You are on page 1of 4

**************************************************************************************************************************

KNOWLEDGE CAFÉS
**************************************************************************************************************************

Minder slides, meer gesprekken
Hoe moedig ik mijn medewerkers aan tot kennis delen? Wat is kennismanagement 2.0? Dit is slechts een greep uit de vele vragen die David Gurteen, oprichter van de Gurteen Knowledge Community én inspirator van de wereldwijd georganiseerde ‘knowledge cafés’, dagelijks de revue ziet passeren. InformatieProfessional had een exclusief gesprek met deze inspirerende persoonlijkheid in Londen.
Karolien Selhorst
**************************************************************************************************************************

Vijftien jaar geleden begon David Gurteen (1948) als zelfstandig ‘knowledge consultant’. In het begin adviseerde hij vooral bedrijven over het gebruik van Lotus Notes. Gaandeweg ontdekte hij dat veel problemen met deze software fundamenteel te maken hadden met mensen en niet met de technologie op zich. Je kunt nog zulke mooie systemen bouwen, maar dat betekent nog niet dat niet iedereen geprikkeld is om ze te gebruiken. Met de opkomst van internet, intranet en kennismanagement begon hij zich stilaan meer te focussen op de mens achter de machine en minder op de technologie. In 1999 bouwde hij zijn eigen website, die in de eerste plaats bedoeld was als een leertool voor hemzelf, maar ook voor anderen. Al snel ontdekte hij dat als je bezoekers naar je site wilt trekken, het niet voldoende is om alleen maar aan zoekmachineoptimalisatie te doen. En dus lanceerde hij een nieuwsbrief, de Gurteen Knowledge Letter. Zelf beschouwt Gurteen deze nieuwsbrief, waarvan inmiddels nummer 93 verschenen is, als een voorloper van zijn huidige blog. Ging de Gurteen Knowledge Letter in 2000 naar een hondertal leden, acht jaar later is het aantal abonnees gegroeid tot meer dan 15.000 in 154 landen. ‘Dat is de essentie van mijn community,’ ver-

‘De filosofie van knowledge cafés is het voeren van face-to-face gesprekken’

klaart Gurteen. ‘Eigenlijk is het meer een netwerk. De leden hebben contact met mij, maar er is niet noodzakelijkerwijs veel interactie tussen de mensen onderling. Om dat proces te stimuleren, heb ik een Google discussieforum ingericht op mijn website, er is een groep op Facebook en LinkedIn, en mensen kunnen elkaar ontmoeten tijdens mijn open “knowledge cafés”.’ Je bent vooral bekend door de ‘knowledge cafés’, die je organiseert. Hoe ben je op dat idee gekomen? ‘In september 2002 heb ik voor het eerst een “knowledge café” georganiseerd. Voor die tijd ging ik steevast naar “The

Coffeemachine”, een reeks lezingen georganiseerd door de Cass Business School in Londen. Het lastige was steeds weer dat de sprekers er over hun tijd gingen, ze hadden massa’s slides, er was geen tijd voor vragen van de toehoorders, er was geen interactie met het publiek, enzovoort. Het beste gedeelte van de avond bestond uit de gesprekken achteraf.’ ‘Dat heeft me aangemoedigd om zelf een reeks evenementen rond kennismanagement te organiseren in Londen. Hierbij wilde ik vooral focussen op de gesprekken tussen de deelnemers. Ik zei steeds tegen de sprekers: “Je hebt vijf minuten voor je uiteenzetting en je mag géén slides gebruiken.” De bedoeling was immers dat hun spreektijd beperkt was en dat de toehoorders achteraf zouden discussiëren over het centrale thema, veeleer dan dat ze overdonderd werden door slides.’ Inmiddels organiseer je deze ‘knowledge cafés’ overal ter wereld? ‘Dat klopt. Ik heb er heel wat in Londen gedaan (ongeveer zes per jaar) en gaandeweg wilden ook meer mensen zelf “knowledge cafés” organiseren: in New York, in Adelaide, enzovoort. Toen ik als consultant meer begon te reizen, deed ik voor elk vertrek een oproep aan de leden van de plaatselijke community: is er

12 - InformatieProfessional | 05 / 2008

12_selhorst2.qxd

21-04-2008

13:28

Pagina 13

************

************

Foto: Karolien Selhorst

David Gurteen

**************************************************************************************************************************

iemand bereid een gratis en open “knowledge café” te hosten. Zo heb ik de afgelopen maanden bijeenkomsten georganiseerd in Singapore, Kuala Lumpur, Hongkong, enzovoort.’ Over welke thema’s wordt zoal kennis uitgewisseld? ‘Heel wat deelnemers zijn géén kennismanagers. Over het algemeen zijn de meesten gewoon geïnteresseerd in kennis, in leren en in creativiteit. De thema’s die aan bod komen zijn dus zeer breed. Een van de populairste gespreksonderwerpen is hoe je de barrières voor kennis delen in een organisatie kunt overwinnen. Iedereen kan zich daarin herkennen. Ook de impact van social tools is een veelbesproken item tegenwoordig. De bijeenkomst die ik binnenkort in Phoenix organiseer, gaat over hoe de lokale bedrijven kunnen bijdragen aan het imago van Phoenix als kennisstad. Je hoeft zelfs niets over kennismanagement weten om op een zinnige manier aan deze discussie te kunnen deelnemen.’ Welke filosofie gaat schuil achter de ‘knowledge cafés’? ‘Dat is een interessante vraag. Heel wat mensen komen de laatste tijd naar me toe met de vraag of ze ook online een “café”

kunnen organiseren en/of ze een schriftelijk verslag van zo’n bijeenkomst kunnen maken. Beide activiteiten druisen in tegen de filosofie van de “knowledge cafés”, namelijk het voeren van interessante faceto-face gesprekken. Bijgevolg raad ik alles af wat het vrije verloop van de gesprekken in de weg staat. Ik zeg altijd: “Laat je leiden door het gesprek.” De échte waarde en de basisfilosofie van een “café” is niet wat mensen noteren, maar wat ze meenemen in hun hoofd. En welk soort kennis iemand verwerft, zal voor iedereen verschillend zijn. De deelnemers komen nu eenmaal van overal ter wereld en hebben allen een andere achtergrond.’ Zijn er bepaalde mensen of zaken die je werk als kennismanager inspireren? ‘Een van de boeken die mij heel sterk geboeid hebben is The Cluetrain Manifesto. Op een bepaald moment definieert een van de auteurs, David Weinberger, de kenniswerker als iemand wiens werk bestaat uit het hebben van interessante gesprekken. Dát vind ik een interessant uitgangspunt.’ ‘Andere auteurs zijn David Bohm en Theodore Zeldin, de historicus uit Oxford. Vooral die laatste heeft heel wat geschreven over het onderwerp “gesprekken”. Op een bepaald moment vraagt hij zich af

‘Kennismanagement moet waarde voor het bedrijf opleveren’

wat de belangrijkste maatschappelijke verandering geweest is in de afgelopen twintig à dertig jaar. Volgens hem is dat het feit dat voor de eerste keer in de geschiedenis mannen en vrouwen een dialoog met elkaar aangaan.’ Een van de meeste gestelde vragen door kennismanagers is natuurlijk: wat zijn de hindernissen die mensen in organisaties beletten hun kennis met anderen te delen en hoe overwin je die? ‘Er zijn ongelooflijk veel barrières, waarvan sommige reëel zijn en andere een fabeltje. Enkele voorbeelden: de bedrijfscultuur en het kennis-is-macht-syndroom (ik geef mijn kennis niet weg, want ze zal

05 / 2008 | InformatieProfessional - 13

12_selhorst2.qxd

21-04-2008

13:28

Pagina 14

**************************************************************************************************************************

**************************************************************************************************************************

‘Blogs en wiki’s zijn in essentie kennisdelende tools’

****************************************************************************

Wat is de meest effectieve manier van kennis delen?
****************************************************************************

tegen mij gebruikt worden). De échte reden waarom mensen hun kennis niet willen delen met anderen, is vaak iets heel persoonlijks, iets dat enorm beïnvloed wordt door cultuur. Neem bijvoorbeeld mensen die in een zeer competitieve omgeving werken, waar ze vaak beloond worden met allerlei incentives of met het behouden van hun baan. Deze groep zal minder snel geneigd zijn om kennis te delen.’ ‘Overigens kun je niemand hiertoe dwingen. Men moet zelf de waarde van het kennis delen inzien, en die is voor iedereen verschillend. De enige manier waarop je dat volgens mij kunt doen, is mensen erover te laten nadenken én praten met anderen. Dat is ook de reden waarom ik met deze “cafés” ben begonnen: om mensen een andere visie op de dingen te bieden. Mijn taak is niet om mensen te vertellen wat ze van iets moeten vinden. Het

De Amerikaanse socioloog Cass R. Sunstein bekritiseerde als een van de eersten de maatschappelijke implicaties van internet. In Republic.com (2001) wees hij op de isolerende werking van ‘communities’, niches waar mensen alleen nog met gelijkgestemden in aanraking komen. Zijn nieuwe boek Infotopia (2006) gaat over kennis delen. Over dat onderwerp wordt vanuit verschillende invalshoeken geschreven. De organisatiekundigen hebben hun steentje bijgedragen, de ict’ers ook. Het bijzondere van Sunstein is dat hij in zijn boek de vraag naar de effectiviteit op dit gebied zowel sociaal-psychologisch als economisch benadert. Hoe kun je de ideeën en inzichten van veel afzonderlijke individuen bijeenbrengen en omzetten in betrouwbare, bruikbare kennis? Sunstein beschrijft en evalueert een serie mogelijkheden. Je kunt onderzoek doen, mensen bevragen en het statistisch meest frequent voorkomende antwoord beschouwen als hét antwoord op een bepaald probleem. Je kunt mensen om de tafel zetten en samen in onderling overleg tot een oplossing laten komen. Beide manieren hebben voor- en nadelen. Bij overleg is er bijvoorbeeld, zo leert de sociale psychologie, een grote kans dat de bijdrage van mensen vervormd wordt door allerlei sociale processen. Sunstein is erg gecharmeerd van de economische benadering, waarbij hij zich laat inspireren door prijsvormingstheorieën. Als mensen met hun kennis geld kunnen inzetten én winnen, zoals op de beurs, dan zullen uiteindelijk de beste ideeën, de beste voorspellingen boven komen drijven. Op internet worden ten tijde van verkiezingen ‘prediction markets’ gehouden waarbij mensen op kandidaten kunnen inzetten. De veronderstelling is dat als er maar genoeg mensen meedoen, dit soort voorspellingen betrouwbaarder zijn dan gewone opi-

niepeilingen, omdat er een prijs aan vastzit. De inzet is minder vrijblijvend zou je kunnen zeggen. Zo zou een bedrijf ook alle kennis van zijn medewerkers (en klanten!) kunnen genereren op een ‘prediction market’ voor nieuwe producten of ontwerpen. Of het gokelement altijd tot de juiste beslissingen zal leiden, lijkt mij persoonlijk de vraag, maar deze benadering past zonder twijfel goed in de hedendaagse ‘gamers’-cultuur. ‘Prediction markets’ worden uitstekend gefaciliteerd door het tegenwoordige interactieve internet. Dat levert meer nieuwe instrumenten voor kennis delen, zoals blogs en wiki’s. Sunstein wijst op een belangrijk verschil tussen deze twee middelen. Met blogs kunnen mensen in de meeste gevallen binnen hun eigen domein, hun niche, blijven en zo hun standpunt koesteren. Wiki’s zijn er juist op gebaseerd dat er input van buiten komt. Dat de een de ander corrigeert en aanvult, en dat er gaandeweg een steeds completer beeld wordt geschapen door bijdragen van veel afzonderlijke mensen die allemaal iets in te brengen hebben. En dat blijkt in de praktijk heel goed te gaan, ook zonder prijsstelling. Daarom kan Wikipedia concurreren met de beste encyclopedie. Het is eigenlijk vreemd dat er in organisaties nog zo weinig gebruik gemaakt wordt van dit voor de hand liggende instrument om effectief kennis, inzicht en ervaringen te delen. Infotopia is in zekere zin een meeslepend boek. Sunstein beargumenteert uitvoerig alle manieren om kennis te delen aan de hand van diverse wetenschappelijke inzichten. Je wordt meegevoerd in zijn heldere, aansprekende redeneringen. En ook al volg je hem niet in al zijn conclusies, het scherpt je wel in het denken over de effectiviteit van het omgaan met kennis in organisaties. Jos van Dijk

****************************************************************************

14 - InformatieProfessional | 05 / 2008

12_selhorst2.qxd

21-04-2008

13:28

Pagina 15

**************************************************************************************************************************

KNOWLEDGE CAFÉS
**************************************************************************************************************************

gaat erom het gesprek aan te zwengelen, zodat mensen zélf tot inzicht komen in hun eigen context.’ In een van je laatste presentaties sprak je over kennismanagement 2.0 (KM 2.0). Waar staat deze term voor en wat is het verschil met KM 1.0? ‘In 1995 ging kennismanagement vooral over het beheren van informatie en was alles erg toegespitst op de technologie. Dit wordt ook wel de “eerste generatie kennismanagement” genoemd. Later kwamen er mensen zoals Chris Collison en Geof Parcell van British Petroleum en Bob Buckman (van Buckman Laboratories). Zij beseften dat kennismanagement over mensen gaat, over kennis delen, over cultuur, over communities of practice, enzovoort. Dat is de “tweede generatie kennismanagement”.’ ‘Vervolgens deden social tools hun intrede en nu spreken we over web 1.0 – het “read-web” – en web 2.0 – het “readwrite web” waaraan iedereen kan deelnemen. Social tools zoals blogs en wiki’s zijn in essentie kennisdelende tools en dus worden ze KM 2.0-tools genoemd. KM 1.0 was dus vooral gecentraliseerd, toegepitst op de technologie en top-down georiënteerd. KM 2.0, ook wel social knowledge management genoemd, focust echter vooral op mensen en is meer bottom-up gegroeid. Vroeger werden werknemers verplicht om informatie in databanken te stoppen en vertoonden ze weerstand, omdat ze de waarde er niet van inzagen. Nu geef je mensen persoonlijke tools, die hen echt helpen bij het werk. Nu hoef je ze niet meer te dwingen, maar zien ze er zelf de waarde van in. Dat is de essentie van KM 2.0.’ Heb je, ten slotte, nog tips voor mensen die aan de slag zijn of willen gaan met kennismanagement in hun eigen organisatie? ‘Tachtig tot negentig procent van de kennismanagementinitiatieven faalt om grofweg twee redenen. De eerste is dat mensen niet weten wat ze er precies mee willen bereiken voor hun bedrijf. Ze redeneren als volgt: “Zou het niet leuk zijn als mensen meer delen en meer samenwerken in onze organisatie”. Tot op zekere hoogte is daar niets mis mee. Als je echter het management in je organisatie wilt overtuigen, moet je je focussen op dat-

gene waar het bedrijf beter van wordt. Je moet bijvoorbeeld meer producten verkopen of meer klanten aantrekken. Als je dus met kennismanagement geen waarde voor het bedrijf levert, zal het niet lang duren vooraleer je initiatief wordt afgevoerd. Een goede raad voor iedereen die met kennismanagement bezig is: vraag je af wie je “sponsor” is, wie beslissingsmacht heeft over je project. Ga met die persoon aan tafel zitten en probeer te achterhalen wat hij/zij belangrijk vindt en wat je precies moet bereiken voor de organisatie. Als je dat niet doet, zullen je inspanningen weinig effect hebben, vrees ik.’ ‘Daarnaast moet je de steun hebben van de mensen met wie je samenwerkt. Ook hen moet je overtuigen van de voordelen van kennismanagement. Hoe gaat jouw werk hen het leven makkelijker maken, hoe gaat het hen helpen om promotie te maken? Mijn twee belangrijkste tips zijn dus: zorg ervoor dat je zowel de steun van het management én van je collega’s hebt en dat je beiden laat inzien wat zij te winnen hebben bij kennismanagement.’ www.gurteen.com <
Beeld: Frans Mooren 05 / 2008 | InformatieProfessional - 15

Karolien Selhorst is beleidsmedewerker digitale bibliotheek/kennismanagement bij de bibliotheek Vlissingen en redacteur van InformatieProfessional.

*****************************************************************************

‘Een leerrijke en boeiende ervaring’
*****************************************************************************

Karolien Selhorst heeft twee keer deelgenomen aan de ‘knowledge cafés’ van David Gurteen. Zij vond het ‘telkens weer een heel leerrijke en boeiende ervaring’. ‘Het verloop van een “knowledge café” is niet aan een strak stramien gebonden, wat het informele en open karakter ervan versterkt. Een spreker stelt heel kort – zonder gebruik te maken van slides – een bepaald onderwerp voor aan de deelnemers. Vervolgens wordt in kleine groepen het geïntroduceerde thema besproken. Na een poosje komen alle deelnemers weer samen om de groepservaringen met elkaar uit te wisselen. Ten slotte rondt de spreker of de gastvrouw/-heer de bijeenkomst af.’ ‘De toegevoegde waarde van zo’n bijeenkomst zit voor mij vooral in de grote verscheidenheid van de deelnemers. Een bepaald onderwerp wordt besproken en vervolgens kun je je eigen mening – die heel bekrompen kan zijn – toetsen aan die van anderen. Hoe pakken zij een bepaald probleem aan, met welke hindernissen hebben anderen te maken? Ook dát is voor mij kennis delen. Een bijkomstig voordeel is dat je zo steeds nieuwe mensen leert kennen.’
*****************************************************************************