Hoofdstuk 13: Consolidatie van de grote Natie-Staten (1859 – 1871

)
Chronologie
1640 AD 1815 AD 1820 AD 1834 AD 1837 AD 1840 AD 1845 AD 1846 AD 1848 AD Isolationisme van Japan Conferentie van Wenen Missouri-compromis VS Vestiging douane-unie in Duitsland onder Pruisen Earl of Durham: samenvoeging Canadese koloniën UK Vestiging zelfbestuur Canada Mexicaanse oorlog: Texas versus Mexico Annexatie Texas en zuiden VS aan VS Revolutiejaar Koning Victor Emanuel, koning van Piedmont Keizer Franz Josef, keizer van Oostenrijk-Hongarije Vestiging Pruisisch parlement Toelating California als staat tot VS Breuk met Missouri compromis Camillo di Cavour: premier van Piedmont Begin Krim-Oorlog Rusland versus Ottomaanse Rijk Opening Japan: beschieting door adm. Perry (VS) UK – Frankrijk steunen Ott. Rijk in Krimoorlog Tsaar Nicolaas I van Rusland sterft Tsaar Alexander II, Tsaar van Rusland Vrede van Parijs: einde Krimoorlog Italiaanse Oorlog Door plebiscieten: vereniging Noord-Italië onder Piedmont President Abraham Lincoln, president VS Afscheiding Confederated States of America (zuidelijke staten) Begin VS Burgeroorlog Garibaldi’s roodhemden beginnen opstand Zuid-Italië (Twee Siciliën) Eenwording van Noord & Zuid Italië onder Piedmont Koning Victor Emanuel, koning van Italië Afschaffing horigheid in Rusland Bismarck, premier van Pruisen Opstand in Polen tegen Russische bezetting Deense Oorlog Pruisen – Oostenrijk Hongarije versus Denemarken Bezetting Schleswig & Holstein Rechtshervormingen in Rusland Oprichting regionale overheden in Rusland: zemstvos Einde VS Burgeroorlog President Lincoln van VS vermoord Begin reconstructie zuidelijke maatschappij VS Oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije/Duitse confederatie versus Pruisen Pruisen annexeert: Hannover, Schleswig-Holstein e.a. Venetië naar Italië

1850 AD

1852 AD 1853 AD

1854 AD 1855 AD 1856 AD 1859 AD 1860 AD

1861 AD

1862 AD 1863 AD 1864 AD

1865 AD

1866 AD

1867 AD

1868 AD 1870 AD

1871 AD

Noord-Duitse conferentie Ausgleich: vestiging dubbelmonarchie Oostenrijk en Hongarije Oprichting federatie met Dominion status: Frans Canada & Brits Canada Begin Meji: verlichte vrede in Japan - verwesterlijking Na spaanse revolutie: uitnodiging Duitse Prins Leopold voor troon Frans-Pruisische oorlog Frankrijk trekt bescherming van paus in: Rome geannexeerd door Italië Slag bij Sedan: Pruisen verslaat Frankrijk: Keizer Napoleon III gevangen Einde reconstructie zuidelijke maatschappij in VS Beleg van Parijs Vrede van Versailles: einde Frans-Pruisische oorlog Oprichting Keizerrijk Duitsland Annexatie Elzas-Lotharingen aan Duitsland Edict voor (zwak) Russisch parlement Tsaar Alexander II van Rusland vermoord Vestiging Dominion Australië Vestiging Dominion New Zeeland Vestiging Dominion South Africa Einde Meji: verlichte vrede in Japan Vestiging Dominion Ireland

1881 AD 13 mrt 1901 AD 1907 AD 1910 AD 1912 AD 1922 AD

Grote lijn hoofdstuk 13: het idee van de Natie-Staat
De natie-staat is een land met een nationale identiteit. Deze identiteit wordt gevormd door het geloof en de wil van het volk een gemeenschappelijke achtergrond te hebben op gebied van cultuur, etnisch, taal of historie. De vorming van de natie-staat wordt door de overheid gestimuleerd om een effectiever gezag en bestuur uit te kunnen oefenen. Daarnaast kan eenvoudiger een territoriale en psychologische eenheid worden gevestigd. Vestiging van de natie-staat gaat vaak gepaard met uitbreiding van de constitutionele vertegenwoordiging, instelling van de dienstplicht en kinderen verplicht onderwijs te geven. Het UK is één van de eerste natie-staten. Duidelijke opkomst brits patriottisme in de napoleontische oorlogen. In Duitsland en Italië gaat staatsvorming gepaard met consolidatie van groepen losse staatjes in één natie. Staten die dit proces niet doormaken zoals Rusland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk vallen uit één of krijgen te maken met revoluties. De natie-staten komen aan het einde van een serie oorlogen tot stand. De Krimoorlog verzwakt Rusland en Oostenrijk-Hongarije waardoor de reactionaire bescherming van de conferentie van Wenen wegvalt. In de Italiaanse oorlog van 1859 ontstaat Italië. Het Duitse keizerrijk ontstaat onder Bismarck in een aantal oorlogen: de Deense oorlog (1864), de oorlog met Oostenrijk-Hongarije (1866) en de Frans-Pruisische oorlog (1870-71). Ook de VS komt als natie-staat naar voren na de burgeroorlog (1860-65). Japan komt uit isolationisme (1853) en begint een periode van staatsopbouw, modernisering en verwesterlijking.

Krimoorlog 1853 – 1856
De Krimoorlog vormt niet direct een natie-staat maar schept de voorwaarden waardoor de conferentie van Wenen (1815) niet langer beschermd wordt door de reactionaire machten: Rusland en Oostenrijk-Hongarije. Rusland doet nieuwe poging voor expansie in Balkan en langs Zwarte Zee. Druk op Wallachië en Moldavië. Daarnaast claimt het de bescherming van christenen in het Ottomaanse Rijk. Deze bescherming is van oudsher taak van Frankrijk. Napoleon III moedigt daarop de weerstand van de Turkse sultan tegen de Russissche expansie aan. Frankrijk heeft geen baat bij Russische invloed in Arabië of in de Middenlandse Zee. In 1853 breekt oorlog uit tussen Rusland en het Ottomaanse Rijk. In 1854 krijgt de laatste steun van het UK, Frankrijk en Piedmont. Invasie van Rusland op de Krim waar het grootste deel van de gevechten plaatsvindt. Oostenrijk-Hongarije vreest Franse dominantie in de aankomende vredesbesprekingen en mobiliseert. Dit kost het land een te grote inspanning na de revoluties van 1848. OostenrijkHongarije bezet Wallachië. In 1855 overlijdt Tsaar Nicolaas I en zijn opvolger Tsaar Alexander II sluit vrede in Parijs in 1856. In 1858 worden Wallachië en Moldavië autonoom en vormen de nieuwe staat Roemenië.

Italiaans nationalisme (1859)
Risorgimento: italiaans nationaal bewustzijn en streven naar één staat. Opgestookt door Mazzini in eerste helft 19de eeuw. In 1848 wordt Victor Emmanuel koning van Piedmont (Sardinië en een deel van noord Italië tegen Franse grens). Hij stelt in 1852 Camillo di Cavour aan als premier. Cavour is liberaal en voert een modernisering door in Piedmont. Hij is aanhanger van de ‘realpolitik’ en neemt deel aan de Krimoorlog om het land een rol te geven bij latere vredesbesprekingen. Bij de vrede van Parijs zet hij Italiaanse unificatie op de agenda. Later “regelt” Cavour steun van Frankrijk tegen Oostenrijk-Hongarije en zet hij beide landen in een oorlog tegen elkaar op. Franse troepen verslaan Oostenrijk-Hongarije en steunen Piedmont. De situatie is vreemd voor Napoleon III die naast zijn steun voor een staat die italiaanse unificatie nastreeft ook de Paus beschermd met troepen in Rome tegen italiaanse unificatie en behoudt van de pauselijke staat. Frankrijk sluit daarop los van Piedmont vrede met Oostenrijk-Hongarije. In deze vrede krijgt Piedmont het door Oost.-Hong. bezette Lombardije (Milaan) maar blijft Venetië Oostenrijks. Savoy en Nice worden door Piedmont afgestaan aan Frankrijk. De oorlog heeft in heel Italië volksopstanden doen ontstaan (Toscane, Modena, Parma, Romagna). De regeringen vluchten en in plebiscieten (volksraadplegingen) wordt massaal gestemd voor annexatie aan Piedmont. In 1860 staat heel noord-Italië (m.u.v. Venetië) onder gezag van Piedmont. In 1861 steunt Cavour de invaise van Garibaldi en zijn ‘roodhemden’ in het zuidelijke deel van Italië (Koninkrijk van de Twee Siciliën) en brengt het onder zijn controle. Daarop dreigt Garibaldi de pauselijke staat binnen te vallen. Cavour is hem voor en stuurt troepen de kerkelijke staat binnen maar vermijdt Rome. Onder Cavour worden noord en zuid Italië m.u.v. Venetië en Rome samengevoegd tot het Koninkrijk Italië onder Koning Victor Emmanuel.

In 1866 steunt Italië Pruisen in de oorlog tegen Oost.-Hong. in ruil voor deze steun wordt Venetië aan Italië toegevoegd. In 1870 trekt Napoleon III de franse troepen terug uit Rome om in te zetten in de Frans-Pruisische oorlog. Rome wordt daarop geannexeerd door Italië. De paus gaat tot 1929 in zelfgekozen gevangenschap in het Vaticaan.

Bismarck: vestiging van Duitse keizerrijk
In 1834 wordt door de grootste Duitse staat: Pruisen een douane-unie in Duitsland gevestigd. Na de revoluties in 1848 krijgt Pruisen een parlement wat in twee kampen uiteenvalt. De rijke industriëlen uit het Rijnland en de militaristische Junkers uit Pruisen. Tussen 1850 en 1870 haalt Duitsland de industriële achterstand op Frankrijk in. Vanaf 1862 wordt Bismarck premier van Pruisen onder Koning Wilhelm I. Hij is een authoritaire ‘realpolitiker’ en van oorsprong Junker. Tussen 1862 en 1866 is Bismarck in conflict met het Pruisische parlement. Hij heft meer belastingen om het leger te vergroten maar het parlement is tegen. Het volk betaald de belastingen toch (staatsgezag). Bismarck stelt dan ook dat de grenzen van de staat die in 1815 in Wenen zijn afgesproken niet langer voldoende zijn.

Deense oorlog (1864)
Schleswig-Holstein is lid van de Duitse bond maar eigendom van Denemarken. Denemarken voert in 1864 ook een politiek van Deense integratie (vorming natie-staat) en zet druk op de Duitse bevolking in dat deel van het land. Oost.-Hong. en Pruisen werpen zich op instigatie van Bismarck op als beschermers van de Duitsers en verslaan Denemarken in een korte oorlog. Holstein wordt een protectoraat van Oost.-Hong. en Schleswig van Pruisen. Dit levert al snel problemen op tussen beide Duitse grootmachten en Bismarck probeert Oost.Hong. te isoleren. Bismarck organiseert daarvoor met Frankrijk de conferentie van Biarittz en Italië wordt Venetië beloofd. Het UK voert een isolationistische politiek en bemoeit zich niet met het continent. Rusland staat vijandig tegenover Oost.-Hong. na de bezetting van Wallachië in de Krimoorlog. Bismarck steunde Rusland in de strijd tegen de Poolse opstand in 1863. De Duitse lidstaten worden tevredengesteld door Bismarck die nu ineens als beschermheer van de democratie optreedt en democratie in de staten stimuleert. In 1866 worden de problemen over Schleswig-Holstein voor de Duitse Rijksdag gebracht. Deze besluit dat Pruisische agressie ten grondslag van de problemen ligt en stelt een economische boycot van Pruisen in. Pruisen verklaard daarop oorlog aan Oost.-Hong. en de Duitse bond. In 7 weken loopt het moderne pruisische leger heel Duitstland onder de voet. Hannover, Schleswig-Holstein en verschillende andere Duitse staten worden geannexeerd. Oost.-Hong. moet Venetië afstaan aan Italië. In 1867 wordt de Duitse Bond door Pruisen opgeheven en vervangen door een Noord-Duitse confederatie. De confederatie krijgt een grondwet en algemeen stemrecht. Bismarck als Junker sluit hiervoor een verbond met het ‘volk’: de socialisten. Zuid-Duitsland (Beieren en Baden-Würtemberg) en Oostenrijk staan nu alleen tegenover Pruisische hegemonie. Om te voorkomen dat de twee Zuid-Duitse staten buiten het Bismarck-rijk vallen creëert de premier een Franse dreiging.

Frans-Pruisische oorlog (1870-1871)
Frankrijk is historisch tegen een verenigd Duitsland en streeft een zelfstandig Beieren en Baden-Würtemberg na. Daarnaast heeft Napoleon III na het fiasco van een militair avontuur in Mexico hard een nieuwe stimulans en prestige nodig in zijn buitenlandse politiek. In Spanje is de revolutie gewonnen door de royalisten. Deze nodigen de Pruisische Hohenzollern uit als vorsten van Spanje. Op 2 juli 1870 accepteerd Prin Leopold de uitnodiging. Frankrijk voelt zich bedreigt door een Duitsland in het oosten en zuiden. Napoleon III eist daarop intrekking van de acceptatie. De Hohenzollern treden terug waarop Frankrijk ook de garantie eist dat de familie in de toekomst ook nooit de troon zal accepteren. Dit wordt afgewezen. Bismarck verdraait en publiceert één van de telegrammen die door Frankrijk aan de Hohenzollern zijn verzonden. Het Duitse volk is beledigd en zowel in Frankrijk als in Pruisen wordt oorlog geëist. Pruisen krijgt de steun van de zuid-Duitse staten en verslaat in 1870 Frankrijk bij Sedan. Bij deze veldslag wordt Keizer Napoleon III gevangen genomen. In Parijs breekt daarop een opstand uit tegen zijn bewind. De Pruisische troepen belegeren Parijs en richten op 18 januari 1871 als belediging voor Frankrijk in het Paleis van Versailles het ‘Deutsches Reich’ op. Frankrijk en Duitsland tekenen vrede en Elzas-Lotharingen wordt door Duitsland geannexeerd.

Oostenrijk-Hongarije
Keizer Franz Josef regeert van 1848 tot 1916. Hij is een authoritaire heerser die niet veel op heeft met modernisering. Onder binnenlandse druk komt het in 1867 tot een ‘Ausgleich’. Hierin wordt een Habsburgse dubbelmonarchie gevestigd over twee autonome koninkrijken Oostenrijk en Hongarije. Oostenrijk als natie-staat voor het duitse deel van de bevolking en Hongarije als natie-staat voor het Magyaarse deel van de bevolking. Hierdoor worden grote slavische bevolkingsgroepen monddood gemaakt.

Liberalisme in Rusland
Tsaar Alexander II volgt tijdens de Krimoorlog Nicolaas I op. Hij regeert van 1855 tot 1881. De tsaren hebben van Rusland een militaire autocratie gemaakt en er is geen sprake van een natie-staat met steun van het volk. Het volk is grotendeels gebonden in horigheid. De liberale intelligentsia in Rusland willen deze situatie beëindigen maar zijn gedurende de jaren sterk vervreemd van de Tsaar en de machthebbers. Velen zijn gevlucht naar het westen en hebben daar westerse ideeën opgedaan. De intelligentsia in Rusland zijn uitermate revolutionair. Alexander staat bij aantreden positief tegen het liberalisme en voert hervormingen door. De censuur wordt opgeheven er komen meer burgerlijke vrijheden etc. In 1861 schaft de Tsaar de horigheid af. De helft van het bouwland gaat naar de adel en de andere helft naar de horigen. De horigen moeten in ruil voor deze grond een vergoeding betalen aan de adel. Om dit geld op te brengen wordt de boerenbevolking ondergebracht in dorpscommunes (de Mir) die de landverdeling en de betalingen regelt. Het volk is nu praktisch gezien onderworpen aan de Mir in plaats van aan de adel. De Tsaar wordt in 1863 geconfronteerd met een opstand van Polen. Alexander is daardoor erg voorzichtig met de invoering van een Russisch parlement. In 1864 wordt wel het Russische

rechtssysteem hervormd. Rechtspraak wordt openbaar en gedaagden krijgen het recht op verdediging. Datzelfde jaar voert de Tsaar regionale overheden in (de Zemstvos). De socialisten (Alexander Herzen, de anarchist Bakunin) zien de zwakte van het kapitalisme in Rusland en worden steeds meer revolutionair. De anarchistische organisatie ‘Wil van het Volk’ pleegt diverse aanslagen op de Tsaar. In 1880 zoekt Alexander II steun bij de liberalen tegen de socialisten. In ruil tekent hij op 13 maart 1881 een edict waarbij Rusland (zij het een zwak) congres krijgt. Dezelfde dag wordt de Tsaar vermoord door de ‘Wil van het Volk’. Zijn zoon en opvolger Alexander III staakt accuut iedere vorm van liberalisering. Hij begint een harde onderdrukking van revolutionairen, socialisten en liberalen.

Burgeroorlog in de VS
De VS vestigt zich geleidelijk als een westerse wereldmacht. De bevolking groeit zeer sterk door grote aantallen (Europese) immigranten en een hoog geboortecijfer. De immigranten worden Amerikaans en integreren met de bestaande (koloniale) bevolking. Hieruit vormt zich de Amerikaanse identiteit en een Amerikaanse natie-staat. In het noorden gaat men over tot industrialisering en hier komen het meeste immigranten binnen. Het gevolg is dat in het noorden een arbeidersklasse ontstaat. Het zuiden wordt gedomineerd door landelijke grootgrondbezitters in de katoenindustrie. Hier ontstaat geen arbeidersklasse omdat de blanke arbeider niet kan concurreren met de goedkope arbeid van zwarte slaven. De slavernij vormt een duidelijke splijting tussen het industriële noorden en aristocratische zuiden. In 1820 hebben beide kampen het Missouri-compromis gesloten waarin afgesproken is dat nieuwe staten in paren worden toegelaten om de balans te bewaren. Een staat mét en een staat zonder slavernij. In 1845 roept Texas de onafhankelijkheid uit van Mexico. Veel Amerikaanse kolonisten hebben hier nederzettingen gevestigd en streven aansluiting bij VS na. Het komt in 1846 tot oorlog tussen de VS en Mexico. De VS annexeren daarbij bijna de helft van Mexico (California, Nevada, Utah, Arizona, Colorado, New Mexico en Texas). In 1850 wordt de eerste staat uit dit gebied toegelaten (California) en het Missouri-compromis geschonden. California verbiedt namelijk slavernij en er volgt geen staat waarin de slavernij is toegestaan. In 1860 heeft het zuiden zich ontwikkeld als een eigen natie-staat met een eigen identiteit. Het zuiden wordt een soort minderheid binnen de unie. Dat jaar wordt Abraham Lincoln van de nieuwe republikeinse partij die tegen slavernij is, als president gekozen. De zuidelijke staten treden uit de unie en richten een eigen staat op. De Confederated States of America. Met deze stap breekt er oorlog uit tussen de unie en de confederatie. De burgeroorlog wordt in 1865 gewonnen door de noordelijke unie en heeft ingrijpende gevolgen voor de staat. De oorlog betekent naast afschaffing van de slavernij het einde van een unie van staten waar de leden uit kunnen stappen. De VS vestigt zich als natie-staat. Dat jaar wordt president Lincoln vermoord en begint de reconstructie van het zuiden. In deze reconstructie wordt de schade van de oorlog hersteld maar ook de zuidelijke maatschappij grondig geherstructureerd door (noordelijke) radicale republikeinse ambtenaren. Deze reconstructie wordt in 1870 gestaakt als de VS opkomt als economische grootmacht en de eerste Amerikaanse grootindustriëlen zich vestigen. Vanaf dat moment krijgt bescherming van het bedrijfsleven prioriteit.

Britse dominion-status
In 1837 doet de britse Earl of Durham onderzoek naar de samenstalling van de britse engelstalige en franstalige koloniën in Canada. Hij roept op tot samenvoeging van beide gebiedsdelen en zelfregulering voor heel Canada binnen en het Britse empire. Zelfbestuur wordt voor beide gebiedsdelen apart ingesteld omdat de franstalige inwoners tegen samenvoeging zijn. Zij vrezen dominantie door een engelstalige meerderheid. Uiteindelijk vormen beiden in 1867 wel een federatie en wordt de Dominion of Canada opgericht. In 1901 volgt de Dominion of Australia, 1907 Dominion of New Zeeland, 1910 Dominion of South Africa en in 1922 Dominion of Ireland.

Japan en het Westen
In 1640 kiest de Japanse keizer tot volledig isolationisme. Het land handelt alleen met de Nederlandse republiek via het eilandje Decima. In de eeuwen stort het gezag van de Keizer langzaam in en wordt het rijk effectief geregeerd door een militaire gezaghebber: de Shogun van de Tokugawa familie. In 1853 is Japan een keizerrijk van losse staatjes geregeerd door ‘warlords’. De Amerikaanse admiraal Perry dwingt met scheepsbombardementen Japan zich dat jaar open te stellen voor westerse handel. Met de nieuwe westerse interventie komt het Shinto op als tegenbeweging tegen de Shoguns. Shinto is een religie waarin de Keizer vereerd wordt als zoon van de hemel. Vanuit de zuidelijke eilanden Choshu en Satsuma begint een opstand tegen het Shogun bewind dat zich verenigd rondom de keizer. De opstandelingen sluiten de havens voor westerse schepen wat weer britse beschietingen tot gevolg heeft. De westerse naties begrijpen dan dat de verdragen met de Shogun niet ‘rechtsgeldig’ zijn omdat deze niet de soevereine macht heeft maar de keizer. Het westen steunt de keizer (als een inheemse vorst om afspraken mee te maken) en de Shogun wordt verdreven. De Japanse samenleving komt in hevig verzet tegen de ongelijke status van de verdragen die door het westen worden opgelegd en onder het nieuwe bewind begint in 1868 de Meji: de verlichte vrede. Japan moderniseert in hoog tempo. Er wordt een centrale overheid ingesteld, een nieuw westers leger opgebouwd, een nationaal postsysteem treedt in werking en het land richt een nationaal schoolsysteem op. Het geheel betekend een snelle opbouw van de Japanse natie-staat en een opstap naar de Japanse grootmacht uit het begin van de 20ste eeuw.

Hoofdstuk 14: Europese beschaving: economie & politiek (1871 - 1914)
Chronologie
1832 AD 1848 AD 1849 AD 1867 AD 1870 AD Eerste hervormingswet UK: uitbreiding stemrecht Aardappelpest en honger in Ierland Aardappelpest en honger in Ierland Tweede hervormingswet UK: uitbreiding stemrecht Frans-Pruisische oorlog: Slag bij Sedan: val Keizer Napoleon III van Frankrijk Einde tweede keizerrijk Frankrijk, oprichting derde Republiek Beleg van Parijs President Macmahon, president van Frankrijk Premier Gladstone (UK): voert openbare scholing in Oprichting Duitse Keizerrijk Oprichting Duitse Sociaal-Democratische partij Derde hervormingswet UK: uitbreiding stemrecht Premier Gladstone (UK) valt over ‘Homerule’ in Ierland Keizer Wilhelm I van Duitsland sterft Keizer Frederik II, keizer van Duitsland Keizer Frederik II van Duitsland sterft Keizer Wilhelm II, keizer van Duitsland Keizer Wilhelm II van Duitsland dwingt Bismarck met pensioen te gaan Dreyfus-affaire in Frankrijk Vrijlating Dreyfus Opkomst britse Labour partij Rehabilitatie Dreyfus Invoering ‘homerule’ in Ierland Uitbraak Ierse burgeroorlog, intrekking Homerule Vierde hervormingswet UK: invoering algemeen stemrecht Dominion of Ireland

1871 AD 1875 AD 1884 AD 1886 AD 1888 AD

1890 AD 1894 AD 1899 AD 1900 AD 1906 AD 1914 AD 1918 AD 1922 AD

Grote lijn hoofdstuk 14: de “beschaafde” wereld
De westerse mogendheden zijn de dominante macht in de wereld. Europa is trots op de beschaving die het heeft gebracht in Canada & VS, Australië & Nieuw Zeeland. Er heerst een sterk geloof in de vooruitgang. De bevolking kent een hogere levensstandaard met een groeiend materialisme en privé consumptie. Men beschikt over meer kennis en de rationele wetenschap wordt geïdealiseerd. Europa heeft een sterk ethisch begrip en is tegen polygamie, kindermoord, prostitutie, echtscheiding, marteling, slavernij en horigheid. Toch zijn verschillende ‘onbeschaafde’ elementen in bijna iedere Europese samenleving nog aanwezig. Met deze ethiek onderscheidt de Europeaan zichzelf van de rest van de wereld die nog barbaars is en waar de beschaving moet worden gebracht. Beschaving en vooruitgang kunnen worden gemeten met behulp van het sterftecijfer (dalend), de kindersterfte (dalend), de levensverwachting (stijgend), het analfabetisme (dalend) en de

arbeidsproductiviteit (stijgend). De wereld wordt opgedeeld in verschillende zones. Het Europa van de stoomturbine als middelpunt van de beschaving, de binnenzone. Hier maken het UK, Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, het westen van Oost.-Hong. en het noorden van Italië deel vanuit. Hier is wetenschap, industrie geconcentreerd en is de samenleving opgebouwd rondom de ideeën van het liberalisme, humanisme en socialisme. De buitenzone bestaat uit de Europese periferie: Ierland, Spanje, Portugal, Rusland, het Boheemse en Slavische deel van Oost.-Hong., Noord & Zuid Amerika, Australië, Nieuw Zeeland en Zuid Afrika. Deze buitenzone leent kapitaal, ideeën en wetenschappelijke technieken in de binnenzone en implementeert die. Daarnaast levert de zone grondstoffen aan de binnenzone. Buiten deze zone bestaat een derde zone van achterlijke gebieden. Azië (m.u.v. Japan) en Afrika. Deze zijn geheel afhankelijk van Europa. Wat betreft politiek vindt in Europa een verdergaande democratisering plaats met name door de uitbreiding van het stemrecht. Sociale wetgeving wordt ingevoerd door zowel liberalen als conservatieve. Vaak als reactie op de opkomst van een sterke socialistische beweging. De natie-staat wordt verder doorgevoerd waardoor er op tal van terreinen conflicten ontstaan met de kerk. De staat gaat namelijk taken als scholing en verzorging etc. overnemen.

Demografie
De bevolking stijgt vanaf ongeveer 1650. Door de opkomst van soevereine staten komen de grote (religieuze) burgeroorlogen in de 17de eeuw ten einde. De staat zorgt voor orde en veiligheid. Hierdoor worden leefomstandigheden verbeterd en stijgen zaken als gezondheidszorg. In de 19de eeuw komen bijvoorbeeld de vaccins op. De verhoging van de voedselproductie en verbetering van de voedselverdeling door uitbreiding van infrastructuur voorkomen grote hongersnoden. Daarnaast wordt hygiëne verbeterd. De Europese steden worden voorzien van schoon drinkwater en riolering. Rond 1830 stabiliseert de Europese bevolking. Mensen gaan gezinnen beperken tot 2 tot 4 kinderen. Dit komt onder andere door verbetering van contraceptieve methoden. Daarnaast wordt het huwelijk steeds vaker uitgesteld als gevolg van scholing en carrière. Een andere reden is de bewuste keuze voor minder kinderen in verband met de verdeling van erfenis, kosten van scholing en de sterke verlaging van kindersterfte. Ook de beperkte en dure woonruimte in de steden speelt een rol en de afschaffing van kinderarbeid. Minder zwangerschappen geeft vrouwen de gelegenheid zich te ontwikkelen wat weer de opkomt van feminisme tot gevolg heeft. Ondanks de beperking van het kinderaantal vindt toch nog een geleidelijke groei van de Europese bevolking plaats.

Verstedelijking
Verstedelijking valt grotendeels samen met de bevolkingsgroei en wordt mogelijk gemaakt door de stijgende mobiliteit door spoorwegen. In 1914 telt Europa diverse miljoenensteden: Londen, Parijs, Berlijn, Wenen, St. Petersburg, Moskou, de Engelse Midlands en het Ruhrgebied. Stadsleven is bepalend voor de moderne maatschappij. Het is anoniem en onpersoonlijk: de stad wordt gevormd door groepen ontheemden. Hierdoor is men minder aan kerk en gemeenschap gebonden en niet meer afhankelijk van een land-adel. Door de opkomst van kranten, het wegvallen van traditionele structuren en scholing ontwikkelt zich in de steden de publieke opinie. Door het wegvallen van de kleine boerengemeenschap als sociaal vangnet en de groeiende publieke opinie ontstaat het socialisme. Ook het nationalisme bloeit op omdat de band met de oude gemeenschap wegvalt. De enige binding die het individu nog heeft is met de staat. Met name door dienstplicht en verplichte scholing.

Migratie
Er trekken bijna 60miljoen mensen uit Europa weg. Hiervan gaat ruim de helft naar de VS. Andere bestemmingslanden zijn Aziatisch Rusland (wat door veelal Russische Slaven wordt gekoloniseerd), Argentinië, Brazilië, Canada en Australië. Deze landen staan tot 1914 open voor immigranten. Daarna wordt immigratie vaak gereguleerd door quota’s. Emigratie uit Europa is vereenvoudigd door de verbetering van de infrastructuur zoals spoorwegen en stoomschepen. Mensen worden mobieler. Daarnaast spelen hogere leefomstandigheden in Europa ook een rol: mensen kunnen zich door hoger inkomen de reis permitteren. Motieven voor emigratie zijn vaak economisch, men wenst, hoopt op verbetering van de materiële omstandigheden voor zichzelf of het nageslacht. Andere sterke drijfveren zijn de hongersnood door de aardappelpest in 1848-49 in Ierland of politieke redenen als onderdrukking/vervolging of het ontwijken van de dienstplicht. Tot slot is de emigratie mogelijk door het groeiende liberalisme in Europa: mensen hebben het recht om te verhuizen of te emigreren met behoudt van hun persoonlijke eigendommen en spaartegoeden.

Wereldeconomie
Iedere zone en regio heeft zijn eigen rol in de wereldeconomie. West Europa is de producent. Deze regio beschikt over de grootste industrie. De rest van de wereld levert de grondstoffen aan Europa en fungeert als afzet markt. Regio’s (koloniën) concentreren zich op de productie van één soort grondstof en zijn voor de behoefte van andere producten afhankelijk van het moederland. Door de ontwikkeling van wereldwijde marktprijzen voor massaproducten door toenemende mobiliteit van goederen en verbetering van de communicatiemethoden ontstaat internationale concurrentie.

Tweede Industriële Revolutie
Na 1870 breekt de tweede fase van de industriële revolutie aan. Er worden nieuwe energiebronnen ontwikkeld zoals elektriciteit en de verbrandingsmotor. Dit heeft een nog verdere verbetering van de mobiliteit tot gevolg door uitvinding van de auto en het vliegtuig. Een groeiende chemische industrie zorgt voor olie, kunstmest en explosieven. Dit leidt weer tot de bouw van tunnels door de Alpen, het graven van het Suezkanaal en het Panamakanaal. Ook de communicatie verbetert met de uitvinding van radio en telefoon. Media spelen hierop in door het oprichten van radiozenders en het begin van de filmindustrie. In de gezondheidszorg worden penicilline en vaccins tegen ziekten ontwikkeld en in de industrie worden nu naast staal ook producten als aluminium geproduceerd. De industrie breidt zich uit van de kerngebieden in de eerste industriële revolutie (UK, België en Noord-Frankrijk) naar de VS, Japan, Duitsland en heel Frankrijk. In de VS wordt tenslotte massaproductie uitgevonden door de invoering van de lopende band.

Vrijhandel
Europa importeert meer dan het exporteert. Toch is er geen negatief saldo op de handelsbalans. Importen worden voor een deel betaald uit de fysieke export en voor een deel uit de kapitaalexport. Verzekeringen, investeringen in het buitenland, leningen op de kapitaalmarkt door buitenlandse staten leveren rente op die de handelsbalans positief afsluit. Londen is in die periode het grote centrum van het internationale geldverkeer en de

kapitaalmarkt. Hier ontstaan grote banken en verzekeringsbedrijven als Lloyds. De Britse koopvaardij domineert de wereldhandel en fungeert als middenman in de handel tussen naties. Europees exportkapitaal wordt gevormd door “oud” geld uit de handel van de 17de eeuw in vooral het UK en Nederland. Daarnaast groeien de spaargelden van het volk door de geleidelijke verhoging van de inkomens. Tot slot breiden industriëlen hun productie uit naar het buitenland en vinden dus bedrijfsinvesteringen plaats. Eerst financieren het UK, Frankrijk en Duitsland de ontwikkeling van de buitenzone (Amerika) daarna gaan de investeringen naar Azië uiteindelijk Afrika. Door de kwetsbaarheid van de economie door de nieuwe internationale concurrentie, het dictaat van de internationale prijs en de steeds grotere invloed van de economische curve komt het liberale economische bestel onder druk te staan. Men begint met sociale voorzieningen, tariefmuren en bevoordeelde partners in de handel de laissez-faire economie te vervangen door een meer gereguleerde economie.

Goudstandaard
Valuta zijn gekoppeld aan de goudwaarde. Hierdoor zijn er vaste koersen die de goudstandaard worden genoemd. Er bestaat dus geen valutaspeculatie. Grote landen bezitten over goudvoorraden die de waarde van hun munt garanderen. Dit levert economische problemen op voor landen met een kleine goudreserve. Daarnaast treedt er kortstondige wereldwijde devaluatie op bij de vondst van nieuwe goudmijnen. In de 19de eeuw wordt er goud gevonden in Alaska, Zuid-Afrika en Australië. Hierdoor daalt de goudprijs (groter aanbod) en daalt dus de waarde van de gekoppelde valuta en dalen de wereldwijde prijzen.

Bedrijfsleven
Binnen het bedrijfsleven worden aandelen in de besloten vennootschap en naamloze vennotschap ontwikkeld. Dit begint binnen de nieuwe spoorwegbedrijven in de VS waar men aandelen voor de aanleg en exploitaitie van bijvoorbeeld de Union Pacific Railroad kan kopen. Hierdoor worden risico en aansprakelijk bij mislukking gespreid. Bedrijven worden hierdoor voor hun investeringen en kapitaal afhankelijk van de international markt: industrieel kapitalisme wordt financieel kapitalisme. Het bedrijfsleven gaat over tot een steeds verdere integratie. Zowel horizontaal als verticaal. Verticale integratie betekend het verwerven van controle over de toelevering en productie van grondstoffen en het beheersen van het afzetkanaal. Horizontale integratie betekent het uitschakelen van concurrentie door overname, kartelvorming en het verwerven van monopolie posities.

Politieke ontwikkeling
Frankrijk
Met de gevangenneming van keizer Napoleon III bij slag van Sedan in 1870. Breken er grootschalige opstanden uit in Parijs. In de stad probeert een nieuwe tijdelijke regering de oorlog tegen Pruisen voort te zetten. Parijs wordt door Pruisen belegerd en Bismarck dwingt uiteindelijk Franse verkiezingen af. Dit om een regering namens heel Frankrijk een vrede op te kunnen leggen. Het nieuwe parlement richt de derde Franse republiek op en komt samen in Versailles waar de nederlaag wordt geaccepteerd. De commune in Parijs accepteert deze

nieuwe regering niet en er breekt een burgeroorlog in de straten uit. De regering van de derde republiek weet de opstand gewelddadig te onderdrukken. President Macmahon van Frankrijk poogt vervolgens het parlement buitenspel te zetten en schrijft nieuwe verkiezingen uit. De fransen kiezen echter massaal (angst voor herhaling van Napoleon III) voor herstel van het oude parlement en dezelfde parlementsleden keren grotendeels terug. Hiermee wordt de macht van het parlement boven de president bevestigd. In Frankrijk bestaat er veel onvrede over de derde republiek en het volk komt maar langzaam tot acceptatie van de opgelegde regering. Grote delen van het volk streven revenge op Duitsland na (Gen. Boulanger) en er is onvrede over de enorme corruptie. In 1894 komt daar de Dreyfusaffaire bij. Dreyfus, een joodse officier wordt door het franse leger schuldig bevonden aan verraad. Al snel is er bewijs dat Dreyfus onschuldig is en dat de dader een majoor Esterhazy is. Het leger weigert echter de zaak te heropenen en te herzien. Er wordt zelfs bewijs vervalst. Frankrijk raakt verdeelt. Een antisemitische groep royalisten, militaristen en conservatieven is tegen heropening van de zaak en noemen het onpatriottisch, het leger kan zulke schade niet hebben en de zaak zo door laten sudderen is een klap voor de republiek. Aan de andere kant staan linkse republikeinen, liberalen en socialisten die voor heropening zijn en de republikeinse rechtstaat willen bewijzen. In 1899 wordt Dreyfus uiteindelijk vrijgelaten en hij wordt in 1906 gerehabiliteerd en ontvangt een schadevergoeding. De dreyfusaffaire eindigt met een overwinning van de republiek. Revolutionair republikanisme in Frankrijk wordt vreedzamer en streeft naar een brede democratische beweging die ook aantrekkelijk is voor de burgerij. Onder het bewind van de republikeinen worden sociale voorzieningen ingevoerd en wordt de macht van de royalisten, de kerk en het leger sterk beperkt.

Het UK
Tijdens de regering van koningin Victoria is het UK en het Britse empire de grote wereldmacht. De liberaal William Gladstone en de conservatieve Disraeli wisselen elkaar verschillende keren als premier af. Onder hun wisselende bewind worden stemrecht uitgebreid en sociale voorzieningen verbeterd. De afwisseling is meer een sportieve politieke competitie dan steeds een herziening van de gevoerde politiek. Het stemrecht wordt in een serie van vier hervormingswetten uitgebreid over bijna de gehele bevolking. In 1832 wordt het stemrecht uitgebreid naar de middenstand, in 1867 krijgen de meeste stedelijke arbeiders kiesrecht, in 1884 de boeren en tot slot in 1918 alle mannen en de vrouwen vanaf 30 jaar. In 1870 voert Gladstone openbare scholing in en worden de verkiezingen geheim. De liberalen erkennen en legaliseren ook de vakbonden en bouwen zo een grote steun onder de arbeiders op. Disraeli erkend ook de noodzaak van sociale wetgeving en onder zijn leiderschap voert het UK sociale voorzieningen in, wordt openbare riolering aangelegd en wordt er arbowetgeving ingevoerd voor werk in mijnen en fabrieken. In 1900 komt de Labour partij op waardoor de Liberale partij veel steun verliest. De liberalen onder Asquith gaan over tot een rigoureuze uitbreiding van de sociale voorzieningen en bekostigen dit met de invoering van progressieve belastingen. De liberalen verlaten hun “laissez faire” standpunten en zijn nu voor regulering van de economie. Deze maatregelen zijn niet voldoende en bij de volgende verkiezingen wordt Labour de tweede partij na de conservatieven.

In de Ierse kwestie stelde Gladstone in 1886 de ‘homerule’ voor. Dit stuit op zoveel tegenstand binnen zijn eigen liberale partij dat een deel van de parlementariërs overloopt naar de conservatieven. Hierdoor brengt het parlement Gladstone ten val. Homerule wordt uiteindelijk in 1914 ingevoerd maar heeft een burgeroorlog tot gevolg tussen de protestantse minderheid en de katholieke meerderheid. Met de burgeroorlog en het uitbreken van WO I wordt ‘homerule’ weer ingetrokken. Uiteindelijk krijgt Ierland in 1922 Dominion rechten en treden de katholieke provincies kort daarna uit het commonwealth en wordt de onafhankelijke staat Eire gevestigd. Noord-Ierland blijft bij het UK.

Duitsland
Met de vestiging van het Duitse Keizerrijk wordt koning Wilhelm I van Pruisen Keizer Wilhelm I van Duitsland. Het land heeft een zwakke grondwet en parlement en er zijn grote tegenstellingen binnen de bevolking. Boeren en Junkers, arbeiders en industriëlen. Bismarck zorgt steeds voor een meerderheid in het parlement maar bindt zich niet aan één partij. Voor verschillende maatregelen wisselt de samenstelling van zijn meerderheid. Tijdens zijn bewind voert Bismarck openbare scholing en komt hierdoor in conlfict met de kerk die tot dan toe scholing regelde. Daarnaast overziet hij de sterke groei van de Duitse industrie en het groeiende socialisme. In 1875 wordt in Duitsland een Sociaal Democratische Partij opgericht. De partij bestaat uit een mix van marxisten en reformisten en heeft een gematigde parlementaire politiek. Toch vreest Bismarck de socialistische revolutie voor zijn natie en radicaliseert daardoor. Om de socialisten wind uit de zeilen te nemenbegint hij met de invoering sociale wetgeving. In 1888 overlijdt Keizer Wilhelm I. Zijn opvolger keizer Frederik II sterft datzelfde jaar aan kanker. De jonge Keizer Wilhelm II wordt de nieuwe keizer en heeft sterke eigen ideeën. Wilhelm II ziet Duitsland als een grootmacht en is agressief en ambitieus. Hij wil zelf beleid maken in plaats van dat door de oude Bismarck te laten doen. In 1890 dwingt hij de premier met pensioen te gaan. Wilhelm II maakt van Duitsland een technocratie en begint met de verwezenlijking van een Duits koloniaal rijk.

Hoofdstuk 15: Europese beschaving: maatschappij & cultuur (1871 - 1914)
Chronologie
1859 AD 1864 AD 1866 AD 1870 AD 1871 AD Charles Darwin: Origin of the Species Eerste socialistische internationale in Londen Gregor Mendel: basis voor genetica Vaticaans Concilie Gladstone (UK) erkent vakbonden Opstand socialistische commune in Parijs Charles Darwin: The Descent of Man Karl Marx sterft Dockstrike in Londen Tweede socialistische internationale Oprichting Labour in UK Lenin’s fundamentalistische marixisten vormen het bolsjewisme Albert Einstein: begin ontwikkeling ‘Theory of Relativity’ Albert Einsitein: publicatie ‘General Theory of Relativity’ Paus erkent Italiaanse staat, Italiaanse staat erkent Vaticaan

1883 AD 1889 AD 1900 AD 1903 AD 1905 AD 1916 AD 1929 AD

Grote lijn
Door toename van stemrecht krijgen socialisten meer macht (Karl Marx, Friedrich Engels, Louis Blanc, Ferdinand Lasalle). De socialistische beweging splitst zich op in twee takken. De intelligentsia denken vooral op de lange termijn, aan de hele maatschappij en in grote economische structuren. De unionisten zijn aanhangers van de korte termijn strategie en realiseren een directe verbetering van de arbeidsomstandigheden door oprichting van vakbonden (unies). Vooral de aanhangers van de intelligentsia vormen revolutionair socialistische bewegingen (Lenin). De aanhangers van de unionisten zijn de revisionisten die via vakbonden en parlementaire democratie naar verandering van de leefomstandigheden binnen de maatschappij willen werken. Uit de revisionisten ontstaan de Sociaal Democraten. Op wetenschappelijk gebied zijn er fundamentele wijzigingen in denken. Het gevestigde natuurkundige beeld van Newton wordt vervangen door dat van Einstein. De evolutietheorie (niet God maar toeval bepaald de loop van de evolutie) van Charles Darwin sluit aan bij de kille rationele realpolitik en groeit uit tot een sociaal darwinisme waarbij de theorie ook op mensen onderling wordt toegepast. Uit de westerse maatschappij ontstaat het denken in rassen en rassensuperioriteit. Door de sterke verwetenschappelijking stelt de katholieke kerk in het Vaticaanse Concilie zijn geloofsdogma’s vast en verzet het zich tegen moderne ideeën. De paus wordt onfeilbaar. De integratie van joden binnen de Europese samenleving stopt abrupt door een nieuwe bepaling van de eigen identiteit. Mede hierdoor en de theorie van rassensuperioriteit en antisemitisme ontstaat het zionisme. Het klassiek liberalisme (Stuart Mill, Gladstone) op basis van de ideeën van John Locke (17de eeuw) komt ten einde. De mens is niet langer onafhankelijk van de staat. Om de mens de ruimte te geven om rationele beslissingen te nemen is scholing noodzakelijk en zal de staat op

moeten treden tegen dwang (kerk, indoctrinatie etc.). Klassiek liberale economie levert te veel problemen op en wordt vervangen door het neomercantilisme: beperkte staatsregulering dmv tariefmuren en protectie. Nieuw liberalisme (David Lloyd George, Theodore Roosevelt, Woodrow Wilson) streeft een welvaartsstaat na waarin de overheid ingrijpt tegen monopolisme en kartelvorming.

Revolutionair socialisme en unionisten
De socialisten zijn de grootste tegenstanders van de liberale ideeën als economische laissezfaire en vrijhandel. Door de toename van het stemrecht krijgen de socialisten meer macht. De intelligentsia vormen rondom Karl Marx, Friedrich Engels, Louis Blanc en Ferdinand Lassalle grote economische theorieën die op lange termijn de hele maatschappij herinrichten. Steeds meer socialisten streven echter op korte termijn verbeteringen na in de arbeidsomstandigheden, het inkomen en sociale voorzieningen. Zij vormen vakbonden. In 1871 erkent William Gladstone de vakbonden in het UK. Er ontstaat daar dan geen één overkoepelende bond maar een vakbond per bedrijfstak die beperkt blijven tot de geschoolde arbeiders. De ongeschoolde arbeiders verenigen zich voor het eerst in 1889 in de London Dockstrike. Door het succes van de vakbonden in het UK ontstaat pas laat (1900) een politieke arbeiderspartij (Labour). Hier is geen behoefte aan, de arbeiders worden in het parlement vertegenwoordigd door de Liberalen. In 1900 wordt Labour vanuit de vakbonden opgericht en hierin wijkt het UK af van het continent. Op het vasteland zijn het veelal bestaande socialistische partijen (met revolutionaire achtergrond) die vakbonden oprichten. Labour is door deze achtergrond veel gematigder dan Europese socialistische partijen. Veel revolutionair socialisten leven in ballingschap in London (Karl Marx,. Mazzini). In 1864 wordt hier de eerste socialistische internationale gehouden. Jaarlijks terugkerende conferenties van socialistische partijen uit de hele wereld. De eerste internationale ziet in de opstand van de commune van Parijs in 1871 tegen de opgelegde derde Franse republiek de eerste stap in de arbeidersrevolutie en de vestiging van de dictatuur van het proletariaat. Deze opstelling beangstigt vooral in het UK grote delen van het volk met name de middenstand. Na 1872 verdwijnt de eerste internationale uit beeld. In 1875 komen op de Gotha conferentie unionisten en revolutionairen in Duitsland genoeg tot elkaar om de Duitse Sociaal Democratische Partij op te richten. Twee Russische bannelingen Plekhanov en Alxelrod richten in 1883 de Russische Sociaal Democratische Partij. De nieuwe arbeiderspartijen komen vanaf 1889 weer samen op conferenties en vormen de tweede internationale die blijft bestaan tot 1914. Met de dood van Marx in 1883 komen de twee kampen in de tweede internationale tegenover elkaar te staan. Revolutionair socialisten veroordelen iedere vorm van coöperatie met de staat en streven een internationale arbeidersrevolutie na. Zij claimen de fundamentele nalatenschap van Marx. De revisionisten, syndicalisten/unionisten en Fabianisten streven een evolutionair socialisme na. Klassestrijd is niet noodzakelijk. Uit deze beweging komen de Sociaal Democratische partijen voort. In dit conflict eist op een partijcongres van de Russische Sociaal Democraten in 1903 de revolutionair V.I. Lenin dat revisionisme uitgeschakeld wordt. Hij verwerft een meerderheid (bolsjevik) voor zijn ideeën, de revolutionairen noemen zich sindsdien bolsjewisten tegen de revisionisten (de mensjevisten: minderheid).

Wetenschap, Filosofie, Kunst & Religie
In de wetenschap ontstaan revolutionaire nieuwe wetenschappelijke ideeën. Met name in de natuurkunde waar men na twee eeuwen afstapt van de ‘General Theory of Gravity’ van Newton. De nieuwe algemene theorie voor verklaring van natuurkundige effecten wordt tussen 1905 en 1916 samengesteld door Albert Einstein in zijn ‘General Theory of Relativity’. Hierin verklaart hij het gedrag van sub-atomaire deeltjes die zich niet houden aan de wetten van Newton. Deze deeltjes, radioactiviteit en de quantum-mechanica zijn in de periode daarvoor door wetenschappers als Becquerel, Curie en Planck ontdekt. Einstein stelt dat massa en energie in feite hetzelfde zijn en dat het één omzetbaar is het ander: E = mc2. Hieruit volgt een universele theorie over tijd, ruimte en beweging. In de biologie neemt men afstand van de christelijk/bijbelse schepping. Charles Darwin schrijft in 1859 het boek ‘Origin of the Species’ en in 1871 ‘The Descent of Man’. Hierin verklaart hij de schepping wetenschappelijk en stelt hij dat evolutie een kwestie is van ‘survival of the fittest’ waarin kans een grote rol speelt. De theorie zorgt voor grote ophef omdat er volgens Darwin geen sprake is van een goddelijke invloed. De evolutietheorie op basis van kans en kracht sluit aan bij het westerse realpolitieke denken en hieruit ontwikkelt zich een sociaal-darwinisme. In Europa groeit het rassenbewustzijn, het ‘Survival of the fittest’ wordt toegepast op mensen onderling. De mensheid is opgedeeld in rassen waarvan de ene superieur is aan de ander. Antisemitisme, racisme, fundamenteel nationalisme en imperialisme maken allemaal gebruik van sociaal-darwinisme. Dit wordt versterkt door de fysiek antropologen die onderzoek doen naar de verschillende menselijke rassen, de ondermijning van christelijke normen en waarden door rationalisering en verwetenschappelijking en de nieuwe psychologie. Pavlov verklaard gedrag van dieren en mensen als bepaald door conditionering. Siegmund Freud stelt dat gedrag gebaseerd is op het onderbewuste en seksuele drift. In de filosofie ondersteunen de ideeën van Friedrich Nietzsche het sociaal-darwinisme en de übermensch. Er ontstaat een anti-intellectuele stroming die elementen uit de bovenstaande ideeën overneemt. De mens is schepping van het toeval (Darwin), gedrag is geconditioneerd (Pavlov) het trekt hieruit de conclusie dat discussie en verdieping in de ideeën van anderen dus zinloos is (het is niet geconditioneerd). De mens is dus niet rationeel en de beweging legt nadruk op wilskracht, impulsief handelen en emotie. Geweld en conflict is realisme. In deze beweging vinden radicaal revolutionaire socialisten (anarchisten) en het fascisme zijn basis. In de Europese maatschappij zijn oorlog, geweld en conflict populair door de afwezigheid van oorlog gedurende ongeveer 3 decenia. Men ziet antagonisme als middel van vooruitgang en dit wordt bewezen door de eenwording van Duitsland en Italië uit oorlog, de VS burgeroorlog etc. Men krijgt het beeld dat oorlog soms even nodig is om duidelijkheid te krijgen wie de sterkste, beste en meest vooruitstreven is in Europa. Mede hierdoor trok Europa in 1914 zingend ten oorlog. Religie wordt bedreigd door materialisme, rationaliteit, socialisme en verwetenschappelijking. In de protestantse kerken komt een fundamentalistische leer op die veel modernisten de kerk doet verlaten. In de katholieke kerk komt paus Pius IX in 1864 met een syllabus van fouten waarin hij afstand neemt van zijn eerdere steun aan het liberalisme. Deze stroming heeft nu echter de kerkelijke staat aan Italië toegevoegd en de paus tot een zelfverkozen gevangenschap in het Vaticaan gedwongen. Pius IX gaat daarna over tot vaststelling van de geloofsdogma’s en hij zet zich af tegen moderne wetenschappelijke ideeën. In 1870 komt dit alles samen in het Vaticaans Concilie waarin de pauselijke onfeilbaarheid Ex Cathedra wordt gesteld. De kerk internationaliseert en er komt een sterke Jezuïtische bekeringsbeweging op. In het jodendom stopt de eeuwenlange integratie en assimilatie. Binnen de religie zet en

hervormingsbeweging zich af van de joodse orthodoxe leer. De joden zijn opzoek naar de eigen identiteit onder druk van sociaal-darwinisme en antisemitisme. Antisemitisme word steeds sterker in de Europese maatschappij door het succes van joodse zakenlieden (Rothschilds), de nieuwe rassentheorieën en de joodse invloed in socialistische kringen. Daarnaast speelt de joodse vervolging in de progroms van Rusland en de Dreyfus-affaire in Frankrijk. Eind 19de eeuw leidt dit tot een joods nationalisme wat zionisme wordt genoemd. Theodor Herzl organiseert de eerste joods Zionistische conferentie in Basel in 1897 en streeft naar de vestiging van een eigen joodse staat.

Einde Klassiek Liberalisme
Op basis van de sociale en maatschappelijke veranderingen komen de klassieke liberale ideeën zoals die werden aangehangen door John Stuart Mill en William Gladstone onder druk te staan. Deze ideeën zijn nog voor een groot deel gebaseerd op de denkbeelden van John Locke uit de late 17de eeuw. Hij stelde dat de mens onafhankelijk is van staat, kerk, ras en klasse. De mens is zelfstandig in staat om zelf besluiten en beslissingen te nemen. De mens is rationeel. Op basis hiervan waren de klassiek liberalen voorstander van scholing en tegenstander van dwang, geweld en indoctrinatie. Men streefde een eigen keuze voor religie na en wilden de kerk geen rol geven in de staat. De economie moest vrij zijn voor alle individuen om zonder overheidsbemoeienis zaken met elkaar te doen. Door de moderne problemen in de economie, het toenemende streven naar nationalisme en de natie-staat komt het klassieke liberalisme onder druk te staan. Een nieuwe tendens naar neomercantilisme komt op dat dmv tariefmuren en protectie de eigen economie en arbeiders wil beschermen tegen internationale concurrentie. Het nieuwe liberalisme accepteert een grotere rol van de staat in de opbouw van een welvaartsstaat voor alle inwoners. Overheidsingrijpen ter bescherming van de consument en arbeider tegen monopolisten en kartels wordt niet langer verworpen en het stelt zich gematigder op tegenover arbeiders en ziet het nut in van sociale voorzieningen. In de UK is het vooral David Lloyd George die het nieuwe liberalisme aanhangt. In de VS de presidenten Theodore Roosevelt (R) en Woodrow Wilson (D).

Hoofdstuk 16: Europese wereld suprematie: imperialisme (1871 – 1914)
Chronologie
1839 AD 1840 AD 1841 AD 1856 AD 1846 AD 1850 AD 1857 AD Begin opiumoorlog: UK versus China Qing dynastie verleent Europa concessies in China Einde opiumoorlog Dr. Livingstone opgezocht door journalist Stanley Brits zeebombardement op Kanton (China) Hatt-i Humayan: vestiging burgerrechten in Ott. Rijk Annexatie noord-Mexico aan VS Taiping opstand in China Muiterij in India tegen britse overheersing herstructurering britse koloniale politiek Tweede Chinese oorlog: UK & Frankrijk versus China - Hong Kong britse kroonkolonie - Shanghai & Kanton als verdragshavens - Vestiging internationale rechtszones Rusland koloniseert Wladivostok Brits zeebombardement op Satsuma (Japan) Amerikaans zeebombardement op Choshu (Japan) Aanleg Suezkanaal Opstand Bosnië tegen Ott. Rijk Verwerving Suezkanaal door UK Opstand in Bulgarije tegen Ott. Rijk, massamoorden Japan erkent Koreaanse onafhankelijkheid van China Vestiging parlement voor Ott. Rijk Rusland verklaart oorlog over Balkan aan Ott. Rijk Koningin Victoria Keizerin van India Verdrag van San Stefano: Rusland – Ott. Rijk Conferentie van Berlijn: - onafhankelijkheid van Servië, Montenegro, Roemenië - gedeelde autonomie voor Bulgarije - Bosnië Oost.-Hong. protectoraat - Cyprus naar UK - Tunesië, Algerije naar Frankrijk - Belofte Albanië aan Italië Stanley en Belg. Koning Leopold richten Internationale Congo Ass. op Westerse banken dwingen Egyptische vorst af te treden Egyptisch nationalistische opstanden in Alexandrië Brits zeebombardement op Alexandrië (Egypte) Stanley begint met vestigen privé domein in Kongo Begin run op Afrika Frankrijk beheerst Indochina Tweede congres van Berlijn - vaststellen regels omtrent claimen van Afrika UK annexeert Birma Congres van Brussel

1860 AD 1863 AD 1864 AD 1869 AD 1875 AD 1876 AD 1877 AD

1878 AD

1879 AD 1882 AD

1883 AD 1885 AD 1886 AD 1889 AD

1890 AD 1891 AD 1894 AD 1895 AD

1896 AD 1898 AD

1899 AD 1901 AD 1902 AD 1904 AD 1905 AD

1907 AD 1908 AD 1909 AD 1910 AD 1911 AD 1914 AD 1916 AD 1923 AD

- vaststellen rechten en bescherming inheemse stammen Koning Leopold leent geld van de staat voor privé bedrijf Kongo Cecil Rhodes premier Zuid Afrika Hawaï: protectoraat VS Japanse verklaard oorlog aan China over Korea Koning Leopold leent geld van de staat voor privé bedrijf Kongo Jameson raid tegen de Boeren in Zuid Afrika Krugertelegram: felicitatie Boeren door Duitse Keizer Verdrag van Shimonozeki: Vrede Japan en China - Formosa (Taiwan) aan Japan - Korea Japans protectoraat - Japanse bezetting Port Arthur Europa dwingt Japan Port Arthur op te geven Brits zeebombardement op Zanzibar (Afrika) Italië bij Adowa verslagen door Ethiopische troepen Spaanse oorlog: VS versus Spanje Cuba, Puerto Rico, Filipijnen, Panamese kanaalzone naar VS Annexatie Hawaï aan VS Fashoda incident: UK versus Frankrijk Opdeling China tussen: Duitsland, Rusland, Frankrijk en UK Begin boerenoorlog: UK versus afrikaanse boeren Chinese opstand tegen westerse interventie: Boxeroorlog Koning Leopold biedt Kongo te koop aan de Belgische staat Belgisch parlement weigert Einde boerenoorlog: UK onderwerpt Transvaal en Oranjevrijstaat UK en Japan sluiten militair verdrag tegen Rusland Internationaal schandaal omtrent Kongo Japans-Russische oorlog: Japan valt Rusische troepen in Port Arthur aan Perzische revolutie: vestiging perzisch parlement Russische Baltische vloot in Tsushimastraat door Japan vernietigt Verdrag van Portsmouth (VS) tussen Japan en Rusland - Port Arthur aan Japan Eertse Russische revolutie Opdeling Perzië en Afghanistan in invloedsferen (UK en Rusland) Turkse Revolutie: Jonge Turken grijpen de macht België gedwongen in Kongo in te grijpen: vestiging Belgisch Kongo Hervorming India: vergroting zeggenschap Vestiging Dominion of South Africa Revolutie in China WO I: Rusland verklaard oorlog aan Ott. Rijk. Ott. Rijk kiest kant as-mogendheden Hervorming Ned. Indië: vergroting zeggenschap Turkse revolutie: vestiging modern Turkije.

Grote lijn
Vanaf ongeveer 1900 begint de ontwikkeling van een wereldbeschaving in tegenstelling tot een regionale beschaving. De Europese cultuur is over de hele wereld verspreid. Economie en markt wereldwijd verweven en Azië en Afrika kunnen de concurrentie met het westen niet aan. De koloniale specialisatie in productie van grondstoffen betekend automatisch productie

voor export en niet voor eigen consumptie. Het kolonialisme van de 19de eeuw wordt imperialisme genoemd. Dat wil zeggen het bestuur van een volk door een ander volk. Na het verslaan van Napoleon in 1815 is er nog één koloniale macht over. Het UK heeft van 1815 tot ongeveer 1870 geen concurrentie te duchten. Frankrijk koloniseert wel Algerije en Nederland ontwikkelt de koloniale bezittingen in Oost-Indië. Dit heeft geen conflicten om de koloniën tot gevolg. Waar kolonialisme vroeger beperkt bleef tot het stichten van ketens handelsposten die de benodigde grondstoffen inkochten gaat het imperialisme veel verder. De vraag naar grondstoffen is in het geïndustrialiseerde westen zo groot dat een pre-industriële samenleving deze niet kan leveren. Het vraagland begint daarom met investeringen in de lokale industrie, het ontwikkelen van mijnbouw en fabrieken. Europeanen worden ingezet om leiding te geven aan de plaatselijke bevolking die wordt ingezet als loonarbeiders. Deze financiële belangen worden gevolgd door de wens van meer zekerheid wat leidt tot de politieke controle van de gebieden. Er zijn drie vormen van politieke controle. Een kolonie wordt daadwerkelijk bestuurd door Europeanen vanuit het thuisland. Een protectoraat staat onder bescherming van een westerse grootmacht. De plaatselijke potentaat bepaald het beleid maar hij wordt daarin bijgestaan door een aantal Europese ‘adviseurs’. Tot slot bestaat er de ‘invloedsfeer’. Dit is een redelijk onafhankelijk gebied met eigen heersers waar de grootmachten over hebben afgesproken dat een natie het alleenrecht heeft op het doen van investeringen. Het imperialisme is mogelijk door de grote voorsprong van Europa en de problemen waarin de grote rijken van Azië en Afrika zijn geraakt. Het Mogulrijk in India, het Ottomaanse Rijk, het sultanaat van Zanzibar, het Chinese keizerrijk en het Japanse Shogunaat zijn allemaal in sterk verval. Door middel van militaire operaties, met name scheepsbombardementen op kuststeden dwingen de westerse grootmachten de plaatselijke heersers een verdrag te tekenen waarin een westers protectoraat wordt gevestigd. Oorzaken van het imperialisme zijn economisch: de enorme Europese behoefte aan grondstoffen, de behoefte aan nieuwe markten, het veilig stellen van een “eigen” afzetmarkt, garantie van een hogere ‘return on investment’ etc. Daarnaast zijn er ook een aantal nieteconomische redenen: religieuze bekering, wetenschappelijk onderzoek, zucht naar avontuur en reis etc. Tot slot is het de enige ruimte voor expansie van de Europese grootmachten. De concurrentie op het vaste land dwingt Europa om de politieke verhoudingen te behouden. Het bezitten van een koloniaal rijk geeft een element van glorie aan de staat. Europeanen hebben een enorm vertrouwen in de eigen moderne beschaving. Deze moet dan ook worden overgedragen aan de rest van wereld: ‘The White Man’s Burden’. Dit idealisme en humanisme vindt een sterke basis in het sociaal-darwinisme en de fysieke antropologie. Idealisme gaat dan ook hand in hand met kapitalistische motieven en eigenbelang. Vooral het socialisme heeft kritiek op het imperialisme. In het UK wordt dit vooral verwoord door Joseph Chamberlain (vader van de latere premier Neville Chamberlain). Hij streeft naar een soort imperial federation van overzeese gebiedsdelen met hun eigen regering die uit vrije wil onderdeel uitmaken van het Britse empire. Hij stelt een tariefzone voor met een eigen markt en bevoordeelde handelsposities voor de leden. Zijn ideeën worden later gerealiseerd in het Britse commonwealth.

De VS en Zuid Amerika
Aan het begin van de 19de eeuw vallen de Spaanse en Portugese koloniale rijken in Amerika uit elkaar. De VS voert daarop de Monroe-doctrine in: de VS tolereert geen hernieuwde koloniale activiteiten of interventie van de Europese mogendheden op de Amerikaanse continenten. In het noorden van Mexico vestigen zich steeds meer amerikaanse kolonisten met hun slaven. De natie heeft slavernij bij wet verboden en dit leidt tot steeds meer problemen. Uiteindelijk roepen de kolonisten in 1845 de onafhankelijkheid uit van de republiek Texas. De natie laat zich daarna vrijwillig annexeren door de VS. Dit leidt in 1846 tot de Mexicaanse oorlog waarbij de VS bijna de helft van Mexico annexeren: California, Arizona, New Mexico, Utah, Nevada, Colorado en Texas. Als in de VS de burgeroorlog uitbreekt is het militair niet langer in staat de Monroe doctrine af te dwingen. Mexico komt in financiële problemen en kan niet langer de leningen aan de Europese mogendheden betalen. Napoleon III ziet de mogelijkheid om weer een Frans koloniaalrijk te ontwikkelen en stuurt in 1861 troepen naar Mexico. Na een mislukt militair avontuur komen in 1865 de protesten van de VS. Frankrijk trekt daarop zijn troepen terug en de Frans-Oostenrijkse koning Maximiliaan de Bourbon wordt door opstandelingen in Mexico geëxecuteerd. De bescherming van Zuid Amerika door de VS tegen westers imperialisme betekent de opkomst van de VS als zelfstandige imperialistische macht. De economische belangen in de Grote Oceaan en de investeringen in een mogelijk kanaal door Panama zorgen dat ook de VS belang heeft bij zekerheid en stabiliteit in de regio. Door een opstand van Cuba en Puerto Rico tegen Spanje in 1898 wordt de VS betrokken in een oorlog tegen Spanje. De VS vestigt een protectoraat in Cuba, annexeert Puerto Rico en de Filippijnen. Naar aanleiding van financieel mismanagement in Santo Domingo en Britse protesten tegen de Monroe doctrine voegt Theodore Roosevelt daarop de Roosevelt Corollary aan de doctrine toe. De VS staat een Europese grootmacht niet toe in te grijpen in Zuid-Amerika maar dwingt zichzelf dat te doen. In 1891 vestigt de VS een protectoraat in Hawaï na de dreiging van Japans imperialisme en als waarborg van de eigen ambitie in de Stille Oceaan. De Zuidzee natie wordt in 1898 geannexeerd.

Uiteenvallen Ottomaanse Rijk
Door het ontbreken van een Ottomaanse natie-staat vervalt het Rijk in ‘the sick man of Europe’. Het rijk ken verschillende rechtssystemen voor verschillende bevolkingsgroepen, er bestaat geen scheiding tussen kerk en staat en er is geen eenheid van belasting. Het verval is ingeluid door het verlies van Hongarije in 1699 en draagt bij aan de steeds ernstiger Balkanproblematiek. Rusland claimt grote gebieden van het Rijk in de Kaukasus en de Krim. Servië is een autonome staat, Griekenland is onafhankelijk, Roemenië heeft zelfbestuur en Frankrijk houdt Algerije bezet. De Sauds beheersen het grootste deel van het arabisch schiereiland en Mehemet Ali vestigt een eigen dynastie in Egypte. Vanaf de Krimoorlog in 1856 probeert de Ottomaanse sultan de staat om te vormen tot een natie-staat. Er wordt een begin gemaakt met de verwesterlijking want het Ottomaanse Rijk wil in een volgende oorlog tegen Rusland niet opnieuw afhankelijk zijn van het UK of Frankrijk. In 1856 voert de sultan Abdul-Aziz het nationaal burgerschap in. Dit is het einde van de religieuze autoriteit van de verschillende groepen (christenen, orthodoxen, joden etc.) in het rijk. De sultan probeert gelijkheid voor het recht in te voeren, verbiedt religieuze eisen aan

ambtenaren en officieren, voert gelijkheid van belasting in, schaft het martelen af en hervormt het gevangeniswezen. Het grote probleem van de sultan is het gebrek aan kennis in zijn rijk. Hierdoor loopt hij grote schulden op waarvan hij de helft vernietigd. Dit leidt tot onrusten en Abdul-Aziz wordt afgezet door de hervormer Midhat Pasha. Deze brengt Abdul Hamid II op de troon en vestigt een nieuwe grondwet. Hierin wordt gesteld dat het rijk ondeelbaar is, worden individuele vrijheden gewaarborgd en een parlementaire regering ingevoerd. In 1877 komt het eerste Ottomaanse-Turkse congres bijeen. Zo gauw Abdul Hamid II zijn kans schoon ziet zet hij Midhat Pasha aan de kant en trekt het congres weer in en vernietigt de grondwet. Zijn verdere heerschappij en leven is een periode van paranoia. De sultan is fel tegen iedere vorm van verwesterlijking. Dit handelen maakt de hervormers radicaler. Ze worden verbannen en vormen in het buitenland de organisatie ‘Jonge Turken’. Nationalisme in Bulgarije (1876) en Armenië (1894) wordt door de Sultan met massamoorden en een holocaust beantwoordt. De Russische ambities richten zich opnieuw op de Balkan. De Tsaren willen Rusland nog steeds vestigen aan de Middellandse Zee en Constantinopel in hun rijk onderbrengen. De bevrijding van het orthodoxe geloof en het panslavisme (het Turkse juk van onze Servische broeders). In 1875 breekt er opstand uit in Bosnië een jaar later gevolgd door Bulgarije. In 1877 verklaard Rusland de oorlog aan het Turkse rijk De Russische ambities gaan tegen de Britse belangen in. Het UK is de grote zeemacht in de Middellandse Zee en heeft sinds het Suezkanaal en de verbinding naar India enorme belangen in het Midden-Oosten. Rusland dwingt in 1878 het Ottomaanse Rijk de vrede van San Stefano op wat leidt tot grote spanningen en oorlogsdreiging tussen het UK en Rusland. Bismarck belegt daarop het congres van Berlijn en is de vredestichter. Alle Europese grootmachten zijn hierin vertegenwoordigd en er wordt een verdeling besproken van het zwakke Ottomaanse Rijk. Het congres van Berlijn voorkomt een Europese oorlog maar legt de basis voor de problemen die leiden tot WO I. Rusland trekt het San Stefano verdrag in. In ruil wordt het zuiden van Kaukasus Russisch. Servië, Montenegro en Roemenië worden zelfstandige staten en Bulgarije wordt in drie zones opgedeeld met wisselende vormen van autonomie. Oost.-Hong. krijgt Bosnië als protectoraat maar krijgt niet het recht het land te annexeren. Cyprus valt aan het UK en Tunesië en Algerije aan Frankrijk. Italië wordt een belofte gedaan dat het in de toekomst Albanië krijgt. Egypte wordt semi-autonoom binnen het Ottomaanse Rijk en maakt een periode van sterke verwesterlijking door. Bestuur en handel worden gemoderniseerd maar dit kost enorm veel geld. Een oplossing in 1875 is de verkoop van de aandelen in het Suez-kanaal aan het UK. Dit is geen structurele oplossing en in 1879 dwingen westerse banken de vorst van Egypte af te treden. De nieuwe hervormingsgezinde vorst (Tewfik) wordt geconfronteerd met sterke antiwesterse gevoelens in zijn land. Kolonel Arabi zet in 1882 aan tot opstanden in Alexandrië die zich richten op de Britse belangen in het land. Het UK voert daarop zeebombardementen uit op de stad en Britse troepen landen in de Nijldelta. Het UK verslaat vervolgens de opstandelingen van Arabi en vestigen een Brits protectoraat over Egypte. Het UK wordt daarmee de grootste Europese mogendheid in het Midden Oosten in plaats van Frankrijk. Frankrijk begint daarop met de expansie van de kolonie in Algerije over Tunesië en Marokko. Duitsland heeft die ambitie ook maar krijgt daarvoor geen ruimte. In 1900 grijpen de Jonge Turken de macht in Constantinopel. Zij herstellen de grondwet en parlement van 1876. Bij het uitbreken van WO I in 1914 verklaart Rusland het Ottomaanse Rijk opnieuw de oorlog waardoor het rijk in de armen van de as-mogendheden wordt gedreven. Na de oorlog wordt het resterende deel van het Rijk behalve het Turkije zelf

ingericht als Brits en Frans protectoraat (Syrië, Libanon, Jordanië, Palestina, Irak en Kuweit). In 1923 komt het Ottomaanse Rijk ten einde wordt door Kemal Ataturk de Turkse Republiek gevestigd.

Run op Afrika
Donker Afrika is aan het einde van de 19de eeuw grotendeels onbekend terrein. Alleen de kustgebieden zijn onder Europees bewind gebracht. De jezuïtische arts dr. Livingstone is Afrika ingetrokken en heeft hij zich gevestigd bij de inheemse stammen. De journalist Stanley zorgt in 1841 voor een mediahype door heem weer op te zoeken en zo Afrika op de kaart te zetten. Stanley is een imperialist en ziet de enorme mogelijkheden van Afrika. Hij richt in 1878 met de Belgische koning Leopold II een particulier bedrijf op: de International Congo Ass. Deze privé onderneming is niet van de Belgische staat. Stanley reist in 1882 naar Congo en begint met het vestigen van een Belgisch\privé domein. De overige Europese naties zien dat België enorme delen van Afrika begint te claimen en beginnen daarop halsoverkop hun eigen run op Afrika. Duitsland trekt vanuit Zanzibar naar het westen, Frankrijk vanuit de westkust en de koloniën naar het oosten. Portugal met steun van het UK via eigendommen in Angola en Mozambique. In 15 jaar wordt heel Afrika opgedeeld. In 1885 belegd Bismarck opnieuw een congres in Berlijn om de problemen op te lossen die door de run op Afrika zijn ontstaan. Hij ziet zelf weinig in het Afrikaanse avontuur maar wordt door de andere mogendheden min of meer gedwongen mee te doen. Op het congres wordt een internationaal mandaat over Congo gevestigd. Congo is een vrijstaat geworden die voor alle grootmachten toegankelijk is. Binnen de vrijstaat mogen geen handelsbarrières worden opgezet. Daarnaast worden de claimen op Afrika gereguleerd. Gebied moet door troepen of een administrateur onder controle zijn gebracht voordat de claim erkend wordt. In 1889 volgt het congres van Brussel. Hierin wordt een eerste poging gebracht de leefomstandigheden van de inheemse bevolking te reguleren. Er wordt een poging gedaan de slavenhandel af te schaffen, rechten van de bevolking worden vastgelegd en drank, wapens en misbruik worden aan banden gelegd. Brussel voorkomt echter niet dat Leopold II enorme wantoestanden in Congo aanricht uit commerciele drijfveren. Er heerst in de vrijstaat een neoslavernij in de rubberindustrie. Het milieu wordt zwaar beschadigd door de kap van rubberbomen. De koning komt in financiële problemen en leent in 1889 en 1895 geld van de Belgische schatkist. In 1901 wordt Congo aan België te koop aangeboden maar het parlement in Brussel stemt tegen. Dan volgt in 1904 een internationaal schandaal rondom het Belgische optreden van de vorst en de overige Europese mogendheden dwingen België in te grijpen. Kongo wordt in 1908 een Belgische kolonie.

Europese overheersing
Europeanen onderhandelen met een stamhoofd over de juridische verkoop van land, mijnbouw concessies etc. Ze zien het stamhoofd als leider en dichten hem machten toe die hij helemaal niet heeft. Door bevoordeling van een elite/minderheid richt Europa een indirecte overheersing op. Arbeid is in Afrika een groot probleem. De stammen zijn vaak nomadisch en zijn niet bekend met geld en er hebben er geen behoefte aan. Men is niet bekend met werken in loondienst. Als oplossingen worden stamhoofden door de Europese machthebbers gedwongen periodiek groepen arbeiders te leveren, worden er belastingen geheven op de stammen die alleen betaalbaar zijn in geld. Om aan geld te komen moet men dan maar betaalde arbeid verrichten. Door het in beslag nemen van land worden nomaden gedwongen zich te gaan vestigen in reservaten. De arbeidsomstandigheden in Afrika zijn hierdoor zeer

slecht. Toch groeit er langzaam een Afrikaanse elite die naar Europa wordt gestuurd om te studeren. Deze elite met de westerse opleiding staat aan het begin van het Afrikaanse nationalisme. De run op Afrika leidt uiteraard tot conflicten tussen de koloniale grootmachten en de tussen de grootmacht en de plaatselijke bevolking. In 1896 probeert Italië vanuit de kustgebieden het Koninkrijk Ethiopië te onderwerpen. De Italianen worden dat jaar bij Adowa verslagen door de Ethiopische troepen waardoor Ethiopië als één van de weinige Afrikaanse naties blijft bestaan. Duitsland is in bezit van Kameroen, Oost-Afrika, Togo en Zuidwest Afrika. Frankrijk bezit over heel west Afrika en het UK over Zuid-Afrika, Zimbabwe, Gambia, Kenya en Egypte. De Europeanen voeren een politiek van het aansluiten van hun gebieden. Frankrijk gaat daarin van west naar oost en het UK van noord naar zuid. Beiden claimen gebieden in de Sudan. Bij Fashoda komen troepen van de Franse kapitein Marchand en de Britse generaal Kitchener elkaar tegen. Tussen de twee landen ontstaan grote spanningen en Fashoda leidt bijna tot oorlog. Frankrijk trekt zich uiteindelijk terug omdat het bang is in een oorlog terecht te komen waarin het UK en Duitsland een alliantie sluiten. Fashoda versterkt in heel Europa de anti-Britse gevoelens en de populariteit van het UK is tot een dieptepunt gedaalt. In de noord-zuid politiek van het UK speelt de Zuid Afrikaanse premier Cecil Rhodes een essentiële rol. Hij formuleert de politiek en wordt geconfronteerd met twee boerenrepublieken die ten noorden van Zuid-Afrika in de weg liggen. De boerenrepublieken Transvaal en Oranjevrijstaat zijn samengesteld uit voormalig Nederlandse kolonisten die voor de Britse controle van Zuid-Afrika zijn weggetrokken. Kort daarop worden er in Transvaal diamanten en goud ontdekt en de boeren weigeren de Britten en de Zuid Afrikaanse regering toestemming voor ontginning. In 1895 organiseert Rhodes de Jameson Raid in een poging revolutie uit te lokken in Transvaal. De raid mislukt en wakkert de anti-Britse gevoelens wereldwijd nog verder aan. Keizer Wilhelm II gaat zelfs zover de president van Transvaal Paul Kruger een felicitatietelegram (het Krugertelegram) te sturen met mededeling dat Transvaal altijd op Duitse steun kan rekenen. Het UK geeft niet op en in 1899 vallen Britse troepen de twee boerenrepublieken binnen. De boerenoorlog is een verbeten guerrillaoorlog waarin het UK overgaat tot internering en de vorming van concentratiekampen. Uiteindelijk worden de twee republieken in 1902 onderworpen maar de kosten en de internationale schade is onvoorstelbaar. Het Fashoda-incident, de Jameson Raid en de daarop volgende Boerenoorlog maken het UK duidelijk dat het zonder bondgenoten is. Europa is volledig anti-Brits. Dit zorgt voor een radicale koerswijziging van de Britse buitenlandse politiek en uiteindelijk voor het Entente Cordiale tussen het UK en Frankrijk en daarmee de basis voor Frans-Britse ontspanning. De Britse noord-zuid verbinding wordt uiteindelijk in Afrika na WO I gerealiseerd. De Duitse koloniën worden door de nieuwe Volkenbond onder Italiaans, Frans en Brits mandaat gebracht.

Imperialisme in Azië
In Azië liggen halverwege de 19de eeuw de twee ‘ideale’ koloniën: Brits en Nederlands Oost Indië. Beide gebiedsdelen leveren meer grondstoffen dan dat ze aan importen nodig hebben. Naast dit exportsurplus beschikken beiden over een grote interne markt en een verdeelde inheemse bevolking waardoor bestuur eenvoudig is. Daar komt een interne semi-industriële

ontwikkeling bij zonder dat die de eigen industrie bedreigt en het feit dat geen enkele andere Europese mogendheid de suprematie van het UK of Nederland aan kan tasten. In Nederlands Indië worden in de 19de eeuw de ketens van handelsposten omgezet naar een territoriaal gezag. Deze Nederlandse politiek is mede gebaseerd ter voorkoming van de groei van de macht van het UK, Frankrijk en Duitsland in de regio. Daarnaast is bescherming tegen de piraterij noodzakelijk. De Nederlands Indische overheid verbiedt vanaf 1870 gedwongen arbeid. Uniek in het imperialisme is de instructie en overheidsvoering in de inheemse talen Javaans en Maleis. Hierdoor kan de bevolking efficiënter ingezet worden omdat die niet eerst wordt gedwongen een vreemde taal te leren. In Brits India breekt in 1857 een grote muiterij uit tegen de Britse overheersing. Als gevolg hiervan verandert de Britse Indische politiek en gaat men over tot vestiging van territoriaal gezag. Plaatselijke machthebbers worden vervangen, ‘onbeschaafde’ cultuuruitingen worden verboden, sekten worden uitgeschakeld en de muiterij wordt hard de kop ingedrukt. Na de muiterij wordt het Mogulrijk door de Britten ontmanteld. Boven de tientallen Indische vorsten, prinsen en andere machthebbers wordt in 1877 Koningin Victoria als Keizerin van India uitgeroepen. In tegenstelling tot Nederlands Indië is de voertaal in India engels. Hierdoor ontwikkelt zich een engelstalige Indische elite waar de intelligentsia onderdeel van uitmaken. In deze groep ligt de basis voor het Indische nationalisme. In het noorden van Azië richt Rusland zich op expansie. De staat is ingesloten door land en ijs en is hard op zoek naar een warme zeehaven. Expansie is gericht op de oceanen: de Zwarte Zee, de Oostzee, de Perzische Golf, de Indische Oceaan en de Stille Oceaan. Aan de Pacific wordt uiteindelijk Wladivostok gesticht. Russische druk richt zich met name op het Perzische rijk en Afghanistan en komt hierdoor in conflict met de Britse belangen in India, Pakistan en Afghanistan. In 1905 breekt er in Perzië een opstand uit tegen de interventie van buitenlanders. De Perzische nationalistische beweging richt een parlement op. In 1907 worden Perzië en Afghanistan door het UK en Rusland verdeelt in invloedssferen. Hierdoor wordt voorkomen dat Rusland Perzische havens in bezit krijgt.

China
Aan het einde van de Qing-dynastie krijgen de Europeanen handelsconcessies in ruil voor steun tegen opstandelingen. Deze opstanden worden veroorzaakt door lokale problemen. De enige export van het UK (India) waar vraag naar is in China is opium. Opium in ruil voor thee. De Chinese overheid probeert in 1839 deze handel aan banden te leggen en te beheersen. Hierop breekt de opiumoorlog uit. De Chinezen worden in 1841 gedwongen concessies te doen. In 1850 breekt de Taiping opstand uit. Opstandelingen vestigen in Zuid China een zelfstandige staat tegen de Mantsjoerijse Keizers. China valt uiteen in losse gebieden met eigen warlords. Frankrijk en het UK dwingen in 1857 in een tweede oorlog de Chinezen om Europese handelaren en diplomaten te ontvangen. De oorlog leidt tot verschillende verdragen tussen China en Europa. Hong Kong wordt Brits eigendom, de havens van Shanghai en Kanton worden ‘verdragshavens’, in het land worden internationale zones aangelegd die buiten het Chinese recht vallen en Europese en Amerikaanse oorlogsschepen patrouilleren de Yangtse rivier. De Chinese macht is intern en extern gebroken en de Qing dynastie wordt door de Europeanen in standgehouden. Het imperialisme in China kent veel spelers. Rusland vestigt in 1860 Wladivostok aan de Grote Oceaan. Japan erkent in 1870 de onafhankelijkheid van Korea. Frankrijk beheerst vanaf 1883 Indochina en in 1886 wordt Birma door het UK geannexeerd.

Japan verrast de westerse mogendheden in 1894 om als eerste niet westerse natie imperialistische ambities te verwezenlijken. Het verklaart de oorlog aan China over Korea. De oorlog wordt door de moderne Japanse troepen snel gewonnen en in het Verdrag van Shimonoseki (1895) staat China Formosa (Taiwan) af aan Japan. Daarnaast wordt een Japans protectoraat over Korea gevestigd en bezetten Japanse troepen Port Arthur aan de Gele Zee. Japanse ambities gaan verder in Mantsjoerije en komen daardoor in rechtstreeks conflict met de Russische. De Russen werken aan een transsiberië verbinding naar Wladivostok en moeten daarbij door Mantsjoerije. De Europese mogendheden dwingen daarop Japan om de bezetting van Port Arthur ongedaan te maken. Naar Japans voorbeeld beginnen de Chineze Qing keizers met een radicale verwesterlijking. De Europeanen reageren hierop met de opdeling van grote concessies tussen Duitsland, Rusland, Frankrijk en het UK. De VS zijn tegen deze concessiepolitiek en voorstander van de ‘Open Door’ politiek. China moet in die opinie intact worden gelaten maar open voor westerse handel. De westerse politiek leidt in 1899 tot een grote volksopstand (de Boxeroorlog) in China tegen de buitenlandse interventies. Een internationale troepenmacht (Europa, VS, Japan) slaat de opstand neer. De Qing dynastie versnelt daarop de modernisering. Het volk wordt steeds revolutionairder en in Zuid-China vestigt zich Sun Yat-Sen.

De Russische-Japanse Oorlog
Rusland kan zich geen tweede grootmacht in het oosten permitteren. Daarnaast heeft de tsaar hard een crisis nodig om interne protesten tegen zijn regime te onderdrukken. De verbinding Siberië – Wladivostok wordt daarvoor aangegrepen. Japan heeft met lede ogen gezien hoe de eigen overwinning op China verloren is gegaan aan Rusland met de bezetting door Russische troepen van Port Arthur. In 1902 sluit Japan met het UK een militair verbond tegen Rusland. In een verrassingsaanval valt het daarop in 1904 de Russische troepen in de havenstad aan. Japan trekt daarop Mantsjoerije binnen en onmoet de Russische troepen in de Slag bij Mukden. Deze eerste moderne veldslag wordt door alle grootmachten gevolgd als voorbeeld voor een toekomstige oorlog. Rusland laat de Baltische vloot overkomen naar Japan. Zowel de vloot (Zeeslag in de Tsushimastraat) als de Slag bij Mukden worden door de Russe verloren. De VS hebben geen belang bij de totale overwinning van één partij en president Theodore Roosevelt stuurt daarop bij beiden aan op onderhandelingen. In Portsmouth (VS) wordt in 1905 het vredesverdrag gesloten. Japan krijgt Port Arthur en bezit nu een strategische positie voor de latere onderwerping van Mantsjoerije. Rusland richt zich na 1905 weer op Europa en gaat een actieve rol spelen in de zich herhalende Balkancrises. Datzelfde jaar breekt er een eerste revolutie uit tegen de Tsaar. De Japanse overwinning inspireert niet westerse landen. Door modernisering en verwesterlijking is het mogelijk om het imperialisme af te schudden. In Azië betekend het een sterke groei van het nationalisme. In 1905 volgt een revolutie in Perzië, in 1908 in Turkije en in 1911 in China. Het dwingt de imperialistische machten Nederland en het UK in Ned. Indië (1916) en Brits Indië (1909) tot het doen van verregaande concessies in zelfbestuur.

Hoofdstuk 17: De Eerste Wereldoorlog (1914 – 1919)
Chronologie
1871 AD Frans – Pruisische oorlog Oprichting Keizerrijk Duitsland Frans – Russische Alliantie Alliantie Duitsland – Oost.-Hong. Triple Alliance: Duitsland – Oost.-Hong. – Italië Krugertelegram Fashoda-incident Entente Cordiale: UK en Frankrijk Eerste Marokko crisis Japans – Russische oorlog Turkse revolutie: Jonge Turken Buchlau conferentie: Oost.-Hong. en Rusland Eerste Balkan crisis Tweede Marokko crisis Italiaans – Turkse oorlog Eerste Balkanoorlog: Bulgarije – Servië – Griekenland versus Turkije Tweede Balkan crisis Tweede Balkanoorlog: Bulgarije versus Servië versus Griekenland Derde Balkancrisis: Servische terrorist Prinzip vermoordt Franz-Josef de kroonprins Oost.-Hong. Oost.-Hong. stelt ultimatum aan Servië en krijgt vrijbrief van Duitsland Servië krijgt steun van Rusland Oost.-Hong. verklaart oorlog aan Servië Rusland mobiliseert Duitsland eist staking mobilisatie: ‘Willy-Nicky correspondentie’ Duitsland verklaart oorlog aan Rusland Duitsland verklaart oorlog aan Frankrijk UK verklaart oorlog aan Duitsland Japan verklaart oorlog aan Duitsland Eerste Slag aan de Marne: Frankrijk versus Duitsland Von Schlieffenplan faalt Slag bij Tannenberg: Duitsland versus Rusland Slag bij de Manzurische Meren: Duitsland versus Rusland Japanse verovering: Duitse concessies in Stille Oceaan en China Opmars Oost.-Hong. en Duitsland door Rusland Landingen bij Gallipoli: aanval op Turkse Dardanellen Totale Duitse duikbootoorlog: torpederen van de Lusitania Protesten VS: Duitsland staakt totale duikbootoorlog Zeeslag bij Jutland: UK verslaat Duitse vloot Japans ultimatum aan China Japanse invasie van Mantsjoerije: vestiging protectoraat Verdrag van Londen: Italië sluit zich aan bij de Triple Alliance Italië verklaart oorlog aan Oost.-Hong. Slag om de Somme: Frankrijk – UK versus Duitsland Slag om Verdun: Duitsland versus Frankrijk – UK

1879 AD 1882 AD 1895 AD 1898 AD 1903 AD 1905 AD 1908 AD

1911 AD 1912 AD 1913 AD 1914 AD 28 jun

1 aug 3 aug 4 aug 5-12 sep

1915 AD

mei 1916 AD

Marine blokkade van Duitse havens Ierse nationalist Sir Roger Casement landt met Duitse U-Boot Ierse opstand tegen Britse overheersing VS poging tot vredesbesprekingen faalt Zimmerman-telegram Duitsland aan Mexico 1917 AD Lenin met Duitse steun naar Rusland overgebracht Russische revolutie (zie volgend hoofdstuk) Heropening Duitse totale duikbootoorlog Tsaar Nicolaas II treedt af VS verklaart Duitsland de oorlog Frankrijk: defensieve taken UK: offensieve taken Slag bij Passchendaele (Ieper) Slag bij Caporetto: Oost.-Hong. verslaat Italië Vrede van Brest-Litovsk: Duitsland – communistisch Rusland Opbouw VS troepen in Europa Tweede Slag aan de Marne: Duits offensief mislukt Geallieerd offensief (UK-Frankrijk-VS) breekt Duitse linies Tweede geallieerd offensief: Duitse generale staf stelt dat oorlog niet meer gewonnen kan worden Begin vredesbesprekingen Muiterij Duitse marine in Kiel Keizer Wilhelm II treedt af en vlucht naar Nederland Wapenstilstand Uiteenvallen Oost.-Hong. Vredes van Parijs: - St. Germain: Oostenrijk - Trianon: Hongarije - Neuilly: Bulgarije - Sèmes: Turkije - Versailles: Duitsland

1 feb 15 mrt 6 apr

3 dec 1918 AD 30 mei jul sep

3 nov 9 nov 11 nov 1919 AD

Grote Lijn
De eerste wereldoorlog wordt gezien als een onvermijdelijke oorlog. Veel mensen zien oorlog en geweld als een vanzelfsprekende zaken die de onderlinge relaties tussen staten weer eens recht zetten. Het UK – Frankrijk en Rusland vormen de Triple Entente. Duitsland test in een tweetal crises in Marokko (1905 en 1911) de kracht van de Triple Entente. Beide keren sluit het UK zich aan bij Frankrijk. Duitsland vormt met Oost.-Hong. en Italië de Triple Alliance. De oorlog wordt uiteindelijk veroorzaakt door een serie crises in de Balkan waar steeds Servië de verliezer is. Daarnaast is het Duitse oorlogsplan (Von Schlieffenplan) gericht tegen de omsingeling door Frankrijk en Rusland. Frankrijk is zwakker dan Duitsland en is daardoor gedwongen Rusland te steunen. Zowel Rusland als Oost.-Hong. zijn staten met enorme interne problemen en hebben niets te verliezen in een oorlog. Ook de ambitie van keizer Wilhelm II speelt een rol. Hij wil van Duitsland een grootmacht maken en wordt geconfronteerd met een steeds sterkere interne beweging die voor meer democratie en antimilitaristisch. Europese internationale politiek is aan het begin van de 20ste eeuw gebaseerd op het recht van de sterkste.

De oorlog begint met het idee dat het een korte oorlog is waarin de verhoudingen opnieuw worden bepaald. Het Von Schlieffenplan faalt echter door het Duitse verlies in de eerste Slag aan de Marne en de snelle mobilisatie van Rusland waardoor Duitse divisies uit Frankrijk moeten worden teruggetrokken. Het westfront komt tot stilstand en mond uit in een loopgravenoorlog waarin beide kanten grootschalige offensieven lanceren waarbij miljoenen doden vallen zonder enige strategische overwinning. In het oosten rukken Oost.-Hong. en Duitsland wel heel ver Rusland in. Het UK gaat over tot een zeeblokkade van Duitsland wat regelmatig tot conflicten met de VS leidt. Duitsland begint een totale duikbotenoorlog en zinkt ook amerikaanse schepen (Lusitania 1915). Door VS druk wordt deze tactiek gestaakt. In de zoektocht naar nieuwe bondgenoten sluit Italië zich bij de geallieerden aan en verklaart Oost.-Hong. de oorlog in ruil voor Zuid-Tirol. Vooral Duitsland probeert opstanden te stoken in de vijandelijke landen (opstand in Polen, Oekraïne, Ierland, Rusland en Mexico). Rusland valt aan communistische revolutie (1917) en sluit zelfstandig vrede met Duitsland en staat grote gebieden af. In 1917 wordt een Duits telegram (Zimmerman-telegram) onderschept waarin Mexico wordt aangezet tot oorlog tegen deVS. De VS verklaart daarop oorlog aan Duitsland. 1918 is een jaar waarin zich een “oorlogsrace” voltrekt. De VS bouwt een troepenmacht op in Europa en Duitsland trekt zijn troepen terug uit Rusland om ingezet te worden aan het westfront. De race wordt door de Amerikanen gewonnen en Duitsland wordt tot vredesbesprekingen gedwongen. De Duitse generale staf adviseert de Keizer af te treden zodat er vrede wordt gesloten door burgers en het leger niet de schande van overgave hoeft te ondergaan. Opstanden, stakingen en muiterij in Duitsland doen Wilhelm II aftreden. Op 11 november volgt de wapenstilstand. Bij de Vrede van Versailles worden de onderhandelingen geleidt door de VS. Er wordt onderandere besloten Duitsland voor de kosten van de oorlog te laten betalen en een cordon sanitaire van landen rondom de nieuwe USSR aan te leggen. De slavische landen uit het oude Oost.-Hong. worden onafhankelijk. Door WO I wordt de VS een economische grootmacht. Van een kapitaalimporterende natie wordt het de grootste kapitaalexporterende natie. De enorme nationale schulden die de geallieerden in Europa aan de VS hebben lokt een inflatie uit. De Europese macht is in WO I volledig weggevallen en in Afrika en Azië komt het nationalisme op.

Internationale verhoudingen
Vanaf 1900 is Duitsland een economische en industriële grootmacht. Door de Duitse macht voelt Frankrijk zich ernstig bedreigt. Al sinds de Franse nederlaag in 1871 heeft het tegen Duitsland een alliantie met Rusland gesloten. Frankrijk doet grote leningen aan Rusland. In 1879 sluiten Oost.-Hong. en Duitsland een bondgenootschap waar in 1882 Italië zich bij aansluit. Dit bondgenootschap wordt de Triple Alliance genoemd. Europa is fel anti-Brits. Na de incidenten bij Fashoda, de Britse opstelling in de boerenoorlog en de isolationistische politiek (Splendid Isolation) erkent het UK dat het zonder bondgenoten is. In 1903 zoekt het daarom toenadering tot Frankrijk en wordt de Entente Cordiale gesloten. Hierin spreken het UK en Frankrijk af dat beiden het oneens mogen zijn zonder dat het op oorlog hoeft uit te lopen. Een verdrag van wederzijdse vriendschap. Men kiest voor Frankrijk omdat de Duitse vlootopbouw een steeds grotere bedreiging voor de Britse begint te worden. Daarnaast zijn de Britten het Krugertelegram van de Duitse keizer aan de president van Transvaal niet vergeten. Ook spelen politiek morele bezwaren een rol. Het UK is een oude parlementaire democratie en Duitsland een autocratie. De Entente Cordiale wordt geen vast

bondgenootschap tussen het UK en Frankrijk. Dit komt door het bondgenootschap van Frankrijk en Rusland. Rusland is ook autocratisch en de Russische expansie botst regelmatig met Britse belangen in de Middellandse Zee en het Middenoosten. De drie landen samen vormen een lossere Triple Entente. Duitsland test vervolgens de kracht van het Entente Cordiale en de bereidwilligheid van het UK om de afspraken na te komen. In 1905 arriveert Keizer Wilhelm I met een Duits oorlogsschip in Marokko waar hij pleit voor Marokkaanse onafhankelijkheid van Frankrijk. Op de internationale conferentie die op de opgelopen spanningen in 1906 volgt wordt Duitsland gesteund door Oost.-Hong. Het UK kiest de Franse kant en de Franse belangen in Marokko worden internationaal erkend. In 1911 probeert Keizer Wilhelm II opnieuw een wig te drijven tussen het UK en Frankrijk. Hij stuurt de Duitse marine opnieuw naar Marokko om Duitse belangen te beschermen. Hij stelt Frankrijk voor dat in ruil voor de Franse Kongo de Duitse marine geen problemen in Marokko zal maken. Deze diplomatieke chantage wordt in het UK door de premier David Lloyd George voor het parlement gebracht en maakt de Britse politiek overtuigd anti-Duits. Het UK kiest de Franse kant en Duitsland weet alleen enkele kleine grenscorrecties te realiseren.

De Balkancrises
In de Balkan is met het wegvallen van het Ottomaanse Rijk een aantal nieuwe staten ontstaan die allemaal hun eigen expansieve doelen na streven. Servië streeft naar een groot Slavisch rijk. Het wordt daarin gesteund door Rusland dat na het verlies in 1905 in de JapansRussische oorlog zich weer concentreert op de Balkan. Rusland doet nog steeds pogingen om Constantinopel te bemachtigen en daarmee de doorgang voor de Russische vloot uit de Zwarte Zee naar de Middellandse Zee veilig wil stellen. Het Ottomaanse Rijk is in 1908 ten prooi gevallen aan revolutie en wordt geregeerd door de “Jonge Turken” die van het rijk een natie-staat willen maken en niet nog meer grondgebied willen verliezen. Servische politiek is vooral gericht op expansie naar zee en de bemachtiging van een haven. Bosnië wordt daardoor als onderdeel van Servië gezien maar staat onder protectie van Oost.-Hong. De eerste Balkancrisis wordt veroorzaakt door een geheime deal tussen Oost.-Hong. en Rusland. Op de conferentie van Buchlau in 1908 steunt Rusland de annexatie van Bosnië door Oost.-Hong. in ruil daarvoor krijgt het Oostenrijkse steun voor de opening van de Bosporus voor de Russische vloot. Oost.-Hong. gaat dat jaar acuut tot annexatie over wat leidt tot grote protesten van Servië. Het Russische volk is niet op de hoogte van de geheime deal en steunt massaal de Serven. Rusland probeert dan Constantinopel te bemachtigen maar wordt daarin niet bijgestaan door de twee partners UK en Frankrijk. In de crisis wordt Bulgarije geheel onafhankelijk en breekt ook Kreta van het Ottomaanse Rijk af en kiest voor annexatie door Griekenland. De tweede Balkancrisis volgt op een Italiaanse oorlogsverklaring aan Turkije. In deze oorlog veroverd Italië Libië en eilanden in de Middellandse Zee. In 1912 verklaren Bulgarije, Servië en Griekenland Turkije ook de oorlog. Servië en Bulgarije eisen allebei Macedonië op en Griekenland en Servië hebben allebei claims op Albanië. Door deze conflicten komt het in 1913 tot oorlog tussen de Balkanlanden. Oost.-Hong. wil Servië buiten de Adriatische Zee houden terwijl Rusland de Serven steunt. Een internationale afspraak om de vrede te bewaren maakt van Albanië een onafhankelijke staat en voorkomt dat Servië beschikking krijgt over een haven.

Uitbarsting van de Oorlog
In beide Balkancrises is de Servische expansie steeds succesvol gedwarsboomd door Oost.Hong. Rusland is vernederd door de mislukte steun aan Servië. In de derde Balkancrisis van 1914 leidt dit tot de eerste wereldoorlog. Op 28 juni vermoordt Prinzip, een Servische nationalistische terrorist, Franz-Ferdinand de kroonprins van Oost.-Hong. en diens vrouw in Sarajevo, Bosnië. Oost.-Hong. overtuigt door het succes in de eerdere Balkancrises besluit dan tot het vernietigen van Slavisch Servië. De Habsburgse keizer krijgt van de Duitse Keizer Wilhelm II een vrijbrief om maatregelen te nemen en kan rekenen op Duitse steun. Servië stelt zich zeker van Russische hulp. Na het verstrijken van een ultimatum van Oost.-Hong. aan Servië wordt de oorlog verklaart. Rusland vermoedt Duitse steun voor Oost.-Hong. en begint met de mobilisatie. De Duitse Keizer eist vervolgens van de Russische Tsaar dat het land de mobilisatie staakt. De brieven tussen de twee neven wordt ook wel de ‘Willy-Nicky’ correspondentie genoemd. De Duitse strategie is gericht op het verslaan van Frankrijk en Rusland zonder dat het tot een tweefronten oorlog komt. In het Von Schlieffenplan is berekend hoeveel tijd het Rusland kost om te mobiliseren. Die tijd wordt gebruikt om Frankrijk te razendsnel te verslaan waarna de Duitse troepen naar Rusland worden gebracht om daar de Russen te verslaan. Bij mobilisatie van Rusland is Duitsland in dit plan gedwongen Rusland en Frankrijk de oorlog te verklaren. De Keizer stelt het plan in werking en op 1 augustus verklaart Duitsland Rusland de oorlog en op 3 augustus Frankrijk. De Keizer verwacht dat het UK zich buiten de oorlog zal houden en Duitse troepen trekken België binnen om de Franse Maginot-linie te ontwijken. Het UK heeft de onafhankelijkheid van België gegarandeerd en houdt zich aan de steun voor Frankrijk. Op 4 augustus verklaart het UK de oorlog aan Duitsland. In augustus 1914 verklaart ook Japan de oorlog aan Duitsland en bezet Duitse eilandengroepen in de Stille Oceaan. Ook de Duitse Chinese concessies vallen in Japanse handen. Japan stelt daarna in 1915 een ultimatum aan China. Na het verstrijken valt het Mansjoerije binnen en vestigt daar een Japans protectoraat.

Oorzaken
De oorlog wordt in grote mate veroorzaakt door de verdeling van Europa in twee kampen. Frankrijk is veel zwakker dan Duitsland en is dus gedwongen om een verbond met Rusland aan te gaan. Rusland en Oost.-Hong. zijn beiden bereid oorlog te voeren in Europa want de twee landen hebben enorme interne problemen. Zowel de Habsburgse keizer als de Tsaar heeft niets te verliezen. Daarnaast speelt de ambitieuze en agressieve politiek van Keizer Wilhelm die probeert van Duitsland een grootmacht te maken. Europese politiek is zowel in de economie als in het imperialisme een recht van de sterkste. Alle landen verwachten een korte oorlog waarin de relaties tussen de staten opnieuw worden bepaald.

Militaire ontwikkeling
Het Duitse Von Schlieffenplan faalt. Rusland mobiliseert veel sneller dan Duitsland verwacht mede dankzij de enorme Franse investeringen. De invasie van Frankrijk en België verloopt trager en Generaal Moltke wordt gedwongen troepen van het westfront terug te trekken en naar Rusland te sturen. De Franse Generaal Joffre geeft het bevel voor een tegenaanval. Tussen 5 en 12 september 1914 volgt de eerste Slag aan de Marne wat de Duitse opmars tot staan brengt. Duitsland trekt zich terug België in. Aan het oostfront verslaan de Duitsers de Russen massaal in de veldslagen bij Tannenberg en bij de Mazurische Meren. Het westfront

komt eind 1914 tot stilstand en beide kanten graven zich in. Het westfront wordt de lopengraven oorlog van machinegeweren en infanteriestellingen. Het oostfront daarentegen is wel in beweging. In 1915 richten Oost.-Hong. en Duitsland zich op het verslaan van Rusland maar ondanks enorme Russische verliezen mislukt dit. Door Russische agressie sluit Turkije zich in 1914 aan bij de Triple Alliance. Frankrijk en het UK proberen een verbinding met Rusland te bewerkstelligen. In 1915 volgen landingen van troepen uit het Britse commonwealth (Australië, New Zeeland en UK) in Gallipoli, Turkije. De aanval op de Dardanellen mislukt en kost honderdduizenden het leven. In 1916 begint Duitsland een grote operatie om de geallieerde linies te doorbreken. Het gewicht van het hele Duitse leger stort zich op de Franse stellingen bij Verdun. Generaal Petain vraagt herhaaldelijk om versterkingen bij Generaal Joffre maar die worden niet gezonden in verband met een komende eigen operatie aan de Somme. Petain houdt ondanks enorme verliezen stand. Tijdens de Slag om Verdun beginnen het UK en Frankrijk een eigen grootschalig offensief aan de Somme. Bij Verdun en aan de Somme verliezen miljoenen soldaten het leven en eind 1916 is het front niet wezenlijk veranderd.

Oorlog op Zee
Het UK begint een marineblokkade van de Duitse havens en houdt zich daarin niet aan de internationale wet die onderscheidt maakt tussen contraband en non-contraband. De neutrale landen (de VS, Nederland) protesteren tegen deze schending van het recht. Duitsland zet tegen de blokkade de U-Boot in en valt de aanvoerlijnen van voorraden uit de VS naar het UK aan. Keizer Wilhelm II kondigt de totale duikbootoorlog af. De Duitsers torpederen in 1915 het Amerikaanse passagiersschip de Lusitania wat leidt tot grote protesten uit de VS. Pres. Woodrow Wilson waarschuwt Duitsland dat een tweede incident zal worden opgeavt als een “bewust onvriendelijke handeling”. Duitsland heft daarop de totale duikbootoorlog op. De Britse en Duitse vloot ontmoeten elkaar in de Noordzee en het komt in de oorlog tot één grote zeeslag bij Jutland. Ondanks grote verliezen aan Britse kant trekt de Duitse vloot zich terug naar de havens en blijft daar de rest van de oorlog.

Diplomatieke ontwikkeling
Beide allianties zijn op zoek naar nieuwe bondgenoten. Door Russische agressie tegen het Ottomaanse Rijk kiest Turkije in 1914 al de kant van Duitsland en Oost.-Hong. Bulgarije is sterk anti-Servisch en kiest in 1915 de Duitse kant. Italië is officieel lid van de Triple Alliance maar heeft zich tot dan toe buiten de oorlog gehouden. De katholieken en socialisten in het land willen vrede terwijl de nationalisten de kans zien om oude Italiaanse gebieden te veroveren. Italië sluit zich na het geheime verdrag van Londen in 1915 aan bij de geallieerden in ruil voor Zuid-Tirol bij een overwinning op Oost.-Hong. In mei 1915 verklaard Italië Oost.-Hong. de oorlog en gaat het over tot de aanval. Frankrijk en het UK maken ook afspraken over opdeling van het Ottomaanse Rijk en beloven de Slavische landen autonomie in ruil voor steun. Duitsland steunt opstandige gebieden in het territorium van de vijand. Zo stookt het opstand tegen Russische overheersing op in zowel Polen als in Oekraïne. Een Duitse U-Boot brengt de Ierse nationalist Sir Roger Casement naar Ierland waar een Ierse opstand tegen Engelse

overheersing uitbreekt. In 1917 kan Lenin onder Duitse bescherming naar Rusland komen om daar deel te nemen aan opstand.

De val van Rusland en interventie van de VS
In 1916 probeert de Amerikaanse president, de overtuigd democratische liberaal Woodrow Wilson om vredesonderhandelingen te beginnen. Deze mislukken. Persoonlijk heeft Wilson een voorkeur voor de democratische naties en is hij tegen Duitsland. De Amerikaanse bevolking is door het Europese imperialisme niet echt pro-Brits of pro-Frans maar wel sterk anti-Russisch. Rusland is een ondemocratische autocratie en wordt daarom niet gesteund. Door de revolutie van 1917 (zie volgende hoofdstuk) en het aftreden op 15 maart van Tsaar Nicolaas II valt dit argument weg. Het Amerikaanse congres geeft een steunbetuiging aan de nieuwe machtshebbers. Duitsland probeert daarop de VS buiten de Europese oorlog te houden en belooft Mexico Duitse steun bij een oorlog tegen de VS. Het telegram (het Zimmermantelegram) wordt in 1917 onderschept en de publicatie zorgt voor een anti-Duitse publieke opinie. Daar komt de hervatting van de totale duikbootoorlog (1 februari 1917) en sabotage van de Amerikaanse industrie door Duitse agenten bij. De VS verklaart op 6 april 1917 Duitsland de oorlog. De VS schat ongeveer 6 maanden nodig te hebben voor opbouw van het leger in Europa. De Franse Generaal Nivelle houdt in die periode het front intact maar de zwaar verzwakte Franse troepen worden niet langer ingezet bij offensieve taken. Het Britse leger begint in 1917 nog wel een offensief wat uitmondt in de Slag bij Passchendaele (Ieper). Oost.-Hong. en Duitsland verslaan kort daarop Italië in de Slag bij Caporetto maar dankzij Britse en Franse steun houdt Italië stand. De VS schakelt om naar een oorlogsindustrie. Op 3 december tekenen de nieuwe Russische communistische machthebbers de Vrede van Brest-Litovsk. Rusland staat bij deze vrede grote delen van het territorium af. Duitsland begint daarop in razend tempo de troepen van het oostfront terug te trekken en naar het westfront te verplaatsen. In de race tussen Duitsland en de VS om de overwinning start Duitsland op 30 mei 1918 een groot offensief. Er volgt een tweede Slag aan de Marne waar Franse en Amerikaanse troepen de Duitsers tegen weten te houden. Met de komst van de Amerikaanse versterkingen worden de geallieerde troepen onder één bevel gebracht (de Franse Generaal Foch). Foch lanceert in juli een groot tegenoffensief waar voor het eerst sinds het begin van de oorlog terreinwinst wordt geboekt. In september 1918 volgt het laatste geallieerde offensief wat de kracht van het Duitse leger breekt.

Vredesbesprekingen
In Duitsland komt er begin 1918 vanuit het volk steeds meer weerstand tegen het leger. De Duitse generale staf onder bevel van Hindenburg en Ludendorf wil nog een poging doen om de overwinning te bereiken en begint op 30 mei een laatste offensief. Keizer Wilhelm II staat dan al bijna volledig buitenspel. De generale staf bestuurt Duitsland. Na het geallieerde offensief van september 1918 informeert de staf Keizer Wilhelm II van het feit dat de oorlog niet meer gewonnen kan worden. Ludendorf doet een poging om het leger te redden en adviseert de Keizer af te treden zodat een democratische regering vredesonderhandelingen kan beginnen. Hierdoor is het een burgerregering die de capitulatie kan tekenen in plaats van de generale staf. De officieren achten de kans groot dat een republiek betere voorwaarden voor vrede kan bedingen dan een autocratie.

President Wilson maakt de Duitsers duidelijk dat vrede alleen gesloten wordt met een vertegenwoordiging van het Duitse volk. Voor er van onderhandelingen sprake kan zijn eist hij verkiezingen. De liberale prins Max von Baden wordt de nieuwe Duitse premier en krijgt de last op zich om een voor Duitsland waardige oplossing te bereiken. Op 3 november breken muiterijen in de Marine in Kiel uit en volgt een algemene staking in heel Duitsland. De nieuwe liberale regering dreigt af te treden als Keizer Wilhelm niet aftreedt. Op 9 november 1918 stapt de Keizer op en vlucht naar Nederland. Vredesonderhandelingen met de Amerikaanse president Woodrow Wilson leiden op 11 november 1918 om 11:00 uur tot een wapenstilstand en het einde van de eerste wereldoorlog. Ook Oost.-Hong. valt uit elkaar. De Habsburgse Keizer Karel I doet afstand van de troon en uit het rijk ontstaan de nieuwe staten Tsjecho-Slowakije, Joegoslavië, een vergroot Roemenië, Hongarije en Oostenrijk. Vrede wordt in 1919 in Parijs gesloten. Met iedere staat wordt zelfstandig een vredesverdrag getekend. Vrede van St. Germain met Oostenrijk, vrede van Trianon met Hongarije, vrede van Neuilly met Bulgarije, vrede van Sèmes met Turkije en de vrede van Versailles met Duitsland. De onderhandelingen worden geleidt door Woodrow Wilson en hij heeft 14 democratische punten opgesteld waaronder het recht op zelfbeschikking voor ieder volk en de oprichting van een Volkenbond. Wilson wil een einde maken aan geheime diplomatieke onderhandelingen, de verdragcultuur, het internationale anarchisme en de machtspolitiek van de oude Europese grootmachten. Frankrijk hecht daar minder belang aan en is vooral geïnteresseerd in het bepalen van de schadevergoeding doe Duitsland het land moet betalen en veiligheidsgaranties van de VS en het UK. In Versailles worden alle naties, behalve Duitsland, wel gehoord maar valt de daadwerkelijke besluitvorming aan Wilson (VS), Clemanceau (Fr.), David Lloyd-George (UK) en Orlando (It.). Het door Frankrijk in 1871 verloren Elzas-Lotharingen komt weer terug bij de Franse republiek. Daarnaast wordt het Saarland een protectoraat onder bestuur van de Volkenbond en krijgt Frankrijk controle over de kolenmijnen. Polen wordt hersteld als staat en ontvangt Poznan, West Pruisen en Silezië. Danzig wordt een vrije stadstaat waardoor Duitsland van Pruisen (Königsberg) wordt gescheiden. Tsjecho-Slowakije kan het Duitstalige Sudetenland behouden en de Duitse koloniën komen allemaal onder beheer van de Volkenbond. De Duitse vloot valt aan de geallieerden maar de schepen worden door de bemanning tot zinken gebracht. Het Duitse leger wordt sterk beperkt in mankracht, training van officieren en zware wapens. De uiteindelijke schadevergoeding op basis van totale kosten van de oorlog is onmogelijk vast te stellen. In Versailles wordt afgesproken dat Duitsland alvast moet beginnen met betalen van een bedrag dat later zal worden bepaald. De Duitse handelsvloot gaat naar de geallieerden, het land wordt verplicht tot koolleveranties en alle eigendommen en tegoeden in het buitenland worden geconfisceerd. Tot slot krijgt Duitsland in een aparte clausule in 1919 de morele schuld van de oorlog op zich geschoven. Het verdrag wordt opgesteld zonder Duitse of Russische invloed en is voor Duitsland onmogelijk te accepteren. De liberale regering treedt daarop af. Onder dreiging van hervatting van oorlogshandelingen vormen Duitse sociaal democraten en katholieken een regering en tekenen het verdrag. Deze zwakke regering krijgt in Duitsland de schuld voor het vredesverdrag wat zorgt voor de slechte positie en matige populariteit van de nieuwe (Weimar) republiek

Economische, sociale en culturele invloed van WO I
Door het verlies van een generatie, de totale vernietiging en de afbraak van de vooroorlogse economie ten gunste van een oorlogseconomie, storten bijna alle grootmachten in één of krijgen zware klappen. Alleen de VS en Japan komen sterker uit de oorlog. In WO I is de oorlogseconomie ontwikkeld waarin de overheid een totale regie uitoefent op de nationale productie en arbeidsinzet. Importen en exporten worden gequoteerd en consumptiegoederen gaan op de bon ten behoeve van de oorlogsinzet. In Duitsland wordt de distributie van de schaarse voorraden geregeld door de joodse Walter Rathenau die een soort oorlogssocialisme opzet. Door grote creativiteit weet hij grondstoffen zo doeltreffend mogelijk in te zetten voor de oorlog. Door het vertrek van de meeste jonge mannen naar het front nemen vrouwen in heel Europa de arbeidsplaatsen over. Hierdoor krijgt het feminisme een extra impuls. Kapitaal wordt door de geallieerden massaal uit de VS geïmporteerd. Voor de oorlog is de VS nog een geldlener terwijl het land na 1918 één van de grootste kredietverstrekkers is. Om deze nationale schuld af te betalen zal in Europa de export groter moeten zijn dan de import en dat is in geen enkel Europees land meer het geval. Gevolg is een sterk oplopende inflatie. In Azië en Afrika komt het nationalisme op. Tijdens de oorlog is de Europese imperialistische macht ondermijnd. De koloniën (India) produceren voor een eigen markt en zoeken andere kanalen voor de import die normaal door het moederland wordt geregeld.

Hoofdstuk 18: Russische Revolutie en de Sovjetunie
Chronologie
1861 AD 1881 AD 1894 AD 1898 AD 1903 AD 1905 AD jan Tsaar Alexander II schaft horigheid af: liberalisatie van Rusland Tsaar Alexander II sterft: vermoord Tsaar Alexander III, tsaar van Rusland Tsaar Alexander III sterft Tsaar Nicolaas II, tsaar van Rusland Oprichting Sociaal Democratische Arbeiders Partij Partijcongres Russische Marxisten opkomt bolsjewisme en mensjewisme ‘Bloedige Zondag’ Oprichting Constitutionele Democratische Partij (cadetten) Russisch – Japanse oorlog Russische Revolutie ‘Oktober Manifest’: Tsaar staatt parlementaire vertegenwoordiging toe Begin Russische Duma Hervormingen van Stolypin Stolypin vermoord Mobilisatie en begin WO I Slag bij Tannenberg en Slag bij de Manzurische Meren Pacifistische socialisten: Zimmerwald programma Duits/Oost.-Hongaarse opmars door Rusland Opheffing Duma Voedselopstand en algemene stakingen Oprichting van de sovjets: marxistische arbeidersgroepen Eerste Russische Revolutie Tsaar Nicolaas II gedwongen af te treden Russische Republiek Liberale regering zet WO I voort Tweede Russische Revolutie Bolsjevisten en sovjets tegen liberale regering Belegering Winterpaleis in St. Petersburg Rusland Communistisch Communisten sluiten vrede van Brest-Litovsk Staan grote stukken land af aan Duitsland Russische burgeroorlog Oprichting derde socialistische internationale Nieuwe economische politiek van Lenin Einde Russische burgeroorlog Begin Rode Terreur Oprichting USSR Lenin sterft Conflict tussen Trotsky, Bukharin en Stalin Stalin grijpt de macht: Trotsky verbannen Opkomst Stalinisme en leiderscultus: totalitaire dictatuur Eerste 5 jaren plan

okt 1906 AD 1911 AD 1914 AD 1915 AD 1916 AD 1917 AD 8 mrt 17 mrt

nov

3 dec 1918 AD 1919 AD 1921 AD 1922 AD

1924 AD 1927 AD 1928 AD

1932 AD

1934 AD 1936 AD 1937 AD 1938 AD

1939 AD 1940 AD 1980 AD

Tweede 5 jaren plan Hongersnood in de Oekraïne Rechtszaken tegen oude Bolsjevisten: doodstraffen Serge Kirov vermoord Begin grote terreur van de KGB Nieuwe grondwet voor USSR Rechtszaken tegen Stalin’s tegenstanders in het leger: doodstraffen Derde 5 jaren plan Executie Bukharin Einde grote terreur van de KGB von Ribbentrop-Pact: Rusland en Duitsland Begin WO II Trotsky in Mexico vermoord Rehabilitatie van Trotsky in Sovjetpers en geschiedenis

Grote Lijn
Met de regering van Tsaar Alexander II wordt in Rusland een liberale beweging toegestaan die het land meer in lijn probeert te brengen met Europese democratieën. De horigheid wordt afgeschaft, de rechtsspraak geliberaliseerd en in 1881 AD tekent Alexander II een edict waarin een zwak parlement wordt opgericht. Na de moord op Alexander II komt Alexander III aan de macht die een fel anti-revolutionair, anti-liberaal en anti-socialistisch bewing voert. Onder zijn regering wordt het parlement weer ingetrokken.Zijn zoon Nicolaas II volgt hem in 1894 op en handhaaft de autocratische stijl van regeren. Hij hoopt dat een korte succesvolle oorlog de problemen in het land van zijn regering op het buitenland zal richten. In 1905 verliest Rusland de Russisch-Japanse oorlog en wordt Nicolaas II geconfronteerd met een revolutie. In oktober staat de Tsaar een parlementaire vertegenwoordiging toe wat de opstandelingen verdeelt. Liberalen nemen zitting in het parlement terwijl de boeren en marxisten er geen genoegen mee nemen. De Tsaar kan met liberale steun aan de macht blijven. In de periode daarna begint Stolypin met hervormingen. In 1916 wordt het parlement opgeheven in verband met de eerste wereldoorlog. De verliezen bij Tannenberg en de Manzurische Meren demoraliseren het Russische leger. In Rusland breken opnieuw voedselopstanden en algemene stakingen uit. In diverse steden komen arbeidersgroepen aan het bewind: de Sovjets. Op 17 maart keert de Tsaar terug van het front maar wordt door het leger tegengehouden en gedwongen af te treden. Rusland wordt een Republiek waarin de liberale republikeinen vanuit het Winterpaleis in St. Petersburg de oorlog proberen voort te zetten. In november breekt een tweede revolutie uit van marxisten, boeren en het leger tegen de liberale republiek. Het winterpaleis wordt belegerd en Lenin weet een marxistische staat te vestigen. In 1918 breekt in Rusland een burgeroorlog uit die in 1922 eindigt met de Rode Terreur waarin alle tegenstand wordt uitgeschakeld. Dat jaar wordt de USSR opgericht. Lenin stelt door alle problemen dat de socialistische revolutie te snel is gegaan en ontwikkeld de Nieuwe Economische Politiek. Na zijn dood in 1924 breekt er een conflict uit tussen Stalin, Trotsky en Bukharin. Stalin grijpt de macht en schakelt de oude revolutionaire garde uit. Onder het bewind van Stalin ontstaat een leiderscultus en een totalitaire dictatuur (Stalinisme). De economie wordt strak geregisseerd aan de hand van economische 5 jaren plannen die van de USSR in 15 jaar tijd een grote industriële macht maken. Dit gaat ten koste van enorme hongersnoden en ontwrichting van het leven. Gedurende de jaren 30 volgen een serie van

schijnprocessen tegen (gewaande) tegenstanders waardoor Stalin zijn greep over het land versterkt. Internationaal wordt de USSR geïsoleerd door een cordon sanitaire van democratische staten. De USSR richt de derde socialistische internationale op en oefent zo controle uit over alle communistische partijen. In Lenins visie was de Unie van Socialistische Sovjet Republieken het begin. Ieder land waarin de revolutie uit zou breken zou zich in zijn optiek aan gaan sluiten bij deze Unie.

Achtergronden
In de tweede helft van de 19de eeuw ondergaat Rusland een periode van liberalisering met het bewind van Tsaar Alexander II. Hij schaft de horigheid af en verdeelt de landbouwgrond. Om de verdelingen te bekostigen organiseert hij de boerenbevolking in communes die de Mir genoemd worden. Regionale overheden krijgen meer macht: de Zemstvos. Daarnaast hervormt hij de rechtsspraak en tekent hij een edict ter oprichting van een zwak parlement. Alexander II wordt in 1881 vermoord door een terroristische revolutionaire beweging ‘de Wil van het Volk’. Zijn zoon Alexander III is een reactionair en treedt hard op. De beweging ‘Wil van het Volk’ wordt uitgeschakeld, het parlement opgeheven en socialistische en liberale tegenstanders worden verbannen. Hij voert een politiek van systematische russificatie van de verschillende volken in zijn land (Polen, Oekraïeners). Ondanks het autocratische regime in Rusland sluit het land zich op artistiek gebied aan bij Europa. Russische literatuur en klassieke muziek vieren hoogtijden. De industriële revolutie bereikt ook Rusland en de snelle industrialisatie creëert een middenstand die het land daarvoor nog niet had. In 1905 organiseert de liberale middenstand zich in de Constitutionele Democratische Partij (de Cadetten). Veel industrie is door het gebrek aan kapitaal in handen van de Tsaar. De industrialisatie van Rusland wordt betaald door het heffen van belastingen op de boeren. De boeren in Rusland worden getroffen door de zware belastingen, de weinige rechten, de landschaarste door het gebrek aan argrarische methoden en de tegenstellingen tussen de bestuurders van de Mir: de nieuwe landheren en eigenaars en de landwerkers en landarbeiders. Ook de intelligentsia en de nieuwe middenstand hebben weinig rechten en streven maar één doel na: het omverwerpen van het regime van de Tsaar. De socialistische revolutionairen zijn verdeeld tussen de populisten die de mir bewonderen en aanhangers zijn van de kracht van de landwerkers. Zij geloven niet dat een revolutie alleen kan voorkomen uit een stedelijke arbeidersklasse en willen het liefste het stedelijke kapitalisme overslaan in de weg naar de dictatuur van het proletariaat. In 1870 vluchten de twee populisten Axelrod en Plekhanov naar Zwitserland waar beiden overgaan op het Marxisme. De verstedelijking, de beginnende industrialisering en het gebrek aan revolutionaire ideeën op het platte land drijft veel populisten (Vladimir Ilyich Lenin, Leon Trotsky, Josef Stalin) naar de steden en het marxisme. Uit deze ideeën wordt in 1901 de Sociaal Revolutionaire Partij in ballingschap opgericht. Zij keert zich tegen de in 1898 opgerichte Russische Sociaal Democratische Arbeiders Partij. Deze richt zich vooral op Duitsland, is wel Marxistisch maar veel gematigder en net als Marx tegen terrorisme en anarchie. Zij stellen dat de revolutie van het proletariaat uit Europa moet komen omdat het kapitalisme een noodzakelijke stap is in de revolutie. In 1903 wordt in Brussel en Londen een partijcongres georganiseerd van alle Russische socialisten. Het doel is een eenheid binnen de socialisten te bereiken in plaats daarvan splitst

het de twee partijen definitief. Lenin weet een meerderheid te bewegen tot het Sociaal Revolutionaire kamp en heeft het sindsdien over ‘Bolsjewisme’ (meerderheid). De tegenstander worden Mensjewisten genoemd (minderheid). Het Bolsjewisme\Leninisme bestaat uit een harde kern revolutionairen. Zij organiseren zich in een centrale partij, zijn autoritair en bepalen de socialistische doctrine. De partij heeft een apparaat van controleurs in de samenleving die de socialistische doctrine handhaven. Ongewenste personen en afwijkende ideeën worden door de controleurs uit de samenleving verwijderd. De Mensjewisme streeft een grotere open partij na met invloed van alle leden op de socialistische doctrine. Ze zoekt toenadering en is tolerant ten opzichte van Liberalen, Progressieven, de middenstand en democraten. De mensjewisten baseren zich op de grote Sociaal Democratische Europese partijen.

Revolutie van 1905
In 1894 volgt de autocratische Tsaar Nicolaas II zijn vader Alexander III op. Hij is er van overtuigd dat de aandacht die de interne problemen krijgen op het buitenland wordt gericht als hhij Rusland door een korte succesvolle oorlog leidt. Oorlog om revolutionaire sympathieën te temperen. In 1905 breekt de Russisch-Japanse oorlog uit met desastreuze gevolgen. Rusland wordt door Japan verslagen en zet Rusland wereldwijd te schande. De liberalen zien dat de Tsaar geen moderne economische politiek kan voeren en dat hij niet eens in staat is om de staat een oorlog te laten winnen. De geheime politie staat priester Gapon toe om in St. Petersburg de arbeiders leiden en te organiseren. Dit in de hoop de revolutionairen wind uit de zeilen te nemen. Gapon meent dat de Tsaar wel wil luisteren maar dat hij misleid wordt door zijn adviseurs. De priester organiseert een petitie voor een 8-urige werkweek, minimum loon en afschaffing van de eindeloze bureaucratie. Met een mars van ongeschoolde landarbeiders naar het Winterpaleis van de Tsaar in St. Petersburg wil Gapon de petitie overhandigen. De betoging mondt uit in een bloedbad “Bloedige Zondag” als de nieuw bewapende politie het vuur opent op de demonstranten. Hiermee wordt het geloof in ‘Vadertje Tsaar en Moedertje Rusland’ vernietigd en breken er politieke staking uit die leiden tot algemene opstand. In oktober 1905 komt de Tsaar met het “Oktober Manifest” tegemoet aan de eis voor zeer zwakke parlementaire vertegenwoordiging. Hiermee verdeelt hij de opstandelingen, de liberalen nemen genoegen met deze stap terwijl de socialisten, marxisten en boeren dit niet voldoende vinden. De liberalen geven hun steun aan de regering en houden de Tsaar in het zadel. Tussen 1906 tot 1916 heeft Rusland een zwakke Duma die geen zeggenschap heeft over het buitenlandse beleid, de begroting of het aanstellen van ambtenaren. In de verkiezingen van 1907 nemen ook de socialisten deel aan de verkiezingen en boeken een grote overwinning. Dit zorgt voor onrust bij de liberalen die daardoor steeds vaker de zijde van de Tsaar en de regering kiezen. De Tsaar gaat naast de Duma over tot gematigde en gecontroleerde hervormingen in een poging de revolutionairen uit te schakelen. In 1906 begint Stolypin met zijn hervormingsprogramma. Hij stimuleert een middenstand als ondersteuning voor de regering en geeft meer vrijheden aan de mirs. Boeren krijgen het recht op privé eigendom en uittreding uit de Mir. Het programma van Stolypin is succesvol maar stuit op verzet van de landheren en de Tsaar die hem niet echt steunt. Ook de revolutionairen protesteren heftig tegen het opheffen van de communes. In 1911 wordt Stolypin vermoord door de sociaal revolutionairen.

Revoluties van 1917
De Russische middenstand steunt de Tsaar bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog. De toestand aan het hof is bizar. De waarzegger Rasputin oefent grote invloed uit over de Tsarina en aan het hof overheerst het geloof het liberalisme en constitutionalisme in een succesvolle oorlog uit te kunnen schakelen. De Slag bij Tannenberg en de Slag bij de Manzurische Meren in 1914 leiden tot enorme klappen voor de Russische moraal. De Tsaar gaat in 1915 over tot opheffing van de Duma. In 1916 komt de Duma weer samen onderdruk van de regionale Zemstvos. Rasputin wordt dat jaar door de adel aan het hof vermoord. De tsaar laat de politie verder bewapenen. Op 8 maart 1917 breken er door voedselschaarste rellen uit die leiden tot algemene stakingen. Troepen in de steden gaan over tot muiterij en weigeren te schieten op demonstranten. In diverse steden worden arbeiderscollectieven (de sovjets) opgericht die de opstanden leiden. De middenstand eist het aantreden van een nieuwe regering die een meerderheidssteun heeft in de Duma. De Tsaar ontbindt de Duma. De parlementsleden richten daarop in Petrograd een Duma comité op dat in basis gematigd is. Dit comité staat tegenover de Petrograd Sovjet dat radicaal revolutionair is. Op 14 maart wordt in Petrograd door het comité een tijdelijke regering opgezet onder leiding van de Prins van Lvov. De liberalen doen een concessie naar de sovkets door in de regering de gematigde socialist Alexander Kerenski op te nemen. De liberale regering eist het aftreden van de Tsaar die aan het front is. Nicolaas II reist per trein terug maar wordt tegengehouden door het leger. De Generale Staf kan niet langer instaan voor de loyaliteit van de Russische troepen en adviseert de Tsaar af te treden. Op 17 maart 1917 weigert zijn broer de troon over te nemen en wordt Rusland een republiek. De tijdelijke regering van de republiek schrijft algemene verkiezingen uit en probeerd de oorlog tegen Duitsland voort te zetten. Het leger begint uit elkaar te vallen door de enorme verliezen en slechte uitrusting. De herverdeling van agrarisch land door de nieuwe regering zorgt voor enorme desertie onder de troepen. De boeren soldaten keren naar huis terug om land te kunnen bemachtigen. De regering is bang voor reactionaire elementen in het officierskorps en schrijft een bevel voor waarbij troepen in verkiezingen de eigen officieren kunnen kiezen. De discipline in het Russische leger stort volledig in elkaar. Het conflict tussen liberalen en socialisten wordt versterkt door de komst van Lenin in april 1917. Een voortijdige opstand van militairen wordt onderdrukt en dwingt Lenin uit te wijken naar Finland. Kerenski vormt een coalitie van gematigde socialisten en liberalen. De nieuwe generaal Kornilov stuurt het leger naar Petrograd om de orde te herstellen. De bolsjevieken steunen de Petrograd sovjet en verslaan de conservatieven van Kornilov. De radicale revolutionairen van Lenin geven de liberalen en de regering van Kerenski de schuld en krijgen met vier stellingen een meerderheid in de Petrograd sovjet. Lenin eist directe vcrede met de centrale machten, herverdeling van al het land onder de arbeiders, confiscatie van industrieel kapitaal aan arbeidercomités en de erkenning van de sovjets als de soevereine macht. De troepen in Petrograd kiezen de kant van Lenin en op 6 en 7 november bezetten de Bolsjewisten de stad. Een oorlogsschip richt de kanonnen op het Winterpaleis en de regering van Kerenski. Kerenski vlucht en een congres van alle sovjets wordt verzameld dat de tijdelijke liberale regering afzet. Een Raad van Volkscommissarissen wordt opgericht onder leiding van Lenin. Lenin kondigt de vrede af en de confiscatie van al het land aan het volk. Op 3 december sluiten de communisten de Vrede van Brest-Litovsk met de centrale machten. Lenin staat daarbij grote delen van Rusland (de Baltische staten, Polen etc.) af aan Duitsland

in het vertrouwen dat de revolutie uit Rusland zich verder verspreidt en dat deze gebieden vanzelf weer terugkeren.

De burgeroorlog
Na de revolutie breekt er burgeroorlog uit. Het nieuwe communistische bewind moet zijn macht vestigen tegen de Zemstvos, de liberalen, Oekraïense/Poolse/Tsjechische nationalisten, de middenstand, de tsaristen en de democraten. De grootste steun voor de bolsjewisten komt uit het vredesverdrag. De partij zet een geheime dienst op (de voorloper van de KGB) en onder Trotsky wordt het communistische Rode Leger opgezet. De geallieerden zien de communistische revolutie als tijdelijk extremisme en wensen zo snel mogelijk Rusland weer te betrekken in de oorlog. Met steun van Japan, dat door het ineenstorten van het Russische Rijk de kans krijgt om de invloedssfeer over Azië te vergroten besluiten de geallieerden tot een invasie van Rusland bij Wladivostok. Een JapansAmerikaans leger voert in 1918 de operatie uit en krijgt het bevel Siberië te doorkruisen en zich aan te sluiten bij opstandige Tsjechen tegen de communisten. De burgeroorlog is een chaos waarin de bolsjewisten langzaam hun macht weten te consolideren en de buitenlandse interventietroepen weten te verdrijven. In 1922 beheersen ze heel het oude Rusland met uitzondering van Finland, de Baltische staten en Polen. De oorlog gaat gepaard met de Rode Terreur waarin duizenden mensen als gijzelaar worden doodgeschoten of tegenstander van het nieuwe regime standrechtelijk worden geëxecuteerd. Zeelieden in Kronstadt die de revolutie sinds 1917 steunden komen tegen de communisten in opstand en worden met honderden tegelijk vermoord. Mensjevisten en gematigd socialisten vluchten naar Europa. Sociaal Democratische partijen doen afstand van het communisme en zien het als een Russische perverse vorm van Marxisme. Aan het einde van de burgeroorlog in 1922 wordt door Lenin de USSR opgericht als basis voor de wereldwijde arbeidersrevolutie. Een Unie van Socialistische Sovjet Republieke die open moest staan voor toetreding van andere landen die het juk van het kapitalisme hebben afgeschud. De USSR erkent de diverse nationaliteiten binnen de staat en promoot de eigen plaatselijke cultuur en folklore. Rusland domineert de USSR als grootste republiek. Naast de regering en de staat bestaat de partij die er parallel aan loopt. De staat bestaat uit sovjets (raden) die hiërarchisch zijn opgebouwd van lokaal of zelfs bedrijfsniveau tot de opperstesovjet. Binnen de sovjets op het hoogste niveau bestaan twee kamers waarvan de leden het beleid controleren. De leden worden door verkiezingen met algemeen stemrecht gekozen. Binnen de staat is één partij toegestaan: de Communistische Partij die als enige het recht heeft om mensen verkiesbaar te stellen. De partij wordt geleid door het centrale comité dat ook wel Politburo wordt genoemd. De secretaris-generaal van het Politburo is de hoogste autoriteit in de natie maar dus geen president.

Nieuwe Economische Politiek en Stalinisme
Door de burgeroorlog en het ‘oorlogscommunisme’ ontstaat er veel onrust bij de bevolking en Lenin stelt dat de socialistische revolutie zich te snel heeft voltrokken voor het land. Hij gaat daarom over tot de nieuwe economische politiek waarin hij particulier eigendom weer toestaat en ondernemerschap stimuleert. Door deze liberalere opstelling weet de economie zich na 1921 te herstellen. Na de dood van Lenin in 1924 ontstaat een conflict tussen Trotsky en Bukharin over de wil van Lenin. Bukharin beweerd dat de NEP Lenin’s weg is en pleit voor

meer vrijheid. Trotsky daarentegen zegt dat de NEP een tijdelijke maatregel is die te ver is gegaan. Hij hangt de doctrine van continue revolutie aan. In dit conflict is het Stalin die de meerderheid verkrijgt in het centrale comité. Trotsky wordt verbannen naar Siberië en ontvlucht uiteindelijk de USSR. Stalin vestigt het Stalinisme waarin hij veel ideeën van Trotsky verwerkt. In het Stalinisme heeft de regering totale controle over de economie en bepaald de hoeveelheden grondstoffen en productie binnen iedere industrie. Stalin zet voor deze “geplande” economie steeds vijfjaren plannen waarvan de eerste in 1928 in werking wordt gesteld. De plannen zorgen voor een sterke en verregaande industrialisering van de USSR en het ontstaan van het agrarische collectief. Hij roept op tot solidariteit waardoor de lonen laag blijven en de USSR de industrialisatie kan bekostigen door een hoge agrarische export. Zo hoog dat er regelmatig hongersnoden uitbreken. De USSR wordt onder Stalin omgevormd tot een totalitaire dictatuur waarin de staat het hele leven regelt. De jaren 30 staan in het teken van het uitschakelen van (vermeende) politieke tegenstanders. In 1936 worden 16 oude bolsjevieken berecht wegens het koesteren van revolutionaire, trotskyistische ideeën. Allen bekennen onder invloed van drugs en martelling hun schuld en geven openlijk toe fout te zijn. De tegenstanders worden ter dood veroordeeld. Dit herhaalt zich in 1937 en 1938. Buiten deze ‘rechtszaken’ voert de KGB tussen 1934 en 1938 een tweede terreur uit waarbij ruim 3 miljoen mensen worden veroordeelt wegens misdaden tegen de staat.

Internationaal Communisme
Tijdens de eerste wereldoorlog komt de socialistische klassetheorie in conflict met het nationalisme. Veel socialisten in Frankrijk en Duitsland stemmen voor oorlogsmaatregelen. De radicale socialisten zien dit als verraad aan de klasse aan het kapitalisme en imperialisme. Deze socialisten, waaronder Lenin, verzamelen zich in Zimmerwald, Zwitserland en pleiten in het Zimmerwald-programma voor pacifisme. Lenin en de linkervleugel van deze groep gaan verder en pleiten in plaats van pacificatie voor internationale revolutie. Dit onderscheidt maakt de tweedeling van het socialisme nog sterker. Na de oorlog is de overgrote meerderheid van de socialistische partijen in het gematigde democratische kamp. Lenin probeert met de heroprichting van de Socialistische Internationale in 1919 de gematigde socialisten te dwarsbomen. De Internationale wordt rechtstreeks teruggevoerd op de eerste Internationale waar Marx lid van was. De derde internationale wordt gedomineerd en gefinancierd door de Russische Socialistische partij. De radicaal socialisten noemen zich communisten en de derde internationale wordt een verzameling van radicaal socialistische partijen: de Communistische Internationale of commintern. De partijen worden gedwongen de naam socialistisch te laten vallen en zich communistisch te gaan noemen en de stuctuur van de Sovjet communisten over te nemen. Op deze wijze begint de USSR met de actieve verspreiding van de wereldrevolutie.

Hoofdstuk 19: Schijnbare overwinning van de Democratie (1919 – 1933)
Chronologie
1908 AD 1911 AD 1919 AD Revolutie in Ottomaanse Rijk: Jonge Turken Chinese opstand Val Qing dynastie en stichting Chinese Republiek Vrede van Versailles Stichting Weimar-Republiek in Duitsland Communistische Spartakusopstand Indiaas nationalisme onder Mahatma Ghandi en Nehru Kapp-Putsch in Duitsland Invasie van Griekenland in Anatolië (Turkije) Opstand Mustafa Kemal (Kemal Ataturk) in Turkije Oprichting modern Turkije Opstand Reza Kahn in Perzië Oprichting modern Perzië Verdrag van Rapallo (Duitsland – USSR) Fascistische dictatuur van Mussolini in Italië Franse bezetting van de Ruhr Bierhall-Putsch in Duitsland Guomindang opstand in China door Chang Kai-shek Verdragen van Locarno Chian Kai-Shek zuivert Guomindang van communisten Pact van Parijs Guomindang veroveren Peking Wallstreet Beurscrash Japanse invasie Mantsjoerije UK laat de goudstandaard los Ottawa-agreements: het UK en dominions vestigen een lage tariefzone Perzië kiest de naam Iran

1920 AD 1921 AD

1922 AD 1923 AD 1924 AD 1925 AD 1927 AD 1928 AD 1929 AD 1931 AD 1932 AD 1933 AD

Grote Lijn
Tussen 1919 en 1933 lijkt het alsof democratie in Europa slaagt. Met uitzondering van Italië (1922) en de USSR worden na de Vrede van Versailles in heel Europa democratieën gevestigd. Sociale wetgeving wordt uitgebreid, kiesrecht voor vrouwen wordt ingevoerd en het principe van zelfbeschikking voor volken wordt nagestreefd. Hierdoor stijgt het aantal staten in oost en centraal Europa. Meer staten betekend meer grenzen, meer protectionisme en bemoeilijkt de handel. In Duitsland zijn na 1919 verschillende opstanden en staatsgrepen. De katholieke en de sociaal democraten dragen de schuld van het dramatische vredesverdragen de regering wijkt uit van Berlijn naar Weimar. Vooral de communisten zijn sterk in Duitsland. Bij de eerste naoorlogse economische crisis is Duitsland niet in staat om oorlogsschulden te betalen. Frankrijk bezet daarop de Ruhr en de crisis veroorzaakt in Duitsland een hyperinflatie. De VS ontwikkeld een systeem waarin de Europese economie weer wordt gestimuleerd en waardoor

het de oorlogsschulden af kan gaan betalen. De VS investeert en geeft leningen aan Duitsland. Duitsland gebruikt dit om de economie weer op te bouwen waardoor het de oorlogsschulden aan Frankrijk en het UK kan betalen. Met dit geld kunnen de geallieerden hun schulden aan de VS weer betalen. De economie in de jaren 20 bloeit op (‘the roaring twenties’) en Europa ondergaat een periode van vrede. Men gelooft dat de wereldoorlog de laatste oorlog was: “The War to end War”. De Volkenbond vergadert en de verdragen van Locarno worden gesloten tussen Duitsland, Frankrijk en het UK. Duitsland erkent hierin de westgrens en stelt dat aanpassing van de oostgrens alleen met diplomatieke middelen zal worden nagestreefd. In Parijs tekenen 65 landen de verklaring dat oorlog geen politiek middel mag zijn. In Azië steunen de communisten de nationalistische bewegingen. In India en Ned. Indië worden de Europese landen gedwongen meer zelfbeschikking toe te staan. In oude staten (Ottomaanse Rijk en Perzië) vinden revoluties plaats en komen gematigde hervormers aan de macht die de landen en min of meer democratische regering geven. In China sticht Sun YatSen de Chinese republiek en mixt democratie, nationalisme en anti-imperialisme. Uit zijn ideeën komt onder Chian Ka-Shek de Guomindang voort die gesteund door de sovjets China onder controle krijgen. Chiang Kai-Shek probeert communistische invloed te breken en beland in een burgeroorlog met de communisten onder Mao. Japan maakt van de gelegenheid gebruik om expansie in Mantsjoerije te realiseren. De volkenbond veroordeelt de Japanse invasie waarop het land uit de volkenbond stapt. De grootmachten weigeren echter in te grijpen. Aan het einde van de jaren 20 stort de internationale economie in elkaar. De welvaart is bekostigd met krediet en mede door de agrarische depressie en de massale faillissement door het verlies spaargelden op de beurs door particulieren komt de Amerikaanse kapitaalexport tot stilstand. Duitsland wordt extra zwaar getroffen door het wegvallen van Amerikaanse investeringen en het afbetalen van oorlogsschulden en terugbetalen van de leningen. Europa in het algemeen krijgt te maken met het wegvallen van de Amerikaanse markt waardoor de export daalt. De economische crisis gaat gepaard met grote werkeloosheid, het verlaten van de goudstandaard en een terugkeer naar protectionisme.

De Weimar-Republiek
In 1919 wordt de Duitse republiek geconfronteerd met de communistische Spartakusopstand onder leiding van Liebknecht en Luxemburg. De opstand wordt neergeslagen maar is een teken van de grote onvrede bij de Duitsers over ‘het Dictaat van Versailles’. De vrede is tot stand gekomen zonder Duitse inbreng en er zijn grote bezwaren tegen de aangepaste oostgrenzen en de enorme schadevergoedingen. In 1920 volgt de Kapp-putsch en in 1923 de Bierhall-putsch. Grote probleem van de Weimar-Republiek is het feit dat de Duitse revolutie van 1918 het land niet grootschalig hervormt. De pruisische Junkers controleren nog steeds het leger, de machten van het Bismarck-rijk bestaan nog steeds en zijn bijzonder ontevrede met de ‘zwakke’ democratische instituten. De republiek moet zich weren tegen agressie en knokploegen van rechts en van extreem-links. Frankrijk wil in geen geval een herstel van Duitsland. Bij Versailles slaagde Clemenceau niet in de annexatie van het Rijnland en stond Wilson hem alleen een gedemilitariseerde zone toe. Frankrijk is bang weer alleen tegenover Duitsland te komen staan nadat het isolationistische Amerikaanse congres weigert de veiligheidsgaranties die Wilson aan Frankrijk doet te

ratificeren en ook niet toetreedt tot Wilson’s Volkenbond. Frankrijk zoekt daarom toenadering tot Tsjecho-Slowakije, Polen en andere staten die bedreigd kunnen worden door Duitsland. De Weimar-Republiek wend zich in dit klimaat tot de USSR dat als enige land geen herstelbetalingen van Duitsland eist. De twee landen tekenen in 1922 het verdrag van Rapallo waarin handel wordt geregeld en Duitsland steun van Duitse officieren belooft bij de opbouw van het Rode Leger. Op deze wijze weet Duitsland de Pruisische militaire kennis te bewaren. Na de oorlog breekt een economische crisis uit die er voor zorgt dat Duitsland in 1923 de herstelbetalingen aan Frankrijk en België niet kan betalen. Franse en Belgische troepen bezetten daarop het Ruhrgebied. Het Duitse volk beantwoord de agressie met passieve weerstand als staking en burgerlijke ongehoorzaamheid. De Weimar-Republiek steunt de stakers door geld bij te drukken en salarissen door te betalen. Dit veroorzaakt en ongekende hyperinflatie in Duitsland waarin de Reichsmark zijn waarde volledig verliest. De VS reageert in 1924 met het Dawes-plan op de Duitse problemen. Het begint met grote investeringen en leningen aan Duitsland waardoor het land zijn economie weer op kan bouwen en Frankrijk en het UK de herstelbetalingen kan betalen. Met dit geld kunnen Frankrijk en het UK ook de economie weer opbouwen zodat zij weer in staat zijn om de oorlogsleningen aan de VS terug te betalen. De economie in Europa bloeit op en de Europa verandert in de ‘roaring twenties’ in een welvaartsmaatschappij. Met de opbloei van de economie breekt voor Europa een periode van vrede aan. De grootmachten streven een politiek van onderlinge vrede na. Vredestichters als Gustav Stresemann in Duitsland, Édouard Heriot en Aristide Briand in Frankrijk en Ramsay MacDonald in het UK werken met de Volkenbond en leggen sancties op aan potentiële agressoren. Men is er niet van overtuigd dat de Volkenbond oorlog tussen de grootmachten kan tegenhouden en de Europese leiders komen daarom in 1925 samen in Locarno. De verdragen van Locarno vormen het hoogtepunt van internationale ontspanning. Duitsland accepteert de nieuwe westgrens met België en Frankrijk. Over de oostgrens legt Duitsland zich vast dat het alleen met diplomatieke middelen zal proberen veranderingen te bereiken. Frankrijk tekent met Polen en Tsjecho-Slowakije verdragen tegen Duitse agressie en steunt de kleine Entente van Tsjecho-Slowakije, Joegoslavië en Roemenië tegen Duitsland. In 1928 tekenen de VS, Frankrijk en 65 andere naties het pact van Parijs waarin verklaard wordt dat oorlog geen politiekmiddel mag zijn.

Anti-Imperialisme
Nationalistische ambities in Azië tegen de imperialistische overheersing door de Europese grootmachten wordt gesteun door de USSR. De grootmachten worden gedwongen concessies te doen wat betreft zelfbeschikking aan de bevolking van Ned. Indië en Brits India.

Turkije en Perzië
In 1908 dwingen de Jonge Turken het Ottomaanse Rijk tot hervorming en de herinvoering van de grondwet en de volksvertegenwoordiging. In 1919 is het Rijk verslagen in de eerste wereldoorlog. Een Griekse invasie van Anatolië in 1921 krijgt politieke steun van de geallieerden. Er breekt een nieuwe Turkse opstand uit onder Mustapha Kemal (Kemal Atatürk) die steun van de sovjets krijgt. Hij verdrijft de Grieken en hernoemt Constantinopel naar Istanbul. Ataturk is de grondlegger van de moderne Turkse staat en voert een strikte

scheiding van kerk en staat door. Hierdoor wordt Turkije één van de eerste seculiere islamitische staten. In Perzië komt Reza Kahn in 1921 in opstand tegen de heersende sjah-dynastie. Hij is nationalistische en tegen de invloedssferen van het UK en de USSR die zijn land verdelen. Reza Kahn verdrijft de Sjah en wordt zelf de nieuwe Sjah. Hij heft de invloedssferen op en hernoemt het land in 1933 in Iran.

Brits India en Ned. Indië
Na de eerste wereldoorlog staat India op de rand van revolutie tegen het Britse bewind. Het land is sterk verdeeld tussen Hindu’s en Moslims. Mohandas Ghandi (de Mahatma, heilige) geeft leiderschap aan het volk en groeit uit tot leider van alle onderdrukte volken tegen overheersing. In zijn campagne streeft hij geweldloosheid na. Hij zet de Indiërs aan tot burgerlijke ongehoorzaamheid en gaat regelmatig in hongerstaking om toezeggingen van de Britse regering te krijgen. Hij wordt gesteund door de pragmatischer leider Nehru. In Ned. Indië breekt in 1922 een communistische opstand uit die hard wordt onderdrukt. In 1937 verkrijgt Ned. Indië een status vergelijkbaar met de Britse dominions.

China
In 1911 valt door opstanden het bewind van de Chinese Qing-dynastie. De staat valt uiteen en Peking wordt beheerst door Gen. Yuan Sikh-Hai en het zuiden door Dr. Sun Yat-Sen. De laatste heeft drie speerpunten: democratie, nationalisme en levensonderhoud. Hij is sterk antiimperialistisch en krijgt steun van de USSR tegen de westerse concessies. Sun Yat-Sen schrijft zijn ideeën in 1925 in ‘The Three People’s Principles’ waarin hij de vestiging van de Chinese natie-staat verkondigt. Hij richt de Guomindang op die in 1923 een bondgenootschap sluit met de Chinese communistische partij. De Guomindang en de communisten beginnen na de dood van Sun Yat-Sen een offensief tegen de warlords in China. Onder leiding van Chiang Kai-Shek wordt weer een min of meer eenheid van China gemaakt. Ook Chiang wordt gedwongen om concessies aan de westerse machten te doen. Tussen de communisten en de conservatieve Guomindang ontstaat een scheiding. De laatsten dwingen Chian Kai-Shek in 1927 de partij te zuiveren van communistische elementen. Met de hernieuwde steun van China’s rijkeren wordt in 1928 Peking bevrijdt. De communisten in het zuiden krijgen onder Mao Zedong steun van het volk en bestrijden de nationalistische Guomindang. Deze slagen er begin jaren 30 in om de communisten in het zuiden te verslaan waarop Mao met tienduizenden een mars van 6000 mijl door de bergen maakt naar het noorden om daar de strijd voort te zetten. In 1937 valt Japan Mantsjoerije binnen en zetten Mao en Chiang Kai-Shek met tegenzin hun burgeroorlog aan de kant om samen tegen de Japanners te vechten. Deze gedwongen alliantie houdt stand tot na de tweede wereldoorlog waarna de burgeroorlog weer hervat wordt.

Japan
Vanaf 1895 streeft Japan expansie in China na. De moderne Japanse samenleving heeft een economisch overwicht in de regio en heeft tijdens de eerste wereldoorlog veel van de markten van de westerse grootmachten overgenomen. Hoewel Japan een democratie lijkt is het dat niet

nationalisme viert hoogtij en de keizerverering neemt extreme proporties aan. De oude militaristische cultuur is niet verdwenen. Met de invasie van Mantsjoerije in 1931 vestigt Japan een Chinees protectoraat onder heerschappij van de kind-keizer Pu-Yi. China stapt over deze invasie naar de volkenbond waar de Japanse actie scherp wordt veroordeeld. Het land stapt daarop uit het overlegorgaan. De grootmachten leggen geen sancties op.

De Depressie
Tijdens de eerste wereldoorlog stijgt de prijs van graan door het wegvallen van ruim een vijfde van de Europese productie. Boeren in de VS reageren hierop door de productie uit te breiden en investeren in land en machines. Na de oorlog hersteld de Europese productie maar de vraag naar graan blijft gelijk. Hierdoor ontstaat er een overproductie aan graan waardoor de prijs daalt en boeren in de VS met hun nieuwe leningen massaal in de problemen komen. Dit wordt de agrarische depressie genoemd. De economische crisis breekt uit als in oktober 1929 de beurskoersen in de VS in een neerwaartse spiraal terechtkomen. De nieuwe Amerikaanse middenstand speculeert met eigen of geleend geld op de beurs. Door de continue stijging van aandelenkoersen wordt er gespeculeerd ‘in the margin’: met winsten die nog niet gerealiseerd zijn en verwacht worden in de toekomst. Dit zorgt er voor dat mensen op papier enorme winsten boeken maar dat zodra de prijzen van aandelen zakken alles verkocht moet worden om de schulden af te betalen. De verzwakking van de beurs in 1929 zet een kettingreactie in werking die door steeds grotere verkoop de aandelenkoersen doet crashen. De Amerikaanse consument kan zijn geleende geld niet meer afbetalen aan de banken die al over weinig eigen liquide middelen beschikken door de grote leningen aan de agrarische sector. Duizenden banken gaan failliet. Amerikaanse kapitaalexport komt ten einde en investeringen in het buitenland worden geliquideerd. Hierdoor worden bedrijven in Europa getroffen die niet in staat zijn de Amerikaanse schulden terug te betalen. Europa wordt dubbel getroffen omdat de Amerikaanse markt ook in elkaar zakt en de afzet dus verdwijnt. Het faillissement van banken zorgt ervoor dat consumenten geld dat ze dachten te bezitten niet meer kunnen opnemen en uitgeven. Vraag naar producten valt weg waardoor nog meer bedrijven failliet gaan. En de wereld geconfronteerd wordt met enorme werkeloosheid. In reactie op de depressie stelt pres. Hoover dat het slechts een tijdelijk fenomeen is waar de overheid niet op hoeft te reageren. Met een paar jaar zou er weer een hoogconjunctuur zijn. Europa kijkt voor oplossingen naar de USSR met de geplande economie en streeft naar een soort eonomische nationalisme. Waarin een land beter in staat is zichzelf te voorzien van de nodige grondstoffen en markten. De VS als voorstander van vrijhandel gaat in 1930 over op protectionistische maatregelen als het hoge Hawley-Smoot tarief. Dit belemmerd internationale toegang tot de Amerikaanse markt nog meer. In het UK sluit men met de Dominions de Ottawa-agreements in 1932. Het UK realiseert een interne markt van lage tarieven wat de basis wordt voor het Britse Commonwealth. Door alle protectionistische maatregelen wordt de economische depressie verergerd. Om voor importen te betalen als de export achterblijft beginnen landen in goud te betalen en zo hun goudvoorraden te spenderen. Door de goudstandaard waar de munt aan gekoppeld is wordt de valuta steeds minder waard en begint men bijvoorbeeld te pond in te wisselen voor dollars. De export moet worden gestimuleerd en om dit te bereiken ondanks de tarieven moet

een land goedkoper dan de concurrentie kunnen produceren. Een hoge vaste waarde van een munt gekoppeld aan de goudwaarde is dan zeer ongunstig. Begin jaren dertig verlaten bijna alle westerse landen de goudstandaard en devalueren de munt.

Hoofdstuk 20: Democratie en Dictatuur
Chronologie
1861 AD 1916 AD 1919 AD 1920 AD Vestiging Italiaanse democratoie Onafhankelijkheidsbeweging in Ierland Oprichting Fasco de Combattimento in Italië Adolf Hitler leider van de DAP hernoeming DAP in NSDAP Kapp Putsch in Duitsland Labour in UK wordt tweede partij Einde Brits protectoraat Egypte Erkenning Ierse Dominion status Ierland verlaat Brits Empire: onafhankelijkheid Eire Walter Rathenau in Duitsland vermoordt Mars op Rome door Fascisten Franse bezetting Ruhrgebied onder Raymond Poincaré Bierhall-Putsch door Hitler en Ludendorf mislukt Zinoviev-brief: Labour regering onder Ramsay MacDonald valt Edouard Heriot vormt “radicaal” socialistische regering Frankrijk Socialistische Matteotti in Italië vermoordt Terugkeer gematigd conservatieve Raymond Poincaré in Frankrijk Instorten Britse kolenmarkt Algemene staking in UK Trades Disputes Act in UK Verkiezing Pres. Herbert Hoover (R) van de VS Wallstreet beurscrash Verkiezingen UK: Labour verslaat Tories Terugkeer Ramsay MacDonald Ramsay MacDonald vormt nationale eenheidskabinet in UK Verkiezing Pres. Franklin Delano Roosevelt (D) van de VS New Deal-politiek Regering Kanselier Bruening valt in Duitsland Regeringen van Franz von Papen en Kurt von Schneider vallen in Duitsland President Hindenburg stelt Hitler als Kanselier aan Brand in Reichstag in Berlijn Uitroepen noodtoestand in Duitsland Communisten uit het Duitse parlement gezet Duitse parlement geeft Hitler dictatoriale macht Stavisky-schandaal Frankrijk New Deal-politiek verlegt naar Regulation and Reform Social Security Act (VS) Fair Labours Act (VS) National Labour Relations (Wagner) Act (VS) Stanley Baldwin vormt nationale eenheidskabinet in UK Neurenberger-wetten in Duitsland General Theory of Employment, Interest and Money van de econoom John Maynard Keynes

1922 AD

okt 1923 AD 1924 AD

1926 AD

1927 AD 1928 AD 1929 AD

1931 AD 1932 AD

1933 AD 30 jan

1934 AD 1935 AD

1936 AD

1937 AD 1938 AD

Herverkiezing F.D. Roosevelt (D) in VS Franse socialisten winnen verkiezingen onder Leon Blum Neville Chamberlain vormt nationale eenheidskabinet in UK Val Leon Blum in Frankrijk na weigering steun Spaanse socialisten Einde socialistische Populair Front in Frankrijk Duitse diplomaat in Frankrijk door joodse puber vermoordt Kristallnacht in Duitsland

Grote Lijn
Roep in alle landen voor meer economische zekerheid. Europese naties maken een keuze tussen democratische oplossingen en dictatoriale/totalitaire oplossingen. Het verschil tussen dictatoriaal en totalitair bewind is het feit dat een dictatuur een regeringsvorm voor noodgevallen is en in veel gevallen tijdelijk. Een totalitair-regime of een regime met totalitaire-ambities is een permanent vorm van “beschaving” het oefent invloed uit op alle onderdelen van het leven. In democratische landen komen socialistische partijen aan de macht die een politiek nastreven van sterke overheidsbemoeienis met de economie. In Frankrijk vormen de socialisten, sociaal democraten en communisten het Populair Front, in het UK vestigt Labour premier Ramsay MacDonald kabinetten van nationale eenheid en in de VS wint de democratische Franklin Delano Roosevelt van de Republikeinen met zijn ideeën voor een ‘New Deal’. Roosevelt neemt voor de VS ongekende maatregelen die zeer tegen de liberale ideeën ingaan. Overheidsingrijpen wordt onderkend door de invloedrijke econoom John Maynard Keynes die stelt dat regeringen contra-cyclische maatregelen moeten nemen. In tijden van economische tegenslag moet de vraag gegenereerd worden door de overheid. Uiteindelijk zijn het niet de overheidsuitgaven of de New Deal politiek die een einde maken aan de Depressie maar het uitbreken van de tweede wereldoorlog en de overschakeling naar een oorlogseconomie. In Italië komt in 1922 Benito Mussolini aan de macht met zijn Fasco di Combattimento (fascisten). Fascisme is de dictatuur van de staat over de democratische partijen en klassen die toch niet samen werken. Hij stelt dat democratie uit de tijd is en dat dit alleen leidt tot klassestrijd tussen de ontelbare partijen. Een land heeft een sterk centraal bewind nodig. Onder Mussolini wordt een coöperatieve staat gevestigd waarvan de 23 economische takken gereguleerd worden door de fascisten. Uit de 23 coöperaties wordt een economisch parlement gevormd. De crisis en economische problemen worden afgeschoven als de schuld van het buitenland. In Duitsland brandt met de depressie de weerstand tegen de Weimar-Republiek weer op. De communistische partij komt weer op waardoor de middenstand zich bedreigt voelt. Men keert massaal naar de NSDAP met leider Adolf Hitler die na de Bierhall-putsch en de bestseller ‘Mein Kampf’ een politicus van formaat is geworden. Diverse regeringen vallen en in 1933 wordt Adolf Hitler als kanselier aangesteld. Na de brand in de Reichtstag roept Hitler de noodtoestand uit en geeft het parlement hem dictatoriale bevoegdheden. Hitler voert in 1935 een serie antisemitische rassenwetten (Neurenberger wetten) door en vestigt in Duitsland een totalitair regime. De Nazi’s maken een einde aan de federatie en oefenen een macht over het hele Duitse leven uit.

VS, Depressie en ‘New Deal’

In 1928 is de republikein Herbert Hoover tot president van de VS gekozen. Hij reageert niet op de economische depressie en beweerd dat het ‘vanzelf weer over gaat’. Hij is tegen overheidsingrijpen in de economie en overtuigd van het zelfhelende vermogen van de markt. Dit is in de verkiezingen van 1932 niet voldoende en Franklin Delano Roosevelt (D) komt aan de macht. Hij begint met de politiek van de New Deal: Reform, Relief, Recovery. Hij gaat in eerste instantie over tot relief. Hij ondersteunt de boeren, huiseigenaren en de industrie met financiële overheidssteun. Hij bestrijdt werkeloosheid met uitkeringen en overheidswerken. Onder Roosevelt devalueert de dollar en verlaat de VS de goudstandaard. Roosevelt is zichh bewust van de basis van de depressie, de agrarische depressie, en subsidieert boeren die hun productie beperken. In de eerst jaren van de New Deal is het doel het herstel van de koopkracht. Dit zorgt in de VS voor een enorme groei van het begrotingstekort en toename van de bureaucratie. Andere maatregelen zijn de oprichting van de NRA (National Recovery Administration) met als doel het promoten van eerlijke concurrentie en prijsafspraken tussen bedrijven, het instellen van een beurswaakhond en een overheidsgarantie op particuliere spaartegoeden. Het bestrijden van een economische depressie door middel van overheidsuitgaven is gebaseerd op het model van John Maynard Keynes in zijn boek ‘General Theory of Employment, Interest en Money’ uit 1936. De overheid moet in dit model contra-cyclische maatregelen nemen. Als het slecht gaat met de economie gaat de overheid uit tot uitgaven om de koopkracht te bewaren. Na 1935 verschuift het doel van de New Deal door weerstand uit het bedrijfsleven. Het Amerikaanse hooggerechtshof oordeelt dat de NRA onconstitutioneel is. Roosevelt richt zich dan op Regulation and Reform. Arbeidsomstandigheden worden in 1935 verbeterd met de Fair Labours Act die een 40-urige werkweek vastlegt, een minimum loon bepaald en kinderarbeid beperkt. De National Labour Relations Act (Wagner Act) van 1935 geeft wettelijke toestemming voor onafhankelijke vakbonden en en als één van de laatste westerse landen krijgt de VS een sociale zekerheid met de Social Security Act. deze wetten nemen een Amerikaanse socialistische beweging alle wind uit de zeilen en de arbeiders en vakbonden sluiten zich massaal aan bij de Democratische partij. In de periode 1935 – 1939 is een langzaam economisch herstel zichtbaar met een kleine terugval in 1937. Toch is de New Deal niet verantwoordelijk voor het oplossen van de Depressie. Herstel van de Amerikaanse economie komt pas echt opgang met de oorlogsuitgaven in de tweede wereldoorlog. Ondanks politieke tegenstand wordt Roosevelt herkozen in 1936 en opnieuw in 1940 en 1944. Franklin Delano Roosevelt overlijdt in 1945 vlak voor het einde van de tweede wereldoorlog.

Het UK en de Depressie
In de UK stagneert de economie al sinds 1914. Dit komt door de verouderde kapitaalgoederen en de opkomst van nieuwe industriële concurrerende landen die met efficiëntere technieken goedkoper kunnen produceren. Het nieuwe internationale protectionisme treft de Britse handel en landen als China en India ontwikkelen hun eigen economie en zijn minder afhankelijk van het UK. De grote interne industrieën als textiel en kolen worden geconfronteerd met vervangende producten (katoen en olie). Door deze continue malaise in de Britse economie komt de Depressie van 1929 hier minder hard aan. In de verkiezingen van 1922 wordt Labour de tweede partij in het UK. In 1924 vormt Labour voor het eerst een kabinet onder premier Ramsay MacDonald. Hier wordt angstig

opgereageerd en de publicatie van de Zinvoviev-brief in datzelfde jaar waarin een beschuldiging wordt geuit tot samenzwering tussen Labour en de Communistische Internationale doet de regering vallen. Na nieuwe verkiezingen winnen de conservatieven. De vakbonden proberen de loonsverhogingen die in de eerste wereldoorlog zijn doorgevoerd te behouden. De werkgevers weigeren dit en in 1926 komt het tot een botsing op de kolenmarkt. Britse mijnwerkers beginnen een staking die naar alle sectoren overslaat. Een grote algemene staking legt het UK lam en de regering stelt de noodtoestand in. Het leger wordt ingezet om de meest essentiële industrieën draaiende te houden waardoor de staking mislukt. Het jaar daarop wordt door het parlement de Trades Disputes Act aangenomen waarin het verboden wordt om voor andere industrieën mee te gaan staken. In 1929 keert premier Ramsay MacDonald met Labour terug in de regering. Door de beurscrash en de grote toename van de werkeloosheid wordt de regering onder druk van Amerikaanse banken gedwongen het budget te saneren. De Labour regering begint met het terugschroeven van de sociale zekerheid waardoor de eigen Labourpartij in opstand komt. Ramsay MacDonald wordt uit de partij gezet. In 1931 vormt MacDonald een kabinet van nationale eenheid en wint daarmee de verkiezingen. In 1935 wordt hij opgevolgd door Stanley Baldwin met een tweede nationale eenheidskabinet. Neville Chamberlain komt in 1937 met een derde eenheidskabinet maar treedt in 1939 af na de oorlogsverklaring aan Duitsland. Winston Churchill regeert gedurende de oorlog met het laatste kabinet van nationale eenheid. Binnen het Britse Empire verschuift de nadruk van empire naar commonwealth. In 1922 komt het Britse protectoraat in Egypte ten einde datzelfde jaar erkent het UK Ierland (zonder de noord-Ierse provincies) als Dominion. Ierland treedt vervolgens uit het commonwealth en wordt dat jaar de onafhankelijke republiek Eire.

Frankrijk en de Depressie
De jaren 20 staan in het teken van herstel na de eerste wereldoorlog. Door angst voor een heropbouw van Duitsland regeren een serie rechts-conservatieve regeringen in Frankrijk. In 1923 stuurt de gematigd conservatieve Raymond Poincaré Franse troepen naar het Ruhrgebied om Duitsland tot herstelbetalingen te dwingen. Deze zijn essentieel voor het Franse budget. Frankrijk staat op de rand van faillissement door de enorme oorlogsschulden, verlies van investeringen in Tsaristisch Rusland en een oud en slecht belastingstelsel. Tussen 1924 en 1926 zijn de links Radicale Socialisten aan de macht onder bewind van Edouard Heriot. Anders dan de naam doet vermoeden bestaat de partij uit zeer gematigde sociaal democraten. De financiële situatie dreigt in 1926 te vervallen in hyperinflatie waarop Raymond Poincaré een regering van nationale eenheid vormt. Hij stelt een nieuw belastingsysteem op en bezuinigd op de overheidsuitgaven. Poincaré weet de val van de Franc te stoppen. Met de Depressie komen zowel extreem-links als extreem-rechts in opstand tegen de derde Republiek. Beiden beschikken over knokploegen. Extreem-rechts kijkt met bewondering naar Italië en Duitsland en ambieert een Franse fascistische dictatuur. In 1934 volgt het Stavinskischandaal. Stavinski krijgt de gemeenteraad van Bayonne zover dat men waardeloze obligaties gaat verkopen. In het publieke schandaal pleegt Stavinski zelfmoord. De rechtse pers beweerd dat hij vermoordt is door de politie om hoge ambtenaren in Parijs te beschermen. Dit leidt tot een fascistische opstand die door de regering wordt onderdrukt. In reactie vormen de anti-fascistische linkse partijen als de Radicaal Socialisten, de Socialisten en zelfs de Communisten het Populair Front. De Franse communisten worden geadviseerd

deel te nemen door het commintern. In 1936 wint het Populair Front de verkiezingen onder het bewind van Leon Blum. Hij vormt een regering en voert onder druk van de vakbonden een 40-urige werkweek in, breidt de betaalde vakantie uit en legaliseert vakbonden. De conservatieven en rechtse partijen zijn anti-Blum en stellen zelf Hitler te prefereren boven de socialistische regering. In 1937 valt Blum door zijn weigering steun te geven aan de Spaanse socialisten die verwikkeld zijn inde Spaanse burgeroorlog. Het jaar daarna valt het Populair Front uit elkaar.

Italiaans Fascisme
De wereld is niet verbaasd als democratie niet perfect blijkt te werken in Rusland, China of Turkije deze landen zijn tenslotte min of meer ‘achterlijk’. Italië daarentegen is een in 1861 gevestigde volwaardige Europese natie waar de democratie faalt. Het land is zeer teleurgesteld over het verworven gebied na de eerste wereldoorlog. Van al het Italia Irredenta wordt alleen Zuid-Tirol aan Italië toegekend. In 1919 richt Benito Mussolini zijn ‘Fascio di Combattimento’ op. Een fascistische knokploeg die tussen 1919 en 1920 veel conflicten uitvecht met de Italiaanse communisten. De fascisten hebben maar een beperkt succes bij de verkiezingen van 1919 en 1921. Ze steunen in 1919 de confiscatie van land maar keren zich daar in 1921 tegen. Onrust, rellen en straatgevechten zijn in Italië aan de orde van de dag en Mussolini zet de fascisten in om zoveel mogelijk van de orde te herstellen en te handhaven. De middenstand, nationalisten en patriotten geven steeds meer steun aan de fascistische beweging. De squadristi gaan over tot intimidatie van tegenstanders, het uiteen jagen van linkse demonstraties, opbreken van stakingen en het uitschakelen van vakbonden. Mussolini wordt de beschermer van de wet, de autoriteit van de staat, de koning en de kerk waar hij oorspronkelijk een anti-republikeinse en anti-kerkelijke journalist was geweest. Op 22 oktober 1922 organiseren de fascisten de mars op Rome. Een mobilisatie van fascisten tegen een dreigende coup. De regering roept de noodtoestand uit die Koning Victor Emannuel weigert goed te keuren. De Italiaanse regering treedt daarop af en de Koning stelt Mussolini aan als premier. Mussolini krijgt van het parlement één jaar de tijd de ruimte om noodmaatregelen te nemen. Om hervormingen door te voeren en de orde te herstellen besluit dat het nodig is om stabiele regeringen te hebben. Hij besluit dat de winnende partij bij verkiezingen automatisch 2/3 van de zetels in het parlement krijgt. De fascisten winnen onder dreiging en geweld de volgende verkiezingen en hebben de controle over het parlement. In 1924 komt de socialist Matteotti met bewijzen van fascistische intimidatie. Als hij vervolgens wordt vermoord klinkt de roep om het ontslag van Mussolini. De linkse partijen treden uit het parlement wat vervolgens geheel buitenspel wordt gezet. De persvrijheid wordt beperkt, vakbonden en politieke partijen worden verboden. Mussolini stelt dat democratie uit de tijd is. De regeringsvorm leidt alleen maar tot klassestrijd en ontelbare partijen. De onderlinge verdeling kan alleen door een sterke leider opgelost worden: ‘Il Duce’. Fascisme is de dictatuur van de staat over de klassen en standen en die dwingt samen te werken. Het fascistische regime vestigt een coöperatieve staat waarin de economie is opgedeelt in 23 economische takken (de coöperaties). Deze worden gereguleerd door fascisten en vormen samen een economisch parlement. Er is staatscontrole op de hele economie. Tijdens de Depressie schuift Mussolini de verantwoordelijkheid voor problemen op het buitenland. Hij begint een programma van voedselproductie en probeert de Italiaanse economie autarkisch te

maken. Ter stimulering van de werkgelegenheid ontginnen de fascisten de grote Italiaanse moerassen en de bouw van waterkrachtcentrales. Europa ziet het fascisme in de jaren 30 als een alternatieve oplossing voor de reële economische problemen. De linkse partijen zijn fel tegen maar de middenstand en de conservatieven hebben meer respect voor de regeringsvorm en zien het als een sterke tegenstander tegen het sovjet bolsjewisme.

Het Derde Rijk
Adolf Hitler is geboren in Oostenrijk maar ontwikkeld al voor de eerste wereldoorlog een aversie tegen Wenen en het Habsurgserijk. Hij verhuist als mislukte kunstenaar naar München waar hij antisemitische opvattingen krijgt. In de eerste wereldoorlog dient hij als korporaal in het Duitse leger en begint voor hem de verheerlijking van de oorlog. Na 1919 belandt hij als leider van de DAP in anti-communistische kringen. De DAP (Duitse Arbeiders Partij) is door de Weimar-regering opgezet als initiatief in het offensief tegen het communisme. In 1920 wordt Hitler partijleider en hernoemd de DAP in NSDAP (Nationaal Socialistische Arbeiders Partij). Hitler stelt een programma van 25 punten op en transformeert in een radicaal politicus. In de Duitse Weimar-staat na de eerste wereldoorlog bestrijden monarchisten, antirepublikeinen en communisten elkaar met bewapende bendes. De NSDAP richt hiervoor de Stormtroepen op: de Bruinhemden. Een anti-republikeinse coup (de Kapp-Putsch) mislukt in 1920. Alle groepen paramilitairen gebruiken geweld en moordaanslagen in 1922 wordt de joodse minister Walter Rathenau vermoord en Matthias Erzberger, leider van de katholieke centrum partij die de vrede van Versailles heeft getekend. Met de bezetting van de Ruhr door Frankrijk in 1923 ontstaat er oproer in Duitsland en krijgt Hitler’s NSDAP steun vanuit de oude militaire hoek. Met Generaal Ludendorf organiseert Hitler de Bierhall-Putsch die mislukt. In de mediahype rondom de rechtszaak wordt Hitler een bekende politicus in Duitsland. Tijdens zijn veroordeling tot 5 jaar gevangenisstraf schrijft hij de bestseller ‘Mein Kampf’ waarin hij zijn antisemitische politiek bekend maakt. Na 1924 begint de economie weer te verbeteren en verdwijnt de oproer binnen het volk. Frankrijk verlaat de Ruhr en de Reichsmark stabiliseert. Hitler’s populariteit daalt dramatisch. Met de beurscrash van 1929 wordt Duitsland zeer zwaar getroffen. De macht van de communistische partij stijgt en de middenstand is hard op zoek naar iemand die de boljsewisten kan stoppen. De middenstand geeft de Vrede van Versailles, de regering en de geallieerden de schuld van de problemen. Hitler’s propaganda ‘Ein Volk, ein Reich, ein Führer’ slaat aan. Hij stelt dat Duitsers een puur arisch ras zijn die op zichzelf moeten kunnen vertrouwen. Zijn anticommunistische opstelling en zijn afkeer van het verdrag van Versailles worden gedeeld door veel Duitsers. In het antisemitisme heeft Hitler een soort laagste gemeenedeler in Duitsland gevonden. Zowel links als rechts heeft angst voor joden. De NSDAP maakt een enorme groei door in zetels en wordt in 1932 de grootste partij. De partij wordt gefinancierd door Junkers, groot-industriëlen, conservatieven en officieren. In 1932 valt de regering van kanselier Bruening. Franz von Papen vormt een regering maar wordt ten geval gebracht door Generaal Kurt von Schneider. De Generaal vormt zelf een regering maar valt ook. In de regeringscrisis wendt de Duitse gevestigde orde zich tot Hitler. Von Papen en Von Schneider adviseren president Hindenburg Hitler als kanselier aan te stellen in de verwachting dat hij te beheersen valt door de bestaande machten. Op 30 januari 1933 treedt Adolf Hitler als kanselier aan in een regering bestaande uit de NSDAP en de nationalisten van Von Papen. Hitler is niet bereidt de macht te delen en doet een oproep tot

nieuwe verkiezingen. In een week voor de verkiezingen breekt er brand uit in de Reichstag waar de communisten de schuld van krijgen. Het parlement eist maatregelen tegen de socialistische partijen en beperkt de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. In de daarop volgende verkiezingen wint de NSDAP 44% van de stemmen en worden de communisten uit het parlement gezet. Het parlement geeft in de noodtoestand Hitler dictatoriale macht om maatregelen te nemen en de orde te herstellen. Hitler vestigt hiermee het ‘Derde Rijk’ na het Heilige Rooms Rijk en het Duitse Keizerrijk. De Führer is de absolute soevereine macht van het Duitse volk. Het Duitse volk is in de optiek van de Nazi’s een volk van ariërs en begint actieve antisemitische politiek. In 1935 worden de Neurenberger wetten aangenomen die Joden Duits burgerrecht ontneemt, hen verbiedt in het ambtenarenapparaat of als leraar te werken. Tot slot verbieden de wetten het huwelijk en zelfs de seksuele omgang tussen Duitsers en Joden. In 1938 schiet een 17 jarige Poolse jood een Duitse diplomaat in Parijs dood. De nazi’s grijpen de situatie aan om de stormtroepers op de Joodse gemeenschap los te laten. Een orgie van geweld is het gevolg die de ‘Kristallnacht’ wordt genoemd. De Duitse totalitaire staat is een monoliet waarin het individu volledig ondergeschikt is aan het geheel, het volk en de staat. Hitler schaft de federatie af en beëindigt het democratische meerpartijenstelsel. In 1934 volgt een zuivering van tegenstanders binnen de NSDAP waarin veel leden worden vermoord. In Duitsland wordt de Gestapo opgericht: ‘Geheime StaatsPolizei’. De rechtspraak wordt omgevormd tot volkstribunalen en tegenstanders worden opgesloten in internerings- en concentratiekampen in Duitsland. Recht in Duitsland is de wil van het volk en dus de wil van de Nazipartij en de Führer. Volk, cultuur en kerk worden door de staat gecontroleerd en Germaanse heidense godsdiensten worden gestimuleerd. Voor de indoctrinatie van de jeugd wordt de ‘Hitlerjugend’ opgericht. Hitler streeft naar een autarkische maatschappij en lanceert in 1936 een vierjaren plan voor de economische ontwikkeling. Om de problemen van de Depressie het hoofd te bieden schakelt Duitsland om naar een oorlogseconomie. De totalitaire staat is in wezen een extreme vorm van de natie-staat. De staat wil een volledige macht over het hele leven. In de normale natie-staat komt daar de verzorgingsstaat uit voort. Het historisch nationalisme en het volk en de cultuur als één geheel worden door de totalitaire staat tot in het extreme doorgevoerd. Het individu is in beide staatsvormen ondergeschikt aan de staat. Duitsland ontwikkelt daar (in tegenstelling tot Italië en de USSR) een extreem antisemitisch racisme bij. De totalitaire staat beheerst de wetenschap en stelt dat de conclusies van de wetenschap afhankelijk zijn van de staat. Soviet-wetenschap, nazi-wetenschap, joodsewetenschap of democratische-wetenschap. Al deze wetenschappen kunnen tot verschillende conclusies komen. Datzelfde geldt voor de kunst. In de totalitaire staat is vaak sprake van een leidercultus en verering. Door de ontwikkeling van moderne media wordt het volk in de totalitaire staat continu geconfronteerd met propaganda en is de media volledig onderworpen aan censuur. De waarheid is wat de staat zegt. De grootheid van het land wordt gevierd in een cult van geweld, de victorie van de oorlog en de demonstratie van de kracht van het volk. De ethiek in het land wordt gedomineerd door geweld en paganisme en wetenschappelijke theorie en filosofie (Darwin, Nietzsche) worden verdraaid. In de combinatie van cult van kracht en het wegvallen van ethiek richt de staat zich op de schoonheid en gezondheid van het volk. Er wordt euthanasie/moord toegepast op ouderen, geestelijk gehandicapten, patiënten met een psychische stoornis, invaliden en chronisch zieken.

Hoofdstuk 21: de Tweede Wereldoorlog (1933 – 1945)
Chronologie
1931 AD 1933 AD 1934 AD Koning Alfonso XIII van Bourbon uit Spanje verdreven Vestiging Spaanse democratie Duitsland verlaat de Volkenbond Non-Agressieverdrag Duitsland – Polen Dolfuss vermoordt in Oostenrijk Putsch en Anschluss tussen Duitsland - Oostenrijk mislukt Referendum in Saar Saar terug naar Duitsland Begin herbewapening Duitsland Marineverdrag Duitsland – UK Italiaanse invasie in Ethiopië Duitse troepen bezetten gedemilitariseerde Rijngebied Verkiezingen in Spanje gewonnen door links volksfront Staatsgreep Generaal Franco in Spanje Spaanse burgeroorlog Duitsland en Italië geven militaire steun aan Franco in Spanje Onderwerping Ethiopië aan Italië Anticommunistisch verdrag tussen Duitsland, Japan en Italië Volksoproer in de stadstaat Danzig Japanse invasie van Mantsjoerije Massamoorden in Nanjing Anschluss Oostenrijk bij Duitsland Dreigende Duitse invasie Tsjechisch Sudetenland VS, UK, Frankrijk waarschuwen Duitsland UK onderhandelaar geeft Sudeten Duitsers grote vrijheden Tsjechië gedwongen resultaten te accepteren Duitsland niet tevreden Begin Duitse mobilisatie Conferentie van München: Duitsland, UK, Frankrijk Sudetenland naar Duitsland Duitsland annexeert heel Tsjechië Slowakije onafhankelijk Duitsland eist Poolse corridor Begin westerse bewapening Generaal Franco verslaat links volksfront in Spanje Vestiging rechtse dictatuur Franco Italië annexeert Albanië Geallieerde garanties voor Polen, Griekenland, Turkije en Roemenië von Ribbentrop-pact: Duitsland – USSR opdeling van Polen Duitse invasie Polen: begin WO II Frankrijk en UK verklaren oorlog aan Duitsland Diplomatiek – militair bondgenootschap Duitsland - Japan Duitse invasie Denemarken en Noorwegen Duitse invasie Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk

1935 AD

1936 AD

1937 AD

1938 AD mei zomer

sep

1939 AD mrt

aug 1 sep 3 sep 1940 AD 9 apr 10 mei

Britse evacuatie Duinkerken 22 jun Frankrijk capituleert Einde derde Franse republiek, vestiging Vichy Frankrijk Italiaanse invasie Griekenland en Afrika Britse regering Chamberlain treedt af Winston Churchill vormt kabinet van nationale eenheid in UK VS en UK sluiten destroyer-deal Land-Lease: VS wapenleveringen aan geallieerden Invoering VS dienstplicht VS verdediging van Groenland en IJsland Battle of Britain: luchtslag om luchtoverwicht RAF verslaat Luftwaffe Neutraliteitspact: Japan en USSR Roemenië, Bulgarije en Hongarije sluiten zich aan bij asmogendheden Duitse invasie Joegoslavië Operatie Barbarossa: Duitse invasie USSR Albert Speer richt Duitse oorlogseconomie in Duitse Afrikakorps als versterking voor Italië naar Libië gestuurd Atlantic Charter UK -VS Japanse aanval Pearl Harbour VS verklaart Japan en Duitsland oorlog Japanse invasie Filipijnen, Ned. Indië, Maleisië Japanse invasie India, Birma en Indochina Omschakeling VS naar oorlogseconomie Slag bij El Alamein Zeeslag in de Koraalzee Zeeslag om Midway Landingen Guadalcanal & Solomoneilanden Vastlopen Duitse oostfront Duitsland: Entlösung der Judenfrage begin holocaust Slag om Stalingrad Slag om de Atlantische Oceaan VS en UK winnen dominantie op zee Geallieerde invasie van Algerije en Marokko Geallieerde besprekingen Casablanca Begin massale luchtbombardementen op Duitsland Generaal Dwight D. Eisenhower opperbevelhebber westfront Val Franse koloniën Duitsland bezet Vichy Frankrijk Duitse Afrikakorps verslagen Geallieerde invasie van Sicilië Geallieerde besprekingen Teheran Geallieerde invasie van Frankrijk (Normandische landingen op D-Day) Moordaanslag op Hitler Bevrijding Parijs Geallieerde invasie Zuid-Frankrijk Zeeslag in de Golf van Leyte (Filipijnen)

1941 AD

22 jun

aug 7 dec

1942 AD

winter 1943 AD

jan

aug dec 1944 AD 6 jun 20 jul aug okt

dec 1945 AD feb

Duitse Ardennenoffensief Luchtbombardement op Dresden USSR invasie van Duitsland Geallieerde besprekingen Jalta Verovering Iwo Jima, Okinawa Begin bombardementen op Japan Hitler pleegt zelfmoord Val Berlijn Duitsland capituleert Geallieerde conferentie Potsdam Nucleair bombardement Hiroshima Nucleair bombardement Nagasaki USSR verklaart oorlog Japan Japan capituleert Conferentie van Parijs Vredesverdragen Italië, Roemenië, Hongarije, Bulgarije en Finland Westers vredesverdrag Japan Sovjet vredesverdrag Japan

mrt 30 apr 8 mei jul 6 aug 9 aug 11 aug 2 sep 1946 AD 1947 AD 1951 AD 1956 AD

Grote Lijn
Eind jaren 30 zijn Duitsland, Italië, Japan en de USSR zeer ontevreden met de grenzen die afgesproken zijn in 1919. Het UK, Frankrijk en de VS hebben belangen in een verdrag die niet worden nageleefd. De westerse democratieën hanteren ‘appeasement’ als politiek ten opzichte van Duitse agressie. Dit in de veronderstelling dat ieder toegave de laatste is. In het UK en de VS bestaat het idee dat democratie niet voor alle staten is. Oorlog, als die al komt, verwacht het westen met de communistische USSR. De fascistische staten worden gezien als bolwerken tegen het communisme. Gedurende de jaren 30 stelt Adolf Hitler steeds meer eisen. Duitse agressie komt in 1938 bijna tot oorlog tussen Frankrijk, het UK en Duitsland over Tsjecho-Slowakije. Weer gaat het UK in op een compromisvoorstel en wordt de vrede gehandhaafd. Na de annexatie van het restant van Tsjechoslowakije door Duitsland komt de appeasement politiek ten einde en beginnen voorbereidingen voor oorlog. Met de Duitse invasie van Polen breekt de tweede wereldoorlog uit. In de jaren 1939 en 1940 verovert Duitsland in de Blitzkrieg geheel Europa. De kusten worden gefortificeerd (Atlantik-wall, Festung Europa). Italië valt Afrika binnen maar wordt daar door Britse troepen uit Egypte verslagen. Duitsland stuurt het Afrikakorps naar Libië. Na het verlies van de Luftwaffe in Battle of Britain richt Duitsland zich op het oosten en begint zomer 1941 de invasie van de USSR. Duitsland rukt ver op maar het front loopt vast in de winter. Generaal Zukhov weet de Duitse troepen bij Stalingrad tot staan te brengen. Na Stalingrad neemt het Rode Leger het initiatief en begint een kostbaar tegenoffensief. Japan en Duitsland hebben een militair verbond en na een Japans neutraliteitsverdrag met de sovjets gaat het land in de Stille Oceaan over tot invasie. 7 december 1941 valt het Pearl Harbour aan en betrekt de VS in de oorlog. De VS steunde tot die tijd vooral het UK met Land-Lease en de Destroyerdeal. Amerikaanse troepen garanderen de onafhankelijkheid van Groenland en IJsland. De VS verklaart Japan en Duitsland de oorlog. Japan domineert in 1942 de Indische Oceaan, de westelijke kant van de Stille Oceaan en bedreigt Australië. Duitse

troepen hebben heel Europa bezet en staan aan de rand van de Kaukasus. Aansluiting van Japanse en Duitse bezette gebieden dreigt. In Duitsland geeft de nazi-top met de “Entlösung der Judenfrage” het sein tot het begin van massale uitroeiing van Joden. De holocaust eist ruim 6 miljoen slachtoffers. Tot 1942 wordt de oorlog gedomineerd door de as-mogendheden, daarna door de geallieerden. Japan verliest het momentum in zijn expansie door het verlies van de zeeslagen in de Koraalzee en bij Midway. Het Duitse Afrikorps wordt door de Britse Generaal Montgomery bij El Alamein verslagen. Begin 1943 krijgen de forceren de geallieerden dominantie in de Atlantische Oceaan en begint de opbouw van een invasieleger in het UK. Er worden massale luchtbombardementen op Duitse industrie en bevolkingscentra uitgevoerd. In augustus 1943 vind de geallieerde invasie van Sicilië plaats gevolgd op 6 juni 1944 door de enorme landingen in Normandië. Parijs wordt op 20 juli bevrijd. Het laatste Duitse tegenoffensief valt in december 1944 in de Ardennen. Sovjet-troepen vallen begin 1945 Duitsland binnen en rukken op naar Berlijn. Westerse troepen worden naar Beieren gestuurd om te voorkomen dat Duitsland in de bergen een laatste verdediging opzet. De USSR wordt de ruimte gegeven Berlijn te nemen. Op 8 mei 1945 capituleert Duitsland. De VS richt dan de aandacht geheel op Japan. De Japanse eilanden zijn binnen bereik gekomen van de geallieerde luchtvloot. Het land wordt in augustus door de VS getroffen met 2 atoomwapens (Hiroshima op 6 augustus, Nagasaki 9 augustus) en capituleert op 2 september. Tijdens de oorlog hebben de geallieerden op diverse conferenties afspraken gemaakt over het einde van de oorlog. In 1941 leggen Churchill en Roosevelt de ideologische basis voor de vrede. Afspraken over welvaart en economische veiligheid en herstel van soevereiniteit komen aan de orde in het ‘Atlantic Charter’. In januari 1943 volgt een conferentie in Casablanc waar de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland wordt geëist. Wapenstilstand als in WO I is niet voldoende. In Teheran, eind 1943 maken de USSR, het UK en de VS concrete afspraken over de na-oorlogse bezetting en demilitarisatie van Duitsland. Ook de oprichting van de VN wordt dan besproken. Als de overwinning bijna bereikt is volgt in februari 1945 de grote conferentie van Jalta waarin de nieuwe grenzen, invloedsgebieden en de concrete bezetting van Duitsland wordt afgesproken. Tijdens al deze conferentie zijn het Stalin en Churchill die in conflict komen. Roosevelt zet beiden onderdruk om de alliantie te bewaren tot na de oorlog. Er is groot wantrouwen in de USSR, van voor de oorlog, het lange uitblijven van een tweede front en paranoia van Stalin. In Potsdam in juli 1945 is Roosevelt overleden en wordt Churchill halverwege vervangen door de nieuwe Britse premier Attlee. Een diepe kloof ontstaat tussen het oosten en westen waaruit in de decennia daarna de Koude Oorlog voortkomt.

Zwakheid van de Democratie
De westerse democratieën hanteren in de jaren 30 een politiek van pacifisme. Men houdt vast aan de vrede ongeacht de consequenties en gelooft dat de eerste wereldoorlog een grote fout was. Men is doodsbang voor herhaling van die fout. In het UK, Frankrijk en de VS bestaat het geloof dat democratie niet voor ieder land is weggelegd. In de jaren 30 is het geloof dan als er al een volgende oorlog komt die zeker met de USSR zal zijn. De fascistische dictaturen zijn in die optiek bolwerken tegen het communisme. Vooral Frankrijk kent een grote angst voor herhaling van de eerste wereldoorlog en legt daarom een enorme verdedigingsgordel, de Maginotlinie, aan in de Elzas. Frankrijk is intern sterk verdeelt tussen socialisten (Populair Front) en rechts conservatieven en fascisten. In het UK is Neville Chamberlain de grote aanhanger van de ‘Appeasement’-politiek van toegeven. De eisen van Duitsland zijn in

bepaalde mate reëel te noemen het gaat immers over de controle van de Duitse overheid over Duits grondgebied en het Duitse volk. Dit recht op zelfbeschikking is vastgelegd in de Vrede van Versailles. In de VS is Roosevelt fel tegen de dictatuur in Europa maar wordt geconfronteerd met een enorm isolationistisch parlement dat hem dwingt een isolationistische politiek van non-interventie en neutraliteit te voeren. Tussen 1935 en 1937 is er een verbod op het lenen van kapitaal, het leveren van wapens, munitie en transportdiensten aan oorlogszones. De USSR wordt na de eerste wereldoorlog geconfronteerd met een cordon sanitaire van democratische landen (Finland, baltische staten, Polen tot aan Roemenië). De grens van de Sovjetunie is ver richting Moskou verschoven. Mede door de macht van de fascistische dictaturen wordt Stalin gedwongen een politiek van collectieve veiligheid te voeren. De USSR wordt lid van de volkenbond, stimuleert communisten in het westen samen te gaan werken met de socialisten en geeft militaire steun aan tegenstanders van de fascisten. De USSR sluit verdedigingsverdragen met Tsjecho-Slowakije en Frankrijk. De USSR en de communisten worden in Europa enorm gewantrouwd.

Spaanse burgeroorlog (1936 – 1939)
Koning Alfonso XIII van Bourbon wordt in 1931 uit Spanje verdreven en het land vestigt daarna een prille democratie. Kerk en staat worden gescheiden. De macht van de Kerk en de grootgrondbezitters wordt gebroken. Rechts conservatieven, royalisten en fascisten komen tegenover de linkse partijen te staan. In de verkiezingen van 1936 vormen de socialistische partijen en de communisten de Spaanse variant van het Populair Front en winnen de verkiezingen. De conservatieve fascistische Generaal Franco pleegt vervolgens een staatsgreep tegen de linkse regering. Het populair front begint een gewapend verzet waarmee de Spaanse Burgeroorlog uitbreekt. De linkse beweging is de gevestigde regering van een erkende staat en zou op die basis aanspraak mogen maken op steun. Het UK, de VS en Frankrijk zijn uitermate angstig voor uitbreiding van de oorlog en voor het linkse bewind. De linkse regering krijgt alleen steun vanuit de USSR wat het westen nog wantrouwiger maakt, De landen verbieden het leveren van wapens aan strijdende partijen en tekenen een non-interventieverdrag. Met deze politiek steunen ze in feite de agressor Franco die een beroep doet op Italiaanse en Duitse bondgenoten. Beide landen sturen troepen, grote hoeveelheden geld en wapens. Het is Franco die in deze oorlog de fascistische staten Italië en Duitsland bij elkaar brengt. De nieuwe Duitse luftwaffe voert aanvalsvluchten uit op linkse stellingen en bombardeert in 1937 de stad Guernica. In 1939 verslaat Franco de linkse regering en vestigt een fascistische dictatuur.

Italiaanse politiek
Italië behaalt als geallieerde bondgenoot erg weinig uit de Vrede van Versailles. Het land heeft imperialistische ambities en wil wraak nemen op Ethiopië voor de nederlaag bij Adowa in 1896. Mussolini gaat in 1935 over tot de invasie van het Afrikaanse land. Keizer Haile Selassi doet een beroep op de volkenbond die de daad van Italiaanse agressie veroordeelt. Het Uk, Frankrijk en de VS gaan niet over tot maatregelen. Frankrijk kan zelfs enige sympathie voor het Italiaanse fascistische standpunt opbrengen. Het UK is wederom bang dat er een grote oorlog uitbreekt en wil geen strijd in de Middellandse Zee en Rode Zee. Het Suezkanaal is van vitaal belang voor het bestaan van het Britse Empire. Ethiopië wordt in 1936 door Italië verslagen.

Italië bemoeit zich ook actief met de Spaanse burgeroorlog en stuurt troepen en wapens naar de Spaanse fascisten. De veroordeling van de volkenbond en de actieve steun aan Franco vervreemden de fascisten van de westerse grootmachten en doen Mussolini toenadering zoeken tot Duitsland. Hieruit ontstaat de as Rome-Berlijn. In 1936 sluit Duitsland met Japan een verdrag tegen het communisme en dit wordt ook door Italië geratificeerd. Mussolini ontwikkelt de ambitie voor herstel van het Mare Nostrum, een Romeinse Middellandse Zee. In 1938 steunt Mussolini zijn nieuwe Duitse bondgenoot in de Oostenrijkse Anschluss. Een eerdere poging in 1934 was nog door Mussolini tegengehouden door mobilisatie van het Italiaanse leger in Tirol.

Nazi politiek
Hitler voert een agressieve politiek van eisen stellen, onderhandelen, dreigen met oorlog en op het laatste moment inbinden. In 1933 treedt Duitsland uit de Volkenbond en trekt zich terug uit de ontwapeningsverdragen. Het jaar daarop wordt een non-agressie verdrag gesloten met Polen en wordt de Oostenrijkse kanselier Dolfuss door nazi’s vermoord. Duitsland stuurt aan op een Anschluss met Oostenrijk maar dit wordt tegengehouden door Italië. Mussolini wil geen Duitsland aan de grens en mobiliseert zijn troepen in Tirol. De Anschluss mislukt. In 1935 wordt door de volkenbond een referendum gehouden over de toekomst van de Saar. Door enorme nazi-propaganda kiest de bevolking voor terugkeer naar Duitsland. Het Duitse leger wordt dat jaar uitgebreid en herbewapend waarop felle protesten van vooral Frankrijk volgen. De westerse grootmachten ondernemen geen actie. Het UK en Duitsland gaan zelfs over tot een marineverdrag. Het jaar daarop worden Duitse troepen de gedemilitariseerde Rijnzone in gestuurd. Frankrijk kan, wil en durft niet in te grijpen zonder steun van het UK. Het UK wil in 1936 geen nieuwe oorlog riskeren over Duitse troepen op Duits grondgebied. Duitsland begint dat jaar ook met het leveren van steun (geld, troepen, wapens) aan de Spaanse fascistische leider Generaal Franco in de Spaanse burgeroorlog. In 1937 volgen de bombardementen van de nieuwe Luftwaffe op de stad Guernica in Spanje. Nazi propaganda zorgt voor een volksoproer onder de Duitse bevolking van de vrije stad Danzig. In 1938 komt de Oostenrijkse Anschluss bij Duitsland wel tot stand door de steun van de nieuwe bondgenoot Italië.

Crisis van 1938: conferentie van München
In 1919 is de Tsjecho-slowaakse staat opgericht uit een mengeling van de Tsjechen, Slowaken en Sudeten Duitsers (uit Bohemen). Bij de laatste groep is onvrede over de nieuwe natie en zien zich liever onderdeel van Duitsland. Tsjecho-slowakije sluit een verdrag met Frankrijk als garantie tegen eventuele Duitse agressie. De kleine entente is het gevolg, een bondgenootschap tussen Tsjecho-slowakije, Roemenië en Joegoslavië. De Tsjechen hebben een sterk, goedgeorganiseerd en modern leger met verdedigingswerken tegen Duitsland in het Sudetengebied. Duitsland claimt in 1938 aanspraak te maken op Bohemen en Moravië. In mei groeit de oorlogsdreiging door Tsjechische mobilisatie tegen een dreigende Duitse invasie. De VS, het UK en Frankrijk waarschuwen Duitsland voor de gevolgen van deze actie. Hitler geeft een veiligheidsgarantie voor Tsjecho-Slowakije en dit stemt de geallieerden tevreden. In de zomer van 1938 volgen onderhandelingen over de Sudetenkwestie onder Brits voorzitterschap. De Tsjechen worden gedwongen de resultaten te accepteren. De Sudetenduitsers krijgen grote vrijheden in het land maar dit is onvoldoende voor Hitler. De USSR biedt daarop Frankrijk en het UK aan gezamenlijk tegen de Duitse agressie op te treden. De geallieerden zien hier

weinig in uit angst voor oorlog en het gebrek aan vertrouwen in communistische steun. In september vliegt Chamberlain tot tweemaal toe naar Berlijn. Hitler verhoogt beide keren zijn eisen tot op zulk niveau dat noch Frankrijk noch het UK hier accoord mee kunnen gaan. Duitsland gaat daarop over tot mobilisatie. Op het toppunt van de spanningen worden Daladier (Frankrijk), Chamberlain (UK) en Mussolini (It.) door Hitler uitgenodigd voor een congres in München. De USSR en Tsjecho-Slowakije worden bewust buitengesloten. Hitler bindt iets in waarop Daladier en Chamberlain zijn eisen accepteren. Frankrijk trekt zijn garantie voor Tsjecho-Slowakije in en ontbind daarmee de kleine entente. Sudetenland wordt toegekend aan Duitsland waardoor de Tsjechische staat in één klap de industrie en verdedigingsgordel kwijtraakt. Beide leiders worden bij thuiskomst gevierd als de grote vredestichters. Met de conferentie van München weet Hitler de USSR en het westen definitief van elkaar te vervreemden. In maart 1939 vallen Duitse troepen het laatste deel van Tsjechië binnen en verlenen Slowakije onafhankelijkheid. Tsjechië wordt geannexeerd. Vervolgens eist Hitler delen van Polen om een Duitse corridor vestigen naar de Duitse enclave. Daarnaast claimt hij Danzig en de Memel in Litouwen voor Duitsland. De westerse grootmachten realiseren zich dan dat de ‘appeasement’ gefaald heeft en beginnen met herbewapening en opbouw van het leger. Na de annexatie van Albanië door Italië worden door Frankrijk en het UK veiligheidsgaranties gegeven aan Polen, Griekenland, Turkije en Roemenië. De Britten zoeken dan toenadering tot de USSR maar dit stuit op weerstand van Polen. Met de Duitse aanspraken op Polen wordt Stalin geconfronteerd met een Duitsland dat wel heel dicht bij komt. De USSR is er ook van overtuigd dat het westen de agressie van Duitsland op de communisten wil richten zodat de Sovjet-Unie de eerste en zwaarste klappen krijgt. In augustus sluiten Hitler en Stalin het von Ribbentroppact. Het westen is met stomheid geslagen. Een geheime clausule in het pact bepaald de opdeling van Polen en de annexatie van Besarabië in Roemenië door de USSR. Op 1 september 1939 vallen Duitse troepen Polen binnen. Twee dagen later op 3 september verklaren het UK en Frankrijk Duitsland de oorlog.

Triomf van de As-Mogendheden (1939 – 1942)
Blitzkrieg
Duitsland verovert het westen van Polen binnen een maand. De USSR antwoordt op de Duitse invasie met de sovjetinvasie van Oost-Polen, de Baltische staten en Finland zoals afgesproken in het von Ribbentroppact. Finland biedt weerstand en de Sovjets raken daar verwikkeld in een langer conflict. Litouwen wordt afgestaan aan Duitsland. Door deze agressie wordt de USSR uit de volkenbond gezet. Aan het westfront werkt de ‘appeasement’-politiek nog door. Zowel Frankrijk als het UK ondernemen geen oorlogshandelingen tegen Duitsland in de hoop dat het conflict beperkt blijft tot Oost-Europa. In een verrassingsaanval op 9 april 1941 vindt de Duitse invasie van Denemarken en Noorwegen plaats. Op 10 mei volgt de Duitse invasie van Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk. Met hoog tempo trekken Duitse troepen door West-Europa (de Blitzkrieg). Het UK kan op het laatste moment de troepen uit Duinkerken evacueren. Parijs valt op 22 juni 1940 waarop Frankrijk capituleert. Duitsland maakt een einde aan de derde republiek en bezet het grootste deel van Frankrijk. In het zuiden blijft Vichy-Frankrijk als een restant bestaan geregeerd de oude generaal Pétain en een fascistische regering. De vrije Fransen organiseren zich onder Generaal Charles de Gaulle in Londen.

Mussolini gaat over tot invasie van Griekenland en Afrika. Libië is al Italiaans en fungeert als uitvalsbasis. Eind 1940 is heel Europa bezet door de as-mogendheden of neutraal. Duitsland gaat in de bezette gebieden over tot de opbouw van enorme vestingwerken: de Atlantik-wall en verandert de Europese westkust in ‘Festung Europa’. In het UK treedt de regering Chamberlain na de mislukte ‘appeasement’-politiek af. Winston Churchill vormt een nieuwe regering van nationale eenheid en staat alleen (vergelijk het UK in de Napoleontische oorlogen) tegenover een vijandelijk (bezet) Europa. Het Amerikaanse parlement is sterk verdeelt tussen de isolationisten (meerderheid) en interventionisten (minderheid). Pres. Roosevelt hoort tot de laatste groep en doet alles om het UK zoveel mogelijk te steunen terwijl hij wel de neutrale politiek blijft handhaven. In de destroyer-deal levert de VS 50 oude marineschepen aan het UK in ruil voor militaire bases in Newfoundland en de Caraïben. Roosevelt initieert de Land-Lease waarin wapens en goederen worden geleverd aan landen die in oorlog zijn met de nazi’s. Het is duidelijk dat de VS onder Roosevelt anticiperen op oorlog met Duitsland. In 1941 wordt bijvoorbeeld de dienstplicht ingevoerd. De VS nemen de verantwoordelijkheid voor de verdediging van Groenland en IJsland en de Amerikaanse marine speelt een grote rol in de beveiliging van de scheepvaartroutes in de Atlantische Oceaan en de Stille Oceaan. In tegenstelling tot Hitler’s verwachting sluit het UK na de val van Frankrijk geen vrede met Duitsland. Hitler en de Duitse generale staf hebben eigenlijk weinig zin in een Brits avontuur maar zijn hierdoor genoodzaakt om de invasie van het UK te plannen. Dit is onmogelijk zonder luchtoverwicht. In 1940 begint de Battle of Britain waarin Duitsland zware bombardementen uitvoert op doelen in het UK: Londen, Coventry etc. De luchtaanvallen van de Luftwaffe worden afgeslagen door de RAF die de Duitse luchtmacht uit weet te schakelen. Het UK verwerft luchtdominantie in het eigen luchtruim en boven Europa. Hitler richt zich daarna weer op het oosten en laat een invasie van het UK varen. Invasie en annexatie van de communistische Sovjet-Unie licht ook meer in de Duitse nationaal-socialistische ideologie.

Operatie Barbarossa
Stalin is overtuigd van het feit dat hij buiten de oorlog kan blijven. Hitler dwingt in 1941 Roemenië, Bulgarije en Hongarije zich aan te sluiten bij de as-mogendheden. Voor een invasie van de USSR is het namelijk noodzakelijk om controle te krijgen over de Balkan voordat de Sovjets die beheersen. Door problemen veroorzaakt door de Joegoslaafse (Servische) guerrilla worden plannen voor de aanval op de USSR vertraagd. Operatie Barbarossa gaat op 22 juni 1941 van start. Stalin wordt volledig verrast en gelooft het nieuws in eerste instantie niet. De Duitse blitzkrieg wordt in Wit-Rusland en de Oekraïne herhaalt. Toch gaat de opmars niet snel genoeg om voor de val van de winter Moskou te bereiken. De winter van 1941-42 is uitermate streng en geeft de sovjets de gelegenheid om zich te hergroeperen en een winteroffensief te beginnen. De val van Moskou wordt hierdoor voorkomen. In de lente en zomer van 1942 richt Duitsland de aandacht op de verovering van de olievelden in de Kaukasus en de Krim. Hitler realiseert zich dan dat de oorlog langer gaat duren dan hij in eerste instantie verwachte. Albert Speer wordt dat jaar aangewezen als coördinator van de Duitse oorlogseconomie die duizenden mannen uit de bezette gebieden naar Duitsland haalt voor werk in de industrie. Sebastopol en de Krim vallen in de zomer van 1942 en de Duitse legers staan eind 1942 in Stalingrad.

Woestijnoorlog in Afrika
De Italiaanse invasie van Egypte in 1940 heeft als inzet de controle van het Suez-kanaal. De Britse troepen verslaan de Italianen in Libië en bevrijden Ethiopië. Duitsland wordt gedwongen door de Italiaanse nederlaag troepen naar Afrika te sturen. Elite troepen onder bevel van Generaal Rommel (het Afrikakorps) arriveren in 1941 en drijven de Britse troepen terug tot in Egypte. In 1942 komt het daar tot de beslissende slag om El Alamein waarbij de Britse Generaal Montgomery standhoudt tegen het Duitse Afrikakorps.

Japanse aanval op de Stille Oceaan
In 1940 sluiten Japan, Duitsland en Italië een militair en diplomatiek bondgenootschap. Een jaar later sluit Japan met USSR een neutraliteitsovereenkomst. Hierdoor krijgt Japan de ruimte om zicht te richten op uitschakeling van het UK, de VS en andere westerse landen in Azië. Op 7 december volgt een verrassingsaanval op Amerikaanse vloot in de haven van Pearl Harbour, Hawaï. De aanval wordt gevolgd door de invasie van de Filipijnen, Nederlands Indië en Maleisië. Na grote militaire successen volgen de aanval op Brits India, Birma en de dominantie van de Indische Oceaan. De VS verklaart na de aanval op Pearl Harbour de oorlog aan Japan, Duitsland en Italië. Geallieerde troepen van de VS en het UK worden onder één bewind en in commandostructuur gebracht en in de politiek wordt besloten dat de oorlog in Europa voorrang krijgt boven die in de Stille Oceaan. De Amerikaanse marine in de Pacific staat er grotendeels alleen voor maar slaagt er wel in de Japanse expansie en de bedreiging van Australië te stoppen.

Opmars van de Geallieerden
De situatie in 1942 is voor de geallieerden het meest onzeker. Zowel Duitsland en Japan zijn op het toppunt van expansie. Feitelijk staan de as-mogendheden met Duitse troepen in de Kaukasus en Japanse in de Indische Oceaan op het punt aansluiting bij elkaar te vinden. Duitsland en Japan hebben geen plannen en communicatie voor gezamenlijke militaire coördinatie. Dat jaar vinden enkele cruciale veldslagen (Stalingrad, El Alamein) en zeeslagen (Koraalzee, Midway) plaats die het verloop van de oorlog verder bepalen. Amerikaanse landingen in Guadalcanal en de Solomoneilanden beginnen een lange reeks van mariniersinvasies in de Stille Oceaan. Ieder eiland moet apart veroverd worden wat enorme aantallen slachtoffers vraagt (Island Hopping). De USSR roept op tot snelle opening van een tweede front in Europa om de druk op het oostfront te ontlasten. Vertragingen bij de opening van een westfront worden als anti-communistisch ervaren. Feit is dat noch de VS noch het UK in 1942 in staat zijn een succesvolle invasie van het Europese vasteland uit te voeren. De VS schakelt dat jaar om naar een oorlogseconomie. Duitse U-Boten domineren de Atlantische Oceaan. Pas in 1943 na de Slag om de Atlantic krijgen het UK en de VS controle over de noordelijke Atlantische Oceaan waardoor de aanvoer van troepen en wapens in grote konvooien echt op gang komt. Vanuit het UK voeren de VS en het UK massale luchtbombardementen uit op Duitsland. Door het luchtoverwicht wordt enorme schade aangericht aan de Duitse capaciteit om oorlog te voeren. Bombardementen op Duitse bevolkingscentra moeten leiden tot het breken van de Duitse wil om oorlog te voeren. Dit resulteert in februari 1945 tot de enorme bombardementen van Dresden.

De geallieerde troepen in Europa komen onderbevel te staan van de Amerikaanse Generaal Dwight D. Eisenhower. Hij plant en voert in november 1942 de invasies van Algerije en Marokko uit waardoor de Franse koloniën onder controle komen van de geallieerden in plats van het fascistische Vichy-regime. De Amerikanen en Britten krijgen bij deze operaties steun van de Franse admiraal Darlan uit Vichy Frankrijk. Hij wordt uiteindelijk vermoord en Duitsland bezet ook Vichy-Frankrijk waarop de Franse marine de eigen vloot opblaast. In Algiers ontstaat een strijd om het leiderschap van de bevrijde Fransen die wordt gewonnen door Generaal Charles de Gaulle die over het algemeen genegeerd wordt door Pres. Roosevelt. De Gaulle krijgt alleen met hulp van Winston Churchill zijn ideeën gerealiseerd. In Afrika wordt het Afrikakorps ingesloten door Amerikaanse troepen vanuit Algerije en Marokko en Britse troepen vanuit Egypte. In de lente van 1943 worden de Duitse troepen in Afrika verslagen. De winter van 1942-43 betekent ook het einde van de Duitse opmars door de USSR. Het legerkorps bij Stalingrad wordt omsingeld door het Rode Leger en na een lang beleg worden de Duitsers verslagen. De Sovjetgeneraal Zukhov begint in 1943 het offensief tegen Duitsland. De VS breidt de Land-Lease uit naar de USSR en begint via de Poolzee en de haven van Murmansk met de aanvoer van wapens en goederen naar de USSR. Vanuit Afrika volgt in 1943 de invasie van Sicilië. Vanuit Sicilië steken de geallieerde over naar het Italiaanse vasteland waardoor Italië valt. Mussolini probeert nog wel in het noorden een nieuwe staat te stichten maar hij wordt door Italiaanse partizanen gegrepen en vermoord. Het front in Italië vordert maar heel traag. Op 6 juni 1944 vinden er enorme landingen plaats in Normandië. Met deze invasie (D-Day) wordt het tweede front geopend waar de Sovjets op wachten. Na een langdurige strijd in Normandië rukken de geallieerde troepen door Frankrijk en in augustus 1944 wordt Parijs bevrijd. De geallieerden gaan in augustus over tot een tweede landing in het zuiden van Frankrijk. De tegenslagen in de oorlog zorgen voor onrust binnen de Duitse generale staf. Op 20 juli 1944 wordt een poging gedaan om Hitler te vermoorden en ruimte te maken voor een leider die, ondanks de geallieerde eisen voor onvoorwaardelijke overgave, vredesonderhandelingen wil beginnen. De aanslag mislukt en leidt bij Hitler tot versterking van paranoia. Eind 1944 staan de geallieerden aan de Duitse grenzen. Hitler begint nog een laatste winteroffensief in de Ardennen wat al snel vastloopt. Begin 1945 wordt de sovjet-opmars aan het oostfront na een pauze hervat. Het Rode Leger valt Duitsland binnen wat Hitler zoveel mogelijk troepen uit het westen doet terugtrekken om de communistische opmars tot stand te brengen. Generaal Eisenhower staakt de geallieerde opmars in 1945 en geeft het bevel om de Duitse Alpen in te trekken. Hiermee voorkomt Eisenhower dat Duitse troepen een laatste verdediging in de bergen kunnen opstellen maar hij geeft ook de ‘eer’ van verovering en bezetting van Berlijn aan de Sovjets. Na de val van Berlijn pleegt Hitler op 30 april 1945 zelfmoord. Admiraal Doenitz wordt door hem bij testament aangewezen als nieuwe leider van het derde rijk. De admiraal rest slechts het tekenen van de capitulatie op 8 mei 1945. Zoveel mogelijk Duitse soldaten vluchten voor de Sovjettroepen naar het westen om zich daar over te geven aan de Britten, Amerikanen en Canadezen. Japan zet de oorlog voort maar is in 1943 en 1944 controle over de Stille Oceaan kwijtgeraakt. Eilanden als de Gilbert Islands, de Marshall Islands, de Carolines en de Marianes vallen in handen van de VS. In oktober 1944 wordt de Japanse vloot in de zeeslag in Golf van Leyte (bij de Filipijnen) verslagen. In maart van 1945 verovert de VS de Japanse eilanden Iwo Jima en Okinawa. Daarmee komen de Japanse thuiseilanden binnen bereik van

de Amerikaanse luchtmacht. Enorme bombardementsvluchten worden op Japan uitgevoerd die het Japanse militaire apparaat breken. De Japanse Generale Staf is bereid te capituleren maar de tekenen hiervan zijn niet bij de Amerikanen niet bekend of worden niet geloofd. Troepen uit Europa worden ingezet in de Stille Oceaan en op 6 augustus 1945 wordt het eerste van twee experimentele wapens tegen Japan ingezet. De nucleaire aanval op Hiroshima wordt gevolgd door de atoomaanval op Nagasaki. Zoals afgesproken met de westerse bondgenoten verklaart de USSR drie maanden na de val van Duitsland op 11 augustus de oorlog aan Japan. Japan capituleert op 2 september 1945 waarmee de tweede wereldoorlog teneinde komt.

Nazi Misdaden
Na de oorlog dringt pas het besef door van de schaal van de misdaden die Duitse nazi’s hebben gepleegd. De Duitse indoctrinatie onder de totalitaire dictatuur heeft in de tweede wereldoorlog geleid tot een tot dan toe ongekende schaal van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Het begin van de holocaust is terug te voeren naar 1942. In dat jaar spreken de Nazi’s van de “Entlösung der Judenfrage”. De oplossing is het vergassen van 6 miljoen mensen. Met de bevrijding van concentratiekampen als AuschwitzBirkenau, Treblinka, Sobibor, Belzéc en Dachau wordt de mensheid geconfronteerd met het op industriële schaal uitroeien van mensen en wordt genocide toegevoegd als misdaad in het internationale recht. Genocide is de bewuste, geplande en systematische vernietiging van een bevolkingsgroep of diens leefomgeving.

Fundamenten van de Vrede
De capitulatie en bezetting van Duitsland zijn tot stand gekomen op basis van een reeks van conferenties waarin de geallieerden afspraken hebben gemaakt over de toekomst. Al in augustus 1941 ontmoeten Churchill en Roosevelt elkaar in Newfoundland. Op deze conferentie (die dus plaatsvindt voordat de VS de oorlog aan Duitsland verklaart) wordt het Atlantic Charter gesloten. In dit verdrag wordt de ideologische basis gelegd voor de vrede van 1945. Er is sprake van herstel van de soevereine naties en het geven van zelfbestuur aan ieder volk. Ter verbetering van welvaart en veiligheid moeten alle landen toegang krijgen tot de wereldeconomie. In januari 1943 volgt een tweede conferentie tussen de VS en het UK in Casablanca. Hier wordt afgesproken alleen een onvoorwaardelijke overgave van Duitsland te accepteren. Men wil hiermee een wapenstilstand voorkomen die er in 1919 voor zorgde dat Duitsland zelf niet bezet werd. In december 1943 komen de geallieerden ook voor het eerst met de USSR samen in Teheran. Roosevelt, Stalin en Churchill praten over de na-oorlogse bezetting en demilitarisatie van Duitsland. Roosevelt begint met de planning van de Verenigde Naties. Daarnaast wordt de militaire strategie van de bondgenoten op elkaar afgestemd. Churchill en Stalin komen regelmatig in conflict. Roosevelt wil de coalitie niet in gevaar brengen en stelt de vraagstukken wat betreft Sovjet invloed uit. Churchill voorspelt communistische dominantie in centraal en Oost-Europa en stelt een Balkaninvasie en operaties vanuit de Middellandse Zee voor. Roosevelt is helemaal niet gediend van deze in zijn ogen 19de eeuwse ‘balance of power’ politiek. Uiteindelijk spreken de geallieerden af dat er landing in Frankrijk komen. In februari 1945 vind de grootste conferentie plaats in Jalta op de Krim. Churchill, Roosevelt en Stalin komen samen op een moment dat de overwinning een kwestie van tijd is. Roosevelt gaat steeds meer als onderhandelaar fungeren tussen Stalin en Churchill. Hij vertrouwd het Britse imperialisme niet en wil voorkomen dat Stalin het idee krijgt dat hij tegenover beiden

samen staat. Afgesproken wordt dat de Oost-Europese landen die bevrijdt zijn door de Sovjets het recht op een eigen regering en vrije verkiezingen krijgen. De Poolse grens wordt besproken en de bondgenoten spreken af Duitsland op te delen in bezettingszones. Daarnaast volgt een definitief plan voor de VN en de organisatie in de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad. De USSR belooft drie maanden na het einde van de oorlog tegen Duitsland de oorlog aan Japan te verklaren. Churchill gelooft helemaal niet in de politiek van vriendschap en samenwerking die Roosevelt ten opzichte van Stalin hanteert en maakt apart met Stalin afspraken over invloedssferen in Griekenland en de Balkan. Voor het einde van de oorlog komt Roosevelt te overlijden. Zijn vice-president Harry Truman volgt hem op. In juli 1945 komt Truman in Potsdam samen in een conferentie met Churchill en Stalin. Tijdens de conferentie wint de Labour partij de Britse verkiezingen die direct na de oorlog zijn uitgeschreven. Churchill terug naar huis en wordt vervangen door de nieuwe premier Attlee. Tijdens deze conferentie ontstaat een diepe kloof tussen de westerse bondgenoten en de USSR. De Sovjet-Unie heeft volledige controle over Polen en eist herstelbetalingen van Duitsland. De VS en het UK gaan akkoord met de betalingen maar niet met de plundering van de Duitse industrie. Er worden in Potsdam afspraken gemaakt over de definitieve opdeling, demilitarisering en denazificatie van Duitsland. Ook de definitieve grens tussen Polen en Duitsland wordt vastgesteld. Bij het behandelen van de vredesverdragen die zijn opgesteld door de ministers van buitenlandse zaken van de VS, het UK en de USSR wordt de kloof tussen oost en west alleen maar vergroot. In 1946 volgt de conferentie van Parijs waarin de vredesverdragen met Italië, Roemenië, Hongarije, Bulgarije en Finland worden getekend. In 1951 sluiten de westerse grootmachten vrede met Japan gevolgd door de USSR in 1956. Met Duitsland wordt na de capitulatie nooit een vredesverdrag gesloten. De opdeling in bezettingszones wordt definitief en een nieuw conflict ligt klaar.

Chronologie hoofdstukken 22, 23, 24 en 25
1885 AD 1906 AD 1917 AD 1922 AD 1923 AD 1927 AD 1932 AD 1933 AD 1943 AD 1944 AD 1945 AD Oprichting Indian National Congres onder Nehru en Ghandi Oprichting Moslimliga in India Balfour verklaring: UK steun voor stichting Israelische staat Nominale onafhankelijkheid Egypte van UK Brits mandaat Palestina: vestiging joodse kolonisten Oprichting Indonesische Nationalistische Partij Irakese onafhankelijkheid van UK Rechtse dictatuur van batista in Cuba gesteund door VS Val en executie Mussolini in Italië Conferentie van Bretton Woods, VS Einde WO II: bezetting Duitsland Inzet atoomwapens tegen Japan Oprichting VN Verkiezingen VS: herverkiezing Roosevelt Pres. Roosevelt van de VS sterft Pres. Harry Truman nieuwe pres. van de VS PM Churchill verliest verkiezingen UK PM Clement Attlee vormt Labour regering UK Oprichting vierde republiek in Frankrijk Rechtszaken in Neurenberg tegen nazi-oorlogsmisdadigers Hervatting burgeroorlog in China Soekharno roept onafhankelijkheid van Indonesië uit Nederlandse troepen onderdrukken Indonesische opstand Oprichting Arabische Liga Beperking joodse immigratie in Palestina door UK VN voorstel verworpem: Int. Organisatie tegen proliferatie nucleaire wapens Voorstel verworpen UK ontwikkelt nucleaire wapens Churchill: ‘Iron curtain’-speech VS: containment politiek i.p.v. appeasement Gen Charles de Gaulle treedt af Afronding rechtszaken in Neurenberg tegen nazi-oorlogsmisdadigers Afschaffing monarchie in Italië Vestiging Italiaanse Republiek Alcide de Gasperi (Christen Democraten) premier van Italië Franse koloniale oorlog tegen Ho Chi Minh in Vietnam, Laos en Cambodja Britse militaire taken in Midden Oosten en Griekenland overgenomen door VS Truman doctrine Herinvoering commintern (comminform) Communisten grijpen macht in Tsjecho-Slowakije Frankrijk, UK en VS voegen Duitse bezettingszones samen USSR zet communistische regering in Oost-zone Communistische stakingen in Frankrijk: val linkse regering Opdeling Brits India: India, Pakistan & Bangladesh, Ceylon (Sri Lanka), Birma VN resolutie over joodse kolonisten: steun VS en USSR Vestiging Joodse sectoren in Palestina VN boycot door Arabische Liga Westen beëindigt Duitse reichsmark

jul

1946 AD

1947 AD

1948 AD

1949 AD

1950 AD 1951 AD

1952 AD 1953 AD

1954 AD

1955 AD

USSR protesteert, blokkade van Berlijn Berlijn-crisis: begin luchtbrug West-Europees zelfverdedigingsverdrag: UK, Fr., Bel., NL, Lux Eerste GATT-ronde Vestiging Benelux (België, Nederland, Luxemburg): vrijhandelszone Ghandi in India vermoordt Oorlog tussen Pakistan en India over Kashmir Afrikaner nationalisten ontwikkelen ‘Apartheids’ politiek in Z. Afrika Vestiging Republiek Israël in Palestina Invasie van Israel door Syrië, Jordanië, Libanon, Egypte en Irak Vestiging OAS: Organisation of American States USSR ontwikkelt nucleaire wapens Sovjet blokkade van Berlijn opgeheven Oprichting BRD met grundgesetz en een parlementaire federatie BRD regering onder Konrad Adenauer (der Alte) Oprichting communistische DDR VS en Canada en west-europese landen vormen NATO Mao verslaat Chian Kai-Shek in Chinese burgeroorlog Vestiging Volksrepubliek China Noord-Korea valt Zuid-Korea binnen: begin Koreaanse Oorlog Amerikaanse troepen onder VN mandaat naar Korea Verdrag over de Raad van Europa in Strassbourg Terugtrekking Nederlandse troepen uit Indonesië Erkenning onafhankelijkheid Indonesië Israel verslaat arabische alliantie Wapenstilstand in Midden-Oosten: deling Jeruzalem tussen Israel en Jordanië David Ben Gurion premier van Israel Verkiezingen VS: verkiezing Truman Bezetting Tibet door China Wapenstilstand Korea Verkiezingen UK: conservatieven keren terug in regering Onafhankelijkheid Libië en toetreding Arabische Liga UK laat Kwame Nkrumah in Goudkust vrij VS ontwikkelt thermonucleaire wapens Oprichting EGKS: Frankrijk, Benelux, BRD en Italië USSR ontwikkelt thermonucleaire wapens Einde regering Alcide de Gasperi in Italië Josef Stalin sterft in USSR Hoofd KGB Beria doet staatsgreep in USSR Executie Beria Nikita Chroetsjov partijleider USSR Neerslaan democratische demonstratie in Oost-Berlijn Verkiezingen VS: president Eisenhower Vestiging BRD-leger binnen NATO Slag bij Dien Bien Phu Frankrijk verslagen door communisten Onafhankelijkheid Cambodja, Laos, Noord & Zuid-Vietnam Opstand arabische bevolking tegen Fransen in Algerije Toetreding BRD in NATO Conferentie van Geneve: Pres. Eisenhower VS ontmoet Chroetsjov

1956 AD

1957 AD 25 mrt

1958 AD

1959 AD

1960 AD

1961 AD

Referendum Zuid-Vietnam voor onafhankelijkheid Communistische opstand in Zuid-Vietnam: Vietcong VS militaire adviseurs naar Zuid-Vietnam Democratische hervorming in Polen onder Wladyslav Gomulka Vergroting burgerlijke vrijheid, beperking Osvjet invloed USSR dwingt Poolse gehoorzaamheid af Democratische opstand in Hongarije onder Imre Nagy Rode Leger valt Hongarije binnen en dwingt Nagy af te treden Rechtszaak en executie Nagy Janos Kadar leider van Hongarije Onafhankelijkheid Marokko en Tunesië Suez-crisis: Israel, UK en Frankrijk vallen Egypte binnen Toetreding Goudkust als dominion tot Brits Commonwealth Verdrag van Rome: oprichting Europese vrijhandelszone Oprichting Europese Atoomagentschap “Grote Sprong voorruit” onder Mao in China Lancering Sputnik: USSR brengt eerste sattelliet in baan rond aarde Lancering Explorer I: VS brengt satteliet in baan ronde aarde Begin ‘Spacerace’ Verkiezingen VS: herverkiezing Eisenhower Opstand colons en Franse leger in Algerije Franse politieke crisis over dreigende onafhankelijkheid Algerije De Gaulle keert terug in de Franse politiek Einde vierde Franse republiek door de Gaulle Vestiging vijfde Franse republiek door de Gaulle Wapenstilstand in Algerije Oprichting Europese Hof van de Rechten van de Mens Panarabische Republiek: Syrië en Egypte Ontwikkeling van de ICBM in de USSR Socialistische Partij Duitsland doet afstand van het marxisme Soekharno president voor het leven in Indonesië Linkse guerrilla van Fidel Castro tegen Batista Handelsembargo VS tegen Cuba Conferentie in Camp David, VS: Chroetsjov – Eisenhower Chroetsjov verlaat conferentie na bewijzen van Amerikaanse spionagevluchten Terugkeer Italiaanse socialisten in regering Onafhankelijkheid Goudkust als Ghana onder President Nkrumah Onafhankelijkheid Nigeria Zwarte opstand in Sharpeville, Zuid Afrika Onafhankelijkheid Frans Kongo als Republiek Kongo Onafhankelijkheid Belgisch Kongo resulteert in anarchie en burgeroorlog VN en Belgische paratroepers herstellen orde in Kongo Erkenning onafhankelijkheid Algerije Aanslagen op de Gaulle vanuit Franse leger Dominion Zuid Afrika diplomatiek geïsoleerd, stapt uit Britse Commonwealth Vestiging Republiek Zuid Afrika Linkse rebellenleider Lumumba in Kongo vermoordt Katanga/Shaba afscheidingsbeweging in Kongo Belgische en VS steun aan Kongolese regering tegen linkse rebellen Verkiezingen VS: Kennedy president

apr.

zomer 1962 AD

okt. 24 okt. 1963 AD

1964 AD

1965 AD

1966 AD

1967 AD

1968 AD

Invasie Varkensbaai in Cuba Cubaanse opstandelingen/CIA agenten krijgen geen steun Kennedy Cubaanse opstand mislukt Bouw Berlijnse Muur door DDR en USSR Grensconflicten India – China FLN vestigt heerschappij over Algerije Chroetsjov steun Cuba tegen tweede VS invasie Stationering nucleaire wapens in Cuba Cuba Crisis Chroetsjov trekt vloot en troepen terug Toetreding UK tot EG tegengehouden door de Gaulle Vestiging Nigeriaanse Republiek onder Pres. Nuandi Azikewe CIA werpt corrupte bewind pres. Diem van Zuid-Vietnam omver Pres. Kennedy vermoordt Johnson president VS Test-ban verdrag VS - USSR val Nikita Chroetsjov in de USSR Leonid Breznjev nieuwe partijleider USSR China ontwikkelt nucleaire wapens Premier Nehru van India sterft. Premier Indira Ghandi Kolonel Mobutu doet staatsgreep in Kongo Verafrikanisering: Kongo wordt Zaïre VS steun voor dictatuur van Mobutu PLO van Jasser Arafat erkent als lid van de Arabische Liga Golf van Tonkin-incident: aanval Noord Vietnam op VS Marine Begin VS bombardementen Noord-Vietnam SPD wint verkiezingen in BRD: begin Ostpolitik onder Willy Brandt Begin tweede Pakistaans-Indische oorlog om Kashmir Communistische staatsgreep in Indonesië voorkomen door Gen. Soeharto Conflict Isl. Fundamentalisten – Communisten in Indonesië Gen. Soeharto zet Soekarno af Blanke opstand in Zuid-Rhodesia tegen onafhankelijkheid en zwart bestuur Vestiging blanke minderheidsregering in Rhodesia Landing Amerikaanse mariniers in Vietnam, begin Vietnamoorlog Verkiezingen VS: verkiezing Johnson Culturele Revolutie in China Einde tweede Pakistaans-Indische oorlog om Kashmir Vestiging militaire dictatuur in Ghana Vestiging militaire dictatuur in Nigeria Hutu monarchie in Burundi omvergeworpen Vestiging Tutsi regering in Burundi Oprichting Europese Gemeenschap (EG) China ontwikkelt thermonucleaire wapens Biafra roept onafhankelijkheid uit van Nigeria: begin burgeroorlog Zesdaagse Oorlog: Israel valt Egypte, Syrië en Jordanië binnen Israelische bezetting Westbank, Sinaï, Gaza en de Golanhoogvlakte Begin gewapende strijd voor Palestijnse staat Grote demonstraties in Frankrijk tegen de Gaulle Verkiezingen in Frankrijk gewonnen door de Gaulle Afschaffing laatste tariefbarrière in Europa

1969 AD

1970 AD

1971 AD

1972 AD

1973 AD

jan

1974 AD

1975 AD

Noord Vietnamese Tet-offensief Grote studentendemonstraties in westerse hoofdsteden Praagse Lente: hervormingen van Alexander Dubcek in Tsjeco-Slowakije Rode Leger en Warshaupact troepen onderdrukken hervormingen Breznjev-doctrine Non-proliferatie pact: USSR – VS – VN Antisemitische wetgeving Polen Geweldadige katholieke opstand in Noord-Ierland Referendum over Franse grondwet: de Gaulle treedt af Willy Brandt kanselier van de BRD Toetrediging UK tot EG Einde Culturele Revolutie in China Verkiezingen VS: verkiezing pres. Nixon Begin Chinees ruimtevaart programma Einde Nigeriaanse burgeroorlog, herstel republiek Opstand in Polen over voedselprijzen: aftreden Gomulka Hervormer: Edmund Gierek leider van Polen BRD erkent Oost-Duitse grens met Polen Negatieve handelsbalans VS Dumpen van dollars door Frankrijk Val dollarkoers Pres. Nixon van de VS devalueerd Dollar: einde dollar-goudstandaard Mao treedt in China af Zhou Enlai partijleider in China De VS staat Volksrepubliek China de zetel in de Veiligheidsraad toe Opstand in Bangladesh tegen Pakistan door India gesteund Pres. Nixon van de VS bezoekt China Burundese Hutu koning wordt veiligheid gegarandeert door Tutsi regime Bunundese koning vermoordt door Tutsi’s Hutu opstand leidt tot massamoorden op Tutsi’s in Burundi Tutsi repressailles leiden tot massamoorden op Hutu’s in Burundi SALT I: ontwapeningsverdrag VS – USSR Yom-Kippur-oorlog: Egypte en Syrië vallen Israel binnen Olie-embargo van Arabische Liga tegen het westen Instorting wereldeconomie Wapenstilstand Vietnam VS trekt troepen terug Noord & Zuid Vietnam hervatten conflict Verkiezingen VS: herverkiezing pres. Nixon Toetreding Denemarken, Ierland tot EG Val Kanselier Willy Brandt door spionage schandaal Helmut Schmidt Kanselier van de BRD India ontwikkelt nucleaire wapens Einde militaire dictatuur Portugal Zuid Vietnam trekt zich terug tot de kust Watergateschandaal: aftreden pres. Nixon VS President Ford Afkondiging noodtoestand India Premier Indira Ghandi laat tegenstanders verkiezingen arresteren Indonesische annexatie van Oost-Timor

apr 1976 AD 1977 AD

1978 AD

1979 AD

1980 AD

1981 AD

1982 AD

Algemene Vergadering VN veroordeelt zionisme als vorm van racisme Val Saigon, annexatie/hereniging Zuid-Vietnam door Noord-Vietnam Helsinkiakkoord: “vredesbesprekingen voor Europa” Zowel Mao als Zhou Enlai in China sterven Zwarte opstand in Soweto Zuid Afrika Herstel parlement in India Premier Indira Ghandi in India afgezet Palestijnse aanslagen op Israel Arbeiderspartij verliest Israelische verkiezingen Menachem Begin (Likud) premier van Israel Begin begint nederzettingenpolitiek Verkiezingen VS: verkiezing president Carter Deng Xiaoping leider China Charter 77 getekend door Tsjechoslowaakse dissidenten Vml. premier Aldo Morro in Italië gekidnapt en vermoordt President Anwar al-Sadat van Egypte sluit vredesverdrag met Israel Egypte erkent bestaansrecht Israel Egypte uit de Arabische Liga gezet Israel trekt troepen terug uit de Sinaï President Anwar al-Sadat vermoordt Mubarak president van Egypte Isl. fundamentalistische stakingen en rellen in Iran Paus Johannes Paulus II Eerste verkiezingen Europees Parlement Jerry John Rawlings grijpt de macht in Ghana Gen. Olusegun Abusanjo herstelt burgerbewind in Nigeria Islamitische revolutie in Iran tegen de Shah Shah van Iran vlucht Ayatollah Khomeini vestigt de Iraanse Islamitische Republiek Begin gijzeling van 50 Amerikanen in ambassade in Teheran Tweede oliecrisis PM Thatcher vormt conservatieve regering in UK Sovjet invasie Afghanistan SALT II ontwapeningsverdrag wordt niet geratificeerd Ongeluk Three Mills kerncentrale (VS) Indira Ghandi keert terug als president van India Opstand tegen blank bewind in Rhodesia Pres. Rober Mugabe hernoemt Rhodesia in Zimbabwe Israel annexeert Oost-Jeruzalem: ondeelbare hoofdstad Irak bombardeert olievelden in Iran: begin Irak-Iran oorlog Stakingen op scheepswerf van Gdansk in Polen Oprichting onafhankelijke Poolse vakbond: Solidarnosc Poolse leider Gierek gedwongen af te treden Generaal Jaruzelski leider van Polen Maarschalk Tito sterft in Joegoslavië Verkiezingen VS: verkiezing president Reagan Toetreding Griekenland tot EG Afkondiging noodtoestand in Polen: verbod Solidarnosc Arrestatie Lech Walesa Helmut Kohl (CDU) kanselier van de BRD

1983 AD

1984 AD

1985 AD

1986 AD 1987 AD

1988 AD

1989 AD

Israëlische invasie Libanon Oprollen PLO bases in Beirut Vestiging bufferzone in Libanon Israelisch bombardement op nucleaire installaties in Irak Falkland-oorlog: UK – Argentinië Leonid Breznjev sterft Juri Andropov nieuwe leider USSR VS invasie van Grenada Tweede kabinet Thatcher in UK Lech Walesa ontvangt nobelprijs voor de vrede Premier Indira Ghandi wordt door een Sikh vermoordt Premier Rajiv Ghandi opvolger in India Militaire dictatuur in Nigeria Juri Andropov sterft Konstantin Chernenko nieuwe leider USSR Verkiezingen VS: herverkiezing president Reagan VS lener op kapitaalmarkt Japan kapitaalexporteur Konstantin Chernenko sterft Mikhail Gorbatsjov nieuwe leider USSR Begin van hervormingen USSR: Perestroika & Glasnost Jaruzelski begint eigen hervormingen in Polen Toetreding Spanje, Portugal tot EG Ongeluk Tsjernobyl kerncentrale in de USSR (Oekraïne) VS beëindigt steun aan de dictatuur van Mobutu in Zaïre Mobutu staat verkiezingen in Zaïre toe Zaïrese verkiezingsresultaten genegeerd door Mobutu Guerrilla van Kabilla tegen Mobutu: steun van Uganda en Rwanda Tutsi regime in Burundi streeft nara ethnische reconciliatie Begin eerste Palestijnse jongerenopstand (Intifada) Iraans offensief tegen Irak Derde kabinet Thatcher in UK Wallstreet beurscrash START ontwapeningsverdrag: USSR – VS Boris Jeltsin door Gorbatsjov ontslagen Isl. fundamentalistische volksopstand in Algerije tegen FLN Wapenstilstand Irak en Iran Hongaarse communistische partij wil hervormingen Janos Kadar gedwongen aftreden Openen van Hongaars-Oostenrijkse grens Nationale Congres Partij van India verliest meerderheid Rao premier van India Hervormingsprogramma van Pres. F.W. de Klerk in Zuid Afrika Ayatollah Khomeini van Iran sterft Ayatollah Khameini wordt geestelijk leider Conflict gematigde president Rasfanjani versus Ayatolloh Khameini VS invasie van Panama Verkiezingen VS: verkiezing pres. Bush sr. Chinese hervormer Hu Yaobang sterft Studentendemonstraties Plein van de Hemelse Vrede

mrt

9 nov 24 nov dec

1990 AD

3 okt 1991 AD

aug

Chinese democratische demonstraties onderdrukt door het leger Multikandidaat verkiezingen voor Sovjetcongres in USSR Val Joegocommunisme Verkiezingen over toekomst Joegoslavische staat Verkiezingen in Polen gewonnen door Solidarnosc Demonstraties in Leipzig tegen bewind Erich Honnecker Communistische partij DDR dwingt Honnecker af te treden Demonstraties in Praag Val Berlijnse Muur Terugkeer Alexander Dubcek in Tsjechoslowakije Vaclav Havel nieuwe president Tsjechoslowakije Stakingen in Timisouara (Roemenië) Geweldadige volksopstand tegen regime van Ceaucescu in Bukares, Roemenië Executie van Ceaucescu en zijn vrouw Vrijwillig aftreden van Pres. Rawlings van Ghana Verkiezingen in Ghana Vrijlating Nelson Mandela in Zuid Afrika Irakese invasie van Kuweit Veiligheidsraad: sancties en militair ingrijpen tegen Irak Val van PM Thatcher in UK Major vormt conservatieve regering in UK Einde Koudeoorlog: USSR – VS Lech Walesa president van Polen Hereniging BRD en DDR tot Duitsland Afscheidingsbeweging in de Baltische staten Amerikaanse VN-coalitie: Desert Storm Invasie van Irak en bevrijding Kuweit Begin VN sancties tegen Irak en vestiging nofly-zones Afschaffing Apartheid in Zuid Afrika Verdrag van Maastricht: oprichting Europese Unie Rode Leger valt Lithouwen binnen zonder toestemming van Gorbatsjov Vrije verkiezingen in sovjetdeelrepubliek Rusland: Boris Jeltsin president Conflict tussen Gorbatsjov en Jeltsin: unie versus onafhankelijkheid Hardline communistische staatsgreep tegen Gorbatsjov Afkondiging noodtoestand USSR Staatsgreep mislukt door weigering steun Rode Leger en KGB Aftreden Gorbatsjov Kroatië en Slovenië roepen onafhankelijkheid van Joegoslavië uit Internationale erkenning Kroatië en Slovenië Aanval Servië op Kroatië en Slovenië ter bescherming Servische minderheden Burgeroorlog in Bosnië Opheffing USSR Begin van Islamitische terreur in Algerije Referendum beeindigt blank minderheidsregime in Zuid Afrika Oslo-akkoorden: Rabin & Arafat Israel trekt troepen terug uit Palestijnse gebieden in ruil voor vrede PLO erkent bestaansrecht Israel Opheffing grenscontroles binnen EU Verkiezingen in Nigeria. Winnaar Moshood Abiola gevangen gezet

1992 AD 1 jan

1993 AD

sep okt dec 1994 AD apr

1995 AD

1996 AD

1997 AD

1998 AD

Vrije verkiezingen in Burundi: Hutu president Vrije verkiezingen in Rwanda: Hutu president Verkiezingen VS: verkiezing pres. Clinton Tweede kabinet Major in UK Vreedzame splitsing Tsjechoslowakije in Tsjechië en Slowakije Nieuwe Russische grondwet Ontslag Russische parlement en uitschrijven nieuwe verkiezingen Parlement weigert: parlementscrisis Jeltsin laat leger parlement beschieten Instelling nieuwe grondwet Eerste vrije algemene verkiezingen in Zuid Afrika Nelson Mandela president van Zuid Afrika Vliegtuig met Burundese en Rwandese presidenten neergeschoten Begin genocide van Hutu’s tegen Tutsi’s in Rwanda en Burundi Tutsi rebellen uit Uganda vallen Rwanda binnen en herstellen orde Hutu extremisten vluchten naar Kongo Vestiging Amerikaanse vrijhandelszone (NAFTA) Jeltsin beveelt invasie afgescheiden autonome republiek Tsjetsjenië Premier Rabin vermoordt door Israelische extremist Toetreding Oostenrijk, Finland en Zweden tot EU Servische massamoorden op moslim-mannen in Srebrenica, Bosnië Vestiging nieuwe grondwet Zuid Afrika Begin waarheids & reconciliatie commissie in Z. Afrika onder Desmond Tutu Terugkeer Likud in de Israelische regering: Netanyahu premier Israel Jeltsin trekt de Russische troepen terug uit Tsjetsjenië Verkiezingen in Rusland: herverkiezing Jeltsin Servische troepen verliezen grondgebied in Kroatië Vrede van Dayton: einde burgeroorlog vml. Joegoslavië in Dayton, Ohio Hervorming GATT tot WTO Economische ineenstorting Indonesische economie Dictatuur van Mobutu valt in Zaïre Kabilla hernoemt Zaïre in Democratische Republiek Kongo Dictatuur Kabilla ondergeschikt aan Rwanda en Uganda Toestaan van burgerlijke vrijheden en presidentiële verkiezingen in Iran Khatami president van Iran Verkiezingen VS: herverkiezing pres. Clinton New Labour verslaat de conservatieven in UK Eerste kabinet Blair in UK Chinese leider Deng Xiaoping sterft Jang Zemin nieuwe Chinese leider Pakistan ontwikkelt nucleaire wapens Val Pres. Soeharto van Indonesië Habibi president van Indonesië Moshood Abiola sterft in Nigeria Volksopstand in Nigeria, herstel burgerbewind en verkiezingen Hervormingskabinet Jeltsin Instorting Russische economie Kosovaarse opstand en onderdrukking door servisch leger en paramilitairen Onderhandelingen met Milosevic mislukken Goede Vrijdag-akkoord Noord Ierland

1999 AD

aug

2000 AD

2001 AD

11 sep

2002 AD 2003 AD

2005 AD

NATO luchtaanvallen op doelen in Servië VN resolutie: Kosovo onderdeel van Servië maar onder VN mandaat Referendum voor onafhankelijkheid Oost-Timor Indonesische paramilitairen vallen Oost-Timor binnen VN mandaat over Oost-Timor: Australië levert troepen Pres. Habibi van Indonesië valt Wahid president van Indonesië Gen. Olusegun Abusanjo president van Nigeria Verkiezingen in Zuid Afrika Pres. Mandela treedt af Thabo Mbeki president van Zuid Afrika Overdracht kanaalzone door VS aan Panama Putin premier van Rusland Aanslagen van Tsjetsjeense (?) rebellen in Moskou Tsjetsjeens islamitisch fundamentalistische invasie Dagestan Tweede Tsjetsjeense Oorlog: Russische interventie in Tsjetsjenië Rwanda en Uganda laten Kabilla in Kongo vallen Begin multinationale, ethnische burgeroorlog in Kongo Begin tweede Palestijnse jongerenopstand: Tweede Intifada Verkiezingen in Rusland: verkiezing President Putin Val dictatuur van Milosevic in Joegoslavië President Wahid van Indonesië verliest verkiezingen Megawati Soekarnoputri president van Indonesië Sharon premier van Israel Verkiezingen VS: verkiezing pres. Bush jr. Tweede kabinet Blair in UK Uitlevering Milosevic aan Joegoslaviëtribunaal in Den Haag Islamitisch fundamentalistische aanslagen op New York, Washington Pres. Bush formuleert de ‘War on Terror’ Amerikaanse invasie van Afghanistan Val Taliban, herstel democratisch bestuur in Afghanistan Irak WMD-crisis VS & UK invasie van Irak Val regime Saddam Hussein in Irak Begin islamitisch fundamentalistische guerrilla in Irak Verkiezingen VS: herverkiezing pres. Bush jr. Derde kabinet Blair in UK

Hoofdstuk 22: Naoorlogse Periode: Koude Oorlog en Wederopbouw
Grote Lijn
In de naoorlogse periode van wederopbouw wordt de wereld geconfronteerd met de wetenschappelijke kennis en industriële capaciteit om de aarde te vernietigen. Twee machtsblokken staan in een koude oorlog tegenover elkaar (een bipolaire wereld). Beiden vertegenwoordigen een uiterste in economische ideologie: communisme versus kapitalisme. Tussen deze twee blokken ontstaat een derde wereld van voormalig koloniale gebieden die zelfstandig worden. De oorzaken van de koude oorlog zijn onder andere de creatie van een zone met sattellietstaten in het door Sovjettroepen bevrijde Europa. De westerse wereld is er van overtuigd dat de Sovjets wereldrevolutie nastreven en dat de VS als enige in staat is om die revolutie tegen te houden. De ‘appeasement’-politiek van voor WO II slaat om naar ‘containment’-politiek. President Truman zet de toon voor de naoorlogse buitenlandse politiek van de VS met zijn Truman-doctrine. De VS neemt globale militaire en economische verantwoordelijkheid. Hiermee wordt een tijdperk van isolationisme definitief afgesloten. Gevolg van de Truman-doctrine is de Marshall-hulp en de oprichting van NATO. De USSR heeft door de periode van vlak voor WO II (uitsluiting bij conferentie München 1938) en het uitblijven van een tweede front een enorm wantrouwen tegen het westen opgebouwd. Het sovjet antwoord op de Truman-doctrine is de herinvoering van de derde communistische internationale die de Comminform wordt genoemd. De USSR neemt de rol aan van leider van de wereldwijde revolutie tegen kapitalisme en imperialisme. Vlak na WO II volgen uit dit conflict diverse crises. De belangrijkste is de crisis rondom Berlijn na de afschaffing van de Reichsmark in de westerse zones. Sovjettroepen blokkeren de westerse sector van de stad en voor ruim een jaar is de bevolking afhankelijk van een luchtbrug. De Truman-doctrine is succesvol in Europa: de blokkade van Berlijn wordt opgeheven, de sovjet druk op Turkije en Griekenland wordt beeindigt, Joegoslavië gaat de eigen communistische weg en de sterke communistische partij in Italië verliest de verkiezingen. Het conflict tussen de twee grootmachten verplaatst zich dan naar Azië. In Korea valt na de terugtrekking van de VS en de sovjettroepen het noordelijke, communistische deel, het zuiden binnen. Een VN resolutie onderleiding van de VS veroordeelt het optreden en stuurt een VN leger. De VS heeft in dit leger het grootste aandeel. Ook de Koreaanse Oorlog bevestigt het succes van de ‘containment’ politiek. Economisch hersteld Europa zich snel naar het vooroorlogse formaat. De Marshall-hulp maakt daar essentieel onderdeel vanuit. Het dwingt Europa samen te gaan werken op economisch vlak. Europese import-export tarieven worden beperkt en de basis gelegd voor de nieuwe wereldeconomie. Op basis van de economische theorie van Keynes doen de Europese overheden enorme overheidsinvesteringen in bijvoorbeeld de sociale zekerheid en het nationaliseren van industrieën. Europa ontwikkelt hierdoor een kapitalistisch systeem met grote socialistische invloed. Behalve de economie groeit ook de Europese bevolking snel door de baby-boom eind jaren 40 begin jaren 50 en de gastarbeiders die uit zuid-Europese landen naar het noorden komen. De economische expansie leidt to Europese integratie (Benelux, EGKS, Verdrag van Rome, EG, Verdrag van Maastricht, EU)

Politiek gezien zijn het vooral de sociaal democraten of sociaal-democratische ideeën vertegenwoordigd door Christen-Democraten die na de oorlog houvast krijgen. In de USSR na Stalin neemt de nieuwe politieke leiding onder Chroetsjov afstand van het Stalinisme. Door deze schijnbare ontspanning van het regime breken in Polen, Oost-Duitsland en Hongarije hervormingsgezinde opstanden uit. Vooral na het harde optreden van de sovjettroepen in Hongarije in 1956 doen veel Sociaal-Democratische partijen afstand van het marxisme en de wereldrevolutie. Deze stap leidt in Duitsland tot regeringsdeelname van de SPD en het begin van de Ostpolitik van Willy Brandt. Globalisering van de economie is terug te voeren op de Bretton Woods conferentie van 1944. Op deze conferentie wordt gesproken over beperking van handelsbarrières en het oprichten van een wereld handelsorganisatie. Hieruit wordt in 1948 het GATT vastgesteld (General Agreement on Tariffs and Trade). Voor monetaire stabiliteit zorgt een tijdlang de gouddollarstandaard.

Begin van de Koude Oorlog
Na de tweede wereldoorlog ontstaat de koude oorlog tussen de resterende twee grootmachten: de VS en de USSR. Door de bipolaire machtsverdeling is automatische altijd bekend wie de tegenstander zal zijn en wordt iedere beweging aan de andere kant geïnterpreteerd langs de lijnen van het conflict. De beide kampen hebben tegenstrijdige economische ideologieën: communisme versus kapitalisme. De sovjets hanteren na de tweede wereld oorlog een politiek van confrontatie. Er wordt een bufferzone van sattellietstaten opgebouwd in Europa en de beloofde vrije verkiezingen zijn slechts schijn. Churchill spreekt in een speech in 1946 over het neerdalen van een ‘iron curtain’ door Europa. Daarnaast staat het westen wantrouwig tegenover de rol die de USSR wil spelen in de vrede en verdeling van Japan. Hoewel de USSR volgens afspraak drie maanden na de capitulatie van Duitsland de oorlog verklaard is dit slechts twee dagen na de nucleaire aanval op Nagasaki en vlak voor de komende capitulatie van Japan. De Sovjets weigeren ook de troepen terug te trekken uit Iran en eisen invloed in de Italiaanse kolonieën. Het Rode leger trekt troepen samen aan de Turkse grens en steunt Griekse linkse rebellen tegen de royalisten. Mede op basis van het gedrag uit de jaren 20 en 30 ontstaat in het westen het geloof dat de USSR nog steeds de wereldrevolutie nastreeft en dat de VS als laatste grootmacht alleen in staat is die tegen te houden. De appeasement politiek van de jaren 30 wordt ingeruild voor de ‘containment’-politiek. In 1946 doet de VS een voorstel aan de VN om een internationale organisatie op te zetten tegen de verdere verspreiding van kernwapens (waar alleen de VS op dat moment over beschikt). De organisatie zou niet onder het vetorecht in de veiligheidsraad van de VN vallen. De USSR is hier uiteraard op tegen en ook het UK is geen voorstanden. In dit land bestaat de angst voor een terugkeer van de VS naar het isolationisme en ontwikkeld daarom zelf nucleaire wapens. De USSR beschikt in 1949 ook over de techniek waarna een wapenwedloop tussen de VS en de USSR uitbreekt. De VS president Truman maakt in 1946 aan de wereld duidelijk dat de VS niet van plan is weer een isolationistische politiek te gaan voeren. De VS gaat een globale militaire en economische rol spelen die de Truman-doctrine wordt genoemd. In de doctrine wordt het containment-beleid bepaald. De VS neemt economische maatregelen tegen de USSR, beëindigt de Land-Lease waardoor het leningen weigert aan de Sovjets voor wederopbouw en beëindigt de herstelbetalingen de USSR vanuit de Amerikaanse sector in Duitsland. Op langere termijn zijn het begin van de Marshall-hulp, de oprichting van NATO, de vorming van de moderne VS veiligheidsstaat (oprichting CIA en

het National Security Council) en de invoering van de eerste Amerikaanse dienstplicht in vredestijd, onderdelen van de Truman-doctrine. Containment wordt door de VS in de praktijk gebracht als het UK in 1947 niet meer in staat is de militaire verplichtingen en operaties in de Middellandse Zee te blijven uitvoeren. Het land levert op dat moment militaire steun aan Griekenland en Turkije tegen linkse opstandelingen. De VS neemt die taken over. In de USSR bestaat een groot wantrouwen tegen het westen dat terug te voeren is op het beleid van voor en tijdens de tweede wereldoorlog. De sovjets zijn genegeerd door de grootmachten, niet uitgenodigt voor de Conferentie van München en hebben tot 1944 moeten wachten tot de westerse geallieerden een tweede front in Europa begonnen dat het oostfront ontlastte. Als antwoord op de containment-politiek wordt de derde internationale opnieuw opgericht. De internationale was in 1943 als teken van goedwil naar de bondgenoten opgeheven. Onder de nieuwe naam ‘comminform’ oefent de sovjet-communistische partij invloed uit op de wereldwijde communistische bewegingen. Eén van de eerste crises van de Koude Oorlog draait om Berlijn. De wederopbouw van Europa is geconcentreerd op Duitsland. Het land is in vier bezettingszones opgedeelt (VS, UK, Frankrijk en de USSR). De VS en het UK streven naar heropbouw van de economie terwijl de USSR het resterende Duitse kapitaal weghaald en naar de USSR verplaatst ter herstel van de eigen oorlogsschade. Dit leidt al snel tot een einde in de samenwerking op bestuurlijk vlak. De zones van Frankrijk, het UK en de VS worden in 1947 samengevoegd en ingedeelt in nieuwe deelstaten. De bezettingsmachten werken samen met de deelstaatregeringen in de wederopbouw. De USSR plaatst in antwoord op deze samenvoeging een communistische regering in de sovjet-sector. Zonder overleg met de USSR breekt het westen vervolgens de afspraak dat Duitsland een monetaire eenheid blijft. In een eenzijdige actie wordt de uitgifte van de ‘Reichsmark’ gestaakt en ingewisseld voor de Deutsch Mark. De USSR protesteert tegen deze maatregel door een blokkade in te richten van al het land en spoorwegvervoer naar de westelijke sector van Berlijn. In een ‘confrontatie van wilskracht’ beginnen de westelijke geallieerden in 1948 een luchtbrug voor de bevoorrading van Berlijn. Er volgt geen directe confrontatie en een jaar later wordt de blokkade opgeheven. In 1949 wordt in het westen van Duitsland een federatie gesticht met een eigen ‘grundgesetz’. Deze federatie wordt de ‘Bundes Republik Deutschland’ of BRD. In het oosten vestigen de sovjets de DDR, ‘Deutsche Demokratische Republik’. In het Europese conflict tussen de twee grootmachten tekenen het UK, Frankrijk, België, Nederland en Luxemburg in 1948 een West-Europees zelfverdedigingsverdrag. In 1949 wordt dit verdrag ook getekend door Canada en de VS waaruit de NATO voortkomt. De ‘North Atlantic Treaty Organization’ is een verbond van militaire samenwerking waarin de bevelstructuren van de lidstaten worden geïntegreerd. Het verdrag stelt dat een aanval op een lidstaat wordt gezien als een aanval op alle verdragslanden. De verdediging van Europa is afhankelijk van westers luchtoverwicht tegenover de numeriek superieure massa van het Rode Leger. De Truman-doctrine is gericht tegen sovjet-expansie maar kan ook gezien worden als provocatie van sovjet-expansie. De USSR beantwoordt de westerse maatregelen in 1949 met de belofte van wederzijdse economische steun voor de Oostbloklanden en in 1955 richt het het Warshaupact op waarin een militaire samenwerking tegen het westen wordt geregeld. Toch kan de containment-politiek in de late jaren 40 gezien worden als zeer succesvol. De sovjetdruk op Turkije wordt beeindigt, de communistische stakingen in Europa zijn mislukt en de royalisten winnen de burgeroolrog in Griekenland. In Joegoslavië kiest Maarschalk Tito

voor een eigen communistische weg buiten Moskou om en in Italië verliest de grootste westerse communistische partij de verkiezingen. Ook het opheffen van de blokkade van Berlijn kan worden gezien als een overwinning van de containment-politiek. De Koude Oorlog verplaatst zich daarna van Europa naar Azië.

Koude Oorlog in Azië
Na de oorlogsverklaring van de USSR aan Japan weet het slechts enkele noordelijke eilanden in de Koerillen te bezetten. De Japanse thuiseilanden worden geheel bezet door de VS en staan onder militaire controle van Generaal Douglas MacArthur. Japan onder VS bezetting wordt pacificeert en krijgt een grondwet die het gebruik van militaire middelen verbiedt. Het land gaat een conservatieve koers van consensus varen en ondergaat een enorm snelle economische wederopbouw. Vanaf de jaren 50 is het land een economische grootmacht. Dit nieuwe VS bastion is een rechtstreekse bedreiging voor de USSR. Militair gezien is de VS aan het einde van de oorlog niet in staat om ook Noord Korea te bezetten. Hiervoor wordt sovjet-steun gevraagd. De USSR installeert in het noorden een communistisch regime onder Kim Il Sung en de VS in het zuiden een consercatief rechts regime onder Syngman Rhee. Vervolgens trekken beide grootmachten zich terug. Het noorden begint met de opbouw van een groot communistisch leger en valt in een verrassingsaanval in 1949 Zuid Korea binnen. De Noord-Koreanen worden gesteund door de USSR en de nieuwe communistische Volksrepubliek China. Pres. Truman van de VS ziet de communistische invasie als een nieuwe test van wilskracht en brengt de zaak voor de veiligheidsraad. De VN veroordeelt de invasie en stuurt een internationaal leger onder bevel van de VS naar Korea. Generaal MacArthur dringt Noord-Korea terug tot aan de Chinese grens waarop China ingrijpt en een ‘vrijwilligers’-leger het land in stuurt. De Chinese troepen dringen de VS weer terug tot ongeveer de oude grens waarna in 1951 een wapenstilstand wordt getekend en een gedemilitariseerde zone wordt ingesteld. Ook de Koreaanse oorlog wordt in de VS gezien als succesvolle containment en dient als basis voor Amerikaanse militaire interventie (bijvoorbeeld in Vietnam in 1964). De Koude Oorlog neemt in hevigheid toe na de ontwikkeling van thermonucleaire wapens in de VS in 1952 en de USSR in 1953. In 1954 wordt de BRD toegestaan een leger op te bouwen (de ‘Bundeswehr’) binnen het NATO-verdrag. Een jaar later wordt de BRD volledig lid van NATO.

West-Europese Economische Opbouw
Door de Land-Lease staan er in de VS enorme leningen uit aan Europa. Hierdoor is er groot belang bij de wederopbouw van de Europese economie. Hoewel dit in hoogtempo door Europa zelf wordt geregeld (in 1947 zijn de economieën van bijna heel Europa weer op vooroorlogs formaat) treden er grote problemen op door onder andere slechte oogsten. De groeiende internationale spanning en armoede leiden tot onvrede bij de bevolking waardoor landen vatbaarder worden voor communistische stakingen en demonstraties. Het Marshallplan wordt in juni 1947 opgestart en is gericht op alle door de oorlog getroffen landen en niet alleen West-Europa. De USSR weigert van deze ‘imperialistische’ steun gebruik te maken en dwingt, nadat Polen en Tsjechoslowakije wel op het voorstel in willen gaan, de Oostblok landen dit voorbeeld te volgen. De Marshall-hulp wordt op Europees niveau gecoördineerd in de OEEC (Office for European Economic Coordination). De resultaten zijn fenomenaal dankzij de besluiten van de Europese landen de onderlinge import-export tarieven te verlagen.

De Marshall-hulp staat aan de basis van de opbouw van de nieuwe na-oorlogse wereldeconomie. De groei van Europa en met name Duitsland in de decennia na de tweede wereldoorlog wordt ook wel het ‘wirtschaftswunder’ of ‘the silver fifties and golden sixties’ genoemd. De Europese regeringen doen grote overheidsinvesteringen in de sociale zekerheid en de nationalisatie van sleutelsectoren (energie, watervoorziening, PTT, spoorwegen). Op deze manier ontwikkelt Europa een kapitalistische samenleving met een sterke socialistische inslag. Door middel van fiscale en monetaire politiek en contra-cyclische maatregelen gebaseerd op de economische theorie van Keynes oefent de overheid een veel grotere controle uit op de economie dan in de VS gebruikelijk is. Door de snelle groei van de economie ontstaat er een tekort aan arbeidskrachten en worden de eerste gastarbeiders in West-Europa uitgenodigt. Gestimuleerd door de westerse overheden emigreren mensen uit Italië, Griekenland, Joegoslavië en Turkije naar landen als Nederland, Duitsland, Frankrijk en België. Bij deze immigratiegolf komt de instroom van mensen uit de voormalige kolonieën waar de dekolonisatie op gang is gekomen (zie volgend hoofdstuk) en de naoorlogse geboortegolf (de babyboom). In de jaren 40, 50 en 60 stijgt het aantal Europese inwoners sterk.

Politieke reconstructie
UK
Direct na de oorlog, in juli 1945, zijn er verkiezingen in het UK die door de conservatieven van Winston Churchill worden verloren. De Britse premier wordt opgevolgd door de Labour regering van Clement Attlee. Het UK wordt na de oorlog een parlementair socialistische democratie waarin de basis voor een moderne welvaartstaat wordt gelegd. Ruim 20% van de economie wordt genationaliseerd. De verkiezingen van 1951 worden weer gewonnen door de conservatieven die verder gaan met het door Labour ingezette beleid. Er volgen wel enkele aanpassingen in de nationalisatie ende welvaartstaat. Gedurende de jaren 50 blijkt steeds sterken dat het UK (net als in de jaren 20) niet in staat is de concurrentie met West Europa en in steeds sterkere mate Japan aan te gaan. De oude kapitaalgoederen in de industrie kunnen niet zomaar vervangen worden door moderne fabrieken. Dit resulteerd in een steeds zwakkere economie wat eind jaren 60, begin jaren 70 leidt tot inflatie en stagnatie. In 1969 breekt er in Noord-Ierland een katholieke opstand uit die annexatie door Ierland nastreeft.

Frankrijk
Na de oorlog is rechts-conservatief Frankrijk in discrediet gebracht door de collaboratie van deze stroming in het Vichy-regime met de Duitse bezetter. Een regering gevormd door Charles de Gaulle bestaande uit linkse partijen en de katholieken voeren een zuivering van de Franse politiek door. De Franse politiek richt, zeer tegen de wil van President de Gaulle in, de Vierde Republiek op. In deze republiek is er voor de president slechts een ceremoniële taak. Het land wordt bestuurt door de premier en de regering die verantwoording afleggen aan de Nationale

Assemblee. Charles de Gaulle treedt dan ook in 1946 af. De linkse coalitie regeert door tot 1947. De communisten worden dat jaar uit de regering gezet na het aanzetten tot grote stakingen in heel Frankrijk. Er volgt dan een periode van grote politieke instabiliteit. 25 regeringen tussen 1946 en 1958. Er wordt een gematigde beleid van nationalisatie gevoerd. De economische heropbouw is in handen van Jean Monnet. De Franse premier Robert Schumann pleit in die periode samen met Monnet voor economische integratie van Europa. Frankrijk is echter in grote problemen door de koloniale politiek die het hanteert. Waar het UK meewerkt aan onafhankelijkheid van de kolonieën handhaaft Frankrijk het Franse gezag. Dit leidt er toe dat het land van 1946 tot 1954 in continue staat van oorlog verkeerd met Indochina en Algerije. Na een staatsgreep van het Franse leger en de franse colons in Algerije na dreigende onafhankelijkheid staat Frankrijk op de rand van burgeroorlog. Charles de Gaulle keert terug als vertrouwenspersoon van alle partijen en krijgt in 1958 de macht voor 6 maanden om noodmaatregelen in Frankrijk door te voeren. Hij laat een nieuwe grondwet samenstellen met een machtige president die zelf een premier aanwijst. De president krijgt de bevoegdheid om het parlement te ontslaan en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Hiermee komt de vierde republiek ten einde en begint de vijfde republiek. De nieuwe republiek maakt een einde aan de politieke instabiliteit. De Gaulle gaat over tot dekolonisatie van de Franse gebieden. Dit tot verontwaardiging van het leger in Algerije van waaruit enkele moordaanslagen op de Gaulle worden gepleegd. Frankrijk moet volgens de Gaulle weer een Europese grootmacht worden. Hij laat daarvoor nucleaire wapens ontwikkelen. De regering bestaat uit technocraten onder de Gaulle als ongekroonde monarch. In 1968 komen de socialisten en de middenstand tegen de regering van de Gaulle in opstand en breken grote demonstraties in Frankrijk uit. De Gaulle krijgt dan de steun van het leger en dreigt tijdens de verkiezingen van dat jaar met ‘val naar het communisme’ en ‘totale chaos’. De Gaulle wint de verkiezingen. In 1969 organiseert hij een referendum over de grondwet en stelt dat een tegenstem van Frankrijk een stem tegen de Gaulle is. Frankrijk stemt tegen en de Gaulle treedt af.

BRD
Duitsland na de tweede wereldoorlog wordt eerst door de bezetters gedenazificeerd. Misdaden tegen de vrede, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en oorlogsmisdaden worden vervolgt in de Nüremberg rechtszaken tussen 1945 en 1946. Met deze rechtszaken wordt internationale standaarden van gedrag vastgesteld en zijn zeer moreel-ethisch geladen. Na de oprichting van de BRD in 1949 wordt er door deregering gestreefd naar een sociale markteconomie. De vakbonden worden in het land gezien als sociale partner, er volgt een beleid van loonmatiging en medezeggeschap. De regering van de federale republiek zetelt in Bonn en heeft een indirect gekozen president. De kanselier fungeert als hoofd van de regering die verantwoording aflegt aan de Bondsdag. Partijen in de bondsdag moeten voldoen aan een kiesdrempel om extremisme, versplintering en instabiliteit te voorkomen. De grootste partijen zijn het CDU (Christen Democraten) en de SPD (Sociaal Democraten). De eerste regering na de oorlog wordt gevormd door het CDU onder Kanselier Adenauer (der Alte). Hij zorgt voor politieke stabiliteit in het land en streeft naar integratie van de BRD met de rest van Europa. De SPD laat in 1959 de marxistische standpunten en de neutraliteitspolitiek los wat leidt tot de eerste SPD regering in 1965. Willy Brandt ontwikkelt als minister van buitenlandse zaken de Ostpolitik waarmee de BRD een brug wil slaan tussen West-Europa en Oost-Europa. De BRD erkent de DDR als staat en gaat handelsrelaties aan

met de USSR. In 1969 wordt Willy Brandt kanselier en in 1971 erkent hij de Poolse-Duitse oostgrens. Brandt valt na een spionageschandaal en wordt opgevolgd door de SPD Kanselier Helmut Schmidt. Het CDU keert in 1982 terug in de regering onder Kanselier Helmut Kohl.

Italië
Na de val en executie van Mussolini in 1943 ontstaan de nieuwe Italiaanse politieke partijen. Er volgt een periode van democratische vernieuwing en wederopbouw. De monarchie wordt door de steun die het verleende aan de fascisten in 1946 afgeschaft en ontstaat de Italiaanse Republiek. De Christen-Democraten zijn de grootste partij en vormen onder premier Alcide de Gasperi de regering. De Gasperi is pro-westers en staat tegenover de grootste communistische partij in West-Europa. De partij geniet een enorm prestige door het grote aantal verzetsstrijders die er onderdeel van uitmaken. In 1953 treedt de Gasperi af en volgt een periode van politieke instabiliteit. De Christen Democraten houden de communisten buiten het kabinet maar raken zelf verdeelt in facties die gesteunt worden door grootindustriëlen etc. In 1960 komen de socialisten aan de macht maar zij kunnen ondanks de grote economische bloei de politieke problemen van Italië niet oplossen. Ze krijgen grote steun van de communisten die afstappen van het marxisme en het leninisme. In Italië ontstaat een eurocommunisme waarin een nieuwe maatschappij bereikt moet worden door de parlementaire democratie en de consensus. De omzwaai wordt, net als die van de Duitse SPD, mede geïnspireerd door de afkeuring over het Sovjet ingrijpen in Hongarije in 1959. De socialisten stemmen in met NATO-lidmaatschap. De jarenlange dominantie van een partij ten koste van de socialisten en communisten heeft in Italië gezorgd voor een sterke sociale onrust en radicalisering van links. Linkse anarchisten kidnappen en vermoorden in 1978 de oud premier Aldo Morro.

Wereldeconomie
In 1944 organiseert de VS de conferentie van Bretton Woods. 44 landen onderhandelen over het beperken van handelsbarrières en het stabiliseren van valutakoersen. Een formele wereldhandelsorganisatie wordt niet gerealiseerd want het UK houdt vast aan de bevoordeling van Commonwealth leden. Uit deze conferentie ontstaat in 1948 het GATT: het General Agreement on Tariffs and Trade. GATT stelt regels op tegen discriminatie in de internationale handel. Deze regels worden onderhandelt in GATT-rondes. Het GATT wordt in 1997 omgevormd tot de World Trade Organization (WTO). De wereldeconomie in de jaren 50 en 60 bestaat uit de niet-communistische landen met een vrije markt. De USSR en het Oostblok houden zich tot eind jaren 60 afzijdig van de handel met het kapitalisme. In de wereldeconomie wordt monetaire stabiliteit nagestreefd dmv de goud-dollarstandaard. Dit wordt gezien als noodzakelijk door de sterke devaluaties van munten tijdens de tweede wereldoorlog. Vanaf 1958 bestaat er een vaste wisselkoers van valuta in dollars en goud. De dollar gaat dan als equivalent van goud fungeren (zoals de Britse Pound dat deed voor 1914). Er wordt een International Monetary Fund (IMF) opgezet en een Worldbank die lange termijn leningen verstrekken aan regeringen voor de wederopbouw. De donorlanden (VS) gaan via deze instituten een grote invloed uitoefenen op het economische en politieke beleid van de leners.

Vanaf 1971 is de Amerikaanse export niet groter dan de import. Het land ontwikkeld een negatief saldo op de handelsbalans. De importen moeten wel betaald worden wat de waarde van de dollar onder druk zet. Er zijn tekorten aan dollars door het oppotten van de valuta in vooral Europa. De dollar is tenslotten even veel waard als goud en wordt net als de nationale goudreserves gebruikt om de waarde van de eigen munt te bepalen. Charles de Gaulle is tegen de Amerikaanse economische dominantie en begint met het massaal inwisselen van dollars voor goud. Samen met het tekort op de Amerikaanse handelsbalans zorgt het nieuwe aanbod van (Franse) dollars voor een sterke waardedaling van de dollarkoers. Pres. Nixon wordt hierdoor gedwongen de dollar-goudstandaard los te laten en de munt te devalueren. Vanaf de devaluatie van de dollar zijn de wisselkoersen min of meer vrij van elkaar en wordt er gespeculeerd met valutakoersen. De verwachte economische chaos blijft uit.

Europese Integratie
Door de economische expansie van Europa ontstaat grotere samenwerking tussen de staten. In 1949 komt daaruit het streven voort naar een Verenigde Staten van Europa wat vastgelegd wordt in het Verdrag van Strassbourg. In deze stad wordt een Raad van Europa aangesteld als basis voor een federatie. Het UK is tegen en wil wel meedoen met coordinatie en cooperatie maar niet met integratie. In 1958 wordt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens opgericht wat op naleving van dit verdrag in Europa toeziet. Langs een andere weg komt het in 1948 tot een vrijhandelszone tussen België, Nederland en Luxemburg die de Benelux wordt genoemd. De Franse Jean Monnet stelt daarop voor om Europese integratie te bereiken langs economische lijnen. Dit voorstel van economische integratie wordt overgenomen door Schumann (Fr.), De Gasperi (It.), Adenauer (BRD) en Spaak (Bel.). Het EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) wordt in 1952 opgericht tussen Frankrijk, de Benelux, de BRD en Italië. De EGKS regelt opheffing van de tarieven op kolen en staal en coordineert en integreert de Europese productie. Jean Monnet wordt de eerste president van de EGKS. Naast het EGKS wordt op 25 maart 1957 het Verdrag van Rome gesloten waarin een Vrijhandelszone wordt opgericht tussen Frankrijk, de Benelux, de BRd en Italië. Er moet een einde komen aan alle handelstarieven (gerealiseerd in 1968), één gelijk tarief langs de buitengrens, afstemming van de economische en sociale politiek en vrij verkeer van arbeid en kapitaal moet mogelijk worden. Als derde wordt een Europees Atoomagentschap opgericht. Uit deze drie verdragen wordt in 1967 de Europese Gemeenschap opgericht. Hierin vormen de regeringen van de lidstaten met hun afgevaardigden de Europese Commissie die in beperkte mate gecontroleerd wordt door het Europese Parlement. Het parlement wordt sinds 1979 rechtstreeks gekozen door de Europese bevolking. Het UK richt een beperktere douaneunie op maar wil in 1963 volledig toetreden tot het EGKS, Verdrag van Rome en Europees Atoomagentschap. Deze ambitie wordt geblokkeerd door Charles de Gaulle die bang is voor een Anglosaksische (en dus Amerikaanse) dominantie van Europa. Na het aftreden van de Gaulle in 1969 treedt het UK toe tot de EG. Door de Gaulle komt ook het idee van een Verenigde Staten van Europa op de hele lange termijn geschoven. In plaats daarvan realiseert de Gaulle een EG als supranationale organisatie.

De communistische wereld
De USSR
In 1953 sterft Josef Stalin en komt er een einde aan de Stalinistische terreur. Onder zijn regime is de Sovjetunie gebukt gegaan onder massamoord, deportatie en angst voor de geheime politie (NKVD de voorloper van de KGB). Toch is de USSR onder Stalin uitgegroeit tot een enorme economische en industriële grootmacht. Na de dood van Stalin doet het hoofd van de KGB, Beria, een poging om de macht te grijpen. Dit wordt voorkomen door de andere sovjetleiders die niet een terugkeer naar een totalitair regime willen. Beria wordt berecht en geëxecuteerd. Onder de sovjetleiders weet Nikita Chroetsjov de meeste macht naar zich toe te trekken. Hij staat het volk meer vrijheden toe en valt de Stalin-cultus aan. Hij doet afstand van de misdaden onder het oude regime en voert een destalinisatie van de maatschappij door. De ecomie wordt meer gedecentraliseerd en de USSR gaat over tot een ruimtevaartprogramma. In 1958 lanceert het land de eerste kunstmaan in de geschiedenis (Sputnik). Een grootschalig programma van cultivatie van landbouwgebieden in Centraal-Azië leidt tot enorme agrarische milieuvervuiling. Vanuit de bureaucratie ondervindt Chroetsjov steeds meer tegenstand. De vrijheden zorgen in Hongarije en Polen voor opstanden die om Chroetsjov gezichtsverlies te besparen hard worden neergeslagen. Vooral het ‘verlies’ van de Cubacrisis in 1962 zorgt voor zijn val in 1964. Leonid Breznjev volgt hem op als leider van de USSR.

Oost-Europa
Na de bevrijding van de Oost en Centraal Europese landen volgt militaire bezetting door de Sovjetunie. Socialistische en communistische lokale leiders worden aangewezen om regeringen te vormen en collaborateurs en fascisten worden uitgeschakeld. In een aantal landen vindt onder druk van het westen verkiezingen plaats die de USSR gebruikt om communistische regimes in het zadel te helpen. Na 1947 volgen er staatsgrepen in landen waar de communisten nog geen invloed uitoefenen. In Tsjecho-Slowakije dreigen de verkiezingen tot een verlies van de communistische partij. Vlak voor de verkiezingen volgt een coup met steun van Moskou. De USSR confisceert land en doet een herverdeling onder de boeren. Hiermee wordt een definitief einde gemaakt aan de oude (veelal Duitse) landadel en Junkers. Oost-Europese landen staan over het algemeen zeer positief tegen de Marshall-hulp maar worden door Stalin gedwongen deze ‘imperialistische’ steun niet te accepteren. Economische integratie wordt in Oost-Europa in 1949 afgedwongen ten voordele van de USSR. Gedwongen militaire integratie als reactie op NATO volgt in 1955 in het Warshaupact. Dit pact staat de USSR toe om troepen in Oostblok landen te stationeren. De dood van Stalin heeft opstanden en rellen in Berlijn tot gevolg die hard worden onderdrukt. De aanval van Chroetsjov op Stalin’s heerschappij, de uitbreiding van de persoonlijke vrijheden en het succes van Tito’s eigen communisme in Joegoslavië verhoogt de spanningen in het Oostblok. In 1956 breken er revoluties uit in Polen en Hongarije. De Pools leider Wladyslav Gomulka staat meer vrijheden toe en beperkt de sovjet controle over zijn land. Onder militaire dreiging wordt hij echter gebonden in te binden. De maatregelen van Gomulka slaan over naar Hongarije waar grote protesten in Budapest uitbreken. De hervormer Imre Nagy uit de communistische partij streeft naar democratie en parlementaire vrijheid. Het Rode Leger valt het land binnen en dwingt Nagy af te treden. De

communistische hardliner Janos Kadar komt aan de macht die Nagy laat berechten en executeren.

China
Na 1945 wordt de burgeroorlog tussen de communisten onder Mao Zedong en de nationalisten onder Chiang Kai-Shek hervat. De nationalisten worden in 1949 door Mao verslagen en vluchten naar het eiland Formosa voor de Chinese kust. Daar wordt de Chinese Republiek Taiwan gevestigd. Op het vasteland sticht Mao de Volksrepubliek China. Onder het bewind van mao wordt gestreeft naar hervorming van het land. Het beleid is fel antiwesters en gericht tegen imperialisme. De communistische regering vestigd zijn macht over heel China door middel van politieke indoctrinatie van het volk. De landadel wordt uitgeschakeld en een economische programma van industrialisering volgt. In 1957 vindt Mao dat de 5-jaren plannen niet snel genoeg gaan en verkondigt hij de ‘Grote sprong vooruit’. Deze maatregelen veroorzaken een enorme sociale ontwrichting. Er worden productiebrigades opgericht die landbouw en industrie gaan reguleren. De sprong mislukt en heeft een massale hongersnood tot gevolg waar het buitenland niet van op de hoogte is. China beschikt in 1964 over nucleaire wapens en in 1967 over thermonucleaire wapens. Het Chinese ruimtevaartprogramma gaat in 1970 van start en op de lange duur verbeteren de leefomstandigheden in het land. De industrialisatie neemt toe en daarmee ook de sanitaire voorzieningen, de welvaart en de infrastructuur. Het analfabetisme neemt af. De urbanisatie zorgt voor een opkomst van een middenstand met steeds liberalere ideeën. De angst dat de revolutie en de partij met hem sterven doen Mao in 1966 de Culturele Revolutie lanceren. Dit leidt tot een grote zuivering van de partij en het oprichten van jongerenbrigades die ‘burgerij’ en middenstand aanvallen. De revolutie loopt uit de hand en zorgt voor grootschalige anarchie. De communistische partij onderdrukt de brigades en deporteert grote aantallen mensen. De Culturele Revolutie eindigt in 1969. In 1971 treedt Mao vrijwillig af maar houdt achter de schermen de controle over de partij. Zijn opvolger Zhou Enlai sterft in 1976 in hetzelfde jaar als Mao. Het buitenlandse beleid van Mao is zeer expansief. Het ingrijpen in de Koreaanse Oorlog en de annexatie van Tibet zijn daar voorbeelden van. Er zijn met India conflicten over de grens en met de USSR over de ideologie. Het land verzet zich tegen de blokkade van de VS tegen het toetreden tot de Veiligheidsraad. In 1971 geeft Pres. Nixon toegang tot de Veiligheidsraad gevolgd in 1972 tot een eerste bezoek van de VS president aan het land.

Hoofdstuk 23: Dekolonisatie
Grote Lijn
De tweede wereldoorlog versterkt het nationalisme in de kolonieën. Het wegvallen van de moederland en in gebieden in Azië de vervanging van de westerse bezetter door een aziatische bezetter ondermijnd het imperialisme. Ethisch stuiten de Europese landen op het logische bezwaar dat het moeilijk oorlog voeren is voor vrijheid en democratie om daarna weer verder te gaan met de imperialistische binding van volken. Economisch gezien wordt ook het beheersen van kolonieën steeds moeilijker. Er wordt door de imperialistische naties op verschillende manieren met het nationalisme omgegaan. Het UK kent in veel gevallen de onafhankelijke status toe zonder militaire confrontatie. Het British Empire verandert in een vrijwillige gemeenschap van staten (het British Commonwealth). De VS doet op ongewapende wijze afstand van de enkele protectoraten (Puerto Rico, de Filipijnen) maar zorgt wel voor een bewind van een sterke partij die de VS goedgezind is. Andere gebieden worden toegevoegd aan de VS als volwaardige staten (Alaska, Hawaï). In de kolonieën van Frankrijk en Nederland gaat de roep om onafhankelijkheid gepaard met militair ingrijpen. Frankrijk voert oorlog om de beheersing van Indochina en Algerije terwijl Nederland de militaire strijd aanbindt met nationalisten in Indonesië. Gedurende de jaren 50 en 60 ontstaan ruim 100 nieuwe soevereine staten met hun eigen grenzen en VN zetel. Deze staten kenmerken zich in een gebrek aan interne coherentie, een gebrek aan democratie en burgerrechten en een sterke economische onderontwikkeling. Deze groep landen worden collectief de ‘derde wereld’ genoemd. In die optiek zouden de VS en het westen de ‘eerste wereld’ zijn en de USSR en het Oostblok de ‘tweede wereld’. Problemen in de nieuwe landen komen vaak voort uit een tekorte imperialistische overheersing. De bestaande structuren en ethnische systemen zijn afgebroken door het moederland maar er is nog geen nieuw systeem voor terug gekomen. Daarnaast zijn de gebieden geëxploiteerd met winstoogmerk en niet met het doel om een economische volwaardige entiteit te creëren. Het gebrek aan ervaring bij de nieuwe leiders doet democratie snel instorten waarin hervormers ‘president voor het leven’ worden. Het wantrouwen tegen een centrale overheid en de waarde die nog aan pre-industriële machten wordt gehecht (de stam, de familie, het geloof) doen al snel bij problemen guerrilla’s ontstaan die langs de oude lijnen zijn ingesteld. Democratische keuze en zelfbeschikking werken ook lastig bij grote economische wanorde en analfabetisme. Natuurlijke effecten als bijvoorbeeld de enorme bevolkingsgroei of epidemische ziekten (Malaria, AIDS) steunen de ontwikkeling van de naties niet. In gebieden waar slechts een inheems bevolking aanwezig is en geen groep blanke kolonisten breekt dan ook veelal strijd uit tussen door de Europeanen verplaatste of bevoordeelde groepen. Kongo, Burundi en Rwanda zijn daar de meest schrijnende voorbeelden van. In landen waar wel een groep blanken aanwezig is breekt er een conflict uit tussen de blanken en de inheemse bevolking (Algerije, Rhodesië/Zimbabwe en Zuid Afrika). In het Midden-Oosten zorgt het zionisme wat na de tweede wereldoorlog sterk in invloed is gegroeit voor grote problemen. Het oprichten van de Israelische staat heeft verschillende oorlogen tot gevolg en grote impact op de regionale en zelfs globale stabiliteit. Door al deze ontwikkelingen heen loopt de Koude Oorlogspolitiek van de twee grootmachten. De USSR die vaak onrust stimuleert tegen het kapitalistische imperialisme en de steun van de VS tegen dictaturen die in conflict zijn met linkse rebellen (Mobutu in Zaïre). De nieuwe Afrikaanse staten ontwikkelen

daarop het Afrikaans Socialisme in de pan-Afrika beweging opgezet door de Ghanese president Nkrumah. Deze beweging stimuleert onafhankelijkheid van andere kolonies is sterk autocratisch, antiwesters maar neutraal in de Koude Oorlog. Ook De eerste premier van India Nehru stelt zich heel neutraal op in de Koude Oorlog. Men kiest niet de kant van de imperialistische grootmacht waar net de onafhankelijkheid van is verkregen maar de naties willen ook zeker niet het risico lopen opnieuw te worden gedomineerd door de USSR. Staten met een meer eigen collectieve historie (Perzië/Iran, het Midden-Oosten, India, Indonesië) kiezen voor modernisering en industrialisering op westerse ideeën. Uit deze modernisering die vaak van bovenaf de bevolking wordt opgelegd ontstaat een conflict tussen traditie en modernisering. In de Islamitische wereld wordt de traditie vertegenwoordigd door een radicaal religiueze leer die op alle manieren afstand neemt van modernisering, westerse ideeën en imperialisme. Dit conflict wordt extra gevoedt door westerse militaire interventie in de regio en de staat Israel. Voorbeelden hiervan zijn de opstand van de ayatollahs in Iran tegen de Shah, de twee Intifadas in Israel en de opstand van de mudjahedin in Afghanistan tegen de USSR.

Azië
India
In 1885 richten Ghandi en Nehru het Indian National Congres op dat streeft naar onafhankelijkheid en het voorkomen van sociale revolutie. Dit congres wordt door Hindu’s gedomineerd en leidt in 1906 tot oprichting van de Moslim Liga die niet in een Hindu gedomineerde staat wil leven en een eigen islamitische staat nastreeft. Tijdens de tweede wereldoorlog belooft het UK India onafhankelijkheid in ruil voor hulp in de strijd tegen Japan. De onderlinge problemen tussen de Islam en het Hinduïsme doet het UK in 1947 besluiten tot het opdelen van de kolonie in India, Pakistan & Banghladesh, Ceylon (het huidige Sri Lanka) en Birma. Deze opdeling heeft tot gevolg dat er ethnische conflicten losbarsten. Ghandi wordt in deze strijd in 1948 vermoord. Nehru wordt premier en is zeer paternalistisch ipv democratisch. Hij begint met de opbouw van de industrie. Pakistan en India bestrijden elkaar in een conflict om de Kashmir. In 1948 en in 1965-66 komt het tot oorlog tussen de twee staten over dit gebied. In 1971 breekt opnieuw oorlog uit maar ditmaal rondom de Indische steun aan Bangladesh dat onafhankelijkheid nastreeft van Pakistan. Na de dood van Nehru in 1964 volgt Indira Ghandi hem op. Zij is opportunistischer en met haar bewind groeit de corruptie. In 1974 ontwikkeld India nucleaire wapens. Indira Ghandi roept de noodtoestand uit in 1975 als zij dreigt de verkiezingen te verliezen en laat haar tegenstanders arresteren. Het parlement wordt in 1977 hersteld en dwingt haar tot aftreden. Haar populariteit in India zakt echter niet en in 1980 wordt ze opnieuw tot premier gekozen. In de nu constitutionele regeerperiode stuurt ze troepen naar Punjab waar de Sikhs voor onafhankelijkheid strijden. De Indische troepen vallen de heilige Gouden Tempel binnen in Amritsar. In 1984 wordt Indira Ghandi door Sikhs in haar persoonlijke wacht vermoord. Haar zoon Rajiv Ghandi volgt zijn moeder op maar blijkt een ineffectief heerser te zijn. In 1989 verliest de congres partij de meerderheid. Gedurende de jaren 90 is Rao aan de macht die hervormingen doorvoert en economische regels versoepelt. De economie groeit (vooral in de ICT) maar ook de ethnische tegenstellingen verscherpen.

Indonesië
De indonesische nationalistische partij wordt in 1927 opgericht. Soekarno roept in 1945 de onafhankelijkheid uit maar wordt bestreden door Nederlandse troepen. In 1949 erkent de Nederlandse regering de onafhankelijkheid en Soekarno wordt president. Tien jaar laten in 1959 wordt Soekarno president voor het leven. Na een communistische coup in 1965 blijft Soekarno aan de macht dankzij het ingrijpen van Generaal Soeharto. Hij verslaat de communisten en zet de islamitisch fundamentalisten aan tegen zuivering van het land van communisten. Kort daarna zet hij zelf Soekarno af en vestigt zijn eigen militaire dictatuur. Zijn anticommunistische houding trekt investeerders uit het westen aan en onder zijn bewind maakt Indonesië een sterke economische groei door. Oost-Timor wordt in 1975 geannexeerd. Er breekt in 1997 in Zuid-Oost Azië economische paniek uit die leidt tot de instorting van de Indonesische economie. Soeharto wordt ten val gebracht en opgevolgd door president Habibi die niet in staat is hervormingen door te voeren. Onder internationale druk komt het in OostTimor tot een referendum over de relatie met Indonesië. De timorese bevolking stemt voor onafhankelijkheid waarna Indische paramilitairen gesteunt door het leger vanuit west-Timor Oost Timor binnenvallen en een bloedbad aanrichten. De VN reageert verontwaardigt en besluit tot stationering van een troepenmacht onder VN mandaat. Australië neemt deze missie op zich. Na Habibi volgen Wahid en Megawati Soekarnoputri hem op.

Indochina (Vietnam, Laos, Cambodja)
In 1946 biedt Frankrijk de individuele landen autonomie aan binnen een Franse federatie. De eis voor volledige onafhankelijkheid wordt doorgezet door de communisten onder leiding van Ho Chi Minh. Communisme wordt in deze regio gelinkt aan het nationalisme tegen een kapitalistische imperialistische bezetter. Frankrijk wordt financieel gesteund door de VS die in de jaren 50 nog geen militaire rol speelt. In 1954 worden de Fransen verslagen door communistische troepen in de Slag om Dien Bien Phu. Op de vredesconferentie daarna erkent Frankrijk de onafhankelijkheid van Vietnam, Laos en Cambodje. Vietnam wordt verdeelt in een noordelijk communistische en zuidelijk kapitalistisch deel. Op een later moment zullen algemene verkiezingen worden georganiseerd om het land te herenigen.

Afrika
Frans Noord-Afrika (Marokko, Tunesië en Algerije)
Na de oorlog wordt de voormalige Italiaanse kolonie Libië in 1951 onafhankelijk wat een precedent schept voor Marokko, Tunesië en Algerije. De eerste twee landen zijn slechts protectoraten en worden in 1956 onafhankelijk. Beiden zetten een programma van modernisatie en democratie in gang tegen de Islamitische traditie. Zowel Marokko als Tunesië ontwikkelen zich als gematigde landen met een monarche (Marokko) en een president-voorhet-leven (Tunesië). Algerije is een volledige kolonie die wordt gedomineerd door Franse kolonisten (colons). In 1954 komt de Arabische bevolking in opstand onder het FLN (Front Liberté Nationale). De FLN begint met steun van Egypte een guerrilla tegen Frankrijk waar hard op wordt gereageerd. Meer dan 500.000 Franse soldaten worden naar Algerije gestuurd. In 1958 ontwikkelt zich een kabinetscrisis in Frankrijk over de onafhankelijkheid van Algerije. De colons en het leger in Algerije doet een staatsgreep waardoor Frankrijk zelf aan de rand van burgeroorlog komt. Charles de Gaulle keert terug in de Franse politiek en regelt een wapenstilstand. In 1961 besluit hij tot de onafhankelijkheid van Algerije waardoor een opstannd uitbreekt binnen het Franse leger. Er ontstaat een terroristische beweging in

Frankrijk die enkele aanslagen tegen de Gaulle pleegt. Algerij wordt in 1962 onafhankelijk onder regering van de FLN. Dertig jaar van corruptie en machtsmisbruik volgen. In 1988 breekt een volksopstand tegen het FLN uit geleid door Islamitisch fundamentalisten. Geregeld worden er bloedbaden onder de bevolking aangericht.

Brits West Afrika (Ghana, Nigeria)
De onafhankelijkheidsbeweging ten zuiden van de Sahara loopt achter bij de noord Afrikaanse. Hier hanteert het UK een politiek van toegeven. In grote lijnen ontstaat eerst de roep om onafhankelijkheid waarna het UK de vertegenwoordiging van de Afrikaanse bevolking inde nieuwe staat uitbreidt. Vervolgens komt er een periode van autonomie gevolgd door onafhankelijkheid met democratische instituten. Deze vallen herhaaldelijk en komen vaak uit in een (militaire) dictatuur. Vanaf de jaren 90 beginnen in verschillende oude kolonies weer democratische besturen aan de macht te komen. Goudkust wordt in 1957 toegelaten als Dominion binnen het Commonwealth. Het land wordt in 1960 onafhankelijk als Ghana onder de president Nkrumah die een antiwesterse politiek volgt en zich neutraal opstelt in de Koude Oorlog. Hij stimuleert de pan-Afrika gedachte en het Afrikaans Socialisme. Na een serie militaire coups grijpt Rawlings de macht. Hij liberaliseert de economie en krijgt steun van de Wereldbank. In de jaren 90 treedt hij vrijwillig af en volgen er verkiezingen. Nigeria wordt in 1960 een dominion en in 1963 onafhankelijk. Een heel aantal militaire coups komen in 1967 uit in de afsplitsing van Biafra en burgeroorlog in Nigeria. De oorlog wordt in 1970 beeindigt en in 1979 komt Generaal Abusanjo aan de macht die de federale republiek weer hersteld. De republiek valt weer door militaire staatsgrepen. Na de vrije verkiezingen van 1993 wordt de winnaar gevangen gezet. Na zijn overlijden volgt ion 1998 een volksopstand waarna weer verkiezingen worden uitgeschreven die worden gewonnen door Abusanjo en een mogelijk nieuw democratisch begin. Nigeria is de regionale grootmacht.

Brits Oost Afrika (Kenya, Uganda, Tanzania)
In landen als Kenya, Uganda en Tanzania hebben zich veel meer blanke kolonisten gevestigd die de politiek beheersen. Veel Indische arbeiders hebben zich in deze landen gevestigd. De inheemse Massai komen in opstand tegen de blanke overheersing (Mau Mau beweging). Een burgeroorlog is het gevolg waarna het UK de noodtoestand uitroept. In 1963 wordt Kenyatta vrijgelaten en wordt Kenya een onafhankelijke republiek met Kenyatta als president voor het leven. Kenya stimuleert de pan-Afrika gedachte.

Brits Zuidelijk Afrika (Zuid Afrika, Zimbabwe, Zambia, Malawi, Botswana)
Het UK draagt in de meeste staten in Zuidelijk Afrika de macht over aan de zwarte bevolking. Dit gebeurd in Zambia, Malawi en Botswana. In Rhodesia (Zimbabwe) wordt ook aangestuurt op een zwarte regering. Voordat dit plaatsvind grijpen blanke boeren de macht en vormen een blanke minderheidsregering die in 1965 de onafhankelijkheid uitroept. Het land komt onder zware westerse druk te staan en er breekt een zwarte opstand uit onder leiding van Robert Mugabe die in 1980 zijn eigen dictatuur vestigt tegen de blanke boeren. Zuid Afrika is al voor de tweede wereldoorlog een dominion binnen het Britse Commonwealth. In 1948 vestigen de blanke nationalisten de nieuwe politiek van ‘Apartheid’.

In 1960 breekt een volksopstand uit tegen de Apartheid in Sharpeville waarbij diverse doden vallen. In 1961 is Zuid Afrika over deze politiek internationaal geïsoleerd waarop het land het Commonwealth verlaat. De zwarte leider van het ANC, Nelson Mandela leidt een gewapende opstand en wordt veroordeelt tot een levenslange gevangenisstraft op Robbeneiland. De volgende grote opstand is in het zwarte thuisland Soweto. De internationale sancties tegen Zuid Afrika worden gesteund door de VS die in die periode de eigen apartheidspolitiek wijzigt (Martin Luther King). Onder pres. F.W. de Klerk begint een hervormingsprogramma tegen de isolatie, opstanden en economische achteruitgang. Hij laat in 1990 Nelson Mandela vrij en schaft de Apartheid het jaar daarop af. In een referendum in 1992 wordt het blanke minderheidsbewind beëindigt waarna vrije verkiezingen worden uitgeschreven. Deze worden gewonnen door het ANC en Nelson Mandela wordt president. Zuid Afrika neemt in 1996 een nieuwe grondwet aan met de meest uitgebreide bescherming van burgerrechten ter wereld.

Frans Centraal Afrika (Centraal Afrika, Tsjaad etc.)
Na Algerije krijgen de resterende Franse kolonieën zonder grootschalig Franse militaire interventie de onafhankelijkheid. Frankrijk organiseert economische steun voor de nieuwe staten en hersteld de orde indien nodig.

Belgisch Kongo, Rwanda en Burundi
Door de onafhankelijkheid van Frans Kongo (Republiek Kongo) komt er in 1960 druk op België om de onafhankelijkheid van Belgisch Kongo te verspoedigen na een eerste voorstel van een transitie periode van 30 jaar. België trekt zich in 1960 terug in 6 maanden en laat een volledige anarchie en chaos achter waarin ethinische, politieke en economische conflicten worden uitgevochten. Een VN macht met Belgische paratroepers wordt teruggezonden om de orde te herstellen. Het jaar daarop wordt één van de leiders, Lumumba, vermoordt waarna in Katanga\Shaba een afscheidingsbeweging opkomt. De USSR beschuldigt het westen ervan bewust de anarchie te veroorzaken zodat het een reden heeft om terug te keren. België en de VS steunen de regering tegen linkse rebellen in Katanga. In 1965 grijpt Kolonel Mobutu de macht en vestigt zijn eigen dictatuur. Hij is een nationalist en voert een verafrikanisering van Kongo door. Het land gaat Zaïre heten en de dictator blijft steun ontvangen uit de VS. Diit houdt in 1987 op waarna Mobutu verkiezingen toestaat in Zaïre. Hij negeert de uitslag waardoor een guerrilla opstand tegen zijn bewind ontstaat onder leiding van Laurent Kabilla en met steun van Uganda en Rwanda. Kabilla dwingt Mobutu te vluchten en grijpt in 1997 de macht. Zaïre noemt hij weer Kongo (de Democratische Republiek Kongo) waar hij zijn eigen dictatuur vestigt. Kabilla heeft geen eigen leger en is voor handhaven van de macht afhankelijk van Uganda en Rwanda. Deze twee landen hebben ondertussen onderling een conflict gekregen en willen allebei van Kabilla af. Vanaf 2000 heerst er in Kongo een chaotische anarchie waarin 5 landen en diverse ethnische groeperingen elkaar bestrijden. Burundi en Rwanda zijn oorspronkelijk ook Belgische protectoraten waarin een Tusti minderheid bevoordeelt wordt boven een Hutu meerderheid. In 1966 wordt in Burundi de Hutu monarchie omvergeworpen en een Tutsi regering gevestigd. De veiligheid van de koning wordt in 1972 door de Tutsi-regering gegarandeert maar bij thuiskomst wordt hij vermoordt. Er breekt een Hutu opstand uit waarin tienduizenden Tutsi’ worden vermoord. Tutsi represailles op Hutus leveren ook weer massamoorden op. In 1987 komt er een nieuw Tutsi regime aan de macht dat naar ethnische reconciliatie streeft. In 1993 volgen vrije verkiezingen in Burundi en komt er een gematigde Hutu president die ook Tutsi’s in zijn kabinet opneemt. In Rwanda speelt een vergelijkbare situatie met begin jaren 90 een eigen

gematigde president die naar reconciliatie streeft tussen de twee bevolkingsgroepen. In april 1994 wordt het vliegtuig met beide presidenten aan boord door onbekenden neergeschoten. Hutu extremisten richten een orgie van geweld aan en vermoorden in enkele weken meer dan een half miljoen Tutsi’s. De internationale gemeenschap grijpt niet in en de situatie verandert pas als Tutsi’s rebellen uit Uganda Rwanda binnen vallen en de overheid en orde herstellen. Hutu rebellen vluchten naar Kongo. De massamoorden in Rwanda tonen duidelijk de gebreken en het falen van de VN en dwingen de internationale gemeenschap de regels te herzien omtrend het ingrijpen in burgeroorlogen.

Midden-Oosten
In het midden-oosten bestaat niet één islamitische identiteit. Er bestaan grote verschillen tussen de regio’s en inwoners. Modernisering in dit gebied wordt bemoeilijkt door de Islamitische traditie. Na de val van het Ottomaanse Rijk is het gebied in protectoraten opgedeelt van het UK en Frankrijk. In 1922 kent het UK de nominale onafhankelijkheid toe aan Egypte en in 1932 aan Irak. De overige staten krijgen na de tweede wereldoorlog hun onafhankelijkheid. Deze islamitisch arabische staten organiseren zich in 1945 in de Arabische Liga: Egypte, Irak, Libanon, Saudi Arabië, Syrië en Jordanië. In 1951 treedt ook Libië tot de Liga toe. Pan-arabisme wordt in 1958 geprobeerd door de unie in de Arabische Republiek tussen Egypte en Syrië maar dit experiment faalt. Vooral Nasser en Qadafi zijn voorstander van één sterke Arabische unie tegen vijand Israel. Het midden oosten wordt gedomineerd door de Koude Oorlog politiek. De VS levert onvoorwaardelijke steun aan Israel. De USSR keert zicht dus tegen Israel en voorziet de Arabische staten van wapens. Frankrijk hangt de ‘balance of power’ aan en steunt ook de Arabische staten. De VS formuleert de Eisenhowerdoctrine: Steun voor landen in het midden oosten die vechten tegen het communisme.

Israel & de Palestijnse gebieden
Israel is ontstaan uit het zionisme in de 19de eeuw. Al voor 1914 vestigen joodse pioniers zich in Palestina. In 1917 krijgt het zionisme steun van het UK in de Balfour Verklaring. Vanaf 1923 is Palestine Brits mandaat gebied en groeit het aantal kolonisten. De roep om een eigen staat neemt toe onder de holocaust overlevenden na de tweede wereldoorlog. Het UK komt onder druk te staan van de arabische bondgenoten uit de oorlog en beperkt de immigratie. Er volgt een Israelische guerrilla tegen het UK. De Israelis worden gesteunt door zowel de VS als de USSR en laten in 1947 en VN resolutie voorkomen waarin een vestiging van joodse sectoren in het arabische gebied worden aangenomen. De Arabische landen boycotten de vergadering. Het jaar daarop wordt de Israelische Republiek uitgeroepen die direct aangevallen wordt door Syrië, Jordanië, Libanon, Egypte en Irak. Israel verslaat de arabische troepen en verovert delen van Palestina. Het moet de Westbank en Oost-Jeruzalem aan Jordanië afstaan en Gaza aan Egypte. De wapenstilstand van 1949 bepaald de deling van Jeruzalem tussen Israel en Jordanië maar erkent niet het bestaan van Israel. Israel bepaald daarna dat alle Joden in diaspora automatisch recht hebben op Israelisch burgerrecht. Binnen de staat zijn geen afspraken gemaakt over scheiding van kerk en staat maar onder de regering van de socialist David Ben Gurion ontstaat een moderne, westerse, demnocratische samenleving. Onder het bewind van de Arbeiderspartij ontstaat een grote economische groei van vooral agrarische coöperaties (De Kibbutz). Het land gaat gebukt onder zware militaire lasten en ontwikkelt een eigen nucleaire capaciteit.

In 1956 ontstaat de Suez-crisis na een poging van Egypte om het kanaal te blokeren. Israel, Frankrijk en het UK vallen Egypte binnen. Deze oorlog wordt scherpt veroordeelt door de VS na het dreigement van de USSR dat het Egypte zal steunen. De Palestijnse onafhankelijkheidsbeweging wordt steeds militanter en begint een guerrilla tegen Israel. In deze guerrilla wordt vaak naar het terrorisme als wapen gegrepen. In 1964 wordt de PLO (Palestinian Liberation Organization) onder voorzitterschap van Jasser Arafat toegelaten als volwaardig lid van de Arabische Liga. In 1967 valt Israel Egypte, Syrië en Jordanië binnen na Egyptische troepenverplaatsingen rondom de Golf Aqaba in de Sinai. In de 6-daagse oorlog verslaat Israel de drie landen en verover de Westbank op Jordanië, de Sinai en Gaza op Egypte en de Golanhoogvlakte op Syrië. De Palestijnen streven vanaf dat moment naar een Palestijnse staat op de Westbank en in Gaza. Syrië is tegen iedere vorm van oplossing van het conflict behalve de totale vernietiging van de staat Israel. In 1973 vallen Egypte en Syrië Israel binnen op de Yom Kippur feestdag. Israel weerstaat de verrassingsaanval en verslaat de arabische coalitie.De Arabische Liga gaat over tot een olieembargo waardoor prijzen van olie op de wereldmarkt verviervoudigen. De economische consequenties voor het westen zijn enorm. Een meerderheid (bestaande uit Aziatische en Afrikaanse landen) in de algemene vergadering van de VN veroordeelt het zionisme als vorm van racisme. Deze veroordeling wordt pas in 1992 ingetrokken. Door aanhoudende aanslagen verliest de Arbeiderspartij de verkiezingen van 1977. De Likudpartij met conservatieven en nationalisten begint in de regering van Menachim Begin met het nederzettingenbeleid in Gaza en de Westbank. De Egyptische leider Anwar al-Sadat breekt in 1978 met de Arabische Liga en sluit zelfstandig een vredesverdrag met Israel. Hij erkent het bestaansrecht van de staat waarop Israel zich terugtrekt uit de Sinai. Egypte wordt daarop uit de Arabische Liga gezet en Anwar al-Sadat wordt kort daarna vermoord. Mubarak volgt hem op als president van Egypte. In 1980 annexeert Israel het oostelijke deel van Jeruzalem en wordt er gesproken over een ondeelbare hoofdstad. Ook de Jordaanse koning Hussein begint onderhandelingen met Israel. Syrië, Libië en Irak vormen dan het Arabische front tegen de Joodse staat. In 1982 volgt de Israelische invasie van Libanon nadat de PLO Beirut gebruikt als basis voor aanslagen in Israel. Israel rekent af met de anarchistische burgeroorlog in het buurland en vestigt een bufferzone in Zuid-Libanon die wordt beheerst door Israelische troepen. Datzelfde jaar bombardeert Israel een kernreactor in Irak waar het land vermoedelijk nucleaire wapens kan produceren. In 1987 breekt de eerste intifada uit, de Palestijnse jongerenopstand. Israel grijpt hard in. De intifada komt tot einde met het wegvallen van de Koude Oorlog. De USSR levert geen steun meer aan de Arabische staten en vanuit de VS steigt de druk voor een oplossing. Onder het ‘land voor vrede’ idee worden bezette gebieden opgegeven in ruil voor erkenning van de Israelische staat. Israel reageert zeer verdeelt op dit vredesinitiatief. De vredesonderhandelingen in Oslo van 1992 tussen Yitzakh Rabin en Jasser Arafat resulteren in de erkenning van de PLO voor het bestaansrecht van Israel en de terugtrekking van Israelische troepen uit de bezette gebieden. De PLO vormt daarop zelfbestuur in de Palestijnse Autonome Gebieden. De vrede breekt in 1995 als een Joodse extremist Yitzhak Rabin vermoord. De terugkeer van de conservatieve Likud partij in 1996 onder Netanyahu zorgt voor herbezetting van Palestijnse gebieden. Barak vormt na Netanyahu een regering van de Arbeiderspartij en trekt zich terug uit de bufferzone in Libanon. Het stilgevallen vredesproces wordt opnieuw opgepakt in onderhandelingen tussen Barak en Arafat in Camp

David onder de VS president Clinton. Arafat houdt vast aan Palestijns bestuur over oostJeruzalem waardoor de vredesbesprekingen mislukken en een tweede Palestijnse intifada in 2000 uitbarst. Likud komt weer in 2001 aan de macht waarop Sharon de regering vormt.

Irak en Iran
De Iraanse Shah voert een beleid van modernisering. De Shah staat onder VS invloed en strijd samen met de CIA tegen linkse rebellen die de olie-industrie willen nationaliseren. In 1978 breken er in Iran religieus geïnspireerde rellen en stakingen uit die het regime van de Shah in 1979 doen vallen. Ayatollah Khomeini keert uit ballingschap in Parijs terug en vestigt een radicaal Islamitische Republiek. Traditionele Islamitische waarden en vestiging van het Islamitische recht dienen als voorbeeld voor andere moslimstaten. De theocratie vormt een religieus orgaan dat de wetten en het beleid van de staat controleert. De radicale theocratie van Khomeini komt daarmee lijnrecht tegenover de gematigde politieke bestuurders te staan. Het land nationaliseert de industrie waardoor een tweede oliecrisis ontstaat. De theocratie schildert de VS af als de Grote Satan en fanatieke studenten bezetten eind 1979 de VS ambassade in Teheran. Vijftig gijzelaars zitten 15 maanden vast. Een mislukte Amerikaanse bevrijdingsactie verzwakt de zittende president Carter zodanig dat hij de verkiezingen verliest aan Reagan. Het radicaal religieuze Iran is een Shiitische staat. Irak staat onder een militaire Soenitische dictatuur van de seculiere Saddam Hoessein. Hoessein is de leider van het Arabische front tegen Israel. Hoessein denkt zijn prestige en invloed op de olie te kunnen uitbouwen in de Arabische wereld en daarbuiten (VS) bij een aanval en snelle overwinning op Iran. Irak bombardeert in 1980 olievelden in Iran en denkt het nieuwe regime snel ten val te kunnen brengen. De invasie mislukt en het front loopt vast in een loopgravenoorlog waar chemische oorlogsvoering wordt ingezet. De Koerden in het noorden van Irak worden beschuldigt van collaboratie met Iran en Koerdische dorpen zijn het slachtoffer van grote chemische aanvallen. Uit angst voor wapenleveranties aan de vijand vallen zowel Irak als Iran in de Perzische golf neutrale olietankers aan. Dit leidt tot een internationalisering van het conflict. De VS, Frankrijk en het UK sturen marineschepen naar de Golf die de scheepvaart door het oorlogsgebied begeleidt. Dit vestevigt de westerse invloed in de regio en beperkt een nieuwe oliecrisis. Na een laatste Iraanse tegenoffensief in 1987 wordt in 1988 een wapenstilstand tussen de twee landen getekend. In Iran is de ayatollah enorm populair bij het volk. Internationaal en vooral in de Arabische wereld wordt Iran verketterd. De Iraanse economie is bijna geheel ingestort door het conflict. Als Ayatollah Khomeini in 1989 sterft wordt hij opgevolgd door Ayatollah Khameini. Hij komt in groot conflict met de gematigde hervormer president Rasfanjani. De laatste staat in 1997 Iraanse burgers meer persoonlijke vrijheden toe en in de presidentiële verkiezingen van dat jaar kunnen de kiezers uit meerdere kandidaten kiezen. De verkiezingen worden gewonnen door de gematigde hervormer Khatami. Deze voert politieke en economische hervormingen door en creëert een maatschappij met een rechtstaat en vrije pers. Khatami doet een poging om een combinatie te maken tussen democratie en Islam. Door de hervormingen ontstaat er ook een liberale geestelijkheid die ook religieuze vrijheden aan het volk begint toe te staan. Irak kent door de lange oorlog ook grote economische problemen en wil een hogere olieprijs. De OPEC (vergadering van olieproducerende landen) gaat hier niet mee akoord waarop Irak in 1990 met een vage claim buurland Kuweit annexeert. Internationaal bestaat de angst dat Irak na Kuweit zijn troepen richt op Saudi Arabië. De VN veroordeelt de daad van agressie en de VS president Bush sr. trekt onder VN-mandaat een coalitie van landen samen in Saudi

Arabië. In 1991 wordt Kuweit in de operatie Desert Storm door de coalitie bevrijd. Na de capitulatie van Irak weigert Saddam Hussein te vertrekken en wordt het land geconfronteerd met jarenlange economische sancties.

Zuid-Amerika
Het grootste deel van Zuid-Amerika is onafhankelijk sinds midden 19de eeuw. De koloniale regering is in die periode verdwenen en vervangen door regeringen van aristocraten en groot industriëlen die onder invloed staan van de Britse markt. Hoewel slavernij is afgeschaft staan zwarten en indianen onderaan de maatschappelijke ladder en zijn werkzaam in een soort semislavernij. De Monroe-doctrine en de Roosevelt Corollary bepalen de buitenlandse politiek ten opzichte van het continent. Er is sprake van gewapende Amerikaanse invloed die de “Dollar Diplomatie” genoemd wordt. Na de eerste wereldoorlog is de VS de grootste en meest invloedrijke macht. Door de stijgende vraag naar grondstoffen na de tweede wereldoorlog groeien de Amerikaanse economieën. Onvrede over de Amerikaanse steun aan Europa maar niet aan Zuid Amerika resulteert onder Kennedy in de ‘Alliance for Progress’ en de OAS (Organisation nof American States) uit 1947. Amerikaanse invloed op het continent neemt gedurende de Koude Oorlog verder toe met steun van de VS aan veelal rechtse militaire dictaturen zoals die van Generaal Pinochet tegen de linkse oppositieleider Salvador Allende. De democratische ideologie verdwijnt in de machtspolitiek tussen de staten en facties in ZuidAmerika en in diverse staten verdwijnen linkse tegenstanders. Grote politieke instabiliteit op het continent wordt voorkomen met gewapende Amerikaanse interventies (1954 Guatemala, 1965-66 Dominicaanse Republiek, 1961 Cuba, 1983 Grenada, 1989 Panama, jaren 90 ‘War on Drugs’ in Colombia). De sterke economische groei resulteert in een groeiende kloof tussen arm en rijk en in grote leningen in het westen. In de jaren 80 kunnen veel staten hun schulden door inflatie niet meer betalen. De grote militaire en bureaucratische apparaten houden hervormingen tegen en inflatie loopt soms op tot 1000% per jaar. De regeringen bestaan uit een elitaire kleine kring van zakenlieden, militairen en populistische dictaturen (Vargas in Brazilië en Peron in Argentinië). Het volk verliest het vertrouwen in de jaren 90 vallen een heel aantal zuid-Amerikaanse regeringen. Socialisten komen op zoals Vincente Fox in Mexico. Ook Venezuela en Brazilië krijgen regeringen van arbeiderspartijen.

Cuba
Vanaf 1933 heerst de rechtse dictator over het eiland. Hij krijgt grote steun van de VS waardoor het eiland in feite een Amerikaans protectoraat is. In 1959 breekt een gematigd linkse guerrilla uit onder leiding van Fidel Castro. Hij veroverd Havanna en maakt een einde aan de economische afhankelijkheid van de VS. De economie wordt genationaliseerd en eigendommen van Amerikaanse bedrijven geconfisceerd. De VS stelt een handelsembargo tegen Cuba in wat Castro op het Marxisme doet overgaan en steun zoekt bij de USSR. Er wordt een communistisch bewind in Cuba gevestigd wat geheel leunt op steun van Moskou. Castro geeft zelf steun aan andere linkse rebellen en stuurt wapens en troepen als steun in de opstand in Angola. Met de val van het communisme in 1989 wordt Castro geïsoleerd.

Hoofdstuk 24: Koude Oorlog: Coexistentie en Confrontatie
Grote Lijn
De Koude Oorlog tussen de VS en de USSR bestaat uit een golfbeweging van confrontatie en détente. Rethoriek en toenadering gaan hand in hand. Chroetsjov verwerpt de onafwendbaarheid van oorlog met het westen en legt in eerste instantie de nadruk op vredig naast elkaar bestaan: coexistentie. Hij stelt ook dat de sovjets het westerse kapitaal zullen “begraven”. Eisenhower gaat voort met de ‘containment’-politiek en de militaire opbouw. Zijn minister Dulles heeft het zelfs over het ‘oprollen van communisme’. Confrontatie vindt verschillende keren rechtstreeks plaats maar vaker verhuld in de buitenlandse politiek naar derden. Door de massale vlucht van de Oost-Duitse bevolking naar het westen gaat de DDR de confrontatie aan door in 1961 een muur te bouwen tussen Oost en West Berlijn. Een jaar later volgt de meest kritische confrontatie tussen de twee machten tijdens de regering van pres. Kennedy. De Cubacrisis brengt de twee blokken op de rand van een derde wereldoorlog. In de ‘containment’-politiek raakt de VS verwikkeld in een lange en bloedige Vietnamoorlog waarin guerrilla’s de grootmacht uiteindelijk dwingen zich terug te trekken. Waar Kennedy en Johnson naast politiek ook ideologisch gedreven zijn keert met president Nixon de pragmatische real-politiek weer terug. Dit komt het meest duidelijk tot uiting in de toenadering die Nixon zoekt tot China waardoor de twee grote communistische machten tegen elkaar worden uitgespeelt. Het gevolg van de Vietnamoorlog is inflatie in de VS door de militaire uitgaven, een wantrouwen in de presidentiële macht en beperking van de ‘imperial presidency’ en een verlies van vertrouwen in de technische superioriteit. Aan het begin van het leiderschap van Chroetsjov vindt détente plaats door de conferentie van Geneve in 1955. Er wordt gesproken van een nieuwe geest van samenwerking. De geest wordt in Camp David in 1959 weer in de fles gestopt doordat Chroetsjov met bewijzen komt van Amerikaanse spionagevluchten boven de USSR en de besprekingen verlaat. Een serie verdragen leidt uiteindelijk tot het aflopen van de wapenwedloop die met de ontwikkeling van de intercontinentale raket (ICBM) in de jaren 60 een nieuwe dimensie heeft gekregen. De wapenwedloop gaat de periode van MAD in (Mutually Assured Destruction) waarbij de ‘balance of terror’ berekend wordt in ‘megadeaths’. Na de Cubacrisis in 1962 wordt een rechtstreekse telefoonlijn tussen de twee leiders opgezet om het risico van ongelukken en misverstanden tot een minimum te beperken. Het jaar daarop sluiten de USSR en de VS het Testban verdrag waarin afgesproken wordt voortaan geen nucleaire testen meer uit te voeren in de atmosfeer. Dit voorkomt onnodige belasting van het milieu. Onderaardse explosies worden wel toegestaan. Het non-proliferatieverdrag van 1968 verbiedt het steunen van andere landen die nucleaire wapens willen ontwikkelen. Het NPT wordt een VN verdrag getekend door 130 landen. Het SALT I verdrag uit 1972 staakt de wapenwedloop tijdelijk. Met de komst van president Carter in de VS groeit de spanning weer door de ideologie van vrijheid en mensenrechten die hij nastreeft. De USSR, VS en Europa leggen afspraken over vrede, economie, cultuur en mensenrechten in 1975 in Helsinki vast in het ‘vredesverdrag voor Europa’. Détente in ruil voor mensenrechten. Het verdrag van Helsinki geeft een enorme stimulans aan de dissidenten in Oost-Europa en is één van de oorzaken van de val van het Oostblok in 1989. SALT II in 1979 wordt door de Sovjet invasie van Afghanistan niet geratificeerd. Onder Reagan wordt op initiatief van de Sovjetleider Gorbatsjov de START

verdragen gesloten die middellange afstandsraketten verbieden en het einde van de wapenwedloop aankondigen. Gorbatsjov en Bush sr tekenen uiteindelijk in 1990 het einde van de Koude Oorlog. De westerse economie ondergaat in de jaren 70 en 80 enorme hervormingen. Na het olieembargo en de enorme prijsstijging vlak na de devaluatie van de dollar belanden de westerse economieën in diepe recessie. Er wordt gesproken over stagflatie, economische stagnatie en inflatie. Dit gaat gepaard met een stijgende structurle werkeloosheid door de beginnende automatisering. Europa stapt af van de Keynesiaanse politiek van anticyclische maatregelen. Uit angst voor een te grote inflatie gaan de conservatieve/christen-democratische regeringen (Thatcher, Reagan, Kohl) begin jaren 80 over tot grote overheidsbezuinigingen. Dit betekend het einde van de ongecontroleerde welvaartsstaat en nationalisering. De nadruk in overheidsoptreden verschuift naar garantie van de consumptie naar garantie van de productie. De regeringen hebben een sterk vertrouwen in de markteconomie en het idee is dat bij stimulering van de productie de effecten doorwerken op de consument. GEB bedrijven, spoorwegen en PTT organisaties worden geprivatiseerd. Het uitkleden van de welvaartsstaat en de blijvende werkeloosheid geven in de jaren 80 een nieuwe impuls aan de linkse partijen. Blair in het UK komt begin jaren 90 met ‘new labour’, de SPD in Duitsland komt aan de macht met een nieuw programma en in de Benelux vormen zich de paarse regeringen. Zelfs de VS onder Clinton voert wijzigingen door in de sociale hoek. De nieuwe sociale beweging richt zich op de middenweg tussen markteconomie en welvaartsstaat.

Periode Chroetsjov
De regering van Chroetsjov begint met détente en het afstand doen van het Stalinisme. De gematigde toon van zijn politiek leidt in 1955 tot de conferentie van Geneve tussen de USSR, VS, UK en Frankrijk. Er wordt gesproken van een nieuwe geest van samenwerking. In OostDuitsland zijn op dat moment grote problemen met de stroom vluchtelingen die het land via west-Berlijn verlaat. De USSR dringt aan op het einde van de bezetting van west-Berlijn en overdracht aan de DDR. Deze eis wordt resoluut door de VS verworpen. Tijdens de Suez crisis in 1956 dreigt Chroetsjov met interventie in de oorlog van Israel, het UK en Frankrijk tegen Egypte. Pres. Eisenhower zet het premier Eden onder druk de oorlog te beëindigen en houdt daarmee de sovjets buiten het Midden Oosten. De Eisenhowerdoctrine wordt geformuleerd waarin de VS de dominante rol gaat spelen in de verdediging van het Midden Oosten. Eisenhower biedt steun aan alle regimes die vechten tegen het internationale communisme. Een jaar later in 1957 lanceert de USSR de eerste kunstmaan Sputnik en begint de ‘spacerace’ datzelfde jaar lanceer de VS een sattelliet (Explorer I). De rakettechnologie ontwikkelt zich zover dat beide machten over Inter Continental Balistic Missiles (ICBM) gaan beschikken die in staat zijn over lange afstanden nucleaire aanvallen uit te voeren. De wapenwedloop neemt in alle hevigheid toe en is gebaseerd op afschrikking. De VS steden zijn binnen bereik van de Sovjets en dit doet in Europa de vrees groeien dat de VS niet meer zo happig zal zijn op het steunen van de verdediging van Europa. De Gaulle streeft daarom naar een onafhankelijker Europa met eigen nucleaire capaciteit. Hij wil een verdergaande Europese eenwording dat niet langer de politiek van de VS volgt. Frankrijk stapt uit de geïntegreerde bevelstructuur van NATO maar niet uit het verdrag zelf. In 1959 komt Chroetsjov naar de VS en beginnen besprekingen in Camp David over vrede, samenwerking en ontwapening. Chroetsjov raakt steeds meer in de problemen door zijn gematigde beleid. Mao en Moskou beschuldigen hem van het verraden van de revolutie. In

Camp David presenteert hij bewijs van Amerikaanse spionagevluchten boven de USSR wat hem de gelegenheid geeft om de besprekingen voortijdig te verlaten zonder gezichtsverlies te leiden. Vanaf dat moment verhard de opstelling van Chroetsjov. De onderdrukking van de hervormingen in Hongarije zijn daar een teken van. De VS protesteert wel maar accepteert de sovjetdominantie over centraal en oost Europa. Met de verkiezing van Kennedy komen de democraten weer aan de macht in de VS. Onder Kennedy verscherpt de rethoriek wat betreft het streven naar democratie en vrijheid. Kennedy stimuleert de bouw van nucleaire raketten om het ‘missilegap’ tussen de USSR en de VS te overbruggen. In de spacerace belooft Kennedy maanlandingen voor het einde van het decenium. De president verhoogt de buitenlandse anticommunistische ontwikkelingshulp en zet het Peace Corpse op van Amerikaanse technici die vrijwillig in geselecteerde landen ontwikkelingshulp geven. Met de Zuid-Amerikaanse landen sluit hij het ‘Alliance for Progress’. De invasie van Cuba in 1961 erft Kennedy van Eisenhower. De CIA is onder de vorige president begonnen met het plannen en opleiden van Cubaanse guerrilla’s. In 1961 landen deze troepen in de Varkensbaai in Cuba. De guerrilla’s worden in net nauw gebracht door Cubaanse troepen maar Kennedy weigert luchtsteun te geven waardoor de invaise totaal mislukt. Castro zoekt verdere steun bij de USSR en staat de sovjets toe om nucleaire wapens te stationeren op Cuba. Chroetsjov zet na het verlies van Kennedy de situatie op scherp door een ultimatum te stellen voor het verlaten van West-Berlijn. President Kennedy kan zich geen tweede verlies permitteren en verzoekt het congres uitbreiding van de militaire capaciteit, het opzetten van het civil defense program en opbouwen van fall-out shelters. Het ultimatum wordt genegeerd en West-Berlijn blijft westers. De DDR regering neemt in de zomer van 1961 wel een maatregel om de exodus van Oost-Duitsers te beperken door het bouwen van de Berlijnse muur tussen de Oost en West sector. Chroetsjov belooft steunt aan Cuba tegen een tweede invasie en begint met de opbouw van een raketbasis op het eiland. Behalve het feit dat de VS de sovjets niet kan tolereren in de Caraïben vormt de raketbasis een ernstige verstoring van de nucleaire balans. Kennedy gaat over tot een zeeblokkade van het eiland terwijl door de USSR gecharterde schepen met escorte naar Cuba onderweg zijn. Hij dreigt met totale retaliatie bij de lancering van een raket vanaf Cuba. De VS wordt in hoogste staat van paraatheid gebracht. Op 24 oktober 1962 trekt Chroetsjov zich terug en laat hij zijn schepen terugkeren. De sovjetleider eist nog wel de terugtrekking van de VS uit Turkije maar dit wordt door Kennedy genegeerd. De president geeft wel de garantie af dat de VS geen invasie van Cuba zal steunen. De Cubacrisis zorgt voor verdere verzwakking van de positie van Chroetsjov.

De Vietnam Oorlog
In de Franse koloniale oorlog in Vietnam levert de VS als financiële steun aan Frankrijk in de strijd tegen de communisten. Frankrijk wordt in 1954 verslagen bij Dien Bien Phu en na de conferentie van Geneve ontstaan een viertal onafhankelijke staten in Indochina: Laos, Cambodja, Noord Vietnam en Zuid Vietnam. Noord Vietnam wordt geregeerd door de communistische Ho Chi Minh en Zuid Vietnam door de rechtse dictator Ngo Dinh Diem. In Geneve wordt afgesrpoken dat er in 1959 vrije verkiezingen volgen waarin de toekomst van het land wordt bepaald. Veel vietnamezen uit het noorden vluchten naar het zuiden. In 1955 beslist Zuid Vietnam in een referendum onafhankelijk te blijven. Hierop breekt in het zuiden een communistische guerrilla uit tegen de regering. Het nationaal bevrijdingsfront ook wel bekend als de Vietcong. De Vietcong wordt versterkt door regeringstroepen uit Noord Vietnam.

Het Zuid Vietnamese leger krijgt steun van de VS. Pres. Eisenhower stuurt militaire adviseurs in het kader van de ‘containment’-politiek. De containment-politiek groeit uit tot de dominotheorie waarin de val van Zuid-Vietnam moet worden tegenhouden omdat anders de andere landen in Indochina ook communistische worden, gevolgd door Azië en uiteindelijk Hawaï en zelfs het vasteland van de VS. Onder pres. Kennedy worden meer adviseurs gezonden en arriveren daarnaast ondersteunende logistieke troepen en wapenleveranties. De oorlog wordt niet gezien als een burgeroorlog maar als een conflict tussen twee staten waarvan de democratische staat steun krijgt van de VS tegen communistische overheersing. Zuid Vietnam is echter verre van democratisch. Het regime van Diem is autocratisch en door en door corrupt. De budhistische bevolking wordt hard onderdrukt en in 1963 ruimt de CIA Diem uit de weg. Hij wordt opgevolgd door een gewilliger dictator. In 1964 wordt pres. Johnson geconfronteerd met het Tonkin incident. Noord Vietnamese vaartuigen zouden de Amerikaanse marine in de internationale wateren in de Golf van Tonkin aan hebben gevallen. Johnson besluit tot luchtaanvallen op Noord Vietnam en krijgt van het congres steun voor “alle noodzakelijke maatregelen”. Er wordt geen expliciete oorlog verklaard; de president legt geen verklaring of verantwoording af aan het parlement. Op basis van deze regel stuurt de VS tienduizenden dienstplichtige soldaten naar het land. De eerste troepen die daadwerkelijk oorlogshandelingen gaan verrichten zijn Mariniers die in 1965 arriveren. De bombardementen over Noord Vietnam worden uitgebreidt naar chemicaliën en napalm. De jaren na 1965 wordt het achterland van Zuid Vietnam “gepacificeerd”. Nieuwe methoden van “bodycounts” moeten bewijzen dat de de vijand bijna volledig is uitgeschakeld. Noord Vietnam en de Vietcong beginnen in 1968 een massaal offensief dat het ‘Tet-offensief’ wordt genoemd. Deze verrassingsaanval die met moeite wordt afgeslagen maakt pijnlijk duidelijk dat de communisten verre van verslagen zijn. De publieke opinie begint tegen de oorlog in opstand te komen. Door het Tet-offensief begint de VS te twijfelen of deze oorlog wel gewonnen kan worden. Op het VS optreden komt ook internationale kritiek, met name uit Europa door het protest van Frankrijk (pres. de Gaulle). In de jaren 1968 en 1969 breken er over de hele wereld grote studentendemonstraties uit. De vraag is of de VS verantwoordelijk moet en wil zijn voor politietaken in de wereld tegen het communisme. President Johnson wordt geobsedeerd door het winnen van de oorlog. Hij is overtuigd van de domino-theorie en de containment-politiek. Hij weigert onder iedere voorwaarde mee te werken aan een herhaling van de appeasement-politiek van 1938. Persoonlijk is hij niet bereid de eerste Amerikaanse president te worden die een oorlog verliest. Onder druk van de publieke opinie besluit hij uiteindelijk zich niet herkiesbaar te stellen en maakt hij een einde aan de massale bombardementen. Aan het einde van Johnsons regering ontstaat er ruimte voor vredesbesprekingen. Johnson wordt opgevolgd door Nixon die in Parijs onderhandelingen voert. Hij streeft naar een Vietnamisering van de oorlog waarbij alle oorlogshandelingen door Zuid Vietnamese troepen worden uitgevoerd. De onderhandelingen lopen vast waarna de bombardementen worden hervat. De oorlog onder Nixon wordt uitgebreidt naar Cambodja en Laos. Deze landen worden door Noord Vietnam gebruikt om troepen en wapens naar Zuid Vietnam te transporteren. Deze uitbreiding van het conflict zorgt voor grote onrust in de VS. Nixon voert op dat moment via Kissinger geheime vredesbesprekingen met Noord-Vietnam. In januari 1973 leiden deze besprekingen tot een wapenstilstand waardoor de Amerikaanse troepen kunnen worden teruggetrokken. Zowel Zuid als Noord Vietnam willen hun machtsgebied vergroten voordat het tot een definitieve vrede komt. De wapenstilstand wordt diverse keren gebroken en leidt uiteindelijk tot een hervatting van de oorlog tussen de twee landen. De Zuid Vietnamese regering raakt steeds corrupter en de troepen steeds verder

gedemoraliseerd. In 1974 beheerst het land alleen nog een smalle kuststrook en in april 1975 valt de Zuid Vietnamese hoofdstad Saigon. Vietnam wordt herenigd onder een communistische bewind. Een periode van politieke ‘heropvoeding’ van Zuid Vietnam volgt. De bevolking wordt gedwongen te migreren van de steden naar het platteland. Een stroom bootvluchtelingen komt op gang die het communisme ontvluchten. Vietnam groeit uit tot de dominante militaire macht en installeert communistische regeringen in Laos en Cambodja. De Rode Khmer onder leiding van Pol Pot wordt door de Vietnamezen in het zadel geholpen. Onder zijn regime worden enorme massamoorden (The Killing Fields) in het land aangericht. Als Pol Pot steeds meer pro-Chinees wordt laat Vietnam hem ‘verwijderen’. De gevolgen van de Vietnam-oorlog zijn groot. Door de grote militaire uitgaven ontstaat er een inflatie in de Amerikaanse economie. Daarnaast zijn er politieke consequenties. In de VS ontstaat een wantrouwen tegen de presidentiële macht en er worden wetten aangenomen die de ‘imperial presidency’ beperken. De morele kosten voor de Amerikaanse bevolking zijn nog sterker. Door de grote persvrijheid in de oorlog wordt de publieke opinie sterk beïnvloed. Amerikaanse oorlogsmisdaden (waaronder de executie van honderden vrouwen en kinderen in My Lai in 1968) zorgt voor antipathie tegen terugkerende veteranen en het verlies van vertrouwen in de ethische superioriteit van vrijheid en democratie. Daarnaast krijgt de overtuiging van technische militaire superioriteit een gevoelige klap door het verlies van een guerrilla beweging met minimale middelen.

Periode Breznjev
Na de val van Chroetsjov in 1964 komt de macht in de USSR in handen van Breznjev. Hij zet de wapenwedloop voort ongeacht de economische gevolgen voor zijn land. Breznjev voorkomt wel dat de USSR betrokken raakt in een rechtstreekse confrontatie met de VS. Een beginnende détente ontstaat onder zijn bewind door het conflict tussen de USSR en China. De détente veroorzaakt direct weer de roep om meer vrijheden in het Oostblok. In TsjechoSlowakije komt Alexander Dubcek aan de macht die democratische hervormingen nastreeft waaronder een meerpartijen stelsel. In 1968 grijpen Warshaupact toepen op bevel van Breznjev in en maken een einde aan de Praagse Lente. Met dit ingrijpen wordt de Breznjevdoctrine geformuleerd: de USSR grijpt militair in in de naam van het internationale proletariaat. De doctrine is een bescherming van het socialisme in communistische landen tegen het herstel van een kapitalistisch systeem. Door het ingrijpen in de Praagse Lente zakt de steun van communistische landen voor de USSR en het ondermijnt het leiderschap van de sovjets aan de wereldwijde communistische partijen. Pres. Nixon van de VS is veel meer een real-politiker dan zijn voorgangers. Onder zijn regering wordt ideologie en rethoriek in het buitenlandse beleid vervangen voor pragmatisme. Zo maakt Nixon gebruik van het conflict tussen China en de USSR om de twee nog meer tegen elkaar uit te spelen. In 1971 staat hij de Volksrepubliek China toe om de zetel in de veiligheidsraad in gebruik te nemen en in 1972 volgt zelfs een bezoek van Nixon aan Mao. Tijdens het bezoek worden diplomatieke en economische relaties tussen de twee landen hersteld en ontstaat er een grotere druk op de USSR. Breznjev wordt hierdoor gedwongen verder te gaan in de détente. De buitenlandse politiek van Nixon en Kissinger bestaat uit het doen van economische concessies aan landen in ruil voor vrede. De VS begint met het doen van investeringen (kapitaalexport), technologie- en graanexport naar de USSR. De VS erkent naast de BRD ook de DDR als soevereine staat en beide landen worden lid van de VN. Onder Nixon beginnen

ook de onderhandelingen over de wapenwedloop. In het SALT I verdrag (Strategic Arms Limitation Talks) wordt gesproken over ‘peaceful coexistence’, beperking van antiraketsystemen, gelijkheid van het nucleaire arsenaal en een 5 jarige stop in de productie van nieuwe wapens. Beide naties leggen zich vast verdere onderhandelingen te voeren in SALT II. De regering van Nixon valt echter in 1974 door het Watergateschandaal en vicepresident Gerald Ford volgt Nixon op. Onder het bewind van Ford tekenen West Europa, het Oostblok en de USSR het Helsinki akoord in 1975. Dit verdrag over veiligheid en samenwerking in Europa kan worden gezien als een soort vredesbesprekingen in de Koude Oorlog. Er worden afspraken gemaakt over vrede, economie, cultuur en mensenrechten. De USSR legt zich vast om de mensenrechten te gaan respecteren en ziet dit als een kleine prijs voor de détente en de economische voordelen die het land hier uit haalt. Het Helsinki akoord is echter een enorme stimulans voor dissidenten in het Oostblok en kan worden gezien als een oorzaak voor de val van het communisme in 1989.

Wereldeconomie in de jaren 70 en 80
Olie
Door de Yom-Kippur oorlog in 1973 boycotten de Arabische OPEC landen olieleveringen aan het westen. De olieprijs schiet hierdoor omhoog (een verviervoudiging) wat een enorme impact heeft op de westerse economieën. De oliecrisis vindt plaats vlak na de devaluatie van de dollar wat het effect versterkt. Een tweede kleinere oliecrisis breekt uit in 1979 door de revolutie in Iran. Ook de de oorlog tussen Iran en Irak beïnvloedt de olieprijs en dit is een belangrijke reden voor het westen om in het conflict maritiem in te grijpen. Westerse marineschepen patrouilleren de Perzische Golf en beschermen de scheepvaart. De stijgende olieprijzen dwingen het westen te zoeken naar alternatieve energiebronnen. Zo schakelt Nederland grotendeels over op aardgas en Frankrijk en Duitsland op nucleaire energie. De vraag naar olie begint hierdoor te dalen wat leidt tot moeite met het afbetalen van leningen in landen als Mexico en Nigeria. Deze zijn voor een groot deel afhankelijk van olieopbrengsten. Er breekt ook onrust uit in de Arabische landen.

Stagflatie
In de economische crisis van 1974 wordt gesproken over stagflatie: stagnatie van de economie in combinatie met inflatie. De crisis neemt wereldwijde vormen aan. De opkomende automatisering stimuleert de structurele werkeloosheid. Overheden in Europa vrezen een uit de hand lopende inflatie die alleen maar gestimuleerd wordt door grote overheidsuitgaven. Het Keynesiaanse model van anticyclische maatregelen wordt massaal door de conservatieve en christen democratische regeringen verlaten. Regeringen van Thatcher, Kohl en Reagan gaan in plaats daarvan over tot grote bezuinigingen in de overheidsuitgaven. De ongelimiteerde welvaartsstaat in Europa komt ten einde en de nationalisering begint men terug te draaien; spoorwegen, NUTS bedrijven en PTT wordt geprivatiseerd om de kosten voor de overheid te verlagen. De nadruk komt te liggen op stimulering van de productie en dus het bedrijfsleven in plaats van garanderen van de consumptie. Het idee is dat positieve maatregelen voor het bedrijfsleven doorwerken op het inkomen en de economische positie van de consument. De conservatieven en christen democraten hebben een groot vertrouwen in het ‘zelfhelende’ vermogen van de vrije markt. Het gesteunde bedrijfsleven gaat over tot het ontslaan van werknemers waardoor de werkeloosheid in de jaren 70 en 80 stijgt. Dit maakt de regeringen niet erg populair. In het UK dreigt in 1981 de regering van Thatcher te vallen. De invasie van Argentinië in de Falkland Islands biedt wat dat betreft uitkomst. Thatcher stelt

zich hard op tegen de Argentijnse militaire dictatuur. Een Britse vloot bevrijdt in 1982 de eilanden in de Falklandoorlog. Dit wakkert patriotisme in het UK aan waardoor de regering van Thatcher behouden blijft. De nieuwe economische politiek heeft wel succes en zorgt voor een herstel in de jaren 80. De hoge werkeloosheid en de verdeelde linkse oppositie zorgt er voor dat in de conservatieven en christen democraten in veel westerse landen aan de macht blijven. In de socialistische partijen heroriënteerd men zich en ontstaat het ‘nieuwe socialisme’. Dit moderne socialisme streeft naar een middenweg tussen markteconomie en welvaartsstaat. Thatcher valt uiteindelijk in 1990 door onpopulaire belastingmaatregelen. John Major volgt haar op maar wordt begin jaren 90 geconfronteerd met een kleine depressie. De nieuwe socialisten (New Labour) onder leiding van Tony Blair geven het UK een zwaai naar links. Vergelijkbare situaties treden op in Duitsland (SPD onder kanselier Schröder) en in Nederland (Paarse kabinetten van de PvdA onder premier Kok). Frankrijk wijkt enigsinds af door het beleid van de socialist Mitterand. Hij heeft begin jaren 80 een absolute meerderheid in de assemblee en gaat in de economische terugval normaal over tot de gebruikelijke overheidsuitgaven. De internationale concurrentiepositie van Frankrijk stort in elkaar en de economie verslechterd nog verder. Na twee jaar gooit Mitterand het roer om en begint met de stimulering van de productie en vooral de ICT industrie waarna ook de Franse economie weer begint te groeien. De VS hersteld van de crisis van 1974 sneller dan Europa. Halverwege de jaren 80 wordt het land voorbij gestreeft door Japan en wordt de VS een kapitaalimporteur in plaats van exporteur. In 1985 is vooral Japan is de grote donor van de VS. In 1987 ondergaat het land een nieuwe beurscrisis en vervalt de VS in een recessie die wereldwijd doorwerkt aan het begin van de jaren 90. De Amerikaanse export is zwak, de handelsbalans is negatief en de druk van de defensie-uitgaven onder de republikeinse presidenten Reagan en Bush doet de nationale schuld enorm toelopen. Het tij keert met economische opleving onder de democratische president Clinton die tijdens zijn regering de nationale schuld volledig weg weet te werken. De globale economie dwingt tot meer overleg tussen de grote economische landen. Hiervoor wordt de G7 opgericht waar de VS, het UK, Frankrijk, Duitsland, Italië, Canada en Japan onderdeel van uitmaken. Ook de USSR en later Rusland wordt vaak uitgenodigt voor deze besprekingen maar is geen lid van de G7.

De EU
Na het vertrek van de Gaulle wordt uitbreiding van de EG mogelijk. Na het UK in 1969 treden in 1973 Denemarken en Ierland toe gevolgd door Griekenland in 1981 en Spanje en Portugal in 1986. Na de val van het communisme in Oost en Centraal Europa treden Oostenrijk, Finland en Zweden in 1995 toe. De uitbreiding van de gemeenschap levert problemen op in het afstemmen van het beleid. Zo is de UK een grote voedselproducent en daardoor tegen een algemeen europees agrarisch beleid. De EG wordt hervormd in 1991 met het Verdrag van Maastricht. De EG houdt op te bestaan en de Europese Unie komt daarvoor in de plaats. Dit moment wordt in 1992 gemarkeerd door het wegvallen van de grenzen en de douanecontroles tussen de Europese naties.

Hervatting Koude Oorlog in de jaren 80

President Gerald Ford verliest in 1977 de verkiezingen aan Carter. Pres. Carter is veel meer idealist dan zijn republikeinse voorgangers en ziet mensenrechten als de ‘ziel’ van het buitenlandse beleid. Veel van zijn standpunten zijn te vergelijken met die van Woodrow Wilson aan het begin van de twintigste eeuw. Carter wil alleen détente met de USSR als het land meer vrijheden geeft aan dissidenten, Polen en Joden. De onderhandelingen over het SALT II verdrag onder zijn regering verlopen dan ook moeizaam en worden uiteindelijk nooit geratificeerd nadat de USSR in dat jaar Afghanistan binnenvalt. De sovjetinvasie van Afghanistan ziet Carter als de grootste bedreiging voor de wereldvrede sinds 1945. Hij neemt de stelling in dat een sovjetaanval op de olietoevoer gezien wordt als een aanval op de VS en gaat over tot een economisch embargo van de USSR. Europa is het hier niet mee eens en wil verder met de détente. In de Europese optiek is Afghanistan een regionaal conflict binnen de invloedssfeer van de USSR. Europa steunt het embargo dan ook niet. Carter’s regering wordt sterk verzwakt door de islamitische revolutie in Iran en de gijzeling van het personeel van de Amerikaanse ambassade in Teheran. Een mislukte commando-operatie die de gijzelaars zou moeten bevrijden doet Carter de verkiezingen in 1981 verliezen. De republikeinse president Reagan voert een nieuwe republikeinse politiek waarin hij conservatieve standpunten en ideologie combineert. Onder zijn bewind wordt het prestige van de VS hersteld en de USSR afgeschildert als een ‘evil empire’. De VS gaat over tot modernisering van het leger en grote herbewapening. Afghaanse mudjahedien worden gesteund door Amerikaanse geheime diensten en wapenleveranties. Reagan stelt economische sancties in tegen Polen nadat het land overgaat tot de onderdrukking van de onafhankelijke vakbond Solidarnosc. Naast guerrilla’s ontvangen ook anticommunistische dictatoriale regimes steun en vinden er militaire operaties in Nicaragua en Grenada plaats. Na een terroristische aanslag op een PanAm toestel boven Lockerby in Schotland gaat de VS tot unilaterale actie over tegen Libië dat wordt beschuldigt van het steunen en organiseren van het internationale terrorisme. De VS neemt een hardere opstelling aan tegen Islamitisch fundamentalisme en leidt een multinationale vredesmissie naar het door burgeroorlog verscheurde Libanon. Door een terroristische aanslag op mariniersbarakken in Beirut in 1982 valt de steun voor deze missie en trekt de VS zich terug.

Nucleaire bewapening
De koude oorlog wordt gekenmerkt door de uitvinding van de ICBM. Met deze raketten wordt het eenvoudig om nucleaire aanvallen uit te voeren op andere continenten en diep binnen vijandelijk gebied. De nucleaire wapenwedloop neemt zulke enorme proporties aan dat er gesproken wordt over MAD: Mutually Assured Destruction. Een derde wereldoorlog wordt in scenario’s berekend waarin men spreekt over ‘megadeaths’ en de ‘balance of terror’. De macht van de twee kampen wordt uitgedrukt in de overlevingskans na een nucleaire aanval en de capaciteit om nog een ‘counterstrike’ uit te voeren. Om deze capaciteit te garanderen worden meer nucleaire wapens geproduceerd: de ‘overkill’. Nucleaire wapens garanderen de wederzijdse vernietiging en dienen als afschrikking van de ander. Voor het eerst in de geschiedenis beschikken mensen over de macht om de aarde totaal onbewoonbaar te maken en zichzelf daarbij uit te roeien. In deze wapenwedloop wordt verschillende keren geprobeerd het patroon te doorbreken. Een serie verdragen is opgesteld om de kans op totale vernietiging te beperken. Na de Cubacrisis van 1962 wordt afgesproken dat Moskou en Washington met een telefonische hotline met elkaar verbonden worden. Dit reduceert het risico op misverstanden en geeft de mogelijkheid om te waarschuwen in geval van ongelukken. Een jaar later wordt het Test-Ban verdrag gesloten waarin beide kampen afspreken om geen bovengrondse nucleaire testexplosies meer

uit te voeren. Hiermee worden de effecten op het milieu en de atmosfeer tot een minimum beperkt. Ondergrondse tests worden niet verboden. In 1968 volgt het Non-Proliferation Treaty (NPT) dat wordt medeondertekend door 130 landen in de VN. In dit verdrag wordt het landen met een nucleaire capaciteit verboden landen te helpen bij het ontwikkelen van deze wapens. Behalve de USSR en de VS beschikken de UK, Frankrijk, China, India, Pakistan en Israel over nucleaire wapens. Vermoedens bestaan dat Iran, Irak, Libië en Noord Korea een nucleair wapenprogramma hebben of hebben gehad. SALT I in 1972 beperkt de wapenwedloop voor 5 jaar en legt de verplichting van de VS en USSR vast om nieuwe onderhandelingen te voeren. Het SALT II verdrag mislukt echter door de sovjet invasie van Afghanistan. Onder Gorbatsjov volgens de START verdragen waarin de middellange afstandsraketten uit Europa worden teruggetrokken. De grootmachten spreken af delen van de nucleaire arsenalen te vernietigen onder controle van de ander. In 1990 tekenen Gorbatsjov en president Bush sr. het einde van de Koude Oorlog.

China
Na Mao probeert zijn weduwe de macht te grijpen. Ze leidt een ‘groep van vier’ die uiteindelijk door de autoriteiten worden gearresteerd. In 1977 wordt Deng Xiaoping leider van China. Hij is een gematigd leider en streeft naar hervormingen in het land. Onder zijn bewing legt hij minder nadruk op de communistische ideologie en groeit de economie en de modernisering. Er ontstaat een soort samengaan van de geplande economie en de markteconomie. Xiaoping staat privatisering toe en legt de het accent op de productie van (luxe) consumptie goederen in plaats van de zware industrie. De investeringen in het bedrijfsleven groeien met de economie mee. De grootte en de invloed van het leger worden beperkt maar het éénpartijstelsel blijft behouden evenals het onderdrukken van dissidenten. Chinezen worden weer wel toegestaan om te reizen en grote aantallen chinese jongeren vertrekken naar het westen om daar te studeren. Ook wordt sattelliettelevisie toegestaan. Xiaoping streeft naar een rijk en sterk China. Eind jaren 80 ontstaat een depressie in China en groeit de inflatie door de slecht werkende prijscontrole van de overheid. De dalende landbouwproductie en de grote corruptie stimuleren de economische problemen. Deng weigert politieke hervormingen door te voeren en wordt geconfronteerd met een groeiende sociale onrust tegen de corruptie en de communistische ideologie. De hoop van de hervormers is gevestigd op Xiaoping’s aangewezen opvolger de vice-president Hu Yaobang die wel positief staat tegenover verdergaande hervormingen. Als Yaobang overlijdt in 1989 leidt dit tot grote studentendemonstraties in Peking op het Plein van de Hemelse Vrede. De demonstraties groeien uit tot een miljoenenopstand die Deng Ziaoping uiteindelijk hard onderdrukt door het leger in te zetten. Door dit ingrijpen stort zijn interne en internationale prestige en populariteit in elkaar. Na zijn dood in 1997 wordt hij opgevolgd door de gematigde hervormer Jiang Zemin.

Hoofdstuk 25: Een veranderende wereld
Grote Lijn
Na het overlijden van de doodzieke Breznjev komt de communistische partij in de USSR in grote problemen. Twee opvolgers sterven binnen twee jaar. Uiteindelijk keer men zich tot de jonge hervormer Gorbatsjov die een politiek van Perestrojka: economische hervorming gaat voeren. Om de perestrojka te laten slagen realiseert hij zich dat er hervomringen in de partij en het politieke systeem moeten komen. Hij streeft naar Glasnost: openheid. Onder Gorbatsjov beginnen grote hervormingen waarin de leider heen en weer wordt getrokken tussen radicalere hervormers en communistische hardliners. Hij beeindigt de wapenwedloop met de VS om de enorme economische lasten te verlagen en staat vrije(re) verkiezingen toe. Zijn hervormingen leiden in 1989 tot een reeks van revoluties in het oostblok. De communistische regimes worden grotendeels vreedzaam ten val gebracht door de stelling van Gorbatsjov dat hij niet in zal grijpen om de communistische regimes in het zadel te houden. Gorbatsjov breekt wat dat betreft met de Breznjevdoctrine. De Oostbloklanden worden gekenmerkt door een economie die geheel draait op de zware industrie. Er is een groot tekort aan luxe artikelen en consumptiegoederen. De vraag van de bevolking naar deze goederen is één van de stuwende factoren naar de wens om ionvoering van een vrijere markteconomie. De intellectuele elite van dissidenten hebben na de Helsinki afspraken de kans gegrepen. Vaclav Havel tekent in Tsjechoslowakije in 1977 het Charter 77. Een manifest voor dissidenten. Na Polen gaat Hongarije over tot hervormingen die in bijna alle oostblok landen worden geïnitieerd door de communistische partij zelf. Het land opent de grens met Oostenrijk. Hierdoor krijgen Oost-Duitsers de kans om naar West-Duitsland te vluchten en de exodus van Duitsers die stilviel na de bouw van de Berlijnse muur neemt weer ongekende proporties aan. De druk op het DDR regime leidt uiteindelijk tot de val van de muur en de hereniging van Duitsland op 3 oktober 1990. De hervormingen in de USSR plaatsen de nu vrij gekozen deelstaat presidenten tegenover de communistische leider Gorbatsjov. Vooral de president van Rusland Jeltsin is een veel radicalere hervormer dan Gorbatsjov. Jeltsin streeft naar onafhankelijkheid voor de verschillende deelstaten. Deze roep wordt vooral gehoord in de Baltische staten. Het Rode Leger grijpt op eigen initiatief in en bezet Litouwen. Gorbatsjov probeert de unie te redden en stelt een Unie-verdrag op. De dag voor de tekening van dit verdrag door de deelstaten plegen communistische hardliners, waaronder bondgenoten van Gorbatsjov, een staatsgreep in de hoop dat ze de steun van Gorbatsjov krijgen. Deze verzet zich echter en wordt vastgezet op de Krim. In Moskou weigeren de KGB en het leger de nieuwe machthebbers te volgen en Jeltsin manifesteert zich als leider van het volk. De coup mislukt en Gorbatsjov wordt vrijgelaten. De staatsgreep vanuit de communistische partij doen hem wel aftreden. Jeltsin verbied de activiteiten van de partij in Rusland. Op 1 januari 1992 houdt de USSR op te bestaan. In Rusland wil Jeltsin een snelle omschakeling naar een markteconomie wat de staat in grote problemen brengt. De macht van de mafia, grootindustriëlen en monopolisten groeit. In 1993 wil Jeltsin een sterkere presidentiële macht. Het parlement verzet zich en weigert te vertrekken. Jeltsin zet het leger in tegen de opstandige parlementariërs. Onder zijn steeds wispelturiger bewind raakt Rusland verzeilt in de Tsjetsjeense oorlog en mislukt de omschakeling naar een democratische staat met een vrije markt. In 2000 wordt Putin president.

In Joegoslavië komen nationalistische sentimenten na de dood van maarschalk Tito in 1980 op. Met de val van het joegocommunisme in 1989 komen de deelstaten met elkaar in conflict. Dat jaar worden er verkiezingen georganiseerd die de toekomst van de federatie bepalen. Kroatië, Slovenië, Macedonië en Bosnië stemmen voor onafhankelijkheid terwijl Servië en Montenegro voor behoudt van de federatie zijn. Voormalig communistische leiders als Franjo Tudjman en Slobodan Milosevic claimen het nationalisme om de macht te houden. Diverse deelstaten roepen de onafhankelijkheid uit waarop Servische troepen en paramilitairen in Kroatië, Slovenië en Bosnië enclaves van Serven creëeren en uitbouwen. In de daarop volgende burgeroorlogen volgen grote massamoorden en oorlogsmisdaden waar de internationale gemeenschap maar moeizaam op reageert. Na de Vrede van Dayton in 1996 breken er in 1998 problemen uit in Kosovo. Weer grijpen Servische paramilitairen in wat nu leidt tot een krachtige veroordeling van de Amerikaanse regering Clinton. NATO bombardementen op Servië volgen die uiteindelijk Kosovo onder VN mandaat plaatsen.

Hervorming van de USSR
Breznjev sterft in 1982 en wordt opgevolgd door Juri Andropov die in 1984 komt te overlijden. Zijn opvolger Konstantin Chernenko sterft in 1985. Dit zorgt voor grote problemen in de communistische partij. Mikhail Gorbatsjov komt aan de macht en gaat een politiek van fundamentele economische hervorming voeren: de Perestrojka. Deze politiek draait om het decentraliseren van economische besluitvorming, het geven van zelfbestuur en beperking van de bureaucratie. Dit zorgt voor een conflict met de gevestigde machten in de partij. Om de perestrojka te laten slagen heeft Gorbatsjov daarom de steun van het land en het volk nodig. Hij weet dit te realiseren door ook politieke hervormingen door te gaan voeren. Hij streeft naar meer openheid: Glasnost. Burgers worden vrij om kritiek te uiten en de sovjet cultuur, kunst en het intellectuele leven worden geliberaliseerd. Dissidenten en ballingen keren terug naar de USSR en joden wordt het toegestaan te emigreren. Dit brengt een emigratie stroom van russische Joden opgang naar Israel. De rechten van de KGB worden door Gorbatsjov beperkt en hij zoekt toenadering tot de orthodoxe kerk. Er wordt openheid gegeven over Stalin’s misdaden en zijn tegenstanders worden postuum gerehabiliteerd. De grootste wijziging van Gorbatsjov is de grondwetswijziging waardoor het meerdere kandidaten wordt toegestaan deel te nemen aan de verkiezingen. De bureaucratie werkt de hervorming veelal tegen. Veel van de maatregelen blijven beperkt tot papier. Gorbatsjovs tegenstanders zijn machtig en hij vertraagd daarom het proces bewust. Gorbatsjov is bang voor economische problemen op de korte termijn en politieke onrust. Boven alles wil hij de USSR als unie bewaren. In maart 1989 staat hij de eerste verkiezingen toe met meerdere kandidaten voor het congres. De kritiek op Gorbatsjov groeit hij heeft geen duidelijke eenzijdige economische politiek. Er is geen directe verbetering van de situatie zichtbaar en de landbouw wordt door hem niet geprivatiseerd. Daarnaast is het leger, de industriële bureaucraten en de partij nog steeds aan de macht en krijgen de deelrepublieken niet meer vrijheden. De versoepeling van het totalitaire communistische bewind levert ook ethnische conflicten op. Vooral in de Kaukasus tussen Armenië en Azerbajian om de enclave Nagorno-Karabach en in Georgië. Een actieve afscheidingsbeweging komt in de Baltische staten Estland, Letland en Litouwen op. Gorbatsjov doet afstand van veel van de communistische ideologie. Hij zoekt een nieuwe socialistische weg naar de toekomst waarin de universele rechten van de mens een plek krijgen. Dit gaat rechtstreeks in tegen de leer van Lenin. Om dit te bereiken is hij de drijvende kracht achter de détente in de tweede helft van de jaren 80. Gorbatsjov trekt sovjettroepen

terug uit de Warshaupact landen en begint een actieve ontwapeningspolitiek die resulteert in de START verdragen en het einde van de Afghaanse oorlog. Hij stimuleert hevormingen in Oost-Europa door te verklaren dat zittende regimes niet op sovjetsteun hoeven te rekenen om in het zadel te blijven. Dit alles zorgt voor de beperking van de militairelasten in de USSR. De ontwapening komt het meest tot uiting in de beperking van de middellange afstandsraketten. De VS stationeert die in de jaren 80 in Europa wat zorgt voor grote volksprotesten. In 1987 trekken op initiatief van Gorbatsjov zowel de VS als de USSR deze wapens terug uit Europa. Gorbatsjov is bereidt vier keer zoveel raketten te vernietigen dan de VS en dit mag door het westen worden gecontroleerd. Deze verdragen leiden in 1990 tot het tekenen van het einde van de Koude Oorlog in een verdrag door Gorbatsjov en president Bush sr. In 1991 volgen verdere ontwapeningsafspraken die een reductie van een derde van het totale aantal kernwapens realiseren.

Val van het communisme in Oost-Europa
In Oost-Europa zijn veelal oude partijleiders aan de macht uit de tijd van het Stalinisme. Zij worden in het nauw gebracht door de opkomst van dissidenten na de Helsinki akoorden uit 1975. De landen worden geteisterd door een grote milieuproblematiek door de zware industrie, economische stagnatie, een inefficient overheidsapparaat en een slechte naleving van de mensenrechten. Het Oostblok schakelt niet zoals West Europa over op de productie van consumptie artikelen terwijl wel een grote vraag ontstaat naar deze producten. In het oosten ontstaat dan het idee dat men achterloopt bij het westen. De landen hebben ook grote schulden aan westerse banken die grotendeels in de jaren 70 zijn opgebouwd. De aflossingen van deze schulden bepaald voor een grootdeel de overheidsuitgaven.

Polen
Na het gedwongen einde van de hervormingen van Gomulka zet deze het Poolse leger in tegen stakingen en begint hij met het onderdrukken van de katholieke kerk. In 1968 volgen ook antisemitische maatregelen. De voedselprijzen stijgen in 1970 zo sterk dat Gomulka wordt gedwongen af te treden. Edmund Gierek volgt hem op en begint met hervormingen. Hij leent geld van het westen om economische hervormingen door te voeren. Zijn beleid is volledig afhankelijk van de export en hij dwingt exporten ten koste van de binnenlandse consumptie. De economie verslechterd en in 1980 komt het volk in opstand tegen de hoge prijzen. Stakingen verspreiden zich vanaf de scheepswerven in Gdansk over het hele land. In Gdansk wordt de onafhankelijke vakbond Solidarnosc door Lech Walesa opgericht. Solidarnosc krijgt de steun van de katholieke kerk en kan al snel rekenen op massale steun van het volk. De USSR zet zware druk op de Poolse communistische partij en deze vervangt Gierek voor Generaal Jaruzelski. De stakingen en demonstraties gaan door wat in 1981 leidt tot het afkondigen van de noodtoestand. Solidarnosc wordt verboden en de leiders gearresteerd. Dit wend directe militaire sovjetinterventie af en koelt de situatie af. Na het opheffen van de noodtoestand begint Jaruzelski zijn eigen hervormingen mede onder internationale druk en de nieuwe Poolse paus Johannes Paulus II. Dit wordt verder gestimuleerd door de nobelprijs voor de vrede die Walesa in 1983 ontvangt. Als Gorbatsjov in 1985 met zijn hervormingen in de USSR begint versterkt dit de hervormingen in Polen. Jaruzelski staat in 1989 parlementaire verkiezingen toe die door Solidarnosc worden gewonnen. De vakbond vormt een nieuwe regering en de communistische partij wordt hervormt tot een sociaal democratische. In 1990 wordt Lech Walesa president van Polen.

Hongarije
Na de hervormingen in 1956 onder Imre Nagy komt de hardliner Janos Kadar aan de macht. Hij zit nog steeds in het zadel in 1988 als de communistische partij om hervormingen roept. Kadar wordt gedwongen af te treden. De communisten staan een oppositie toe en ontmantelen de partijbureaucratie. De communistische partij doet openlijk afstand van het sovjetingrijpen in 1956 en opent de grens met Oostenrijk. Hierdoor kijgen de inwoners van Oost-Duitsland een nieuwe manier om het communistische regime te ontvluchten naar West Duitsland.

DDR hervorming en hereniging
Eind jaren 80 gaat de DDR gebukt onder een hardline communistische dictatuur van Erich Honnecker. Hij is tegen hervormingen in de DDR maar voor hervorming van de buitenlandse politiek. Hij steunt de Ostpolitik van Willy Brandt. Het Duitse volk ziet de hervormingen in Polen, Hongarije en de USSR. Na de opening van de Hongaarse grens met Oostenrijk komt een stroom van vluchtelingen op gang. Het land raakt zijn intelligentsia en geschoolde arbeiders kwijt. De protesten tegen Honnecker nemen toe en Gorbatsjov maakt de DDR leider duidelijk dat hij niet op Sovjetsteun hoeft te rekenen. Gorbatsjov waarschuwt Honnecker zelfs geen geweld te gebruiken tegen de vreedzame protesten. De demonstratie in Leipzig in 1989 dwingen de communistische partij Honnecker te laten vallen. De Duitse communistische partij belooft verkiezingen en beperkt de politiestaat (de StaSi). Op 9 november 1989 leidt de opening van de Berlijnse Muur tot de totale afbraak door het volk. Dit versterkt de uittocht naar het westen. Verkiezingen, het einde van de censuur en parlementaire vrijheid blijken voor de Duitsers niet langer voldoende. De communistische partij stort door corruptie in elkaar. De enorme weelde en luxe leefomstandigheden leiden tot de arrestatie van Honnecker en andere partijleiders. De roep tot hereniging groeit vooral in de BRD. Helmut Kohl informeert bij de VS, het UK, Frankrijk en de USSR omdat met Duitsland officieel nog geen vredesverdrag is gesloten na de tweede wereldoorlog. De vier naties geven hun goedkeuring (al moet Frankrijk even geholpen worden door druk vanuit de VS). De bezetting wordt officieel beëindigt en Duitsland erkent het na de tweede wereldoorlog verloren grondgebied aan Polen en de USSR. Op 3 oktober 1990 wordt de DDR opgeheven en Duitsland herenigt onder de regering van Kanselier Helmut Kohl. De hoofdstad wordt verhuist naar Berlijn.

Tsjechoslowakije
Dissidenten worden na de Praagse Lente van 1968 onderdrukt. Met het Helsinki akoord van 1975 wordt het Charter 77 gevormd. Dit is het manifest van een organisatie intellectuelen waar Vaclav Havel deel van uitmaakt. Met de demonstraties van 1989 worden de leiders gevangen gezet maar onder druk van de volksopstanden weer vrijgelaten. De oppositie vormt zich rondom Havel die het aftreden van de regering eist. Andere Oostblok landen verklaren daarop ‘spijt’ te hebben van het Warshaupact optreden in 1968. Op 24 november 1989 treedt de partijtop af en keert Alexander Dubcek terug. Onder presidentieel leiderschap van Vaclav Havel trekken de sovjettroepen zich terug. In 1993 ontstaat er een Slowaakse oppositie die streeft naar onafhankelijkheid. Havel voert onderhandelingen die leiden tot de vreedzame splitsing van de twee republieken: Tsjechië en Slowakije.

Roemenië
Roemenië kent als enig Oostblok land een geweldadige omwenteling. De Stalinist Ceaucescu en zijn familie onderdrukken de opstand en breekt met Moskou om zelfstandig zijn regime voort te zetten. In december 1989 leidt dit tot opstanden in de mijnwerkersstad Timisoara waar het leger weigert in te grijpen. Troepen van de veiligheidsdienst doen dit wel maar kunnen niet voorkomen dat de onrust overslaat naar Bukarest waar straatgevechten plaatsvinden tussen het leger en de veiligheidsdient. Uiteindelijk worden Ceaucescu en zijn vrouw gevangengenomen en standrechtelijk geëxecuteerd.

Val USSR en opkomst van de Russische Republiek
In 1989 is onduidelijk hoever Gorbatsjov wil gaan in zijn hervormingen. Hij balanceert tussen radicale hervormers en conservatieve communisten. Om steun van de laatste te houden blijft hij hen benoemen in zijn regering waardoor de economie stuurloos wordt. Het land dreigt in een dictatuur te vervallen waardoor Edvard Shevardnadze, de Georgische minister van buitenlandse zaken van de USSR aftreedt. De druk vanuit de deelstaten om grotere autonomie neemt in 1990 toe. Het Rode Leger grijpt in 1991 in Litouwen in zonder de toestemming van Gorbatsjov. Het bezet televisiestations en er dreigt een staatsgreep in de USSR vanuit het leger. De radicalere hervormers zijn bang dat de afgelopen jaren voor niets zijn geweest en wenden zich tot de vrij gekozen president van de Russische republiek Boris Jeltsin. Hij eist onmiddelijke onafhankelijkheid voor de Baltische staten en grotere autonomie voor de overige deelstaten. Gorbatsjov ziet zich geplaatst tegenover de radicalere Jeltsin en wil de unie behouden. Hij stelt daarop een verdrag wat een einde maakt aan de dominantie van Rusland in een unie van de 10 deelstaten. De Baltische staten en Georgië weigeren dit verdrag te tekenen. De dag voor het tekenen van dit verdrag door de andere deelstaten, in augustus 1991, volgt een staatsgreep van de onder andere door Gorbatsjov benoemde hardliners uit diens regering. Zij proberen Gorbatsjov in hun kamp te krijgen maar deze weigert resoluut. Hij wordt daarop opgesloten in zijn verblijf op de Krim. De noodtoestand wordt afgekondigt maar de invloed van de hervormingen wordt onderschat. Jeltsin en de russische wetgevers keren zich tegen de nieuwe machthebbers en ook het leger en de KGB weigeren dienst of kiezen de kant van het volk. Na enkele straatgevechten mislukt de staatsgreep. Door de coup wordt Gorbatsjov ernstig verzwakt omdat het zijn oude bondgenoten uit de communistische partij betreft. Hij doet nog een poging om de coupplegers te laten arresteren en berechten en vervolgens verder te gaan met de hervormingen. Jeltsin verklaard de activiteiten van de communistische partij vervolgens als illegaal in Rusland. De eigendommen van de partij worden geconfisceerd door de staat en Jeltsin betrekt het Kremlin. Het sovjetcongres erkent de Russische decreten als geldig voor de gehele USSR en heft zichzelf daarmee op. Op 1 januari 1992 houdt de USSR op te bestaan en treedt Gorbatsjov af. Gorbatsjov is één van de grootste hervormers uit de geschiedenis. Hij heeft de omstandigheden geschapen waaronder het communisme ten einde komt maar is niet in staat gebleken een nieuw systeem op de fundamenten van het oude te bouwen. Zijn hervormingen zijn een eigen leven gaan leiden waarin hij een gevaar was voor de oude orde en een belemmering voor de nieuwe. Volgens afspraken tussen de nieuwe staten is Rusland de enige nucleaire macht. In Oekraïne, Kazachstan en Wit Rusland wordt de ontmanteling van nucleaire wapens grotendeels gefinancieerd door de VS. Rusland neemt de ontwapeningsverdragen van de USSR over.

Rusland onder Jeltsin
Jeltsin streeft in Rusland naar een snelle omschakeling naar een markteconomie om zoveel mogelijk problemen te voorkomen. Hij gaat in razend tempo over tot decentralisering, denationalisering en het opheffen van de prijscontroles. Dit zorgt voor het ineenstorten van de economie en het dalen van de welvaart. Door deze maatregelen krijgen grootindustriëlen een enorme macht in het land. Er ontstaat een schaduweconomie waarin de mafia opereert aan de randen van de wet. Door het wegvallen van de macht van Moskou neemt de corruptie in het uitgestrekte land enorm toe. In 1993 besluit Jeltsin dat het land een sterke presidentiële macht nodig heeft en stelt daarom een nieuwe grondwet op. In september heft hij het parlement op en schrijft nieuwe verkiezingen uit. Het parlement weigert echter op te stappen en verklaart dat de president deze maatregel helemaal niet kan nemen. De crisis duurt twee weken waarin Jeltsin het parlement beschuldigt een staatsgreep te hebben gepleegd. Hij zet in oktober het leger in dat de parlementsgebouwen beschiet en daardoor de volksvertegenwoordiging dwingt op te stappen. De leiders worden gearresteerd en in december 1993 krijgt Rusland een nieuwe grondwet. Een nieuw parlement, de Duma, wordt opgericht maar de verkiezingen blijken een groot verlies voor de hervormers. Communisten en ultranationalisten domineren en hun eerste besluit is het vrijlaten van de gearresteerde oude parlementariërs. Jeltsin heeft wel zijn uitgebreide presidentiële bevoegdheden maar een sterk verminderd gezag. Door gezondheidsproblemen en alcoholisme is er sprake van willekeurige besluitvorming en het terugdraaien van de prijscontroles. Uit het plotselinge ingrijpen in Tsjetsjenië in 1994 na drie jaar van semi-autonomie blijkt de zwakte van de president. Op de invasie is aangestuurd door de bureaucratie en de grootindustriëlen. Het slecht uitgeruste en gedemotiveeerde leger beland in een guerrilla-oorlog die het onmogelijk kan winnen. Het conflict leidt tot zware beschietingen van de hoofdstad Grozny en in 1996 trekken de Russische troepen zich terug. Jeltsin wint dat jaar net verkiezingen van de communisten. Eind jaren 90 volgen kabinetten van hervormers elkaar snel op. De economie stort nog verder in elkaar en een Russisch faillissement wordt voorkomen door het IMF en westerse banken. In augustus 1999 wordt de voormalig KGB leider Vladimir Putin benoemd tot premier en hij is Jeltsins opvolger in de verkiezingen van 2000. Voor de aanslagen in Moskou in 1999 worden Tsjetsjeense rebellen verantwoordelijk gehouden. Daarnaast volgt een poging van Tsjetsjenië om de guerrilla naar Dagestan te doen overslaan waarop Putin weer militair ingrijpt in Tsjetsjenië. Dit versterkt Putin als leider in de ogen van het publiek waardoor hij de presidentsverkiezingen van 2000 weet te winnen.

Burgeroorlogen in Joegoslavië
In Joegoslavië vindt na de dood van Tito in 1980 een uitbarsting plaats van nationalisme. Nationale sentimenten blijven nog enigsinds beperkt door het overkoepelende Joegocommunisme dat een roterend presidentschap invoert voor de diverse federale deelstaten. In 1989 komt er ook een einde aan het joegocommunisme en verschillende oude communistische leiders grijpen naar het nationalisme om hun macht te behouden. De kroaat Franjo Tudjman en de Serviër Slobodan Milosevic. Een nieuwe regering schrijft verkiezingen uit die de toekomst van het land moeten bepalen. Kroatië, Slovenië, Bosnië en Macedonië kiezen voor onafhankelijkheid terwijl Servië en Montenegro voor de federale staat kiezen. Milosevic roept Serven in heel Joegoslavië op zich te verdedigen en dit beangstigd Kroatië en Slovenië. In 1991 roepen beide landen de onafhankelijkheid uit wat erkent wordt door de internationale gemeenschap ter voorkoming van Servisch militair ingrijpen. Bosnië is wat

betreft bevolking sterk verdeelt. De door moslims gedomineerde regering roept ook de onafhankelijkheid uit. Milosevic streeft naar een groot Servië en het Servische leger en Servische paramilitairen vallen in 1991 Kroatië, Slovenië en Bosnië binnen ter bescherming van Servische enclaves. De oorlog in Slovenië is betrekkelijk kort maar met Kroatië en in Bosnië verzand het in een jarenlang conflict. Franjo Tudjman heeft dezelfde ambities als Milosevic maar dan voor een groot Kroatië. Het conflict tussen de twee wordt voornamelijk in midden-Joegoslavië, in Bosnië, uitgevochten. Grootschalige massamoorden en oorlogsmisdaden schokken de wereld maar de VN en de internationale gemeenschap worden het niet eens over de manier waarop er ingegrepen moet worden. In 1996 veriest Servië veroverde gebieden in Kroatië en is het bereid mee te werken aan vredesbesprekingen in Dayton Ohio. Twee jaar later komen de Kosovaarse seperatisten in Servië in opstand tegen Servische overheersing. Opnieuw trekken Servische parammilitaiten moordend door het gebied. Onderhandelingen onder druk van de internationale gemeenschap mislukken. Op deze schending van het internationale recht wordt wel doeltreffend gereageerd. Onder leiding van de Amerikaanse president Clinton gaat de NATO in 1999 over tot luchtaanvallen op Servische doelen. Een VN resolutie plaatst Kosovo onder VN mandaat en worden er NATO troepen gelegerd. Het gebied blijft onder druk van Rusland wel deel van Servië. Milosevic wordt beschuldigt van oorlogsmisdaden en moet zich verantwoorden voor het Internationale Joegoslavië Tribunaal in Den Haag. Na zijn val in 2000 wordt hij in 2001 uitgeleverd.

Einde van de twintigste eeuw
Aan het einde van de twintigste eeuw spelen de volgende vraagstukken. De immigratie en vluchtelingenproblematiek zorgen voor een snelle wijziging van de Europese ethnische en culturele samenstelling. Er wordt gezocht naar een derde weg politiek waarin economische groei en productie in een vrije markt gecombineerd wordt met een sociaal vangnet. Aanhangers van deze politiek zijn Clinton, Blair en de paarse regeringen in Nederland. In Noord Ierland wordt in 1998 het Goedevrijdag akoord gesloten waarmee een uitweg wordt gepoogd te realiseren voor het sektarische geweld in de noordelijke provincies. Gevestigde religies beginnen zich langzaam te hervormen en moderniseren. Europa gaat verder op de weg van economische integratie met de invoering van één monetaire eenheid: de euro. De EU wordt verder uitgebreid met voormalige oostbloklanden en ontmoet steeds meer tegenstand vanuit de bevolking tegen de VS als enige hypermacht. De ICT groeit en er wordt een wereldomvattend communicatie netwerk gerealiseerd van computers. Het internet stimuleert verdergaande globalisering en integratie van de mensheid en de culturen. Door de globalisering van de economie groeit de kloof tussen rijk en arm. Het symbool voor die globalisering is het GATT wat in 1995 hervormd wordt in het WTO. Globalisering betekend vaak verwesterlijking. De invloed van grote westerse multinationals wordt gezien als een nieuwe economisch imperialistische dominantie van het westen. Hoewel de kennis in de gezondheidszorg en medische wetenschap stijgt blijft AIDS een grote bedreiging voor de Afrikaanse bevolking. Nieuwe wetenschappelijke methoden als genetische manipulatie, stamcelonderzoek en klonen vragen om nieuwe etisch morele afwegingen. De ruimtevaart die is voortgekomen uit de spacerace stelt de mensheid in staat om door middel van robots het zonnestelsel te verkennen. De wereldbevolking groeit explosief wat een grote druk legt op het milieu.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful