You are on page 1of 4

Battle of Concepts Challenge: “Hoe wordt het Ministerie van Infrastructuur en Milieu koploper duurzaamheid?” Max Muller

Omgevingsverkenning

In mijn ogen zijn Physee en The Ocean Cleanup beiden prachtige voorbeelden van inspirerende koplopers van duur zaamheid.

Physee

Physee is een Nederlands bedrijf. Het is gestoeld op de technologie waarmee ramen kunnen fungeren als zonnepanelen. Deze technologie is ontwikkeld aan de TU Delft en is verwerkt in het product dat Powerwindow [1] heet. Physee richt zic h met dit product vooral op grote nieuwbouwprojecten. Het bleek volgens Ferdinand Grapperhaus (CEO en co - founder) moeilijk te zijn om mensen ervan te overtuigen om deze relatief dure energiegenererende ramen te kopen voor hun reeds bestaande huizen. Ook het vervangen van de ramen kost veel geld. Voor de nieuwbouw is deze technologie geschikter omdat het dan op grote schaal in de beginfase van de bouw in het gebouw verwerkt kan worden. Het schaalvoordeel zorgt ervoor dat de kosten enigszins gedrukt kunnen worden. Ik vind dit een fantastisch product omdat het op een esthetisch verantwoorde wijze duurzaamheid in het straatbeeld verwerkt. Je hebt helemaal niet door dat de PowerWindow iets anders is dan normaal glas (tot het je verteld wordt) . Dit contrasteert met bijvoorbeeld windmolens – een fantastische uitvinding maar door sommigen niet echt gewaardeerd omdat ze het landschap in visueel opzicht zouden bevuilen.

TOC

The Ocean Cleanup is een organisatie die ook zijn wortels heeft in de TU Delft. Boyan Sla t bedacht voor zijn profielwerkstuk op de middelbare school een manier waarop substantiële hoeveelheden microplasticdeeltjes uit de oceanen gehaald kunnen worden. Dit idee is gebaseerd op de circulaire oceaanstromen die men geobserveerd heeft. Deze stromen heten “gyres” en zorgen ervoor dat de plastic deeltjes enigszins geconcentreerd worden in bepaalde gebieden in de oceanen. Slat maakt slim gebruik van deze eigenschap van de gyres. Door op een strategische plek een V- vormige barrière te plaatsen in de oceaan en deze met kettingen te bevestigen aan de oceaanbodem, stromen de pla stic deeltjes in feite vanzelf in de punt van de V, van waaruit het plastic kan worden afgevangen en afgevoerd. Ook deze uitvinding vind ik geweldig. In plaats van de plastic achte rna te jagen met boten en netten (wat erg duur, tijdrovend en onduurzaam zou zijn), maakt The Ocean Cleanup op een vindingrijke manier gebruik van de stromingen van de oceanen zelf. Hoewel het concept nog niet op grote schaal geïmplementeerd is, zijn de on twikkelingen in volle gang en wordt met een professioneel team serieus werk gemaakt van Boyan Slats idee.

Mijn concept

Mijn vooruitstrevende maatregel waarmee IenM zich, in mijn ogen, zou kunnen ontwikkelen tot koploper is gebaseerd op een idee van Thomas Rau. Thomas Rau is een van oorsprong Duitse ondernemer, architect en innovator. Hij is meerdere keren verschenen in de Trouw Duurzame Top 100. Waar het in feite op neerkomt is dat ik jullie aanraadt om zijn duurzame verlichtingsmodel “Pay per Lux” te implementeren in jullie gebouwen. Daarnaast kunnen jullie andere bedrijven, overheidsinstellingen in anderen aansporen om hetzelfde te doen door conferenties erover te organiseren en het bij meer mensen bekend te maken.

Wat is Pay per Lux? Dit concept ve rtrekt vanuit het idee dat licht niet zozeer een product zou moeten dat men aanschaft (in de vorm van lampen), maar dat men in feite licht zou moeten huren. Dit klinkt misschien vaag. Ik licht het graag nader toe.

Het businessmodel van Philips en andere lampenfabrikanten is erop geënt dat lampen een beperkte houdbaarheidsdatum hebben. Na een bepaald aantal uur te hebben gebrand, is de lamp “op”. De lamp is kapot en moet gedemonteerd en vervangen worden. De oude lamp wordt vaak in de vuilnisbak gegooid en wordt niet hergebruikt. Zo gaan kostbare en bruikbare materialen verloren. Philips heeft er baat bij dat consumenten veel lampen kopen. Ze maken hun lampen daarom opzettelijk minder goed dan ze zouden kunnen zijn. Hierdoor gaan de lampen sneller kapot en worden consumenten genoodzaakt om, ter vervanging, meer lampen te kopen.

Dit hele businessmodel is niet duurzaam. Zoals eerder vermeld gaan op deze manier veel oude lampen en hun nog deels bruikbare onderdelen verloren. Door de doortrapte methoden van Philips en andere lampenfabrikanten moeten vele consumenten onnodig veel lampen kopen.

Dit kan beter. Thomas Rau nodige daarom op een gegeven moment een werknemer van Philips uit [3, vanaf minuut negen] en legde hem of haar uit dat hij niet zozeer lampen wilde kopen en installeren om zijn kantoorpand te verlichten, maar dat hij licht wilde huren. Dit betekent dat hij Philips wilde betalen om zijn kantoorpand te verlichten met een bepaalde lichtintensiteit (lux). Hierdoor werd Philips genoodzaakt om lampen te installeren die zo lang mogelijk mee gaan. Het had geen zin meer om expres lampen te fabriceren die een korte levensduur hadden, omdat ze de lampen zelf moesten vervangen. Dit kostte Philips zelf geld. Daarnaast werd Philips zodoende gedwongen om de lampen op een zo strategisch mogelijke manier in het kantoorpand te plaatsen, opdat alles zo goed mogelijk met zo min mogelijk lampen verlicht werd. Als er dan tóch een lamp vervangen moest worden, moest dit zo efficiënt mogelijk gebeuren. Dit bespaarde namelijk kosten voor Philips. Daarom pasten ze het uitdraaimechanisme aan. Ten slotte werd Philips hierdoor aangemoedigd om de oude lampen zo goed mogelijk te hergebruiken. Door er, op een relatief goedkope manier, weer opnieuw lampen van te maken kon Philips zelf kosten besparen. Zo worden er natuurlijk ook veel grondstoffen bespaard!

Dit alles is een veel duurzamere manier om mensen van licht te voorzien. De verantwoordelijkheid van de verlengde levensduur, de vervang ing en het hergebruik van de lampen werd verplaatst naar Philips zelf. De consument hoeft zo minder moeite te stoppen in het onderhouden van het gewenste lichtniveau en er worden veel minder grondstoffen verspild. Het enige wat de consument hoeft te doen, is Philips een bepaald bedrag per jaar betalen om het lichtniveau op pe il te houden. Daarnaast zorgt de optimalisatie van de lampen ervoor dat er minder broeikasgassen uitgestoten worden. Ze gaan immers langer mee en hoeven daarom minder vaak geproduceerd te worden.

Thomas Rau maakte de afspraak met Philips om het Pay per Lux model te implemen teren in zijn kantoorpanden . Wat bleek? De energierekening van Rau dáálde zelfs. Doordat Philips de lampen zo strategisch mogelijk plaatste en de lampen verbeterde, daalden de kosten:

plaatste en de lampen verbeterde, daalden de kosten: Bron: Ellen MacArthur Foundation [4] Wat kunnen jullie

Bron: Ellen MacArthur Foundation [4]

Wat kunnen jullie doen?

Jullie zouden al jullie kantoren van licht kunnen voorzien middels het Pay per Lux model. Het kantoor in Den Haag en die van de agentschappen, Rijkswaterstaat, het KNMI, de ILT, de Nederlandse Emissieautoriteit en de ANVS zouden allemaal van dit model gebruik kunnen maken. Door zelf dit model voor lichtvoorziening te implementeren en andere bedrijven en instellingen ervan op de hoogte te stellen dat het ook op deze manier kan, kunnen jullie hen aansporen om hetzelfde te doen.

Jullie kunnen ook conferenties organiseren met lampenfabrikanten (waaronder Philips maar ook andere, kleinere bedrijven) en bedrijven die veel licht nodig hebben. Bedrijven in de bollenstreek hebben bijvoorbeeld veel licht nodig voor hun kassen. Het zou een enorme, positieve impact hebben op het milieu als die bedrijven het Pay per Lux model zouden omarmen. Via deze conferenties kunnen allerlei afspraken gemaakt worden over standaarden waaraan het Pay- per- Lux - model moet voldoen.

Er kan bijvoorbeeld overlegd worden over de snelheid waarmee lampen vervangen moeten worden en hoe andere consumenten zo gemakkelijk en snel mogelijk op dit model kunnen overstappen. Jullie zouden zelfs kunnen overleggen over hoe men dit op Europees niveau binnen de EU zou moeten aanpakken.

Iets vergelijkbaars kan geda an worden met koeling. Niet alleen licht, maar ook koude lucht kan op huurbasis verstrekt worden. Bedrijven die grote hoeveelheden producten moeten koelen (zoals Albert Heijn en Unilever) zouden dus een Pay per Cool ” model kunnen inzetten. Zo worden fabrikanten van ijskasten en andere koelingsapparatuur aangespoord om producten te maken die zo lang mogelijk meegaan.

Ten slotte zouden jullie kunnen nadenken over andere producten (naast lampen en ijskasten) die als dienst verstrekt zouden kunnen worden.

Conclusie

Ik denk dat het Pay per Lux en gerelateerde modellen enorm veel potentie heeft. De implementatie ervan zou de circulaire economie in Nederland, die jullie willen bevorderen [5], een flinke duw in de rug kunnen geven. Er kunnen vele grondstoffen bespaart worden omdat producenten gestimuleerd worden zo min mogelijk producten te produceren die zo lang mogelijk meegaan. Hierdoor wordt ook minder CO 2 en andere broeikasgassen uitgestoten. Daarbij wordt de last van het onderhouden van het lichtpeil verplaatst van de consument naar de producent. Op deze manier houden consumenten meer tijd over voor zaken die voor hen belangrijk zijn.

Bronnen

[1] Physee (PowerWindow) : http://www.physee.eu/ [2] The Ocean Cleanup: https://www.theoceancleanup.com/ [3] Tegenlicht interview Thomas Rau:

https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2015-

2016/einde- van - bezit.html

[4] Ellen MacArthur Foundation:

https://www.ellenmacarthurfoundation.org/case- studies/selling- light - as- a -

service [5] Circulaire Economie IenM: http://overlegienm.nl/onderwerpen/circulaire- economie/default.aspx