 14

3. Instructie:
‘Zoals ik eerder heb gezegd werkte Penck met heel grote doeken. Dat gaan wij ook doen, maar
als iedereen zo’n groot stuk moet maken dan zijn we volgende week nog bezig!’
‘Dus ik heb een heel groot stuk vezelpapier in stukken geknipt en iedere leerling krijgt zo’n stuk
van mij, met daarbij 3 kleuren verf, een brede penseel, en een spuitbus graffiti.’
‘Jullie gaan op jullie stuk papier een werk maken waarin je graffiti en acrylverf combineert. Denk
eraan dat je de graffiti gebruikt om accenten te leggen en je achtergrond te accentueren, en de
felle kleuren verf zo sterker uitkomen.’
De leerkracht laat zijn eigen verwerkte versie zien aan de leerlingen (zie foto in bijlage) waarna hij
hem terug weg legt.
‘Zoals ik deed en ook Penck te werk gaat maken jullie gebruik van symbolen, tekens,… om je
eigen fantasie op je papier te zetten. Er is geen thema en probeer zo origineel mogelijk te zijn,
doe dus niet zomaar hetzelfde als je zag op de foto’s of als je medeleerlingen.’

Hogeschool PXL
Departement Education

Opleiding Bachelor in onderwijs, lager onderwijs – 1ste jaar

‘Wat denken jullie dat we doen als we allemaal klaar zijn en de verf gedroogd is?’
(eventueel de volgende dag)
‘Correct! We maken van onze werken 1 groot geheel, een “werkenpuzzel” zeg maar.’

Doelen
1, 2, 4, 6, 7, 8, 9, 10,

We maken er een groot geheel
van.

OPM.: De leerkracht overloopt nog snel de attitudes voor deze les en herhaalt de aanbevolen
veiligheidsmaatregelen zoals niet de spray inademen, je mondmasker dragen en etc.
Begeleiding van het creatieve proces:
Ik loop rond om hulp te bieden bij vragen en probeer de leerlingen zo te stimuleren dat ze hun
probleem zelf oplossen. Dit door hun de technieken opnieuw uit te leggen.
Wanneer er veel leerlingen fouten maken (vb geen symbolen gebruiken, te veel verf verspillen,
spuitbus verkeerd hanteren,…)  de instructie herhalen!
Differentiatieoefening:
Wanneer er leerlingen sneller klaar zijn dan anderen mogen ze naar mij toe komen. We leggen
hun werk te drogen en ik geef hen een andere opdracht.
‘Jullie mogen een tweede oefening maken met enkel de graffiti, ik geef eerst jullie een papier en
potlood. Daarop mogen jullie een “tagg” maken. Taggs zijn een soort van handtekening die je met
je graffitispuitbus zet.’
Demonstreer of laat een voorbeeldfoto zien (zie bijlage)
‘Deze tagg kan je naam zijn, of een afkorting van je naam, of een bijnaam. Het is iets persoonlijk
en iets wat jij alleen kan en mag weten. Ze gebruiken deze taggs om te laten zien aan andere
kunstenaars wie het werk heeft gemaakt.’
De leerlingen aan de slag met de spuitbussen om zo wat uit te kunnen testen.
Indien er veel tijd over is moeten de kinderen een ontwerp van hun tagg maken.

Doel
3, 11, 14

Hogeschool PXL
Departement Education

20 minuten voor het einde stoppen alle leerlingen met hun werken.
Nabeschouwing:
‘We gaan nu even rondwandelen en elkaars werken bekijken.’
Indien de werken droog genoeg zijn:
 ‘Jullie mogen nu allemaal je werken oppakken en we gaan ze tot 1 groot geheel
puzzelen, gebruik je fantasie, stel voor aan elkaar, maar duw en trek niet!
Indien de werken nog niet droog zijn, bespreken we de werken afzonderlijk.
‘Hoe vonden jullie het om met graffiti te werken?’
‘Wat vond je moeilijk?’
‘Wat vind je van het eindresultaat?’
Opleiding Bachelor in onderwijs, lager onderwijs – 1ste jaar

Kinderen antwoorden op de
vragen;

‘Was de les interessant, wat heb je bijgeleerd?’

Hogeschool PXL
Departement Education

Opleiding Bachelor in onderwijs, lager onderwijs – 1ste jaar

5.INFORMATIEBRONNEN:
-

Handboek “laat maar zien”
Foto’s van werkenstukken door A. R. Penck
‘Handboek voor de kunstenaar: materiaal – werkwijze – technieken’ – door Ray Smith
Museum: MKM – Museum Küppersmühle für Moderne Kunst
Internet: achtergrondinformatie en afbeeldingen A. R. Penck

6. ONDERWIJSLEERMIDDELEN:
-

Graffiti
Acrylverf (primaire kleuren)
Vezelpapier
Brede penseel
Mondmaskers
Kartonnen pallet (mengen)
Water en bekers
Poncho’s of oude kledij

7. HIER WIL IK EXTRA OP LETTEN :
Kinderen gaan duurzaam om met de materialen
Ze gebruiken de spuitbussen op correcte wijze

8.BORDSCHEMA

Deze afbeelding is de begin afbeelding die de
leerlingen en de leerkracht bespreken.
Hij is gemaakt door A. R. Penck. De
leerkracht bespreekt die eigenschappen en
kan indien de situatie dit toelaat nog andere
werken van Penck laten zien.
 Conclusie voor deze afbeelding zal
zijn:
a. Werken met graffiti en acrylverf
b. Verwerken op een groot
vezelpapiervel (één A3 formaat per
leerling)
c. Alle leerlingen krijgen dezelfde opdracht: maak net zoals penck gebruik van symbolen, mensen, letters,… om je
vel te vullen, gebruik makend van verf en graffiti
d. Omdat niet elke leerlingen een heel groot werk kan maken, maakt hij grote en duidelijke symbolen (niet te klein
werken, dit zeg de leerkracht niet maar dit ondervinden ze zelf, je kan namelijk niet heel klein tekenen met graffiti
en een grote kwast). De werken zullen uiteindelijk samengevoegd worden tot 1 geheel zodat ook zeer groot is
zoals penck altijd werkt.

Hogeschool PXL
Departement Education

Opleiding Bachelor in onderwijs, lager onderwijs – 1ste jaar

9. AANTEKENINGEN VAN DE MENTOR

DATUM

HANDTEKENING VAN DE MENTOR

BIJLAGE:
Eigen werken die zullen worden getoond.

Hogeschool PXL
Departement Education

Differentiatieoefening (voorbeeld van een tagg)

Opleiding Bachelor in onderwijs, lager onderwijs – 1ste jaar