© Orde der Verdraagzamen

Brochures

HENRI'S WOORDSPELIGHEDEN

Inleiding De entiteit die wij kennen als Henri was tijdens zijn laatste leven op aarde volgens eigen zeggen marskramer van beroep. Uit gezegden die in de loop der tijden tijdens zijn lezingen naar voren kwamen rijst het volgende beeld: Al spelende gooide zijn dronken vader hem toen hij nog jong was omhoog met de bedoeling hem op te vangen maar miste. Het gevolg was een beschadiging aan de ruggengraat en mogelijk een beschadiging van de borstkas. Hijzelf beschrijft zijn gestalte als model voor een S-bochten bord. Zeker is, dat onze vriend door zijn misvorming en mogelijk de reacties van de mensen daarop nogal verbitterd was. Ofschoon geen zekerheid bestaat omtrent de tijd waarin hij leefde is het waarschijnlijk, dat dit zich rond 1890 voltrok. Overigens is Henri niet zijn ware naam. Toen men hem, om hem in gesprekken van anderen te kunnen onderscheiden, een naam vroeg antwoordde hij: noem mij dan maar Henri. Want Henri de la Guardère is niet dood, hij leeft. ( een citaat uit "Le Bossu".) De gekozen titel, "woordspeligheden" stamt uit de wijze waarop Henri pleegt te spreken. Zijn betogen zijn vol van woordenspelletjes, associatieve humor en scherpe omschrijvingen van begrippen, die niet altijd van enig cynisme vrij te pleiten zijn. Om enkele voorbeelden te geven: Een prelaat is iemand die te veel te vroeg heeft gelaten. Of had moeten laten. Een diva komt vaak tot haar status via de divan. Vrede is mogelijk bij zelfaanvaarding in afwezigheid van anderen. In de loop der jaren werd een groot aantal van zijn gezegden door mij bewaard. Op de volgende bladzijden treft u een selectie hiervan aan. Waarbij de nadruk ligt op nog niet gepubliceerde gezegden en een reeks van wel zeer treffende omschrijvingen. Maar ook enkele uitreksels van door hem behandelde onderwerpen worden opgenomen om U een volledig beeld te geven van alles, wat deze entiteit in de ruim 25 jaren dat hij bij mij doorkomt aan woordspelingen en spitsvondigheden heeft gebracht. K.C. v.d. Nagel. medium Beroepen zoals Henri die omschrijft. Dokter: Iemand die zegt je beter te zullen maken en hoopt dat het waar is. Tandarts: Iemand die werkeloos wordt op het ogenblik dat alle mensen de kiezen op elkaar houden. Begrafenisondernemer: Iemand die er bovenop komt door vele anderen er onder te stoppen (1952). Advocaat: Iemand die goed leeft van de zonden van anderen. Notaris: Iemand die zich rijk kan stempelen.

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

1

Orde der Verdraagzamen Dominee: Iemand die zo vaak het woord gods spreekt dat hij uiteindelijk is gaan denken dat al zijn woorden van God komen. Pastoor: Er zijn twee soorten: De goede pastoor is een herder die doolt met zijn kudde. Een slechte pastoor is een gewijde die verkeerdelijk meent op aarde een bespreekbureau voor de hemel te mogen exploiteren, tegen kontante betaling maar zonder aflevering te garanderen. Sociale werker: Iemand die zozeer opgaat in de sociale noden van sociaal zwakkeren dat hij tot a-sociale eisen aan de maatschappij komt. Student: Iemand die eist dat de wereld op zijn woorden zal horen en er naar zal handelen. Dit alles, op grond van de kennis die hij hoopt te verwerven in de tijd die hij overhoudt van vergaderen en demonstreren. Agent: Gezagsdrager die, wanneer hij niet heel erg oppast tot handhaver van de openbare wanorde wordt (1980). Motoragent: Gelicenseerd verkeersovertreder. Rechercheur: Maar al te vaak een misdadiger die aan de verkeerde kant van de wet staat. Projectontwikkelaar: Iemand die geleerd heeft winst in de plaats van leefbaarheid te stellen. ( 1978) Aannemer: Iemand die aanneemt iets te doen op een bepaalde wijze en het dan anders uitvoert tenzij instanties dit van hem niet aannemen. Werknemer: Al te vaak iemand die zoveel neemt als hij kan en zo weinig werkt als hem mogelijk is. Postbode: Would be postellion d'amour die gedegradeerd is tot het rondbrengen van ongevraagde drukwerken. ( 1972) Politicus: Een eerlijk man die er eerlijk van overtuigd is dat men het volk voor zijn eigen bestwil dient te bedriegen. Of: Iemand die zich op programma's baseert om macht te krijgen die ie vervolgens in onderlinge afspraken schendt om de macht te behouden. Minister: Iemand die alles wat zijn ambtenaren hem voorleggen deskundig pleegt te verdedigen, zelfs wanneer hij niet beseft wat de gevolgen zijn of waarom het in feite gaat.

2

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

© Orde der Verdraagzamen Kamerlid:

Brochures

Iemand die gekozen wordt om de belangen van het volk te behartigen en altijd eerst aan zijn partij denkt. Ambtenaar: Iemand die regelingen treft en theoretische beslissingen te kunnen nemen zonder vaak de werkelijke gevolgen van zijn beslissingen te kunnen overzien. Of: Iemand die meer werk maakt voor anderen om zichzelf moeite te sparen. (1964) Beambte: Iemand in dienst van de gemeenschap die de diensten bewijst aan burgers daar waar ambtenaren het overleven moeilijker maken. U zult toe moeten geven, dat in al deze gezegden een grond van waarheid schuilt. Ondanks het speelse element in al zijn omschrijvingen en opmerkingen blijkt onze vriend wel degelijk een mening te hebben over zelfs de meest recente ontwikkelingen. Hij heeft echter kennelijk weinig op met degenen die anderen proberen te conditioneren tot gehoorzaamheid en ziet ook politieke instellingen, vaak wat anders dan velen lief is: Politiek: De kunst beloften te verkopen waarvan je zelf weet en waarvan anderen vermoeden dat men ze nooit waar zal kunnen maken. of: Koehandel met de belangen en zelfs bezittingen en levens van anderen onder het motto dat het belang van de gemeenschap nu eenmaal voor moet gaan. Politiek, internationaal: Reidans van oudere heren die om de beurt in hun hemd komen te staan en anderen bedreigen. E.E.G.: Men zoekt er iets anders in, maar voor mij is het de afkorting van: Europees eet-genootschap. Europees parlement: Bond van gekozen en goedbetaalde idealistische praters zonder enig gezag.(1979) Kostbaar internationaal podium waarvan staatslieden over de hoofden van de aanwezigen hun eigen volk toe plegen te spraken. Of: Internationale ring voor twistenden die door zijn onderafdelingen soms nog wat goeds tot stand brengt ook (1969) Ontwikkelingshulp: Hulp die rijke landen aan arme landen geven in de hoop zo eigen afzetgebied te vergroten.(1964) Democratie: Het recht om zelf te kiezen door wie je bedrogen wilt worden. Bureaucratie: Kaste die letters belangrijker acht dan feiten.

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

3

Orde der Verdraagzamen Technocratie: Groep die op alles een antwoord meent te kunnen vinden maar helaas steeds weer vergeet dat een mens alleen maar een mens is. Wetenschap: Het geloof dat alleen het logische en bewijsbare waar kan zijn. Of: Eer van zelfbewuste mensen die altijd menen dat wat jij ervaart altijd minder waar is dan wat zij menen te kunnen bewijzen. Professor: Iemand die veel weet van weinig en daarop het recht grondt over alles een deskundig oordeel te mogen geven. Staatsman: Iemand die tot alles in staat is om hoofd van een staat te kunnen blijven. ( 1959 ) Ook systemen en de Nederlandse politiek hebben de niet altijd even vriendelijke aandacht van Henri: Socialisme: Leer die stelt dat door solidariteit de mensen steeds meer kunnen krijgen en zijn, maar over het hoofd ziet dat mensen die genoeg hebben of menen te weten altijd weer kleine kapitalisten worden. Liberalisme: Systeem waarbij men uit pleegt te gaan van de stelling dat wat, goed is voor jou voor een ander niet slecht kan zijn. C.D.A.: Cocktail van tegenstrijdige christelijke overtuigingen katholiek gebrouwen als elixer tegen tanen van de macht. Het schip van staat: Zo genoemd omdat de kaptein’s altijd schipperen en laveren dat het een lust is terwijl de beste stuurlui als gebruikelijk aan wal staan. Landsbelang: Dat wat regeringen ten koste van alles door zullen zetten zelfs indien het niet in het belang van alle burgers is. Democratisch bestuur: Regering voor het volk door het volk waarin weinigen zwaar betaald worden om te denken voor het gehele volk en meedenken van anderen het liefst zouden verbieden. Belastingen: Dat wat de staat, van de burgers heft om zich goed te kunnen betalen voor het feit, dat zij een deel van het opgeeiste weer aan die burgers ten goede laat komen. Subsidie: Gelden die de staat geeft om zaken in stand te houden waar de burgers niet genoeg voor overhebben. Christelijke politiek: Contradictio in terminis. 4 350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

© Orde der Verdraagzamen Begroting:

Brochures

Opstelling van de tekorten die men tegenover het werkelijke inkomen per departement onvermijdelijk acht. Kabinet: Dat is er nu niet, en dat is een kommode.( 1979) Minister van financiën: Een man die vergeefs probeert ambtenaren en kamerleden duidelijk te maken dat praatjes geen gaatjes vullen. Hoe moeten wij stemmen: Of je nu uylig of agterlijk stemt maakt op het ogenblik geen verschil. (1978 ) Pressiegroep: Kleine groep die zo hard weet te schreeuwen dat politici bang zijn dat zij feiten kennen en hen dus hun zin proberen te geven. Werkeloze: Iemand die redelijk leeft dank zij het feit dat anderen meer lasten op moeten brengen dan in feite redelijk is. Bevrijdingsfeest: De dag waarop men herdenkt dat de Duitsers gingen en alleen hun wetten achterlieten, waarvan er nog vele in gebruik zijn. Of: Feest waarbij de bevrijding van het verleden gevierd wordt op een wijze waardoor men naar men hoopt de onvrijheid van nu te vergeten. Oorlog: Ruzie tussen staatslieden, uitgevochten met de levens en op kosten van hun onderdanen. Ezel: Dier dat zich naar verluidt, in tegenstelling, tot de kiezer niet stoot aan dezelfde steen. Sociale zekerheid: Een systeem van volksverzekeringen waardoor het zeker is dat de mensen verleren zichzelf te redden. Ook politici kregen vele malen een veeg uit de pan. De volgende uitspraken zijn een kleine selectie uit een grote veelheid van niet altijd even vriendelijke opmerkingen gewijd aan bekende persoonlijkheden. Van Agt: Een bekwaam wielrijder die slalomt tussen alle problemen die hem ten val zouden kunnen brengen. Wiegel: Een man die deining, veroorzaakt door zaken bepaald te stellen die Luns ten hoogste bepaaldelijk zou aanduiden. Van Agt en Wiegel: Een paar dat bij het diner een kabinet voortbrengt.

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

5

Orde der Verdraagzamen Van Agt: De man die voor alles geliefd wil zijn en zich daardoor bij vele gehaat maakt. Den Uyl: Een doctorandus die altijd meer zegt dan hij verantwoorden kan door ten eerste vaderlijk te doen en ten tweede zich kwaad te maken wanneer dat niet lukt. Joop: Een sympathieke man die altijd al de partijkleur aanneemt voor hij bij de interruptie microfoon is. Catshuis: Officieel huis waar men onofficieel de politieke kat in het donker knijpt tot hij de juiste kleur heeft. Ter Louw: Iemand die zo eerlijk is in zijn politiek dat hij velen louw laat reageren. Maar ook anderen worden op de hals genomen. Want wanneer iemand een bekende naam roept om een omschrijving daarover te horen weet Henri altijd wel de puntjes op de i te zetten. Na de laatste t.v.-show van Wim Kan was zijn commentaar: Wat Kan kon kan Kan niet meer. Toon Hermans: De man die toont dat je met rekken een kleine grap ook een kwartier kunt laten duren. Of: De man die de hemel blauw noemt en alles verder blauw blauw pleegt te laten, maar zo dat de mensen blauw van het lachen zijn. Sonneveld: Een man die beter is dan men vermoed door zijn vrees slechter te zijn dan hij wil. Neerlands hoop in bange dagen: Wie heeft hem gedaan? Seth Gaaikema: Nederlands noordelijke en literair verantwoorde cabaretzetpil. Herman van Veen: Een muzikale clown die aan een drama zal ontkomen door een ontzettende haast te maken in Duitsland (1976). Songfestival: Plaatjes van banale liedjes voor de platenindustrie. Volkstoneel: Acteurs die nog spelen voor het publiek en niet alleen voor hun eigen reputatie. Kunst: Alles waarmede men zijn ziel blootlegt voor anderen, maar alleen groot genoemd wanneer het zonder subsidies niet betaalbaar is. Subsidie: Staatsbijdrage tot instandhouding van zaken waar de mensen gewoonlijk geen cent meer over hebben. 6 350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

© Orde der Verdraagzamen

Brochures

Trouwens ook de omroepen worden gekarakteriseerd op een wijze, die de betrokkenen niet altijd in dank af zullen nemen. VARA: De enige omroep die een haan bezit die stinkeieren legt. VPRO: Een vereniging die bloot met vrijzinnig pleegt te verwarren en verveling met progressiviteit. KRO: Brenger van veel roomse leut maar vaak is het mis. AVRO: Algemene vriendjes rommelarij omroep. EO: Goed documentair ondersteunde christelijke onanie. NCRV: Christelijke huiselijkheid met een snuifje oranje en verzet. TROS: Bij het zoeken naar leden vaak losgesmeten. VERONICA: Met zweetdoek aan het schuim ontstegen beseft zij niet dat je werkelijk als je jong bent wel eens iets anders wilt. 0mroepbestel: Het bed waarin de gooise matras past. T.V.: Het perfecte slaapmiddel dat je na de dagsluiter wakker doet schrikken door het journaal. (1967) Ook bepaalde bands worden over de hekel gehaald. Soms lijken de woordspelingen vergezocht en spreken alleen cognogentio aan. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van radio philharmonisch orkest in een tijd, dat dit orkest door een zekere Flipsen gedirigeerd word. Waarbij deze dan verder omschreven werd als de muzikale veldwachter uit Dik Trom. Beatles: Goede muzikanten die spelen voor muzikale kevers. Rolling Stones: Vergaren geen mos, maar veel weed. Boogie woogie: Muzikale Vitusdans. Zangeres zonder naam: Beter zonder naam dan zonder stem, maar er is al ellende genoeg op de wereld. ( 1966). Tauber: Een stem die je de rest laat vergeten en dat is maar goed ook.

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

7

Orde der Verdraagzamen Elvis Presley: Iemand die meer zou kunnen zijn wanneer hij minder wilde zijn. (1967). Mies Bouwman: Een vakkundige giechel met persoonlijkheid. Willem Duys: O, Willem, duister zijn je wegen en vals je Wilhelmus. Vader Abraham: Een jonker Fris met zeven zonen die niet voor Piet Kartner staat. Toen men Henri eens vroeg, waarom hij toch altijd zo hatelijk was en zoveel grappen verkocht antwoordde, hij: "Wanneer ik iets mooi en plechtig zeg gaat u naar huis en zegt dat het mooi was, maar u weet niet meer waar ik het over had. En wanneer ik dingen afbreek komt u tot de conclusie dat er toch nog veel goeds in schuilt. Dus breng ik u er in feite toe, positiever na te denken. Maar wanneer ik alleen goede dingen zeg denkt u aan alle negatieve punten, die ik niet genoemd heb en denkt u dus negatief.” Om te voorkomen dat u van deze entiteit alleen maar snedige gezegden verwacht neem ik ook enkele stukjes op uit lezingen die hij gehouden heeft. Ook hier betreft het die onderwerpen die hem uit de zaal gegeven werden en waarop hij onvoorstelbaar snel reageerde. NORMEN EN STELSELS Een norm is iets wat je stelt. Maar stel je meer normen die samenhangen dan ontstaat vanzelf een stelsel. Dit maar het noodzakelijk, die normen te verklaren, dus verkondig je een leer. Zo ontstaat een leerstelsel waarbij alle normen verder aan de leer getoetst kunnen worden. Meestal wordt hierdoor het leven nog taaier dan zoolleer. Daardoor komen er mensen, die een of meer normen gaan aanvechten. Dat zijn dus dissidenten. Maar daardoor komt de leer in gevaar en zou het stelsel ontregeld kunnen worden. De ontstelde stelselbewonderaars sturen dus die dissident als een zondebok de woestijn in. Behalve wanneer hij in het buitenland of eigen land te zeer bekend is. Dan verban je hem naar een andere plaats waar je hem een woning geeft en onder toezicht stelt. De man is dan dissident resident geworden.... enz.. Godsdiensten zijn systemen die beweren dat zij weten wat God van de mensen verwacht en hoe die mens met die God tot overeenstemming kan komen. Vraag je hen het bestaan van die God te bewijzen dan komen zij met onbewijsbare stellingen die zij als enige waarheid en vol bewezen aan je proberen op te leggen. Een van hun lievelingsargumenten luidt: De bijbel is Gods Woord waaruit wij alles vernemen. En de bijbel zelf zegt Gods woord te zijn. Waarop zij je triomfantelijk aankijken. Maar op die basis kan ik wel zeggen, dat ik God ben. En vervolgens, hun redenering is dat dan nog waar ook. Want ik zeg het immers zelf? Toch bevatten alle godsdiensten wel een brokstuk van een kosmische waarheid. Maar wanneer je een klein brokje tot enige waarheid met uitsluiting van alle andere mogelijke brokken maakt, wordt dit een leugen.... God werkelijk dienen betekent voor mij: "Hem in jezelf vinden en met Hem leven, je bewust van je band met het Al. En zelfs dan nog alleen in het besef, dat je maar een heel klein deel van God ooit zult kunnen beleven en zijn werkelijkheid nooit zult kunnen kennen. Rechtvaardigheid: In onze zin bestaat deze niet. Recht is altijd weer een kwestie van het recht van de sterkste. Wie zich aan de regels houdt zal zichzelf dan gemeenlijk als een rechtvaardige beschouwen, maar dat is een grote zelfoverschatting. Rechtvaardig kan alleen hij zijn, die alle feiten en processen, ook de innerlijke, kent. Daar mensen die nooit kunnen overzien en alleen God daartoe geheel in staat zal zijn is het dwaasheid, ooit van werkelijke rechtvaardigheid op aarde te dromen. Waarmede duidelijk wordt, dat onze vriend heus nog wel andere in zijn mars heeft dan grappen en woordspelingen. Maar in deze compilatie ligt nu eenmaal de nadruk op de woordgrappen en hatelijkheden.

8

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

© Orde der Verdraagzamen Non:

Brochures

Vrouw die haar leven aan God heeft gewijd. Frans spreekt en tot alle mannen dus non zegt. Of: Iemand die vrijwillig God’s dienstmeid wordt en dus een echte godsdienstmeid is. Of: Een verloofde die pas na haar dood het huwelijk hoopt te consumeren. Christelijke Naastenliefde: De liefde die een christen om Christus wille van zijn naasten meent te mogen eisen. Godsdienst: Een reeks uiterlijkheden waardoor het innerlijk erkennen van en leven volgens de innerlijk erkende wil van God overbodig wordt. Kerk: Gebouw waarin men zich terugtrekt om tot God te spreken zonder daarbij door de grootsheid van zijn schepping gehinderd te worden. Priester: Al te vaak iemand die zich als een soort douanebeambte tussen de mens en God opstelt. Paus: De hoeder van de sleutels van de hemel. Maar hij is zo kennelijk kwijt want overal waar hij komt ligt hij er op de grond te zoeken. ( 1979) Gijssen: Pijprokende Nederlandse psuedo-paus die zichzelf een filmster waant. Mgr. Zwartkruis: Een bisschop die zich ondanks zijn naam ook daar regelmatig wast. De hel: Aangename droom van mensen die geen vrede met zichzelf kunnen vinden. De hemel: Luilekkerland voor vromen, hen voorgehouden om hen met minder dan hen toekomt op aarde vrede te doen hebben. Zwarte kousenkerk: Groep van mensen die zich uit louter vroomheid schamen voor het enige gewaad dat God hen zelf gegeven heeft. De waarheid: Iets dat altijd door meer mensen wordt verkondigd dan gezocht en alleen gevonden kan worden wanneer je eerst jezelf geheel kent en gevonden hebt. Sacrament: Magische ingreep waardoor je meent meer recht op hulp en diensten van God te krijgen dan anderen. De biechtkerkelijke vorm van psychiatrische bemiddeling. Psalm: Kerkgezang ter ere Gods, zo traag gezongen dat zelfs de Heer er niet wakker bij kan blijven.

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

9

Orde der Verdraagzamen Doop: Volgens de kerken beter dan Omo voor het wassen van zielen. Ouderling: Vrome oude die de dominee zegt dat hij anders moet preken of opkrassen, Agape: Liefdesmaal van gelovigen waar men kennelijk nu niet meer in gelooft. Theoloog: Theo liegt nog steeds. Theologie: Uitsplitsing van het onbewijsbare om meer gelijk te krijgen door minder te bewijzen. Godsdienstgeschiedenis: Het sorteren van de vuile was om te kijken wat je nog net buiten durft hangen. Seminarium: Conditioneringkamp voor aanstaande leraren, ofschoon in deze tijd velen eerder aan een inseminarium schijnen te denken. Gehuwde priester: Iemand die mét Paulus maar tegen de eis van Rome in meent, dat het beter is te huwen dan te branden. Alleen gehuwden vragen zich soms af, of Rome toch niet ergens gelijk heeft. Indien U zich er over verwondert, dat godsdienstige omschrijvingen zonder meer volgen op een uittreksel uit een verhandeling over recht en rechtvaardigheid, zo is dit ten onrechte. Op de vraag, waarom Henri altijd maar op de godsdienst hakte gaf hij ten antwoord: Elke groep die een leer predikt en die dan alleen voor zich in aanspraak neemt, zichzelf daarop verheffende, verdient niet anders. Wanneer Jezus zou zien wat er van Zijn leer gemaakt is, zou hij zich in zijn graf omdraaien met een snelheid, waardoor een gekoppelde generator meer energie zou kunnen leveren dam een atoomcentrale. Het is dus maar goed, dat Hij ten hemel is gevaren. Maar ook andere zaken, zoals de esoterie hebben zijn oprechte niet altijd even vriendelijke belangstelling. Esoterie: Innerlijk schouwen om het hogere te erkennen. Helaas zoeken vele mensen het te hoog. Zij komen dan in ademnood en maken een noodlanding, die veelal een buiklanding wordt. Esoterische school: Een groep die tegen een zekere, vaak hoge prijs u probeert bij te brengen wat u omtrent uzelf al lang had moeten weten. Mystiek: Het beleven en verklaren van feiten zonder je daarbij aan menselijke opmerkingen of rede te houden. Occultisme: Voor de meesten die zich ermee bezig houden een tasten in het duister. Ox oriente lux: Ik geloof niet dat u gelijk hebt. Vraag het eens aan Lever Bros inc.

10

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

© Orde der Verdraagzamen Theosoof:

Brochures

Al te vaak: Iemand die op grond van de sofismen omtrent de Theios zich meerwaardig achten aan anderen. Rozenkruiser: Zoeker naar de eenheid van de kosmos die gewend is zichzelf in een uitzonderingspositie te plaatsen Trance: Toestand van onbesef waar toch vaak iets verstandigs uitkomt. Trance medium: Indien goed, een telefoonlijn naar de andere wereld. Helderziende: Iemand die meer ziet of zegt te zien dan anderen, maar de zaken gemeenlijk duister inziet. Nostradamus: Een profeet die zijn gelijk in duistere rijmen wist te verbergen en zo ook nu nog door zijn vele uitleggers geëerd wordt als bron van hun eigen gelijk hebben. Magiër: Indien het een goede is, een wetenschapsman die werkt met wetten die door de wetenschap nog niet erkend worden. Indien het een slechte is, iemand die uit veel poespas veel voordeel weet te behalen. Witte magie: Het gebruik van middelen waardoor zonder kenbaar stoffelijk ingrijpen veel tot stand kan worden gebracht. Zwarte magie: Witte magie die men alleen te eigen voordele gebruikt Meditatie: Moet een overweging betekenen maar is vaak een uitvlucht voor de vrome een uiltje knapt. Contemplatie: Innerlijke beschouwing tot een punt van eenwording, maar in vele gevallen ook een uitvlucht om eens een tijdje niets te doen. Ingewijde: Iemand die God beleeft in plaats van over Hem te spreken. Zondaar: Iemand die doet wat jij graag zoudt willen maar niet durft. Ideaal: Voor de meeste mensen een beeld van eigen ik, ontdaan van alle onvermogen. Filosoof: Iemand die een Toren van Babel bouwt met een enkel feit als basis en zich dan verbaast over de spraakverwarringen die bij heeft veroorzaakt. Wijze: Iemand die zijn eigen dwaasheid beseft zonder er een ander mee lastig te vallen. 350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN 11

Orde der Verdraagzamen Dwaas: Iemand die van zijn eigen wijsheid onwrikbaar overtuigd is. Atheïst: Iemand die gelooft dat er geen God is en er dus van overtuigd is dat een ieder die anders gelooft een bijgelovige dwaas moet zijn. Zendeling: Iemand die tegenwoordig zijn geloof verpakt in sociale bewogenheid en bevoordeling van degenen die hem volgen. Zijn resultaten noemt hij vaak - verkeerdelijk - bekeringen. Geloof: Een onbewijsbare zekerheid die men - vooral wanneer men soms twijfelt aan anderen - als onaantastbare waarheid voor probeert te leggen. Ware levensvreugde: Even blij zijn met alles zelfs met je ellende omdat je zonder leven van niets zou weten. Jezus: Grote geest die vaak wordt gebruikt als rechtvaardiging van gedragingen die geheel tegen zijn leer ingaan. Mohammed: Maanzieke profeet die een ware leer en een halve maan aan zijn gelovigen heeft gelaten. Boeddha: Meester die leerde en bewees dat hij die meester is over zich zelve meester is van de tijd. Boeddhisme: Een doolhof van stellingen gebaseerd op misverstanden omtrent de leer van de boeddha. Joseph Smit: Godsdienststichter die - volgens zijn beweren - van een engel de toestemming tot veelwijverij kreeg. Mahrishi: Iemand die kennelijk volgens anderen voldoende ingewijd is om er miljoenen aan over te houden. Holy Family: Kijk uit, want van je familie moet je het maar hebben. U ziet het, ook esoterie en dergelijke zaken hebben niet de onverdeelde goedkeuring van onze vriend. Het is daarom goed u er aan te herinneren dat hij zelf duidelijk maakte, dat het geen zin heeft de spot te drijven met dingen die je niet ernstig noemt. Spot is het aanduiden van de hiaten in het waardevolle of behoort dit althans te zijn. Humor is het vermogen om je eigen dwaasheid te lachen wanneer je die in een ander herkent. Het is noodzakelijk te erkennen waar je faalt indien je ooit hoopt te slagen Wie in de schaduw staat ziet met minder moeite wat zich in de zon vertoont. Spot is de schaduw waardoor de werkelijkheid duidelijker naar voren komt. Hoe men zijn gezegden ook beschouwt, zeker is dat zij blijk geven van een scherp waarnemingsvermogen, gepaard gaande met een zekere afstandelijkheid. Associatieve humor speelt een grote rol, wanneer Henri zijn mening over de maatschappij ten beste geeft.

12

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

© Orde der Verdraagzamen Patria:

Brochures

Soort biscuit waarvoor het volgens de opschriften op gedenktekens zo zoet is te sterven dat velen dit ook deden. Vaderland: Een reden om te denken dat je anders bent op grond van het feit dat je moeder je daar geboren liet worden. Nederland: Een land dat geweten exporteert en arbeiders invoert. Het kabinet (1974): Een dressoir beladen met verbale gehaktballen. Burgemeester: Vaak een man met een te hoog inkomen en een te beperkt inzicht. Werkeloosheid: Voor velen zoveel uitkering ontvangen dat je er voorlopig beter aan doet geen werk te zoeken. Stakingen (1978): Voorbereidingen op de werkeloosheid die men zo zelf steeds onvermijdelijker maakt. Ons land: Gemeenschap die zich een moreel vlot heeft gebouwd van alle balken in eigen oog en zich nu aandient als oogarts die wel even de splinters in andermans oog wil verwijderen. Bollenvelden: Voor de koe die naar de bolle wilde de teleurstelling van haar leven. Molens: Naarmate er minder in het landschap staan lopen er meer mensen mee. Stadsvernieuwing (1975): Het bouwen van zoveel kantoren dat er geen ruimte meer is voor woningen voor allen die in die kantoren moeten werken. Kamerverhuur: De manier om voor een krot de prijs van een paleis te ontvangen. Sociale voorzieningen: Instellingen die wel door a-socialen voor sociaal zwakkeren ontworpen schijnen. Kinderbijslag: Vrome fokpremie die het een ijverig echtpaar mogelijk maakt van zijn liefhebberij een broodwinning te maken. Huwelijk: Gelegaliseerde strijd tussen de sexen waarbij wapenstilstand in bed gesloten dient te worden. Samenleven: Niet wettig huwelijk waarbij de partners zonder verdere kosten elkaar kunnen verlaten wanneer het misgaat.

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

13

Orde der Verdraagzamen Samenleving: Maatschappij opgebouwd uit eenlingen die elkaar een vrij bestaan onmogelijk proberen te maken. Wetten: Voorschriften die je nodig hebt om te weten wanneer je in overtreding bent. Feminisme: Uiting van gerechtvaardigde vrouwelijke ontevredenheid. Helaas gemeenlijk aangevoerd door op de mannen jaloerse lesbiennes. Sex: Een klein verschil met mogelijk grote gevolgen Het sterke geslacht: De mannen, omdat zij geacht worden in staat te zijn het zwakke geslacht te onderhouden. Het zwakke geslacht: De vrouwen, daar zij bij hun grootste overwinningen geacht worden de onderliggende partij te zijn. Prostitué: Dame die van een liefhebberij een horizontale broodwinning heeft gemaakt. Naast deze z.g. definities heeft Henri ook over de laatste onderwerpen een geheel eigen mening. Zo stelde hij b.v.: Voor de exploitanten van sexclubs heb ik respect. Niet iedereen ziet kans rijk te worden door de mensen te verkopen wat zij zelf in huis hebben. Zonde is volgens menigeen een gemiste kans. Mannen praten over hetgeen zij zullen gaan doen, vrouwen vaak over hetgeen zij gedaan hebben. In Amsterdam is een man die door de knieën zakt en er slecht uitziet. Waarschijnlijk iemand die van twee walletjes wilde eten. De tijden veranderen. In mijn dagen was het eerst een tijd vrijen en dan denken over seks. Nu is het vrije seks en de rest zien wij later wel. Hoe heerszuchtiger de mensen zijn hoe kleiner hun zelfbeheersing wordt. Vroeger was het: wie de schoen past trekke hem aan. Nu is het eerder: wanneer ook maar iets je past, pik het mee. Trouwen betekent houwen - dus niet met een d – duidelijk! Je moet getrouwd zijn om eindelijk je slechte kant te durven tonen. Als de vrouw van de directeur een baas is, is de directeur op kantoor een tiran. Wie meent dat er achter elke geslaagde man een vrouw staat heeft mogelijk gelijk. Maar zeker is dat zijn weg vol pleegt te zijn van vallende vrouwen. Wie meent dat de Romeinen maar primitief leefden moet eens rond zich kijken. Zij hadden hun spelen, maar daar werd niet buiten de arena gevochten. Houdt U ook van voetbal? Cocktailparty's zijn samenkomsten waarbij men met een glas in de hand onzin praat tot men er bij neervalt. Het is gemakkelijker op te komen voor het ongeboren kind dan voor de velen die men ziet doden in het verkeer. Waaruit blijkt, dat onze vriend de zwakheden van de moderne maatschappij wel degelijk in de gaten heeft, ook al zijn zijn bespiegelingen vaak wat eenzijdig. Toch kan gesteld worden, dat Henri van de mensen houdt, ook al neemt hij hun zwakheden soms danig op de hak. 14 350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN wordt die beweging

© Orde der Verdraagzamen

Brochures

Opvallend is hierbij, dat zijn aanvallen zelden een persoonlijk karakter dragen. Alleen bij politici is dit soms het geval en zelfs dan is die aanval, in feite alleen een kritiek op een systeem. Boer Koekoek moet een zetel behouden want een circus zonder clown is niets waard... Hoe feilbaar pausen kunnen zijn blijkt uit het leerstuk der onfeilbaarheid. Het nadeel van Ter Louw is, dat hij te veel kiezers koud laat. Luns is de antieke secretaire generaal van de NAVO. U moogt er anders over denken, maar voor mij betekent EEG gewoonweg Europees Eet Genootschap. In het europees parlement vergoedt men een gebrek aan invloed door een overvloed aan voordelen en hoge salarissen. België is voor mij geen echte natie maar eerder een voortdurende taalstrijd die gedempt wordt door beambten die ook niets beters weten. Vive la France sprak de Ghoul. De pech voor Hitler was dat alles steeds minder snor zat. Hoe jammer dat staatslieden vergeten hebben dat hun ouders hen leerden dat kindertjes die vragen worden overgeslagen. Kunst met een grote K bestaat gemeenlijk uit een-tiende prestatie, drie-tiende pretentie en de rest is subsidie. Ik kan best begrijpen dat vele jongeren een eigen woning wensen: met de t.v. is het haast onmogelijk je ouders een paar avonden in de week de deur uit te krijgen. Het nadeel van de pubers in deze tijd is, dat zij vaak al 65+ er zijn. Geweld is de zelfbevestiging van mensen met een minderwaardigheidscomplex. Vroeger gingen sprookjes voornamelijk over reuzen, dwergen en wonderkinderen. Nu gaat het over welvaart, olie en minder werk. Democratie betekent in de meeste gevallen dat de burger het recht wordt toegekend zelf uit te maken, door wie hij bedrogen wil worden. Over dictatuur moet je je pas dik maken, wanneer de dictator meer slechts dan goeds tot stand brengt. Progressiviteit betekent de uiterste orthodoxie t.a.v. toekomstverwachtingen, zelfs wanneer bewezen kan worden dat zij niet mogelijk zijn. Christelijke naastenliefde is uiteindelijk alleen maar de liefde die de christen om Christus' wille van zijn naasten meent te mogen eisen. God is vaak het argument van degenen, die geen redenen voor hun eis kunnen geven. De ware bevrijding kan pas dan ontstaan wanneer de mens leert zijn eigen beperkingen te aanvaarden. Het graf van de onbekende soldaat is in feite alleen maar de voorreclame voor een mogelijke nieuwe oorlog. Deze maatschappij is zo bezorgd voor de zielen van de misdadigers dat zij het leven van de slachtoffers maar liever vergeet. Wonderen bestaan alleen nog, wanneer zij voorzien zijn van een kerkelijke goedkeuring. En die komt alleen, wanneer niet verwacht kan worden dat dergelijke zaken ook van de levende vertegenwoordigers van de kerk zouden worden geëist. Het voordeel van een openbaring is dat zij niet bewezen behoeft te worden en te hoog is om redelijk te worden na gegaan.

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

15

Orde der Verdraagzamen Wat dacht u van de volgende uitspraken? Een kipper is een haring die ondanks dokter Meinsma te veel heeft gerookt. Een banaan is bij picknicks vaak de sigaar. Roken is de alternatieve wijze om het geld in rook op te laten gaan. Alcohol is een wettig en economisch gevestigd roesvormend middel. Een noot is de plaatsvervangende biefstuk van de vegetariër en gelijktijdig een wanhoop voor degene die muziek studeert. Humor is het lachen om jezelf vooral wanneer je je eigen dwaasheid in anderen herkent. Leedvermaak is een vreugde-uiting omdat een ander over die hondehoop is uitgegleden. Feestmaal: De maaltijd die een Nederlander het liefst geniet na een paar overgeslagen maaltijden, vooral wanneer een ander de rekening betaalt. Ontbijt: Al te vaak slok slok kauw kauw en een gemompeld: "tot vanavond vrouw" Souper: Vaak de redding van een in de soep gelopen dag. Nachtrust: Verandert van betekenis naarmate je langer getrouwd bent. Geboorte: Een verschrikkelijke uitzetting met als dank je voor alle moeite: een klap op je achterste. Sterven: Datgene waar alle mensen naartoe leven. Leven: Je bezighouden met vandaag en morgen laten wachten. De dood: Volgens mensen het eindpunt, maar naar later blijkt eerder een overstapje. De zin van het leven: Leren jezelf te zijn en te blijven, of je nu leeft of sterft. Catechismus: Boekje vol vragen en daarbij gezochte antwoorden die niets duidelijk maken behalve het feit, dat verder denken verkeerd zou zijn. Roman: Geschreven dagdroom. Gedicht: Steno van de gevoelens, al dan niet gerijmd, gaande op versvoeten en meer waardevol geacht naarmate het ongerijmder klinkt. Geschiedenisboek: Optelling van alle nationalistische leugens die men nog terug kon vinden.

16

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

© Orde der Verdraagzamen Of:

Brochures

Opsomming van veldslagen en vorsten tot lering en vermaak, van degenen die hun eigen leven zo kunnen opsieren met andermans roem. Levertraan: Gezondsheidsdrank die - zoals de waarheid - velen onverteerbaar voorkomt. De waarheid: Wat niemand over zich wil horen en over alle anderen meent te mogen zeggen. Behalve wanneer het staatslieden betreft, want dan is de waarheid staatsgeheim. Generaal: Iemand die zijn reputatie bouwt op zijn vermogen de levens van anderen zonder aarzelen op te offeren, Soldaat: Is men wanneer men bestemd is om eventueel geofferd te worden. Politici zijn gemeenlijk mensen die voor eigen parochie preken over al die dingen, die zij zelf niet doen. Progressiviteit is de orthodoxie van mensen die hun vermoeden omtrent morgen tot de waarheid van vandaag verklaard hebben. Militarisme: Komt voort uit het feit, dat alle regeringen een linkse en een rechtse vleugel plegen te hebben. Het resultaat is dan altijd weer links, rechts, links, rechts. Soms worden bij Henri antwoorden tot een spelletje met klanken. Op de vraag of het mogelijk zou zijn op een andere bewoonde planeet de incarneren gaf hij als antwoord, dat dit niet doelmatig was. De vraagsteller meende echter, dat wanneer het een hoger staande beschaving betrof, een dergelijk voorbehoud niet behoefde te gelden. Henri nam de handschoen als volgt op: Stel dat op een planeet elders wezens die op zeekomkommers gelijken tot een veel hogere beschaving zijn gekomen dan de mens, U wilt dus een zeekomkommer worden. Maar daar u tot uw kommer moet constateren dat u aan begrip en moraal tekort komt bent u de eerste incarnaties eerder een zure augurk. Op de duur en na meerdere incarnaties komt er misschien een einde aan uw zee van kommer, maar daarmede komt u nog niet veel verder. En wanneer u eenmaal geheel zeekomkommer bent geworden zal alleen uw geest zich kommerlijk buigen over de mogelijkheden van vele incarnaties die door een niet noodzakelijke verandering van bewustwordingsreeks ontstaan. Over iemand die klaagde over het roken van anderen sprak hij wijsgerig: Indien ik u goed begrijp hebt u de dampen in wanneer een ander rookt. Besef dat daar waar rook is vuur moet zijn. Roken geeft onder omstandigheden een gloed van gezelligheid. Maar u ruikt rook en wordt boos. Dat is niet goed voor u en ook niet voor de anderen, die door uw de dampen in hebben zo geraakt worden dat zij snel opsteken om bij te komen. Mijdt wat u ergert zoveel mogelijk, maar geef een ander de kans, op zijn wijze zijn dwaasheden uit te halen. Op de opmerking dat eerlijk het langst duurt was het antwoord: zeker. Want waar zo weinigen eerlijk zijn zal men niet geloven dat u het wel bent. Het zal lang duren voor men uw eerlijkheid als oprecht aanvaardt en u zult zelfs dan daaraan weinig rechten kunnen ontlenen. Over voetbal: degenen onder u die menen dat zij beschaafder zijn dan de oude Romeinen moeten eens een voetbalmatch volgen. Want bij de Romeinen werd voornamelijk in de arena gevochten, maar bij u voornamelijk daar buiten. Leve de sport. Of deze: voor vele politici is de verkiezing een modderbad dat wederkerig wordt toegediend maar waaruit men zelf stralender dan ooit te voorschijn hoopt te komen.

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

17

Orde der Verdraagzamen Over Godsdienst: zolang de priester iemand is die tussen de mens en zijn God staat wordt de priester gediend en God moet maar zien hoe hij aan zijn trekken komt, Over de toekomst: dat is een Maggiblokje op basis van het verleden. En het verleden bestond uit oorlogen, verdragen en vorsten. De rest was er wel maar kwam kennelijk niet aan bod, wanneer je de geschiedenisboeken moogt geloven. Wat ik overigens niet doe. Historie: Het verleden aangepast aan de belangen van het heden. Veel modewoorden neemt onze vriend eveneens op de hak - plus datgene wat er achter schuil gaat. Medezeggenschap: Is de leuze van degenen die graag verantwoordelijkheid voor te dragen. Inspraak: Het optreden van mensen die zichzelf graag horen en meer zeggen dan zij kunnen verantwoorden in de hoop, dat anderen hen zullen geloven en volgen omdat zij zo geloofwaardig overkomen. Na de overgang staat dit type vaak met de mond vol tanden. Het resultaat van te veel inspraak: Opspraak. Protest: Optocht van machtelozen die weigeren naar beter weten te handelen. Revolutie: Een poging het onderste boven te keren en de voordelen voor hen die dan boven zijn gelijk te houden. Evolutie: De voortdurende ontwikkeling der dingen die zelden beseft wordt omdat men alleen achtereenvolgende fasen ziet en de betekenis van het geheel gemeenlijk te laat beseft. Verenigde Naties: Een gemeenschappelijk platform van vele staten waar de politici over de hoofden van de aanwezigen weg hun eigen natie plegen toe te spreken. Discriminatie: Een waan van zelf beter zijn die voortkomt uit besef van eigen tekortkomingen en de angst voor de mogelijkheden van anderen. De regio: Deftig woord voor de provincie, vaak gebruikt om zaken belangrijker te doen schijnen dan zij zijn en zo dingen door te zetten die minder juist zijn dan men wil doen voorkomen. Het einde van de wereld: Datgene wat steeds weer verkondigd wordt door degenen die de onmogelijkheid beseffen van een steeds gelijk krijgen. Mode: De nieuwtjes van gisteren tegen de te hoge prijzen van vandaag verkocht aan mensen, die zelf geen smaak hebben. over alles willen beslissen zonder er de

18

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

© Orde der Verdraagzamen Krakers:

Brochures

Mensen die op andermans kosten willen wonen en bereid zijn vele hoofden te kraken om hun zin te krijgen. Ruimtevaart: Iets waarin meer vaart zou zitten als hierover minder gezwam in de ruimte was. Hygiëne: De leer dat schone lichamen belangrijker zijn dan schone gewetens. Artsenkamer: De plaats waar men zo mogelijk de fouten van de medici begraaft indien dit voordien al onmogelijk bleek. Onpartijdigheid: De leuze van hen die zich als de partij van de onpartijdigheid beschouwen. Een heilige: Iemand wiens zonden zelfs na zijn dood niet bekend zijn geworden. Heiligverklaring: Kerkelijke goedkeuring op een verblijf eerste klas in de hemel - zonder garantie voor wezenlijkheid daarvan gegeven. Barrevoeter: Al te vaak een pater die op zijn blote voeten meent te kunnen aanvoelen waar bij anderen de schoen wringt. Prostitutie: Tegen betaling liefdewerk verrichten. Sociale dienst: Instelling die door haar diensten al te vaak asociale situaties doet ontstaan. Homo ludens: De spelende mens, die te vaak op de tenen van anderen speelt en dan tot homo loeder wordt. Anarchie: Systeem van leven zonder regering of gezag. Het nadeel is dat je dan niemand meer overhoud om de schuld van iets te geven. Kinderbijslag: Fokpremie die het mogelijk maakt liefhebberij in de plaats van het werk te stellen wanneer je maar ijverig genoeg bent. W.W.: Wet waarvan de uitkeringen de o.w. van de sociale strijd vormen. De pil: Iets wat christenen moeilijk slikken zolang het hun vrouw niet betreft. Gastarbeider: Vreemdeling die komt om zich rijker te werken en door progressieve elementen er al snel toe wordt gebracht zich zo te gedragen dat een weldenkende mens een dergelijke gast de deur uit zou schoppen. 350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN 19

Orde der Verdraagzamen Ook tijdens zijn lezingen produceert Henri aan de lopende band wijsheden die de moeite waard zijn, zelfs al verloochent hij ook daarbij niet zijn neiging tot spot en woordspeling. Geestelijke leringen zijn theorieën en blijven waardeloos zover zij niet in de praktijk bewezen worden, Hoe minder je in het heden hebt, hoe meer je je interesseert in de toekomst. Vele mensen zoeken naarstig naar hun deugden en fouten, maar zoeken naar hun ware ik. Heel wat mensen kunnen snel denken. Het jammere is, dat zij nog sneller zijn met het maken van fouten. Een beroep zou een roeping moeten zijn. In feite is het eerder een beroep op anderen om met zo weinig mogelijk moeite zoveel mogelijk te kunnen verdienen. In vele gevallen stellen de mensen geen vragen om antwoord te krijgen, maar om gelijk te krijgen. Het gaat er niet om, wat je bent, maar om de vraag hoe je dat wat je bent weet te zijn. Het eerste wat je nodig hebt om vrij te zijn is voldoende zelfbeheersing om anderen vrij te laten. Als je dogmatisch denkt heb je een geest vol stofnesten. Cultuur betekent voor velen een geestelijk gaan in knellende schoenen, terwijl zij stil naar een paar sloffen verlangen. De Romeinen wisten het wel. Zij kenden maar één god voor dieven en handel. Zij die het slechtste verwachten van de toekomst, nemen gemeenlijk aan dat hun medemensen net zo zijn als zijzelf. Men grijpt graag naar de duivel als boeman wanneer weer eens blijkt dat de liefde Gods de mensen niet in beweging kan brengen. Velen die iets niet begrijpen interpreteren het zo lang, tot níemand het meer zal kunnen begrijpen. De mensen zwelgen in complimenten maar onthouden alleen de hatelijkheden. De natuur werkt met feiten, niet met denkbeelden. Vandaar dat de pogingen van de mens om de natuur te corrigeren, zo vaak mislopen. De kern van alle politiek is de kunst te liegen zonder daarbij je respectabiliteit te verliezen. God is de voorstelling voor het onbekende, door de mens geschapen naar eigen beeld en gelijkenis. De feilbaarheid van de paus blijkt uit het feit, dat men het leerstuk van de onfeilbaarheid van node had om het pauselijk gezag te handhaven. Soms lijkt mij een paus een menopauze van het geloof. Gezegden: Kort en krachtig zijn bepaalde gezegden zeker. Of zij geheel juist zijn? De spreker zelf merkte eens op: mijn definities definiëren een enkel aspect van de zaak op zo treffende wijze, dat men er eens nader over denkt en dan pas beseft, dat ik niet altijd gelijk heb. Hetgeen zeker op de volgende uitspraken van toepassing is: Openbaar verkeer: De nieuwe branche van het haringpakkersgilde. Sprookje: Een politiek programma in de dagen voor de verkiezingen. Autobus: Mensen in blik. In de zomer nog op eigen sap ook. 20 350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

© Orde der Verdraagzamen Loon: Het geld waarvan je baas hoopt dat je het zult verdienen. Aquariustijd: Een vernieuwing die vele waterlanders kosten zal. Spook: Een nozem uit de geest. Stof: Het resultaat van te weinig vegen. E.E.G.: Een politieke muis die boterbergen baart. Geleerdheid: Kennis die op hol is geslagen. Specialist: Medicus die werkt aan onderdelen. Eucharistie: (met excuses aan de gelovigen) God verpakt in ouwel. Minister: De gekozen stem van het ambtelijk apparaat. Socioloog: Expert die zijn mening over de gemeenschap met de feiten verwart. Filosoof: Iemand die uit een enkel feit de eeuwigheid afleidt. Paragnost: Iemand die zegt niet normaal te zijn en dit vaak is. Rechercheur: Misdadiger die aan de verkeerde kant staat. Bokking: Een illustratie voor het feit dat roken niet gezond is. Latijn: De gemeenschappelijke taal van vissers en priesters. Communisme: Regering door een ambtelijke adel. Liberalisme: Streven naar vrijheid voor iedereen die je plannen niet kan doorkruisen. Socialisme: Solidariteit van hen die weinig hebben, durend tot zij meer hebben dan anderen.

Brochures

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

21

Orde der Verdraagzamen Dictator: Een man die besluit wat goed voor hem is en meent dat iedereen het met hem eens moet zijn. Politiestaat: Staat in staat van politiek onvermogen. Sinterklaas: Afgekeurde middenstandsheilige. Kerstmis: Vreten op aarde terwijl de herdertjes bij nachte liggen. Pasen: Herrijzenisfeest waarbij naastenliefde vaak het haasje is. Sommige opmerkingen van onze vriend werden door sommige aanwezigen als te ondeugend beschouwd. Maar wie een greep uit zijn gezegden doet geeft een vertekend beeld wanneer dezen geheel buiten beschouwing worden gelaten. Indien U zich aan dergelijke dingen ergert kunt u beter deze bladzijde overslaan. Het sterke geslacht: Zo genoemd omdat het sinds lang het zwakke geslacht heeft onderhouden. Het zwakke geslacht: Zo genoemd omdat het bij de meeste overwinningen de onderliggende partij pleegt te zijn. Huwelijk: Gelicenseerde strijd tussen de seksen waarbij de vrede steeds weer in bed gesloten dient te worden. Vrij huwelijk: Voor haastige mensen die geen tijd hebben om eerst te vrijen en dan te huwen. Prostitutie: Betaald liefdewerk. Prostitué: Gespecialiseerd naaister. Homoseksualiteit: Eénbaans geslachtsverkeer. Hoer: Nederlandse prostitué. Samenleving: Het concubinaat van de massa. Overspel: Herhalingsoefening buiten het aangewezen terrein. Ontlasting: De oplossing van voedselbelasting. Kakmadam: De verloofde van manneke Pis. 22 350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

© Orde der Verdraagzamen Verloving: Illusie die vaak in een huwelijk ontaard. Disco: De paringsdans van de moderne mens.

Brochures

Dit zijn natuurlijk maar enkele voorbeelden. Ik koos opzettelijk alleen die "definities" waarbij de woorden door de aanwezigen worden toegeroepen. Indien U dit hebt gelezen en afkeurt weet u dus waar de daders schuilen, ook al ligt de spreker al lang op het kerkhof. Degenen die Henri ooit hebben meegemaakt weten wel, hoe bliksemsnel zijn antwoorden worden gegeven en hoe spontaan hijzelf zich verontschuldigd met woorden als: Wanneer je mijn antwoord niet bevalt moet je het onderwerp maar niet aan de orde stellen. Vaak verwijt men hem dat hij te hatelijk is. Op het verzoek eens iets vriendelijk over een paar politici - een geliefd doelwit - te zeggen, kwam hij met de volgende uitspraken. Van Agt: Een kundig fietser die al laverende nog problemen voor zich weet te schuiven ook. Den Uyl: De man die zo leuk de partijkleur aanneemt wanneer hij naar een interruptiemicrofoon loopt. Wiegel: Een man die voor menige deining een culinaire oplossing vindt. Ter Louw: Een oprecht iemand zover dit politiek mogelijk is die helaas te veel kiezers koud laat. Mgr. Zwartkruis: Iemand die zindelijker is dan zijn naam doet vermoeden. Politiek kreeg als aanbeveling mee: Gemeenschappelijk zelfbedrog dat dient om een schijn van werkelijkheidszin te handhaven. Levenswijsheid Maar ook levenswijsheid speelt een grote rol in de uitspraken, die onze vriend pleegt te doen: altijd weer wijst hij op de noodzaak iets te doen, iets te zijn. De volgende voorbeelden zijn slechts enkele uit zeer velen: Leven betekent, gebruik maken van je bestaan. Het is beter de kans te lopen een fout te maken dan niets te doen. Wat sommige politici zouden moeten beseffen. Om werkelijk te genieten moet je lijden en tekort gekend hebben. Lijden kun je ook zonder enige aanleiding: het meeste lijden komt nog altijd voort uit een verkeerde voorstelling van jezelf en het leven. Een preek: Een leerrede is gemeenlijk een reeks gemeenplaatsen, zo gemeen met enkele feiten vervlochten, dat je niet anders kunt dan denken dat de spreker het meent. Ware liefde vraagt niet voor zich omdat degene die waarlijk liefheeft opgaat in de vreugden en smarten van de ander. Iets, wat weinig voorkomt omdat de meeste mensen wel hun lijden met anderen willen delen, maar hun vreugden liever voor zich behouden. De waarheid is nooit te achterhalen behalve wanneer zij onszelf betreft en dan willen wij haar liever niet horen. Zegen betekent de wind mee op je weg, niet vrijvervoer.

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

23

Orde der Verdraagzamen De feiten wijzen uit, dat hetgeen de mensen het eerst en het meeste bewonderen hun eigen persoon is. Wie niets doet leeft niet, wie anderen iets aandoet is het leven niet waard en wie alleen voor anderen probeert te leven heeft geen leven. Elke leugen is als het begin van een feuilleton: zij wordt steeds vervolgd. Dwazen volgen hun leiders, wijzen zichzelf. Er leiden vele wegen naar Rome, maar wie wil er werkelijk naartoe? Leven na de dood is leven op de rente die je op aarde hebt gekweekt aan bewustzijn en in een nieuw pak dat op maat gemaakt is. Geboren worden en sterven zijn zaken die je krijgt. De rest moet je zelf maken. Het verschil tussen menig acteur en een normale mens is wel dat de laatste zonder voorbehoud gelooft in de rol die hij speelt. Wie te veel teert op andermans zak beseft eerst na zijn dood, dat hij er een geweest is. Wat de mensen zonde noemen komt er meestal niet op aan, wat je zelf als zodanig ervaart is altijd schadelijk, zelfs wanneer de mensen het een deugd noemen. Een dwaas is overtuigd van zijn eigen wijsheid, een wijze beseft zijn dwaasheden. Wie zoveel leven maakt dat anderen daardoor geen leven hebben zal nog beleven dat hij met al zijn leven geen leven in vrede waard is na zijn dood. Mensen noemen de dood het eindstation, in feite betekent het alleen dat je weer eens moet overstappen. Alleen wie om zichzelf kan lachen heeft het recht dit ook om anderen te doen. Henri over zijn laatste incarnatie: Ik was een marskramer, een handelaar een specialist, al was het maar in veters. En een goed koopman was ik ook. Ik heb zelfs eens een boer in Noord-Holland een paar veters voor zijn zondagse klompen verkocht. Ter kerke gaan was voor mij een deel van het vak, een broodwinning. Was de voornaamste kerk katholiek dan zorgde ik er voor dat de huishoudster van de pastoor mij zag, wanneer ik de kerk in ging. Daar rustte ik dan vroom een tijdje uit. Altijd goed voor een paar dikke boterhammen en wat handel....... Dominees werden veel royaler wanneer je hen om raad vroeg over een bijbeltekst. Dan kreeg je meer en kochten zij meer. Je moest alleen wel uitkijken dat je niet tweemaal uitleg kwam vragen over de zelfde tekst. Ik had een figuur... ..nu ja, laat mij het zo stellen: ik had model kunnen staan voor een bord dat waarschuwt voor een S-bocht. Mijn vader had de gewoonte mij speels omhoog te gooien. Maar op een dag dat hij weer dronken was miste hij mij. Vandaar mijn gekromde ruggengraat. Het is een geluk bij een ongeluk dat ik niet bepaald op mijn hoofd gevallen ben.... Jullie vinden dat ik vaak bitter ben? Dat is anders al een heel eind bijgetrokken nu ik dood ben. Misschien kun je je voorstellen dat het niet eenvoudig is te leven wanneer een ieder achter je aanloopt, je uitscheldt of over je bochel strijkt omdat dit gelijk geluk heet te brengen. Ik heb heel wat honger en kou geleden in mijn tijd. Maar dat heeft het voordeel dat alles je smaakt en dat een beetje zon al genoeg is om je blij te stemmen. Ik ben door armen begraven, want het ging van de armen. Dergelijke, overigens niet vaak voorkomende uitbarstingen en verhalen maken Henri - zo wil hij genoemd worden - begrijpelijker. Na een dergelijk leven is het geen wonder dat je overal kritiek op hebt, dat je fel uithaalt wanneer je de kans krijgt. Zachtmoedigheid kun je dan ook van Henri niet te veel verwachten. Aan de andere kant heeft hij veel gevoel voor het 24 350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

© Orde der Verdraagzamen

Brochures

betrekkelijke zoals uit de voorgaande uitspraken moge blijken. Mogelijk is het bondige van vele uitspraken wat teloorgegaan in deze poging een doorsnee te geven van alles wat onze vriend in ruim 30 jaren heeft gebracht en gezegd. Om dit te kort althans enigszins goed te maken nog enkele zeer korte z.g. definities: Lot: De man die met een zoutzuil getrouwd was en zo bij een ramp toch nog enig geluk smaakte, Kennis: Weten omtrent de schil van de werkelijkheid. Wijsheid: De kern van de dingen erkennen zonder door hun uiterlijk afgeleid te worden. Eerlijkheid: Tegenover jezelf een noodzaak, tegenover de wereld vaak een dwaasheid. Verdienste: De opbrengst van een je verdienstelijk maken. Kosmos: Het korstmos op de geestelijke werkelijkheid. God: Het zozeer onbekende dat een ieder zich er op beroept. Werkelijkheid: Voor een mens elke onontkoombare illusie. Belasting: Staatsroof voor het onderhoud van overbodigheden. O.D.V.: Vereniging waarin men ruzie maakt over de vraag wie het verdraagzaamste is. Berouw: De luxe van hen die de zonde genoten hebben. Inkeer: De weg terug meestal op rekening van anderen. Bekering: Toetreden tot een andere godsdienst. Afvalligheid: Je laten bekeren tot een andere leer. Tijd: Iets je nooit hebt tenzij je het neemt. Eeuwigheid: Een tijdloosheid waarin je voor alles de tijd hebt.

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN

25

Orde der Verdraagzamen Hemel: Land der gelukzaligen, kompleet met lammetjes pap en gouden lepels opdat je over het eten kunt mopperen. Hel: Gezien de vele woorden daaraan gewijd door vele predikanten waarschijnlijk hun vaderland. Vagevuur: Komende zaligheid tussen hangen en wurgen. Generaal: Man die anderen laat doen wat hij gezien zijn leeftijd zelf niet meer riskeert. Militair: Iemand die pas goed functioneert wanneer zijn medemenselijkheid soldaat gemaakt is. Israël: Land dat andermans woestijnen laat bloeien. Nederland: Natie die zich vooral met andermans zaakjes bezig houd tenzij zakelijke belangen voorgaan. Ware vreugde: Ondanks alles, Gode zij dank. Misfit: Iemand die een s tekort komt om een fitte dame te zijn. Noodlot: Iets waaraan je je fouten kunt wijten terwijl je je beroept op het vele, dat je geheel zelf goed gedaan hebt. Dit zijn slechts enkele van de zeer vele uitspraken, die in de loop der tijden werden opgetekend. Een volledige uitgave zou de dikte van een woordenboek moeten hebben. De keuze die gedaan wordt is en blijft geheel de mijne. Ik hoop, u voldoende proeven te hebben voorgelegd van de vele soorten van uitspraken en betogen die in de loop der tijden door Henri, die ik als een persoonlijke vriend ben gaan beschouwen, gedaan zijn. Mij bewust van de feilen, zoals een toch niet voldoende ordenen van uitspraken e.d. hoop ik toch dat U niet zonder enig genoegen dit alles hebt gelezen. Wat de rest betreft, mijn vriend zelf sprak eens duidelijk: "het is beter te falen dan nooit te pogen". De vele uren, die ik besteed heb aan deze compilatie hebben mijzelf althans veel plezier gegeven. Ik hoop echter, dat velen deze vreugde met mij zullen delen. En om een laatste citaat te plegen: de waarde van het geschrevene wordt door de lezer bepaald. Karel van der Nagel (Inhoud genomen uit lezingen tussen 1949 en 1980, gegeven onder auspiciën van de Orde der Verdraagzamen. Door een poging bijeen behorende gezegden samen te voegen zijn enkele gezegden gelijk of met minieme variaties opgenomen. Hiervoor mijn excuus.)

26

350 – HENRI’S WOORDSPELIGHEDEN