You are on page 1of 2

Grip op gamen

Signaleren, begeleiden, doorverwijzen…
Entertainment games hebben een enorme aantrekkingskracht op jongeren.
Voor de meesten is gamen een onschuldige vorm van ontspanning. Een
klein, maar groeiend percentage van de gamende jongeren verliest echter
de grip. Hoe kom je daar tijdig achter? En wat is je verantwoordelijkheid als
mentor?

Vincent (14 jaar) is een wat stille, onopvallende jongen. ‘Nooit problemen mee’,
zullen de leraren je vertellen. Volgens zijn klasgenoten heeft hij niet veel
vrienden. Thuis speelt hij op de computer Runescape, een online game waarin
Vincent moeilijke opdrachten oplost en monsters verslaat. Hij is er het afgelopen
jaar erg goed in geworden. Sinds een paar maanden gaat Vincent niet meer naar
het orkest van de muziekschool. ‘s Ochtends in de klas lijkt hij erg moe en
afwezig. Voor het eerst heeft hij een onvoldoende voor het vak waarin hij tot voor
kort een heuse uitblinker was: wiskunde.

Signaleren in de klas
Jongeren als Vincent geven in de klas nauwelijks signalen af dat het niet goed
met ze gaat. Van overmatig gamen word je meestal niet druk, opstandig of
onhandelbaar. Dat wil niet zeggen dat er geen probleem is. De impact van
overmatig gamen op het dagelijks functioneren van een jongere kan groot zijn:
niet kunnen stoppen met spelen, slecht slapen, slecht eten, geïrriteerd reageren
op de omgeving, sociale contacten laten verwateren en voortdurend met de
gedachten bij het spel zijn. Tijdig signaleren van de problemen is daarom van
belang. Waar moet je op letten? Vaak gaat het om leerlingen die stil en
teruggetrokken zijn in de klas. Ze hebben over het algemeen minder aansluiting
met leeftijdsgenoten. Denk ook aan suf gedrag (tot slapen) in de klas, een
opvallende achteruitgang van de schoolprestaties, het niet nakomen van
afspraken, het vergeten van boeken tot uiteindelijk spijbelen of het verwaarlozen
van de persoonlijke verzorging.

Begeleiding
Als het niet goed gaat met de gamende leerling, neemt de mentor initiatieven,
gericht op het herstellen van de gezonde balans tussen gamen en andere
activiteiten. De mentor maakt in een gesprek met de leerling een analyse van
welke games hij of zij speelt. Doorvragen is hierbij erg belangrijk: er zijn veel
verschillende typen games die elk hun unieke aantrekkingskracht hebben. Speelt
de leerling alleen of met vrienden, offline of online enzovoort? Vraag ook naar
andere activiteiten die de leerling op internet doet. Centraal in de
begeleidingsgesprekken staat het bewust worden van het gamegedrag en de
positieve én negatieve effecten ervan op het dagelijkse functioneren. Het kan
verder verhelderend werken om erachter te komen wat de functie van gamen is
voor de leerling. Gaat het om het ontsnappen aan een als onveilig ervaren
werkelijkheid? Biedt de game-omgeving een wereld waarin met anderen
communiceren gemakkelijker is dan in het echte leven? Hebben de gespeelde
games de functie om frustraties af te kunnen reageren? Indien er sprake is van
kleine problemen met betrekking tot gamen zouden vervolgens studie-afspraken
gemaakt kunnen worden. Geef de leerling en ouders het advies om zich te
verdiepen in de mogelijkheden om van problematisch gamen te komen tot
gezond gamen, zoals afspraken maken over een evenwichtige vrijetijdsbesteding,
soorten games die gespeeld mogen worden en taken die voorrang hebben
(huiswerk, taken in het gezin). Als het de leerling en de ouders niet zelf lukt de
balans te herstellen en de problemen ernstiger worden - er is sprake van
langdurig overmatig gamen - kan de leerling in samenspraak met ouders worden
doorverwezen naar een hulpverlenende instantie.

Bespeekbaar maken
In het kader van preventie heeft voorlichting over alcohol, drugs, pesten en
seksualiteit in het voortgezet onderwijs inmiddels een vanzelfsprekende plek. De
nieuwe media zetten deze ‘oude’ problemen echter in een ander daglicht (online
pesten, seksuele intimidatie via internet), maar leiden ook tot nieuwe problemen.
Overmatig gamen is daar een voorbeeld van. Als het gaat om preventie is de
aanpak niet wezenlijk anders: maak het onderwerp bespreekbaar en benader het
vanuit een open, positieve insteek, met oog voor de aantrekkelijke kanten.
Concreet in de klas betekent dat aandacht besteden aan de voordelen die
jongeren ervaren rond gamen. Ga in gesprek over welke games er gespeeld
worden, wat precies de aantrekkingskracht van de betrokken games is en wat je
ervan kunt leren. Hierdoor wordt het praten over gamen minder bedreigend.
Vanuit die veilige situatie kan ook aan bod komen wat de risico’s en nadelen zijn
van gamen en hoe je gezond kan (blijven) gamen. Werk bijvoorbeeld met een
voor- en nadelenbalans: verdeel het schoolbord in twee vlakken en laat leerlingen
voordelen en nadelen van gamen noemen. Een ander onderwijsleermiddel is het
invullen van een zelfrapportage. Op www.betergamen.nl is hiervoor het vrij te
gebruiken instrument ‘Vragenlijst gamen’ beschikbaar.

Mediawijsheid en beleid
Het thema ‘gamen’ is onderdeel van de verantwoordelijkheid van school in het op
een gezonde en verstandige manier leren omgaan met nieuwe media, ofwel het
ontwikkelen van mediawijsheid. Jongeren zijn heel goed in staat hierover mee te
denken. Bespreek eens welke meerwaarde bepaalde games zouden kunnen
hebben voor het onderwijs. Kun je van een ‘serious game’ waarin je een
Romeinse stad nabouwt net zo veel leren als van een hoofdstuk in het
geschiedenisboek? Maar ook: welke normen en waarden zitten verscholen in
games en beïnvloeden ze je manier van denken over hoe de wereld in elkaar zit?
Dergelijke vragen kunnen ook aan bod komen in relatie tot internetgebruik,
mobiele telefonie enzovoort. Door met het team én met leerlingen in gesprek te
gaan, kan een gedragen beleid ontwikkeld of uitgewerkt worden, waarin
belangrijke vragen over nieuwe media beantwoord worden. Schermen we op het
netwerk op school bepaalde websites af of juist niet? Hoe verwerken we internet
in ons pestprotocol? Welke afspraken maken we over chatten of gamen in de
pauze? En... hoe zorgen we ervoor dat we optimaal gebruik maken van de
nieuwste technologieën in het kader van ons onderwijs?

Docent, trainer en verslavingsdeskundige Herm Kisjes en publicist, trainer en adviseur op het
gebied van onderwijs en ict Erno Mijland schreven ‘It’s all in the games. Gamen is geweldig |
Gamen geeft problemen’. De auteurs verzorgen trainingen, onder andere voor leerlingbegeleiders.
Meer informatie: http://www.betergamen.nl. Dit artikel is gepubliceerd in Bij de Les, juni 2010, blz.
30-31.