You are on page 1of 5

Sjabloon agendasysteem

Maandag 24 april 2017

Datum Vak Lesonderwerp Beginsituatie OD en lesdoelen Korte inhoud Evaluatie


en lesuur
9u00- Onthaal Ochtend-ritueel Algemene beginsituatie: Ontwikkelingsdoelen De kleuters doen bij het De leesmethode
9u45 (onthalen en De kleuters kennen hun BuBaO: binnenkomen hun jas Leespraat verloopt
verzorgen) plaats aan de tafels. Leergebied Communicatie uit en hangen de vlot bij Lo.
Ze kunnen zelfstandig en taal T2 boekentas aan de Eventueel andere
hun jas uitdoen. De leerling begrijpt n kapstok. Per tafel wordt en gevarieerde
De kleuters weten hoe ze of meerdere de boekentas zinnen voorzien in
hun boekentas moeten communicatiesystemen. zelfstandig samenspraak met
leegmaken. De leerling begrijpt leeggemaakt: de logopediste? En
Ze hebben geen vaste communicatie in omgang koek in de dit niet enkel
plaats in de kring. De met gekende personen in koekenmand toepassen tijdens de
kleuters kennen de een uitgebreide heen-en weerschrift eetsituaties, maar
rituelen tijdens het omgeving. in de doos ook tijdens het
ochtendonthaal: De leerling vraagt of legt fruit en yoghurt in de ochtendonthaal,
het goedemorgen lied contact via n of koelkast toiletmoment, vrij
maan-zon meerdere kanalen. Ondertussen krijgt de kleuterinitiatief,
weeklijn De leerling durft te andere tafel een koek
aanwezigheden communiceren met en water. Nadien wordt
taakverdeling anderen. er gewisseld. Wie klaar
pimpampoentje is, zet zijn beker op zijn
daglijn Leergebied foto en kan
Wereldorintatie T2 doorschuiven naar de
Individuele beginsituatie: De leerling gebruikt een sanitaire ruimte.
L. moet veel water kalender.
drinken De leerling ontwikkelt
(nierproblematiek). zindelijk gedrag.
N. durft vaak haar water (Lo. en La.) Kinderen die klaar zijn
weggieten kleine met plassen, kunnen
hoeveelheden aanbieden. met een boekje aan
tafel zitten. Wanneer
S. moet glutenvrije iedereen klaar is,
koeken eten. ruimen we de boeken
op en gaan we in de
Lo. draagt nog een luier. kring zitten.
Ik zing samen met de
S. oefent de op de kleuters het lied Dag
begrippen gisteren en allemaal. Gevolgd door
morgen. de liederen Tis zo fijn
en Goedemorgen
T. oefent de dagen van de allemaal. Daarna moet
week bij de juiste prent. maan gaan slapen en
komt zon tevoorschijn.
W. is bezig met een Hierbij zingen we het
zindelijkheidstraining. lied Dag maan, dag
zon. Ik verdeel de taken
op het takenbord
a.d.h.v. een
doorschuifsysteem.
Ik zing Welke dag is het
vandaag?.
De kleuter hangt de
prent van
pimpampoentje bij de
juiste dag. Ik stel hierbij
enkele vragen:
Welke dag is het
morgen?
Welk dag was het
gisteren?

Vervolgens is het tijd


voor de aanwezigheden.
Ik zing samen met de
kleuters het lied Wie,
wie? en haal
ondertussen uit de zak
een foto van een
kleuter. Deze kleuter
mag zijn/haar foto op
de buik van
pimpampoentje kleven.
Ik geef de kleuter een
knuffel en zeg
goedemorgen. Wanneer
alle kleuters aan bod
zijn gekomen, wordt
pimpampoentje
(handpop) wakker
gemaakt. Ik neem
pimpampoentje en zing
het lied Hallo, hier ben
ik weer. Ondertussen
kriebel ik bij iedere
kleuter en krijgen ze de
kans om een kus te
geven aan
pimpampoentje. Ik hang
pimpampoentje aan het
haakje.
Ik zing Spits nu je oren
en maak het even stil.
Ik overloop de daglijn
met pictogrammen.
15u25 Taal Themaloze week: Algemene beginsituatie: Ontwikkelingsdoelen Ik wacht tot het W. luisterde
16u00 verhaal vertellend Verhaal en BuBaO: helemaal stil is en zing aandachtig naar het
voorlezen (1ste maal verteltechniek: Het Communicatie en taal dan een liedje verhaal.
aanbrengen) verhaal wordt eenmaal De leerling (=voorleesritueel /
klassikaal aangebracht. ervaart/herkent/onder liedje van Steef T. en S. toonden
De meeste kinderen scheidt/reageert op Coorevits): hun betrokkenheid
kennen het verhaal niet. alledaagse situaties. Ik zit zo gezellig in mijn door spontaan te
Taal van de kleuters: hoekje, met mijn reageren op de
De leerling begrijpt n
Ik vermoed dat veel allermooiste boekje. prenten, op het
begrippen uit dit boek of meerdere Weet je wat ik zie? verhaal en op
nieuw zullen zijn. communicatie- Weet je wat ik zie? Ik enkele vragen.
Aan de hand van de systemen. zal het je vertellen in 1,
prenten zullen de meeste De leerling 2, 3! La. begreep dat het
kinderen de woorden wel communiceert via n verhaal over Rikki
begrijpen. of meerdere Ik lees het verhaal en zijn vriendjes
communicatie- Rikki van Guido van ging.
Individuele beginsituatie: systemen. Genechten vertellend
voor. Het boek gaat De kleuters genoten
De leerling onthoudt
A. Ay. en N. mogen vooral over konijn Rikki die tijdens het
visuele informatie.
zaken aanduiden op de anders is dan de andere beluisteren van het
De leerling onthoudt konijnen. Doordat zijn verhaal.
prent (prentvragen) .
auditieve informatie. rechteroor naar
B.
C. T., Lo. en La. moeten, al De leerling volgt een beneden hangt lachen
dan niet met het gebruik verhaal op basis van de andere konijnen hem
van SMOG, antwoorden prenten of tekeningen. uit.
op de gestelde vragen De leerling begrijpt
(voorspellingsvragen). eenvoudige verhalen.
D.
E. S. mag vooral helpen bij
het navertellen a.d.h.v.
de prenten.