You are on page 1of 52

STAGE

Universiteitsbibliotheek

maandag 7 februari 2005 - vrijdag 11 februari 2005


maandag 21 februari 2005 - vrijdag 25 februari 2005

STAGEVERSLAG

Stagiaire: Leen Liefsoens


Stagecoördinator: Mieke Martens
Stagebegeleider: Marc Goovaerts

Graduaat Bibliotheekwezen 2004 - 2005


Stage Universiteitsbibliotheek Limburgs Universitair Centrum

Stagiaire: Leen Liefsoens


Stagecoördinator: Mieke Martens
Stagebegeleider: Marc Goovaerts

Periode: maandag 07 februari 2005 - vrijdag 11 februari 2005


maandag 21 februari 2005 - vrijdag 25 februari 2005

Stageplaats: Limburgs Universitair Centrum


Universiteitsbibliotheek
Universitaire Campus
Gebouw D
3590 Diepenbeek
Tel. 011 26 81 23
Hoofdbibliothecaris: Prof. Dr. Leo Egghe

Onderwijsinstelling: C.V.O. Vrije Leergangen Limburg


Halmstraat 6
3600 Genk
Tel. 089 38 34 22
E-mail: info@cvo-vll.net
Directie: Mieke Indesteege en Vera Withofs

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 2


INHOUDSOPGAVE Pagina

Inhoudsopgave 3

Voorwoord 5

1. Het Limburgs Universitair Centrum 6


Opdrachtverklaring 6
Ontstaansgeschiedenis 7
1.1 Onderwijs aan het LUC 8
Opleidingen 8
Transnationale Universiteit Limburg 9
Open Universiteit 10
Seniorenuniversiteit: Wetenschappelijke Leergangen voor
Senioren 10
1.2 Onderzoek aan het LUC 11
Onderzoeksexpertise stevig verankerd in
de onderzoeksinstituten 11
1.3 Organisatie van het LUC 12
Centrale beleids- en overlegorganen 12
Plaats van de universiteitsbibliotheek binnen het LUC 12
2. Welkom bij de universiteitsbibliotheek van het LUC 13
3. De collectie van de universiteitsbibliotheek 14
3.1 Fysieke collectie 14
Monografieën 14
Tijdschriften 14
Collectie Amerikaanse ambassade 14
Eindverhandelingen 14
Jaarverslagen, gidsen en brochures 14
3.2 Catalogi 15
Hoofdcatalogus 15
Antilope 15
De Collectieve Catalogus van België 16
Bronco 16
Andere bibliotheken 16
3.3 Elektronische bronnen 16
4. Het onthaal en de begeleiding van de gebruikers 18
4.1 Toegang tot de universiteitsbibliotheek 18
Openingsuren 18
Lezerskaart 18
4.2 Consultatie en leen 18
4.3 Interbibliothecair leenverkeer 19
4.4 Aanwinstenlijsten en SDI-dienst 20
Aanwinstenlijsten 20
SDI-dienst 20
4.5 Dienst online searches 20
4.6 Andere faciliteiten 20
Fotokopiëren 20
Afdrukken, opslaan en e-mail 20
Telefax 21
(Boeken)tassenrekken 21
Zitplaatsen 21
Vergader- en leslokaal 21
Campusboekhandel 21

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 3


4.7 Informatievaardigheden 22
Informatievaardigheden op Blackboard 22
Advies en informatie aan stafleden en studenten
in verband met elektronische informatiebronnen 22
4.8 Toezicht en tucht 23
5. Het personeel van de universiteitsbibliotheek 24
6. Bibliotheektechnische werkzaamheden 25
6.1 Bibliotheekbeheersysteem 25
6.2 Besteladministratie 25
6.3 Tijdschriftenadministratie 25
6.4 Beheer elektronische bronnen 26
6.5 Catalografie 26
6.6 Inbindingen en restauratie 27
6.7 Rekkenwerk 27
6.8 Baliewerk 27
6.9 Overige administratie 27
6.10 Repository 28
6.11 Knipselkrant LUC 28
6.12 Interbibliothecaire dienst 29
6.13 Inventaris en jaarverslag 29
7. Relaties en samenwerkingsverbanden 30
7.1 Anet 30
7.2 Conferentie van universitaire hoofdbibliothecarissen 30
7.3 Vlaams Overlegorgaan inzake Wetenschappelijk Bibliotheekwerk 30
7.4 ELEKTRON 30
7.5 GAS en GGS Informatie- en Bibliotheekwetenschap 31
7.6 tUL en de universiteitsbibliotheken LUC en UM 31
7.7 Limburgse Associatie 31
7.8 ODINAFRICA 31
8. Profiel van de hoofdbibliothecaris 32
9. Mijn ervaringen in de universiteitsbibliotheek 34
10. Besluit 36
11. OdinPubAfrica Training Course 38
11.1 ODINAFRICA 38
11.2 ODINPUBAFRICA 39
11.3 ODINPUBAFRICA Training Course 40
11.4 Besluit 43
11.5 Summary 44

Bijlagen 45
Bijlage 1: Organogram LUC 45
Bijlage 2: Overzicht van de hoofdrubrieken 47
Bijlage 3: OdinPubAfrica training course 21-25 Feb 2005 48
Bijlage 4: Afrikaanse bibliothecarissen studeren week lang aan het LUC 49

Bronnenlijst 50

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 4


VOORWOORD

Binnen mijn vierjarige opleiding “Graduaat Bibliotheekwezen” aan het C.V.O. Vrije
Leergangen Limburg in Genk, volg ik naast de theoretische cursussen een traject van
drie stages. De eerste stage in dit traject heb ik gelopen in de Openbare Bibliotheek
van Houthalen-Helchteren. Voor de tweede stage werd verwacht dat we een
stageplaats uitzochten binnen het wetenschappelijk veld. De universiteit in Limburg
geeft plaats aan 2500 studenten en aan zeven onderzoeksinstituten. Hierbij is het
Limburgs Universitair Centrum (LUC) één van de grootste wetenschappelijke
instellingen in Limburg. Het leek mij dan ook een goede keuze om stage te lopen in de
universiteitsbibliotheek van het LUC om zo ervaring op te doen in een bibliotheek met
wetenschappelijke literatuur en informatiebronnen.

Dit stageverslag geeft de werking van deze universiteitsbibliotheek weer, samen met
de stagewerkzaamheden die ik er heb verricht. Allereerst geef ik een korte introductie
over het LUC zelf omdat mijn stagebibliotheek een ondersteunende dienst is binnen
het LUC. In hoofdstuk twee tot en met zeven worden het aanbod, de faciliteiten, de
werking, het personeel en de externe relaties van de universiteitsbibliotheek
weergegeven. De LUC-bibliotheek wordt met vaste hand geleidt door Prof. Dr. Leo
Egghe, een profiel van de hoofdbibliothecaris kan dan ook worden gevonden in
hoofdstuk acht. Dit deel van mijn stageverslag eindigt met mijn ervaringen in de
universiteitsbibliotheek. Het besluit wordt gevormd door enkele samenvattende
opmerkingen.

Mijn dank gaat uit naar hoofdbibliothecaris Prof. Dr. Leo Egghe, mijn stagebegeleider
Marc Goovaerts en het hele team van de universiteitsbibliotheek. Dankzij de open
houding en de geduldige uitleg van alle personeelsleden kon ik kennismaken met de
werking van de LUC-bibliotheek. De begeleiding verliep uitstekend, waardoor ik alle
mogelijkheden kreeg om nieuwe ervaringen op te doen.

In het tweede deel van mijn stage kreeg ik de kans om een cursusweek mee te volgen
binnen het project ODINPUBAFRICA. In het laatste hoofdstuk van mijn stageverslag
worden de activiteiten die in die week plaats vonden weergegeven. Daarnaast worden
de doelen, werking en realisaties van ODINAFRICA en ODINPUBAFRICA op een rijtje
gezet. Aan deze training namen acht Afrikaanse informatie-managers deel. Vanuit de
LUC-bibliotheek werd de begeleiding gevormd door Marc Goovaerts en Annie Kuppens.
Tevens werden twee presentaties verzorgd door Pauline Simpson, hoofd van de
informatiedienst van het Southampton Oceanography Centre. Het was een leerzame
en plezierige week, waarin ik heb kennis gemaakt met een nieuwe wereld. Ik wil dan
ook alle mensen bedanken die ik tijdens deze training ontmoet heb. Het was een
ervaring om nooit te vergeten!

Het hele stagetraject binnen de opleiding wordt gecoördineerd door Mieke Martens. De
afgelopen twee jaar heeft zij mij begeleid met het zoeken naar geschikte
stageplaatsen, het uitvoeren van de stages en het schrijven van de stageverslagen.
Ook dit jaar wil ik haar bedanken voor de goede begeleiding en plezierige
samenwerking!

Genk / Diepenbeek, april 2005

Leen Liefsoens

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 5


1. HET LIMBURGS UNIVERSITAIR CENTRUM

Limburger, wereldburger. Voor wie hier in gelooft, is het Limburgs Universitair


Centrum een absolute must. Eén campus voor ongeveer 2500 studenten. Hier voel je
je onmiddellijk thuis. [BRON 2]
[BRON 1]
Opdrachtverklaring

Het Limburgs Universitair Centrum (LUC) is een autonome en openbare universiteit.


Hier gelden de beginselen van de academische en wetenschappelijke vrijheid, met oog
voor ethische normen, maar zonder ideologisch onderscheid.

Het LUC onderscheidt zich door dynamisch en interactief onderwijs in kleinere


groepen. Het onderwijs is gericht op een zo volledig mogelijke vorming. Zo omvat het
programma in de wetenschappen naast de fundamentele aspecten van de
basisvakken, een aantal vakken uit de humane wetenschappen.
Binnen de medische opleiding wordt bijzondere aandacht besteed aan het sociale
aspect van de geneeskunde en aan de menselijke aspecten van de relatie arts-patiënt.
Ook de toegepaste economen en de handelsingenieurs worden geconfronteerd met
andere disciplines die zoveel mogelijk binnen de economische opleiding wordt
geïntegreerd.

Studenten van het LUC krijgen dus niet enkel een vakopleiding. De ontwikkeling van
taal-, communicatie en relatievaardigheden is een onderdeel van het studiepakket.
Hoofddoel is dat de student algemene oplossingsmethoden leert die hij of zij later zelf
kan overdragen op andere probleemdomeinen.

Bij de uitbouw van het LUC werd ernaar gestreefd het universitair onderwijs grondig
te vernieuwen. Dit voorbeeld is door veel universiteiten nagevolgd.
Naast de hoorcolleges, die voor het volledige studiejaar worden gegeven, wordt voor
moeilijke gedeelten van de leerstof en voor oefeningen gewerkt in kleine groepjes (12
tot 24 studenten). De bachelorjaren worden ingedeeld in lesperiodes van 5, 7 of 10
weken, telkens gevolgd door een studieperiode en een examenperiode.

Het niveau van het LUC is afgestemd op internationaal aanvaarde normen. Voor de
studierichtingen, waarin alleen de bachelorjaren worden verzorgd, wordt een vlotte
overgang gegarandeerd naar de Masteropleidingen van alle andere (Vlaamse)
universiteiten.

Het onderzoeksbeleid heeft geleid tot een aantal toonaangevende onderzoeksgroepen


die competitief zijn in het verwerven van externe financiering. Honderden nieuwe
onderzoekers werden opgeleid, waarvan velen aan het LUC hun doctoraatsproefschrift
voorbereid en verdedigd hebben.

In het kader van de Limburgse reconversie werden een aantal onderzoeksinstituten


uitgebouwd met uitstekende contacten met het bedrijfsleven. Zij vormen een krachtig
instrument voor technologietransfer naar het bedrijfsleven, en ondersteunen het
opstarten van nieuwe bedrijven op het wetenschapspark in toekomstgerichte sectoren
zoals bijvoorbeeld de nieuwe media en de materiaalwetenschappen.

De universiteit heeft een krachtig internationaliseringbeleid gevoerd, zij heeft


netwerken opgebouwd in Vlaanderen, in de EU-regio, in Europa. Met deze netwerken
wordt aan studenten en onderzoekers een venster op de wereld geboden.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 6


[BRON 1]
Ontstaansgeschiedenis

Ruim dertig jaar geleden, meer precies op 3 september 1973, werd de universitaire
campus in Diepenbeek in gebruik genomen. Het Limburgs Universitair Centrum (LUC)
startte zijn kandidaatsjaar met 322 studenten voor 6 studierichtingen: wiskunde,
natuurkunde, scheikunde, biologie, tandheelkunde en geneeskunde. Het personeel
bestond toen uit 24 leden van het academisch personeel en 32 leden van het
administratief en technisch personeel.

Nu telt LUC/tUL 2549 studenten, 365 leden van het academisch personeel
(professoren, assistenten en navorsers) en 223 administratief en technische
personeelsleden.

Bij de start van het LUC werd ook de Economische Hogeschool Limburg (opgericht in
1968-1969) op de Campus gevestigd.

Nadien werden op de Campus ook de volgende instellingen gevestigd:

1977 Het dr. L.Willemsinsituut, nu Biomedisch Onderzoeksinsituut DWI


(afdeling van het LUC)
1978 Het Limburgs Centrum voor Moderne Leermiddelen (tot 1990)
1981 De Katholieke Industriële Hogeschool Limburg (KIHL), nu Katholieke
Hogeschool Limburg, departement Industriële wetenschappen
1983 Het Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie (tot 1987)
1986 Het Wetenschappelijk en Technisch Centrum van de Metaalverwerkende
Nijverheid en de IMEC spin-off cel
1987 Het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut, nu Provinciale Hogeschool
Limburg, departement architectuur
1990 Het Instituut voor Materiaalonderzoek (afdeling van het LUC)
1991 Het Wetenschapspark
1995 Het Expertisecentrum voor Digitale Media (afdeling van het LUC)
1998 Hogeschool Limburg

Vanaf het academiejaar 1991-92 werd de Economische Hogeschool Limburg jaar per
jaar geïntegreerd in het LUC als Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen.

In 1992 startte het LUC samen met de Universiteit Maastricht de studierichting


Kennistechnologie, de eerste grensoverschrijdende universitaire opleiding in Europa.

Sinds 26 september 2001 zijn 215 nieuwe eerstejaars gestart aan de tUL, de nieuwe
transnationale universiteit Limburg, een samenwerkingsverband tussen het LUC en de
Universiteit Maastricht. Samen met de studenten die een richting van LUC of
universiteit Maastricht volgden die door de tUL wordt overgenomen, telt de nieuwe
universiteit 419 studenten.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 7


1.1 Onderwijs aan het LUC

"Het onderwijs- en examensysteem in onze studierichting zorgt ervoor dat de grote


hoeveelheid leerstof in drie stukken wordt aangeboden en beter ‘verteerbaar’ is. Maar
ook de studiesfeer aan het LUC is erg goed. Zo kregen we een tweedejaars
toegewezen die ons van bij het begin met raad en daad bijstond. Naast de
theoretische hoorcolleges hebben we ook veel oefensessies en labo's in kleine
groepen. Die oefensessies zijn een toepassing van de theorie en zorgen ervoor dat je
je leerstof regelmatig instudeert. In het tweede jaar doen we ‘echt’ veldwerk en gaan
we op meerdaagse excursie naar Normandië.” Getuigenis Nele Verhuizen, studente
Biologie. [BRON 1]
[BRON 1] [BRON 2]
Opleidingen

Aan het LUC kan je verschillende opleidingen volgen aan 3 faculteiten en 2 “schools”
en zo je bachelor of master behalen:

Faculteit: Toegepaste Economische Wetenschappen


Opleidingen en Diploma’s: Bachelor en Master Handelsingenieur
Bachelor en Master Handelsingenieur in
de beleidsinformatica
Bachelor en Master in de Toegepaste economische
wetenschappen

Faculteit: Wetenschappen
Opleiding: Chemie
Diploma’s: Bachelor in de Chemie
Master in de Biomedische Wetenschappen: Bio-elektronica en
Nanotechnologie
Master in applied Statistics
Master in de Chemie
Master in de Biochemie / Biotechnologie
Master in de Bio-ingenieurs wetenschappen
Scheikundig Ingenieur
Opleiding: Biologie
Diploma’s: Bachelor in de Biologie
Master in de Biomedische Wetenschappen
Master in Statistiek
Master in Biochemie
Master in Biotechnologie
Master in Biomolecular Sciences
Master in Environmental Sciences
Master in Biologie
Opleiding: Wiskunde
Diploma’s: Bachelor in Wiskunde
Master in Wiskunde
Wiskundig Ingenieur
Master Applied Statistics
Master na Master - 1jaar
Master in Biostatistics

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 8


Opleiding: Fysica
Diploma’s: Bachelor in de Fysca
Master in de Fysca
Natuurkundig Ingenieur
Bio-elektronica en nano-technologie

Faculteit: Geneeskunde
Opleiding en Diploma: Bachelorprogramma Arts

School voor Informatietechnologie


Opleiding: Informatica - Kennistechnologie - Informatica-ICT
Diploma’s: Bachelor in Informatica
Master in Informatica
Bachelor in Kennistechnologie
Master in Kennistechnologie
Master in Statistiek

School voor Levenswetenschappen


Opleiding: Biomedische wetenschappen
Diploma’s: Bachelor in de Biomedische Wetenschappen
Master in de Biomedische Wetenschappen
Master na Master in de Biomedische Wetenschappen

Opleiding: Verkeerskunde
Diploma’s: Bachelor in de Verkeerskunde
Master in de Verkeerskunde - Major Verkeersveiligheid
Master in Verkeerskunde - Major Mobiliteitsmanagement

Naast deze basisopleidingen biedt het LUC aan haar studenten nog verscheidene
voortgezette opleidingen.
[BRON 3]
Transnationale Universiteit Limburg

Samen met de Universiteit Maastricht werkt het LUC aan de geleidelijke uitbouw van
één transnationale voorziening voor hoger onderwijs en onderzoek, die beantwoordt
aan de kennisbehoeften van de EU-regio. Kwalitatief en innoverend onderwijs en
internationaal competitief onderzoek zijn daarbij een absolute must. UM en LUC zijn
ervan overtuigd dat zij deze doelstellingen het best kunnen bereiken door hun
krachten te bundelen. De transnationale Universiteit Limburg (tUL) bouwt haar
onderwijs- en onderzoeksactiviteiten uit in twee kennisgebieden, de
Levenswetenschappen en de Informatietechnologie. Daarvoor werden twee
gelijknamige Schools in het leven geroepen (zie hierboven).

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 9


[BRON 1] [BRON 3]
Open Universiteit

De Open Universiteit is een Nederlandse rijksinstelling die universitair


afstandsonderwijs verzorgt. Dankzij een samenwerkingsverband met de Vlaamse
universiteiten, kunnen Vlamingen, onder dezelfde voorwaarden als de Nederlanders
inschrijven.

Open Universiteit biedt cursussen en diploma-programma's aan in afstandsonderwijs


binnen 6 leerstofgebieden: managementwetenschappen, natuurwetenschappen,
informatica, cultuurwetenschappen, psychologie en rechtswetenschappen.

Studeren aan de Open Universiteit kan vanuit verschillende motieven. Wie een
diploma wil halen, kan een diplomaprogramma volgen. Vanaf september 2002 zijn
aan de Open Universiteit de Bachelor/Masteropleidingen gestart. De universitaire
Bachelor duurt voltijds 3 jaar (42 modules/126 studiepunten), de Masteropleiding
duurt 1 jaar (14 modules/42 studiepunten) en in sommige gevallen 2 jaar
(informatica, 28 modules/84 studiepunten). Daarnaast is het ook mogelijk om losse
cursussen te volgen; uit interesse, vanwege bijscholing of up-to-date houden van
eigen kennis. Voor elke losse cursus die je succesvol afrondt, ontvang je een
certificaat.

Studeren aan de Open Universiteit is studeren op eigen tempo. Je bent dus niet
gebonden aan vaste tijden en plaatsen van hoorcolleges of werkgroepen. Je ontvangt
het studiemateriaal thuis en bestudeert het in je eigen vrije tijd of werktijd. Dit
betekent dat je een studie gemakkelijk kunt combineren met je dagelijkse activiteiten.
Ook een tijdelijke onderbreking van je studies is mogelijk, zonder verlies van
behaalde studiepunten.

In totaal studeren er in Nederland en Vlaanderen samen, zo'n 21.000 studenten aan


de Open Universiteit. In het studiecentrum Diepenbeek zijn ongeveer 400 studenten
ingeschreven.

Seniorenuniversiteit: Wetenschappelijke Leergangen voor Senioren (WLS) [BRON 1]

Het LUC richt ook cursussen voor senioren in. Senioren kunnen kiezen voor een
uitgebreid programma in de mens- en natuurwetenschappen. De cyclussen waarvoor
kan worden ingeschreven bestaan uit verschillende lezingen over tal van onderwerpen
binnen deze wetenschappen. Het bijwonen van afzonderlijke lezingen is ook mogelijk.
Daarbij wordt er ook een jaarlijks reisprogramma opgesteld waarbij de senioren op
excursie gaan.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 10


1.2 Onderzoek aan het LUC
[BRON 1] [BRON 3]
Onderzoekexpertise stevig verankerd in de onderzoeksinstituten

Onderzoek binnen het LUC is georganiseerd in zes departementen:

Bedrijfskunde
Economie-Rechten
Mens, Maatschappij en Communicatie
Medische Basiswetenschappen
Scheikunde, Biologie en Geologie
Wiskunde, Natuurkunde en Informatica

In deze departementen zijn verschillende onderzoeksgroepen ondergebracht. Ieder


onderzoeksgroep doet onderzoek binnen een eigen discipline. Het onderzoeksbeleid
van de universiteit is erop gericht de expertise te concentreren. Concreet resultaat
hiervan is de oprichting van zeven interdisciplinaire instituten waar fundamenteel en
toegepast onderzoek elkaar aanvullen. Heel wat van de onderzoeksgroepen uit
bovenstaande departementen hebben zich interdisciplinair gegroepeerd in deze
onderzoeksinstituten:

SEIN (Gedragswetenschappen)
Instituut voor Mobiliteit (IMOB)
Instituut voor Materiaalonderzoek (IMO)
Expertisecentrum Digital Media (EDM)
Biomedisch Onderzoeksinstituut (BIOMED)
Centrum voor Statistiek (censtat)
Centrum voor Milieukunde (CMK)

De meeste onderzoeksinstituten zijn ook actief in het academisch onderwijs,


organiseren voortgezette en / of postacademische opleidingen. Zij vormen kernpunten
bij de uitbouw van de masteropleidingen. De instituten omvatten 75% van het
academisch personeel van het LUC. In de experimentele disciplines verwerven zij
belangrijke financiële middelen. De vorming van onderzoekers door middel van een
doctoraat is een van de pijlers van het wetenschappelijk werk aan de universiteit. Het
LUC stimuleert afgestudeerden dan ook om aan een doctoraatsproject te beginnen.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 11


1.3 Organisatie van het LUC

Een universiteit is een kennisinstelling die haar opdracht van academisch onderwijs,
wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening enkel kan waarmaken indien ze als
instelling over kwalitatief goed en gemotiveerd personeel beschikt. Tevredenheid en
mensvriendelijkheid zijn elementen die bijdragen tot kwaliteit. [BRON 3]

Centrale beleids- en overlegorganen [BRON 1]

Het algemeen beleidsorgaan van het Limburgs Universitair Centrum is de Raad van
Bestuur. De samenstelling en de bevoegdheden werden omschreven in de
oprichtingswet (28 mei 1971) en gewijzigd in het Decreet betreffende het Limburgs
Universitair Centrum en de Hoge Raad voor het Hoger Onderwijs in Limburg
(goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 29.04.2004). De programmering en de
verzorging van het onderwijs en het onderzoek aan het LUC gebeurt onder de hoge
leiding van de Raad van Bestuur, en is toevertrouwd aan faculteiten enerzijds en
departementen anderzijds.

Het dagelijks beleid van het Centrum is toevertrouwd aan het Bestuurscollege. Eén
van de vertegenwoordigers van elke universitaire geleding, leden van de Raad van
Bestuur, zetelt eveneens in het Vast Bureau.

De rector wordt op het academisch vlak geadviseerd door het Academisch


Beleidsoverleg, dat een coördinerende rol in het academisch beleid vervult.

Plaats van de universiteitsbibliotheek binnen het LUC [BRON 4]

De Universiteitsbibliotheek wordt geleid door de hoofdbibliothecaris, Prof. Dr. Leo


Egghe. Hij wordt bijgestaan door de bibliotheekbeleidscommissie met als voorzitter de
vice-rector, Prof. Dr. Mieke Van Haegendoren. De bibliotheekbeleidscommissie bestaat
uit 12 leden, vertegenwoordigd uit de verschillende departementen en het rectoraat.
De bibliotheekbeleidscommissie komt ongeveer drie keer per jaar bijeen om te
vergaderen over organisatorische en financiële bibliotheekzaken. Tussendoor is er
occasioneel overleg tussen de hoofdbibliothecaris, Prof. Dr. Leo Egghe en de vice-
rector Prof. Dr. Mieke Van Haegendoren over de dagelijkse gang van zaken in de
universiteitsbibliotheek. In bijlage zijn de twee organogrammen van het LUC
weergegeven waarin de bibliotheek is opgenomen. Deze organogrammen dateren van
1 april 2004; er zijn ondertussen verschuivingen geweest van beleidspersonen maar
de structuur is hetzelfde gebleven1.

1
Zie Bijlage 1: Organogram LUC.
Stageverslag Leen Liefsoens 2005 12
[BRON 5]
2. WELKOM BIJ DE UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK VAN HET LUC

De Universiteitsbibliotheek is ontstaan in 1968 als bibliotheek van de toenmalige


Economische Hogeschool Limburg (EHL), actief binnen de Vereniging
Wetenschappelijk Onderwijs Limburg (VWOL). Later, in 1973 werd het ook de
bibliotheek van het LUC en werd de naam “Bibliotheek LUC-VWOL”. Van meet af aan
is er geopteerd voor één bibliotheek. Pas in 1990 is de daadwerkelijke integratie van
de EHL in het LUC gestart en de vruchten van het gemeenschappelijke bibliotheek-,
documentatie- en informatiebeleid, worden nu meer dan ooit geplukt.

Door de integratie van de EHL in het LUC in 1990 veranderde de naam in


“Universiteitsbibliotheek LUC”, mede door de automatisering die op 1 februari 1989
startte en – qua reconversie – in 1992 beëindigd werd. De universiteitsbibliotheek
maakt deel uit van het bibliotheeknetwerk Anet waarin naast het LUC ook de
bibliotheek van de universiteit Antwerpen participeert.

De universiteitsbibliotheek bevat een 60.000-tal boeken en een 400-tal lopende


tijdschriften, maar via het netwerk hebben de gebruikers toegang tot meer dan
1.000.000 volumes!

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 13


3. DE COLLECTIES VAN DE UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK

3.1 Fysieke collectie [BRON 5] [BRON 6]

De universiteitsbibliotheek heeft ongeveer 60.000 werken fysiek beschikbaar. De


collectie monografieën bestaat grotendeels uit handboeken, achtergrondinformatie en
onderzoeksliteratuur. De naslagwerken en encyclopedieën staan centraal opgesteld in
de bibliotheek, het is nog maar een kleine collectie omdat meer en meer van deze
werken elektronische beschikbaar zijn. Tachtig procent van deze wetenschappelijke
literatuur is Engelstalig.

De fysieke tijdschriftencollectie bestaat uit ongeveer 400 vakbladen. Deze collectie


neemt gestaag in aantal af door de opkomst van de digitale tijdschriftenbronnen.

Vanwege de aard van de opleidingen aan het LUC zijn de volgende collectie zeer goed
vertegenwoordigd in de universiteitsbibliotheek, zowel op onderwijs- als op
researchgebied: naslagwerken en woordenboeken, economie, recht, pedagogiek,
wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie, geneeskunde, bedrijfswetenschappen
en informatica. De boeken en tijdschriften staan opgesteld volgens een internationaal
classificatiesysteem, de Universele Decimale Classificatie (UDC). Hoe langer de
onderwerpscode, hoe specifieker het onderwerp naar waar ze verwijst. In bijlage is
een verkorte UDC-lijst weergegeven, die een overzicht geeft van de hoofdrubrieken in
de universiteitsbibliotheek.2 Tijdschriften, bibliografieën, woordenboeken, atlassen,
algemene en vakencyclopedieën en andere referentiewerken, juridische
verzamelingen en losbladige werken worden niet uitgeleend.

De universiteitsbibliotheek heeft ook een speciale collectie van de Amerikaanse


ambassade. Deze collectie is niet geïntegreerd in de collectie van de
universiteitsbibliotheek zelf, maar apart opgesteld.

De eindverhandelingen binnen het LUC worden ook ontsloten door de


universiteitsbibliotheek. Tot nu toe vormen de eindverhandelingen een deel van de
fysieke collectie, maar deze zullen voortaan ook elektronisch bewaard en toegankelijk
worden gemaakt.

Het laatste deel van de fysieke collectie van de universiteitsbibliotheek wordt gevormd
door de jaarverslagen van het LUC inclusief de jaarverslagen van het onderwijs en de
onderzoeksgroepen. Bij deze collectie horen ook de gidsen en brochures die door het
LUC of de afdelingen en onderzoeksgroepen worden uitgegeven en aanverwante
externe brochures.

Er is een daling van het aantal ontleningen door studenten. Dit is wellicht te wijten
aan het feit dat hoe langer hoe meer informatie elektronisch en via het web
beschikbaar is.

Er is geen beveiliging in de bibliotheek. Het vervangen van gestolen boeken is volgens


de statistieken nog steeds goedkoper dan het aanschaffen van een duur
beveiligingssysteem.

2
Zie Bijlage 2: Overzicht van de hoofdrubrieken.
Stageverslag Leen Liefsoens 2005 14
3.2 Catalogi [BRON 1] [BRON 5]

Hoofdcatalogus

De catalogus, telt ruim een miljoen titels en omvat naast het bezit van de
universiteitsbibliotheek van het LUC de collecties van de volgende bibliotheken:

Universiteitsbibliotheken
Universiteit Antwerpen (UA)
Hogeschoolbibliotheken
Handelshogeschool Antwerpen (HHA)
Hogeschool Antwerpen (HA)
Hogeschool Limburg (HL)
Lessius Hogeschool (LH)
Karel de Grote Hogeschool (KdGH)
Plantijnhogeschool (PH)
Stad Antwerpen
Stadsbibliotheek Antwerpen (SBA)
Stadsarchief (SA)
Museum Plantin-Moretus (MPM)
Havenbedrijf (AHB)
Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven (AMVC)
Andere bibliotheken
Orde van Advocaten te Antwerpen (ADVO-A)
Theologisch en Pastoraal Centrum (BSA)
Koninklijke Apothekersvereniging van Antwerpen (KAVA)
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten – Antwerpen (KMSKA)
Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur – Villa Kakelbont (NCJ)

Deze bibliotheken maken deel uit van het netwerk Anet.

Tenslotte vind je in deze catalogus ook alle tijdschriften aanwezig in Belgische


wetenschappelijke bibliotheken.

Antilope

Antilope is een gemeenschappelijke tijdschriftencatalogus van 180 bibliotheken,


waaronder de Koninklijke Bibliotheek, de universiteitsbibliotheken en speciale
bibliotheken in België.

Verder zijn ook de tijdschriften van enkele grote buitenlandse bibliotheken


opgenomen in deze databank, zodat je vrijwel elke titel die je zoekt zult terugvinden
in Antilope. De buitenlandse leveranciers zijn ondermeer:

• British Library Document Supply Centre (BLDSC)


• Bibliotheek van de Landbouwuniversiteit Wageningen (BLUW)
• Institut National pour l’Information Scientifique et Technique (INIST)
• Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenshappen (KNAW)
• Technische Universiteit Delft (TUD)

Ook enkele Duitse bibliotheken zijn leverancier.

Je kunt in Antilope geen artikelen opzoeken, enkel de titels van de tijdschriften.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 15


De Collectieve Catalogus van België

De Collectieve Catalogus van België (CCB) bevat alle titels van monografieën van de
catalogi van de meeste academische, wetenschappelijke en speciale bibliotheken in
België. De databank bevat meer dan 4,4 miljoen beschrijvingen van 37 bibliotheken.

Bronco

Bronco staat voor Bibliografisch Repertorium van Online Contents en bevat de


elektronische inhoudsopgaven van zo’n 17.000 tijdschriften. Voor de meeste
tijdschriften zijn de titelbeschrijvingen beschikbaar vanaf 1993. Behalve de gegevens
per artikel (auteur, titel en tijdschriftennummer) kun je ook terugvinden welke
bibliotheken het tijdschrift in hun bezit hebben. De data worden dagelijks aangeleverd
door de firma Swets & Zeitlinger in Nederland. Bronco is vooral geschikt om na te
gaan waar de tekst van elders gevonden referenties (bijvoorbeeld via ondervraging
van een bibliografische databank) te bekomen is. Zoeken op onderwerp kun je enkel
via titelwoorden.

Andere bibliotheken

Via de website van de universiteitsbibliotheek zijn catalogi van verschillende andere


bibliotheken, waaronder deze van de universiteitsbibliotheken van Maastricht, Leuven
en Gent beschikbaar. Via Maastricht bereik je ook de catalogi van een aantal andere
Nederlandse universiteitsbibliotheken.

3.3 Elektronische bronnen [BRON 1] [BRON 5]

De website van de universiteitsbibliotheek, ondergebracht op het adres


www.luc.ac.be/bibliotheek, geeft niet alleen toegang tot de catalogi, het is een
portalpagina die toegang geeft tot een veelvoud van e-bronnen.

Via de AtoZ-List kan je op de campus ongeveer 13.000 e-journals raadplegen die full-
text artikelen bevatten uit de volgende collecties:

• Academic Search Elite


• BioMed Central
• Blackwell Synergy
• Business Source Premier
• Communication & Mass Media Complete
• Directory of Open Access Journals
• EBSCOhost EJS
• Free Medical Journals
• IOP Historic Archive
• Kluwer Online
• Regional Business News
• ScienceDirect Web Editions
• SpringerLINK
• Wiley Interscience

Op artikelniveau kan je zoeken via TOC-Premier, een databank met ongeveer 27.000
tijdschriften.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 16


Verder bevat de website van de universiteitsbibliotheek een omvangrijke e-bronnen-
databank met bibliografische databanken, zoekmachines, naslagwerken,
woordenboeken, gidsen, nieuws en kranten, websites op onderwerp en andere online
informatiebronnen.

De online beschikbare bibliografische databanken en e-journals groeien explosief.


Vanaf de website van de universiteitsbibliotheek zijn buiten de AtoZ-list nog
raadpleegbaar:
- de volgende secundaire databanken:
• Web of Knowledge: Web of Sciense (citatiebestanden), Current Contents
Connect, INSPEC Information Service for Physics Electronics and Computing
(fysica, engineering) en Journal Citation Reports
• Belgische Bibliografie
• Beilstein Abstracts (scheikunde)
• ECONLIT Economic Literature
• EBSCOhost: Academic Search Elite, Business Source Premier, ERIC Education
Resources Information (educatie) en Modern Language Abstracts
• INVERT Index van de Nederlandstalige Verpleegkundige Tijdschriftenliteratuur
• MathDI Mathematics Didactics Database
• MathSciNet
• Medline/PubMed
• Sociological Abstracts
• Wilson Art Index
• Zentralblatt Math
- Eprint servers via:
• ARC Archival Research Catalog
• ArXiv (psychologie, wiskunde, informatica en biologie)
• Citebase
• Citeseer
• OAIster

De wetenschappelijke publicaties van onderzoekers aan het LUC worden ontsloten via
de Academische Bibliografie. De inhoud wordt samengesteld op basis van de jaarlijkse
onderzoeksrapporten van de universiteit. De bibliografie kan op auteursnaam worden
bevraagd.

De databank Mediargus geeft toegang tot de artikelen van Vlaamse kranten en


tijdschriften.

Deze databank Mediargus maakt het mogelijk om beter op te volgen wat er in de pers
over LUC, tUL en alles wat er rond leeft verschijnt. De universiteitsbibliotheek heeft de
taak op zich genomen om de Knipselkrant LUC up-to-date te houden. Elke week
worden de relevante artikelen opgenomen in de Knipselkrant LUC. Deze artikelen
kunnen worden geraadpleegd via de website van de universiteitsbibliotheek. Via een
alerteringsdienst houdt de universiteitsbibliotheek zijn gebruikers op de hoogte van
wat in de pers over het LUC/tUL verschijnt. De gebruikers kunnen inschrijven op deze
wekelijkse e-mail met een persoverzicht van de voorbije week.

De elektronische bronnen, waarop het LUC toegangsrechten heeft, kunnen overal op


de campus worden geraadpleegd.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 17


4. HET ONTHAAL EN DE BEGELEIDING VAN DE GEBRUIKERS
[BRON 1] [BRON 5]

4.1 Toegang tot de universiteitsbibliotheek

Openingsuren

De universiteitsbibliotheek heeft ruime openingsuren.


Tijdens het academiejaar (vanaf de laatste week van september) is de
universiteitsbibliotheek op de volgende tijdstippen open:
maandag tot en met vrijdag van 8.45 uur tot 22 uur,
vrijdag van 8.45 uur tot 17.30 uur,
zaterdag van 9 uur tot 17 uur.
Gedurende de verlofperiodes:
maandag tot en met vrijdag van 10 uur tot 12 uur en van 14 uur tot 16 uur,
zaterdag gesloten.
In september:
maandag tot en met vrijdag van 10 uur tot 17 uur,
zaterdag van 9 uur tot 17 uur.

De openstelling ’s avonds tussen 17 uur en 22 uur en op zaterdag gebeurt door


jobstudenten die daarvoor speciaal onderricht krijgen. Het gebruik van de bibliotheek
in de avonduren is zeer hoog. In de loop van de avond daalt het aantal gebruikers.
Eén van de redenen hiervoor is dat de bibliotheek in de avonduren louter een
studeerfunctie heeft. Het hoge aantal studenten in de bibliotheek valt te verklaren
door de didactische aanpak in het LUC (meer zelfstudie en groepswerk – dit laatste
enkel in de vergaderzaal wegens de vereiste stilte in de bibliotheek).

Lezerskaart

Om van de diensten van de universiteitsbibliotheek gebruik te kunnen maken is een


lezerskaart nodig.
Voor studenten doet de studentenkaart dienst als lezerskaart. Voor personeelsleden is
dit de personeelskaart. Deze worden bij het begin van het academiejaar telkens
hernieuwd.
tUL-studenten en –personeelsleden krijgen automatisch een studentenkaart,
respectievelijk een personeelskaart.
Medewerkers en studenten van de Universiteit Maastricht (UM), Provinciale
Hogeschool Limburg en Hogeschool Limburg kunnen gratis een lezerskaart aanvragen.
Voor personen, vreemd aan de campus, kost een lezerskaart € 10 per jaar.

4.2 Consultatie en leen

De toegang tot de universiteitsbibliotheek en consultatie van de collectie vereisen


geen verdere formaliteit. Lezers worden gevraagd de geconsulteerde werken niet
terug in het rek te plaatsen, maar op de tafels neer te leggen.

Uitlenen van werken kun je aan de balie met je lezerskaart, studentenkaart of


personeelskaart. Elk ontleend boek dient ingeleverd te worden bij de bediende aan de
balie.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 18


De uitleen voor studenten en externen is beperkt tot vier boeken gedurende vier
weken. Bij uitzondering kan uitleen op langere termijn worden toegestaan en wel
onder de volgende voorwaarden:
• er moet een bijzondere reden zijn,
• de werken moeten op eenvoudige aanvraag onmiddellijk worden teruggebracht
bij reservatie,
• de hoofdbibliothecaris bepaalt de langere termijn.

Personeelsleden van het LUC genieten van een uitleenmogelijkheid op lange termijn,
dit wil zeggen voor een heel academiejaar. Zij kunnen meer dan vier boeken lenen.

Materialen die reeds zijn uitgeleend, kunnen worden gereserveerd via de catalogus.

Via de catalogus kan de gebruiker zijn of haar persoonlijke leeninformatie bekijken.


De gebruiker kan zo zijn identiteitsgegevens controleren, nagaan of er gereserveerde
werken voor hem opzij gezet werden en welke werken hij geleend heeft.

In de universiteitsbibliotheek zijn er 9 computers beschikbaar voor raadpleging van de


catalogi, elektronische databanken en tijdschriftencollecties, alsook voor het bevragen
van wetenschappelijke informatie De beveiligde Windows-omgeving die voor de
bibliotheek-computers gecreëerd werd, zorgt ervoor dat zij enkel voor hun
hoofdbestemming worden gebruikt, dat wil zeggen het ontsluiten van alle
wetenschappelijke informatie en alle vormen van dienstverlening, beschikbaar aan het
LUC. Het aanbieden van internet is geen specifieke taak van de bibliotheek. Het LUC
heeft een aantal internet-hoeken ingericht op de campus. Dit biedt de mogelijkheid
om de eigen computers meer op de bibliothecaire bronnen af te stemmen.

4.3 Interbibliothecair leenverkeer

Werken die niet in de bibliotheek aanwezig zijn kunnen elders worden aangevraagd.
Wanneer de gebruiker een document heeft opgezocht in de hoofdcatalogus, Antilope,
de CCB of Bronco en het blijkt niet in de universiteitsbibliotheek van het LUC aanwezig
te zijn, dan kan de gebruiker dit materiaal met een druk op de bestelknop aanvragen
in een andere bibliotheek. De gebruiker moet zich eerst registreren en kan dan een
online formulier invullen. Ook gedrukte formulieren zijn beschikbaar aan de balie, al
waar de ingevulde formulieren ook kunnen worden afgegeven. Wanneer de
aangevraagde materialen zijn binnengekomen wordt de gebruiker hiervan, meestal
via e-mail, door de bibliotheek verwittigd. Voor medewerkers van het LUC variëren de
prijzen van minimaal € 7 tot € 20 per voldane aanvraag, afhankelijk van de
leverancier. Studenten genieten een korting van 50%, terwijl externen 165% van de
prijs moet betalen. Voor interbibliothecair uitgeleende boeken gelden strikte
leenperiodes. De verstrekkende bibliotheek behoudt zich het recht om werken reeds
vroeger terug te vragen, indien het door één van hun eigen lezers gereserveerd werd.
De geleverde fotokopieën blijven echter ten allen tijde eigendom van de aanvrager.
Voor korte fragmenten uit boeken is dan ook een fotokopie-aanvraag aan te raden.
Dit is steeds het geval voor tijdschriftartikelen. Een gebruiker die de leenperiode van
een interbibliothecair uitgeleend boek overschrijdt wordt onmiddellijk uitgesloten uit
de hele interbibliothecaire service voor de periode tot 1 maand nadat het laatste
interbibliothecair ontleende werk is teruggebracht. Hier wordt streng op toegezien om
de “goede naam” van de LUC-bibliotheek bij de leverende bibliotheek niet in het
gedrang te brengen.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 19


4.4 Aanwinstenlijsten en SDI-dienst

Aanwinstenlijsten

Maandelijks wordt een lijst aangemaakt van de aanwinsten. Er worden twee soorten
lijsten beschikbaar gesteld:
• De lijst van de aanwinsten van alle bibliotheken van Anet.
De gedrukte lijst ligt ter inzage in de bibliotheek.
• De lijst van de werken die door het LUC werden aangekocht.
Deze lijsten zijn online te raadplegen op de website van de universiteitsbibliotheek.
Personen die beschikken over een e-mailadres kunnen gepersonaliseerde
aanwinstenlijsten ontvangen via de SDI-service.

SDI-dienst

Selective Dissemination of Information (SDI) is een dienst die de gebruiker


automatisch, via elektronische post, attendeert op nieuwe publicaties. Gebruikers
kunnen aangeven over welke onderwerpen ze op de hoogte willen worden gehouden,
maar ze kunnen ook naargelang de databank vragen om geattendeerd te worden op
werken van bepaalde auteurs, delen van een bepaalde serie of titel van een tijdschrift.
De beschrijvingen van de nieuwe publicaties vindt de gebruiker dan enkele dagen
later in zijn elektronische postbus. Er kan een attenderingsprofiel worden opgesteld op
de nieuwe aanwinsten van de bibliotheken van Anet. Daarnaast is het eveneens
mogelijk de literatuur op artikelniveau te volgen via de alerteringsdiensten van TOC-
Premier. Sinds 2003 is het ook mogelijk om alerteringsprofielen zelf op te stellen voor
de databanken Current Contents en EBSCOhost. Iedereen die beschikt over een e-
mailadres kan gratis gebruik maken van deze dienst.

4.5 Dienst online searches

Wanneer de gebruiker geen antwoord vindt op zijn informatievraag bij zijn opzoeking
in de elektronische informatiebronnen, dan bestaat er ook de mogelijkheid om door de
universiteitsbibliotheek een online opzoeking in externe databanken te laten
uitvoeren. De universiteitsbibliotheek is aangesloten op DIALOG, een hostorganisatie
in Palo Alto (Californië), die enkele honderden, voornamelijk bibliografische bestanden
toegankelijk maakt. Bij een online literatuuropzoeking wordt een deel van de kosten
doorgerekend aan de gebruiker.

4.6 Andere faciliteiten

Fotokopiëren

Er zijn twee fotokopieermachines beschikbaar in de universiteitsbibliotheek. Het


fotokopiëren gebeurt met een kopieerkaart die kan worden gekocht op de agora aan
een automaat.

Afdrukken, opslaan en e-mail

Resultaten van opzoekingen op CD-ROM’s en op het internet kunnen worden


afgedrukt via de fotokopieermachine, mits betaling met een kopieerkaart. Dezelfde
resultaten kunnen ook worden opgeslagen op een diskette. Alle opzoekingresultaten
uit de publiekscatalogus kan de gebruiker naar zijn of haar e-mailadres sturen.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 20


Telefax

Faxen is mogelijk via een telefaxapparaat in een apart lokaal in de


universiteitsbibliotheek. De normale telefoontarieven zijn van toepassing.

(Boeken)tassenrekken

Vóór de gebruiker de universiteitsbibliotheek mag betreden, wordt hij verzocht zijn


(boeken)tas in de daartoe bestemde rekken te plaatsen. Met een hang- of fietsslot
kan de gebruiker zijn tas zelf beveiligen door deze aan de beschikbare beugel te
ketenen. Benodigde documenten alsook waarvolle en persoonlijke spullen kunnen
worden meegenomen in de bibliotheek. De rekken worden in het oog gehouden via
twee camera’s. Deze camera’s zijn er gekomen na vele klachten over tassenroof. De
opname’s van deze camera’s worden een week bewaard. Sinds de camera’s aanwezig
zijn, zijn de klachten sterk afgenomen.

Zitplaatsen

De universiteitsbibliotheek is een stilteruimte en studeerruimte. De bibliotheek


beschikt over een 150-tal zitplaatsen om te studeren in de bibliotheekdocumenten of
meegebrachte werken. Uit een enquête, verricht door de bibliotheek, blijkt dat deze
functie ‘stille studeerruimte’ in de bibliotheek zeer op prijs gesteld wordt bij stafleden,
zij geven dan ook aan dat deze functie behouden moet blijven.

Vergader- en leslokaal

Een vergaderlokaal, ook als leslokaal bruikbaar, is beschikbaar in de


universiteitsbibliotheek, na reservatie aan de informatiebalie.

Campusboekhandel

Recht tegenover de universiteitsbibliotheek bevindt zich de campusboekhandel. Dit


initiatief werd mogelijk gemaakt door een overeenkomst tussen het LUC en de
boekhandels ‘Wouters’ uit Leuven en ‘Standaard’ uit Hasselt. Naast de verkoop van
cursussen kunnen de studenten en personeelsleden er ook terecht voor kranten (alle
strekkingen en ook buitenlandse), magazines, gelegenheidskaartjes, bureaumateriaal
en woordenboeken. Verder kan er ieder boek worden besteld. Een “ter inzage” dienst
toont recente boeken van wetenschappelijke aard. De stafleden kunnen deze boeken
voor de universiteitsbibliotheek aankopen. Zij moeten dit enkel melden aan de
verantwoordelijke van de boekhandel en het betreffende formulier aan het
secretariaat afgeven. Regelmatig worden er thematische tentoonstellingen
georganiseerd. De openingsuren van de campusboekhandel zijn:
van maandag tot donderdag tussen 10 uur en 15 uur,
vrijdag tussen 10 uur en 15 uur en tussen18 uur en 20.30 uur,
zaterdag tussen 8.30 uur en 15 uur.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 21


4.7 Informatievaardigheden

Informatievaardigheden op Blackboard

De groei van informatiebronnen en –kanalen is in een stroomversnelling geraakt.


Enerzijds heeft de universiteitsbibliotheek haar aanbod aan elektronische bronnen in
enkele jaren tijd enorm zien toenemen, anderzijds is het internet door velen ontdekt
als dé plaats waar informatie gezocht wordt. De Googles en Yahoo’s van deze virtuele
wereld worden door iedereen, studenten en docenten, veelvuldig geraadpleegd.
Daarbij mag niet over het hoofd worden gezien dat in enkele jaren tijd via de
universiteitsbibliotheek een enorme stroom aan wetenschappelijke informatie
elektronisch beschikbaar is geworden. Nu zijn er bijvoorbeeld meer dan 13.000
tijdschriften elektronisch beschikbaar. In 2000 waren er dat slechts ongeveer 150. Om
deze te ontsluiten beschikt de universiteitsbibliotheek over bibliografische databanken
en andere zoeksystemen, waarvoor zekere basisvaardigheden vereist zijn. Daarom
werd het informatie- en cursuspakket ‘Informatievaardigheden’ in de Blackboard
omgeving ontwikkeld. De universiteitsbibliotheek wenst met dit basispakket het
omgaan met de beschikbare bronnen in het ruimer kader van een kritische benadering
van deze bronnen te plaatsen. Studenten leren hiermee wegwijs te raken in het
bronnenaanbod aan het LUC en kunnen hun informatievaardigheden verbeteren.
Docenten kunnen er gebruik van maken in hun cursus of er naar verwijzen.

Advies en informatie aan stafleden en studenten in verband met elektronische


informatiebronnen

De bibliotheek richt ook presentaties in voor de studenten en stafleden waarbij er


dieper wordt ingegaan op de elektronische informatiebronnen. Er worden
demonstraties gegeven voor de onderzoeksgroepen, info-sessies literatuurstudie in
functie van de eindverhandeling voor studenten economie en bedrijfskunde en info-
sessies voor de studenten aan de Open Universiteit. De sessies worden ingericht als
introducties, praktijksessies of algemene presentaties. Elke sessie is aangepast aan de
doelgroepen en studie-onderwerpen.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 22


4.8 Toezicht en tucht

Gebruikers kunnen informatie over de universiteitsbibliotheek terugvinden in “de gids


van de universiteitsbibliotheek LUC”, waarin het reglement is opgenomen. Deze gids is
beschikbaar in een papieren versie, maar is ook toegankelijk op de website van de
universiteitsbibliotheek. De homepage van de universiteitsbibliotheek bevat verder
een uitgebreide informatie over de bibliotheek.

De hoofdbibliothecaris, bijgestaan door diens medewerkers, let op de toepassing van


het reglement. Dit reglement kan door de bibliotheekbeleidscommissie, onder het
voorzitterschap van de vice-rector, worden gewijzigd.

In de universiteitsbibliotheek wordt niet luidop gesproken en dient iedere activiteit


vermeden te worden die de goede werking van de bibliotheek of werkzaamheden van
de bezoekers kan storen. Er kan worden gestudeerd aan de daartoe voorziene tafels
in de bibliotheek alsook in de afgescheiden ruimten. Boekentassen, voedingswaren en
dranken mogen niet in de bibliotheek worden meegenomen. Boekentassen kunnen in
de daartoe voorziene rekken worden opgeborgen. Het meubilair mag niet worden
verplaatst. De bediening van verlichting en verwarming geschiedt uitsluitend door het
personeel. Alle sancties worden uitgesproken door de hoofdbibliothecaris, nadat de
lezer gehoord is. De lezer kan in beroep gaan bij de bibliotheekbeleidscommissie.

Alle sancties worden medegedeeld aan het Vast Bureau van het LUC. Ook de
terugvordering in recht wordt beslist door de bevoegde Raad van Bestuur.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 23


[BRON 4] [BRON 5]
5. HET PERSONEEL VAN DE UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK

Werkzaamheden

Prof. Dr. Leo Egghe Hoofdbibliothecaris

Marc Goovaerts Informatietechnologie

Annie Kuppens Interbiliothecaire dienst


Online dienst
Repository

Hertha Govaert Catalografie


Inbindingen
Informatie- en leenbalie

Mercedes Casas Catalografie


Inbindingen
Informatie- en leenbalie
Rekkenwerk
Contacten jobstudenten

Marc Pannekoeke Administratie


Bestellingen

Chris Bleus Tijdschriftenadministratie


Administratie
Informatie- en leenbalie
Rekkenwerk

Joke Vanderhallen Bestellingen


Knipselkrant
Repository
Informatie-en leenbalie
Rekkenwerk

Leen Braeken Informatie- en leenbalie


Rekkenwerk

Het onderhoud van de universiteitsbibliotheek wordt verzekerd door de dienst


Materiële Voorzieningen en neemt 2 uur per dag in beslag.

Zoals hierboven is aangegeven, heeft ieder personeelslid binnen de


universiteitsbibliotheek zijn eigen werkzaamheden en verantwoordelijkheden. Buiten
deze interne taken participeert ieder personeelslid ook in externe relaties en
samenwerkingsverbanden van de bibliotheek. Hierover in hoofdstuk 7 meer.
Daarnaast volgen de personeelsleden uiteenlopende vorming met betrekking tot hun
eigen werkzaamheden.

De avond- en zaterdagopenstelling worden verzorgd door jobstudenten. Studenten


kunnen zich zelf aanmelden. Mercedes Casas onderhoudt de contacten met de
jobstudenten. Vier jobstudenten verzorgen de avondopenstelling, ieder student heeft
zijn vaste dag. Drie jobstudenten verzorgen via een beurt-rol de zaterdagopenstelling.
In de vakantieperiode worden nog een aantal extra jobstudenten aangetrokken voor
hulp bij bibliotheektechnische werkzaamheden.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 24


6. BIBLIOTHEEKTECHNISCHE WERZAAMHEDEN
[BRON 7]
6.1 Bibliotheekbeheersysteem

De universiteitsbibliotheek maakt gebruik van Brocade, de bibliotheeksoftware die


door de Universiteit van Antwerpen (UA) vanaf 1998 werd ontwikkeld en die vanaf
2000 door het Centrum voor Informatica van de provincies Antwerpen en Limburg
(CIPAL) wordt verspreid en ondersteund.
De Brocade-toepassing is een geheel van software componenten dat bibliotheken
toelaat:
• bibliografische en documentaire databanken aan te maken en te ontsluiten,
• administratieve taken te automatiseren (catalografie, leen, besteladministratie,
tijdschriftenadministratie),
• elektronische diensten aan eindgebruikers aan te bieden (publiekscatalogus,
attenderingsservice, en documentaanvragen)
Brocade is dus een zeer compleet pakket en wordt gebruikt voor vele
bibliotheektechnische werkzaamheden binnen de universiteitsbibliotheek van het LUC.

6.2 Besteladministratie

De collectievorming voor de universiteitsbibliotheek wordt verzorgd door het onderwijs


zelf. Iedere faculteit, school en onderzoeksinstituut stelt ieder jaar zijn eigen
boekenbudget samen. De universiteitsbibliotheek ondersteunt de collectievorming,
beheert de budgetten en verzorgt de besteladministratie. Docenten en medewerkers
bestellen boeken bestemd voor de bibliotheek aan de hand van een bestelbon. Ook
via e-mail kunnen zij hun bestellingen doorgeven aan de bibliotheek. Marc
Pannekoeke controleert de binnenkomende bestellingen. De boeken worden besteld
bij de boekhandelaren Wouters en Transmedia. De boekhandels worden geselecteerd
op basis van een jaarlijks terugkomende evaluatie. Zo is bijvoorbeeld Proxis als
leverancier afgevoerd vanwege kost- en leveringsproblemen. Het kredietbeheer en de
financiële administratie worden beheerd op een aparte computer via de software
Fimax. Hier is bewust gekozen om deze administratie buiten het Brocade-systeem te
houden om technische problemen door overbelasting te voorkomen. In Brocade
worden de nieuwe bestellingen wel onmiddellijk opgenomen, nog voordat de
materialen ter plaatse zijn, zo kunnen docenten en medewerkers het verloop van hun
bestelling volgen. Nieuwe aanwinsten worden dan in de publiekscatalogus aangegeven
met ‘in bestelling’.

6.3 Tijdschriftenadministratie

Het LUC heeft abonnementen lopen op een 400-tal tijdschriften (papieren versie). De
administratie voor deze abonnementen wordt bijgehouden via Brocade. Brocade heeft
een uitgebreid programma voor de tijdschriftenadministratie met automatische
rappellering. Naast Brocade wordt er nog gewerkt met een cardex. Wanneer het
bibliotheekbeheersysteem uitvalt of er fouten worden ontdekt, wordt deze cardex
gebruikt als controle-systeem. De leverancier van de tijdschriften is Ebsco. De
financiële afhandeling van de tijdschriftenabonnementen (zowel voor de papieren als
de elektronische tijdschriften) gebeurt door Marc Pannekoeke. Hij handelt ook de
bestellingen en annuleringen van deze abonnementen af.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 25


6.4 Beheer elektronische bronnen

Marc Goovaerts, stafmedewerker informatietechnologie binnen de universiteits-


bibliotheek, beheert de website van de bibliotheek. Het aankopen van de databanken
gebeurt via consortia. Het project ELEKTRON van het VOWB is een voorbeeld van zo’n
consortium. Ook is in samenwerking met de Universiteit van Maastricht een
consortium met uitgeverij Wiley opgestart. Daarnaast kon het LUC in 2003 instappen
in het UKB Nederland (samenwerkende wetenschappelijke bibliotheken) consortium
met Kluwer Academic Publishers. De databanken die door deze consortia worden
aangeboden in de universiteitsbibliotheek van het LUC beheren de uitgevers zelf. Toch
kan ook de bibliotheek zelf wat functies aanpassen. De lay-out van de zoekpagina’s
binnen de databanken kunnen worden aangepast aan de lay-out van het LUC.
Daarnaast zijn er een aantal software-programma’s waarbij vooral de e-journals
kunnen worden ontsloten. Een voorbeeld hiervan is de AtoZ-list. Dit is de software die
het LUC gebruikt om al zijn e-journals in onder te brengen. Vanuit 1 zoek-interface
kan worden gezocht in 13.000 tijdschrift-titels. Dit is veel gebruiksvriendelijker dan
wanneer er in alle aparte databanken van de uitgevers moet worden gezocht . Via
Ebsco Administrator kan de bibliotheek de e-journals en de databanken van de
leverancier Ebsco beheren. Ebsco levert een goede service bij het aanbieden van
elektronische tijdschriften. Vanuit deze beheerfuncties kunnen ook de jaarlijkse
statistieken worden opgevraagd zodat de bibliotheek het gebruik van de elektronische
bronnen in kaart kan brengen. Naast de AtoZlist heeft de universiteitsbibliotheek
toegang tot de TOC-Premier: een databank met zoeksysteem voor het ontsluiten van
tijdschriften op artikelniveau, met uitgebreide full-text linking mogelijkheden. Marc
Goovaerts heeft ook de e-bronnen-databank samengesteld en verzorgt de
demonstraties, presentaties, introducties en praktijksessie voor studenten en
stafleden waarbij ze advies en informatie krijgen over de elektronische informatie-
bronnen.

6.5 Catalografie

Wanneer de bestellingen binnen komen worden ze eerst gecontroleerd door Marc


Pannekoeke en wordt in Brocade aangegeven dat de materialen ‘in verwerking’ zijn.
De materialen worden voorzien van stempels van de universiteitsbibliotheek. Daarna
gaan de boeken naar de dienst catalografie. De catalografie wordt verzorgd door
Hertha Govaert en Mercedes Casas. De materialen worden ingevoerd in Brocade en
krijgen nu ook een plaatsingskenmerk. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de
Universele Decimale Classificatie (UDC). Daarnaast worden er trefwoorden toegekend
aan het materiaal. De universiteitsbibliotheek maakt gebruik van een thesaurus om de
collectie te ontsluiten. Deze thesaurus is als ontsluiting belangrijker dan de UDC-code,
omdat de gebruikers meer hebben aan trefwoorden voor hun opzoekwerk dan aan
ingewikkelde UDC-codes. Omdat het LUC een deel vormt van het Anet kan er bij de
catalografie gebruik worden gemaakt van titelbeschrijvingen die al aanwezig zijn
binnen het netwerk. Deze titelbeschrijvingen bevatten de algemene gegevens van het
materiaal zoals titel, auteur, uitgever en druk. De lokale gegevens, de trefwoorden en
de plaatsingscode, kunnen er dan worden ‘aangehangen’. Als laatste wordt er een
uniek nummer aan het materiaal toegekend. Dit nummer wordt ingescand en zo bij
alle gegevens van het materiaal bijgevoegd. Deze zebra, samen met de
plaatsingscode, worden op het materiaal aangebracht. Hierna is het materiaal klaar
om in de collectie te worden opgenomen. In de publiekscatalogus verdwijnt de term
‘in verwerking’ en wordt vervangen door de lokale gegevens van het materiaal. Zo
weet de docent of medewerker die het materiaal heeft besteld, dat zijn bestelling is
verwerkt.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 26


[BRON 4]
6.6 Inbindingen en restauratie

Het inbinden van tijdschriftjaargangen en het restaureren van materialen gebeurt


door de beschutte werkplaats AMIVAL uit Turnhout.

6.7 Rekkenwerk

Onder rekkenwerk verstaan we het terugplaatsen van teruggebrachte en


geconsulteerde materialen en het plaatsen van nieuwe materialen. De gebruikers
worden geacht de geconsulteerde materialen niet zelf terug te plaatsen in de rekken.
Deze materialen worden door een personeelslid van de bibliotheek eerst geteld. Deze
cijfergegevens worden opgenomen in de statistieken, die in het jaarverslag een beeld
geven over het gebruik van de collectie.

6.8 Baliewerk

De uitleenbalie doet tevens dienst als infobalie. De personeelsleden hebben een


beurtrol voor de bezetting van de balie. Aan de balie wordt ook de postbedeling
verzorgd, de tijdschriftenadministratie en het verwerken van rappels en
reserveringen. Dit zijn werkzaamheden die dagelijks terugkomen. De
rappeladministratie en de reserveringen lopen ook via Brocade. Brocade verwerkt de
rappels en reserveringen automatisch. Ieder dag worden de rappels en
reserveringsberichten (die de gebruiker er op attenderen dat het materiaal dat hij
gereserveerd heeft terug binnen is) uitgeprint en verstuurd naar de gebruikers.
[BRON 4]
6.9 Overige administratie

De universiteitsbibliotheek heeft ook een eigen werkingsbudget. Met dit budget wordt
de eigen werking van de bibliotheek gefinancierd. Een deel ervan gaat naar Anet, het
netwerk waarin de universiteitsbibliotheek participeert. Daarbuiten worden met dit
budget boeken gekocht gericht op bibliotheekwetenschappen. Ook het bureelmateriaal
en de uitrusting van de bibliotheek worden met dit budget betaald. Marc Pannekoeke
verzorgt deze bestellingen en beheert dit budget. Daarbuiten ondersteunt hij als
administratieve kracht de hoofdbibliothecaris bij zijn onderzoek en bij het opmaken
van het jaarverslag, statistieken en begrotingen. Tenslotte verzorgt hij ook de dienst-
en verlofregeling. De lonen van het bibliotheekpersoneel worden centraal beheerd
door de personeelsdienst van het LUC.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 27


6.10 Repository

Letterlijk vertaald betekend een Repository een bewaarplaats. Een Repository is een
internet-werkomgeving waarin zowel leermiddelen als wetenschappelijke output
(artikelen; rapporten; datasets; video; audio) via één ingang benaderbaar,
doorzoekbaar en toegankelijk zijn. Typisch kenmerk is dat een gebruiker slechts een
reguliere internetbrowser nodig heeft om met de Repository te kunnen werken. In een
Repository is rechtenbeheer mogelijk, zodat niet automatisch iedereen recht heeft op
toegang tot de totale inhoud van de Repository. Impliciet is een Repository ook
bedoeld voor de conservering van documenten op de lange termijn. [BRON 11]
Met een Repository kan een instelling als een universiteit opboksen tegen de macht
van de uitgeverijen. Het LUC financiert zijn onderzoekers. Onderzoekers publiceren
hun onderzoeksresultaten in vakbladen bij diverse uitgeverijen. Het LUC moet dan
‘opnieuw’ betalen om het origineel gepubliceerde artikel terug in eigen bezit te
krijgen. Door het opstellen van een Repository kan een universiteit de eigen output
van zijn onderzoekers bij zich houden. Een artikel wordt in een post-review pre-print
versie opgenomen in een Repository. Dat wil zeggen dat het artikel wel al
goedgekeurd is door een reviewer, maar nog niet is gepubliceerd in een tijdschrift. Dit
om wettelijk in orde te zijn wat betreft de auteursrechten.
Het LUC is volop bezig met het samenstellen van een Repository voor de output van
de eigen onderzoeksinstituten. In 2004 zijn de voorbereidingen getroffen door het
opstellen van een beleidsplan en het uitkiezen van een goed software-programma.
Dspace is een softwarepakket voor zelfarchivering dat automatisch het OAI-protocol
(OAI staat voor Open Archives Initiative) ondersteund, ontwikkeld aan het
Massachussetts Institute of Technology in Cambridge. Het OAI-protocol is een
standaard dat ontwikkeld is voor het uitwisselen van beschrijvingen.
Dit jaar worden de verschillende artikelen van de onderzoeksinstituten bijeengebracht
en ingevoerd in Dspace. Dit samenbrengen en invoeren van gegevens gebeurt nu nog
door het bibliotheekpersoneel. Marc Goovaerts, Annie Kuppens en Joke Vanderhallen
houden zich hiermee bezig. De gegevens van de artikelen worden ingevoerd en het
post-review pre-print artikel wordt gesubmit. In de toekomst is het de bedoeling dat
de auteurs (onderzoekers) dit allemaal zelf gaan doen en dat het bibliotheekpersoneel
enkel ondersteuning biedt en de Repository beheerd.
Uiteindelijk zal dan de hele output van het LUC op één plaats samengebracht,
toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Nu zijn alle artikelen nog verspreid over de
verschillende onderzoeksinstituten, al dan niet toegankelijk op de eigen website van
het instituut.

6.11 Knipselkrant LUC

De knipselkrant wordt aangemaakt via Mediargus. Elke week stelt Joke Vanderhallen
deze knipselkrant samen. Zij zoekt in Mediargus naar artikelen op de trefwoorden LUC
en Limburgs Universitair Centrum. Zo worden alle artikelen verzameld die in de brede
zin te maken hebben met het LUC. Deze artikelen worden samengebracht en
toegankelijk gemaakt voor studenten en personeel. Wie dit wil kan deze knipselkrant
elke week via e-mail ontvangen door gebruik te maken van de alerteringsdienst van
de universiteitsbibliotheek. Daarnaast is de knipselkrant raadpleegbaar via de website
van de universiteitsbibliotheek.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 28


6.12 Interbibliothecaire dienst

De interbibliothecaire dienst wordt verzorgd door Annie Kuppens. Het


interbibliothecair leenverkeer verloopt elektronisch tussen de zogenaamde IMPALA-
bibliotheken. IMPALA staat voor Instant Mailing Procedure for Automated Lending
Activities. De hoofdleveranciers voor uitgaande IBL-aanvragen van de LUC-bibliotheek
zijn de Universiteit van Antwerpen, de Universiteit van Luik, De Katholieke Universiteit
van Leuven, de Rijksuniversiteit van Gent, de FUNDP (Universiteit van Namen) en de
Koninklijke Bibliotheek van België. Ook buiten België worden materialen aangevraagd:
Nederland is de grootste leverancier, gevolgd door Duitsland via Subito, een
document-aanleverdienst voor internationale bibliotheken waarop de grote Duitse
bibliotheken zijn aangesloten en Engeland met het Britisch Library Document Supply
Centre (BLDSC). Annie Kuppens probeert de aanvragen die van studenten en
personeel binnenkomen zo snel mogelijk af te handelen. Zo moet de aanvrager niet
lang wachten op de documenten. Deze snelle service geldt ook in de omgekeerde
richting, voor de inkomende aanvragen. Bibliotheken die materialen van de
universiteitsbibliotheek van het LUC aanvragen, krijgen deze zo snel mogelijk
opgestuurd, via post maar nu meer en meer ook via e-mail, zeker voor
tijdschriftartikelen. Van het gevraagde, leverbare materiaal wordt bijna 100% door de
LUC-bibliotheek geleverd. Grootste aanvrager aan de LUC-bibliotheek is de
Universiteit van Antwerpen, dit is logisch omdat de LUC-bibliotheek is aangesloten bij
Anet. Er is een daling vastgesteld in het globaal aantal interbibliothecaire aanvragen,
waarschijnlijk is dit te wijten aan het beschikbaar zijn van zeer veel full-text
elektronische tijdschriften in Vlaanderen. De Interbibliothecaire dienst handelt ook
aanvragen af die binnenkomen via het ontwikkelingsproject ODINAFRICA.

6.13 Inventaris en jaarverslag

Ieder jaar wordt er een inventaris gemaakt van de collectie van de universiteits-
bibliotheek. Deze inventaris is mede belangrijk voor het opstellen van het jaarverslag.
Het jaarverslag geeft een cijfermatig beeld weer van het gebruik van de bibliotheek.
Door deze statistieken over de jaren heen te analyseren, krijgt de hoofdbibliothecaris
een duidelijk overzicht van de werking van de bibliotheek en de evolutie van
verschillende bibliotheekgerichte activiteiten kan hierdoor worden gevolgd.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 29


[BRON 4]
7. RELATIES EN SAMENWERKINGSVERBANDEN
[BRON 7]
7.1 Anet

Anet is de naam van het bibliotheeknetwerk dat groeide vanuit de Universiteit


Antwerpen en dat sinds geruime tijd de automatisering van een aantal bibliotheken
verzorgt. In Anet participeren universiteitsbibliotheken, zoals het LUC, de
hogeschoolbibliotheek, maar ook de openbare bibliotheek van Antwerpen en enkele
andere wetenschappelijke bibliotheken. Deze bibliotheken maken nu gebruik van
gezamenlijke catalogi. Maar er zijn ook belangrijke databanken en projecten in de
schoot van dit samenwerkingsverband tot stand gekomen: Zebra, Antilope, Impala,
VirLib, Bronco, CCB en de academische bibliografie. Anet biedt dan ook de
mogelijkheid tot interbibliothecaire leen van boeken en het aanvragen van kopieën
van tijdschriftartikelen in talrijke andere wetenschappelijke bibliotheken. Voor het LUC
participeren Prof. Dr. Leo Egghe en Marc Goovaerts. Maar ook de catalografen Hertha
Govaert en Mercedes Casas doen mee aan het gezamenlijk overleg binnen Anet. En
de Anet-gebruikersdag wordt dan ook door verschillende medewerkers van de LUC-
bibliotheek bijgewoond.

7.2 Conferentie van universitaire hoofdbibliothecarissen

Prof. Dr. Leo Egghe participeert in de conferentie van universitaire hoofd-


bilbiothecarissen. Alle partijen binnen deze conferentie komen regelmatig samen om
te vergaderen over aandachtspunten als herziening statuten, leenrecht, copyright,
collectievorming en consortia op het federaal niveau, CCB en de promotie van de
universiteitsbibliotheken.

7.3 Vlaams Overlegorgaan inzake Wetenschappelijk Bibliotheekwerk


[BRON 8]

Het Vlaams Overlegorgaan inzake Wetenschappelijk Bibliotheeknetwerk (VOWB) zorgt


voor coördinatie in het wetenschappelijk bibliotheekwerk in Vlaanderen via studiewerk
en projecten, die informatie en inzichten moeten opleveren voor samenwerking in en
tussen de verschillende bibliotheektypes. Enkele voorname criteria voor studie- en
projectwerk zijn:
• samenwerking, uniformsering of schaalvergroting,
• technologische vernieuwing,
• ondersteuning van wetenschapsbeoefening,
• internationalisering van de wetenschappelijke informatie- voorziening in
Vlaanderen.
Het VOWB doet ook aan de belangenbehartiging van het wetenschappelijk
bibliotheekwerk door informatieverstrekking en directe participatie in allerlei vormen
van overleg. Voor het LUC participeert Prof. Dr. Leo Egghe in het VOWB
[BRON 8]
7.4 ELEKTRON

Elektron is opgericht door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) om de


consortiagelden van de Vlaamse overheid te beheren. Elektron heeft tot doel te
bepalen welke consortia er elk jaar zullen gevormd en worden aangekocht en hoe de
totale consortiumprijzen zullen worden verdeeld onder de partners (dezelfde als in het
VOWB).

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 30


[BRON 9]
7.5 GAS en GGS Informatie- en Bibliotheekwetenschap

Informatie- en Bibliotheekwetenschap is een postuniversitaire studie aan de


universiteit van Antwerpen. Deze studie is een ‘stapel-opleiding’ en bestaat uit een
eerste voltijdse jaar studie ‘Gediplomeerde Aanvullende Studie Documentatie- en
Bibliotheekwetenschap (GAS)’, gevolgd door een daarop aansluitend programma
‘Gediplomeerde Gespecialiseerde Studie Informatie- en Bibliotheekwetenschap (GGS)’,
eveneens een één jaar voltijdse studie. Prof. Dr. Leo Egghe is aan deze studie
verbonden als gasthoogleraar en hij neemt deel aan de vergaderingen als waarnemer
in de stuurgroep en als lid van de curriculumcommissie.
[BRON 10]
7.6 tUL en de universiteitsbibliotheken LUC en UM

Binnen het samenwerkingsverband tUL tussen het LUC en de Universiteit van


Maastricht werken ook de bibliotheken van beide universiteiten samen. De
dienstverlening van beide bibliotheken worden op elkaar afgestemd en de toegang tot
elektronische bestanden bij beide instellingen geregeld. De tUL-studenten en tUL-
medewerkers hebben beide bibliotheken gratis tot hun beschikking.

[BRON 1]
7.7 Limburgse Associatie

De associatie tussen LUC en de Limburgse hogescholen Provinciale Hogeschool


Limburg (PHL) en Hogeschool Limburg (HL) heeft als doel tot een betere
samenwerking te komen. Daarbij staat de verbetering van de dienstverlening aan de
gebruikers centraal. De studenten van de drie instellingen kunnen gebruik maken van
elkaars bibliotheek. Zij kunnen ter plaatse de werken, tijdschriften en elektronische
bronnen raadplegen. Zij kunnen ook gratis lid worden van de andere bibliotheken in
de associatie, met de daaraan verbonden voordelen. De derde Limburgse hogeschool,
de Katholieke Hogeschool Limburg, participeert niet in deze Limburgse Associatie.

7.8 ODINAFRICA

Het project OdinAfrica, Ocean Data and Information Network for Africa, is de opvolger
van het ontwikkelingsproject RECOSCIX-WIO, Regional Coöperation in Scientific
Information Exchange - Western Indian Ocean, dat door het LUC als ‘eigen initiatief’
uitgevoerd werd in de periode 1991-1999. OdinAfrica wordt door IOC-UNESCO,
Intergovernmental Oceanographic Commission – United Nations Educational, Scientific
and Cultural Organization, uitgevoerd onder andere met de financiële steun van de
Vlaamse regering. Het project staat in voor de literatuurvoorziening voor en
communicatie tussen mariene wetenschappers in Afrika, alsook voor de opslag van
mariene-wetenschappelijke data. Prof. Dr. Leo Egghe en Marc Goovaerts zijn in dit
project adviseurs. OdinAfrica wordt verder uitgelegd in hoofdstuk 11 van dit stage-
verslag.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 31


8. PROFIEL VAN DE HOOFDBIBLIOTHECARIS

De universiteitsbibliotheek van het LUC wordt geleid door Prof. Dr. Leo Egghe. Tijdens
een interessant gesprek heb ik met hem kennis gemaakt en een beeld gekregen van
zijn werkzaamheden en aandachtspunten. Prof. Dr. Leo Egghe is een geëngageerd
persoon en heeft buiten zijn bibliotheekwerkzaamheden nog andere verplichten. Hij
doet onderzoek in de bibliometrie en is hoogleraar aan de Antwerpse Universiteit.
Daarnaast participeert hij in de vele externe relaties die de universiteitsbibliotheek
heeft en bovendien heeft hij veel contacten met andere Belgische en buitenlandse
universiteiten.

Het onderzoeksproject Bibliometrie omvat de volgende activiteiten [BRON 4]:


• Studie van relatieve impactfactoren.
• De distributie van de auteurs-rangorde in artikelen met meerdere auteurs.
• Drie-dimensionele informetrie.
• Relaties tussen size-frequency en rank-frequency functies.
• Eigenschappen van size-frequency functies die een machtsfunctie zijn en hun
relaties met self-similar fractalen.
• Zipfiaanse en Lotkaiaanse concentratrietheorie.
• Studie van het “Maximum Entropy Principle” en het “Principe of Least Effort”.
• Rank- en size-frequency functies voor N-grammen en N-woord-zinnen.
Belangrijk binnen de bibliometrie is het onderzoek naar citaten en referenties bij
wetenschappelijke publicaties. De bibliometrie heeft verschillende sub-divisies zoals
informetrie. Dit houdt het meten in van alle aspecten van de informatie. Daarnaast is
er ook webometrie, het meten van de aspecten van het wereldwijde web, wat nu
meer en meer in beeld komt. Binnen dit onderzoek heeft Prof. Dr. Egghe al heel wat
artikelen internationaal gepubliceerd. Bovendien geeft hij regelmatig voordrachten
waarin hij zijn onderzoeksresultaten nader toelicht. Binnen zijn onderzoek heeft Prof.
Dr. Egghe een boek geschreven met de titel Introductie tot Informetrics :
Quantitatieve Methods in Library, Documentation and Information Science, uitgegeven
bij Elsevier Science Publishers.

Informatie- en Bibliotheekwetenschap is een postuniversitaire studie aan de


universiteit van Antwerpen. Deze studie is een ‘stapel-opleiding’ en bestaat uit een
eerste voltijdse jaar studie ‘Gediplomeerde Aanvullende Studie Documentatie- en
Bibliotheekwetenschap (GAS)’, gevolgd door een daarop aansluitend programma
‘Gediplomeerde Gespecialiseerde Studie Informatie- en Bibliotheekwetenschap (GGS)’,
eveneens een één jaar voltijdse studie. [BRON 9] Prof. Dr. Leo Egghe is aan deze studie
verbonden als gasthoogleraar en hij neemt deel aan de vergaderingen als waarnemer
in de stuurgroep en als lid van de curriculumcommissie. Hij geeft de vakken:
Kwantitatieve Methoden in de Informatiesector en Documentaire Systemen Retrieval.
Informatie- en Bibliotheekwetenschap is een exacte studie meer en meer gericht op
de Informatie- en Communicatie Technologie. Toch zijn er maar weinig ICT-ers en
wiskundigen die binnenstromen, drie kwart van de studenten hebben een humane
studie als vooropleiding gehad.

Aanvullend kunnen volgende activiteiten van Prof. Dr. Egghe nog vermeld worden
[BRON 4]
:
• lid Vlaams Overlegorgaan inzake Wetenschappelijke Bibliotheekwerk (VOWB)
v.z.w.,
• lid ELEKTRON v.z.w.,
• lid van de “Advisory Committee of Chinese Scientometric Indicators : Statistics
for Articles and Citations”,
• Plaatsvervangend lid VLIR-Werkgroep Ontwikkelingssamenwerking,
Stageverslag Leen Liefsoens 2005 32
• L. Egghe gaf op 27 februari 2003 een voordracht in de VLIR-workshop:
Identifying Solutions by Cooperation (KUL, Louvain Institute for Ireland and
Europe), titel: Quantitative aspects of the management of information,
• L. Egghe gaf op 27 februari 2003 een voordracht voor de “Nederlandse
Informatie Gemeenschap” in de Jaarbeurs in Utrecht, titel: Informetric aspects
of the Internet and other social networks,
• L. Egghe gaf in 2003 advies inzak de doctoraatswerkzaamheden van A.
Akakandelwa (Universiteit van Lusaka, Zambia) en van Liang Liming (Henan
Normal University, China),
• L. Egghe nam in de periode 17-20 juni 2003 deel aan de LIBER-conferentie in
de Nationale Bibliotheek in Rome.

Prof. Dr. Leo Egghe heeft een wiskundige achtergrond, dit komt tot uiting in het
jaarverslag, dat cijfermatig is opgesteld. Door deze statistieken over de jaren heen te
analyseren, krijgt de hoofdbibliothecaris een duidelijk overzicht van de werking van de
bibliotheek en de evolutie van verschillende bibliotheekgerichte activiteiten kan
hierdoor worden gevolgd.

De aandachtspunten van Prof. Dr. Leo Egghe gaan uit naar de algemene werking van
de bibliotheek. Hij is gesteld op orde, tucht en properheid in de bibliotheek. Hij wil de
universiteitsbibliotheek profileren als een ordelijke bibliotheek waar studenten in alle
stilte kunnen studeren. Hij ziet de evolutie van het gebruik van een laptop kritisch
aan. Zijn mening is dat de klemtoon te fel gelegd wordt op het leermiddel en niet
meer op het doel. Anders gezegd: het leermiddel wordt boven het doel gesteld.
Laptops zijn wel toegelaten in de universiteitsbibliotheek, maar het accent wordt
gelegd op individueel werk. De hoofdbibliothecaris is er zich van bewust dat
groepswerk belangrijk is binnen het onderwijs. Maar groepswerk verstoort de rustige
werking van de bibliotheek en groepen kunnen daarom in aparte ruimten hun werk
maken. Deze ruimten zijn beschikbaar op de campus, waarbij de studenten ook
gebruik kunnen maken van de elektronische bronnen die over de hele campus
toegankelijk zijn. De universiteitsbibliotheek is ook zo ingericht dat studenten alleen
rustig kunnen studeren. Door de opstelling van de tafels wordt het werken in groep
ontmoedigd. De 9 computers zijn opgesteld in een doorloopruimte en in zicht van de
balie, waardoor de studenten niet in verleiding komen om de computers voor andere
doeleinden te gebruiken dan het opzoeken van wetenschappelijke informatie. Er is ook
veilige Windows-omgeving gecreëerd, waardoor het enkel mogelijk is om de
elektronische bronnen te raadplegen. De sociale controle is groot, zowel bij het
gebruik van de computers als bij het in stilte studeren. Studenten appreciëren de
werking van de bibliotheek en manen hun medestudenten aan om zich aan de regels
te houden. Volgens de hoofdbibliothecaris is de algemene problematiek bij het runnen
van een goed georganiseerde bibliotheek het rommelige internet. Met de opkomst van
internet en e-mail is het persoonlijk contact geminderd. Eén op één relaties zijn dan
ook belangrijk voor de hoofdbibliothecaris.

Naar het personeel toe is Dr. Prof. Leo Egghe veeleisend. Daardoor is alles goed
georganiseerd en weten de personeelsleden precies wat ze aan de hoofdbibliothecaris
hebben. De hoofdbibliothecaris is van mening dat je zaken kunt managen, maar
personeel niet. Er is openheid en discussie mogelijk, maar de uiteindelijke
beslissingen moeten genomen worden door de hoofdbibliothecaris zelf. Alle
personeelsleden hebben hun eigen verantwoordelijkheden en moeten hun taken goed
uitvoeren. De hoofdbibliothecaris houdt geen dagelijkse controle. Hij geeft zijn
personeel de vrijheid om hun taken zelfstandig uit te voeren. Systematische fouten
zijn wel onaanvaardbaar. Je kan Prof. Dr. Leo Egghe dan ook bestempelen als streng,
maar rechtvaardig. Het hele team draagt de bibliotheek.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 33


9. MIJN ERVARINGEN IN DE UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK

In de eerste week van mijn stage heb ik kennisgemaakt met het dagelijks gebeuren in
een universiteitsbibliotheek. Mijn stagebegeleider Marc Goovaerts had een
stageprogramma opgesteld. Hierdoor heb ik ieder dagdeel met een ander
personeelslid meegelopen en kennisgemaakt met alle werkzaamheden binnen de
universiteitsbibliotheek. Door mijn werkzaamheden in een hogeschoolbibliotheek
kwamen heel wat taken mij bekend voor. Toch waren een aantal werkzaamheden
totaal nieuw voor me, het interessants daarvan was het fenomeen Repository.

Uitgebreid heb ik kennisgemaakt met het bibliotheeksysteem Brocade dat de rode


draad vormt bij alle toepassingen binnen de universiteitsbibliotheek. Doordat Brocade
een totaal pakket is, worden alle taken uitgevoerd aan de hand van dit
beheerssysteem. In vergelijking met het beheerssysteem PICA, waarmee we werken
in de hogeschool bibliotheek, komt Brocade me completer over. Toch kwamen in mijn
contacten met de personeelsleden naar voren dat Brocade niet altijd
gebruiksvriendelijk is. Vanwege mijn ervaring met computertoepassingen, was ik snel
eigen met het gebruik van Brocade en de andere toepassingen die ze in de
universiteitsbibliotheek gebruiken.

De gang van de materialen van binnenkomst tot plaatsing is mij bekend door mijn
ervaring in de hogeschoolbibliotheek. Het onderwijs vormt de collectie en de
bibliotheek heeft hierin een ondersteunende rol. Ik heb de verschillende stappen
gevolgd en zelf enkele boeken bij binnenkomst verwerkt. Daarnaast heb ik
meegeholpen met het verwerken van binnenkomende tijdschriften. Ook de
tijdschriftenadministratie loopt via Brocade. Er wordt nog een cardex bijgehouden, ter
controle wanneer er iets misloopt met het systeem.

De interbibliothecaire dienst van de universiteitsbibliotheek is zeer goed uitgebouwd.


Annie Kuppens is zeer gemotiveerd om alle aanvragen zo snel mogelijk af te
handelen. Daarnaast heeft zij veel persoonlijk contact met studenten en onderzoekers
die op zoek zijn naar literatuur voor studie of onderzoek. Ook in het contact met mij
kwam ze enthousiast over en bovendien mocht ik van haar zelf een paar aanvragen
verwerken.

Via Marc Goovaerts, de informatie-specialist binnen de universiteitsbibliotheek, heb ik


veel geleerd over de enorme hoeveelheid elektronische bronnen die de bibliotheek aan
zijn gebruikers aanbiedt. Een gedegen kennis is nodig om deze informatie te beheren.
Ik heb een kijkje mogen nemen achter de schermen van Ebsco en de AtoZ-list
waarmee de 13.000 elektronische tijdschriften worden ontsloten. Daarnaast heeft hij
me uitleg gegeven over Repositories. Ik heb mee geholpen met het bijeenzoeken en
ingeven van documenten van onderzoekers aan het LUC. De Repository van het LUC
is nog in een begin fase. In de toekomst zal alle output van het LUC worden ontsloten
via dit elektronisch archief.

Ook het baliewerk in de universiteitsbibliotheek heb ik me eigen gemaakt. Het


verwerken van de reserveringen en de rappels neemt in de LUC-bibliotheek veel
minder tijd in beslag dan in de hogeschoolbibliotheek waar ik werk. Het Brocade
beheerssysteem zorgt ervoor dat de rappels en reserveringen automatisch worden
verwerkt. Enkel de brieven gericht aan de gebruikers moeten worden uitgeprint en via
de post verstuurd. Ondanks de opkomst van e-mail, gebeurt de communicatie van de
universiteitsbibliotheek met de gebruikers en de leveranciers nog steeds via de post.
Het traditioneel versturen via de post blijft toch betrouwbaarder dan de communicatie
via internet.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 34


Tijdens mijn eerste stageweek heb ik de kans gekregen om enkele gebruikers te
helpen met hun zoekvragen. Dit verliep heel goed. Hierbij heb ik gebruik gemaakt van
de hoofdcatalogus van de universiteitsbibliotheek en hun de verschillende stappen van
het vinden van informatie in de bibliotheek uitgelegd. Bij één student kon ik ook zelfs
mijn eigen ervaring aanspreken. Ik heb haar het adres gegeven van een instelling die
gerelateerd was aan haar zoekvraag. Hierdoor kreeg ze de kans om eerste-lijn-
informatie te bemachtigen.

Mijn tweede stageweek stond helemaal in het teken van het project OdinPubAfrica. Ik
had dan ook alleen de eerste week om alle werkzaamheden binnen de
universiteitsbibliotheek te verkennen. Ondanks het drukke werkschema heb ik
voldoende informatie kunnen vergaren om te verwerken in dit stageverslag. Het
vooropgestelde takenpakket en de leerdoelen voor deze week zijn gerealiseerd. Ik heb
een duidelijk beeld gekregen van de werking van de universiteitsbibliotheek van het
LUC.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 35


10. BESLUIT

Bewust heb ik gekozen om stage te lopen in een universiteitsbibliotheek. Persoonlijk


werk ik in een hogeschoolbibliotheek en mijn verwachtingen waren dan ook hoog
gespannen. Mijn idee was dat ik extra ervaring zou kunnen opdoen in een
gerelateerde bibliotheek. Daarbij leek een stage in een bibliotheek verbonden aan een
grote instelling een goed plan. Mijn verwachtingen zijn ruimschoots uitgekomen. Het
waren twee drukke maar vooral zeer leerzame weken.

Omdat ik in mijn eigen bibliotheek verantwoordelijk ben voor het aanbieden van
elektronische informatie, was ik natuurlijk zeer geïnteresseerd in de grote hoeveelheid
elektronische bronnen die de universiteitsbibliotheek van het LUC voor zijn studenten
en personeel ontsluit. Tijdens mijn stage kwam duidelijk naar voren dat we in de
bibliotheek waar ik werk nog maar in het prille stadium zijn van het aanbieden van
elektronische informatie. De gebruikers van de LUC-bibliotheek hebben toegang tot
13.000 online tijdschriften en een heuse e-bronnen-databank. Ik heb kennisgemaakt
met het aanbod van grote uitgevers en leveranciers zoals Ebsco, Wiley en Kluwer.
Daardoor ben ik er van overtuigd geraakt dat je als bibliotheek in de ideale situatie
een personeelslid in dienst hebt met een informatica-achtergrond. Het beheren en
ontsluiten van deze databanken vergt de nodige kennis.

Het bibliotheekbeheersysteem Brocade was ook nieuw voor mij. Opvallend waren de
vele mogelijkheden die zo’n systeem biedt. Het lijkt mij handig dat alle toepassingen
binnen de bibliotheek met dit systeem kunnen worden beheerd: besteladministratie,
tijdschriftenadministratie, catalografie, leenregistratie, kortom de hele
bibliotheekwerking. In de bibliotheek waar ik werk, wordt gewerkt met allemaal
aparte programma's voor de verschillende toepassingen. De reden hiervoor is dat
binnen de HSZuyd voor alle toepassingen is gezocht naar de beste programma's. Toch
blijkt nu dat elk programma zijn tekortkomingen kent. Overigens gaf het personeel
van de LUC-bibliotheek aan dat ook het werken met Brocade soms zijn problemen
oplevert. Het was dan ook een terechte opmerking die Marc Goovaerts tijdens mijn
stage maakte: alle beheerssystemen hebben problemen met gebruiksvriendelijkheid,
daarom kan je het best kiezen voor een systeem dat stabiel is en niet de hele tijd
uitvalt. Brocade heeft deze eigenschap.

Uit al de taken die ik heb mogen uitvoeren of waar ik mee heb kennisgemaakt tijdens
mijn stage, was het opbouwen van een Repository het interessants. Het concept
Repository was voor mij totaal nieuw en ik heb er in die twee weken heel veel over
geleerd. Ik ben van mening dat één van de belangrijkste taken van een bibliotheek is,
het verzamelen en toegankelijk maken van informatie. Het opbouwen van een
Repository past helemaal in deze visie. Ik ben er van overtuigd geraakt dat
Repositories een belangrijke plaats innemen in de werking van bibliotheken die
verbonden zijn aan een onderzoeksinstelling. Via Repositories kunnen bibliotheken de
eigen output van de eigen instelling beheren, bewaren en toegankelijk maken.

Het contact met het personeel van de LUC-bibliotheek liep prima. Ze waren heel
behulpzaam en bereid om alles tot in de puntjes uit te leggen. Door mijn ervaring en
het feit dat ik heel goed met computers kan omgaan, hadden de personeelsleden al
vlug het vertrouwen in mij zodat ik heel veel taken zelf mocht uitvoeren. De eerste
week van mijn stage is dan ook omgevlogen. Tijdens deze week heb ik met alle
verschillende personeelsleden van de bibliotheek mogen meelopen om zo kennis te
maken met hun verantwoordelijkheden binnen de universiteitsbibliotheek.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 36


De personeelsleden binnen de LUC-bibliotheek zorgen voor een snelle en kwaliteitvolle
service voor 'klanten'. Zo is de interbibliothecaire dienst een goed draaiend bedrijfje
waarbij zo snel mogelijk de gevraagde documenten worden geleverd, niet alleen voor
de eigen gebruikers, maar ook voor de externe bibliotheken die documenten
aanvragen aan het LUC. Daarnaast wordt er veel aandacht besteedt aan het
instrueren van de gebruikers bij het opzoeken van informatie in de elektronische
bronnen. Dit gebeurt door het geven van presentaties, introducties, infosessies en
praktijksessies aan de onderzoeksgroepen en de studenten. Daarnaast heeft de
bibliotheek een uitgebreide module opgesteld die de gebruikers via Blackboard
kunnen doorlopen. Het pakket 'Informatievaardigheden' geeft de gebruiker de nodige
hulpmiddelen en handige tips om in het chaotische wereldwijde web van informatie de
voor hun relevante informatie op te slurpen.

Prof. Dr. Egghe vindt het belangrijk dat er orde en rust in de bibliotheek heerst. De
LUC-bibliotheek is een echte studeerruimte en uit de reacties van de studenten blijkt
dat zij dit erg appreciëren. De bibliotheek waar ik werk doet ook dienst als
ontmoetingsruimte. Ook door het vele groepswerk is het bij ons onmogelijk om in
stilte te studeren. Daar hebben we al klachten over gehad. De behoefte van studenten
om te kunnen studeren in een stille ruimte is dus niet plaatsgebonden. Mijn mening is
dat binnen een bibliotheek of toch zeker binnen een school ruimten moeten zijn waar
studenten in alle rust kunnen studeren, andere ruimten waar ze groepswerk kunnen
verrichten en kunnen discussiëren en ruimten waar ze kunnen vertoeven om tussen
de lessen door lekker kunnen ontspannen. In het LUC hebben de studenten deze
verschillende ruimten tot hun beschikking. In de bibliotheek kan rustig gestudeerd
worden. In aparte lokalen kan groepswerk worden verricht en hebben de studenten
toegang tot de elektronische bronnen van de bibliotheek. Daarnaast heeft het LUC
enkele internethoeken ingericht op de campus waar studenten ontspannen hun e-mail
kunnen checken. In de school waar de bibliotheek aan verbonden is waar ik werk
hebben ze die mogelijkheden helaas minder.

Ik heb door deze stage veel geleerd over de werking van een universiteitsbibliotheek
en sta er versteld van hoeveel verschillende aspecten daarbij aan bod komen. Een
goed draaiend team waarbij de verschillende personeelsleden hun eigen taken met
veel verantwoordelijkheid tot een goed einde brengen is een must. In de LUC-
bibliotheek heb ik ervaren dat een drukke universiteitsbibliotheek prima kan draaien
met een team van gemotiveerde verantwoordelijke personeelsleden.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 37


11. ODINPUBAFRICA TRAINING COURSE
[BRON 12]
11.1 ODINAFRICA

Door de inspanningen van verschillende mariene instituten en instellingen in Afrika, en


ondersteund door UNESCO-IOC en Vlaanderen is er een opvallende helderheid te
melden in de vermeende troebele Afrikaanse ‘marinewetenschappelijke wateren’. Het
project OdinAfrica, Ocean Data & Information Network Africa, heeft als doel mariene
data- en informatiecentra te ontwikkelen in de Afrikaanse kustgebieden en data en
informatie toegankelijk te maken voor wetenschappers en andere experts. [BRON 13]

Zoals eerder aangegeven in dit stageverslag is het project OdinAfrica ontstaan uit het
voorgaande project RECOSCIX-WIO, Regional Cooperation in Scientific Informatie
Exchange – Western Indian Ocean. Prof. Dr. Leo Egghe heeft een heel belangrijk
aandeel gehad in het opstarten van dit project, mede door fondsen van het LUC. De
eerste stappen werden gezet in 1985 en al eerder door contacten met
wetenschappelijke instituten in Afrika. Tijdens bezoeken aan Afrika, verbaasde Prof.
Dr. Leo Egghe zich erover dat Afrikaanse universiteiten veel geld uitgaven aan het
onderwijs, maar in verhouding weinig aan onderzoek. De bibliotheken waren dan ook
zo goed als leeg en er was een groot gebrek aan recente literatuur. De belangrijkste
aandachtspunten van dit project waren dan ook: het vinden van bestaande literatuur
over wetenschappelijke thema’s, uitvinden waar deze literatuur beschikbaar is en het
verkrijgen van deze noodzakelijke literatuur (vooral tijdschriftartikelen) door middel
van interbibliothecaire activiteiten. Zo werd de aanwezige wetenschappelijke literatuur
beter toegankelijk voor Afrikaanse onderzoekers.

Na het einde van dit Belgische project (eind jaren ’90), werd RECOSCIX-WIO verder
gezet door IOC-UNESCO gefinancierd door de Vlaamse Overheid. Voorheen was het
project, zoals de naam het aangeeft, vooral gericht naar West-Afrika. Het IOC breidde
de informatie-diensten uit naar Oost-Afrika en introduceerde het project onder een
nieuwe naam: OdinAfrica, gericht op het maritieme onderzoek. Het onderzoek van
wateren en oceanen is belangrijk in de kuststreken van Afrika, omdat de oceaan ook
een van de belangrijkste inkomsten is in deze gebieden. De informatie-diensten van
OdinAfrica bestonden uit het verwerven en beheren van gegevens, produceren van
informatie en het vestigen van een netwerk van nationale centra: de NOCD’s, National
Oceanographic Data and Information Centres. Dit is evident omdat in het begin van
de 21ste eeuw het Internet bekend werd in de meeste landen van Afrika en dit
wereldwijde netwerk speelt een cruciale rol in de doelen van OdinAfrica.

In 2001 werd dan ook de nieuwe website van OdinAfrica voorgesteld,


http://www.odinafrica.net. Een initiatief gesteund door meer dan 20 Afrikaanse
kuststaten. De website geeft toegang tot een groot aantal belangrijke evenementen,
een bibliografische databank, een directory van Afrikaanse mariene wetenschappers
en instituten, de taxonomische databank MASDEA (Marine Species Database for
[BRON 13]
Eastern Africa) en nog veel meer.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 38


Ondertussen zijn er al twee vervolgprojecten gestart: OdinAfrica II (1999-2003)
gevolgd door OdinAfrica II (2004-2008). [BRON 14]

Met het OdinAfrica II komt het UNESCO-IOC tegemoet aan de belangrijkste behoeften
van de ondertussen 32 Afrikaanse lidstaten die participeren in OdinAfrica, waarbij voor
de invulling van de volgende doelstellingen wordt uitgegaan:
• Het ondersteunen van de ontwikkeling en het operationaliseren van nationale
oceanografische data- en informatiecentra en hun netwerking in Afrika.
• Het voorzien in trainingsmogelijkheden voor oceanografisch data- en
informatiebeheer volgende de standaarden en methodologieën zoals bepaald
door het International Oceanographic Data and Information Exchange
programma.
• Het ondersteunen van het ontwikkelen en het onderhouden van nationale en
regionale Afrikaanse oceanografische meta-data, informatie- en gegevens-
banken.
• Het ondersteunen van het ontwikkelen en het verspreiden van data- en
informatie-producten die tegemoetkomen aan de behoefte van verschillende
gebruikersgroepen, door het inschakelen van de nationale en regionale
netwerken.

ODINAFRICA-III bouwt verder op de vorige OdinAfrica projecten en beoogt een


Afrikaans kustwaarnemingssysteem uit te bouwen op basis van een netwerk van
getijdenmeters en ook, voor zoverre mogelijk, andere plaatselijke metingen hierbij op
te nemen. Dit netwerk kan putten uit bestaande systemen zoals het mondiale netwerk
van getijdenmeters die door IOC vanuit het programma GLOSS (Global Sea Level
Observing System) worden gestuurd. Het zal als basis voor toekomstige uitbreiding
dienst doen. De gegevensstroom van de waarnemings-systemen zal in het netwerk
van gegevenscentra worden opgenomen die door het ODINAFRICA Project worden
gestuurd. Dit zal de basis vormen voor de ontwikkeling van een grote verscheidenheid
van producten en diensten, om zo een optimaal gebruik van de ODINAFRICA data
centra te verzekeren.

11.2 ODINPUBAFRICA

Binnen OdinAfrica werd, na een voorbereidende studie van de LUC-bibliotheek, tijdens


de OdinAfrica-bijeenkomst in Brussel in september 2003 beslist om een document
server voor OdinAfrica uit te bouwen. Dit project werd aan de LUC-bibliotheek
toegewezen en ging officieel van start in augustus 2004 onder de naam
[BRON 15]
OdinPubAfrica.

Het doel van OdinPubAfrica is het ontwikkelen van een elektronisch platform voor het
verzamelen van wetenschappelijke documenten zoals artikelen, conferentieverslagen
en discussiestukken geproduceerd door onderzoekers van Afrikaanse instituten in het
veld van oceanografische en mariene wetenschappen. Marc Goovaerts is aangesteld
als coördinator van OdinPubAfrica. In 2004 is de technische infrastructuur ontwikkeld.
Dspace werd gekozen als software, de lay-out van de website werd aangepast en de
[BRON 16]
structuur van de Repository ontwikkeld.

Deze Repository OdinPubAfrica is toegankelijk via de website


http://doclib.luc.ac.be/odin. Dat wil zeggen dat de server nog beheerd wordt door het
LUC. In de toekomst is het de bedoeling dat deze server wordt overgedragen aan het
IOC van UNESCO.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 39


OdinAfrica is nu geëvolueerd van een klassiek project naar een project-nieuwe stijl.
Voorheen werden vanuit Europa al bestaande diensten overgebracht naar Afrika. Nu
loopt het opstarten van diensten in Europa en Afrika bijna gelijk. Het LUC is in 2004
gestart met het uitbouwen van een Repository voor de output binnen het LUC en nu in
2005 wordt er binnen OdinAfrica een Repository uitgebouwd onder de naam
[BRON 12]
OdinPubAfrica.

11.3 ODINPUBAFRICA Training Course

Het succes van OdinPubAfrica hangt af van de medewerking van de verschillende


marine onderzoeksinstituten in Afrika. Opleiding is essentieel voor het realiseren van
de doelen van OdinPubAfrica. Daarom zijn er trainingsmodules ontwikkeld voor het
zelfstandig aanleren van het gebruik van de OdinPubAfrica Repository. Daarnaast is
het ook belangrijk om een groep van informatie-managers op te leiden in een
klassieke opleidingscursus. Deze cursus zal aangeboden worden aan 16 personen,
waardoor alle OdinAfrica partners de kans krijgen om een basistraining te krijgen in
de doelen en werking van OdinPubAfrica.

Marc Goovaerts heeft deze cursus, die een tijdsomvang heeft van 1 week, in het
laatste half jaar van 2004 voorbereid en er werd afgesproken om 8 personen per keer
uit te nodigen in de LUC-bibliotheek om de cursus te volgen. De eerste week werd
gehouden van 21 februari tot 25 februari 2005 en mij werd de kans geboden om deze
cursus bij te wonen tijdens mijn stage in de LUC-bibliotheek.

Voor deze eerste cursusweek werden 8 informatie-managers van verschillende


Afrikaanse onderzoeksinstituten uitgenodigd:

• Amarty Patrick A. – Marine Fisheries Research Division – Ghana


• Benjaddi Mohamed – Université Mohammed V-Agdal, Faculté des Sciences –
Morocco
• Sakho Cheikh Ibrahima – IMROP – Mauritania
• Alfredo, Ana Maria – INAHINA – Mozambique
• Keita Arame G. Ndiaye – Direction des Peches Maritimes Dakar – Senegal
• Confait Josette – Seychelles Fishing Authority – Seychelles
• Nyika Edna Aheri – Institute of Marine Sciences – Tanzania
• Messaoudi Saida – INSTM – Tunesia

Tijdens de cursus werd de werking van OdinPubAfrica met al zijn aspecten onder de
loep genomen. Het cursusprogramma is in bijlage opgenomen. 3

Op de eerste dag gaf Prof. Dr. Leo Egghe een presentatie over de geschiedenis van
OdinAfrica. Daarna werden de doelen en opdrachten van OdinPubAfrica uiteengezet
door Marc Goovaerts. Hierna volgde een discussie over de problemen die de Afrikaans
informatie-managers ondervinden met het opstarten van OdinPubAfrica. Deze
problemen zouden in de loop van de week nog uitgebreider aan bod komen.

Op de tweede dag kregen de informatie-managers eerst uitleg over het gebruik van
Adobe Acrobat, omdat de documenten die in de Repository komen in pdf-formaat
worden gesubmit. Er werd geoefend in het omzetten van documenten in pdf-formaat
en het gebruik van Adobe Acrobat en Reader.

3
Zie Bijlage 3: OdinPubAfrica training course 21-25 Feb 2005
Stageverslag Leen Liefsoens 2005 40
In de namiddag kregen de cursisten de gelegenheid om meegebrachte documenten al
up te loaden in de Repository. Hierbij werd dieper ingegaan op de verschillende
stappen die daarvoor moeten worden ondernomen, concreet de werking van Dspace.
Al voor deze cursusweek kregen de cursisten de gelegenheid om te oefenen met
Dspace via online trainingsmodules. Ze hadden dan ook al documenten ingebracht in
een proef-Repository. Na evaluatie van deze proef-Repository kregen de cursisten nu
de gelegenheid om hun documenten in te brengen in de echte Repository.

Op woensdag werd hiermee verder gegaan. De cursisten brachten hun documenten in


de Repository, maar voordat deze documenten echt worden gepubliceerd, is er eerst
een controle door Marc Goovaerts. De cursisten kregen tijdens deze week persoonlijke
begeleiding door Marc. Hij wees hun op eventuele fouten bij het inbrengen van de
documenten en becommentarieerde de ingevoerde beschrijvingen.

Bij een Repository komt meer kijken dan gewoon het samenbrengen en toegankelijk
maken van de eigen output van instellingen. Er moet een degelijk beleidsplan worden
opgesteld en problematiek zoals auteursrechten aangepakt. Om deze aspecten van
een Repository uit een te zetten had het LUC Pauline Simpson uitgenodigd. Zij is
hoofd van de informatiedienst van het Southampton Oceanography Centre. Dit
centrum is één van de voortrekkers van Repository en Pauline Simpson heeft dus al
heel wat ervaring met de problematiek rond Repository. In twee uitgebreide
presentaties gaf zij uitleg over haar ervaringen met Repository en auteursrechten.
Onderzoekers staan soms nogal argwanend tegenover Repositories. Zij denken dat
wanneer hun onderzoeksresultaten open toegankelijk op internet komen te staan,
andere onderzoekers met hun ideeën gaan lopen of dat uitgevers hun artikelen niet
meer willen publiceren. Ook de uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften zagen
geen voordelen in het opstarten van Repositories, want de artikelen die zij publiceren
zijn dan al oud nieuws omdat iedereen de resultaten al via een Repository kan
vernemen. Toch zijn Repositories wel degelijk onmisbaar bij het toegankelijk maken
van wetenschappelijke informatie. De informatie is onmiddellijk beschikbaar en gratis
toegankelijk. De output van instituten is niet meer verspreid, maar verzameld en
toegankelijk via een zelfde zoekinterface. Door het gebruik van het OAI-protocol bij
Repositories is het uitwisselen van gegevens veel eenvoudiger. Repositories van
verschillende instellingen kunnen bijeengebracht worden. Iedereen heeft er voordeel
bij als in de toekomst alle wetenschappelijke informatie van heel de wereld
toegankelijk is via één open archief. Instituten die een Repository uitbouwen dragen
mee aan deze wereldwijde toegankelijkheid van wetenschappelijke informatie. En op
deze informatie kan iedere onderzoeker weer verder bouwen om tot nieuwe,
baanbrekende onderzoeksresultaten te komen. Voor een auteur is het belangrijk dat
zijn werk vaak geciteerd wordt. Repositories maken, door hun open toegankelijkheid,
het mogelijk dat werk vaker kan geciteerd worden. Uitgevers en auteurs beginnen dan
nu ook in te zien dat Repositories onmisbaar zijn bij het verspreiden van
wetenschappelijke informatie. Pauline Simpson gaf in haar eerste presentatie weer
hoe de informatie-managers auteurs en uitgevers kan overtuigen van het gebruik van
Repositories. Met deze argumenten kunnen de cursisten dan terug in het thuisland
over gaan tot het aantrekken van nog meer auteurs die hun artikelen willen
publiceren in de eigen Repository. Een groot voordeel is dat de auteurs niet meer zelf
hun onderzoeksresultaten moeten bewaren. De bibliotheek van zijn instelling zorgt
voor de infrastructuur en de kennis om de eigen output te archiveren en toegankelijk
te maken. Ook reclame maken voor de Repository in de eigen instelling is belangrijk.
De bibliotheek moet een degelijk beleid opstellen waarmee ze kunnen aankloppen bij
de directie van de eigen instelling. Dit onderdeel werd ook aangehaald in de eerste
presentatie van Pauline Simpson.

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 41


In de tweede presentatie op donderdag, ging Pauline Simpson dieper in op de
problematiek rond auteursrechten. Dit is een heel ingewikkelde problematiek en
informatie-managers zijn geen juristen. In een korte uiteenzetting geeft Pauline
Simpson een overzicht van de aspecten van het auteursrecht. Ieder land, ieder
instituut en iedere uitgever voeren een verschillend beleid wat betreft deze rechten.
Het is voor een informatie-manager dan ook belangrijk om zich op de hoogte te
stellen van hoe zijn eigen instituut, het eigen land en de uitgevers omgaan met de
auteursrechten. Een bibliotheek moet goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden,
wat mag en wat mag niet, kortom de wetten die van kracht zijn. Daarnaast is het niet
altijd even duidelijk wie de rechten heeft van een artikel. Dit kan de auteur zijn, maar
ook de instelling waartoe de onderzoeker behoort of het bedrijf dat het onderzoek
sponsort. Wanneer het artikel wordt gepubliceerd gaan de rechten meestal over naar
de uitgever, maar dit niet in alle gevallen. Ook hier moet de bibliotheek zichzelf op de
hoogte stellen van de regels en overeenkomsten. De auteurs maken zich zorgen over
deze auteursrechten en willen daarom hun artikelen niet in een Repository plaatsen.
Bibliotheken moeten dus uitkijken welke versie van het artikel ze inbrengen in de
Repository. Een artikel wordt bij een tijdschrift aanvaard en de post-reviewed pre-
print versie wordt opgenomen in de Repository. Dat wil zeggen dat het artikel wel al
goedgekeurd is door een reviewer, maar nog niet is gepubliceerd in een tijdschrift.
Daarnaast is het belangrijk dat bij het deponeren van documenten in de Repository
een goede overeenkomst wordt opgesteld. De bibliotheek geeft hierin aan dat de
rechten van een artikel bij de persoon of instelling blijven. Een Repository is enkel een
depot en de auteur is vrij om eender welke versie van zijn artikel elders te publiceren.
In deze overeenkomst worden dus de rechten van de auteur en van de Repository
vastgelegd. Deze overeenkomst wordt bij elk document in de Repository bijgevoegd.
Tijdens de laatste dag van de cursusweek werd hier nog verder op ingegaan.
OdinPubAfrica en al de deelnemende instituten moeten een gemeenschappelijk beleid
ontwikkelen voor de Repository. Dit beleid gaat dan de basis vormen voor het
uitbouwen van OdinPubAfrica.

In de maanden na deze cursusweek zal het invoeren van documenten in de


verschillende instellingen in Afrika echt op gang moeten komen. De verwachting is dat
eind juni 500 documenten en eind 2005 1500 documenten in OdinPubAfrica zijn
opgenomen. De verantwoordelijkheid van de invoer van de documenten ligt volledig
bij de Afrikaanse informatie-managers. Marc Goovaerts zal als coördinator de
activiteiten opvolgen en de eerste tijd ook nog controle uitvoeren op de documenten
die worden ingevoerd. Na verloop van tijd zal ook dit worden overgenomen door de
Afrikaanse informatie-managers, alsook het beheer van de website zelf. OdinPubAfrica
is nu nog volledig in het Engels opgesteld. Een Franse interface zal worden
ontwikkeld. Daarnaast zal ook de integratie van de Repository in de catalogus van
Odinafrica zelf worden gerealiseerd. Ten slotte is het ook belangrijk dat er een
publiciteitscampange wordt opgestart om het eindproduct te promoten. De informatie-
managers die de training hebben gevolgd, krijgen de opdracht om hun eigen instituut
op de hoogte te brengen, maar ook om andere instituten uit te nodigen tot gebruik
van de Repository en tot mee participeren in OdinPubAfrica. Ook de Afrikaanse media
moet worden ingeschakeld om potentiële gebruikers te bereiken. Het is noodzakelijk
om de aandacht te krijgen van de gehele marine en oceanografische gemeenschap.
Als laatste moet OdinPubAfrica worden geïntegreerd in verschillende zoekengines op
het internet, specifiek voor repositories (OAIster) maar ook in meer algemene (Google
en Google Scolar), om zo de documenten doorzoekbaar te maken over de hele wereld.
[BRON 16]

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 42


11.4 Besluit

Tijdens deze OdinPubAfrica cursusweek had ik een bevoorrechte positie. Aan de ene
kant was ik juist als de Afrikaanse bezoekers een cursist, maar tegelijkertijd kreeg ik
als stagiaire van de universiteitsbibliotheek een kijk op de vele achtergronden van dit
project. Ik heb dan ook enorm veel bijgeleerd. Zeker omdat het de eerste keer was
dat ik in contact kwam met dit onderwerp: het opzetten van een Repository.

Door de verschillende presentaties gedurende de week heb ik een beeld gekregen van
alle aspecten die aan bod komen bij het opzetten van een Repository: de technische
kant van het inbrengen van de documenten, maar ook de beleidsaspecten en de
problematiek rond auteursrechten. Repositories zijn volop in ontwikkeling en gaan in
de toekomst een heel belangrijke rol spelen in de onderzoekswereld en de daartoe
behorende bibliotheek. Bij deze cursus waren ook 2 werelddelen betrokken. Via Marc
Goovaerts kregen we te horen hoe de situatie is in België en Nederland. Pauline
Simpson gaf haar ervaringen weer bij het opstellen van Repositories in Engeland. En
via OdinAfrica en OdinPubAfrica kregen we te zien hoe in het Afrikaanse continent en
concreet de maritieme en oceanografische gemeenschap daar gestart wordt met het
opzetten van een Repository.

In de eerste week van mijn stage had ik al ervaring kunnen opdoen met de Repository
van het LUC en met Dspace, de software die gebruikt wordt voor beide Repositories.
Ik heb in deze cursusweek mijn opgedane ervaringen al optimaal kunnen benutten
door de Afrikaanse cursisten te helpen met de procedure van het invoeren van de
documenten. Omdat ik vrij goed met computers kan om gaan, kon ik de cursisten
helpen met het gebruik van verschillende computerprogramma’s. Het contact met de
andere cursisten verliep dan ook bijzonder vlot. Ondanks het feit dat ik zelf een leek
was, zagen ze mij als een professioneel persoon waarbij ze terechtkonden met hun
vragen. Er was ook een zeer goede sfeer in de groep en iedereen was gemotiveerd om
zo veel mogelijk bij te leren. Naar mijn idee ben ik geslaagd om Marc Goovaerts en
Annie Kuppens waar mogelijk te helpen tijdens deze gevulde en drukke week. Zelfs
het communiceren in Engels en in Frans ging vlot, ondanks dat ik niet zo goed ben in
vreemde talen. Tijdens de cursusweek was er ook belangstelling van de Vlaamse pers.
In bijlage het artikel dat in diverse Vlaamse kranten is gepubliceerd.4

Ik ben dankbaar voor de kans die het LUC mij heeft geboden om kennis te maken met
OdinAfrica en OdinPubAfrica. Er is daardoor een nieuwe wereld voor me open gegaan.
Voor mij is hierdoor het opzet van deze stage geslaagd: het verleggen van mijn
grenzen en het ontdekken van totaal nieuwe aspecten die deel uitmaken van
bibliotheekwerk!

4
Zie Bijlage 4: Afrikaanse bibliothecarissen studeren week lang aan het LUC
Stageverslag Leen Liefsoens 2005 43
11.5 Summary

To become a librarian, I’m following a study-programme at the CVO Vrije Leergangen


Limburg in Genk and my second work placement was at the university library of the
Limburgs Universitair Centrum (LUC). During these two weeks I had the opportunity
to learn about OdinAfrica and OdinPubAfrica.

The mission of the OdinAfrica Project (Ocean Data and Information Network for Africa)
is to build oceanographic data and information management capacity in Africa to
enable the development of relevant products and services contributing to the
sustainable use and management of oceans and coastal areas. OdinAfrica is a
UNESCO-IOC project which is financially supported by the Flemish Government. The
LUC-library has an important contribution in starting this project. OdinAfrica has his
own website: http://www.odinafrica.net.

The participators of OdinAfrica decided to build a document server for the scientific
publications of OdinAfrica. The aim of OdinPubAfrica is to develop an electronic
platform to collect scientific documents like articles, conference papers and working
papers, produces by members of African research institutes in the field of
oceanography and marine science. The government of Flanders accepted a two-year
project. The University Library of LUC is coordinating the project, which started
officially on August 1, 2005. You can find the Repository OdinPubAfrica at
http://doclib.luc.ac.be/odin.

During the second week of my work placement there was organized a OdinPubAfrica
training course for eight information managers of African institutions. It was a basic
training to learn about the goals and working of OdinPubAfrica. Presentations were
given to learn about all the facets of building a Repository. Marc Goovaerts, Annie
Kuppens and Pauline Simpson gave these presentations. Marc Goovaerts is IT-
specialist in the LUC-library and he is the coordinator of OdinPubAfrica. Annie Kuppens
works also as librarian in the LUC-library and Pauline Simpson is the head of the
Information Services in the Southampton Oceanographic Centre. From them I learned
a lot about Repositories, policies and copyright.

It was a learning and pleasant week. I think that I managed to help the teachers well
in this busy training course. The contacts with the African visitors were very good and
the atmosphere was excellent. I enjoyed it! So I’m very grateful that I could attend
this training course. I have seen a whole new world and through this course, the
passion for this work succeeds: broaden my horizon and discover new aspects of
librarian work.

Therefore I want to thank all the people who I have met during this training course,
also the LUC-library, especially Prof. Dr. Leo Egghe, who has given me this
opportunity. It was nice to meet all of you: Patrick, Mohamed, Ibrahima, Ana Maria,
Keita, Josette, Edna, Saida, Mika and Pauline. Thank you all for teaching me!

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 44


BIJLAGEN

Bijlage 1: Organogram LUC

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 45


Stageverslag Leen Liefsoens 2005 46
[BRON 4]
Bijlage 2: Overzicht van de hoofdrubrieken

Hierna vind je een verkorte UDC-lijst die en overzicht geeft van de hoofdrubrieken in
de universiteitsbibliotheek.

0 Algemeen
02 Bibliotheekwetenschappen
03 Algemene Encyclopedieën en Woordenboeken
056 Jaarverslagen
1 Filosofie
15 Psychologie
16 Logica
17 Zedenleer
2 Godsdienst
3 Sociale wetenschappen
30 Sociologie
31 Statistieken (tabellen)
32 Politiek
33 Economie
34 Recht
37 Pedagogiek
51 Wiskunde
52 Sterrenkunde
53 Natuurkunde
54 Scheikunde
55 Geologie, Meteorologie
56 Paleontologie
57 Biologie
58 Plantkunde
59 Dierkunde
61 Geneeskunde
62 Ingenieurswetenschappen
63 Landbouw, Bosbouw, Tuinbouw, Veeteelt, Jacht, Visserij
65 Bedrijfswetenschappen
66 Chemische technologie
681.3 Computer, Informatica, Automatisering
7 Kunst
800 Taalkunde
82-89 Letterkunde
91 Aardrijkskunde
93 Geschiedenis

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 47


Bijlage 3: OdinPubAfrica training course 21-25 Feb 2005

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 48


Bijlage 4: Afrikaanse bibliothecarissen studeren week lang aan het
LUC

Bron: Het Nieuwsblad, donderdag 24 februari 2005

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 49


BRONNENLIJST

[BRON 1] Website Limburgs Universitair Centrum


http://www.luc.ac.be

[BRON 2] Website Guido nv Student Portal


http://www.guido.be/desktopmodules/articledetail.aspx?mid=431&itemid
=127&tabid=63&pageid=72

[BRON 3] LUC Nieuws : infoblad van het Limburgs Universitair Centrum


Jaargang 24 – Academiejaar 2004/05
Nr. 1 – september 2004
Jaarverslag 2003

[BRON 4] Jaarverslag Universiteitsbibliotheek LUC 2003

[BRON 5] Gids van de Universiteitsbibliotheek LUC, versie september 2004

[BRON 6] Persoonlijk verslag van het klassikaal bezoek aan de


universiteitsbibliotheek van het LUC op maandag 4 oktober 2004

[BRON 7] Anet Bibliotheeknetwerk / Jan Corthouts


Anet, 2002
http://anet.ua.ac.be/hyperlib/anetn/index.html

[BRON 8] Vlaams Overlegorgaan inzake Wetenschappelijk Bibliotheekwerk VZW


http://www.libis.be/vowb/

[BRON 9] Informatie en Bibliotheekwetenschap


http://webhost.ua.ac.be/ibw/frameinfobel.html

[BRON 10] Transnationale Universiteit Limburg


Bibliotheekvoorzieningen voor de tUL
Brochure, september 2001

[BRON 11] Definitie Repository afgeleid van Bayrische Staatsbibliothek.


Bron: i-Tor, Tools and technology for Open Repositories
http://www.i-tor.org/nl/system_info/about/definitie_repository/

[BRON 12] From information delivery to information access: 20 years of information


service in marine sciences in Africa / Prof. Dr. Leo Egghe

[BRON 13] Het marien-wetenschappelijk landschap in Afrika: nu een open boek


mede dankzij ODINAFRICA
Uit: VLIZINE, maandelijkse gratis online uitgave van het Vlaams Instituut
voor de Zee vzw. Jaargang 2, nr. 5 (mei 2001)

[BRON 14] IOC-projectfiche ‘Ocean Data and Information Network for Africa –
OdinAfrica II’
IOC-projectfiche ‘An Integrated Ocean Observation and Service Network
for Africa – OdinAfrica III’
http://awi.vlaanderen.be/internationale_samenwerking/index.php?id=105

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 50


[BRON 15] OdinPubAfrica Trainingssessie van 21 tot 25 februari 2005-04-13
Een opleidingsweek in het elektronisch publiceren voor deelnemers van
het OdinAfrica-project
Persmededeling LUC van 11 februari 2005

[BRON 16] OdinPubAfrica: Development of an African Repository for electronic


publications in marine science and oceanography
Realisations in 2004 – Planning of 2005
Marc Goovaerts, coördinator OdinPubAfrica
Universiteitsbibliotheek LUC Diepenbeek 6 januari 2005

Stageverslag Leen Liefsoens 2005 51