1

NIEUWSMAGAZINE
Nr. 54, april 2010

INHOUD Pag. 2 Voorwoord Pag. 3 Programma Pag. 8 De psychologie van het beleggen Pag. 10 Rijk worden met beleggen, hoe gaat dat? Pag. 11 Economische crisis, nee hoor! Pag. 12 Profiteren van seizoensgebonden patronen Pag. 12 Hervorming van het depositogarantiestelsel: Zoeken naar veiligheid, waken voor protectionisme Pag. 16 Scientific Options Trading: Handelen in opties op basis van het Balanced Condor Systeem (2) Pag. 19 Val kabinet biedt herkansing voor hervorming pensioenstelsel Pag. 20 De wondere wereld van de “beurs” op een simpele wijze uitgelegd Pag. 22 Geldmarkt: centrale banken vooral bekommerd over het terughalen van de liquide middelen die ter beschikking waren gesteld tijdens de financiële crisis Pag. 25 Het ontstaan en de dynamiek van de crisis Pag. 29 Obligatiemarkt: de crisis in Griekenland heeft de rente beïnvloed Pag. 32 Extra bijeenkomst BOD Pag. 33 HCC Beleggen

Dit Nieuwsmagazine is een publicatie van de HCC Gebruikersgroep Beleggen. Raadpleeg onze internetsite http://www.beleggersonline.nl/ voor adressen en informatie over het lidmaatschap

2

Voorwoord – Frans Schreiber Hoe in te spelen op onzekere markten?
De symposiumcommissie weet elke keer weer feilloos de vinger op de zere plek te leggen. En deze keer kan de betekenis van de aanhef zelfs op meerdere manieren worden uitgelegd. Want deze slaat niet alleen op hoe beleggers in deze bull markt moeten reageren op overheden die straks sterk gaan bezuinigen; we kunnen deze ook moeiteloos gebruiken voor het vaarwater waar de HCC, en dus ook onze interessegroep Beleggen, in terecht is gekomen. Om met het laatste te beginnen, de HCC verliest grote aantallen leden en gaat snijden in haar budget. Dat houdt in dat zowel het verenigingsbureau als de interessegroepen sterk gekort worden op hun toelagen. Dat is niet meer dan normaal. Echter, het gevolg is dat onze groep veel minder toegeschoven krijgt om onze huidige uitgaven te bekostigen. Dat doet pijn, te meer omdat de toelage voor een groep van rond de 2.500 leden, zoals het nu staat, beperkt wordt tot ca. €7.500. Dat houdt in dat we ons in de toekomst iets commerciëler zullen moeten opstellen dan tot nu toe. Een begin is vorige keer gemaakt door €10,= toegang te heffen voor bezoekers van onze symposia die (nog) geen lid waren van onze interessegroep. Dit soort veranderingen zullen we (moeten) voortzetten. Om terug te komen op het eerste deel waar de aanhef voor staat: het beleggen in een crisis. Want hoewel de overheden in de wereld de crisis nu (tijdelijk?) hebben bezweert, weet niemand wat de toekomst ons zal brengen. Zal er een gierende inflatie ontstaan zoals de zwartkijker Marc Faber ons wil doen geloven of zal de komende jaren een pikzwarte deflatie de kop opsteken zoals die waaronder Japan sinds haar vastgoedcrisis in 1989 zucht? De symposiumcommissie weet donders goed wat het dilemma is en heeft – om maar enkele namen te noemen - zwaargewichten als Bob Emanuels, Sem van Berkel en Jan Maarten Slagter ingeroepen om ons voor te lichten. Hulde aan de commissie die dit weer voor elkaar gekregen heeft! Met dit programma verwachten we dan ook weer grote opkomst en een flinke intellectuele oppepper van ons beleggersbrein. Namens het bestuur,

Frans Schreiber Voorzitter HCC groep Beleggen

3

,

Programma 54ste HCC Beleggen Symposium “Hoe in te spelen op onzekere markten”
sanering overschaduwt de groeiperspectieven voor de komende jaren. De timing daarvan is een politieke beslissing, maar het spreekt voor zich dat de overheden de komende jaren over moeten schakelen naar een strakker beleid. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat de overheden op korte termijn het prille herstel in gevaar willen brengen door het grijpen naar al te ijverige saneringsplannen. Wat te doen als beleggers? Op het 54ste HCC Beleggen Symposium "Hoe in te spelen op onzekere markten?" worden u een aantal manieren aangereikt.

Na een mooie rit van bijna 60% in twaalf maanden en overwegend positief economisch nieuws kan het sentiment zo maar weer omslaan. Want ondanks de positieve signalen, o.a. over de Amerikaanse bedrijfsinvesteringen, blijven de vooruitzichten gemengd. Het ziet er naar uit dat het huidige herstel in de loop van 2010 aan dynamiek zal inboeten naarmate de tijdelijke groeifactoren verdwijnen. De crisis heeft diepe sporen nagelaten in de overheidsfinanciën. Daardoor zal het budgettaire beleid in de nabije toekomst drastisch omgegooid moeten worden. Die onvermijdelijke zware

Presentaties van het 54-ste HCC Beleggen Symposium

tijd 10.00 tot 10.50 uur 10.50 tot 11.05 uur 11.05 tot 11.55 uur 11.55 tot 12.10 uur

aula

zaal 1.04

zaal 0.02

Algemene Ledenvergadering van de HCC Beleggen
pauze pauze pauze

Jan Maarten Slagter

Jean-Paul van Oudheusden

Ton Winter

Vertrouwensherstel kan niet Obligaties als fundament van uw Beursonafhankelijk beleggen zonder aandeelhouder beleggingen
pauze pauze pauze

Bob Emanuels
12.10 tot 13.00 uur

Tjakko Wielinga

Willem Okkerse

Balanced Condor Trading: een Balanceren tussen Angst en Distressed securities en de OKsysteem op basis van engineering Hebzucht Score principes
pauze pauze Bijeenkomst BOD

13.00 tot 13.30 uur 13.30 tot 14.20 uur 14.20 tot 14.35 uur 14.35 tot 15.25 uur

Sem van Berkel Dans der derivaten
pauze

Wijnand Groot FIBO & ELLIOTT; ritme & ratio. Een kansrijk koppel
pauze

Ron Wichgers Systeemtraden met valuta
pauze

Harm van Wijk Succesvol beleggen

Ronald Kok Dividend is your friend

Roelof Foppen Ontdek Swingtrading met CFD's

4

Sem van Berkel geeft een presentatie met de titel Dans der derivaten Sem van Berkel is een haussier „uit het boek‟. Hij selecteert met „BuffettBoerenBrains‟ zijn aandelenportefeuilles binnen de AEX en AMX. Omzet en winst van deze kwaliteiten, veelal marktleider, worden over de hele wereld behaald. De aandelen zijn „buy&hold‟. Vervolgens worden er rondom de aandelen optieconstructies geboetseerd voor rendement en zekerheid. De portefeuille performance moet worden behaald door koerswinst over een langere periode gemeten (minimaal 3 jaar), dividend en „de dans der derivaten‟. Het met gevoel voor momentum doorrollen van de put en call posities. Sem $ommetje zal in deze causerie o.a. enige concrete constructies uitwerken. Voor meer informatie over Sem, zie Sem.nl Jan Maarten Slagter, directeur van de VEB, gaat in op het gegeven dat vertrouwensherstel niet zonder aandeelhouder kan. De Nederlandse beursgenoteerde vennootschap is natuurlijk een polderproduct. Aandeelhouders hebben wat te zeggen over bestuurdersbenoemingen en beloningsbeleid en kunnen onderwerpen voor de aandeelhoudersvergadering agenderen. De Ondernemingskamer biedt met de enquêteprocedure een veiligheidsklep voor gevallen waarin de checks and balances wanbeleid niet hebben kunnen voorkomen. Daar staat tegenover dat beschermingsconstructies en certificaten nog steeds falend management kunnen beschermen en dat het voor aandeelhouders vrijwel onmogelijk is bestuurders aansprakelijk te houden. Lees meer op www.beleggersonline.nl. Bob Emanuels, directeur van Research Unlimited, geeft een presentatie met de titel Balanceren tussen Angst en Hebzucht Iedere belegger is continu op zoek naar de grootste kans op meer rendement bij een zo laag mogelijk risico. Het probleem daarbij is dat verreweg de meeste beleggers weinig van het statistische begrip “kans” begrijpen, rendement niet zien liggen - zelfs als we het ze voor de voeten werpen - en helaas al helemaal niets begrijpen van risico. Rendement en Risico staan in relatie tot elkaar, maar hoeveel beleggers hebben serieus nagedacht over dit fenomeen en over HOE die koppeling er dan uitziet? De onkunde op dit terrein maakt dat beleggen voor velen telkens weer een soort van “Groundhog Day”: elke dag tekens weer opnieuw beleven en daarbij maakt het niet veel verschil wat je aan acties onderneemt. Beleggen is fascinerend, de psychologie van de markt is fascinerend. Vooral omdat deze gemaakt wordt door een simpele optelling van gedrag. Gedrag waaraan wij zelf dagelijks in meer of mindere mate onderworpen zijn. Het is feitelijk het proces „tussen onze oren‟, dat weerspiegeld wordt in het gedrag van markten wereldwijd. Het is dit proces dat bij ons vele emoties oproept. Deze emoties hangen in hoge mate af van onze verlangens, verwachtingen, angsten en onze nimmer aflatende drang naar meer geld. Het leren beheersen van deze emoties is een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen overleven in de financiële wereld. Daarom neem ik de beleggers graag mee op een korte reis door hun eigen hoofd én de markt om ze zo in staat te stellen hun emoties beter te leren kennen. Ik zal proberen de markt te ontleden, emoties te benoemen en regels op te stellen om deze te leren beheersen. Lees meer op www.beleggersonline.nl.

5

Roelof Foppen van WH Selfinvest Nederland legt u gedetailleerd een „dynamische‟ swingtrading techniek uit. De Dynamic RSI duidt „oververkochte‟ en „overgekochte‟ zones aan. De WHS TechScan scant alle aandelenmarkten en toont de aandelen indices die een Dynamic RSI signaal geven. Via voorwaardelijke orders in het geavanceerde WHS ProStation kunnen swingtraders hun „trade setup‟ met chirurgische precisie in de markt leggen. SMS en e-mail alarmen houden de swingtraders op de hoogte van hun positie. Neem deel aan het seminar Swingtrading met CFD's en ontdek hoe ook u praktisch met CFD's kan swingtraden. Balanced Condor Trading: een systeem op basis van engineering principes Tjakko Wielinga is al zo‟n 30 jaar werkzaam in de high-tech industrie als product- en procesontwikkelaar. Hierbij worden experimentele methoden gebruikt onder de noemer “Design of Experiments” om ontwerpen van producten en processen te optimaliseren. Hij heeft deze methoden toegepast voor de optimalisatie van een maandelijks op te zetten Balanced Condor optieconstructie. Deze bestaat uit een verticale call en een put spread die zijn gepositioneerd respectievelijk boven en onder een beursindex zoals de AEX, DAX of DJ Eurostoxx 50. De parameters die worden gebruikt, zijn de looptijd tot de volgende maandexpiratie en de range van de short call en put ten opzichte van de index. Deze parameters worden geoptimaliseerd op basis van historische data van de index en implied volatility. Deze winstoptimalisatie vindt afzonderlijk plaats voor de verticale call en put spreads. Daarom is deze nieuwe optieconstructie gedoopt tot een “Balanced Condor”. Een stoploss is een impliciet onderdeel hiervan en noodzakelijk als bescherming tegen extreme en onverwachte uitslagen van de index. Een krachtige functie van het ontwikkelde programma Scientific Options Trader is Forward Testing. Hiermee kan de profit/loss curve berekend worden vanaf 2003. Dit biedt de mogelijkheid om een onderzoek te doen naar de invloed van een aantal andere parameters op de winstgevendheid. Met name de weekdag van handelen, de entry en exit strategie en de optimalisatieperiode zijn onderzocht. Dit heeft tot significante verbetering van de winstgevendheid van het systeem geleid. Verder is het systeem uitgebreid met een Condor type waarbij wel op een en dezelfde datum wordt gehandeld (t.b.v. het gebruikersgemak) maar waarbij wel de ranges voor de call en put spreads afzonderlijk worden geoptimaliseerd. Dit blijkt een hoger rendement op te leveren dan de gewone Condor maar minder dan de Balanced Condor. Deze blijft dus superieur. Jean-Paul van Oudheusden met de presentatie Obligaties als fundament van uw beleggingen. De spaarrente is laag. Uw vertrouwen in de beurs is nog niet zodanig hersteld dat u veel in aandelen wilt beleggen. Wat zijn dan uw alternatieven om toch rendement te maken? Beleggers kunnen obligaties overwegen. Zelfs als die belegger een stijging van de rente verwacht in de komende jaren kunt u met obligaties nog uit de voeten. Jean-Paul van Oudheusden van The Royal Bank of Scotland laat de verschillende mogelijkheden zien die u als belegger heeft om de basis van uw portefeuille te vormen.

6

Ronald Kok van Analist.nl geeft een presentatie over de bijna vergeten rendementsmotor: dividend. Het dividend is de betaling van een onderneming aan haar aandeelhouders. De uitbetaling van het dividend wordt door de aandeelhoudersvergadering goedgekeurd, nadat het bestuur de hoogte van het bedrag en de wijze van uitbetaling bepaald heeft. Het uitkeren van dividend heeft invloed op de koers van het aandeel. De datum waarop het dividend uitgekeerd wordt, is de datum waarop het aandeel ex dividend gaat. Meestal daalt de koers met een bedrag bijna gelijk aan de hoogte van het dividend. Theoretisch is het rendement op de ex dividend datum dus 0%, maar de praktijk is - gelukkig voor de beleggers - weerbarstiger. Dividenden bepalen een fors deel van het totale rendement. Ronald Kok geeft u tijdens zijn presentatie genaamd Dividend is your friend alle informatie over deze extra rendementsbron. Ton Winter, directeur en eigenaar GoodLife Trader, geeft een presentatie over Beursonafhankelijk beleggen. De fondsen uit de selectie van GoodLife Trader (GLT) zijn beursonafhankelijk. Dat betekent dat zij niet afhankelijk zijn van stijgende koersen. Deze fondsen zijn het resultaat van een intensief en voortdurend onderzoek naar de beste beleggingsfondsen ter wereld. Beste ook in die zin dat bescherming dient te worden geboden in slechte beursjaren. De (meestal buitenlandse) fondsen die aan de criteria voldoen zijn normaliter niet toegankelijk voor particuliere beleggers. Zij zijn bestemd voor professionals en vergen over het algemeen een hoog startkapitaal: vaak een miljoen of meer. Omdat de door GLT geselecteerde fondsen echt topprestaties leveren heeft een Nederlandse fondsbeheerder, op initiatief van GLT, deze beursonafhankelijke fondsen omgevormd tot Nederlandse beleggingsfondsen. Sinds kort zijn bovendien twee fondsen met een vast rendement van 8% per jaar geselecteerd. Het gemiddeld rendement van deze fondsen (sinds oprichting) is ca. 22% per jaar. In 2007 was het gemiddeld rendement 34% en in het jaar van de kredietcrisis 2008 nog altijd 3,5%. Ton Winter zal uitleggen hoe het mogelijk is dat deze fondsen ook bij dalende beurzen een goed rendement leveren. Harm van Wijk, directeur van BeursBulletin, was eerder verantwoordelijk voor het opzetten van de beleggingssites van SNS Bank en DFT.nl. Daarna werkte hij mee aan het opstarten van onder andere BinckBank en SNS FundCoach. Sinds enkele jaren schrijft hij als hoofdredacteur voor het grootste weekblad op basis van technische analyse www.BeursBulletin.nl en voor zijn beleggingssite www.beleggen.com. Tevens publiceert hij als Goeroe op www.DFT.nl en is dagelijks zijn visie te lezen op www.alex.nl. Hij ontwikkelde een eigen systeem waarmee hij de aandelenmarkt analyseert. Volgens Van Wijk is succesvol beleggen voor iedereen mogelijk onder voorwaarde dat emoties worden vervangen door ratio. “De toekomst is niet te voorspellen, maar gelukkig hoeft dat niet wanneer men een beproefd systeem gebruikt”, stelt hij. Tijdens zijn presentatie Succesvol beleggen gunt Harm van Wijk u een blik in de keuken en geeft hij zijn visie op de ontwikkelingen op de beurs.

7

HCC Beleggen lid Wijnand Groot geeft een presentatie genaamd FIBO & ELLIOTT; ritme & ratio. Een kansrijk koppel. Elliott is sterk in het bepalen van de richting van de koers en Fibonacci geeft aan hoe ver de koers in een bepaalde richting beweegt (= koersdoel). Gecombineerd dus in potentie een prachtig beleggingsinstrument. Omdat de Elliott golftelling fractal is, met ander woorden, op elk tijdskader toepasbaar, kunnen zowel intradag, eindedag als meerdaagse beleggers met dit werktuig aan de slag. Toen Elliott zijn enorme vondst, namelijk de ontdekking van een zich steeds herhalende vijf- of drie-vorm in de golfbeweging van de koers, ergens midden 30er jaren had gedaan had hij, naar eigen woorden, nog nooit van Fibonacci gehoord. Zijn eerste in samenwerking met C.J. Collins uitgegeven boek (1938) “The Wave Principle” meldt dan ook nog weinig of niets over Fibonacci ratio's. Tussen 1938 en 1946 breidde Elliott zijn op de financiële markt gerichte golfprincipe uit tot een theorie over de „eb en vloed van menselijke emoties en activiteiten zoals beheerst door de Wetten van de Natuur‟. Dit leidde tot zijn illuster meesterwerk “Nature's Law - the Secret of the Universe” uitgegeven 1946 (1e oplage 1.000 stuks), waarin nu wel de Fibonacci verhoudingen en de „gulden snede‟ zijn verwerkt. Tellingen hebben een kleine, tot soms ook wel grote mate van subjectiviteit, maar omdat de onderliggende golf uit een herkenbare impuls van vijf golven of een herkenbare correctie van drie golven bestaat, dwaal je niet gemakkelijk te ver van het best passende pad. Overigens er is ook wel enige tolerantie voor zulke dwalinkjes. zolang je de richting maar meestentijds goed hebt. Het helpt een heel eind om de majeure buigpunten goed te herkennen en gelukkig zijn daar hulpmiddelen voor bedacht. Zoals trouwens ook voor het waar en wanneer van de Fibonacci koersdoelbepalingen. Een scherp gedefinieerde instap- als ook stoptechniek moet hierbij een vanzelfsprekend uitgangspunt zijn.
Ron Wichgers van www.forestprofittrader.com een mini-seminar met de titel

Systeemtraden met valuta. Tijdens dit mini-seminar gaat Ron niet alleen in op de systemen die hij gebruikt voor het traden in valuta, maar ook op alle andere aspecten die voor succesvol traden van belang zijn. Denk hierbij aan money management, psychologie, orderuitvoering, etc... Wat ook belicht wordt zijn zaken als “margin of error”, hoe beoordeel je een tradingsysteem, waar moet je op letten als je gaat backtesten, wat bepaalt de robuustheid van een strategie, etc... Deelnemers aan dit mini-seminar krijgen na afloop een maand gratis een abonnement op de signalen van de tradingsystemen. Willem Okkerse geeft een presentatie over Distressed securities en de OK-Score In deze interactieve presentatie beoordelen de deelnemers zelf de jaarstukken van twee ondernemingen (dus s.v.p. uw rekenmachine meenemen). Zij mogen maximaal twee keer één euro in obligaties in één of in beide ondernemingen beleggen. Tijdens de beoordeling wordt nadere informatie verstrekt over de status van de onderneming. De conclusies van de deelnemers wordt daarna getoetst aan de realiteit. Hierna volgt uitleg over ratings in het algemeen, de Lorentz curve en wordt de toegevoegde waarde van de OK-Score in dat verband toegelicht en vragen daarover beantwoord. Met de OK-Score behaalde Okkerse in 2009 op zijn verschillende OK-Score AEX portfolio's tussen de 29,5% en 58% rendement.

8

De psychologie van het beleggen – Rombout Kersten
Het doel van beleggen is in de eerste plaats om geld te verdienen en dus zo min mogelijk onnodige verliezen te maken. Wie namelijk 10% verlies maakt, moet daarna 11,11% winst maken om weer break-even te staan. Hoe groter het verlies, hoe moeilijker het wordt om dat weer goed te maken. Bij 25% verlies moet daar al weer 33% winst tegenover staan. En tegenover 50% verlies moet 100% winst staan. Moneymanagement is een belangrijk wapen in dit kader. Wat niet verloren is gegaan, hoeft ook niet te worden goedgemaakt. Helaas zijn beleggers als het er op aankomt - dikwijls geneigd deze wetenschap in de wind te slaan. De emoties angst en hebzucht vormen een giftige cocktail die de heldere blik van beleggers nogal eens vertroebelt. Vaak met als resultaat dat al het geleerde over verliesbeperking weer overboord wordt gegooid, „Want ditmaal is het anders.‟ De famous last words van menig belegger voordat hij in de afgrond tuimelt. Greed is good, greed works! Als motivatie is er aan hebzucht niets verkeerd. Wij zouden nog met een knuppel in de hand in berenvellen rondlopen als dit niet zo was. Zoals echter met alles is een teveel aan hebzucht ongezond; zelfs op de beurs. Zelfoverschatting en verslaving liggen dan op de loer. Een andere emotie waar de belegger mee kampt is angst. Angst is op zich een gezonde emotie. Het beschermt ons om in situaties terecht te komen waar we geen ervaring mee hebben en de controle dreigen te verliezen. Een teveel aan angst leidt echter tot besluiteloosheid en onzekerheid, hetgeen voor beleggers uiteraard funest is. Ditzelfde geldt voor de emotie spijt. Het blijven treuren over achteraf verkeerd uitgepakte beslissingen kan een belegger evenzeer verlammen. Een overmatig zelfvertrouwen en zelfoverschatting is echter ook weer gevaarlijk. De belegger krijgt de neiging om na iedere winstgevende trade groter en risicovoller te gaan beleggen. Van aandelen naar opties en van opties naar futures. Vooral in een opgaande markt waarin de koers maar in één richting lijkt te kunnen gaan, zie je dit verschijnsel. Bijkomend probleem is dat zelfoverschatting moeilijk bij uzelf te constateren is. Bij anderen kunnen we het meestal wel feilloos onderscheiden, denkt u maar aan vals zingende deelnemers aan een talentenjacht. Een belegger die zichzelf overschat zal echter altijd tegen de lamp lopen. Het verlies dat hij dan maakt spoelt vaak de voorafgaande winst in een keer weg. Een van de gevaarlijkste gevolgen van alle emoties is echter dat een belegger onzeker wordt. Een door onzekerheid verlamde belegger durft geen trades meer aan te gaan. Nog gevaarlijker wordt het als hij zo verlamd is dat hij, als een konijn in de koplampen, zijn verliezen eindeloos laat oplopen zonder in actie te komen. Kuddegedrag De mens is een sociaal dier met kuddegedrag. Beleggers vormen hierop geen uitzondering. Zodra bepaalde instanties of beheerders bepaalde aandelen gaan kopen volgen andere beleggers vaak massaal. De effectenbeurs is de ideale plaats om kuddegedrag te bestuderen. Zodra de grote effectenbanken, zoals Goldman Sachs en Merrill Lynch, bepaalde koopadviezen hebben gegeven, dan zijn er weinigen die hier tegenin durven gaan. Vaak is het ook profijtelijk om met de kudde mee te beleggen. Denk maar aan het bekende gezegde

Hebzucht, angst en spijt De drie belangrijkste emoties bij het nemen van beslissingen zijn hebzucht, angst en spijt. Hebzucht klinkt misschien als een „foute‟ emotie, maar is het niet. In de film „Wall Street‟ doet het personage Gordon Gekko de beroemde uitspraak

9

The trend is your friend. Het is echter de kunst om tijdig de signalen te onderkennen dat de kudde gaat omkeren. Als de stieren in beren veranderen kan het plotseling erg hard neerwaarts gaan. De 5 basisregels voor een succesvolle trader 1. Discipline Het grote verschil tussen een actieve particuliere belegger die verlies maakt en een succesvolle professionele trader is de factor discipline. Meestal is het niet een gebrek aan kennis dat de particulier parten speelt, maar het van de hak op de tak springen van de ene techniek naar de andere. Een professionele trader die zich niet aan het tradingplan houdt zal er ongenadig van langs krijgen van zijn superieur; zelfs als de trade winstgevend was. Een particuliere belegger heeft vaak moeite om zich, als het spannend wordt, aan zijn eigen tradingregels of systeem te houden. Discipline voorkomt dat de emoties angst en hebzucht de controle overnemen. Duidelijke regels voor het nemen van winst en verlies geven houvast. 2. Toewijding Trading moet worden gezien als een vak. Niet dat het onmogelijk is om een goede trader te zijn zonder een lange opleiding of na het doorworstelen van tientallen boeken, maar denk er niet te licht over. Het is zeker geen free lunch. Alleen door er serieus mee bezig te zijn en bereid zijn te leren van de onvermijdelijke tegenslagen kan men zich verbeteren. Neem niet klakkeloos alles over wat u hoort en leest over tradingstrategieën, tips en ander goedbedoeld advies. Sta overal kritisch tegenover en probeer die zaken over te nemen die bij u passen. Praat met andere beleggers en traders en probeer te leren van hun fouten. Maar hoedt u voor praatjesmakers en kletsmajoors die helaas in overvloed in de beleggingswereld rondlopen. Mooipraters in dure maatpakken en met (te) dure auto‟s, die bovendien mysterieus doen over hun technieken en behaalde superrendementen, zijn zelden goede raadgevers. 3. Geduld ‘There are times to go long, times to go short and times to go fishing’ – Jesse Livermore. Succesvol traden is ook het vermogen om te wachten tot zich een goede kans voordoet en alle signalen op groen staan. Het „handelen om te handelen‟ is misschien iets waar uw broker blij van wordt; een succesvolle trader heeft er geen

enkele moeite mee om een tijd niet in de markt te zitten. Integendeel, zolang hij liquide is loopt hij ook geen risico. 4. Doorzettingsvermogen Ook al heeft u uw huiswerk nog zo goed gedaan, de markt heeft altijd gelijk. Een aantal maal achter elkaar verlies lijden maakt onzeker. De twijfel over het tradingplan begint te knagen en de verleiding wordt steeds groter om de regels bij te stellen of op een andere techniek over te schakelen. Een goede trader kan omgaan met tegenslag. Uit ervaring weet hij dat een goed systeem ook slechte perioden kent. Hij kan hiermee omgaan en volhouden. Doorzettingsvermogen is echter iets anders dan koppigheid. Iedere trader heeft een moment dat hij de stekker uit een systeem trekt. Hij heeft er echter van tevoren al over nagedacht wanneer dat moment aanbreekt en zorgt er d.m.v. goed moneymangement en spreiding voor dat de verliezen zoveel mogelijk beperkt blijven. 5. Visie Een succesvolle trader heeft altijd een visie hoe hij de markten gaat bespelen. Of het nu gaat om een mechanisch handelssysteem, technische analyse of een fundamentele visie. Een duidelijke focus op een of meerdere markten of systemen is noodzakelijk. Dit moet resulteren in een duidelijk tradingplan dat gedisciplineerd dient te worden uitgevoerd. Tips voor actieve traders en beleggers  Evalueer uw trading Houd zorgvuldig bij wat de resultaten zijn van uw trading activiteiten. Wat is uw hitrate, gemiddelde winst en verlies? Wees eerlijk tegen uzelf en bekijk wat er goed is gegaan en wat er fout is gegaan. Wat kan ik hiervan leren? En het belangrijkste: Wat ga ik hieraan doen? En wanneer? Als u bijvoorbeeld constateert dat u moeite heeft om na een reeks van verliezen door te gaan met traden, kijk dan hoe u hier beter mee om kan gaan. Lukt dit niet dan moet u misschien kijken naar een systeem met een wellicht lagere winstverwachting, maar een hogere hitrate.  Houd het hoofd koel Op het moment dat het spannend wordt op de beurs is er vaak het meeste te verdienen en te verliezen! Het is belangrijk om u niet te laten afleiden, hoe hoog de golven ook gaan. Het is juist de bedoeling te profiteren van de beweging en niet

10

uzelf erin mee te laten slepen. Zorg dat u samen met het tradingplan de stabiele factor bent temidden van alle hectiek.  Zorg dat u „fit‟ bent. Traden en met name daytrading is hard werken. Zorg dus dat u geen andere zaken aan uw hoofd heeft en ontspannen maar wel alert blijft. Fit zijn betekent voor een trader ook dat zijn technische handelssysteem en zijn kennis hiervan op orde is. Tijdens een beurscrash de handleiding van uw ordersysteem doornemen is geen goed idee. Zorg dat orders inleggen en traden u net zo makkelijk afgaan als gas geven en remmen. Zorg dat u ook

een alternatief heeft om orders door te geven als uw computer onverwachts crasht. Kortom fit zijn als trader betekent dat u met vertrouwen en zonder aarzeling uw tradingplan kunt uitvoeren. En onthoud: uw grootste verlies moet nog komen! Rombout Kerstens is directeur van het Delftse beleggingssoftwarebedrijf Keyword Info Systems bv en auteur van o.a. het boek Praktijkgids Indicatoren. Bovenstaande tekst is een bewerking van een hoofdstuk uit dit boek. Meer informatie: www.keyword.nl

Rijk worden met beleggen, hoe gaat dat? – Dr. Martin Boot
In dit artikel laat ik zien hoe iedereen die zijn/haar huiswerk doet, rijk wordt door te beleggen in aandelen. Dat gebeurt door te beleggen in goede aandelen en op het juiste moment te kopen en te verkopen. Iedereen is het daar mee eens en als het er op aankomt doet 90% van de beleggers het niet, maar men doet wat een analist en bedrijfsdirecteur hem/haar aansmeert. Daarom een overzicht van hoe de belegger dat beter kan aanpakken. Hier kan de luie belegger dus verder met lezen stoppen. Wat is een goed aandeel? Een goed aandeel is het aandeel van een bedrijf dat aan de volgende voorwaarden voldoet: Het bedrijf  maakt al jaren winst; deze winst neemt ook steeds toe.  is marktleider op het gebied van de producten die het fabriceert.  beschikt over een betrouwbaar management dat niet steeds wisselt.  maakt zijn uitgesproken prognoses waar. Voorbeelden: Aalberts Industries, Accell, Head Waters. Let op: De belegger moet deze citeria zelf controleren en onderzoeken. Het gaat er niet om wat er in een artikel in een beleggingsblad staat. Het belang van beleggingsbladen is het blad vol krijgen en het belang van een directeur van een bedrijf is reclame maken om zo geld via de beurs te kunnen binnenhalen voor zijn/haar bedrijf. Aan beide zaken heeft de belegger geen boodschap. Hij heeft er geen belang bij de doelstellingen van het beleggingsblad of de reclamemaker te dienen. Ook journalisten en vermogensbeheerders hebben geen belang bij serieuze voorlichting. Journalisten zoeken roddel, sensatie en vooral copy. Vermogensbeheerders moeten alleen een betrouwbare indruk maken. Daarvoor hoeven ze niet over specifieke kennis van de beurs te beschikken maar over een goede babbel en een goed uiterlijk. Wat is een koopwaardig aandeel? Het spreekt voor zich dat een belegger zijn geld besteedt aan goede aandelen. Een goed aandeel is echter nog geen koopwaardig aandeel. Alle prijzen ontwikkelen zich in cycli in de tijd. De tijd is zodoende het belangrijkste criterium om te bepalen of een aandeel koopwaardig is. Goede aandelen worden alleen gekocht als ze er slecht bij liggen. Dat wil zeggen als ze ver beneden hun waarde noteren. Dat komt regelmatig voor. Bij voorbeeld steeds aan het begin van een vierjaarscyclus. De meest recente gelegenheid daarvoor was 9 maart 2009. Aalberts was toen te koop voor €3,37, Accell voor €18,39 en HeadWaters voor $1,18. Per aandeel besteedt de belegger nooit meer dan 10% van het beschikbare kapitaal. De belegger verkoopt de aandelen op de top van de vierjaarscyclus. Want verdienen doet de belegger alleen bij verkoop. De top van de vorige vierjaarscyclus was juli 2007. Aalberts bracht toen €21,45 op; Accell €33,42 en Headwaters $15,76.

11

Wie deze methode consequent toepast wordt gewoon heel rijk op de beurs. De hier geschetste methode is perfect voor wie zijn pensioen wil opbouwen via de beurs. Tussen maart 2009 en maart 2010 zou het pensioenkapitaal met gemak al verdrievoudigd zijn met deze methode. En ja, het werkt ook altijd. Dus er is geen smoesje nodig om gebrek aan inzicht te verbergen in de trant van resultaten uit het verleden ..... De resultaten uit het verleden herhalen zich gewoon in de toekomst, want wie met deze methode werkt, weet namelijk WEL waar hij/zij mee bezig is. Probleem: Top en Bodem van de cyclus Hoe bepaalt de belegger wanneer de top van de vierjaarscyclus is? Iedereen zal zich herinneren dat alle analisten zonder enige uitzondering de top van 2007 gemist hebben. Men was er vast van overtuigd dat 2008 een topjaar op de beurzen zou worden. Dat wil zeggen: het is nog niet zo eenvoudig om de bodem en de top van de vierjaarscyclus van de AEX te vinden. Wie even nadenkt weet dat pensioenfondsen deze methode niet gebruiken; ook vermogensbeheerders doen dat niet. Wie zich

realiseert dat bij voorbeeld Robeco tientallen jaren lang werd geleid door Dr Jaap van Duin zal beseffen dat cyclus analyse nog zo eenvoudig niet is. Jaap van Duin is namelijk gepromoveerd op economische cycli en dus de specialist van dat gebied. Toch maakte hij met Robeco alle fouten die iedereen maakte en presteerde dus niet beter dan de indexen van de wereld, wel slechter. Samenvatting De belegger die professioneel wil opereren:  handelt met goede aandelen.  koopt de bodem van de 4-jaars-cyclus.  verkoopt de top van de 4-jaars cyclys.  zet geld op rente in de periode tussen de top en de nieuwe bodem. Zijn er tussendoor nog mogelijkheden om in te stappen? Zeker. Wie in staat is de fase van de vierjaarscyclus te definiëren weet wanneer er tussendoor kan worden ingestapt. Specialist op dit vlak is Dr. Martin Boot, zie www.mboot.com.

Berichten met een kwinkslag: Economische crisis, nee hoor!
Het verhaal speelt zich af in een heel klein dorpje dat van toerisme leeft. Door de economische crisis zijn er echter geen toeristen meer. Iedereen leent bij iedereen om te overleven. Maanden gaan voorbij, ellende troef… komt er eindelijk een toerist aan die een kamer boekt. Hij betaalt met een briefje van $100. De toerist is nauwelijks op zijn kamer of de hoteluitbater brengt het briefje van $100 naar de beenhouwer aan wie hij exact $100 verschuldigd is. De beenhouwer brengt het briefje dadelijk naar de landbouwer die hem het vlees leverde. De landbouwer brengt op zijn beurt het briefje naar de dame van lichte zeden aan wie hij enkele „beurten‟ verschuldigd is en de hoer brengt onmiddellijk het briefje naar de hotelbaas die ze niet meer betaalde als ze een kamer per uur nam. Als ze het briefje op de toog van de receptie legt komt de toerist naar beneden met de melding dat de kamer hem niet aanstaat, dat hij geen andere wil, neemt het bankbriefje en verdwijnt. Niets werd uitgegeven, noch verdiend, maar niemand in het dorp heeft nog schulden. Is dit niet het voorbeeld om de economische crisis op te lossen???

12

Profiteren van seizoensgebonden patronen – Analist.nl
Het einde van het eerste kwartaal is nabij en volgens de statistieken kunnen beleggers zich voorbereiden op de zes slechtste beleggingsmaanden van het jaar. Historisch gezien zijn de maanden mei, juni, juli, augustus, september en oktober het minst spannend voor beleggers. Jeffrey Hirsch, Editor in Chief van de Stock Trader‟s Almanac (de windhaan voor koerspatronen, gebaseerd op kalanderjaren) legt uit wat de oorzaak is van dit effect. Menselijk gedrag “Er is een link tussen de gewoontes van mensen en de algemene samenleving. Het gedrag van de mensen en wat zij uiteindelijk doen met hun geld zal uiteindelijk allemaal effect hebben op de economie en aandelenmarkt,” aldus Jeffrey Hirsch. Het is voor de belegger natuurlijk handig om zo‟n patroon in de gaten te houden. Hierdoor kan de belegger namelijk de kansen van zowel de markt verslaan als enkel gelijk komen met de markt vergroten, zo vervolgt de analist. Opvallende patronen Een van de meest duidelijke patronen wordt ook wel het Halloween effect genoemd. De Sell in May indicator die aangeeft dat aandelen het normaliter slechter doen in de zomer dan in de winter. Daarnaast komt het ook vaak voor dat beleggers aandelen kopen of verkopen aan het begin van de maand en ook niet wachten met handelen tot begin van de volgende maand. Daarnaast zijn er ook nog andere dingen zichtbaar zoals het feit dat de koersen van de aandelen omhoog gaan gedurende twee, drie dagen voor feestdagen. En dat de koers gemiddeld op z‟n hoogst staat in het midden van de maand. Tegenstrijdig Echter de laatste twee jaren hebben het tegendeel bewezen. Mocht een belegger zijn ingestapt in november 2008 en zijn positie had aangehouden tot 2009, had hij een flink verlies gemaakt. Een belegger die daarentegen in de zomermaanden van 2009 was ingestapt, zag zijn portefeuille weer flink groeien tot het laatste kwartaal van het jaar 2009. Halloween effect Hieronder een tabel met de gemiddelde groei van de S&P 500 van elke maand over een periode van 20 jaar. Januari 1,0% Februari -0,08% Maart 0,99% April 1,30% Mei 0,76% Juni 0,29% Juli 0,28% Augustus 0,35% September -0,89% Oktober 0,44% November 1,3% December 1,69% Cijfers oorspronkelijk van: Standard & Poor’s Inc. Met de leus Sell in May wordt er gerefereerd naar de periode van mei tot oktober dat staat voor de periode waarin de Amerikaanse aandelen zwak presteerden. En ook de tabel geeft aan dat de periode van mei tot oktober redelijk zwak is met de maand september als zeer slecht. De periode van november tot april, met als uitzondering februari, is daarentegen gemiddeld weer beter. Bron: www.analist.nl

Hervorming van het depositogarantiestelsel: Zoeken naar veiligheid, waken voor protectionisme – Mark Sanders
De Rabobank pleitte onlangs voor hervorming van het depositogarantiestelsel. Deze bank met triple A-status was niet blij dat de winsten worden gedrukt door de brokkenpiloten van DSB en IceSave. Dat is begrijpelijk, want het is ook oneerlijk dat het braafste jongetje van de klas nog het meest gestraft wordt voor zijn goede gedrag. Echter, de voorstellen van de Rabobank zijn niet bepaald concurrentiebevorderend volgens de Utrechts econoom Sanders. Ze stellen de bank

13

opnieuw zelf centraal in plaats van dat ze de klant als uitgangspunt nemen. Depositogarantiestelsel voldoet niet meer Met de analyse dat ons huidige depositogarantiestelsel niet meer voldoet - het bevat teveel perverse prikkels en schuift de rekening door naar de veilige banken - is op zich niets mis. Het oorspronkelijke idee voor een depositogarantiestelsel stamt immers al weer uit de jaren dertig en de wereld en de rol van de financiële sector in de economie zijn toch echt drastisch veranderd sinds die tijd.¹ In de jaren dertig was een bankrekening met veel geld alleen voorbehouden aan mensen die ook heel goed in staat geacht konden worden om een bankbalans die toen overigens stukken overzichtelijker was te lezen en te doorgronden. Die oplettende en goed geïnformeerde depositohouder werd gezien als belangrijke drempel tegen de moral hazard die natuurlijk in elk depositogarantiestelsel op de loer ligt. Toen, pas in 1978, ook in Nederland een stelsel van depositogaranties werd ingevoerd was de keuze om het verzekerde bedrag op een maximum te stellen daarom ook in Nederland snel gemaakt.² Onder de Collectieve Garantieregeling waren deposito‟s tot 20.000 gulden voor 100% en tot 40.000 gulden voor 95% gegarandeerd. En natuurlijk moesten de andere banken voor eventuele calamiteiten opdraaien. Een bankrun werd met dit stelsel immers voorkomen en daar hadden zij toch zeker allemaal, naar rato van hun marktaandeel, belang bij. Maar de tijden zijn veranderd, zelfs sinds 1978. Dat dit systeem al snel verworden is tot een stelsel waarbij de klanten hun geld simpelweg in brokken van 20.000 bij verschillende banken onderbrachten, en de controle op de bank rustig overlieten aan de toezichthouder, viel te verwachten en bracht in ieder geval nog risicospreiding. En dat banken in goede tijden nooit over het systeem klaagden, is ook wel te verklaren. Elk ander systeem, ook dat wat de Rabobank nu voorstelt, kost hen immers vooraf geld. Betaalde verzekeringspremie is weggegooid geld als het huis niet afbrandt. Het depositogarantiestelsel is in zijn huidige vorm gratis, tenminste zolang het goed gaat. En dat betekent meer werkkapitaal, en dus meer winst. Pas sinds het huis in 2008 geheel afbrandde, roepen ook de (veilige) banken om aanpassing. Maar laten we dat dan meteen goed doen.

Financiële eerste levensbehoeften Vandaag de dag maakt elk bedrijf het salaris gewoon over op een betaalrekening. Daarvan doet het huishouden vervolgens de boodschappen en worden de rekeningen elektronisch betaald. En met pin- en bankrekeningnummer organiseren we vanachter de PC het hele economisch verkeer. De systeemfunctie van de banken is hierdoor enorm belangrijk geworden. De bescherming van betaalen spaarrekeningen is allang niet meer primair noodzakelijk om banken tegen bankruns te beschermen. Ze is nodig omdat van consumenten, ook de hele, hele rijke, niet meer verwacht mag worden dat ze hun bank op risico‟s gaan doorlichten. Dat kunnen de banken zelf nog wel, de credit rating agencies en toezichthouders nog maar nauwelijks en de consument dus al helemaal niet. Het geloof in een kritische, rationele en goed geïnformeerde vooruitkijkende consument is vooral in financiële markten volstrekt misplaatst. Mensen zijn doorgaans vrij apathisch in hun geldzaken, dolgedraaid als ze worden met ingewikkelde producten, adviseurs aan de deur of telefoon en dikke pakken kleine lettertjes. In dat soort gevallen heeft de consument recht op een terugval optie, een basis zekerheid en het recht om niet steeds scherp te hoeven zijn en te moeten kiezen. Zonder betaalrekening voor je transacties, een spaarrekening voor je levensloop en een hypotheek voor je huis kun je in de moderne Nederlandse economie niet mee. En wie dus niet wil kiezen, moet nog tenminste over die eerste financiële levensbehoeften kunnen beschikken. Niet kiezen is ook een goede keuze Banken zouden daarom alleen nog maar producten onder de naam betaalrekening, spaarrekening of hypotheek, (moeten) mogen verkopen in Nederland (of beter nog: Europa) als deze producten aan een aantal minimum eisen voldoen. Als we dat in het het auto- vlieg- en treinverkeer vragen, dan mag dat toch ook in het betalingsverkeer. Er zijn natuurlijk al volop condities aan de banklicentie verbonden. Maar deze condities schrijven alleen voor dat risico goed gemanaged moet worden, niet hoevéél risico de bank mag lopen. De toezichthouders proberen wel met de steeds ingewikkelder Basel akkoorden om dat risico via liquiditeits- en solvabiliteitseisen beheersbaar te houden, maar elke keer als de toezichthouder een gat in de regels gedicht heeft, bedenken de marktpartijen weer iets nieuws. Daarnaast geven die reserves de klant per definitie nooit volledige zekerheid. Een van de aanvullende

14

eisen is wat mij betreft dan ook dat de banken hun deposito‟s volledig, dus voor 100%, verzekeren bij een (uiteraard niet tot hetzelfde concern behorende) verzekeraar. Deze is vervolgens verplicht om die risico‟s netjes te herverzekeren. En omdat dergelijk systeemrisico moeilijk te herverzekeren is, moet dat wellicht bij de overheid. De risico-inschatting en premiestelling bij een dergelijke verzekering voor bankdeposito‟s kan rustig aan de markt worden overgelaten. De verzekeraar beschikt immers over de benodigde expertise en een groot eigen financieel belang om dat goed en streng te doen. Niet de toezichthouder en de (grote) klant kijken dan mee in de keuken van de bankier, maar de toezichthouder en een verzekeraar. De banken op hun beurt betalen, zoals ook de Rabobank voorstelt, vooraf een premie die hen “straft” voor het nemen van risico. De hogere premie dwingt hen vervolgens om dat risico ook in de eigen tariefstelling expliciet te verrekenen (of verliezen te lijden). Free-riding op het algemene vertrouwen in de bankensector is er dan voor riskante banken niet meer bij. En ook het bieden van hoge rentes voor spaartegoeden, om deze vervolgens in riskante producten te beleggen tot het mis gaat, wordt hiermee uitgesloten. Een welbewust gokje wagen met je eigen geld moet natuurlijk wel gewoon mogen. Dus als een consument welbewust kiest voor een ingewikkeld niet-gestandaardiseerd product, dan weet hij/zij ook dat er aan dit product risico‟s vastzitten. In redelijkheid kan de consument dan achteraf niet meer bij de overheid of rechterlijke macht aankomen voor steun. Voorstel Rabobank schermt de markt af Een verzekering heeft ten opzichte van het Rabobank voorstel een niet te verwaarlozen voordeel: het door Rabobank voorgestelde verscherpte toelatingsbeleid van DNB voor banken en bedrijven die zich (in de toekomst) op de Nederlandse spaargelden storten, kan gemakkelijk ontaarden in verkapt protectionisme. Hoeveel risico zullen ambtenaren bij Financiën of DNB willen nemen? Bij de geringste twijfel gaat de deur natuurlijk op de knip. En dat is goed voor de grootbanken, maar slecht voor de klant. Of zijn we vergeten hoe de banken in de zomer van 2007

in het nieuws kwamen met hun rente beleid. Inspelend op de status-quo bias van de klant werden door alle Nederlandse banken spaartegoeden aangetrokken met aantrekkelijke rentes om deze vervolgens geleidelijk weer af te bouwen tot beneden het inflatie niveau. De klant zat als een kikker op dat langzame vuurtje niet te merken dat hij gekookt werd. Dat IceSave maar ook vele andere en veiligere (buitenlandse) banken toentertijd in dat gat sprongen, heeft de grote drie natuurlijk nooit echt lekker gezeten. Net als overigens de opkomst van DSB. En nu de crisis heeft toegeslagen ziet de Rabobank wellicht haar kans schoon om de Nederlandse spaarmarkt weer naar zich terug te halen. Geen depositogarantie- maar verzekering Door alle spelers in de Nederlandse markt te dwingen zich te verzekeren, is dat protectionistische spel van de wagen. Buitenlandse spelers kunnen niet meer, zoals in het verleden, misbruik maken van ons depositogarantiestelsel. Wel kunnen zij om de gunst van de Nederlandse spaarder vechten op een gelijk speelveld waar de overheid wel de regels, maar niet het spel bepaalt. Wie een risico wil nemen met zijn geld, kan daar gewoon de vruchten van blijven plukken op een concurrerende bankenmarkt. Maar wie gewoon zijn salaris wil ontvangen en zijn eigen zaakjes wil regelen zonder gedoe, moet zich in Nederland geen zorgen meer hoeven maken over de veiligheid van zijn zuurverdiende geld. Niet bij de Rabobank, maar ook niet bij haar concurrenten. Noten ¹ De eerste experimenten met deposito garantiestelsels dateren zelfs uit de jaren dertig van de 19de eeuw. In de Verenigde Staten bestaat de FDIC sinds 1933. Zie ook www.fdic.gov. ² Zie Garcia, G. and H. Prast (2004), Depositor and Investor Protection in the EU and the Netherlands: A Brief History, Research Series Supervision 54, Netherlands Central Bank, Directorate Supervision. Bronvermelding: Mark Sanders, “Hervorming van het depositogarantiestelsel: Zoeken naar veiligheid, waken voor protectionisme”, Me Judice, jaargang 3, 18 maart 2010.

15

16

Scientific Options Trading: handelen in opties op basis van het Balanced Condor Systeem (2) – Tjakko Wielinga
1. Inleiding In het vorige artikel in het HCC Beleggen Nieuwsmagazine nr. 52 (pag. 15) zijn de ontwerpprincipes en de uitvoering van het Balanced Condor Systeem al uitvoerig beschreven en daarom beperk ik mij hier tot een bondige samenvatting in paragraaf 2. Dit artikel gaat vooral over de verdere studies die zijn gedaan naar de invloed van diverse tijdparameters op het winst/verlies resultaat van het systeem: de entry strategie, de exit of stoploss strategie, de weekdag en de tijdsperiode (de “achteruitkijkspiegel”) die wordt gebruikt bij de optimalisatie van de doorlooptijden en ranges. Het blijkt dat deze parameters een significante invloed hebben op het resultaat. Verder is nog onderzoek gedaan naar een tweede variant van de gewone Condor waarbij de ranges voor de call en put spreads afzonderlijk worden geoptimaliseerd. Deze variant blijkt superieur te zijn aan de gewone Condor maar nog steeds inferieur aan de Balanced Condor.

2. Het Balanced Condor Systeem De hypothese is dat het verleden een betrouwbare basis is voor de forecast van de komende expiratiemaand. Het optimalisatieproces is opgebouwd uit de volgende stappen:  Optimalisatie: voor de afgelopen periode van X maanden wordt het maximale profit-loss resultaat berekend met de looptijden en ranges als variabelen.  Forecasting: de gevonden optimale waarden voor de looptijden en ranges worden gebruikt voor de forecast van de komende expiratiemaand.  Forward Testing: op gelijke wijze kan het forecast resultaat worden berekend voor de expiraties in het verleden. Deze kan worden afgemeten aan de werkelijke expiratie van die maand. Daarbij wordt een stoploss gebruikt die gelijk is aan de expiratiewaarden van de shorts.

OPTIMALISATIEPROCES Bepaal de waarden van de looptijden en ranges waarvoor het Profit-Loss resultaat van de X voorgaande maanden maximaal is.

Optimale waarden voor looptijden en ranges van callen put spreads

Forecast maand X+1 (toekomst)

DATABASE - O,L,H,C dagkoersen - IV dagkoersen

Forward Test (verleden)

3. De entry- en stoploss strategie Als eerste is de invloed bestudeerd van de entryen exit strategie. Voor de entrystrategie zij er drie varianten: Open, High-Low en Close.  Open: de ranges worden berekend t.o.v. de openingskoers.  High-Low: de range voor de call spread wordt berekend t.o.v. de High en voor de put spread t.o.v. de Low.  Close: de ranges worden berekend t.o.v. de Close van die dag.

Voor de exit of stoploss strategie zijn er eveneens drie varianten: Open, Latest en Close:  Open: de stoplosses zijn gebaseerd op openingskoers.  Latest: de stoplosses zijn gebaseerd op de High en Low. Als deze boven of onder de stoplosses liggen van de call respectievelijk put spread wordt de positie gesloten op de waarde van de stoploss.  Close: de stoplosses zijn gebaseerd op de Close. Als deze boven of onder de stoploss

17

van de call of put spread ligt wordt de positie gesloten op de Close. Onderstaande grafiek laat het resultaat zien voor de DAX. De testperiode is mei ‟06 t/m oktober

‟09. De resultaten voor de AEX en DJ Eurostoxx 50 zijn identiek. De combinatie Entry H-L en Stoploss Latest geeft het beste resultaat.

DAX forward testperiode mei'06-okt'09
Cumulatief resultaat (euros)
6000 4000 2000 0 -2000 Open Latest Stoploss
4. De optimalisatieperiode en de weekdag Twee andere tijdparameters die een significante invloed op het resultaat blijken te hebben zijn de weekdag en de periode X die in het optimalisatieproces wordt gebruikt. Onderstaande grafiek laat het resultaat van deze studie zien. Het handelen op de woensdag met een periode van 15-25 maanden geeft het beste resultaat. Erg kritisch blijkt dit niet te zijn dus het systeem is wat dit betreft robuust.

Entry Open Entry H-L Entry Close Close

DAX forward testperiode mei'06-okt'09
Cumulatief resultaat (euros)
6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 5 10 15 20 25 30 Optimalisatieperiode (#maanden) Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag

5. De verschillende optiestrategieën Er zijn drie verschillende optiestrategieën met elkaar vergeleken:  De Balanced Condor: zowel de looptijden als de ranges van de call- en put spread worden afzonderlijk geoptimaliseerd

 

Condor 1: de looptijden en ranges worden niet afzonderlijk geoptimaliseerd en zijn dus voor de call- en put spread gelijk Condor 2: de looptijden zijn gelijk maar de ranges worden wel voor de call- en put spread afzonderlijk geoptimaliseerd. Men heeft dan het voordeel dat maar een keer in

18

de maand de posities worden geopend en niet twee keer zoals bij de balanced condor in principe wel nodig is. Onderstaande grafiek laat het resultaat zien van het vergelijkend onderzoek. Condor 2 laat

inderdaad wat betere resultaten zien dan Condor 1 maar de Balanced Condor blijft superieur. De bijkomende individuele optimalisatie van de looptijden draagt dus significant bij aan het resultaat.

Forward testperiode jan'05-dec'09
Cumulatief resultaat (euros)
12000 10000 8000 6000 4000 2000 0 Bal.Condor Condor 1 Condor 2 AEX DAX Eurostoxx

6. Conclusies en discussie  De algemene conclusie is dat door met name een aantal tijdparameters anders in te stellen de winstgevendheid van het Balanced Condor systeem aanzienlijk wordt verbeterd. De kritiek zou kunnen zijn dat hier sprake is van curve fitting. Hiervan is echter alleen sprake als optimalisatie uitsluitend zou plaatsvinden op basis van backtesting. Omdat in het onderzoek voornamelijk gebruik is gemaakt van forward testing, loopt men dat risico in dit geval niet.  De entrystrategie: de beste entry is op basis van de High en Low van die dag. De beste verklaring hiervoor is dat daarmee effectief de ranges enigszins groter worden gekozen.  De stoplossstrategie: de beste keuze is uitstappen zodra de stoploss (= expiratiekoers van de shorts) wordt geraakt. Dit lijkt aannemelijk. In de Forward Test is overigens het effect van een openingsgap meegenomen, d.w.z. dat de positie al bij opening kan worden

gesloten als de openingskoers buiten de stoploss ligt. De periode voor optimalisatie of de “achteruitkijkspiegel”: een periode van ongeveer 20 maanden is een goede instelling maar niet kritisch. Dit is een relatief lange periode en neigt meer naar een trendmatige instelling dan naar een snelle respons op de markt. De woensdag blijkt de beste dag te zijn om de posities te openen. Hier zijn geen directe verklaringen voor maar alleen veronderstellingen zoals “in het midden van de week is de markt minder volatiel dan aan het begin en einde van de week”. De verschillende optiestrategieën: voor beleggers die het handelen willen beperken tot één dag in de maand is het Condor type 2 een welkome aanvulling. Overigens blijft de Balanced Condor in vrijwel alle gevallen superieur.

19

Val kabinet biedt herkansing voor hervorming pensioenstelsel – Lans Bovenberg
De val van het kabinet zou wel eens als een blessing in disguise kunnen uitpakken voor het pensioenstelsel. De sociale partners dienen nu met samenhangende voorstellen te komen voor de AOW, de aanvullende pensioenen en het koesteren van menselijk talent zodat ouderen hun talenten langer kunnen blijven inzetten. Herkansing voor sociale partners Het politieke landschap is in toenemende mate gepolariseerd en versplinterd. Kunnen de sociale partners het gat dat de politiek laat vallen, opvullen? De hervorming van het pensioenstelsel is daarvoor de testcase. Door de val van het kabinet zijn de voorstellen van Donner voor een hogere AOW leeftijd van tafel. De sociale partners kunnen van de nood een deugd maken door met samenhangende voorstellen te komen voor de AOW en de aanvullende pensioenen. Deze twee pijlers van het pensioenstelsel zorgen allebei voor ongeveer de helft van de totale pensioenuitkeringen en moeten in onderlinge samenhang worden bezien. Ten tijde van de mislukte SER-onderhandelingen over de AOW van het afgelopen najaar ontbraken nog breed onderschreven analyses over de aanvullende pensioenen. Maar de recente rapporten hierover van de commissies Goudswaard en Frijns zijn nu door zowel de werkgevers als de vakbeweging in grote lijnen omarmd. Dat biedt een goede basis voor nieuw sociaal akkoord met als kern de AOW, pensioenen en duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking. Koppeling AOW-leeftijd aan levensverwachting Wat zijn de vier bouwstenen van zo‟n sociaal akkoord? Het eerste element is het - vanaf 2015 koppelen van de AOW-leeftijd en het aanvullende pensioen aan de trendmatige stijging van de resterende levensverwachting op 65ste jarige leeftijd. Deze stijging bedraagt op dit moment ongeveer een maand per jaar. Tot de AOWleeftijd rond 2027 op 67 ligt, geldt daarbij een opslag van een extra maand per jaar vanwege de stijging van de verwachte pensioenperiode sinds de introductie van de AOW (van 15 jaar in 1957 tot 20 jaar nu). Koppeling AOW aan verdiende lonen De tweede bouwsteen is het koppelen van de AOW aan de verdiende lonen in plaats van de CAO lonen. Hierdoor stijgt de AOW uitkering extra met de incidentele loonstijging van gemiddeld zo‟n 0,4% per jaar. Deze extra verhoging kan worden gefinancierd door de fiscale kortingen die de afgelopen jaren zijn ingevoerd om de netto AOW te laten oplopen met de verdiende lonen af te bouwen voor de middeninkomens. Daarnaast kan een ieder die ouder dan 65 is de AOW uitkering eerder aanvragen dan de AOW leeftijd met een actuariële korting van 8% voor elk jaar dat men eerder van de AOW wil gaan genieten. Dit maakt het voor degenen zonder een aanvullend pensioen mogelijk om eerder met pensioen te gaan zonder daardoor onder het sociale minimum te komen. Door de AOW te versterken kan de pensioenleeftijd worden verhoogd in lijn met de levensverwachting zonder negatieve sociale effecten. Werkgevers zitten vooral te wachten op het langer doorwerken van beter betaalde werknemers want de te verwachten krapte op de arbeidsmarkt betreft vooral hoger gekwalificeerde arbeid. Ten slotte biedt een genereuzere AOW de mogelijkheid om de kosten van de aanvullende pensioenen te verlagen. Beperking verplichte pensioenopbouw hoge inkomens Een derde bouwsteen is het beperken van de verplichte pensioenopbouw voor de hogere inkomens. Voor deze inkomensgroepen kan de eigen woning meer gaan functioneren als oudedagsvoorziening. Met een vrijgespaard huis hebben gepensioneerden lagere woonlasten en volstaat een lagere pensioenambitie. Om huishoudens niet te ontmoedigen hun huis vrij te sparen, worden de fiscale aftrek voor hypotheekrenteaftrek beperkt. Daarnaast wordt een vrijstelling geïntroduceerd voor het vrijgespaarde vermogen in de eigen woning – met name voor degenen die onvoldoende pensioen hebben opgebouwd. Betere inschakeling oudere werknemer Last but not least wordt gewerkt aan een beter functionerende arbeidsmarkt. Dit is de vierde bouwsteen. Door de pensioenleeftijd te verhogen, de AOW te versterken en de verplichte

20

pensioenopbouw voor hogere inkomens te versoberen, kunnen de premies van de aanvullende pensioenen omlaag. De vrijgekomen loonruimte moet benut worden ten behoeve van een duurzaam inzetbare beroepsbevolking. Het verhogen van de pensioenleeftijd biedt niet alleen de prikkels maar ook de middelen om de arbeidsmarkt voor met name ouderen beter te laten functioneren. De plannen van de Commissie Bakker voor een werkverzekering en een werkbudget passen daar goed in. In de werkverzekering betalen werkgevers (afhankelijk van de lengte van het dienstverband) maximaal zes maanden een deel van het loon door te betalen nadat ontslag is aangezegd. Bescherming van werknemers is dan minder afhankelijk van de contractvorm. Verder worden werkgevers gestimuleerd om gedwongen ontslagen te voorkomen, meer te investeren in werknemers en de lonen af te stemmen op productiviteit. Daarnaast krijgen werkenden een persoonsgebonden werkbudget dat kan worden gebruikt om de inzetbaarheid op peil te houden, een eigen bedrijf te starten en inkomen aan te vullen bij het aanvaarden van een minder belastende functie. In tegenstelling tot de huidige

ontslagbescherming is het werkbudget overdraagbaar tussen banen. Werknemers die niet meer tevreden zijn over hun huidige werkkring, kunnen zelf de regie nemen in plaats dat ze passief afwachten tot ze met een ontslagvergoeding kunnen vertrekken. Zo kunnen degenen met zwaar werk tijdig de overstap maken naar een andere functie. Hoeders van menselijk kapitaal Terwijl sociale partners door de versobering van de aanvullende pensioenen een stapje terug doen bij de oudedagsvoorzieningen, gaan ze een belangrijkere rol spelen bij het koesteren van menselijk kapitaal. Ze gaan zo meer betekenen voor jongeren. Met werkgevers maken vakbonden collectieve afspraken over inzetbaarheid en werkzekerheid. Daarnaast ontwikkelen ze zich als betrouwbare loopbaancoaches die hun leden helpen om met hun werkbudget te beheren en hun talenten te ontwikkelen, onderhouden en benutten op de plaats waar deze het beste tot hun recht komen. Zo kunnen mensen zich langer inzetten voor anderen. Bronvermelding: Lans Bovenberg, “Val kabinet biedt herkansing voor hervorming pensioenstelsel”, Me Judice, jaargang 3, 22 maart 2010.

Berichten met een kwinkslag: De wondere wereld van de “beurs” op een simpele wijze uitgelegd
Ergens in Afrika verschijnt een man met de mededeling dat hij apen wenst te kopen tegen $10 per stuk. De dorpelingen weten dat er in de bossen veel apen leven en trekken er op uit om ze te vangen. De man koopt er verscheidene honderden tegen $10 per stuk en wegens het slinken van de apenpopulatie vermindert de inzet van de dorpelingen. Daardoor kondigt de man aan dat hij vanaf dat moment $15 per aap zal betalen. De dorpelingen hervatten de apenjacht. Maar uiteraard raken de apen op en de dorpelingen keren terug naar hun andere bezigheden. Het aanbod wordt verhoogd naar $20 en het aantal overgebleven apen is nu zo klein dat bijna geen aap meer wordt gezien, laat staan gevangen. Nu kondigt de man aan dat hij apen zal kopen tegen $50 per stuk. Daar hij zelf voor zaken naar de grote stad moet zal zijn assistent zich in het vervolg bezighouden met de aankopen. Zodra de man weg is, roept de assistent het hele dorp samen en spreekt hen toe: Kijk naar al die kooien met apen die de man van jullie heeft gekocht. Ik verkoop ze jullie tegen $35 per stuk en als hij terugkomt kunnen jullie ze aan hem verkopen tegen $50 per stuk zoals hij beloofde. De dorpelingen zamelen al hun centen in. Sommigen verkopen zelfs alles wat ze bezitten en kopen al de apen die in de kooien zitten. De volgende nacht verdwijnt de assistent. Hij is nooit meer gezien, evenmin als zijn baas, alleen een massa apen die alle richtingen uitlopen.... Welkom in de wereld van de beurs!

21

22

Geldmarkt: centrale banken vooral bekommerd over het terughalen van de liquide middelen die ter beschikking waren gesteld tijdens de financiële crisis – Dexia
Volgens de notulen van de bijeenkomst van 27 januari van de Fed, is haar eerste zorg momenteel niet het optrekken van haar basisrente (de rente op de Fed Funds), maar wel het geleidelijk opvangen van de liquiditeitsstroom die ze sinds het begin van de crisis in de markten heeft geïnjecteerd. Dat is geen sinecure, omdat niets doen een risico vormt voor het ontstaan van speculatieve zeepbellen, die worden gevoed door die liquide middelen; te snel optreden zou dan weer tot gevolg kunnen hebben dat het prille economische herstel in de kiem wordt gesmoord en weer problemen veroorzaken voor de koersen van een hele reeks effecten die zware klappen kregen in het begin van de crisis (en dus nieuwe gaten slaan in de balans van de banken). Een ander probleem heeft te maken met het feit dat de banken een groot deel van die liquide middelen hebben ondergebracht bij de Fed (deposito‟s die worden bestempeld als „overtollige reserves‟) om zich te wapenen tegen de gevolgen van het eventueel uitbreken van een nieuwe financiële crisis (angst voor een massale terugtrekking van deposito‟s door de klanten, zoals tijdens het faillissement van Lehman Brothers). Om die liquide middelen uit het systeem te halen, heeft de Fed in de eerste plaats een einde gemaakt aan de meeste noodprogramma‟s, die ze in het begin van de crisis op poten had gezet om het financiële systeem massaal van financiële middelen te voorzien (één van die programma‟s is nog van kracht tot in principe 30 juni). Daarna trok de Fed op 18 februari haar discontorente op tot 0,75% (met het oog op een groter verschil tussen de discontorente en de rente op de Fed Funds, dat 25 basispunten bedroeg vóór die beslissing, tegen 100 basispunten vóór de financiële crisis). De discontorente is bedoeld voor het toekennen van noodfondsen aan banken die dergelijke middelen nodig hebben. Ten slotte heeft ze op 16 maart beslist om een einde te maken aan haar aankoopprogramma van effecten die hypothecaire leningen als onderpand hebben. De Fed overweegt ook om tijdelijk de basisrente aan te passen door de rente op de Fed Funds te vervangen door de rente die ze betaalt op de overtollige reserves. Deze overtollige reserves die

23

de banken deponeren bij de Fed, hebben betrekking op meer dan 1.000 miljard dollar (of 7% van het bbp). Door zo te werk te gaan, wil de Fed een deel van die reserves bevriezen (en vermijden dat ze de door de banken toegekende kredieten buitensporig en kunstmatig zouden doen toenemen). De Fed bestudeert eveneens het opzetten van omgekeerde herfinancieringsverrichtingen (een techniek die ze onlangs uitprobeerde). Tijdens de vergadering van 16 maart bevestigde de Fed andermaal dat ze haar basisrente (de rente op de Fed Funds) gedurende lange tijd zou handhaven op een uitzonderlijk laag niveau (op 0% / 0,25% sinds medio december 2008). De Fed is dus niet gehaast om die rente op te trekken, ondanks de duidelijke tekenen van economisch herstel en de weer stijgende inflatie (tot 2,2% in februari), want:  In het verleden heeft de Fed haar basisrente nooit voortijdig opgetrokken, alvorens ze er zeker van was dat het economische herstel een duurzaam karakter had (zie bijvoorbeeld de tijd die verstreek tussen de stijging van de ISM-index van de industriële activiteit en het begin van de fase van renteverhogingen tijdens vorige recessies – zie grafiek 2). De Fed had ook gewacht tot de verbetering op de arbeidsmarkt duidelijk was begonnen.  Er bestaat nog heel wat onzekerheid (herstel van het bancaire systeem, evolutie van de vastgoedcrisis, …).  Het terugdringen van het grote begrotingstekort zou in 2011 op de economie kunnen wegen. Samengevat zal de Fed vermoedelijk in twee fasen een einde maken aan haar uiterst stimulerende beleid:  Eerst voorzichtig het enorme liquiditeitsvolume wegwerken, om geen voor de markten slecht vallende renteverhoging te veroorzaken. In dat verband zou de Fed in plaats van haar basisrente (rente van de Fed funds) diverse andere rentevoeten kunnen aanpassen (zoals de discontorente en de depositorente).  Daarna de huidige basisrente verhogen (rente op de Fed funds) tot een normaler niveau. De markten geloven niet dat deze rente snel weer zal worden opgetrokken: de libor op 3 maanden blijft onverzettelijk (op 0,28%) en de IRS-rente op 2 jaar (1,14% op 24 maart) wijst

niet op een verhoging door de Fed vóór het einde van de zomer van 2010. Volgens ons scenario zal de Fed deze rente verhogen tot 0,5% in september 2010, tot 0,75% in december 2010 en tot 1% in maart 2011, wat nog altijd uiterst laag is.

24

Na het doortastende optreden van de centrale banken, is de liquiditeitscrisis blijkbaar achter de rug, zoals blijkt uit de evolutie van de spread van de kortetermijnrente, die nu weer op een normaal niveau zijn aanbeland, aan beide zijden van de Atlantische Oceaan (zie grafieken 4 en 5). Het wantrouwen t.a.v. verscheidene landen (Griekenland, Spanje …) heeft niet gezorgd voor een verhoging van die spreads. De banken parkeren echter enorme bedragen aan liquide middelen bij de Fed en de ECB, om reserves van liquide middelen aan te leggen, wat erop wijst dat ze voorzichtig blijven. De liquiditeit wordt inderdaad krachtig ondersteund door de centrale banken. Tijdens haar maandelijkse bijeenkomst op 4 maart heeft de ECB haar basisrente gehandhaafd op 1%. Zij laat verstaan dat een renteverhoging niet aan de orde is. Zij heeft echter wel een nieuwe stap gezet in de richting van een afbouw van de systemen voor massale injecties van liquide middelen in de banken, die werden geïmplementeerd na het uitbreken van de financiële crisis. Deze maand is het de beurt aan de herfinancieringstransacties van de banken op 3 maanden, die in minder gulle zin zullen worden aangepast. Vanaf 28 april zal hun rente variabel worden (tegen vast nu) en zal het toegekende bedrag niet langer onbeperkt zijn. We brengen even in herinnering dat de ECB had besloten  strengere criteria toe te passen op de waarborgen die voor dergelijke leningen worden gevraagd;  tot de afschaffing van haar leningen aan banken op één jaar (laatste transactie in december 2009) en ook op 6 maanden (laatste transactie in maart 2010). Twee uitzonderlijke maatregelen blijven nog van toepassing:  de toewijzing van onbeperkte middelen tegen een vaste rente tijdens haar wekelijkse transacties. Die maatregel wordt verlengd tot tenminste 12 oktober, wat de ECB zal toelaten om nog minstens gedurende 6 maanden gul liquiditeiten te verstrekken;  de aankoop van gedekte obligaties („covered bonds‟).

Een renteverhoging is niet aan de orde. De inflatie vormt nog helemaal geen probleem (de kerninflatie bedroeg 0,8% in februari). De kredietverlening is eveneens lusteloos. Bovendien werd in het verleden vastgesteld dat er heel wat tijd verloopt tussen de eerste tekenen van een economisch herstel en het begin van de renteverstrakking door de ECB. De markten delen die mening: de Euribor op 3 maanden en de IRS-rente op 2 jaar (momenteel 1,47%), die tamelijk goed de evolutie van de basisrente voorspelt, veranderen nauwelijks, wat wijst op een bijna-stabilisering van de basisrente voor vele maanden. In haar uitstapstrategie zal de ECB voorzichtig optreden om een nieuwe koortsaanval van het financiële systeem en een nieuwe recessie te vermijden. Daarom zal zij waarschijnlijk te werk gaan in 3 fasen:  Eerst zal zij heel geleidelijk een einde maken aan de noodmaatregelen, wat zal leiden tot een minder massale stroom van liquide middelen naar de banken.  Vervolgens zal zij de EONIA en de Euribor laten stijgen tot boven de basisrente. Verrassend genoeg had de ECB die twee rentevoeten immers verlaagd tot ver onder haar eigen basisrente, die gehandhaafd blijft op 1% (zo bijvoorbeeld de Euribor op 1 maand, die momenteel 0,40% bedraagt). Dat geeft haar de mogelijkheid om de interbancaire rente te laten stijgen zonder aan haar basisrente te raken en dus zonder ophef te maken. Dat zal wellicht niet voor de onmiddellijke toekomst zijn.  Wanneer de ECB er zeker van is dat de economie uit de problemen is, zal zij ten slotte haar basisrente (de reporente) verhogen. Dat zou dan ten vroegste zijn na de bekendmaking, in december 2010, van de gegevens over de evolutie van het bbp tijdens het derde kwartaal van 2010, waaruit zou blijken dat het economische herstel niet broos is. Een eerste verhoging zou er komen in de lente van 2011. De Reporente zal zodoende stijgen van 1% nu tot 1,25% in maart 2011. Bron: Economische en financiële vooruitzichten van Dexia

25

Het ontstaan en de dynamiek van de crisis – DNB
De eerste tekenen van een kredietcrisis worden in het vroege voorjaar van 2007 waarneembaar in de subprime hypotheekmarkt in de Verenigde Staten, een relatief klein segment van de Amerikaanse hypotheekmarkt. Een van de kernvragen in deze bundel is hoe deze – op het eerste gezicht – beperkte problemen in de Amerikaanse hypotheekmarkt konden uitgroeien tot een systeemcrisis. Dit hoofdstuk geeft een chronologisch overzicht van de economische ontwikkelingen voorafgaand aan en tijdens de kredietcrisis, beginnend bij de dieperliggende oorzaken vanaf midden jaren tachtig tot en met de eerste aanwijzingen voor herstel van de reële economie in Nederland in de loop van 2009. Dit hoofdstuk beoogt de belangrijkste gebeurtenissen in een macro-economisch en financieel economisch kader te plaatsen en zo verbanden te leggen tussen de volgende hoofdstukken. Globalisering De jaren tachtig worden gekenmerkt door technologische en politieke ontwikkelingen die grote gevolgen hebben voor de wereldeconomie.1 Door de opkomst van nieuwe technologieën kan de risicobeheersing door bedrijven en financiële instellingen geavanceerder worden en wordt beter voorraadbeheer mogelijk. De politieke ontwikkelingen in Centraal en Oost Europa leiden eind jaren tachtig tot de val van het IJzeren Gordijn en de ontsluiting van de achtergebleven economieën van het Oostblok. Ook in andere delen van de wereld, vooral in Azië, weten steeds meer ontwikkelingslanden zich om te vormen tot snel groeiende economieën met China als boegbeeld. De opkomende economieën met hun sterke, exportgedreven groei profiteren volop van de deregulering van goederen- en kapitaalmarkten in de jaren tachtig en de globalisering die daarop losbarst. Door de globalisering zijn de economieën van landen onderling sterker verbonden dan voorheen. Eindproducten worden opgebouwd uit componenten die vanuit de hele wereld afkomstig kunnen zijn.2 Ook Nederland heeft als open economie volop van deze ontwikkelingen geprofiteerd. Zo zijn Nederlandse financiële instellingen, ondanks de kleine thuismarkt, in staat geweest uit te groeien tot internationaal belangrijke spelers. Daarmee kunnen de Nederlandse banken een adequate dienstverlening leveren aan het sterk internationaal georiënteerde Nederlandse bedrijfsleven. Overheden in Westerse landen leveren een bijdrage aan de voorspoedige economische ontwikkelingen door overheidstekorten terug te dringen, terwijl centrale banken steeds beter slagen in het bereiken van een lage en stabiele inflatie. Zo ontstaat vanaf midden jaren tachtig een periode van wereldwijde gelijkmatige economische
1 Zie „Mondiale onevenwichtigheid en de financiële crisis‟, DNB Kwartaalbericht september 2009. 2 Zoals beschreven in hoofdstuk 3 van Van Ewijk en Teulings, 2009, „De grote recessie: Het Centraal Planbureau 2 Zoals beschreven in hoofdstuk 3 van Van Ewijk en Teulings, 2009, „De grote recessie: Het Centraal Planbureau over de kredietcrisis‟.

De aanloop: macro-economische ontwikkelingen De kredietcrisis lijkt te beginnen in het subprime segment van de Amerikaanse hypotheekmarkt, maar de oorzaken van de problemen liggen dieper en veel verder in het verleden. Sinds begin jaren negentig is sprake van toenemende onevenwichtigheden in de wereldeconomie. Deze ontstaan in een klimaat dat sinds de jaren tachtig wordt gekenmerkt door deregulering van goederen- en kapitaalmarkten en globalisering. Vanaf eind jaren negentig komt deze ontwikkeling in een stroomversnelling. Enkele landen in de Angelsaksische wereld leven al lange tijd boven hun stand, terwijl andere landen in de opkomende wereld een sterk exportgedreven groei nastreven. De uitbundige bestedingen in de Angelsaksische wereld uiten zich in tekorten op de lopende rekening van betalingsbalansen en in overmatige schuldfinanciering in de private sector. Ruim fiscaal en monetair beleid geven aan deze ontwikkeling een verdere stimulans. De crisis in het subprime segment van de Amerikaanse hypotheekmarkt is een uitvloeisel van deze overmatige schuldfinanciering, ook wel aangeduid als „overleverage‟.

26

ontwikkeling met snelle groei en hoge productiviteit. Deze periode wordt in de internationale literatuur de „great moderation‟ genoemd. De gelijkmatige groei heeft echter ook een keerzijde. De voorspoed leidt tot een onderschatting van de werkelijke risico‟s, hetgeen bij spelers in de financiële markten resulteert in het verhogen van de risicograad van hun activiteiten en – tegen de achtergrond van de wereldwijd lage rentes – een jacht naar hogere verdiensten op (vastrentende) financiële waarden, ook wel aangeduid als een „search for yield‟. Veel investeerders verkeren in de veronderstelling dat grote schommelingen in de economische ontwikkeling definitief tot het verleden behoren. Door de toegenomen verwevenheid kan een crisis zich echter meer dan ooit razendsnel over de hele wereld verspreiden. Grote internationaal georiënteerde financiële instellingen, waaronder ook de Nederlandse, zijn kwetsbaarder geworden voor ontwikkelingen op de wereldwijde financiële markten. Mondiale onevenwichtigheden Sinds begin jaren negentig kampt de wereldeconomie met toenemende onevenwichtigheden op de betalingsbalansen. Het meest opvallend is het tekort op de Amerikaanse lopende rekening dat in 2006 is opgelopen tot 6% van het bbp. Tegenover dit Amerikaanse tekort staan sterk stijgende overschotten in olieexporterende landen en in China. Het tekort in de Verenigde Staten is vooral ontstaan door een forse groei van de particuliere consumptie. Tussen 1982 en 2007 daalt de spaarquote van Amerikaanse huishoudens van ruim 11% van het beschikbaar inkomen tot minder dan 1% en verdubbelen de schulden van de huishoudens zich tot 130% van het beschikbaar inkomen. De landen met de overschotten op de lopende rekening kennen stijgende particuliere besparingen en een gematigde ontwikkeling van de investeringen. Olie-exporterende landen hebben de enorme opbrengsten uit de gestegen olieprijs in belangrijke mate opgepot. Veel economieën in Azië kennen een hoge spaarquote die deels is te verklaren door onderontwikkelde financiële markten en gebrekkige sociale voorzieningen. Daarnaast streven veel opkomende landen door hun wisselkoers laag te houden actief naar overschotten op de lopende rekening. De pijnlijke ervaringen in de Azië-crisis hadden namelijk

duidelijk gemaakt dat de afhankelijkheid van buitenlands kapitaal grote risico‟s met zich brengt. De ontwikkelingen die hebben gezorgd voor de grote onevenwichtigheden op de lopende rekeningen hebben waarschijnlijk ook bijgedragen aan het ontstaan van de financiële crisis. Er zijn grofweg twee visies op de manier waarop de onevenwichtigheden samenhangen met de crisis: de „money glut visie‟ legt de schuld voornamelijk bij het expansieve monetaire en budgettaire beleid in de Verenigde Staten en de „savings glut visie‟ wijst de beschuldigende vinger vooral naar Azië. Volgens deze laatstgenoemde visie heeft de grote toestroom van besparingen uit Azië de Amerikaanse kredietverlening gestimuleerd door de kapitaalmarktrente laag te houden. Vanwege de koppeling van de wisselkoers van landen als China aan de dollar leidde het tekort op de Amerikaanse lopende rekening vooral tot een enorme voorraad dollaractiva in China. De hoge besparingen in de opkomende wereld zouden hebben geleid tot lage kapitaalkosten en een zoektocht naar rendement op gang hebben gebracht die risicopremies drukte tot zeer lage niveaus. Deze te lage beprijzing van risico‟s in de financiële markten heeft de risico‟s in de financiële sector sterk vergroot. Vooral het chronische karakter van de onevenwichtigheden en het ontbreken van evenwichtsherstellende krachten hebben bij veel beleidsmakers en economen tot grote zorgen geleid die ook in het openbaar werden geuit. Lage rente en sterke stijging van de kredietverlening Het Federal Reserve System heeft na de recessie van 2001 de beleidsrente lang zeer laag gehouden. De Amerikaanse inflatie is in die periode echter ook laag. Tegelijkertijd zien we op veel plaatsen de vermogensprijzen (aandelen, huizen) snel stijgen. Centrale banken slagen er vanaf de jaren tachtig steeds beter in de inflatie, gemeten aan de stijging van consumentenprijzen, te beteugelen. Veel centrale banken hebben een expliciet mandaat zich te richten op consumentenprijs inflatie. Gegeven dat mandaat, behoort het niet tot hun taak te reageren op inflatie van vermogensprijzen. Daarnaast betwijfelen veel centrale banken de effectiviteit van een dergelijk beleid. Vanaf eind jaren negentig zijn beleggers in toenemende mate bereid te investeren in

Grafiek 1 Beleidsrente Verenigde Staten en eurogebied 27 Procenten
7 risicovolle projecten zonder een – achteraf bezien – adequate premie voor het risico te eisen. En als 6 er dan toch iets misgaat, zoals bij het uiteenspatten van de internetzeepbel of de (bijna) ondergang van 5 LTCM in 1998, blijken de autoriteiten vaak klaar te staan om de gevolgen van de calamiteit te 4 beperken. De combinatie van een te lage rente en de verwachting dat de autoriteiten alles zullen 3 doen om de negatieve gevolgen van het knappen van een zeepbel te beperken, vergroot het morele risico in de economie. Na het uiteenspatten van de 2 internetzeepbel in 2001 begint het Federal Reserve System aan een reeks renteverlagingen. Het 1 belangrijkste rentetarief gaat van 6,5% eind 2000 naar 3,5% in september 2001 (zie grafiek 1). Na 0 de 99 aanslagen in New02 York03 september 2001 in 04 00 01 05 06 07 daalt het tarief verder naar 1,75% in december Fed 2001 en zelfsFinancial. in de zomer van 2003. Bron: T homson naar 1%
Grafiek 1 Beleidsrente Verenigde Staten en eurogebied in procenten
7 6 5 4 3 2 1 0 99 00 01 02 Fed 03 04 05 06 07 ECB 08 09

Tussen 2001 en 2004 is de reële rente in de Verenigde Staten uitzonderlijk laag en vanaf eind 2002 zelfs negatief.3 Deze lage rente moet worden bezien tegen de achtergrond van een zeer lage inflatie (zie grafiek 2). Zeker vanaf september 2001 is er in de Verenigde Staten, maar ook in Europa, sprake van angst voor deflatie. De lage rente en de search for yield die door de lage rente wordt uitgelokt, leggen de basis voor de volgende zeepbel, ditmaal in de Amerikaanse huizenmarkt. Deze zeepbel gaat vergezeld van een enorme groei van de hypotheekschuld. De lage rente en de groei van de hypotheekschuld zijn een stimulans voor het gebruik van de financiële hefboom (leverage). Deze toenemende leverage manifesteerde zich in bijzonder in het ongereguleerde deel van de 08 het 09 ECB financiële markten. Door dergelijke activiteiten buiten het gereguleerde deel van de markt te houden, werden verzwaarde kapitaaleisen deels vermeden. De lage rente is overigens geen uniek Amerikaans fenomeen. Overal ter wereld voeren centrale banken een ruim monetair beleid en leidt de lage rente tot meer kredietverlening. Daarbij maken banken door de securitisatie van leningen ruimte vrij op de balans voor nieuwe kredietverlening. In het Kwartaalbericht van juni 2005 besteedt DNB aandacht aan de risico‟s van lage rente en hoge schulden: “… [omdat] de lage rente een aantal onwenselijke ontwikkelingen in de hand heeft gewerkt (zoals de hoge schulden bij huishoudens, de „leverage‟ en mogelijke onderschatting van risico‟s bij financiële marktpartijen en uitholling van de financiële positie van pensioenfondsen en verzekeraars), die het financiële stelsel gevoeliger maken voor schokken”. Soortgelijke analyses zijn opgenomen in het Overzicht Financiële Stabiliteit (OFS) van juni 2005 en het Kwartaalbericht van september 2005. Ook anderen besteden hier aandacht aan, waaronder de Bank of England en commentatoren in de Verenigde Staten. De aanloop: financiële innovaties Financiële innovaties hebben een belangrijke, katalyserende rol gehad in de zucht naar hogere rendementen en een toenemende leverage in het financiële systeem. De periode vanaf eind jaren negentig wordt gekenmerkt door een nieuwe golf van innovaties binnen de financiële sector. Deze innovaties leiden tot hogere welvaart. Echter,
3 Zie ook Kalse en Van Lent, 2009, „Bankroet: Hoe bankiers ons in de ergste crisis sinds de Grote Depressie stortten‟.

Bron: T homson Financial.

Grafiek 2 Inflatie Verenigde Staten en eurogebied
Procentuele maandmutaties ten opzichte van vorige overeenkomstige periode
6 5 4 3 2 1 0 -1 -2 99 00 01 02 03 Verenigde Staten 04 05 06 07 08 Eurogebied 09

Bron: T homson Financial.

28

innovaties zijn in de afgelopen jaren tevens ingezet om regelgeving te omzeilen en risico‟s te verhullen, teneinde te kunnen beantwoorden aan de toenemende search for yield en te profiteren van het gunstige klimaat voor schuldfinanciering. In toenemende mate vertrouwen private partijen en toezichthouders op geavanceerde maar – achteraf bezien – onvolkomen systemen van risicobeheersing. De financiële innovatie gaat gepaard met een steeds sterkere afhankelijkheid van kwantitatief risicobeheer, waarin, naar is gebleken, onvoldoende gewicht werd gegeven aan extreme scenario‟s. Door financiële innovaties is de verhandelbaarheid van risico‟s toegenomen en is de financiële wereld meer dan ooit onderling verbonden. Het „originate-to- distribute model‟ stelt banken in staat leningen te verpakken (securitiseren) en door te verkopen aan andere instellingen. Meer specifiek worden in dit model bepaalde activa overgedragen aan een „off-balance sheet vehikel‟, dat gefinancierd wordt in de financiële markten en juridisch losstaat van de instelling die haar opricht (originator). Het voordeel hiervan voor banken is dat zij gemakkelijker de risico‟s op hun balans kunnen diversifiëren en illiquide activa gemakkelijker liquide kunnen maken in de financiële markten. Het geloof in de voordelen van de financiële innovaties is groot, zoals ook blijkt uit de tekst die de voorzitter van het Federal Reserve System Greenspan op 5 mei 2005 uitsprak: “The use of a growing array of derivatives and the related application of moresophisticated approaches to measuring and managing risk are key factors underpinning the greater resilience of our largest financial institutions (...). Derivatives have permitted the unbundling of financial risks”. Securitisatie vergroot aan de andere kant van de transactie de investeringsmogelijkheden voor beleggers. Gesteld kan worden dat securitisatie specialisatie binnen de kredietketen faciliteert, wat over het algemeen welvaartsverhogend werkt. Het opkomen van het originate-to-distribute model is echter gepaard gegaan met excessen, omdat het model tevens het ontwijken van kapitaaleisen in de hand werkte en het opschroeven van leverage binnen het financiële systeem faciliteerde. In zekere zin werkt het originate-to-distribute model als een katalysator voor de opbouw van leverage en de reductie van buffers in het financiële systeem. De opgerichte off-balance sheet vehikels blijken bovendien toch nauw verbonden met de

originator. Kortlopend gefinancierde vehikels (conduits) beschikten over liquiditeitslijnen bij de originators, waardoor financieringsmogelijkheden terugsloegen op de balans van de originators (banken). Hoewel er voor de originators doorgaans geen juridische verplichting bestaat tot het ondersteunen van de vehikels blijken originators gedurende de crisis bovendien uit reputatieoverwegingen vaak toch bereid investeerders te compenseren voor eventuele verliezen. Een andere innovatie die in het afgelopen decennium een hoge vlucht heeft genomen, is de credit default swap (CDS). Een CDS faciliteert eveneens de distributie van risico‟s in het financiële systeem. Partijen in een CDS-contract komen een soort verzekering van faillissementsrisico‟s overeen, waarbij de verzekerde een periodieke premie aan de verzekeraar betaalt. Enerzijds faciliteert ook deze innovatie een effectievere risicodeling binnen het systeem. Anderzijds is door deze innovatie niet altijd duidelijk waar bepaalde risico‟s uiteindelijk neerslaan. De risico‟s voortvloeiende uit deze contracten blijken vaak neer te slaan bij ongereguleerde instellingen waarop nauwelijks toezicht wordt gehouden zodat niet duidelijk is of deze instellingen hun contractuele verplichtingen wel kunnen nakomen. Er is echter ook sprake van een overmatige concentratie van risico‟s bij partijen die wel onder toezicht staan. Hoofdstuk 5 „Financiële innovatie en toenemende complexiteit‟ gaat dieper in op de rol van innovatie in het financiële systeem.4

Bron: http://www.dnb.nl/nieuws-enpublicaties/nieuwsoverzicht-en-archief/nieuws2010/dnb230654.jsp Dit is hoofdstuk 2 uit de kroniek van DNB over de kredietcrisis „In het spoor van de crisis‟. Deze kroniek is in zijn geheel te downloaden of gratis te bestellen via voornoemde link.

4 DNB besteedt in het Kwartaalbericht en het Overzicht Financiële Stabiliteit (OFS) van december 2005 en het OFS van september 2006 aandacht aan de risico‟s van financiële innovaties.

29

Obligatiemarkt: de crisis in Griekenland heeft de rente beïnvloed – Dexia
In de VS is de IRS-rente op 10 jaar weer gedaald van 3,99% op 28 december tot 3,61% op 4 maart nadat er in Griekenland financiële onrust was uitgebroken. De markten vreesden dat die onrust zou ontsporen en zou zorgen voor een uitdijende crisis (die andere landen en andere soorten obligaties zou treffen) die misschien zelfs een nieuwe fase van de financiële crisis zou inluiden. Vervolgens, toen de storm weer gedeeltelijk ging liggen in Griekenland, kregen de markten opnieuw aandacht voor de economische indicatoren uit de VS. Die indicatoren wezen op een steeds robuuster herstel, het begin van een dalende werkloosheid en het weer opduiken van inflatie (2,2% in februari). Tegen die achtergrond steeg de IRS- rente weer tot 3,74% op 11 maart. Maar vervolgens hebben de herbevestiging door de Fed dat ze haar basisrente nog geruime tijd op een uitzonderlijk laag niveau zal houden, de publicatie van gunstige inflatiecijfers en een nieuwe oprisping van de Griekse crisis deze opwaartse trend van de obligatierente tot stand gebracht. Tijdens de eerstvolgende 12 maanden mag men een bescheiden stijging van de obligatierente verwachten.  De obligatiemarkt is immers gevoelig voor het optreden van de centrale bank. Nu is het zo dat de centrale bank tijdens de eerstvolgende maanden de enorme bedragen aan overtollige liquide middelen stilaan zal afbouwen (zodat er minder fondsen beschikbaar zullen zijn voor die markt). Vervolgens zal zij haar basisrente tegen het einde van de volgende zomer optrekken. De obligatiemarkt zou op die evolutie kunnen anticiperen door de obligatierente te verhogen.  Het wantrouwen van de internationale beleggers (waaronder de Aziatische centrale banken) ten aanzien van de dollar en het enorme begrotingstekort zouden ook de rente kunnen beïnvloeden.  Ten slotte zou de financiering van het enorme begrotingstekort, dat tot nu toe geen problemen heeft opgeleverd, in het vaarwater kunnen komen van de verwachte aantrekkende vraag naar investeringskredieten en hypothecaire leningen, wellicht tijdens de tweede helft van het jaar. Dat neemt niet weg dat, ondanks de voor het einde van de zomer verwachte verhoging, de basisrente van de Amerikaanse centrale bank nog erg laag zal

30

blijven en dat de rentecurve zeer steil zal zijn, wat de stijging van de obligatierente zal beperken (heel wat beleggers zullen nog op korte termijn lenen tegen een lage rente met het oog op de aankoop van Treasuries met een veel hogere rente, die de stijging van de IRS-rente op 10 jaar zal afremmen). Bovendien is het risico op een echte ontsporing van de inflatie klein. Ten slotte zal het economische herstel duidelijk minder krachtig zijn dan tijdens vroegere periodes na een recessie. Bijgevolg zal de IRS-rente op 10 jaar stijgen van 3,69% op 24 maart tot 4,4% in maart 2011. Rekening houdend met de alternatieve scenario‟s (zie tabel) zal die rente in maart 2011 uitkomen tussen 3,4% en 4,8%. In de eurozone is de IRS-rente op 10 jaar gedaald van 3,59% op 4 januari tot 3,26% op 24 maart. De crisis in Griekenland heeft diverse Europese regeringen ertoe aangezet om hun begrotingstekort sneller aan te pakken, waardoor de vooruitzichten voor de groei van het bbp in de zone minder gunstig zijn. Bovendien ontgoochelde de economische groei tijdens het vierde kwartaal en blijft de kerninflatie laag (0,8% in februari). De Europese IRS-rente ligt sinds december weer een flink stuk lager dan haar Amerikaanse tegenhanger. De Europese economie vertoont immers minder tekenen van herstel dan in de VS. Er was een opvallende tegenstelling tussen de gegevens m.b.t. de evolutie van het bbp in het vierde kwartaal: vrijwel een stagnatie in Europa, maar een fors herstel in de VS. Bovendien stak de inflatie er minder sterk de kop op (0,9% in de eurozone en 2,2% in de VS in februari). De Europese rente is overigens minder volatiel. Ze schommelt sinds begin januari 2009 binnen een nauwe marge (3,26% / 3,87%). Ze heeft de neiging zich weinig aan te trekken van het nieuws over de evolutie van de conjunctuur of over de terugkeer van de inflatie. Zij reageerde ook nauwelijks op de stopzetting door de ECB van diverse programma‟s van massale injecties van liquiditeiten (te beginnen met de programma‟s die op langere termijn middelen ter beschikking stellen van de banken).

31

Tijdens de eerstvolgende 12 maanden zal de IRS-rente lichtjes stijgen, gedeeltelijk onder invloed van de hogere Amerikaanse rentevoeten. Twee andere elementen zullen eveneens tot die evolutie bijdragen: 1. de financiering van de begrotingstekorten zal op halflange termijn in conflict komen met het verwachte herstel van de vraag naar kredieten bij de bedrijven, een herstel dat er zou kunnen komen vanaf het einde van het jaar; 2. het beleid van de ECB zal minder gul worden, vooral wat de inbreng van middelen op langere termijn betreft. Deze opwaartse rentetrend zal echter worden getemperd door de lage inflatie (men verwacht 1,2% in 2010) en door de aanhoudende stijging van de werkloosheid. De IRS-rente op 10 jaar zal stijgen van 3,26% nu tot 3,5% in juni 2010 en tot 3,8% in maart 2011. Rekening houdend met de alternatieve scenario‟s zal deze rente uitkomen tussen 3,2% en 3,9% in juni 2010 en tussen 3,4% en 4,4% in maart 2011. De Europese rentecurve (Euribor 3 maanden / IRS 10 jaar) zal evolueren van 262 basispunten nu tot 240/310 basispunten tegen juni 2010 en tot 190/290 basispunten tegen maart 2011.

Begin maart maakte de Griekse regering nieuwe besparingsmaatregelen bekend. Die werden gunstig onthaald door de Europese partners van dat land. Toch heeft de Europese Commissie het land onder verscherpt toezicht geplaatst. Na de bekendmaking van de nieuwe begrotingsmaatregelen is de druk enigszins afgenomen. De spread tussen de Duitse en de Griekse obligatierente is immers gedaald van maximaal 386 basispunten op 28 januari tot 315 basispunten op 24 maart. Toch zijn we nog ver verwijderd van de spread van 140 basispunten van november 2009. De ontsporing van de Griekse overheidsschuld die onderhevig is aan een sneeuwbaleffect, zal moeilijk tot staan kunnen worden gebracht (het begrotingstekort ligt momenteel een stuk hoger dan 10% van het bbp). Bovendien is Duitsland terughoudend om Griekenland te helpen (tegen een rentevoet die in de buurt ligt van de Duitse rente), wat Griekenland zal dwingen om hoge rentes te betalen en zo de vermindering van het begrotingstekort zal bemoeilijken (de schuldenlast zal blijven stijgen). Uit vrees voor een domino-effect hebben de markten hun aandacht sinds het begin van het jaar eveneens toegespitst op Portugal en Spanje. Die twee landen hebben zowel een probleem met hun concurrentiepositie als een hoog begrotingstekort (ongeveer 10% in 2009 en wellicht ook in 2010). De spreads tussen de Duitse obligaties en resp. de Spaanse (77 basispunten), Portugese (103 basispunten) en Italiaanse (85 basispunten) obligaties zijn toegenomen maar bleven ver uit de buurt van de Griekse spread omdat de situatie in die landen minder ernstig is (de overheidsschuld ligt er immers een flink stuk lager). We herinneren eraan dat die spreads vóór het uitbreken van de crisis in september 2008 18 basispunten bedroegen voor Frankrijk, 36 basispunten voor België, 34 basispunten voor Spanje en 61 basispunten voor Italië.

32

Bron: Economische en financiële vooruitzichten van Dexia

Extra bijeenkomst BOD
De Belangstellingsgroep Opties en andere Derivaten (BOD) is in december 2009 met een bijeenkomst in Utrecht van start gegaan. We zijn begonnen een besloten gedeelte op van HCC Beleggen forum te gebruiken als hoofdcommunicatiemiddel. Iedereen heeft daar inmiddels kenbaar gemaakt wat zijn insteek is en er zijn direct een aantal leden van de groep voortvarend te werk gegaan. Om elkaar weer eens te kunnen ontmoeten en om onze ambities en modi operandi binnen deze groep op een gestructureerde wijze bij te stellen houden we op 10 april van 13.00 tot 13.30 uur in Culemborg in zaal 0.02 een bijeenkomst. Vanzelfsprekend zijn mensen die overwegen zich bij onze Belangstellingsgroep Opties en andere Derivaten (BOD) aan te sluiten van harte welkom.

33

HCC Beleggen
Uitgangspunt voor de HCC Beleggen is dat haar leden „betere‟ beleggers willen worden. Beleggen kan een lucratieve en fascinerende hobby zijn. Maar er zijn ook risico's aan verbonden. Kennis en vaardigheid zijn noodzakelijke voorwaarden voor duurzaam succes. De HCC Beleggen (voluit: Hobby Computer Club Gebruikersgroep Beleggen) wil haar leden behulpzaam zijn bij het verwerven van die kennis en vaardigheid. Als onderdeel van de HCC (met ruim 182.000 leden de grootste computerclub in West Europa) is de HCC Beleggen een vereniging „van, voor en door‟ leden. Er is een democratisch gekozen bestuur, een kascommissie, kernleden en leden die veelal bereid zijn om hulp te bieden bij het verwezenlijken van onze doelstellingen. Doelstellingen van de HCC Beleggen Uitgangspunt voor de Gebruikersgroepen is dat haar leden „betere‟ beleggers willen worden. Dit uitgangspunt leidt tot de volgende meer specifieke doelstellingen: - Het vergroten van de kennis en vaardigheid van onze leden op het gebied van beleggen met de computer; - Het bevorderen van onderlinge contactmogelijkheden voor de uitbouw van persoonlijke „netwerken‟; - Het werven van nieuwe, actief bijdragende leden. De kennis en vaardigheid betreft een breed terrein: van efficiënt computergebruik tot verwerving van koersinformatie, van beleggingsfondsen tot optieconstructies en van beleggingsstijlen tot toetsingsmethodieken. Bovendien is het streven erop gericht zowel beginners als gevorderden te ondersteunen. Daartoe worden lezingen, cursussen en workshops georganiseerd; veelal door en voor leden. Ook „beroepsmatig‟ bij beleggen betrokken sprekers worden dikwijls uitgenodigd. Heeft u een idee voor een „bijdrage‟ aan onze doelstellingen? Het bestuur hoort dit graag van u. Daarnaast hebben veel beleggers behoefte aan het gezamenlijk met anderen uitwerken van praktische beleggingsideeën. Maar waar vind je beleggers met min of meer dezelfde ideeën die jij hebt? De HCC Beleggen wil de mogelijkheden creëren voor haar leden om die contacten te leggen Bestuur van de Gebruikersgroep Beleggen bestuurhccbeleggen@beleggersonline.nl Frans Schreiber (voorzitter) 036-5309739 Jan Anco ten Wolde (secretaris) 0522-263368 Michel Hupkens (penningmeester) 0320-707127 Voor berichtgeving en verstrekking van allerlei informatie op beleggingsgebied wordt een website in stand gehouden. Op onze website wordt ook het programma van het komende HCC Beleggen Symposium toegelicht. Leden die een bijdrage aan onze website willen leveren zijn meer dan welkom. Webmaster www.beleggersonline.nl webmaster@beleggersonline.nl Leo Rasch 030-2625739 na 20:00 uur Regelmatig wordt een Symposium georganiseerd op een centrale plaats in Nederland. Voorafgaand aan het HCC Beleggen Symposium wordt aan alle leden een digitaal Nieuwsmagazine toegezonden. Daarin staan originele artikelen op beleggingsgebied veelal van de sprekers van die dag. Bijdragen van leden worden zeer op prijs gesteld. Neem daartoe contact op met de redactie: Redactie Website en het Nieuwsmagazine redactie@beleggersonline.nl Michel Hupkens 0320-707127 Hans Verschoor Leo Rasch 030-2625739 na 20:00 uur Bart Lenselink (eindredactie Nieuwsmagazine) 015-3698858 na 20:00 uur

Dit Nieuwsmagazine is een publicatie van de HCC Gebruikersgroep Beleggen. Raadpleeg onze internetsite http://www.beleggersonline.nl/ voor adressen en informatie over het lidmaatschap

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful