You are on page 1of 33

Inhoud

Inhoud............................................................................................................2
iPad..................................................................................................................3
1. Probleemstelling
- Behoefte..............................................................................................4
- Werkwijze...........................................................................................7
- Technisch proces8
- Basisrecept9
2. Ontwerpen
- Probleemanalyse...10
- Criteria................................................................................................11
- Ontwerpoplossingen bedenken......................................................12
- Ontwerpoplossingen kiezen13
- Ontwerpoplossingen voorstellen...................................................14
3. Maken
- Analyseren...........................................................................................15
- Hulpmiddelen......................................................................................16
- Werkpost voorbereiden...................................................................18
- Hygineregels.19
- Realiseren...........................................................................................20
- Opruimen..............................................................................................22
4. In gebruik nemen/testen....................................................................24
5. Evalueren.................................................................................................25
6. Biochemische processen..26
- Positieve biochemische processen26
- Negatieve biochemische processen.27
- Conserveren..27
7. Reflectie............................................................29
8. Technische beroepen..............................................................31
9. Moeilijke woorden.................................................................................33

Tablet of smartphone
Dit projectje is tablet vriendelijk, wat wil
dit nu zeggen?

1. Als je in dit projectboekje een QR code ontdekt kan je deze


inscannen met QR scan app (application = toepassing)
Probeer maar eens

Nu verschijnen er op je tablet filmpjes of


extra info

2. Staat er bij een opdracht een icoontje van een app, dan zal deze
op de iPad genstalleerd zijn en kan je deze ook eens uittesten,
leuk en leerrijk hoor

1. Probleemstelling
1. Behoefte
Een lekkere pannenkoek kan je in elke taverne of bistro verkrijgen,
maar verras je ouders eens door deze zelf te maken.
Tijdens dit project gaan
we veel onderzoeken.

We gaan ook zelf een recept


bedenken, dat tevens een
inheems ingredint bevat.
Hoe cool is dat!

Opdracht
Schrijf hieronder eens drie pannenkoekbereidingen op.
- ..
- ..
- ..

Weinig inspiratie?
Scan de volgende QR-code maar eens in, bij dit
pannenkoekenhuis kan je 290 verschillende
pannenkoekbereidingen terugvinden.

Behoefteonderzoek
Als we binnenkort onze eigen pannenkoekenbereiding
maken moet dit in de smaak vallen. Ga met behulp van
de onderzoekfiche op onderzoek bij familie en/of
leerkrachten (+10 personen) en tracht te achterhalen
wat ze van een lekkere pannenkoek verwachten.

Wat wil je onderzoekspubliek vooral, een zoete of


een hartige pannenkoek?

Zoet =
voorbeeld: .
Hartig = ..
voorbeeld: .

Behoefte:

Waarom is zo een onderzoek nuttig voor je aan het


ontwerpen gaat?

2. Werkwijze
Je werkt in groepjes van
Hulpmiddelen
Je mag deze projectbundel en alle andere hulpmiddelen zoals
keukenmateriaal, laptops, tablets, je smartphone, ... gebruiken.
Tijd
Je krijgt hiervoor 6 lesuren + 2 lesuren om pannenkoeken te maken de
tijd, treuzel dus niet.
Wat zal je leren?
- Foodmiles onderzoeken.
- Zelf een voedingsproduct (pannenkoeken) maken.
- Hulpmiddelen correct gebruiken en onderhouden.
- Een goed werktempo (attitude) hanteren.
Evaluatie
Zowel jij als je leerkracht zullen je realisatie (pannenkoekenbereiding)
en de verschillende stappen beoordelen.
3.
4.
5.

6.

Als je realisatie klaar is kan je een


uitbreidingsopdracht maken of klasgenoten helpen als
techniek assistent.

Wat denk je, zal je deze opdracht graag doen?


Kruis en vul aan.

O Ja, omdat .......................................................................


................................................................................................
O Neen, omdat....................................................................
................................................................................................

3. Technisch proces
We werken steeds volgens het technisch proces eens
en vul verder aan met pannenkoeken in het
achterhoofd.

4. Basisrecept
Voor een pannenkoekenbereiding heb je eerst een
basisrecept voor de pannenkoek zelf nodig.

Ga op onderzoek en schrijf hier de


4 basisingredinten op.

1.
2.
3.
4.

.
.
.
.

Als je het jezelf gemakkelijker wil maken kan de gist en bloem


vervangen worden door zelfrijzende bloem.
Suiker voeg je zelf naar keuze toe.
Hoeveel van deze ingredinten heb je eigenlijk nodig voor 4 personen?
Zoek de hoeveelheden op en
schrijf achter de
ingredinten.

www.solo.be/nl/zoeken/pannenkoeken/

2. Ontwerpen
Het basisrecept staat al zo goed als vast, daar kunnen we niet veel
meer aan veranderen. Met de toevoegingen (zeker n inheems
ingredint)om een compleet recept te maken hebben we toch wel wat
vrijheid.
1. Het ontwerpprobleem analyseren
Voor onze pannenkoek gebruiken we een basisrecept
(stappenplan), wij kunnen hierin enkel de
hoeveelheden en toevoegingen aanpassen.

Kruis hieronder de meest volledige beschrijving aan.

Wat moet je maken?


O Een pannenkoek.
O Een hartige of zoete pannenkoek.
O Een hartige of zoete pannenkoek met een inheems
ingredint als toevoeging.
O Een zoete pannenkoek met peren.
O Een hartige gistpannenkoek met kaas.
Evaluatie: probleemanalyse.
Zeer zwak
Probleemanalyse

Je hebt de
foute
mogelijkheid
aangekruist.

zwak

goed

Zeer goed
Je hebt de
juiste
mogelijkheid
aangekruist.

Ik
De leraar

10

2. Criteria
Criteria zijn een duidelijke omschrijving waaraan een realisatie moet
voldoen, of eigenschappen die ze moet bezitten.
Een kok moet zeker rekening houden met een aantal
criteria bij zijn ontwerp (bedenken van een recept),
denk maar aan: smaak, presentatie, vorm,

Bespreek de gekregen criteria voor het


maken van een eigen pannenkoek.

Zet ja of neen indien je zelf


keuzes kan maken voor een
criterium.

Criteria
1. Je pannenkoek vertrekt van het
basisrecept. (bloem, eieren, melk)
2. Je voegt minstens 1 hartig of zoet
ingredint toe.
3. Je toegevoegde ingredint moet
inheems zijn.

Evaluatie: criteria
Criteria en
normen

Zeer zwak
Je hebt voor
geen enkel
criteria zelf
een keuze
gemaakt.

zwak
Je hebt voor 1
zelf een keuze
gemaakt.

goed
Je hebt voor
2 criteria zelf
een keuze
gemaakt.

Zeer goed

Je hebt voor
elk criterium
zelf een keuze
gemaakt.

Ik
De leraar

11

3. Ontwerpoplossingen bedenken i.f.v. de criteria


Opdracht: Noteer voor elk criterium mogelijke
deeloplossingen in de tabel.

Voer eventueel een paar eenvoudige onderzoekjes uit.


Vb.: smaakproefje, combinatie van ingredinten,

Criterium
Je pannenkoek vertrekt van het
basisrecept. (bloem, eieren, melk, )

Deeloplossing 1

Deeloplossing 2

Je voegt minstens 1 hartig of zoet


ingredint toe.
Je toegevoegde ingredint moet
inheems zijn.

Evaluatie: Ontwerpoplossingen bedenken


zeer zwak
ontwerpoplossingen
bedenken ivm je eigen
pannenkoek.

Niet alle
deeloplossingen
zijn ingevuld op
basis van de
onderzoeksresultaten.

zwak

goed

zeer goed
Alle deeloplossingen
zijn ingevuld op basis
van de
onderzoeksresultaten.

Ik
De leraar

12

4. De meest geschikte ontwerpoplossing kiezen en verantwoorden


Omcirkel in de oplossingentabel (blz.12) voor
elk criterium de beste deeloplossing. Je moet
ook kunnen zeggen waarom.

Geef hier, aan de hand van een oplossingentabel een


beschrijving van je pannenkoek.

Evaluatie: De meest geschikte ontwerpoplossing kiezen.


De meest
geschikte
oplossing kiezen

Zeer zwak
Er is niet voor
alle criteria
een best
passende
oplossing
omcirkeld.

zwak

goed

Zeer goed
Er is voor elk
criterium de best
passende
deeloplossing
omcirkeld.

IK
De leraar

Mijn recept (4 personen)


Basisrecept (melk, eieren, bloem (zelfrijzende of) + gist), suiker.
Mijn toevoegingen (dit kan tijdens het bakken of erna):
.
.
.
.
.
Hoeveelheden
Basisrecept:
..
Mijn toevoegingen:.....
..
13

5. Ontwerpoplossing(en) voorstellen
Stel nu jullie oplossingen voor aan de ganse
klas, gebruik hiervoor de bevestigingstabel en
eventueel zelfgemaakte voorbeelden of
voorbeelden uit de klas.

Jullie mogen dit in groep en mondeling doen,


verdedig je keuze per criterium.

Evaluatie: De ontwerpoplossing voorstellen.


Ontwerpoplossingen
voorstellen

Zeer zwak
Niet alle
criteria zijn
voorgesteld
met de best
passende
oplossing.

zwak

goed

Zeer goed
Alle criteria
zijn
voorgesteld
met de best
passende
oplossing.

Ik
De leraar

14

3. Maken
1. De maakopdracht analyseren
Voor gistpannenkoeken voegen we bij het
basisrecept nog iets extra toe.

Voor 4 personen: - 10 gram gist


- 1 eetlepel suiker
- 50 gram warme gesmolten boter
Plaats de verschillende stappen van het
pannenkoeken maken in de juiste volgorde.
Zet een nummer voor de stappen.

Doe de bloem in een diepe kom en maak een kuiltje in het


midden.
Voeg het gistpapje toe en meng er langzaam de melk door. Klop
flink tot je een samenhangend beslag bekomt.
Klop het eiwit stijf.
Scheid het eiwit van het eigeel.
Breek de gist in wat lauwe melk en maak vloeibaar. Voeg wat
suiker toe en wacht tot de gist begint te werken (bubbels).
Klop er de eierdooiers door.
Voeg als laatste het geklopte eiwit toe, dek de kom af en laat op
een warme plaats rijzen.
Klop er de gesmolten boter door.
Verwarm een koekenpan, voeg een beetje boter toe en bak de
pannenkoek aan beide kanten goudgeel.
Eigen toevoeging.
TIP: zoek op het internet of als het echt niet gaat
vraag je hulp van de leerkracht.
Maak je deze realisatie alleen of in groep? ...........
15

Evaluatie: De maakopdracht analyseren.


Analyse

Zeer zwak
Je plaatste
geen enkele
stap in de
juiste volgorde.

zwak
Je plaatste
meer dan drie
stappen niet in
de juiste
volgorde.

goed
Je plaatste
een, twee of
drie stappen
niet in de
juiste volgorde.

Zeer goed
Alle stappen
staan in de
juiste volgorde.

Ik
De leraar

2. De nodige hulpmiddelen kiezen


Een hulpmiddel kan echt van alles zijn, maar bij
het realiseren van een voedingsproduct zijn dit
toch vooral keukengerei en ingredinten

In de keuken kan je verschillende benodigdheden


terugvinden. Hieronder een aantal voorbeelden.

Noteer in de 2 de kolom welk hulpmiddel je


nodig hebt.

Onderzoek de hulpmiddelen in de klas maar


eens, de leerkracht zal met plezier tonen
hoe ze moeten gebruikt worden.

16

Pannenkoek maken
1. Scheid het eiwit van het eigeel.

Hulpmiddel

2. Breek de gist in wat lauwe melk en maak vloeibaar.


Voeg wat suiker toe en wacht tot de gist begint te
werken (bubbels).
3.Doe de bloem in een diepe kom en maak een kuiltje in
het midden.
4.Voeg het gistpapje toe en meng er langzaam de melk
door. Klop flink tot je een samenhangend beslag bekomt.
5. Klop er de eierdooiers door.
6. Klop er de gesmolten boter door.
7. Klop het eiwit stijf.
8. Voeg als laatste het geklopte eiwit toe, dek de kom af en
laat op een warme plaats rijzen.
9. Verwarm een koekenpan, voeg een beetje boter toe en
bak de pannenkoek aan beide kanten goudgeel.
10. Eigen toevoegingen.

Evaluatie: de nodige hulpmiddelen kiezen en benoemen


De lijst met de
hulpmiddelen

Zeer zwak
Je hebt meer
dan 4
hulpmiddelen
niet of fout
ingevuld.

zwak
Je hebt 3 of 4
hulpmiddelen
niet of fout
ingevuld.

goed
Je hebt 1 of 2
hulpmiddelen
niet of fout
ingevuld.

Zeer goed
Je hebt alle
hulpmiddelen
juist ingevuld.

Ik
De leraar

17

3. De werkpost voorbereiden
Leg steeds alle hulpmiddelen ordelijk klaar
voor je aan de realisatie begint.

Evaluatie: De werkpost voorbereiden.


De werkpost
voorbereiden

Zeer zwak
Je hebt het
materiaal niet
klaar gelegd.

zwak
Je hebt het
materiaal soms
klaar gelegd.

Goed
Je hebt het
materiaal
meestal klaar
gelegd.

Zeer goed
Je hebt het
materiaal altijd
klaar gelegd.

Ik
De leraar

18

4. Hygineregels
Aangezien we een voedingsproduct maken en
niet ziek willen worden gaan we toch enkele
hygineregels in acht moeten nemen.

1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.

Was steeds je handen voor het werken in de keuken.


Was je handen opnieuw na een pauze of toiletbezoek.
Zie dat je nagels steeds zuiver zijn.
Bij valse- of gelnagels, draag plastic handschoenen.
Werk steeds met zuiver keukengerei.
Niet niezen en hoesten boven je voedingsproduct.
Draag een schort en haarnetje.

19

5. Het ontwerp planmatig realiseren


Voer nu het ontwerp uit volgens het plan dat je
op bladzijde 15 hebt opgesteld of vraag een
stappenplan met fotos aan je leerkracht.

Let erop dat je steeds het juiste hulpmiddel


gebruikt voor de juiste bewerking.

Als je aan een handeling of hulpmiddel twijfelt,


vraag dan hulp.

20

Evaluatie: Planmatig realiseren.


Planmatig
realiseren

Zeer zwak
Je hebt niet
alle stappen
planmatig
doorlopen.

zwak

goed

Zeer goed
Je hebt alle
stappen
planmatig
doorlopen.

Ik
De leraar

Evaluatie: Gebruiken van hulpmiddelen.


Het hulpmiddel
gebruiken in
functie van het
doel
Ik
De leraar
Het hulpmiddel
correct
gebruiken

Zeer zwak
Je gebruikt
het hulpmiddel
niet in functie
van het doel.

zwak

goed

Zeer goed
Je gebruikt
het juiste
hulpmiddel in
functie van het
doel.

Je gebruikt
het hulpmiddel
niet correct
zelfs met hulp
van de leraar.

Je gebruikt
het hulpmiddel
correct met
hulp van de
leraar.

Je gebruikt het
hulpmiddel
correct zonder
hulp van de
leraar maar
met
instructiekaart.

Je gebruikt
het hulpmiddel
correct en
zelfstandig.

Ik
De leraar

21

6. De werkpost opruimen met oog voor milieu


Berg hulpmiddelen terug op de juiste
plaats op.
Als we niet regelmatig nieuwe hulpmiddelen
willen kopen moeten we ze goed onderhouden.

Schrijf hieronder 3 gebruikte hulpmiddelen en zet er telkens bij hoe je


ze moet onderhouden. (hulpmiddel + onderhoudsproduct)
hulpmiddel
1.

onderhouden

2.
3.

Evaluatie: Onderhouden van een technisch systeem


Leg uit welk
onderhoud nodig
is.

Ik
De leraar
Onderhouden van
gebruikte
hulpmiddelen.
Ik
De leraar
Verantwoordelijk
heidszin tonen

Zeer zwak
Je hebt geen
onderhoudsmethode
gegeven

zwak
Je hebt een
methode
gegeven voor 1
hulpmiddel.

goed
Je hebt een
methode
gegeven voor 2
hulpmiddelen.

Je hebt de
hulpmiddelen
niet
onderhouden.

Je hebt niet
afgewassen.

Zeer goed
Je hebt een
onderhoudsmethode gegeven
voor 3
hulpmiddelen.

Je hebt de
hulpmiddelen
onderhouden.

De leerkracht
heeft je doen
afwassen

Je hebt iemand
geholpen met
de afwas.

Je bent zelf
begonnen met de
afwas..

Ik
De leraar

22

Waar hoort het volgende afval thuis?

Voedingsafval: ......................................................................................
Plastic melkfles: ..................................................................................
Melkkarton: .......................................................................
Gebruikte haarnetjes: ............................................................
Evaluatie: Ruimen de werkpost op.
De werkpost
opruimen

Zeer zwak
Je hebt het
materiaal en
afval nooit op
de juiste plaats
opgeborgen.

zwak
Je hebt het
materiaal en
afval soms op
de juiste plaats
opgeborgen.

Goed
Je hebt het
materiaal en
afval met hulp
op de juiste
plaats
opgeborgen.

Zeer goed
Je hebt het
materiaal en
afval steeds
zelfstandig op
de juiste plaats
opgeborgen.

Ik
De leraar

23

4. In gebruik nemen
Hoe zou je de pannenkoek kunnen testen
als hij klaar is?

...............................................................................................

Noteer in de 2de kolom per criterium voldoet of voldoet niet.


Vul in: Voldoet of

voldoet niet.

1. Je pannenkoek vertrekt van het basisrecept.


(bloem, eieren, melk, )
2. Je voegt minstens 1 hartig of zoet ingredint
toe.
3. Je toegevoegde ingredint moet inheems zijn.

Evaluatie: In gebruik nemen van een technisch systeem.


Testen van de
criteria.

Zeer zwak
Je geen
criterium
getest.

zwak
Je hebt 1
criterium
getest en
ingevuld of ze
voldoen of niet.

goed
Je hebt 2
criteria getest
en ingevuld of
ze voldoen of
niet.

Zeer goed
Je hebt alle 3
criteria getest
en ingevuld of
ze voldoen of
niet.

Ik
De leraar

24

5. Evalueren
In de tabel blz. 24 heb je alle criteria
gecontroleerd, nu een paar belangrijke
vragen:

Vraag 1: Voldoet jouw pannenkoek aan alle criteria?


O
O

Ja
Neen

Vraag 2: In welke stap(pen) van het technisch proces is het


fout gelopen? ........................................................................
Wat had je hier beter kunnen doen? (dit kan ook niets zijn)
................................................................................................
................................................................................................
Evaluatie: Evalueren en optimaliseren.
Vraag 1
Ik
De leraar
Vraag 2
(enkel indien
technisch systeem
niet aan de
criteria voldoet)

Zeer zwak
De evaluatie is
niet ingevuld.

Er is geen
conclusie
ingevuld om het
technisch
proces te
optimaliseren.

zwak

goed

Zeer goed
De evaluatie is
ingevuld.

Er is een
conclusie
ingevuld om het
technisch
proces te
optimaliseren.

Ik
De leraar

25

6. Biochemische processen
1. Positieve biochemische processen
Om van luchtige pannenkoeken te maken
hebben we gist toegevoegd, wat is eigenlijk
de biochemische functie hiervan?

Gist is een levend micro-organisme met talrijke enzymen die


verantwoordelijk zijn voor de vorming van CO2 (het 'rijzen').
Verse gist mag je nooit rechtstreeks (zonder toevoeging van vocht)
met suiker en zout in contact brengen, want dan breekt de gist. Suiker
en zout onttrekken namelijk het vocht uit de gistcellen. In de bakkerij
wordt de verse gist gemengd met de vloeistof en droge gist onder de
bloem om een gelijkmatige en snelle verdeling ervan in het deeg te
krijgen.
De snelheid van de werking van de gist is afhankelijk van de
omgevingstemperatuur, de temperatuur van het deeg en ook de
vastheid ervan samen met de hoeveelheid van de andere toegevoegde
grondstoffen. Gist werkt het best bij een temperatuur van 35C en bij
een vochtigheid van 75%.
Hoe warmer de kamer hoe sneller het rijzen, maar ook de vochtigheid is
belangrijk, als de kamer te droog is gaat er zich een korst vormen die
dan weer de rijs gaat remmen.
Onderzoekje
1. Doe een beetje gist in verschillende PET-flesjes.
2. Geef de gist telkens een andere voeding en werkingstemperatuur.
3. Plaats ballonnen op de flesjes
4. Maak gebruik van een onderzoeksblad.
Conclusie
..
..
..
26

2. Negatieve biochemische processen.


Sommige bacterin hebben een negatieve invloed
op voedingsproducten en zorgen dat ze bederven.

Bacterin hebben vocht, voeding, juiste temperatuur


(niet te koud of niet te warm) en zuurstof nodig
om kunnen te overleven en hun werking te hebben.
Onderzoekje
1. Leg een stukje voedingsproduct op een warme vochtige plaats.
2. Leg het stukje in een plastic bekertje (in alufolie).
3. Controleer het stukje regelmatig, 2 weken lang.
4. Maak gebruik van een onderzoeksblad.
Conclusie:
..
..
..
3. Conserveren van een voedingsproduct
We weten nu wat bacterin nodig hebben om
ons voedsel te laten bederven, we gebruiken
onze kennis om dit proces om te draaien en
juist voor bewaring te zorgen.
Misschien wil je verse ingredinten wel
bewaren voor je ze gebruikt?

Onderzoekje
1. Leg een stukje appel in een bekertje.
2. Neem de ideale leefomstandigheden van bacterin weg.
3. Dompel je appel onder in:
Azijn
Suiker
Zout
Alcohol
Olie

27

Je onderzoek duurt 14 dagen, neem om de twee dagen een foto.


Na 14 dagen plaats je de fotos achter elkaar en bestudeert deze.
Maak gebruik van een onderzoeksblad.
Conclusie:
..
..
..

Evaluatie: biochemische processen (zie je onderzoeksbladen)


Positieve werking
biochemische
processen
toelichten
Ik
De leraar
Negatieve werking
biochemische
processen
toelichten
Ik
De leraar
Toelichten wat
conserveren van
voedingsmiddelen
is.

Zeer zwak
Je kan de
positieve
biochemische
werking niet
toelichten.

zwak

goed

Zeer goed
Je kan de
positieve
biochemische
werking
toelichten.

Je kan de
negatieve
biochemische
werking niet
toelichten.

Je kan de
negatieve
biochemische
werking
toelichten.

Je kan niet
toelichten hoe
conserveren
van voeding
werkt.

Je kan
toelichten hoe
conserveren
van voeding
werkt.

Ik
De leraar

28

7. Reflectie
Attitude
Zelfstandig
werken

Zeer zwak

zwak

goed

Ben alleen
gericht op die
zaken,
opdrachten die ik
graag doe.

Voer soms
opdrachten uit
die ik niet
graag doe.

Voer alle
opdrachten
op aanwijzing
kwaliteitsvol
uit, toon
meestal
inzet.

Zeer goed
Voer spontaan
kwaliteitsvol
opdrachten uit,
ook al liggen ze
mij niet goed

Ik
Leraar
Stiptheid

Was nooit in orde.

Was meer dan


n maal niet in
orde.

Was n maal
niet in orde.

Was steeds met


alles in orde. (map
taken opdrachten
materiaal
meebrengen)

Mijn werk moet


goed zijn, maar
ik begin wel niet
opnieuw.

Mijn werk moet tot


in de puntjes zijn of
ik begin opnieuw.

Ik
Leraar
Kritische
ingesteldheid

Ben zeer snel


tevreden met mijn
werk.

Ik
Leraar

In dit project heb je zelf een recept en voedingsproduct


gemaakt. In het begin (blz. 7) heb je aangeduid of dit
graag zou doen of niet. Hoe denk je er nu over?

Ik heb deze opdracht graag gedaan

O Ja

O Neen

Heb je hetzelfde geantwoord als blz. 7?.......................................


Hoe komt dit?.......................................................................................
29

Wat ging er goed?


.....................................................................................................
.....................................................................................................
Wat ging er minder goed?
.....................................................................................................
.....................................................................................................
Wat heb ik geleerd van deze opdracht?
.....................................................................................................
.....................................................................................................
Hoe kan ik het nog beter of anders aanpakken?
....................................................................................................
....................................................................................................
Welke slimme tips heb ik van de leerkracht of klasgenoten gekregen?
......................................................................................................................................
Heb je talent(en) ontdekt tijdens dit project waarvan dat je niet wist
dat je ze had?
O Ja

O Neen

Welk talent is dit?


Talent(en) :
..
Wil ik graag nog een opdracht rond voeding/biochemie doen?
O Ja O Neen
Evaluatie: vakspecifieke talenten in kaart brengen
De test van de
eisen

Zeer zwak
Ik geen
ontdekte
talent(en)
opgeschreven

zwak

goed

Zeer goed
Ik heb mijn
ontdekte
talent(en)
opgeschreven.

ik
De leraar

30

8. Technische beroepen
Er zijn vele interessante beroepen waar men met voeding, biochemie,
transport, te maken krijgt.
Opdracht :
Teken op een A4 blad een eenvoudig technisch proces (zie blz.8)
en zet er telkens een beroep bij dat daarmee te maken heeft.
Probeer een beetje creatief te zijn, je mag afbeeldingen gebruiken
en/of tekeningen maken
Schrijf bij elke stap een verklaring in je eigen woorden.
Schrijf de stappen van het TP hier eerst nog eens op:
1.
2.
3.
4.
5.

.
.
.
.
.

Hadden deze beroepslui ons tijdens dit project kunnen helpen


denk je?
O Ja

O Neen

Kunnen al deze beroepen door zowel jongens als meisjes beoefend


worden?
O Ja

O Neen

31

Evaluatie: Technisch proces


Sommen de stappen
van het TP op.

Ik
De leraar
Beschrijven met
eigen woorden de
stappen TP.

Zeer zwak
Ik kan minder
dan drie
stappen van
het TP
opsommen.

zwak
Ik kan drie
stappen van het
TP opsommen.

Ik kan minder
dan drie
stappen van
het TP
beschrijven
met eigen
woorden.

Ik kan drie
stappen van het
TP beschrijven
met eigen
woorden.

goed
Ik kan vier
stappen van het
TP opsommen.

Zeer goed
Ik kan de vijf
stappen van het
TP opsommen.

Ik kan vier
stappen van het
TP beschrijven
met eigen
woorden.

Ik kan de vijf
stappen van het
TP beschrijven
met eigen
woorden.

goed
Ik gaf bij drie
of vier stappen
een beroep.

Zeer goed
Ik gaf bij elke
stap een
beroep.

Ik
De leraar

Evaluatie: De rol van technische beroepen


Beroepen geven in
het technisch
proces.

Ik
De leraar
Belang erkennen van
technische beroepen
zonder onderscheid
jongens-meisjes

Zeer zwak
Ik gaf bij
geen enkele
stap een
beroep.

Ik vulde de
Ja/neen
vragen niet in.

zwak
Ik gaf bij n of
twee stappen
een beroep.

Ik vulde de
Ja/Neen vragen
in.

Ik
De leraar

32

9. Moeilijke woorden
Moeilijke woorden die je niet begrijpt, schrijf je in de eerste
kolom. Daarna zoek je met de ganse groep in een woordenboek of op
het internet naar een verklaring, je bevindingen schrijf je in een
groene kleur in de verklaringskolom. Woordjes die dan nog niet
gevonden zijn leggen we voor aan de ganse klas en verduidelijken we
in een zwarte kleur.

Moeilijk woord

Woordverklaring

33